CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebesluiten 8 juli - 16 september 2025

Raadscommissie 1 oktober 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Overzichten13.504 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Collegebesluiten actief naar de raad gestuurd tussen 8 juli en 16 september 2025 Document

Collegebesluit Kustpact 2026-2030

Titel

Collegebesluit Kustpact 2026-2030

Besluit B&W

08-07-2025

Document

Collegebesluit Advisering fusie basisscholen Mariaschool en Hannie Schaftschool 2025

Titel

Collegebesluit Advisering fusie basisscholen Mariaschool en Hannie Schaftschool 2025

Besluit B&W

08-07-2025

Document

Collegebesluit Sturingskader drukke dagen in Zandvoort versie 2025

Titel

Collegebesluit Sturingskader drukke dagen in Zandvoort versie 2025

Besluit B&W

08-07-2025

Document

Collegebesluit Vrijgave voor inspraak conceptversie Laadvisie Zandvoort 2025-2035

Titel

Collegebesluit Vrijgave voor inspraak conceptversie Laadvisie Zandvoort 2025-2035

Besluit B&W

08-07-2025

Document

Collegebesluit Uitbreiding pilot taxi's tijdens DGP editie 2025

Titel

Collegebesluit Uitbreiding pilot taxi's tijdens DGP editie 2025

Besluit B&W

22-08-2025

Document

Collegebesluit Van Opvang naar Wonen Eerst

Titel

Collegebesluit Van Opvang naar Wonen Eerst

Besluit B&W

26-08-2025

Document

Collegebesluit Vrijgave voor inspraak concept Huisvestingsverordening

Titel

Collegebesluit Vrijgave voor inspraak: concept Huisvestingsverordening ZuidKennemerland/IJmond: Zandvoort 2026

Besluit B&W

02-09-2025

Document

Collegebesluit Uitbreiding aula Wim Gertenbach College

Titel

Collegebesluit Uitbreiding aula Wim Gertenbach College

Besluit B&W

16-09-2025

Collegebesluit

Onderwerp Kustpact 2026-2030 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/554959 Moolenburgh, D. 4.1. Wonen en ruimtegebruik PG Otten, E. 023 5113504 eotten@haarlem.nl Op 31 december 2025 loopt het huidige Kustpact (2017-2025) af. Hoewel de maatschappelijke en politieke onrust, zoals die bestond in 2016, is afgenomen, achten de betrokken partijen het doel van het Kustpact nog steeds belangrijk. Het creëren van een balans tussen de ontwikkeling van de kustzone enerzijds en bescherming en behoud van haar kernkwaliteiten anderzijds, blijft relevant. Ook het uitgangspunt om gezamenlijk het gesprek te voeren over relevante ontwikkelingen in de kustzone en elkaar tijdig te informeren vanuit een gezamenlijk eigenaarschap voor de kust is essentieel.

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 8 juli 2025

De samenwerking via het Kustpact wordt daarom na 2025 voortgezet, tot en met in ieder geval 31 december 2030. Dit is reeds besloten tijdens het bestuurlijk overleg op 4 maart 2025 met alle kustpartners (zie brief in bijlage 1). De voortzetting van de samenwerking wordt vormgegeven met inachtneming van de resultaten van de samenwerking tussen 2017-2025. Echter spelen er vandaag de dag nieuwe uitdagingen ten opzichte van tien jaar geleden. In het licht van de huidige actualiteiten en de toekomstige ontwikkelingen aan de kust, worden nieuwe afspraken voor de samenwerking 2026-2030 gemaakt. De netwerkfunctie van het Kustpact blijft daarbij een belangrijk onderdeel. Daarom tekent de gemeente Zandvoort het Kustpact (bijlage 2). Het college stuurt het besluit op basis van de actieve informatieplicht ter kennisname aan de raad. -

Kustpact, 26 januari 2017 (2017/01/001416)

1. In te stemmen met het convenant Kustpact. de secretaris,

Kenmerk: 2025/554959

de burgemeester,

1/5

1. Aanleiding De kust is de grootste vrij toegankelijke ruimte van Nederland en de belevingswaarde is groot. Dit komt tot uiting in de aantrekkingskracht van de kust voor het toerisme en de bijdrage van kustrecreatie aan de economie. Ook is de kustzone een uniek en kwetsbaar natuurgebied. Het duingebied kent een grote variatie in landschap, planten- en diersoorten. De kust is daarnaast van essentiële betekenis voor de bescherming van Nederland tegen overstromingen vanuit de zee. De combinatie van Noordzee, zandstrand en duinen trekt veel toeristen en recreanten. Om zowel ruimte te bieden voor economische ontwikkeling als het beschermen van de kwaliteiten van de kustzone, hebben sinds 21 februari 2017 bij de kust betrokken overheden en maatschappelijke partijen constructief samengewerkt op basis van de afspraken uit het Kustpact. In het oorspronkelijke Kustpact is 31 december 2025 als einddatum opgenomen. Op 4 maart 2025 heeft een bestuurlijk overleg plaatsgevonden om met de betrokken partijen te spreken over de toekomst van het Kustpact. Hoewel de maatschappelijke en politieke onrust, zoals die bestond in 2016, is afgenomen, achten de betrokken partijen het doel van het Kustpact nog steeds belangrijk. Het creëren van een balans tussen de ontwikkeling van de kustzone enerzijds en bescherming en behoud van haar kernkwaliteiten anderzijds, blijft relevant.

Ook het uitgangspunt om gezamenlijk het gesprek te voeren over relevante ontwikkelingen in de kustzone en elkaar tijdig te informeren vanuit een gezamenlijk eigenaarschap voor de kust is essentieel. Daarom is tijdens het bestuurlijk overleg van 4 maart het besluit genomen om de Kustpact samenwerking op basis van nieuwe afspraken voort te zetten tot in ieder geval 31 december 2030. De samenwerking wordt vormgegeven met inachtneming van de resultaten van de samenwerking tussen 2017-2025. Echter spelen er vandaag de dag nieuwe uitdagingen ten opzichte van tien jaar geleden. In het licht van de huidige actualiteiten en de toekomstige ontwikkelingen aan de kust, worden nieuwe afspraken voor de samenwerking 2026-2030 gemaakt. De netwerkfunctie van het Kustpact blijft daarbij een belangrijk onderdeel. De ondertekening van het nieuwe kustpact is gepland op 1 oktober 2025. Gezien het zomerreces en de hoeveelheid partijen is gekozen voor een schriftelijke ronde en bestuurlijk akkoord. Uiterlijk 21 juli moet bekend zijn welke partijen instemmen met ondertekening of nog aanvullende vragen hebben. 2. Beoogd resultaat Doelstelling: Alle kustpartners houden zicht op de uitdagingen die ten aanzien van toerisme, recreatie en strandeconomie, natuur, landschap en de kwaliteit van de leefomgeving op de kust afkomen.

Kenmerk: 2025/554959

2/5

Acties: Voeren van constructief overleg met de betrokken partners. Resultaat: Een goede balans tussen economisch-recreatieve ontwikkeling van de kustzone enerzijds en bescherming en behoud van haar kernkwaliteiten anderzijds. 3. Onderbouwing voorstel 1. Onze voorkeursoptie voor voortzetting van het Kustpact is gekozen Er zijn vier opties gegeven waarop het kustpact kan worden voortgezet. Onze voorkeur ging uit naar optie 3 “Het Kustpact gaat door in ambtelijke vorm, met beperkt aangepaste scope en partners”. Deze optie is gekozen (zie ook bijlage 4). 2. De aangepaste scope sluit beter aan bij Zandvoort De aangepast scope luidt “De scope van het Kustpact 2026-2030 wordt verbreed richting ontwikkelingen ten aanzien van toerisme, recreatieve druk en de strandeconomie in relatie tot de bescherming en het behoud van de kernkwaliteiten en de kwaliteit van de leefomgeving in de kustzone”. Dit past goed bij de ambities, doelstellingen en lopende vraagstukken in Zandvoort. 3. Het kustpact draagt bij aan een goede balans tussen de economisch-recreatieve ontwikkeling van de kustzone enerzijds en bescherming en behoud van haar kernkwaliteiten anderzijds Uit prognoses blijkt dat het toerisme in Nederland groeit en de reactiebehoefte toeneemt. De verwachting is dat deze groei de komende jaren zal doorzetten. Ook de kustgebieden zullen hierdoor een groeiend aantal bezoekers ontvangen.

