CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrieven tussen 18 juni en 29 juli 2024

Raadscommissie 10 september 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Bespreking overzichten22.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kenmerk: 2024/1046882

3/5

Percentage cliënten Wmo dat aangeeft dat zij de kwaliteit van de zorg/ondersteuning die zij krijgen goed vinden. 89% 80% 83% 84% (2020) (2021) (2022) (2023) Aandachtspunten In 2022 was het aandeel van cliënten dat zich snel geholpen voelde een aandachtspunt (71%). 2023 laat hier een verbetering in zien (77%). De resultaten van de bekendheid van de onafhankelijke cliëntondersteuning onder inwoners die zich melden voor een maatwerkvoorziening blijven net als in 2022 achter. In 2022 is ter verbetering hierop de website van onafhankelijke cliëntondersteuners aangepast door inwoners die zich via de website melden voor een Wmo vraag standaard - bij de bevestiging van hun melding - informatie over de onafhankelijke cliëntondersteuner toe te sturen. Tevens wordt nu ingezet dat binnenkort inwoners die telefonisch contact opnemen met een Wmo aanvraag, ook deze informatie zullen ontvangen. Daarnaast ontvangen de betreffende inwoners standaard een informatiefolder over de onafhankelijke cliëntondersteuner van de gemeente bij het onderzoeksverslag. Het college vermoedt dat inwoners niet altijd het verschil en de definities onthouden van diverse ondersteuningsvormen. De verstrekte informatie bij de (meestal oudere) doelgroep lijkt niet te beklijven. Redenen hiervoor kunnen zijn dat bij hen de aandacht uitgaat naar de benodigde voorziening.

Als dan aanvullende ongevraagde informatie wordt gegeven over de onafhankelijke cliëntondersteuner dan wordt dat niet onthouden. Ook kan een verklaring zijn dat men ten tijde van het onderzoek de informatie over cliëntondersteuning uit het aanvraagproces niet meer paraat heeft. Verder worden inwoners ook vaak geholpen door de cliëntondersteuners, via doorverwijzing van maatschappelijke organisaties en het Sociaal wijkteam. Het is daarmee niet altijd noodzakelijk dat de inwoner vooraf op de hoogte is van deze voorziening. Desalniettemin blijft de gemeente inzetten op het verbeteren van een laagdrempelige toegang voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Er zijn diverse nieuwe communicatiemiddelen ontwikkeld die onder inwoners en partners worden verspreid. Daarnaast is er een aparte website voor cliëntondersteuning: www.onafhankelijkeondersteuners.nl. Het percentage cliënten Wmo dat aangeeft dat zij een betere kwaliteit van leven hebben door de zorg/ondersteuning die zijn krijgen scoort nog altijd laag. In 2022 was de score 67%. In 2023 is de score 63%. Zandvoort scoort – net als in 2022 – op dit punt beduidend lager dan de referentiegemeenten (82%). Hierbij dient opgemerkt te worden dat de nauwkeurigheidsmarge erg hoog is. De resultaten moeten daarom met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd en zijn mogelijk niet volledig representatief voor de gehele cliëntenpopulatie.

In 2024 wordt een ‘cliëntervaringsonderzoeken nieuwe stijl’ ingezet. Een aandachtspunt hierbij is het verhogen van het

Kenmerk: 2024/1046882

4/5

aantal respondenten daar waar mogelijk dan wel door verdiepende kwalitatieve onderzoek in te zetten, zodat meer betrouwbare respons scores kunnen worden behaald. Adviesraad Zoals elk jaar zijn de uitkomsten van het onderzoek gedeeld met de Adviesraad. De Adviesraad heeft aangegeven geen advies uit te brengen over het cliëntervaringsonderzoek 2023. Zij geven aan een advies uitgebracht te hebben op het cliëntervaringsonderzoek 2022 en dat de resultaten van 2023 daar niet of nauwelijks van afwijken. Zij geven aanvullend aan dat het advies over cliëntervaringsonderzoek 2022 ter harte is genomen en dat zij een goed gesprek hebben gehad op 11 juni 2024 over de nieuwe opzet van het cliëntervaringsonderzoek. Daarbij wordt 2024 een overgangsjaar en vanaf 2025 wordt het – wat betreft de Adviesraad - echt interessant om zich in de resultaten te verdiepen. 3. Consequenties Op de meeste aspecten van de (toegang tot) Wmo-ondersteuning scoren de ervaring en tevredenheid van inwoners ruim voldoende en zijn deze vergelijkbaar met de resultaten over voorgaande jaren. Het college blijft inzetten op het vasthouden en verbeteren van deze resultaten ook voor komende jaren. 4. Vervolg Met deze informatienota is de commissie geïnformeerd over de uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek over het jaar 2023.

Er is behoefte aan een nieuwe en verbeterde aanpak voor cliëntervaringsonderzoeken, zodat met de resultaten een zo goed en breed mogelijk beeld ontstaat van hoe in Haarlem en Zandvoort de dienstverlening en ontvangen ondersteuning in het kader van de Wmo wordt ervaren, de ontwikkelingen hiervan in de tijd gemonitord kunnen worden en verbeterpunten in kaart worden gebracht. Zoals eerder aangegeven, wordt in 2024 een ‘cliëntervaringsonderzoeken nieuwe stijl’ ingezet. Een eindproduct is een jaarlijkse samenvattende rapportage waarin cliëntervaringen over het geheel van de uitvoering van de Wmo worden weergegeven, gebaseerd op verschillende onderzoeken. 2024 zal een overgangsjaar zijn, daar de nieuwe werkwijze in het tweede helft van 2024 zal worden ingezet. In – naar verwachting - het tweede kwartaal van 2025 informeren wij u over de eerste uitkomsten van de ‘cliëntonderzoeken nieuwe stijl’ over 2024. 5. Bijlagen 1. Rapportage Cliëntervaringsonderzoek Wmo gemeente Zandvoort 2023

Kenmerk: 2024/1046882

5/5

Informatienota

Onderwerp Evaluatie van het beleid Schulddienstverlening Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2024/1142089 Bluijs, G.J. 3.3. Schulden SMSR Beneker, M. 0610013485 mbeneker@haarlem.nl De integrale Zandvoortse beleidsvisie armoede en schulden is opgesteld voor de periode 2021-2024. Het einde van deze periode komt in zicht. Daarom is zowel de aanpak armoede (minimabeleid) als die van schulddienstverlening geëvalueerd. Uit de evaluatie van schulddienstverlening blijkt dat in Zandvoort schulden sneller en efficiënt worden geregeld. Zo worden inwoners met geldzorgen en schulden in een eerder stadium bereikt. Steeds meer Zandvoorters worden eerder bereikt en geholpen met een lichte(re) vorm van ondersteuning. Met de halvering van de aflossingstermijn kunnen inwoners eerder uit problematische schulden geholpen worden. De halvering heeft echter nog niet geleid tot een toename van het aantal aanmeldingen.

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten

Voor wat betreft de evaluatie van het Minimabeleid heeft deze plaatsgevonden met een 213 a onderzoek en een daarbij horende collegebesluit. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de raad. -

-

Besluit college d.d. 9 juli 2024

Integrale beleidsvisie Armoede en Schulden: ‘In Zandvoort meer kans op een financieel zeker bestaan’, integrale beleidsvisie Armoede en Schulden, 2020/931845 in raadscommissie van 2 december 2020. Verkorten aflosperiode schuldregeling, 2023/608134 in raadsvergadering van 20 juni 2023.

1. Het college stelt de informatienota aan de raad vast. de secretaris,

Kenmerk: 2024/1142089

de burgemeester,

1/4

Inleiding Met de integrale beleidsvisie ‘In Zandvoort meer kans op een financieel zeker bestaan’ heeft de gemeente Zandvoort in november 2020 het minimabeleid en beleid voor schulddienstverlening voor de periode 2021-2024 vastgelegd. Het einde van deze periode komt in zicht en dat betekent dat het beleid van de afgelopen vier jaar is geëvalueerd. Het ‘Evaluatierapport Schulddienstverlening Zandvoort’ (bijlage 1) geeft inzicht in de resultaten en realisatie van het voorgenomen beleid. De belangrijkste uitkomst van deze evaluatie is dat het beleid ervoor gezorgd heeft dat in Zandvoort schulden sneller en efficiënt worden geregeld. Zo worden inwoners met geldzorgen en schulden in een eerder stadium bereikt met de aanpak Vroegsignalering van achterstanden in de vaste lasten. De evaluatie van het Minimabeleid is in het kader van een ex artikel 213 a onderzoek gedaan door onderzoeksbureau Kwiz. De resultaten en aanbevelingen uit dit onderzoek zijn opgenomen in het collegebesluit ‘Vaststellen 213 a onderzoek evaluatie minimabeleid BBV 2024/1101725’. De belangrijkste uitkomsten zijn dat het minimabeleid doelmatig voor meer kansen op een financieel zeker bestaan zorgt. Veel huishoudens zouden niet rond kunnen komen zonder ondersteuning vanuit het minimabeleid. In het najaar van 2024 wordt het huidige Armoede- en Schuldenbeleid geactualiseerd.

