CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript - 1 november 2023

Raadscommissie 1 november 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript32.042 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE RAADSCOMMISSIE VAN GEMEENTE ZANDVOORT d.d. 1 november 2023

1.

Opening en mededelingen De voorzitter: Goedenavond dames en heren, ik open de raadscommissievergadering van 1 november 2023. Even kijken of mijn telefoon, die staat op stil, helemaal goed. Een kleine groep vanavond, welkom in ieder geval de luisteraars thuis, mensen op de publieke tribune, raads- en commissieleden en college hier aanwezig. Even een aantal actualiteiten vooraf want u ziet mij op deze stoel zitten terwijl gisteravond nog aankondigde dat u het zonder mij zou moeten doen, tenminste in ieder geval op deze plek. Maar de heer Endstra, die was vanavond zou die voorzitter zijn, die is afwezig wegens ziekte, de heer El Gebaly daar binnen de fractie is ook ziekte, dus dit is ook afwezig. Dus vandaar dat u het vanavond met mij zal doen. En ook bericht van verhindering ontvangen van de fractie van Jong Zandvoort, onder andere ook een aantal wegens ziekte. Dus dit is de commissie van vanavond.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: En dan heb ik meteen aan u een verzoek. We hebben in ieder geval een aantal, gisteravond zijn we, de vergadering hebben we geschorst. Toen stond agendapunt 9.c ze nog op de agenda. Dat was de bespreking cluster Burger & Bestuur vanuit de begroting. De vraag is nu, want ik ga even meteen richting het vaststellen van de agenda, wilt u met dat punt beginnen of wilt u starten met de oorspronkelijke agenda van vanavond en dan de begroting achteraan op de agenda plaatsen? Ik kijk naar u en ik ga het even per fractie vragen. Het CDA. De heer Stephan: We kunnen wat mij betreft beginnen met waar we gisteren geëindigd zijn. Maar ik heb er ook geen probleem mee als de meerderheid zegt we doen het andersom. De voorzitter: PvdA. Mevrouw Koper: Nee, dat zijn keuzes. Nee, graag hiermee beginnen, met de begroting, want collega El Gebaly is wel in aantocht en die wil graag bij de RIB zijn. De voorzitter: Prima. ZEE. De heer Gerrits: Ja, dank u wel. We zouden graag willen beginnen met het punt over het bestuur maar misschien de strandpaviljoens voor het groenplan verplaatsen, gezien de tribune. Dank u wel. De voorzitter: Dat is een variant. PVV. De heer Deen: Mooie variant, maar ik denk wel dat de heer Gerrits een beetje gelijk heeft want voor dat agendapunt zitten een hoop mensen op de tribune. Wat mij betreft kunnen we daarmee beginnen.

De volgorde kan wat mij betreft daaraan worden aangepast. De voorzitter: OPZ. De heer Bouberg Wilson: Ja, ik vind ook dat we naar onze gasten toe een beweging kunnen maken, voorzitter, door het als eerste te behandelen, dat agendapunt.

De voorzitter: Ik had het beter geloof ik zo kunnen doen zoals gisteravond, ik stel u een ja of een nee voor. Dit is weer een Zandvoortse variant. We zeggen A, B en dan kiezen we voor C. Nee hoor. Ik kijk even naar CDA en PvdA, akkoord om als eerste strand te behandelen? Akkoord? De heer Stephan: Akkoord, althans …. Mevrouw Koper: Ja, Karim wilde heel graag dat de begroting eerst, maar ik vind dit ten opzichte van onze gasten wel goed. Als we daarna dan maar verder gaan met de begroting. De voorzitter: Prima. Dan gaan we beginnen met agendapunt, ik weet niet meer wat de nummers zijn. Ik hou de oorspronkelijke aan. We beginnen in ieder geval met RIB Toezicht bouw strandpaviljoens, dan weet u in welke volgorde. Dan gaan we daarna naar de begroting en tot slot hebben we dan RIB Actieplan Groen. Bent u daarmee akkoord? Ja. Helemaal goed. En dan is er nog een vraag van mijn kant want vanuit onze fractie zou ik woordvoerder zijn als het gaat om het RIB Actieplan Groen. De heer El Gebaly kan niet hier op deze plek zitten omdat hij vanavond alleen is, de heer Endstra is afwezig maar de heer Deen is bereid gevonden om op dat punt mij te vervangen. Bent u daarmee akkoord? Mevrouw Koper: Mijnheer Deen is een van mijn favoriete voorzitters, na u natuurlijk. De voorzitter: Met die toevoeging, dan zijn we akkoord.

Fijn dat u dat in ieder geval wil overnemen en dan is the floor is your’s op dat moment. Dank u wel. RUIMTE EN ECONOMIE 3.

RIB Toezicht bouw strandpaviljoens De plaatsvervangend voorzitter: Dan gaan we dus naar de RIB Toezicht bouw strandpaviljoens, aangeschoven naast mij is wethouder Hendriks. Middels deze raadsinformatiebrief brengt het college de raad op de hoogte van de toezichthouderrapportage van de uitgevoerde bouw van de seizoensgebonden strandpaviljoens in Zandvoort zoals eerder dit jaar door wethouder Hendriks is toegezegd. Deze raadsinformatiebrief is geagendeerd op verzoek van de fractie van OPZ. Er is door de fractie OPZ een oplegnotitie gemaakt die op raadsnet onder dit agendapunt is geplaatst. Ook is er vanuit de ambtelijke organisatie beantwoording geweest van een aantal vragen die in oplegnotitie gesteld werden. Dus even, ik weet niet of u het gezien had maar die kunt u er ook bij betrekken. De procedure met betrekking tot de behandeling van een RIB, raadsinformatiebrief voor de luisteraars thuis en op de tribune, want wij spreken nog weleens regelmatig in vakjargon komen we tot de ontdekking, is dat als eerste de fractie die het verzoek heeft gedaan het woord krijgt. Vervolgens is het woord aan de leden van de commissie, daarna is het woord aan de wethouder en tot slot krijgt de fractie die het heeft ingediend alsnog het woord om eventueel te bepalen wat er verder met de input gedaan zal worden.

Mocht het eventueel noodzakelijk zijn, en ik leid alleen de vergadering, u gaat over uw eigen agenda, als het echt noodzakelijk is kunnen we daar een tweede termijn aan toevoegen. Maar dit is de reguliere procedure. Akkoord? Dan geef ik als eerst het woord aan de heer Bouberg Wilson, OPZ. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, wij hebben vanochtend een bestuurlijke reactie ontvangen op de oplegnotitie die wij hadden gestuurd waarin we hadden aangegeven waar wat ons betreft de discussie over zou kunnen gaan vanavond. Dat is opgevat als technische vragen, wat ik daarvan zei dat laat ik maar even in het midden.

De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Stephan, het CDA. De heer Stephan: Punt van orde, het moest even doordringen hoe we tot nu toe de behandeling aangaan, maar ik dacht dat bij alle agendapunten in de commissie ook insprekers een mogelijkheid was. De voorzitter: Ja, u heeft helemaal gelijk en ik ben net wel even richting de tribune gelopen, maar toen waren er nog maar twee hier op dat moment aanwezig, of die het woord zouden willen voeren. U heeft helemaal gelijk, dus ik ga toch nog even voordat u verder gaat, mijnheer Bouberg Wilson, aan de publieke tribune vragen of iemand van u het woord wil richten tot de commissie. Dat is niet het geval, dank u wel. Maar u heeft helemaal gelijk, het punt. Dus mijnheer Bouberg Wilson, vervolgt u graag. De heer Bouberg Wilson: Dat moeten we toch wel doen hoor, vind ik, dat even te vragen aan de tribune. Ik was blijven steken bij het punt dat in de bestuurlijke reactie was gedacht dat de punten die wij vanavond zouden willen bespreken, dat dat technische vragen waren. We laten even in het midden wat ik daarvan zei. Het heeft in ieder geval wel een aantal dingen begrijpelijker gemaakt waarover wij het wilden hebben. En ik zal er in mijn reactie dan ook danig gebruik van maken, van deze bestuurlijke reactie, en we hebben daarover dan ook nog wat vragen.

