Collegebesluiten 10 juni - 7 juli 2025
Tekst van het document
Kenmerk: 2025/487862
3/4
5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Over de financiën is door de GGD in de jaarrekening van de Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) verantwoording afgelegd. 5.2 Juridisch Burgemeester en wethouders zijn op grond van de Wet Kinderopvang (art. 1.68) en de regeling Wet kinderopvang (par. 6, art. 12) verplicht om jaarlijks een verslag te doen aan de Onderwijsinspectie van alle toezicht- en handhavingstaken die de Veiligheidsregio Kennemerland (VRK), onderdeel Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) en de gemeente in het voorgaande kalenderjaar hebben uitgevoerd. De Onderwijsinspectie houdt namens het Ministerie het tweedelijns toezicht op de gemeenten. 5.3 Uitvoering De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op de Wet kinderopvang. De feitelijke uitvoering van de inspecties ligt bij de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. Jaarlijks wordt hiervoor in samenspraak met de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst een werkplan opgesteld. Eventuele handhavingsacties, voortvloeiend uit de inspecties, worden door de gemeente uitgevoerd. 5.4 Planning De jaarverantwoording dient jaarlijks vast gesteld te zijn door het College van B&W voor 1 juli volgend op het verslagjaar en te worden aangeboden en aan de Onderwijsinspectie en deze dient ook ter informatie aan de gemeenteraad te worden aangeboden. 6.
Bijlagen Bij dit besluit zijn de volgende bijlage gevoegd: 1 Toelichting bij definitieve bestanden jaarverantwoording 2024 2 Jaarverantwoording Kinderopvang 2024, gemeente Zandvoort 3 Zandvoort Voortgangsmonitor ten behoeve van jaarverslag 2024 IvhO
Kenmerk: 2025/487862
4/4
Collegebesluit
Onderwerp Anterieure Overeenkomst Curiedex Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad
Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 1 juli 2025
2025/465923 Kloet, J. de 4.1. Wonen en ruimtegebruik PCM Bukman, S. 06-41320913 sbukman@haarlem.nl PréWonen, Smits Bouwbedrijf (SBB) en Ontwikkelmaatschappij Curiedriehoek (OMC) hebben een plan ontwikkeld voor herontwikkeling van de Corodexlocatie en de Curiedriehoek, samen onder de projectnaam Curiedex. Het gaat om de sloop van de bestaande bedrijfsloodsen en de bouw van circa 500 woningen en 1200 m2 nieuwe bedrijfsruimte. Voor deze ontwikkeling is een Stedenbouwkundig Programma van Eisen vastgesteld door de gemeenteraad en daarna een Stedenbouwkundig Plan door het college. De kosten voor ambtelijke inzet voor begeleiding van het bouwplan, alsmede ingrepen in de openbare ruimte, worden verhaald bij de initiatiefnemer. Het verhalen van de kosten is een wettelijke verplichting. De anterieure overeenkomst bevat afspraken over het wettelijk kostenverhaal, afspraken tussen ontwikkelaars onderling, vergoeding voor de aanleg van openbare ruimte en het over en weer inbrengen van gronden. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. De raad heeft hierom expliciet verzocht naar aanleiding van het bespreken van de meest recente Raadsinformatiebrief over deze ontwikkeling. - SPvE Curiedex ( Raad 15 februari 2022) - Stedenbouwkundig Plan (College 19 december 2024) Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1.
