Transcript - 3 juli 2024
Tekst van het document
Ja, op zich inhoudelijk zijn de bijlages helder, de reden waarom er wijzigingen zijn, de was-wordt-lijsten. Maar ik ben wel getriggerd door de … Nee, ik heb twee opmerkingen over de inhoud, ik zeg het verkeerd. De was-wordt-lijst en dan zijn er twee. Eerst de was-wordt-lijst op de hoofdlijnen Verordening maatschappelijke ondersteuning. O, pardon, ik zal de microfoon bij me houden. Daar zie ik de wijziging die gaat over de voorzieningen van de Zandvoortse daklozen, heel goed dat daar aandacht voor is. Ik ben ook blij met de terminologie. Overigens want ik zag laatst in een stuk over urinoirs het woord zwerver staan, dat vond ik toch een hele andere opvatting. Ik heb altijd begrepen dat de opvang, de noodopvang niet in Zandvoort plaatsvindt. Omdat die hier nu wel in staat betekent dat er ook noodopvang in Zandvoort komt? Dat is een vraag. En dan heb ik een opmerking van technische aard als het gaat om opvang slachtoffers huiselijk geweld. Ik ben ontzettend blij met het feit dat er aandacht is voor die opvang maar niet met het woord huiselijk geweld. Er is niks huiselijks aan het geweld tegen mensen achter de voordeur. Dus ik heb daar vorig jaar ook een opmerking over gemaakt met het vriendelijk verzoek om dat te veranderen. Het klinkt zo huiselijk maar dat is het natuurlijk niet. Dan wil ik heel graag ingaan op de brief die de Adviesraad Sociaal Domein heeft geschreven.
Zoals gebruikelijk weer een mooi advies. En het allereerste waar het om gaat is de reactie van het college daarop als het gaat om dat er niet meer in de verordeningen zaken staan opgenomen die al in de wet staan. En op zich is dat natuurlijk heel helder, waarom zou je iets opnemen wat al wettelijk geregeld is? Alleen de vraag is dan, hoe gaan we zorgen dat degenen die op zoek zijn naar hulp weten waar ze recht op hebben? Als dat betekent dat er iets niet in de verordening staat maar dat wel aangeboden wordt, dan zou dat op een andere manier kenbaar gemaakt moeten worden. Nou, u kent mijn inzet hierop. Ik ben blij met de verbetering van het taalgebruik maar het is toch nog ingewikkeld voor mensen die niet op B2 taalniveau zitten. Dus mijn verzoek is, kan er gewerkt worden aan een leesbare versie waarbij dan wel heel duidelijk is dat dat niet de juridische tekst is die in de wet staat. Want dat snap ik maar wel dat weet dat je daar en daar ook nog rechten op hebt. Dat is mijn verzoek. Dan staat er in de Adviesraad die vraagt om, ik moet een beetje kriskras, het is laat duidelijk, door mijn … Dat terugvorderen bij aanbieder, de Adviesraad vraagt daarnaar. In uw reactie zegt u, nou, dat is niet nodig want het staat er al in. Nee, zeg ik het
nou goed? Nou, dan ben ik in de war hoor. Te veel gele blaadjes. U moet me even niet kwalijk nemen. Het antwoord van het college over, het antwoord, dat snapte ik niet van het college daarover. Ik zoek het even op, misschien kom ik zo even terug want anders hou ik de vergadering op. Dan als laatste opmerking, er staat op bladzijde 3 van de reactie van het college op de Adviesraad Sociaal Domein dat de gemeente de activiteiten van het hospice ondersteunt. De vraag is, wat doen we voor mensen in de laatste fase van hun leven, is daar nog speciale zorg op waar zij een beroep op kunnen doen? Dan staat erin dat de gemeente ondersteunt de activiteiten van de hospice en onderzoekt gezamenlijk met hen de mogelijkheden voor nieuwe huisvesting op dit onderwerp. Ik was helemaal blij verrast want dit onderwerp is natuurlijk reeds een aantal jaren geagendeerd. Op een gegeven moment weggegaan omdat er met het onderzoek, daar was uitgekomen dat het niet gebeurt. Ik zie dat er nieuw leven in, ik hoor graag van u de status daarvan? Dan tot zover, ik kom straks wel op die andere opmerking, dus niet ... De voorzitter: Dank u wel. PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Ja, dank u wel, voorzitter. Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter.
Ja, de Adviesraad geeft aan dat zij signalen ontvangen dat de beslistermijn soms te lang duurt. We hebben deze signalen ook ontvangen. Ja, als we dan uit de cliëntenervaring kijken, we kunnen eigenlijk alleen maar terugkijken tot 2022 van de Wmo, zien we ook dat 71 procent van de mensen geeft aan snel geholpen zijn maar voor 29 procent is dit niet het geval. Het college geeft aan dat we niet aan de beslistermijnen mogen sleutelen maar zijn er dan wel andere mogelijkheden waar we wel iets aan kunnen doen, kunnen veranderen zodat dat percentage wat verbetert? In het stuk staat over de dak- en thuislozenopvang, mijn collega had het er net ook al over, dat wij bij een gevoelstemperatuur van -10 graden gaan opvangen. In ieder geval, dat we daar de noodopvang, winternoodopvang voor in charge brengen. Is het niet humaner als we dat richting de 0 graden brengen? Aangezien 0 graden en dan op straat zijn ook al niet heel erg fijn is. Zeker om andere zorgen te voorkomen. Dus eigenlijk bij het vriespunt, dat we die lat wat hoger leggen. Dan als we kijken naar de dakloze jongeren van 8 tot 23 zijn er geen kosten verschuldigd. Kan die termijn van 23 jaar niet naar 27 jaar worden verhoogd zodat we een grotere groep jongeren kunnen bereiken? Want we zien ook hier in de regio dat juist die groep na eigenlijk de jongvolwassen jaren ook in de problemen aan het komen is.
We zouden eigenlijk die marge wat meer willen verruimen om die jongeren ook te kunnen bedienen. Voor de maatwerkvoorziening kwamen we nog iets opvallends tegen. Daar is de bijdrage voor jongeren die onder de 18 zijn, die worden meegenomen. Tenzij de waarde van hun huis vermeerdert, dan komen de kosten bij de ouders of de verzorgers terecht. Maar ons idee is dat wanneer je een ingreep doet aan het huis en daardoor het huis dus verbetert voor iemand, dat daardoor eigenlijk al de waarde van het huis vaak zal stijgen. En dat dus die kosten sneller bij de ouders en verzorgers terecht zouden kunnen komen. En dat is natuurlijk niet wat je wil in zo’n situatie. Je wil juist ervoor zorgen dat er een passende maatwerkoplossing voor een jongere komt en niet dat de ouders daarvoor extra mogen betalen omdat het per definitie de waarde van het huis vermeerdert. En het lijkt misschien nog wel nu al een ver van het bed show maar het zou zomaar kunnen zijn dat het straks staand beleid weer wordt en dat we van iedereen nu straks, zeker onder de 18, een ouder- of verzorgingsbijdrage gaan vragen en dat is niet iets wat we willen. We willen maatwerk bieden en we willen mensen ontzorgen. Dus dat is nog een vraag die we aan het college willen stellen of dat daarmee zo bedoeld is? En hoe we ervoor kunnen zorgen dat het dus niet gaat gebeuren op die manier.
