Transcript - 1 april 2025
Tekst van het document
We zijn ook benieuwd of dan zo'n dergelijke evaluatie ook komt. Dat we dan ook bijvoorbeeld kijken naar als bepaalde zaken vaker voorkomen in verschillende jaren en het toch niet gaat zoals we eigenlijk met zijn allen willen en bedoeld hebben, of we dan niet echt zaken moeten gaan aanpassen, zoals de heer Berg ook aansnijdt. Dank u wel. De voorzitter: CDA, de heer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. We hebben eigenlijk alleen maar de vraag, het stuk wat geagendeerd is, dat dateert van 21 januari 25. Zo is ook een terugblik op het seizoen 24. Er staat bij dat wij in de zomer of na de zomer ook al een vergelijkbaar stuk over 24 hebben besproken in de commissie. Maar dus misschien heb ik zelf al eens een déjà vu, maar ik meen dat we dit al een keertje besproken hebben, wat we in ieder geval begin 24 hebben geconstateerd. Maar ik zal wel benieuwd zijn naar wat er met die constateringen destijds is gedaan, maar dat vervolggesprek hebben we nog niet gehad. Want er zijn een aantal zaken geconstateerd en het college heeft aangegeven, we gaan inderdaad met de betrokken overtreders aan de slag. Wij zouden ook graag benieuwd zijn wat is er dan hierna mee gebeurd. Dus de opvolging. Over 25 kunnen we dan volgens mij nog niets zeggen, want dat zullen we dan weer na de zomer, denk ik, zien. Mij is het niet bekend dat het op dit moment niet geëxporteerd wordt.
Maar als het anders is, horen we het ook graag. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Gebaly.
De heer El Gebaly: Ja, voorzitter, ook namens de Partij van de Arbeid. Ons staat bij en de heer Berg, die triggerde ons daar wel enigszins mee, dat er ook stond beschreven in het stuk rondom het Badhuisplein, dat de stikstofruimte daar in een van de twee strandtenten zat om die daarvoor op te heffen. Maar dan zou het dus raar zijn als je nu al een strandtent opheft, want dan lijkt mij dat je die stikstofruimte dan ook kwijt bent. Dus ik snap dan niet hoe dat dan zich verhoudt tot elkaar. Dus daar zijn we wel heel erg benieuwd naar. Op de vraag die de collega van CDA net stelt, ons staat ook bij dat wij natuurlijk al in een eerder stadion van … motie of van amendementen hebben aangenomen, dat voorzag eigenlijk op het niet opbouwen van bepaalde standgelegenheden. De voorzitter: De heer Berg. De heer Berg: In het raadsvoorstel van het Badhuisplein stond het, maar volgens mij was dat achterhaald omdat het externe salderen is niet meer toegestaan sinds december, dus volgens mij is dat helemaal van de baan. Dus dat hoor ik ook wel gewoon graag of dat überhaupt het salderen nog kan. Bent u dat met me eens, mijnheer El Gebaly? De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, ik kijk samen met de heer Berg van de OPZ reikhalzend uit naar het antwoord van de wethouder. De voorzitter: Helder. U bent klaar met uw inbreng. Dan gaan we door naar PVV, de heer Van den Oever.
De heer Van den Oever: Dank u wel, voorzitter. De leegstand van winkels en ontbrekende strandtenten en met name de aanblik van het voormalige Riche zijn ons een doorn in het oog. Het is niet de uitstraling die wij willen. Dat maakt ons dorp meer contrastrijk dan gewenst. Met name aanzien van Bernie's pleiten wij voor zo een krachtig mogelijk ingrijpen. We zijn meer dan geduldig genoeg geweest, dachten wij. Volgens een eerder aangenomen motie moet er voor het einde van het jaar iets gebeuren. Verder wijzen wij op het veiligheidsaspect, met een beetje storm hebben we hier te maken met instortingsgevaar en wellicht rondvliegende onderdelen. Overigens willen wij wel de wethouder complimenteren dat hij ons schrijven heeft gericht aan dit bedrijf. Dus de voortvarendheid is wel gebleken al. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Interruptie van de heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u, voorzitter. Ik hoor mijnheer Van den Oever van de PVV zeggen dat hij vindt dat de gemeente moet gaan ingrijpen. Kunt u dat nader uitleggen wat u dan daaronder verstaat? De voorzitter: De heer Van den Oever. De heer Van den Oever: Binnen de huidige regels moet er nog ingegrepen kunnen worden, denken wij. Een stukje veiligheid, heel belangrijk. Wat ik aanwijs of zojuist heb gezegd in mijn rondvliegende onderdelen van die tent, we kunnen stormen verwachten als voorbeeld. De voorzitter: Helder.
Dan gaan we nu naar ZEE, de heer Sukel. De heer Sukel: Dank u, voorzitter. Ik heb eigenlijk ten eerste een vraag aan de heer Berg. Hij heeft ook een vraag aan ons, als collega commissie raadsleden hierover. Want inderdaad, het zijn veel vragen aan de wethouder en we hebben allemaal zo onze bespiegelingen die wij ook hebben. Inderdaad, we constateren dat er een strandtent niet staat. Hoe kan dat? Wat is daar bedrijfseconomisch aan de hand? Is vergunning nog niet verleend? Loopt er nog een onderzoek naar de exploitatievergunning, van dat soort zaken. Dat weten we dus niet. De Spot aanvraag vinden we ook interessant, wetende ook dat strandhuisjes ondergeschikt zouden
moeten zijn aan de hoofdfunctie. Toevallig zat ik vandaag met een collega in de bus en hadden we het daar ook over en zien we bij een andere strandtent dat het lijkt dat dat niet zo is. We zien de prioriteiten in die brief staan, denken we, hartstikke goed, het zou mooi zijn als de nachtdiensten van de handhaving uitgebreid kunnen worden. Maar goed, we zitten natuurlijk met de financiële vraag en als ik dan weer een collegebesluit zie van verleden week waar weer een paar ton extra wordt gevraagd voor een asfaltproject, vraag ik me af of dat haalbaar is. Maar dat is wel een vraag die wij hebben. Want we zien ook nog wel dat daar wel de nodige verbeteringen misschien zijn. Verder ben ik benieuwd of we daar iets meer van kunnen vinden dan op dit moment, wetende dat er inderdaad, we zijn net begonnen, strandtenten zijn net open, eerste mooie dagen zijn geweest, gelukkig. Graag daarover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Interruptie, mevrouw Göransson. Aan u het woord, mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Bedankt, voorzitter. Even kijken. Zoals gezegd, het strandseizoen is weer geopend. Anderhalve week geleden ongeveer zou eigenlijk alles open moet zijn. Zoals we kunnen lezen, is dat niet voor iedereen het geval. Dan is nog natuurlijk ook nog open en exploiteren wel een verschil. Wij vinden het belangrijk met Jong Zandvoort dat eigenlijk alles ook op tijd geopend is.
We hebben deze visie met een reden opgesteld en dat doen we natuurlijk niet voor niets. Voor het strand lijkt het af en toe alsof we meer richtlijnen hebben dan de regels. Want de regel is dat we 22 maart alles open willen hebben en exploiteren. Zoals we kunnen lezen, is dat niet het geval. Even kijken. De gebroeders Paap vroegen om iets eerder te beginnen, zo lezen we in het stuk en dat kunnen we goed begrijpen. Het is een paar dagen en zij geven aan dat de strandtenten anders de deadline van 22 maart niet kunnen halen. Ons lijkt deze afweging logisch. Als we dan iets verder lezen, het afrijden van de opbouwspullen, daar wordt meteen gezegd dat er een maand uitstel nodig is. Die vinden we wel erg groot. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Sukel. De heer Sukel: Dank u, voorzitter. Mevrouw Göransson, het spijt me, maar ik heb het idee dat u kijkt naar de evaluatie 2024, terwijl we het nu hebben over 2025. Daar hebben we het over die maand bijvoorbeeld. Ik weet niet of ik begrijp uw woorden niet helemaal goed. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Zover ik lees, stond er 2025 boven het stuk. De heer Sukel: Sorry. Dank u wel, voorzitter. U begint allerlei dingen op te noemen, die staan in het begin van het stuk over de evaluatie 2024 en wat daar de constateringen uit waren.
