CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript - 28 mei 2024

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Besluitenlijst en Transcript37.522 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het bedrag wat er uitkomt, dat horen we dan graag, maar dat we maar … We hebben een directiebegroting, we kunnen erop vertrouwen dat de organisatie goed zijn werk heeft gedaan. En nu komt er maar één offerte uit en het is buitenproportioneel zo verhoogd. Daar ligt voor ons de crux. We hoeven helemaal niets af te schalen van De

Krocht. We hoeven het voor ons niet te versoberen, we vinden het maatschappelijk nog steeds van belang. Het bedrag, dat staat voor OPZ ter discussie. De voorzitter: De heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, zou het voor de heer Berg dan geen werkbare oplossing zijn als de begroting zoals die nu is ingediend door de desbetreffende indiener, als die wordt getoetst op redelijkheid? Dat we daarmee ook eigenlijk linksom in plaats van rechtsom kunnen kijken in hoeverre dat bedrag juist is? De voorzitter: Daar zal de wethouder zo nog even op ingaan. Ik ga naar mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, daar wil ik graag iets van de wethouder op horen. Voorzitter, dat het bedrag een zure appel is, dat delen we met elkaar, maar laten we in hemelsnaam het algemeen belang niet uit het oog verliezen en ook vooral de gemaakte afspraken met alle stakeholders en de betrouwbare politiek. Ik steun de woorden van onder meer GroenLinks en het CDA, die gezegd zijn hier in de tweede termijn. Het is zuur, maar dat is geen reden om te gaan zeggen dat iets niet deugt of dat we terug moeten komen op gemaakte afspraken. Laten we zorgen voor oplossingen. Naar Jong Zandvoort, voorzitter, zou ik graag willen zeggen dat het groter maken van De Krocht een hele grote discussie is geweest, met alle stakeholders zijn daarbij betrokken.

Het heeft onder meer ook echt te maken met het vrijspelen van de ton, met woningbouw. En kijk op Raadsnet en laten we die discussie niet overdoen die heeft geleid tot deze plannen. Volgens mij staat dat ook in het coalitieakkoord, dat we dat niet gaan doen. En dat er nog maar één offerte ligt, dat is voor ons soit. Grondstoffeninflatie, vertraging, alles is al voorbijgekomen. Ik had opgeschreven: als ik kijk naar het bedrag in het amendement, dan vragen we af of daar wel het achterstallig onderhoud van de afgelopen veertig jaar mee kan worden aangepakt. Als dat eruit gaat, is deze opmerking niet meer van toepassing. Maar vertraging is echt in strijd met gemaakte afspraken en dat kan voor ons echt niet. Eerst die vertraging van de welstand, dat was al een hele zure. Toen die ophokplicht voor vleermuizen. Het moet nu gebeuren. Het gaat Partij van de Arbeid om het nemen van verantwoordelijkheid. Laten we doen wat we beloofd hebben. De voorzitter: Dank u wel. ZEE. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Volgens mij is het meeste al gezegd. Ik kan me helemaal aansluiten bij wat mevrouw Koper zojuist zei. En ja, dat er een stukje duidelijkheid wordt gevraagd, daar kan ik echt nog wel inkomen. Dat stukje sympathie wil ik ook wel meegeven. Dat begrijp ik. Maar zoals het amendement nu is gepresenteerd richting ons, was dat echt niet de kern van het verhaal.

En ook de manier waarop er dan in de commissie over is gepraat, de manier waarop er nu toch wel met een bepaalde emotie ook in wordt gezeten, terwijl we geld over hebben op de begroting, wat eerder ook al is benoemd, terwijl wij volgens mij allemaal die ambitie waar willen maken. Als je kijkt naar het coalitieakkoord nota bene, staat erin dat de coalitie vaart wil zetten achter het uitvoeren van lopende en toekomstige projecten. Dus ik begrijp niet wat de hold up is. En ja, wat ons betreft steunen we dus gewoon nog steeds het oorspronkelijke voorstel. Punt. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga nog even voor de tweede termijn richting de wethouder. Er is concreet nog één vraag aan u gesteld en ook nog even ingaan op het amendement graag. De heer Bluijs: Ja, het amendement. Ten aanzien van die kosten, dat heb ik al gezegd dat we dat nog … A hij is getoetst, de offerte is getoetst op of hij juist was of niet, op basis van het definitieve ontwerp, want zo is het gegaan, dat andere waren die ramingen. Dat waren kostenramingen. Daar is volgens mij de directiebegroting

ook op afgestemd. Die is in 2022 volgens mij in september ongeveer opgesteld en die is dus al twee jaar later bijna nog een keer getoetst. En die is getoetst op basis van waarschijnlijk die van ’22, die uitging kijkende naar die kostenraming en daar in het verlengde. Dat had waarschijnlijk niet moeten gebeuren. Maar dat heb ik ook gezegd, daar stoor ik mij ook aan, dat er dan ondertussen een DO ligt en men meer informatie kan hebben over het definitieve ontwerp en dus een andere directiebegroting. Dat heb ik gezegd: ga ik ook mee aan de gang en aan de andere kant heb ik ook gezegd dat ik er ook alles aan zal doen om die kosten te beperken en ook de eventuele tegenvallers dan weer te kunnen opvangen enzovoort. Dat heb ik toegezegd en ik denk dat dat juist is wat we moeten doen. Dan ten aanzien van het amendement. Ja, ik denk dat, kijkende naar het raadsvoorstel en wat het amendement geeft. En dan ga ik niet inhoudelijk in op de constateringen en het besluit, want daar bent u al heel uitgebreid met elkaar op ingegaan. Dat ga ik niet doen. Maar ik ontraad hem bij deze. De voorzitter: Dank u wel. Ik constateer dat er een einde is gekomen aan de beraadslaging en wij kunnen gaan stemmen over dit onderwerp. Ik constateer dat er een amendement ligt en ik constateer dat er een voorstel ligt.

Dat betekent dat wij eerst gaan stemmen over het amendement en als daarover gestemd is, dan wordt er gestemd over het al dan niet gewijzigde voorstel. Allereerst het amendement van Jong Zandvoort en OPZ. Wie zijn er voor dit amendement? Dat zijn de fracties van Jong Zandvoort en OPZ. Tegen zijn de fracties van CDA, VVD. PVV, GroenLinks, D66, Partij van de Arbeid en ZEE. Daarmee is het amendement verworpen met vier tegen tien. Gaan we stemmen over het voorstel als zodanig. U kunt stemmen. Dan constateer ik dat voor dit voorstel gestemd hebben de fracties van CDA, VVD, PVV, GroenLinks, D66, Partij van de Arbeid en ZEE. Tegen hebben gestemd de fracties van Jong Zandvoort en OPZ. Betekent dat met tien tegen vier het voorstel is aangenomen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Ik zie de heer Berg. De heer Berg: Ik wil duidelijk benadrukken: OPZ is niet tegen renovatie, maar tegen dit verhoogde budget. De voorzitter: Ik zie ook mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Ja, hetzelfde. Wij zijn ook niet tegen renovatie of tegen De Krocht, maar wel tegen dit te hoge bedrag. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we daarmee, o ook nog een stemverklaring van de heer Stephan. De heer Stephan: Cultuur mag wat kosten. De voorzitter: Waarvan akte.

