bijlage Verwervingsstrategie Sociaal Wijkteam en voorzieningen Begeleiding - toegevoegd op 29/4
Tekst van het document
Verwervingsstrategie Sociaal Wijkteam en voorzieningen Begeleiding
23 maart 2021 Maatschappelijke Ondersteuning 1
INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE....................................................................................................................... 2 1.
INLEIDING ........................................................................................................................... 3
2.
STAND VAN ZAKEN ............................................................................................................. 5
3.
2.1.
De vorige verwerving en huidig aanbiederlandschap ................................................. 5
2.2.
Het huidige stelsel ....................................................................................................... 6
2.3.
Goede ervaringen ........................................................................................................ 7
2.4.
Wat kan beter? ............................................................................................................ 8
UITGANGSPUNTEN ........................................................................................................... 10 3.1.
Werken vanuit het perspectief van de inwoner ........................................................ 10
3.2.
Benutten van de kracht van het dorp........................................................................ 11
3.3.
Samenhangende aanpak zonder schotten en kolommen ......................................... 11
3.4.
Samenwerken met alle betrokkenen, met respect voor ieders rol en belang .......... 12
3.5.
Organiseren van doelmatige inzet van ondersteuning en kostenbewustzijn ........... 12
3.6.
Samenvattend: wat gaan we anders doen? .............................................................. 12
4.
BASISONDERSTEUNING .................................................................................................... 14
5.
VERWERVINGSSTRATEGIE ................................................................................................ 16
6.
7.
5.1.
De verwerving als beginpunt voor transformatie ..................................................... 16
5.2.
Doelstellingen verwerving ......................................................................................... 16
5.3.
Integrale opdrachtverlening ...................................................................................... 16
5.4.
Visie op samenwerking .............................................................................................. 18
5.5.
Visie op bekostiging ................................................................................................... 19
5.6.
Administratieve lastenverlichting.............................................................................. 19
VERWERVINGSPROCES ..................................................................................................... 21 6.1.
Wetgevend kader ...................................................................................................... 21
6.2.
De dialooggerichte aanbesteding .............................................................................. 21
6.3
Planning van de verwerving ...................................................................................... 24
6.4
Beoogde contractduur ............................................................................................... 25
RISICO’S EN BEHEERSMAATREGELEN............................................................................... 26
Bijlage 1. Begrippenlijst ............................................................................................................ 29 Bijlage 2. Hervorming aanbiederslandschap ............................................................................ 30
2
1. INLEIDING Voor u ligt de verwervingsstrategie Sociaal Wijkteam en voorzieningen Begeleiding van de gemeente Zandvoort (hierna te noemen: ‘de gemeente’). Met deze verwervingsstrategie wordt gewerkt aan een stelselwijziging met als doel de transformatie van het sociaal domein en normalisatie van de ondersteuning verder vorm te geven. Met deze verwervingsstrategie geeft de gemeente invulling aan de doelen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Gemeenten zijn er via de Wmo verantwoordelijk voor dat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen (zelfredzaam zijn) en kunnen deelnemen aan het dagelijkse leven (participeren)1. Dat kunnen zij doen door de interesses, talenten en het sociaal netwerk van inwoners te versterken of door het bieden van ondersteuning via voorzieningen vanuit de Wmo. Het kan daarbij gaan om algemene voorzieningen of maatwerkvoorzieningen. Voor het leveren van algemene voorzieningen heeft de gemeente momenteel, via ‘thematafels’, subsidies verstrekt aan samenwerkende partijen in de sociale basis. Voor het leveren van maatwerkvoorzieningen heeft de gemeente overeenkomsten gesloten met diverse aanbieders.
Directe aanleiding voor het opstellen van deze verwervingsstrategie is de noodzaak tot het sluiten van nieuwe overeenkomsten, als gevolg van het aflopen van de huidige overeenkomsten voor de maatwerkvoorzieningen Begeleiding (ambulante begeleiding, dagopvang, kortdurend verblijf) per 31 december 2021. In de evaluatie van het Sociaal Wijkteam (Informatienota 2021/34901) is een aantal ontwikkelpunten benoemd die aanleiding geven om de doorontwikkeling van het sociaal wijkteam in samenhang te zien met de verwerving van de maatwerkvoorzieningen voor begeleiding. Daarbij wordt ook gekeken naar de samenwerking met de ‘thematafels’ in de sociale basis die reeds zijn gesubsidieerd tot en met 31 december 2023. Aanleiding Het beroep op de voorzieningen in de sociale basis en de maatwerkvoorzieningen stijgt de laatste jaren sterk. Enerzijds door de invoering van het Abonnementstarief Wmo voor de maatwerkvoorzieningen, anderzijds doordat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. Ouderen en mensen met geestelijke gezondheidsproblematiek of andere hulpvragen kunnen steeds later terecht in een beschermde woonomgeving, een verpleeghuis of een andere instelling. De druk op de beschikbare financiële middelen in het sociaal domein neemt daardoor toe.