Het bijgaande evaluatierapport, samen met de evaluatie van het minimabeleid, leveren aandachtspunten en input op voor het actualiseren van het beleid om Zandvoorters nog meer kans op een financieel zeker bestaan te geven. De verwachte golf van financiële hulpvragen door de coronaperiode, de toegenomen inflatie en de steeds hoger wordende energieprijzen is uitgebleven. Een mogelijke verklaring voor de geringe stijging is het positieve effect van de diverse ondersteuningsmaatregelen vanuit de overheid. Vanaf halverwege 2023 is er wel een toename van ondernemers die zich met geldzorgen en/of schulden melden. 2. Kernboodschap De integrale Zandvoortse beleidsvisie armoede en schulden is opgesteld voor de periode 2021-2024. Het einde van deze periode komt in zicht. Daarom is zowel de aanpak armoede (minimabeleid) als die van schulddienstverlening geëvalueerd. Uit de evaluatie van schulddienstverlening blijkt dat in Zandvoort schulden sneller en efficiënt worden geregeld. Zo worden inwoners met geldzorgen en schulden in een eerder stadium bereikt. Steeds meer Zandvoorters worden eerder bereikt en geholpen met een lichte(re) vorm van ondersteuning. Met de halvering van de aflossingstermijn kunnen inwoners eerder uit problematische schulden geholpen worden. De halvering heeft echter nog niet geleid tot een toename van het aantal aanmeldingen.

Kenmerk: 2024/1142089

2/4

Voor wat betreft de evaluatie van het Minimabeleid heeft deze plaatsgevonden met een 213 a onderzoek en een daarbij horende collegebesluit. 3. Conclusies Uit de evaluatie van het Zandvoortse beleid schulddienstverlening zijn de volgende conclusies te trekken: Conclusie 1: Steeds meer inwoners zijn al geholpen met een lichte(re) ondersteuning om schulden te voorkomen of schulden klein te houden Door inzet van Budgetondersteuning op Maat (BooM) kunnen schulden worden voorkomen of dat schulden klein worden gehouden. Jaarlijks melden zich ongeveer 50 inwoners met geldzorgen en of schulden. Het aantal inwoners dat is gestart met een BooM ondersteuningstraject is vrij stabiel gebleven de afgelopen jaren. Rond de 10 inwoners per jaar hebben gebruik gemaakt van deze vorm van budgetcoaching en ongeveer 70 Zandvoorters hebben gebruik gemaakt van budgetbeheer. Gemiddeld starten 20 inwoners met een schuldregeling en waar mogelijk wordt een saneringskrediet ingezet. Conclusie 2: Vroegsignalering zorgt ervoor dat schulden vroegtijdig in beeld komen waardoor de ontwikkeling van problematische schulden tegengegaan wordt De afgelopen periode heeft de gemeente in toenemende mate meldingen van betalingsachterstanden ontvangen, in 2021 rond 300, in 2022 rond 500 en in 2023 rond 800. Gelet op de aantallen van 2024 gaan de meldingen doorstijgen naar ruim 900.

De toename in meldingen komt voornamelijk doordat steeds meer vaste lasten partners zich aansloten. De gemeente heeft met al deze partners convenanten afgesloten. Conclusie 3: Ondernemers en zzp’ers melden zich vaker bij de gemeente Vanaf 2021 konden ook ondernemers zich melden voor een kennismakingsgesprek vanwege betalingsproblemen. Voor ongeveer een kwart van de ondernemers is een schuldbemiddelingsregeling opgestart. De generieke maatregelen, zoals Tozo en NOW hebben een vertragend effect gehad op het aantal aanmeldingen. Deze compensatieregelingen zorgden namelijk voor een tijdelijke financiële oplossing. Inmiddels is wel duidelijk dat er meer ondernemers met geldzorgen zich hebben gemeld mede door het wegvallen van deze generieke maatregelen. Zo zijn in 2021 ongeveer 10 ondernemers ondersteund en in 2023 bedroeg dit aantal ongeveer 16. Conclusie 4: New Future helpt jongeren met problematische schulden New Future helpt jongeren met problematische schulden. De gemeente start voor deze jongeren een schuldsanering op en daarnaast worden zij begeleid in houding en gedrag door jongerencoaches. Gemiddeld zijn er 3 jongeren per jaar die in traject gaan.

Conclusie 5: Minder inwoners maken gebruik van beschermingsbewind Beschermingsbewind is een wettelijke maatregel die door de kantonrechter wordt uitgesproken en bedoeld voor inwoners die door hun fysieke of mentale toestand al dan niet tijdelijk niet in staat zijn hun financiële belangen te behartigen. Een bewindvoerder beheert hun financiën. Het aantal

Kenmerk: 2024/1142089

3/4

inwoners dat de afgelopen jaren gebruik maakte van dit schuldenbewind is gedaald, van ongeveer 75 in 2021 naar 59 in 2023. Het convenant dat Haarlem en Zandvoort met de bewindvoerders hebben opgesteld zorgt voor goede samenwerking en voor door- en uitstroom van onder bewindgestelden via de budgetcoaches van de gemeente. Conclusie 6: Gewijzigde inzet schuldregeling Per 1 juli 2023 is de halvering van de aflostermijn van een schuldregeling ingegaan van 36 naar 18 maanden. Het voordeel voor inwoners is dat zij sneller schuldenvrij zijn en met een schone lei kunnen starten. Door deze verkorting werd een toename van aanmeldingen verwacht. Deze verwachting is tot nu toe niet uitgekomen; het aantal aanmeldingen bleef gelijk aan het eerste half jaar van 2023. 4. Consequenties De evaluatie toont aan dat het huidige beleid schulddienstverlening doelmatig en effectief is. Het te actualiseren beleid over meer kans voor op een financieel zeker bestaan zal voor een groot deel voortzetting zijn van het huidige beleid. Zandvoort wil het goede uit het huidige beleid behouden en het beleid actualiseren en verbeteren en aanscherpen waar dit nodig is. De komende maanden wordt de beleidsvisie geactualiseerd op basis van het bijgaande evaluatierapport, de bevindingen van het 213 onderzoek en input vanuit de gemeenteraad, partners in het dorp en de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort.

De geactualiseerde beleidsvisie wordt samen met de actualisering van het Minimabeleid aan de gemeenteraad aangeboden ter vaststelling. 5. Vervolg Voortkomend uit deze evaluatie zijn onderstaand een aantal denkrichtingen en acties benoemd voor de actualisering van het beleid. Naast deze denkrichtingen en acties wordt ook input opgehaald bij partners in het dorp en bij de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort. • Lokale schuldhulproute opzetten in samenwerking met Samen Zandvoort; • Meer bekendheid geven aan halvering aflossingstermijn; • Samenwerking met OverRood en de Kredietbank Nederland versterken voor passende schuldhulp aan ondernemers en zzp’ers; • Communicatie en voorlichting is en blijft belangrijk. 6. Bijlagen Bijlage 1. Evaluatierapport Schulddienstverlening Zandvoort

Kenmerk: 2024/1142089

4/4

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Kansenkaart woningbouwlocaties Zandvoort en Bentveld Nummer 2024/1024243 Datum college 9 juli 2024 Portefeuillehouder Kloet, J. de Programma/beleidsveld Gebiedsontwikkeling – ruimtelijke ontwikkelprojecten Zandvoort Afdeling PG Auteur J. Baas / E. Kraaijo Telefoonnummer 06-23920715 / 06-42102608 Email jbaas@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de gemeenteraad. Bijlage