Dit biedt kansen voor de economische ontwikkeling van de kustplaatsen, maar leidt tegelijkertijd tot meer recreatieve druk op de natuur, het landschap en de leefomgeving in de kustzone. De uitdaging is om de ontwikkelingen in goede banen te leiden. 4. Binnen het Kustpact kunnen gesprekken gevoerd worden over het geven van ruimte aan relevante ontwikkelingen binnen de regels van het Rijk en de provincies Het Kustpact vormt een schakel tussen de praktijk waarin de deelnemende partijen opereren en de beleidsvorming en bestuurlijke keuzes van de verschillende betrokken overheden. Partijen spreken af elkaar in een vroeg stadium blijvend te informeren over eventuele ontwikkelingen, zorgen of aandachtspunten ten aanzien van de onderwerpen toerisme, recreatie en strandeconomie in relatie tot de bescherming en het behoud van de kernkwaliteiten en de kwaliteit van de leefomgeving in de kustzone. Door het benutten van deze netwerkfunctie, worden partijen niet overvallen en kunnen ruimtelijke juridische conflicten worden voorkomen. 5. Niet ondertekenen van het Kustpact geeft een verkeerd signaal af De wens om het Kustpact op te stellen komt met name voort uit de vrees voor ongewenste ontwikkelingen aan de kust. Als de gemeenten het Kustpact niet ondertekenen, kan dat voor

Kenmerk: 2025/554959

3/5

maatschappelijke organisaties en de Tweede Kamer aanleiding zijn om te veronderstellen dat die gemeenten meer aan de kust willen ontwikkelen, en dat strakkere regelgeving van bovenaf nodig is. Bovendien heeft gemeente Zandvoort de afgelopen 5 jaar een coördinerende rol gehad binnen de Noord Hollandse kustgemeenten en heeft opgetreden als vertegenwoordiger van deze gemeenten binnen het Kustpact.

4. Kanttekeningen

1.

De afspraken die binnen het kustpact worden gemaakt zijn in rechte niet afdwingbaar’ Het Kustpact zelf heeft geen directe werking. Door te ondertekenen wordt slechts de intentie uitgesproken gezamenlijk de waarden langs de kust te beschermen. Dit kan leiden tot afspraken waarbij dit in de toekomst kan leiden tot beperkingen. Gezien alles in overleg gaat en de provincie zoneringen reeds heeft vastgesteld, is de verwachting dat dit zal gebeuren nihil. Om dat nog te benadrukken is in artikel- 23 opgenomen: Partijen komen overeen dat de nakoming van de afspraken in het Kustpact niet in rechte afdwingbaar is.

5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Partijen dragen zorg voor de uitvoering van afspraken ieder door middel van eigen inzet in uren. Ook leveren partijen roulerend een bijdrage aan het aanbieden van een locatie en facilitaire zaken voor overleggen. De secretariaatskosten voor het Kustpact worden in 2026, 2027 en 2028 gedragen door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In 2029 worden door de Kustpact partners gezamenlijk nieuwe afspraken gemaakt over de financiering van het secretariaat. In het geval van eventuele onvoorziene incidentele kosten, bijvoorbeeld voor extern onderzoek of advies, gaan partijen samen in gesprek en worden nadere afspraken gemaakt. Voor gemeente Zandvoort betekent dit ambtelijke inzet, minstens twee keer per jaar ambtelijk overleg, alsmede de voorbereiding voor dit ambtelijk overleg en afstemming met de andere Noord Hollandse gemeenten, gezien de coördinerende rol die Zandvoort heeft hierin. Daarnaast is een klein budget benodigd voor een bijdrage aan locatie en facilitaire zaken voor overleggen en eventuele onvoorziene incidentele kosten. De verwachting is dat deze binnen het jaarlijkse strandbudget kunnen worden opgevangen.

Kenmerk: 2025/554959

4/5

5.2 Communicatie en participatie Alle aangesloten partijen zetten zich actief in voor de communicatie rondom het Kustpact, de samenwerking en de gemaakte afspraken en dragen er zorg voor dat alle kust gerelateerde partijen op de hoogte zijn van de Kustpact samenwerking 2026-2030. De communicatie over het Kustpact wordt verzorgd door het Ministerie VRO. 5.3 Planning - 1 oktober: ondertekening Kustpact

6. Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Begeleidingsbrief Ministerie VRO Kustpact 2026-2030 ambtelijke definitieve versie Akkoord Formulier Verslag Bestuurlijk Overleg Toekomst Kustpact 4 maart 2025

Kenmerk: 2025/554959

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Advisering Fusie basisscholen Hannie Schaft en Mariaschool 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 8 juli 2025

2025/491160 Carree, L. 1.1. Onderwijs JOS Pecht, N.M.E. npecht@haarlem.nl De Zandvoortse scholen Mariaschool en de Hannie Schaftschool hebben kenbaar gemaakt formeel te willen fuseren per 1 augustus 2025. Aan het college van B&W wordt gevraagd een advies uit te brengen over dit voornemen. Deze scholen bevinden zich al in één pand. Door van deze scholen één grotere school te maken is de school straks toekomstbestendiger, onder andere doordat er meer perspectief geboden kan worden aan het personeel. Daarnaast kan er beter gebruik gemaakt worden van de buitenruimte. Omdat de capaciteit en de kwaliteit van het openbaar onderwijs door deze fusie bovendien op peil kan blijven geeft het college een positief advies af over dit voornemen. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad in het kader van de actieve informatieplicht. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Een positief advies af te geven op het voornemen van de Mariaschool en de Hannieschaft school om te fuseren per 1 augustus 2025. de secretaris,

Kenmerk: 2025/491160

de burgemeester,

1/5

1. Aanleiding De Zandvoortse scholen Mariaschool en de Hannie Schaftschool hebben kenbaar gemaakt te willen fuseren per 1 augustus 2025. Stichting WijWijzer heeft aan haar wettelijke plicht voldaan door een Fusie Effect Rapportage (FER) op te stellen. Onderdeel van een FER is dat er een advies wordt gevraagd aan het college van B&W van de betreffende gemeente over de voorgenomen fusie. Gemeenten hebben de taak zich binnen dat advies te richten op de instandhouding van het openbaar onderwijs in de gemeente. 2. Beoogd resultaat Het beoogde resultaat van dit besluit is dat er voldoende en kwalitatief sterk openbaar onderwijs aanwezig is en blijft in de gemeente. De op handen zijnde fusie van de Mariaschool en de Hannie Schaftschool draagt bij aan deze doelstelling. 3. Onderbouwing voorstel 1. Door de fusie ontstaat een school die door zijn omvang beter bestand is tegen uitdagingen als personeelskrapte of leerlingendaling. Volgens de leerlingenprognoses van zowel de gemeente als van DUO zal de Mariaschool vanaf 2027 qua leerlingenaantal onder de opheffingsnorm komen. Kleine scholen kunnen kwetsbaarder zijn omdat er minder ruimte is voor specialisatie onder het personeel, de werkdruk onder het personeel hoger kan zijn en er bijvoorbeeld gewerkt moet worden met combinatieklassen.

Door de fusie hoeven de scholen elkaar niet meer te beconcurreren en wordt de fusieschool aantrekkelijker voor mogelijk nieuw te werven personeel, kan er meer aan expertiseontwikkeling worden gedaan en zou de werkdruk voor het personeel lager worden. 1. De FER laat zien dat het doorlopen proces van medezeggenschap zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Hoewel de tijdspanne kort is geweest, zijn alle belanghebbenden bevraagd en in de gelegenheid gesteld een mening te geven over de op handen zijnde fusie. De MR’en van beide scholen, ouders, het personeel zijn allen op enig moment bevraagd naar hun mening. Beide MR’en hebben hun instemming uitgesproken. Van belang is op te merken dat er eerst een formele fusie zal plaatsvinden en dat vervolgens een jaar gebruikt wordt om de fusieschool daadwerkelijk vorm te geven. De FER bevat alle verplichte onderdelen, zoals een beschrijving van beide scholen, een overzicht van financiële consequenties en alternatieve mogelijkheden.