Bijvoorbeeld dat er een maand uitstel is, dat is de regels van 2025 gewoon opgenomen, dus ik zie daar geen discussiepunten of iets dergelijks. Dank u wel. Mevrouw Göransson: Ik betwist de regel. De voorzitter: Vervolg uw betoog. Mevrouw Göransson: Even kijken. Indien er niet aan regels gehouden wordt, wordt er door de handhaving een waarschuwing uitgedeeld. We hebben daar vragen over gesteld, hoelang we dan de tijd hebben, of hoelang de strandtent de tijd heeft om dit aan te passen. Uit het antwoord blijkt dat dit een dag kan zijn voor een klein iets tot enkele … voor een groter iets waarbij als voorbeeld wordt gegeven het opbouwen van een strandtent. We begrijpen dat een strandtent niet direct is opgezet, maar iedereen weet van tevoren wat de datum is. Dus als er dan nog enkele weken nodig zouden zijn om een strandtent op te bouwen, lijkt ons dat niet juist. Daarnaast, als je dan voor de tweede keer langskomt, duurt het weer twee weken voor er naar de volgende stap, dus eigenlijk drie stappen en we denken dat dit wel veel is. Wordt er daadwerkelijk ooit bij stap drie
aangekomen? Of blijven we, doordat de tussentijd zolang is, eigenlijk altijd in stap een en twee zitten en wat zijn dan echt daadwerkelijk die consequenties? Want van een waarschuwing, zo hebben we gezien in ieder geval in de evaluatie, schrikken mensen niet echt. Daarnaast gaf de PVV aan over Bernie's, het oude Riche, hier zijn we ook erg benieuwd naar. Heeft de wethouder al inzicht hoe dit gaat verlopen, ook zeker met het oog op bijvoorbeeld volgend jaar? En onze laatste meegeef, de regels zijn de regels en geen richtlijnen. Het is tijd dat we het gaan naleven en het niet naleven van regels een uitzondering wordt in plaats van de regel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik dat ik nu wel alle partijen heb gehad en geef ik graag het woord aan de wethouder. De heer Carree. De heer Carree: Ja, dank u wel, voorzitter. U heeft als gemeenteraad enkele jaren geleden het omgevingsplan Strand vastgesteld, het eerste omgevingsplan wat u als gemeenteraad vastgesteld heeft. Daaruit moeten we uiteindelijk concluderen en dat heeft de vorige portefeuillehouder vorig jaar ook gedaan, dat er wat onduidelijkheden in het omgevingsplan Strand staan of zaken die nog niet direct onder de aandacht van de desbetreffende ondernemers zaten. Dat hebben we vorig jaar geëvalueerd. Daarvan bent u op de hoogte gesteld, er zijn meerdere gesprekken met de strandpachtersvereniging gevoerd.
Dat heeft geleid tot aangescherpte regels, maar ook soms regels waar we praktischer mee omgegaan zijn. Bijvoorbeeld het schuiven van de firma Paap. En daar zit ook een handhavingsaspect aan. U bent vorig jaar ook uitgebreid geïnformeerd over de uitkomsten van het handhaven vorig jaar. Daar heeft u ook in de commissie over gesproken. Vandaar dat bepaalde aspecten u mogelijk weer bepaalde herinneringen doet oproepen. De vraag was, wat hebben we daarmee gedaan? Nogmaals, een aantal regels hebben we zo gelaten. Een aantal regels hebben we wat verruimd, schuiven van Paap. We hebben nadrukkelijk, zijn we de samenwerking in dat gesprek met de strandpartnersvereniging aangegaan. Want wij hebben vorig jaar ook geconstateerd dat een aantal pachters niet zomaar zich melden bij de gemeente. Daar zie ik nu wel verandering in. Er is een strandtent, even als voorbeeld, maar er zijn er meerdere. Een aantal strandtenten hebben ons benaderd, hoe zit het met bepaalde zaken? Wij hebben wat twijfels of we hebben wat vragen hoe zit dat. Ik denk er tientallen strandtenten zich vooraf bij onze gebiedsverbinder strand hebben gemeld om te zorgen dat ze juist aan de regels gingen voldoen en op tijd klaar zijn. Dat zie ik ook in grote getalen terug. We hebben 37 strandtenten en de meeste strandtenten zie ik, zonder dat ik geen toezichthouder ben, maar die staan en daar wordt gewerkt.
We hebben een aantal strandtenten waarvan u zelf ook zegt, daar hebben wij onze vragen bij. Een strandtent en ik wil geen namen noemen, maar een strandtent in het gebied van het Badhuisplein heeft een formeel verzoek bij het college ingediend om niet te hoeven opbouwen. Die hebben zich keurig conform de regels gemeld bij het college met een onderbouwd stuk met argumenten, waarom zij vinden dat zij vrijstelling van opbouw dienen te krijgen. Dus ambtelijk is dat uitgezocht. Daar heeft een bestuurlijk gesprek ook plaatsgevonden met mij, onder andere en wij hebben als college geconcludeerd dat wij geen toestemming voor die vrijstelling geven. Dus die strandtent moet gewoon opgebouwd worden. Nou, u kan begrijpen, wij krijgen zo'n verzoek binnen met een aantal argumenten waarop zij aangeven dat ze niet willen opbouwen. Dat moet goed onderbouwd teruggaan. Daar hebben wij dus vorige week als college een brief op teruggestuurd. Dat betekent dat deze eigenaar gewoon weet dat die zijn strandtent moet opbouwen. Er is een strandtent geweest. Die heeft zich gemeld. Ik ben een nieuwe eigenaar. Ik heb kort geleden een strandtent gekocht. Mag ik alsjeblieft enige respijt van opbouw, want het is voor mij allemaal nieuw. De vraag is geweest, hoeveel tijd heeft u nodig? Ik heb een week de tijd nodig. Die heeft van mij toestemming gekregen om een week extra nodig te hebben om op te bouwen.
Ik vind dat we zo met elkaar moeten omgaan, zo pragmatisch dat we in verbinding met elkaar zijn. Daar zie ik echt de verbeterslag in ten opzichte van vorig jaar. Ik merk dat we veel meer in gesprek zijn met de ondernemers op het strand. Er zijn verzoeken, er zijn wensen. Die worden keurig in behandeling genomen. Er wordt keurig een antwoord op teruggegeven. Dus dat is even over het niet opbouwen van de strandtent waar jullie het over hebben. Dan is er ook en het viel mij ook op, er is een verzoek binnengekomen om bij een strandtent strandbungalows te plaatsen. Ook ik werd getriggerd door het aangegeven strandtentnummer. Want tot mijn verbazing was dat een watersportcentrum, naar mijn mening
kan je bij een watersportcentrum geen strandbungalows plaatsen volgens het omgevingsplan strand. Die aanvraag is ook vrij snel weer door de omgevingsdienst IJmond gerectificeerd. U heeft ook in de publicatie van de omgevingsdienst IJmond een rectificatie voorbij kunnen zien komen. Want het gaat niet om Boulevard Barnaart 23-A, maar het gaat om de aanvraag om strandtent 23. Daar gaat de omgevingsdienst gewoon conform het omgevingsplan strand en de eisen en richtlijnen die we hebben, zullen zij daar een uitspraak over doen. Dus weet dat het niet 23a is, maar gerectificeerd naar strandtent 23. Een verzoek doen mag altijd, dat gaat gewoon getoetst worden aan de regels en richtlijnen die we hebben en daar zal de omgevingsdienst gewoon keurig een uitspraak over doen en publiceren. Dan is de vraag, vergunning rijden op het strand. Dat is een doorn in ons oog. Een doorn in ons oog omdat het niet helder en transparant terug te halen is hoe dat nou met die vergunningen werkt. Dat betekent dat we nu op dit moment als college in goed overleg met de strandwachtersvereniging aan het kijken zijn hoe we het praktisch kunnen vormgeven. Want wat we wel geconcludeerd hebben, is dat het beleid wat we hebben, in grote lijnen klopt. Dus er hoeven niet grote beleidswijzigingen plaats te vinden. Waar het wel over gaat, is de uitvoerbaarheid en voornamelijk de handhaafbaarheid.
