CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebesluiten 17 december 2024 - 20 januari 2025

Raadscommissie 5 februari 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Overzichten9.278 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Collegebesluiten tussen 17 december 2024 en 20 januari 2025 Document

Collegebesluit Addendum innovatiefonds Regionale Jeugdhulp

Titel

Collegebesluit Addendum innovatiefonds Regionale Jeugdhulp

Besluit B&W

17-12-2024

Document

Collegebesluit Herbenoeming commissaris Spaarnelanden NV

Titel

Collegebesluit Herbenoeming commissaris Spaarnelanden NV

Besluit B&W

17-12-2024

Document

Collegebesluit Juridische fusie Spaarnelanden NV en Spaarnelanden Bedrijven BV

Titel

Collegebesluit Juridische fusie Spaarnelanden NV en Spaarnelanden Bedrijven BV

Besluit B&W

17-12-2024

Document

Collegebesluit Inkoop Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 2026-2030

Titel

Collegebesluit Inkoop Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 2026-2030

Besluit B&W

17-12-2024

Document

Collegebesluit Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid

Titel

Collegebesluit Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid

Besluit B&W

17-12-2024

Document

Collegebesluit Uitbreiding meldpunt goed verhuurderschap en instellen toezichthouders en beleidsregels

Titel

Collegebesluit Uitbreiding meldpunt goed verhuurderschap en instellen toezichthouders en beleidsregels

Besluit B&W

17-12-2024

Document

Collegebesluit Grondprijsbrief 2025

Titel

Collegebesluit Grondprijsbrief 2025

Besluit B&W

14-01-2025

Collegebesluit

Onderwerp Addendum innovatiefonds Regionale Jeugdhulp Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2024/2079258 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Dijkman, E. 06-48527490 edijkman@haarlem.nl Gemeenten, jeugdhulpaanbieders en consortia werken samen aan een regionaal zorglandschap voor specialistische jeugdhulp. Dankzij een nieuwe overeenkomst met vier consortia – Sparq, Planet Young, Combikrachtzij en Hyperionhelpt – zijn belangrijke stappen gezet. Toch blijft de groeiende zorgvraag een uitdaging, met toenemende wachtlijsten en druk op hulpverleners. Om vernieuwing te stimuleren, stellen de gemeenten een innovatiebudget van vier miljoen euro beschikbaar. Dit budget biedt ruimte voor het ontwikkelen van efficiëntere werkwijzen en het verkorten van wachtlijsten. Samen wordt gebouwd aan een toekomstgericht jeugdhulpstelsel, met strategische partnerschappen als fundament. Voor het toekennen van het innovatiebudget zijn aanvullende samenwerkingsafspraken nodig tussen de consortia en gemeenten, die worden vastgelegd in een addendum.

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.

Relevante eerdere besluiten

• • • • •

Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond in gemeenteraad van 2809-2021 (2021/327598) Addendum bij de Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond in gemeenteraad van 15-02-2022 (2021/596533) Pre-selectiedocument regionale verwerving jeugdhulp in B&W-vergadering van 12-10-2021 (2021/539390) (Voorlopige) selectie van gegadigden aanbesteding jeugdhulp 2022 e.v. in B&W-vergadering 21-12-2021 (2021/743129) Inkoopprocedure voor de verwerving van jeugdhulp 2022 in B&W vergadering van 12-07-2022 (2022/937877)

Kenmerk: 2024/2079258

1/6

•

Besluit college d.d. 17 december 2024

Overbruggingsovereenkomst verwerving jeugdhulp perceel 2 enkelvoudige jeugdhulp, medisch kinderdagverblijf, forensische jeugdhulp en crisisdienst in B&W-vergadering van 20-12-2022 (2022/1756590)

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Een addendum op de samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp aan te gaan, waarin afspraken zijn gemaakt over het innovatiebudget; 2. De programmadirecteur Jeugd te machtigen om innovatievoorstellen van de consortia, in de vorm van een business case, te beoordelen en het benodigde budget hiervoor beschikbaar te stellen; 3. Wethouder L. Carree te machtigen om de gemeente Zandvoort te vertegenwoordigen ter zake de ondertekening van het addendum. de secretaris,

de burgemeester,

1. Inleiding Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdhulp vanuit de Jeugdwet. Gemeenten werken hierin samen met de jeugdhulpaanbieders en de consortia, en met elkaar zijn we verantwoordelijk voor een dekkend en samenhangend zorglandschap. Het is belangrijk dat de afspraken rondom de samenwerking tussen gemeenten en consortia goed worden vastgelegd. De aanbesteding van meervoudige specialistische jeugdhulp (perceel 1) in de jeugdregio’s IJmond en Zuid-Kennemerland heeft geresulteerd in een Overeenkomst van Opdracht met vier consortia van jeugdhulpaanbieders. Deze overeenkomsten zijn ingegaan op 1 januari 2023. De vier consortia zijn Sparq, Planet Young, Combikrachtzij en Hyperionhelpt. In deze Overeenkomst van Opdracht is afgesproken dat de partijen waar nodig aanvullende afspraken maken, die bij addendum aan de overeenkomst worden toegevoegd. Strategisch partnerschap De gemeenten en de consortia werken toe naar een strategisch partnerschap om een zo goed en efficiënt mogelijk regionaal stelsel voor specialistische jeugdhulp in perceel 1 te realiseren. Naast de Overeenkomst van Opdracht hebben de gemeenten en consortia in de samenwerkingsovereenkomst afspraken vastgelegd om dit strategisch partnerschap verder vorm te geven.

Kenmerk: 2024/2079258

2/6

Het addendum met afspraken over het innovatiebudget Tijdens de uitvoering van de Overeenkomst van Opdracht is gebleken dat door een toenemende vraag naar zorg (zowel in zwaarte als complexiteit) en het vastgestelde financiële kader, het aantal jeugdigen op de wachtlijst toeneemt. Hierdoor moeten jeugdigen langer wachten op (meervoudige) jeugdhulp, wat leidt tot verergering van problemen van jeugdigen en gezinnen. Ook staan hulpverleners van organisaties die met jeugdigen werken onder druk. Voor de consortia betekent dit dat zij niet aan innovatie toekomen. Het ontwikkelen en implementeren van nieuwe processen draagt bij aan de verbetering en efficiëntie van (meervoudige) jeugdhulp. Innovaties zijn noodzakelijk om op een andere manier te kunnen werken en zo de huidige wachtlijsten te verkorten en ons jeugdhulpstelsel te verbeteren. Om innovaties mogelijk te maken, hebben de gemeenten uit de jeugdregio’s IJmond en Zuid-Kennemerland financiële middelen beschikbaar gesteld voor een innovatiebudget van vier miljoen euro. 2. Besluitpunten college Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Een addendum op de samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp aan te gaan, waarin afspraken zijn gemaakt over het innovatiebudget; 2.

De programmadirecteur Jeugd te machtigen om innovatievoorstellen van de consortia, in de vorm van een business case, te beoordelen en het benodigde budget hiervoor beschikbaar te stellen; 3. Wethouder L. Carree te machtigen om de gemeente Zandvoort te vertegenwoordigen ter zake de ondertekening van het addendum. 3. Beoogd resultaat Het addendum met duidelijke afspraken over het innovatiebudget biedt een solide juridische basis waarmee de gewenste zorginnovaties effectief kunnen worden gestart en gerealiseerd. Het addendum zorgt ervoor dat regionale innovatiebudgetten consistent worden ingezet, zonder dat lokale subsidieregelingen tegenstrijdigheden of onvolledigheden veroorzaken. Deze aanpak maakt het mogelijk om innovatie op een uniforme en doelgerichte manier te stimuleren. Door de aanvullende afspraken tussen gemeenten en consortia vast te leggen, borg je dat afspraken in de Overeenkomst van Opdracht blijven aansluiten bij de actuele praktijk en eventuele geschillen over de uitvoering van de overeenkomst worden voorkomen. Bovenal zorgt het addendum ervoor dat er ruimte komt voor de consortia om, naast het primaire proces van zorg leveren, te innoveren in de jeugdhulp in onze regio. Hierdoor kunnen stappen gezet worden waarmee de (financiële) middelen beter, namelijk efficiënter en effectiever, worden ingezet zodat uiteindelijk meer jeugdigen beter geholpen worden.