Punt één, dat de gemeente ruimte biedt om vooruitlopend op het verkrijgen van een nieuw aangevraagde vergunning al vanuit het strandpaviljoen mag opereren waarvoor de vergunning werd aangevraagd, dat getuigt van flexibiliteit. Dat kan ons inziens overigens niet verhullen dat er ofwel te laat vergunningen zijn aangevraagd, ofwel dat de procedures te lang duren. Omdat er drie gevallen zijn lijkt het gewenst ervoor te waken dat er niet wordt gespeculeerd op coulance van de gemeente. Goed dat de totstandkoming van het omgevingsplan Strand, naast vertraging waar het betreft de vergunningverlening in die periode, nu ook duidelijker kaders biedt voor handhaving. Goed dat de gemeente een brief wil uitsturen waarin de wijzigingen van het omgevingsplan uiteen worden gezet. En wij stellen voor in die brief ook, aangezien met welke termijn er rekening moet gehouden bij het aanvragen van een omgevingsvergunning, daar een melding van maken zodat daar misschien beter, ook door degenen die dat betreft, rekening mee gehouden kan worden. En tenslotte, doordat er nogal mutaties zijn onder de exploitanten van strandpaviljoens is het misschien goed om nieuwe ondernemers een factsheet met do’s en don’ts aan te bieden zodat dat nu niet op dit moment bekend is bij de groep ondernemers, maar dat dat ook bestendig bekend blijft, ook als er mutaties zijn.

Punt twee, de gegeven reactie inzake de verhuur van strandstoelen en of dat wel of niet onder de exploitatieplicht valt is wollig. In principe wel, maar er zou ook sprake zijn van een gewoonterecht, het strand vanaf 10 meter van de hoogwaterlijn tot de voorgrens van het strandpaviljoen zou niet tot het gepachte deel van het strand behoren. Dat leidt bij ons wel natuurlijk tot de vraag, graag verduidelijken welk deel van het strand in de pachtovereenkomst de exploitatie door derden door de gemeente worden verhuurd. Maar naast duidelijkheid gaat dit denk ik ook over de aantrekkelijkheid van het strand of het verhuren van strandstoelen daar een wezenlijk onderdeel van uitmaakt. Want dat maakt dat je natuurlijk, als dit wel inderdaad een wezenlijk onderdeel daarvan zou zijn, dat dat een extra overweging is om daar eens naar te kijken of we dat overlaten aan de vrije keuze, aan het gewoonterecht of niet. Punt drie, uit de gegeven reactie blijkt dat er een verduidelijkingsslag gemaakt moet worden. Daarnaast is er inzake van onderverhuur inmiddels sprake van een flinke afstand naar ons idee tussen de regels en de praktijk. Er lijkt dus behoefte aan een nieuw afwegingskader waarin de voor- en nadelen worden opgehelderd en er keuzes kunnen worden gemaakt wat wel en niet wenselijk is.

Bijvoorbeeld inzake de verhuur van strandbungalows waarvan wij begrepen dat die inmiddels goeddeels aan derden zou zijn uitbesteed en er sprake is van een grote partij die dit aanbiedt en intussen haast monopoliseert. En het is de vraag of dat wenselijk moet worden gevonden. Rechtspositioneel is het de vraag of de gemeente in geval van een bv of holding, als ondernemer aan wie wordt verhuurd, nog wel grip heeft. Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarbij de verkoop van

aandelen van een dergelijk rechtspersoon. In plaats van een natuurlijk persoon heeft de gemeente dan immers te maken met een deels anonieme rechtspersoon. Of de rechtsvorm van een onderneming gelijkstaat aan meer professionaliteit, dat wordt in de beantwoording en in de reactie van uitgegaan, dat is wat ons ons betreft, dat zou zo kunnen zijn maar het is niet noodzakelijkerwijze aan deze rechtsvorm verbonden. Het is naar ons idee vaak eerder een model waarbij er enerzijds door partijen kapitaal wordt ingebracht en andere partijen ervoor zorgen dat ze voldoen aan de rendementsverwachtingen van degenen die dat kapitaal hebben ingebracht. Ook wat dit betreft lijkt er behoefte aan inzicht hoe zich als gemeente tot het aangaan van huurcontracten en afspraken met rechtspersonen te verhouden. Met name ook waar het betreft ongewenste vermenging van onderwereld en bovenwereld wat hier op de loer ligt. Punt vier en vijf, natuurlijk zijn er situaties denkbaar waarin het onbillijk is om nakoming van de exploitatieplicht te bevorderen, maar het is naar wij hebben begrepen voorgekomen dat een strandpaviljoen niet werd geëxploiteerd en dat er ondergeschikt aan de hoofdfunctie wel strandbungalows werden verhuurd zonder het strandpaviljoen, de hoofdfunctie, te exploiteren omdat er geen personeel kon worden gevonden.

Dat roept bij ons in ieder geval vragen op en we hebben ook gezien een vraag van de VVD in dat kader en we zijn benieuwd ook naar de inbreng van de VVD op dat punt. Punt zes, zie de hiervoor gedane suggestie gegeven de mutaties en het sturen van een factsheet aan nieuwe ondernemers. Punt zeven, mooi dat er instemming is over het handhaven van de exploitatievoorwaarden, het effectiever maken van handhaving en de momenten waarop dat gebeurt lijkt wel een zaak die wat ons betreft meer aandacht verdient. We krijgen tussen de regels door de indruk dat het ook bij het college zo is. We horen graag of dat inderdaad klopt, die veronderstelling. Punt acht, het gedogen van het afwijken van het maximumbouwvlak heeft nu geleid tot dezelfde achterkantsituaties die indertijd aanleiding waren om dit op te lossen door de bouwvlakken van strandpaviljoens aanmerkelijk te vergroten. Ik duid hier op de vergroting tot 700 respectievelijk 775 vierkante meter. Voor nieuwe aanvragen is dat nu beter vastgelegd en daar wordt ook gehandhaafd heb ik begrepen. Voor bestaande situaties, om die op te lossen, is het zaak om op basis van welbegrepen eigenbelang, mensen worden niet aangetrokken door rommelige achterkantsituaties nemen wij aan, in dergelijke gevallen met ondernemers afspraken te maken om dat te verbeteren.

Niet omdat het moet in dit geval, want we hebben de situatie gedoogd, maar omdat het denk ik voor het aanzien en ook voor het uitoefenen van de activiteit in een strandpaviljoen bevorderlijker is. Punt negen en tien, blij met de insteek om binnen het beleid uit 2007 inzake het aantal voertuigen op het strand tot beperkingen te komen, maar het lijkt wel nodig dit beleid te actualiseren door nieuw beleid op te stellen en wij zijn benieuwd wanneer wij een dergelijk voorstel tegemoet kunnen zien. Voorzitter, dit is hetgeen wat wij wilden inbrengen naar aanleiding van het agenderen van dit punt en de daarop gevolgde bestuurlijke reactie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu richting de commissie. Het CDA, wie mag ik van u het woord geven? De heer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. De RIB, om toch maar even kort naar de kern te gaan, de raadsinformatiebrief ging over de eigenlijk bouwkundige … Voldoet een bouwwerk aan de huidige regelgeving? Ik zie in de vragen die OPZ heeft gesteld als een oplegnotitie die is gemaakt, volgens mij gaan we daar iets buiten het kader, buiten de scoop van waar de raadsinformatiebrief en het onderzoek van ODIJmond over ging. Dat neemt niet weg dat het wel interessant is dat de ambtelijke organisatie daar ook uitgebreid op is ingegaan, dat als technische vragen heeft gezien.

