CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript - 28 mei 2025

Raadscommissie 28 mei 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript30.387 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

17

Mevrouw Koper: Voor ons is het ook een hamerstuk. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot de fractie van ZEE , mevrouw Schrijnemaekers, aan u het woord. Mevrouw Schrijnemaekers: Verrassend, maar ook voor ons een hamerstuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan concludeer ik dat agendapunt 5 als hamerstuk wordt doorgevoerd naar de agenda van 10 juni, de raadsvergadering, om duidelijk te zijn. 6.

Zienswijze Ontwerpbegroting 2026 GR Spaarne Werkt De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 6, de zienswijze Ontwerpbegroting 2026 Gemeenschappelijke regeling Spaarne Werkt. De raad wordt voorgesteld als zienswijze naar voren te brengen bij het bestuur van het participatiebedrijf Zuid-Kennemerland Spaarne Werkt dat de raad geen wensen of bedenkingen heeft bij de ontwerpbegroting van 2026 van het participatiebedrijf Zuid-Kennemerland Spaarne Werkt. Wethouder blijft zitten. Ik kijk wederom naar de publieke tribune of daar iemand wil inspreken. Ik concludeer dat dat niet het geval is. Dan begin ik deze ronde bij de fractie van OPZ. Aan wie mag ik het woord geven? Mijnheer Berg. De heer Berg: Wij hebben hier geen bedenking over. Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de fractie van CDA, de heer Bol. De heer Bol: Dank, voorzitter. Blijf een forse opgave om de balans te vinden tussen een krimpende doelgroep en een financieel gezonde organisatie. We zien al … We zien dat er stappen worden gezet in het kader van de transitie. Maar het blijft zoeken. Voor ons wel … Wat ons betreft op dit moment wel gewoon een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter, dank u wel. Ik heb helaas mijn lid niet mee die altijd zegt dat het een hamerstuk is, dus ik kan helaas niet zeggen dat het een hamerstuk is op dit moment.

Maar … En ik waardeer zijn inzet altijd, want het is altijd een zeer waardevol lid. Ik had het net al aangekondigd, voorzitter. Er zit een stukje toekomstbeeld bij waarin er steeds meer geld wordt gevraagd vanuit de dekkingsbijdrage van de gemeenschappelijke regeling van de gemeenten die daarin zitten. Een van die gemeenten is ook de gemeente Haarlem, die is ook de grootste geldschieter voor Spaarne Werkt. Daarna komen nog andere twee gemeenten en daarna de gemeente Zandvoort. We hebben in principe niet zo ontzettend veel last van deze situatie, zoals die opbouwt. Maar er wordt steeds meer gevraagd naarmate de tijd vordert. De vraag is ook even aan de wethouder of hij een toekomstbeeld zou willen schetsen van hoe wij er nu voor staan, omdat we in eerdere situaties ook hebben gehad over wel of niet stoppen, spreiden, ophouden et cetera. Dus ik was gewoon even benieuwd wat de mening van de wethouder daarin is. Overigens kan ik uitgaan met hetgeen wat in de begroting wordt voorgesteld, want het is gewoon de realisatie en het beeld zoals die nu is voorgesteld. Maar gewoon eventjes van, wat betekent het nu eigenlijk voor ons en de ontwikkelingen daarin. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de fractie van de VVD. Mijnheer Lemmens, aan u het woord. De heer Lemmens: Ik denk dat ik het redelijk eens meer met mijn buurman, D66.

Ik denk dat ik … Wij ook onze vraag hebben, hoe zit het in de toekomst, wat heeft het voor echte consequenties voor Zandvoort? Maar voor de rest is het denk ik gewoon een hamerstuk. 18

De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Het vorige agendapunt ging over het verleden en dat was een hamerstuk. Hier willen we wel iets over zeggen. Maar uiteindelijk wordt het toch stiekem een hamerstuk. We hebben te maken met een structureel tekort, omdat de centrale overheid haar prioriteiten niet op orde heeft. Wij betreuren dat. Wellicht hebben we binnenkort een nieuwe regering, wie zal het zeggen? We volgen dat met argusogen. Hopelijk geeft dat verbetering. Vooralsnog zitten we hiermee opgescheept, dan gaat het ons 68.000 euro kosten. Mensen hebben we wel, maar daar gaan we hier niet over. Dus verdere bespreking lijkt ons niet zinvol, hamerstuk dus. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Collega's hiervoor hebben ook een aantal vragen gesteld, zorgen gedeeld, en die hebben wij ook. Dat we daarbij best wel met onze rug tegen de muur staan, is ook helder. Maar het is fijn als de wethouder daar nog wat tegen … Wat over wil zeggen. Het is natuurlijk wel helder dat we de doelgroep die we moeten helpen, moeten we proberen om die zo goed mogelijk te blijven helpen en te zorgen dat er niemand tussen wal en schip valt. Dat is nog een hele opgave. Maar verder een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel.

Ga ik naar Jong Zandvoort, de heer Driehuizen. De heer Driehuizen: Hamerstuk. De voorzitter: Ik dacht, ik vermoed al welke kant het op zou gaan. Dan gaan we naar de fractie van GroenLinks. Mevrouw Van Essen. Mevrouw Van Essen: Dank u wel, voorzitter. GroenLinks heeft geen opmerkingen over de ontwerpbegroting. We zien dat de begroting pas bij het transitieplan en dat de organisatie zorgvuldig omgaat met de afbouw van de werksoorten. Voor ons is het ook een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot naar de fractie van ZEE. Mevrouw Schrijnemaekers, aan u het woord. Mevrouw Schrijnemaekers: Zorgen zijn al uitgesproken. Die zorgen delen wij ook. In principe voor ons een hamerstuk. Wel de oproep ook aan de wethouder om goed tekorten in de gaten te houden, maar we gaan ervan uit dat dat gebeurt. Dus voor ons verder hamerstuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we voor de eerste termijn naar de portefeuillehouder. De heer Bluijs, aan u het woord. De heer Bluijs: Dank u wel. Die zorgen die u heeft, die deel ik ook. Ik kan u vertellen dat we er echt het laatste jaar heel intensief mee bezig zijn geweest, ook ondergetekenden. Er is zelfs nog wat extra werk eraan verricht, in eerste instantie al om … Wat altijd aan de hand was, het kwam altijd uiteindelijk weer goed daar.

Dat was in het verleden was dat ook zo en dan kwam er weer subsidie en dan … En uiteindelijk aan het eind van het jaar kwam dat wel goed. Maar de tijden zijn veranderd, de insteek is veranderd. Dat betekent dat zo'n organisatie dan moet leren om daar anders op te gaan anticiperen. Dat kostte wat moeite, maar dat is ons wel gelukt. Daar is dat transitieplan uitgekomen. Ook toch ook de financiële huishouding proberen wat duidelijker neer te zetten. Dat is ook voor het eerst nu gelukt bij deze begroting. Deze begroting sluit naadloos aan op dat

19

transitieplan. Dat heeft ook even wel wat moeite gekost, maar dat is wel gebeurd. Dus we hebben nu ook aan de voorkant beter inzichtelijk dat we … Waar … Wat er schort en waar de tekorten zitten, dus … Dat geeft ons ook de mogelijkheid om, als we aan de knoppen gaan draaien, dat we weten aan welke knoppen we moeten draaien. Dat staat ook in het transitieplan. Er moet aan knoppen gedraaid gaan worden, in de bedrijfsvoering, over de huisvesting. Het is een heel groot pand. Daar zit heel veel ruimte omheen. Dus wat ga je daarmee doen? Dus dat is een separaat plan wat ingevuld gaat worden. Daarnaast zijn er een aantal taken die ze uitvoeren, opdrachten. Kleding en kringloop is er een van bijvoorbeeld. Dat vertaalt zich in, als je dat goed hebt uitgezocht, dat er toch heel veel geld bij moet. Dan ga je onderzoeken van, hoe kan je dat anders regelen? Dan kom je op het duurzaamheidsaspect. Dus we zijn ook aan het kijken, hoe kunnen we dit slimmer en beter organiseren? Want die kringloop zit vooral ook buiten de deur op een locatie. Dus we zijn echt aan het kijken hoe we dat beter kunnen organiseren. Daarna zit er ook het jongerenprogramma in. Dat geeft … Dat dat is ooit ontstaan en eigenlijk … Daar zitten ongeveer 50 jongeren, maar daar kunnen ook meer jongeren zitten.