Kenmerk: 2024/2079258

3/6

4. Argumenten 1. De afspraken in het addendum stimuleren zorginnovaties die bijdragen aan een betere en efficiëntere jeugdhulp in de regio's IJmond en Zuid-Kennemerland Om in aanmerking te komen voor dit innovatiebudget, stellen de consortia gezamenlijk een aanvraag op waarin de gewenste innovatie wordt beschreven. In het addendum worden de afspraken met betrekking tot het innovatiebudget vastgelegd. Op basis van het addendum is het voor consortia uitsluitend mogelijk om een aanvraag voor het innovatiebudget te doen in 2024, uiterlijk op 31 december 2024. Het budget kan worden ingezet over de jaren 2024, 2025 en 2026. Een aanvraag voor het innovatiebudget wordt slechts goedgekeurd indien: − − − − − − −

de innovatie bijdraagt aan de verbetering van de dienstverlening; met de innovatie de huidige wachttijden duurzaam worden verkort; de innovatie vernieuwend is en een langdurig en duurzaam positief effect heeft; de innovatie gericht is op minimaal één van de transformatiedoelen zoals beschreven in de regiovisie; de innovatie een concrete impact heeft op het jeugdstelsel binnen de jeugdregio’s IJmond en Zuid-Kennemerland; de innovatie door de consortia gezamenlijk wordt ontwikkeld en uitgevoerd, eventueel in samenwerking met andere ketenpartners binnen het jeugdstelsel; de innovatie na afloop gecontinueerd kan worden vanuit de reguliere financiering van de consortia.

2. De toekenning, monitoring en verantwoording van het innovatiebudget worden zorgvuldig vormgegeven om een effectieve en rechtmatige inzet van middelen te waarborgen. De gemeenten mandateren de programmadirecteur jeugd om de ingediende innovatieplannen te beoordelen en om het eventueel benodigde budget hiervoor beschikbaar te stellen. Indien de aanvraag wordt afgekeurd kan tot een nieuw addendum besloten worden waarmee een nieuwe aanvraag in een opvolgend tijdvak kan worden ingediend. Over het huidige tijdvak kan in dat geval op basis van dit addendum door de consortia geen nieuwe aanvraag worden ingediend en zal het beschikbare budget voor de innovaties door de gemeenten op een andere (nog nader in te vullen) wijze worden benut. De gemeenten controleren of de consortia de beschikbaar gestelde financiële middelen hebben besteed conform de goedgekeurde businesscase met de daarin opgenomen begroting. Consortia leveren hiertoe elk half jaar een evaluatie aan. De gemeenten kunnen een externe partij onderzoek laten doen naar de besteding van de financiële middelen, en houden zich voorbehouden om de onrechtmatig bestede middelen terug te vorderen. Indien het toegekende budget niet volledig is

Kenmerk: 2024/2079258

4/6

besteed dienen de consortia het niet bestede bedrag terug te betalen. Het addendum heeft dezelfde looptijd als de samenwerkingsovereenkomst. 5. Risico’s en kanttekeningen De innovaties zijn gericht op het realiseren van een langdurig, duurzaam en positief effect in de regio. Een potentieel risico is dat een innovatie niet het gewenste resultaat oplevert en dat de uitvoering, ondanks het verleende budget, niet wordt voortgezet door de consortia. Dit risico wordt echter beperkt door de halfjaarlijkse evaluaties die de consortia aanleveren, waardoor tijdige bijsturing mogelijk is en de kans op succes wordt vergroot. De oplopende wachtlijsten kunnen leiden tot ernstige situaties en een verhoogd risico op incidenten. Er is geen garantie dat extra financiële middelen, zoals vergoedingen voor innovatie, op korte termijn het gewenste effect (het verminderen van wachtlijsten) voldoende zullen realiseren. In geval van een ernstige situatie kan elke gemeente in specifieke gevallen besluiten tot maatwerk op basis van de hardheidsclausule. De urgentie om snel aan de slag te gaan met zorginnovatie, kan leiden tot onverwachte negatieve gevolgen. Het kan bijvoorbeeld bestaande processen verstoren of de complexiteit van het jeugdhulpstelsel vergroten. Door samen met de consortia te werken aan een lerend stelsel, wordt dit risico zoveel mogelijk beheerst.

Het kan echter wel resulteren in een langere doorlooptijd van het uitvoeringsproces. Voor een omvangrijke cultuuropgave zoals deze is een tijdshorizon van 5 tot 10 jaar noodzakelijk. Snelle of gemakkelijke innovatieve oplossingen voor dergelijke complexe vraagstukken zijn niet voorhanden; er is sprake van een leercurve. De samenwerking met betrokken stakeholders om het stelsel gezamenlijk verder in te vullen, kan leiden tot vertraging, vooral wanneer er draagvlak voor plannen en besluiten vereist is. Bovendien vergt samenwerking het opbouwen van relaties, waarbij basisvoorwaarden zoals vertrouwen, wederzijdse aanspreekbaarheid en transparantie essentieel zijn om synergie te realiseren. Financiële gevolgen Zowel de individuele consortia als de gemeenten dragen de eigen kosten die zij maken binnen de samenwerking. In het geval gemeenten en consortia gezamenlijk de kosten willen verdelen worden hier expliciet afspraken over gemaakt in het addendum, bijvoorbeeld over een te hanteren verdeelsleutel. Het opstellen van de addenda wordt bekostigd vanuit de bestaande begrotingsstructuur voor de regio.

Kenmerk: 2024/2079258

5/6

6. Uitvoering Na vaststelling van het addendum in de colleges van de gemeenten in de jeugdregio’s IJmond en Zuid-Kennemerland, volgt de ondertekening door de gemeenten en de consortia.

7. Bijlagen 1. Bijlage 1: Addendum op de samenwerkingsovereenkomst met de afspraken over het innovatiebudget.

Kenmerk: 2024/2079258

6/6

Collegebesluit

Onderwerp Herbenoeming commissaris Spaarnelanden N.V. Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor commissie Besluit college d.d. 17 december 2024

2024/2158130 Bluijs, G.J. 7.2. Algemene dekkingsmiddelen CC Kruithof, R.M. 06-3982 1280 rkruithof@haarlem.nl Volgens de statuten van Spaarnelanden N.V. benoemt de Algemene vergadering van Aandeelhouders de commissarissen. Wethouder Bluijs vervult namens het college van gemeente Zandvoort de rol van aandeelhouder bij Spaarnelanden N.V.. In de aandeelhoudersvergadering van 18 december 2024 wordt de herbenoeming van de voorzitter van de Raad van Commissarissen voorgesteld. Het college wordt hierover geïnformeerd en wordt gevraagd dit te bekrachtigen. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De herbenoeming van mevrouw Van der Werf te bekrachtigen als voorzitter van de Raad van Commissarissen van Spaarnelanden N.V. voor een periode van maximaal vier jaar. de secretaris,

Kenmerk: 2024/2158130

de burgemeester,

1/3

1. Inleiding Bij overheidsbedrijven die per definitie op afstand functioneren, vervult de Raad van Commissarissen een belangrijke rol en dus doet de bemensing van dit orgaan ertoe. Bij Spaarnelanden N.V. kunnen bestaande leden van de Raad van Commissarissen op basis van artikel 26 van de statuten eenmaal voor een periode van vier jaar herbenoemd worden, bijzondere omstandigheden daar gelaten. Mevrouw Van der Werf is sinds 1 april 2021 voorzitter van de Raad van Commissarissen van Spaarnelanden N.V., waarbij haar huidige termijn afloopt op 1 april 2025. 2. Besluitpunten college 1. De herbenoeming van mevrouw M. van der Werf te bekrachtigen als voorzitter van de Raad van Commissarissen van Spaarnelanden N.V. voor een periode van maximaal vier jaar. 3. Beoogd resultaat Met deze herbenoeming wordt voorzien in een voltallig samengestelde Raad van Commissarissen. 4. Argumenten 1. Sterk strategisch leiderschap Mevrouw Van der Werf heeft de afgelopen vier jaar blijk gegeven van een heldere visie en een scherp strategisch inzicht. Onder haar leiding heeft de Raad van Commissarissen niet alleen toezicht gehouden op belangrijke transformaties binnen het bedrijf, maar ook proactief bijgedragen aan de verduurzaming en innovatie van de organisatie. 2.