Interessant dat het ook zo wordt opgepakt, maar ook verhelderend. Maar ik denk dat daar nu iets aan toe te voegen is onzerzijds. Wat ik toch wel wil benoemen is dat wij het positief ervaren waar de heer Bouberg Wilson mee begon, is dat er toch ook flexibiliteit wordt getoond van de gemeente als het nodig is. En ook een compliment toch wel aan alle strandpachters die zich gewoon houden aan de regels en ook goed om te zien dat er ook geacteerd wordt op het moment dat er een overtreding

wordt geconstateerd. Dus als het gaat om de scoop van het toezicht, de toezichthoudersrapportage, want daar gaat het over, dan hebben we daar eigenlijk op dit moment niets aan toe te voegen. En dat was misschien anders geweest ook als uw vragen niet waren beantwoord maar de vragen die zijn gesteld zijn beantwoord door de ambtelijke organisatie en voor ons tot op dit moment naar genoegen. Maar ik snap wel waar OPZ heen wil en we zouden het best een keer in een breder kader kunnen hebben over het strand. We hebben het weliswaar gehad bij het omgevingsplan Strand maar als we er toch op een andere manier over willen praten dan moeten we kijken hoe we dat anders invullen. Maar ik denk in het kader van wat hier geagendeerd is op dit moment, geen toevoegingen of opmerkingen. De voorzitter: Dank u wel. PVV, de heer Deen. De heer Deen: Ja, dank u wel voorzitter. Ja wij zijn toch wel erg blij hoor dat de OPZ bij monde van de heer Bouberg Wilson dit nu heeft geagendeerd want het schept wel een hoop duidelijkheden, ook naar de mensen, de paviljoenhouders, zoals het CDA ook al zegt, die wel alles op orde hebben, dat die er ook van op aankunnen dat er ook wel wat gebeurt als mensen dat niet hebben. Dus dank voor de agendering.

Die oplegnotitie vonden wij wel heel waardevol, het bracht een enorme berg aan antwoorden en we hopen ook dat de wethouder dit oppakt zodat we misschien in een later stadium nog wat gedetailleerder kunnen ingaan op zaken als onderhuur, hoofdfunctie, nevenfunctie, hoe liggen die verhoudingen, wat willen we daar nou precies mee. Voertuigen op het strand, ja dat vind ik allemaal wel goede zaken om wat meer over te weten en ook duidelijkheid te scheppen. Want nu is het vaak onduidelijk en dat is voor niemand fijn. Nog wel even een opmerking over het antwoord wat de VVD kreeg op hun vraag. Even kijken hoor, die heb ik hier, want dat ging over Bernie’s wat de reden was dat de verplichting tot opbouw reeds zeven jaar wordt aangehouden. En daar wordt op een gegeven moment geantwoord dat het huurcontract bevat weliswaar een verplichting tot opbouw en exploitatie, echter het omgevingsplan sluit dit uit. Dus blijkbaar overruled hier het omgevingsplan de verplichting tot exploitatie maar ook staat er dat op deze locatie met de invoering van het omgevingsplan alleen een jaarrondlocatie mogelijk is. Ja, dan vraag ik me af waarom is dit paviljoen dan wel 's zomers geopend? Misschien kan de wethouder daar wat duidelijkheid scheppen. En dat was voor eigenlijk de eerste termijn mijn inbreng. We hebben ook maar één termijn, nou prima.

De voorzitter: U heeft een verduidelijkende vraag van de PvdA, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja aan de collega Deen een verduidelijkende vraag als het gaat om dat laatste over alleen 's zomers open. Kunt u dat nog even toelichten wat u daarmee bedoelt? De heer Deen: Ja, ik lees hier dat Riche of Bernie’s, het voormalig Riche, Bernie’s, alleen op deze locatie, staat hier letterlijk, is met de invoering van het omgevingsplan alleen een jaarrondlocatie mogelijk. Ja dus ik vraag … Maar hij is wel 's zomers geopend dus ik vind het een beetje ingewikkeld hoe dat zit. Dus ik vraag om uitleg aan de wethouder. Ja, ik kan het niet veel helderder maken. De voorzitter: Dank u wel. PvdA, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ik was nog even aan het kauwen op dat laatste, want ik weet het verschil tussen jaarrond en niet-jaarrond, dat kunnen we ook allemaal zien. Jaarrondexploitanten hebben een verplichting, misschien dat u dat bedoelt of dat u daar uitleg over ... Dit bewijst in ieder geval dat het goed is dat dit stuk geagendeerd is, want volgens mij schept het in ieder geval wat duidelijkheid op wat technische zaken. En ik deel ook wat collega Stephan daarin gezegd heeft. Als ik het zo bekijk is het gewoon heel fijn als wij als raad geïnformeerd worden over de wijze van handhaving en hoe dat gebeurt. En de opmerking, ik geloof u dat maakte, dat

hiermee ook het gelijke speelveld, of was dat mijnheer Deen, want dat vind ik ook heel belangrijk. Als we met elkaar afspraken maken dan moeten die nagekomen worden, dan moeten die gehandhaafd worden en dan is dat een gelijk speelveld voor iedereen. Daar hebben we met elkaar belang bij. Dat levert ook kwaliteit. Belangrijk is ook dat afspraken helder zijn en dat die ook langlopend zijn. Dat zijn altijd voor mij de uitgangspunten waarop ik afspraken zie. En ik ben dus blij met de informatie die ik heb gekregen en ik heb eigenlijk geen behoefte tot nadere bespreking hiervan of toelichting. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Er spelen wat ons betreft een aantal zaken door elkaar heen en dat gaat eigenlijk om de kleine ondernemer en de keten in dit geval. De vraag aan de raad is voor ons ook nog wat onduidelijk, ondanks dat wij ook zeker de oplegnotitie heel verhelderend vonden en ook wat we hebben geleerd natuurlijk. Natuurlijk ook even contact met de strandpachters om hun perspectief te horen en daar kregen we ook niet helemaal duidelijkheid over wat nou het exacte doel was vanavond. Dus misschien goed om ook onszelf na te houden als raad, dat we toch ook constant dat contact blijft opzoeken, zeker met de belanghebbenden.

Wat ons betreft wat als het gaat om het onderzoek zelf, de conclusie was in onze ogen vrij positief, alleen waarschuwingen bleken genoeg en kleine overtredingen voorkom je natuurlijk nooit en zullen de meeste gevallen ook zeker niet bewust gebeuren. Maar dat aanscherpen zijn we natuurlijk zeker voor. Wat betreft de specifieke problematiek gaat het er in ons inziens gewoon om dat de wethouder in gesprek moet met de partners, waar lopen ze tegenaan binnen de wet- en regelgeving, kan dat beter en wat moet misschien strenger, in plaats van dat wij daar als raad nu heel veel van gaan vinden. En wat betreft de keten, daar hebben we het gisteren ook eigenlijk over gehad tijdens het stuk fysiek wat betreft de begroting, hebben wij al opgeroepen dat wij denken dat het vestigingsklimaat dus wel verbeterd kan, daarvoor komen we ook met een motie binnenkort, samen met GroenLinks in ieder geval weet ik nu. En we hopen natuurlijk ook van harte dat jullie ons daarin willen ondersteunen, maar daar ga ik zeker contact over opzoeken. Dat was hem, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U heeft een verhelderende vraag van de heer Bouberg Wilson, OPZ. De heer Bouberg Wilson: Begrijp ik het nou goed dat ZEE een beetje op zoek is naar het doel van de bespreking vanavond? Heb ik dat goed geregistreerd, of niet? De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dat heeft u goed begrepen.