Kenmerk: 2025/491160

2/5

2. De nieuwe fusieschool krijgt een openbaar karakter waarmee de capaciteit van het openbaar onderwijs op peil blijft. Doordat de nieuwe fusieschool de structuur van de Hannie Schaft-school overneemt, blijft het aantal scholen met openbaar primair onderwijs in Zandvoort gelijk. Omdat de fusieschool straks veel groter is dan de Hannie Schaft nu, wordt het aantal onderwijsplekken op een openbare school hoger. 3. Omdat de scholen al in hetzelfde pand zitten, zijn er (inhoudelijke) voordelen van een fusie ten opzichte van de huidige situatie Momenteel hebben de scholen een concurrentiepositie ten opzichte van elkaar, als het gaat om de leerlingenaantallen. Deze concurrentie is niet meer aan de orde als het nog maar één school betreft. Daarbij kan de fusieschool optimaler gebruik maken van de beperkte buitenruimte die er nu beschikbaar is. Met kleine aanpassingen aan het pand kan er al veel bereikt worden om er ook fysiek gezien één school van te maken. 1

Risico’s en kanttekeningen

4.1 Risico’s 4.2 Kanttekeningen 1. Door de fusie wordt de keuzevrijheid voor verschillende onderwijstypen in Zandvoort verkleind Door de fusie verdwijnt er de mogelijkheid om in Zandvoort te kiezen voor een katholieke basisschool. Er wordt in de FER in gegaan op een alternatieve keuze, namelijk dat de Mariaschool als nevenvestiging van een andere katholieke basisschool (Aloysius) verder zou gaan. Hierover wordt gesteld dat de bekostiging vanuit het Rijk dan minder wordt en de geconstateerde moeilijkheden van voortzetting van de Mariaschool daarmee niet zouden worden opgelost, waardoor het geen geschikte optie zou zijn. Deze optie is niet verder onderzocht. 2.

Voor de leerlingen van (vooral) de Mariaschool verandert er veel ten opzichte van de huidige situatie Omdat de openbare Hannie Schaftschool het uitgangspunt vormt van de nieuwe fusieschool verandert er veel voor de leerlingen, met name voor de leerlingen van de Mariaschool. Zo veranderen de schooltijden voor hen, verandert de denominatie van de school waarop zij zitten, de naam van de school waar zij op zitten. Er wordt nu gewerkt met combinatieklassen, en dat zal in de fusieschool niet aan de orde zijn. Dergelijke overwegingen zijn meegenomen onder de ouderpeiling. Hierop zijn over een tijdsbestek van 6 dagen, 20 reacties binnen gekomen. Stichting WijWijzer geeft aan dat de reacties overwegend positief zijn en dat een dergelijk aantal reacties gangbaar is bij dergelijke fusies.

Kenmerk: 2025/491160

3/5

3.

Bij het vaststellen van het IHP is geen rekening gehouden met de aanpassingen aan de Blauwe tram ten behoeve van deze fusie. In het kader van het IHP Zandvoort 2025-2028 is er geïnventariseerd welke aanpassingen er nodig zijn aan de schoolgebouwen. De geplande projecten zijn opgenomen in het IHP, inclusief een investeringsbudget. Bij het vaststellen van het IHP was deze fusie nog niet voorzien, daarom is er geen budget geraamd voor mogelijke aanpassingen aan het gebouw van de Blauwe Tram. De wensen en mogelijkheden zullen eerst nader moeten worden onderzocht. 2 Consequenties en uitvoering Na het genomen besluit zal WijWijzer hiervan worden geïnformeerd. Na een licht administratieve toets op de FER zal het ministerie naar verwachting instemmen met de fusie. Met ingang van het nieuwe schooljaar zal de fusie dan formeel gezien zijn afgerond. Het eerste jaar na de fusie zal gebruikt worden om echt één school te worden. Dat betekent dat er nieuwe schooltijden worden ingevoerd, dat er een nieuwe naam wordt gekozen en dat het gebouw (de Blauwe Tram) op een dusdanige manier zal moeten worden aangepast dat er sprake is van één school. 5.1 Financiën Er zullen kosten zijn op het vlak van de onderwijshuisvesting. Omdat hierover nog geen gesprekken hebben plaatsgevonden met WijWijzer kan nog geen inschatting gemaakt worden van de omvang van deze kosten.

De bijgevoegde conceptbegroting voor de fusieschool laat zien dat – omdat de vaste bijdrage van het Rijk voor één van de twee scholen weg zal vallen – de fusieschool een exploitatietekort zal hebben tot de jaren 2028/2029. Daarna zal dit tekort zijn opgelost door een vermindering van personeelslasten. 5.2 Communicatie De communicatie rondom dit besluit zal met name in handen zijn van Stichting WijWijzer. Hen is een aantal keer gevraagd de gemeente nauw te betrekken bij hun communicatie uitingen, zodat de gemeente hierop kan inspelen indien nodig. 5.3 Participatie Het participatietraject is onderdeel van de Fusie Effect Rapportage (FER). Dat wil zeggen dat medewerkers en personeel is meegenomen in het voornemen. De MR’en van beide scholen zijn om advies gevraagd. Ouders hebben hun visie kunnen uitspreken en het college van B&W wordt om advies gevraagd.

Kenmerk: 2025/491160

4/5

5.4 Juridisch Nadat de minister een goedkeuring heeft gegeven voor de fusie, zal er formeel een nieuwe fusieschool ontstaan. Deze school zal een openbare grondslag hebben en valt daarmee onder de verantwoordelijkheid van de gemeente wat betreft het toezicht houden op de instandhouding van het openbare onderwijs. 5.5 Planning Nadat het advies van het college van B&W wordt afgegeven zal het worden toegevoegd aan de Fusie Effect Rapportage, welke wordt voorgelegd aan het ministerie. Als het ministerie instemt met de fusieaanvraag, zal de fusie per 1 augustus 2025 van kracht zijn. Het eerste jaar van de fusie wordt gebruikt om de fusie formeel door te voeren en de nieuwe fusieschool vorm en naam te geven. 6. Bijlagen A. Besluitvormingsnotitie Mariaschool – Hannie Schafschool B. Brief van WijWijzer aan college B&W Zandvoort

Kenmerk: 2025/491160

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Sturingskader drukke dagen in Zandvoort versie 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor de raad Besluit College d.d. 8 juli 2025

2025/557905 Moolenburgh, D. 6.3 Openbare orde en veiligheid BC Haatrecht, A. / Stigter, W.H.C. 14 023 ahatrecht@haarlem.nl / wstigter@haarlem.nl Zandvoort is een gastvrije gemeente waar jaarlijks miljoenen bezoekers heen komen om te genieten van het strand en de natuur. Dat leidt op sommige dagen tot grote (verkeers-)drukte. Om deze drukte in goede banen te leiden is in 2021 het Sturingskader drukke dagen in Zandvoort gemaakt. De afgelopen jaren is het sturingskader toegepast en dat heeft geleid tot het inzicht dat op een aantal punten verbeteringen en optimalisaties nodig zijn. Onder andere een duidelijker inzicht in taken en verantwoordelijkheden in de uitvoeringsoperatie. Om dit te realiseren dienen er concretere afspraken gemaakt te worden over het doel van het sturingskader, de periode waarin het sturingskader van toepassing is, welke onderdelen het betreft, wat de bijbehorende acties zijn en welke afdelingen hierin een rol hebben. Daarom is het sturingskader geactualiseerd en tevens uitgebreid. Het college stuurt het besluit op basis van de actieve informatieplicht ter kennisname naar de raad. Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Het college besluit in te stemmen met het gebruik van het Sturingskader drukke dagen in Zandvoort versie 2025 als leidraad voor het beheersen van (verkeers-) drukte. de secretaris,

Kenmerk: 2025/557905

de burgemeester,

1/3

1. Inleiding Zandvoort is een gastvrije gemeente waar jaarlijks miljoenen bezoekers heen komen om te genieten van het strand en de natuur. Dat leidt op sommige dagen tot grote (verkeers-)drukte. Om deze drukte in goede banen te leiden is in 2021 het Sturingskader drukke dagen in Zandvoort gemaakt. De afgelopen jaren is het sturingskader toegepast en dat heeft geleid tot het inzicht dat op een aantal punten verbeteringen en optimalisaties nodig zijn. Onder andere een duidelijker inzicht in taken en verantwoordelijkheden in de uitvoeringsoperatie. Om dit te realiseren dienen er concretere afspraken gemaakt te worden over het doel van het sturingskader, de periode waarin het sturingskader van toepassing is, welke onderdelen het betreft, wat de bijbehorende acties zijn en welke afdelingen hierin een rol hebben. Daarom is het sturingskader geactualiseerd en tevens uitgebreid. 2. Besluitpunten college 1. Het college besluit in te stemmen met het gebruik van het Sturingskader drukke dagen in Zandvoort versie 2025 als leidraad voor het beheersen van (verkeers-)drukte. 3. Beoogd resultaat Met het Sturingskader drukke dagen in Zandvoort versie 2025 wordt bereikt dat er een voorspelbare sturing komt voor (verkeers-)drukte in Zandvoort. 4. Argumenten 1.