Daar zijn we dus nogmaals in gesprek met de strandpachtersvereniging, want die hebben zelf ook ideeën, maar ook intern met handhaving bezig. Want die weten waar ze tegenaan lopen en wat nou de mogelijke oplossingsrichtingen zijn. Dus ook daar zijn we hard mee bezig. Dan komen we en ik heb hem een paar keer terug gehoord op, ik noem het even de strandtent Bernie's. Om even het verschil te maken, want je hebt de Beachclub Bernie's. Ik weet niet of het formeel zo heet, maar zo noem ik het altijd en je hebt de strandtent Bernie's. Strandtent Bernie's, dat weet u, want daar heeft u al veel over gesproken, wordt niet opgebouwd. De vorige portefeuillehouder heeft u vorig jaar al verteld dat ook dit jaar de strandtent Bernie's wederom niet opgebouwd gaat worden. Dat dat ook niet kan. Want in het omgevingsplan strand staat dat het een jaar rond paviljoen dient te zijn, dus wat daar neergezet moet gaan worden, moet direct een jaar rond paviljoen zijn. Dat kan geen seizoensgebonden paviljoen zijn. Daar zijn de eigenaren van op de hoogte, ook van de motie die u aangenomen heeft, want daar staat heel nadrukkelijk in dat mocht er niets ontwikkeld zijn voor 1/1/26, u het college oproept om de vergunning terug te halen. Daar zijn we mee in gesprek met de eigenaren. Dus die zijn daarmee bekend. De voorzitter: Interruptie, de heer Berg. De heer Berg: Dank u wel, voorzitter.
Ik hoor de wethouder zeggen, het kan niet opbouwen, want het moet een jaar rond zijn. Hij kan niet seizoen opbouwen. Maar Rapa Nui heeft ook volgens omgevings … de bestemming een jaar rond strandtent en die bouwen toch seizoen op. Wat is het verschil tussen die twee locaties? De voorzitter: De heer Carree. De heer Carree: Ik ken het omgevingsplan strand niet helemaal uit mijn hoofd, omdat ik sinds kort de portefeuille heb, maar volgens mij is Rapa Nui nog niet definitief een jaar rond, klopt. De voorzitter: Laten we deze discussie hier niet voeren. Of wilt u daar nog iets kort over zeggen? De heer Berg: Hij is wel vergund. Hij is als jaar rond. Hij kan samen op een kavel met de Republiek. Rapa Nui gaat volgend jaar een vergunning aanvragen voor jaar rond. Dus voor ons komt er eigenaar wissel. Dat is al bekend in de wandelgangen. Maar de bestemming ligt er al op. Hetzelfde als de bestemming bij Riche. De voorzitter: Helder, dank u wel. De heer Carree. De heer Carree: Ik zit even te kijken. Volgens mij heb ik alle vragen beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Is de tweede termijn of interruptie? De heer El Gebaly.
De heer El Gebaly: Voorzitter, eigenlijk als toevoeging op de heer Berg zou het wel mogelijk zijn voor de portefeuille dat op die specifieke vraag van de heer Berg schriftelijk wordt teruggekomen, want ik ben ook van mening dat wat de heer Berg zegt, voorzitter, dat dat ook zo is afgesproken met ons als raad ten tijde van het afgeven van de vergunning toen. De voorzitter: De heer Carree. De heer Carree: Daar kom ik schriftelijk op terug. De voorzitter: Dan ga ik nu door naar de tweede termijn of nog een interruptie, de heer Berg. De heer Berg: Dank u wel, voorzitter. Ik had ook nog een opmerking gemaakt dat de strandtenten die in de Noord, waar die strandbungalows zijn, we hoeven geen namen te noemen, maar dan weten we eigenlijk, die zijn allemaal niet geopend en is nog niet eens ingericht. Dus hoe gaan we daarmee om, dat het keer op keer per jaar blijft gebeuren? De voorzitter: De heer Carree. De heer Carree: Ik weet niet over welke u het heeft, maar ik weet dat er bij een aantal in de Noord er ook in ieder geval ambtelijk contact gezocht is over exploiteren of niet, waarbij het antwoord geweest is, als u vrijstelling van exploitatie wilt, dan betekent dat ook en daar ben ik heel stellig richting de ambtenaar in geweest, dan dient dat ook en dat betekent ook dat de strandhuisjes, de standbungalows ook niet geëxploiteerd kunnen worden.
Dus het is of de hele plot dicht of het hele plot open, om het zo maar te zeggen. Waar wel, want zoals u weet, heb ik deze portefeuille sinds kort, waar wel nog verduidelijking in dient te komen, ik heb gezegd dat dat mijn hoogste prioriteit heeft, want dat is ook een soort lacune in het omgevingsplan strand, wat is nou exploiteren? Zeker bij de seizoenspaviljoens is dat niet nadrukkelijk uitgewerkt. Bij de jaar rond paviljoens is dat iets nadrukkelijker uitgewerkt. Wanneer ze dicht mogen, hoelang ze dicht mogen, dat dat met elkaar afgestemd moet worden. Maar over de seizoenpaviljoens hebben we daar geen regels in opgenomen. U weet dat we ook bezig zijn met een omgevingsprogramma strand, de uitwerking van het omgevingsplan strand. Dit is een van de aspecten die daarin meegenomen zou worden, om te voorkomen dat we in een discussie komend van wat is nou exploiteren? Moet ik zeven dagen per week open zijn? Mag ik maar 1 dag per 24 uur dicht zijn? Of welke openingstijden heb ik? Want daar hebben we op dit moment met elkaar geen regels over opgesteld. De voorzitter: Dank u wel. Tweede termijn. Interruptie, tweede termijn. De heer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Ik heb toch een eerste termijn, maar de tweede termijn wil ik wel graag, want het antwoord van de wethouder vind ik interessant. Over die ene aanvraag om dus niet te mogen opbouwen.
Dan zouden we, juist om ook wat u noemt, de redenen van, de exploitatie, kan de wethouder wat meer over zeggen, over wat de aard van het verzoek was? De motivering? Of is dat niet voor deze ruimte? Maar ik zou er toch wel iets meer over willen weten, wat de achtergrond is, dat zo'n verzoek wordt gedaan. U weet misschien, ook bij ons is de, wij hebben al langer gepleit ervoor om nog eens te kijken of die 37 paviljoens inderdaad of dat wel een haalbaar aantal is, economisch. Dus wat ons betreft, als de redenen zijn inderdaad dat er niet geëxploiteerd kan worden omdat men dat… Goed, daar moeten we het een keertje over hebben. Nog een tweede punt, de wethouder zegt net, er is een lacune in het omgevingsplan strand. Want we hebben niet gedefinieerd wat exploiteren nu is. De koppeling met, in hoofdvorm moet de exploitatie van het paviljoen zijn en daaraan moet een bungalow ondergeschikt zijn. Dat was inderdaad, zo staat het ook in ons beleid. Strandbungalows, niet om het een of ander, maar het CDA heeft er destijds al voor gewaarschuwd, dat wij dat moeten invullen en we hebben daar destijds ook voor gepleit om daar ook een keuze te maken voor ofwel kijk je naar moet er iets economisch exploiteren, moet er dus eigenlijk meer geld binnenkomen via het restaurant dan via de bungalows? Of hebben we het alleen maar over exploitatieoppervlakte? Dat soort verschillende
invalshoeken. Maar die discussie willen we graag aangaan en wat ons betreft, vinden we ons bereid om dat nader aan te vullen met een besluit. Maar ik hoor graag van de wethouder hoe hij dat ziet, hoe hij dat graag wenst in te vullen, want ik begrijp de wethouder als ik het goed heb zo, dat het college dat niet zelf gaat invullen, maar dat het college dat aan de raad vraagt om nader in te vullen. Maar dat hoor ik graag of ik de wethouder daar goed heb gehoord. Dat was het voor nu. De voorzitter: Dank u wel. Tweede termijn, de heer de Graaf. De heer De Graaf: Ja, voorzitter, dank u wel. Even over het exploiteren. Letterlijk in het woordenboek staat dat exploiteren uitbaten is en daar gaat het om, of we daar nu openingstijden aan willen gaan koppelen, dat vind ik een hele goede. Alleen, we weten ook dat wanneer je iets exploiteert, dus gaat uitbaten, dat het niet uitmaakt of er nu wel strandbungalows naast staan of dat ze er niet naast staan. Ik vind dat als je dat los gaat koppelen van elkaar, dat dat niet juist is. Als er een strandpaviljoen is die bungalows heeft, dan moet beide worden uitgebaat. Ik zie dat als een. Openingstijden, dat vind ik wat lastiger, want dan zou je kunnen gaan zeggen van ja, iemand mag open van acht uur 's morgens tot zes uur ’s avonds, omdat ze geen personeel kunnen krijgen. Ik noem maar een zijstap. Dat vind ik een interessante.
