CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript - 10 januari 2024

Raadscommissie 10 januari 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript (verslag)12.097 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE RAADSCOMMISSIE VAN GEMEENTE ZANDVOORT d.d. 10 januari 2024

VERVOLG VERGADERING 9 JANUARI 2024 1.

Opening en mededelingen De voorzitter: Goedenavond. Ik heropen de Commissievergadering van negen januari. Ondertussen is het natuurlijk de tiende en gaan we verder met de twee openstaande punten nog die er zijn. Dat zijn twee raadsinformatiebrieven die we met elkaar gaan bespreken. Dus daar gaan we mee beginnen.

16. RIB Integrale marktverkenning economisch en toeristische programma Kern kustzone Zandvoort De voorzitter: Agendapunt 16, dat is de raadsinformatiebrief over de integrale marktverkenning economische en toeristische programma Kern kustzone Zandvoort. Een heel mondvol. Naast me zit wethouder De Kloet. Het college informeert met deze raadsinformatiebrief de raad over een integrale marktverkenning naar een toeristisch en economisch programma Kern kustzone Zandvoort en deze raadsinformatiebrief is geagendeerd op verzoek van de fractie van OPZ. Zoals u weet, zoals gisteravond ook bij de raadsinformatiebrieven: eerst de fractie, dan de overige commissieleden, dan wethouder en tot slot de indienende partij. Ik zie een vraag van mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, iets over het proces voorzitter. Ik denk, voordat we er inhoudelijk aan beginnen. Ik lees in de stukken dat de marktverkenning bepaalde, ik noem het maar even kaderstellende eigenschappen, met zich meebrengt. En dan vraag ik me af of we vandaag wel de juiste procedure volgen. Ik lees ook in de inleiding van OPZ dat het college dit als richtinggevend en randvoorwaardelijk ziet. O sorry, ik sprak niet in de microfoon. Dus richtinggevend en randvoorwaardelijk ziet. En alle andere visies hebben we met elkaar vastgesteld.

Zou het dan niet beter zijn als we dit in een ander proces met elkaar bespreken? Dus zowel het inhoudelijke gedeelte zoals OPZ dat deels voorstelt, een deel van het stuk, maar ook om te zorgen dat wij de bevoegdheid van de kaderstelling bij ons houden. Dat is eigenlijk de vraag die ik vooraf aan de inhoudelijke behandeling met elkaar wilde delen. De voorzitter: Ik begrijp dat u deze vraag stelt aan de commissie en niet aan mij als voorzitter? Mevrouw Koper: Nou ja mag ook hoor, als u daarvan zegt: ik vind het een zinnig procesvoorstel. Laten we dat terugnemen naar de Agendacommissie, dan mag dat ook. De voorzitter: Eerst de reacties en dan gaan we vervolgens lijkt het me goed om even een rondje te maken. Het is een raadinformatiebrief waarin het college ons informeert over de marktverkenning. Zoals u voorstelt hè, daar staan zaken in richtinggevend en kaderstellend, of randvoorwaardelijk is eigenlijk het juiste woord, zoals in het stuk staat. Dat zijn volgens mij de vragen die vanavond heel goed aan de orde kunnen komen, want het zou ertoe kunnen leiden dat vanuit de commissie vervolgens de oproep wordt gedaan richting het college om met een raadsvoorstel te komen, c.q. dat er in een motie toe wordt opgeroepen, zodat uiteindelijk de raad dit stuk vaststelt en uiteindelijk de kaders voor het stuk.

Maar dat is natuurlijk ook even afhankelijk van, en daarvoor lijkt me de beantwoording van het college in deze wel relevant, hoe het college de status van dit stuk beschouwt. Dat zou mijn voorstel zijn om het op deze manier wel te behandelen, want dan zou de conclusie van de avond kunnen zijn, maar dan kijk ik even richting u als commissieleden, dat er mogelijk

gevolgd wordt door een motie richting de raad, afhankelijk natuurlijk van de beantwoording. Ik ga een rondje maken op het procesvoorstel, want het alternatief, even om het aan te geven, zou zijn niet te behandelen. Dan gaat het naar de Agendacommissie, maar op het moment dat het bij de Agendacommissie komt, ligt er nog steeds geen voorstel bij vanuit het college en kan de Agendacommissie dus ook niet anders dan de raadsinformatiebrief c.q. het stuk agenderen, zonder voorstel erbij. Ik geef het u in overweging. Ik maak een rondje. CDA. De heer Bluijs: Het lijkt mij verstandig om het vanavond te bespreken en daarna de vervolgstappen te zetten. De voorzitter: VVD. De heer Drommel: Wij sluiten ons aan bij het CDA. De voorzitter: GroenLinks. De heer El Gebaly: Ik voel voor beide wat. Ik denk dat mevrouw Koper wel degelijk ook een punt heeft, betreffende wat ze aangeeft. Ik denk dat het wel goed is om hem vandaag te bespreken, maar wel met in het achterhoofd dat we zeker op termijn ook wel echt een stuk c.q. andere dingen richting de raad krijgen, betreffende dit onderwerp. De voorzitter: ZEE. De heer Sukel: Dank u, voorzitter. Ik las het zo dat het input is voor het college en dat het voor hen richtinggevend zou kunnen zijn en soms randvoorwaardelijk. Maar ik vind het rapport wel dusdanig ‘…’ dat ik bespreking vandaag gewoon prima op zijn plek vind. De voorzitter: Dank u wel. PVV.

De heer Van Tiggelen: Ja voorzitter, dank u wel. Ja, deze brief is op verzoek geagendeerd en ik zie niet in waarom wij hierover niet van gedachten zouden kunnen wisselen op dit moment. De voorzitter: OPZ. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, ik begrijp het procesvoorstel van mevrouw Koper. Alleen, we zitten nu eenmaal in een voorbereiding die zijn beslag heeft gehad en ik merk op dat het voorstel van mevrouw Koper niet is uitgesloten als moment dat wij vanavond hierover spreken. Ik denk dat we in ieder geval door erover te spreken richtinggevende uitspraken kunnen doen en dan kunnen we op basis daarvan kijken wat daar verder het gevolg van moet zijn. Nu is het zo dat we hebben de RIB gebruikt om dit stuk te kunnen agenderen. Ja, ons voorstel is om dat gewoon te bespreken en te kijken wat eruit komt en in hoeverre dat een beslag moet krijgen in een vervolg. De voorzitter: Duidelijk. Jong Zandvoort. De heer Berg: Ja, dank u wel. Het staat elke fractie vrij om een RIB te agenderen. Vanavond is een goed moment om het te bespreken. Dank u wel. De voorzitter: Dan bespreken we de RIB vanavond en afhankelijk dan van de uitkomsten kan er met elkaar bepaald worden of er een vervolgstap nodig is. Dan stel ik nu voor over te gaan tot de bespreking van deze

raadsinformatiebrief. Voor de luisteraars ook thuis: RIB is de afkorting, we praten hier soms wel eens in vakjargon, van raadsinformatiebrief. Het eerste woord is aan OPZ. Ik verzoek u het punt kort in te leiden. Het punt, want u krijgt als eerste het woord, om het kort in te leiden. De heer Bouberg Wilson: Dank u wel, voorzitter. Ik zal dat proberen te doen, want het gaat over een stuk van tachtig pagina's ongeveer. We hebben met onze onderlegger in ieder geval een dappere poging willen doen om de redenen waarom wij dit stuk wil agenderen alvast bekend te maken. Het is zo dat het stuk zelf nogal wat uitspraken doet over het belang daarvan en dat betreft de potentiële marktruimte voor programmering binnen de herinrichtingsprojecten. Het is richtinggevend, volgens de schrijvers, en zelfs randvoorwaardelijk als het om nieuwe ontwikkelingen gaat. Daarnaast is er een opmerking over de binnenruimtelijke capaciteit van de locaties en dan bedoelt men daarmee de inrichting van de openbare ruimte binnen de projecten en de opgave voor mobiliteit, parkeren en bereikbaarheid. Men doet daar ook een uitspraak over en het lijkt me zeer van belang dat we die met elkaar bespreken. Voorzitter, staat u me toe, dan ga ik nu even door met de inhoudelijke kanten van de zaak. Er is sprake van een groeipotentie in de vrijetijdssector en die groeipotentie die is zeer aanzienlijk.