De Anterieure Overeenkomst met PréWonen, SBB en OMC aan te gaan; 2. Wethouder De Kloet te mandateren voor het aanbrengen ondergeschikte wijzigingen in de Anterieure Overeenkomst en het ondertekenen van de overeenkomst. de secretaris,
Kenmerk: 2025/465923
de burgemeester,
1/5
1. Aanleiding PréWonen, Smits Bouwbedrijf (SBB) en Ontwikkelmaatschappij Curiedriehoek (OMC) hebben een plan ontwikkeld voor herontwikkeling van de Corodexlocatie en de Curiedriehoek, samen onder de projectnaam Curiedex. Het gaat om de sloop van de bestaande bedrijfsloodsen en de bouw van circa 500 woningen en 1200 m2 nieuwe bedrijfsruimte. Voor deze ontwikkeling is een Stedenbouwkundig Programma van Eisen vastgesteld door de gemeenteraad en op basis daarvan een Stedenbouwkundig Plan door het college. De ontwikkeling past niet in het huidige Omgevingsplan. Er is een ruimtelijke procedure nodig (aanpassing van het Omgevingsplan dan wel een Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA)) nodig. Daarnaast brengt de gemeente beperkt grondposities in en neemt op andere plaatsen weer openbare ruimte over. Conform wettelijke eisen in de Omgevingswet verhaalt de gemeente de kosten die de gemeente maakt om dit plan te realiseren op de ontwikkelende partijen. Voorliggend besluit is gericht op het aangaan van een Anterieure Overeenkomst (bijlage 1). 2. Beoogd resultaat Het sluiten van de Anterieure Overeenkomst is een logisch vervolg op het eerder vastgestelde Stedenbouwkundig Programma van Eisen. Met deze overeenkomst worden de gemeentelijke plankosten gedekt en kan de ruimtelijke procedure worden opgestart. 3. Onderbouwing voorstel 1.
Het besluit voldoet aan de Omgevingswet Op grond van de Omgevingswet dient de gemeente te besluiten tot vaststelling van een exploitatieplan, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Door het sluiten van de anterieure overeenkomst wordt voldaan aan dit vereiste. De kosten die worden verhaald betreffen alle reeds gemaakte gemeentelijke kosten alsmede de nog te maken kosten voor de ruimtelijke procedure en de kosten voor aanleggen van nieuwe openbare ruimte en aan te helen openbare ruimte. 2. De overeenkomst legt afspraken tussen gemeente en ontwikkelaars onderling vast Deze anterieure overeenkomst is de uitkomst van een lang traject aan gesprekken en onderhandeling tussen ontwikkelaars onderling en met de gemeente. Het is een uitgebreide overeenkomst waarin heldere afspraken zijn vastgelegd over de wijze waarop partijen met elkaar samen op trekken om de ontwikkeling mogelijk te maken. En hoe de kosten worden verdeeld en betaald. 3. Om het plan te realiseren zijn grondtransacties noodzakelijk Het plan is verdeeld in 7 plandelen die zoveel mogelijk rekening houden met bestaande eigendomsgrenzen. Aan de randen van die plandelen zijn op diverse plaatsen grondoverdrachten noodzakelijk. Voor zover die betrekking hebben op privaat grondbezit hebben de ontwikkelaars daar
Kenmerk: 2025/465923
2/5
onderling afspraken over gemaakt. Voor de door de gemeente in te brengen gronden, binnen en eventueel buiten het plangebied om bedrijven uit te kunnen plaatsen, is de waarde middels een taxatie bepaald. Die gronden worden ingebracht voor een markconforme prijs. 4. Publicatie in het kader van het Didam-arrest. De gemeente is verplicht het voornemen tot de inbreng van grond in deze ontwikkeling in het kader van het Didam-arrest en ons Vastgoedbeleid te publiceren. De gemeente stelt zich in deze publicatie op het standpunt dat de ontwikkelaars de enige serieuze gegadigden zijn voor deze grond. Dit blijkt uit het feit dat de gemeente slechts heel beperkt grondbezit heeft in het ontwikkelgebied. De gronduitgifte betekent voor de gemeente en de ontwikkelaars voor het overgrote deel verplaatsing van ruimte binnen het plangebied. De gronduitgifte levert dan ook geen hogere waardering of vervalsing van mededinging/concurrentie voor de markt op. De gronden die partijen over en weer verkopen hebben geen zelfstandige functie. Van een mogelijkheid tot ontwikkeling van gemeentegrond door een andere partij dan de ontwikkelaars is feitelijk geen sprake. De publicatie volgt binnenkort. 5. De stikstofruimte van manege Ruckert wordt mede voor deze ontwikkeling gebruikt.
