Collegebesluiten (actieve informatieplicht) 13 mei - 9 juni 2025
Tekst van het document
Kenmerk: 2025/434931
de burgemeester,
1/6
1. Aanleiding De lokale overheid is een veel voorkomende schuldeiser. Gemeenten en waterschappen staan volgens onderzoek in de top-4 van meest voorkomende publieke schuldeisers. In termen van hoogte van de schuld staan gemeenten in deze top-4 op nummer twee. Voor mensen met problematische schulden is het Convenant Lokale Overheid daarom een belangrijke stap vooruit. Zandvoort wil voorkomen dat inwoners met problematische schulden verder in de problemen komen. Zoals in de geactualiseerde integrale beleidsvisie aanpak van armoede en schulden 202520281 is opgenomen wordt hiervoor gebruik gemaakt van de middelen die er zijn. Eén daarvan is het Convenant Lokale Overheid (zie bijlage 1). Het ondertekenen van dit convenant betekent dat de gemeente Zandvoort akkoord gaan met nieuwe afspraken over het sociaal incasseren van vorderingen van zowel Debiteurenbeheer van Sociale Zaken als algemeen van Financiën (denk bijvoorbeeld aan niet betaalde leges). Tevens is er een addendum (bijlage 2). Gouwe-Rijnland heeft dit convenant en addendum al zelfstandig ondertekend. GBKZ is geïnteresseerd om ook te gaan tekenen.
Het uitgangspunt van het convenant is dat overheidscrediteuren meewerken aan de schuldregeling door incassomaatregelen stop te zetten en bij voorbaat akkoord te gaan met een voorstel voor een minnelijke regeling, zoals een Msnp tegen finale kwijting, een herfinanciering of een betalingsregeling. Er is echter altijd de mogelijkheid om een voorstel af te wijzen, als er bijvoorbeeld sprake is van een vordering niet ter goeder trouw. Door het zetten van een handtekening onder het convenant gaan deze afspraken ook voor Zandvoort gelden en kan de gemeentelijke schulddienstverlening Zandvoorters sneller schuldenrust bieden. 2. Beoogd resultaat Het Convenant Lokale Overheid biedt inwoners sneller schuldenrust, financiële stabiliteit en toekomstperspectief. Het convenant maakt het proces van minnelijke schuldhulpverlening efficiënter en zorgt voor maatschappelijk verantwoord incasseren. Het bespaart lokale overheden in hun rol als schuldeiser tijd en onnodige incassokosten. En dat betekent in Zandvoort dat de consulent schulddienstverlening als financieel hulpverlener de tijd die vrij gekomen is, kan inzetten om de inwoner te begeleiden naar financiële zelfredzaamheid.
1
Integrale Beleidsvisie Armoede en Schulden 2025-2028
Kenmerk: 2025/434931
2/6
3. Onderbouwing voorstel 3.1 Toepassing van het convenant versnelt het schuldregelingsproces Met dit convenant aanvaardt de gemeente altijd het schuldregelingsvoorstel, tenzij er eerder belemmeringen zijn aangegeven. Daardoor is minder contact nodig tussen de schuldeiser (lees de debiteurenmedewerker) en de schuldhulpverlener in de schuldregelfase. Als schulddienstverlener was Zandvoort al aangesloten bij het Schuldenknooppunt maar nu wordt die stap ook gezet als schuldeiser. Het Schuldenknooppunt is een digitale voorziening voor gestandaardiseerd berichtenverkeer tussen schuldhulpverleners en schuldeisers. Gemeenten hebben hierdoor minder handmatige handelingen nodig. Deze aansluiting zorgt er voor dat de communicatie over schuldregelingen snel en efficiënt loopt. 3.2 Sociaal incassobeleid draagt bij aan maatschappelijk verantwoordelijk handelen Met een convenant laat Zandvoort zien als gemeente maatschappelijk verantwoord te willen handelen en een sociaal incassobeleid te voeren. De kans van slagen van het schuldhulptraject neemt toe. Er wordt bijgedragen aan een nieuw toekomstperspectief voor inwoners met schulden. 3.3. De samenwerking in de keten is essentieel voor het traject van de inwoner en maakt sneller schuldenzorgvrij De samenwerking van de diverse lokale overhedenpartners uit de keten onderling is van groot belang voor een ideaal traject voor de inwoner.
Als er overeenstemming is over de uitgangspunten en doelen binnen de keten, krijgt de inwoner de meest passende hulp. Het convenant draagt hieraan bij. Dit geldt ook voor de aansluiting van partijen bij het Schuldenknooppunt. Als er meer schuldeisers zijn aangesloten bij dit digitale knooppunt, vergroot dit de werking.
Kenmerk: 2025/434931
3/6
3.4 Het beleidsterrein schuldhulpverlening is op landelijk niveau in beweging De afgelopen jaren is er meer aandacht ontstaan voor schuldhulpverlening in Nederland. Dit resulteert regelmatig in nieuwe landelijke initiatieven en wetgeving, waar de gemeente uitvoering aan moet geven, zoals in 2023 de halvering van de termijn van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) en het minnelijke traject schuldhulpverlening van 36 naar 18 maanden en de ontwikkeling van een landelijke pauzeknop. Deze wetgeving kan van invloed zijn op de gemeente als crediteur en op het convenant. Tevens draagt het convenant bij aan de belofte van de branchevereniging voor schuldhulp, de NVVK. De NVVK belofte staat voor hulp op basis van vertrouwen, duidelijkheid bieden over waar de inwoner met schulden aan toe is, het verlagen van de druk van schuldeisers en het zo goed mogelijk realiseren dat betrokkene snel schuldenzorgvrij is.
