CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript - 24 juni 2025

Raadscommissie 24 juni 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript27.515 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

nemen. En dat is eigenlijk ook een oproep aan ons allen onder dit onderdeel want het bestuur zijn wij ook voor een deel. En ik moet u zeggen dat ik toch het wel heel erg jammer vind hoe wij in de afgelopen paar vergaderingen hier eigenlijk om zijn gegaan met de toch wel hele belangrijke zaken voor Zandvoort. Ik noem een museum bijvoorbeeld op, maar ook een nieuwe investering in de Engelbergstaat die ook gaat over het riool. En op een of andere manier lukt het ons dus niet om de koppen bij elkaar te krijgen en daarin een besluit te nemen, waardoor projecten vertraging oplopen. Waardoor bouwkosten verhogend werken, waardoor wij weer meer geld gaan uitgeven aan dingen die we eigenlijk helemaal niet hoeven uit te geven als we gewoon meteen een goed besluit nemen en ook daadkrachtig zijn. En ik hoop toch echt ondanks dat er verkiezingen aankomen want ja na twee raadsperiodes weet ik hoe het werkt. Dat het toch wel echt ook in het algemeen belang van Zandvoort kiezen voor Zandvoort en niet voor het korte effectbejag op korte termijn. Dus laten we de hand in eigen boezem steken als raad onder dit punt en ook echt stappen nemen op dat gebied. Want ook hieruit blijkt weer dat in een hele woelige tijd, wij als raad soms al eigenlijk een beetje de touwtjes in handen hebben. En die touwtjes niet altijd helemaal goed gebruiken.

Op het gebied van participatie zie ik dat er ook nog een wereld te winnen valt. Ik weet dat we daar ook met de gemeente mee bezig zijn. Maar het zou mooi zijn om daar stappen in te maken. Waarom omdat het betrekken van onze inwoners bij beleid heel erg belangrijk is. We zien het steeds terugkomen. Bij sommige projecten gaat het goed, bij andere projecten gaat het minder goed. Wij zien graag wat meer één lijn ontstaan die over het algemeen goed loopt en ook daarvoor geldt aan de raad. Laten we participatie gewoon serieus nemen en niet bij het ene project zeggen daar doen we wel aan participatie en daar nemen we het wel mee en bij het volgende project zeggen van nou laten we hier maar eventjes de participatie links liggen of doen aan cherry picking. Daarnaast willen wij ook nog aangeven dat wij in specifiek ook een compliment willen geven aan onze veiligheidsdiensten. Waarom? We hebben ook in het jaar 2024 natuurlijk te maken gehad met daar ook een roerige periode in en ik vind dat wij daar echt op hele goede manier eigenlijk heel erg snel op ook op hebben gereageerd. En daar lering uit hebben getrokken. En we zien eigenlijk deze zomer met de eigenlijk echt zomerse weekend dat we nu achter de rug hebben, bijvoorbeeld in 2025 dat dat ook een stuk beter geregeld is en positief ook uitpakt voor de gemeente.

Is ook daarvoor een compliment aan de portefeuillehouder die over veiligheid gaat. Voorzitter, er is nog een kritisch puntje. Ik ben heel erg positief over het deel bestuur, omdat ik vind dat daar ook de complimenten horen. Maar waar ik minder positief over ben, zijn de indicatoren. Mevrouw Koper heeft dat al te pas en te onpas natuurlijk aangegeven. En ik ga mevrouw Koper ondersteunen. Want als ik bijvoorbeeld bij het stuk bestuur en middelen kijk, dan zie ik de indicatoren uit 2016, ongeveer 10 jaar geleden nu. Maar ook eentje uit 2013, ruim 10 jaar geleden. Dat gaat dan bijvoorbeeld over het aantal verwijzingen Halt in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Is de nulmeting, maar ik denk bij mezelf van laten we nou alsjeblieft ook de nulmeting overnieuw doen. Want de wereld is echt veranderd tussen 2013 en nou bijna 2026 wanneer het volgende stuk komt. En ik denk dat het soms ook wel eens goed is om eventjes weer al die nulmetingen opnieuw te doen en veel zijn wat ouder. En daar aan de hand daarvan dan weer ons beleid wat meer aan de wind te laten zeilen. En eigenlijk komt dat ook wel een beetje uit het accountants voorlopig accountantsrapport, vinden wij als GroenLinks zijnde. Want daar wordt eigenlijk ook gerefereerd aan maak nou beleid dat goed meetbaar is, goed stuurbaar is en noem het allemaal op.