Tot en met 2030 verwacht het Nederlands bureau van Toerisme en Congressen voor wat betreft de MRA een groei van verblijfstoerisme met 33 procent en voor kustbadplaatsen is dat zelfs een percentage van 45 procent. Op basis van deze spectaculaire cijfers zou je verwachten dat investeerders in de recreatieve sector bij Zandvoort in de rij staan om projecten te kunnen realiseren. En daarom lijkt het me verstandig om te vragen naar de actuele investeringsbereidheid en ook of de werving van, op basis van het groeipotentieel, of dat effectief is en waaruit dat blijkt. Voor wat betreft verschillende zaken, ik zal er wat sneller doorlopen, is er een verwachte groeipotentie wat betreft hotels. Men praat dan over 350 tot 400 hotelkamers met een bruto vloeroppervlak van 15.500 vierkante meter. En dan vragen wij ons af: is de ruimtelijke capaciteit van de locaties voldoende om daarbinnen die potenties te kunnen realiseren? De wijze waarop Zandvoort die potentie van markt, dat is een soortgelijke vraag als daarstraks, is die op orde? En in welke mate is Zandvoort in beeld, is dat voldoende en waaruit blijkt dat? Dan hebben we een hotel als zakelijke markt, is dat genoemd? We praten dan over een beperkte omvang van de kantorenmarkt in Zandvoort, maar dat zou wel kunnen op basis van een toevoeging van flexwerkplekken in combinatie met vergader- en congresfaciliteiten in hotels.

En de vraag is even: hebben we dat bij de invulling van die plek voor hotels, hebben we dat in beeld en zijn er concrete plannen om bij de invulling van het programma, bijvoorbeeld op het Badhuisplein, die genoemde combinaties te maken? Aanbod horeca. Daar wordt ook een toevoeging aan lunchrooms en restaurants mogelijk geacht met een orde van grootte van 2500 tot 5000 vierkante meter. Dat is een aanzienlijk aantal. En in welke verhouding ten opzichte van wonen wordt die uitbreiding door de commissie ruimtelijk waar wenselijk geacht? Waarom zeg ik die mogelijke concurrentie met wonen? In de tijd bij de wederopbouw hebben we achteraf beoordeeld dat, toen spraken we ook over een woningtekort, dat daarmee toen misschien een fout is gemaakt door voorbij te gaan aan de vroege hotelbestemmingen die we in de kustzone hadden en daarvoor in de plaats woningen bouwden. Ik kom zo meteen op het middengebied. Maar maken we mogelijk dezelfde fout als wij ons wat dat betreft niet realiseren wat wij gaan doen ten aanzien van de invulling, wonen of vrijetijdseconomiebestemmingen? Dan hebben we het over detailhandel en daar is er sprake, op basis van vergelijkend onderzoek, dat gaat dan steeds over de plaatsen Scheveningen, Noordwijk en Zandvoort, over toevoegingmogelijkheden in de nietdagelijkse detailhandel.

En voorzitter, daar hebben wij wel wat vragen en kanttekeningen bij, omdat wij denken dat de verwachting in het rapport wat rooskleurig is op grond van de situatie waarin Zandvoort verkeert. Namelijk met een enorm mooi winkelaanbod in de directe omgeving van Zandvoort, zowel in Haarlem centrum als in Schalkwijk, in Heemstede en ook Bloemendaal zoals u zoals u wilt. De vraag is: als je die aantrekkingskracht van dat winkelbestand in onze omgeving in ogenschouw neemt, is er dan per saldo nog wel sprake van een realistische verwachting voor wat betreft niet-dagelijkse horeca? Dan kom ik even op het

middengebied. Dat middengebied, daarmee wordt bedoeld het gebied tussen ‘…’ en het Badhuisplein. Daarvan staat in het rapport: dit betrekken bij de ontwikkeling als verbindende en nog ontbrekende schakel tussen het Badhuisplein en het entreegebied. En voorzitter, dat riep bij mij in ieder geval en misschien meerdere bij u, een nogal sterk déjà vu gevoel op, gegeven de inspanningen die we hebben gedaan voor datzelfde gebied begin jaren 2000 in combinatie van gemeenten met Vesteda. Veel geld in geïnvesteerd om het van de grond te krijgen, maar uiteindelijk liep het gewoon stuk op belangstelling bij degenen die het betrof en die plaats zouden moeten maken voor die ontwikkeling. De vraag is even: waarop slaat deze opmerking en moeten wij ons zorgen maken ja of nee? Tenslotte, voorzichter, is er sprake van, ook in het belang van het stuk, over slimme mobiliteitsoplossingen. En ik citeer even een klein stukje: ‘Het ruimtebeslag is groot en een complexe gebouwde parkeervoorzieningen is duur. Hetgeen dat investeerders afschrikt. Dit nog afgezien van de vraag of het extra autoverkeer adequaat kan worden afgehandeld en of de boulevard primair op autobereikbaarheid en autoparkeren in plaats van langzaam verkeer ingericht dient te zijn.’ Als ik het even chargeer, dan zeggen we: laten we van open wegen fietspaden maken en alle problemen zijn opgelost.

Voorzitter, ik denk dat realiteit een andere is. En ik begrijp wel waar die opmerking vandaan komt, maar ik denk dat het nu dus duidelijk is om eens en vooral duidelijkheid te verkrijgen over met welke zaken wij nu te rekenen hebben als het gaat om mobiliteit. In het bezoekersstroomonderzoek vanuit 2017, daar kwam een plaatje uit naar voren inzake automobiliteit versus fiets, trein en openbaar vervoer, waarbij het autoverkeer 51 procent uitmaakte van de mix. Uiteraard zal er intussen het één en ander zijn veranderd, maar het is wel zaak om te kijken waar dat nu landt, want dat zou wat ons betreft bepalend moeten zijn van hoe we onze ruimtelijke zaken afstemmen op de mobiliteitsopgave die ons zal gaan treffen. Dan viel ons op dat in de verwachtingen van de marktverkenning er sprake is van 38 procent dagbezoekers uit Noord-Holland, terwijl in het bezoekersstroomonderzoek 2017 sprake is van 60 procent uit die omgeving. Dat scheelt nogal wat en het maakt dus ook nogal wat uit hoe je dat gaat invullen. Wij stellen daarom voor om op basis daarvan per modaliteit een actueel inzicht te verkrijgen.

Namelijk: wat is de mobiliteitsopgave voor Zandvoort en de regio op basis van de verwachte bezoekersstromen? Wat is het belang van autobereikbaarheid voor Zandvoort op zowel korte als langere termijn? Strookt de algemene visie op mobiliteitstransitie met de specifieke mobiliteitsopgave voor Zandvoort? We hebben het namelijk over een vrijetijdssector. En welke veranderingen in mobiliteitsgedrag zijn er op korte en langere termijn te verwachten? Ik zou de commissie willen verzoeken of zij zo mogelijk willen ingaan op de punten die ik heb genoemd en tenslotte of zij het ermee eens zijn om het college te vragen om het bezoekersstromenonderzoek vanuit 2017 te actualiseren, zodat we op basis niet van wat we graag zouden willen, maar op basis van hoe de markt zich gedraagt en hoe de consument zich gedraagt, om daarop onze mobiliteitsopgave te baseren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de fractie van ZEE, de heer Sukel. De heer Sukel: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor het betoog. Ik vind het ingewikkeld. Ik zei net al: ik vind het prima om te bespreken. Waarom? Want ZEE ziet het gewoon letterlijk ook niet meer dan een marktverkenning. Het stuk is een marktverkenning. Er is gekeken naar wat er allemaal haalbaar is en waar kansen liggen. Er is een beperkt aantal interviews gehouden met een aantal stakeholders.