In ieder geval niet dat mensen in de problemen komen. Dat was het voor GroenLinks in eerste termijn, dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. U heeft hem gevonden, mevrouw Koper? Ja? Mevrouw Koper: Ja, het gaat om de gemiddelde afhandelingstermijn van de maatwerkvoorziening, waar onze collega het ook over had. Die was 35 dagen en dat is binnen de wettelijke gestelde termijn als je het in gemiddelde kijkt. Ik ben wel heel nieuwsgierig of er ook zaken uit termijnen lopen? Dat we dat wel monitoren want het gemiddelde kan zijn dat we binnen termijn blijven maar dat betekent niet dat elke aanvraag binnen termijn is. Daar hoor ik graag iets over van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Ja, wij hadden één kleine vraag en dat is ook naar aanleiding van een recente rib. Ik weet niet in hoeverre daar nou echt daadwerkelijk ook raakvlakken zijn. Maar in ieder geval wordt er gesteld dat ook in het beleid de handhavingsinstrumenten beter zijn geborgd om zorgfraude te voorkomen. Ja, en recentelijk is een rib gedeeld met ons waarin ook een dergelijke casus aan het licht kwam. We vroegen ons af of zo’n casus ook voorkomen zou kunnen worden met het nieuwe beleid en of dat wel voldoende geborgd is? De voorzitter: Dank u wel. D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, dank u wel, voorzitter. Om het dan kort te houden ben ik in ieder geval blij met het advies van de Adviesraad die wederom hier een uitstekend advies over geeft.
En ook onze vraag eigenlijk met betrekking tot de beslistermijn van zes weken of acht weken. Inderdaad eenzelfde soortgelijke vraag van GroenLinks maar gewoon inderdaad meer van, waar wordt er dan van afgeweken en worden deze mensen dan automatisch, wordt daarvoor automatisch beschikt? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Jong Zandvoort, de heer Driehuizen. De heer Driehuizen: Ja, dank, voorzitter. Ik ga niet te veel details treden, dat hebben de voorgangers al gedaan. Het kan aan mij liggen maar het enige wat ik niet helemaal gelijk kon rijmen toen ik de inleiding las over inderdaad de Adviesraad kreeg ik het gevoel, wat voor advies hebben ze dan gegeven en zijn ze positief hierover? Er staat alleen, het heeft niet tot aanpassingen geleid. En als je de bijlage opent kwamen er best wel wat zorgelijke punten ook uit naar voren. Ik vraag me meer af hoe, waarom is dit dan zo geformuleerd in de inleiding? Want het gaf mij in eerste instantie even een ander beeld en daarom is het goed dat die bijlages er gewoon bij zitten en dat je die kan lezen. En voor de rest heb ik geen op- of aanmerkingen. De voorzitter: Dank u wel. ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel, voorzitter. Een paar dingen. De huidige behandelingstermijn voor aanvragen van maatschappelijke ondersteuning duurt soms meer dan drie maanden.
De Adviesraad heeft gesignaleerd dat dit te lang is voor burgers die op korte termijn ondersteuning nodig hebben. Het is daarom van groot belang om de behandelingstermijn te verkorten. Nou, ons advies is om de Verordening aan te passen zodat zowel dit onderzoek als de ‘…’ binnen zes weken zijn afgerond. De vergrijzing in Zandvoort vraagt om specifieke aandacht voor de behoefte van oudere inwoners. Ik adviseer een uitgebreid zorgpakket te ontwikkelen dat voorziet in toenemende en wisselende zorgbehoefte in de laatste levensjaren. Dit kan bijdragen aan een betere levenskwaliteit en welzijn van onze oudere inwoners. Voor chronisch zieke bewoners zonder vooruitzicht op herstel is het belangrijk om hen niet telkens opnieuw door een indicatieprocedure te laten gaan. Ik stel voor om een meerjarige toezegging uit te breiden zodat deze groep inwoners niet elke twee jaar opnieuw hun recht op ondersteuning hoeft aan te tonen. Nou, er zijn gevallen waarin specifieke
ondersteuning nodig is of waarin aanvragers zelf met creatieve oplossingen komen. De Wmo biedt de mogelijkheid tot het indienen van een eigen plan. Ik raad aan om deze mogelijkheden expliciet in de Verordening op te nemen en ervoor te zorgen dat dergelijke plannen serieus overwogen en gehonoreerd kunnen worden. Dit zijn allemaal verzoeken aan het college en dat even toe te voegen. Om misbruik van de maatschappelijke ondersteuning door aanvragers of leveranciers tegen te gaan is het essentieel om duidelijke regels en terugvorderingsmogelijkheden in de Verordening op te nemen. Dit zorgt voor een eerlijker systeem en draagt bij aan de duurzaamheid van voorzieningen. Graag zien we in een toekomstige variant terug hoe dat vormgegeven wordt. Er zijn signalen dat de kwaliteit van de geleverde zorg door marktpartijen niet altijd adequaat is. ‘…’ dat de gemeente regie houdt op de uitvoering van de Wmo en de kwaliteit van de zorg blijft waarborgen. Dat kan door strengere kwaliteitseisen te stellen aan zorgaanbieders en door regelmatig toezicht en handhaving te organiseren. En misschien zou ook een goed meldpunt zinvol kunnen zijn wat toegankelijk en beschikbaar is voor iedereen in deze context. Nou, verder nog een stukje verslaving.
We zijn natuurlijk bezig met preventie en dergelijke maar we zouden bijvoorbeeld ook benieuwd zijn van, ja, zouden we niet iets kunnen doen op het gebied van verslaving in de Wmo? Dat er bijvoorbeeld een extra zorgtraject wordt aangeboden voor mensen die in de Wmo zitten maar ook te maken hebben met verslaving. Nou, tot slot onderschrijven we het verhaal van mevrouw Koper compleet over een stukje ondersteuning. Ook als dingen onder de wet vallen, echt de landelijke wet. Wij zitten dan te denken, zouden we dat niet kunnen vormgeven in een vorm van een soort ondersteuningsloket of een soort hulplijn of een soort persoon of in ieder geval iemand die mensen daardoorheen kan loodsen, zowel online als offline zeg maar voor iedereen. En verder helemaal eens met de opmerkingen van de heer El Gebaly van GroenLinks over het veranderen naar het vriespunt en de leeftijd naar 27 jaar veranderen. Want dat zijn, nou ja, voor ons ook zorgpunten. Dat was het, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. CDA, de heer Bol. De heer Bol: Ja, dank, voorzitter. Ja, er zijn al een hoop goede vragen gesteld door de vorige sprekers. Ik heb geen aanvullende vragen. De voorzitter: Dank u wel. OPZ, de heer Berg. De heer Berg: Dank u wel, voorzitter. Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig. Er ligt zeker een mooie brief van de Adviesraad en daar heeft het college op gereageerd op 11 juni.