Wat er aan de hand is op het ogenblik, we zijn dus in gesprek ook met onderwijs nu, hoe kunnen we dit slimmer en beter benutten met elkaar? Daar hopen we dus ook besparingen op te vinden. Daarnaast zijn een aantal gelden, dat kunt u ook in de dekking lezen van het tekort, die hebben we uit die begroting gehaald, want het was heel makkelijk van, we krijgen extra geld van Den Haag en dat zetten we gewoon standaard in die begroting. We hebben gezegd, die houden we apart. Dus dat zijn we aan het volgen. We zullen u ook meenemen bij de ontwikkelingen die er gaan plaatsvinden, maar er is best wel wat zorg over hoe dit verder moet. Maar er zullen ook andere disciplines … Dus ook huisvesting, dus ook onderwijs. Daar moeten we echt aan gaan kijken met elkaar. Dus we zullen ook andere beleidsvelden gaan aanspreken over, als wij hiermee verder willen gaan, hoe gaan we dekking realiseren? Dus dat heeft ook met duurzaamheid te maken van, hoe ga je daarmee om? Dus die zorg die deel ik. Maar wij zijn niet de enige gemeente die dat probleem hebben. Alle gemeentes hebben dat probleem. Den Haag zal toch ook zich achter de oren moeten krabben van, wat gebeurt hier allemaal en hoe gaan we die dekking op termijn regelen? Dus we moeten de vinger aan de pols houden, maar ik ga er wel van uit dat de weg die we in hebben geslagen moet gaan leiden tot een beter betere begroting en een beter geheel.

Er zullen best nog wel wat maatregelen genomen moeten worden. We zullen u daarvan goed op de hoogte houden. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Dan ga ik voor een tweede termijn langs een aantal fracties. Eigenlijk, elke fractie had al bijna aangegeven dat het een hamerstuk is. Dus ik wil eigenlijk beginnen met de fractie van D66 of dit wellicht ertoe leidt dat het ook een hamerstuk kan zijn of dat er nog … De heer Hermsen: Voorzitter, voor ons is het een hamerstuk. Ik wil u toch als tip meegeven, hij is ook al eerder gemaakt, maar als u zich echt heel veel zorgen maakt, dan kunt u altijd nog een persconferentie houden, om uw zorgen te delen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hermsen. Ik kijk de commissie verder rond of er nog een tweede termijn wenselijk is. Ik concludeer dat het niet zo is en dat dit stuk ook als hamerstuk zal worden toegevoegd aan de lijst op de raadsvergadering van 10 juni. 7.

Zienswijze Conceptbegroting 2026 GR Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten De voorzitter: Komen we bij agendapunt 7. Ik zie dat de heer Carree al onderweg is. Ik dank de heer Bluijs. Agendapunt 7, conceptbegroting 2026 Gemeenschappelijke regeling Schoolverzuim en Vroegtijdig Schoolverlaten. De raad wordt voorgesteld als zienswijze naar voren te brengen bij het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Schoolverzuim en Vroegtijdig Schoolverlaters Zuid-Kennemerland en IJmond dat 20

de raad geen wensen of bedenkingen heeft bij de conceptbegroting 2026 behorende bij de reeds vastgestelde meerjarenbeleidsplan 2023-2026, genaamd Kansen bieden aan jongeren. De heer Carree heeft naast mij plaatsgenomen. Ik kijk naar de publieke tribune of daar nog insprekers zijn en ik concludeer dat dat niet het geval is. Dan begin ik bij de fractie van het … Van de OPZ. De heer Berg: Geen opmerkingen. De voorzitter: Daaruit concluderen dat het ook een hamerstuk is? De heer Berg: Exact. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de fractie van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ik geef graag het woord aan mijn collega van GroenLinks. Als u dat wilt doen dan, bedoel ik. Zou u dat willen doen? De voorzitter: Voor deze ene keer. Mevrouw Van Essen, GroenLinks. Mevrouw Van Essen: Dank u wel, voorzitter. Deze inbreng is dus namens GroenLinks en PvdA. Wij kijken positief richting deze aanpak, omdat jongeren … Omdat het jongeren kansen biedt in plaats van ze af te schrijven. Elk kind, elk jongere heeft recht op ontwikkeling, of dat nu is via school, werk of een dagbesteding. We zijn positief over de regionale samenwerking en de nadruk op preventie en maatwerk. Het is goed dat er extra inzet komt op voor jongeren tot 27 jaar, want dat is juist … Juist deze groep is die aansluitingen werk of onderwijs super kwetsbaar en lastig.

Wat ons betreft, moeten we die jongeren niet alleen begeleiden, maar ook vertrouwen geven. Ruimte voor hun eigen pad, met begeleiding die aansluit op hun leven. Leerwerktrajecten, samenwerkingen met jongerenwerk en de brede aanpak via het doorstroompunt. Dat zijn de manieren om jongeren echt verder te helpen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de fractie van Jong Zandvoort, de heer Driehuizen. De heer Driehuizen: Voor ons een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik dan over naar de fractie van het CDA. De heer Bol. De heer Bol: Dank, voorzitter. De aanpak van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten is essentieel om jongeren gelijke kansen te bieden. Het is goed om te zien dat het meerjarenbeleid een duidelijke visie neerzet, recht op ontwikkeling en een passend aanbod voor elke jongere. Wat ons betreft ook een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van ZEE, mevrouw Schrijnemaekers. Mevrouw Schrijnemaekers: Dank u wel, voorzitter. ZEE is blij met alle activiteiten die ondernomen worden om schoolverzuim en vroegtijdig schoolverlaten te voorkomen. Een diploma is immers zeer belangrijk om een financieel zelfstandig en gezond leven op te bouwen.

Wij vragen wel graag extra aandacht voor jongeren die onder de radar blijven, die wel een diploma hebben, maar uiteindelijk daar toch niet verder mee komen en in de … Toch weer in de problemen dreigen te raken. Verder gaan wij akkoord met de begroting en is het een hamerstuk. Dank u wel.

21

De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de fractie D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter, voor ons is het ook een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de fractie van de VVD. Mevrouw Nederlof. Mevrouw Nederlof: Dank u, voorzitter. We sluiten ons graag aan bij de mooie woorden van mevrouw Van Essen en mijnheer Bol en mevrouw Schrijnemaekers van ZEE. Dank u wel. En een hamerstuk ook. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over tot slot naar de fractie van de PVV. De heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Een belangrijk onderwerp. Mensen afschrijven dat moet je inderdaad niet willen, zoals al verwoord door mevrouw Van Essen van GroenLinks. We hebben wel één vraagje. Het begrip jongere, die leeftijdsgrens wordt opgetrokken tot 27 jaar, de ruimte tussen jongeren en knarren die lijkt in deze ruimte steeds kleiner te worden. Dat vinden we toch wel een opmerkelijke ontwikkeling. De indexeringen die komen ons niet overdreven voor, dus wensen of bedenkingen die hebben we niet. Het blijft wel een hamerstuk voor ons. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Voor het antwoord gaan we naar de portefeuillehouder, de heer Carree. Aan u het woord. De heer Carree: Voorzitter, u zegt een antwoord, volgens mij zijn er geen vragen aan mij gesteld, alleen maar opmerkingen.