Zijn wij aan het einde gekomen van de beraadslagingen over dit onderwerp en stel ik vast dat we daarmee de bespreekstukken hebben gehad en dat wij nog toe zijn aan een aantal moties vreemd. 16. Moties Spreidingswet De voorzitter: Wij hebben bij het vaststellen van de agenda … Mijnheer Bluijs, u mag de tafel verlaten. En ik verzoek de heer Hendriks, waar hij ook, o die is daar, om plaats te nemen. Wij starten met een tweetal moties over de Spreidingswet. We hebben bij het vaststellen van de agenda vastgesteld dat wij een iets afwijkende procedure doen. Normaal gesproken, weet u, bij een motie vreemd, dient de indiener de motie in, voert het woord, reactie van het college, rest van het college krijgt de gelegenheid te reageren, indiener laatste woord, stemmen. We gaan het anders doen. We gaan nu in eerste instantie de beide indieners van twee moties over hetzelfde onderwerp het woord geven. In eerste instantie is dat GroenLinks en daarna de partij ZEE. Daarna

geef ik de rest van de raad de gelegenheid daarop te reageren. Dan geef ik de portefeuillehouder het woord en indien nodig komt er dan nog een tweede termijn. Dus ik zou dat als procedure willen of dat hebben we als procedure afgesproken en ik geef graag het woord aan de heer El Gebaly. Aan u het woord. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. En de motie Uitvoering wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvang, tussen haakjes. Ik zal hem ook in het vervolg Spreidingswet noemen om een lange zin te voorkomen, is mede-ingediend door de Partij van de Arbeid en ZEE. Voorzitter, met enige verbazing zagen wij en lazen wij de raadsinformatiebrief omtrent het pauzeren van het uitvoeren van de Spreidingswet en ik zal u uitleggen waarom die verbazing er was. Want wij hebben allemaal nog in het achterhoofd de raadsvergadering van afgelopen april en daarin was onder andere een motie lag daar op tafel om te kijken of we niet een pauze zouden kunnen uitvoeren, in dit geval in de Spreidingswet. En de woorden van het college, bij monde van portefeuillehouder Henriks waren de volgende: motie van Jong Zandvoort, die zegt in feite: ‘houd je aan de wet, niets meer en niets minder. Als er een spreidingswet is, voer hem uit. Als er geen spreidingswet is, voer hem niet uit. Dat is precies hoe het college daarnaar kijkt. Dat is precies hoe het raadsvoorstel is beschreven.

In elk geval is dat wat we met het raadsvoorstel bedoelen, maar we houden ons aan de wet. Niets meer, niets minder.’ En voorzitter, die discussie ging in april verder. Want het ging ook over scenariodenken. En daarover, en ik citeer wederom de wethouder, zei de wethouder het volgende: ‘dat past ook bij deze motie wat mij betreft. Wat ook waarschijnlijk is, is dat bijvoorbeeld een nieuw kabinet een nieuw verdeelbesluit neemt. Dus dat we hier in Zandvoort geen 94 mensen hoeven op te vangen, maar veel minder of misschien wel meer. Of dat er over twee jaar weer een nieuw verdeelbesluit komt. Wat ik wil zeggen is: in elke afspraak die wij met het COA maken, zal dus een bepaalde mate van flexibiliteit afgesproken moeten worden. Hoe gaan we om met een lager verdeelbesluit, hoe gaan we om met het afschaffen van de wet? Daar zullen we dan afspraken over moeten maken.’ Met andere woorden, voorzitter, nog geen maand geleden was deze wethouder en dit college ervan overtuigd dat die afspraken zouden mee worden genomen in een afspraak met het COA. Er is op dit moment alleen een nieuw onderhandelaarsakkoord en vandaag weliswaar mogelijk een nieuwe premierskandidaat, maar er is nog niets bekend over een intrekkingswet, laat staan een Eerste Kamer die zich daarover heeft uitgesproken. En dan vergeet ik nog de Tweede Kamer en de Raad van State en eenieder die daar nog iets over moet zeggen.

Daarnaast, en dat is een persoonlijk punt van de fractie van GroenLinks, zien wij op allerlei soorten beleidsterreinen telkens weer naar voren komen dat wanneer wij een sprong naar voren willen doen in beleid, dat we dan ons moeten houden aan het nog te komen beleid. Kijk naar het groenbeleid, kijk naar het strandafval. En nu opeens gaat dit college een sprong naar voren maken, waarbij het nog compleet onduidelijk is wat uiteindelijk in dit geval de uitkomst gaat zijn in bijvoorbeeld een Tweede Kamer, die wel te bedenken is, maar vooral ook in de Eerste Kamer. En dat, voorzitter, dat heeft in ieder geval de drie facties die ik net heb opgenoemd, GroenLinks, Partij van de Arbeid en ZEE, ertoe genoopt om, in tegenstelling tot het college, een ander besluit te nemen en namelijk het college op te dragen om de temporisatie, die is benoemd in de raadsinformatiebrief, terug te draaien op de uitvoering van het raadsbesluit. Want dat staat ook boven water. We hebben hier een raadsbesluit met elkaar genomen. Het raadsbesluit is bij meerderheid aangenomen. De motie van Jong Zandvoort, onder andere, is dat niet en dus is er op dit moment geen andere reden dan de wethouder zelf schetste, namelijk de wet, die dient uitgevoerd te worden.

En daarom roepen we ook daarnaast op dat de portefeuillehouder ook nog voor het zomerreces gewoon doorgaat met de planning zoals die in het raadsbesluit is benoemd. We vragen u niets meer en niets minder, portefeuillehouder, dan dat u u aan uw eigen woorden houdt. We gaan de wet in acht nemen en als daar iets in gebeurt, dan spreken we dat af met het COA. En het zal u niets verbazen tot slot, voorzitter, dat mijn partij GroenLinks in ieder geval openstaat voor mensen die in nood zijn en die we graag met alle liefde en alle hulp die Zandvoorters echt hebben geboden, ik ga niet weer het rijtje herhalen, die dat het graag doen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de indiener van de tweede motie over hetzelfde onderwerp. Dat is de heer Gerrits van ZEE. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Op een vreemde manier sluit onze motie eigenlijk aan op de voorgaande motie van de heer El Gebaly en natuurlijk de PvdA. Dat heeft ermee te maken dat wij eigenlijk met diezelfde, ja schrik die temporisatie onder ogen zagen. Wij hadden zoiets van: ja, wacht even. Wij zijn hier met Sandevoerde en daar komen we natuurlijk zo meteen bij, zijn we bezig met een heel verhaal over behoorlijk bestuur, over transparante besluitvorming met elkaar, er is een hele gedachtegang achter. En dan nu alleen omdat ons iets zou uitkomen, want het zal u niet ontgaan zijn dat we zo mordicus tegen een AZC zijn als maar kan, alleen maar omdat het ons dan toevallig zou uit kunnen komen, gaan wij nu ineens niets zeggen over bestuurlijke procedure? Nee, dat past niet bij ZEE, voorzitter. Wat we wel wilden doen en waar we ook mee bezig waren of een motie die nota bene zelfs al naar de raadsleden was gestuurd op het moment dat de lek naar buiten kwam van het onderhandelaarsakkoord, dat daarin zou gaan staan dat de AZC, de Spreidingswet mogelijk zou worden ingetrokken. Dat was deze motie in iets andere vorm.

Die hebben we naar alle collega’s gestuurd, omdat wij enthousiast waren, blij waren dat die mogelijkheid er nu wellicht zou kunnen komen. Maar feit blijft dat op dit moment ook met temporisatie van ons verwacht wordt dat op 1 november een voorstel vanuit de gemeente Zandvoort komt hoeveel asielzoekers hier komen. Dus één geven we hiermee een heel onduidelijk signaal af naar onze inwoners toe. Want die hebben nu misschien het idee: o, het is van tafel, er is ademruimte, noem maar op. Nou, dat is dus helemaal niet zo, want de wet ligt voor en de wet moet worden uitgevoerd. Ten tweede. Voordat de wet, zelfs als er niet gehandhaafd wordt, voordat we helemaal kunnen zeggen: we trekken dit dossier in, is er een raadsbesluit nodig. Dus temporisatie doet feitelijk ook niets daarvoor want ja, het besluit is er dan nog steeds, alleen hij staat stil, dus er moet hoe dan ook een besluit over worden genomen. Ook nu nog. Daar is dus ook deze motie voor. Ja, en tot slot, voorzitter, ook hier weer. En waar dat dan aan ligt? Kijk, ik begrijp, ik heb de motie toen niet naar het college gestuurd. Dus het kan natuurlijk zijn dat dat het college ontgaan is, maar dit zijn nu situaties waarin ik denk, ook in het kader van de communicatie als basis van participatie, waar we het eerder over hadden. En dit gaat nu over de onderlinge participatie van ons als raad en college nota bene. Informeer even.