De gemeente constateert dat, met name bij de ambulante begeleiding, nog te vaak eerst gekeken wordt naar oplossingen via maatwerkvoorzieningen. Gemeente en aanbieders zijn daarbij onvoldoende in staat om de mogelijkheden van de inwoner, het netwerk rond een inwoner of de sociale basis te betrekken bij het vinden van oplossingen. Dat lukt vaak wel voor 1 Via de Wmo zijn gemeenten ook verantwoordelijk voor andere maatwerkvoorzieningen, zoals hulp bij het huishouden en
woningaanpassingen, en voor het bieden van opvang en een beschermde woonomgeving. Deze voorzieningen zijn geen onderdeel van deze verwervingsstrategie.
3
de dagbesteding in de sociale basis waar via de ‘thematafels’ samengewerkt wordt. Gevolg is dat de instroom in de maatwerkvoorziening dagopvang daalt en dat Zandvoorters vaak laagdrempelig in het eigen dorp ondersteund kunnen worden. Er is ook nog steeds een groep die de weg naar een zinvolle dagbesteding niet weet te vinden. Het sociaal domein heeft de komende jaren een nieuwe impuls nodig. Door de transformatie van het sociaal domein verder vorm te geven en de ondersteuning zoveel mogelijk ‘normaal’ in de omgeving van de inwoner te organiseren, passend en betaalbaar. De sleutel naar passende en betaalbare ondersteuning zijn het perspectief en de leefwereld van de inwoner. Daarin spelen zowel het Sociaal Wijkteam als de voorzieningen in de sociale basis en de maatwerkvoorzieningen Begeleiding een rol. Door deze drie onderdelen als geheel te benaderen werkt de gemeente aan een toekomstbestendig sociaal domein. Deze verwerving kan niet los worden gezien van andere ontwikkelingen in het sociaal domein, zoals de verwerving van de hulp bij het huishouden, de verwerving van de Jeugdhulp, het functioneren van het Centrum voor Jeugd en Gezin en het beleid op het gebied van armoede, schulden en werk en inkomen. Ook de ‘doordecentralisatie’ van het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang de komende jaren is een belangrijke ontwikkeling.
Met dat laatste wordt de gemeente zelf verantwoordelijk voor het bieden van beschermd wonen en maatschappelijke opvang, waar dat nu nog een taak is van de centrumgemeente Haarlem. In deze verwerving wordt zoveel mogelijk aangesloten op deze ontwikkelingen.
4
2. STAND VAN ZAKEN 2.1. De vorige verwerving en huidig aanbiederlandschap Sociale basis De sociale basis is een krachtig geheel van inwoners, (bewoners)initiatieven, sociaal ondernemers en professionele organisaties in de Zandvoortse samenleving, die met elkaar bijdragen aan een sociaal en veerkrachtig dorp. De gemeente speelt hierin een rol door subsidie te verstrekken aan initiatieven en organisaties. Sinds 2020 werkt de gemeente met ‘thematafels’. In totaal werken bijna 30 partijen samen in deze thematafels. De huidige subsidies zijn afgegeven tot en met 2023. Thematafels De aanpak met thematafels houdt in dat bestaande subsidiepartners en nieuwe initiatieven zijn uitgenodigd gezamenlijk een aanvraag in te dienen. De gezamenlijke aanvragen zijn door de gemeente inhoudelijk beoordeeld waarna de partijen er gezamenlijk uitvoering aan geven en verantwoorden. De gemeente heeft de partijen per organisatie beschikt en voert regie op gelijkwaardige samenwerking tussen partners. Deze samenwerking vindt plaats aan zogenaamde thematafels. De ondersteuning wordt daardoor beter vindbaar en versnippering en overlap wordt verminderd. Veel van het gemeentelijk beleid wordt op deze wijze via de thematafels uitgevoerd, zoals op het gebied van gezondheid en ontmoeten.
De werkwijze met thematafels biedt meer mogelijkheden om gezamenlijk meer grip te krijgen op een doelmatige inzet van de subsidies. Sociaal Wijkteam Sinds 2017 is in de gemeente het sociaal wijkteam actief. Het sociaal wijkteam wordt georganiseerd samen met de sociale wijkteams van de gemeente Haarlem. De organisatie van het sociaal wijkteam is vanaf de start een netwerkorganisatie waarin door gemeentelijke afdelingen en zorg- en welzijnspartners wordt samengewerkt. De kosten van het sociaal wijkteam worden gedekt binnen de bestaande subsidies van de afzonderlijke deelnemende organisaties. Zij ontvangen jaarlijks middelen voor hun deelname in het sociaal wijkteam en kunnen daarmee de personele kosten dekken. Het sociaal wijkteam in Zandvoort functioneert zelfstandig van de sociaal wijkteams in Haarlem. Wmo-maatwerkvoorzieningen In 2017 hebben de gemeenten in de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond voor de maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo en individuele voorzieningen op grond van de Jeugdwet gezamenlijk aanbesteed. Bij deze aanbesteding (contract per 1 januari 2018) is voor alle percelen gekozen voor dezelfde contractvorm en een systeem van open toelating van alle aanbieders die voldeden aan de (kwaliteits)eisen en bereid waren de vastgestelde producten te leveren tegen bijbehorende
5
tarieven. Na de initiële inschrijving en gunning per 1 januari 2018 is er tussentijds geen gelegenheid geboden voor andere aanbieders om in te stromen. Figuur 1: Perceelindeling aanbesteding 2018