Presentatie Kansenkaart ‘Extra Woningbouwlocaties in de gemeente Zandvoort’ (Verdichtingsstudie)

Geachte raadsleden, Hierbij willen wij u informeren over de resultaten van de raadpleging van de inwoners over mogelijke woningbouwlocaties in Zandvoort en Bentveld; ook bekend als de verdichtingsstudie. Na een technische werksessie met de raad op 25 januari jl. over dit onderwerp hebben wij in februari jl. de inwoners gevraagd om mee te denken over extra kansen voor woningbouw voor de periode na 2030. Hierop zijn 288 reacties binnengekomen. Deze zijn vervolgens gecategoriseerd op haalbaarheid. In de bijlage vindt u een verdere uitwerking van de opgehaalde reacties in de presentatie ‘Kansenkaart woningbouwlocaties Zandvoort en Bentveld’. Van de aangedragen locaties zijn er 49 ‘kansrijk’ te noemen. Het overgrote deel van deze locaties is echter in handen van particulieren. De locaties die nu niet direct kansrijk zijn, zijn niet noodzakelijkerwijs onmogelijk te realiseren. Deze vragen vaak meer uitwerking of kennen meerdere obstakels voordat tot daadwerkelijke invulling overgegaan zou kunnen worden. De opgehaalde informatie uit de vele reacties geeft inzicht in de mogelijkheden om invulling te geven aan onze planvoorraad op de (middel)lange termijn. Dit in aanvulling op de huidige planvoorraad. De kansenkaart laat zien dat er ook na 2030 nog volop kansen zijn om woningen in Zandvoort te realiseren.

Dit is dus bovenop de projecten die op dit moment prioriteit krijgen, namelijk de huidige 17 ontwikkelprojecten in Zandvoort. Deze leveren voor 2030 al 750 woningen op. Denk hierbij aan het Entreegebied, Badhuisplein, Curiedex, etc. Naast het feit dat we meer inzicht hebben in onze planvoorraad nemen we de uitkomsten van de raadpleging ook mee bij de uitwerking van gebiedsvisies voor delen van Zandvoort.

Kenmerk: 2024/1024243

1/2

Het is goed om te benadrukken dat voor de concrete invulling van het merendeel van de ingezonden locaties wij in hoge mate afhankelijk zijn van particulier initiatief. Dit komt omdat de grond en/of gebouwen geen eigendom zijn van de gemeente, maar van particulieren. Voor concrete plannen voor woningbouw op particuliere grond worden de initiatiefnemers gevraagd om contact op te nemen met het omgevingsloket van de Omgevingsdienst IJmond. Deze boodschap, als ook de resultaten van de raadpleging, worden via de mail gedeeld met alle inzenders en onder de aandacht van diverse media gebracht. Ook zullen via onze eigen kanalen de resultaten gedeeld worden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris

de burgemeester

Kenmerk: 2024/1024243

2/2

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Klachten Zandvoortse burgers 2023 Nummer 2024/684350 Datum college 16 juli 2024 Portefeuillehouder Moolenburgh, D. Programma/beleidsveld 6.2. Gemeentelijk bestuur Afdeling JZ Auteur E. van der Meulen Telefoonnummer 023 – 511 3336 Email klachten@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de Raad Bijlagen Geen Geachte leden van de Gemeenteraad, In het ‘Dienstverleningshandvest Zandvoort – Haarlem’ is in artikel 16, tweede lid, bepaald dat de gemeente Haarlem periodiek de gemeente Zandvoort informeert over de binnengekomen klachten en de wijze van afdoening. Met deze raadsinformatiebrief willen wij de gemeenteraad hierover informeren. De gemeente Zandvoort heeft jaarlijks veel contact met haar inwoners, ondernemers en andere organisaties. Soms gaat er in deze contacten iets niet goed en dient iemand een klacht in om zijn onvrede te uiten over de wijze waarop hij, of een ander, is behandeld. De klachtbehandeling is met name gericht op het herstel van vertrouwen van de burger in de overheid. De organisatie streeft naar een laagdrempelige en oplossingsgerichte benadering van een klacht. Dat betekent dat de klachtbehandelaar uitzoekt en navraagt bij de klager wat de gewenste oplossing voor de klacht is. Deze informele klachtbehandeling vindt bij voorkeur telefonisch of per e-mail plaats, omdat dit de snelste manier is.

Het college probeert de klacht naar tevredenheid van de klager af te handelen. Klachten In 2023 zijn in totaal 128 klachten geregistreerd. Dit zijn 46 klachten minder dan in 2022 (174 klachten). Het gaat om klachten van inwoners, ondernemers, bezoekers en inwoners van omliggende gemeenten over zaken in de gemeente Zandvoort. De klachten zijn bijna allemaal (88%) informeel afgehandeld. De meeste klachten (34%) gaan over parkeren (43). Deze klachten gaan over een parkeerboete (12), het parkeerbeleid (8) en ParkeerService Zandvoort (8). Daarnaast gaat 13% van de klachten over het Klantcontactcentrum (17). De verkiezingen (4) vallen hieronder. 9% van de klachten over handhaving (12) en 9% van de klachten over overlast (12).

Kenmerk: 2024/684350

1/3

Ontvangen klachten 2023 in % naar onderwerp 40 35 30 25 20 15 10 5 0 Parkeren

F1

Handhaving

KCC

Overig

Overlast

Sociaal domein

Verkeer

Afval en groen

De daling in het aantal ontvangen klachten is te verklaren doordat er minder klachten zijn ontvangen over parkeren. In 2022 zijn 68 klachten over parkeren ontvangen en in 2023 43 klachten. Ook over de Dutch Grand Prix zijn minder klachten ontvangen. In 2022 zijn 17 klachten over de DGP ontvangen en in 2023 waren dit 9 klachten. De meeste klachten zijn behandeld door de afdeling Beheer en Beleid openbare ruimte (43), de afdeling Veiligheid en Handhaving (33) en het Klantcontactcentrum (19). Dat zijn de afdelingen die te maken hebben met parkeren, het meeste klantcontact hebben met de inwoners en waarbij de uitvoering in de werkzaamheden direct effect hebben op de inwoner en zijn omgeving. Aard van de klachten De gemeente is verplicht om schriftelijke klachten te registeren. Bij de registratie van klachten worden 9 categorieën gehanteerd. Deze categorie-indeling geeft informatie waarmee de afdelingen hun werkwijze of handelen kunnen verbeteren. Het gaat om de volgende categorieën: 1. Handelswijze – klachten over het handelen of nalaten van de gemeente. 2. Gedraging – klachten over de manier waarop de klager is bejegend door een medewerker. 3. Bereikbaarheid – klachten over de telefonische bereikbaarheid en het reageren op e-mails. 4. Procedure – klachten over een te volgen procedure. 5. Beleid – klachten over de inhoud van of de communicatie over het beleid. 6.

Herhaalklacht – klachten over dat een melding of klacht nog niet is afgehandeld. 7. MOR – klachten over meldingen in de openbare ruimte. 8. Samenwerkingspartner – klachten over een samenwerkingspartners, zoals Spaarnelanden. 9. Anders – restcategorie voor klachten die niet binnen de andere categorieën passen.

Kenmerk: 2024/684350

2/3

Klachten kunnen in 1 of meerdere categorieën vallen. De klachtbehandelaren geven na het afhandeling van een klacht in de meeste gevallen aan dat de klacht in de categorie ‘Handelswijze’ (63) valt. Deze klachten gaan bijvoorbeeld over het handelen van medewerkers in een bepaalde situatie of de (te late) beantwoorden van meldingen. Daarna komen in aflopende volgorde de categorie ‘Anders’ (14), ‘Samenwerkingspartner’ (12), ‘Gedraging’ (12), ‘Procedure’ (10), ‘Beleid’ (9), ‘MOR’ (8), ‘Herhaling’ (3) en tot slot ‘Bereikbaarheid’ (2). Uitkomst van de klachtbehandeling Het oordeel na de klachtbehandeling is in de meeste gevallen dat de klacht gegrond is (58%) of ongegrond (34%). In 6% van de gevallen is de klacht doorgezonden naar een samenwerkingspartner of andere organisatie en 2% van de klachten is via een andere (juridische) procedure afgehandeld. Leren van klachten en leereffect De oplossing voor een klacht ligt meestal bij de afdeling waar de klacht over gaat. De verantwoordelijkheid van klachtbehandeling ligt daarom ook bij de afdeling (of het organisatiedeel) die inhoudelijk bij de klacht is betrokken. Een deel van de klachten moet worden gezien als een impliciet verzoek om in actie te komen, zoals bijvoorbeeld het tijdig reageren op een melding of het oplossen van een verkeersonveilige situatie.