Nou, ik zie geen participatie, dat soort zaken, ik zie geen gesprekken met raadsleden, met ondernemingsverenigingen terug. Dus ik zie een hele hoop dingen niet, waarvan je wel zou verwachten dat die meegewogen zouden worden. We hebben er niet inderdaad eerder over gesproken van wat er allemaal haalbaar is. Ja, voor mij is het inderdaad … Ja weet je, een koopstromenonderzoek of een bezoekersonderzoek, dat is ook hartstikke goed. Dat soort zaken hebben we ook nodig om de vinger aan de pols te houden: waar staan wij als gemeente? Dus daar sta ik helemaal achter. En verder zijn er een hele hoop zaken waarvan wij als ZEE zeggen: ja, dat is hartstikke nuttig als bouwblok. Wij hebben in ons verkiezingsprogramma al gezegd: we werken aan ZEE een

goede invulling zou kunnen zijn ook jaarrond wat meer mensen te trekken bijvoorbeeld. Nou, in deze marktverkenning komt dat terug. Dan denken we: nou, mooi. Zou dat haalbaar zijn inderdaad? En dan hopen we dat marktpartijen daarop zouden willen inspringen en dat we vanuit de gemeenteraad budgetten vrij kunnen maken. En ja, verder maak ik me er op dit moment eigenlijk niet zo heel veel zorgen over. De vragen vind ik allemaal terecht. Absoluut. Alleen denk ik: het zijn bouwblokken. Het is een marktverkenning. Nou, laat het zijn plek krijgen inderdaad in verdere onderzoeken. Laten we daar nog iets van vinden, hoe we dat dan verder doen en over de inhoud denk ik: nou, mooi. En daar wil ik het bij laten, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Partij van de Arbeid, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wil even ingaan op twee opmerkingen. Over het procesvoorstel wat ik deed, is natuurlijk niet om te zeggen: moeten we hier wel of niet een RIB bespreken, maar meer de uitkomsten van dat rapport, waar zijn ze voor bedoeld. En mochten ze kaderstellend bedoeld zijn, dan stel ik voor dat wij als raad daar een raadsstuk van ontvangen van het college om met die kaders dan wat op te nemen en aan te sluiten bij de toeristische visie. Want dat is één van de opmerkingen die mij opviel in het rapport is dat hij bedoeld is ook als actualisatie van de toeristische visie.

Nou, dat komt allemaal nog ter sprake. Dus ik denk dat we dat in elkaar moeten schuiven. En als ik kijk naar de inhoud van het rapport, dan denk ik dat het heel goed is om naar de markt te kijken als het gaat om de invulling van commerciële en horecaruimtes, want daar hebben we regelmatig gesproken bij de invullingen van projecten. Badhuisplein, Entree zijn twee plekken waar we die discussie met elkaar royaal gevoerd hebben. Het woningbouwprogramma hebben we vastgesteld en vervolgens, wat gaan we nu verder voor soort commerciële ruimte, horecaruimte met elkaar ontwikkelen? Dus als we hem daarvoor willen gebruiken dan zeg ik: nou, dat lijkt mij een uitstekend plan. Als het gaat om een opmerking van mijnheer Bouberg Wilson over dat investeerders niet in de rij staan triggerde me een beetje. Want inderdaad, ik ben ook oud genoeg om al die golfbewegingen en al die investeerders voorbij te zien komen. Maar heel vaak zijn er bijna uitgewerkte plannen toch al in de raad geweest en op het laatst weer veranderd. Dus ik blijf vasthouden dat wij met elkaar echt goede plannen moeten vaststellen en daar consequent in moeten zijn, want een consequent, betrouwbaar bestuur en het lampje van de formule 1, dat moet ons toch brengen bij goede investeerders. Dan als het gaat om de mobiliteitsopgave tot slot, want ik wil hem niet in detail verder behandelen.

Dus de vraag over actualisatie toeristische visie heb ik gesteld. De mobiliteitsopgave. Ja, die discussie hebben we ook gevoerd bij de Kennemerraad met elkaar hè? U kwam toen ook met het voorstel: moeten we niet wat meer onderzoek doen naar bezoekersstromen? En volgens mij was de conclusie dat daar voldoende onderzoek naar gedaan is in de regio. Nou, dat zou ik dan heel graag wel op tafel willen krijgen of wat daarvan terechtgekomen is, want volgens mij is die vraag uitgesteld bij de Kennemerraad toen. Want als die gegevens er zijn, dan hoeft er wat mij betreft niet een nieuw onderzoek plaats te vinden. De voorzitter: Dank u wel. VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. Het doel van de marktverkenning zoals wij dat hadden gelezen, was voornamelijk een advies over de positionering van Zandvoort. En zo hebben wij dat ook gelezen. Er staan in ieder geval wat dat betreft heel veel interessante zaken in en ik denk dat we het vooral ook moeten zien als een middel om straks eventueel plannen in de toekomst vorm te gaan geven. En inderdaad, op het moment dat wij straks de toeristische visie bespreken in de commissie en de raad, ja dat we dit onderzoek dan er goed naast leggen om ons in ieder geval deels te laten leiden. Er zijn een aantal kanttekeningen gemaakt, ook over de detailhandel en hoe we Zandvoort aantrekkelijk maken en positioneren.

Maar heel terecht, als je om je heen kijkt, er zijn bijvoorbeeld hele mooie winkelcentra, zoals terecht wordt aangegeven, in Haarlem of ook in

Heemstede. En gaan wij daar als Zandvoort mee concurreren? Het was natuurlijk in het verleden zo dat wij als Zandvoort zijnde met als enige een soort van koopzondag uniek waren in de regio en daarmee publiek trokken, significant veel publiek trokken, maar dat is tegenwoordig niet meer zo. Wat Zandvoort uniek maakt, ja dat weet u allemaal wel. Dat is natuurlijk de kust die wij hebben. Het duinlandschap en wellicht ook het circuit, maar niet het hele grote winkelaanbod of de in overvloed beschikbare parkeerplaatsen. Dus ik denk dat we ons juist moeten gaan focussen op die plekken waar we dat verschil kunnen maken en dat zit dan eerder richting de bestemmingen die dan met het strand en de zee te maken hebben. Dat wordt natuurlijk al grotendeels heel goed opgepakt, maar wat ons voornamelijk interessant lijkt is als we dat inderdaad meer dat jaarronde weten aan te boren en te benutten. En daarom zien wij ook wel kansen wat betreft van die zakelijke markt wat al is aangehaald of wellicht ook hotel in combinatie met wellness en spa, wat mooi complementair kan zijn aan het huidige aanbod in Zandvoort en wat ook goed jaarrond kan werken. Ja, nog wat over de mobiliteit. Wij zijn eigenlijk ook wel interessant, want volgens ons zijn er ook al andere onderzoeken die al reeds gedaan worden en die wat actueler zijn dan uit 2017.

Ja en vaak wordt natuurlijk gezegd: op het moment dat men met de auto wil komen, dan moeten we dat ook faciliteren. Daar zijn wij het ook volledig mee eens, maar wij zien ook dat het op een gegeven moment wel heel erg lastig wordt om bij wijze van spreken de verkeersaders richting Zandvoort te vergroten. En het kan wellicht ook een optie zijn om Zandvoort beter te bereiken, te laten bereiken, bereikbaar te zijn met de auto, door bijvoorbeeld ook te investeren of te kijken naar andere vormen van mobiliteit, waardoor wellicht mensen die vorm van mobiliteit kiezen en mensen die eigenlijk geen keuze hebben om bijvoorbeeld met de trein te gaan of een andere vorm van mobiliteit, dat zij juist wel Zandvoort goed kunnen aanrijden met de auto. Ja, daar willen we het eventjes voor nu bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Wij lezen onder andere, ik citeer: ‘Het bestaande aanbod is niet voldoende om mensen naar Zandvoort te trekken.’ Een interessante opmerking. De realiteit is dat mooi weer Zandvoort aantrekkelijk maakt. Wat er in de omgeving zich bevindt. Keukenhof, Haarlem, Amsterdam, natuurgebied en strand. Ja. Een aantal dagen per jaar zijn we meer aantrekkelijk dan we fysiek aankunnen. Dat is ook een feit. En ik geloof niet dat we dat met welk besluit dan ook gaan veranderen.