Maar ik neem wel even de vrijheid om in te gaan op het betoog van GroenLinks-PvdA, wat ik zie als een compliment voor de medewerkers van de Gemeenschappelijke regeling. Ik interpreteer hem ook zo dat ik die complimenten door ga geven aan de medewerkers van de Gemeenschappelijke regeling die iedere dag hard werken aan een toekomst voor onze jongeren. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Tiggelen, aan u het woord. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Misschien was het aan de aandacht ontsnapt, maar wij vroegen ons af waarom die leeftijdsgrens was opgetrokken. De voorzitter: De heer Carree. De heer Carree: Ik had hem niet als vraag geïnterpreteerd. Omdat, heel praktisch antwoord, omdat de wet daarop aangepast wordt. De wetgeving geeft nu aan dat wij verantwoordelijk zijn voor jongeren tot en met 23 jaar en vanaf 1 januari 2026 wordt door onze Rijksoverheid het opgetrokken naar 27 jaar. Dat is een heel technisch antwoord. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb alleen van de fractie van GroenLinks gezamenlijk met de Partij van de Arbeid nog niet gehoord of het een hamerstuk zou zijn. Mevrouw Van Essen: Natuurlijk hamerstuk. De voorzitter: Hamerstuk. Dan heb ik van alle andere fracties dat wel genoteerd. Kan ik daarmee concluderen dat er ook geen wens is meer voor een tweede termijn aangaande dit punt? Ik zie dat ik dat kan concluderen. Dan dank ik portefeuillehouder Carree. 22

8.

Zienswijze Ontwerpbegroting 2026 GR Omgevingsdienst IJmond De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 8, Ontwerpbegroting 2026 Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond. Als het goed is, neemt wethouder De Kloet weer plaats naast mij. De raad wordt voorgesteld als zienswijze naar voren te brengen bij het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst dat de raad geen wensen of bedenkingen heeft over de ontwerpbegroting van 2026 van de omgevingsdienst IJmond. Ook hiervoor kijk ik zoals gebruikelijk eerst naar de publieke tribune of er iemand nog wil inspreken. Ik concludeer dat het niet het geval is. Niemand heeft zich ook bij ons gemeld, dus gaan we door met de commissie. Ik begin bij de fractie van D66. De heer Hermsen, aan u het woord. De heer Hermsen: Voorzitter, dank u wel. We hebben geen verdere vraag of bedenking met betrekking tot het raadsvoorstel. Wat ons betreft, is het een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de fractie van OPZ, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, dank u wel. Wij constateren uit de stukken die wat verder gaan dan alleen de jaarrekening dat er een aantal zaken zijn die aandacht verdienen.

Namelijk, de financieringsstructuur is niet robuust en niet aangepast sinds de oprichting en evenmin geactualiseerd op en na toetreding van nieuwe deelnemers, uitbreiding van opdrachten of ontwikkelingen waardoor opdrachten, middelen en capaciteit uit balans zijn geraakt. Door oppakken van meer taken binnen dezelfde budgetten is er een verdringingseffect ontstaan, met als gevolg achterstanden in uitvoering van toezicht en handhaving en actualisatie van vergunningen. Voorlopig uitkomst van onderzoek is, Zandvoort heeft de afgelopen jaren meer dienstverlening gekregen dan waarvoor zij betaalt. De gemeenschappelijke regeling en de dienstverleningsovereenkomst zijn niet aangepast op veranderende taken en samenwerking. De juridische … Het juridische kader van de gemeenschappelijke regeling sluit niet meer goed aan op de huidige samenwerking. De organisatie zal met 15 tot 21 fte moeten uitbreiden om de huidige opdrachten met borging van kwaliteit en continuïteit te kunnen uitvoeren. Ten slotte, de uitvoerings- en handhavingsstrategie laat voor 2026 en daarop volgende jaren een stevige opgave zien. Dat vraagt van onze deelnemers om keuzes te maken binnen de beschikbare capaciteit. Daar hebben wij een vraag over.

Kunnen wij wel kiezen tussen de ene taak als die ten koste gaat van de andere, of wordt hier iets anders bedoeld? Dan is nog iets anders wat reden tot zorg geeft en het is namelijk de opmerking dat om te voldoen aan de landelijke criteria voor het interbestuurlijk programma Versterking stelsel vergunningen toezicht en handhaving, het IBP VTH, wordt het verkennen van een mogelijke reorganisatie genoemd. Dat was voor ons aanleiding om daar eens wat verder op in te duiken. Wat lezen wij dan vanuit die notitie? In Noord-Holland is de opsplitsing tussen de OD IJmond en de OD Noordzeekanaalgebied niet congruent met de opgave in het gebied. Niet logisch dat, gelet op het karakter van het werkgebied, er twee omgevingsdiensten zijn in het Noordzeekanaalgebied. Daarnaast bedient OD IJmond twee niet vergelijkbare en niet aaneengesloten werkgebieden. Dat heeft iets te maken omdat het strijdig is met de congruentie die men als uitgangspunt ziet. Daar heb ik … Daar hebben wij ook een vraag over. Waarop wordt gezien die misverstane opmerkingen in de eindnotitie momenteel door OD IJ gestuurd? Is dat op een visie, is het op het vergroten van het takenpakket, opplussen van de capaciteit voor basis en op milieu gerelateerde functies? Kortom, hebben wij enig idee van de richting waarin het gaat? Voorzitter, dat was in eerste termijn de opmerking van mijn kant. De voorzitter: Dank u wel.

Dan ga ik over naar de fractie van de VVD, de heer Drommel.

23

De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. De verhoging van de bijdrage van Zandvoort is goed toegelicht en zien wij dan ook als logisch. Wat bij ons wel nog blijft bestaan, dat zijn eigenlijk de zorgen die we als raad ook hebben geuit in het amendement wat we, ik weet niet, recentelijk, volgens mij was het eind vorig jaar, ook hadden ingediend. We vragen ons ook wel af of dat inmiddels ook al is opgepakt en er concrete verbeteringen zijn doorgepakt of dat men daarmee bezig is. Want wij horen ook geluiden in de samenleving dat rondom primaire taken van OD IJmond, als het bijvoorbeeld gaat om de vergunningverlening, dat er nog wel veel te wensen valt. Dus daar willen wij in ieder geval wel weten hoe het daarmee staat en of er eventueel actie nodig is vanuit onze kant. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de fax van de PVV. De heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. De veranderingen in speelveld en werkveld die werken kostenverhogend. Er wordt meer bekend en er valt meer te onderzoeken. Hopelijk kan samenwerking de kosten binnen de perken houden. Er kan steeds meer worden geweten. Tegenwoordig kunnen we picogrammen detecteren. Als je dat dan beschouwt als een zeer zorgwekkende stof, dan kun je daar wel over in paniek raken. Maar of dat in alle gevallen wel terecht is, dat vragen we ons af.

Sinds 1900 is de gemiddelde levensverwachting enorm toegenomen en de lucht is schoner geworden. Dus enige nuancering daarin lijkt ons wel op zijn plaats. De begroting echter, daar hebben we geen problemen mee. Dus alweer een hamerstuk. We gaan ga lekker zo. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar het fractie van ZEE. De heer Sukel. De heer Sukel: Dank u wel, voorzitter. We hebben geen bedenkingen bij deze begroting, maar we blijven ons zorgen maken over de personele capaciteit van de omgevingsdienst, zeker als het aankomt op de snelheid, maar ook zorgvuldigheid waarmee vergunningsaanvragen worden afgehandeld. Tweede is dat de omgevingsdienst zelf al aangeeft dat de organisatie niet financieel robuust is. Dat is een tweede grote zorg. Derde zorg is de stand van de organisatie. De heer Bouberg Wilson heeft daar ook de nodige opmerkingen over gemaakt die we onderschrijven. Dat zal voor dit moment geen invloed hebben op de voorliggende stukken, maar we hopen wel dat de wethouder ons tijdig informeert dan we consulteert bij de nodige veranderingen of de besluiten die we daarover zouden kunnen nemen. We hopen dat hier aandacht voor blijft aan de wethouder en dat er dus op tijd wordt aangeklopt als er vanuit de gemeente extra nodig is om de huidige situatie te verbeteren. Dus, tromgeroffel, hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel.