Een klacht kan ook een signaal zijn dat een proces niet goed loopt of dat een werkwijze kan worden verbeterd. Afdelingen nemen zelf stappen of actie naar aanleiding van klachten. Zo neemt het F1 team de klachten mee in de evaluatie van het evenement en voert waar het kan verbeteringen door en voert het Klantcontactcentrum verbeteracties uit naar aanleiding van klachten, zoals het maken van onderscheid tussen tellen op lijstniveau en tellen op kandidaat niveau (door dit te splitsen over 2 dagen). Nationale ombudsman De Nationale ombudsman heeft, in de periode van 1 januari tot en met 31 december, 9 verzoeken van inwoners over de gemeente ontvangen. Dit zijn 3 verzoeken minder dan in 2022 (totaal 12). De Nationale ombudsman heeft 8 verzoeken afgehandeld door informatie te verstrekken of de inwoner te terug te verwijzen naar de gemeente voor interne klachtbehandeling. Eén verzoek is tussentijds beëindigd voor de start van een onderzoek. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris

de burgemeester

Kenmerk: 2024/684350

3/3

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Schriftelijke vragen PvdA over de inrichting van een parkeerterrein voor bezoekers/toeristen in Nieuw Noord Nummer 2024/1283532 Datum college: 16 juli 2024 Portefeuillehouder Hendriks, M. Programma/beleidsveld 4.3 Leefomgeving Afdeling BBOR Auteur M. de Vries Telefoonnummer 06-46215195 Email mdevries@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad Bijlagen Geen

Geachte raadsleden, De PvdA-fractie heeft een aantal schriftelijke vragen gesteld over de inrichting van een parkeerterrein voor bezoekers/ toeristen in Nieuw Noord. Bijgaand treft u, naast de vragen, de beantwoording hierop:

1. Inwoners maken zich al jaren zorgen over te hard rijden in de wijk en vragen om maatregelen. Dit gebeurt bij de grote herinrichting van de wijk waarvoor inwoners input hebben geleverd. Er is € 23 miljoen euro voor uitgetrokken om van Nieuw Noord een groene, leefbare, veilige en sociale wijk te maken. Er komen meer speelplekken waarvoor kinderen zelf ideeën hebben aangeleverd. a. Waarom probeert het college autoverkeer naar deze wijk niet terug te dringen maar kiest het juist voor uitbreiden? ✓ Er is hier geen sprake van een structurele uitbreiding van parkeren . Het terrein van Paap wordt énkel en alleen ingezet tijdens zeer drukke dagen waarbij een hoge intensiteit van bezoekersverkeer wordt verwacht om zodoende de andere gebieden van Zandvoort te ontlasten. Hiervoor wordt het protocol ‘mooi weer’ > 25 graden gevolgd. Pas als in een regulier vooroverleg een verwachting mooi weer wordt voorspeld is het mogelijk om dit terrein toe te voegen. Het autoverkeer wordt door verkeersregelaars en duidelijke bebording vanaf de rotonde van Lennepweg/ Linneausstraat begeleid via de Kamerlingh Onnesstraat en direct naar ingang van het parkeerterrein aan de Einsteinstraat geleid. Dit is de achterzijde van het terrein van Paap. Hierdoor hebben omwonenden of bedrijven minimaal overlast.

Juist het goed bewegwijzeren van deze locatie voorkomt het onnodige zoekverkeer in de wijk dat tot onveilige situaties zou kunnen leiden en overlast geeft. Tijdens reguliere dagen bij normaal weer is het terrein voor parkeren overigens gesloten. Overigens is de keuze voor een terrein zoals dit van de Fa. Paap een bewuste keuze als compensatie voor het wegvallen van het Overloopterrein van P-De Zuid.

Kenmerk:

1/3

b. Waarom vindt het college dat de wijk geschikt is om honderden extra auto’s op te vangen? ✓ Zie antwoord vraag a. Niet de wijk is geschikt maar het terrein, gelegen in de industriële zone van Zandvoort, wordt in de zomer niet gebruikt en is beschikbaar. c. Is het college het met ons eens dat zoveel extra verkeer door de wijk slecht is voor de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid en haaks staat op het doel van de herinrichting? ✓ Zie antwoord vraag a. d. En hoe verhoudt zich dit met de verkeersveiligheid die verbeterd moet worden en waarvoor de provincie subsidie verstrekt? ✓ Zie antwoord vraag a. 2. De wijk is door één toegangsweg slecht bereikbaar. Op dit moment wordt onderzocht of er een extra weg naartoe kan. e. Waarom kiest het college ervoor om extra parkeerplekken te maken op een plek waarvan is vastgesteld dat deze slecht bereikbaar is? ✓ Juist door inzet van verkeersregelaars en het gebruik van duidelijke bebording is de plek van Paap goed en veilig te bereiken zonder dat bewoners hier hinder van ondervinden. De bezoekers die op het terrein van Paap parkeren kunnen (gratis) gebruik maken van de pendeltaxi (heen en weer) zodat de bereikbaarheid geborgd is. De locatie Paap ligt in principe langs een bestaande parkeerroute die ook zo bewegwijzerd is. 3. De brandweer rukt uit van twee locaties waaronder die in Noord.

Brandweerauto’s maken gebruik van dezelfde toegangsweg als bewoners en bezoekers. f.

Hoe gaat het college zorgen dat aanrijtijden en veiligheid niet in het geding komen? ✓ Zie antwoord voorlaatste vraag.

g. Wat is de uitkomst van het oordeel van VRK en Politie over de veiligheidsrisico’s die ontstaan door het extra aantal verkeersbewegingen naar het nieuwe terrein? ✓ Gezien het feit dat bij maximale bezetting van het terrein er een toename is van gemiddeld 2 auto’s per minuut het aantal verkeersbewegingen beperkt blijft, plus het feit dat er gediplomeerde verkeersregelaars worden ingezet, is een oordeel van de VRK en/of Politie niet nodig. Het terrein wordt enkel en allen ingezet tijdens zeer drukke dagen. 4. Onlangs is nieuw participatiebeleid vastgesteld om inwoners beter te betrekken bij veranderingen in hun buurt. h. Klopt het dat inwoners uit de media hebben moeten vernemen dat er een groot parkeerteerrein komt in de wijk? Zo ja, waarom heeft het college de inwoners niet betrokken? ✓ De parkeerplaats komt niet in de woonwijk, maar op een bedrijventerrein. Hier zijn dus geen directe omwonenden. Daarnaast is door de routering en verkeersregelaars geen sprake van overlast. Bovendien is het een pilot, voor een beperkt aantal dagen.

Kenmerk: 2024/

2/3

i.

Op welke wijze worden inwoners hier wel bij betrokken? ✓ Zie antwoord hierboven

5. Uitgangspunt van parkeerbeleid is om parkeerplekken beschikbaar te houden voor bewoners en aan de randen van Zandvoort bezoekersverkeer op te vangen. Zoekverkeer door Nieuw Noord wordt nu ontmoedigd met bebording (geen doorgaand verkeer/ woonwijk). j.

Waarom kiest het college ervoor om af te wijken van genoemde doelen in het parkeerbeleid? ✓ Dit is geen afwijking van de genoemde doelen in het Parkeerbeleid. Wel is dit een maatregel die de genoemde doelen juist ondersteunt om aan de randen van Zandvoort te laten parkeren. Daarbij is de keuze voor een dergelijk terrein zoals Paap tevens als een compensatie zolang het Overloopterrein van P-De Zuid niet gebruikt kan worden. ✓ Daarnaast is op 18 april 2023 is de motie “Meer goedkope parkeerplaatsen op particuliere braakliggende terreinen’ door de raad aangenomen. Met deze maatregel om op het leegstaande terrein van de Fa. Paap te laten parkeren wordt expliciet aan deze motie voldaan.