Gastvrije gemeente Zandvoort is een gastvrije gemeente waar jaarlijks miljoenen bezoekers heen komen om te genieten van het strand en de natuur. Om de bijbehorende bezoekersstromen in goede banen te leiden is het sturingskader uit 2021 geactualiseerd en aangevuld, zie bijlage 1. Dit sturingskader geeft aan de hand van scenario’s aan welke inzet van ambtelijke (hulp-)diensten en middelen nodig is om de drukte in goede banen te leiden. Onderdeel van het sturingskader is het managen van verwachtingen van bezoekers door aan te geven hoe druk het mogelijk wordt en wat de invloed op hun reistijd is. 2. Meerdere scenario’s Het sturingskader is opgebouwd uit meerdere scenario’s die elk horen bij een combinatie van periode van het jaar en weersverwachting. Elk scenario bevat een set aan maatregelen en bepaalt de inzet van ambtelijke (hulp-)diensten. Zo is voor iedereen duidelijk wat er wordt verwacht voor de komende dag of dagen. De bezoekers krijgen informatie die is afgestemd op het heersende scenario. Zo zal het scenario voor een druilerige dag leiden tot andere informatie voor de bezoekers dan op een hete zomerdag. 3. Detaillering in draaiboeken en werkinstructies De scenario’s kennen een gedetailleerde uitwerking in draaiboeken en werkinstructies. Dit strekt zich bijvoorbeeld uit van de ambtenaar openbare orden en veiligheid tot de verkeersregelaar. De

Kenmerk: 2025/557905

2/3

draaiboeken geven zo duidelijk mogelijk aan wat er wanneer en door wie gedaan moet worden. Daaronder vallen onder meer ook teksten op borden, berichten op (social) media en afstemming met NS en ProRail. 4. Financiën De kosten voor het uitvoeren van de scenario’s zijn opgenomen in de programmabegroting, deels als onderdeel van reguliere budgetten, deels als budgetten specifiek voor het uitvoeren van dit sturingskader. 5. Communicatie Het sturingskader is primair bedoeld voor intern gebruik door ambtelijke (hulp-)diensten. Met hen is uitgebreid gesproken over dit sturingskader. Daarnaast is communicatie ook een zeer belangrijk middel bij de toepassing van de scenario’s, daarom is daar ook veel aandacht voor. 5. Risico’s en kanttekeningen Het weer vormt een belangrijke indicator voor de verwachte drukte, maar laat zich slechts beperkt voorspellen. Met name voorspellingen voor meerdere dagen vooruit bevatten een grote mate van onzekerheid. Daarom zal naast een voorspelling voor de komende week en het activeren van het bijbehorende scenario ook altijd van dag tot dag en soms van uur tot uur zo nodig worden bijgestuurd. 6. Uitvoering Het sturingskader wordt uitgewerkt in draaiboeken en werkinstructies. 7. Bijlagen Bijlage 1: Sturingskader drukke dagen in Zandvoort versie 2025.

Kenmerk: 2025/557905

3/3

Collegebesluit

Onderwerp Vrijgave voor inspraak conceptversie Laadvisie Zandvoort 2025-2035 Nummer 2025/493775 Portefeuillehouder Bluijs, G.J. Programma/beleidsveld 4.3. Leefomgeving Afdeling BBOR Auteur Starreveld, D. Telefoonnummer +31622244493 Email dstarreveld@haarlem.nl Het gewenste Zandvoortse laadnetwerk voorziet in voldoende nabijgelegen Kernboodschap oplaadmogelijkheden en voldoende oplaadcapaciteit voor alle elektrische voertuigen van bewoners en bezoekers die daar gebruik van wensen te maken. Dit laadnetwerk is een belangrijke voorwaarde om de gewenste transitie naar emissievrije mobiliteit mogelijk te maken. De laadvisie verwoordt voor de komende 10 jaar de kaders waarbinnen wordt gewerkt aan de realisatie van gewenste laadnetwerk in Zandvoort. Deze kaders hebben de huidige situatie als vertrekpunt, houden rekening met de (markt)ontwikkelingen en zijn verwoord in uitgangspunten.

Behandelvoorstel voor de raad

Relevante eerdere besluiten

Besluit college d.d. 8 juli 2025

Het college stelt belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze te geven over de concept Laadvisie Zandvoort 2025-2035. Het college stuurt het collegebesluit ter informatie actief naar de raadscommissie. Indien de raadscommissie hier behoefte aan heeft kan het haar wensen en bedenkingen meegeven voor het vaststellen van de definitieve versie van de Laadvisie Zandvoort 2025-2035. •

Raadsinformatiebrief: Stand van zaken participatie in plaatsing laadpalen 22 december 2023 2023/2058847 • Raadsinformatiebrief: Stand van zaken laadinfrastructuur Zandvoort 1 oktober 2024 2024/1616271 Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het concept Laadvisie Zandvoort 2025-2035 vrij te geven voor inspraak. de secretaris,

Kenmerk: 2025/493775

de burgemeester,

1/5

1. Aanleiding Voor elektrisch vervoer is een toereikend laadnetwerk een belangrijke voorwaarde voor probleemloze mobiliteit. Het tijdig kunnen beschikken over voldoende laadpunten is geen vanzelfsprekendheid. Dit vereist een visie en hiervoor dienen keuzes gemaakt te worden. Deze staan beschreven in deze laadvisie. 2. Beoogd resultaat Het gewenste Zandvoortse laadnetwerk voorziet in voldoende nabijgelegen oplaadmogelijkheden en voldoende oplaadcapaciteit voor alle elektrische voertuigen van bewoners en bezoekers die daar gebruik van wensen te maken. Dit laadnetwerk is een belangrijke voorwaarde om de gewenste transitie naar emissievrije mobiliteit mogelijk te maken. 3. Onderbouwing voorstel De uitgangspunten geven de kaders weer waarbinnen gewerkt wordt aan de realisatie van het gewenste laadnetwerk. De belangrijkste uitgangspunten hebben betrekking op de volgende onderwerpen: •

•

•

•

•

•

•

De regierol die wordt opgepakt door de gemeente: de noodzaak om het laadnetwerk niet over te laten aan commerciële partijen, sturing geven aan de gewenste richting met de ladder van plaatsen op basis van data en een nauwere samenwerking met MRA-E gericht op schaalvoordelen en verdere professionalisering, Het tegengaan van netcongestie: aan de hand van zes uitwerkrichtingen (zoals slim laden en laadpleinen met zonnepanelen) wordt gewerkt aan een laadnetwerk dat bijdraagt aan het tegengaan van piekbelastingen van het elektriciteitsnetwerk, Het vergroten van de plaatsingssnelheid: het vergroten van de plaatsingssnelheid door vereenvoudigen van de werkwijze en het groepsgewijs uitvoeren van plaatsingen door de overstap naar data gestuurde plaatsingen en later naar aanbod gestuurde plaatsingen, Het inspelen op de gewenste plaatsingsvolgorde: in twee stappen naar aanbod gestuurde plaatsingen gebaseerd op het midden scenario van de verwachte groei aan elektrische auto’s.