Dan ga ik over naar de fractie van het CDA, de heer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Wij hebben allereerst misschien een technische vraag, maar de wethouder is ook technisch, dus misschien kan hij dit beantwoorden. Anders gaat het schriftelijk. Er is één stukje waar ik, ik weet heel veel, maar ik weet niet alles, en hier kwam ik … Hier werd ik niet wijzer van. Ik ben niet zo bescheiden. Er staat hier, de huidige organisatie vraagt om meer expertise op inkoop en aanbesteding. Aanbesteding snap ik, maar meer in het algemeen, dit stuk staat hier, het gaat om … Het gaat hier om expertise op langeretermijneffecten van inkoopafspraken in relatie tot bijvoorbeeld groei van onze organisatie en om kennis over complexere regelgeving. Ik weet nog steeds niet wat hier eigenlijk nu gevraagd wordt. Waar hebben we het over? Mag ook schriftelijk beantwoord worden. Maar dat is wel iets waar we benieuwd naar zijn van, waar hebben we het dan over? En ook in financiële opzicht, omdat hier wordt ook gezegd dat de financiële effecten nog niet zo zijn in te schatten. Dus waar hebben we het over? Dan heb ik ook een beeld bij waarom het nog niet financieel te begroten is. Een ander punt was, we hebben natuurlijk … We hebben als 24

CDA vaak aandacht, met collega's overigens ook, vaak aandacht gevraagd voor de dienstverlening en daar zijn ook wat belangrijke stappen gezet, OD IJmond, en dat zien we … Dat vinden we heel goed. Goed is ook om te lezen dat er wordt nagedacht over goed werkgeverschap. Om ook te kijken hoe mensen die met bepaalde kwaliteiten ook het aantrekkelijk vinden om bij OD IJmond aan de slag te gaan. Er wordt ook gezegd dat er concreet is vastgesteld dat functiewaardering in het functiegebouw laag is ten opzichte van de markt. Dat vinden we zorgelijk, want dat … Kijk, ook de dienstverlening van OD IJmond dat mag gewoon wat kosten en als het nodig is om specialisten te werven die gewoon bepaalde salarissen verwachten, dan wil ik ieder geval meegeven dat het CDA daar voorstander van is om daar … Van ons heeft het groen licht om daar … Geen carte blanche, maar u wel … U mag hier wel serieus mee aan de slag, want voor ons is dit wel een heel grijpbaar punt hoe we de dienstverlening kunnen verbeteren. Want als je … Collega's met veel kennis en ervaring vooral ervaring ook in huis, want er zijn met genoeg met kennis, maar er zijn er nog niet zoveel meer met ervaring, dat mag wat kosten wat ons betreft. Dus dat wil ik graag meegeven op dit punt.

Ik heb er iets langer bij stilgestaan, ook een hamerstuk, maar ik vind het wel belangrijk dat dit benoemd is dat wij dat omarmen hoe dat in de begroting is meegenomen. Maar graag nog … Die beantwoording mag ook schriftelijk, als dat te technisch is. Bedankt. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over naar Jong Zandvoort. Ik heb een vermoeden. De heer …: Wij houden het een stuk korter dan mijn collega Stephan. Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van GroenLinks, mevrouw Van Essen. Mevrouw Van Essen: Dank u wel, voorzitter. Wat ons betreft, staan er geen onverwachte dingen in. Hamerstuk. De voorzitter: De fractie van de Partij van de Arbeid tot slot. Mevrouw Koper: Interessant, betoog van mijn collega van het CDA. Want inderdaad, als het gaat om wat ga je betalen en wat krijg je ervoor terug, dat is natuurlijk de relatie die we willen zien. Gisteren hadden we het bijvoorbeeld over toeristische verhuur en dergelijke waar we de handhaving zeker intensief willen. Dat zijn voorbeelden van zaken die wij als gemeenteraad goed geregeld willen zien. Als daar een bepaald plaatje bij hoort, dan is dat uitlegbaar en dat begrijpen wij dan. Dus verder geen overige opmerking, maar deze wilde ik nog wel even maken. Een hamerstuk dan. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij voor de eerste termijn naar de kant van de portefeuillehouder. De heer De Kloet, aan u het woord.

De heer De Kloet: Dank u wel. Ik wil graag ingaan even uitgebreid als het mag, de begroting en de bijbehorende stukken, onder andere de kadernota, wordt al het een en ander uitgelegd en een vooruitblik gegeven op van, hoe gaat het nu eigenlijk verder naar 2026? Ik wil niet zeggen dat er een winstwaarschuwing in zit, maar toch wel, dat in de afgelopen periode, en u bent daar volgens mij ook goed in meegenomen tijdens de radenbijeenkomst die in Bloemendaal die werd gehouden door de directeur van de OD, tekst en uitleg heeft gegeven en een vergezicht heeft gegeven voor dit jaar, dat er een aantal besluiten aan zitten te komen die nogal fundamenteel zijn. Ik denk dat er besluiten zijn die fundamenteel zijn als het gaat over het functioneren van de omgevingsdienst zelf, maar ook eigenlijk een fundamentele discussie die wellicht in uw raad gevoerd of commissie gevoerd kan worden als het gaat van, wat is precies de functie van de 25

omgevingsdienst? De verplichte taken die zijn nogal duidelijk, want die zijn gewoon wettelijk vastgelegd. Maar hoe gaan we daar verder mee om? We hebben de zogenaamde dienstverleningsovereenkomst. Als je kijkt naar de totale portefeuille van de omgevingsdienst als het gaat over de DVO’s, er zitten daar geloof ik tegen de 120 in. Dus dat is een enorme versplintering van allerlei diensten die worden verleend. Er zijn, ik zal maar even als voorbeeld noemen, misschien geef ik het verkeerde voorbeeld, geluidsmetingen, zal ik maar even zeggen. Worden bij de verschillende gemeentes die aan boord zijn vaak nog maatwerk geleverd op een vrij fundamenteel ding. Dus de vraag op zich is al van, moet je elke gemeente op zo'n detailniveau blijven faciliteren? Sterker nog, de discussie die ook gaande is en daar wordt net naar gevraagd van, kunnen we daar goed in worden meegenomen, is van, hoe gaan we hier nu verder? Wat is het toekomstperspectief van de omgevingsdiensten in Nederland? Want zo moet je het eigenlijk ook nog eens een keertje zien. Een van de criteria die wordt gegeven vanuit het Rijk is robuustheid. Robuustheid, zou je denken, dat is dat je klappen kan opvangen. Dat is ook zo, maar die robuustheid wordt vooral gerelateerd aan de financiële robuustheid van de omgevingsdiensten.

Daar zit volgens mij wel een belangrijk punt, omdat je ziet als je verder gaat kijken, dat die robuustheid echt financiële consequenties heeft, zeker voor Zandvoort. Er wordt gezegd dat wij, Zandvoort, in de afgelopen jaren te weinig hebben betaald. Er zijn gemeentes die vinden dat ze te veel hebben betaald. Dus die pittige discussie wordt gevoerd binnen het algemene bestuur en zeker ook in het dagelijks bestuur. Ik ben daar vandaag over bijgepraat door de vertegenwoordiger van het dagelijks bestuur, de wethouder uit Haarlem, die ook daar zijn ideeën hebben gedeeld van, hoe gaan we hier nou eigenlijk mee om? Moet je die robuustheid puur financieel gaan inschatten en moet je … En dat … Ook even aan de opmerking van de heer Bouberg Wilson, moet je eigenlijk die omgevingsdienst wel in stand houden zoals die nu is? Dat zijn fundamentele vragen waar je het antwoord op moet kunnen krijgen. Sterker nog, dat zijn fundamentele vragen waar uw raad zeker met wensen en bedenkingen en visies daarop daar ook een woordje in mee kan spreken. Volgende week of over anderhalve week, 11 juni, is de bestuursvergadering van het algemeen bestuur. 9 juli worden daar scenario's presenteerden.