Ik ben benieuwd of daar een gesprek naar aanleiding van is geweest? Want waar mijn vraag genoeg eigenlijk ook in zit. Hun vraag was aanvullende zorg voor oudere bewoners van de gemeente Zandvoort. Dan geven hun het advies om te kijken of we daar een pakket zorgvoorziening te treffen voor de laatste levensjaren. Dan zegt het college eigenlijk, ik zal hem maar even heel kort maken die zin, dat hele ding, maar dat zegt eigenlijk, ja, we leveren eigenlijk geen zorg, dat is niet verantwoording van de gemeente, wij doen alleen ondersteuning leveren. Als ik het goed heb. Onderin bladzijde 2/5 van de collegebrief. Dus ik vraag me af, hoe is daarop gereageerd door de Adviesraad en komen er met … Hoe ziet de portefeuillehouder het, kunnen wij toch nog iets doen voor dit soort doelgroepen waar ... Wat blijft liggen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de eerste termijn van het college, het woord is aan wethouder Bluijs. De heer Bluijs: Ja, er zijn veel vragen gesteld over wat er door de Adviesraad is gevraagd en de antwoorden daarop. Dat loopt ook een beetje als een rode draad bij een heleboel erdoorheen. Ik begin met de heer Berg en dat gaat over die vraag over dat antwoord over die zorg en dat erbuiten valt. Nou ja, de zorg doen we
inderdaad met andere partijen. Daar hebben we bijvoorbeeld onze sociale basis voor om daar zaken te regelen en te ondernemen. En er wordt dus ook wel gezegd, en we zijn met een aantal aanvullende activiteiten bezig. En dan komt ook de vraag van mevrouw Koper over de hospice. Inderdaad, er komt eerdaags een hele mooie, denk ik een hele mooie rib aan. Want we zijn bezig met een tweede locatie waar wij dus ook input aan hebben geleverd. Daar wordt ook gekeken naar logiezorg nog dus daar zijn we heel ver mee. Dat is dan ook een beetje antwoord op de vraag, ja, wij doen daar dus van alles aan op dat gebied. Maar dat doen we ook met onze welzijnsinstellingen, dat doen wij ook zelfs met de woningbouwverening. En dan kom ik op het wonen, welzijn, zorgconcept waar we mee bezig zijn, daar gaat vooral dat soort zaken over. En die vallen dan inderdaad niet allemaal in de Verordening maar zijn wel aanpalend aan het beleid om ouderen te ondersteunen. Volgens mij de vragen van Zee, ja, volgens mij is daar allemaal antwoord op gegeven dus ik heb niet helemaal scherp van wat ik daar nog meer over kan zeggen over een heleboel van die zaken. Want er wordt gewoon gezegd van, er zijn zaken die zo zijn zoals ze zijn. De wet is de wet, daar vervullen we naar. De vraag over van, maak dat nog eens duidelijk, en ook mevrouw Koper vroeg er bijvoorbeeld naar.
Daar zijn we mee bezig want ik bestudeer dit ook zelf en dan vind ik het ook allemaal … En er liepen toevallig wat detailvragen liepen er en dan ga ik eens zo’n Verordening erop naslaan. Dan denk ik, nou ja, dat is best wel ingewikkeld. Dus ik heb nooit gezegd, kunnen wij niet eens een wat leesbaardere versie maken of meer een publieksversie. Nou, daar zijn we echt serieus naar aan het kijken samen met de gemeente Haarlem of we tot zoiets kunnen komen want het is inderdaad dat het nog meer duidelijk moet. En dan kan je ook kijken van wat er dan via de wet geregeld wordt, dat je dan een totaalpakket hebt. Dus het heeft onze aandacht. Ik zal eens kijken hoelang dat gaat duren maar het is best wel ingewikkeld want de regeling is echt veelomvattend. Maar we gaan daar verder mee aan de gang dus die notitie die neem ik zeker mee. De zorgfraude die u aangeeft, ja, die controle erop. Ja, daar doen wij controle op, de accountant kijkt ernaar. We moeten ook vooral kijken naar, wat presteert men? Daar moeten we ook een verslag voor afleggen ook in het accountsrapport, daar kijkt de accountant ook naar. En doordat je met name dat soort controles op kwaliteit enzovoort doet, heb je dat ook beter in het zicht dus dat is wat we doen.
En er wordt natuurlijk ook naar gekeken of er inderdaad zorgfraude is want als je gaat controleren op kwantiteit en kwaliteit kom je soms wel eens dingen tegen dat je denkt, hé, hoe zit dat nou? En dan kom je vanzelf in gesprek misschien met zo’n zorgaanbieder, wat is hier aan de hand, waarom is dat op deze manier geregeld? En dan gaan we er ook van uit dat we preventief werken aan het voorkomen van fraude. De vraag van de heer El Gebaly, o, die heb ik niet helemaal scherp hoor over de waarde van dat huis. Ja, ik vind dat wel, ik vind het een beetje ver gezocht alsof die waarde van het huis dan toeneemt als gevolg van dat soort dingen. Ik kan daar niks mee ten aanzien van die Verordening om daar iets anders aan te doen. Ten aanzien van daklozen en dat dat nu opgenomen is in de Verordening, dat heeft natuurlijk te maken met onze nieuwe taken die wij krijgen vanuit beschermd wonen en opvang en herstel. Dus die zijn nu opgenomen en we zullen inderdaad moeten kijken of de wijze waarop we dat nu hebben verwoord, hoe we daar invulling aan moeten geven. En wij hebben ook de opdracht om daar zelf als gemeente dus meer aan te gaan ontwikkelen. Daar gaan we ook mee bezig, dat is die overgang van beschermd wonen van een centrumgemeente naar de lokale. Het is nu opgeschreven maar we hebben nog wel wat zaken te doen.
En van 23 naar 27 jaar, ja, ik kan daar geen toezeggingen over doen en ook niet zomaar in deze Verordening veranderen. Maar het is wel dan een aandachtspunt dat we misschien een keer als we verder zijn met het invulling geven van het wonen en herstel en rond de daklozen en ook andere gevallen die er zijn, dan kunnen we dat wel meenemen en eens kijken van hoe we daar dan op termijn invulling aan kunnen geven. En ook de discussie over de temperatuur, daar moet je het dan ook maar eens over hebben. Het meeste gebeurt nu nog steeds in de centrumgemeente maar het komt naar ons toe dus we zullen ons beleid daarop moeten aanpassen. En volgens mij is dan het moment om eens te kijken wat je in de Verordening daar bij de volgende wijziging dat je dat soort dingen dan daarin meeneemt, dat zou mijn advies zijn. Dan gevraagd over, ja, die zes weken, de wettelijke termijn en daarbinnen blijven en het gemiddelde. Wij monitoren zeker als de zaken uit
de hand lopen. We doen het klanttevredenheidsonderzoek, dat komt eraan. En dat komt volgens mij komende in het college, dat krijgt u ook weer. Maar daar wordt nadrukkelijk, wij zijn niet tevreden over wat we daarmee kunnen. Dus er komt, we gaan opnieuw kijken hoe we het klanttevredenheidsonderzoek kunnen inrichten en dus de vragen stellen. Want het is nu vrij algemeen en je moet juist ook kijken niet naar casus maar wel naar bepaalde ontwikkelingen, bepaalde producten die je levert. En dan moet je soms naar een kwalitatief onderzoek, soms een kwantitatief. Nou, daar zijn allerlei ideeën over om dat te verbeteren en dan krijgen we dus ook beter en meer informatie. En juist met die informatie en de resultaten kunnen we ook beter de sturing geven op bijvoorbeeld de tijden, hoe we dat verder beter kunnen inrichten. Maar vooralsnog houden we ons daaraan. En ja, als we het korter willen, dan zullen we er meer capaciteit op moeten gaan zetten om de doorlooptijden te verkorten. Maar wat wel gaat helpen is natuurlijk wel zorgen dat je de bewoners nog beter informeert waar ze wel en geen recht op hebben want dat helpt ook heel vaak met het oplossen van de vragen. Want vaak is men onwetend waar men wel en niet kan op rekenen en daar anticipeert men dan ook wel zelf op.