Voorwaarde van de ontwikkelaars voor het ondertekenen van deze overeenkomst is een oplossing voor het stikstofprobleem dat door de recente uitspraken van de Raad van State is ontstaan. De oplossing is gevonden in het beschikbaar stellen van de stikstofruimte die vrijkomt door het beëindigen van manege Ruckert. Naast de ontwikkeling van Heimanshof lijkt er voldoende ruimte om ook het tekort aan stikstofruimte bij Curiedex hiermee op te lossen. De toezegging van de gemeente om die stikstofruimte beschikbaar te stellen geeft de ontwikkelaars voldoende zekerheid om de overeenkomst aan te gaan. Over de waarde die dit mogelijk vertegenwoordigt worden in een separate overeenkomst afspraken gemaakt. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 1. De planologische procedure leidt niet tot een vergunning. Vanwege de huidige regelgeving ten aanzien van stikstof is het onzeker of de ruimtelijke procedure succesvol zal zijn. Mocht er uiteindelijk geen vergunning worden afgegeven kan een deel van de plankosten niet verhaald worden. Het resultaat van de onderhandelingen is dat een deel van de plankosten vergoeding wordt betaald na het verkrijgen van een onherroepelijke omgevingsvergunning 2. Het uit kunnen plaatsen van bedrijven is onzeker. Eveneens vanwege de stikstofregels blijkt de Einstreinstraat als beoogde locatie om bedrijven uit te plaatsen onmogelijk.
Ontwikkelaars en gemeente zoeken naar alternatieven. Indien er geen oplossing wordt gevonden zal het bouwen van enkele plandelen niet of op een later tijdstip gerealiseerd kunnen worden.
Kenmerk: 2025/465923
3/5
4.2 Kanttekeningen 1. Voor de ruimtelijke procedure is een besluit van de provincie nodig De provincie is het bevoegd gezag voor het verkrijgen van de noodzakelijk vergunning van de Natuurbeschermingswet. Deze vergunning is randvoorwaardelijk bij het Omgevingsplan of de BOPA. Het gaat daarbij om een uitgebreide procedure die naar verwachting 9 maanden in beslag neemt. 2. Voor de ruimtelijke procedure is vaststelling dan wel instemming van de raad nodig. Om het plan mogelijk te maken zal van een aantal onderdelen van gemeentelijk beleid worden afgeweken. De gemeenteraad zal te zijner tijd worden gevraagd in te stemmen met die afwijkingen. 3. De andere partijen kunnen nog met ondergeschikte wijzigingen komen De ontwikkelaars doorlopen op dit moment ook het proces langs besturen en directies. Er valt niet uit te sluiten dat daar nog kleine wijzigingen uit voortkomen. De wethouder wordt gemandateerd om dergelijke ondergeschikte wijzigingen door te voeren. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Door het aangaan van deze overeenkomst worden de gemeentelijk kosten voor een deel bij het aangaan van de overeenkomst vergoed en op termijn volledig indien er voor alle plandelen een onherroepelijke omgevingsvergunning wordt verleend. Verder is de ontwikkeling geheel voor rekening en risico van de ontwikkelaars. Ook de aan te leggen openbare ruimte wordt vanuit het project vergoed.
5.2 Communicatie Als wordt besloten de overeenkomst aan te gaan worden de partijen daarover geïnformeerd en wordt een tekenmoment afgesproken. 5.3 Juridisch Deze overeenkomst wordt gesloten op grond van de Omgevingswet om te voldoen aan de vereiste plankosten vergoeding. 5.4 Planning Na het besluit van het college wordt de zakelijke inhoud van de anterieure overeenkomst voor een ieder ter inzage gelegd en gepubliceerd in het digitale gemeenteblad dat te raadplegen is via de website www.officielebekendmakingen.nl. De ontwikkeling doorloopt de fases van het Zandvoorts Ruimtelijk Planproces. Met het vaststellen van de Anterieure Overeenkomst kan de definitie fase afgerond worden. De planning is globaal als volgt:
Kenmerk: 2025/465923
4/5
Fase
Product
Bevoegdheid
Initiatieffase (uitgangspunten en randvoorwaarden, globale verkenning van opgave en kansen)
• Startnotitie (is vastgesteld sept 2019)
• Raad
Definitiefase (kaders voor verder uitwerking)
• Stedenbouwkundig programma van eisen (Vastgesteld feb 2022) • Anterieure overeenkomst
• Raad
Ontwerpfase
• Stedenbouwkundig Plan (vastgesteld 19 december 2023)
• B&W
Voorbereidingsfase
• Juridisch-planologische procedure • Raad (bestemmingsplan)