Joh, raad, liggen er plannen, liggen er moties, zijn jullie hiermee bezig? Nee, in plaats daarvan, zoals de heer El Gebaly heel terecht zei, wordt er dus zomaar een sprong vooruit gemaakt, terwijl deze motie al lang en al breed klaarlag. En eigenlijk met verwarring als gevolg en een in mijn oog oneerlijk proces. Want nu hebben ook de partijen die eigenlijk voor het voorstel waren, hebben dus geen kans gehad om daar iets van te vinden en public. En dat vind ik enorm belangrijk. Nou, komen we nu bij de motie. En dit is dus een, ja gek genoeg een andere motie, maar we hopen dat ze beide aangenomen worden. Constaterende dat uit het onderhandelaarsakkoord van de landelijke coalitie bestaande uit PVV, BBB, NSC en VVD blijkt dat voorgesteld wordt de Spreidingswet weer in te trekken. Overwegende dat het vinden van een geschikte locatie voor een azc in Zandvoort een moeilijke opgave is, gezien de beperkte bouwruimte in het dorp. Twee. Een azc, zoals nu voorgesteld, kosteninefficiënt, maar ook inefficiënt zou zijn op het gebied van personele inzet. Drie. Er weinig draagvlak is voor een azc in Zandvoort onder inwoners. Verzoekt het college een duidelijk signaal af te geven dat de meerderheid van de raadsleden in Zandvoort geen azc wil. De handen van het azc-dossier af te houden tot er wordt gehandhaafd. Drie.

Indien er niet wordt gehandhaafd op de vastgestelde data en de wet definitief is ingetrokken het dossier te verwerpen. En gaat over tot de orde van de dag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de raad. Ik kijk naar het CDA. Wie kan ik het woord geven? De heer Endstra.

De heer Endstra: Ja, dank u wel voorzitter. Nou ja, laat ik beginnen bij motie vreemd Uitvoering wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. Het is een zin vol. Maar we hebben de RIB doorgenomen en we begrijpen dat het college wacht op verdere verduidelijking vanuit Den Haag. Dit aangezien Den Haag aangeeft dat het afschaffen van de Spreidingswet prioriteit voor hen heeft. Nou ja, dus wij snappen dan ook dat het college deze lijn volgt en wij steunen de motie niet. De motie Geen Spreidingswet, geen azc. Nou ja, het CDA staat er iets genuanceerder in en we willen echt wel benadrukken dat wij niet tegen opvang van asielzoekers zijn in deze regio, mocht het toch nu zover komen. Als mensen uit oorlogsgebieden komen of denk nu aan Oekraïners, dan vinden wij dat ze zeker een beroep op ons kunnen doen, maar wij vinden dat deze motie wederom vooruitloopt op de muziek of op de troepen, wat het goede Nederlands ook is. Voor de muziek uitloopt. Dank u wel, collega. Dus wij steunen die motie daarom ook niet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Jong Zandvoort, mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Ja, dank u wel voorzitter. De eerste motie is dan over de gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. Ja, Jong Zandvoort heeft al vaker duidelijk gemaakt geen voorstander te zijn van de Spreidingswet.

We vinden het zonde van de kosten van de ambtelijke organisatie om door te gaan met zoeken van een locatie, omdat het nieuwe kabinet heeft aangegeven spoed te maken van de Spreidingswet in te trekken. Daarnaast handhaven wij eigenlijk nog steeds de wet, aangezien we pas voor 1 november een locatie hoeven door te geven en we hopen dat die wet daarvoor is ingetrokken. Het zal u daarom ook niet verbazen dat wij tegen deze motie zijn. De tweede motie van ZEE. Wij vinden deze motie overbodig, omdat de zoektocht naar een locatie wordt uitgesteld tot er duidelijkheid komt van het nieuwe kabinet. Dat is voor ons op dit moment voldoende, omdat wij nog steeds de wet moeten handhaven. De voorzitter: Interruptie van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, ik hoor Jong Zandvoort stellen dat zij de hoop hebben dat de Spreidingswet wordt ingetrokken voor november, maar waarop is die hoop gebaseerd? Want het stuk moet, zoals ik al zei, langs de Tweede Kamer, Eerste Kamer en de Raad van State onder andere. Dus waarop is dan de hoop gebaseerd? De voorzitter: Mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Ik heb dus hoop dat het kabinet en de Tweede Kamer, Eerste Kamer er spoed achter zet, zoals ze hebben aangeven. De voorzitter: De heer Gerrits. Interruptie. De heer Gerrits: Ja voorzitter, verhelderende vraag voor de fractie van Jong Zandvoort.

Als de fractie van Jong Zandvoort ook tegen een azc in Zandvoort is, kan ik me voorstellen dat het logisch is om, alvorens de opdracht te geven, ook gezien het feit dat het logischerwijs niet verworpen gaat worden voor de datum van 1 november, om te zeggen: nou, we wachten tot er echt gehandhaafd gaat worden en mits dat niet gebeurt en die wet verworpen is officieel af te zien van die wet. Ik begrijp niet waarom dat dan overbodig zou zijn, aangezien u tegen bent als fractie. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Paap.

Mevrouw Paap: Ja, dank u wel voorzitter. Wij moeten nog steeds de wet volgen. Mocht de staatssecretaris aangeven niet te gaan handhaven of andere voorstellen te doen, dan zouden we altijd nog in overleg kunnen, maar op dit moment is daar geen sprake van, dus hebben wij gewoon nog de wet te volgen. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Nog een vraag aan de fractie van Jong Zandvoort. Denkt de fractie van Jong Zandvoort dan dat dat aangegeven gaat worden, dat er niet gehandhaafd zal worden, dat dat publiekelijk te koop wordt gezet zo? De voorzitter: Mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Dat weet ik niet. Ik heb geen bronnen binnen de Tweede Kamer om daar uitspraken over te doen. De voorzitter: Dank u wel. Dat was uw termijn? Dan ga ik naar de VVD. De heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. We kunnen ons vinden in de RIB, dus daar hebben we niets op toe te voegen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Berg. De heer Berg: Dank u, voorzitter. De spreidingswet, die is natuurlijk in het leven geroepen omdat er veel te veel instroom is en Den Haag, die kon het zelf niet meer aan en er werd aan alle gemeentes de taken overgelaten. Ik ben blij dat er een oud-raadslid van ons naar Den Haag is gegaan en die gaat het zelf oplossen daar. Dus ik ben er blij mee dat die landelijke ontwikkelingen die kant opgaan. Dus wat dat betreft hulde.

Ik ben het eens met de RIB, die het standpunt volgt dat we de landelijke tendens gaan afwachten. En ik hoorde mijnheer Gerrits zeggen dat het een onduidelijk signaal is dat we afgeven. Ik vind het zelf een beetje onduidelijk wat ZEE nu doet. Aan de ene kant steunt die een motie dat het college voor de troepen uitloopt en gewoon de wet moet volgen en aan de andere kant zegt hij: ik wil helemaal niets. Dat vind ik een onduidelijk signaal. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zou daar graag op willen reageren als dat kan. De voorzitter: Interruptie. De heer Gerrits: Kleine interruptie. Nou, dat vind ik helemaal geen onduidelijk verhaal. Wat ons betreft is het heel simpel. Het ene gaat ons om het proces en het proces is hier niet netjes gevolgd, want er heeft geen publiekelijk debat plaatsvonden, geen publieke beraadslaging. Dat zijn we nu eigenlijk aan het forceren door met deze twee moties te komen. En het ander gaat over de uitvoering en het definitief verwerpen. Want nogmaals, een pauze, dus temporisatie, is iets anders dan het verwerpen. En mensen denken nu dat er ademruimte is, dat is in mijn oog de verwarring, maar die ademruimte is er niet. Want het is niet verworpen, noch ligt er een plan om het te gaan verwerpen. En daarom begrijp ik niet waarom de partijen die zeggen dat ze tegen zijn, niet gaan steunen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, we waren … De heer Berg hebben we gehad. De heer Hermsen.

