CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadscommissie - 1 februari 2022

Raadscommissie 1 februari 2022, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript (verslag)35.669 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TRANSCRIPT VAN DE RAADSCOMMISSIE VAN GEMEENTE ZANDVOORT d.d. 1 februari 2022

1.

Opening en mededelingen De voorzitter: Welkom, dames en heren, op deze bijna laatste commissievergadering op 1 februari 2022. Het is een vrij grote agenda, maar u kennende, dan weet ik zeker dat er uiterst efficiënt vergaderd gaat worden. Ik noem straks per partij, per fractie, dan zie ik wel wie het woord voert en dat zullen we dan zo oppakken. Ik hoop en ik verwacht dat eigenlijk ook een beetje stiekem, dat u het allemaal in één termijn zal kunnen doen. Nogmaals, allen hartelijk welkom. Ik heb een verzoek gekregen van één iemand om het eerste woord bij de mededelingen te mogen doen. Mevrouw Keun, mag ik u de gelegenheid geven? Kuin, sorry. Mevrouw Kuin-Moerenburg: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond. Namens onze fractievoorzitter Astrid van der Veld, die helaas vanavond niet aanwezig kan zijn vanwege haar gezondheid, vandaag is de fractie van GBZ ter ore gekomen dat er een lijst met kandidaten is ingediend onder de naam GBZ, zonder ons medeweten. Dit nadat de fractie en bestuur had besloten deze verkiezingen niet mee te kunnen doen, te weinig gemotiveerde mensen te kunnen vinden. Dit hele gebeuren heeft de fractie van GBZ onaangenaam verrast en wij zijn dan ook zeer geschokt. De namen op deze lijst zijn mensen die zich niet op de reguliere wijze hebben aangemeld als lid. Dus namens Astrid van der Veld, overige fractieleden en bestuur. Dat was hem.

De voorzitter: Dank u, mevrouw Kuin. Hiermee open ik de vergadering. Heeft iemand van de leden opmerkingen of een mededeling van belangen dan wel betrokkenheid van een van de agendapunten? Dank u.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: Dan gaan we hiermee verder naar agendapunt 2, ‘Vaststellen agenda’. Kunt u zich vinden in de volgorde van de agendapunten? Ik zie u allen instemmend knikken. De snelheid zit erin, merk ik. Dank u.

3.

Mededelingen van het college van B&W De voorzitter: ‘Mededelingen van het college’. De heer Bluijs heb ik zien wandelen en hij vroeg mij de gelegenheid te geven. Mijnheer Bluijs. De heer Bluijs: Goedenavond. Ik heb één mededeling, dat betreft Spaarnelanden, de ontwikkelingen bij Spaarnelanden en vooral de ontwikkelingen bij Spaarnelanden in Haarlem met de Haarlemse gemeenteraad. Daar is al een tijdlang discussie over hoe dat verder moet met Spaarnelanden. Dat gaat met name over de statutenwijzigingen die hebben plaatsgevonden toen wij aantraden, dat schijnt niet onvoldoende goed gecommuniceerd te zijn. Dan iets rond het autodeelproject wat ze daar hadden en de wijze waarop de verbonden partijen dan daarin geregeld zijn. Daar is een hele discussie in Haarlem, daar is een notitie voor, daar is zelfs een raadsvoorstel met een routekaart opgenomen. Dat gaan ze allemaal bespreken. Notulen zijn vrijgegeven om al die discussies, hoe dat allemaal gekomen is. Dat treft niet ons, want wij zijn daarna aangetreden, maar ik vond het wel goed jullie op de hoogte te stellen. Er zijn dus ook raadsstukken van die besproken worden en er zijn ook raadscommissies over.

In het stuk staat wel nadrukkelijk gemeld dat op het moment dat het consequenties heeft voor onze samenwerking met Spaarnelanden, omdat er bijvoorbeeld in de statuten weer iets zou moeten worden gewijzigd, dan is natuurlijk eerst ook de gemeenteraad van Zandvoort aan zet om daar ook zijn oordeel over te geven. Maar ik denk, ik deel het u mede voordat u dat via-

via hoort en dat u denkt: hé, wat is er bij Spaarnelanden aan de hand? Voor ons zijn er verder geen problemen en loopt alles zoals we dat hebben afgesproken. De voorzitter: Ik zie dat mijnheer Hendriks een vraag heeft. Vindt u dat prettig dat er vragen over gesteld worden, of het hierbij laten? Heer Hendriks, gaat uw gang. De heer Hendriks: Geen inhoudelijke vraag, voorzitter, want we hebben natuurlijk in zoverre er wel mee te maken dat wij aandeelhouder zijn van Spaarnelanden. Dus mag ik ervan uitgaan dat diezelfde informatie die naar de Haarlemse gemeenteraad wordt gestuurd ook onze kant op komt? De voorzitter: Dank u, mijnheer Hendriks. Mijnheer Bluijs. De heer Bluijs: Als u er prijs op stelt, dan stuur ik dat raadsstuk van Haarlem naar u toe en wat ik aan informatie, wat daar openbaar wordt gedeeld, dat zal ik via de griffie ter beschikking stellen. Maar schrikt u dan niet op dat er een logo van Haarlem op staat, want het zijn Haarlemse stukken. De voorzitter: U bent tevreden, mijnheer Hendriks? De heer Hendriks: Ik beloof dat ik daar niet van schrik, want het zijn natuurlijk Haarlemse stukken, dus dan snap ik dat het logo van Haarlem erboven staat.

Maar tegelijkertijd wel de vraag: als er besloten stukken naar de gemeenteraad van Haarlem gaan, ga ik ervan uit dat wij die ook zullen krijgen, want in dezelfde verhouding als Haarlem zijn we natuurlijk ook aandeelhouder van deze organisatie. De voorzitter: Dank u, mijnheer Hendriks. Mijnheer Bluijs. De heer Bluijs: Er is dus een stuk gemaakt wat in de openbaarheid kan besproken worden. Dat is vandaag in het college volgens mij besloten, dus ook dat zal ik u toe laten komen. En als er geheime stukken zijn waarvan ik denk: hé, we moeten gelijk optrekken. Dan zal ik u daar ook van op de hoogte stellen. De voorzitter: Kortom, u krijgt alles te horen. En zo niet, dan krijgt u het ook te horen. Dank u vriendelijk, mijnheer Bluijs. 3a. Vast agendapunt: Corona update De voorzitter: Agendapunt 3a, vast agendapunt – hoe helaas ook. De burgemeester, ‘Corona Update’. Gaat uw gang. De heer Moolenburgh: Dank u wel, voorzitter (buiten microfoon). De voorzitter: Hij doet niets? De heer Moolenburgh: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel. Korte corona update, los van alles wat u in de media kan vernemen. U zult ook constateren dat in uw omgeving heel veel mensen op dit moment te maken hebben met besmettingen. Het was een absoluut record de afgelopen week en tegelijkertijd ook de gelukkige constatering dat ik wel in de omgeving zie dat mensen daar minder ziek van worden.

Maar goed, dat is ook allemaal bekend. Voor nu zijn we natuurlijk blij met het feit dat er meer verruimingen en versoepelingen hebben plaatsgevonden, wel met inachtneming van het feit dat de verantwoordelijkheid van iedereen die daarmee te maken heeft blijft gelden, dus dat wij ook op het gebied van handhaving proberen met toch wel

het nodige pragmatisme om te gaan met de situatie. In dat verband is het goed om te vermelden dat de subsidieregeling die we hebben voor het coronatoegangsbewijs, waarbij ondernemers en verenigingen gebruik kunnen maken van een subsidieregeling om de controle daarop te kunnen ondersteunen, dat die wordt verlengd. We hebben daar wel een kleine omissie in ontdekt, zowel ondernemers als verenigingen kunnen daar gebruik van maken, maar we zien dat bijvoorbeeld sportverenigingen die op basis van vrijwilligheid hun systemen inrichten daar geen gebruik van kunnen maken. Dat kan niet op basis van de regelgeving zoals die nu geldt, dus we zijn nu nog aan het kijken hoe we daar op dit moment mee om kunnen gaan. Vooralsnog ben ik in ieder geval blij met het geld wat beschikbaar is, wat ook niet op basis van inwonersaantal in onze regio, maar op basis van het aantal horecavergunningen is verstrekt. Maar goed, daar komt u straks ook nog over te spreken in het coronaherstelplan, maar ik ben in ieder geval blij dat het er vooralsnog naar uitziet dat er wat extra geld beschikbaar komt in de komende periode. Dank u wel. De voorzitter: Dank u vriendelijk, burgemeester, voor deze bijdrage. Ik kijk even rond of u wellicht toelichtende vragen heeft. U bent erg duidelijk geweest, dank u vriendelijk. 4.