Opdrachtgever: Regio’s IJmond en Zuid-Kennemerland
Perceel 1 Ambulante Jeugdhulp Aantal aanbieders 48 Contractvorm Open House Bekostiging PxQ
Perceel 2 Dyslexiezorg Aantal aanbieders
Open House Bekostiging
Hoogspecialistisch jeugdhulp
Jeugdhulp met verblijf Aantal aanbieders
8 Contractvorm
Perceel 4
Perceel 3
Aantal aanbieders
17
13
Contractvorm
Contractvorm
Open House
Open House
Bekostiging
PxQ
Bekostiging
PxQ
PxQ
Perceel 5
Perceel 6
Gezinsbegeleiding Jongvolwassenen
Wmo 2015
Aantal aanbieders
Aantal aanbieders 53 Contractvorm
29 Open House Contractvorm Bekostiging Open House PxQ Bekostiging PxQ
De driejarige overeenkomsten zijn per 1 januari 2021 met één jaar verlengd tot en met 31 december 2021. De overeenkomsten bieden de mogelijkheid om deze nogmaals met één jaar te verlengen. Toeleiding van inwoners naar de Wmo-maatwerkvoorzieningen loopt via de gemeentelijke toegang. In de gemeentelijke toegang wordt door een casemanager onderzocht welke ondersteuningsvraag de inwoner heeft, welke ondersteuning nodig is en welke aanbieders vervolgens in staat zijn om de ondersteuning te bieden. Het is uiteindelijk aan de inwoner om uit de beschikbare aanbieders te kiezen. Er wordt per inwoner gefactureerd door de aanbieder. Sommige casemanagers zijn vanuit hun kennis en expertise werkzaam in het sociaal wijkteam en vervullen een schakelfunctie tussen het sociaal wijkteam en het toegangsproces binnen de gemeentelijke afdeling.
2.2. Het huidige stelsel In figuur 2 wordt de huidige inrichting van de ondersteuning in de sociale basis, de positie van het SWT en de Wmo-maatwerkvoorzieningen begeleiding weergegeven. Het aanbod in de sociale basis is nu georganiseerd als algemene voorziening (gele kolom). Het sociaal wijkteam is laagdrempelig aanwezig in het dorp (blauwe kolom). De maatwerkvoorziening begeleiding bestaat uit vier productcategorieën die in Haarlem of Zandvoort worden aangeboden en waarvoor inwoners een beschikking van de gemeente nodig hebben (rode kolom).
6
Figuur 2: Huidig indeling ondersteuning
2.3. Goede ervaringen De afgelopen jaren zijn veel dingen goed gegaan of verbeterd; hierna volgen enkele voorbeelden. Groot bereik onder inwoners en kwaliteit van ondersteuning Veel inwoners weten de weg naar ondersteuning te vinden. Dat is terug te zien in de bezoekerstaantallen van het sociaal wijkteam2, het aantal deelnemers aan activiteiten van organisaties in de sociale basis en het aantal gebruikers van Wmo-maatwerkvoorzieningen. Verder blijkt uit de periodieke kwaliteitsmetingen dat de ondersteuning over het algemeen ruim voldoende gewaardeerd wordt door inwoners3. Veel energie en initiatieven Naast de ondersteuning die vanuit de gemeente wordt georganiseerd zijn er veel initiatieven en samenwerkingsverbanden in het dorp te vinden. Inwoners organiseren met veel innovatiekracht en enthousiasme activiteiten en ondersteuning als dat moet. Dat is ook goed zichtbaar in deze periode van maatregelen vanwege Covid-19 en de vele vrijwilligersinitiatieven in het dorp. Samenwerking in het sociaal wijkteam In het sociaal wijkteam wordt samengewerkt door medewerkers van verschillende organisaties en ambtenaren van verschillende gemeentelijke afdelingen. Positief effect hiervan is dat de onderlinge samenwerking en vindbaarheid tussen medewerkers van de organisaties en de gemeentelijke afdelingen is toegenomen.
Een ander effect is dat er vanuit 2021/34901) blijkt dat de positionering van het SWT aan ‘de voorkant’ (dichtbij, in de wijk, laagdrempelig) één van de sterke punten is. Het SWT heeft een herkenbare positie en bereikt daarmee een brede groep inwoners. 3 Uitkomsten cliëntervaringsonderzoek: www.waarstaatjegemeente.nl 2 Uit de evaluatie van de huidige opdracht van het Sociaal Wijkteam (
7
verschillende deskundigheden en expertises naar een vraag van een inwoner gekeken wordt. Zo zijn er altijd medewerkers die een inwoner verder kunnen helpen. Verbeterde samenwerking met aanbieders De afgelopen jaren is de samenwerking tussen de gemeente en aanbieders van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen in de sociale basis verbeterd. Partijen zoeken elkaar op en hebben respect voor elkaars positie en belangen. Er is steeds meer sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een goede kwaliteit van de uitvoering van ondersteuning. Dagbesteding als algemene voorziening Een groot deel van de dagbesteding is sinds 2017 niet meer georganiseerd als maatwerkvoorziening, maar als algemene voorziening. Inwoners hoeven geen uitgebreide aanvraag meer te doen en hebben geen beschikking nodig voor deelname aan dagbestedingsactiviteiten. Voor aanbieders en de gemeente zijn de administratieve lasten afgenomen en voor de gemeente is de beheersbaarheid van de kosten toegenomen door te werken met vaste subsidiebedragen. Gevolg hiervan is dat het gebruik van de maatwerkvoorziening dagopvang zeer beperkt is.