Effectieve samenwerking en belangenbehartiging Het vermogen van mevrouw Van der Werf om zowel intern als extern bruggen te slaan is van grote waarde geweest. Zij heeft een constructieve samenwerking tussen de Raad van Commissarissen, het bestuur en andere stakeholders bevorderd, met altijd het lange termijnbelang van Spaarnelanden voor ogen. 3. Toewijding aan de maatschappelijke missie van Spaarnelanden Mevrouw Van der Werf heeft grote betrokkenheid getoond bij de maatschappelijke doelen van Spaarnelanden, waaronder duurzaamheid en circulaire economie. Zij heeft de organisatie consequent geholpen om haar positie in deze domeinen verder te versterken en de klantgerichtheid te verbeteren.

Kenmerk: 2024/2158130

2/3

5. Risico’s en kanttekeningen 1. Herbenoeming voor een tweede en derde termijn is niet vanzelfsprekend In de nota verbonden partijen is de norm voor de zittingsduur van commissarissen vier jaar, waarbij de mogelijkheid van een eenmalige herbenoeming van vier jaar als wenselijk wordt beschouwd. Voor mevrouw Van der Werf is met dit voorstel een tweede herbenoeming aan de orde. Gezien haar verdiensten en toewijding aan het succes van Spaarnelanden wordt herbenoeming voorgesteld. 6. Uitvoering De herbenoeming is in de aandeelhoudersvergadering van Spaarnelanden van 18 december 2024 als agendapunt aan de orde. Wethouder Bluijs kan op basis van het besluit van het college van benw een standpunt innemen. 7. Bijlagen Geen.

Kenmerk: 2024/2158130

3/3

Collegebesluit

Onderwerp Juridische fusie Spaarnelanden N.V. en Spaarnelanden Bedrijven B.V. Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor de commissie Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 17 december 2024

2024/2157830 Bluijs, G.J. 7.2. Algemene dekkingsmiddelen CC Kruithof, R.M. 06-3982 1280 rkruithof@haarlem.nl Na beëindiging van de activiteiten van iZoof Electric Taxi kan Spaarnelanden Bedrijven B.V. worden opgeheven. Spaarnelanden N.V. en Spaarnelanden Bedrijven B.V. willen op voorstel van hun besturen en na verkregen advies van de commissarissen overgaan tot een juridische fusie. Dit houdt in dat de N.V. in de plaats van de B.V. treedt en de B.V. ophoudt te bestaan. Het college stemt in met de voorgestelde juridische fusie. Het college stuurt dit besluit ter informatie naar de commissie. N.v.t. Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. In te stemmen met de juridische fusie van Spaarnelanden N.V. en Spaarnelanden Bedrijven B.V. de secretaris,

de burgemeester,

1. Inleiding De activiteiten van iZoof Electric Taxi, onderdeel van Spaarnelanden Bedrijven B.V., zijn per 31 december 2023 beëindigd. Op korte termijn zal de focus van Spaarnelanden niet op (nieuwe) commerciële activiteiten liggen, waardoor het aanhouden van Spaarnelanden Bedrijven B.V. op dit moment zorgt voor onnodige, administratieve lasten. De B.V. kan worden opgeheven. Het voorstel van het bestuur na verkregen advies van de raad van commissarissen is om over te gaan tot een juridische fusie met de N.V.

Kenmerk: 2024/2157830

1/3

2. Besluitpunten college Het college besluit: 1. In te stemmen met de juridische fusie van Spaarnelanden NV en Spaarnelanden Bedrijven BV. 3. Beoogd resultaat Het tot stand doen brengen van de juridische fusie van Spaarnelanden N.V. en Spaarnelanden Bedrijven B.V. vóór 1 januari 2025. 4. Argumenten Spaarnelanden Bedrijven B.V. kan worden opgeheven na beëindiging activiteiten iZoof Spaarnelanden Bedrijven B.V. is na beëindiging van de activiteiten van iZoof per 31 december 2023 een ‘lege’ B.V. geworden. Het in stand houden van een B.V. zonder activiteiten als slapende entiteit levert onnodige administratieve lasten op zonder dat daar baten of voordelen tegenover staan. Opheffing van de B.V. leidt tot vereenvoudiging van de structuur van Spaarnelanden. Een juridische fusie met de N.V. betekent dat de B.V. opgaat in de N.V. en ophoudt te bestaan. Gevolgen van de opheffing van de B.V. Als gevolg van de juridische fusie en daarmee de opheffing van Spaarnelanden Bedrijven B.V. zullen de bestaande materiële vaste activa overgaan naar Spaarnelanden N.V. Dit geldt ook voor de overige vorderingen en schulden, welke feitelijk minimaal/nihil zijn. De bestaande activiteit Stibat (iZoof Logistics) zal in de N.V. inzichtelijk worden verantwoord op basis van kostenplaats- en kostendragerstructuur.

Wat betreft de met Stibat verband houdende omgevingsvergunningen geldt dat deze zijn aangevraagd op naam van de N.V. Tot een juridische fusie wordt besloten door de algemene vergadering Statutair besluit de algemene vergadering van de N.V. tot een juridische fusie, op voorstel van de besturen van de fuserende vennootschappen en na advies van de raad van commissarissen en de algemene vergadering. Na advies van de raad van commissarissen van 30 augustus 2024 heeft de directie op 14 november 2024 het voorstel tot de juridische fusie gedaan. In de algemene vergadering van de N.V. op 18 december 2024 wordt over dit voorstel gestemd en besloten. De fusie dient plaats te vinden voor 1 januari 2025 De juridische fusie vindt beoogd vóór 1 januari 2025 plaats, om hiermee te bereiken dat financieeleconomisch 1 januari 2024 als ingangsdatum wordt beschouwd en er over 2024 geen consolidatieen deponeringsplicht meer bestaat. 5. Risico’s en kanttekeningen Toekomstige (commerciële) activiteiten

Kenmerk: 2024/2157830

2/3

Wanneer Spaarnelanden N.V. in de toekomst meer (commerciële) activiteiten wil gaan ontplooien, zal op dat moment over de toekomstbestendige inrichting van de structuur en de verdeling van de activiteiten daarover een besluit moeten worden genomen. Overwegingen vanuit onder andere het scheiden van risico’s en aansprakelijkheid zullen hierin dan worden meegenomen. Wanneer het ontplooien van commerciële activiteiten in beperkte mate zal zijn, is inrichting op basis van kostenplaats- en kostendragerstructuur binnen Spaarnelanden N.V. voldoende. Mocht dit wel van grotere omvang zijn en er is een goed beeld van de gewenste structuur, dan is een entiteit, in dit geval een B.V., ook eenvoudig weer opgericht. 6. Uitvoering De portefeuillehouder zal conform het collegebesluit in de algemene vergadering op 18 december 2024 ten gunste van de juridische fusie stemmen. De burgemeester zal een volmacht verstrekken aan (een) medewerker(s) van de notaris ten behoeve van het ondertekenen van de akte en al het overige in verband met deze transactie. 7. Bijlagen Geen.