Kenmerk: 2025/434931
4/6
4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 4.1.1 Mislopen eigen inkomsten middels beslaglegging Als er sprake is van een beslaglegging en deze moet worden opgeschort, kan de gemeente inkomsten mislopen. Alleen als sprake is van meerdere beslagleggers, kan het beslag blijven doorlopen. Vanuit gemeentelijk debiteurenbeheer is het signaal gegeven dat het niet een groot risico betreft aangezien er slechts een handjevol beslagleggingen zijn. 4.2 Kanttekeningen 4.2.1 Bepaalde verwijtbare vorderingen / niet ten goede trouw worden nog steeds afgewezen Daar waar de inwoner een schuld niet ten goede trouw (artikel 3:121BW) heeft en is veroordeeld kan de lokale overheid kiezen om niet akkoord te gaan middels het convenant. 4.2.2 Blijven evalueren Het is belangrijk om jaarlijks de voortgang van het convenant te bewaken, en op basis daarvan eventuele nodige aanpassingen te kunnen doorvoeren. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financieel Er zijn geen kosten gemoeid met uitvoering geven aan het convenant. Daarentegen zal het proces van schuldregelen intern, met GBKZ en Gouwe Rijnland veel sneller verlopen waardoor gemeentelijke medewerkers meer tijd hebben voor directe ondersteuning van inwoners. 5.2 Communicatie 5.2.1 Interne afstemming Een succesvolle implementatie van het Convenant Lokale Overheid begint met het integreren van de afspraken in de werkprocessen.
De betrokken afdelingen zijn geïnformeerd en werkprocessen zijn afgestemd. De voortgang zal via de P&C-cyclus gecommuniceerd worden. 5.2.2 Ondertekening van het convenant vindt plaats door de NVVK en de gemeente. Zandvoort zal tegelijkertijd met Haarlem, Bloemendaal en Heemstede het convenant ondertekenen samen met branchevereniging NVVK. De portefeuillehouder Werk en inkomen, schulden G-J Bluijs zal het convenant ondertekenen op grond van het tweede lid van artikel 171 van de gemeentewet via een volmacht (Zie bijlage 3) van burgemeester D. Moolenburgh. Er zal een persbericht volgen over het tekenen van het convenant.
Kenmerk: 2025/434931
5/6
5.3 Juridisch Het convenant is uitsluitend gericht op inwoners bij de gemeente Zandvoort die in een problematische schuldensituatie verkeren. Vanuit het Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn er bestuurlijke afspraken voor basisdienstverlening schuldhulpverlening opgesteld en ondertekend door Divosa, NVVK, VNG2 . Van hier uit is het convenant lokale overheid opgesteld en geldig voor leden van de NVVK. 5.4 Planning Volgend op het collegebesluit zal de ondertekening van het convenant plaatsvinden op maandag 7 juli om 16:00 uur in het stadhuis van de gemeente Haarlem. De evaluatie staat gepland voor medio 2026. 6. Bijlagen 1. Convenant Lokale Overheid 2. Addendum
2
bestuurlijke+afspraken+basisdienstverlening+voor+schuldhulpverlening.pdf
Kenmerk: 2025/434931
6/6
Collegebesluit
Onderwerp Aanpassen huurovereenkomsten met standplaatshouders die willen transformeren naar modulaire kiosken Nummer 2025/466531 Portefeuillehouder L. Carree Programma/beleidsveld 4.1 Wonen en ruimtegebruik Afdeling PCM Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
ten Berge, F. / Stigter, W. 0235115734 / 0614370094 ftenberge@haarlem.nl / wstigter@haarlem.nl De gemeente Zandvoort heeft standplaatsvergunningen afgegeven voor het jaarrond exploiteren van mobiele verkooppunten. De vergunninghouders hebben bij de gemeente aangegeven graag een vaste kiosk te willen in plaats van hun huidige verrijdbare viskramen. Op basis van een onderzoek naar de haalbaarheid hiervan, heeft de gemeenteraad op 21 januari 2025 besloten om voor 12 van de 12 onderzochte locaties transformatie van mobiele kraam naar modulaire kiosk mogelijk te maken. Ten aanzien van twee van deze locaties (Badhuisplein en Raadhuisplein) is dat onder voorwaarden gebeurd. Het college besluit nu, als vervolg op dat raadsbesluit, om voor de realisatie van de transformatie de bestaande huurovereenkomsten met de vergunninghouders die willen transformeren, aan te passen. Omdat kiosken niet mogelijk zijn op basis van het geldende omgevingsplan, moet overigens elke vergunninghouder die wil transformeren een vergunning aanvragen voor een zogenoemde buitenplanse omgevingsplan activiteit.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt dit besluit in het kader van de actieve informatieplicht naar de raad.