Daar zou ik graag nog de discussie over aan willen. Verder, het oude Riche, zoals ik hem even noem. Ik hoor de wethouder zeggen dat per 1 mei er gesprekken gaan worden gevoerd met de eigenaar van Riche, als ik dat goed begrepen heb. Maar ik vraag mij af waar die gesprekken dan over zullen gaan, omdat Riche op een stuk grond staat wat niet van de gemeente is, noch van de provincie, maar van de overheid in het algemeen, dus van de Nederlandse staat. Ik weet dat al jaren en de VVD heeft daar in 2023 al vragen over gesteld, dat daar twee ambtenaren mee bezig zijn om daar een vergunning voor te gaan afgeven om daar een hotel en een strandpaviljoen neer te zetten. Nog steeds is die vergunning niet afgegeven. Dat is hetgeen waar de eigenaren op aan het wachten zijn. Dus wat de PVV al zei van, je moet wat met dat gebouw, dat onderschrijf ik volledig, want het is gewoon geen gezicht wat er op dit moment staat. Maar ik vraag mij daadwerkelijk af, wat kan de gemeente in dat geval gaan doen? Dus dat is eigenlijk mijn kernvraag. Dank u. De voorzitter: Interruptie, de heer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Een hele korte interruptie op mijn collega.
Terecht zegt de heer de Graaf, we moeten niet, als het gaat om exploitatie, ik begrijp die definitie uit het woordenboek, waar het mij om ging en dan vraag ik graag of hij het ermee eens is, dat wij moeten oppassen met wat wij gaan definiëren qua exploitatie, want het zou zomaar kunnen zijn dat wij een hele slechte zomer krijgen, een hele verregende zomer, waarin misschien het terras helaas niet zo groot geëxploiteerd is, maar de strandhuisjes wel vol zitten. Wij pleiten dat, vast een voorschot op onze insteek, er wel voor dat we daar niet te streng op zullen rekenen dan dat de exploitatie van huisjes niet meer ondergeschikt is. Dus daar moeten we goed naar kijken. Is de heer de Graaf het daarmee eens? De voorzitter: De heer De Graaf. De heer De Graaf: Voorzitter, daar ben ik het deels mee eens. Ik denk dat als de huisjes worden geëxploiteerd, dat er voor het strandpaviljoen ook wat geld te verdienen valt. Dat moet toch beter worden, er moet gedineerd worden, dus ik zie dat daadwerkelijk toch als een. Ik vind en dat ben ik met mijn collega eens, dat je daar ook niet al te streng naar moet gaan kijken. Maar ik vind niet dat je het automatisch moet gaan loskoppelen van elkaar. De voorzitter: Dank u wel. Tweede termijn. De heer El Gebaly.
De heer El Gebaly: Voorzitter, er ontstaat een interessante discussie wat betreft de strandhuisjes en wat wij daar in de Noord eigenlijk mee willen doen. Wat GroenLinks en Partij van de Arbeid betreft, is het heel simpel en zijn die strandhuisjes te allen tijde ondergeschikt aan de hoofdactiviteit, namelijk het zijn van een
strandpaviljoen. Dat we dat op die manier ooit daar hebben toegestaan, valt van alles over te zeggen. Gedane zaken nemen helaas geen keer, wat dat betreft. Alleen, wij zijn wel echt van mening dat dat alleen maar is als ondergeschikt onderdeel. Want juist het mooie unieke van ons strand is de diversiteit in diverse paviljoens, waar je je hapje en je drankje kan doen of lekker in de zon kan zitten. De GroenLinks, Partij van de Arbeid ziet niet echt een rol weggelegd, ook een rol dat het paviljoen ondergeschikt is aan de huisjes. Wij vinden dat geen goede zaak. Dus als de partijen het hierover willen hebben, dan kunnen ze niet op de steun van onze partijen rekenen. Voor de rest, dank ook aan de wethouder voor de schriftelijke beantwoording dan die gaat komen betreffende de casus die de heer Berg ook heeft aangegeven en ook dank voor het agenderen, want ik denk dat het altijd goed is dat wij het hier als gemeenteraad over hebben en de beantwoording van de wethouder was voor de rest duidelijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen eigenlijk aansluiten bij de heer El Gebaly van GroenLinks en daarbij ook bij mevrouw Koper van PvdA. Wij vinden ook dat de huisjes ondergeschikt zijn en het liefst zien we geen nieuwe.
Het liefst had ik ze persoonlijk allemaal niet gezien, maar zoals gezegd werd, gedane zaken kan je slecht omkeren. Maar de huisjes zouden wat ons betreft altijd ondergeschikt moeten zijn. Bij voorkeur zien wij ook dat eerst het paviljoen geopend wordt en daarna pas de huisjes. Dank u wel. De heer Berg: De heer Berg, tweede termijn. De heer Berg: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben blij met de beantwoording van de wethouder. Ook dat hij merkt dat er een verandering is in proactieve meldingen. Dat is fijn, want daar zijn we eigenlijk mee bezig, dat je het samen met de ondernemers doet en dat je het geëvalueerd hebt vorig jaar en dat je probeert nieuwe afspraak te maken. Wel maak ik me zorgen dat er sommige overtredingen blijven bestaan en hoe we daar dan in de toekomst mee om moeten gaan. Ik hoop dat de portefeuillehouder daar ook zorgen over heeft. Zoals die strandtent niet opgebouwd is en die u vorige week heeft afgewezen, ik vraag me af, wat voor termijn wordt er nu aangesteld dat het alsnog opgebouwd wordt? Normaal is er dus, een week of zes, zeven staat ervoor. Dus straks gaat hij rond Pinksteren, Pasen komt eraan, … opbouw op Pinksteren, dan is het natuurlijk niet bevorderlijk dat we in de drukke periode dat soort activiteiten alsnog over de boulevard heen en weer rijden en hijskraan is bij die tent nodig.
Dus wat dat betreft, ik hoop dat dit eenmalig is, dat deze uitstel heeft en dat we als het volgend jaar weer hetzelfde is, dat we dan er toch anders mee omgaan. Dit kan niet blijven gebeuren en ook in de Zuid of in de Noord, dat er dingen nu niet geëxploiteerd zijn, we kunnen allemaal nu een rondje fietsen, 22 maart moeten ze open en het gebeurt niet en dan kunnen ze wel proactief zijn. Maar toch vind ik het niet een goed signaal dat we dit gewoon toch maar dan laten gebeuren. Regels zijn regels en niet richtlijnen, zoals mijn buurvrouw zei. Voor de rest ben ik het eens met mijnheer El Gebaly van GroenLinksPvdA, over zijn inbreng van strandhuisjes in relatie tot de strandtenten, dat het ondergeschikt moet zijn. Ik denk dat we daar ook eigenlijk betere afspraken over moeten op papier zetten. Wat, wanneer noem je nou iets ondergeschikt? Wanneer wordt er nou iets geëxploiteerd, maar dat dat hoorde ik al de wethouders zelf aangeven. Tot slot, sorry, toch twee dingen. Niet tot slot. Die 1000, het is wel 23a en het is nu 23, want het is gecorrigeerd, zegt u. Maar het verbaast mij toch dat hij nu al 1059 vierkante meter thans al groot is. Hoe bestaat dat? Ik hoop dat u me daar een uitleg over kan geven.
Tot slot dan wel, Riche, ik weet dat de opbouw van die strandtent, daar hebben we een motie voor aangenomen, dus daar zou eindelijk eind van dit jaar duidelijkheid over moeten komen wat er gebeurt, dus wat dat betreft, dat die nu niet seizoen is, dat interesseert me… Ik hoop gewoon dat we volgend jaar wel een mooi plan daar krijgen en dat er iets van de grond gaat komen. Dat het braak blijft liggen en dat het er zo verloederd uitziet en dat er eigenlijk voor de negende jaar al niets gebeurt, het is eigenlijk te zot voor woorden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Ik zie de heer Sukel.