Wil je mensen aantrekken, ook bij minder weer, dan zal het moeten gaan om vertier en over activiteiten die overdekt dan wel indoor plaatsvinden. Het oorspronkelijke concept waaruit ooit Center Parcs is ontstaan. Daar was ooit een brainstormsessie en iemand riep vanuit de zaal: je moet Nederland overdekken. Nou, Nederland overdekken is een beetje te ambitieus, maar gedeeltelijk heeft men dat gedaan en dat is kennelijk een concept dat werkt. Dus als je ervoor zorgt dat Zandvoort ook aantrekkelijk is bij minder weer, mijnheer Drommel maakte al in feite een suggestie in die richting, dan kun je daar misschien wat bereiken op dat gebied. Feit blijft verder dat we de enige kustplaats zijn met een treinstation. Dat is iets om mee te nemen in de afwegingen aangaande bereikbaarheid. De bevolkingsgroei zal echter ook meer aanbod van autoverkeer met zich meebrengen. Dat is lastig te negeren. Een mooie parkeergarage zoals in Katwijk is bij ons niet mogelijk helaas. Een parkeergarage bouwen die een flink gedeelte van het jaar nagenoeg leeg staat, zoals in Oostende, is voor investeerders niet aantrekkelijk. Een lege parkeergarage brengt niet zoveel op. Parkeren op afstand en het laatste stuk met pendelbussen zou wellicht een oplossing kunnen zijn. En wat we hebben geleerd van de oplossingen qua bereikbaarheid tijdens de F1-dagen zouden we daarbuiten ook kunnen toepassen.

40.000 fietsen die slechts een paar dagen per jaar worden gebruikt is wellicht in overleg anders in te richten. Het is maar een idee. En fietsenrekken plaatsen hoeft trouwens niet, want die dingen zijn voorzien van een standaard, maar ongetwijfeld zijn er mensen met veel betere suggesties en daar staan we natuurlijk voor open. Tot zover, voorzitter, dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Jong Zandvoort. De heer Berg: Ja, ik was aan het wachten op mijnheer Berg, maar ik zal hem zelf invullen. De voorzitter: O, sorry. De heer Berg: Nee, maar dank u wel. Goed, dank u wel. Nee, we zijn wel blij met de agendering en de vragen van OPZ en ook blij met de kritische blik, maar aan de andere kant voel ik toch ook heel erg wat mevrouw Koper zegt: is dit wel het moment om deze vraag te stellen en zo kritisch te zijn? Als we elk woningbouwproject aan de voorkant al ter discussie gaan stellen met een marktverkenning, ja ik denk dat we dan nog wel even door kunnen vergaderen met zijn allen, ook al hebben we maar een vergadering van twee agendapunten vanavond. Dus aan de ene kant zeer terechte vragen van OPZ en ik wacht zeker de beantwoording af van het college. Maar ja, als we elk woningbouwproject ter discussie gaan stellen met een marktverkenning, dan blijven we wel even bezig en daar hou ik het bij, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is het zoveelste document wat ons een visie werpt over wat we met Zandvoort kunnen doen. Waar de metropool de kust kust, Zandvoort 365, nu deze marktverkenning.

Waar we in het ene document het stoer noemen, noemen we het in het andere document ruw en dat is een beetje het probleem wat GroenLinks heeft met dit soort documenten. We moeten oppassen in Zandvoort dat wij niet eens in de zoveel jaar een compleet andere visie of een visie weer opnieuw proberen uit te vinden. En laten we nu eens een keertje met elkaar afspreken dat de visies die we hebben en die we volgens mij goed hebben doordacht, bijvoorbeeld Zandvoort 365 is echt ook goed door de participatie gegaan. Laten we zo’n visie nu eens als het kaderstellend document nemen waarbinnen we, ook ondanks alle participatie die we daar echt heel erg goed in hebben gedaan als u het mij vraagt, dat we daarmee met dat koersdocument nu eens een keer gaan varen. Want het helpt niet als wij om de zoveel keren, om de zoveel jaren de koers weer een beetje omgooien of weer een zoveelste rapport gaan uitbrengen. Dus eigenlijk is dat de boodschap die GroenLinks wil meegeven aan het college. In Zandvoort 365 en Waar de metropool de kust kust en in nog tal van andere koersdocumenten en visies staat echt al ongelooflijk veel beschreven, is ongelooflijk veel onderzocht en is daarnaast ook nog ongelooflijk goed en veel geparticipeerd. Ik snap ook dat het college aan de andere kant af en toe een beetje de thermometer in de maatschappijen en daaromheen wil doen.

Maar zoiets als onze Omgevingsvisie, die is nog helemaal niet zo oud. De metropool de kust kust is nog helemaal geen oud document en ik zie ook niet significant andere delen dan andere bewoordingen in dit document. Dus de oproep is eigenlijk meer: laten we gewoon de visies uitvoeren, dat als kaderstellend nemen en zo snel mogelijk al die visies die we hebben, al die mooie plannen over het algemeen ook echt uitrollen. We willen dan nog een ander voorstel aan deze raad doen, want we hebben het al een paar keer over de investeringsbereidheid gehad. Het lijkt ons heel interessant als fractie van GroenLinks als wij eens gaan onderzoeken, nu de formule 1 toch al een tijdje hier in Zandvoort is en wij dat als ‘…’ hebben gezien als raad, in hoeverre die investeringsbereidheid sinds de Formule 1 is toegenomen in Zandvoort, om daar ook eens een keertje feiten en cijfers bij te zien. Ik denk dat het uitstekend is dat de Rekenkamer, onze eigen Rekenkamer dat onderzoek zou kunnen doen voor ons. Dus dat wil ik eigenlijk bij de overige leden en wellicht ook bij de Rekenkamer, ik neem aan dat die meeluisteren, in de week leggen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. CDA, de heer Bluijs.

De heer Bluijs: Ja. Het CDA vindt het een interessante en toegankelijke marktverkenning en sluit zich aan bij de acht bespreekpunten die OPZ in haar notitie plaatst. Maar dat zijn toch wel vragen die niet zo één twee drie te beantwoorden zijn. Tijdens het lezen van het Swecorapport kreeg ik gedachten: alweer een rapport met focus op het Badhuisplein in het Entreegebied. Laat ik het zo vertellen. In 1987 is hotel Bouwes op het Badhuisplein afgebroken en in 2024 is er nog steeds een kale lege vlakte, al bijna veertig jaar. Plannen voor het Entreegebied volg ik sinds 2010 nauwgezet en anno 2024 zijn er slecht wat verpauperde pandjes afgebroken en er is nog steeds niets gebouwd. Maar goed, laten we constructief blijven. Het Swecorapport is slechts een verkenning met daarin aanscherping van de positionering van de doelgroep en de programmering. Echt verrassend nieuwe visies staan er niet in. Het is eigenlijk ook, het heeft een te weinig langetermijnvisie in mijn optiek. Bij hoofdstuk 4.2 conclusies wil ik opmerken dat het erbij betrekken van het zogenaamde middengebied een traject is van lange adem. De heer Bouberg Wilson attendeerde daar al op.

Het CDA pleit ervoor om ook het Boulevardgebied tussen Palace hotel, Center Parcs en het NH-hotel zo snel mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van het toeristisch product Zandvoort Noord en dat wat waarschijnlijk veel sneller te realiseren is. De durfsport voor stoere avontuurzoekers, zoals het rapport zegt, zou een goede impuls kunnen krijgen als er spoedig een jaarrond watersportpaviljoen gerealiseerd zou worden. Wat betreft het circuitgebied is het verstandig de ontwikkelingen rondom de continuïteit van het F1 en het toenemende milieubewustzijn goed te volgen en waar mogelijk daarop te anticiperen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar het college. Het woord is aan wethouder De Kloet. De heer De Kloet: Ja, dank u wel. De positie die het college in dit geval inneemt is een beetje een aparte, want volgens mij is het een discussie van uw commissie, maar ik wil wel een paar dingen opmerken. Er zijn niet zo heel veel vragen volgens mij aan mij gesteld of aan ons gesteld. Maar om met mevrouw Koper te beginnen. Het is geen kaderstellend document en de woorden die gebruikt worden in de marktverkenning, en daar gaan we al, zou ik willen zeggen, is wat dat betreft lijkt mij duidelijk hè.