2.4. Wat kan beter? De kwaliteit van de ondersteuning is ruim voldoende en inwoners geven aan over het algemeen tevreden te zijn over de ondersteuning. Toch worden er verschillende knelpunten ervaren als gevolg van de manier waarop het stelsel nu is ingericht. Landelijke ontwikkelingen en financiële tekorten Ouderen blijven steeds langer zelfstandig thuis wonen en ook in de geestelijke gezondheidszorg is sprake van het afbouwen van intramurale capaciteit. Het is dus logisch dat de vraag naar ondersteuning stijgt, maar deze stijging is hoger dan op grond van demografische (o.a. vergrijzing) en beleidsontwikkelingen verwacht mag worden. De invoering van het Abonnementstarief zorgt voor een sterke groei van het beroep op verschillende maatwerkvoorzieningen. Deze ontwikkelingen zijn niet op te lossen via een nieuwe verwerving, maar vragen om een bijstelling vanuit het Rijk. Focus op maatwerkvoorzieningen Het huidige stelsel is gefocust op ondersteuning via maatwerkvoorzieningen, waar mogelijk ook ondersteuning in het eigen netwerk of via de sociale basis beschikbaar is. Er wordt nog te vanzelfsprekend een maatwerkvoorziening ingezet waar ook lichtere of informele ondersteuning passend zou kunnen zijn. Voor inwoners is niet altijd duidelijk waar en op welke manier ondersteuning gekregen kan worden.
Daarom komen ze eerst bij een zorgaanbieder terecht die hen doorgeleid naar een maatwerkvoorziening. Financiering en toekennen van maatwerkvoorzieningen Bij de maatwerkvoorzieningen is gekozen voor een productiegerichte financiering. Aanbieders worden betaald op basis van het aantal geleverde dagdelen of uren per periode. Een gevolg van deze manier van financieren is een gebrek aan ruimte voor het ontwikkelen en aanbieden 8
van preventief en collectief aanbod, omdat er ‘afgerekend’ wordt op individuele directe inwonercontacten. Beperkte flexibiliteit Kenmerkend voor de inwoners die gebruik maken van de maatwerkvoorzieningen ambulante begeleiding en dagopvang is dat de behoefte aan ondersteuning vaak sterk kan variëren en een momentopname bij aanvang geen recht doet aan het veranderen van de ondersteuningsbehoefte. Binnen de huidige systematiek vraagt het een hoop administratieve handelingen om de ondersteuning aan te laten sluiten op de toenemende of afnemende ondersteuningsvraag van de inwoner. Complexe vragen bij de sociale wijkteams nemen toe Uit de evaluatie van de huidige opdracht van het sociaal wijkteam (2021/34901) blijkt dat de druk op het sociaal wijkteam is toegenomen door maatschappelijke ontwikkelingen en als gevolg daarvan steeds aanvullende opdrachten aan het sociaal wijkteam. Het vraagstuk rondom het omgaan met complexe casuïstiek, bewoners met blijvende kwetsbaarheid en ondersteuningsbehoeften, is daar een belangrijk voorbeeld van. Uit de evaluatie blijkt tevens dat de integrale sturing op de opdrachten en organisatie van het sociaal wijkteam beter kan. Samenhang en samenwerking Het gebeurt regelmatig dat er meerdere organisaties en professionals betrokken zijn bij een inwoner of een gezin.
Het is niet altijd duidelijk wie welke verantwoordelijkheid of de regie heeft op de ondersteuning. Daardoor kan het gebeuren dat inwoners meerdere keren hun verhaal moet vertellen, er soms overlap in ondersteuning bestaat of dat de doelen niet gerealiseerd worden. Doordat een verscheidenheid aan organisaties gecontracteerd of gesubsidieerd wordt richten zij zich op specifieke doelgroepen en deelproblemen. Gevolg is dat er sprake is van concurrentie tussen verschillende aanbieders terwijl samenwerking nodig is.
9
3. UITGANGSPUNTEN Sinds de decentralisatie in 2015 is aan de transformatie van het sociaal domein invulling gegeven vanuit de volgende uitgangspunten: • • • •
Werken vanuit het perspectief van de inwoner Benutten van de kracht van het dorp Samenhangende aanpak zonder schotten en kolommen Samenwerken met alle betrokkenen, met respect voor ieders rol en belang
Deze hebben sindsdien aan de basis gestaan van het beleid en de uitvoering en zijn ook in deze verwerving onverminderd van kracht. Met het oog op de opgave om binnen gestelde budgetten tot passende en betaalbare ondersteuning te komen is een vijfde uitgangspunt aan dit rijtje toegevoegd: •
Organiseren van doelmatige inzet van ondersteuning en kostenbewustzijn
Deze verwerving gebruikt de gemeente om - samen met aanbieders – verder inhoud te geven aan deze uitgangspunten. Dit is niet klaar nadat de verwerving is afgerond. De uitgangspunten blijven immers ook tijdens de uitvoering van de dienstverlening leidend: de vertaling ervan in de praktijk kan per inwoner en ondersteuningsvraag verschillen.