En dat kunnen we ook doen door die nulmeting ook aan te passen, want daardoor wordt ons beleid misschien weer wat duidelijker, kunnen we weer duidelijkere keuzes maken en kunnen we ook goed vergelijken van waar komen we vandaan en waar willen we naartoe? Dus ik denk dat dat wel echt een hele grote oproep is van GroenLinks. Aantal collega op het cluster bestuur, dat voor de eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar Jong Zandvoort. Mevrouw Göransson: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht ik ben volgende dus ik zal niet interrumperen mijn collega. Hij gaf aan ik ga het waarschijnlijk niet helemaal goed citeren. Maar goede besluiten nemen is belangrijk, ben ik het mee eens. Alleen natuurlijk is het wel zo dat niet voor iedereen de goede besluiten dezelfde zijn. Dan kunnen we natuurlijk nog wel eens met meningen over verschillen. Daarnaast begrijp ik wel 29

wat de heer El Gebaly zegt over de nulmeting. Alleen aan de andere kant is een nulmeting nog een nulmeting. Als het niet meer vanaf het begin af aan is. In mijn werkgebied niet dus ik vind het een beetje lastig om me daarin te in te leven hoe die dat ziet, maar ik hoor het vast later verder. We zien in de inwoningspeiling dat maar 85 procent van de gemeente van de inwoners de gemeente oplossingsgericht vindt meedenken en dat de dienstverlening achteruitgaat. Dit vinden wij wel een kwalijke zaak en dat moet niet kunnen gebeuren. Hoe kunnen we hiervoor zorgen dat dit beter gaat? Zoals mensen misschien wel weten Jong Zandvoort vindt het belangrijk dat het kernteam terugkomt, die Zandvoorters kan helpen voor de Zandvoorters door Zandvoortse ambtenaren in Zandvoort. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De OPZ Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Dank u wel, voorzitter. Geen vragen of opmerkingen. De voorzitter: PvdA. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me aan bij het betoog van mijn collega van GroenLinks. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De PVV. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Hoe tevreden is de burger over het bestuur? Nou dat kan beter hoor. Bij verkiezingen is de grootste partij nog steeds de partij van de thuisblijvers. Het gevoel van machteloosheid overheerst.

Niet voor niets verlaten veel landgenoten jaarlijks dit land, deze mensen stemmen niet met een rood potloodje, maar met hun voeten. Te vaak zijn we in deze ruimte met elkaar bezig in plaats van het beleid dat het is voor Zandvoort en Bentveld. Daar wordt nogal eens met afkeer kennis van genomen. Wij begrijpen dat. Laten we niet alleen kritisch kijken naar het college, maar ook naar onszelf. Qua kosten moeten we voor waken niet mee te gaan met de landelijke en Europese trend, namelijk steeds meer ambtenaren en steeds meer regeltjes. Geldhonger, speelzucht en bemoeizucht van diverse overheden zien wij als een serieus probleem. Dat doen we in deze gemeente gelukkig niet zo hard aan mee. Dat moet zo blijven. Compliment voor de verantwoordelijke wethouder is hier op zijn plaats. Als voorlaatste vinden wij dat veiligheid in Nieuw Noord nog meer bestuurlijke aandacht nodig heeft. We krijgen te vaak te ernstige signalen uit die hoek. Ten aanzien van de 63.000 euro en de 5 miljoen toevoegen aan de algemene reserve, zijn we akkoord. En de in de stukken aangetroffen 998 miljard door mijnheer Hermsen van D66, stellen wij voor eveneens toe te voegen aan de algemene reserve, zodat we diverse ravijnjaren zonder angst en beven tegemoet kunnen zien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De VVD.

De heer Lemmens: Voorzitter, eerste instantie willen wij een compliment geven aan het college en aan de organisatie voor de jaarrekening. We vinden hem heel duidelijk. Maar eveneens de heer Hermsen van D66, wijzen wij toch op de kernboodschap van de accountant over de met name de verbeterpunten. Het realiserend vermogen van de organisatie en het realistischer begroten zouden we graag toch wel in de toekomst beter zien. Over het invullen van het resultaat komen wij morgen bij de Voorjaarsnota terug. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. En dan als laatste gaan we naar ZEE. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Als met moderniseren minder burgerinspraak en kaders onduidelijk maken wordt bedoeld, is wat ZEE betreft het participatiebeleid inderdaad gemoderniseerd. ZEE blijft erbij dat we graag afgekaderd hadden gezien wat het minimale niveau van vereiste participatie zou zijn voor specifieke