Rekening houden met de aanpak van netcongestie en prioriteit geven aan de voorkeuren van laden (zoals deelmobiliteit), Het nastreven van een toekomstbestendig en flexibel laadnetwerk dat aansluit op de laadbehoefte van Zandvoort, met aandacht voor snelladers en laadpunten in zowel publieke als private garages, Het stimuleren van laden op privaat terrein: met de ladder van laden wordt ingezet op zoveel als mogelijk laden op privaat terrein en de publieke ruimte ontlasten. Door dit te stimuleren en te faciliteren wordt dit aantrekkelijk gemaakt, De aanscherping van de regels voor het plaatsen en gebruiken van laadpalen: gericht op het voorkomen van overlast en technische onmogelijkheden en het borgen van de veiligheid.

Kenmerk: 2025/493775

2/5

Duurzaamheid • Met een uitgebreid laadnetwerk voor elektrische auto’s wordt gewerkt aan de elektrificatie van het autobezit in Zandvoort. Elektrische voertuigen zijn (op den duur) duurzamer dan fossiel aangedreven voertuigen en dragen positief bij aan het verminderen van uitstoot (CO2 en fijnstof), • Bij de aanleg van het laadnetwerk wordt ook rekening gehouden met duurzaamheid. Het streven naar een flexibel netwerk dat circulair is en aangepast kan worden op nieuwe technologische ontwikkelingen. Groen • Het plaatsen van laadpalen in de openbare buitenruimte neemt ruimte in die dan niet meer gebruikt kan worden voor het plaatsen van (extra) groen. In sommige gevallen zal het groen ook moeten wijken. Met de ladder van laden wordt de voorkeur gegeven aan het laden op privaat terrein, maar ook daar kan de ruimte vervolgens niet meer worden voorzien van groen. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 1. Netcongestie neemt toe in plaats van af De uitwerkmogelijkheden om netcongestie tegen te gaan geven niet de garantie dat het ook lukt. Veel factoren buiten de laadvisie om zijn medebepalend voor het toekomstig energieverbruik tijdens piekuren. Dit kan mede een rem zetten op de realisatie van het laadnetwerk. Vooral het stimuleren van laden op privaat terrein is een risico. Immers daar kan wel geadviseerd worden op slim laden, maar (vooralsnog) niet worden afgedwongen.

Bij laden in de publieke ruimte is vanuit de gemeente voldoende te sturen op slim laden. In het stimuleringsprogramma zal nadrukkelijk ingezet worden op goede voorlichting over slim laden. 2. Gewenst tempo van plaatsen wordt niet gehaald De vereenvoudiging van de werkwijze van plaatsen wordt mogelijk nu de participatie wordt beperkt tot 1 in plaats van 2 momenten. In het geval van verkeersbesluiten kan het bezwaar alleen betrekking hebben op de onttrekking van een parkeerplaats voor fossiel aangedreven voertuigen, maar in de praktijk worden ook andere argumenten ingebracht om de plaatsing van de laadpaal op die specifieke plaats tegen te houden. Deze bezwaren vertragen de besluitvorming en dus de plaatsing aanzienlijk. 4.2 Kanttekeningen 1. De dynamiek in de ontwikkeling van elektrisch rijden Het nationale overheidsbeleid en de belastingdruk met betrekking tot elektrisch laden zijn de belangrijkste factoren die het toekomstig elektrisch rijden beïnvloeden. De rol die de gemeente zelf hierin kan spelen is beperkt. De huidige grilligheid en vooral de onvoorspelbaarheid van het nationale beleid geeft momenteel maar beperkt vertrouwen dat nodig is om een lange termijn investering voor een relatieve dure elektrische auto te willen aankopen.

Kenmerk: 2025/493775

3/5

5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën • Het plaatsen van laadpalen in de openbare ruimte verloopt via concessies. Dat betekent dat de gemeente zelf niet opdraait voor investeringen, maar dat de laadpaalexploitant dat doet. Daarnaast levert het de gemeente een bescheiden bedrag per afgenomen kilowattuur op. • Het plaatsen van laadpalen in de gemeentelijke garages vereist wel een investering, omdat deze niet vallen onder de concessieregeling van de MRA-E. • Met de door de laadpaalexploitant betaalde vergoeding kan het stimuleringsprogramma voor laden op privaat terrein worden betaald. • De uitvoeringsagenda geeft per 3-4 jaar inzicht in de projectbegrotingen. • Benodigde investerings- en exploitatiebudgetten zijn en worden opgenomen in de voorjaarsnota’s. 5.2 Communicatie Er wordt een communicatieprogramma opgezet als onderdeel van de uitvoeringsagenda waarbij de verschillende doelgroepen worden geïnformeerd en er wordt ingezet op een gedragscampagne waarbij de gewenste manieren van laden (extra) worden gestimuleerd. 5.3 Participatie Belanghebbenden krijgen de gelegenheid hun zienswijze in te dienen. Hiervoor zal de laadvisie gepubliceerd worden en op verschillende media een mededeling hierover worden geplaatst. Op basis van de ontvangen zienswijzen zal een nota van beantwoording worden opgesteld.

Als daar aanleiding voor is zal dit kunnen leiden tot aanpassingen in de laadvisie. Het college stuurt het collegebesluit ter informatie actief naar de raadscommissie. Als de raadscommissie hier behoefte aan heeft kan het haar wensen en bedenkingen meegeven voor het vaststellen van de definitieve versie van de Laadvisie 2025-2035. 5.4 Juridisch Het belang van bewoners, bezoekers en ondernemers zal zich vooral richten op de specifieke plaatsing van een laadpaal in hun buurt. Voordat de laadpaal geplaatst wordt zal er een verkeersbesluit worden vastgesteld. Belanghebbenden kunnen hierop bezwaar maken. Geheimhouding • Niet van toepassing 5.5 Planning De volgende planning is indicatief: • Publicatie van de Laadvisie – z.s.m. na vaststelling door college (verwachting juli)

Kenmerk: 2025/493775

4/5

• • • •

Inspraakmogelijkheid gedurende 6 weken (wettelijke termijn) – rekening houdende met zomervakantie Bespreking van de Laadvisie in de raadscommissie – na zomerreces (eventueel voorafgegaan door een technische sessie) Opstellen van nota van beantwoording – oktober/november Vaststellen definitieve laadvisie – december

6. Bijlagen Bijlage 1: Laadvisie Zandvoort 2025-2035, kaders voor een laadnetwerk voor elektrische voertuigen, conceptversie 8 juli 2025.

Kenmerk: 2025/493775

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Uitbreiding pilot taxi's tijdens DGP editie 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 22 augustus 2025

2025/628696 Kloet, J. de 4.2. Economie, Toerisme en cultuur PG Nupoort, J. / Lemmens, L. 06-46215665 j.nupoort@haarlem.nl Met oog op het huidige programma van Zandvoort Racefestival, wil het college de ‘Pilot taxi’s tijdens de DGP’ uitbreiden naar de donderdagnacht. Dit houdt in dat de huidige deelnemers aan de pilot taxi’s ook de mogelijkheid hebben om op donderdag 28 augustus 20.00 uur tot vrijdag 29 augustus 01.00 uur Ring 2 te betreden. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. -

Collegebesluit ‘Pilot taxi's tijdens DGP’ d.d. 20 mei 2025 (2025/257673)

Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De Pilot taxi’s DGP uit te breiden met het tijdvak donderdag 28 augustus 20.00 uur tot vrijdag 29 augustus 01.00 uur; 2. Akkoord te gaan met de extra kosten van € 1.000 ten laste van het programmabudget F1 (bovenop het huidige beschikbare budget van € 6.500). de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding Zandvoort Racefestival heeft het programma bekend gemaakt met activiteiten van donderdag 28 augustus t/m zondag 31 augustus van 12.00 uur t/m 00.00 uur. In het collegebesluit ‘Pilot taxi's tijdens DGP’ is besloten dat de toegang tot Ring 2 Zuid alleen mogelijk is op vrijdag 29 augustus t/m zondag 31 augustus tussen 20.00 uur en 03.00 uur. Met het huidige programma van het Zandvoort Racefestival worden meer bezoekers verwacht dan tijdens het opstellen van het collegebesluit in mei. Daarom wordt voorgesteld om de ‘Pilot taxi’s tijdens DGP’ uit te breiden met het tijdvak donderdag 28 augustus vanaf 20.00 uur tot vrijdag 29 augustus 01.00 uur.