Als men weet, dit is een voorliggende voorziening, dan kan ik zelf handelen, dit is maatwerk, dan moet ik bij de gemeente zijn. Dus dat proces moet nog steeds beter. Het onderzoek, het klanttevredenheidsonderzoek geeft, dat kan ik u wel melden, geen verslechtering op dit moment aan. Maar we willen naar nog een beter niveau en ook dat het efficiënter, sneller en minder bureaucratisch is. Dus daar zijn we ook volop mee bezig. Dan, nou, ja, ik zal best nog wel wat vergeten zijn maar bij deze mijn eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond. Is er behoefte aan een tweede termijn? Partij van de Arbeid, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, dank u wel. Wethouder, bedankt voor de beantwoording. Ik zie de moeite die gedaan wordt om dat te verbeteren. Ik ben natuurlijk ongelooflijk nieuwsgierig naar de rib. Ik neem aan dat dat dan voor het reces nog komt? De heer Bluijs: Dat weet ik niet. Mevrouw Koper: O, dat is wel heel erg jammer. Als het gaat om de leesbaarheid van de Verordening, dan ben ik erg blij dat u daar actie aan gaat ondernemen. U weet het volgens mij vraag ik het gewoon elke keer en op een gegeven moment gebeurt er dan toch iets. Dit keer, dit jaar ging het er ook om dat u besloten heeft om de wettelijke zaken eruit te halen uit die Verordening omdat het niet nodig is want dat is bij wet geregeld. Ik vind het toch wel belangrijk om dat apart te benadrukken.
Ik ken ook van andere gemeenten voorbeelden waarin met hele leuke filmpjes duidelijk gemaakt wordt waar ze naartoe moeten, wanneer dat maatwerk is en wanneer dat anders is. En ook dat er hulp bestaat bij het woud van de regelgeving want dat is er ook. Dat is ook nodig omdat we het ingewikkeld hebben gemaakt maar dat is denk ik ook handig om dat erin op te nemen. Over dat meten en die klantentevredenheid, het lijkt mij heel goed als daar zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek naar. Dank u wel. De voorzitter: GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording van de wethouder. Ik sluit me bij het laatste punt aan bij mijn collega van de Partij van de Arbeid, mevrouw Koper betreft kwaliteit en kwantiteit, zo, het kwam er niet lekker uit, van cliëntenervaringsonderzoek. Ik denk dat dat alleen maar een pré is dat we wat meer op hoofdlijnen wel gestuurd daarnaartoe gaan kijken. Toch wil ik nog éénmaal het punt maken betreffende de eigen bijdrage waarbij er gesproken wordt over de woningingrepen. Want waar ik voor wil wijken, en ik snap dat het nu te gedetailleerd misschien is voor dit moment, is dat we straks gaan zien dat
mensen bijvoorbeeld niet iets laten veranderen aan het huis omdat de gemeente zegt, nee, dit is waardeverhogend dus een eigen bijdrage. Terwijl je uit het oogpunt van zorg zou zeggen, we willen juist wel dat deze ingreep in deze woning gebeurt om te zorgen dat degene voor wie die ingreep bedoeld is daarmee dus gewoon, ja, dat nodig heeft. Dat is een beetje de insteek die wij willen voorkomen. We willen voorkomen dat we dit nu weer vangen hierin. En dat we uiteindelijk dus straks met een probleem zitten dat mensen dus bijvoorbeeld zorgen ermee dat juist iets niet laten veranderen aan hun huis vanwege die eigen bijdrage die erbij komen voor de ouders en de verzorgers van deze kinderen. Dus dat wilden we nog even verduidelijken. Voor de rest nogmaals dank voor de beantwoording. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk verder rond. VVD, niet? ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, voorzitter, heel kort. We hebben gehoord wat de wethouder zei en daarvan wilde ik alleen maar zeggen dat we in ieder geval hopen dat de ‘systemen’ die we delen op één of andere manier, desbetreft met een omweg, geïmplementeerd kunnen worden. We hebben ook de antwoorden en de beperkingen gezien dus daar zijn we ons van bewust maar we vonden het toch belangrijk om nog even te herhalen. Maar in ieder geval dank voor de antwoorden. De voorzitter: Ja, dank u wel. PVV, niet. OPZ, de heer Berg.
De heer Berg: Ja, dank u wel. Er is één vraag blijven liggen. Ik had gevraagd nadat u de brief hebt gestuurd, college, of u toch nog in gesprek bent gegaan met de Adviesraad? Ik bedoelde het eigenlijk, want ik hoor u zeggen, we zijn met aanvullende regels bezig wat buiten het beleid valt en wat we toch ondersteunen. En wie weet zijn er dan toch een paar punten wat de Adviesraad bedoelt wat u dan toch kunt meenemen in uw extra regels. Voor de rest wil ik u echt een compliment geven want u zegt efficiënt en minder bureaucratisch. Dan wil ik toch wel deze portefeuillehouder een compliment geven. Ik werd gisteren aangesproken door iemand van 78, die had voor zijn hulpbehoevende in huis had die een probleem en kwam die er niet telefonisch uit. En dan is de portefeuillehouder zo efficiënt en niet bureaucratisch dat die zelf de telefoon heeft gepakt om die mensen op te bellen en daar wil ik een groot compliment voor geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de tweede termijn van het college, wethouder Bluijs. De heer Bluijs: Bedankt voor het compliment, mijnheer Berg. Ja, de Adviesraad, daar heb ik, hebben wij periodiek overleg mee dus ik zal dit punt agenderen. Dat ik een soort van resumé maak van, nee, maar er zijn nog wat open punten en dan ga ik gewoon met ze in gesprek erover.
Dus ik neem dat mee bij het volgende periodiek overleg dit punt om dat verder te bespreken. Ja? De voorzitter: Dank u wel. Gelet op de discussie, mag dit punt als hamerstuk door naar de gemeenteraad? Ik zie geknik, dank u wel. 12. Zienswijze ontwerp-begroting Spaarne Werkt 2025 De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij agendapunt 12, de zienswijze ontwerpbegroting Spaarne Werkt 2025. U wordt voorgesteld om als zienswijze naar voren te brengen bij het bestuur van Spaarne Werkt dat de raad geen wensen of bedenkingen heeft bij de ontwerpbegroting van Spaarne Werkt. We gaan naar de eerste termijn van de commissie. PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Geen wensen of bedenkingen.
De voorzitter: Dank u wel. ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Geen opmerkingen. De voorzitter: OPZ, de heer Berg. De heer Berg: Voor ons is het een hamerstuk. De voorzitter: VVD, de heer Drommel of Lemmens. Drommel. De heer Drommel: Ja, ik neem aan dat wij geen bedenking hebben? Nee. De voorzitter: Jong Zandvoort, de heer Driehuizen. De heer Driehuizen: Ook geen bedenkingen. Hamerstuk. De voorzitter: GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Niet zozeer wensen en bedenkingen, we willen wel een zorg uiten die ons ook naar voren kwam deze week nog bij een filmpje van NOS op 3 waaruit blijkt dat juist de Participatiewet die hier wel aan gelinkt is, dat dat zorgt bij jongeren, bij kwetsbare jongeren met een beperking dat zij niet ook uit die wet groeien zeg maar en niet voor henzelf verder kunnen komen. Dat ze eigenlijk een beetje gevangen blijven binnen het net van de Participatiewet en dat is niet de bedoeling van de Participatiewet geweest. En ik was benieuwd of de wethouder, mag die ook schriftelijk doen, ook in Zandvoort signalen ontvangt dat jongeren met een beperking door juist de Participatiewet in de knel komen en zijn. Dus wij zijn benieuwd of daar de wethouder een rib of in ieder geval iets over kan communiceren met ons of hij daar iets van weet? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Partij van de Arbeid, mevrouw Koper.