Relevante eerdere besluiten
1. B&W besluit 11-01-2021 Intentieovereenkomst Haalbaarheidsonderzoek transformatie standplaatsen naar kiosken Zandvoort (2021/178988) 2. Raadsbesluit 21 januari 2025 Transformatie standplaatsen naar modulaire kiosken (2024/2041175) Het college van burgemeester en wethouders
Besluit College d.d. 3 juni 2025
Besluit: 1. De bestaande huurovereenkomsten met de huidige standplaatshouders die willen transformeren naar modulaire kiosken aan te passen om dit mogelijk te maken. 2. Voor de locatie op het Badhuisplein de ontwikkeling van het plein af te wachten en bij de besluitvorming over de inrichting van het Badhuisplein te
Kenmerk: 2025/466531
1/6
onderzoeken waar een modulaire kiosk passend is en het besluit voor te leggen aan de raad. 3. Voor de locaties op het Raadhuisplein vooruitlopend op de uitkomst van de ontwikkelingen van het Raadshuisplein een modulaire kiosk inpasbaar te maken met de opdracht om deze dusdanig flexibel te ontwerpen, dat mocht het op basis van deze ontwikkeling noodzakelijk zijn, de kiosk verplaatst kan worden en deze de ontwikkeling van het plein niet in de weg staat. 4. De aangepaste huurovereenkomsten een looptijd te geven die rekening houdt met een redelijke termijn voor het terugverdienen van de investering voor de transformatie door de standplaatshouders. de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding De gemeente Zandvoort heeft standplaatsvergunningen afgegeven voor het jaarrond exploiteren van mobiele verkooppunten. De vergunninghouders hebben bij de gemeente aangegeven graag een vaste kiosk te willen in plaats van hun huidige verrijdbare viskramen. Op basis van een onderzoek naar de haalbaarheid hiervan, heeft de gemeenteraad op 21 januari 2025 besloten om voor 12 van de 12 onderzochte locaties transformatie van mobiele kraam naar modulaire kiosk mogelijk te maken. Ten aanzien van twee van deze locaties (Badhuisplein en Raadhuisplein) is dat onder voorwaarden gebeurd. Het college besluit nu, als vervolg op dat raadsbesluit, om voor de realisatie van de transformatie de bestaande huurovereenkomsten met de vergunninghouders die willen transformeren, aan te passen. Omdat kiosken niet mogelijk zijn op basis van het geldende omgevingsplan, moet overigens elke vergunninghouder die wil transformeren een vergunning aanvragen voor een zogenoemde buitenplanse omgevingsplan activiteit. 2. Besluitpunten college 1. De bestaande huurovereenkomsten met de huidige standplaatshouders die willen transformeren naar modulaire kiosken aan te passen om dit mogelijk te maken. 2.
Voor de locatie op het Badhuisplein de ontwikkeling van het plein af te wachten en bij de besluitvorming over de inrichting van het Badhuisplein te onderzoeken waar een modulaire kiosk passend is en het besluit voor te leggen aan de raad. 3. Voor de locaties op het Raadhuisplein vooruitlopend op de uitkomst van de ontwikkelingen van het Raadshuisplein een modulaire kiosk inpasbaar te maken met de opdracht om deze dusdanig
Kenmerk: 2025/466531
2/6
flexibel te ontwerpen, dat mocht het op basis van deze ontwikkeling noodzakelijk zijn, de kiosk verplaatst kan worden en deze de ontwikkeling van het plein niet in de weg staat. 4. De aangepaste huurovereenkomsten een looptijd te geven die rekening houdt met een redelijke termijn voor het terugverdienen van de investering voor de transformatie door de standplaatshouders. 3. Beoogd resultaat Dit collegebesluit stelt de juridische vorm voor de transformatie van mobiele kramen naar modulaire kiosken vast. 4. Argumenten 4.1 Het voorstel vloeit voort uit het raadsbesluit van 21 januari 2025 De raad heeft in januari 2025 besloten om voor 12 van de 12 onderzochte locaties transformatie mogelijk te maken. Omdat dit een bevoegdheid van de raad is, heeft het college er bewust voor gekozen om dat besluit eerst aan de raad voor te leggen alvorens het college een besluit neemt over de juridische vormgeving van de uitvoering van het raadsbesluit. Naar de juridische mogelijkheden was al wel onderzoek gedaan, op basis van de intentieovereenkomst met de standplaatshouders. Dat onderzoek gaf meerdere mogelijkheden aan. Sinds het raadsbesluit van januari 2025 heeft het college deze mogelijkheden op basis van de beschikbare informatie (zie de bijlagen) tegen elkaar afgewogen, met als uitkomst het nu voorliggende besluit.
4.1 Het voorstel past binnen het huidige beleid De gemeente heeft de ambitie om de uitstraling en beleving van de boulevard te verbeteren. Dit is onder andere opgenomen in de omgevingsvisie “Zandvoort 2040: 365 dagen aantrekkelijk” en de “Toeristische visie Zandvoort 2024”. De standplaatshouders hebben geruime tijd geleden bij de gemeente aangegeven geïnteresseerd te zijn in transformatie van mobiele kramen naar vaste kiosken. De gemeente vindt dit goed passen als uitwerking van de kwaliteitsverbetering die is opgenomen in de beide visies. In 2022 is daarover tussen gemeente en standplaatshouders een intentieovereenkomst afgesloten om de juridische en ruimtelijke mogelijkheden te onderzoeken. Deze onderzoeken hebben langer geduurd dan verwacht. De verwachting was dat de onderzoeken ongeveer een jaar in beslag zouden nemen. Gelet op de looptijd van de huidige vergunningen tot 1 januari 2029, zou de transformatie bij een positieve uitkomst van de onderzoeken dan ruim voor het einde van de looptijd van de vergunningen kunnen worden gerealiseerd. Nu de onderzoeken langer hebben geduurd, is dit voor het college geen reden om hier anders mee om te gaan. Het college is van mening dat het langere onderzoeksproces niet ten nadele mag zijn van de huidige standplaatshouders die hiertoe het initiatief hebben genomen.