Kenmerk: 2025/628696

1/2

2. Beoogd resultaat De uitbreiding van de pilot met de donderdagnacht beoogt de volgende resultaten: •

Veilig en gecontroleerd taxivervoer voor bezoekers van het Zandvoort Racefestival

•

De behoefte aan taxivervoer voor het Zandvoort Racefestival wordt op een overzichtelijke manier ingevuld.

•

De gemeente behoudt regie over de mobiliteit en het toezicht op taxi’s tijdens het raceweekend.

3. Onderbouwing voorstel • Het tegemoet komen van de regionale taxi’s. • De gemeente heeft maatregelen genomen om de pilot mogelijk te maken. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de pilot en daarmee voor de veiligheid en het functioneren van de doorlaatposten. Het toevoegen van een extra dag zal extra kosten met zich mee brengen. Deze kosten zijn geraamd op €1.000,-. • De gemeente behoudt de aanpak zoals besloten in het collegebesluit van 20 mei 2025. 4. Risico’s en kanttekeningen Er zijn geen extra risico’s met het uitbreiden van de ‘Pilot taxi’s tijdens DGP’. Daarbij geldt dat wanneer de taxichauffeurs zich niet aan de afspraak houden, hun deelname aan de pilot te allen tijde kan worden ingetrokken. Er kan zelfs worden besloten de gehele pilot te stoppen. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën In de oorspronkelijke begroting van het programma F1 is voor de pilot taxi’s € 4.000 geraamd. Om de pilot in 2025 in goede banen te leiden én om toezicht te houden heeft de gemeente gezorgd voor 4 verkeersregelaars, 1 coördinator en een beveiliger. Tevens zijn er afspraken gemaakt met Nieuw Unicum omdat de taxi’s hier verzamelen ten tijde van de pilot Ring 2. Hiervoor is bij besluit van 20 mei 2025 € 2.500 extra budget beschikbaar gesteld. Voor de uitbreiding zullen extra kosten worden gemaakt, deze worden geraamd op € 1.000,-.

Deze extra kosten zullen ten laste worden gelegd van het programmabudget en komen bovenop het huidige budget van €6.500,-. 5.2 Communicatie Na het vaststellen van het collegebesluit wordt de huidige nieuwspagina geüpdatet met de uitbreiding. Daarnaast worden alle deelnemende taxi’s per mail geïnformeerd over de uitbreiding van de pilot.

Kenmerk: 2025/628696

2/2

Collegebesluit

Onderwerp Van Opvang naar Wonen Eerst Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/512319 Bluijs, G.J. 2.3. Opvang, wonen en herstel MO Kienhuis, N. & Duker, J.W. 0643280968 nkienhuis@haarlem.nl In samenwerking met de regiogemeenten, corporaties en zorgaanbieders zet het college in op het structureel terugdringen van dakloosheid door ‘Wonen Eerst’ als systeemaanpak. In het Regionaal Actieplan Dakloosheid (RAD) is aandacht voor het voorkomen van dakloosheid, het verbeteren van de toegang (BCT) en de uitstroomregelingen, Wonen Eerst als methodiek en de inzet op structurele en tijdelijke woonoplossingen en woonvariatie, zoals gemengd wonen, Skaeve Huse en Onder de Pannen. In dit gemeenschappelijke plan van de gemeenten, corporaties en zorgaanbieders is ook aandacht voor zorg en ondersteuning voor inwoners in leefbare wijken en gezamenlijk eigenaarschap, commitment en communicatie. Met het implementeren van Wonen Eerst en het ondertekenen van een intentieverklaring zet de regio vaart achter de beweging van Opvang naar Wonen Eerst.

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt het collegebesluit ter informatie naar de gemeenteraad.

Relevante eerdere besluiten

- Woonzorgprogramma (2025/367324) in de raad van 20 mei 2025 - Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond (2024/1568665) in het college van 10 september 2024.

Besluit college d.d. 26 augustus 2025

Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het Regionaal Actieplan Dakloosheid (I Veranderstrategie; II Toelichting en achtergrond) vast te stellen. 2. In te stemmen met de Intentieverklaring Wonen Eerst. de secretaris,

Kenmerk: 2025/512319

de burgemeester,

1/5

1. Aanleiding Het Nationaal Actieplan Dakloosheid 2023-2030 zet in op een transformatie in de manier waarop we kijken naar en omgaan met dakloosheid. Het actieplan stelt de ambitie om dakloosheid in Nederland fors en structureel terug te dringen. Daarbij wordt ingezet op een beweging ‘van Maatschappelijke Opvang naar Wonen Eerst’. Regionaal is in 2024 een proces gestart om samen met zorgaanbieders, woningcorporaties en gemeenten te komen tot een Regionaal Actieplan Dakloosheid (Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer). Het Regionaal Actieplan Dakloosheid (RAD) zet in op de volgende acties: • • • • • • • • •

Voorkomen van dakloosheid door inzet op preventie (zoals Preventie Huisuitzettingen) Verbeteren toegangsproces Brede Centrale Toegang (BCT) Regionaal uitrollen Wonen Eerst als methodiek (urgentieregeling) Verbeteren van de uitstroomregelingen Pact voor Uitstroom (Zuid-Kennemerland/IJmond) en Opstapregeling (Haarlemmermeer) Inzet op structurele woonoplossingen en woonvariatie, zoals gemengd wonen, woningdelen en andere bijzondere woonvormen Creëren van tijdelijke (woon-)oplossingen Ombouw van huidige opvanglocaties ten behoeve van woonoplossingen Zorg en ondersteuning in leefbare wijken Gezamenlijk eigenaarschap, commitment en communicatie

Het RAD wordt nu vastgesteld door alle gemeenten in de regio. Om de gezamenlijke verantwoordelijkheid van zorgaanbieders, woningcorporaties en gemeenten te onderstrepen is een intentieverklaring opgesteld. Streven is dat deze in oktober door alle partijen wordt ondertekend. Het RAD is tevens te beschouwen als uitwerking van het Zandvoortse Woonzorgprogramma en daarin ook al aangekondigd.

2. Beoogd resultaat In samenwerking met de regiogemeenten, corporaties en zorgaanbieders zet het college in op het structureel terugdringen van dakloosheid door ‘Wonen Eerst’ als systeemaanpak. In het Regionaal Actieplan Dakloosheid (RAD) is aandacht voor het voorkomen van dakloosheid, het verbeteren van de toegang (BCT) en de uitstroomregelingen, Wonen Eerst als methodiek en de inzet op structurele en tijdelijke woonoplossingen en woonvariatie, zoals gemengd wonen, Skaeve Huse en Onder de Pannen. In dit gemeenschappelijke plan van de gemeenten, corporaties en zorgaanbieders is ook aandacht voor zorg en ondersteuning voor inwoners in leefbare wijken en gezamenlijk eigenaarschap, commitment en communicatie. Met het implementeren van Wonen Eerst en het ondertekenen van een intentieverklaring zet de regio vaart achter de beweging van Opvang naar Wonen Eerst.

Kenmerk: 2025/512319

2/5

3. Onderbouwing voorstel 3.1. Dakloosheid los je op met een woning Decennialang werd de zorg voor dak- en thuisloze mensen in Nederland voornamelijk geboden volgens het ‘woonladdermodel’. Dit behelst het bieden van opvang en ondersteuning voor dakloze mensen in veelal grootschalige, groepsgewijze opvanglocaties. In de regio ZuidKennemerland/IJmond/Haarlemmermeer gaat het dan bijvoorbeeld om de locaties Wilhelmina en Velserpoort. Vanuit deze locaties kunnen mensen doorstromen naar een ’doorstroomlocatie’, waar zij moeten ‘bewijzen’ of zij al dan niet in staat zijn om zelfstandig te wonen. Pas daarna stromen zij uit naar zelfstandige huisvesting met begeleiding of naar een passende plek voor beschermd wonen (Wmo of Wlz). De praktijk leert dat deze route zorgt voor verblijf in de opvang variërend van 1 jaar tot 4 jaar. Het langdurig opvangen van dakloze mensen zorgt eerder voor het verergeren dan het oplossen van problematiek, mede door de stressvolle omstandigheden in de opvang en het langdurig ontbreken van perspectief. Willen we dakloosheid structureel oplossen, dan moeten we dakloosheid voorkomen en als dat niet lukt zo snel mogelijk zorgen voor passende huisvesting en begeleiding. Ervaringen uit Finland, Utrecht en Den Bosch tonen aan dat dit mogelijk is. Inmiddels zijn in Haarlem ook positieve ervaringen opgedaan met een tijdelijke urgentieregeling Wonen Eerst.