De heer Sukel: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk gaat het dan toch weer over Riche. Het is niet de aanleiding voor het agenderen van dit stuk, want dat weten we pas eigenlijk sinds kort dat daar vragen over zijn gesteld, dat de krant erover heeft schrijven. Ik hoor de wethouders zeggen, het stuk is van de staat. Dat is misschien een vraag die u schriftelijk kan beantwoorden, dat kan. Maar wie gaat er dan over en wie moet er dan ingrijpen? Ik heb uw brief gelezen aan Riche. Ik vind hem misschien wel veel te lief of zij vindt hem te lief, maar als wij niet over gaan, hoe kunnen we nog zorgen dat Riche, dat er wel wat gebeurt, dat het gewoon wordt afgebroken, bij wijze van spreken, dat het gewoon er beter uitziet? Dat vind ik wel een interessante. Wij gaan wel over de bestemming, volgens mij als gemeente, want dat ligt in ons grondgebied. Maar als wij niet gaan over de vergunning aan dat soort zaken, dan ben ik wel benieuwd hoe dat dan wel zit. Verder, aansluitend op de eerdere opmerkingen, het strandhuisje zijn gewoon ongeschikt, punt, maar dat ligt eigenlijk al vast, dus daar zie ik ook geen ander beeld in. Ik wil het daarbij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie twee handen. De heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel, voorzitter. Het was een interruptie op de Sukel. Want hij geeft in ieder geval aan dat die brief iets te lief is.
Wij zien graag ook dat er actie ondernomen wordt. Maar we begrijpen ook dat de gemeente op dit moment niet heel veel heeft te willen en dat op het moment dat het gebouw wordt afgebroken, dat die partij dan ook zijn stikstofruimte verliest, dus dat dat ook helemaal niet tactisch is, om dat nu al geheel weg te halen, maar dat het wel natuurlijk zo chic zou staan als, laat ik het zeggen, de onderzoeken zijn afgerond voor de verzekering. Dat het mij … het wel opruimt. Maar dan vraag je wel om goodwill of een welwillende medepartij. Dus ik vraag me af, is een lieve toon en juist die constructieve houding niet wel het juiste pad voorwaarts voor Zandvoort? De voorzitter: De heer Sukel. De heer Sukel: Sorry. Dat vind ik een ingewikkelde vraag. Onze constatering is, we denken van terecht, opmerkingen over de onderzoeken, dat soort dingen, maar het ziet er niet uit op dit moment. Dat vinden we, denk ik, allemaal. We lopen al jaren tegen dat pand aan wat we daarmee moeten, wat we daarmee willen. Dan is ons statement, het is ook een keertje klaar en laten we dan duidelijk zijn. Dan is het meer zo op dit moment van, breek het dan af dan liever dat het leeg is en kaal dan dat je tegen een verkrot pand aankijkt. Dat is misschien op het Franse platteland charmant, maar wat mij betreft niet aan ons strand. De voorzitter: Ik zag eerst de hand van de heer El Gebaly, daarna van de heer Berg.
Heeft u nog een interruptie? De heer El Gebaly: Ja, misschien wel een korte, verduidelijkende vraag dan ook, want ik ben benieuwd of de heer Sukel op de hoogte is dat bijvoorbeeld de fractie van GroenLinks zal echt al bijna jaren vragen gesteld over Riche en dat daar eigenlijk nooit de handen voor op elkaar zijn gekomen in de raad. De voorzitter: De heer Sukel. De heer Sukel: Dank u, voorzitter. Daar zijn we zeker van op de hoogte. Absoluut. Wij steunen dat pleidooi ook. De voorzitter: De heer Berg. De heer Berg: Ik hoorde mijnheer Sukel zeggen, het staat ook vast wat ondergeschikt is. Maar wat is nu ondergeschikt in deze discussie? Moet het ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw, aan de vierkante meter dat het opgebouwd is of moet het ondergeschikt zijn in de exploitatie van de omzet? Die discussie staat volgens mij, naar mijn weten, helemaal niet vast. Het staat alleen vast dat het ondergeschikt is, maar aan welke voorwaarden hij ondergeschikt moet zijn, of het de vierkante meter is in de bebouwing, of het de
exploitatie is van de omzet, die openingstijden, dat ondergeschikte belang is onder gesneeuwd. Bent u dat met me eens? De voorzitter: De heer Sukel. De heer Sukel: Dank u, voorzitter. Ja, dat ben ik met u eens. Volgens mij zijn we het allemaal eens dat er staat ondergeschikt. Terechte opmerking, de voorwaarde wat dan ondergeschikt is. De definities daarvan. Terechte opmerking. Ja, hoor. De voorzitter: Dank u wel. Dan stel ik voor om nog even het woord te geven aan de wethouder, want er zijn zoveel vragen gesteld. Dus mocht iedereen ermee akkoord gaan, dan geef ik graag even het woord aan de heer Carree. De heer Carree: Ja, voorzitter, dank u wel. Volgens mij ligt het college helemaal in lijn met de commissie wat hier over de strandbungalows gezegd wordt. Dat heb ik in mijn eerste termijn ook proberen aan te geven. Misschien was ik niet helemaal duidelijk genoeg, maar wij willen juist nadere regels gaan stellen in het omgevingsprogramma strand, omdat er op dit moment nog wat ruis of verschil van interpretatie kan zijn. Volgens mij heb ik ook gezegd dat ik nu als portefeuillehouder al het standpunt heb ingenomen, naar aanleiding van nog geen formeel verzoek, maar wel een voorzichtige vraag, dat of je exploiteert het hele plot, of je exploiteert niets. Dus ik maak geen onderscheid tussen bungalows en strandtent.
Volgens mij ben ik daar heel duidelijk in geweest in mijn eerste termijn. Nogmaals, deze onduidelijkheden gaan we proberen weg te nemen in dat omgevingsprogramma strand, wat naar u toe gaat komen, ook met een startnotitie in eerste instantie, om met u het gesprek te voeren, wat wilt u nou precies in het omgevingsplan strand hebben. Dus mocht ik het nog vergeten, dan kunt u mij op dat moment mij nog daaraan herinneren. En zullen wij ook in overleg met de vereniging van strandpachters tot participatie komen en uiteindelijk het omgevingsprogramma strand gaan vullen en bij u neer te leggen. In de tussentijd neem ik wel de vrijheid om wel nadere regels al mogelijk met de strandpachters zelf te gaan invullen. Het tot stand komen van het omgevingsprogramma strand kan nog even op zich duren. Maar in die tussentijd kunnen we misschien wel in gezamenlijkheid alvast wat afspraken met elkaar verduidelijken en op papier zetten, in afwachting van het omgevingsplan programma strand. CDA vroeg over… De voorzitter: U heeft een korte interruptie van het CDA, wil ik net zeggen. De heer Stephan: Ja, korte verduidelijkende vraag. Realiseert de wethouder zich dan wel als college zelf al deels invulling gaat geven, dat men ook het gelijkheidsbeginsel in acht moet nemen. Dus met andere woorden, bestaande situaties moeten we daar wel meewegen? De voorzitter: De heer Carree. De heer Carree: Zeker. Ja.
Kom gelijk bij uw punt, want u vroeg naar de argumenten van de ondernemers om hun strandtent niet op te bouwen. Dat zijn voornamelijk bedrijfseconomische regels die ik vanwege, omdat het echt bedrijfseconomische dingen zijn, hier niet in de openbaarheid met u wil bespreken, omdat het echt over financiën en de bedrijfsvoering zelf gaat. Maar in die kant van de dingen gaat het en nog een paar praktische zaken. Even kijken, de exploitatie strandbungalows heb ik gehad. Bungalows ondergeschikt, heb ik gezegd college eens, dat klopt. Eerst paviljoen en dan bungalows, … Jong heb ik ook beantwoord, want dat blijft gewoon staan. Handhaven, wij zijn gewoon gebonden aan regelgeving omtrent handhaven. Als iets geconstateerd wordt, dan zegt de wetgeving en regelgeving dat je een billijke tijd iemand moet geven om daarop aanpassingen om het recht te zetten. Wat Jong Zandvoort al zei, bij een klein dingetje zou dat misschien direct gebeuren of een dag, is het iets groter, dan moet de toezichthouder die daarop handhaaft, die maakt daar een inschatting in. Daar kom ik als portefeuillehouder niet tussen en dat wil ik ook niet, want dat heeft gewoon met de werkzaamheden van de toezichthouder te maken. Wat natuurlijk wel zo is, is als
blijkt dat er telkens en dan noem ik maar even misschien over meerdere jaren, bij een strandtent dezelfde constateringen wordt waargenomen. Daar ga ik natuurlijk als portefeuillehouder wel wat van vinden en dan gaan we daar het gesprek ook over voeren. De schouw, op dit moment moet nog plaatsvinden, is al gedeeltelijk… Ze kunnen niet het hele strand in één keer doen, dus ik weet dat ze bij een paar paviljoens al langs geweest … zijn, maar als de gehele schouw is uitgevoerd, zowel door de omgevingsdienst IJmond als door onze eigen handhaving, dan zal ik als portefeuillehouder daarover geïnformeerd worden, net als vorig jaar zal ik ook zo zorgen dat u als raad daarover geïnformeerd wordt. Maar u kan natuurlijk wel van mij verwachten dat ik wel even met het lijstje van 2024 daarnaast ga zitten. Ik ga kijken waar mogelijk dezelfde constateringen zullen zijn. U kent mij, u weet dat ik daar echt wel iets van ga vinden op dat moment. Ook kom ik even schriftelijk terug bij OPZ over die 1054 vierkante meter, over het paviljoen wat u zegt. Dat heb ik nu niet voorhanden. Dus of dat echt zo is. Daar kom ik schriftelijk op terug. Dan is het een paar keer over Riche gegaan. U heeft net al gemerkt, ik heb het woord Riche niet in mijn mond genomen. Ik heb het steeds over Bernie's. Strandtent en Bernie's Beachclub.