3.1. Werken vanuit het perspectief van de inwoner ‘Herstellen’ of ‘zelfredzaam zijn’ is voor inwoners met een beperking niet altijd mogelijk4. Het gaat erom dat inwoners zich prettig voelen en veerkrachtig zijn. Dat zij kunnen omgaan met hun beperkingen, zich kunnen redden in hun omgeving en kunnen omgaan met tegenslagen in het leven5. Hulp of ondersteuning die aangeboden wordt komt vaak ook uit de omgeving en ontstaat door zelf iets te betekenen voor de omgeving. Dit zorgt voor wederkerigheid die voor iedereen betekenisvol is, zin geeft. Op deze manier wordt het welzijn van inwoners en de leefbaarheid in wijken vergroot. Een voorbeeld: Dirk gaat na een gesprek met een medewerker van het sociaal wijkteam apparaten repareren in het Repaircafé. Hierdoor is Dirk minder eenzaam en ontwikkelt hij zich met een zinvolle dagbesteding, maar helpt tegelijkertijd ook inwoners met geldzorgen aan een goedkope oplossing van hun probleem. Inwoners betekenen iets voor elkaar. Omdat niet iedereen hetzelfde is, of hetzelfde nodig heeft, zijn oplossingen niet vooraf in een blauwdruk vast te leggen. Dat leidt tot verschillende oplossingen: niet de procedures of beleidsregels zijn leidend, maar het resultaat voor de inwoner. De vraag van de inwoner is het vertrekpunt en de oplossingen kunnen heel divers zijn.
4 De Wmo 2015 en de Jeugdwet hebben die mogelijkheid overschat, zie het evaluatierapport ‘Sociaal domein op koers?’
van het Sociaal Cultureel Planbureau (2020). 5 Deze redenering volgt het gedachtengoed rond positieve gezondheid van Machteld Huber (www.iph.nl).
10
Inwoners die niet weten waar ze terecht kunnen hebben behoefte aan een laagdrempelige en herkenbare plek in de leefomgeving. Ondersteuning moet passend zijn en doorlopend geboden kunnen worden en inwoners moeten niet meerdere keren hun verhaal hoeven te vertellen. Daarom is één herkenbare plek in het dorp waar de inwoner met vragen en problemen heen kan essentieel.
3.2. Benutten van de kracht van het dorp Zandvoort-Noord is anders dan Bentveld, wijken verschillen. Er zijn verschillen in inwoneraantal, bevolkingsdichtheid, leeftijdsopbouw, culturele achtergrond, samenstelling van huishoudens en sociaaleconomische opbouw. Er is ook onderscheid in infrastructuur, in de verhouding tussen koop- en huurwoningen en in aanwezige voorzieningen. Er zijn andere bewonersinitiatieven en vrijwilligersstructuren. Er kan een hecht gemeenschapsgevoel zijn of juist meer individualisme. Er zijn meer of minder informele en professionele organisaties en locaties en deze staan sterker of minder sterk in verbinding met de buurt. De kracht van het dorp zit in het versterken en aansluiten op het aanwezige potentieel van bewonersinitiatieven, vrijwilligers en andere collectieven.
3.3. Samenhangende aanpak zonder schotten en kolommen Om de ondersteuningsvraag van de inwoner integraal op te pakken is het belangrijk om binnen het hele sociaal domein zonder schotten te werken. Dat geldt dus ook voor de verschillende gemeentelijke afdelingen. De problematiek van een inwoner heeft immers vrijwel nooit betrekking op alleen inkomens- of schuldenproblematiek of problemen bij het vinden van een zinvolle dagbesteding. Vaak is ondersteuning vanuit meerdere wetten en gemeentelijke afdelingen nodig om de inwoner passend te ondersteunen. Voor een samenhangende aanpak is het belangrijk om de oplossing voor een brede ondersteuningsvraag van een inwoner integraal - met alle hulpbronnen die beschikbaar zijn uit de eigen kracht en leefomgeving – herkenbaar en laagdrempelig te organiseren. Soms is het nodig het eigen netwerk te herstellen, maar soms kunnen initiatieven of een lotgenotencontact een deel van de oplossing zijn. Als er meer ondersteuning nodig is kan aanvullende begeleiding door een professional uitkomst bieden. De functies die het sociaal wijkteam biedt zijn hierbij belangrijk: van het geven van informatie en advies, het versterken van de eigen kracht, het toeleiden naar mogelijkheden in de sociale basis tot het bieden van de eerste ondersteuning om ‘rust’ te creëren.
Het is hierbij van belang dat er vanuit een duidelijk plan samen met de inwoner en alle betrokkenen wordt opgetrokken en er duidelijke afspraken zijn gemaakt over bij wie de regieondersteuning ligt. Daar waar sprake is van jeugdigen is ook de inbreng van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en opvoedondersteuning in de sociale basis van belang. Dit wordt uitgewerkt in een verwervingsstrategie voor Jeugdhulp. Een belangrijk, maar vaak lastig moment voor jongeren met een ondersteuningsvraag is als zij volwassen worden, zeker als zij een stabiele woonomgeving missen. Een samenhangende aanpak is daarom ook voor jongvolwassenen die te maken krijgen met de overgang van 11
jeugdhulpverlening naar ondersteuning in het volwassenen domein essentieel. Voor alle jongvolwassenen zijn studie, werk, een goede gezondheid en een veilige leefomgeving belangrijk.