30

projecten en situaties, om te voorkomen dat zaken die er voor de inwoner te doen met het minimale kunnen worden afgedaan. Daarbij vinden we het erg jammer dat in onze ogen nou het vaak lang duurt voor beloofde stukken die verdieping zouden geven aan het participatiebeleid inzichtelijk worden. Zoals de verankering in gemeentelijke plan processen die in ons werd gepresenteerd. En onze vraag is dan ook waar die blijven en wat we kunnen verwachten. Verder blijft ZEE het gebrek aan focus op intimidatie of zelfs schriftelijke erkenning van dit probleem in stukken die gaan over openbare orde en veiligheid iets lastigs vinden. Een groot deel van ervaren onveiligheid komt sec voort uit situaties die in een grijs gebied misschien net wel misschien net niet crimineel zijn. Maar in ieder geval iets doen met het gevoel van inwoners en bezoekers in Zandvoort. Een klein moment van negativiteit of onveiligheid, kan tenslotte een blijvende vervelende indruk achterlaten die iemand een dag met zich meedraagt. Ook een recent onderzoek van het CPB wijst uit dat dit een groeiend en groter probleem is dan tot nu toe ooit is gemeten in Nederland. Dus we vragen dit niet voor niets, opnieuw willen we daarom oproepen om hier in de toekomst aandacht op te vestigen in plaats van dit in de wind te slaan. Tot slot de manier waarop meldingen over openbare ruimte binnenkomen en worden verwerkt, is verbeterd.

En daar zijn we natuurlijk heel blij mee, maar we willen hierbij wel opmerken dat we als partij meer klachten dan ooit hebben ontvangen over de openbare ruimte en vooral het groenonderhoud dan ooit. Is goed dat de communicatie technisch op orde is, maar dat verandert niets aan de groen ervaring voor de Zandvoorter zelf. Dus ook daarop willen we het college oproepen, ga daar meer mee doen. De voorzitter: Duidelijk, excuus. U heeft een interruptie. Ik zag er twee, maar ik begin bij de heer El Gebaly. U was eerder. De heer El Gebaly: Toch nog iets gewonnen vandaag. Voorzitter, even op het vorige punt. Want de heer Gerrits zegt dat wij iets in de wind slaan, maar mij is niet helemaal duidelijk wat wij dan in de wind slaan. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel. Ik refereerde daarmee naar de een laatste of tenminste niet de vorige raadsvergadering maar de raadsvergadering daarvoor, waarna de commissievergadering waar we het hadden over het veiligheidsplan, het integraal veiligheidsplan. En toen heeft het college gereageerd op een pleidooi, wat ook vanuit ons ging over die intimidatie. Van ja maar wij zien dat nu zelf niet als een probleem en dat is moeilijk op te lossen. Of tenminste niet dat ze niet als een probleem zagen, maar in ieder geval dat het in hun ogen consistent was en dat er daarom dat ze er daarom voor nu niets mee wilden doen.

Dat vinden wij zelf heel jammer. Op die manier bedoelen wij het in de wind slaan. Dus het gaat niet over de raad. Het is eigenlijk echt refereert naar de reactie van het college. De voorzitter: Heeft u nog een korte verhelderende vraag, de heer El Gebaly. Ja, aan u het woord. De heer El Gebaly: Ja, ik korte vraag is heeft de heer Gerrits dan ook gehoord wat de korpschef van de politie zei? Want volgens mij heeft die duidelijk aangegeven dat ze juist daar ook naar kijken en daar druk mee bezig zijn. Dat het alleen heel erg moeilijk te onderzoeken is, moeilijk op te pakken is. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Voorzitter, absoluut. En de oproep hier is ook echt dat wij daar bestuurlijk nog aan kunnen toevoegen, dat het dat politie, handhaving goed werk doen dat is dat dat staat voor zich. Gaat vooral om wat kunnen wij als gemeenten doen om extra te ondersteunen? Daar hadden wij ideeën bij, dat is helaas toen in de wind geslagen. De voorzitter: Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Drommel. 31