Naast het invoeren van Wonen Eerst als methodiek gaat het om de uitbreiding van woonvariatie (bijvoorbeeld gemengd wonen, Skaeve Huse) en zorgdragen voor passende voorzieningen (zoals Domus Plus). 3.2. Landelijk, regionaal en lokaal beleid vraagt om actie De beweging die de gemeente inzet met dit besluit vloeit voort uit verschillende landelijke, regionale en lokale beleidsprogramma’s. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis stelt als ambitie om dakloosheid fors en structureel terug te dringen, aansluitend bij de verklaring van Lissabon om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Inzet is om toe te werken naar afbouw van langdurige en grootschalige opvang en in plaats daarvan – met zo min mogelijk tussenstappen – toe te werken naar het bieden van een stabiele woonplek met – gescheiden daarvan – de juiste begeleiding. Met het beleidskader en uitvoeringsprogramma Opvang, wonen en herstel wordt in ZuidKennemerland/IJmond en Haarlemmermeer gewerkt aan vier speerpunten: • Versterken van preventie • Verbeteren van ondersteuning op maat • Vergroten tijdelijke en structurele woonoplossingen • Realiseren van stabiele uitstroom

Kenmerk: 2025/512319

3/5

Alle gemeenten hebben hiertoe een regionale paragraaf opgenomen in hun lokale uitvoeringsprogramma’s. 3.3. Het terugbrengen van het financieel tekort op de maatschappelijke opvang Het hierboven beschreven woonladdermodel is ook een zeer kostbaar model. Een plek in de maatschappelijke opvang kost gemiddeld meer dan €40.000 per jaar. Door Wonen Eerst in te zetten als aanpak kan voor een deel van de doelgroep opvang voorkomen worden. Mede middels de koplopersgroep in Haarlem is aangetoond dat Wonen Eerst als methodiek leidt tot de mogelijkheid om opvangkosten fors terug te dringen. Belangrijke kanttekening is dat deze kosten pas daadwerkelijk bespaard worden, indien de plekken afgebouwd worden. Afhankelijk van het soort voorziening of locatie zorgt de afbouw van een opvanglocatie voor grote besparingen, variërend van ca. € 1 miljoen tot € 3 miljoen per jaar. Wel is van belang om er rekening mee te houden dat de transformatie naar Wonen Eerst bij aanvang ook om investeringen vraagt. De transformatie zal daarom naar verwachting pas op langere termijn leiden tot besparingen op het regionale budget voor maatschappelijke opvang. Bureau AEF becijferde in 2023 dat het versnellen van de uitstroom een belangrijke maatregel is om de tekorten op het budget voor MO terug te dringen. 3.4.

Positieve resultaten Tijdelijke urgentieregeling koplopersgroep Wonen Eerst Haarlem Uit de tussenevaluatie van het Actieplan Housing First/Wonen Eerst Haarlem komen zeer positieve resultaten naar voren. Via de aanpak Wonen Eerst zijn in Haarlem 10 huishoudens gehuisvest, met als voorwaarden het betalen van de huur, het accepteren van begeleiding en geen overlast veroorzaken. Op het moment van schrijven zijn 9 huishoudens gehuisvest in een gemiddelde doorlooptijd van 84 dagen, terwijl een regulier traject volgens het woonladdermodel vaak meer dan een jaar duurt. Voor 6 huishoudens is verblijf in de opvang volledig voorkomen; voor 4 huishoudens is verblijfsduur in de opvang aanzienlijk teruggedrongen. Zowel de deelnemende huishoudens als de betrokken organisaties zijn positief over de aanpak. De persoonlijke verhalen van de deelnemers laten zien dat door de inzet van Wonen Eerst langdurige opvang en escalatie van problematiek voorkomen kon worden en dakloosheid werd opgelost met snelle, passende huisvesting. Het aantal urgenties past binnen de met woningcorporaties reeds afgesproken contingenten in het Pact voor Uitstroom. Er worden dus geen extra woningen met voorrang toegewezen.

De ervaring in andere steden leert dat er door de inzet van Wonen Eerst als methodiek een verschuiving plaats vindt van de achterkant (reguliere uitstroomregelingen) naar de voorkant van het proces (Wonen Eerst). Per saldo gaat het daarmee om een vergelijkbaar totaal aan woningen. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1. Transformatie vraagt veel van alle partijen De beweging van Opvang naar Wonen Eerst vraagt om een paradigmashift voor inwoners, zorg- en welzijnsorganisaties, gemeenten en andere betrokkenen. Daarom is tot nu toe een zorgvuldig proces doorlopen en nemen we tot 2030 de tijd om de transformatie te implementeren. De veranderende

Kenmerk: 2025/512319

4/5

bijdragen van gemeenten, zorgaanbieders en corporaties zijn verwoord in een intentieverklaring, die waar nodig uitwerking krijgt in regelgeving, contracten en (prestatie-)afspraken. 4.2 Beschikbaarheid van woonruimte De transformatie naar Wonen Eerst vraagt niet alleen om een andere werkwijze, maar ook om de blijvende beschikbaarheid van passende huisvesting voor (voormalig) dakloze inwoners. De beschikbaarheid van woonruimte is een essentiële voorwaarde om dakloosheid op te kunnen lossen. De beschikbaarheid van huisvesting is onderdeel van de reeds gemaakte afspraken in het Pact voor Uitstroom1. Naast de beschikbaarheid van woonruimte gaat het ook om de uitbreiding van woonvariatie, zodat er voor mensen met verschillende woonbehoeftes een passende plek gerealiseerd kan worden. 4.3 Balans in de buurt Passende huisvesting en aandacht voor inclusie in wijken en buurten zijn randvoorwaarden voor het prettig samenleven van mensen met en zonder ondersteuning. Het is van belang dat partijen die betrokken zijn bij de begeleiding, het wonen, welzijn en veiligheid elkaar goed en snel weten te vinden en daar aan bijdragen, om te voorkomen dat sommige wijken te veel belast raken. 5. Consequenties en uitvoering Vooralsnog kan de uitvoering van de RAD plaatsvinden door middel van bestaande capaciteit en middelen, in samenwerking met regiogemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties.

Voor een uitvoeringsplan voor de af- en ombouw van opvanglocaties wordt extern advies ingewonnen. Direct betrokken bewoners worden over de uitvoering geïnformeerd. Een evaluatie van het Pact voor Uitstroom loopt nog. In de tweede helft van 2025 wordt bezien of herziening van het Pact nodig is en of daarin afspraken tussen partijen die voortvloeien uit het RAD verwerkt kunnen worden. Streven is om in oktober een startconferentie te organiseren en daar alle partijen de intentieverklaring te laten ondertekenen. 6. Bijlagen 1. Regionaal Actieplan Dakloosheid (deel I: Veranderstrategie) 2. Regionaal Actieplan Dakloosheid (deel II: Toelichting en achtergrond) 3. Intentieverklaring Wonen Eerst

1

Pact voor Uitstroom (Zuid-Kennemerland en IJmond) 178 woningen per jaar, Opstapregeling (Haarlemmermeer) 45 woningen per jaar.