Er wordt gesproken over een verkenning, er wordt gesproken over mogelijkheden, over potentie, er wordt gesproken over aanbevelingen en ik denk dat dat de sfeer is waarin u dit document moet lezen. En het is inderdaad zo, die opmerking is ook al gemaakt, dat visies en andere stukken die er al liggen, ja dat die niet in een soort blinde vlek bij Sweco zijn terechtgekomen. Sterker nog, er is duidelijk naar gekeken: wat heeft de raad nu eigenlijk vastgesteld en welke koers heeft de raad daarin uitgezet? En op basis daarvan is gekeken: als je nu die koers volgt, wat zou dan in potentie, ook dat woord komt veel voor, zou je dan nog kunnen zien van wat er zou kunnen gebeuren. Als je ook ziet als het gaat over wat dan de BVO is, het bruto vloeroppervlak, wordt een hele ruime marge genomen in sommige gevallen, daar zit gewoon een 100 procent spanwijdte, zal ik maar even zeggen in, reikwijdte. En het is ook wat dat betreft meer richtinggevend en om erbij te pakken inderdaad als er concrete plannen aan de orde zijn. Badhuisplein en Entreegebied worden zeer met name genoemd. Is het meer in ons optiek dat je zegt: oké, laten we dat Swecorapport er nog eens even bij pakken.

Wat staat er nou eigenlijk in? En welke mogelijkheden, welke potenties worden daarin aangegeven en correspondeert dat enigszins met het stuk wat wij nu aan het maken zijn en wat door de raad wordt vastgesteld? Daar is zeg maar de richting waar u aan moet denken als u dit rapport leest, als deze marktverkenning, en dat is het dus, als u dat tot u neemt en zegt: nou, we hebben hier een stuk, een voorstel voor de raad van het college. Hoe verhoudt dat zich tot het Swecorapport? En in dat geval, ik vond het een heel mooi woord van de heer Sukel: het is een bouwblok, zeker in de sfeer van de discussie die we aan het voeren zijn. Ik denk dat dat een hele goede term is. Wat ook in de in de RIB staat, in de raadsinformatiebrief, is dat het een onderlegger is geweest voor het maken van het concept toeristische visie, die binnenkort ook hier ter tafel komt. Zo is het dus gebruikt en ook in de toekomst zal dit rapport op die manier erbij worden gepakt. De vrees die er volgens mij een paar keer wordt genoemd van ja, de bereikbaarheid of de moeilijkheid daarin of de parkeeropgave die je hebt als je met een nieuw

project komt. Dat schrikt investeerders af. Ik vond het zelf een nogal boude uitspraak. Helemaal omdat als je bijvoorbeeld kijkt naar het Badhuisplein, daar we nu druk in gesprek zijn met een ontwikkelaar als het gaat op het hotelgebied, die niet afgeschrokken is tegen dat probleem, integendeel, juist daar goed naar aan het kijken is: hoe kunnen we dat oplossen? Dus de aantrekkelijkheid van Zandvoort in zijn algemeenheid, die kracht van die aantrekkelijkheid is zo groot dat ik in ieder geval nog niet heb gehoord als portefeuillehouder dat er investeerders zijn of ontwikkelaars zijn die daardoor worden afgeschrokken. Natuurlijk zullen die zijn in een bepaalde categorie die zegt: nou, dat lijkt ons niet zo'n goed idee. Laten we Zandvoort nog eventjes in de wachtkamer zetten. Maar echt dat er massaal niet geïnvesteerd wordt om die reden, dat is volgens mij niet aan de orde. Als er verder gekeken wordt inderdaad wat dat betreft. Er wordt heel nadrukkelijk gesproken over het parkeren en de moeilijkheden die er zijn. Nou ja, volgens mij heeft u vele malen gediscussieerd en gedebatteerd over de parkeerproblematiek en dat is natuurlijk wel een issue.

En ik vind het in een verkenning die je dan houdt, als het gaat over de potentie van Zandvoort, lijkt me dat een goed onderwerp om dat in ieder geval op die manier te adresseren, dat als je de afwegingen maakt in de ontwikkelingen die je doet, dat je het daar dan ook zeker over hebt. En dat is volgens mij ook de bedoeling waarom dat zo genoteerd is. De heer Bouberg Wilson zei ook nog: er wordt gesproken over een hotel. Over dat weer in combinatie met het flexwerken en dat misschien juist in de periodes in het jaar dat we aan het kijken zijn: hoe kunnen die aantrekkelijkheid van 365 dagen entameren? Ja, dat is zeker aan de hand. De ontwikkelingen die er zijn met de concrete ontwikkeling Badhuisplein, maar u weet ook dat de Noordboulevard in het vizier komt en dat we ook daar aan het kijken zijn. Daar worden die elementen zeker genoemd. Juist om een andere markt, om de zakelijke markt zo u wilt, om die juist aan te trekken. Dat wil nog niet zeggen, om ook maar even een toepasselijke term te gebruiken, dat dat allemaal al in beton gegoten is. Maar dat is wel de denkrichting die we aanhouden en waar u ook de plannen die we maken dat zeker zult terugvinden. Even kijken. Ik heb nog wel een hoop opgeschreven in ieder geval.

En wat ik daar nog aan toe wil voegen is dat als u … Ik hoop dat ik duidelijk heb gemaakt van hoe moet je dit dan duiden en ik denk dat het aan uw commissie is om daar een overdrachtelijke stempel op te zetten: hoe gaan we hier nu mee om? Dat dat één van de uitkomsten van deze avond kan zijn. En ik hoorde ook wel een soort voorstel van de heer Bouberg Wilson voor een nieuw bezoekersonderzoek, als ik het goed heb begrepen, dat vorige stamt uit 2017. Maar goed, ik noem dat nog maar eventjes, omdat ik het op die manier gehoord heb, maar ik hoor graag van uw commissie wat u daar verder van vindt. Tot zover even mijn inbreng. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zoals gezegd al bij aanvang van het agendapunt: er volgt geen tweede termijn voor de commissie. Het slotwoord is in deze aan OPZ en daarna is het aan u als commissie, en ik kan me voorstellen dat u dat ook buiten de vergadering doet, hoe u verder mee wil omgaan met het stuk aangaande het procesvoorstel ook aan het begin zoals aangegeven, gelet ook op de beantwoording van het college. OPZ, de heer Bouberg Wilson, aan u het woord. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat in ieder geval de discussie duidelijk maakt dat er een beetje gezocht wordt naar de betekenis van dit stuk. Want er wordt gezegd door de wethouder: het is eigenlijk een inventarisatie van wat zou kunnen.

En ik lees toch een wat stelliger ondertoon in het stuk. Het is dan niet kaderstellend, staat er niet, maar er staat wel randvoorwaardelijk en dat komt volgens mij gevaarlijk dicht bij elkaar in de buurt. Dus ik denk in ieder geval dat wij iets verder moeten met dit stuk om daar iets aan te kunnen verbinden. Want nu blijft het een beetje vrijblijvend, zo lijkt het wel, van dit zou kunnen en vervolgens blijft hangen dat we daar concreet mee doen. Althans, die indruk maakt dat een beetje op mij. Waar het betreft de bereikbaarheid … De voorzitter: U heeft een interruptie van ZEE, de heer Sukel.