Mevrouw Koper: Op zich de zienswijze geen opmerkingen over maar ik deel wel de zorgen van collega, überhaupt de zorg of we iedereen wel bereiken en of er geen doelgroepen of mensen buiten de boot vallen. En ik heb vooral de signalen van net even de iets oudere jongere die dan net even niet beperkt genoeg is om helemaal, ik zeg het misschien een beetje krom maar ik hoop dat u begrijpt wat ik daarmee bedoel, die daardoor in de wirwar van regelgeving verdwaalt. En waar misschien wel zorg voor is of misschien wel binnen Spaarne Werkt valt maar daar komt die niet terecht. En ik maak me daar zorgen over en ik heb het beeld dat dat groeiende is. Ik hoop dat de wethouder daar iets over kan zeggen. De voorzitter: Dank u wel. D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, voorzitter, dank u wel dat u het zegt. Nou, voorgaande insprekers, Participatiewet is inderdaad niet zo bedoeld. Het is eigenlijk meer de interpretatie van gemeenten waardoor die niet goed uit de voeten komt dus deel de zorg. Maar ik ga ervan uit dat het in Zandvoort anders geregeld is overigens, de wethouder kennende. Voor ons hamerstuk. Wel gewoon benieuwd of de wethouder misschien ons licht kan schijnen, en dat kan ook op een ander moment, over de toekomst van Spaarne Werkt. En hoe hij allicht, hoe de wethouder allicht zeg maar de toekomst van Spaarne Werkt ook ziet inclusief vastgoed, et cetera. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. CDA, de heer Bol.
De heer Bol: Ja, dank, voorzitter. Ja, er zijn een hoop ontwikkelingen gaande bij Spaarne Werkt en die moeten er uiteindelijk voor zorgen dat er een toekomstbestendig en duurzaam participatiebedrijf overblijft. Wat mij betreft ook complimenten voor de stappen die genomen zijn. Wij hebben op dit moment geen wensen of bedenkingen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Bluijs. De heer Bluijs: Dank u wel. Ja, nee, er speelt heel veel bij Spaarne Werkt en dat hebben we ook dacht ik goed proberen te beschrijven in het voorstel want dan ziet u waar we allemaal mee bezig zijn. De Participatiewet, ja, en daar uitvoering aan geven en steeds maar met die veranderingen geconfronteerd worden, ja, dat is wel een uitdaging. Maar we zijn echt heel goed in overleg met de directie en met de portefeuillehouders van de vier gemeentes. We zijn al de eerste stappen om het toekomstbestendig te maken, de keuzes die we hebben gemaakt. Want uiteindelijk is het wel de bedoeling dat er meer mensen uiteindelijk gewoon naar een baan, een gewone baan gaan. Maar wij zetten wel in op een stevige organisatie die er is om alsnog de bestaande groep. En het is net zoals bijna wat er gebeurt met de zorg van, de bestaande groep bouwen we af, we nemen nog een zwaardere groep houden we bij ons en de rest moeten we zien op een andere manier te regelen. Dat is een beetje de tendens van deze maatschappij.
Ik zet er wel eens vraagtekens bij dus daarom hebben we voor een soort van tussenoplossing gekozen dat we toch een stevig bedrijf willen laten staan. Waar we met name ook de groep waar we het net over, bijvoorbeeld de kwetsbare jongeren, nog beter kunnen helpen en ondersteunen en daar zetten we op in. Maar dat doen we dus niet alleen maar met Spaarne Werkt want daar hebben we ook andere partijen voor nodig en vooral eigenlijk begint het in het veld. Dus bijvoorbeeld onze aanpak met Samen Zandvoort waar wij dat in de wijk al kijken naar van, waar zijn de problemen en hoe lossen we ze op? Daar die samenwerking tussen die ketenpartners, die zijn we aan het, die zijn we echt aan het versterken. Maar ook met de UWV ook want daar, er komen op allerlei verschillende plekken komen deze kwetsbare mensen naar voren. Wij moeten zorgen dat we dat bundelen die krachten en zorgen dat ze de juiste trajecten krijgen. Nou, daar kan Spaarne Werkt ook in een nieuwe situatie een belangrijke rol blijven spelen. Dus dat toekomstperspectief is daar duidelijk in maar we zullen wel zaken moeten aanpassen. Vandaar dat we nog volgens mij al in september met een transitieplan komen om daar verder invulling aan te geven. Maar de mens, de personen waar we het voor doen, die staan nog steeds voorop in dat hele beleid wat er is. En gelukkig zien ze dat in Den Haag, tot nu toe hebben ze dat ook gezien.
In de Voorjaarsnota zijn er ook extra middelen ter beschikking gekomen. Er komen ook extra middelen ter beschikking om dat vernieuwende door te voeren. Dus we hebben toch wel alle hoop dat dat goed gaat aflopen maar wij houden u op de hoogte. Op het moment dat bijvoorbeeld het transitieplan er is zullen we dat natuurlijk ook met u gaan delen. Dus waarschijnlijk zult u wel tussendoor nog verder geïnformeerd worden over de verdere ontwikkelingen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Mag ik daarmee concluderen dat dit stuk als hamerstuk door mag? Dank u wel. Daarmee sluiten we agendapunt 12. 13. Noodvoorziening en scenariokeuze Duurzaam Herstelplan Kenter Jeugdhulp De voorzitter: En dan gaan we over naar agendapunt 13. De heer Bluijs: Dismissed? De voorzitter: U bent dismissed. Wethouder Carree, welkom. Wij gaan het hebben over de noodvoorziening en scenariokeuze Duurzaam Herstelplan Kenter Jeugdhulp. U wordt voorgesteld om voor 2024 en 2025 in totaal 150.000 euro beschikbaar te stellen ten bate van de noodvoorziening Kenter Jeugdhulp en dit te
verwerken in de Najaarsnota. Zoals gezegd, wethouder Carree is hierbij aangeschoven. Er hebben zich geen insprekers gemeld. Aan de voorkant wil ik u aangeven dat u heeft gezien dat er op bijlage 1 met de scenario's dat daar geheimhouding op rust. Indien u de inhoud hiervan wil bespreken zullen wij in de beslotenheid moeten gaan maar vooralsnog gaan wij vergaderen in de openbaarheid. Dus op het moment dat de stukken die zeg maar zonder slotje te zien zijn, daar kunt u het over hebben. U kunt het ook hebben over scenario 1 maar de inhoud daarvan, daarvan kunnen we het niet over hebben. Er hebben zich geen insprekers gemeld dus ik ga naar de commissie. CDA, de heer Bol, aan u het woord. We gaan even door want hij heeft zichzelf uitgelogd. D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik wou dat ik het kort kon laten maar dat kan helaas niet want we hebben natuurlijk onze zorgen al eerder uitgesproken over Kenter Jeugdhulp en de financiële situatie die zich elke keer voordoet. En de vraag is ook een beetje, en dat maakt het ook heel erg lastig omdat ik niet vind, anders zou het weer om geld gaan en daar, dat vind ik ook, is in dit geval niet van belang. Behalve dan het gevoel dat we in ieder geval vanuit D66 hebben dat het een beetje een bodemloze put aan het worden is.