Kenmerk: 2025/512319

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Vrijgave voor inspraak: concept Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2026 Nummer 2025/610214 Portefeuillehouder Bluijs, G.J. Programma/beleidsveld 4.1. Wonen en ruimtegebruik Afdeling ECDW Auteur Batema, R. / Tichelaar, T. Telefoonnummer + 31 6 38 68 76 80 Email ttichelaar@haarlem.nl De gemeente Zandvoort heeft, in afstemming met de gemeenten in de regio ZuidKernboodschap Kennemerland/IJmond (ZK/IJ), een concept huisvestingsverordening opgesteld. Hierin zijn regels rondom de verdeling van gereguleerde woonruimten en wijzigingen in de bestaande woningvoorraad opgenomen. Het college stelt de concept huisvestingsverordening en de bijbehorende stukken ter inzage beschikbaar aan eenieder die daarop een zienswijze wil indienen. Daarnaast wordt de verordening naar de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland gestuurd met het verzoek om een advies. Van dit advies kan alleen gemotiveerd worden afgeweken. Behandelvoorstel voor de raad

Relevante eerdere besluiten

Besluit college d.d. 2 september 2025

Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. Het college wil de gemeenteraad actief informeren over dit collegebesluit omdat de huisvestingsverordening een van de belangrijkste sturingselementen is voor de woningmarkt. In maart 2025 heeft de gemeenteraad voor het opstellen van de nieuwe verordening een uitgangpuntennotitie vastgesteld. Met de nieuwe huisvestingsverordening hebben we een instrument in handen om in de komende vier jaar de schaarse woningvoorraad zo eerlijk mogelijk te verleden. Het college vindt het belangrijk om de gemeenteraad te informeren over de wijze waarop de concept verordening aan beide invulling is gegeven. - Regionale uitgangspuntennotitie voor de Huisvestingsverordening ZuidKennemerland/IJmond 2026 (2025/67835) in commissie Ruimte & Economie van 11 maart 2025 en gemeenteraad van 25 maart 2025. - Eerste wijziging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond 2022 (2022/692679) in gemeenteraad van 27 september 2022 - Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022 (2021/590926) in gemeenteraad van 21 december 2021. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1.

De concept Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2026 en de concept Nadere regels Woonurgentie Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2026 voorlopig vast te stellen en voor zes weken ter inzage te leggen voor het in kunnen dienen van zienswijzen.

Kenmerk: 2025/610214

1/13

2. De Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland met bijgaande brief in bijlage 4 om advies te vragen. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding Op grond van de Huisvestingswet kunnen gemeenten een huisvestingsverordening hanteren om negatieve effecten van schaarste te bestrijden. De gemeenten in de regio ZuidKennemerland/IJmond hanteren al vele jaren op elkaar afgestemde verordeningen. De huisvestingsverordeningen lopen af op 31 december 2025. De gemeenten in de regio hebben daarom nieuwe concept huisvestingsverordeningen opgesteld (bijlage 1). In de regio ZuidKennemerland/IJmond was daartoe een ambtelijke werkgroep opgericht. Betrokken portefeuillehouders voerden via de regionale overlegstructuur overleg. De nieuwe huisvestingsverordening speelt in op de gewijzigde Huisvestingswet per 1 januari 2024 en de daaruit voortvloeiende nieuwe mogelijkheden om te sturen op de woningmarkt via de huisvestingsverordening. Op 27 maart 2025 heeft de raad de Uitgangspuntennotitie voor de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond vastgesteld (bijlage 8). Hierin zijn een viertal uitgangspunten vanuit de gewijzigde Huisvestingswet al vastgelegd. Naast de vier uitgangspunten is nu ook de gehele verordening voorzien van een actualisatie ten opzichte van de vorige verordening. 2.

Beoogd resultaat Iedere gemeente stelt zijn eigen verordening vast, maar gezien wij één woningmarktregio vormen met één woonruimteverdeelsysteem (Woonservice), zijn de verordeningen regionaal zoveel mogelijk gelijkluidend, met lokaal maatwerk waar dat noodzakelijk is. Vrijwel identieke verordeningen zorgt voor duidelijkheid en werkbaarheid voor woningzoekenden en stakeholders en creëert een gelijk speelveld over de gehele regio. Regionale afstemming is ook een vereiste in de Huisvestingswet en in de aanstaande Wet versterking regie volkshuisvesting. Verwacht wordt dat deze wet ingaat op 1 januari of 1 juli 2026. Naast de verordening zijn er nadere regels voor de beoordeling van woonurgentie (bijlage 2 en 3) opgesteld die in samenhang met de verordening moeten ingaan. Met de concept Huisvestingsverordening 2026 en Nadere regels Woonurgentie is al ingespeeld op de aankomende wet. Voor een uniforme openbare voorbereidingsprocedure van besluiten van de gemeente is het wenselijk de concept verordening met nadere regels ter inzage te leggen. Na de terinzagelegging en een adviesverzoek aan de Gedeputeerde Staten zal de huisvestingsverordening aan de gemeenteraad worden aangeboden ter vaststelling. Per 1 januari 2026 loopt de oude verordening af en zal de nieuwe verordening in werking treden.

Kenmerk: 2025/610214

2/13

3. Onderbouwing voorstel 1. De huisvestingsverordening is een noodzaak Een gemeente mag op grond van de Huisvestingswet een verordening hanteren om negatieve effecten van schaarse woonruimte te bestrijden. Woonruimte is ontegenzeggelijk schaars in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Of het nu sociale huurwoningen, middenhuurwoningen of betaalbare koopwoningen betreft. Schaarste zien wij bij alle woningtypes en in alle wijken. De vraag is altijd aanzienlijk groter dan het aanbod. Het effect zien wij in prijsstijgingen en langere wachttijden, maar ook groepen die moeilijk aan passende woonruimte kunnen komen. Zonder sturing is passend wonen naar inkomen of huishoudensamenstelling niet voor iedereen (snel) realiseerbaar. Ook komen starters op de huur- en koopmarkt moeilijk aan bod, krijgen bijzondere doelgroepen geen woning en moeten urgent woningzoekenden te lang wachten. Een huisvestingsverordening lost het woningtekort niet op, maar om schaarse woonruimte eerlijk te verdelen is een huisvestingsverordening wel noodzakelijk. Ook de Rijksoverheid ziet dit in en stelt in de Wet versterking regie volkshuisvesting het hebben van een huisvestingsverordening verplicht voor gemeenten. Tevens zijn we op grond van deze conceptwet en de Huisvestingswet wettelijk verplicht om bij het opstellen van een nieuwe huisvestingsverordening de Gedeputeerde Staten (GS) om advies te vragen.

Dit advies maakt de kwaliteit van de definitieve verordening alleen maar beter. Het college voldoet aan deze wettelijke verplichting door de brief in bijlage 4 van dit voorstel te versturen aan de Gedeputeerde Staten. 2. Met de huisvestingsverordening wordt schaarse woonruimte eerlijk verdeeld De huisvestingsverordening stuurt de woningmarkt bij. Gemeenten in de regio willen een open woonmarkt blijven bieden. Een woonmarkt waar woningzoekenden iets te kiezen hebben, ook over gemeentegrenzen heen. Uit monitoring blijkt dat dit leidt tot de meer verhuizingen. Het is belangrijk terughoudend te zijn met beperkende regelgeving. Het gaat tenslotte om verdeling van schaarste. Daar waar een bepaalde groep middels regelgeving sneller aan een passende woning kan komen, daar moeten andere woningzoekenden langer wachten. De regio Zuid-Kennemerland/IJmond heeft met name door de terughoudendheid in het hanteren van regelgeving kortere wachttijden dan andere regio's in de Metropoolregio Amsterdam. 3. Regionale afstemming en participatie heeft plaatsgevonden over de verordeningen Het opstellen van de nieuwe verordening doen de regiogemeenten in nauwe samenwerking. Regionale afstemming is een wettelijke verplichting, maar wij willen dit ook zelf.

We vormen immers één woningmarktregio met woningzoekenden die over grenzen heen verhuizen en waarin woningcorporaties één woonruimteverdeelsysteem voor sociale huurwoningen hanteren. Regelgeving in één gemeente raakt direct woningzoekenden en stakeholders in andere gemeenten. We streven daarom naar een zo veel als mogelijk eenduidige huisvestingsverordening, met maatwerk per gemeente waar dit op grond van de marktwerking en politieke- of maatschappelijk invulling noodzakelijk is. De gemeente heeft met de regio, stakeholders en bewoners geparticipeerd en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15979473/1