De heer Hermsen: Nou, ik dacht dat u eerst de PVV het woord zou geven, maar dan zal ik het doen. Ik heb lang getwijfeld of ik er wat van zou zeggen. Het liefst, en dat meen ik serieus, het liefst had ik gewoon helemaal niets hierover gezegd, omdat ik gewoon eigenlijk wil weten wat de wetgever gaat doen op het moment dat wij niet uitvoeren. En ik had het wel graag willen zien, de commissaris van de Koning hier ter plekke aangeven hoe stom wij zijn geweest om dit niet uit te voeren. Dat had ik graag gezien. Dat gaan we misschien nog wel zien. Want het is eigenlijk ook wel, en daar moet ik dan eindelijk een keer wat complimenten geven aan het college: u heeft kleur bekend. Supergoed, fijn, vier man sterk. We willen eigenlijk de wet niet volgen. Inclusief u, voorzitter, en dat vind ik eigenlijk wel zorgwekkend. Ik heb nog nooit meegemaakt, en ik weet nog wel, ik heb nogal wat moties ingediend, die waren dan niet uitvoerbaar et cetera. Dan werd ik op het matje geroepen. Dit kan niet. U moet op uw taal letten. Maar ik heb me in ieder geval wel altijd aan de wet gehouden. Dat vind ik wel belangrijk. Dus door het te temporiseren en af te wachten op wat de wetgever gaat doen.

Dus dat is een besluitvorming van inderdaad de Tweede Kamer, die nog niet vast heeft gesteld of iets heeft besloten, of een minister heeft die die wet heeft uitgewerkt of heeft ingetrokken of iets anders, wel het voornemen heeft om dat te doen en allicht de meerderheid dan in de Eerste Kamer, inclusief dan de VVD die daar zit, misschien ook nog zegt: denk er eens over na. Als dat is wat de wetgever wil, dan zal ik hem misschien ook nog wel intrekken. Maar dat is niet voor 1 november en als we een beetje mazzel hebben blijft de Eerste Kamer gewoon voet bij stuk houden. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Stephan. De heer Stephan: Dank u. Ja, ik wilde toch eerst de heer Hermsen laten uitspreken, maar ik dacht: anders verliezen we dat momentum van de opmerking. Ik wil graag interrumperen op de opmerking die hij maakte dat het college kleur heeft bekend. Want dat suggereert een politieke keuze. Ik wil de heer Hermsen vragen of hij het met me eens is dat het verstandig besturen is dat je zegt: ik krijg nu gemengde signalen uit Den Haag. Ik wil eerst eens weten wat er in Den Haag gaat gebeuren, voordat ik hier ambtelijke capaciteit steek in verder onderzoek. Is dat niet een verstandige keuze van het college? De voorzitter: De heer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter, het antwoord is heel helder. Nee, want dat is niet de vraag van de commissaris van de Koning.

De commissaris van de Koning heeft opgeroepen, inclusief ook die van Zuid-Holland, NoordHolland en een aantal anderen. Die heeft opgeroepen om alstublieft plek te vinden voor de mensen die op dit moment gewoon recht hebben op die plek. Dat is de vraag. Dat is wat er gevraagd wordt en gesteld wordt. Dat staat ook in de Spreidingswet. Dat ze in Den Haag gaan bepalen: we willen toch iets doen om het tegen te houden. Dat is echt pas toekomstmuziek. Voor de muziek uitlopen, dat is ook zo’n woord wat gebruikt wordt. De voorzitter: De heer Stephan. De heer Stephan: Sorry, dank u voorzitter. Ik moet toch interrumperen weer, want het is niet zo dat dat nu de vraag is. Daar doet de heer Hermsen niet recht aan de waarheid, want de taakstelling zal nog moeten komen. We moeten ons daarop voorbereiden en de vraag is of dat energie waard is. Bent u het met me eens dat die taakstelling er nu nog niet is? De voorzitter: De heer Hermsen. De heer Hermsen: Nee, dat ben ik niet met u eens. Kan ik mijn betoog vervolgen?

De voorzitter: Zeker. De heer Hermsen: Fijn. Het is, wat de heer Stephan zegt, ook kleur bekennen. Dit is nu een typische vorm van kleur bekennen. Dat is een beetje dat intersubjectieve gevoel wat we dan hebben: wij denken dat de meerderheid van de raad wel een beetje tegen is, tegen die spreidingsbeleid, dus dan gaan we het temporiseren. Ik vul dat zelf in, ik weet niet of het zo is en ik weet dat de stemverhoudingen vaak ook geheim zijn bij dit soort collegebesluiten, maar ik ben bijna in staat om elk collegelid afzijdig te gaan vragen hier in de raad wat zijn stem was voor dit temporiseren. En ik weet niet of ik dat verzoek mag doen. Ik vraag het even aan u of dat procedureel toegestaan is? De voorzitter: Ja, mocht er een afwijkend stemgedrag in het college zijn geweest, kunt u dat in de besluitenlijst terugvinden van het college. De heer Hermsen: Voorzitter, dus ik mag ervan uitgaan dat het unaniem was, dit besluit. De voorzitter: Nogmaals, mocht iemand een aantekening hebben gemaakt, dan kunt u dat in het collegeverslag terugvinden. De heer Hermsen: Dan is dat politieke kleur bekennen. Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan de heer Van der Linden, PVV. De heer Van der Linden: Regeren is vooruitzien. Voordat de Spreidingswet werd aangenomen, hield het college er rekening mee dat deze zou worden aangenomen. Daar was wat voor te zeggen.

Door een nogal flinke wijziging in het politieke landschap en een vers regeerakkoord zitten we nu in de omgekeerde situatie. Niet tot ieders genoegen. Dat laatste hebben we begrip voor, maar het collegebesluit om de zoektocht naar geschikte locaties op te schorten, kijkende naar de toekomst, lijkt ons net zo logisch. Voor wat betreft zoektocht willen we nog wel even het volgende kwijt. Hoe groot is onze gemeente helemaal? Als er plekken zouden zijn, waren die dan niet reeds gevonden? Is het niet gewoon zo dat we voor onze eigen inwoners al sinds jaar en dag op zoek zijn naar vierkante meters? Tot zover onze inbreng. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gerrits, interruptie. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Ook hier eigenlijk weer dezelfde vraag richting de heer Van der Linden van de PVV. Ik maak hieruit op dat ook de PVV tegen is, ga ik vanuit. Waarom dan niet definitief afdoen in de raad, ook weer middels de motie die wij net hebben ingediend, om te zorgen dat het dus niet gebeurt en dat er ook beraadslaging over is geweest, zodat het ook gewoon procedureel klopt? De voorzitter: Van der Linden. De heer Van der Linden: Dan gaan we even terug naar de motie Geen Spreidingswet, geen azc. Gezien een recent collegebesluit lijkt ons deze motie overbodig.

Hoe de meerderheid van de raad denkt over de komst van een azc zien we wel, wanneer een raadsvoorstel dienaangaande op tafel ligt. Het is helemaal niet zeker dat dit gaat gebeuren. Deze motie wordt door ons gesteund. De voorzitter: Dan mevrouw Koper.

Mevrouw Koper: Dank u wel voorzitter. Ja, de inkt van het voorlopige hoofdlijnenakkoord is nog niet droog, de Spreidingswet is nog niet ingetrokken en dergelijke wetswijzigingen duren nogal lang, weten wij. Maar toch sorteert het college voor en voert het wet niet uit. De vastgestelde wet. Tegen de eigen woorden van de wethouder in, tegen de afspraken met de raad, maar vooral terwijl er zoveel mensen nu in nood zijn. Want de opvangcrisis is niet straks, maar die is nu. En het CDA suggereerde iets anders. De opvangcrisis is nu. Nu vandaag staan de kranten ook weer vol wat er in Ter Apel aan de hand is. Is het dan verstandig om ambtelijke capaciteit uit te sparen? Er zijn mensen in nood en ik was van het CDA gewend dat ze opkomen voor mensen in nood. De Spreidingswet is in het leven geroepen omdat de overheid flink heeft afgeschaald en vervolgens veel gemeenten tegen elkaar zeggen: zoek het maar uit. Wie het probleem heeft, mag het houden. Zoals dat hier in de raad ook werd gezegd. Laat Haarlem het maar doen, zei Jong Zandvoort de vorige keer. Laat die mensen in nood maar zitten, die willen we niet. Voorzitter, de voorbereidingen moeten nu plaatsvinden, anders zijn we 1 november niet klaar. Aansturen op handhaving. Ik begrijp wat collega Hermsen hiermee bedoelt. Laat Arthur Van Dijk maar komen hier. Maar wij vinden dat echt uit den boze.