De voorzitter: Inbreng? Interruptie van de heer Drommel, VVD. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. Ik hoor dat de heer Gerrits het wel vaker heeft over de keten en ik krijg een beetje het gevoel dat hij die wil weren, wat dat ook mogen zijn, en dat hij de kleine ondernemer wil beschermen. Maar is het ook niet gewoon in het belang van die in uw ogen kleinere ondernemer, die strandpachter, dat die zijn tent ook mag verkopen als hij dat wil aan de partij die het meest biedt? De heer Gerrits: Dat is zeker te overwegen. Daarom zullen we er ook over in over gesprek moeten met de strandpachters. Dat is ook ons uitgangspunt, wederom. Maar we denken dat er op dit moment te weinig grip is vanuit ons als raad en dat is eigenlijk wat we ook willen bereiken met de motie. We willen eigenlijk gaan laten onderzoeken of het mogelijk is om een vestigingsvergunning te herintroduceren in Zandvoort, kan ik ook

alvast zeggen bij deze. En wat we daarmee willen bereiken is dat wij als raad een betere grip krijgen op waar wel en niet, onder welke voorwaarden bepaalde ondernemingen zitten. Omdat we alleen op die manier in onze ogen een bepaald totaalbeeld kunnen creëren van Zandvoort wat wij willen qua ondernemingen en dergelijke. Dus het gaat niet eens zozeer om dat grote bedrijven het niet mogen opkopen, het gaat meer … We bedoelen de keten als in het gaat om het totaalplaatje. Hoe hebben wij daar als raad, hoe gaan we er nou voor zorgen dat we daar een bepaalde grip op krijgen, geen grip die we moeten misbruiken uiteraard. En dat is wat we willen doen met de motie. De voorzitter: De heer Drommel, VVD. De heer Drommel: Ja, is de heer Gerrits dan niet van mening dat juist de toerist die wij ontvangen, dat die uiteindelijk bepaalt welke formule en welke jouw ondernemer, degene die de beste formule aanbiedt, uiteindelijk de meeste toeristen trekt, dat dat uiteindelijk hetgeen is waar we naartoe moeten streven en niet dat wij moeten gaan bepalen wat wel of niet leuk of wenselijk is? De heer Gerrits: Absoluut, maar dat kunnen we wel beter coördineren in samenspraak met ondernemers, in samenspraak met Zandvoort Marketing, ook vanuit ons als raad er bepaalde eisen bij stellen. En dan denk ik dat we uiteindelijk tot een Zandvoort komen wat nog beter is voor iedereen.

De voorzitter: VVD, de heer Drommel neem ik aan. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. Nou we kunnen ons in ieder geval aansluiten bij ook de woorden van de heer Stephan van het CDA. We hebben zelf ook een vraag gesteld wat ging in ieder geval over de verplichting van de opbouw van strandpaviljoen van Bernie’s Beach. En we hebben eigenlijk wel een aanvullende vraag daarop op basis van het antwoord dat we hebben gekregen. Zoals de heer Deen al aangaf is bij de invoering van het omgevingsplan alleen nog een jaarrondlocatie mogelijk op die locatie. En wij vroegen ons af of de portefeuillehouder die kennelijk al enige tijd in gesprek is al plannen heeft gezien en ons wellicht iets kan vertellen over het plan en de planning betreffende het plan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de wethouder, de heer Hendriks. De heer Hendriks: Ja, dank voorzitter. Ik probeer even te groeperen een aantal opmerkingen die ik meerdere van u heb horen maken en de grote gemene delers. Een van de punten die aan de orde kwam is, zijn alle procedures en vergunningen en doorlooptijden wel voor iedereen duidelijk.

In het contact wat ik heb en wat wij als college hebben met de ondernemersvereniging, in dit geval de Vereniging van Strandpachters, hebben we ook bij hen gemerkt dat er behoefte is om wat nadrukkelijker ook in gesprek te komen met ons over, ja elkaar wat vaker op te zoeken. En ik heb als portefeuillehouder Strand ook met het bestuur van die vereniging afgesproken dat we met elkaar gaan verkennen op wat voor manier wij wat meer structureel een overleg met elkaar willen voeren. 14 november staat daarvoor de eerste keer gepland, hoofdagendapunt op dat moment is even bekijken hoe vaak hebben wij behoefte aan overleg, met wat voor agendapunten en met welke aanwezigen, dus even een soort opstart daarvan. Maar een van de punten die ook aan de orde zal komen is welke verdere informatie en input heeft men nodig over het omgevingsplan, want u haalt terecht aan dat dat nog vragen oproept over wat … We hebben dat toen we dat hier vaststelden over energielabels en dat soort zaken gehad, maar ook inpandige opslag en dat soort dingen. Er zijn een aantal punten die een andere manier van werken inhouden en die moeten we beter met elkaar bespreken. En dan zijn er twee vrij concrete punten die aanscherping van beleid of verduidelijking behoeven. Een daarvan is de discussie onderhuur.

Er werd terecht aangehaald, en dat zit ook in de beantwoording die we hebben gestuurd, de wereld is veranderd sinds

wij als gemeente zijn begonnen met een heel rigoureus onderhuurverbod. De achtergrond van zo'n verbod op onderhuur was, wij willen een eigenaar die daar in een strandpaviljoen staat, die aan het eind van de middag patatjes aan het bakken is en de hoofdhuurder slash eigenaar is, die runde zijn zaken eigenlijk destijds in een soort eenmanszaak als rechtsvorm en die was dus altijd aanspreekbaar. Inmiddels zie je dat, en dat is niet alleen op het strand, het is breed in ondernemend Nederland, dat rechtsvormen van bedrijven wat complexer zijn geworden. Dat zijn geen natuurlijke personen meer maar rechtspersonen, dat zijn bv's met vaak meerdere bv's of een pensioen-bv, een bv waar het materiaal zit, een bv waar het personeel aan hangt, en hoe groter een bedrijf, hoe complexer die kapstok. En er zijn een aantal concrete redenen waarom je over onderhuur na wil denken, vooral dat je kunt constateren dat hoe wij nu rigoureus zeggen onderhuur nee. De vraag is, bereiken we daar nog het doel mee wat we eigenlijk ooit met dat onderhuurverbod hadden, namelijk we willen als gemeente grip hebben op het strand, we willen aanspreekbare ondernemers waarmee wij in gesprek kunnen. Dat matcht nu niet helemaal meer omdat dat verouderd is.

Daar zijn we als college over aan het nadenken, hoe wil je met onderhuur omgaan, wil je het gewoon vrij? Dat gaat dan van laat je het helemaal los, waarschijnlijk niet want dan ben je de grip kwijt. Hou je het helemaal vast zoals het nu is? Dan zie je eigenlijk dat die grip ook minder is dan wat die op papier is. Want vaak zijn het rechtsvormen met aandeelhouders en een complexe kapstok waardoor je eigenlijk die grip die je op papier hebt in de praktijk niet echt zo hebt. Dus daar moeten we op een andere manier mee omgaan. En daar zijn we naar aan het zoeken en vanzelfsprekend zullen we daar, als we daar als college de voors en tegens hebben afgewogen en een oordeel hebben, daar u ook in meenemen. Het rijden op het strand, ja dat is denk ik ook heel terecht, daar is een aanscherping nodig. Je ziet dat er veel wordt gereden, tegelijkertijd dat rijden op het strand ook gewoon nodig is. Dus daar moet een afweging worden gemaakt. Het coalitieakkoord rept ook over dat we het aantal vervoersbewegingen op het strand willen terugdringen en daar zijn we mee bezig. Er is inmiddels een ambtelijk team bezig met kijken welke aanscherpingen kunnen we al doen op grond van het huidige beleid. Daar zit ruimte in om dat verder te beperken en behapbaarder te maken. En voor een deel zal er ook nieuw beleid moeten komen.

Maar dat team is nu even aan het kijken van welke stappen kunnen we op korte termijn nemen, dus gewoon voor nu, voor de komende aanvraagronde en welke stappen moeten we voor een volgend seizoen nemen en welk beleid gaan we herzien. En ook dat, zodra daar duidelijkheid over is kom ik daar bij u over terug. De exploitatieplicht en strandbungalows, de exploitatieplicht geldt voor het geheel van het gepachte deel. Dus het kan niet dat de strandbungalows worden geëxploiteerd voordat het paviljoen wordt geëxploiteerd. En in de beantwoording stelde de heer Bouberg Wilson die casus ook voor van een paviljoen wat door personeelsgebrek niet open kan. Dat als zodanig lijkt een wat magere reden voor een vrijstelling voor de exploitatieplicht. En ten overvloede, een dergelijk verzoek hebben wij nu niet, laat staan dat we dat toe zouden staan. Het zou kunnen, maar dan begin ik te speculeren dus dat moet ik eigenlijk niet doen. Ik kan me ook voorstellen dat nu het omgevingsplan wat helderder is over de startdatum, dat je na 22 maart geen discussie meer kunt hebben over of iets geëxploiteerd wordt of niet. En terecht wordt aangegeven, de strandbungalows zijn ondergeschikt aan de hoofdactiviteit, de hoofdactiviteit is een strandpaviljoen.