De heer Sukel: Dank u, voorzitter. Even een checkvraag bij u dan. Het is een onderzoek van een bureau. U komt op mij over alsof u het een ambtelijk stuk vindt. Kan ik dat zo zien of niet? Ik zie het echt als niet meer dan een onderzoeksstuk van een bureau. Nou leuk, dank je wel. Fijn dat we het hebben. Fijn dat we hier kennis van kunnen nemen. En meer wil ik er ook niet mee doen. Maar u geeft de indruk alsof u het een ambtelijk stuk vindt. Ik weet niet of ik daar gelijk in heb? De voorzitter: OPZ, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja voorzitter, ik denk dat ik er toch iets anders tegenaan kijk dan de heer Sukel. Want ik noemde net al, dus het randvoorwaarlijk wordt genoemd voor nieuwe ontwikkelingen. Nou me dunkt, dat is nogal een uitspraak vind ik. Op het moment dat je het hebt over wat je met de potentiële marktruimte doet binnen de programmering van de herinrichtingsprojecten, dan zeg je ook nogal wat vind ik. Want kennelijk wil je dat in een bepaalde richting doen en dat geef je aan wat daar de potentie van is. Dus met andere woorden: ik denk dat om, pardon. De voorzitter: U heeft een interruptie van Jong Zandvoort, de heer Berg. De heer Berg: Dank u wel. Ik hoor de heer Bouberg Wilson zeggen dat hij vindt dat dit stuk vervolg verdient.

Is de heer Bouberg Wilson het met mij eens dat dat vervolg er nog aan zit te komen, namelijk een visie of een project, een voorstel van het college? De voorzitter: OPZ, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja, ik denk eerlijk gezegd dat ik terug ben bij een opmerking van mevrouw Koper in het begin. Ik denk dat het eigenlijk die kant uitgaat die door Jong wordt opgemerkt. Want ik denk dat het hier niet bij moet blijven. Ik denk dat we hier iets mee moeten en dat we daar een richtinggevend besluit over moeten nemen wat we daarmee moeten. Dus dat zie ik als perspectief. De voorzitter: U heeft een interruptie van Partij van de Arbeid, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, dank u wel. Ja. Eens met de heer Bouberg Wilson en ook met de heer Berg. Van tevoren las ik, maar dat heeft misschien ook te maken met de oplegger als richtinggevend kaderstellend document, en denk ik: wat gaan we er hier mee doen? Maar ik moet eerlijk zeggen dat erg verhelderend vond ik de bijdrage van de wethouder, die aangeeft op welke wijze dit stuk gebruikt gaat worden. En dan dus op twee manieren: richting de uitgewerkte plannen naar de raad die wij gaan vaststellen en richting de toeristische visie, want daar wordt hij dus nu in meegenomen. Dat was voor mij nog niet helemaal helder of dat aan de orde is, dus ik ben wat dat betreft tevreden. In beide gevallen komt de inhoud terug in de plannen.

Dus daar neem ik genoeg mee. De voorzitter: OPZ, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Nou, laten we constateren dat dat inderdaad het belangrijkste is en misschien moet er nog wat verduidelijking. Maar goed, dat is een kwestie die moeten we … misschien moet er een motie komen of iets dergelijks. Dan wilde ik toch nog even ingaan op de vele stukken die er ter zake van bereikbaarheid liggen. Mijnheer El Gebaly noemde dat. Die stukken die liggen er, alleen die doen geen van allen een uitspraak over het realiteitsgehalte van de verwachting dat mensen de auto wel zullen laten staan en met de fiets en het openbaar vervoer naar Zandvoort komen. Gegeven de bezoekersstromen zoals die in 2017

waren is dat ruim de helft van het aantal bezoekers die een andere keuze maken dan met fiets en openbaar vervoer naar Zandvoort komen. Heel recent, begin deze week, heeft u kennis kunnen nemen van hoe het goed gaat met de toename van het wagenpark. En ik denk dat dat iets zegt over hoe men daar in feite mee omgaat. Dus lijkt het mij zaak dat al die verwachtingen die ook in de bereikbaarheidsvisie staan en die uitgaan van het overstappen aan de randen van de regio om vervolgens je reis met OV voort te zetten. Dat is op papier heel erg mooi, maar er is geen gemeente die nog een voorzet heeft genomen om dergelijke parkeercapaciteit voor onze vrijetijdseconomie in te richten, dan wel beschikbaar te stellen. En u weet allemaal hoe het met de P en R terreinen zit. Die zijn vol. Door de week in verband met de woon-werkpendel en in het weekend omdat men daar een dagje stad gaat doen. Dus met andere woorden, dat is een theoretische oplossing die gewoon elk realiteitsgehalte mist. Dus dat betekent dat je op het moment dat je daar van uit blijft gaan. Ja, dan kun je verwachten dat je daar ten nadele bij geconfronteerd wordt. De voorzitter: U heeft twee interrupties en daarna wil ik graag even het verzoek doen om tot een afronding te komen. Want u heeft een slotwoord. Dat is eigenlijk feitelijk even een korte beschouwing op hetgeen gezegd is.

En op deze manier door een aantal nieuwe punten in te brengen, ontlokt u ook opnieuw discussie en dat is volgens mij niet de bedoeling van agendering. ZEE, de heer Sukel. De heer Sukel: Ja, dank u wel voorzitter, want dat is een beetje ook mijn punt. We spreken in de raad veel over bereikbaarheid, daar zijn ook allerlei visies over. En dat er hier ook iets over op staat, dan denk ik: ja, en? Maar er komen … Dit is een rapport van Sweco en het college heeft daar iets van gevonden. Nou, de heer de Kloet gaf net aan hoe hij daarin staat. Denk ik: oké, nou we krijgen vanzelf weer die bereikbaarheidsvisie, kust komt eraan, dat soort dingen. Nou, mooi dat dit een bouwblok is. Dus ik heb zoiets van inderdaad, laten we er een punt achter zetten en gewoon zeggen: oké, is een bouwblok, klaar. Dus ik ben erg benieuwd waar u heen wilt met uw betoog. Ziet u dat nu zo of niet of wilt u echt wezenlijk iets anders? Nou, dan zien we daar graag een motie over. Dank u wel. De voorzitter: PvdA, mevrouw Koper. Sorry, GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Tegenwoordig scheelt het steeds minder, voorzitter. Nee, om eventjes een korte vraag stellen aan de heer Bouberg Wilson. Want gedeeltelijk snap ik het betoog van het is gevangen in papier op dit moment, het is theoretisch.

Maar we weten ook uit heel veel onderzoek, mijnheer Bouberg Wilson, via de voorzitter, dat wanneer we de mix interessant maken, dus wanneer we ervoor zorgen dat het treinkaartje laag is in prijs, dat er frequenter treinen gaan en dat er meer mogelijkheden zijn. Dat de mogelijkheid, ondanks het toenemende wagenpark in Nederland en misschien wel in Europa, dat de mogelijkheid er wel is dat mensen uiteindelijk uit die auto stappen. En mijn punt is meer ook, en misschien is daar dus de miscommunicatie ontstaan. Allereerst, bent u het daarmee eens? Mijn andere punt is, misschien is daar die miscommunicatie in ontstaan, ik verwijs niet sec alleen naar mobiliteit. De opsomming die ik deed ging over de onderzoeken die gaan over hoe we Zandvoort zouden kunnen inrichten en specifiek gezegd: hoe we Zandvoort op de Boulevard, waar over het algemeen het stuk ook over gaat, ja hoe we dat kunnen inrichten. Dus ik denk dat daar een miscommunicatie in is ontstaan, want ik heb eigenlijk helemaal niets gezegd over bereikbaarheid in mijn betoog. De voorzitter: Oké. Het woord is aan de heer Bouberg Wilson en daarbij ook het verzoek aan ieder van u … De heer Bouberg Wilson: Het is me helder, voorzitter.

De voorzitter: Nee, ik ben nog niet klaar, mijnheer Bouberg Wilson. Interrupties zijn kort, dames en heren. Ik ga namelijk ook even op de tijd letten. Want we hebben nog een punt en daarna hebben we nog een technische sessie, dus ik verzoek u om het kort te houden. De heer Bouberg Wilson, OPZ. De heer Bouberg Wilson: Dank u, voorzitter. De heer Sukel vraagt waar ik heen wil met het betoog. Nou, dat lijkt me duidelijk, een realiteitscheck voor wat betreft de mobiliteitsopgave. Dat is heel simpel. Voorzitter, ik denk dat ik voldoende kennis heb kunnen nemen van de gevoelen van de commissie. Ik denk dat we daar ons over moeten beraden en we gaan even kijken hoe we daarop gaan reageren. Ik dank u in ieder geval voor het woord. De voorzitter: Dank u wel. 17. RIB Brief Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid met dringende oproep asielopvang en huisvesting vergunningshouders De voorzitter: Daarmee sluiten we agendapunt 16 af en gaan we naar agendapunt 17, de raadsinformatiebrief, nou ja dat is de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid met een dringende oproep aan gemeenten over asielopvang en huisvesting van vergunninghouders. De portefeuillehouder, die schuift nu aan, dat is de heer Hendriks. En de raadsinformatiebrief is geagendeerd op verzoek van de fractie van GroenLinks.