En de keerzijde hiervan is dat we wel gewoon zorg moeten leveren en jeugdzorg moeten leveren, in dit geval ook voor een aantal van onze Zandvoortse burgers. Maar de vraag is een beetje, en dat is ook de vraag die ik aan de commissie stel van, hoe lang gaan we hiermee door? En gezien de hoeveelheden geld die we natuurlijk in het verleden en een aantal plannen die we ook hebben goedgekeurd de afgelopen jaren vraag ik me sterk af of we niet gewoon met de gemeentes om ons heen Kenter gewoon over moeten nemen en zelf moeten gaan saneren of anders zouden moeten inrichten. Of desnoods zelfs even out of the box denkend onder de Veiligheidsregio Kennemerland gaan plaatsen om daar dan maar de klappen op te vangen zeg maar die financieel hier ontstaan. Want enerzijds zitten we natuurlijk in het feit financieel gezien, hoelang gaat dit door en hoelang blijven we deze instelling zeg maar financieren met het idee dat het er eigenlijk niet heel veel beter op wordt? En anderzijds, hoe blijven we zorg bieden en zorgen dat instellingen als deze ook niet omvallen omdat er al wachtlijsten zijn. Naar ik in ieder geval ook had vernomen van mijn collega aan de linkerzijde is scenario 1 ook eentje waar de wachtlijsten mogelijk kunnen oplopen, vraag ik me af of dat een wijs besluit is. Maar dat laat ik even over aan de wethouder in dit ogenblik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. CDA, de heer Bol.
De heer Bol: Ja, dank, voorzitter. Ja, ik sluit mij grotendeels aan bij de heer Hermsen van D66 want wat is het een rommel bij Kenter. Voor de tweede keer moeten wij als betrokken gemeentes financieel extra bijdragen. Ik vind het dan eigenlijk wel stuitend om te zien dat het Kenter nog steeds niet lukt om in control te komen. Daarom, en dat sluit eigenlijk ook wel een beetje aan op de vraag van de heer Hermsen, want hoe lang moeten we hier nou nog mee doorgaan? Daarom vind ik het wel goed om te lezen dat er wordt gewerkt aan het verkleinen van de afhankelijkheid van Kenter. Want afhankelijk zijn van Kenter in deze vorm lijkt mij absoluut niet verstandig. Voor de continuïteit en belang voor de kinderen die jeugdhulp ontvangen gaan wij wel akkoord met deze noodvoorziening maar we zijn er niet blij mee. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij gaan ook akkoord met het voorgestelde scenario. Dat heeft er ook mee te maken dat een onafhankelijke partij de plannen heeft getoetst. En wij op dit moment ook denken dat, ja, een alternatief scenario waarin je bij wijze van spreken de hele organisatie ontmantelt op dit moment veel duurder kost. Maar zoals collega’s ook al opmerken, het moet geen bodemloze put gaan worden.
De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter, wij delen de zorgen die zowel de heer Bol als de heer Hermsen ook duidelijk hebben gemaakt. Wij hebben het gevoel dat het inderdaad langzaam een bodemloze put wordt. En dat is pijnlijk omdat het hier ook gaat om het bieden van hulp aan jeugdigen, aan jongeren en dus moet het geen bodemloze put worden. En dan ontstaat met scenario 1 ook de angst voor de wachtlijsten nog eens een keertje en dat is iets wat we echt ten alle tijden willen voorkomen. Want we zien gewoon, en ik zie ook in mijn dagelijkse beroep, dat die wachtlijsten enorm zijn. Er worden jongeren eigenlijk de wacht aangezegd voor negen maanden. Ze mogen dan wel een intake doen maar de echte hulp komt pas zes maanden later. En die termijnen nog langer oprekken zorgt ook gewoon voor heel veel problematiek die steeds fundamenteler wordt bij de jongeren zelf. Terwijl je juist bij deze doelgroep aan het begin wil zitten en juist aan het begin wil zorgen en sturen op een oplossing op zo snel mogelijk behandelen zodat de jongeren er uiteindelijk uitkomen. En daarom voel ik wel echt ook wel wat voor het plan dat de heer Hermsen hier ook oppert om wellicht gewoon Kenter dan maar over te nemen en zelf het stuur in handen te nemen als gemeentes.
Want ik heb, ja, ook weer door dit wat er nu naar buiten komt niet het vertrouwen in deze organisatie dat het op korte termijn goed gaat komen. Ik ben er een beetje bang voor dat wij hier over een x-aantal maanden of een jaar weer zitten met, ja, het gaat weer niet lukken, we hebben weer geld nodig. Lost het probleem voor de jongeren niet op, het maakt het eigenlijk alleen nog maar erger, en het lost het probleem voor ons als gemeente ook niet op. Ik denk dat dan we kunnen concluderen naar een aantal keren dat dit nu al is voorgevallen dat wij dan maar als gemeente zelf de regie moeten nemen. Om zo snel mogelijk aan het stuur te zitten en bij te sturen waar mogelijk want anders voorzie ik eigenlijk voor de toekomst zeker op dit punt nog veel grotere problemen. Dus ik ben heel erg benieuwd naar de antwoorden van de wethouder betreffende dus mogelijk de vragen of de mogelijkheden die D66 net opperde samen met de heer Bol van het CDA. Want ja, anders moet ik u wel meedelen dat het voor GroenLinks nog niet een uitgemaakte zaak is of wij dit raadsstuk op dit moment zo willen steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Jong Zandvoort, de heer Driehuizen. De heer Driehuizen: Ja, dank, voorzitter. Ja, ik ga het kort houden, er is al veel gezegd door mijn voorgangers. Terechte punten van de heer Hermsen dus ik ben benieuwd naar de beantwoording daarvan. De voorzitter: Dank u wel.
Partij van de Arbeid, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, dank u wel, voorzitter. Grote zorgen dat er weer geld bij moet bij Kenter. Nou, dat hebben we natuurlijk allemaal. Maar de grootste zorg is, doen we wel genoeg om de kinderen te helpen die die zorg nodig hebben? En daar gaat het wat dat betreft om. Je kunt ernaar kijken als, het is een bodemloze put en we storten geld bij. Maar je kunt ook ernaar kijken met, maar de vraag is of ik dat hier kan bespreken, als ik de situatie lees en alle stukken heb gelezen dan zie ik eigenlijk een organisatie die vooral struikelt over het feit dat ze keihard op de werkvloer bezig zijn om wachtlijsten weg te werken wat niet lukt. En dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden, hele scherpe keuzes. Het liefst zou ik hier de discussie met het college willen voeren over waarom welk scenario? Maar dat voert misschien te ver. Dat voert in ieder geval te ver voor de openbare discussie. Maar wat ik wel zie is dat er een plan ligt en dat de Jeugdautoriteit daar goed naar gekeken is en dat voor dat plan nodig is dat er scherpe keuzes gemaakt moeten worden. En daar geloof ik wel in want ik denk dat uiteindelijk gaat de lijn pas werken als je van vroege hulp tot eigenlijk het voorkomen van uithuisplaatsing van een kind bezig bent want dat is wat je moet voorkomen.
En dan moet je versterken van het voorveld doen, wat wij hier doen, preventie en de sociale structuur versterken. Op de lange duur voorkomt het niet dat kinderen in de problemen raken maar wel dat die tijdig geholpen worden. En dan moet
er een breed pakket ingezet worden om uithuisplaatsing te voorkomen en te verkorten. Nou, volgens mij is dat het doel wat we met elkaar hebben. Maar dan moet je daarnaast, en dat is inherent aan dat werken in de zorg, je moet wel bestuurders en managers hebben die daar echt voor gaan. Dat geldt daar op de werkvloer en daar voorziet het plan in, maar ook richting de bestuurders van ons college en andere colleges naar de gecombineerde vergadering. Er moet wel doorgepakt worden want er zijn twee dingen, er moet goede zorg geleverd worden maar het moet financieel natuurlijk wel allemaal goed georganiseerd worden. Als u mij dan vraagt, zou het beter worden als wij dat gaan overnemen? Nou, ik dacht het niet. Ik weet wel zeker van niet want meer bureaucratie gaat hier niet helpen. Ik zie wat dat betreft dat niet als de oplossing. Hoe lang moeten we ermee doorgaan? Nou, ik vind wel dat een plan, een goed plan wat er ligt en Jeugdautoriteit zegt hele heldere zaken waar ze de eisen aan stellen. Dat moeten we met elkaar strak monitoren. Maar vooral, wat gebeurt er nu in dit plan met de kinderen die straks niet meer worden opgevangen met Kenter, waar komen die terecht? En hoe zorgen we nou met elkaar dat die wachtlijsten korter worden? Ik hoor graag de reflectie van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel, voorzitter.