Voor de continuïteit van hun bedrijfsvoering is het verkrijgen van een overeenkomst met een looptijd die voldoende lang is noodzakelijk om hun investering terug te kunnen verdienen. 4.2 Het besluit vergt alleen een aanpassing van de bestaande huurovereenkomsten De bouw van een kiosk op een bestaande locatie van een mobiele kraam vergt een vergunningaanvraag via een buitenplanse omgevingsactiviteit. Dit is nodig omdat kiosken niet
Kenmerk: 2025/466531
3/6
voorkomen in het huidige omgevingsplan. Gezien de bestaande huurovereenkomst en het feit dat de huidige standplaatshouders het initiatief hebben genomen voor de transformatie naar kiosken, zijn zij de enige serieuze gegadigden om de transformatie van een kiosk op de bestaande locatie te realiseren. Het aanvragen van een vergunning voor transformatie naar een kiosk kan daarom door elk van de huidige standplaatshouders worden gedaan. De huidige standplaatshouders hebben naast een standplaatsvergunning ook een huurovereenkomst met de gemeente voor het gebruik van de grond van hun standplaats. De looptijd van de huurovereenkomsten is 10 jaar en loopt af per 1 januari 2029, met de mogelijkheid van verlenging met 10 jaar. Omdat er al huurovereenkomsten zijn, kan worden volstaan met het aanpassen van deze overeenkomsten. Dat gaat in de eerste plaats om een aanpassing vanwege de verandering van mobiele kraam naar modulaire kiosk. Dat brengt logischerwijs deels andere huurvoorwaarden met zich mee. Concreet wordt het een grondhuurovereenkomst met huurafhankelijk opstalrecht. In de tweede plaats gaat het om een aanpassing van de huurperiode. De huurperiode moet een lengte krijgen die het voor de standplaatshouders die transformeren naar een kiosk mogelijk maakt hun investering redelijkerwijs terug te kunnen verdienen binnen de looptijd.
De terugverdientijd hangt mede af van de investering door een standplaatshouder. De hoogte daarvan is echter nog niet bekend, waardoor nu nog geen uitspraak over een huurperiode kan worden gedaan. 4.3 Het besluit past binnen de mededingingswetgeving De voorgenomen aanpassingen passen binnen de mogelijkheden die de mededingingswetgeving biedt. Het initiatief is namelijk uitgegaan van de huidige standplaatshouders. En zij hadden en hebben de gerechtvaardigde verwachting dat dit ruim binnen de looptijd van hun vergunning kon worden gerealiseerd. Daarnaast is het verkopen van vis door middel van mobiele kramen een lange traditie in Zandvoort die vaak van ouders op kinderen overgaat. Het is niet meer dan redelijk dat het beleid dit niet in de weg staat. De mededingingswetgeving staat dit toe mits een besluit goed wordt gemotiveerd. Dit collegebesluit als geheel geldt als de motivatie om dit te doen. Om aan de mededingingswetgeving te voldoen zijn er diverse voorwaarden waaraan moet worden voldaan. Een daarvan is dat het voornemen moet worden gepubliceerd, zodat eventuele andere gegadigden de gelegenheid hebben hiertegen bezwaar te maken. 5. Risico’s en kanttekeningen 5.1 Kanttekeningen bij de keuze Er zijn meerdere juridische mogelijkheden voor het vormgeven van de transformatie. Daarover is advies uitgebracht door de stadsadvocaat, zie bijlage.
Dit is vervolgens verwerkt in een ambtelijke notitie die ook als bijlage bij dit besluit is opgenomen. Uit het advies en de notitie blijkt dat de mogelijkheid met de minste juridische risico’s is om pas tot transformatie naar kiosken over te gaan na het aflopen van de huidige huurperiode in 2029. De nieuwe huurovereenkomsten worden dan door middel van een tenderprocedure waar iedereen aan mee kan doen uitgegeven. Wachten tot 2029 doet echter geen recht aan het tot nu toe doorlopen proces met de standplaatshouders en de
Kenmerk: 2025/466531
4/6
gewekte verwachtingen. Daarnaast wil de gemeente voortgang maken in de verbetering van het aanzien en de beleving van de boulevard. Een andere mogelijkheid is om de huidige standplaatshouders die willen transformeren hun overeenkomst vrijwillig te laten inleveren. Vervolgens kunnen door middel van een tenderprocedure waar iedereen aan mee kan doen de locaties opnieuw worden uitgegeven. Maar dan voor een kiosk in plaats van een standplaats voor een mobiele kraam. Dit is geen realistische optie: geen enkele standplaatshouder zal zijn overeenkomst vrijwillig inleveren, zonder de zekerheid te hebben deze ook weer opnieuw te verkrijgen. 5.2 Er zijn risico’s aan de keuze verbonden Aan dit besluit om de bestaande huurovereenkomsten aan te passen zijn risico’s verbonden. De risico’s doen zich met name voor als de rechter op vordering van een aspirant-gegadigde, de gesloten aangepaste huurovereenkomsten met een zittende huurder vernietigt. De gemeente zal in dat geval de overeenkomsten mogelijk via een openbare selectieprocedure op de markt moeten zetten. Als dat ertoe leidt dat de (zittende) standhouders hun plek verliezen, kan dat schadeplichtigheid van de gemeente tot gevolg hebben. De huidige standplaatshouders hebben immers geïnvesteerd in hun kiosk in het vertrouwen dat zij daar zouden kunnen exploiteren.