Dan Bernie’s, PVV vroeg daarnaar, van hoe kan het als het alleen maar een jaarrondpaviljoen mag zijn, hoe kan het dan dat het wel geëxploiteerd wordt? Wat wij hier beetje in de volksmond Bernie’s noemen, is in feite twee locaties. Je hebt de locatie Riche, in de voormalig Riche in de in de duinreep, dat is een permanent gebouw, dat staat daar gewoon. En je hebt het stuk strand daarvoor wat wij verhuren als paviljoen. In deze nota gaat het over dat stuk daarvoor, dus het stuk strand wat wij verhuren als paviljoen. En dat wordt niet geëxploiteerd, er wordt in het stuk vanuit Riche, dus vanuit het gebouw, wordt in de zomer wel kleinschalig bijvoorbeeld dat zwembad en dat soort dingen, daar wordt iets mee gedaan. Het paviljoen zelf wordt daar niet opgebouwd. En men kan, en dat is de voorwaarde in het omgevingsplan, daar alleen een jaarrondpaviljoen plaatsen in samenhang met de herontwikkeling van het voormalige Riche. Dus men heeft de plicht om dat integraal aan te pakken om daar die kwaliteitsimpuls aan te geven. De heer Drommel stelde voor

mij concreet de vraag, hebben wij al plannen gezien? In een van de gesprekken die ik met het circuit heb gehad hebben zij schetsen laten zien. Ik moet zeggen voor mij heeft u diezelfde presentatie als raad ook ooit gehad en voor mij zijn dat … Dat ziet er veelbelovend uit, laat ik het daarbij houden. En wij hebben ook bij het circuit, het gesprek was vlak voor de zomer en we hebben als college bij hen ook aangedrongen om met een planning te komen. Want het kan niet zo zijn, wij verhuren dat stuk strand om een paviljoen te exploiteren. Ik snap dat ontwikkelingen moeilijk zijn, dat we in een tijd zitten met stikstof, dat er allerlei ingewikkelde ... Daar hebben we zelf ook last van als we met ontwikkelingen bezig zijn. Dus ik kan me heel goed voorstellen dat het ingewikkeld is en lang duurt, maar ik wil wel graag, het college wil wel graag een planning zien om te weten waar we aan toe zijn. Daar hebben bij het circuit op aangedrongen en binnenkort, ik zit even in mijn agenda te kijken, ik weet niet precies wanneer, heb ik ook met heer De Kloet samen en het circuit een afspraak, onder andere over dit punt. En op de vraag … De voorzitter: U heeft een interruptie van de VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het is misschien een beetje een vervelende vraag, want de planning ontbreekt.

Maar is er wel een moment wanneer die planning wel overlegd kan worden? De planning van de planning? De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Zoals ik zei, ik heb voor de zomer het circuit gevraagd om die planning. Tussendoor schijnt dat zij hun hoofd bij iets anders hadden, tot het eind van de zomer. We hebben daar binnenkort weer een gesprek over om daarop door te vragen. En daarbij zal ook een deel van mijn boodschap zijn, het moet niet oneindig zo duren. Maar ook het circuit is ambitieus en wil aan de slag. Dus het is niet, je huurt niet een stuk strand om daar niks mee te doen. Dus we moeten kijken waar de knelpunten liggen en of daar een planning aangehangen kan worden. En als het niet kan, wat dan het plan B is. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Hendriks: Overigens, die afspraak staat 9 november met het circuit. Ik zei net, ik zat te zoeken wanneer, inmiddels ben ik ingefluisterd, hij is 9 november. Ja, de vraag van de heer Bouberg Wilson exploitatieplicht en de … De voorzitter: U heeft een interruptie van de PVV, de heer Deen. De heer Deen: Ja dank u voorzitter, nog even verduidelijkend aan de wethouder. Is dan de insteek van het college dat er eventueel nog een jaar lang langer zo doorgegaan mag worden als ze niet met andere plannen komen? De voorzitter: De heer Hendriks.

De heer Hendriks: De insteek van het college is dat hier zo snel mogelijk een ontwikkeling moet komen en dat wij van het circuit een planning willen ontvangen. En wat er gebeurt als we geen planning krijgen of een planning die te lang duurt of dat soort dingen, daar kom ik op terug als dat zich voordoet. Ik ga ervan uit dat het circuit ook met een ontwikkeling wil komen en met een planning zal komen. Maar ik zal u daarvan op de hoogte brengen zodra ik daar duidelijkheid over heb.

De voorzitter: Gaat u verder. De heer Hendriks: En de heer Bouberg Wilson stelde de een vraag over de exploitatie en de strandstoelen, in welk deel verpacht is. Daar moet ik helaas technisch op terugkomen. Ik heb dat nu niet paraat. En als ik het goed heb, voorzitter, heb ik de vragen die aan mij zijn gesteld beantwoord. De voorzitter: U heeft een interruptie van ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Nog een kleine verduidelijkende vraag, of eigenlijk een vraag van ons. Zou u dan ook willen toezeggen dat u in samenspraak met de strandpachters en de ondernemers die met het strand te maken hebben gaat kijken naar die regelgeving, wat er beter kan, wat misschien afgeschaald moet worden? De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Ja, in mijn beleving is dat ongeveer wat ik net zei. De voorzitter: Dat betekent dus een ja. Toch? U heeft zelf, laat ik het zo, nee hoor, dat is flauw. Maar volgens mij begon u erover namelijk dat u vaker structureel overleg, info-uitwisseling, hoe gaan we met elkaar om en dat volgens mij 14 november de eerste afspraak stond, als ik goed heb opgelet. Helemaal goed. 9 november was met het circuit. De heer Hendriks: Misschien moet ik mijn agenda publiceren, dan wordt het nog eenvoudiger. De voorzitter: Dat lijkt me nog handiger. Dat was uw termijn.

Gelet op de beantwoording van de wethouder, het laatste woord, dat klinkt ook zo, is aan OPZ op dit onderwerp. Kijk ik toch even de commissie rond of er naar aanleiding van de beantwoording behoefte is om toch een korte reactie te geven. Dat is niet het geval, dan geef ik het woord aan de heer Bouberg Wilson, OPZ. De heer Bouberg Wilson: Ja voorzitter, dank u wel. Er is mij door ZEE een vraag gesteld wat nu eigenlijk de bedoeling is, of het doel is van de bespreking van een RIB. Het doel in onze visie van het bespreken van een RIB is, als een RIB vragen oproept en uitnodigt om daar opheldering over te krijgen dan lijkt het ons goed om daarover te overleggen en vervolgens om daar waar er onduidelijkheid bestond, de duidelijkheid te bevorderen. De voorzitter: U heeft een interruptie van ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel voorzitter, een kleine verheldering. Wat we aangaven is dat het voor ons onduidelijk was wat de bedoeling was van deze RIB. Van RIB’s in het algemeen begrijpen we het, alleen hier was het in onze ogen voornamelijk zo dat heel veel dingen technisch beantwoord hadden kunnen worden. En ook de vraag aan de raad waar wij over konden meedenken, was ons toch nog te vaag. Ik snap de lijn maar voor de volgende keer zouden wij het in ieder geval op prijs stellen als het als het nog wat helderder kan. Dank u wel.

De heer Bouberg Wilson: Ja voorzitter, ik gun iedereen natuurlijk het beeld van wat de bedoeling is van een bespreking van een RIB. Wij hadden helemaal niet voorzien dat er überhaupt een reactie, een bestuurlijke reactie zou komen. Dat hij er is, daar profiteren we nu van. Maar dat is over het algemeen niet te doen gebruikelijk. Men heeft namelijk de discussiepunten opgevat als technische vragen en dat was door ons niet

voorzien. Maar we zijn er toch wel blij mee. Dat heb ik aan het begin van de avond al opgemerkt. Ja voorzitter, ik wilde eventjes een paar punten nog nalopen. Ten aanzien van de vergunningen, is de procedure te lang of vraagt men te laat aan? Dat is een aandachtspunt. Welke termijn moet je rekening mee houden met de aanvragen? Dat is ook een punt. We hebben een suggestie gedaan, factsheet do’s en don’ts wat betreft de situatie op het strand. Ik hoor graag of dat inderdaad wordt overgenomen. Dan hebben wij geconstateerd dat het niet duidelijk is wat nu precies het gepachte deel van het strand is en daar hebben wij toch nog wel behoefte aan duidelijkheid. Dan hebben we ook gezegd even los van de vraag of er wel of niet sprake is van een exploitatieplicht van de verhuur van strandstoelen, er zit ook een bepaald aspect van hoe ziet een strand er nou aantrekkelijk uit aan. En is dat nou wezenlijk of niet? Het lijkt me verstandig om dat helder te krijgen, want dan kun je daarop je beleid baseren. Dat is nu, blijft het een beetje zweven. Ten aanzien van de verhuur van strandbungalows, daar hebben we het over gehad. Waar we het niet over hebben gehad is of het wel of niet wenselijk is dat dit aan derden wordt uitbesteed en dat er sprake is van mogelijk een monopoliepositie van één grote partij in deze. Dat is nog wel een zaak die aandacht verdient, denken wij.