Q4 2025
Realisatiefase
• Uitvoering
2026
• B&W
•
Planning
Q2 2025
6. Bijlagen 1: Anterieure Overeenkomst Curiedex met bijlagen.
Kenmerk: 2025/465923
5/5
Collegebesluit
Onderwerp Jaarverslag GBKZ 2024 en de Financiële begroting GBKZ 2026 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/486670 Bluijs, G.J. 7.1. Lokale belastingen & heffingen CC Moolen, J. van der
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. De raad wordt geïnformeerd over de uitvoering van de taken van de gemeente op het gebied van het heffen en invorderen van gemeentelijke belastingen en rechten en over de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) door de gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid (GBKZ). Vaststellen gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid 2018 (2019/160042), collegebesluit van 5 maart 2019. Wijziging gemeenschappelijke regeling GBKZ (2024/970502), collegebesluit van 4 juni 2024. Bedrijfsplan GBKZ 2024 (2023/2117485), collegebesluit van 23 januari 2024. Het college van burgemeester en wethouders besluit:
Relevante eerdere besluiten
Besluit college d.d. 1 juli 2025
jvandermoolen@haarlem.nl Het Jaarverslag GBKZ 2024 en de Financiële begroting GBKZ 2026 worden ter kennisname aangeboden aan het college van B&W.
1. Kennis te nemen van het Jaarverslag GBKZ 2024 en de Financiële begroting GBKZ 2026; 2. De gevolgen van de financiële begroting op te nemen in de Programmabegroting 2026. de secretaris,
Kenmerk: 2025/486670
de burgemeester,
1/3
1. Aanleiding Het Jaarverslag GBKZ 2024 en de Financiële begroting GBKZ 2026 zijn in de stuurgroep op 25 juni 2025 vastgesteld. 2. Beoogd resultaat Met deze planning en control documenten van GBKZ worden het college van B&W en de raad geïnformeerd over de uitvoering van de taken op het gebied van het heffen en invorderen van gemeentelijke belastingen en rechten en over de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) door de gemeenschappelijke regeling GBKZ. Het jaarverslag geeft inzicht in de voor de gemeente uitgevoerde taken door GBKZ. Met de financiële begroting stellen de deelnemende gemeenten het budget en de formatie vast voor 2026. 3. Onderbouwing voorstel De stukken zijn vastgesteld door de stuurgroep van het GBKZ conform artikel 8 van de Gemeenschappelijke regeling. Jaarverslag GBKZ 2024 Naast dat het jaarverslag van GBKZ is vastgesteld, heeft verantwoording plaatsgevonden richting deelnemende gemeenten. Naar het oordeel van de accountant van GBKZ is de financiële verantwoording van de aanslagopleggingen in alle van materieel belang zijnde aspecten opgesteld in overeenstemming met de gemeenschappelijke regeling, de grondslagen zoals uiteengezet in de financiële verantwoording aanslagoplegging en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen waaronder gemeentelijke verordeningen.
Financiële begroting GBKZ 2026 Op basis van de huidige begroting is het verschil gering (< € 25.000). 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Kanttekeningen De begroting 2026 is gebaseerd op de huidige situatie. Er loopt een onderzoek om de gevolgen in beeld te brengen van de uittreding uit GBKZ en toetreding tot Cocensus. naar de toekomstbestendigheid van GBKZ, eventuele gevolgen uit dit onderzoek zijn niet meegenomen. De verwachting is dat er incidentele lasten zullen zijn voor de gemeente Zandvoort voor de uittreding uit GBKZ, maar dat gezien de offerte van Cocensus er een structureel voordeel ontstaat op de lasten voor heffing en invordering en de wet waardering WOZ.