De andere mogelijkheid voor de juridische vormgeving van de transformatie (wachten tot 2029 en dan een openbare procedure volgen) kent dit risico’s niet. Wel kleven daar de gebruikelijke risico’s aan van het aanbesteden, namelijk als een inschrijver van mening is dat de tenderprocedure niet correct is vormgegeven of niet correct is doorlopen. 5.3. Met het vervallen van de standplaatsvergunningplicht, vervalt de grip-en sturing ten aanzien van het aanbod (branche-indeling). Met de transformatie naar kiosken, vervalt de standplaatsvergunningplicht. Wat resteert is een grondhuurovereenkomst met huurafhankelijk opstalrecht. Bij standplaatsvergunningen wordt voorzien in een mogelijkheid van branche-indeling en grip- en sturing op het aanbod en verzorgingsniveau. In het vervolgtraject moet onderzocht worden hoe de branchering verder kan worden geregeld. 5.4. Dit collegebesluit betreft het aangaan van de huurovereenkomsten, maar nog niet het aangaan van een overeenkomst inzake het kostenverhaal. In de vervolgfase wordt de overeenkomst (anterieure overeenkomst) nog vastgesteld door het college. 6. Financiën Er zijn financiële gevolgen voor twee onderdelen van de transformatie. In de eerste plaats zijn dat de kosten verbonden aan de vergunningverlening voor het plaatsen van een kiosk.
Volgens de omgevingswet is er sprake van kostenverhaal op de initiatiefnemers, hetgeen via een overeenkomst
Kenmerk: 2025/466531
5/6
met de standplaatshouders wordt afgesproken. In het vervolgtraject moet worden uitgezocht welke ambtelijke planvoorbereidingskosten, juridische ondersteuning en administratiekosten verhaalbaar zijn. In de tweede plaats zijn dat kosten verbonden aan het opstellen van aangepaste huurovereenkomsten. Deze kosten zijn formeel niet verhaalbaar, maar omdat dit een initiatief is van de standplaatshouders, kunnen hierover naar redelijkheid wel afspraken over worden gemaakt. Een en ander zal worden opgenomen in een op te stellen plan van aanpak Transformatie Kiosken. Voor de ambtelijke inzet is daarom wel aanvullend budget en personele capaciteit geraamd en aangevraagd in de Voorjaarsnota. 7. Uitvoering
De ontwikkeling doorloopt de fases van het Zandvoorts Ruimtelijk Planproces. De initiatieffase kan nu worden afgerond. In de definitiefase worden de kaders voor de verdere uitwerking opgesteld. Met de (vereniging van) standplaatshouders zal, zoals al in de intentieovereenkomst is afgesproken, een anterieure overeenkomst worden gesloten waarin afspraken worden vastgelegd over het vervolgproces en de kostenverdeling. Dit leidt tot het wijzigen van de lopende huurovereenkomsten, die nu alleen recht geven tot de plaatsing van een mobiele kraam. Dit worden huurovereenkomsten met de mogelijkheid tot het vestigen van een huurafhankelijk recht van opstal voor de gronden waarop de modulaire kiosken zullen worden geplaatst. De gewijzigde situatie heeft invloed op de waarde van het huurrecht en de bepaling van de vast te stellen huurtermijn, die mede afhankelijk is van de periode waarin de investeringen redelijkerwijs kunnen worden terugverdiend. Tot slot zullen ook de APV en het vent- en standplaatsenbeleid moeten worden aangepast aan de nieuwe situatie. 8. Bijlagen 8.1 Memo Kiosken Zandvoort, 29 oktober 2024 8.2 Advies Pot Jonker, 2 augustus 2024
Kenmerk: 2025/466531
6/6
Collegebesluit
Onderwerp Ontwerp-jaarrekening en concept-jaarverslag 2024 gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad
2025/440877 Kloet, J. de 6.3. Openbare orde en veiligheid VTH/ID Dool, W. van den Dool 06-42654923 wdool@haarlem.nl De gemeente Zandvoort neemt deel aan de ‘Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond (hierna ODIJ). Op 9 april 2025 heeft het dagelijks bestuur het ontwerp-jaarverslag 2024 besproken. De jaarrekening geeft inzicht in het resultaat van de baten en lasten van de wettelijke taken en overige activiteiten in 2024. De ODIJ heeft een positief resultaat gerealiseerd. Het college neemt kennis van het ontwerp-jaarrekening 2024 en concept jaarverslag 2024 (bijlage 2 en 3) van de ODIJ. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. Het college wil de raad actief informeren over de inhaalslag om de achterstanden op het gebied van milieu VTH taken in te lopen waarvoor de raad extra budget beschikbaar heeft gesteld (zie bijlage 5).