De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. In ieder geval noemen dat er veel klachten ook zijn over het over het groen en dat daar heel veel meldingen bij hem binnenkomen. Ik heb dat ook voorbij zien komen op Facebook en ik dacht ik neem de proef is op de som en ik meld dat een keertje via het juiste kanaal. Via de buiten beter app en binnen een dag is het gesnoeid en is daar een terugkoppeling van gegeven. Dus ik zou zeggen bent u daarmee van op de hoogte van die app en stuurt u die mensen ook door naar het juiste kanaal dan de Facebook kanalen of de mailbox van ZEE. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Voorzitter, dit doe maar zeker ook in reactie op de inspraak net. En wat ik daarin wil toevoegen is voor een aantal mensen wordt het ook heel goed op opgepakt, maar voor een aantal mensen ook niet. Zijn natuurlijk ook klachten geweest over dat het extreem is gedaan. En dat is een beetje waar het ons om gaat. Dat kan gewoon beter dan het nu gaat op dit moment, dus volgens mij heb ik daarmee de vraag afdoende beantwoord, neem ik aan. Ja, oké. De voorzitter: Aan u weer het woord. De heer Gerrits: Dan gaan we verder met het laatste deel van de nou … Voorzitter, we zien voor zover we verder zien de zaken er goed uit. Het is natuurlijk grotendeels een technisch stuk, wat in orde lijkt.

Verder deel ik een deel van de kritiek van de heer Hermsen ook als het aankomt op wat de accountant heeft gezegd over de verwachtingen. En dat was eigenlijk alles. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we. Nu is nu het woord aan de wethouder, de heer Bluijs. De heer Bluijs: Dank u wel. Ten eerste de heer Hermsen, bedankt voor uw goede blik op die miljoenen. Dus dat moet nog wel aangepast worden, maar het stuk wat voorligt is wel het accountantsrapport, zoals het in principe zal worden ingediend en daar dus wat dat betreft is dit wel een definitief rapport. Alleen we krijgen natuurlijk nog de officiële gegevens enzovoort, dus dit is wel het definitieve rapport wat door de accountantscommissie is geaccordeerd. Dan inhoudelijk. Nou, dank u wel voor toch veel complimenten ook naar de organisatie, voor het stuk en voor het gedane werk. Dus dat dan ook naar mijn collega's, dus dank daarvoor. Maar natuurlijk moet je ook altijd kritisch blijven en zijn naar hoe je zaken doet. Maar ik kan u wel vertellen dat het in dit land heel moeilijk is om een begroting te maken waarbij je rekening mee houdt wat gebeurt er over een jaar, wat gebeurt er over twee jaar, wat gebeurt er over drie jaar? Dat betekent dat je daar rekening mee gaat houden. We komen uit een tijd hiervoor, vier hiervoor hadden we een inflatie die kon je bijna van tevoren komende vier jaar invullen.

Alles was redelijk stabiel, tot Corona kwam en toen ging de boel op zijn kop. En eigenlijk zitten we nog steeds in die turbulente fase daarin. En dan kijk je ook naar van wat voor middelen krijgen wij dan aangereikt? Nou dan zie je eigenlijk dat de Rijksoverheid ons telkens maar weer verrast bij circulaires, want ik heb nog geen circulaire gehad de afgelopen drie jaar dat ik niet meer geld kreeg in enen, terwijl er werd gezegd u krijgt minder geld. Dus wat dat betreft is dat heel, is dat echt heel moeilijke begroten. Aan de andere kant is het ook moeilijk om alles de ambities inderdaad allemaal waar te maken, want dat wordt ook aangegeven. Dat kost ons veel moeite. Maar om dan vervolgens een begroting te maken waar dan wel al dat geld maar in te stoppen en het elk jaar dan dat hij weer op nul uitkomt en dan vervolgens wordt dat geld misschien dan toch wel uitgegeven en misschien wel ook onnodig uitgegeven. Nou dat zit niet in mijn genen. Dus wat dat betreft zal een andere wethouder van financiën dat misschien anders doen. Maar ik ben dan wel van de iets meer behoedzaamheid, maar ik herken wel wat de heer Hermsen zegt. Hij heeft daar wel een één punt en het is dus realistisch begroten, dat moet je blijven doen. Maar dat dat is moeilijk, maar realistisch uitgeven en voldoende uitgeven. Dat kost ons ook moeite, maar ik zie wel verbeteringen.

We geven, we zitten al op een hoger percentage. Zijn ook echt redenen wel aan te geven dat het minder is. Maar het is gewoon waar als je een begroting aanbiedt, vorig jaar met de komende twee jaar structurele 32