6. De bestemming van het toekomstige parkeerterrein is nu bedrijventerrein. k. Is inrichten als parkeerterrein conform het bestemmingsplan? ✓ Nee, het is een particulier terrein met als bestemming opslag, van in dit geval strandhuisjes. Het in gebruik nemen van dit terrein is voorlopig voor een 1e jaar op basis van een Pilot. Na het 1e jaar zal deze pilot geëvalueerd gaan worden om te kijken of het gebruik van dit terrein een positieve bijdrage levert aan de verwerking van de bezoekerspieken tijdens drukke dagen.

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris de burgemeester

Kenmerk: 2022/1296906

3/3

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen fractie Jong Zandvoort over subsidie groene daken Nummer 2024/1264776 Datum college 16 juli 2024 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 5.4. Klimaatbestendigheid Afdeling ECDW Auteur R.A. Atkins Telefoonnummer 06 28294582 Email ratkins@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de Raad. Bijlagen Schriftelijke vragen Jong Zandvoort groensubsidieregeling Gemeente Zandvoort (2024/ 1265310) Geachte leden van de fractie Jong Zandvoort, Op 1 juli 2024 heeft u schriftelijke vragen gesteld over de subsidieregeling groene daken. Hieronder vindt u de antwoorden op uw vragen. 1. Wat is volgens het college het doel van de subsidieregeling groene daken? Met deze regeling wordt beoogd om het aantal dan wel het oppervlak aan groene daken op gebouwen en overkappingen binnen de gemeente Zandvoort te vergroten ten behoeve van een groen en klimaatadaptief Zandvoort (artikel 3. van de verordening). 2. Zou een uitgebreidere subsidieregeling, zoals Gemeente Amstelveen deze hanteert, extra bijdragen aan dat doel? Ja, mogelijk zou een uitgebreidere regeling bijdragen aan een groener en klimaatadaptiever Zandvoort, mits de regeling ook daadwerkelijk aangevraagd wordt. 3.

Is het college het met Jong Zandvoort eens dat een uitgebreide groensubsidieregeling bijdraagt aan het vergroenen van het straatbeeld? Indien nee, waarom niet? Ja. 4. Ziet het college voordelen van de subsidieregeling die de Gemeente Amstelveen hanteert t.o.v. de subsidieregeling die de Gemeente Zandvoort hanteert? Indien nee, waarom niet? Ja. Indien vraag 4 met ‘ja’ beantwoord: 5. Is het college bereid om te kijken of de huidige subsidieregeling groene daken dusdanig uitgebreid kan worden zodat onder andere groene gevels en verticale tuinen ook onder de subsidieregeling gaan vallen?

Kenmerk: 2024/1264776

1/2

Ja. Echter loopt de huidige subsidieregeling tot 1 januari 2025. Het wijzigen, dan wel uitbreiden van de bestaande subsidieregeling ligt daarom op dit moment (nog) niet voor de hand. Daarnaast zou er onderzocht moeten worden of groene gevels en/of verticale tuinen tegen de harde wind en zoute/zanderige lucht in Zandvoort kunnen. Ook zal er onderzocht moeten worden of de regeling in lijn is met de vigerende welstandseisen in Zandvoort. Overigens wordt er weinig gebruik gemaakt van de huidige subsidieregeling: in 2024 is de subsidie tot dusver 5 keer aangevraagd. Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris

de burgemeester

Kenmerk: 2024/1264776

2/2

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Herverdeling budget perceel 2 Nummer 2024/1266291 Datum college 16 juli 2024 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 2.2. Voorzieningen jeugd Afdeling JOS Auteur E. Dijkman Telefoonnummer 06-48527490 Email edijkman@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de commissie Samenleving. Bijlagen geen Geachte raadsleden, Per 1 januari 2024 hebben de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort zorg ingekocht voor enkelvoudige zorg, perceel 2. Deze enkelvoudige jeugdhulp omvat ambulante begeleiding, jeugd-GGZ (diagnostiek, basis- en specialistische hulp) en dyslexiezorg. Dit betreft ongeveer 6% van de uitgaven aan jeugdhulp en 25% van de jeugdige cliënten. Elke aanbieder moet diensten verlenen binnen de grenzen van een voor 2024 opgelegd budgetplafond. Na de bekendmaking van het plafond per aanbieder ontstond er onrust, en een groot deel van de aanbieders zocht contact met de gemeenten om hun zorgen te uiten. Naar aanleiding hiervan werden er gesprekken gevoerd met de aanbieders die dat wensten. Binnen het budget ‘zorgcontinuïteit’ (zorg die doorloopt bij niet gegunde praktijken) valt in 2024 budget vrij. Hierdoor worden de budgetten opnieuw verdeeld en aanbieders, met uitzondering van nieuw gecontracteerde aanbieders, ontvangen extra financiële middelen.

Met deze toekenning van extra budget is de verwachting dat (een groot deel) van de zorgen ten aanzien van de budgetplafonds kunnen worden weggenomen. Voorgeschiedenis In 2022 stelden de raden van de Jeugdhulpregio’s IJmond en Zuid-Kennemerland de ‘Regiovisie jeugdhulp IJmond en Zuid-Kennemerland’ vast. Deze visie gaat over hoe de gemeenten gezamenlijk jeugdhulp willen vormgeven. Dit is samen zorgen voor goede jeugdhulp die aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van jeugdigen, ouders en gezin én die betaalbaar is, nu en in de toekomst. Op grond van deze regiovisie is geformuleerd in de daaruit voortgekomen verwervingsstrategie dat voor duurzame jeugdhulp een transformatie moet plaatsvinden. Een dergelijke transformatie en meer integrale samenwerking rond jeugdigen en gezinnen vraagt partnerschap en kost tijd. Het grote aantal zorgaanbieders dat voorheen gecontracteerd was, maakte een intensief partnerschap moeilijk te realiseren en werkte beperkend op het realiseren van een continue zorglijn waar gezinnen één duidelijk aanspreekpunt hebben,

Kenmerk: 2024/1266291

1/4

hun verhaal maar één keer hoeven te vertellen en waar de samenhang en verantwoordelijkheid van de verschillende vormen van hulp bij één partij geborgd is. In het verleden kwam het voor dat aanbieders niet van elkaar wisten dat ze beiden hulp boden of daar te laat achter kwamen. Dit was niet alleen inefficiënt en duurder door alle extra schakels, intakes en gezichten, maar in casuïstiek waarbij onveiligheid en/of ontwikkelingsbedreigingen spelen ook onwenselijk. Belangrijke informatie voor een degelijke analyse raakt gefragmenteerd, en kinderen en gezinnen ontvangen niet de best passende zorg, waardoor problemen niet worden opgelost en verergeren. Om intensief partnerschap en één zorglijn mogelijk te maken, is gekozen om samenwerkingsverbanden van jeugdhulpaanbieders (consortia) te contracteren. Deze samenwerkingsverbanden moeten integrale zorg kunnen leveren, waarbij jeugdigen voor verschillende onderdelen van de zorg niet meer van de ene naar de andere organisatie worden doorverwezen. Minder partners maakt het ook mogelijk om samen te werken aan een brede transformatie. Bij partnerschap behoort dat je de kracht en kennis van je partner benut. Dat is vormgegeven in de financieringsvorm. Door middel van een lumpsum-financiering zijn consortia in staat om zelf, op basis van hun specifieke kennis van jeugdhulp, te bepalen welke zorg het beste ingezet kan worden.

De gemeenten toetsen niet meer inhoudelijk, maar meer op afstand op basis van een aantal indicatoren. Twee percelen In 2022 pleitten een aantal vrijgevestigden, dit zijn (zelfstandig) ondernemers in onze regio, voor een andere wijze van contracteren omdat zij zelfstandig een contract wilden met de gemeenten. Zij maakten zich zorgen over administratieve lasten, gaven aan dat zij meer tijd nodig hadden om te anticiperen op een stelselverandering, dat de keuzevrijheid van de burger een groot goed is en dat de aanpak van vrijgevestigden een toegevoegde waarde is die behouden diende te blijven. Deze argumenten hebben politiek gehoor gekregen en daarom is besloten twee percelen in te kopen. Vervolgens was de afbakening van deze percelen een ingewikkeld vraagstuk. Uiteindelijk is gekozen voor afbakening via de vraag of de hulpvraag door één product (zorg wordt geleverd in perceel 2) of meerdere producten (zorg wordt geleverd in perceel 1) beantwoord dient te worden. In de aanbestedingsdocumenten wordt voor de bepaling van de verwijzing aan de voorkant van de zorg gebruikgemaakt van de termen enkelvoudig en meervoudig, wat overigens niet inhoudt dat de casuïstiek in perceel 2 inhoudelijk niet complex kan zijn. Het is enkel een technische definitie voor de afbakening. In die zin houdt enkelvoudig ook in dat het gaat om de toepassing van één zorgproduct.