Kenmerk: 2024/2157830

3/3

Collegebesluit

Onderwerp Inkoop Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 2026-2030 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2024/1754899 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Kamoschinski, F. 06 34352198 fkamoschinski@haarlem.nl De taken voor Jeugdbescherming en jeugdreclassering (JBJR) zijn door de NW4 regio’s (Alkmaar, Kop van Noord-Holland, IJmond en Zuid-Kennemerland) in 2018 gezamenlijk ingekocht. Jeugdbescherming wordt ingezet om de veiligheid binnen gezinnen duurzaam te borgen. Het gaat bijvoorbeeld om een ondertoezichtstelling waarbij ouders verplichte hulp en ondersteuning krijgen bij het opvoeden of een maatregel waarbij ouders het gezag over kinderen verliezen. Jeugdreclassering is een combinatie van intensieve begeleiding en controle voor jeugdigen die veroordeeld of verdacht zijn van een strafbaar feit of ernstig schoolverzuim. Doel van deze begeleiding en controle is dat de jeugdigen weer volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. De bestaande overeenkomsten eindigen op 31 december 2025 en op 1 januari 2026 moeten de nieuwe overeenkomsten in werking treden. De regio’s willen de JBJR weer gezamenlijk inkopen voor de periode 2026-2030. Naast de wettelijke taken voeren de GI’s aanvullende diensten op het gebied van JBJR uit voor de gemeenten. Het inkopen van de JBJR taken volgens een toelatingsprocedure (voorheen de Open house systematiek) heeft de voorkeur. .

De Aanbestedingswet 2012 is niet van toepassing en contracteren met de NW4 regio’s staat open voor de GI’s die daarin geïnteresseerd zijn. Binnen een toelatingsprocedure kan elke GI worden toegelaten die aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet en akkoord gaat met de, landelijke, tarieven. Gedurende de duur van de overeenkomst kunnen andere GI’s tussentijds toetreden mocht hieraan behoefte zijn. Een toelatingsprocedure biedt de meeste ruimte en flexibiliteit. Flexibiliteit is een absolute vereiste om de visie en de bijbehorende gewenste toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken.

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.

Kenmerk: 2024/1754899

1/6

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 17 december 2024

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De verwervingsstrategie Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 2026 2030 vast te stellen. 2. De opdrachtomschrijving Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 2026 2030 vast te stellen. 3. Op grond van artikel 87 van de Gemeentewet geheimhouding op te leggen op de verweringsstrategie Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 1 jan. 2026 t/m 31 dec. 2030 (bijlage 1) op grond van het belang, genoemd in artikel 5:1 lid 1, sub c en lid 2, sub f van de Wet open overheid tot de datum van gunning.

…. de secretaris,

de burgemeester,

1. Inleiding De JBJR-taken moeten opnieuw worden verworven. De bestaande overeenkomsten eindigen op 31 december 2025. Vanaf 1 januari 2026 zijn nieuwe overeenkomsten nodig. De partijen die op dit moment zijn gecontracteerd, zijn: De Jeugd- en Gezinsbeschermers, het Leger des Heils en William Schrikker Stichting. Er zijn landelijke ontwikkelingen gaande, zoals het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming (TKS) en het Programma Jeugdreclassering in Verbinding (JRiV). Deze hebben invloed op het inkoopproces. Gemeenten kunnen de besluiten op deze landelijke ontwikkelingen niet afwachten . Dit vanwege termijnen die in acht genomen moeten worden bij inkoopprocedures. De samenwerkende gemeenten zijn daarom alvast gestart met het opstellen van een inkoopvisie en verwervingsstrategie op basis van de kaders/informatie die op dit moment bekend zijn, met de kanttekening dat deze gedurende het traject mogelijk nog bijstelling/aanpassing vereisen. Het inkopen van de JBJR taken volgens een toelatingsprocedure (voorheen de Open house systematiek) de voorkeur. Een toelatingsprocedure biedt de meeste ruimte en flexibiliteit. Flexibiliteit is een absolute vereiste om de visie en de bijbehorende gewenste toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken, ook na afsluiting van de nieuwe overeenkomsten.

Kenmerk: 2024/1754899

2/6

2. Besluitpunten college 1. De verwervingsstrategie Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 2026 - 2030 vast te stellen. 2. De opdrachtomschrijving Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 2026 - 2030 vast te stellen. 3. Op grond van artikel 87 van de Gemeentewet geheimhouding op te leggen op de verweringsstrategie Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 1 jan. 2026 t/m 31 dec. 2030 (bijlage 1) op grond van het belang, genoemd in artikel 5:1 lid 1, sub c en lid 2, sub f van de Wet open overheid tot de datum van gunning. De NW4 regio’s hebben gelijkluidende overeenkomsten voor de JBJR taken voor de periode van 1 januari 2019 t/m 31 december 2025. Dat was het resultaat van het besluit in 2018 om de JBJR taken gezamenlijk in te kopen. Hiertoe is besloten zodat de administratieve lastendruk voor de GI’s vermindert. In deze vier regio’s lopen de contracten tegelijkertijd af, de andere regio’s in NoordHolland hebben andere contracten en einddata. Vanaf 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van een toereikend kwalitatief en kwantitatief aanbod van JBJR. Er zijn landelijke ontwikkelingen gaande, zoals het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming (TKS) en het Programma Jeugdreclassering in Verbinding (JRiV) die van invloed zijn op het inkoopproces. Gemeenten kunnen de besluiten op deze landelijke ontwikkelingen niet afwachten.

Dit vanwege termijnen die in acht genomen moeten worden bij inkoopprocedures op grond van de Norm voor Opdrachtgeverschap. De samenwerkende gemeenten zijn daarom alvast gestart met het opstellen van een inkoopvisie en verwervingsstrategie op basis van de kaders/informatie die op dit moment bekend zijn, met de kanttekening dat deze gedurende het traject mogelijk nog bijstelling/aanpassing vereisen. 3. Beoogd resultaat De JBJR taken moeten voor de periode vanaf 1 januari 2026 opnieuw worden verworven. De bestaande overeenkomsten eindigen op 31 december 2025. Daarmee wordt een kwalitatief en kwantitatief aanbod voor jeugdbescherming en jeugdreclassering gerealiseerd en is zorgcontinuiteit geborgd. 4. Argumenten Inregelen wettelijke taken en maatwerkproducten Met dit besluit worden de wettelijke taken op het gebied van JBJR opnieuw ingekocht. Deze taken zijn voor de 17 gemeenten in de vier jeugdhulpregio’s gelijk. Naast de wettelijke taken nemen de gemeenten ook maatwerkproducten af. Dit zijn diensten waarbij de GI ‘s hun expertise bijvoorbeeld inzetten ter ondersteuning van professionals o.a. werkzaam bij lokale teams. De maatwerkproducten worden regionaal ingekocht en zijn ingericht op basis van behoefte, transformatie en inrichting van het regionale/lokale veld. Gemeenten in een regio zijn vrij in het al dan niet afnemen van de maatwerkproducten.

Er geldt hiervoor geen afnamegarantie of budgetplafond

Kenmerk: 2024/1754899

3/6

Financiële middelen en het landelijke tarief De NW4 regio’s sluiten aan bij de landelijke tarieven voor de JBJR taken. In het college d.d. 9 januari 2024 heeft het college besloten om vanaf 1 januari 2024 de landelijke tarieven voor de JBJR-taken te hanteren. Voor deze inkoop zijn er voldoende financiële middelen. De geschatte jaarlijkse waarde voor de NW4-regio’s blijft onveranderd Toelatingsprocedure Binnen een toelatingsprocedure kan elke GI worden toegelaten die aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet en akkoord gaat met de landelijke tarieven. Gedurende de duur van de overeenkomst kunnen andere GI’s tussentijds toetreden mocht hier behoefte aan zijn. Een toelatingsprocedure biedt de meeste ruimte en flexibiliteit. Flexibiliteit is een absolute vereiste om in te kunnen spelen op de gewenste toekomstige ontwikkelingen. Inspelen op landelijke ontwikkelingen • Toekomstscenario Het Toekomstscenario Jeugd- en gezinsbescherming (TKS) 2023-2027 loopt en kent verschillende fases. Inmiddels is er besluit genomen over de ontwikkelinrichting van het RVT. In 2025 wordt dit nader uitgewerkt. De nadere uitwerking van deze ontwikkelrichting zal van invloed zijn op de structuur en werkwijze van de GI’s en daarmee ook op deze inkoop. •

Hervormingsagenda jeugd De Hervormingsagenda Jeugd bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Gemeenten en het rijk gaan structureel investeren in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp.