Nou, een mooie inbreng van de heer El Gebaly en mevrouw Koper op dit onderwerp. Eens ook met wat er wordt gezegd, we moeten natuurlijk gewoon zorgen dat die wachtlijsten korter worden en daar is ook volgens mij heel veel al over gezegd. Wel vind ik ook belangrijk ook hier weer in dat er ook toch een stukje nadruk moet liggen op de kwaliteit van de zorg die wordt geleverd. Want er zijn natuurlijk meermaals in de afgelopen jaren rapporten naar buiten gekomen over de jeugdzorg in het algeheel en dingen die mis zijn gegaan. En daar zijn ook wel verhalen naar buiten gekomen bijvoorbeeld de JCK waar Kenter mee te maken heeft, waar bijvoorbeeld mensen gewoon zijn begonnen aan de drugs omdat mensen die daar dan opgevangen werden even wat aangeboden werd om even een voorbeeld te geven. Nou, en dat zijn van die dingen waarvan ik zeg, als wij, we willen de wachtlijsten korter maken, dat klopt. Maar volgens mij moeten we er ook op blijven toezien dat wij als gemeente zorgen dat de kwaliteit waar we eigenlijk aan bijdragen die daar geleverd wordt op orde is. Dus dat zou ik de wethouder, en ik vertrouw hem erop dat die dat doet maar ik wil het hem toch opnieuw meegeven, blijf erop aandringen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. OPZ, de heer Berg. De heer Berg: Dank u wel, voorzitter.
In het stuk hebben we kunnen lezen dat we sinds 2019 een hersteltraject is ingezet en dat we de eerste keer al in 2020 een financiële bijdrage hebben moeten doen om het te ondersteunen. En nu komt er weer een hele grote financiële vraag op. En toen wij dit lazen toen vroegen we ons af, moet het bestuur en raad van toezicht, kan die nog wel blijven zitten als er financieel zo’n wanbeleid is? We hebben in het Haarlems Dagblad kunnen lezen 12 juni dat er per 1 september een nieuwe bestuurder komt, mevrouw Van den Akker, directeur bij de GGZ Noord-Holland-Noord vandaan. Dus we zijn blij dat daar een andere persoon komt te zitten. En we vragen alleen af hoe de portefeuillehouder kijkt tegen de raad van toezicht en hun rol hierin? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Je kan problemen niet oplossen door er steeds meer geld tegenaan te gooien. De kern van het probleem dient te worden aangepakt. Die kern is het gedrag van zorgaanbieders en het management aldaar. Van de vier manieren waarop je geld kan uitgeven is geld uitgeven van een ander voor een ander degene die de laagste prikkel tot zuinigheid kent. De Nobelprijswinnaar Milton
Friedman maakte daar in 1980 reeds melding van. Veel geld gaat naar bureaucratie in de vorm van de administratieve verplichtingen in plaats van de zorg waar het om zou moeten gaan. Ook gaat te veel geld naar de aanbieders en managers, in tegenstelling met de mensen die het echte werk mogen opknappen. Wij willen meer geld anders dreigt de zorg te stoppen, is in feite gewoon een vorm van chantage. Als raad en college hebben we duidelijk te weinig grip op hetgeen zich daar afspeelt maar we mogen wel de rekening betalen. Die rekening komt uiteindelijk bij onze inwoners terecht. Heldere en harde afspraken en reorganisatie, meer efficiëntie zijn nodig in plaats van, geef maar uit, wij betalen wel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over naar de eerste termijn van het college, het woord is aan wethouder Carree. De heer Carree: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb een aantal opmerkingen gehoord over hoe lang gaan we hiermee door en moeten we niet stoppen met Kenter? Ik kan u vertellen, dat waren ook de primaire reacties die ik als portefeuillehouder had toen ik dit vraagstuk en dit dossier onder ogen kreeg. We hebben in 2020 een financiële injectie gegeven en hoe kan het nou dat het wederom niet goed gaat? Wederom een financiële injectie. En nogmaals, mijn primaire reactie naar mijn collega’s was, trek de stekker maar uit Kenter.
Maar daar ligt nu een ander stuk en ik ben toch tot andere inzichten gekomen. Ik ga een klein stukje algemeen inleiding doen en dan kom ik vanzelf op de beantwoording van de vragen. Maar Kenter is een van de grootste jeugdzorgorganisaties in onze regio die hoogcomplexe en brede zorg biedt voor een kwetsbare doelgroep. Van de zestig systeeminstellingen in Nederland zitten er achttien in zwaar financieel weer dus de financiële problematiek van Kenter staat niet op zichzelf. We zitten gewoon in een systeem sinds 2015 waar wij naar mijn persoonlijke mening slachtoffer van zijn. Voor Kenter is de Jeugdzorgregio Zuid Kennemerland, waar Zandvoort een onderdeel van uitmaakt, de accounthoudende regio en zo is heel Nederland in regio's verdeeld. Ter voorbereiding ben ik ook even in de archieven gedoken en bij een aantal van u zal het collectief geheugen waarschijnlijk beter zijn op dit punt dan die van mij. Want we spreken over 2020 waar een ander college zat en een andere wethouder. Maar er is toen gesproken over, Kenter heeft in 2020 4 miljoen euro gevraagd en uiteindelijk is het teruggebracht naar 2 miljoen en uiteindelijk naar 1,6 miljoen. Ook uw raad heeft daar, heb ik teruggekeken, kritische vragen over gesteld. Na de vaststelling in alle raden heeft Kenter zelfs nog per brief gereageerd dat met die 1,6 miljoen alleen het toenmalige verlies van 2019 de lading kon dekken.
Achteraf concluderend, ja, kan worden gesteld dat Kenter niet kon omturnen naar een financieel en duurzaam herstel van een gezonde organisatie. En dan leeft er bij mij de vraag, ja, is achteraf dan de verkeerde keus gemaakt door ons en de andere gemeentes? Ja, het is voor mij vanachter een koe in de kont kijken. Waar ik door overtuigd ben is dat er nu een huidig plan ligt die volgens de Jeugdautoriteit wel een route is tot een structureel herstel. Dus niet alleen het dekken van de verliezen wat in 2020 gebeurd is maar dat we nu ook kunnen bouwen naar een ander Kenter, want dat is wel een voorwaarde die ik ook gesteld heb. U heeft ook kunnen lezen, er is een landelijk draaiboek continuïteit jeugdhulp en Kenter zit dan in trede 3. Dat betekent eigenlijk primair dat Kenter zelf aan zet is en dat wij heel erg sturend zijn. Dat betekent, dit herstelplan is opgesteld door Kenter maar waar ik blij mee ben, en ook een van de voorwaardes was, is dat het onafhankelijk getoetst is. Galan, het is niet slager keurt zijn eigen vlees, maar Galan heeft meegekeken met dit plan. Een van de belangrijkste conclusies is dat Kenter terug moet gaan naar de corebusiness. Kenter is een, wat ik net al in het begin, een brede organisatie die hoogcomplexe jeugdzorg, ze doen van alles. Ik zeg het maar even, het is een supermarkt waar je van brood tot slager alles kan halen.