Dat kan de inzet zijn basis ggz (1 zorgproduct) of ook specialistische ggz (ook 1 zorgproduct). Daarnaast bieden de consortia ook enkelvoudige jeugdhulp, bijvoorbeeld als andere zorgvormen al afgeschaald zijn. Dit zodat het principe van één regisseur in stand blijft. Budgetplafonds In deze gehele inkoop is een belangrijk aspect om te sturen op de beheersbaarheid van de kosten van de jeugdhulp. Bij perceel 1 is gekozen voor een afbakening van de lumpsum. Bij perceel 2 is er een PxQsystematiek van toepassing en om het financieel beheersbaar te houden is de eerdere optie, zoals genoemd

Kenmerk: 2024/1266291

2/4

in de gunningsleidraad van 2022, van het kunnen instellen van een budgetplafond, in 2024 tot realiteit gebracht. In de huidige gunningsleidraad is namelijk opgenomen dat per aanbieder, na gunning, een budgetplafond wordt ingesteld, waarbij wel rekening gehouden wordt met de zorgcontinuïteit van de huidige cliënten. Met een budgetplafond vragen we zorgaanbieders ook kritisch te kijken naar de zorg die zij leveren en de omvang daarvan. Komt het budgetplafond in beeld, dan volgt een gesprek om te kijken of de zorgaanbieder voldoende kritisch is op de zorg die geleverd wordt en tijdig afschaalt naar bijvoorbeeld een voorliggende voorziening. Als dat vanuit de hulpvraag nodig is, kan een uitzondering gemaakt worden op het budgetplafond om te zorgen dat jeugdigen die echt hulp nodig hebben deze ook krijgen. Na het afronden van de aanbesteding van perceel 2 is in het eerste kwartaal van 2024 de hoogte van de budgetplafonds vastgesteld voor de individuele aanbieders. Omdat er meer aanbieders in de aanbesteding terecht kwamen moest het budget opnieuw verdeeld worden en het gevolg hiervan is dat het vastgestelde budget gemiddeld 80% is van de omzet van 2023 voor aanbieders die reeds werkzaam waren in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond. Het is een gegeven dat na een aanbesteding met nieuwe toetreders het budget niet het zelfde blijft, dit is een ondernemersrisico.

Het overige budget was nodig voor de budgetplafonds van nieuwe aanbieders per 1 januari 2024. Dit leidde tot veel reacties. Zo zouden de cijfers van 2023 niet kloppen, omdat sommige declaraties pas na de jaarwisseling zijn ingediend. In andere gevallen waren de cijfers van 2023 niet representatief voor de gebruikelijke inzet en omzet. Ook kwam het voor dat aanbieders begin dit jaar cliënten in zorg hebben genomen die meer zorg nodig hadden dan verwacht. Daardoor wordt het budgetplafond te snel bereikt. Onlangs liet de Vereniging 0tot23 dan ook weten dat de ingestelde budgetplafonds voor 2024 de continuïteit van de bedrijven bedreigt. Sinds 29 maart nemen leden van de Vereniging 0tot23 en veel aanbieders geen kinderen meer in behandeling. Herverdeling budgetplafond Naar aanleiding van de onrust die volgde op de bekendmaking van de budgetplafonds, voerden we gesprekken met aanbieders die dat wensten. Het proces met betrekking tot de budgetplafonds is besproken. Ook is er inzicht gegeven in de termijn waarop gemeenten verwachten meer duidelijkheid te kunnen verschaffen over eventuele aanpassing van het budgetplafond. In totaal zijn er ruim dertig gesprekken gevoerd met zowel instellingen als vrijgevestigden binnen perceel 2. De afgelopen weken hebben de gemeenten de gestelde knelpunten en de omvang daarvan onderzocht. Uit onderzoek is gebleken dat: •

•

de uitgaven van bepaalde vormen van jeugdhulp minder onder druk staan dan andere, waardoor sommige vormen van jeugdhulp financieel lager uitvielen dan geraamd. De gemeenten constateren wel dat er financiële krapte is bij de specialistische GGZ en diagnostiek. er financiële ruimte is ontstaan bij het budget dat gereserveerd was voor zorgcontinuïteit. Aanbieders die voor de aanbesteding zorg leverden en niet zijn geselecteerd bij de nieuwe aanbesteding mochten de zorg voortzetten. Nu blijkt dat de afronding sneller is gegaan dan verwacht.

Kenmerk: 2024/1266291

3/4

Uitkomst toekennen extra in te zetten budget 1. 2. 3. 4.

Op basis van de nacalculatie is € 368.116, - aan extra budget in perceel 2 beschikbaar; Hiervan land 139.500, - in Perceel 1 en 228.616, - in Perceel 2; Op basis van inzet vrijval zorgcontinuïteit is € 806.960, - toegekend; Totaal extra beschikbaar budget toe te kennen van € 1.035.576,-

De budgetten worden opnieuw verdeeld en de aanbieders, met uitzondering van de nieuw gecontracteerde aanbieders. De nieuw gecontracteerde aanbieders bouwen de zorg namelijk sinds 1 januari 2024 op en hebben niet te maken met het voortzetten van zorg uit 2023. De aanbieders die in aanmerking komen, worden schriftelijk geïnformeerd over hun gewijzigde budget voor 2024.

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris

de burgemeester

Kenmerk: 2024/1266291

4/4

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Onderzoek 'Wonen in de metropoolregio 2023' (WiMRA) beschikbaar Nummer 2024/1261297 Datum college 16 juli 2024 Portefeuillehouder Hendriks, M. Programma/beleidsveld 4.1. Wonen en ruimtegebruik Afdeling ECDW Auteur M.H. de Graaf Telefoonnummer 0642654367 Email m.d.graaf@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de commissie. Bijlagen Het Onderzoek “Wonen in de Metropoolregio 2023” (WiMRA) bevat de volgende bijlagen: • Bijlage A: Wonen in de Metropoolregio 2023 (WiMRA) • Bijlage B: Factsheet Wonen in Zandvoort 2023 Geachte raadsleden, Het onderzoek “Wonen in de Metropoolregio 2023“ (WiMRA) is sinds 11 juli 2024 beschikbaar gekomen met bijhorende gemeentelijke factsheets. Circa 47.000 huishoudens van de 29 MRA gemeenten vulden een enquête in over o.a. hun woonsituatie, woonwensen, verhuiswensen, verhuisbewegingen, opvattingen over duurzaamheid en passend wonen. Het onderzoek geeft ontwikkelingen op de woningmarkt weer in de MRA met de diverse regio’s daarbinnen en wordt op diverse schaalniveaus weer gegeven. Met dit tweejaarlijks terugkerend onderzoek kan er gemonitord worden op de ontwikkelingen en kennis worden uitgewisseld over de woningmarkt. Het WiMRA 2023 is voor Zandvoort van belang voor onderbouwing van gemeentelijke en regionale beleidsvisies en projectadvisering zowel voor de nieuwbouw als de bestaande voorraad.