3.4. Samenwerken met alle betrokkenen, met respect voor ieders rol en belang Goede samenwerking is belangrijk om passende en betaalbare ondersteuning te organiseren. Dat geldt zowel voor gemeentelijke afdelingen zoals veiligheid, participatie, armoede en maatschappelijke ondersteuning als voor partijen in het veld. Deze samenwerking wordt vormgegeven vanuit vertrouwen en partnerschap. Gemeente, aanbieders en andere partners staan gezamenlijk voor de maatschappelijke opgaven. De gemeente stelt daarbij heldere resultaten voorop en biedt aanbieders de ruimte en het vertrouwen om de gewenste resultaten uit te werken. Dit vraagt ook om een andere wijze van verantwoording. De focus daarbij ligt op de maatschappelijke effecten en resultaten die worden bereikt, en minder op productie en verantwoording op inwonerniveau.
3.5. Organiseren van doelmatige inzet van ondersteuning en kostenbewustzijn Een andere vorm van bekostiging is onderdeel van de transformatie van het stelsel. Vanuit de integraliteit en maatwerkgedachte ligt een bekostigingsmodel zoals dit nu wordt gehanteerd (bekostiging op basis van productie) niet voor de hand. Deze wijze van bekostiging heeft hoge administratieve lasten en beperkt de mogelijkheid om flexibel ondersteuning in te zetten. De wijze van bekostigen moet het mogelijk maken om ondersteuning flexibel in te zetten. Door bijvoorbeeld ondersteuning kortdurend aan te laten sluiten bij de informele ondersteuning zonder dat hier direct een (nieuwe) beschikking voor nodig is. Of door juist kortdurend intensief te ondersteunen om vervolgens, wanneer dat kan, weer af te schalen. Gewenst is een bekostigingsvorm die het mogelijk maakt om de juiste ondersteuning, op het juiste moment, door de juiste professional(s) efficiënt en effectief in te zetten. Deze stap is ook nodig om de Wmo op de lange termijn betaalbaar te houden. De financiële druk is (te) hoog. De bekostigingsvorm moet dus enerzijds ruimte bieden aan aanbieders om te doen wat nodig is, maar ook zorgen dat niet meer wordt geboden dan nodig is. Alleen op die manier is het mogelijk om alle huidige en toekomstige inwoners te kunnen helpen aan passende ondersteuning wanneer dat nodig is.
3.6. Samenvattend: wat gaan we anders doen? Voorliggende verweringsstrategie beschrijft de richting voor de komende jaren en hoe dat bereikt moet worden. Onderstaande tabel vat kort samen wat de verschillen zijn ten opzichte van de huidige situatie.
12
Was
Wordt Inhoudelijk Maatwerkvoorzieningen en sociale basis zijn Versterking verbinding gericht op: nog te veel gescheiden werelden • Normaliseren • Vroegsignalering • Ondersteuning in de leefwereld van de inwoner • Verbinding informele en formele zorg • Integraal samenwerken Onderling verwijzen naar deelproblematiek gericht op doelgroepen en meerdere intakes
Eén integrale opdracht, verantwoording nemen voor passende hulp
Gericht op maatwerkvoorzieningen en vanuit specialistische aanbieders
Normaliseren van ondersteuning in de leefomgeving van de inwoner, waar dat kan met behulp van algemene voorzieningen
Verwervingsprocedure Meervoudige Europese aanbesteding Dialooggerichte aanbesteding Zes percelen onderverdeeld in een hoeveelheid gespecificeerde producten en doelgroepen
Eén integrale opdracht
Bekostigingsmodel p x q
Bekostigingsmodel passend bij de opdracht en het budgettair kader zoals door de raad is vastgesteld in de programmabegroting
Gunning aan meer dan 50 opdrachtnemers
Gunning aan een beperkt aantal strategisch partners die samenwerking organiseren met overige aanbieders
Sturing op cliëntvolume en productie
Sturing Sturing op budget en resultaten
Kostenbeheersing is verantwoordelijkheid van Kostenbeheersing is verantwoordelijkheid van gemeente aanbieders en gemeente Sturing op kwaliteit
Sturing op kwaliteit en effectiviteit
Commitment op uitgangspunten
Sturing op uitgangspunten doordat strategisch partners deze voorafgaand aan de contractering concretiseren en vertalen naar meetbare doelen
13