Het effectiever maken van de handhaving en de momenten waarop dat gebeurt, de wethouder heeft er iets over gezegd. Wij zouden dat graag nog wel wat duidelijker willen hebben wat nu in feite de lijn wordt waarop wordt ingezet. Dan nog even het punt om de achterkantsituaties in bestaande situaties op te lossen. We hebben gesuggereerd een gesprek omdat wij een belang zien, niet alleen voor degenen die naar beneden kijkt op het strand maar ook voor de exploitant zelf om de boel er aantrekkelijk te laten uitzien. Ik kan me heel goed voorstellen dat je in de loop van de tijd dingen combineert die je helemaal zelf misschien niet meer ziet maar die wel degelijk door anderen wel opgemerkt worden en wat mogelijk ook niet in het voordeel is van een exploitant. Dan graag nog even een indicatie van wanneer wij het actualiseren van het beleid van 2007, wanneer we dat tegemoet kunnen zien, wanneer dat in de planning zit. En dat is hetgeen wat wij nog wilden opmerken. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga u alleen teleurstellen, ben ik bang. Want zoals ik heb aangegeven aan begin heeft u het laatste woord als indiener, of tenminste aanvragen van bespreking van de RIB, raadsinformatiebrief sorry, en is het niet meer de bedoeling dat de wethouder hier nog op gaat reageren. U heeft een interruptie op mij. De heer Bouberg Wilson: Niet op dit moment.

Niet op dit moment, voorzitter, dat is correct. De voorzitter: Nee, dan is het helder. Helemaal goed. Maar ik heb namelijk de wethouder wel een aantal toch zaken horen aangeven. In ieder geval dat er, zoals ik net al aangaf, dat er binnenkort in ieder geval overleg zal zijn op reguliere basis met de Vereniging van Strandpachters over onder andere opbouw, handhavingsregels en in ieder geval ook exploitatie en dergelijke en in brede zin van de samenwerking versterken. Ik heb hem ook horen aangeven dat er een aanscherping komt op de onderhuur en het doel wat we daarmee willen bereiken en dat daar een stuk voor naar de raad komt. Termijn is niet genoemd. In ieder geval het rijden op het strand, dat dat aangescherpt moet worden, dat daar nu mee bezig is, in ieder geval op de korte termijn wordt gekeken wat er mogelijk is en dat daarvan ook melding naar de raad komt. Startdatum 22 maart opbouw en in ieder geval met Bernie’s, dat daar een planning komt, dat die nog niet helder is wanneer. Dat er op 9 november een gesprek is en dat de verwachting en in ieder geval dan de hoop is, laat ik die dan maar uitspreken, dat er daarna meer duidelijkheid komt over exploitatie aldaar. En de aanvullende vragen, het lijkt me in ieder geval goed, de wethouder heeft daar notie van genomen, dat wij daar te zijner tijd als het punten betreft, hier wederom over gaan spreken in deze commissie.

Dan wil ik graag dit punt afronden. Ik wil in ieder geval de strandpachters grotendeels danken voor hun aanwezigheid hier en ik wens u een heel constructief

overleg toe met de wethouder op 14 november. En geniet van de winter en dan op naar een mooi seizoen en de start van de opbouw en de opening op 22 maart. En dan wil ik dit punt afsluiten. BURGER & BESTUUR 9.c Programmabegroting 2024-2028 De voorzitter: En dan gaan we over naar de begroting. En dan gaan we, dan had ik de spullen van gisteravond natuurlijk bij me moeten hebben. Het is agendapunt 9.c, daar komt nu toch het spiekbriefje even aan, we gaan het hebben over de bespreking van cluster burger en bestuur inclusief overige en hieronder vallen de volgende beleidsvelden, dienstverlening, gemeentelijk bestuur, openbare orde en veiligheid, lokale belastingen en heffingen, algemene dekkingsmiddelen, overhead, en dan inclusief de behandeling van deel één, het algemene deel van de begroting, deel drie de paragrafen en deel vier de bijlagen. Voor dit onderwerp is aangeschoven wethouder Bluijs voor het financiële en de paragrafen, laat ik het maar even zo zeggen. En aan de overkant is aangeschoven portefeuillehouder Moolenburgh en dat gaat met name voor het onderdeel openbare orde en veiligheid. De behandeling gaat net zoals gisteravond.

Ik wil u toch wel vragen, en misschien ben ik daar niet altijd scherp op geweest, ik kreeg daar toch in ieder geval een reactie op, om de technische vragen niet vanavond te stellen want die had u eerder kunnen doen en ook niet in de vorm, via een omweg, u snapt was vast wel wat ik bedoel. Maar vragen die de ambtenaren zouden kunnen beantwoorden, of u die vanavond niet wil stellen want daar is de wethouder niet voor aanwezig, die is voor de politieke vragen en de inkleuring. Tot zover de inleiding op dit punt en dan gaan we in willekeurig volgorde en dan begin ik met ZEE, de heer Sukel. De heer Sukel: Dank u wel, voorzitter. ZEE zou ZEE niet zijn als we juist op het gebied van bestuurscultuur en participatie vinden dat er nog wel een tandje bij mag. Zinnen als, waar het maar enigszins kan worden ondernemers en inwoners vanuit hun eigen verantwoordelijkheid bij het werk van de gemeente betrokken, doet een zeer actief beleid vermoeden. Dat zien we echter onvoldoende gematerialiseerd op dit moment. We hopen dan ook dat het voorstel voor nieuw participatiebeleid juist wel daar de tools voor gaat aanreiken. De kennis van Zandvoort zit in onze inwoners en in onze ondernemers, laten we daar ten volle mee samenwerken en naar hun wensen luisteren. We hebben net weer gehoord hoe de relatie met strandpachters misschien nog wel een tandje beter kan.

En bijvoorbeeld ook hoe de protestantse kerk het afgelopen weekend heeft aangepakt samen met de gemeente zou ons tot voorbeeld moeten strekken. Ook op het punt van dienstverlening zien we mooie teksten, maar de cijfers laten een achteruitgang zien. Waar het aan ligt blijkt onvoldoende uit de begeleidende teksten en het actieplan Dienstverlening waaraan wordt gerefereerd kon ik niet vinden. En ja, dat had ik natuurlijk kunnen opvragen en dat heb ik niet gedaan omdat ik met mijn knie op bed lag en niet helemaal helder was. Mijn vermoeden is hier wel in ieder geval dat werkdruk daar een onderdeel uitmaakt van deze achteruitgang en ik hoor graag van de portefeuillehouder hoe hij daar tegenaan kijkt. Ook de beschrijving onder digitale transformatie vindt ZEE wel erg mager, of andersom, het zijn grote woorden voor deze kleine beschrijving. Digitale transformatie gaat niet alleen over de klantcontacten, maar gaat over het gebruik maken van verregaande digitalisering in werkprocessen in de gehele organisatie. Ja, we hopen dat de Zandvoorter er zelf ook stukje blijer van wordt omdat zaken efficiënter vindbaar zijn en bijvoorbeeld vergunningaanvragen meer en meer geautomatiseerd kunnen. Graag horen we van de wethouder of daar een strategie voor is om dit soort verbeterslagen te maken. Want het vraagt nogal wat en het gaat verder dan de website wat mooier maken.