Rondvraag De voorzitter: De rondvraag. Ik begin gewoon, ik kijk u aan en als u knikt, dan heeft u wat, schudt u nee, dan heeft u niets. U heeft wat? Gaat uw gang, mijnheer Endstra. De heer Endstra: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag aan de wethouder. Ik las vandaag een stukje in de krant waarin staat: Zandvoort verdient 22 miljoen euro aan de Formule 1. Ik vroeg mij concreet af of we daar iets van gaan merken in de begroting. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Ik kijk verder en ik kijk intussen naar de heer Deen, maar die kijkt niet naar mij. Nee? Rondvraag, nee? Mijnheer Kramer, ook niet, dit lijstje? Nee, nee, nee? Mijnheer Van Marle. De heer Van Marle: Ik heb een vraag over de JOP, de hangplek voor jongeren. Ik weet eigenlijk niet precies waar die afkorting voor staat, maar goed. Er is een brief vanuit de Max Euwestraat gekomen – in december al en ik zag toevallig bij de griffiepost nog één – over de overlast die de JOP nu geeft op de nieuwe positie richting de Max Euwestraat en daar al de bewoners. Dus eigenlijk de vraag aan de wethouder is of herplaatsing of hij in gesprek kan gaan met die bewoners om die vragen te beantwoorden dat er inderdaad een goede locatie komt en niet het probleem verplaatst wordt. De voorzitter: Duidelijk. Gaat uw gang, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter.

Een korte rondvraag wat betreft de werkzaamheden die we zien langs de Zandvoortselaan. Wij weten dat Nieuw Unicum nu ongeveer aan de beurt is in die werkzaamheden en we vragen ons af of de bewoners van Nieuw Unicum een goede route kunnen rijden nog steeds naar het dorp en zo niet, of de gemeente daarin ideeën heeft of in plannen kan voorzien dat die bewoners daar nog steeds naar het dorp kunnen komen, ondanks de werkzaamheden. De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Koper, gaat uw gang. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, een vraag aan de portefeuillehouder als het gaat om zelftesten. We hebben in het verleden gevraagd of voor lage inkomens wat mondkapjes betreft daar wat geregeld voor kan worden en nu zien we dat het allemaal lang duurt met zelftesten. Ons bereiken signalen dat

dat voor mensen met een laag inkomen erg begrotelijk kan zijn, dus een verzoek aan de wethouder of hij dat wil meenemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Hiermee is de rondvraag gehouden. Ik kijk even nu rechts naar de gang of er een wethouder beschikbaar is voor het beantwoorden direct al van de vragen. Ik praat de tijd even vol. Ik zie mijnheer Van Haeften. Mijnheer Van Haeften gaat eerst, Formule 1 denk ik. Gaat uw gang. Nee, u moet opzij doen en dan op de knop drukken. Andere. Mijnheer Moolenburgh. De heer Van Haeften: Ja, hij doet het. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van Haeften, gaat uw gang. De heer Van Haeften: Dank u. De heer Van Marle vraagt even naar de bewoners van de Max Euwestraat die hebben laten weten overlast te ervaren van het JOP. Althans, de verwachting is dat door de verplaatsing van het JOP, want daar is al sprake van, ik denk dat dat inderdaad twee jaar geleden is, misschien nog wel langer, dat de nieuwe bewoners van de twee appartementencomplexen gevraagd hadden om het JOP te verplaatsen, omdat ze daar uitzicht op hadden. Daar is toentertijd instemming op gegeven, dus we hebben met ze gepraat en gezegd: oké, goed, wat kunnen wij dan doen om dat uit het zicht te halen? Nou, dat is uiteindelijk met die nieuwe bewoners afgesproken.

Wat je dan vaak ziet als het gaat verplaatsen, dat dan andere bewoners het gevoel krijgen: ja, wacht eens eventjes, maar nu heb ik de overlast en wat gaan we daar dan mee doen? In december vorig jaar heeft een vertegenwoordiger van de bewoners van de Max Euwestraat een brief geschreven met daar een aantal aantekeningen en opmerkingen bij. Die zijn in dat opzicht zeg maar ook besproken, zover ik weet ambtelijk afgedaan met de toezegging dat we daarover in het proces dat nu plaatsvindt, namelijk er is zeg maar een omgevingsvergunning afgegeven voor de verplaatsing van het JOP zo’n honderd, honderdtwintig meter westelijk, langs het fietspad. Wat ik wel geconstateerd heb is dat dat tot enige onrust leidt. Onrust bij de bewoners, de huidige bewoners van de Max Euwestraat en ook de Tollensstraat. Wat ik belangrijk vind is dat ik daarover met de bewoners in gesprek wil. Ik vind het belangrijk om van hun kant te horen wat hun bezwaren zijn om te kijken of de argumenten die zij hebben, om te kijken of we daar iets mee kunnen doen. Het is op zichzelf bijzonder vind ik persoonlijk dat mensen die een appartement kopen, maar er nog niet wonen, bij voorbaat al aangeven dat zij overlast ervaren. Dat is een bijzondere situatie, moet ik eerlijk zeggen, maar dat is nu eenmaal zo gegaan. Dus ik ga wat mij betreft met de bewoners op korte termijn in gesprek.

Er is een bezwaartermijn die eindigt als ik het goed zeg op 20 februari nu, dus er is nog ruimte voor de bewoners om daarop te reageren. Maar ik ga er voor die tijd met ze over in gesprek. Mevrouw Koper, het zelftesten. We hebben daar eerder al aangegeven dat wat ons betreft inwoners die het financieel gezien lastig vinden om hun zelftesten te kopen, om daar hun bij te helpen. Ik heb begrepen overigens dat de landelijke overheid dat ook beschikbaar stelt. Ik kan me best voorstellen dat niet morgen iedereen een aantal zelftesten in huis krijgt, maar er wordt wel gepraat over het gratis beschikbaar stellen van zelftests. Waar en op welke wijze dat georganiseerd gaat worden, dat weet ik niet. Zoals u weet heb ik ook al eerder aangegeven dat het onderwijs wat mij betrof twee maanden geleden ook in dezelfde situatie verkeerde en dat er ineens vanuit de landelijke overheid gezegd werd: op scholen, de schoolkinderen moeten twee keer per week gaan zelftesten. Dat vond ik toen ook al een behoorlijke belasting voor niet alleen de scholen zelf en de kinderen en de ouders, maar ook financieel gezien. Nou, de landelijke overheid heeft daar toen maatregelen voor getroffen, die hebben de scholen beschikbaar gesteld, die zelftests. Ik ga dit onderzoeken.

Mocht het zo zijn dat de landelijke overheid niet de gratis tests ter beschikking stelt, dan zullen wij als gemeente kijken wat we daaraan kunnen doen om die gezinnen te helpen, omdat ik begrijp dat de kosten best op kunnen lopen als je tenminste in zo’n gezin twee keer per week je eigen kinderen, maar jezelf

ook misschien moet gaan testen. Dus dat zeg ik u in ieder geval toe. Als het gaat om de verantwoording van de 22 miljoen, voorzitter. Mijn collega van Financiën gaat daar het woord over voeren, als u het goedvindt. De voorzitter: U kunt dat niet? De heer Van Haeften: Nou, dat kan ik ook, maar hij is van de financiën, ik ben van de Formule 1. De voorzitter: Dank u voor deze antwoorden. Mijnheer Gert-Jan Bluijs. De heer Bluijs: De vragen over de financiën van de 22 miljoen van de Formule 1. Dat is natuurlijk een berekening gemaakt: wat wordt er in zo’n weekend omgezet en wat landt er dan in Zandvoort? Dat betekent dus niet dat deze 22 miljoen de gemeentekas in zijn gevloeid of gaan vloeien. Was dat maar waar, dat is niet aan de orde. Wij maken in feite kosten, daar heeft u ook een verhaal voor gekregen van de 4 miljoen, hoeveel nu uitgegeven is. Maar het gaat wel betekenen dat de bekendheid van Zandvoort verder vergroot wordt en dat het op termijn wel revenuen moet gaan opleveren in de vorm van meer toeristen, meer toeristenbelasting enzovoort en dan zou het wel tot extra inkomsten kunnen gaan leiden. Maar op dit moment geeft het niet tot extra inkomsten voor de kas van de gemeente Zandvoort, was dat maar waar. De voorzitter: Dat is die. Dank u vriendelijk, mijnheer Bluijs. En er staat nog een vraag open voor mevrouw Verheij, Zandvoortselaan. Gaat uw gang.