In uw raad wordt er een sessie belegd in september, volgens mij is die al belegd trouwens, maar ik weet even de datum niet, waarin dat beeld wordt geschetst zodat u gefundeerd een besluit kan nemen van hoe willen we hier eigenlijk mee verder? Als het gaat over de vraag van het CDA, over het inhuren of het inkopen eigenlijk van onder andere expertise, vraag me niet echt direct naar alle details als het gaat over de technische aspecten, maar wat wel hier speelt, is eigenlijk wat ik net ook zei, de Omgevingsdienst IJmond doet soms dingen als het gaat over toezicht en ook handhaving die heel specifiek zijn voor bepaalde gemeenten en die misschien maar in het hele gebied één of twee keer voorkomen, terwijl bijvoorbeeld in een andere omgevingsdienst dat aspect veel vaker voorkomt. Is het dan niet slim om van die andere omgevingsdienstexpertise gebruik te maken en te zeggen, we strepen het weg bij OD en we huren hem in of we kopen hem in bij een andere omgevingsdienst? Zo moet u dat eigenlijk lezen wat daar staat. Als het gaat over het inkopen, wordt daar dus op die specifieke manier naar gekeken.

Als het gaat over het inzetten van expertise, wordt er ook gekeken van, is het nodig dat daar alles bij de OD zit, of kan je bepaalde dingen uitbesteden of inhuren op een andere manier? Wat ik u vast wil meegeven vooruitlopend op de discussies die we in de komende maanden gaan krijgen, is, moeten we de dingen die wij willen gebeuren, als het gaat over toezicht op bepaalde zaken of metingen op bepaalde zaken, die niet per se wettelijk verplicht zijn, maar die nu nog in de zogenaamde DVO’s ondergebracht zijn, moet je dat per se bij de omgevingsdienst doen, ja of nee? Of zijn er andere gremia, ik hou het even zeer algemeen, waarin je dat kan onderbrengen en wat zijn daar de consequenties in praktische zin, maar ook in financiële zin van? Al deze vraagstukken, al deze vragen moeten beantwoord worden in de komende pakweg, waar zitten we, zeven maanden, om daar een goed besluit over te nemen. Maar ik wil het wel, en misschien ga ik iets te uitvoerig erop in, ik wil het wel meegeven dat deze discussie op dit moment heel erg gevoerd wordt zeker in de besturen van de gemeenschappelijke regeling. Met name dat laatste wil ik toch even benadrukken, omdat je 26

ook ziet in de in de stukken die bijgeleverd zijn dat, daar waar het gaat over de financiering, zie je even hoog over dat de structurele kosten worden gedekt door incidentele middelen. Die DVO's, dat is een belangrijk financieringsvehikel geworden. Dat is eigenlijk, als je kijkt naar het goed begroten van je kosten en baten, niet helemaal zoals het hoort. Dan druk ik me nogal voorzichtig uit. Ook daar wordt naar gekeken. De nieuwe directie van de OD IJmond heeft enige maanden geleden dit echt ter hand genomen, omdat er in de afgelopen jaren dat niet is gedaan. Laten we het maar even zeggen zoals het is. Dus er komt echt een inhaalslag als … Het op orde brengen, de basis op orde brengen, wordt vaak gebruikt in de bestuurlijk ambtelijke wereld, maar in dit geval is dit zeker aan de hand. Als u de vraag stelt van, worden we daarin meegenomen, vanzelfsprekend, want u heeft daar gewoon een rol in, al was het alleen maar omdat u budgethouder bent en daar het een en ander over moet kunnen vinden. Dat appelleert ook aan de vragen die werden gesteld of de opmerkingen die werden gemaakt als het gaat over het verbeteren van de dienstverlening. Dat is natuurlijk een aspect wat daarin zit.

Ik heb ook in dat gesprek waar ik net even aan refereerde dat als een van de eerste punten gezegd, we willen gewoon zien … Je zit in het bestuur van de GR, daar doe je het algemene belang, maar je zit er ook als vertegenwoordiger van de gemeente Zandvoort in ons geval, om ervoor te zorgen dat de dienstverlening hier goed wordt uitgevoerd. Dat is natuurlijk een heel belangrijk aspect dat keer op keer in de vergaderingen die daarover gaan worden meegenomen. Misschien iets te uitgebreid en misschien heb ik daardoor weer dingen overgeslagen. Ik kijk even snel nog in mijn aantekeningen. De heer Bouberg Wilson kwam nog even specifiek terug op de uitbreiding die wordt aangekondigd. Dat refereert ook weer een beetje aan wat ik net zei over, hoe ga je nu verder? Is die hele uitbreiding wel nodig? Moet je dat zomaar zelf doen of kan je dat op een andere manier voor kiezen ? De keuzes die gemaakt worden ook in de taken die erbij horen, zeker. Daar moet je echt goed en serieus naar kijken. De vraag was ook nog eventjes van, waarom in de notitie de visie die wordt gegeven, welke richting gaat dat eigenlijk op? Dat is echt de hamvraag waar we nu het antwoord op aan het bijna boetseren zijn van, hoe gaan we hier op een robuuste manier mee verder? En wij is dan weer even het bestuur van de GR met het DB erbij. Dat zijn echt zeer essentiële vragen die beantwoord moeten worden.

Voorlopig is ervoor gekozen, en dan rond ik echt af, om in de begroting voor 2026 nog even in de meer in de indexsfeer te zitten. U ziet waar de extra kosten voor Zandvoort naartoe gaan. Ik … Maar zodra we de discussie 2027 gaan krijgen, praten we echt over een aantal andere zaken. Tot zover even. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Ik zie dat u een interruptie heeft van het CDA. De heer Stephan. De heer Stephan: Dank. Of tweede termijn. Ik weet niet. De voorzitter: Als u zegt, ik doe het in de tweede termijn, vind ik dat helemaal prima. Dan gaan we naar de tweede nummer termijn en dan heeft u het woord. De heer Stephan: Dank u wel, portefeuillehouder. Soms is less is more. Want uw betoog roept toch wel weer twee vragen bij mij op, die ik eerst niet had, maar overigens dank voor de uitgebreide beantwoording. Goed om er wat uitgebreider bij stil te staan. Maar u zei twee dingen die me wel eventjes aan het denken hebben gezet. Allereerst had u het over dat van, ik zeg het even in mijn woorden, het vraagstuk over of nog wel in de organisatie van OD IJmond alle taken die we daar nu hebben gegeven, of dat wel nog zo het … Of wij dat zo zouden willen houden. U noemde bijvoorbeeld als voorbeeld geluidsmetingen.

Maar wat ik dan niet heb gehoord, is, waar denkt de portefeuillehouder, als we de taken wegnemen, dat anders onder te brengen? Handhaving of elders? Ik ben benieuwd hoe … Waar we dan … Om welke taak het gaat en waar we ze dan anders onder moeten brengen. Het tweede wat de wethouder zei, dat een aantal fundamentele vragen moeten worden beantwoord en hij noemde daarbij, dan moeten we binnen nu en de komende zeven

27

maanden … Moet een antwoord op komen. Maar mis ik iets over zeven maanden wat daar dan speelt of speelt u op de verkiezingen, of mis ik iets? De voorzitter: Dat was hem? Dank u wel. Dan ga ik over naar de fractie van OPZ. De heer …: Dank u wel, voorzitter. Wij bedanken de wethouder voor zijn wat bredere relaas over de omgevingsdienst en wat daar nu speelt. Dat vergroot wat begrip. Want er worden wat slapende honden wakker gemaakt naar aanleiding van de stukken, waar je weinig duiding aan kunt geven. De wethouder heeft daar in ieder geval het nodige aan toe bijgedragen om die duiding wel te geven. Neemt niet weg dat hij in zijn inbreng noemde dat de robuustheid voornamelijk ook wordt gerelateerd aan de financiële robuustheid. Dan heb ik een haakje aan het eerste punt uit het voorliggende raadsbesluit, namelijk om geen bedenkingen te uiten over de jaarrekening. Ik denk dat dit met name een punt is waar je mogelijk wel degelijk een bedenking bij zou kunnen maken, bij die beoordeling van die financiële robuustheid. Los overigens ook van andere dingen die spelen. Ik weet niet of je daar nu op vooruit moet lopen, gegeven hetgeen wat de wethouder heeft aangekondigd wat er op ons af gaat komen, dat zou ons misschien toe kunnen brengen om dat nog even onder de pet te houden.