Dat kunnen we ook niet maken tegen onze bewoners. Wij verwachten van onze inwoners dat ze zich aan de wet houden en zelf zeggen we: nou, dat doen we vandaag maar eens even niet. Dat kan er bij ons echt niet in. Ik constateer dat er veel fracties zijn die niet zijn voor het uitvoeren van de wet. Ik ben trots op collega's in de regio die zich wel aan de afspraken gemaakt zijn, ook aan de regionale regietafels, omdat het namelijk om mensen in nood gaat. En dit college zou dat ook moeten doen. Dus ik roep ze op om werkelijk dit besluit te heroverwegen. Want wat Partij van de Arbeid betreft, is het beneden alle peil. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Hendriks namens het college. De heer Hendriks: Ja, dank voorzitter. Er zijn door een aantal van u wat stevige woorden gebruikt als zou het college zich niet aan de wet gaan houden of woorden van soortgelijke strekking. En daar wil ik toch wel afstand van nemen, want ik merk, voorzitter, dat … De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja interruptie, dank u wel voorzitter. Een verhelderende vraag aan de wethouder. Hoe kan het dan dat tijdens ons telefoongesprek nadrukkelijk door u is gezegd dat we dan maar moeten afwachten tot er gehandhaafd gaat worden. Dat riekt toch wel naar: we wachten af tot die wet, die termijn is overschreden. Of zeg ik dan iets heel geks? Dank u wel.

De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Dat laatste, voorzitter. Dan zegt de heer Gerrits iets geks. Voorzitter, want de naam van mijn functie, die ik hier namens u mag vervullen, is wethouder. Daar zit enigszins in verstopt. Nou, niet eens verstopt trouwens, dat is vrij duidelijk aanwezig, dat element van je aan de wet houden. Ik heb ook toen ik benoemd werd in deze functie aan u, via de voorzitter, beloofd en verklaard mij … dat ik de wetten van dit land zou respecteren en nakomen en ik ben niet iemand, voorzitter, die loze beloftes doet. Voorzitter, de wet is de wet. De heer El Gebaly haalde mijn statement bij de vorige raadsvergadering aan en het is ook duidelijk dat het college zich altijd aan de wet zal houden. Voorzitter, en daarom ga ik even terug naar de brief die we u hebben gestuurd. Daar staat niet in: we houden ons niet aan de wet of welk waardeoordeel dan ook of we wachten handhaving af of welk statement daar ook, welke duiding daar ook door partijen aan wordt gegeven. In die brief komen we terug op het raadsbesluit wat u heeft genomen namelijk, en de toezegging die ik heb gedaan: voor juli komen we met een geactualiseerde locatie.

De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. En dank u wel voor de verheldering dat u zich wel aan de wet wilt houden, maar dan nogmaals mijn vraag aan de wethouder: hoe kan het dan dat mij telefonisch iets anders is verteld? En natuurlijk is dat allemaal weer hearsay, kunnen we allemaal achter verschuilen, maar dat is echt zo op die manier gezegd en dat vind ik niet oké. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Volgens mij, voorzitter, gaf ik op die vraag net antwoord. Want heer Gerrit zei: of zeg ik iets geks? Daar heb ik op geantwoord: ja, dan zegt de heer Gerrits iets geks, want ik kan me niet voorstellen dat ik dat zo gezegd zou hebben. De voorzitter: Laten we hier niet gaan pingpongen over wat u in een telefoongesprek met elkaar besproken heeft. De heer Gerrits: Voorzitter, een persoonlijk feit heel kort toch wel … De voorzitter: Nee, ik vind dat niet oké. We zijn er allemaal niet bij geweest. Dit is een openbare beraadslaging. Ik vraag de wethouder om vervolg te geven aan zijn betoog. De heer Hendriks: Dank, voorzitter. Een maand geleden hadden we hier namelijk het gesprek over hoe gaan we om met de Spreidingswet en toen hebben we met elkaar gezegd: in juli, voor het zomerreces, wordt het locatieonderzoek geactualiseerd.

Sindsdien merken we door het nieuwe hoofdlijnakkoord, de lijn die het nieuwe kabinet in gaat zetten, dat de wereld veranderd is, dat er onduidelijkheid is over de Spreidingswet en de toekomst van die Spreidingwet. Wordt die Spreidingswet ingetrokken, per wanneer, blijft de financiering overeind? En dat maakt, voorzitter, maar ik zie ook een interruptie … De voorzitter: Ja, interruptie, maar ik probeer een punt te vinden in uw betoog. Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ik neem ook genoegen met een komma. Want de wereld is veranderd. Doelt u dan op al die mensen in nood die nu in Ter Apel in onveilige situaties slapen? Want die wereld is volgens mij niet veranderd. Doelt u op die mensen in nood? De voorzitter: De wethouder. De heer Hendriks: Nee, voorzitter. Ik doel op het beleid vanuit het Rijk gericht op de Spreidingswet, namelijk de onduidelijkheid, de aankondiging in het hoofdlijnakkoord: de Spreidingswet wordt ingetrokken, maar nog niet de duidelijkheid: en dat doen we tussen nu en juli of dat doen we over twee jaar of dat doen als de instroom onder controle is of dat doen we dan en dan. Er is geen duiding bij en dat maakt dat zo'n zoektocht naar die locaties ingewikkeld wordt. Zoals ik, moet ik zeggen, op dit dossier merk dat die zoektocht de afgelopen twee jaar wel vaker heel ingewikkeld is geweest. Dan zou de Spreidingswet wel komen, dan niet.

Dan zouden we op zoek moeten gaan naar een locatie van 65 mensen, dan voor 90. En dan is die wet er drie maanden en dan wordt hij ingetrokken. Het is vrij lastig om op dit dossier te besturen, vandaar dat we als college hebben gemeend dat het niet raadzaam is om voor de zomer naar u terug te komen met een locatieonderzoek, maar daarover te wachten tot er vanuit het Rijk meer duidelijkheid is over de toekomst van de Spreidingswet.

De voorzitter: De heer El Gebaly, interruptie. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, twee punten. Punt één. Als we kijken naar de onduidelijkheid. De onduidelijkheid, terug te vinden in de woorden van de wethouder zelf, terug te vinden in het transcript op onze website, zijn heel erg duidelijk. Die onduidelijkheid speelde namelijk toen ook al en die onduidelijkheid werd opgelost in afspraken met het COA. Dus ik vraag me allereerst in deel één van mijn vraag af wat er dan zozeer is veranderd in die onduidelijkheid, terwijl u al in de vergadering van april al spreekt over die onduidelijkheid. En dan punt twee, voorzitter. Want we hebben het hier niet alleen maar over asielzoekers. We hebben het hier ook over Oekraïners en we kunnen ook lezen in het nieuwe regeerakkoord, wat we ook allemaal hebben gezien, dat statushouders niet meer of geen voorrang meer krijgen op de sociale huurmarkt. Dat betekent nog steeds dat we in ieder geval voor twee van de drie groepen locaties nodig hebben om huisvesting te plegen. En ik ga er eventjes helaas van uit dat de Oekraïners nog wel een tijdje niet in hun eigen land kunnen we bivakkeren vanwege de oorlog in Rusland. Dus ik snap dan niet waarom u dan met die twee componenten nog steeds zo’n locatieonderzoek, en dus in zekere zin twee derde van de uitvoering van de Spreidingswet, ook nu in de koelkast zet. De voorzitter: De wethouder.