Ook voor dit onderwerp geldt: als eerste de fractie van GroenLinks, vervolgens de overige commissieleden, daarna het college en het slotwoord ten slotte voor de fractie van GroenLinks. En ook in deze mijn verzoek: interrupties kort en bondig. En het woord is nu aan GroenLinks voor een introductie. De heer El Gebaly: Ja, dank u wel voorzitter. Op 3 oktober 2023 hebben wij bij monde van de burgemeester te horen gekregen dat er een oproep is gekomen vanuit in dit geval de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om, ja eigenlijk met spoed asielzoekers, statushouders slash vergunninghouders, hoe we ze ook willen noemen, en in het specifieke geval minderjarige asielzoekers op te vangen in Zandvoort. Dit omwille van het volstromen van de opvangplaats in Ter Apel. Hierop zijn wij een tijdje later geïnformeerd door een raadsinformatiebrief, waarin de raadsinformatiebrief eigenlijk spreekt over het verzoek en wat daar verder aan gehoor is gegeven. En er staat een zinsnede in: het COA heeft grotere aantallen en langere termijnen gevraagd dan wij voor Zandvoort haalbaar en inpasbaar achten. Dat is eigenlijk alles wat er aan ons als commissie of als raad is verteld, betreffende het niet willen inwilligen van het verzoek van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Dus om te beginnen wil ik aan de portefeuillehouder vragen wat dan de aantallen en wat dan de termijnen waren van in dit geval het COA? Aangezien ook gezien de pers en alles wat daaromheen ook over Ter Apel is gezegd de situatie eigenlijk heel erg dringend en nijpend is en ook in die tijd was. Dus we zijn heel erg benieuwd naar eigenlijk die achterliggende informatie die in dit geval de raadsinformatiebrief ons niet geeft. Daarnaast zien wij, en zeker in de afgelopen week, toevalligerwijs dat in Ter Apel echt het water op dit moment aan de lippen staat. En laat ik ook maar duidelijk zijn: dit gaat niet over het maken van een azc in Zandvoort, dit gaat niet over de Spreidingswet, maar dit gaat over een nijpende en dreigende situatie op dit moment in een gemeente in Nederland, namelijk Ter Apel. Vraag aan deze commissie is daarom, en dat is eigenlijk mijn hoofddoel bij dit punt. Ik vind het interessant om te weten wat het COA heeft gezegd, zeker, maar mijn hoofdpunt is de vraag aan deze commissie: in hoeverre Zandvoort bereid is om die noodhulp, om het heel klein beetje verlichting dat we wellicht in Zandvoort zouden kunnen brengen aan een buur, nou buurgemeente, aan een gemeente binnen onze landsgrenzen, in hoeverre die bereidheid hier in deze commissie daarvoor is.

Dus dat is een vraag die ik eigenlijk aan u allen wil richten vandaag: in hoeverre bent u bereid als fractie zijnde, samen met ik hoop het college, ik hoop met iedereen hier, in ieder geval een heel klein beetje verlichting te brengen in Ter Apel? Waarom? Deze week is Ter Apel weer veelal in het nieuws

geweest, weer omdat het aantal mensen die daar worden opgevangen enorm groot is. De leefbaarheid daar niet meer eigenlijk kan worden gegarandeerd door de gemeente. En GroenLinks vindt dat wij als gemeente in hetzelfde land ervoor moeten zorgen dat we in ieder geval voor een leefbare en ja toch ook wel een humane opvang zorgen van mensen die uit waar dan ook vandaan komen en die het in ieder geval slechter hebben dan de gemiddelde Nederlander, zoals u en ik hier in deze commissie. U zult weten dat onze positie daarin glashelder is. Wij vinden dat Zandvoort ook een kleine bijdrage kan leveren die wel past bij ons dorp. We zien ook in Zandvoort dat daar genoeg mogelijkheden in zijn, misschien dat de bevolking in ieder geval achter die noodopvang zeker staat. Kijk bijvoorbeeld naar de Syriërs hiervoor, kijk nu naar de Oekraïners. Dus wanneer de opvang van tijdelijke aard is en wij daarmee een gemeente binnen ons land kunnen helpen die ongelooflijk veel moeite heeft op dit moment zou ik een beroep willen doen op de solidariteit van onze commissieleden en daarmee ook een signaal af willen geven aan het college. Dus ik ben benieuwd naar de antwoorden van de commissieleden en van de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de commissie. De vraag lijkt mij helder. CDA, wie mag ik het woord geven? De heer Bol. De heer Bol: Ja, dank voorzitter.

Ja, een heldere positie van GroenLinks, maar wij kiezen er op dit moment voor om een pas op de plaats te maken. Volgende week stemt de Eerste Kamer over de Spreidingswet en ook dan is het nog maar afwachten wat er vanuit Den Haag op ons afkomt. En zodra die duidelijkheid er is, dan kunnen we stappen gaan zetten. En ook wij dragen als Zandvoort ons steentje zeker bij, maar wij gaan niet vooruitlopen op mogelijk nieuw beleid. Daar wil ik het voor nu bij laten, voorzitter. De voorzitter: Interruptie GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, ik zal u beloven dat ik niet bij elke fractie ga interrumperen. Maar ik heb duidelijk in mijn betoog gezegd dat het niet over de Spreidingswet gaat. Het verzoek gaat ook niet over de Spreidingswet, het verzoek gaat over noodopvang op dit moment. Los van de Spreidingswet, ik weet wat daar de raad over heeft gezegd. Ik respecteer wat de raad daarover heeft gezegd, maar is de heer Bol bereid om in een noodgeval, wat dit is, daar wel eventjes overheen te stappen en niet naar die Spreidingswet te wijzen? De voorzitter: CDA, de heer Bol. De heer Bol: Ja, dank voorzitter. Ja, ik snap de vraag van de heer El Gebaly, maar wij houden ons als gemeente keurig aan de taakstelling die wij vanuit het Rijk krijgen en die voldoen wij altijd vrij snel. In Noord hebben we een hele opvang, noodopvang voor Oekraïners.

Dan heb ik het nog niet eens over de Oekraïners die elders in Zandvoort worden opgevangen. Ik denk dat wij ons steentje hierin voldoende bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Partij van de Arbeid, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, dank u wel. Ja, dank aan de collega van GroenLinks voor het lichten van deze RIB. Want ook bij ons was er wat onduidelijkheid over de heldere vraag van de staatssecretaris. Partij van de Arbeid was heel trots op ons dorp toen jaren geleden die noodopvang ook misliep in Nederland en er een aantal autobussen opgevangen zijn in de Korversporthal, was het toen nog meen ik. Nou, daar liep Zandvoort vooruit en zo ook wat we met Oekraïne doen. Zo ook met onze reguliere taakstelling. Daar heeft de heer Bol natuurlijk een punt, daar voldoen we prima aan, maar dit is een andere situatie. Als u vanavond voor de vergadering het Journaal heeft gekeken, daar zag u een burgemeester in tranen omdat Ter Apel het allemaal niet aankan en de overige gemeente zeggen: ja, we doen het niet, we wachten op Spreidingswet of … Als we nu allemaal met

elkaar een klein beetje ons best doen. Dat het probleem is ontstaan door slecht beleid. Plekken weg, COA afgeschaald, enzovoort. Die discussie hoeven we hier niet te voeren. Maar laten we nu in ieder geval de menselijke maat, mensen niet buiten laten slapen in de kou. Laten we nu allemaal een steentje bijdragen. Zo zie ik de oproep van collega van GroenLinks en Partij van de Arbeid wil zich graag daar sterk voor maken. De voorzitter: Dank u wel. ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, we hebben eigenlijk al een soortgelijk statement eerder gemaakt toen het wel ging over de Spreidingswet, en ik onderschrijf het verschil tussen de Spreidingswet en de oproep nu, en dat is namelijk: ik denk dat heel veel mensen vanuit ideologisch oogpunt iemand zouden willen opvangen, goed willen zijn voor iemand. Maar het punt is: op het moment dat wij uitgaan van een menselijke maat moeten we ook met elkaar erkennen dat op het moment dat jij migranten toelaat in je land, dat dat bepaalde uitdagingen met zich meebrengt. En wat we zien in bijvoorbeeld Ter Apel, daar gaat het mis. Daar gaat het ook mis voor de bevolking. Een heel groot deel van de inwoners daar hebben geen woonplezier meer, voelen zich onveilig.