•

Af- en opbouw gesloten jeugdhulp Het uitgangspunt is dat er vanaf 2030 geen gesloten jeugdhulp meer bestaat. Vanaf 2025 moeten de huidige gesloten instellingen omgebouwd worden naar kleinschalige alternatieve voorzieningen. Voor Noord Holland geldt dat de gesloten jeugdzorg de afgelopen jaren al ingrijpend is afgebouwd en omgebouwd. Op Noord Holland niveau wordt o.a. ingezet op het terugdringen van spoedplaatsingen en het gebruik van de verklarende analyse bij elke uithuisplaatsing. Daarnaast komt er een landelijk afbouwplan waarin keuzes worden gemaakt over welke voorzieningen als eerst gaan sluiten. Het afbouwplan is naar verwachting in december 2024 gereed. Jeugdreclassering in Verbinding (JRiV) JRiV heeft gewerkt aan het ontwikkelen van een landelijke uniforme methodiek. De

•

Kenmerk: 2024/1754899

4/6

bijbehorende “Menukaart Jeugdreclassering1” is nog in ontwikkeling. Zodra de menukaart gereed is, gaan de gemeenten hierover in gesprek met de aanbieders voor de definitieve afstemming over af te nemen producten en/of diensten. De (Nieuwe) landelijke tarieven voor de jeugdreclassering volgen nog. Geheimhouding verwervingsstrategie JBJR De JBJR-taken moeten opnieuw worden verworven. De uitvoering van de JBJR taken is voorbehouden aan de Gecertificeerde Instellingen. De verwervingsstrategie bevat concurrentiegevoelig informatie van de GI’s die vertrouwelijk met de gemeente is gedeeld en beschermd moet worden behandeld. 5. Risico’s en kanttekeningen Gelet op de planning is het streven om de opdrachtomschrijving en de verwervingsstrategie in december 2024 of uiterlijk in januari 2025 vast te stellen door de colleges van de NW4 regio’s. Financiën De verwachting is dat de waarde voor de hele inkoop naar verwachting hetzelfde blijft. Voor de wettelijke taken worden geen andere afspraken gemaakt over tarief en indexatie. Naast de wettelijke taken nemen de gemeenten ook maatwerkproducten af. Deze producten zijn onderdeel van de begroting en worden jaarlijks geïndexeerd. De gemeentelijke begroting speelt in op deze indexatie. In de Voorjaarnota nemen we ook de prijs- en volume effecten van de JB/JR mee. 6. Uitvoering 1.

Opstellen opdrachtomschrijving en verwervingsstrategie

Oktober 2024

2.

Besluitvorming opdrachtomschrijving en verwervingsstrategie in de colleges

December 2024/Januari 2025

4.

Opstellen inkoopdocumenten

Januari 2025

5.

Publicatie inkoopdocumenten op TenderNed

Januari 2025

6.

1e Mogelijkheid vragen stellen vanuit de markt

Februari 2025

7.

Publicatie 1e Nota van Inlichtingen

Maart 2025

Onder ‘menukaart’ Jeugdreclassering wordt verstaan het overzicht van de juridische JR besluitvorming en de bijbehorende JR-varianten die kunnen worden opgelegd door de Rechtbank. 1

Kenmerk: 2024/1754899

5/6

8.

2e Mogelijkheid vragen stellen vanuit de markt

Maart 2025

9.

Publicatie 2e Nota van Inlichtingen

April 2025

10. Uiterste inschrijfdatum marktpartijen

Mei 2025

11. Versturen gunningsbrieven

Mei 2025

12. Implementatiefase, inrichten systemen

December 2025

13. Ingangsdatum nieuwe overeenkomsten

1 januari 2026

Bijlagen Bijlage 1. Verwervingsstrategie Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 2026-2030 (GEHEIM). Bijlage 2. Opdrachtomschrijving Jeugdbescherming en Jeugdreclassering 2026-2030 behorende bij de verwervingsstrategie.

Kenmerk: 2024/1754899

6/6

Collegebesluit

Onderwerp Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2024/2083147 Moolenburgh, D. 6.2. Gemeentelijk bestuur CC Boele, A.C. 06-46215024 a.boele@Zandvoort.nl De Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid is ontwikkeld om zowel gemeenten als de provincie weerbaarder te maken tegen ondermijnende criminaliteit, agressie en intimidatie tegen ambtenaren en politieke ambtsdragers, en andere externe dreigingen. Naast het aanpakken van criminele ondermijning biedt de norm bescherming tegen verstoringen van democratische processen en versterkt het de integriteit van het openbaar bestuur. Hiermee draagt de norm bij aan een veilige werkomgeving, beschermt het politieke besluitvorming, en zorgt het voor een gezamenlijk sterk front tegen bedreigingen, waardoor het vertrouwen in het openbaar bestuur wordt gewaarborgd.

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 17 december 2024

Geen Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid te onderschrijven en uit te voeren 2. Met de raad het gesprek te voeren over die delen van de norm die de raad betreffen. de secretaris,

de burgemeester,

Kenmerk: 2024/2083147

1/5

1. Inleiding Een integere en betrouwbare overheid vormt de basis voor een rechtvaardige, stabiele en goed functionerende samenleving. Helaas komt het steeds vaker voor dat overheden te maken krijgen met dreigingen van buitenaf en met oneigenlijke beïnvloeding van de democratische gang van zaken. De afgelopen jaren hebben de provincie en de gemeenten in Noord-Holland hard gewerkt om hun weerbaarheid tegen criminele ondermijning en andere vormen van ontwrichtend gedrag te vergroten. Een gezamenlijke norm is de logische volgende stap om de opgedane ervaringen te bundelen tot een samenhangend geheel: de Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid (zie bijlage). De norm is geen startpunt maar een samenhangend geheel van richtlijnen dat de al ingezette maatregelen versterkt en structureert. Het biedt concrete handvatten voor het herkennen, voorkomen en bestrijden van diverse vormen van ondermijnende activiteiten. De Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid is ontwikkeld in samenspraak met gemeenten, Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC) en de provincie. Een gezamenlijk afgesproken ondergrens voorkomt dat kwaadwillenden die bot vangen bij de ene gemeente elders opnieuw proberen hun slag te slaan. Naast tussentijdse ijkmomenten is een evaluatiemoment gepland in Q4 2027 Op basis van dit peilmoment kan de norm worden herzien, bijgesteld, geactualiseerd en/of aangescherpt. 2.

Besluitpunten college 1. De Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid te onderschrijven en uit te voeren 2. Met de raad het gesprek te voeren over die delen van de norm die de raad betreffen. 3. Beoogd resultaat Met de norm wordt beoogd de weerbaarheid van zowel de provincie als gemeenten verder te versterken om zo een sterk en samenhangend front te vormen tegen ondermijnende tendensen. 4. Argumenten 1. De norm beschermt ambtenaren, bestuurders en raadsleden Er is een groeiend aantal incidenten dat gericht is op ambtenaren, raadsleden en bestuurders. De kern van ondermijning is dat de overheid wordt gecorrumpeerd om daarmee misdadige doelen te dienen, hieronder vallen bijvoorbeeld ook intimidatie (op sociale media) of bedreigingen aan huis. Deze situaties brengen niet alleen de veiligheid van betrokkenen in gevaar, maar ook de integriteit van het openbaar bestuur zelf. Het versterken van de weerbaarheid van gemeenten en provincie is daarom cruciaal. Samen vormen zij een sterk, eensgezind front tegen deze dreigingen. Een integere en betrouwbare overheid is immers de basis van een rechtvaardige, stabiele en goed functionerende democratische samenleving.