Mevrouw Verheij-de Haas: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer El Gebaly, terecht punt. Normaliter wordt daar altijd rekening mee gehouden bij de uitvoering van werkzaamheden voor alle inwoners, dus ook die van Nieuw Unicum. Maar ik zal onze gebiedsregisseur nogmaals vragen om de uitvoerder daarop te attenderen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mevrouw Verheij. Dan sluit ik dit agendapunt af, de rondvraag. BESTUUR EN MIDDELEN 5.

Vaststelling nieuwe Algemene Subsidieverordening gemeente Zandvoort 2022 De voorzitter: Dan nodig ik ook meteen direct al mijnheer Bluijs uit. Hij komt eraan, hoor ik. Ik ga u toch vast voorhouden waar het over gaat, de ‘Nieuwe Algemene Subsidieverordening gemeente Zandvoort’. De huidige Algemene Subsidieverordening gemeente Zandvoort dateert uit 2016 en is toe aan een actualisatie. Door de Algemene Subsidieverordening te actualiseren wordt het traject om subsidie aan te vragen, te verlenen en vast te stellen efficiënter. De raad is op grond van artikel 147 juncto artikel 148 lid van de Gemeentewet bevoegd tot het vaststellen van deze Algemene Subsidieverordening. Ik zie dat er geen insprekers zijn en ik geef het woord aan de leden. Mag ik gewoon het lijstje af gaan en kijken naar GroenLinks? Ik neem aan, mijnheer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter, u moet het de hele avond met mij doen. Wat GroenLinks betreft een prima raadsstuk. We hopen dat met de efficiëntieslag het gemak en de vindbaarheid van sommige subsidies ook zal toenemen, want ik denk dat dat het grootste punt is, maar dat punt hebben we al vaker gemaakt. Maar wat ons betreft een hamerstuk. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Mevrouw Koper, mag ik ook het woord aan u gaan geven?

Mevrouw Koper: Dank u wel. Ook met mij moet u het de hele avond doen, voorzitter. Wat mijnheer Gebaly stelt, helemaal correct. Er staat: efficiënte taalkundige aanpassing, betere aansluiting op de praktijk. Daar zijn we natuurlijk altijd voor, prima doelen. Vraag: is dat dan ook getoetst aan de praktijk? Verder is het voor ons op de inhoud akkoord, maar ik ben wel benieuwd naar dat antwoord, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Ik kijk nu naar de VVD, naar mijnheer Hendriks. Mijnheer Hendriks. De heer Hendriks: Dank u, voorzitter. Het grootste deel van de wijzigingen ziet er helder en overzichtelijk uit en daar kan de VVD zich ook in vinden. Ik heb wel één vraag ter verduidelijking, dat gaat over de vaststelling van subsidies onder de 10.000 euro. Die worden namelijk meteen vastgesteld bij verlening, dus daar zit standaard geen controle achteraf aan vast. Dat lijkt me ook logisch, gezien de administratieve lasten. Daar staat wel bij: het college kan wel een steekproef doen. Maar kunt u misschien iets vertellen over hoe vaak zo’n steekproef plaatsvindt? Want het gaat natuurlijk wel ook over structurele subsidies en dan is 10.000 euro per jaar een aantal jaar achter elkaar wordt best een bedrag zonder standaard controles. De voorzitter: Helder. De heer Hendriks: Daar graag een toelichting over, verder voor ons een hamerstuk. De voorzitter: Helder, dank u vriendelijk.

D66, ik vermoed mijn Van Marle. De heer Van Marle: Ja, u mag mij de hele avond het woord geven, want om het de hele avond met mij te doen, dat vind ik ook weer zo’n uitspraak. De voorzitter: Een uitdaging. De heer Van Marle: Maar goed. Wat ons betreft ook een hamerstuk, met dien verstande dat ik wel even aansloeg op het woordje efficiënt. Of stond er nou effectief? Nee efficiënt, stond er. Dat dit soort subsidies ook makkelijk ingediend kunnen worden door organisaties die soms niet zo vaardig zijn met het beschrijven en aanvragen, het invullen van formulieren. Want ik heb verschillende keren meegemaakt dat het daarom gewoon afknapt bij de aanvragende partij. Dus niet te bureaucratisch en lekker efficiënt, dat spreekt ons zeer aan, dus wat ons betreft een hamerstuk. De voorzitter: Helder, dank u. Ik kijk naar de Ouderen Partij Zandvoort, mijnheer Kramer. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u, voorzitter. Allereerst dank aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Met het voorstel wordt een mooi resultaat behaald van circa 66.000 euro door een verminderde inzet van de accountant. Voor het overige een hamerstuk, voorzitter. De voorzitter: Dank u, mijnheer Kramer. Mijnheer Deen, neem ik aan, VVD. Gaat uw gang. De heer Deen: Dat klopt, voorzitter. Dank u wel. De voorgestelde wijzigingen zorgen ervoor dat het subsidieproces efficiënter en beter aansluit op de praktijk.

Dat is natuurlijk prima. Die controleverklaring van 50.000 naar 100.000, hier besparen we natuurlijk geld mee, minimaal 33.000. Maar door minder controle wordt het risico misschien ook iets groter, misschien kan de wethouder daar iets over zeggen. Het college krijgt natuurlijk meer bevoegdheden die voorheen bij de raad lagen en dat hoeft wat ons betreft niet altijd positief te zijn, maar in dit specifieke geval vinden wij de bezwaring … – ik ga lekker – de besparing zwaarder wegen, voorzitter. Dank.

De voorzitter: Dank u, mijnheer Deen. Het blijft oefenen. GBZ, mevrouw Kuin. Mevrouw Kuin-Moerenburg: Dank u wel, voorzitter. Wij houden ook van efficiëntie, dus we hebben geen opof aanmerkingen. We gaan hiermee akkoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. CDA, gaat uw gang. De heer Stephan: Dank u wel. Geen aanvulling op de vorige sprekers, wel ook benieuwd naar de antwoorden op de vragen van de heer Hendriks. Voor ons ook een hamerstuk verder. De voorzitter: CDA ook een hamerstuk. Dank u vriendelijk. Dan kijk ik nu naar rechts, mijnheer Bluijs. De heer Bluijs: Dank u wel. Een paar vragen gesteld, vragen over: hoe ziet u dan dat het efficiënter is? Nou ja, dat is natuurlijk vooral die accountantscontrole, want dat is voor een heleboel van die partijen toch wel een ding. Dat maakt het efficiënter. Plus dat we nu gewoon geregeld hebben dat die subsidieplafonds, u krijgt nog steeds dat overzicht te zien, maar het ligt nu gewoon helemaal bij het college en die kan het dan ook gewoon afvoeren. Dat geeft gewoon nooit vertraging, vragen in de organisatie, dat proces loopt dan gewoon soepel door. Dan de vraag nog van de VVD en ook van het CDA, de steekproef. Ik weet niet hoeveel steekproeven er zijn, maar ik denk dat ik daar misschien wel nog een keer antwoord op kan geven en ook zeggen dat we afspreken dat we gewoon jaarlijks een drietal steekproeven doen.

Ik wil dat best namens zeggen: nou, ik heb met de raad erover gesproken en we spreken af dat wij minimaal drie steekproeven doen. Ik ben het er wel mee eens, want ook 10.000 euro zijn subsidies en het gaat ook over dat spaargedrag wat ontstaat vaak met een egalisatiereserve. Dat is wel voor grote subsidies, maar het kan best zijn en er is dus een voorbeeld, dat is hier ook wel eens aan de orde geweest, met Rekreade. Die stopt er nu mee, maar die hadden een aanzienlijke spaarpot opgebouwd. Dan denk ik, als je dat dan wat beter volgt, dan kan je ook zeggen: wat doen jullie ermee? Dat wordt allemaal goed verantwoord, daar gaat het niet om, dus het lijkt me verstandig dat ik met u afspreek dat ik een aantal steekproeven gewoon doe, minimaal drie per jaar en dan is dat bij deze leg ik dat vast. Dan heeft u ook het gevoel dat wij de controle doen, maar het is inderdaad ook van belang, terecht, dat bij die kleinere partijen, dat je daar ook wel de vinger aan de pols houdt. Dat geeft ook gewoon een goede verdere uitwerking op het geheel. Dus dat waren volgens mij de vragen. De voorzitter: Efficiëntie van de heer Van Marle. De heer Bluijs: Ik had in zijn algemeenheid al over efficiëntie gehad ten aanzien van hoe het proces verder verloopt. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Ik kijk de zaal rond en ik stel dan vast dat iedereen … Mijnheer Stephan.