Het WiMRA onderzoek laat zien dat de druk op de woningmarkt verder is toegenomen. Koop- en huurprijzen zijn opnieuw gestegen en het aandeel betaalbare woningen is afgenomen. Met het coalitieprogramma ‘voor Zandvoort’ (2022), het uitvoeringsprogramma wonen Zandvoort 2019 t/m 2025 (2019) en de ‘spelregels en instrumenten voor realisatie sociale huur en betaalbare huur en koop Zandvoort’ (2022) wordt ingezet op toevoeging en behoud van betaalbare woningen. In de bijlagen treft u het volledige ‘WiMRA-onderzoek 2023’ (bijlage A) en de ‘Factsheet Wonen in Zandvoort 2023’ (bijlage B) aan. Ook is er een MRA dashboard beschikbaar gekomen: Dashboard Metropoolregio | Website Onderzoek en Statistiek (amsterdam.nl) Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris de burgemeester

Kenmerk: 2024/1261297

1/2

Kenmerk: 2024/1261297

2/2

Raadsinformatiebrief

Onderwerp: Gevolgen uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over bestuurlijke boetes voor onttrekkingen van woonruimten vanwege toeristische verhuur. Nummer 2024/1264169 Datum college 16 juli 2024 Portefeuillehouder Moolenburgh, D. / Hendriks, M. Programma/beleidsveld 6.3 Openbare orde en veiligheid Afdeling VTH Auteur W. Boelema en B. Beemster Telefoonnummer 0251-263863 Email Wboelema@odijmond.nl en bbeemster@odijmond.nl Bestemd voor: leden van de gemeenteraad Bijlagen Uitspraak Raad van State Geachte raadsleden, Het college geeft sinds 2019 uitvoering aan het door de raad vastgestelde beleid “Versterken handhavingsinstrumentarium Toeristische Verhuur”. Omgevingsdienst IJmond verricht het toezicht en de handhaving voor het college en ondersteunt het college bij de uitrol en uitvoering van het beleid. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft op 24 april 2024 een uitspraak gedaan in een Zandvoortse zaak. Deze is als bijlage bij deze brief gevoegd. Op basis van deze uitspraak is vast komen te staan dat geen bestuurlijke boetes mochten worden opgelegd op grond van de Huisvestingsverordening voor onttrekking van woonruimtes vanwege toeristische verhuur. De Huisvestingsverordening mocht niet als grondslag dienen, onder meer omdat niet goed genoeg was onderbouwd dat sprake is van schaarste aan woonruimten in Zandvoort.

De Afdeling heeft geoordeeld dat de gemeente bij het vaststellen van de Huisvestingsverordening 2019 niet voldoende heeft aangetoond - door middel van onderzoeken en rapportages - dat er sprake is van schaarste over alle categorieën woningen en dat ook niet is aangetoond dat het noodzakelijk is het gehele grondgebied van de gemeente aan te wijzen als schaarstegebied. Dat betekent dat op dit moment de gemeente niet kan handhaven op de Huisvestingsverordening door middel van het opleggen van bestuurlijke boetes of een last onder dwangsom. Inmiddels is de Huisvestingsverordening uit 2019 meerdere malen gewijzigd. De Afdeling is van oordeel dat de Huisvestingsverordening uit 2019 niet is gebaseerd op gedetailleerde onderbouwing van de schaarste aan goedkope woonruimte. De Afdeling is evenmin overtuigd dat het toepassen van de vergunningplicht op grond van de Huisvestingswet op alle woonruimten in Zandvoort noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimten in Zandvoort. Het college kan niet anders dan de uitspraak van de Raad van State respecteren, ondanks dat naar de mening van het college de woningschaarste in Zandvoort overduidelijk is. Op grond van deze formele redenering heeft de Afdeling de boetebesluiten vernietigd.

Aan andere inhoudelijke vraagstukken die ook nog ter beantwoording voorlagen is de Afdeling daarom niet toegekomen. Vragen over bijvoorbeeld overtreding en overtrederschap, hoogte van de boetes en het zogenoemde

Kenmerk: 2024/1264169

1/2

legaliteitsvraagstuk zijn daardoor onbeantwoord gebleven. Dit betekent dat deze uitspraak van de Afdeling geen duidelijkheid geeft of met de huidige Huisvestingsverordening 2022 beboetend worden opgetreden. Onduidelijk is namelijk of de Huisvestingsverordening 2022 nu wel zorgvuldig is onderbouwd en of er sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte. Evenmin is duidelijk of de vergunningplicht noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. En tenslotte blijft onduidelijk of beboetend kon worden opgetreden gezien de onbeantwoorde inhoudelijke vragen. Momenteel werkt de gemeente aan de volgende herziening van de Huisvestingsverordening. Onderdeel daarvan is de afweging om verder te willen met de bestuurlijke boetes of dat doorgegaan wordt met een last onder dwangsom. Gelet op de uitspraak van de Raad van State heeft het college besloten om vooralsnog alleen met lasten onder dwangsom handhavend op te treden tegen overtredingen van het omgevingsplan die samenhangen met het gebruik als recreatieobject in strijd met de bestemming wonen. Deze vorm van handhaving heeft voordelen ten opzichte van bestraffend handhavend met een bestuurlijke boete. Het aantonen van een overtreding op basis van een last onder dwangsom is minder intensief en daarmee eenvoudiger en even doeltreffend.

Ook is de juridische houdbaarheid van een last onder dwangsom groter. Het college zal de Omgevingsdienst IJmond opdracht geven tegen de onttrekking van woonruimten vanwege toeristische verhuur uitsluitend met lasten onder dwangsom op grond van het omgevingsplan op te treden. Middels deze raadsinformatiebrief wordt de gemeenteraad geïnformeerd over deze gewijzigde handelswijze. Het college van burgemeester en wethouders,

De burgemeester,

De secretaris,

Kenmerk: 2024/1264169

2/2

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Knelpunten en maatregelen jeugdhulp in Zandvoort Nummer 2024/1264369 Datum college 16 juli 2024 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 2.2. Voorzieningen jeugd Afdeling JOS Auteur A. Holleman Telefoonnummer 06 81067208 Email aholleman@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad. Bijlagen Bijlage 1. Analyse van de huidige situatie Geachte raadsleden, In Zandvoort telt iedereen en willen we dat jeugdigen een goede start maken in het leven, dat zij gezond, gelukkig en veilig opgroeien tot zelfredzame volwassenen die volwaardig in de samenleving kunnen meedoen. Een goede start van het leven en een stabiele opgroei- en onderwijssituatie maakt de kans op een goede startpositie als jongvolwassene groter. Bij jeugdigen en gezinnen waar de opgroei- en onderwijssituatie verstoord is, zetten we tijdig passende jeugdhulp in. Het tijdig inzetten van passende jeugdhulp staat momenteel ernstig onder druk. We zien de vraag naar jeugdhulp toenemen, waardoor het systeem vol en vastloopt. Tegelijkertijd hebben we te maken met een stelsel in transitie. En dit stelsel staat zwaar onder druk. De wachttijden lopen op. Desondanks hebben de jeugdzorginstellingen in 2023 net zoveel jeugdigen behandeld als in 2022. Toch kunnen we de zorg voor kinderen die het nodig hebben niet tijdig garanderen door de oplopende wachtlijsten.

Het risico op incidenten groeit en onze zorgen daarover nemen toe. Het college neemt daarom een aantal maatregelen. Daarnaast wordt nog een aantal maatregelen uitgewerkt in de komende maanden. In deze brief nemen we u mee in de gekozen en voorgestelde oplossingsrichtingen. Vraag naar jeugdhulp neemt toe, maar is niet het antwoord op alles Jeugdhulp is niet voor alles de oplossing. In de huidige maatschappij gaan we uit van een grote mate van maakbaarheid. Zodra iets minder makkelijk verloopt, wordt dat gevoeld als falen. Mede hierdoor zien we dat er in toenemende mate naar de gemeente wordt gekeken voor specialistische jeugdhulp. We zien dat we als samenleving voor steeds meer problemen een antwoord en oplossing van jeugdhulp verwachten. Dit is niet houdbaar. Tegelijkertijd verslechtert de mentale gezondheid van jongeren. Onderliggende oorzaken zijn onder andere prestatiedruk, de nasleep van de coronaperiode en sociale media. Het Centraal Bureau voor de Statistiek geeft aan dat bijna een kwart van de jongeren slaapproblemen heeft, bijna de helft van de jongeren voelt zich eenzaam en ook bijna de helft heeft vaak last van stress. 12 procent van de jongeren kampt met depressie en

Kenmerk: 2024/1264369

1/3

17 procent dacht in de afgelopen drie maanden aan zelfdoding. Dat zijn serieuze getallen. Een neerwaartse spiraal ligt op de loer, wat leidt tot meer psychische problemen en/of stoornissen. Hoe we dit kunnen voorkomen lijkt een simpele vraag, het antwoord is helaas complex. De verantwoordelijkheid ligt bij vele partijen inclusief de ouders/verzorgers. We moeten met elkaar in gesprek over wat we willen bereiken met de inzet van jeugdhulp, en waarvoor we naar de samenleving en het gezinssysteem of aanpalende beleidsvelden kijken. Dit neemt niet weg dat er in het hier en nu maatregelen moeten worden genomen om het systeem te verbeteren. Er moet rust komen in het stelsel en de wachttijden moeten worden teruggedrongen tot binnen de wettelijke termijnen. Oorzaken oplopende wachttijden Voor een uitgebreidere analyse van de huidige situatie verwijzen we u naar de bijlage. In het kort zien we vier verschillende oorzaken voor de toenemende wachtlijsten: 1. De vraag naar jeugdhulp groeit. 2. Casussen worden complexer; er is meer hulp nodig per jongere. 3. Door de druk op het systeem en de groeiende wachtlijsten hapert de transformatie van het jeugdstelsel. 4. De organisatie van het nieuwe stelsel per 1 januari 2023 vergt meer tijd en inzet dan voorzien.