Dat neemt overigens niet weg dat het adagium niet moet zijn digitaal tenzij, wat vaak wordt gebezigd als we het hebben over digitalisering en data, maar dat ook het gewone contact, de inloop, dat er een plek is waar ruimtelijke plannen overzichtelijk gepresenteerd worden en

waar mensen commentaar kunnen achterlaten, dat dat er moet zijn. Zandvoort kent een groot percentage ouderen die niet zo digitaal vaardig zijn. Ook hebben we een groep mensen die misschien de financiële middelen niet hebben om die digitale vaardigheden in huis te halen, zoals voor voorbeeld computers en goede internetverbindingen. En zoals ik al vaker heb gezegd, ook de Nationale ombudsman onderschrijft de noodzaak van analoog naast digitaal. En juist als wij een dienstverlenende en open gemeente willen zijn moeten we dat omarmen. In dezelfde lijn, het is natuurlijk mooi dat er vrije inloop is, maar de vraag is in hoeverre dit nu duidelijk is. Op de website is het onderaan te lezen voor de goede verstaander maar meer zichtbaarheid daarbij zou wel kunnen helpen. Daarbij moeten er dan ook wel echt iemand aanwezig zijn om deze mensen te helpen en te begeleiden. En niet alleen doorverwijzen naar een onlineformuliertje, maar bijvoorbeeld ook aanbieden deze samen in te vullen. Dat is de dienstverlening en de betrokkenheid die ZEE graag zou zien. Onderwerp openbare orde veiligheid, bijzonder om te zien dat we blijkbaar uitgaan van meer Halt-meldingen, meer winkeldiefstallen en meer gedoe in openbare ruimte. Er zit vast een logische verklaring achter maar de ambitie zou toch in alle gevallen een lager cijfer moeten opleveren, mag ik hopen.

Graag het beeld van de portefeuillehouder hierop. En over de belastingen, ja we weten de discussies over de stijging van bijvoorbeeld de rioolheffingen en dat soort zaken, die hebben we al besproken. ZEE is en blijft wel van mening dat de retributiebelasting de facto slechts de DGP raakt. Het blijft ons verbazen dat er geen inzicht is in de kosten en baten van de andere evenementen. De toekomst zal uitwijzen wat dit doet in de relatie. Daar wil ik het bij laten, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. PvdA, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik begin bij het stuk dienstverlening en communicatie. Ik wil even aandacht vragen voor de volgende zin, ik citeer. De manier waarop we invullingen geven aan openheid en transparantie is de basis waarop we de lokale politieke integriteit waarborgen. Heeft u hem? Staat in onze inleiding van onze begroting, deze prachtige zin. En dat betekent zoiets als de manier waarop we informatie delen en eerlijk handelen, dat is de basis voor lokale politiek die eerlijk en betrouwbaar is. Die laatste zin is wat duidelijker wat mij betreft. Het is een mooi streven maar als zinnen niet duidelijk zijn dan kan zo'n uitgangspunt natuurlijk nooit doordringen. En u weet het, ik heb iets met communicatiebeleid en communicatie. We hebben de afgelopen periode veel aandacht besteed aan de website en daar verbeteringen in aangebracht.

En dat gaat wat mij betreft ook over de tekstuele uitingen die we hebben. Zo hebben we volgens mij rijksbreed afgesproken dat we B1 handelen en dan baart het me zorgen als ik op sommige plekken bij ons de focus wat minder op communicatie zie liggen. En dan vraag ik me af, hoe kan dat? Want als het aan ons ligt, dan zou ik zeggen laten we er eens een tandje bovenop doen, laten we eens zorgen voor betere en meer communicatie, zodat we andere doelgroepen goed kunnen bereiken, zoals bijvoorbeeld jongeren. We weten dat de taalvaardigheid van jongeren afneemt en dus we moeten meer laagdrempelig communiceren. We willen het vertrouwen herstellen dat burgers zijn verloren in de overheid en dat betekent dat we echt heel open moeten communiceren. Toen ik dat zo eens las en daarover nadacht dacht ik, hebben wij in deze begroting wel genoeg aandacht voor communicatie, of moet daar misschien een tandje bovenop? En ik zou graag van de portefeuillehouder willen weten, want dan komen wij graag met een voorstel bij de volgende raadsvergadering. Dat is één. Dan wil ik een punt maken van het feit dat we geen termijnagenda meer hebben en ik maak me daar zorgen om want wij missen dat bij ons werk en we zouden heel graag willen horen op welke wijze wij als raad weer de voortgang van de productie van het college om het maar zo te noemen kunnen volgen.

Dan iets over openbare orde en veiligheid, maar ik weet niet of ik dat hier goed zeg, maar als die ergens anders moet dan verzoek ik u om die op die manier gewoon maar mee te nemen. Het gaat mij om toeristische verhuur. Het wachten is natuurlijk op de Toeristische Visie, die is nu uitgesteld in de planning en dat betekent dat we die pas volgend jaar gaan behandelen. En dan gaan we ook op dat moment vaststellen

wat we met het aantal dagen toeristische verhuur doen. Dat hebben we met elkaar afgesproken. Maar dat betekent dat we eigenlijk weer een jaartje achterlopen en tot die tijd blijft het honderdtwintig dagen en het lijkt me echt goed als we dan nu, en ik kijk even naar de collega's of daar draagvlak voor is, inzetten op meer controle en handhaving, want er worden nog steeds te veel huizen onttrokken aan de woningmarkt. Wat is er nodig om te zorgen dat handhaving meer succes oplevert? Moeten we daar in deze begroting meer aandacht aan geven dan dat er nu gebeurt? En dan tot slot, oh nee ik heb er nog twee, sorry. De voorzitter: Sorry, u heeft een interruptie van de heer Deen, PVV. De heer Deen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil graag even aan mevrouw Koper vragen, want terecht dat ze zich daar zorgen om maakt, maar waar … Zijn daar al cijfers van zegt? U zegt er zijn nog heel veel huizen die worden onttrokken aan de woningmarkt. Hoe weet u dat? Mevrouw Koper: De benadering is andersom. We hebben hier een bijeenkomst gehad met ODIJmond als het gaat om de handhaving op toeristische verhuur en de berichtgeving die daarvan kwam was dat er regelmatig klachten zijn, vooral over de tweede huizen, et cetera maar dat het ontbreekt aan de juiste middelen. Of, ik vertaal het even nu, het ontbreekt in ieder geval, ze krijgen er de vinger niet helemaal achter. En daar gaat het natuurlijk om.

En wij ontvangen regelmatig signalen uit de bebouwde omgeving van de flats, dat daar nog steeds veel verhuurd wordt, maar dat daar onvoldoende grip op is, blijkbaar. De voorzitter: Gaat u verder. Ik zat even, maar dat is even een vraag … Mevrouw Koper: Zit ik verkeerd met de … De voorzitter: Daar was ik net even, dat u niet denkt van ik was afgeleid, maar even met wethouder overleg van waarbinnen valt handhaving toeristische verhuur. Is het, want het valt niet volgens mij binnen openbare orde, veiligheid, dus het zit in de handhaving. Dus het was even hier sparren van onder welke cluster valt het. Volgens mij zijn beide, alle wethouders aanwezig. Dus zullen we dan maar onder algemeen doen? Want ik weet het eigenlijk ook even niet één twee drie. De heer Bluijs: Misschien moet er wat aangevuld worden door bijvoorbeeld de wethouder die er over gaat. Dat is Lars volgens mij en Martijn ook. Ja, we zitten … De voorzitter: Voor de mensen thuis, we hebben hier even overleg van handhaving is portefeuille burgemeester maar misschien toeristische verhuur zit waarschijnlijk bij wethouder Hendriks. Maar waarschijnlijk komen we hier wel uit. En anders ook. Gaat u verder, sorry. Mevrouw Koper: Dank u wel. Ik zat met hetzelfde, daarom dacht ik het algemene gedeelte. Ik weet dat de Toeristische Visie in ieder geval weer bij mijnheer Carree terechtkomt. Dus nou, zo.