Riche is het ouwe stenen gebouw, Riche en niet om het weg te duwen, maar dat zit niet in mijn portefeuille, Riche. Dat zit bij mijn collega Jan-Jaap de Kloet, maar de vraag die hierover ging steeds, ging over de strandtent Riche. Die heb ik volgens mij beantwoord en daar kom ik schriftelijk op terug, met de beantwoording van Rapa Nui. De frustratie voor Riche die u heeft, die hebben wij als college ook, die heeft u ook uit de brief kunnen lezen die wij als college gestuurd hebben. Ik weet dat mijn collega De Kloet ook naar aanleiding van de brief, op korte termijn na het versturen van de brief wederom in gesprek is geweest met eigenaren van Riche. Het gesprek is gegaan over de verantwoordelijkheid die zij hebben omtrent, ik noem het maar even in mijn woorden, de rotzooi die daar op dit moment is. Daar hebben we ons ook in de brief nadrukkelijk over uitgesproken. Daar zijn gesprekken over gevoerd, ik heb mijn collega vorige week nogmaals weer gezien met de eigenaren daarover, dus daar zitten wij echt bovenop, maar u moet zich wel realiseren dat het een lastig dossier is, waarbij het pand op zich losstaat van, noem ik maar even, de rotzooi die eromheen ligt. Daar zit onze eerste zorg, zeker vanwege de openbare orde en veiligheid en mogelijk nog een festival wat in de zomer op datzelfde stuk strand gaat plaatsvinden.
Ook die zorgen zijn door mijn collega onder de aandacht gebracht van de eigenaren. Ook de portefeuillehouder openbare orde en veiligheid kijkt hier echt nadrukkelijk in mee vanwege zijn verantwoordelijkheid. De voorzitter: Interruptie, de heer Stephan. De heer Stephan: Heel kort, een correctie voor de goede orde. De wethouder zegt net, ik deel de zorgen van de van commissie. Ik wil wel genuanceerd hebben dat wij daar iets anders in staan. Wij zien namelijk wel dat men daar een integrale ontwikkeling nastreeft. Wij begrijpen wel dat men dan andere vorm van exploitatie daar heeft en dus wij zien het iets genuanceerder, het is niet dat wij daar een frustratie over hebben. Want de wethouder zegt dat, ik voel de frustratie van de commissie, dat ligt voor het CDA wat genuanceerder. Wij zien namelijk dat daar integrale ontwikkeling wordt beoogd. We begrijpen dus dat daar wat aarzeling over de exploitatie. Dat wil ik even genuanceerd hebben. De voorzitter: Interruptie, de heer Sukel. De heer Sukel: Dank u, mijnheer de voorzitter. Mijnheer Stephan, begrijp ik dan goed dat u het prima vindt dat het stenen gebouw nu als een half afgebroken pand met rommel eromheen blijft staan? Wij zijn ook niet tegen integrale ontwikkeling overigens, maar we vinden de huidige staat en het gezicht gewoon niet kunnen. De voorzitter: De heer Stephan.
De heer Stephan: Ik denk dat we twee punten moeten scheiden. Een, de brand, dat is vrij recent. Daarvan onderschrijven wij inderdaad dat er nu moet worden gekeken hoe dat geen gevaar oplevert voor passanten. Esthetisch is dat natuurlijk ook geen gezicht. Dat moet ik ook toegeven. Maar de discussie over het niet
opbouwen daar en het niet exporteren, loopt al langer in de commissie en in de raad en daar zien wij dat iets genuanceerder. De voorzitter: De heer Berg. De heer Berg: Mijnheer Stephan ziet het wat genuanceerder, maar na negen jaar, hoelang is uw geduld nog? De voorzitter: De heer Stephan. De heer Stephan: Ik denk dat er misschien aan beide kanten van de tafel in het overleg wat dingen sneller kunnen, aan beide kanten van de tafel, ook aan de kant van de gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Interruptie, de heer de Graaf. De heer De Graaf: Ja, even op mijn collega. Waar blijft de gemeente dan in gebreke volgens u? Want nogmaals, mijnheer Sukel, die heeft mij heel kort gebombardeerd tot wethouder, dat ik gezegd zou hebben dat het van de staat is. Ik wil heel graag wethouder zijn, maar ik ben het nog niet, dus dat heb ik gezegd ook nog. Dus we kunnen heel weinig in mijn optiek met Riche en of je het nou Riche of Bernie’s noemt, Bernie's is de eigenaar van Riche en die hebben op dit moment de verantwoordelijkheid. Dan kunnen wij als gemeente zoveel willen, maar nogmaals, dat is van de staat. Dat loopt inderdaad en dat ben ik met de heer Berg eens, dat loopt al negen jaar. Nogmaals, ik heb uit goede bron vernomen dat er slechts twee ambtenaren op zitten die blijkbaar heel erg lang moeten nadenken of dat nou wel kan of dat nou niet kan. Daar heb ik nog steeds geen antwoord op.
De voorzitter: Ik zie nog een interruptie, El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, het is geen interruptie, maar meer een punt van orde. Want er wordt nu over ambtenaren gesproken en over of die wel of niet goed hun werk doen. Van mij gaan wij daar absoluut niet over in de raad. De voorzitter: Waarvan akte. Dit agendapunt was alleen ter bespreking. Ik stel voor dat we rustig aan toegaan naar een afronding. Was u klaar, mijnheer Carree? De heer Carree: Volgens mij heb ik alle vragen beantwoord, voorzitter. De voorzitter: Dan rond ik bij deze het agendapunt af en dank ik u voor uw inbreng. 11. Opinienota afvalstoffenheffing De voorzitter: Dan zijn we bij agendapunt 11, opinienota afvalstoffenheffing. Het college wenst graag de mogelijke maatregelen. Hoelang heeft u nodig? Een schorsing van vijf minuten. Ik heropen de vergadering bij agendapunt 11. Dan gaan we nu dus door met het agendapunt opinienota afvalstoffenheffing. Het college wenst graag de mogelijke maatregelen om de stijging van de afvalstoffenheffing zo veel mogelijk binnen de grenzen van de inflatie te houden en dit te bespreken met de commissie. Naast mij is wethouder De Kloet aangeschoven, er hebben zich geen insprekers gemeld. Wie kan ik het woord geven? Ik zie de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg: Ja, voorzitter, om maar meteen even in te haken op uw introductie.
We slagen er niet in om het binnen de inflatiegrenzen te houden. Dat is wel helder. Goed. Ik ga maar even in op verschillende maatregelen die worden voorgesteld in de opinienota. Ik begin maar even met de maatregelen buiten het huidige beleid. Er is sprake van een differentiatie in afvalkosten. Wel naar de omvang van een huishouden.