En het punt is, daar komen ook bepaalde risico's kijken bij immigranten naar Zandvoort halen, ook al is dat tijdelijk en wij zien momenteel gewoon niet dat dat goed wordt opgelost, iets wat centraal moet gebeuren. We denken niet dat de Spreidingswet dat gaat doen. We weten ook nog niet wat er gaat gebeuren rondom de Spreidingswet. We wachten liever af wat de overheid centraal gaat doen. En daarbij, we hebben natuurlijk ook in Zandvoort al een hele grote opvang voor Oekraïners en volgens mij gaat dat goed en dragen we daarmee ook al zeker ons steentje bij. We weten dat Heemstede wel van plan is om iets te gaan doen. Dus wij passen voor nu. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. OPZ, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp het verzoek van GroenLinks. Ik denk dat we ook ons moeten realiseren dat er hier sprake is van een probleem waarvan we met de Spreidingswet alleen maar de gevolgen aanpakken en niet de oorzaak en dat stuit ons tegen de borst en daar zijn wij tegen. Op het moment dat er een noodsituatie is, dan is er een andere situatie ter sprake, geen structurele, en dan zou je kunnen zeggen: nood moet wet breken. Maar de algemene lijn die wij volgen is: geen oplossingen bieden op het moment dat we niet de oorzaak van problemen ook mede aanpakken. Dus niet alleen een Spreidingswet, maar een instroom- en Spreidingswet.

Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Interessant onderwerp. De mening van de PVV, die zal misschien bekend in de oren klinken, is in feite samen te vatten in twee woorden: grenzen dicht. Maar kennelijk voor nog veel mensen in brede kringen een te ingewikkelde boodschap. Je kan wel besluiten om te blijven dweilen, maar zolang je de kraan niet dichtdoet, dan los je niets op. En je brengt ook geen verlichting in Ter Apel, want wat je daar weggehaald wordt gewoon weer vervangen door de mensen die al reeds onderweg zijn die kant op. En waarom komen die mensen deze kant op? Nou, dat is heel erg makkelijk. In de EU is de kans om asiel te krijgen 48 procent gemiddeld, alleen in dit land is dat 85 procent. En dat weten ze hoor. Want ze communiceren met elkaar. Ze raken misschien wel steeds vaak hun paspoort kwijt, maar nooit hun mobieltje. In enkele tientallen jaren tijd is er reeds 400 miljard uitgegeven aan immigratiebeleid. We hebben 8 miljoen huishoudens in dit land, is dus 50.000 euro per huishouden. De staatsschuld beweegt zich richting 600 miljard en is het wel humaan om toekomstige generaties daarmee op te zadelen? Een vraag die ik maar even in de groep gooi. Er is hier geen sprake van een noodgeval, er is hier sprake van een permanent noodgeval. Want je lost er niets mee op.

En partijgenoot Martin Bosma heeft al een keer gesproken van het werkelijke probleem,

namelijk een gedragsprobleem. Dat leidt tot dit beleid, wat hier de oorzaak van is. Dat is namelijk pathologisch altruïsme. En ik zal het even vertalen in gewoon Zandvoorts Nederlands, dat is gewoon een ziekelijke vrijgevigheid. En men weet dat en daarom komen ze hiernaartoe. En ze gaan niet naar Portugal, want daar krijgen ze niet wat ze willen, waar ze op afkomen. En Denemarken heeft nu het beleid aangepast. Verrassing, er komen opeens minder mensen binnen. Men lost daar het probleem op. We hebben hier een probleem, beleid, een anagram van debiel, dezelfde letters, maar een iets andere volgorde. We hebben een gedragsprobleem, we worden hier geconfronteerd met ons eigen gedrag en de gevolgen daarvan. En mensen mogen daar gerust een keer over nadenken. En wat gebeurt er nu? Die mensen komen binnen en voordat ze met de IND praten, praten ze eerst nog even met mensen van Vluchtelingenwerk en die fluisteren ze in de oren welk verhaal ze het beste kunnen ophangen om het meeste kans te maken op een status. En dan spreek ik iemand toevallig, een bekende van me, die ziet al die verhalen van die asielzoekers en je kan ze naadloos over elkaar heen leggen, het zijn net fotokopieën van elkaar. Waarom laten jullie je zo in de maling nemen? Dat is eigenlijk de vraag die ik in de groep wil gooien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. VVD, de heer Drommel.

De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. Wij kunnen ons, ja wat betreft dit stuk aansluiten bij het CDA. We willen in ieder geval niet vooruitlopen op de feiten en daarnaast is ons inziens de wijze van verspreiden zoals die nu voorligt op basis van het inwoneraantal ook niet de meest logische wijze. Het lijkt ons logischer om te kijken naar, ja capaciteit om mensen op te vangen, mochten we dat überhaupt gaan willen. Want wat dat betreft hebben we in Zandvoort hele grote problemen in opgave. Als we het al hebben over de woningbouw, maar bijvoorbeeld ook over de uitdaging die wij hebben om voldoende aanbod te creëren, ook voor recreatie, omdat we zien dat het inwoneraantal en ook de behoefte aan recreatie in de omgeving en de MRA alleen maar gaat toenemen. En daar zien wij ook een hele duidelijke rol voor als Zandvoort zijnde. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Jong Zandvoort, de heer Berg. De heer Berg: Ja, dank u wel. De vraag die mijnheer El Gebaly van GroenLinks neerlegt is: wat is onze bereidheid om mensen op te vangen? En die bereidheid kan ik heel kort samenvatten. Die hebben we op 11 juli 2023 vastgesteld, namelijk met een amendement over een mogelijk azc toen nog in Zandvoort. Dat wij geen vorm van opvang willen, ook niet noodopvang, waar het overigens niet over gaat in de RIB. Dat zegt u net wel in uw inbreng, gaat het niet over.

Wij doen geen vorm van opvang tot de Spreidingwet er is. Wij voldoen keurig netjes als één van de weinigen in onze regio altijd aan onze taakstelling. We vangen Oekraïners op, we gaan heel goed om met het plaatsen van statushouders. Als er toch wel één raadhuis is waar we dit probleem niet zouden moeten neerleggen, naast Ter Apel natuurlijk, dan zijn wij het misschien wel. En iedereen heeft het de hele tijd over de Spreidingswet met dweilen met de kraan open. Die wordt een beetje afgehaakt. Ik heb een ander bedacht. Als ik een gat in het dak heb, maak ik ook geen tweede gat erbij om het water netjes te laten wegstromen, ik dicht mijn dak. En dat gebeurt niet met de Spreidingswet. En goed, daar gaan wij natuurlijk niet over in deze raad, helaas zou ik bijna zeggen. De Spreidingswet wordt over zes dagen behandeld, 6 januari in de Eerste Kamer wordt hij misschien wel misschien niet aangenomen. We gaan het zien. Dank u wel. 16, excuus. De voorzitter: Ja. Dank u wel. Na de eerste termijn van de commissie is nu het woord aan het college. Het woord is aan wethouder Hendriks. De heer Hendriks: Dank, voorzitter. En de vraag die aan het college gesteld is, is vrij kort. Ik zal daar straks ook antwoord op gegeven. Maar toch eerst ook even iets algemener, want het ging in uw discussie over, nou ik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13709282/1