Dan hebben we ze allemaal gehad. Goed. Lokale belastingen en heffingen, we zien drie grote stijgingen. Een stijging van de groep mensen met een laag inkomen, een stijging van de lokale lasten en de gemeentelijke inkomsten zijn, zeker als je kijkt naar de septembercirculaire, weer gestegen. En wat ons betreft zou die laatste stijging moeten zorgen dat de lokale lasten niet stijgen, want hij gaat flink omhoog. Voor een meerpersoonshuishouden kom je op 946 euro, een stijging van 70 euro dit jaar. En dat geld op tafel moet komen, dat lijdt geen twijfel, we weten het allemaal, maar dat de dekking bij onze bewoners weggehaald wordt waarvoor nu die maand toch al te lang duurt, wij maken ons echt zorgen. Dat hebben we met partijen gedeeld en er zijn er meer die zich zorgen maken. En ik wil graag een voorzetje doen om te kijken, kunnen we iets doen aan die lokale lasten? Want een

van de problemen bij rioolheffing en afvalstoffenheffing is dat de reserves leeg zijn, die egalisatie of die gewone reserve of hoe heet dat nu toch. En dan is de vraag, waarom wordt deze niet gevuld? Gisteren hadden we het over hoge parkeerinkomsten die structureel blijken te zijn. Er is ook aan de hand van de jaarrekening 5,2 miljoen in de algemene reserve gegaan. En ons voorstel zou zijn of uit de algemene reserve of uit de, ik hoor iemand sissen, gaat het goed? Of van de hoge parkeerinkomsten, om daarvan een voorstel te maken om de reserves te vullen zodat we die verhoging niet … We begrijpen dat inflatie zou moeten gebeuren, daar hebben we allemaal mee te maken, maar dit is echt ver boven inflatie. Dus wij zouden de lastenverlichting willen inzetten voor onze bevolking vanuit de inkomsten. En vorige keer was daar brede steun voor om naar te kijken. Dit is ons voorstel, dus ik hoor graag van anderen hoe ze daarover denken. Dan kom ik nog even met een puntje als het gaat om algemeen, ik hoop dat ik hem ook goed heb hier, en dat gaat over de Formule 1. Bij de Voorjaarsnota is het voorstel F1 2024-2025 gelanceerd, impliciet of expliciet of hoe je het ook benoemd, als we de begroting vaststellen hebben we dat met elkaar vastgesteld. Maar dat is dus een impliciet besluit en wij zouden heel graag, net als de vorige keer, kredieten en opbrengsten willen kunnen volgen.

Dus ik vraag me af of we dat goed doen, als we op deze manier dat besluit nemen of dat we dat apart moeten doen, zodat we ook die vermakelijkheidsbelasting en de opbrengsten daarvan ook goed kunnen monitoren. Het is een voorstel, ik hoor graag van anderen hoe ze daarover denken. En dan kijk ik even en dan zult u het niet geloven, maar ik ben erdoorheen. De voorzitter: Dank u wel. VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wij hebben verder geen technische vragen meer, want dat was niet de bedoeling. En de beschouwing bewaren we voor over twee weken, als ik het goed heb. Maar we hadden wel nog een vraag aan de portefeuillehouder als het gaat om openbare orde en veiligheid. We lezen namelijk dat wat we willen gaan bereiken en dat is onder andere het verminderen van ondermijning door georganiseerde criminaliteit, het terugdringen van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit en het waarborgen van een veilige een leefbare horeca, toerisme en evenementen. Dat klinkt natuurlijk als een heel mooi streven, zeker voor als we Zandvoort het jaar rond aantrekkelijker willen houden. Maar we vragen ons dan ook af of eventuele overlast en incidenten zich dan ook alleen maar in de zomer voordoen of dat dat wellicht ook in de wintermaanden het geval is en of daar wel adequate maatregelen voor zijn om dat in ieder geval te signaleren en daar actie op te ondernemen.

De voorzitter: Dank u wel. PVV, de heer Deen De heer Deen: Ja, dank u wel voorzitter. In de basis vinden wij dat lokale belastingen en heffingen niet hoger moeten zijn dan strikt noodzakelijk. Wanneer vaste lasten voor een burger of ondernemer oplopen, dan moet hij of zij bezuinigen. Overheden, inclusief de lokale overheden, en daartoe rekenen we ook even Zandvoort, doen doorgaans niet aan bezuinigen maar leggen simpelweg de rekening elders, namelijk bij de belastingbetaler. En deze mogelijkheid om de rekeningen elders neer te leggen heeft de burger en ondernemer helaas niet en ik vind, wij vinden, dat we ons daar wel altijd goed van bewust moeten zijn. Voorzitter, de coalitiepartijen OPZ, Jong Zandvoort en het CDA hebben samen 125 vragen gesteld aan het college. Dat vinden wij als PVV vrij opvallend. Wanneer er intern binnen het college vragen rijzen, waarom worden deze dan niet gewoon intern gesteld en beantwoord? Volgens mij hebben wij … De voorzitter: U heeft een interruptie van het CDA, de heer Stephan. De heer Stephan: Geachte heer Deen, ik zal u graag ondanks uw ervaring graag onder het genot van een kopje koffie het systeem van dualisme uitleggen.

De heer Deen: Fijn dat u het woord noemt, want over dualisme kom ik zo nog even te spreken en dat is toevallig een voorbeeld van gisteren wat u aangaat. Dus daar kom ik zo op terug, leuk. Ja leuk dat u alvast een voorzetje neemt. Ik wilde verder gaan dat volgens mij hebben zij toch iedere week overleg en bij een soepel opererende coalitie zou dat toch wel de verwachting zijn, is mijn beleving van een coalitie. Voorzitter, vanuit de oppositiepartijen is het aantal vragen zeer beperkt, namelijk nul. En dat vinden wij toch wel iets voor het college om zich over achter de oren te krabben. Kijk u kent mij ook als iemand met een vaak humoristische inbreng maar hier zit toch ook wel een echte boodschap achter richting college. Gisteren refereerde ik ook … De voorzitter: De heer Deen, u heeft een interruptie van OPZ, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson Mijnheer Deen, ik ben wel erg nieuwsgierig wat de inhoud van uw boodschap is die u veronderstelt. De heer Deen: De inhoud van mijn boodschap, kunt u dat nog heel even verduidelijken, mijnheer Bouberg Wilson? De heer Bouberg Wilson: Ik dacht dat u aangaf in uw betoog dat het feit dat er nul vragen door de oppositie zijn gesteld een boodschap inhoudt. Ik ben erg nieuwsgierig naar de inhoud van die boodschap. De heer Deen: Ja logisch, daarom ga ik die ook nu uitleggen. Ja, heel goed. Ja, ik zou daar ook nieuwsgierig naar zijn.

Een hele goede vraag, die komt nu. U was iets te voorbarig. Want we hebben bijvoorbeeld gisteren mevrouw Paap hier gisteren gehad van een Jong Zandvoort die er ook al even aan refereerde. Het gaat namelijk over het volgende, er wordt veel tijd en effort in de beantwoording van vragen gestoken en hiervoor uiteraard veel dank en ook respect aan alle ambtenaren, laat dat buiten kijf staan. Alleen hebben deze antwoorden vaak weinig connectie met de vraag. En dat is jammer. Wij moeten helaas constateren dat de essentie van het beantwoorden van de vragen in veel gevallen op een vakkundige manier wordt ontweken. En dat bleek ook gisteren. Dat is de constatering en dat is de reden, heer Bouberg Wilson, dat ik dit even wilde aankaarten. Ik hoop dat dat duidelijk is. Dus wij zien het als 125 vragen voor de bühne, voorzitter. Iemand die zichzelf columnist noemt in de Zandvoortse Courant, ik vind persoonlijk … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Stephan van het CDA en vervolgens van de heer Sukel van ZEE. Maar misschien kunt u ook de heer Deen even zijn betoog laten houden want misschien geeft hij namelijk, kwam ik net ook al achter, komen de antwoorden op de vragen wellicht al die u wilt stellen. Maar ik geef u het woord. De heer Stephan: Dank u wel. Toch even kort, want hij maakte zijn punt wel af net over de conclusie dat het vragen voor de bühne zouden zijn geweest.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13460905/1