Relevante eerdere besluiten
Zienswijze eerste begrotingswijziging 2024 en ontwerpbegroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond in de raad van 16 juli 2024 2024/783991 Zienswijze op de herziene begroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond in de raad van 23 oktober 2024 (2024/1588528)
Besluit college d.d. 3 juni 2025
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Kennis te nemen van het concept-jaarverslag 2024 en de ontwerpjaarrekening 2024 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond. de secretaris,
Kenmerk: 2025/440877
de burgemeester,
1/7
1. Aanleiding De gemeente Zandvoort is partner in de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (ODIJ). De ODIJ voert voor de gemeente Zandvoort de volgende taken uit: • Het basistakenpakket (waaronder vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu door bedrijven, asbest, sloop en ketens (grond, asbest, metaal, bruin- en witgoed) exclusief de bodemtaken (enkel handhaving op verzoek voor bodemzaken); • De plustaken Milieu (DVO); • Toezicht op de toeristische verhuur (DVO); • Bouwtaken (DVO); • Facultatieve opdrachten zoals handhaving en toezicht op (grote) evenementen. De ODIJ heeft een positief resultaat gerealiseerd van €124.232. Dit is het gevolg van een niet begrote rijksbijdrage aan het Interbestuurlijk Programma 2023-2024 en niet begrote rentebaten. Het dagelijks bestuur wil het positieve resultaat 2024 bestemmen voor de financiering van het Programma herijking GR, DVO en financieringsstructuur en het Plan van aanpak scenario’s voor de toekomstbestendige omgevingsdienst, zodat in 2026 de incidentele bijdrage van de deelnemers aan het programma lager wordt. In 2025 is de nieuwe Gemeenschappelijke regeling (GR) ODIJ in werking getreden. In de nieuwe GR is de termijn om de programmabegroting vast te stellen verlengd naar 15 september om de raden meer tijd te geven.
Maar de termijn waarop het Algemeen Bestuur het jaarverslag moet vaststellen blijft 15 juli. Voor de gemeenteraden is het van belang dat zij tijdig over het ontwerpjaarverslag kunnen beschikken, zodat deze informatie kan worden betrokken bij de zienswijze op de ontwerpbegroting. Het college neemt kennis van de jaarrekening van de ODIJ en informeert het bestuur van de ODIJ over haar besluit. Het Algemeen Bestuur van de ODIJ zal op 9 juli 2025 het jaarverslag 2024 definitief vaststellen. 2. Beoogd resultaat Het college kan haar advies over het ontwerp-jaarverslag 2024 aan het algemeen bestuur van de ODIJ meegeven, voordat de jaarrekening definitief wordt vastgesteld. Het college vraagt de ODIJ opvolging te geven aan de volgende acties (zie accountantsrapport pag.14): 1. De onderbouwing van de onderhoudsvoorziening onder regie van de gemeente Beverwijk. 2. Actualiseer de voorziening verlofsparen 3. De kwaliteit en kwantiteit van de sturingsinformatie in de bestuursrapportages 3. Onderbouwing voorstel 1. De ODIJ sluit het jaar 2024 af met een positief resultaat van € 124.232 De baten van het OD IJmond zijn voor het grootste deel afkomstig van de GR partners, de provincie Noord Holland en de dienstverleningsovereenkomsten (DVO) met gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. De structurele exploitatieruimte is in 2024 nihil.
Dit betekent dat de structurele inkomsten voldoende zijn om de structurele uitgaven te dekken. ODIJ doet onderzoek naar de kostendekkendheid van de organisatie en een passende financieringssystematiek die recht
Kenmerk: 2025/440877
2/7
doet aan de omvang van de opdracht, de werkelijke uitvoering en wat de deelnemers bijdragen. In 2024 is een bestemmingsreserve risicobeheersing en oplossingsrichtingen gevormd om de verandering in de organisatie en de nieuwe financieringsstructuur vorm te geven. De ODIJ heeft een positief resultaat gerealiseerd van € 124.232 als gevolg van een niet begrote rijksbijdrage aan het Interbestuurlijk Programma 2023-2024 en niet begrote rentebaten (incidentele meevallers). Het dagelijks bestuur heeft besloten het positieve resultaat 2024 te bestemmen voor de financiering van het Programma herijking GR, DVO en financieringsstructuur en het Plan van aanpak scenario’s voor de toekomstbestendige omgevingsdienst, zodat in 2026 de incidentele bijdrage van de deelnemers lager wordt. Er wordt € 105.487 voor dit doel aan de nieuwe bestemmingsreserve risicobeheersing en oplossingsrichtingen toegevoegd. Rechtmatigheidsverantwoording Het dagelijks bestuur (DB) heeft een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen in de jaarrekening. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de ODIJ. Het DB stelt vast dat de omvang van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen en € 1.902.156 bedraagt.
Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 182.000. De niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties zijn acceptabel aangezien er sprake is van overschrijdingen die worden gedekt door extra baten (financieel beleid is als de lasten toenemen dan is dit gelijk aan de baten). 2. ODIJ heeft een goedkeurende accountantsverklaring (zie bijlage 4) De accountant oordeelt dat de jaarrekening, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording, een getrouw beeld geeft van de werkelijkheid, rekening houdend met de goedkeuringstolerantie. 3. ODIJ beschikt over voldoende eigen vermogen om zelf tegenvallers te kunnen opvangen De ODIJ moet over voldoende middelen beschikken om onvoorziene gebeurtenissen op te kunnen vangen zonder genoodzaakt te zijn om direct in te grijpen in de begroting of het gevoerde beleid. Daarom houdt OD IJmond een algemene reserve aan. Op dit moment beschikt OD IJmond over een (vrij besteedbaar) weerstandsvermogen van €467.000. Door de inventarisatie en kwantificering van risico’s periodiek te actualiseren, houdt OD IJmond goed zicht op de risico’s. Naast een algemene reserve en bestemmingsreserves beschikt ODIJ over een voorziening voor de onderhoudskosten van het kantoorpand en een voorziening voor financiële verplichtingen jegens medewerkers waaronder spaarverlof en eigen risico arbeidsongeschiktheid.
Vermogenspositie ODIJ per 2024 Bedragen X 1000 Algemene reserve Bestemmingsreserves Bestemmingreserve risicobeheersing en oplossingsrichtingen Onderhoudsvoorziening kantoorpand Voorziening personeel Totaal
Kenmerk: 2025/440877
bedrag 467 150 105 208 916 1.846
3/7
4. Uit het jaarverslag blijkt welke beleidsvoornemens de ODIJ behaalde De uitvoering wordt in belangrijke mate bepaald door de wettelijke kaders, landelijke prioriteitstelling en richtinggevende (beleids-)kaders zoals het VTH-Beleidskader Milieu, de VTHstrategie milieu en de gezamenlijke handhavingsstrategie Noord-Holland. Daarnaast zijn er gemeente specifieke duurzaamheidsprogramma’s waaraan ODIJ bijdraagt ODIJ door het beschermen en bevorderen van een veilige, schone en duurzame fysieke leefomgeving. Artikel 10.6 van de Ministeriële regeling omgevingsrecht (MOR) vereist dat jaarlijks inzicht wordt gegeven in een aantal aspecten van de uitvoering en handhaving. Over Zandvoort rapporteert ODIJ (pagina 16,21,26,47):
Aantal milieucontroles: Bestuurlijke sancties: Processen verbaal/BSBm:
40 0 0
In Zandvoort is veel inzet besteed aan de procedures die samenhangen met de plannen en vergunningen rond een camping. Deze procedures zijn nog niet ten einde. Afgelopen jaar is, op verzoek van de gemeenteraad, veel inzet gepleegd op de intensivering van onze samenwerking met gemeente Zandvoort en de dienstverlening voor deze gemeente.
Kenmerk: 2025/440877
4/7
Andere belangrijke resultaten: - Bedrijvenbestand. Het bedrijvenbestand is geactualiseerd. Het aantal bedrijven en het risicoprofiel A-B-C is inmiddels goed in beeld. - Achterstand wegwerken. In het Uitvoeringsprogramma 2024 waren 85 controles bij de type C-bedrijven gepland. Het gaat om de bedrijven met een risico op omgevingsveiligheid die jaarlijks gecontroleerd moeten worden. Door intensivering is het aantal uitgevoerde controles 153 (75% van de type C-bedrijven in het werkgebied is bezocht). - Onder de Omgevingswet is het begrip inrichting vervangen door milieubelastende activiteit (MBA). De hoofd-MBA wordt aangevuld met de belangrijkste deel-MBA's om de brondata kwalitatief goed op te bouwen. Resultaat is een belangrijk kwalitatief overzicht van de milieubelasting van het gebied, de regio's en de gemeenten. - Plan van Aanpak IBP-VTH. Met pva koos het bestuur ervoor om stappen te zetten richting een toekomstbestendige organisatie, maar wel met oog voor strategische samenwerking. Vier omgevingsdiensten in Noord Holland hebben een samenwerkingsagenda gemaakt. Er is inmiddels een uniforme Uitvoering & Handhavingsstrategie. - ODIJ heeft meegewerkt aan de Handreiking regionale beleidscyclus (IBP-VTH) - Energiebesparingsakkoord. Via GreenBiz realiseert ODIJ samen met ondernemers concrete projecten op het gebied van energiebesparing, circulariteit, mobiliteit en warmtetransitie.
Bedrijven met een groot energiegebruik moeten voldoen aan de energiebesparingsplicht en kantoren aan het verplichte energielabel C. In december 2024 startte ODIJ een administratief traject voor het niet voldoen aan de informatieplicht. Het betreft het informeren van het bevoegd gezag over de uitgevoerde energiebesparende maatregelen binnen het bedrijf. 5. Uitkomst zelfevaluatie is positief ODIJ toetst de kwaliteitscriteria middels een zelfevaluatie waarin de vereiste expertise wordt vergeleken met de aanwezige expertise: welke opleiding is nodig, de capaciteit en hoeveel jaar werkervaring en mensen per expertise in dienst moet zijn. Deze informatie bij elkaar vormt de kritische massa van de organisatie. De set kwaliteitscriteria gaat niet in op de (gewenste) omvang van een omgevingsdienst en zegt dus nog niets over de toekomstbestendigheid. Het is de ondergrens die nodig is om uitvoering te geven aan het takenpakket dat de omgevingsdienst uitvoert in opdracht van de gemeenten en provincie. De uitkomst van de zelfevaluatie (pag. 49) is: op veel punten scoort ODIJ goed en wordt de kennis en kunde voldoende beheerst. Aandachtsgebieden zijn brandveiligheid, afvalwater en externe veiligheid.