overschotten en de begroting 2024 had een structureel overschot van 1,8 miljoen. En niemand heeft tegen mij gezegd van wethouder u gaat nu zorgen dat die een 1,8 miljoen even maar even in deze begroting zet en dan met ambities maar aanvullen en even invullen. Vaak zijn dat ambities die niet alleen incidenteel zijn, maar structureel zijn en structureel hadden we elke keer werd er gezegd een groot probleem. Zelfs tot van de week nog aan toe dat we niet precies wisten wat die meicirculaire deed. En dat was ik niet de enige gemeente in, want alle gemeentes worstelden met is er niet een fout gemaakt enzovoorts. Zo werken wij op dit moment met de landelijke overheid. Dus dat is misschien niet het excuus, maar het geeft wel aan dat het echt heel ingewikkeld en moeilijk is. Aan de andere kant hebben we de afgelopen jaren in Zandvoort een inhaalslag gemaakt op onze inkomstenkant. Toeristenbelasting. We zijn mede door u toedoen gelukkig naar het van forfaitaire tarief afgegaan en naar het gewone tarief gegaan. Dus meer toeristen en een beter systeem. Mede dankzij u. Heeft geleid tot nog meer inkomsten en die bij ramingen vinden nu nog plaats. Nou, dan hoef ik niet over parkeerinkomsten te hebben die sinds de begroting 2024 structureel zijn ingevoerd.

En aan de andere kant zie je ook wel weer dat ziet u ook bij de Voorjaarsnota zien, dat we ook wel weer inspelen op de ontwikkelingen zoals de veiligheid, waar u veel aandacht voor vraagt. Nou dat daar is behoorlijk wordt daar nu ook de begroting weer op aangescherpt. En als je kijkt naar de begroting van afgelopen jaar en dat we nu ruim boven die 80 miljoen zit, proberen we wel dat realistisch begroten en ook het geld uitgeven. Maar het zal onze aandacht hebben. Dus ik vind het terecht dat u die kritische noot plaatst en het is zeker aan u, ook aan de komende colleges om dat goed te doen. Maar ik geef u toch altijd een waarschuwing, mij geef het geld niet uit voordat u het heeft gekregen. En zeker bij de regering die er nu zit, is dat altijd maar afvragen of dat er dan wel komt. Dan heb ik over participatie. Ik heb toen gezegd dat er na de zomer daar een notitie over komt en nu mee wordt genomen hoe we dat verder beter in kunnen vullen. Die indicatoren dat dat nou dat alsof ik het zelf zou hebben kunnen gezegd hebben. Want ik zei ook van ja wat is nulmeting 2013? Hele lange verhalen erom. Ik zie liever trends, dus ook een andere manier van presenteren zo’n trend. Van laat maar zien van gaat het omhoog, gaat dat naar beneden, dat dat we gevoel bij die getallen krijgen. Dus daar moeten we nog veel aan doen.

Nou misschien wil ik dat ook nog wel doen in mijn vrije tijd als ik gestopt ben. Dat kunt u mij inhuren daarvoor kan ik u daarbij helpen. Maar dat is maar zomaar, nee. Daar krijg ik de ruimte niet voor, mijn vrouw luistert gelukkig niet mee. Dan heb ik volgens mij op hoofdlijnen wel gehad wat ik dan moest vertellen daarover. Want voor de rest bent u wel er heel erg tevreden over hoe het gaat. Zijn altijd dingen bezig. Maar andere punten zijn volgens mij voor mijn collega's. De voorzitter: Nou dat is een mooi brugje naar, ik hoorde iets over collega's. Ik ga ervan uit dat maar ik denk ook niet misschien over de veiligheid nog iets of iemand. Nee. Dan kijk ik de commissie rond of er nog behoefte is aan een tweede termijn? Kan ik iemand het woord geven. Ik zie de heer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter, los van het feit dat ik gewoon nog eventjes ook meteen de Voorjaarsnota zit te scannen terwijl ik aan het lezen ben, heb ik de wethouder wel gehoord hoor. Inderdaad niemand vraagt ook de wethouder om de onjuiste manier geld uit te geven. Wat wij vragen en ik hoor de VVD in principe ook al zeggen, maar wat wij als D66 vragen, is dat de er echt gewoon realistisch wordt begroot. En dat zit hem echt in het feit dat in eerste instantie 1,8 miljoen wordt aangegeven als overschot, vervolgens is het 3,8 toen het 1,8 uit was.

Toen zeiden wij nog, het zal ongetwijfeld wel vijf of zes miljoen euro worden. In de wandelgangen werd het nogmaals bevestigd, zeg maar dat het eraan zat te komen. Maar het zit ook met name in inkomstenkant en dan laat ik dat wel meegeven, dat ben ik ook met de wethouder eens het zit in de inkomstenkant. Het is niet zozeer dat enerzijds investeren wij niet als raad, omdat we allerlei beslissingen nemen die gewoon remmend werken. Dus dan wordt er budget verschoven, dan hou je geld over. Anderzijds is het wel zo dat het inderdaad het Rijk op dit moment gewoon een onbetrouwbare partner is. Dat zien we niet alleen hier, maar dat zien we bijvoorbeeld ook bij de gemeente Amsterdam want daar gaat het over in één keer 1,5 miljard euro, dat zijn hele andere bedragen. Ik zou ook heel graag willen dat we 998 miljard euro hadden, want dan hadden we heel veel kunnen realiseren, want dat maakt het toch niet uit. Maar daar ben ik het eens mee. Anderzijds is het wel en dat heeft misschien ook meer te maken van de manier waarop wij dan 33