Al ingezette maatregelen Jeugdhulpaanbieders, CJG en gemeenten proberen zoveel mogelijk te doen om de risico’s voor de jeugdigen en gezinnen beperkt te houden. Hierbij ligt de focus op het bieden van ondersteuning aan de gezinnen die dit het hardste nodig hebben. Daarom vindt er gezamenlijke triage plaats, om zo de zorg bij deze gezinnen zo snel mogelijk te laten starten. Dat geldt in ieder geval ook voor jeugdigen waarbij hun veiligheid in het geding is. Met de gecertificeerde instellingen is een noodmaatregel getroffen, waardoor hulp voor deze jeugdigen zo snel mogelijk start door dit te bekostigen buiten de lumpsum financiering om middels een individuele behandelovereenkomst (vorm van maatwerk). Deze noodmaatregel loopt in ieder geval tot 1 november 2024. Ook is afgesproken om excessieve (zeer kostbare casussen) die budget ‘bezet’ houden binnen de lumpsum financiering, apart af te rekenen met de gemeente waar de jeugdige woont. Ook vinden gesprekken plaats met aanbieders uit perceel 2. Momenteel wordt gerekend aan een herverdeling van de budgetplafonds, zodat deze verruimd kunnen worden. Een belangrijke oplossingsrichting is het inzetten op laagdrempelige preventie en zo instroom in gespecialiseerde jeugdhulp af te remmen. We gaan door in de zomer De hiervoor genoemde maatregelen zijn nog niet voldoende.

Daarom vinden er op dit moment bestuurlijke gesprekken plaats tussen gemeenten onderling en met de jeugdhulpaanbieders over extra (nood-) maatregelen en noodzakelijke aanpassingen en aanscherpingen binnen de kaders van het jeugdhulpstelsel in de regio ZKIJ. Samen met jeugdhulpaanbieders, CJG, samenwerkingspartners en gemeenten zoeken we naar (nood)maatregelen en oplossingsrichtingen die op korte termijn impact hebben. Daarnaast wordt er gewerkt aan structurele veranderingen.

Kenmerk: 2024/1264369

2/3

Ook onderzoeken we waar ruimte gecreëerd kan worden voor het vergroten van behandelcapaciteit. Bijvoorbeeld door budgetten te vergroten, maar ook door aanpassingen te doen in de huidige contractafspraken. Daarnaast wordt prioriteit gegeven aan innovatie om effectiviteit van jeugdhulp te vergroten. Ook wordt in het tweede half jaar van 2024 de nieuwe verordening jeugdhulp aan u voorgelegd ter besluitvorming. Deze zal bieden als kader op basis waarvan we grenzen stellen aan wat wel en geen jeugdhulp is. Hiermee beperken we de instroom in de specialistische jeugdhulp. Vervolg De jeugdzorgsector is complex en kent vele uitdagingen. Dat zien we ook bij veel andere gemeenten in het land. Hoewel ons zorgstelsel een mooi uitgangspunt heeft en iedereen met het hart op de goede plek en de juiste kennis keihard aan het werk is, is de organisatie ervan ingewikkeld. Na het zomerreces informeren we u over de extra genomen maatregelen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris

de burgemeester

Kenmerk: 2024/1264369

3/3

Informatienota

Onderwerp Jaarverslag CJG Kennemerland 2023 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2024/1246316 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Fischer, S. 06-18876683 sfischer@haarlem.nl Met deze informatienota en bijlagen informeert het college de raad over het jaarverslag van het Centrum voor Jeugd en Gezin Kennemerland (CJG) 2023. Het jaarverslag biedt een overzicht van de activiteiten en de prestaties die beschreven staan in het in het prestatieplan CJG Kennemerland 2023 en de bijbehorende resultaten. Ondanks de complexiteit van het nieuwe inkoopstelsel en de diverse behoeften van de doelgroep heeft het CJG naast de uitvoering van haar kerntaken gewerkt aan verschillende speerpunten vanuit de regiovisie en bijgedragen aan diverse regionale en lokale ontwikkelingen. Deze nota informeert u over de hoofdpunten uit het verslag. Vooraf zijn de kerntaken van het CJG opgenomen om een breed beeld te geven van de inzet en positie van het CJG.

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten

Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de raad.

Besluit college d.d. 16 juli 2024

1. Het college stelt de informatienota aan de raad vast.

Collegebesluit ‘Prestatieplan Centrum voor Jeugd en Gezin 2023’ (2022/1484744) in B&W-vergadering en op Raadsnet geplaatst d.d. 6 december 2022

de secretaris,

Kenmerk: 2024/1246316

de burgemeester,

1/5

1. Inleiding Het Centrum voor Jeugd en Gezin Kennemerland (CJG) is er voor alle jeugdigen en opvoeders in Zandvoort voor vragen over opvoeden en opgroeien. Ouders en jeugdigen kunnen bij het CJG terecht voor informatie, en advies en gezins-, en jongerencoaching. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruikt gemaakt van de mogelijkheden van de basisinfrastructuur en van preventief (groeps)aanbod. De ondersteuning van het CJG is erop gericht dat ouders, kinderen en jongeren de touwtjes van hun leven zelf in handen houden of weer krijgen. De kernwaarden verbindend, transparant, nieuwsgierig en vindingrijk staan voor de manier van werken van het CJG met ouders en jeugdigen, open, zonder oordeel en creatief in het vinden van oplossingen. Het CJG Kennemerland is tenslotte de door de gemeente gemandateerde toegang voor jeugdhulp en heeft een belangrijke preventieve taak. Het is daarom van belang dat de commissie goed op de hoogte is van het CJG en haar positie in het veld. Deze nota informeert u over de hoofdpunten uit het jaarverslag 2023 van het CJG Kennemerland. Vooraf zijn de kerntaken van het CJG opgenomen om een breed beeld te geven van de inzet en positie van het CJG. 2. Kernboodschap In 2023 heeft het CJG zich ingezet om kwalitatieve en toegankelijke zorg en ondersteuning te bieden aan kinderen, jongeren en hun gezinnen.

Ondanks de complexiteit van het veranderde inkoopstelsel en de diverse behoeften van de doelgroep, heeft het CJG de kerntaken uitgevoerd en vanuit de regiovisie aan de speerpunten uit het prestatieplan gewerkt. Daarnaast hebben zij bijgedragen aan diverse regionale en lokale ontwikkelingen. De kerntaken van het CJG zijn: Informatie en Advies (I&A): Het team is dagelijks bereikbaar voor iedereen met vragen over opvoeden en opgroeien of ouderschap. Het I&A team heeft het afgelopen jaar ondersteuning geboden tijdens de wachttijd van consortia en jeugdhulpaanbieders en ontving en behandelde tevens veel telefoontjes van ouders, huisartsen en zorgaanbieders met vragen over het nieuwe zorgstelsel. Gezins-, en jongerencoaching: elk stadsdeel heeft een eigen team van CJG-coaches en een gedragswetenschapper voor ondersteuning van ouders en jeugdigen bij opvoeden en opgroeien. De coaches werken volgens een plan dat met het gezin of de jongere wordt gemaakt. Een plan is altijd maatwerk. Het CJG heeft een verbindende rol in de wijk en kent de organisaties het aanbod. In 2023 heeft het CJG minder gezinnen en jongeren begeleid dan het voorgaande jaar. Dit komt vooral door de afname in het aantal verlengingen door het werken met de consortia. De gemiddelde duur van de begeleiding is juist gestegen (28 weken naar 31 weken) ook door het bieden van overbruggingszorg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14413370/1