De heer Stephan: Sorry, een korte aanvullende vraag. Kijk, mij lijkt het … Misschien nu drie, dat vind ik een goed voorstel, maar ik denk dat we dat per moment moeten laten afhangen van hoeveel subsidies we verstrekken. Dus naarmate het aantal subsidies stijgt, moeten we dan ook het aantal controles denk ik verhogen. Dus dat is iets waar we denk ik nog even naar moeten kijken te zijner tijd. Is de wethouder het daarmee eens? De voorzitter: Mevrouw Koper.

Mevrouw Koper: Het gaat over mijn vraag over of het getoetst is in de praktijk, voorzitter. Dat sluit ook een beetje aan bij wat de heer Van Marle opnoemt over de formulieren en dergelijke. Als het dan efficiënter is, dan heb ik het niet alleen over de interne organisatie, maar ook of het richting de gebruikers efficiënter is. Die praktijktoets miste ik nog even in het antwoord van de wethouder. De voorzitter: Dank u. Ik ga nu naar mijnheer Bluijs. De heer Bluijs: In de praktijk gaat het vooral over die controleverklaringen die moeten worden geleverd. Kijk, de formulierenstroom die er is, die blijft hetzelfde. Ik ken toevallig ook iemand, die heeft dan geen computer en dan moet het even anders worden geregeld. Nou, dan schakelen we volgens mij ook daar wel kort op, dan wordt dat gewoon ter plekke even geregeld. Dus de aanpassing van de verordening leidt niet tot vereenvoudiging dan verder voor de indieners, want de formulierenstroom is niet erop aangepast en ik heb pas één keer een signaal gehad dat iemand het niet kon invullen, maar dat had meer te maken dat hij geen computer had en dat hebben we toen heel snel en simpel opgelost. De voorzitter: Dank u, mijnheer Bluijs. Mag ik hiermee met u vaststellen dat dit een hamerstuk is? Dank u. RUIMTE EN ECONOMIE 6.

Prijsvraag jaarrond watersportcentrum De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 6, ‘Prijsvraag jaarrond watersportcentrum’. Dan nemen we afscheid van mijnheer Bluijs. Sinds 2009, verspreid over het strand van Zandvoort, zijn er vijf strandpaviljoens en één jaarrond waterstrandpaviljoenvereniging. Daarnaast staan er gedurende het zomerseizoen nog eens dertig strandpaviljoens op het strand. De Omgevingsvisie van Zandvoort beschrijft voor het strand en de betrokken ondernemers de ambities en kansen. Er wordt ingezet op het verbreden en versterken van de jaarpaviljoens met aanvullende voorzieningen gericht op werken aan zee, sport, spelvoorzieningen, wellness en spa. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan de ontwikkeling van durfsport op het strand. Vanuit economisch perspectief wordt als kans genoemd het realiseren van een Papendal aan Zee. Dit in samenwerking met ondernemers en watersportaanbieders. Om de ambitie van het ontwikkelen van de durfsport op het strand van Zandvoort te realiseren wordt een prijsvraag uitgezet onder de huidige ondernemers op het strand voor het opstellen van een plan voor een jaarrond watersportcentrum met een uitgesproken beeldkwaliteit en architectuur.

De prijsvraagprocedure voor dat jaarrond watersportcentrum is ook een vervolg op de resultaten van het participatietraject dat is doorlopen en waarin met betrokken bewoners en ondernemers is gekeken naar het toevoegen van meer jaarrond horecalocaties. Hiervoor is geen draagvlak, maar wel voor het aanwijzen van een jaarrond watersportcentrum op basis van een prijsvraagprocedure. Voor dit agendapunt hebben we één aanspreker die zich aangemeld heeft en dat is de heer Albert Korper. Mag ik de heer Albert Korper uitnodigen op de bühne te verschijnen? Mijnheer Korper. Mijnheer Korper, welkom. U kent de procedure. Ja, we zien u geregeld en we zijn daar blij mee. U krijgt drie minuten. Als u wil beginnen met uw naam, dan zijn we daar blij mee en dan krijgt u drie minuten. Gaat uw gang, mijnheer Korper. De heer Korper: Dank u wel, voorzitter. Dank aan u allen voor de gelegenheid om in te mogen spreken op het volgende onderwerp en dat is namelijk de prijsvraag voor het jaarrond paviljoen. Laat ik beginnen met te stellen dat wij helemaal niets tegen hebben als BLK … Heb ik mijn naam nou genoemd, nee, hè? Mijn naam is Albert Korper, Bewonersplatform Leefbare Kust. Als BLK hebben we absoluut niets tegen een jaarrond paviljoen. Integendeel, we hebben daar in de allereerste participatiesessie over voor 2050, dat is de

Omgevingsvisie, al gezegd: waarom hebben we niet een haven in Zandvoort? Want daar creëer je ook werkgelegenheid mee, je kunt een bouwplek creëren voor nieuwe huizen enzovoorts. Dus nee, we hebben niets tegen een jaarrond watersportcentrum. Maar zonder direct een oordeel te willen stellen over de voorgestelde prijsvraag, wil BLK wel een paar punten van onduidelijkheid onder uw aandacht brengen. Het document Prijsvraag jaarrond watersportcentrum in combinatie met het raadsstuk hierover wekt de suggestie bij BLK dat deze prijsvraag in overeenstemming met alle betrokkenen in het participatieproces Jaarrond paviljoens tot stand is gekomen. Nu kan het natuurlijk zijn dat ik dat anders lees dan degene die hierover beslissingen moeten nemen vanavond, dat was voor BLK een reden om een snelle rondvraag te doen bij een aantal raadsleden met de vraag: hoe lezen jullie dit? Het verbaasde mij niet heel erg dat deze raadsleden – en het waren er niet iedereen die hier zit, hè, het waren er een aantal – deze raadsleden lazen exact hetzelfde als wij dat lazen, namelijk dat deze rondvraag het beeld gaf dat dit voorstel in overleg met alle participanten aan het participatieproces Omgevingsvisie Strand tot stand is gekomen. Hoewel het er niet letterlijk staat, wordt het door de geraadpleegde raadsleden wel zo begrepen.

Aangezien dat tot verwarring kan wekken en mogelijk tot foutieve aannames in de besluitvorming zou kunnen leiden, willen wij als BLK hier een verduidelijking geven en tegelijkertijd afstand nemen van deze suggestie. De laatste deelname aan dit proces door het BLK dateert van 2 oktober 2019. Dit kunt u teruglezen in de bijlage afkomstig van TwynstraGudde. Daarna eindigt ook onze bijdrage, onze bijdrage als BLK, aan de Omgevingsvisie Strand/Jaarrond paviljoens, want in die discussie vond het gesprek met TwynstraGudde plaats. Het BLK kan dus niet gezien worden als een van de deelnemende partijen bij de totstandkoming van deze wedstrijd en dit wilden we even toevoegen ter verduidelijking. We vragen ons overigens ook af over alle andere participanten deel kunnen nemen aan het vervolg na 2019. Daarnaast zijn er een aantal punten die bevreemding wekken bij de geraadpleegde leden van het BLK. We hebben dit door gebrek van tijd nog niet met alle leden kunnen bespreken en daarom vindt u deze punten terug in de stukken van de raadscommissievergadering als bijlage bij deze inspraaknotitie. Dat is wat wij even wilden duidelijk maken: het BLK heeft niets tegen een jaarrond paviljoen of watersport, maar het BLK stelt duidelijk dat wij daar niet bij betrokken geweest zijn. Dank u. De voorzitter: Dank u, mijnheer. Blijft u nog even zitten, wellicht heeft u een toelichtende vraag.