Kenmerk: 2025/486670
2/3
5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Zoals vermeld is in de begroting bij personeelslasten de CAO verhoging nog niet meegenomen omdat de onderhandelingen hiervoor nog bezig zijn. Hier kan nog een bijstelling van de begroting uitkomen. 5.2 Planning In de MARAP 2026 zal GBKZ rapporteren over de voortgang van het bedrijfsplan GBKZ 2026 inclusief de Financiële begroting 2026. 6. Bijlagen Bijlage 1. Jaarverslag GBKZ 2024 Bijlage 2. Financiële begroting GBKZ 2026
Kenmerk: 2025/486670
3/3
Collegebesluit
Onderwerp Actualisatie Onderwijskansenbeleid 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 1 juli 2025
2025/488546 Carree, L. 1.1. Onderwijs JOS Pecht, N.M.E. npecht@haarlem.nl Sommige kinderen hebben een risico op het oplopen van een achterstand, nog voordat zij aan school beginnen. Het onderwijskansenbeleid heeft tot doel om die risico’s zoveel mogelijk te verkleinen of zelfs te voorkomen. Het huidige onderwijskansenbeleid is opgesteld in 2018, nog voor de coronacrisis. Het is daarom van belang om het beleid te actualiseren. In de nieuwe actualisatie wordt een link gelegd met beleidsterreinen die ook geactualiseerd zijn, zoals het armoedebeleid, het GALA-akkoord en bijvoorbeeld het Zandvoorts preventiebeleid. 1. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. Gelijke onderwijskansenbeleid (2024/12345) Collegebesluit 21 mei 2025 Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De Actualisatie Onderwijskansenbeleid Zandvoort 2025 vast te stellen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Sinds de laatste beleidsnota ‘Onderwijskansen’ is er veel gebeurd dat van invloed is (geweest) op het bieden van onderwijskansen. Voorbeelden hiervan zijn de grotere instroom van nieuwkomers in het onderwijs, de coronacrisis, de personele krapte en wachtlijsten bij de jeugdzorg. Daarnaast is er in Zandvoort veel georganiseerd en ontwikkeld dat van invloed is op het bieden van onderwijskansen (denk bijvoorbeeld aan het Zandvoorts preventiemodel). Het is daarom nodig om de huidige onderwijskansennota te actualiseren om de nota aan te passen aan de huidige actualiteit.
Kenmerk: 2025/488546
1/3
2. Beoogd resultaat De doelstelling van de actualisering van deze nota is om de beleidsuitgangspunten in lijn te brengen met de actualiteit. De benodigde acties hiervoor zijn voornamelijk dat er aansluiting wordt gezocht bij andere beleidsterreinen en dat de uitvoeringsregeling wordt aangepast. Het beoogde resultaat daarvan is dat er met een meer integrale blik gekeken kan worden naar het bieden van onderwijskansen. 3. Onderbouwing voorstel 1. Sinds de nota onderwijskansen is aangenomen, zijn er veel maatschappelijke ontwikkelingen geweest die ervoor gezorgd hebben dat het onderwijsveld is veranderd. Door de maatregelen van de corona crisis is er een categorie kinderen die met een achterstand naar school is gegaan. Middels de NPO-middelen (Nationaal Programma Onderwijs) zijn er verschillende activiteiten ontplooid die ervoor gezorgd hebben dat deze achterstanden ingelopen konden worden. Door de oorlog in de Oekraïne is er een vergrote instroom geweest van nieuwkomers in het onderwijs. Om dit op te vangen zijn er Taalklassen gestart in Zandvoort. Deze Taalklassen bestonden nog niet ten tijde van de nota Onderwijskansen en zijn nu dus verwerkt in deze nota. Het landelijke beeld van wachtlijsten in de jeugdzorg wordt ook in deze regio herkend en dit heeft ook gevolgen voor de doorstroom van de kinderen op de peuteropvanggroepen.