Kenmerk: 2025/440877
5/7
6. Verantwoording achterstand milieutaken veiligheid toezicht en handhaving in 2024 (bijlage 5) ODIJ legt verantwoording af over de inhaalslag om de achterstanden op het gebied van milieu VTH taken in te lopen. In een periode van drie jaar (2024-2026) worden de achterstanden ingelopen. Er zijn 500 bedrijven geselecteerd die in 2024 met voorrang zijn gecontroleerd door de prioriteit voor de eigen medewerkers te verleggen en door gebruik te maken van externe toezichthouders. In Zandvoort zijn twaalf bedrijven bezocht waarvan twee een her-controle kregen. Er was sprake van zes overtredingen. Bij vergunningplichtige bedrijven is de milieubelastende activiteit in bijna alle gevallen groter en zijn de gevolgen van overtredingen ook van groter belang. Situaties waarbij de gevolgen aanzienlijk en/of onomkeerbaar zijn komen zowel bij vergunningplichtige als niet vergunningplichtige bedrijven gelukkig (zeer) weinig voor. De inhaalslag geeft handvatten voor het in het beleidskader genoemde risicogerichte toezicht, draagt bij aan de actualisatie van vergunningen en de actualisatie van het bedrijfsbestand en het zet de trend die ODIJ in 2025 voortzet. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 1.
De onderhoudsverplichting aan het pand is niet goed onderbouwd In 2023 is al opgemerkt dat de onderbouwing van de onderhoudsvoorziening van het met de gemeente Beverwijk gedeelde pand dient te worden geactualiseerd gelet op de inflatiecijfers en de onvolledigheid van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wat in 2025 leidt tot een extra investeringsbijdrage. Gemeente Beverwijk moet nog actie ondernemen. Dit actiepunt staat inmiddels hoog op de agenda. In september dient het dagelijks bestuur over de toereikendheid van de onderhoudsvoorziening te worden geïnformeerd. Hierop vooruitlopend heeft ODIJ de dotatie aan de eigen onderhoudsvoorziening alvast geïndexeerd. 4.2 Kanttekeningen 1. De reserve weerstandsvermogen van de ODIJ is op dit moment toereikend, maar zal gelet op de ontwikkelingen wellicht moeten worden herzien In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is verplicht voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen aandacht besteedt aan de relatie tussen de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit om tegenvallers op te kunnen vangen. Het advies aan de ODIJ is de risico’s opnieuw te analyseren. 2. Dit was het laatste jaar van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-keten (IBP-VTH) waarin de robuustheid van omgevingsdiensten centraal stond.
Met het aflopen van het IBP-programma is een Quickscan uitgevoerd op de (eind)producten van het IBP-VTH. Momenteel voldoet nagenoeg geen enkele omgevingsdienst aan de onder het IBP opgestelde eisen voor robuustheid en ligt er landelijk een forse opgave. Alle besturen van omgevingsdiensten beschreven via een plan van aanpak op welke wijze zij uiterlijk 1 april 2026 gaan voldoen aan deze criteria. Om de positie voor ODIJ te bepalen en toekomstige opgaven voor te bereiden, heeft het bestuur een externe analyse laten uitvoeren. Op basis hiervan wordt in 2025 de koers voor ODIJ vastgesteld.
Kenmerk: 2025/440877
6/7
3. ODIJ voert het programma herijking GR, DVO en financieringsstructuur en plan van aanpak scenario’s toekomstbestendige omgevingsdienst voortvarend uit Het bestuur heeft besloten het positieve resultaat 2024 te bestemmen voor de financiering van het Programma herijking GR, DVO en financieringsstructuur en het Plan van aanpak scenario’s voor de toekomstbestendige omgevingsdienst, zodat in 2026 de incidentele bijdrage van de deelnemers lager wordt. De organisatie komt steeds meer in controle mede dankzij de interventies op de organisatie en de bedrijfsvoering: het verbeteren van de planning en control cyclus en de nieuwe organisatiestructuur. De jaren 2025 en 2026 zijn aangemerkt als transitieperiode waarin de inzichten verder worden uitgewerkt en de toekomst van ODIJ wordt bepaald. Van het project herijking gemeenschappelijke regeling en financieringsstructuur zijn de eerste analyses met de deelnemers gedeeld. Over de toekomstscenario’s en hoe kostenstijgingen en of bezuinigingen zijn op te vangen, vindt in 2025 het gesprek met de deelnemers plaats. 5. Consequenties en uitvoering Het collegebesluit wordt aan het algemeen bestuur van ODIJ (mondeling) meegedeeld. Het Algemeen Bestuur van de ODIJ zal op 9 juli 2025 het jaarverslag 2024 definitief vaststellen. 6. Bijlagen Bijlage 1. Aanbiedingsbrief bij de jaarstukken 2024 Bijlage 2. Ontwerp-jaarrekening ODIJ 2024 Bijlage 3.
Controleverklaring jaarrekening ODIJ 2024 Bijlage 4. Accountantsverslag jaarrekening 2024 ODIJ Bijlage 5. Concept jaarverslag ODIJ 2024 Bijlage 6 Verantwoording prioriteiten 2024 VTH Omgevingsdienst IJmond
Kenmerk: 2025/440877
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
7/7