De heer Hendriks: Voorzitter, de heer El Gebaly stelde twee vragen. Het antwoord op de eerste vraag, de vraag: wat is er veranderd? Nou, dat is dat er op 16 mei een nieuw hoofdlijnakkoord is gepresenteerd met de richting die het Rijk opgaat. De tweede vraag: maar hoe zit het met andere groepen? Ja voorzitter, het college verwacht helaas met de heer El Gebaly mee dat de oorlog in Oekraïne nog wel wat langer zal duren. Dat de Oekraïners ook langer opgevangen zullen moeten worden. Ook, en dat het goede nieuws, dat we op de locatie van Curiedex op een zeker moment kunnen gaan bouwen, dus dat die locatie niet meer beschikbaar is. En het ligt voor de hand dat we zorgen dat we tijdig, voordat die bouw daar begint, een nieuwe locatie voor de Oekraïners gaan vinden. Maar daar zit niet die enorme tijdsklem van voor de zomer een locatieonderzoek aan vast. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, betreffende Oekraïners snap ik het verhaal van de wethouder, maar betreffende statushouders staat er ook iets nieuws in het coalitieakkoord of in het onderhandelaarsakkoord en daar wordt niet op gereflecteerd, dus ik ben wel benieuwd naar de reflectie van de wethouder op dat deel van het hoofdlijnenakkoord in Den Haag, betreffende dan die statushouders. Want dat doet ook echt iets met locaties. De voorzitter: De wethouder.

De heer Hendriks: Voorzitter, ik vind dat een ander onderwerp dan de twee moties die nu zijn geagendeerd en het betreft hier een nieuwe beleidsrichting vanuit het Rijk, die ik nog niet kan overzien wat daar de consequenties van zijn. En dat is de lijn die ik tot nu toe ook kies. Daar wacht ik ook af wat er vanuit het Rijk komt, voorzitter. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, ik concludeer dat de wethouder stelt dat het over een ander onderwerp gaat, maar de Spreidingswet en het raadsbesluit waar wij aan refereren in onze motie, gaat ook over een deel

opvang statushouders. Dus daar moet ook een opvangplek voor worden gezocht, namelijk de ‘…’ bestond uit aan de ene kant asielzoekers, ten tweede Oekraïners en ten derde statushouders en het huisvesten daarvan. De voorzitter: De wethouder. En ik stel de wethouder zijn betoog nu voort te laten zetten. De heer Hendriks: Voor die laatste groep hoeven we geen apart locatieonderzoek te doen, omdat we die gewoon huisvesten op de reguliere manier, zoals we al jarenlang voldoen aan onze taakstelling huisvesting statushouders. Die staat niet, daar hoeft geen aparte locatiestudie voor plaats te vinden. De voorzitter: De wethouder, De heer Hendriks: Ja voorzitter, ik hoop dat ik heb duidelijk gemaakt dat het college niet zegt: we houden ons niet aan de wet of we zien wel wat er gebeurt. We hebben gezegd: we wachten af totdat er meer duidelijkheid is vanuit het Rijk. En dan gaan we daarover opnieuw met u in gesprek. Ja voorzitter, dan concreet de twee moties. Allereerst de heer Gerrits, die sprak uit: ik hoop dat allebei worden aangenomen. Nou, ik moet u eerlijk bekennen, voorzitter, dat hoop ik in elk geval niet, want ik zou niet weten wat ik dan moet doen. Want de ene motie zegt: ga door met een locatieonderzoek en de andere motie zegt: stop daarmee. Dus als u allebei aanneemt, dan weet ik niet meer wat ik moet doen. De voorzitter: De heer Gerrits.

De heer Gerrits: Voorzitter, volgens mij stelt de ene motie om te stoppen met de temporisatie, vanuit het college opgelegd, en stelt de volgende motie dat wij vanuit de raad bepaalde opdrachten meegeven over wat dan wel te doen. En dat is natuurlijk iets wat ik hoop, dat tweede, maar volgens mij is dat een duidelijk onderscheid tussen de twee. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Ja voorzitter, we kunnen een hele tekstexegese gaan doen. Laten we dat niet doen. De voorzitter: Ik zou dat niet doen. De heer Hendriks: Volgens mij is het tweede streepje van de motie van GroenLinks, PvdA en uzelf helder. Voorzitter, motie één is: kies een andere richting dan die wij in de raadsinformatiebrief hebben gezet en om de argumenten die ook in die brief staan adviseer ik over die motie negatief. De tweede motie is, afhankelijk van de duiding, want eerst dacht ik: die is gewoon conform de brief die wij hebben gestuurd, dus daarmee overbodig. Ik hoorde de heer Gerrits net ook zeggen dat het een soort definitief afscheid zou zijn van het zoeken naar een locatie. En dan moet ik hem ontraden als dat de duiding is, want daarmee suggereert de heer Gerrits dat we ons hier niet aan de wet hoeven houden en als de wet de wet is, is die ook duidelijk en moeten we die uitvoeren, voorzitter. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Nee, dank u wel voorzitter.

Dat is niet wat ik stel. Ik stel: op het moment dat er niet gehandhaafd wordt voor de termijn, dus dat er niet van ons verwacht wordt dat wij iets moeten doen op een zeker moment, dat de wetgever ons niet achterna zit, dat we hem dan op dat moment, als de wet ook is ingetrokken bij de Tweede Kamer, definitief verwerpen. Dus op die manier gaan wij helemaal niet, overtreden

we helemaal de wet niet, maar gaan we dus uit van het uiterst mogelijke. En dat is een scenario. Als dat niet gebeurt, dan kan het ook niet. Dat is ook heel logisch. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hendriks. De heer Hendriks: Ja voorzitter, het college kiest de lijn. We wachten af totdat er duidelijkheid is vanuit het Rijk. En ik heb er geen behoefte aan om vooruit te lopen op allerlei mogelijke wat-als-scenario's. Wij kiezen nu voor een temporisering totdat we weten wat het Rijk uiteindelijk gaat verwachten en in welke richting gekozen wordt. En dan beraden ons opnieuw en zetten we weer stappen. De voorzitter: De heer Hermsen. De heer Hermsen: Maar dat is toch juist een wat-als? De voorzitter: De heer Hendriks? De heer Hendriks: Nee. De voorzitter: Bent u aan het einde van uw betoog? De heer Hendriks: Ja. De voorzitter: Goed. Dan had ik gezegd dat er nog een ruimte voor een tweede termijn is. Volgens mij zijn de stellingen redelijk helder, dus ik zou graag willen aangeven dat kort en bondig te hebben, want we hebben nog wat andere agendapunten. Ik ga eerst naar de heer El Gebaly, als eerste indiener van de eerste motie. De heer El Gebaly: Ja, dank u wel voorzitter. En ik concludeer dat wij bij deze eigenlijk oproepen aan dit college om alle besluiten die er nu worden genomen die impliciet in het hoofdlijnenakkoord worden gezet, die te temporiseren.

Want dat is exact wat hier met cherry picking, ik ga het woord echt gebruiken, gebeurt door dit college. En ik schaam mij hiervoor. En daar ben ik heel hard in naar dit college. Ik heb net nog een compliment gegeven aan dit college, maar wat hier gebeurt is echt cherry picking. Het is: dit komt ons nu goed uit. We weten dat het misschien niet helemaal goed ligt. We hebben ook een bijeenkomst gehad. We hebben het al gehad over het vorige raadsstuk betreffende de Spreidingswet. Daar zijn ook allerlei cijfers in bedacht zeg ik dan maar, voorzitter, en dit doet dat weer. En ik vind dat echt ongekend. Het zijn uw eigen woorden, portefeuillehouder, die u nu tegenspreekt. U gaf aan in uw eigen woorden, portefeuillehouder, dat u ervoor zou zorgen dat een mogelijke stop van de Spreidingswet werd meegenomen in een onderhandeling met het COA. Dat zijn uw eigen woorden portefeuillehouder, dat zijn de eigen woorden van dit college. En wat doet dit college nog geen maand later? Compleet iets anders. Die drukken op de pauzeknop van een raadsbesluit. Zonder enige onderbouwing, want er is een motie aangekondigd, er is een motie geweest van Jong Zandvoort en ZEE, die ook al in zich had dat de Spreidingswet moest worden gepauzeerd of moest worden gestopt. En nu doet het college eigenhandig iets waar toen nog geen meerderheid van was voor de raad.