Ik kijk rond en ik zie al een vinger. Mijnheer El Gebaly, een toelichtende vraag. Alleen een toelichtende vraag, alstublieft. Gaat uw gang. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Vindt BLK zich wel een van de gesprekspartners in deze, of ziet u helemaal geen rol in dit raadsstuk voor u weggelegd als BLK? De voorzitter: Dank u. Ik kijk nog even rond. Mijnheer Hendriks, een toelichtende vraag. De heer Hendriks: Dank allereerst, voordat ik mijn toelichtende vraag stel, voor deze toelichting. Ik ben een van de raadsleden met wie u gesproken heeft. U zegt, mijnheer Korper, dat u tot 2 oktober wel betrokken bent bij de participatiebijeenkomst. Ik zie ook in het verslag uw naam terugkomen. Maar herkent u zich in die notitie die daarbij zit van 24 oktober 2019, waarin staat wat de mening van de partijen is, zeg maar. Dus die notitie van 24 oktober 2019, herkent u zich daar wel in? De voorzitter: Dank u. Ik kijk rond, ik kijk naar uw vingers of glimlach. Dank u vriendelijk. Mijnheer Korper, mag ik u de gelegenheid geven voor het antwoord aan de heer El Gebaly. De heer Korper: Eerst de heer Gebaly. U vroeg: vindt u dat BLK een gesprekspartner is in dit verhaal? We zijn een gesprekspartner in die jaarrond paviljoens, dat zijn we altijd geweest om te zorgen dat er een duidelijke balans is tussen besluiten over: hoeveel jaarrond paviljoens zet je en hoe realiseren we ook het woongenot

voor de bewoners die van zuid tot noord in Zandvoort wonen? Dus ja, wij vinden ons daar een gesprekspartner in. Het jaarrond paviljoen is ook een jaarrond gebouw. Beantwoord dat uw vraag? De voorzitter: Dank u. En mijnheer Hendriks had nog een vraag aan u. De heer Korper: De vraag van mijnheer Hendriks was: herkent u zich wel in het verslag van TwynstraGudde van 29 oktober 2019, als ik het goed heb. De voorzitter: 24 oktober. De heer Korper: 24 oktober. Ja, daar herkennen wij ons in. Wij hebben ook gezegd: tot zover zijn we akkoord met de conclusies. Alleen, het vervolgtraject dat leidt tot een wedstrijd voor een jaarrond watersportcentrum, daar zijn we niet bij betrokken geweest. De voorzitter: Helder. Dank u vriendelijk voor uw bijdrage, we stellen dat bijzonder op prijs. Dank u vriendelijk. Ik wacht nog even op de wethouder, dat ze aan kan schuiven. Mevrouw Verheij, mag ik u uitnodigen? Dan kan ze ook uw vragen horen, mocht u die hebben althans. Ik begin nu bij CDA, aan wie … Mijnheer Endstra of mijnheer Stephan? Mijnheer Endstra. De heer Endstra: Dank u wel, voorzitter. Complimenten voor het stuk aan de wethouder. Vooral de leesbaarheid, daar werd ik erg blij van, dus ook voor de ambtenaren. Het CDA vindt dat toerisme en recreatie de economische motor van Zandvoort vormt.

Hoe mooi zou het dan zijn als er een jaarrond watersportcentrum ontwikkeld wordt? Verder worden wij erg blij van de impressies die te vinden zijn op pagina 14 van het stuk. Eén vraag: op pagina 3 van de prijsvraag is te vinden dat het idee is om een watersportcentrum/congrescentrum te realiseren. Eerder hebben wij besproken dat daar een andere locatie voor is, congrescentrum. Daarom vonden wij dat nogal opmerkelijk, ik vroeg me af hoe de wethouder hier tegenaan kijkt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Endstra. Ik kijk het rijtje verder af. Mevrouw Kuin, GBZ. Mevrouw Kuin-Moerenburg: Dank u wel, voorzitter. Het is een mooi stuk, we hebben wel een aantal vragen. Wij vragen ons eigenlijk namelijk af waarom deze prijsvraag is uitgeschreven. Er staat dat het de bedoeling is, het wordt een strandpaviljoen wat na toewijzing zal transformeren naar een jaarrond watersportcentrum. De vraag is: is er vanuit de ondernemers op het strand de wens geuit om die vraag breder neer te leggen, zodat iedereen daaraan kan meedoen? Bij ons wekt dit namelijk sterk de indruk dat het hele stuk is opgezet om de uitkomst naar een bepaalde ondernemer toe te werken, zal ik maar zeggen. Want op voorhand worden namelijk al heel veel mensen uitgesloten, of heel veel ondernemers.

We weten allemaal dat watersportcentrum of paviljoen The Spot jarenlang heeft gestreden om watersportcentrum te mogen worden, om dat daar te exploiteren. Nou, dit hele stuk, naar ons idee gaat ook echt richting hun. Als ik lees dat er staat: het plan toont aan dat het nieuwe watersportcentrum nabij een bestaande watersportzone als bedoeld in de APV van Zandvoort is gesitueerd. Dan sluit je ook heel veel ondernemers weer uit, want dat zijn er namelijk niet zo heel veel die voor zo’n watersportzone gesitueerd zijn. Een van de eisen is ook dat de deelnemer aantoonbare kennis en ervaring heeft met het organiseren van nationale en/of internationale watersportevenementen. Dat zijn er ook niet zo heel veel. Dan vinden wij het ook jammer dat dit hele stuk, dit heeft natuurlijk heel veel tijd gekost en heel veel inzet en helemaal prachtig mooi, alleen The Spot is verkocht en we weten niet wat de nieuwe eigenaren van plan zijn. Dus wij vragen ons eigenlijk af: heeft deze hele wedstrijd wel zin? Dat was op dit moment even onze vraag.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar mijnheer Deen, PVV. De heer Deen: Dank u wel, voorzitter. Met verbazing heb ik dit raadsstuk gelezen en ik kan ook echt niet anders concluderen dat het college compleet op eigen houtje deze prijsvraag organiseert en dat de raad volkomen genegeerd is. We zijn hier totaal niet in meegenomen, voorzitter. Dat is een zeer opmerkelijke, maar helaas geen zeldzame gang van zaken. Een raadsstuk wat alleen al bij OPZ bijvoorbeeld 38 vragen oproept, dat is nogal wat. Hier komen al wat vragen tevoorschijn, bij de eerste twee, drie insprekers – ik had overigens ook dezelfde vragen als mevrouw Kuin van GBZ. En nog een beetje op de inhoud, voorzitter, ook de heer Korper heeft hier natuurlijk al een heleboel over gezegd zojuist als inspreker. Maar hoeveel paviljoens willen dit nou überhaupt, is daar enig zicht op? Ik weet ook niet beter, zoals mevrouw Kuin net ook al aangaf, dat alleen The Spot dit ooit wilde. Een vraag die ook nog bij ons opkomt is: hoe verhoudt deze prijsvraag zich ten aanzien van de afgesproken zonering? Hoe is het draagvlak, hoe wordt de participatie ervaren? Het maximaal aantal bouwlagen en bouwhoogte verbaast ons ook eigenlijk behoorlijk.

Hoe ziet u als wethouder deze bouwhoogte in verband met de acceptatie door de omgeving? Ik denk bijvoorbeeld ook aan het plan wat er was voor de reddingsbrigade in connectie tot uitzicht en dergelijke. Voorts heb ik het stuk redelijk doorgenomen en, anders dan de heer Endstra memoreert, vind ik het een enorm ingewikkeld stuk. Allerlei voorwaarden, allerlei eisen, punten scoren, dubbele punten, knock-outcriteria, volgens mij kun je nog jokers inzetten. Het is wat mij betreft zo goed als onleesbaar ook, dus daarover ook graag wat opmerkingen van de wethouder. Bedankt. De voorzitter: Dank, mijnheer Deen. Ik kijk naar het OPZ. Mijnheer Kramer, gaat uw gang. De heer Kramer: Voorzitter, dank. Voorzitter, allereerst onze dank aan de wethouder om de vele vragen te beantwoorden. Die beantwoording is perfect dat ik nu zeg maar heel kort mijn inbreng kan doen. Voorzitter, hoe bijzonder is het een prijsvraag uit te schrijven zonder de direct betrokkenen te informeren, de omwonenden de inhoud van de uitgangspunten wat uiteindelijk mag worden gerealiseerd niet voor te leggen en dan ook nog eens een prijsvraag waar niet iedereen een gelijke kans heeft. Wat dat betreft sluit ik me aan bij het bredere verhaal van mevrouw Kuin.