Maar in ieder geval waar het dus die financiële robuustheid betreft en de jaarrekening, lijkt mij dat inderdaad wel een punt wat aandacht verdient bij het raadsbesluit. Ik ben even nieuwsgierig hoe de wethouder daarover denkt, ook mede gezien zijn opmerkingen. De andere twee punten die betreffen namelijk de consequenties van hetgeen er is geconstateerd wat betreft een nieuw basistarief en de gevraagde deelnemersbijdrage. Dat is wat ons betreft logisch, gegeven de verklaring daarvoor. Wij vinden dat ook dat dat zeker beschikbaar gesteld moet worden, want we willen de financiële robuustheid niet nog meer in problemen brengen doordat ter discussie te stellen. Dus dat moeten we dan ook niet doen, denk ik. Het lijkt ons ook verstandig om met die punten uit de raad dus wel in te stemmen, want we hebben weinig andere keuze. Dat is mijn inbreng. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk de commissie verder rond voor een tweede termijn. Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Dank, portefeuillehouder, voor de beantwoording. We hebben het in de raad vaker over OD IJmond en wat wij allemaal willen, en waar gaan we naartoe? Het is heel goed de winstwaarschuwing die u geeft van dat we die discussie met elkaar gaan voeren. Dan is natuurlijk de volgende vraag, wanneer komt dat en op welke wijze doen we dat dan hier in de raad? Want dat is een soort takendiscussie.

Ik ga ervan uit dat u dan ondertussen ook nadenkt over, welke oplossingen kunnen daarbij horen. Want dat is natuurlijk voor ons interessant, maar ik zou graag iets willen weten over een tijdpad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik de commissie verder rond. De heer Drommel, VVD. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden het ook interessant om in ieder geval met de OD IJmond in gesprek te gaan, welke taken overlap hebben met andere gemeentes, om daar gewoon de gemeenschappelijke delen eruit te halen en dan kijken of hetgeen wat dan niet precies aansluit bij onze behoeften, of we daarmee kunnen leven, want ons lijkt het wel een hele grote kans om het een stuk efficiënter te maken. Want wat het nu eigenlijk betekent, kan ik me heel goed voorstellen voor OD IJmond dat ze voor elke gemeente maatwerk moeten gaan leveren. Dan hebben we eigenlijk als het ware zoveel gemeentes, zoveel omgevingsdienstjes. Daar wordt het natuurlijk niet efficiënter voor. Dus wij zijn daar in ieder geval wel voorstander van, van die gedachtelijn.

28

De voorzitter: Dank u wel. Kijk ik de commissie verder rond voor een tweede termijn. Ik concludeer dat geen van de andere partijen nog een tweede termijn wenst. Dan gaan we naar de tweede termijn van de portefeuillehouder. Het woord is aan de heer De Kloet. De heer De Kloet: Dank u wel. Om even in te gaan over de opmerking die ik heb gemaakt over de robuustheid, ik denk dat het te vroeg is om daar nu als raad een oordeel te geven over de robuustheid naar aanleiding van de begroting of de jaarrekening. Het enige wat ik daarmee wil heb willen zeggen, is, de vertaling die vanuit de Rijksoverheid is gegeven, dat robuustheid een criterium wordt. Hou me even ten goede wat daar … Welke bedragen daar precies bij horen. Maar er wordt wel gekeken van, hoe kan dus de inkomensstroom, de begroting worden opgeplust? Dat gaat onder andere met de gedachte in ieder geval zoals ik hem net uitlegde dat als je de dienstverleningsovereenkomst als structureel gaat onderbrengen in je gemeenschappelijke regeling naast je wettelijke taken, dan zie je daar natuurlijk een financiële plus in verschijnen. De discussie die ontstaat is van, is dat de manier om die robuustheid op die manier aan te pakken? Zonder daar nu het antwoord op te willen geven, wil ik wel aangeven dat die discussie zeer actueel is.

Daarom heb ik het op deze manier verteld, om uw raad ook bewust te maken van een zeer fundamentele discussie die op dit moment wordt gevoerd. U zult begrijpen dat daar waar het gaat over de financiën, ook de wethouder Financiën daar nauw bij betrokken is. De voorzitter: Interruptie van OPZ, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Gegeven de opmerking van de wethouder, is hij het niet met ons eens dat op het moment dat je vindt dat je daar zorgen over hebt, moet je daar dan niet op de een of andere manier ook melding van maken, als het gaat over de jaarrekening? Ik ben even nieuwsgierig of dat niet gewoon het gevolg is van wat de wethouder in eerdere instantie heeft opgemerkt. Het lijkt … Het zou het een beetje … Laat ik het anders omdraaien. Het zou wat vreemd zijn op het moment dat je die zorgen hebt, dat die zorgen er ook zijn, en dat je er dan weer niets over zegt. Ik zie … Voorzitter, ik zie een beetje … Is het duidelijk wat ik bedoel? De voorzitter: Daar kunnen we achter komen. Portefeuillehouder. De heer De Kloet: Dank u wel. Ik wacht tot ik het woord krijg. Het is niet zozeer dat dit college zorg heeft over die robuustheid.

Alleen de vraag die ik voor heb zien liggen, is van, hoe ga je die robuustheid, A, goed meten van, welke criteria worden daar nu echt aan ten grondslag gelegd? En hoe ga je die robuustheid invullen? Als je nu gaat zeggen, we hebben daar zorgen over, loop je wel … Loopt u, we, denk ik, ietwat voor de muziek uit. Laten we eerst kijken van, hoe wordt die robuustheid vormgegeven en inhoud gegeven? En laten we daar dan een oordeel over vellen als we weten hoe dat beeld helder is. Wat ik daarmee aan heb aan willen geven, is dat dit speelt, dat het criterium wat belangrijk is over de levensvatbaarheid en de gezondheid van een omgevingsdienst, de robuustheid, en dat is … Ik heb een verschil gemaakt tussen … Je kan ook zeggen, de bezetting moet robuust zijn en vanwege ziekte en wat dan ook, maar ook dat de financiën daar een grote rol in spelen, dat heb ik u willen meegeven. Niet dat we daar op dit moment zorgen over maken, want juist die inventarisatie wordt nu gedaan. Ik denk dat het goed is, om even ook wat mevrouw Koper zei aan te haken, om in september als die raden… De raadsbijeenkomst komt met de OD, omgevingsdienst, om daar die discussie op die manier dan ook te voeren. Wellicht hebben we daar dan hopelijk een beter beeld van. Het lijkt me een goed idee om op dat moment, mochten er dan naar aanleiding van die presentatie zorgen zijn, om die vragen dan op die manier te stellen.

Ik heb gezegd net van, zeven maanden. Misschien is dat ietwat ambitieus wellicht geweest, maar dan zitten we aan het eind van het jaar. Wat wel aangekondigd is, ik weet niet of het in de stukken zijn, maar dan vertel ik het u vast, dat de kadernota 2027, ik wil niet zeggen versneld, maar wel 29

redelijk vroeg tot u komt, zodat u daar nog een oordeel over kan vellen. Zo kom ik een beetje misschien wat dan de acht maanden is, maar vrij kort in het nieuwe jaar zal dat gaan gebeuren. Echt een planning geven van, wat gaan we nou wanneer beslissen, dat heb ik op deze manier hopelijk aan kunnen geven. Ik denk dat die septemberbijeenkomst … Wil ik graag onder uw belangstelling graag warm aanbevelen om daarbij te zijn, want dat wordt echt een belangrijke sessie. Even kijken of ik iets … Misschien even nog de vraag van, als je praat over de taken, gaat het dan over handhaving en zo? Dat is net even het gevaar van het geven van voorbeelden. Maar ik wil niet alleen maar in grote lijnen spreken. Ik had … Ik wil geen voorbeeld noemen, maar je kan kijken naar taken in zijn algemeenheid van, moet je dat houden? Dat geeft ook aan hoe serieus we naar deze materie kijken op deze manier. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Ik heb van twee fracties nog niet gehoord of dit een bespreekpunt is of een hamerstuk, namelijk fractie van OPZ en de fractie van de VVD. Dus ik zou nog kort willen weten van deze twee fracties of zij dit als bespreekstuk zien of als hamerstuk. Ik begin bij de fractie van de Ouderenpartij Zandvoort, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, het is maar net hoe je het wilt insteken.