Dus ik snap werkelijk niet dat deze portefeuillehouder en dit college, en mijnheer Hermsen zei het terecht, dit kunnen verdedigen. Ik snap het echt niet. Ik heb u ook al de voorbeelden gegeven. Elke keer als GroenLinks komt met een mogelijkheid om beleid te versnellen, om vooruit te gaan in het beleid, dan is het: nee nu niet, want het beleid moet nog komen. Nee, we gaan nu eerst dit doen. En vervolgens, waar zijn we nu mee bezig? Met een zaak uit een coalitieakkoord halen. We hebben geen idee wat het in de tijd doet, maar we stoppen gewoon

met de uitvoering. Dus inwoners van Zandvoort, als wij hier iets aannemen, u hoeft zich er niet aan te houden als het u niet uitkomt. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja voorzitter, dank u wel. Ik wil mij grotendeels aansluiten bij de woorden van de heer El Gebaly en ik constateer ook, en dat is heel efficiënt, want ik hoorde altijd mensen praten over efficiënt vergaderen met elkaar. Dat is nu op het moment dat er iets gebeurt waarvan het college het gevoel heeft dat er een meerderheid voor is, of misschien is dat zelfs onomstreden zo, dat we gewoon helemaal geen beraadslaging hoeven te doen met elkaar, dat we er niet over hoeven te stemmen met elkaar, niet over hoeven te besluiten, niet met elkaar over hoeven te spreken. En dat vind ik echt abject. Dat is tegen alle bestuursnormen in. En misschien kan dit wel volgens de gemeentewet, is het net binnen de kaders, het is op de rand, van wat ik heb begrepen. Ik heb het uit laten zoeken. Maar dat wil niet zeggen dat het maatschappelijk ook logisch is, dat er maatschappelijk draagvlak voor is, dat het bestuurlijk juist is, dat het klopt volgens de principes van behoorlijk bestuur, waar ik zo meteen nota bene weer iets over ga zeggen. Als ik heel eerlijk ben, voorzitter, ik ben mijn vertrouwen een beetje kwijt, zeker ook na wat mij net is verteld over dat telefoongesprek.

Iets anders wat ik daar ook heel interessant aan vind, en dat is misschien nog een laatste vraag die ik de portefeuillehouder wil stellen. Hoe kan het dat in het telefoongesprek wat ik met hem heb gevoerd eerst als één van de overwegingen werd gesteld dat niet duidelijk was welke beweging de raad zou gaan maken? Dat is één van de overwegingen om te temporiseren, is mij verteld. En dat er vervolgens twee minuten later werd verteld: o ja, trouwens, jullie kwamen toch ook met een motie vanuit ZEE? Dan vraag ik me af: heeft het college, is dat toevallig die dag dat het gebeurde, is het ze toen pas ter ore gekomen of wisten ze daarvoor al meer? Ik wil niets insinueren, maar ik ben toch heel benieuwd. Want ik ben blijkbaar ook gek, omdat ik iets anders stel wat mij nadrukkelijk is verteld. En daar wil ik het bij laten voor deze termijn. Dank u wel. De voorzitter: CDA. O, ik zie een interruptie. O. CDA. De heer Endstra: Ja, dank u wel. Geen toevoeging, dank u wel. De voorzitter: Jong Zandvoort. Mevrouw Paap: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wilde eigenlijk nog heel even benadrukken dat wij als Jong Zandvoort niet zozeer tegen azc's of tegen asielzoekers zijn en ook niet zeggen dat Haarlem het maar op moet lossen. Wij zijn alleen tegen kleinere azc's, omdat deze gewoon te veel geld kosten, net zoals het COA toentertijd heeft gezegd. Dank u wel. De voorzitter: VVD.

O, interruptie van mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, dat verwachtte mevrouw Paap ook al, dat zag ik. Ja, want ik heb gezegd: dat zijn de woorden van uw fractievoorzitter in de eerste discussie over het azc, dat Haarlem dit maar moet oplossen. Dus u neemt daar nu afstand van? Want dat vind ik heel goed om te horen. De voorzitter: Mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Ja, wij als fractie zijn voorstander van grote azc's, net zoals mijn voormalige fractievoorzitter.

De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dus dat betekent: niet in Zandvoort? De voorzitter: Mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Precies. De voorzitter: De VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. Wij hebben niets toe te voegen aan ons langdurige betoog in de eerste termijn. De voorzitter: De heer Berg. De heer Berg: Ja, ik zat even na te denken wat ik hiermee aan moet. Ik heb over de Spreidingswet genoeg gezegd. Enigszins alleen dat ik … Nou, ik laat het maar even. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter, het is bijzonder. Nou, er wordt in ieder geval kleur bekend, dus dat is in ieder geval fijn. Dan weten we in ieder geval waar Jong Zandvoort ook voor staat. Dat is een ding. We merken het nu ook al met De Krocht, dus dat is op zichzelf ook wel fijn. Het zijn allemaal van die dingen wat ik nu merk … Ik vind het echt heel bijzonder om te merken dat een brief, dat namens het college wordt geschreven, dus niet namens de wethouder, maar namens het college. Er wordt ook duidelijk aangeven dat het namens het college is. Dus ik zie alleen nog de heer Bluijs niet, maar dan heb ik tot nu het hele totale college aangekeken. Die zeggen dus eigenlijk gewoon: we willen eigenlijk temporiseren. Nou, prima.

Er staat zo ontzettend veel in dat coalitieakkoord, wat de heer El Gebaly van GroenLinks ook aangeeft, waar je ook op kan temporiseren. Nou, ik heb nog wel een aantal dingetjes. We zouden alvast uitkeringen kunnen verlagen. We zouden niet meer kunnen voldoen aan onze plicht om mensen een woningen toe te bedelen. Dus zoals we in de wet hebben vastgelegd, in onze eigen ordening, zouden we kunnen doen. We zouden kunnen gaan bouwen in Natura 2000. Gewoon een bulldozer eroverheen zetten en kijken hoe we daarnaar kijken. Het zijn allemaal van die zaken en misschien, vaak zal u dan wel zeggen: nou, u overdrijft een beetje. Nee niet echt, want dat is eigenlijk wat u hier in feite doet. U gaat gewoon een kant op, waarin u van de wetgever afwacht, danwel de wetgever eigenlijk nog helemaal geen signaal heeft afgegeven dan aan het uitvoeren van die Spreidingswet. Mensen in de regio en ook wel de commissaris van de Koning en eigenlijk bijna alle provincies ook aangeven: wilt u ons alstublieft helpen met het verdelen en het tijdelijk opvangen van mensen? Want dat is de vraag, voor een jaar of vijf. En dan is het antwoord vanuit Zandvoort: nee, nee ik wacht eerst even af. Ja, er mag gehoest worden, geen probleem. We wachten eerst even af. Ja, ik heb het al een keer eerder gezegd. De regio denkt daar heel anders over.