4. BASISONDERSTEUNING Aan de hand van de uitgangspunten uit hoofdstuk 3 wordt een transformatie beschreven van een op maatwerkvoorzieningen gericht stelsel naar een integraal en laagdrempelig stelsel van algemene voorzieningen: basisondersteuning. Via de basisondersteuning wordt een groot deel van de huidige maatwerkvoorziening ambulante begeleiding georganiseerd via een algemene voorziening, zoals eerder al is gedaan voor de dagbesteding. Door deze algemene voorzieningen te organiseren in samenhang met het sociaal wijkteam en de maatwerkvoorziening aanvullende begeleiding thuis ontstaat een doorlopende lijn van ondersteuning zonder onnodige schotten. Na afloop van de huidige subsidieafspraken worden per 2024 onderdelen van de ambulante ondersteuning in de sociale basis aan de opdracht voor Basisondersteuning toegevoegd (zoals mantelzorgondersteuning en de thematafel Redzaam in het dagelijks leven). Figuur 3 geeft schematisch weer wat deze beweging voor het volume van de ondersteuning, activiteiten en budgetten van de huidige maatwerkvoorzieningen en de sociale basis betekent. Figuur 3: Beweging van maatwerkvoorzieningen naar basisondersteuning
Met een integrale opdrachtverlening wordt een samenwerkingsverband van een beperkt aantal strategische partners verantwoordelijk voor een samenhangend aanbod van ondersteuning. Een samenwerkingsverband met één aanspreekpunt kan door de gemeente aangesproken worden op het resultaat dat zij behaalt voor haar inwoners. Om vervolgens gezamenlijk te leren van wat wel en niet goed gaat en tussentijds verbeteringen en innovaties door te voeren. 14
Ook voor andere organisaties die voor inwoners van belang zijn, zoals scholen, woningcorporaties of huisartsen en tweedelijns ondersteuning ontstaat op deze manier een herkenbaar aanspreekpunt en samenwerkingspartner in het dorp. Deze indeling van voorzieningen kan er in een toekomstige indeling als volgt uit zien: Figuur 4: Mogelijke indeling
Er zal ook onderzocht worden of de thematafels Ontmoeten, Jeugd en jongeren en Gezonde leefstijl samengevoegd kunnen worden tot een integrale opdracht ‘Meedoen’. Deze ontwikkeling wordt niet meegenomen in deze verwervingsstrategie. In figuur 4 zijn alleen de algemene en maatwerkvoorzieningen weergegeven die worden geboden via de Wmo. De maatwerkvoorzieningen vanuit Werk en Inkomen of Schulddienstverlening zijn hierin niet weergegeven. De verbinding met de maatwerkvoorzieningen vanuit Werk en Inkomen en Schulddienstverlening is essentieel voor een integrale aanpak. Problemen of vragen van inwoners hebben vaak een financiële achtergrond. De oplossing van de problemen begint ook vaak bij het bieden van (enige) financiële zekerheid. Ondersteuning vanuit de Wmo kan daarom niet los worden gezien van de ondersteuning die geboden wordt vanuit andere domeinen zoals de Participatiewet.
15
5. VERWERVINGSSTRATEGIE 5.1. De verwerving als beginpunt voor transformatie De gemeente realiseert zich dat de beoogde transformatie meer vraagt dan alleen een nieuwe verwerving. De beweging vraagt meer en intensievere samenwerking van aanbieders onderling, maar ook met andere partijen die eventueel betrokken zijn bij de inwoner en nu vanuit de sociale basis actief zijn. De gemeente wil hierbij samenwerken met een aantal strategische partners, die samen de integrale ondersteuning in de leefwereld van de inwoner kunnen organiseren.
5.2. Doelstellingen verwerving De gemeente komt daarom tot de volgende doelstellingen voor de verwerving. De verwerving: • •
• • • • •
• •
Moet resulteren in het contracteren van een voldoende beschikbaar, kwalitatief toereikend en passend aanbod voor alle inwoners met een ondersteuningsvraag. Moet resulteren in het contracteren van een samenwerkingsverband van een beperkt aantal strategische partners. Hierna te noemen ‘het samenwerkingsverband’. Het samenwerkingsverband onderschrijft de uitgangspunten en biedt een integraal aanbod, neemt verantwoordelijkheid voor het ‘hoe’ en vult dit in partnerschap in tijdens de uitvoering. Moet passen binnen het beschikbare budget, zoals opgenomen in de programmabegroting. Moet belemmeringen wegnemen die nu worden ervaren om binnen het beschikbare budget te blijven. Moet randvoorwaarden bieden om tijdens de uitvoering invulling te geven aan de transformatie naar normalisatie van de ondersteuning. Moet invulling geven aan de behoefte van de strategische partners om flexibel ondersteuning in te zetten, en hen ruimte bieden om te doen wat nodig is. Moet zekerheden bieden voor zowel de gemeente als voor het samenwerkingsverband, op het gebied van kwaliteit, veiligheid en financiële bestendigheid. Is gericht op partnerschap, samenwerking, vertrouwen en gelijkwaardigheid, wat ook tijdens de verwerving intensief overleg met de strategische partners vergt.
Gaat uit van een realistische planning, zodat implementatie op 1 juli 2022 mogelijk is en verantwoord kan worden aangevangen met de start van de dienstverlening op basis van de nieuwe contracten.