Door de nota te actualiseren kan beter worden ingespeeld op huidige problematieken, bijvoorbeeld rondom de Taalklassen. 2. Uit de wettelijke plicht om de doelgroepdefinitie jaarlijkse te beoordelen komt naar voren dat het nodig is om de doelgroepdefinitie voor VVE-kinderen (Vroeg- en Voorschoolse Educatie) aan te passen. Het is een jaarlijkse wettelijke verplichting om als gemeente, samen met de peuteropvangpartners te kijken naar de criteria op basis waarvan een peuter VVE-aanbod kan krijgen. Deze criteria vormen samen de doelgroepdefinitie. Ook in Zandvoort is afgelopen jaar gekeken naar de doelgroepdefinitie en met de partners is besloten dat deze definitie aangepast moet worden, om zo in te kunnen spelen op de Zandvoortse actualiteit. Sommige VVE-aanbieders merken bijvoorbeeld op dat er met enige regelmaat kinderen van expats op de VVE-groepen instromen, terwijl voor hen het VVE-aanbod geen noodzaak hoeft te zijn. Met de partners is daarom uitvoerig gesproken over het aanpassen van de doelgroepdefinitie naar een definitie waarbij kinderen van expats niet automatisch meer onder de doelgroep vallen. Ook wordt de rol van de JGZ bij het al dan niet toekennen van een indicatie in deze nieuwe definitie groter, doordat er meer ‘beoordelingscriteria’ komen. De nieuwe definitie is in overeenstemming met de wens van de partners. 3.
Door deze nota te actualiseren komt er een nieuwe basis om de uitvoeringsregeling aan te kunnen passen. De huidige onderwijskansennota gaat in beperkte mate in op de integraliteit van het bieden van onderwijskansen. Door meer aansluiting te zoeken met de afdelingen rondom minimabeleid, preventieve jeugdzorg (het Zandvoorts preventiemodel) en bijvoorbeeld de aansluiting bij het
Kenmerk: 2025/488546
2/3
Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Wanneer deze actualisatie is aangenomen kan ook de uitvoeringsregeling worden aangepast. Dit kan ruimte scheppen om ook financieel te ondersteunen bij initiatieven die nu nog buiten deze mogelijkheid vallen. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Niet van toepassing 4.2 Kanttekeningen Niet van toepassing 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Het benodigde budget wordt gevonden in de Rijksmiddelen voor het Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB). Daarnaast zijn er gemeentelijke middelen beschikbaar in de vorm van het budget voor peuterspeelzaalwerken. Deze middelen zijn toereikend. 5.2 Communicatie Niet van toepassing 5.3 Participatie Er heeft een evaluatie plaatsgevonden onder de partners van het onderwijskansenbeleid. Naar aanleiding hiervan is deze actualisatie tot stand gekomen. Deze conceptversie is voorgelegd tijdens het directeurenoverleg met de Zandvoortse schooldirecteuren en tijdens het overleg met de VVEwerkgroep, bestaande uit de VVE-aanbiedende kinder- en peuteropvang en de JGZ. Alle partijen hebben ingestemd met deze versie. Ouders worden via de JGZ geïnformeerd over het VVE-aanbod; hier is geen wijziging in. 5.4 Planning In Q4 van 2025 zal ook de uitvoeringsregeling worden aangepast en worden voorgelegd aan het college. 6. Bijlagen A. Actualisatie Onderwijskansenbeleid 2025
Kenmerk: 2025/488546
3/3
Collegebesluit
Onderwerp Afwegingskader verduurzaming monumenten van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) - Zandvoort 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 1 juli 2025
2025/514510 Carree, L. 5.2. Energie ECDW Cornelissen, A. acornelissen@haarlem.nl Zandvoort heeft zich gecommitteerd aan de landelijke doelstelling om klimaatneutraal te zijn in 2050. Omwille daarvan zullen vele panden geïsoleerd en aardgasvrij gemaakt moeten worden. Hieronder vallen ook de ruim 200 gemeentelijke monumenten die Zandvoort rijk is. Erfgoed draagt bij aan een mooie en betekenisvolle leefomgeving, nu en in de toekomst. Het is daarom van belang dat erfgoed bewaard blijft binnen de verduurzamingsslag die gemaakt wordt. Daarom besluit het college tot het vaststellen van het Afwegingskader voor vergunningverlening, Verduurzaming van monumenten opgesteld door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Hiermee wordt duidelijkheid gegeven aan eigenaren en uitvoerders over de wijze waarop de gemeente afwegingen maakt tussen erfgoedwaarden en verduurzaming bij monumenten. Hert college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. n.v.t. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het afwegingskader Verduurzaming van monumenten, Afwegingskader voor vergunningverlening, van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, d.d. september 2023 (opgenomen als bijlage 1) als uitgangspunt vast te stellen. de secretaris,