Een, twee of drie of meerpersoonshuishoudens. Dit biedt een kostentoerekening die ertoe leidt dat kosten meer in balans zijn met de hoeveelheid aangeboden afval. Voor kleine huishoudens betekent dat lagere kosten, voor grotere huishoudens hogere kosten, maar je kunt ook de redenering volgen dat meerpersoonshuishoudens al sowieso hogere kosten hebben en daarom enigszins ontzien moeten worden. Voor de gemeenten blijven de inkomsten gelijk, maar zijn er wel extra administratiekosten. Dus wat levert dit per saldo op? Dan is er sprake van een invoeren voor een aparte prijs voor 140 of 240 liter containers. Dat lijkt ons een hele goede om dat te doen. Restafval aanbieden op basis van een maximumaantal klepopeningen. Dat is ingestoken omdat bewoners van hoogbouw nu onbeperkt afval in ondergrondse containers kunnen deponeren en daarmee wordt gedacht aan een doorberekening op basis van het aantal klepopeningen. Maar voorzitter, afvalkosten zijn afhankelijk van de hoeveelheid aangeboden restafval, niet van het aantal keren dat je iets in een klep doet. Dan is er natuurlijk wel een zekere samenhang, maar niet per definitie. In flats, merk ik uit eigen ervaring op, is er vaak geen ruimte voor grotere containers en dus wordt vuil vaker in kleinere hoeveelheden aangeboden en in ondergrondse containers gedeponeerd.
Daarom lijkt het ons billijk om eerst doorberekeningen op basis van het aantal klepopeningen in plaats van de hoeveelheid aangeboden afval uit te zoeken. Want dat is wat ons betreft niet helemaal helder, hoe die verhouding zit. Dan wordt er gesproken over korting op afvalstoffenheffing. De voorstellen passend binnen het vastgestelde beleid om tot een verlaging van kosten te komen, die lijken ons oké, voor zover die niet elders tot kostenverhogingen leiden. Want vaak moet je doen, om meer om te kunnen verdelen, moet je meer weten, moet je meer controleren, moet je meer administreren. Dus daar moet je, denken wij, wel goed op letten. Dat geldt ook voor de korting op afvalstoffenheffing, differentiatie in tarieven en afvaltoeslag voor toeristische verhuur. Dat leidt ook tot meer controle en administratie en waarschijnlijk meer kosten. De vraag is dan dus, wat levert dat per saldo dan op? Dan wordt er ook gezinspeeld op een bijdrage uit de algemene middelen. Daar zijn wij niet enthousiast voor. Het kostenniveau in Zandvoort wijkt niet af, dus de kosten om het afval op te halen, wijkt niet af van de benchmark en de tarieven in Zandvoort. Die behoren al tot de laagste in Noord-Holland. Daarom zien wij geen aanleiding voor een bijdrage uit algemene middelen.
Bovendien zijn wij natuurlijk in onze tarieven het eens geworden bij de aanvang van deze raadsperiode over de kostendekkendheid van tarieven. Daar gaat dit over. Natuurlijk moet je rekening houden met mensen die lage inkomens hebben. Daar hebben wij regelingen voor, minimabeleid. Dat moet je inderdaad zeker doen. Maar op het moment dat je dus ertoe zou gaan besluiten om algemene middelen te gaan gebruiken om kosten te dekken voor lagere inkomens, dan zijn we naar ons idee bezig met de inkomenspolitiek. Dat is wat ons betreft een stap te ver. Ik denk dat wij… De voorzitter: Excuus, u heeft een interruptie, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Bouberg Wilson zeggen dat de algemene middelen worden gebruikt ter dekking van de lagere inkomens. Maar volgens mij staat dat er niet. Volgens mij lees ik dat er, als het niet volledig kostendekkend is, dat er dan een bijdrage aan de algemene middelen moet zijn. Klopt dat? De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ik lees het zo dat op het moment dat er dus onvoldoende kosten worden gedekt, dan moet je niet algemene middelen aanspreken. De zin waarin ik kostendekkende tarieven begrijp, maar misschien ziet mevrouw Koper dat anders. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Nee, mijn bijdrage komt nog. Maar het ging mij om die lage inkomens. Dat staat hier niet.
Dat wilde ik even rechtzetten.
De heer Bouberg Wilsen: Maar ik dacht dat de hele opzet van deze expositie is om waar mogelijk lage inkomens te ontzien. Waar het betreft de hogere dan de inflatiecorrectie. Ik dacht dat dat hele opzet van deze … is. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Bouberg Wilsen: Dank u, voorzitter. Ik denk overigens dat ik aardig aan het eind van mijn eerste punt was en ik denk dat het inderdaad… Waar ik nog wel even nieuwsgierig ben, dat is namelijk, we spreken hier over een opinienota. Maar wij missen de opinie van het college. Daar zijn we wel nieuwsgierig naar. We zijn benieuwd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Aan wie kan ik het woord geven? Ik zie de heer Stephan, CDA. De heer Stephan: Dank u wel. Afsluitend met het laatste wat de heer Bouberg Wilsons zegt, ook wij misten eigenlijk een keuze van het college. Althans, misschien lazen wij het zo dat het college eigenlijk zegt, we moeten alle maatregelen nemen die wij hier voorstellen, maar dan horen we graag hoe het college erover denkt. In elk geval willen we even reflecteren op een paar punten waar we het niet mee eens zijn, maar er staan heel veel goede dingen in. Maar ik benoem graag alleen eventjes de punten waar we wat bedenkingen hebben. Allereerst, als het gaat om maatregelen passend binnen het beleid.
College geeft als suggestie stoppen met reinigen van de GFT-minicontainers en zegt dat de verantwoordelijkheid van de bewoners zelf moet komen. Dus die zelf zo'n groene bak hebben. Ze zeggen, het is wel noodzakelijk om de verzamelcontainers op standaard, ik neem aan dat dat … dingen zijn, dat die wel nog worden gereinigd, want dat is noodzakelijk voor de gewenste hygiëne en geurtjes en overlast van plaagdieren tegen te gaan. Maar dan vragen wij ons af, zelf heb ik ook zo'n groene bak. Ik heb zelf geen tuinslang, sommige mensen hebben dat wel. Ik heb dat niet. Ik zou niet weten hoe ik zo'n groene bak moet schoonmaken. Met een zeepje misschien. Maar u ziet het al, Zandvoort gaat dat, denk ik, moeilijk vinden om zo'n bak schoon te maken, terwijl het eigenlijk een kleine moeite is en we zien ook niet dat dat een besparing van 32.000 euro moet opleveren, terwijl die bakken toch al worden geleegd. Het is volgens mij, legen en schoonmaken, is dat een kort proces. Dus … zouden we een stukje gemak mag de Zandvoorder wel gegund worden hier, want we hebben het ook over klantvriendelijkheid van de gebruiker, dus daar zijn we geen voorstander van. Dan hebben we het… Een vraag over een andere maatregel, het verhogen van de kosten van een tweede restafvalcontainer, een grijze bak. Daarmee wil het college 18.000 euro besparen op jaarbasis.
Wij vragen ons af, die tweede restafvalcontainer, dus het college geeft aan dat op dit moment circa 400 stuks in de omloop zijn, tweede bakken. Wij vragen ons af, waar staan die dan? We hebben een vermoeden. Is dat misschien bij Airbnbexploitanten? Maar dat is mijn vraag. Want dan zouden we ons dat eerder kunnen voorstellen dan wanneer dat andere redenen heeft. Dan nog een mening over het voorstel meer differentiatie in de afvalstoffenheffing op basis van gezinssamenstelling. Collega Bouberg Wilson gaf net aan, de gedachte dat grotere huishoudens ook hogere kosten hebben, is onzes inziens niet altijd noodzakelijkerwijs zo. Want wat je ook vaak ziet, is dat eenpersoonshuishoudens juist duurder uit zijn. Als je voor twee personen boodschappen doet, dan is zo'n boodschap toch al vaak goedkoper. Maar zo kan het misschien ook op andere aspecten werken, namelijk als het gaat om de gedachte die het college hier deelt is, hoe meer personen een huishouden, hoe meer afval, maar daar wordt, denk ik, miskend dat een groter huishouden ook grotere pakketten inkoopt. Dus niet noodzakelijkerwijs meer afval produceert, maar gewoon anders inkoopt. Dus die relatie vinden wij een nietonderbouwde link die wordt gelegd, dus dan vinden we gevaarlijk om dan ook meteen tarieven te gaan invoeren voor het aantal personen in een gezin.