En laten we nou zorgen dat Kenter zich gaat focussen en gaat zorgen op de hoogcomplexe zorg voor specifieke doelgroepen. Ook ben ik toch wel tot de conclusie gekomen, en is misschien wel een harde conclusie, dat de financiële injectie van vier jaar geleden geen wijziging in de bedrijfsvoering teweeg heeft gebracht, alleen maar het dekken van het tekort uit 2019. U kan zich voorstellen dat wij de laatste periode zeer lastige gesprekken met Kenter hebben gevoerd.
Ook met mijn collega jeugdwethouders in de regio moet ik zeggen want ook daar zitten we af en toe niet helemaal op één lijn. Maar dat heeft wel teweeggebracht dat Kenter heeft besloten om in eerste instantie een ad-interim directeur aan te stellen. De vorige directeur die is weg. Ik zat even te bedenken hoe ik het politiek correct kon brengen. En zoals OPZ ook zegt, vanaf 1 september er naar mijn mening een degelijke en zwaargewicht directrice is aangenomen. Ook de raad van toezicht is vernieuwd. Er zit een nieuwe raad van toezicht met naar mijn mening mensen met expertise. De huidige voorzitter die er nog zit is nog wel van het verleden maar ook die gaat in de loop van dit jaar haar stokje overdragen. Dus met deze verbeteringen, het afslanken van Kenter, het focus aanbrengen op wat ze doen en zorgdragen dat de jongeren die niet meer in de focus vallen maar in andere instellingen terechtkomen binnen het consortium of buiten het consortium, want daar hebben we natuurlijk tegenwoordig mee te maken. En dat gaat dus ook in een afbouwregeling dus er komt geen jongere in één keer op straat te staan. Dus de zorgcontinuïteit is daarmee geborgd. Daardoor is ook mijn gevoel van wat u ook zegt, de bodemloze put is bij mij wel gedempt. De zorg is er nog steeds, zorg kan ik niet helemaal ook bij mezelf niet wegnemen.
Maar met de maatregelen die we met zijn allen getrokken hebben ben ik tot de conclusie gekomen dat het scenario 1 waar we nu over praten het meest realistische scenario is. Waarbij ik echt het vertrouwen heb in de nieuwe raad van toezicht, de ad-interim directeur die er nu zit en uiteindelijk de directrice die er straks komt te zitten. Dan heb ik, ja, monitoring want ik heb alle eigenlijk volgens mij zoveel mogelijk alle vragen in mijn verhaal geprobeerd mee te nemen. Wachtlijsten, mevrouw Koper, daar gaan we het morgen in de technische sessie ook over hebben want dat is breder als Kenter. Dus ik denk dat uw vraag daar morgen grotendeels beantwoord wordt en kunt u nog verdiepende vragen stellen daarbij. Monitoring hoort hierbij ambtelijk wordt hier, maandelijks wordt hier monitoring aan gedaan. De verbetermaatregelen als vier gemeentes doorvoeren, dat is wel een voorwaarde. Komt ook in de portefeuillehoudersoverleggen terug. En ik wil u ook wel eigenlijk toezeggen dat ik ieder half jaar met een verantwoording, een stand van zaken naar u als raad kom zodat u ook zelf vinger aan de pols kan houden, hoe staat het nu met de vervolgmaatregelen bij Kenter? Volgens mij heb ik alle vragen beantwoord, voorzitter. De voorzitter: Het was duidelijk en uitgebreid dus volgens mij heeft u ook alles meegenomen. Ik kijk rond.
Is er vanuit de commissie behoefte aan een tweede termijn? Partij van de Arbeid, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, heel kort. Want de wethouder heeft veel gezegd en hij zei daarbij ook nog iets waardevols over morgenavond. Ik ben aanwezig bij de technische sessie en het lijkt me goed om daar nog misschien verdiepende vragen te stellen. Dus dan kunnen we het voor vandaag hierbij laten. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording van de vragen en de wethouder heeft voor een deel ook wel de zorgen bij mij weggenomen wat dat betreft. Dus ik heb wat meer, ja, ik ben wel positief over de toekomst. Wel, ja, dus ik vind het ook fijn dat de update komt. Dus wat ons betreft is daarmee ook een deel van onze zorgen weggenomen voor in ieder geval dit raadsstuk en kunnen we hiermee akkoord gaan. Maar we hebben nog wel nog steeds wel een beetje zorgen dus dat is een beetje lastig in deze. Dus wat dat betreft kan die wat ons betreft wel ook doorgaan dus als hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel, voorzitter.
Het enige wat ons niet duidelijk werd uit het pleidooi van de wethouder is wat nou de middelen zijn die in plaats zijn op dit moment, op de systemen die in plaats zijn om die kwaliteit te waarborgen binnen die klinieken zeg maar vanuit ons als gemeente of vanuit de groepen gemeenten die zeg maar klinieken zoals Kenter financieren. Dat zou misschien ook morgen terug kunnen
komen tijdens de technische sessie dan als voorstel, dat niet helemaal nu uitgebreid hoeft. Want dat is iets waar ik mezelf heel veel zorgen om maak omdat, ja we hebben vanuit ZEE sowieso gewoon weinig vertrouwen in de huidige staat van de psychiatrie en de psychologie en weet ik veel wat omdat het allemaal nogal pseudowetenschappelijk is. Dus dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. En wethouder bedankt voor de toelichting. In algemene termen, hoe groter de organisatie, hoe meer lagen in de organisatiepiramide en hoe meer overhead je hebt. Naast de administratieve lasten waar zorgverleners mee worden belast werkt dat gewoon niet erg efficiënt. We hebben sinds kort een nieuwe minister die over de volksgezondheid gaat. Hopelijk zorgt dat voor een kentering en ziet de toekomst er wat fleuriger uit. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond. Ben ik iemand vergeten? CDA, de heer Bol. De heer Bol: Ja, dank. Ja, dank ook voor de beantwoording van de wethouder. Ja, laten we hopen inderdaad dat met het aanstellen van een nieuwe bestuurder ook echt een verbeterslag wordt gemaakt. Haarlems Dagblad zie ik nu, spreekt inderdaad van puinruimer bij Kenter. We houden de vinger aan de pols.
Eén kort vraagje, betekent, zijn er ook nog gevolgen voor het consortium of gaat dat gewoon door zoals het gaat? De voorzitter: Wethouder Carree, korte vraag of gaat u daar morgen verder op in? De heer Carree: Nou ja, gaan we morgen kort, maar ja, minder werk bij Kenter betekent ook een verdeling van de lumpsum voor het consortium. De voorzitter: Ik kijk de commissie rond, gaat dit, kan dit door als hamerstuk of wilt u het ... Hamerstuk. Nee? Bespreekstuk? Oké. Dan gaat het door als bespreekstuk naar de gemeenteraad en daar sluit ik dit agendapunt mee af. 14. Sluiting De voorzitter: En dan zijn we aangekomen bij agendapunt 14, dat is de sluiting. Ik kijk op de klok, het is 23:22 uur. Ik moet zeggen dat we toch als je kijkt naar de agenda en de punten die we erop hebben staan, het is laat maar ik moet u, wil u een compliment maken voor de wijze waarop we vanavond vergaderd hebben. Toch de hele grote agenda door hebben kunnen werken en de discipline die we met elkaar hebben opgebracht. Dus complimenten uwerzijds. Dank voor uw aanwezigheid. Zoals gezegd, morgenavond is er een technische sessie alleen voor raad en commissie over de jeugdproblematiek om acht uur en met die mededeling sluit ik deze vergadering. Dank u wel.