kijken naar een aantal zaken. Maar dat zit echt ook in de planning control cyclus kant, dus daar wil ik denk ik ook gewoon een keer dat is ook denk ik dat voorzet die ik dan geef aan de accountantscommissie, van hoe kunnen we daar nou als raad ook wat meer op gaan sturen? Want dat is wel de informatie die we nodig hebben. En als het moment dat we in het begin van het jaar zeggen iets kan niet en aan het eind van het jaar blijkt er dus toch nog zeven procent exploitatie ruimte te zijn. Vind ik dat nogal een groot verschil. Dus dat is hetgeen wat ik mee wilde geven. Wij staan als raad aan de poort, zeg maar, wij hebben die middelen nodig om te controleren. Wij zijn degenen die ook gaan uit die op die uitgavenkant en hoe we dat geld aan die publieke middelen besteden. En dat is van belang wat in de raad moet gebeuren en dat betekent ook dat we de ruimte nodig hebben die in die begroting zit en dat we ook weten wat er mogelijk is. En als dat elke keer bijgesteld wordt in de positieve kant, dan kunnen we er bijna van uitgaan dat die ruimte er gewoon nog steeds en ook voor volgend jaar er gewoon is. En dan zie ik ook wel in de begroting zie ik ook straks voor morgen al een voorspellende gave zeg maar, dan 2028, 2029 ook minder zal worden. Ik heb daar gewoon volle vertrouwen in zeg maar dat de volgende regering daar anders naar gaat kijken.

Dan zijn ook de rollen weer anders verdeeld, zijn de partijen weer anders verdeeld. Dan gaan we gewoon weer kijken hoe het op de juiste manier kan en op de juiste manier de inkomsten kant dan wel weer wat gereguleerd kan worden. Maar tot die tijd merken gewoon wel dat er echt ruimte zit, dus dat deels ben ik het eens, deels leg ik ook inderdaad hetgeen neer bij de raad zoals die nu is. Echt vertragende maatregelen, vertragende beslissingen, proberen zaken op een andere manier te regelen als dat we in eerste instantie hebben bedacht, zijn allemaal zaken die meespelen. Dat is wat we nu terugzien. Dus dat is een punt. Andere kant is het inkomstenkant en ik denk dat we toch ergens wel een beetje weten waarom die stijging erin zit, dus dat maakt ook wel een deel mee. Dat is wat we eigenlijk ook mee wilden geven. En dat is denk ik ook wat accountant ook schrijft. En als het de eerste keer was, maar het is denk ik nu al de derde keer. Zeker ook als het gaat om het weerstandsvermogen als dat in eerste instantie 1,8 is en dat is uiteindelijk 4.1, dat is gewoon echt een gigantisch verschil. En ik denk ik denk dat we dat ook allemaal snappen dat het gewoon te veel is om mee te nemen. Dus nogmaals aandacht ervoor.

En ook eens met de wethouder inderdaad, geen geld uitgeven wat niet nodig is, want dat is eigenlijk wat waar we met zijn allen op in ieder geval in de gemeente Zandvoort voor staan denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ik wou even ingaan en een vraag stellen aan de heer Hermsen op zijn betoog. We zien dat in ieder geval naar aanleiding van het realistisch begroten sprake is van in vier op een volgende jaren een te investeren bedrag van in de orde van grote 14 miljoen. Je ziet ook dat alleen al de kapitaallasten die uit de investeringen voortvloeien in de komende jaren drie tot vijf miljoen nodig is op jaarbasis. Dat betekent dat je aardig wat vlees op de botten nodig hebt om in de toekomst een sluitende begroting te kunnen houden. Je kunt het ook terugvinden in de cijfers die we voor de komende jaren zien. En ik vind dat als je dat dus op elkaar betrekt en ik luister even naar het betoog van de heer Hermsen, dan denk ik dat je toch wel wat ruimte in je begroting nodig hebt om naar de toekomst ook de je hebt de lusten, maar ook de lasten om die te kunnen dragen. En dat neemt natuurlijk niet weg dat het niet goed is op moment dat er een te groot verschil staat tussen wat je begroot te gaan doen en wat je feitelijk doet. Maar ik denk dat je toch ook oog moet hebben voor deze consequenties.