Tevens getuigt de inhoud van de prijsvraag op onderdelen weinig historisch besef inzake de totstandkoming van de jaarrond paviljoens en de afspraken die daarover toen zijn gemaakt. Voorzitter, voor ons een bespreekstuk en geen tweede termijn. De voorzitter: U bent snel. Dank u vriendelijk, mijnheer Kramer. Mijnheer Van Marle, D66. De heer Van Marle: Dank u. Wat mij in eerste instantie al verbaast is dat er geen insprekers zijn vanuit de strandpachters, dus of men is al afgehaakt, of ze weten alles al. ik weet het niet, maar ik vind dat wel frappant. Ik heb ook grote moeite met het woordje prijsvraag, want het doet toch gewoon iets kermisachtigs roept dat bij mij op. Volgens mij is dit toch wel een serieuze uitvraag. Nou, er is inderdaad al genoeg gevraagd, dus die vragen hebben wij ook die al mijn voorgangers hebben gehad. Wij vinden het ook een geld- en tijdverslindend project om zo’n aanbesteding eigenlijk in te gaan vullen, want als kleine ondernemer ben je dan ook wel nagenoeg kansloos, lijkt mij. Of je moet zo’n bedrag gewoon investeren om dit te proberen te winnen, maar al die vragen over economie, toerisme, duurzaamheid, energie, noem maar op, ja, het is nogal wat. We hebben ook de vraag eigenlijk, er wordt in het stuk over de integrale visie gesproken.

Wanneer is die af en wanneer komt die naar de raad? We hebben ook naar mijn weten altijd gesproken over, na die sessie in de raad in 2019, dat er nog mogelijkheid was voor drie jaarrond paviljoens, dus waar zijn die andere twee gebleven? Als dat terugkomt in die integrale visie, dan zien we dat dan wel. Verder nog een vraag: hoeveel inschrijvers verwacht de gemeente? Is er een voorselectie al gemaakt, is er al gesproken met sommigen waarvan men weet dat ze gaan inschrijven? Waarom zijn er criteria opgesteld die achteraf niet te controleren zijn? Vraag dat

dan ook niet als eis, lijkt mij, maar vraag dat als wens. Houdt men rekening dat het Zandvoort aan Zee is en dat je met duurzaam bouwen ook wel even goed moet nadenken dat het niet van je af rot, zeg maar. Nou, dat zijn eigenlijk wel even de vragen voor de eerste termijn. De voorzitter: Dank u, mijnheer Van Marle. VVD, mijnheer Hendriks. De heer Hendriks: Dank, voorzitter. Ik zal proberen vragen die al gesteld zijn niet nog een keer te stellen, maar ik had wel moeite, we hadden als VVD ook wel moeite om dit proces weer te begrijpen waar we nu eigenlijk staan en hoe dit proces de afgelopen tijd gelopen is. Want we hebben hier volgens mij als gemeenteraad het laatst over gehad in mei 2019, ik zie participatieverslagen teruggaand tot 2 oktober 2019. Daarna is er eigenlijk een soort zwart gat en komt ineens deze prijsvraag uit de lucht vallen. Ik ben benieuwd of de wethouder kan toelichten wat er eigenlijk tussen 2 oktober 2019 en nu op dit dossier is gebeurd.

Eigenlijk specifiek: met wie is overlegd over deze criteria, met wie is overlegd om tot deze prijsvraag te komen en welke criteria daarbij zouden horen en wie daarbij horen? Wat ik me ook afvroeg is waarom gekozen is voor een jury die dit moet gaan beoordelen die bestaat uit één lid van de welstandscommissie en verder alleen maar, voor zover ik dat kan zien, uit ambtenaren bestaat? Is het niet veel logischer om bijvoorbeeld vertegenwoordigers van de watersportbond te betrekken bij de beoordeling van welke watersportactiviteit hier het beste iets kan toevoegen? Want voorzitter, de VVD is heel erg voor een jaarrond watersportpaviljoen en voor de ambities die we als gemeente op dit punt hebben, maar het moet wel op een goede manier worden ingevoerd. Ik ben ook heel erg benieuwd eigenlijk naar de antwoorden, dus ik hoop dat de wethouder kan toezeggen dat zij op de punten die Bewonersplatform Leefbare Kust heeft ingediend. Ik vind dat een hele terechte vraag. In het bijzonder, zij stellen dat het maar op twee plaatsen op het strand zou kunnen als je de regels van Rijnland volgt. Kan het college toezeggen dat zij een kaart zullen opstellen waar het inderdaad puur technisch op grond van regelgeving zou mogen? Want dat maakt natuurlijk wel de vraag wat anders. Voorzitter, daar wou ik het eigenlijk in eerste termijn bij laten. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u vriendelijk, mijnheer Hendriks. Mevrouw Koper, PvdA. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Elke dag lopen mensen in een wetsuit met een board onder de arm van de boulevard naar zee – alleen afgelopen maandag niet en dat was overigens heel verstandig. Watersport hoort bij Zandvoort en bij de doelen die Zandvoort gesteld heeft, de combinatie van sport, gezondheid en toerisme. Daar zijn wij zeer positief over. U weet het, kinderen van jongs af aan met gezonde gewoontes in aanraking brengen, Partij van de Arbeid is daar een voorstander van. Dus ook het faciliteren van een kwalitatief jaarrond watersportcentrum, want dat past daar goed in. Vorige keer, mijnheer Hendriks memoreerde dat al, was het onderdeel van de discussie in 2019. Dat was ook onderdeel van een jaarronddiscussie, en dat is die nu niet en dat is een goede zaak dat we het alleen over het watersportcentrum hebben. Partij van de Arbeid heeft toen ook ingebracht dat er vooraf heldere kaders moeten zijn en dat er participatie moest plaatsvinden. Nou, dat laatste is gebeurd en we lezen uit de participatie dat ondernemers vooral duidelijkheid zoeken. Doen we het of doen we het niet? Dat is een oproep die we deze periode wel vaker hebben gehoord en terecht natuurlijk.

Wij zitten hier om te besturen en zodra er knopen doorgehakt worden, zoals het opknappen boulevard of bouwen Badhuisplein en Entree ontvangen we dan weer veel positieve reacties van inwoners en ondernemers. Het is wat ons betreft dan ook met het watersportcentrum nu tijd voor duidelijkheid, knopen doorhakken. Maar dan hebben we nu voor ons liggen de prijsvraag met kaders. Nou, dat is op zich mooi, maar ik lees niet terug in het stuk bijvoorbeeld over die kaders of de participanten dit voorstel als helder en transparant hebben beoordeeld, want dat is eigenlijk het uitgangspunt wat afgesproken is. Klopt dat? Verder heb ik ook een paar vragen die al gesteld zijn, die sla ik over. Dan zit ik

toch een klein beetje aan te hikken tegen de prijsvraag, maar ik laat me graag overtuigen, dus ik hoor graag de toelichting van de wethouder. De vorige prijsvraag, dat Watertorenplein, heeft ons heel veel geld gekost. Onderlinge ruzie tussen deelnemers, verdeeldheid over: wat is het beste plan? En onze woningzoekenden de dupe van alle uitstel en kosten. Dus ik hoor graag van de wethouder waarom het college nu vindt dat dit het beste proces is om tot het beste plan te krijgen en hoe de risico’s die we gelopen hebben met het Watertorenplein zijn afgedekt. En inderdaad antwoord op de vraag over bouwhoogte, daar zijn wij ook geen fan van, die horen we ook graag. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Helder, dank u. Mijnheer El Gebaly, GroenLinks. De heer El Gebaly: Voorzitter, ik kan het kort houden. Heel veel van de vragen die ik heb willen stellen zijn al gesteld. Ik moet nog een paar dingen eraan toevoegen. Deze winter blijkt ook weer dat er echt behoefte is aan een watersportcentrum. Het waait niet alleen in de zomer, maar ook in de winter natuurlijk. Wij zijn heel groot voorstander van een watersportcentrum aan zee en ik denk als ik de commissie zo ook hoor, dat een heel groot deel van deze commissie een voorstander is van een watersportcentrum aan zee.