Kenmerk: 2024/2083147

2/5

2. Eén gezamenlijke norm binnen de provincie De norm bestaat uit een aantal uitgangspunten gericht op 6 hoofdthema’s: 1. Bewustwording & Organisatie, 2. Integriteit & Veilige Werkomgeving 3. Veilige Publieke Taak, 4. Informatiepositie & Informatiebeveiliging, 5. Beleid & Handhaving, 6. Communicatie. De norm gaat verder dan weerbaarheid tegen ondermijnende criminaliteit; ze richt zich ook op het beschermen van overheidsdiensten en het waarborgen van een integere werkomgeving. Naast het tegengaan van criminele infiltratie, biedt de norm handvatten om andere dreigingen van buitenaf te weren, zoals cyberaanvallen, corruptie en het misbruik van overheidsmiddelen. Het versterken van de weerbaarheid van zowel gemeenten als de provincie helpt om een sterk en samenhangend front te vormen tegen deze risico's. Door één gezamenlijke norm vast te stellen, hanteren gemeenten en de provincie een eenduidige aanpak. Dit voorkomt dat kwaadwillenden profiteren van verschillen tussen beleidsregels. De norm gaat over het ‘wat’, de gemeente over het ‘hoe’. 3. Versterking van de democratie De norm draagt bij aan het beschermen van democratische processen en het voorkomen van verstoringen, wat essentieel is voor een gezonde en functionerende rechtsstaat. De norm richt zich op het bewaken van de integriteit van politieke besluitvorming en het tegengaan van ondermijning van de democratische rechtsorde.

Dit omvat maatregelen om politieke ambtsdragers te beschermen tegen manipulatie en om ervoor te zorgen dat democratische processen eerlijk en ongestoord verlopen. Door deze norm te implementeren, verstevigen provincie en gemeenten samen de fundamenten van de democratische rechtsstaat en de veiligheid van het openbaar bestuur. 4. Samen staan we sterker De Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid stelt de gemeente in staat om adequaat te reageren op de toenemende dreigingen van buitenaf en samen met andere gemeenten en de provincie een uniform basisniveau van weerbaarheid te bereiken. Dit voorkomt verschillen in aanpak en zorgt ervoor dat we elkaar versterken. Door samen te werken, kunnen we capaciteit en kennis optimaal benutten, en zorgen we ervoor dat we als organisaties goed voorbereid zijn op de dreigingen van buitenaf. Door gezamenlijk op te trekken, ontstaan er geen zwakke schakels en wordt eenheid uitgestraald in de bescherming van het openbaar bestuur. Het doel van de norm is om een gedeelde basis te creëren waarmee organisaties elkaar kunnen versterken in de implementatie en verdere ontwikkeling. De norm valt nadrukkelijk niet onder

Kenmerk: 2024/2083147

3/5

interbestuurlijk toezicht. Het vaststellen van een basisniveau biedt gemeenten en provincie de kans om gezamenlijk op te trekken in de aanpak van weerbaarheid, waarbij elke organisatie werkt vanuit haar eigen verantwoordelijkheid en specifieke context. Door eenduidige uitgangspunten te definiëren, wordt voorkomen dat het wiel telkens opnieuw wordt uitgevonden en kunnen beschikbare middelen en capaciteit optimaal worden benut. Om inzicht te creëren in de mate van conformiteit kan iedere gemeente gebruik maken van een format voor een implementatieoverzicht/nulmeting. De uitkomsten van het ingevulde implementatieoverzicht/nulmeting bieden een waardevol inzicht om binnen de eigen organisatie het gesprek te voeren over de voortgang en prioriteiten. Op regionaal niveau kan samen met het RIEC worden gekeken naar gezamenlijke uitdagingen en oplossingen, terwijl op provinciaal niveau jaarlijks kan worden stilgestaan bij de algehele voortgang. Dit versterkt de samenwerking tussen gemeenten en met de provincie, zonder dat er sprake is van toezicht, maar met de intentie om elkaar te ondersteunen in het verhogen van de bestuurlijke weerbaarheid. 5. Weerbaarheid is een gedeelde verantwoording. Raadsleden, bestuurders en ambtenaren moeten samen optrekken om de overheid weerbaar te maken. In alle lagen van de organisatie en het bestuur wordt de norm geïmplementeerd.

Hiermee wordt in alle lagen een bijdrage geleverd die de overheid veilig en integer maken. Wij onderschrijven daarom de norm en voeren deze uit. Over die delen van de norm die de raad betreffen gaan wij met de raad in gesprek. 6. Vertrouwen van burgers De norm biedt duidelijke richtlijnen en instrumenten om raadsleden, bestuurders en ambtenaren te beschermen tegen bedreigingen, manipulatie, en ondermijnende invloeden van buitenaf. Door integriteit en weerbaarheid te versterken, wordt het vertrouwen van de burger in het openbaar bestuur vergroot. Dit komt de legitimiteit van de overheid ten goede. 5. Risico’s en kanttekeningen 1. De financiële en personele gevolgen van het vaststellen van de norm zijn nog niet helder. Na het vaststellen van de norm wordt een implementatieoverzicht/nulmeting gemaakt dat inzicht geeft waar Zandvoort staat ten opzichte van de norm. De provincie verzamelt de nulmetingen van alle gemeenten in Noord-Holland. Samen met het RIEC analyseert de provincie alle nulmetingen en geeft aanbevelingen. Op basis van de nulmeting en de aanbevelingen van de provincie/RIEC kan een plan gemaakt worden en worden bij het opstellen van het plan de financiële en personele gevolgen inzichtelijk.

Kenmerk: 2024/2083147

4/5

6. Uitvoering Alle Noord-Hollandse gemeenten wordt gevraagd om voor 9 januari 2025 de norm in het college te bespreken en vast te stellen. Daarna wordt de norm formeel gelanceerd en de bijbehorende website publiek gemaakt. Uiterlijk 1 april 2025 stuurt elke gemeente het ingevulde implementatieoverzicht aan het RIEC. Dit overzicht dient als nulmeting en geeft inzicht in hoe goed de organisatie voldoet aan de norm en biedt handvatten voor verdere verbeteringen en prioritering. 7. Bijlagen 1. Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid

Kenmerk: 2024/2083147

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Uitbreiding meldpunt goed verhuurderschap en instellen toezichthouders en beleidsregels Nummer 2024/2019807 Portefeuillehouder Hendriks, M. Programma/beleidsveld 4.1. Wonen en ruimtegebruik Afdeling ECDW Auteur Batema, R. Telefoonnummer +31 6 38 68 76 80 Email rbatema@haarlem.nl Kernboodschap In het kader van de Wet betaalbare huur krijgen gemeenten extra taken die worden belegd in de Wet goed verhuurderschap. Het college breidt daarom het bestaande meldpunt uit met twee extra algemene regels voor goed verhuurderschap. Hierop kunnen huurders een melding maken en moet de gemeente handhaven. Dit betreft een verbod op het verhuren van een gereguleerde woonruimte met een huurprijs die hoger is dan het WWS(O) toestaat, alsook een verbod op het toepassen van een huurverhoging die het maximaal toegestane huurverhogingspercentage overschrijdt. Om bij misstanden te kunnen handhaven stelt het college de Beleidsregels Wet goed verhuurderschap Zandvoort 2025 vast en wijst het college toezichthouders aan voor de naleving van de wet. Behandelvoorstel voor Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de de raad gemeenteraad. Het college vindt het belangrijk om de raad te informeren hoe aan landelijke wetgeving lokaal richting gegeven wordt en hoe onze inwoners bij slecht verhuurgedrag hun weg kunnen vinden naar de gemeente.

Relevante eerdere Instellen meldpunt op grond van de Wet goed verhuurderschap (2024/95745) in besluiten college van B&W van 19 maart 2024. Besluit college Het college van burgemeester en wethouders d.d. 17 december 2024 Besluit: 1. Het bestaande meldpunt goed verhuurderschap te verruimen met twee algemene regels waarop gehandhaafd moet worden; 2. Het Aanwijzingsbesluit toezichthouders Wet goed verhuurderschap Zandvoort 2025 vast te stellen; 3. De Beleidsregels Wet goed verhuurderschap Zandvoort 2025 vast te stellen; 4. De uitvoering van de Wet goed verhuurderschap medio 2026 te evalueren. de secretaris,

Kenmerk: 2024/2019807

de burgemeester,

1/6

1. Inleiding Wet goed verhuurderschap Vanaf 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap van kracht. Het doel van de wet is om ongewenste verhuurpraktijken te voorkomen en tegen te gaan bij alle groepen huurders. Het Rijk komt met deze wet tegemoet aan de wens van gemeenten om te kunnen optreden bij misstanden op de lokale huurmarkt. Huurders zijn vaak terughoudend om richting verhuurders stappen te ondernemen. Deze wet introduceert daarom een basisnorm voor goed verhuurderschap. Elke particuliere verhuurder of woningcorporatie moet hieraan voldoen. Op grond van deze wet (artikel 4, eerste lid) heeft het college een verplicht gemeentelijk meldpunt ingesteld per collegebesluit op 19 maart 2024. Bij dit meldpunt kunnen Zandvoorters klachten over ongewenst verhuurgedrag melden. Het meldpunt is vanaf 15 februari 2024 te bereiken via de volgende website: https://zandvoort.nl/meldpuntproblemen-met-verhuurder. Artikel 2 van de wet stelt een basisnorm voor goed verhuurderschap vast door middel van wettelijk vastgelegde en landelijk geldende algemene regels voor goed verhuurderschap. Daarnaast heeft de gemeente de taak en bevoegdheden gekregen om bij verhuurders en verhuurbemiddelaars te handhaven op deze algemene regels wanneer zij hier niet aan voldoen. Het meldpunt vormt het portaal tot het vragen om gemeentelijke handhaving.