Wat vindt de heer Hermsen daarvan? De voorzitter: De heer Hermsen. De heer Hermsen: Dan ga ik de vraag terugstellen aan de heer Bouberg Wilson, wat is dan concreet uw vraag? Wilt u dat u meer vet op botten heeft om de om de lasten te betalen of zegt u we hebben te weinig geïnvesteerd? Want dat is het was de inleiding was te lang om daar een vraag uit te destilleren. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson.

34

De heer Bouberg Wilson: Is mijn inleiding zo lang was naar uw ervaren. Maar het gaat er mij gewoon om dat op grond van de plannen die we nu hebben en die als realistisch intussen zijn beoordeeld, er een investering nodig is in de komende jaren in orde van grootte van 14. Miljoen vier jaar achter elkaar in die orde van grootte. En dat als gevolgd daarvan de kapitaallasten oplopen van drie tot vijf miljoen euro. Want je ziet ook dat het begrotingssaldo in de komende jaren terugloopt. Naar positief, van positief naar negatief. En dus is mijn conclusie op het moment dat die conclusie juist is, dat er nu juister wordt begroot dan in het verleden is gebeurd. Heb je dan die ruimte in de begroting niet gewoon heel nodig om de consequenties van je investeringen te kunnen dragen? De voorzitter: De heer Hermsen. De heer Hermsen: Als u zegt inderdaad een begroting moet sluitend zijn, dan geef ik daar het antwoord ja op. Als het gaat of u genoeg vet op de botten heeft om dit nog te doen dan heeft u dat zeker. Zeker ook gezien het eigen vermogen, maar ook alle reserveringen die er zijn. Ik denk dat we dan met die 49 miljoen in totaal die er staat op dit moment voldoende dat hebben. We hebben ook alle risico's afgedekt, meer dan zelfs. En daar zitten gewoon een aantal ontwikkelingen aan waar ook nog wat grond ongetwijfeld aan vastzit.

Wat uiteindelijk ook op de lange termijn misschien wel weer wat kapitaalslasten gaat aflossen. Dus wat dattegaat zien wij dat positief in en denken we dat dat het einde zeg maar aan het einde van de streep 2029 zoals het nu is begroot. Niet realistisch is gezien het patroon van de afgelopen jaren. De voorzitter: Dank u wel. Is dit een interruptie van de heer El Gebaly? De heer El Gebaly: Ja, niet op de heer Hermsen. Maar wel wat de heer Bouberg Wilson net zei als u mij toestaat, voorzitter. Want is de heer Bouberg Wilson het dan niet met mij eens dat als wij als raad maar telkens beslissingen uitnemen of uitstellen. Dat uiteindelijk die kapitaallasten ook alleen maar hoger zullen uitvallen, om de simpele reden dat wij in een bepaalde turbulente wereld leven waarin inflatie nog een grote rol speelt. En het uitstellen maar van beslissingen het niet willen nemen van beslissingen, voor ons als raad zijnde ertoe zal leiden dat die kostenpost alleen nog maar hoger zal worden. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja ik heb eerder natuurlijk naar het betoog van mijnheer El Gebaly geluisterd en gemerkt wat hij vindt van de besluitvorming. De reden dat meningen uiteenlopen is natuurlijk niet zomaar. Daar zit gewoon iets onder. En dat kun je iemand verwijten die het niet met je eens is. Maar dat is nu gewoon de realiteit.

Ik kom nog even terug op een eerdere opmerking van u inzake besluiteloosheid. Er zijn nu een paar keer geen besluiten genomen op grond van het feit niet dat er geen meerderheid zou zijn, maar omdat er gewoon hier een even aantal stemmen aanwezig was en op zodanige manier dat de voor en tegenstemmers elkaar in evenwicht hielden, waardoor er geen besluit kan worden genomen. Hadden we op die momenten gewoon 17 raadsleden aanwezig gehad, maar hadden we überhaupt een besluit genomen en ik vind het jammer dat dat zo is gelopen. Maar ik denk dat je moet ook gewoon kijken naar wat daaronder zit. Dank u wel, voorzitter De voorzitter: Goed. Wellicht kunnen we ook langzaam richting een afronding komen of heeft u behoefte om hierop te reageren? Aan u het woord. De heer El Gebaly: Voorzitter, ik kan de heer Bouberg Wilson voor een deel volgen, maar voor een deel ook niet ben ik heel eerlijk in. Het zit hem mij eerder in het coalitieakkoord dat de heer Bouberg Wilson samen met zijn partij heeft afgesloten. Is de eerste paragraaf de bestuurbaarheid van Zandvoort en ik merk gewoon dat in die bestuurbaarheid van Zandvoort daar nu niet goed in loopt en dat zorgt voor die vertraging. Als wij met zijn 35