Gelukkig is in de regio ook anders en zo worden we zo langzamerhand een beetje een soort van paria ook in deze regio, de manier waarop we onszelf wegzetten. En kijk, ik neem me geen blad voor de mond ook en ik snap ook wel dat Zandvoort een aparte gemeente is in deze en dat het grootste gedeelte van deze partijen ook gewoon aan de rechterzijde hangen. En dan zeg ik, dan blijf ik even weg van extreem hè, dan zeg ik even gewoon het rechts. Dus de afsplitsingen zoals OPZ, Jong Zandvoort, dat zijn natuurlijk allemaal partijen die van oudsher vanuit de VVD komen. Dat realiseer ik me ook heel goed. Ik weet ook wat zij stemmen allemaal. D66, hoor ik hiernaast. Als u via de voorzitter wil praten, dan mag dat hoor, mijnheer van de VVD, is de goede afsplitsing van de VVD. De enige die echt werkt en de juiste beslissingen neemt. Dus wat dat

aangaat, het preken voor eigen parochie. We zijn ook nog een soort van dorpspartij, 66. Nee, maar ik begrijp het en ik snap ook dat het eng is. Die mensen zijn misschien wel eng en het voelt misschien een beetje raar aan en ze zien er misschien ook een beetje anders uit en ze spreken ook een andere taal. Dan zeg ik altijd bij mezelf: ja, angst is een hele slechte raadgever. Dat is het echt. Want je zult zien dat ze eigenlijk allemaal net hetzelfde zijn zoals wij allemaal zijn. En deze mensen hebben ook gewoon, het gaat hier om mensen die daadwerkelijk gewoon asiel hebben. Want dat is de vraag namelijk. En het feit dat we dan hier zeggen: we temporiseren het en vervolgens zeggen we: nou ja, we willen het eigenlijk niet oplossen. Ja, dat vind ik wel bijzonder als de vraag er gewoon is vanuit de regio om dat te doen. Dus ja, ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik nu moet doen of ik nu moet zeggen: ik heb het vertrouwen in het college opgezegd. U zult me echt moeten overtuigen om dan dit vertrouwen weer terug te krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gerrits. De heer Gerrits: Voorzitter, meer een klein voorstel. Ik zou heel graag na deze ronde en misschien ook na de reactie van de wethouder even tien minuten willen schorsen, zodat we ons even kunnen beraden over wat te doen. De voorzitter: Ik kijk, dat wordt gehonoreerd.

Ik kijk naar de heer Van der Linden. Nee, voor uw tweede termijn. De heer Van der Linden: Ik heb geen inbreng. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Ja, excuus hoor, voor het gehoest. Ik hoorde de wethouder met droge ogen zeggen: ja, we houden ons aan de wet, maar we doen niets aan voorbereidingen, dus de kans dat we op 1 november klaar zijn, concludeer ik daar maar even: niet klaar zijn, die is gewoon aanwezig en dat noem ik niet aan de wet houden. Ik ben benieuwd of dit tot jurisprudentie kan leiden. Dat onze inwoners gaan zeggen: nou, wij gaan ook een beetje temporiseren. Met belasting betalen bijvoorbeeld. Dat lijkt me wel een hele bijzondere. Want de wet zegt wel dat ik het voor die tijd moet. Maar ja, ik heb er nog niet zoveel vertrouwen in. Waar gaan we dan naartoe met elkaar? In ieder geval, voorzitter, zou ik de wethouder een oproep willen doen dat hij voor mijn part vertelt hij dat aan niemand, maar toch maar verder gaat met die voorbereidingen, want anders zullen we de locaties moeten inrichten voor de stroom dak- en thuislozen die we met elkaar gaan krijgen. Want als elke gemeente in Nederland met zijn rug naar de samenleving gaat staan en zegt: jongens, jullie zijn hier wel, maar wij zorgen niet voor dat bed. Dan wordt het heel druk op het strand, maar niet met bezoekers.

En ik neem aan dat we daar met elkaar dan ook een bed voor moeten vinden. Dus ik denk dat we onszelf in onze eigen vlees gaan snijden en dan sluit ik ook aan bij het woord paria wat de heer Hermsen gebruikte, want dit college staat dan met de rug naar de samenleving en daar neem ik inderdaad afstand van. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga voor de tweede termijn naar de wethouder. De heer Hermsen: Ja voorzitter, ik ga toch nog een keer afstand nemen van een aantal echt grote en zware woorden die hier worden gebezigd, zeker als ik terugkijk naar de genuanceerde boodschap zoals die in de brief staat, die het college verstuurd heeft. En de heer Stephan haalde dat volgens mij net aan: het kan ook juist een teken zijn van goed en verstandig besturen om even te kijken en dan weer verder te gaan als zaken onduidelijk zijn, om dan verder te gaan als zaken weer duidelijk zijn. Dat is wat er in die brief staat. Er staat niet dat we nooit iets doen, er staat: wat we in elk geval hebben afgesproken voor de zomer een locatieonderzoek, dat

gaat op deze manier met deze onduidelijkheid niet lukken. Voorzitter, dat is volgens mij een heel genuanceerd verhaal, wat ook niet strijdig is met het houden aan de wet. Want een aantal van u haalt, en dan ga ik toch een antwoord geven, een aantal haalt aan aan 1 november. Dat is niet de datum, voorzitter, die in de wet staat. De wet stelt: de staatssecretaris of de minister neemt in december een verdeelbesluit en gemeenten hebben vervolgens een half jaar, dus tot juli 2025, om daaraan te voldoen. Dat is het moment dat als Zandvoort dan niets geregeld zou hebben als de minister een verdeelbesluit zou hebben genomen met een getal voor Zandvoort, dan is dat het moment, 1 juli 2025 en je hebt niets geregeld, dat je je dan niet aan de wet houdt. En daar gaat ook de vergelijking met mevrouw Koper mank, die zei: ja, ik wil ook wel temporiseren met het betalen van de belasting. Dat doe ik zelf ook. Ik betaal mijn belasting op de laatste dag die op dat briefje staat dat ik hem mag betalen. Dus inderdaad getemporiseerd. Ik betaal hem niet meteen zodra ik de aanslag krijg. Ik wacht tot de laatste dag en dan betaal ik hem. Daarmee heb ik hem getemporiseerd, maar voldoe ik wel nog aan de wet. De voorzitter: De heer Hermsen.

De heer Hermsen: Voorzitter, volgens mij was het zo dat 1 november dit college en deze gemeente aan moest geven bij de commissaris van de Koning welke plek hij zou aanwijzen. Dat zijn de afspraken die wij hebben gemaakt, dus met de regio. Klopt dat, wat ik hier zeg? De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Mijn antwoord ging over het niet voldoen aan de wet en dat in relatie tot die 1 november. 1 november is geen wettelijke datum. De wettelijke datum is het besluit wat de staatssecretaris of minister in december neemt. De voorzitter: De heer Hermsen De heer Hermsen: Dat is geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag is waar dan de datum 1 november voor staat, volgens de wethouder. Is dat een afspraak die hij heeft gemaakt in de regio of is dat geen afspraak die hij heeft gemaakt in de regio? Daar gaat het even om, dus uitvoeren van een raadsbesluit. Ik hoor het graag. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: De datum van november is de datum waarop de commissaris van de Koning een plan aandient bij het ministerie. En of en hoe Zandvoort daarin zal staan is afhankelijk van het vervolgproces, wat we nu even hebben getemporiseerd. De voorzitter: De heer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter, dus dit college heeft geen afspraken gemaakt, deze raad heeft geen afspraken gemaakt met de commissaris van de Koning over die termijn van 1 november.

Dat is wat de wethouder hier zegt toch? De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Wat is afgesproken is dat de regio, volgens mij is dat voor november trouwens, ik weet niet precies wat die datum is, een plan aanbiedt aan de bewindspersoon. Aan de comm… ja. Maar voorzitter, ik was klaar met mijn betoog.

De voorzitter: U bent klaar met uw betoog. Er is verzocht door de heer Gerrits een schorsing. Heeft u tien minuten nodig? Ik schors tien minuten. Ik heropen de vergadering en wacht even tot alle leden hun plek hebben ingenomen. Ik zie ook de heer Drommel binnenkomen, de heer Stephan. Hartelijk welkom terug. Wij zijn in de bespreking van twee moties vreemd die betrekking hebben op de Spreidingswet. En er is een schorsing verzocht door de fractie van ZEE, de heer Gerrits. En te doen gebruikelijk geef ik dan die fractie het woord na de schorsing. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. We hebben met elkaar gesproken en volgens mij is het punt helder vanuit de oppositie, of in ieder geval een deel van de oppositie en we zouden graag zien dat de moties gewoon in stemming worden gebracht. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, ik sluit me daarbij aan. Ik wil nog één ding eraan toevoegen: dat ik de wethouder wel wil oproepen om toch wel door te gaan met de zoektocht naar de plek voor Oekraïners, omwille van de bouw die wij gaan plegen op het Curiedexterrein en ook vooruitlopend op de mogelijke wet die er komt, betreffende het niet meer verlenen van voorrang aan statushouders, voor een locatie waar we die dan gaan opvangen. De voorzitter: Dank.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14258480/3