Dat moet dan onzes inziens eerst nader worden onderzocht, hoe zit dat nou? Hebben gezinnen met meer gezinsleden inderdaad ook meer afval? Als dat zo is, dan zouden we dat graag onderbouwd willen zien. Nog eentje, dat delen we ook met OPZ, zegt dat het ook al. Invoeren, een aparte prijs voor 140 en 240 liter containers, ik moet even iets anders zeggen. Het college stelt voor om bij bewoners van hoogbouw, dus mensen in een flat of een appartementencomplex, een maximalisering van het aantal klepopeningen in te voeren. Ook daar moeten we goed over nadenken, want zoals de heer Bouberg
Wilson net ook terecht zegt en ook daar ben ik gelukkig, althans gelukkig, toevallig heb ik daar ervaring mee dat je zo’n klep, dat heeft een beperkte ruimte waar iets in kan doen en soms sta ik daar met twee zakken en moet ik hem gewoon twee keer openen, terwijl het eigenlijk gewoon een onhandig formaat is wat je moet aanbieden in zo'n klep. Maar ik bied eigenlijk qua gewicht bijna niets aan. Dan vind ik het gevaarlijk. Ik moet er goed over nadenken over hoe vaak ik die klep open aan het einde van de maand, als ik daarvoor gestraft wordt. Dus daar moeten we ook goed naar kijken of er niet een andere manier is, bijvoorbeeld door het wegen van het afval. Ik bedoel, bij de afvalstraat wordt er afval gewogen. Is dat niet eerder mogelijk, dat het wegen van hoeveel gewicht dat wordt aangeboden. Dat vind ik een betere maatstaf dan wanneer we kijken hoe vaak de klep opengaat. Maar ja, ook dat moeten we natuurlijk allemaal kosten baten technisch in de gaten houden. Want als het allemaal heel duur is om dat in te voeren, dan doe dan maar niet. Verder zijn er een aantal andere suggesties. Die ga ik nu niet benoemen. Maar daar staan we helemaal achter. Ik geef u alleen eventjes de kritiekpunten mee. Ik hoop dat de wethouder goed heeft meegeschreven. De voorzitter: Bedankt. Eerste termijn, de heer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter.
We vinden het als VVD zijnde lastig omdat we nu al heel diep inhoudelijk ingaan op maatregelen. We horen al allemaal ervaringen over klepopeningen en hoe we een groenbak moeten schoonmaken. Maar we hebben ook stukken voorbij zien komen, zoals bijvoorbeeld de benchmark huishoudelijk afval en het onderzoek naar Spaarnelanden meten is weten. Wat we eigenlijk veel liever zouden zien, is dat we als commissie zijnde breed de uitgangspunten gaan bespreken. Wat vinden wij nou belangrijk in een afvalbeleid? Want als we ook kijken naar de cijfers in Zandvoort, dan bieden we ongeveer gemiddeld huishoudelijk afval aan, maar we scheiden wat minder. Dus we hebben meer restafval. Maar tegelijkertijd hebben we relatief gezien, ten opzichte van andere gemeentes, een zeer laag tarief. Dus er gaan ook dingen goed en er werd bijvoorbeeld net genoemd, misschien hebben we wel veel meer afval door de bnb's, dus zijn de kosten daardoor veel hoger. Maar als we bijvoorbeeld kijken naar welke gemeentes heel veel huishoudelijk afval aanbieden, dan zijn dat Heemstede en Velsen, die staan weer daar volgens mij weer niet bekend om. Dus het lijkt ons eigenlijk veel zinvoller om die discussie echt ook te gaan voeren op basis van die data en die cijfers waarin we bijvoorbeeld uitgangspunten meegeven. We hebben bijvoorbeeld gezegd dat het kostendekkend zou moeten zijn. Wat ons betreft ook simpel en goedkoop.
We moeten, lijkt ons, ook handig om juist te stimuleren om voor de inwoners om bijvoorbeeld goed en wenselijk gedrag te gaan vertonen. Maar voor ons is dat nog niet helemaal duidelijk wat dat dan moet zijn. Of het bijvoorbeeld wel heel veel zin heeft om het afval te gaan scheiden of juist niet, want dat is wat ons betreft niet heel erg duidelijk vanuit de opinienota en ook die andere stukken die ik net kort aanhaalde. Want we kunnen ons bijvoorbeeld ook heel goed voorstellen, als je bepaalde zaken duurder maakt, dat het bijvoorbeeld meer zwerfafval in de hand kan gaan werken. Dat is wat ons betreft absoluut niet de bedoeling, zeker ook niet als we dan daarmee eens een klein beetje besparen en vervolgens op een ander thema bijvoorbeeld het zwerfafval er veel meer kosten kwijt zijn. Dus op zich is het heel erg goed, wat ons betreft, dat er gezocht wordt naar bepaalde oplossingen. Alleen, het gaat wel heel erg over de details. Wat ons betreft zou dat gesprek het liefst ook hoog over gevoerd moeten worden. Dus ik ben ook wel benieuwd hoe de rest daarover denkt. Wellicht dat we die discussie dan hopelijk voor binnenkort kunnen parkeren. Ik hoor graag ook hoe de portefeuillehouder daar tegenover staat en of hij ons wellicht op korte termijn ook kan bedienen. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Dank voor het woord en een opmerking vooraf.
In de nota wordt gesproken met het woord chemokar als het gaat om het … klein chemisch afval. Ik doe vriendelijk beroep, het is niet gepast om het woord chemo in dit verband niet te gebruiken. Dan de opinienota afvalstoffen, deze inbreng is namens GroenLinks en ik wou bijna zeggen, ook namens de VVD, want ik ben het roerend met de VVD eens. Kostenbeheersing en effectief afvalbeleid, want daar gaat het hier om. Voorzitter, volgens ons is dit het moment om samen te zorgen voor een beter en betaalbaar afvalbeleid. Want de doelen worden nu niet
gehaald uit ons eigen beleid en de kosten stijgen. Maar waar dat aan ligt, is niet duidelijk. De lasten zijn voor de inwoners zo niet te beïnvloeden. Dit verdient een doordachte aanpak. Wat collega Drommel zei, hoogoven graag. In 2023 stelde het college een forse verhoging van de afvalstoffen met 12,5 procent vanwege gestegen verwerkingskosten en een onvoldoende gevulde egalisatiereserve om dit op te vangen. Toen hebben wij, Partij van de Arbeid, GroenLinks, D66, een voorstel ingediend om deze stijging te beperken tot inflatieniveau. Concrete kostenbeheersing willen we realiseren. Dat stond in datzelfde amendement. Dit werd raadsbreed gesteund en in 2024 herhaalden we dit standpunt, mede samen met CDA, omdat er opnieuw geen structurele maatregelen lagen. Maar ondertussen ligt er een benchmark, het meten en weten-onderzoek en hoog over is de conclusie, de afvalscheiding stagneert en moet beter. Vooral op gft en PMD. Maar tegelijkertijd blijken onze kosten niet buitensporig te zijn. Maar in plaats van deze analyses verder uit te werken en te benutten, komt het college nu met een voorstel vol losse maatregelen. Voor ons is niet goed duidelijk hoe die maatregelen getoetst zijn en waaraan, zoals de heer Stephan ook al aangaf, en welke bijdrage de maatregelen hebben bij onze beleidsdoelen. Ook de kostenbesparing is niet helder, want de kostenanalyse ontbreekt.
Kan de wethouder uitleggen waarom hiervoor gekozen is? En het voorstel wat de heer Drommel deed, zou ik graag willen ondersteunen. Want dit is, onzes inziens, de verkeerde volgorde. Eerst moet duidelijk worden, waarom halen we die doelen niet, welke kosten vallen nu in die kostendekkendheid? Dat hebben wij nog niet helder. Welke maatregelen helpen echt om meer gft en PMD te scheiden en hoe kunnen we de kosten beheersen zonder onnodige lastenverzwaring? Want zonder die heldere kostenanalyse, voorzitter, kunnen we geen verhoging boven inflatie rechtvaardigen. Wij tenminste niet. De egalisatiereserve blijft voor ons bovendien een punt van zorg, daar zouden we ook graag inzicht in willen krijgen. Als het gaat om de simpele vergelijking met andere gemeenten, dat is natuurlijk geen vrijbrief voor tariefstijging, want elke gemeente heeft een eigen aanpak, een eigen systeem en eigen afspraken. Wat ons betreft moet de impact van toeristische verhuren op de afvalstromen ook beter in beeld komen. Die kosten moeten niet door de inwoners worden opgebracht, maar uit de toeristenbelasting. Kortom, analyse is wat ons betreft echt nodig om te kunnen komen tot een samenhangende visie. Als ik dan toch een voorbeeld mag noemen uit de nota die wel tot de verbeelding spreekt vanavond, dan zijn dat wel de opgevoerde klepopeningen. Hier ontbreekt onderbouwing geheel.