Kenmerk: 2025/514510
de burgemeester,
1/3
1. Aanleiding Sinds februari 2025 heeft de gemeente Zandvoort een monumentenloket. Hier kunnen bewoners terecht als ze vragen hebben over de verduurzaming van hun monument. Er bestond echter onduidelijkheid over de wijze waarop de gemeente bij vergunningverlening afwegingen maakt tussen erfgoedwaarden en verduurzaming. Dit zou gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het loket. In het afwegingskader voor vergunningverlening van de RCE, d.d. september 2023 worden een aantal veel voorkomende duurzaamheidsmaatregelen behandeld. Het afwegingskader geeft zowel het monumentenloket, de monumenteigenaren en de uitvoerende partijen daarmee meer duidelijkheid over de wijze waarop de gemeente de afwegingen maakt tussen erfgoedwaarden en verduurzaming. 2. Beoogd resultaat Doelstelling van het afwegingskader Verduurzaming van monumenten is om betrokkenen meer duidelijkheid te geven over de wijze waarop de gemeente afwegingen maakt tussen erfgoedwaarden en verduurzaming voor een aantal veel voorkomende duurzaamheidsmaatregelen. 3. Onderbouwing voorstel 3.1 Met het afwegingskader wordt meer duidelijkheid geven over de wijze waarop de gemeente afwegingen maakt tussen erfgoedwaarden en verduurzaming bij vergunningverlening In het afwegingskader voor vergunningverlening van de RCE, d.d. september 2023 worden een aantal veel voorkomende duurzaamheidsmaatregelen behandeld.
Het afwegingskader geeft betrokkenen meer duidelijkheid over de wijze waarop de gemeente de afwegingen maakt tussen erfgoedwaarden en verduurzaming. Het gaat dan om maatregelen zoals venster-, gevel, dak- en vloerisolatie. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Kanttekeningen 4.1.1. De RCE heeft het thema installaties nog niet opgenomen in het afwegingskader In het afwegingskader van de RCE is het thema installaties nog niet opgenomen. Dit geldt voor bijvoorbeeld zonnepanelen en warmtepompen. NB: De Gemeente Haarlem heeft sinds kort het afwegingskader uitgebreid met installaties. 4.1.2. Erfgoed is niet in Zandvoort belegd Op dit moment is erfgoed niet belegd in de gemeente Zandvoort. Indien er in de toekomst andere afwegingskaders opgesteld moeten worden, moeten daarvoor uren gereserveerd worden bij Team Erfgoed in Haarlem. 4.1.3. Het vastgestelde afwegingskader verandert het vergunningenproces niet De nieuwe regels die opgenomen worden in het afwegingskader zorgen niet voor veranderingen in het proces van vergunningen. Wel veranderen de regels voor vergunning en is het daarom van belang dat deze bij de omgevingsdienst IJmond (ODIJ) landen.
Kenmerk: 2025/514510
2/3
5. Consequenties en uitvoering 5.1. Uitvoering Het overnemen van het Afwegingskader voor vergunningverlening, Verduurzaming van monumenten van de RCE is met de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Zandvoort besproken. Zij verzorgen vanuit MOOI Noord-Holland het monumentenloket in Zandvoort. Daarnaast worden de nieuwe regels uit het afwegingskader bij de ODIJ opgenomen. 5.2 Communicatie Via het monumentenloket zal er met monumenteigenaren gecommuniceerd worden over de mogelijkheden tot verduurzaming in hun pand. Daarnaast zullen er brieven gestuurd worden naar monumenteigenaren met informatie over het monumentenloket en de mogelijkheden tot verduurzaming. 6. Bijlagen 1. Verduurzamen van monumenten, Afwegingskader voor verduurzaming, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, d.d. september 2023
Kenmerk: 2025/514510
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
3/3