De gemeente is belast met de handhaving op de volgende zeven regels: 1. 2. 3. 4. 5.

De verhuurder mag de woningzoekende niet discrimineren; De verhuurder mag de huurder niet bedreigen of bang maken; De verhuurder mag maximaal twee maanden kale huur aan borg vragen; De verhuurder moet een schriftelijk huurcontract maken; De verhuurder moet huurders goed informeren over: • rechten en plichten van de huurder over de woning (die niet in het huurcontract staan); • de hoogte van de borg en wanneer huurders die terugkrijgen als het huurcontract stopt; • contactinformatie waar de huurder de verhuurder kan bereiken; • informatie van het meldpunt ongewenst verhuurgedrag; • de servicekosten: verhuurders moeten een compleet overzicht van de kosten laten zien. 6. De verhuurder rekent alleen servicekosten die in de wet staan (Burgerlijk Wetboek art 259 en 261 van boek 7); 7. De verhuurbemiddelaar mag geen bemiddelingskosten doorberekenen aan zowel de verhuurder als de huurder;

Kenmerk: 2024/2019807

2/6

Wet betaalbare huur Vanaf 1 juli 2024 is ook de Wet betaalbare huur van kracht. Deze wet creëert een gereguleerd middenhuursegment door het optrekken van de liberalisatiegrens naar 187 WWS-punten. Daarnaast maakt de wet het woningwaarderingsstelsel (WWS) dwingend voor het laag- en middensegment (tot en met 186 WWS-punten, € 1.157,95 prijspeil juli 2024). Het Rijk brengt de implementatie van de Wet betaalbare huur onder bij de Wet goed verhuurderschap: twee nieuwe algemene regels worden toegevoegd aan de bestaande zeven wettelijk vastgelegde algemene regels voor goed verhuurderschap. Vanaf 1 januari 2025 dienen gemeenten deze regels ook onder te brengen in hun meldpunt en hierop te handhaven. De twee nieuwe regels zijn: 8. Het WWS(O) wordt dwingend voor het ‘laag- en middensegment’. Het is dus verboden een gereguleerde woonruimte te verhuren met een huurprijs die hoger is dan het WWS(O)1 toestaat; 9. Het is verboden een huurverhoging toe te passen die het maximaal toegestane huurverhogingspercentage overschrijdt. Tenslotte krijgen huurders in het middenhuursegment toegang tot de geschilbeslechting van de Huurcommissie. Zij kunnen de Huurcommissie vragen uitspraak te doen over (onder meer) de hoogte van hun (aanvangs)huurprijs, de afrekening van servicekosten, de jaarlijkse huurverhoging en (onderhouds)gebreken.

Het toezicht en de handhaving op de algemene regels ten aanzien van woningcorporaties was in eerste instantie enkel belegd bij de Autoriteit Woningcorporaties (Aw). Het toezicht en de handhaving op het gebied van maximale huurprijzen en huurprijsverhoging van woningen in corporatiebezit wordt met invoering van de nieuwe wetgeving echter belegd bij gemeenten. 2. Besluitpunten college 1. Het bestaande meldpunt goed verhuurderschap te verruimen met twee algemene regels waarop gehandhaafd moet worden. 2. Het Aanwijzingsbesluit toezichthouders Wet goed verhuurderschap Zandvoort 2025 vast te stellen; 3. De Beleidsregels Wet goed verhuurderschap Zandvoort 2025 vast te stellen; 4. De uitvoering van de Wet goed verhuurderschap jaarlijks te evalueren, te beginnen medio 2026.

1

De 'O' staat voor 'onzelfstandig'.

Kenmerk: 2024/2019807

3/6

3. Beoogd resultaat Met dit besluit willen wij voldoen aan onze wettelijke verplichting om ons gemeentelijk meldpunt te verbreden in het kader van de Wet betaalbare huur. Ook regelen we via dit besluit dat het mandaat van de handhaving op de Wet goed verhuurderschap juist geborgd is. 4. Argumenten 1. Voldoen aan de wettelijke verplichting zoals vastgelegd in de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur. Met dit besluit voldoen we aan deze wettelijke verplichting. Met de inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur verruimen we het bestaande meldpunt door extra taken toe te voegen. Huurders kunnen dan bij het meldpunt ook een melding doen over misstanden rondom de huurprijs en huurprijsverhogingen. De gemeente kan naar aanleiding van een melding vervolgens zelf handhaven of de melder hulp bieden bij het vinden van de juiste instantie waar de huurder verder geholpen kan worden, zoals de landelijke Huurcommissie. Ook zal op de gemeentelijke website meer informatie geplaatst worden over de twee nieuwe algemene regels van goed verhuurderschap. 2. Er wordt handhavingsbeleid vastgesteld en een toezichthouder wordt aangewezen. Om te handhaven op de bepalingen uit de wet, worden de Beleidsregels Wet goed verhuurderschap Zandvoort 2025 vastgesteld. Hiermee kan een escalatieladder doorlopen worden. Deze begint met een waarschuwing.

Verder kan het college een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang naast elkaar opleggen. Het college moet de bestuurlijke boete ook openbaar maken (artikel 20 Wgv). Het college kan, als ultimum remedium, overgaan tot beheerovername (artikel 10 t/m 15 Wgv). Het college heeft de bevoegdheid - op grond van artikel 18, eerste lid, van de Wet goed verhuurderschap - om ambtenaren aan te wijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de Wet goed verhuurderschap. Door de medewerkers van de teams Veiligheid en Handhaving (VH) en Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) als toezichthouder aan te wijzen, beleggen we controle op de juiste afhandeling van handhavingsverzoeken. Deze afdelingen kunnen direct waarschuwen en boetes opleggen op basis van de beleidsregels met boetetabel. We gaan dezelfde boetetabel hanteren als de gemeenten Rotterdam, Eindhoven en Den Haag. Het college is op grond van artikel 19, derde lid van de wet bevoegd om een bestuurlijke boete op te leggen bij het niet naleven van de wet. Geconstateerde overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete op grond van artikel 19 van de wet is opgelegd worden door het college in beginsel openbaar gemaakt (met inachtneming van de Wet open overheid). Dit geldt ook ten aanzien van een bestuurlijke boete bij recidive.

Kenmerk: 2024/2019807

4/6

3. Er zijn financiële middelen beschikbaar voor de nieuwe handhavingsbevoegdheden. Vanwege de nieuwe handhavingsbevoegdheden krijgen gemeenten via het Gemeentefonds structureel extra middelen voor de uitvoering van deze nieuwe regels rondom goed verhuurderschap. Het totale bedrag dat we ontvangen voor de uitvoering van de Wet goed verhuurderschap, inclusief de middelen als gevolg van de Wet betaalbare huur, bedraagt in 2025 € 27.475. Dit bedrag loopt jaarlijks af tot € 12.042 in 2029. Aanvankelijk zijn de bedragen hoger vanwege invoeringskosten en een te verwachten piek aan meldingen. Daarna nemen deze geleidelijk af omdat verwacht wordt dat verhuurders zich beter aan het WWS gaan houden. De door het rijk toegekende middelen worden per jaar tot en met 2029 als volgt verdeeld: circa € 10.000 wordt naar gebruik beschikbaar gesteld aan de handhavende afdelingen VTH en VH. De overige € 2.000 wordt in de voorjaarsnota aan de begroting toegevoegd, beleidsveld 4.1 wonen en woningbouw. Hiermee kan de afdeling wonen kosten voor het meldpunt of bijeenkomsten rondom de Wet goed verhuurderschap bekostigen.