Misschien is het goed als het over robuustheid gaat ,gegeven de inbreng van de wethouder, om die zowel in zijn hele breedte als in de financiële zin gewoon te bespreken in september, zoals de wethouder noemt. Ik heb ook even gekeken hoe de hazen lopen hier op dit moment. Het lijkt me verstandig om dat dan inderdaad op dat moment te doen. Dan hebben wij geen opmerking verder ten aanzien van de bedenkingen. Dan kan het wat ons betreft een hamerstuk zijn. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk ook even naar de fractie van de VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Een hamerstuk, en we worden graag op de hoogte gehouden over de voorgestelde plannen om het efficiënter te maken en uit te lijnen. De voorzitter: Daar heeft u een toezegging op van de wethouder, dus dat komt goed. Dan sluiten we dit agendapunt af en wordt dit ook een hamerstuk op de agenda van de raadsvergadering. 9.

RIB Versnellen besluitvorming projecten De voorzitter: Komen we bij agendapunt 9 aan, de raadsinformatiebrief Versnellen besluitvorming projecten. De fractie van Jong Zandvoort wil graag deze raadsinformatiebrief bespreken, omdat hier een notitie is bijgevoegd waarin staat wat er binnen de gemeenschappelijke organisatie misgaat, waarin de discussie breder getrokken kan worden en waarom projecten binnen Zandvoort moeizaam van de grond komen. Naast mij neemt plaats wethouder Bluijs. Ik wil u wel aan de voorkant aangeven, het is een stuk dat ook enigszins over de ambtelijke organisatie gaat. Ik ga er wat strenger in zijn, omdat ik graag ook onze ambtenaren bescherm. Dus dat wil ik u wel hebben meegegeven. Mocht ik voelen dat het wat meer naar één kant toe gaat, dan zal ik u dat ook op een normale manier laten weten, zodat we de discussie ook gewoon scherp houden maar wel op de bal blijven spelen. Dus dat wil ik u hebben aangeven. De heer Hermsen heeft een vraag. De heer Hermsen: Voorzitter, dan een verduidelijkende vraag, want er wordt in een aantal van die twee notities … Wordt er ook duidelijk met naam gesproken. Normaal gesproken is de verwachting ook dat dat dan wordt zwart gemaakt, zodat we daar in ieder geval inhoudelijk niet over willen spreken. Wat is de gedachte erachter dat het nu wel openbaar is? Heeft u heeft daar een toelichting op? 30

De voorzitter: Ik hoor dat als het betreft … Als het ambtenaren betreft, worden die niet per definitie zwart gelakt. Dus dat is dan de reden waarom dat zo is. Maar ik wil nogmaals, ook omwille van een goede discussie, wel aangeven dat wij niet … Het is niet de mores om hierover ambtenaren afzonderlijk te praten. Dus vandaar ook die opmerking. De heer Hermsen. De heer Hermsen: Ik stel hem, en ik ben het met u eens, maar ik vind het wel lastig hier in deze, zeker in dit stuk, omdat hier ook sprake is van subjectiviteit op een bepaalde kijk hoe de verhoudingen lopen. Dan had ik dus verwacht dat we dat soort stukken eerder in beslotenheid zouden bespreken, dan dat we het hier nu in openbaar doen. Dan maakt het dus ook lastig … Ik wens het u ook niet toe ,want dan wordt het een hele lastige discussie over wat je wel mag bespreken en wat niet. Dus ik wens u daar in ieder geval heel veel succes mee. Wij zullen erop letten. Maar dan had ik dit wel even anders verwacht. Dat had ik ook graag dan gezien op dit soort onderdelen. Dus ik wilde het toch even meegeven voor de agendacommissie voor de stukken of vanuit griffie, dat we wel moeten letten op de … Enerzijds de politieke gevoeligheid, anderzijds tussen de ambtelijke organisatie en de verhoudingen waar dat in speelt en de context ook. Want als je hem blanco zou lezen, dan vind ik het echt een lastige discussie worden.

Ken je de inhoud wat beter, dan wordt hij anders, zeker ook gezien technische sessie et cetera die wij ook hebben gehad, die dan ook niet openbaar is. Dus dat maakt het wel even weer hoe we ernaar kijken. Ik denk geef het u van tevoren mee. Ik weet dat het niet gebruikelijk is, maar gezien de gevoeligheid van het onderwerp bij deze. De voorzitter: Ik neem … De woorden die u uitspreekt, die zal ik ook terug meenemen richting de agendacommissie om het daar ook nog eens over te hebben, want ik denk dat u daar een punt maakt. Dus dat neem ik graag mee en ik dank u ook voor het succes wensen. Dan gaan we beginnen en we beginnen bij Jong Zandvoort, want zij hebben de raadsinformatiebrief geagendeerd. Aan u het woord. De heer Berg: Dank u wel. Het is geen hamerstuk, dus ik doe het woord weer. Laat ik beginnen met zeggen dat ik me echt wel heel goed kan vinden in de opmerking van de heer Hermsen. Het is … We hebben dit stuk natuurlijk met een reden geagendeerd, maar dat is niet omdat we nu alle namen van ambtenaren die hierbij betrokken willen noemen. Dus ik ben dat echt wel met die oproep eens. Wees nou voorzichtig met gewoon individuele namen. Maar goed, volgens mij was dat helder. De laatste opmerking die ik wil maken, is dat de collega’s terecht dus positief over de voortgang van de agenda waren dan ik. Dus toch fijn dat we het vanavond nog bespreken.

RIB Versnellen … Het versnellen van projecten. De gemeente Zandvoort beschikt over een eigen ruimtelijk planproces, het Zandvoorts ruimtelijk planproces, hele mondvol. Dat is bedoeld om ruimtelijke projecten van initiatief tot oplossing te structureren. Wij merken niet alleen in contact met ontwikkelaars maar ook gewoon in de resultaten die wij hier in de raad behandelen daarvan, is dat het in de praktijk dit … In de praktijk is dit proces echt wel vatbaar voor verbetering, en dan druk ik me heel licht uit. Even kijken. Een paar dingen daarvan is dat wij … Wat wij met name terugkrijgen van ontwikkelaars, is dat er als er verkennende vragen worden gesteld of … Maar niet echt een definitieve aanvraag, dan horen wij vaak dat het gewoon alleen wordt afgedaan met een ontvangstbevestiging en dat er geen methodologisch antwoord is over wie het initiatief substantieel dan neemt en binnen welke termijn dit gebeurt, of er een startnotitie van gemaakt wordt, of er een intentieovereenkomst volgt en of het plan operationeel prioriteit krijgt. Anders dan in veel andere gemeenten wordt er in Zandvoort niet gewerkt met vaste termijnen, formaten van duidelijke fasering. Ook ontbreekt een efficiënte verdeling tussen kleine en grote projecten, waardoor het onduidelijk is welke plannen via versnelde route kunnen worden beheerst en welke een uitgebreid proces doorlopen.