Dus die ambitie en die vraag die we hebben als raad zijnde, als commissie zijnde, denk ik dat we die kunnen beantwoorden met bijna wel een volmondig ja, omdat het belangrijk is voor Zandvoort en omdat wij die ambities ook echt hebben. Maar of een prijsvraag daar dan het goede instrument voor is, dat durf ik te betwijfelen. Ik wil op de vraag van mevrouw Koper aansluiten door een vraag aan het college wat nou echt de lessen die wij hebben geleerd zullen zijn als we kijken naar dat andere project waar het woord water in voorkwam en een prijsvraag was, het Watertorenplein. Welke lessen nemen we vanuit dat project mee met die insteek van een prijsvraag naar dit project met deze prijsvraag? Aan de hand daarvan zal GroenLinks uiteindelijk zijn standpunt bepalen of ze wel of niet voor zullen zijn voor een nieuwe prijsvraag op dit gebied. Voor de rest kan ik me ook aansluiten bij de vele vragen die mijn collega’s hebben gesteld. Veel had ik ook op mijn lijstje staan, maar ik heb eentje nog niet gehoord. Dat is de vraag die ik ook net aan de vertegenwoordiger van de BLK vroeg: ik ben benieuwd waarom deze mensen, de BLK, waarom die niet mee zijn genomen dan in de participatie, maar zijzelf waarschijnlijk wel aangeven dat zij daar wel onderdeel van zouden kunnen zijn. Dus ik ben benieuwd naar dat antwoord van de wethouder daarop. Dank u wel. De voorzitter: Dank u vriendelijk.

Dan kijk nu naar de wethouder, de portefeuillehouder, mevrouw Verheij. Bent u zover, denkt u? Ja, gaat uw gang. Mevrouw Verheij-de Haas: Dat denk ik wel, voorzitter. Dank u wel. Ik blader even terug in mijn aantekeningen. Mijnheer Endstra, uw bijdrage was wat dat betreft kort en bondig. U had één vraag dat zich toespitste op het watersportcentrum in relatie tot een congrescentrum. Het gaat echt om het watersportcentrum, maar daar kunnen ook congressen bijvoorbeeld voor watersporters natuurlijk gehouden worden. Mevrouw Kuin, u had een aantal vragen over een aantal punten waar ik graag ook nog nadere toelichting op geef. Uiteindelijk moeten we inderdaad even terug in de tijd. Dit proces heeft langer geduurd dan wij voor ogen hebben gehad en dat heeft er onder meer mee te maken dat wij hebben gezegd toentertijd: laten we de Formule 1 zoveel mogelijk organiseren vanuit de bestaande capaciteit. Daardoor is dit wat langer blijven liggen. Maar als we dan even teruggaan in de tijd, dan kunt u zich misschien herinneren dat dit op is gekomen in het kader van de jaarronddiscussie. We hadden op dat moment een voorstel om drie jaarrond locaties aan te wijzen, waaronder The Spot als watersportcentrum. Daarvan heeft u gezegd: The Spot wijzen we op dit moment niet aan, gaat u participeren.

Dat hebben wij gedaan en uit dat participatieproces is gekomen: we zijn voor een jaarrond watersportcentrum, maar doe dat dan die selectie op basis van open, transparante en eerlijke criteria. Dat is de reden, eigenlijk de uitvoering van wat u hebt gezegd, dat we dit stuk aan u voorleggen. Voor de goede

orde: het is nog niet beslist, de kaders zijn nog niet vastgesteld, er is nog geen voorinschrijving, er is niet toegeschreven naar iemand, het besluit ligt nu bij u voor. Wij vragen u concreet om in te stemmen met het vaststellen van die kaders, dus waaraan zou zo’n watersportcentrum moeten voldoen? En ten tweede ook om die prijsvraag te gaan opstarten. Dus voor de goede orde, het is nog niet beslist, dit is eigenlijk het vaststellen van die kaders voor het watersportcentrum. Dus er is niet richting een bepaalde kandidaat toegeschreven, we hebben dit in overleg, in participatie met een brede groep afgestemd. Inhoudelijk over de prijsvraag is er niet met die hele brede groep afgestemd, maar hebben we het toegespitst op de strandpachtersvereniging. Dus wat de heer Korper zojuist aangaf, dat is juist en we hebben ook niet die insinuatie willen wekken, want nogmaals, het verslag denk ik van het overleg dat eerder heeft plaatsgevonden is helder en specifiek over die prijsvraag is met de strandpachters nader gesproken. Mijnheer Deen, u vroeg nog ook ten aanzien van de bouwhoogte en dergelijke. We hebben natuurlijk in de Omgevingsvisie ook al aangegeven dat op sommige plekken een dakterras bijvoorbeeld mogelijk is.

Nou ja, in het verlengde daarvan, maar ook gelet op de uitstraling die we willen, want we willen natuurlijk echt wel een kwalitatief goed paviljoen hebben, is dat criterium er gekomen. Als u vraagt naar draagvlak versus participatie en dergelijke, dan is er draagvlak, nou, eigenlijk breed draagvlak voor een jaarrond watersportcentrum. Ik denk ook echt, mijn persoonlijke overtuiging en overigens ook die van het college, is dat dat jaarrond watersportcentrum ook van enorme toegevoegde waarde zal zijn voor Zandvoort. Ook ten aanzien van de zonering, daar moeten we inderdaad scherp op zijn op die locaties, ook vanwege de veiligheid. Maar er is ook met de criteria bijvoorbeeld van Rijnland zijn er nog voldoende locaties beschikbaar. Daar is een kaart van beschikbaar en ik zal zorgen dat u die ook krijgt. Het is inderdaad een vrij technisch stuk geworden en dat heeft onder andere te maken met de lessen die we hebben geleerd van het Watertorenplein. Want we moeten op voorhand wel heel duidelijk maken: hoe wegen wij de criteria die wij stellen, hoe beoordelen we dat, wie beoordelen die criteria? Dus het moet op voorhand helder zijn aan welke kaders wij toetsen. Dus die les hebben wij zeker meegenomen en vandaar ook die eisen, om het zo maar te zeggen. Ja, het is ingewikkeld, maar het is wel duidelijk en voor iedereen helder.

Mijnheer Kramer, dank ook aan u dat u zoveel tijd ook hebt gestoken in het stellen van deze technische vragen. Uw bijdrage was daardoor vanavond wat beperkt. Maar de vragen die de heer Kramer heeft gesteld, die komen ook op eigenlijk in een aantal van de bijdragen die u hebt gedaan. Dus veel van de vragen zijn inderdaad beantwoord. Als het gaat om weinig historisch besef, ja, dat ben ik niet met u eens, want naar de mening van het college hebben we eigenlijk de opdracht die u ons heeft gegeven uitgevoerd op deze wijze. Het woord prijsvraag, mijnheer Van Marle, ik begrijp de associatie, maar in den lande is dit echt wel een hele gebruikelijke term om te hanteren. Nogmaals, we hebben geleerd van de eerdere ervaringen, we hebben dit objectief opgesteld met als doel natuurlijk om ervoor te zorgen dat Zandvoort verrijkt wordt met dat jaarrond watersportcentrum. Als we het hebben over de integrale visie, die term is ook gebruikt door de participanten, dan bedoelen we de Omgevingsvisie. Dus de Omgevingsvisie is inmiddels vastgesteld, maar dat is natuurlijk wel de integrale visie voor Zandvoort. De drie paviljoens, dat is nu niet aan de orde. Dit gaat echt specifiek om het jaarrond watersportcentrum, want dat is ook waar de participanten het allemaal over eens waren dat dat er moest komen. Er is dus geen voorselectie gedaan, de criteria zijn goed te toetsen, zijn objectief.