Hoewel we nu nog geen betrouwbare inschatting kunnen maken over het aantal meldingen en handhavingstaken biedt de periode tot en met 2029 de ruimte om ervaring op te doen met de uitvoering van deze wet en om tot een realistische kostenplaat te komen voor de periode na 2029, wanneer de incidentele bijdrage uit het gemeentefonds wegvalt. Als eerder al duidelijk wordt dat de omvang van het aantal zaken waar handhaving bij nodig is, de financiën overstijgt, wordt bepaald wat het structurele budget voor handhaving moet zijn. De teams die handhaven zullen de handhaving vooralsnog proberen in de bestaande capaciteit weg te zetten.

5. Risico’s en kanttekeningen 1. Het niet verbreden van het meldpunt en het niet inregelen van handhaving, zijn geen opties. De gemeente is wettelijk verplicht om een meldpunt te hebben. Ook zijn we verplicht de twee nieuwe algemene regels hierin een plaats te geven en hierop te gaan handhaven. Daarom zijn beleidsregels opgesteld. Tenslotte voorziet het voorgenomen besluit in het aanwijzen van toezichthouders (art. 18 Wgv). 2. We weten nog niet hoeveel en wat voor soort meldingen we krijgen. Het is bij deze nieuwe wet niet op voorhand bekend hoeveel en welk type meldingen binnenkomen en of de huidige capaciteit volstaat. De verwachting is een aanvankelijke piek, waarna het aantal meldingen geleidelijk afneemt. In Zandvoort zijn er tot dusver onder de aanvankelijke zeven algemene regels zes meldingen binnengekomen in 2024. Dit waren enkel meldingen die de beleidsadviseur wonen af kon doen. Handhaving was niet benodigd. Wat meespeelt is dat in Zandvoort de voorraad particuliere huur 16% bedraagt. Nu onder de twee nieuwe algemene regels ook (sociale) huurders van corporaties zich kunnen melden, is het mogelijk dat het aantal meldingen stijgt. Het is nog niet in te schatten wat de twee nieuwe algemene regels, voortkomende uit de Wet betaalbare huur, vanaf 1 januari 2025 aan capaciteit gaat kosten. Hier merken we in 2025 pas de

Kenmerk: 2024/2019807

5/6

effecten van. Mogelijk heeft dit impact op onze capaciteit, met name bij de handhaving. Zo nodig bespreken de betrokken teams hun inzet en prioriteit. Het voorstel is om jaarlijks ambtelijk te evalueren en zo nodig het meldpunt en de handhaving verder te ontwikkelen met verkregen inzichten. De eerste evaluatie vindt medio 2026 plaats. 6. Uitvoering Via de gemeentelijke website wordt informatie verstrekt over de Wet goed verhuurderschap en het gemeentelijke meldpunt, ook over de twee nieuwe algemene regels. Verhuurders kunnen kennisnemen van dit collegebesluit en de woningcorporaties zijn geïnformeerd over de uitbreiding van het gemeentelijke meldpunt. Net zoals de andere zeven meldingen komen ook de twee nieuwe typen meldingen bij de beleidsadviseur wonen terecht, die de beoordeling en schifting van de meldingen doet en de melder informeert. Binnen twee weken na de melding neemt de gemeente contact op met de indiener van de klacht om op maat afspraken te maken over de afhandeling van de klacht. Als het verzoeken tot informatie betreft, handelt een beleidsadviseur wonen (‘het voorportaal’) deze af. Verzoeken tot handhaving bij discriminatie en intimidatie zet de beleidsadviseur door naar de afdeling VH. VTH pakt de handhaving van de andere zeven algemene regels op. De datum van inwerkingtreding van de Beleidsregels en het Aanwijzingsbesluit is 1 januari 2025.

Het Aanwijzingsbesluit toezichthouders Wet goed verhuurderschap Zandvoort 2025 en de Beleidsregels wet goed verhuurderschap Zandvoort 2025 worden in het Gemeenteblad bekendgemaakt. Na de inwerkingtreding zijn de Beleidsregels raadpleegbaar op www.overheid.nl onder lokale regelingen.

7. Bijlagen 1. Aanwijzingsbesluit toezichthouders Wet goed verhuurderschap Zandvoort 2025; 2. Beleidsregels Wet goed verhuurderschap Zandvoort 2025.

Kenmerk: 2024/2019807

6/6

Collegebesluit

Onderwerp Grondprijsbrief 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/15579 Bluijs, G.J. 4.4. Overige beheertaken PG Cor Fokkinga 06 2706 2292 cfokkinga@haarlem.nl Met de grondprijsbrief 2025 worden de grondprijzen voor 2025 vastgesteld. De grondprijsmethoden om tot grondprijzen te komen zijn in de Nota Grondbeleid 2020 -2024 en Grondprijsbeleid vastgelegd. Deze brief geeft uitvoering aan het vastgestelde beleid.

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.

Relevante eerdere besluiten

Nota Grondbeleid 2020 – 2024 en Grondprijsbeleid (2020/446835) in raadsvergadering 22 september 2020

Besluit college d.d. 14 januari 2025

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. 1. De Grondprijsbrief 2025 vast te stellen de secretaris,

de burgemeester,

1. Inleiding Op 22 oktober 2020 is de Nota Grondbeleid 2020 – 2024 en Grondprijsbeleid vastgesteld door de raad. Hierin zijn de methoden vastgelegd om per functie de grondprijzen te bepalen. In de nota zelf zijn geen grondprijzen opgenomen, maar hierin is vastgelegd dat de grondprijzen jaarlijks worden geactualiseerd en dat deze worden vastgelegd in een actuele grondprijsbrief. Met de Grondprijsbrief 2025 worden de geactualiseerde grondprijzen voor 2025 vastgesteld waarna deze ook naar buiten kenbaar gemaakt kunnen worden.

Kenmerk: 2025/15579

1/3

2. Besluitpunten college 1. De Grondprijsbrief 2024 vast te stellen.

3. Beoogd resultaat Door de Grondprijsbrief 2025 vast te stellen wordt invulling gegeven aan het beleid dat is vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2020 – 2024 en Grondprijsbeleid.

4. Argumenten 1. Met de vaststelling van de grondprijzenbrief worden de in de Nota Grondbeleid 2020 – 2024 en Grondprijsbeleid vastgelegde grondprijsmethoden waar nodig vertaald naar concrete prijzen In 2020 is de Nota Grondbeleid 2020 – 2024 en Grondprijsbeleid vastgesteld. Omdat er verschillende manieren zijn om een grondprijs te bepalen heeft de raad in deze nota per functie de grondprijsmethode vastgesteld. Daarbij gaat het dus om de wijze waarop een grondprijs wordt bepaald, maar niet de daadwerkelijke hoogte daarvan. Die wordt jaarlijks vastgelegd in de Grondprijsbrief. Uitgangspunt is dat bouwrijpe grond voor een marktconforme prijs wordt verkocht. 2. De grondprijzen zijn actueel en markconform De prijzen zijn ten opzichte van 2024 geactualiseerd op basis van de huidige marktontwikkelingen. 3. De grondprijzen zijn uniform en transparant Met de Grondprijsbrief zijn de prijzen voor 2025 op uniforme en transparante wijze vastgelegd en kunnen deze worden gecommuniceerd met belanghebbenden. Voor veruit de meeste functies wordt de grondprijs via de residuele waarde methode berekend. De grondprijs wordt bepaald door de bouw- en bijkomende kosten van de marktwaarde af te trekken. Het residu is dan de grondprijs. In feite is er sprake van maatwerk omdat de grondprijs dan afhankelijk is van de marktwaarde en de stichtingskosten van het vastgoed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15068029/1