allen over onze schaduw heen springen en zeggen algemeen belang van Zandvoort is het belangrijkst, laten wij richting ook de verkiezingen ons best doen om eruit te komen. Dan had het ook gepast om aan .. contact te hebben. En ik constateerde dat op dit moment vrij weinig gebeurt, dus ik zou graag ook de hand naar u uitreiken, naar elke andere fractie in deze raad. Om die op te pakken, want het algemeen belang van Zandvoort is belangrijk en moet gediend worden. En ik merk gewoon dat die bestuurbaarheid van Zandvoort dat dat ons één geld kost, twee zorgt voor een afkeer naar de politiek. En ik denk dat we daar met zijn allen echt voor moeten waken. Bent u het daarmee eens? De heer Bouberg Wilson: Ik kan niet anders zeggen, omdat ik dat ook al in eerdere instantie heb gezegd. Het is nu eenmaal zo dat we hier als bestuur verschillende opvattingen hebben over wat wenselijk is en wat niet wenselijk is, en op het moment dat het zo is dat die elkaar in evenwicht houden. Dan heb je een situatie waarmee we de laatste tijd nog alles te maken hebben. Dat neemt natuurlijk niet weg dat je gewoon moet kijken naar is het overbrugbaar? Dat ben ik met u eens, daar moet je naar kijken. Alleen op het moment dat het zodanig een verschil van opvatting is dat het niet overbrugbaar is, dan is dat ook een realiteit die je moet accepteren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

Ik denk hierover ook morgen meer bij de Voorjaarsnota. Ik zie nog een interruptie van de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, eigenlijk nog een stukje reactie inderdaad op de heer Bouberg Wilson. Want ik had nog een vraag, voorzitter. Namelijk kijk we hebben als ZEE weleens gezegd als er nul overblijft aan de eindstreep, dan is dat wat ons betreft goed. Dat wil niet zeggen dat er geen reserves zijn, dat er geen potjes zijn voor langetermijninvesteringen en dergelijke. Maar dus juist dat we ervoor zorgen dat het geld niet aan het verdampen is door groeiende kapitaallasten of rentes of noem maar op. En de vraag aan de heer Bouberg ziet hij het niet zo dat wij daar misschien een andere strategie kunnen gaan aanbieden, als wij zien dat er iets overblijft. Dat we dus een bepaalde gerealiseerde ambitie niet waard kunnen waar kunnen maken. Dat we dat niet op zo'n moment in zo'n fonds kunnen steken bij wijze van spreken, om dus te zorgen dat dat geld goed gebruikt wordt. Dat is eigenlijk een vraag die ik nog had. De voorzitter: Het is aan de heer Bouberg Wilson om te bepalen of hij hierop wil antwoorden. Maar mijn voorstel zou zijn we gaan. morgen hebben we Voorjaarsnota, om dan de discussie voort te zetten. Bent u het daarmee eens mijnheer Bouberg Wilson? De heer Bouberg Wilson: Dat lijkt me een goede suggestie hier, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Dan kijk ik voor de zekerheid nog even rond. Heeft er iemand nog iets voor de tweede termijn? Ik zie dat dat niet het geval is. Dan denk ik dat we nu langzaam toe kunnen naar of nou ja nu toe kunnen naar de hamvraag. Kunnen we dit, hoe gaan we dit stuk naar de raad sturen als, nou we hebben hem wel eens voor de duidelijkheid als hamerstuk doorgestuurd in dat dat weten jullie ook nog. Gaat dit door als nou ik ga toch maar zeggen als bespreekstuk? Ik zie nee. Hamerstuk, ik wil dit graag in stemming brengen kunnen wij deze jaarrekening doorsturen als hamerstuk? De heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, voorzitter ik denk wel onder voorbehoud van een goedkeurende accountantsverklaring. De voorzitter: Goed voorstel. Ik kijk voor de zekerheid even naar rechts. Kan iedereen zich voor vinden in dit voorstel van de heer Hermsen? Dan sturen wij hem door als hamerstuk onder voorbehoud van de kas. En de correctie met miljoenen dat dat lijkt mij erg verstandig.

36

8.

Sluiting De voorzitter: Dan hebben we nog een besloten deel, even voor de helderheid. Dan dank ik iedereen voor de aanwezigheid en dan sluit ik deze vergadering en dan schors ik voor 2 minuten. Dank u wel.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15770463/1