Daardoor worden zowel initiatiefnemers als ambtelijke organisatie belast met onduidelijkheid, parallelle informele overleggen en langdurige stilstand. De ambitie om sneller woningen te

31

realiseren, het zogeheten schop in de grond, wordt grotendeels in de praktijk gefrustreerd. Daarom zeg ik, het is echt vatbaar voor verbetering. Een vergelijking met bijvoorbeeld de leidraad Ruimtelijke projecten van een andere gemeente, Schouwen-Duivenland, die pakken dat bijvoorbeeld heel anders aan. Die gemeente biedt initiatiefnemers een glasheldere route. Na indiening volgt binnen enkele weken een intake en een beslissing van het initiatief wordt verder opgepakt. Er zijn vaste formats voor intentieovereenkomsten, toetsingskaders voor ruimtelijk en beleidsmatige beoordeling en duidelijke afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en vervolgprocedures. Ook wordt vastgelegd wanneer de gemeente capaciteit beschikbaar stelt en wat de initiatiefnemer zelf moet aanleveren om tot samenwerking te komen. Deze werkwijze zorgt niet alleen voor snelheid, maar vooral voor voorspelbaarheid, gelijkheid en vertrouwen in de overheid als partner om mee samen te werken met woningbouwprojecten. Voor Zandvoort geldt op dit moment een beetje het omgekeerde. Ondanks goede bedoelingen, is het ruimtelijk planproces onvoldoende richtinggevend en leidt het tot frustratie onder initiatiefnemers, ambtelijke overbelasting en bestuurlijke vertraging.

De roep om versnelling van woningbouw en gebiedsontwikkeling is terecht, maar kan alleen worden waargemaakt als het planproces daarop volgend wordt ingericht. We willen het college oproepen om het planproces echt serieus tegen het licht te houden en meer dan alleen de motie Schop in de grond opriep. Wat ons betreft, betekent dat een vaste leidraad voor initiatiefnemers, dus vaste beslismomenten, onderscheid tussen grote en kleine projecten, duidelijke terugkoppeling, formats voor intentieovereenkomst en transparantie over rolverdeling en capaciteit. Alleen dan ontstaat een proces dat feitelijk impliceert beheersbaar en krachtig uitvoerbaar is. Zonder deze vernieuwing blijft de wens tot sneller een schop in de grond vooral een papieren ambitie. Met deze aanpassing wordt de ambitie van de raad vertaald in een werkbaar instrument dat uitvoerbaar is voor college, organisatie en initiatiefnemers. Daar laat ik het in de eerste termijn bij. Dan verneem ik graag een reactie van het college hierop. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Berg. Dan ga ik naar de fractie van D66. De heer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter, volgens mij hebben we toentertijd ook een keer bij de motie Schop in de grond gezegd dat vaak dit soort processen niet zozeer liggen bij hoe de organisatie werkt, maar hoe de raad ook werkt.

Wij herkennen ons ook hier niet in, omdat we dit proces echt al meerdere malen hebben terug zien komen. Het is ook vaker toegelicht. Ik ben ook blij met de technische sessie die we hebben gehad met betrekking tot die toelichting en ook de uitleg dat het over de maximale staat gaat van proces en niet zozeer in hoe andere zaken versneld kunnen zijn, en dat het ook wel een beetje ligt aan ook hoe wij als raad onze prioriteiten stellen en wat wij daarvoor doen. Dat er allicht op sommige punten weleens frictie is, zal voor de situatie in Haarlem dan net niet anders zijn, maar dan ook niet anders zijn in andere gemeenten daarin. Dus ik zie ook niet zo goed naar aanleiding van het agenderen hiervan. Ik bedoel, ik ben het prima ermee eens en dat is het fijne van dit soort situaties dat elke partij dit kan agenderen, maar wij herkennen ons hier niet in. Dus ik kan er lang en kort over zijn dan, maar dat is dan hoe wij daarnaar kijken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de fractie van OPZ. Aan wie mag ik het woord geven? De heer Bouberg Wilson, aan u het woord. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, dank u wel. Ik hoorde net een opmerking maken, het wordt tijd dat het college het planproces tegen het licht houdt. Wij denken dat het tijd is dat de raad ook wat dat betreft hetzelfde doet.

Want eerlijk gezegd, het is nu een paar keer voorgekomen dat het planproces als toetsingskader voorbijkwam en op het moment dat je dan gewoon nog eens even rustig terugkijkt wat de positie van de raad in het planproces is, dan is die in onze mening marginaal. Dat zou volgens mij anders

32

moeten. Bijvoorbeeld een kaderstellend moment van de raad tref ik in het plan proces niet aan. Dat lijkt me toch een van de meest basale dingen die je als raad toch je moet voorbehouden. Ik denk dat het zeker verstandig is om te kijken of er mogelijkheden zijn om dat te versnellen. Ik weet niet of wat ik net heb gezegd daar een bijdrage is, maar het is hoe dan ook denk ik wel nodig. Het college stelt een derde bijeenkomst voor om die te organiseren, om vooral in te gaan op het planproces en de mogelijkheden die de raad heeft om daarin keuzes te maken. Dat in het licht van wat ik in eerste instantie zei, heel erg benieuwd welke keuzes de raad kan maken. Wij denken dat dat anders kan. Op het moment dat dat anders kan, kan het misschien ook sneller, maar dat weten we niet zeker. In ieder geval goed dat dit punt geagendeerd is. we zijn benieuwd, op het moment dat we het tegen het licht houden, wat eruit komt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouberg Wilson. Ik ga naar de fractie van GroenLinks. Mevrouw Van Essen. Mevrouw Van Essen: Dank u wel, voorzitter. Goed. We hebben een hele technische sessie gehad over het ruimtelijk en civiel planproces, wat heel erg nuttig was, waar zeer waardevolle informatie is gedeeld.

Volgens mij wordt er per project nu gekeken, welke stappen zijn er nodig om zo snel mogelijk door dat planproces heen te gaan? Want elk project is nou eenmaal anders. Je kan daar wel een format voor gaan bedenken van, dit valt onder klein, dit valt onder groot, maar dan heb je net weer een project wat misschien qua afmetingen klein is, maar dat staat dan weer op zo'n prominente plek, dat het toch wel weer meer stapjes behoeft. Dus uiteindelijk zal je per project toch moeten kijken welke stappen je doorloopt en welke stappen je naar de raad brengt. Ik denk dat dat proces nu goed gaat. Ik denk dat het alleen maar papieren rompslomp met zich meebrengt en meer vertraging als je dus van die standaard fasering gaat maken, want voor het weghalen van dit glas, daar gebruik je ook geen sloopkogel voor, om eventjes een mooie beeldspraak te doen. Wat we in de raad vaak doen, dat is een beetje een modewoord, denk ik, is integraliteit tussen de verschillende projecten en dat alles in verbinding met elkaar moet staan. Als er iets vertragend werkt, dan is dat het wel. Dus daar moeten we misschien ook iets meer bedachtzaam op zijn in de raad. Onzes inziens is er juist de afgelopen paar maanden … Zijn er flinke stappen gemaakt in diverse projecten, zowel op ruimtelijk als civiel gebied. Dus wat dat betreft, denk ik dat we oké bezig zijn. Dank u wel.

De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Berg, Jong Zandvoort. De heer Berg: Dank u wel. Ik heb eigenlijk twee vragen. Ik begin met één. Mevrouw Van Essen zegt, het gaat eigenlijk wel goed zo. Hoe moet ik dat dan zien in het licht met de motie die GroenLinks heeft ingediend over om het proces tegen het licht te houden en aanpassingen door te voeren? Waarom dient u dan wel een motie in om het aan te passen, maar zegt u nu, het gaat eigenlijk wel prima zo? De voorzitter: Mevrouw Van Essen. Mevrouw Van Essen: Je moet op elk project kijken waar je zo snel mogelijk door het proces heen kan en waar de … Het proces ligt per project. Als we daar efficiënt naar kijken, en dat is juist het idee van die motie, dus kijken hoe … Wat is hiervoor een precies nodig aan documenten, waar hebben we input nodig van de raad en … Om zo snel mogelijk die stappen te doorlopen. Dat is denk ik wat er nu ook zoveel mogelijk gebeurt, in ieder geval de laatste tijd. Natuurlijk kunnen we daar altijd in verbeteren, maar … De voorzitter: Ik vernam dat er nog een vraag zou zijn. De heer Berg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15646955/1