En ten aanzien van duurzaam bouwen, ja, aan de kust vraagt dat altijd extra aandacht, maar bijvoorbeeld in Castricum is er al een waanzinnig mooi, duurzaam jaarrond paviljoen verschenen. Ik zou me gelukkig prijzen als wij ook een inschrijving hebben van die kwaliteit, want dat is wel waar we naartoe gaan. Mijnheer Hendriks, ja, u vroeg: waarom heeft dat nou zo lang geduurd? Dat heb ik toegelicht dat dit even iets langer is blijven liggen, onder meer vanwege de Formule 1. U vroeg ook: waarom heeft u gekozen voor deze samenstelling? Wij hebben gekozen voor deze samenstelling van de jury, omdat daarmee de kennis en de kunde geborgd is om dit objectief en helder te toetsen. In tweede instantie, want het kan goed zijn dat er twee aanbieders zich melden of dat er twee partijen zich melden en stel nou dat die ook gelijk scoren, is er in tweede instantie een andere jury die nog vanuit inderdaad de watersportbond een aanvullende weging

maakt. Even kijken. U vroeg nog naar de bijdrage van de heer Korper in het kader van de BLK, dat heb ik toegelicht. Het klopt, de participatie was over het jaarrond watersportcentrum, de prijsvraag, de criteria, zijn besproken met de strandpachters. En de kaart, die krijgt u van mij. Even kijken. Ja, mevrouw Koper, u vroeg ook naar de relatie met het Watertorenplein, zijn daar leerpunten? Nou, die zijn er zeker. Die hebben we ook toegepast, juist door dit objectief en helder en duidelijk vast te stellen. Uiteindelijk gaat het erom dat we het beste plan voor Zandvoort, dat is natuurlijk uiteindelijk de insteek en dat willen we graag dat er uit die prijsvraag komt. Mijnheer El Gebaly, u refereerde daar ook aan. Op de reactie en de zienswijze van de BLK ben ik al ingegaan. Voorzitter, ik heb het idee dat ik het gros van de vragen, misschien wel alle vragen zelfs heb antwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u vriendelijk, mevrouw Verheij. We gaan het toetsen. Ik kijk rond en ik ga dezelfde volgorde. Mijn blik volgend, u bent tevreden, zegt u daarmee. Mijnheer Deen, mevrouw Kuin. Mijnheer Deen, het is geen veiling, hoor, maar gaat uw gang, mijnheer Deen. De heer Deen: Voorzitter, nog even een vervolgvraag. Want de wethouder zegt: we hebben uw opdracht uitgevoerd.

Mijn vraag is dan eigenlijk: wanneer hebben wij als raad dan om een prijsvraag gevraagd? En waarom heeft u in dit hele traject de raad niet tussentijds meegenomen? De voorzitter: Helder, dank u. Mijnheer Kramer, gaat uw gang. De heer Kramer: Ja, toch een tweede termijn, voorzitter. Dat komt door wat de wethouder zegt, ze gaat niet in op de vraag die meerdere malen is gesteld: niet iedereen heeft een gelijke kans van alle paviljoens. Ze geeft aan dat het is besproken met de vereniging van strandpachters. Dat klopt, alleen dat is twee weken geleden gebeurd en dat was onder geheimhouding, heb ik van hun begrepen en ze mochten het niet delen met hun collega’s. Als dat anders is, dan hoor ik dat graag. Dan het antwoord zeg maar op de vraag van mevrouw Koper en dat is een zeer terechte vraag: hebben we geleerd van het Watertorenplein? U zegt: ja, daar hebben we ontzettend veel van geleerd. Maar ik zal even het antwoord op vraag 25 die ik heb gesteld voorlezen, want juist die vraag was daarop bedoeld.

Daar vraag ik: gelden alle in het kader en binnen de uitgangspunten van deze prijsvraag gedane voorstellen als een onherroepelijk juridisch aanbod aan de gemeente om tot ontwikkeling en realisatie van het jaarrond watersportcentrum over te gaan? Het antwoord is: nee, er is geen sprake van een aanbod tot ontwikkeling, dit betreft een prijsvraag om tot een eerlijke en transparante selectie te komen. Dus het betekent, datgene wat diegene indient nog zeg maar aan alle kanten kan wijzigen, wat hetzelfde principe is geweest van het Watertorenplein en waarbij nadien de discussies en de juridische processen zijn gevoerd. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u, mijnheer Kramer. Mijnheer Van Marle. VVD, mijnheer Hendriks. De heer Hendriks: Dank, voorzitter. Op de vraag wat er in de bijna twee jaar tussen de participatiegesprekken en nu is gebeurd, antwoordt de wethouder dat er eigenlijk vooral vertraging is ontstaan vanwege de Formule 1. Voorzitter, ik vind dat een wat summiere toelichting, zeker als je ziet – maar goed, dat is een discussie met deze wethouder waar we waarschijnlijk nooit uit zullen komen – hoeveel ambtelijke uren er ook weer apart zijn ingehuurd voor de Formule 1. Maar goed, laat dat maar rusten voor wat het is. Maar twee jaar lang vertraging zonder een update naar de raad, zonder een mededeling, zonder een aangepast voorstel.

Twee jaar waarin we als raad eigenlijk niks hebben gehoord en waarbij het college ondertussen heeft besloten om een ander proces te volgen dan het proces wat door de raad is vastgesteld in een participatieplan uit mei 2019. Mij is niet helder waarom het college van dat participatieplan af is gaan wijken en het is mij eigenlijk ook de beantwoording net van de wethouder niet duidelijk geworden. Want ik snap nog steeds niet – en ik hoop dat

de wethouder het nog een keer kan proberen uit te leggen – wat is er nou gebeurd tussen oktober 2019 en nu? Voorzitter, de wethouder geeft ook aan dat er geleerd is van het Watertorenplein, maar … De voorzitter: Mijnheer Hendriks, u krijgt een interruptie van mevrouw Koper. Ik zie dat met een groen lampje staan, dat zie ik … Mevrouw Koper: Ik heb liever een rood lampje. Ja, dat is beter. Dank u wel. Een verduidelijkende vraag aan de heer Hendriks, want hij stelt dat we afgeweken zijn van de kaders die gesteld zijn in de participatie. Kunt u mij dat eventjes verduidelijken waar dan staat dat we afgeweken zijn, of dat de gemeente is afgeweken? De voorzitter: Dank u, mevrouw Koper. Mijnheer Hendriks, gaat uw gang. De heer Hendriks: Er staat nergens dat we zijn afgeweken, als dat als kritiek van mevrouw Koper is bedoeld, dan deel ik die kritiek. Maar als je het participatieplan terugleest, dan zie je dat daar een ander proces wordt voorgesteld dan wat er uiteindelijk gevolgd is. Om te beginnen met: wie nemen er deel aan het proces, waar gaat het over en wat levert het aan eindproducten op? Het ademt meer de sfeer van een coproductieverhaal dan van een college wat eigenstandig kaders opstelt. En het gaat inderdaad over nul tot drie jaarrond locaties, waarvan één een watersportlocatie.

Die wordt nu losgetrokken, maar het participatieplan gaat uit van samen met alle belanghebbenden ontwikkelen van en op wat voor manier dat gaat. Ik hoop dat ik daarmee de vragen beantwoord. Want voorzitter, waar ik naartoe wilde was, de wethouder antwoordt dat er lessen zijn geleerd van het Watertorenplein. De voorzitter: Mijnheer Hendriks, nog een kleine aanvulling van mevrouw Koper, dus dat laat ik nu gelijk even doen, dan kunt u daarop inspringen. Mevrouw Koper, gaat uw gang. Mevrouw Koper: Ja, het is weer rood. Is dit het amendement wat de VVD heeft ingediend waar dit naar gevraagd werd, of een participatieplan? Ik heb echt even behoefte aan verduidelijking zodat ik het ook even kan nalezen wat u bedoelt. De voorzitter: Daar gaat mijnheer Hendriks antwoord op geven. Mijnheer Hendriks. De heer Hendriks: Zeker, dank u wel, voorzitter. Over beide. In het amendement, dat is volgens mij uit januari 2019, wordt het college opgeroepen om de participatie te starten. Naar aanleiding daarvan hebben we in mei 2019 een participatieplan vastgesteld als gemeenteraad en daarin staat het proces beschreven zoals we dat toen voor ons zagen. De voorzitter: U bent klaar? De heer Hendriks: Nee, ik wilde eigenlijk … Het nadeel van de schoolbankopstelling is dat ik mevrouw Koper niet aan kan kijken, ik kijk naar haar rug. De voorzitter: Daarom doe ik dat maar.

De heer Hendriks: Helemaal goed, ik zie het nou. Nee, want waar ik eigenlijk, dat was het laatste punt wat ik wilde maken. De wethouder gaf aan dat de lessen van het Watertorenplein zijn geleerd. Inderdaad zie ik wel dat er nu kaders vooraf staan, dus dat is alvast één les die goed geleerd is van het Watertorenplein. Maar één les die ik nog heel erg heb onthouden van het Watertorenplein en waar we als VVD ook regelmatig aandacht voor hebben gevraagd was de situatie die daar ontstond over het bestemmingsplan. Namelijk doordat die

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11203150/1