5.3. Integrale opdrachtverlening Onderhavige opdracht combineert ambulante begeleiding als algemene voorziening, het sociaal wijkteam, de maatwerkvoorziening aanvullende begeleiding thuis en (op termijn) onderdelen van de sociale basis. De beweging en de opgave op basis van de uitgangspunten lenen zich goed voor een integrale opdrachtverlening: 16
•
•
•
• •
• •
Het combineren van ambulante begeleiding als algemene voorziening en maatwerkvoorziening, inclusief het sociaal wijkteam creëert verticale ontschotting. Hierdoor is het mogelijk om écht vanuit het perspectief van de inwoner te kijken naar wat er nodig is. De leefwereld en -omgeving van de inwoner staan centraal, in plaats van de systeemwereld. Met een integrale opdracht voelt het samenwerkingsverband zich eigenaar van een integraal aanbod. Hierdoor beantwoorden informele en formele deskundigen de ondersteuningsvraag samen. Integratie van het sociaal wijkteam in de opdracht maakt het makkelijker om eerder de juiste ondersteuning op maat in de leefomgeving van de inwoner te organiseren. De administratieve lasten worden verlaagd. Hierdoor blijft er meer tijd over om te doen wat nodig is voor de inwoner. Zo kunnen inwoners zolang mogelijk zelfstandig deelnemen aan de samenleving. Er wordt beter invulling gegeven aan het principe dat er per gezin één plan wordt opgesteld. Het samenwerkingsverband kan door de gemeente aangesproken worden op het resultaat dat zij behaalt voor haar inwoners. Om vervolgens gezamenlijk te leren van wat wel en niet goed gaat en tussentijds verbeteringen en innovaties door te voeren. Er ontstaat op deze manier een herkenbare plek voor inwoners waar zij met hun vragen en problemen terecht kunnen.
Er ontstaat op deze manier een herkenbare samenwerkingspartner voor andere organisaties die voor het welzijn en het meedoen van inwoners van belang zijn, zoals scholen, woningcorporaties, ondersteuning uit de tweedelijn of huisartsen.
Er wordt één integrale opdracht gegeven (figuur 5) Figuur 5: Opdracht: basisondersteuning
Opdrachtgever: gemeente Zandvoort OPDRACHT:BASISONDERSTEUNING Sociaal wijkteam
Algemene voorziening ambulante begeleiding
Aanvullende begeleiding thuis
Gespreksonderwerpen Hoe de opdracht er precies uit komt te zien en hoe en op welke termijn onderdelen van de sociale basis aan de opdracht worden toegevoegd is onderwerp van gesprek tijdens de
17
dialoogfase. Op voorhand heeft de gemeente de volgende gespreksonderwerpen in relatie tot de opdracht: 1. Het Sociaal Wijkteam Uit de evaluatie van de huidige opdracht van het sociaal wijkteam blijkt dat de positionering van het sociaal wijkteam aan ‘de voorkant’ (dichtbij, in de buurt, laagdrempelig) één van de sterke punten is. Het sociaal wijkteam heeft een herkenbare positie in het dorp en wordt goed gevonden. Er is samenwerking met andere professionals en initiatieven in het dorp. Uit de evaluatie blijkt ook dat de druk op het sociaal wijkteam is toegenomen door maatschappelijke ontwikkelingen en als gevolg daarvan aanvullende opdrachten voor het sociaal wijkteam. Het vraagstuk rondom het omgaan met complexe casuïstiek, bewoners met blijvende kwetsbaarheid en ondersteuningsbehoeften, is daar een belangrijk voorbeeld van. De gemeente wil de sterke kanten van het sociaal wijkteam behouden en de druk op het sociaal wijkteam verminderen door het sociaal wijkteam in samenhang met de sociale basis en de Wmo-maatwerkvoorzieningen ambulante begeleiding en dagopvang te versterken en te herschikken in de nieuwe opdracht. Het sociaal wijkteam wordt op die manier aan de voorkant versterkt met meer collectieve oplossingen voor individuele vragen van inwoners, en aan de achterkant met een doorgaande lijn van deskundige en langdurige ondersteuning die makkelijker toegankelijk is. 2.
Overgang van Jeugdhulp naar de Wmo Er is aandacht voor de 18-/18+ doelgroep. Hiervoor is passende ondersteuning nodig vanuit de Wmo of vanuit de Jeugdwet. Onderwerp van gesprek is of gezinsbegeleiding en ondersteuning van jongvolwassenen onderdeel wordt van basisondersteuning en de aanvullende begeleiding thuis in deze verwerving, ofwel onderdeel wordt van de verwerving Jeugdhulp. Daarbij worden ook de uitkomsten van de evaluatie van het huidige perceel 5 meegenomen.
5.4. Visie op samenwerking De gemeente realiseert zich dat het voor aanbieders niet mogelijk is om zonder samenwerking met andere aanbieders te voldoen aan de integraliteitsvereisten6. Het is voor hen noodzakelijk om samen te werken met andere aanbieders, om te voldoen aan de vereisten en succesvol te kunnen inschrijven op deze aanbesteding. De gemeente houdt er rekening mee dat dit voor veel aanbieders een wezenlijke verandering betekent. De gemeente stelt daarom in de beginfase van de verwerving geen verstrekkende eisen aan de mogelijke samenwerkingen. Ook helpt de gemeente de aanbieders door duidelijke documenten op te stellen, voor te lichten over de samenwerkingsmogelijkheden die er zijn, en op een laagdrempelige en snelle wijze heldere antwoorden te geven op vragen die er mogelijk kunnen spelen. Het formaliseren van de samenwerking vraagt tijd. De 6
Dat wil zeggen dat de aanbieder of samenstelling van aanbieders moeten kunnen aantonen in staat te zijn alle noodzakelijke ondersteuningsvormen voor alle doelgroepen te kunnen leveren en kan laten zien hoe ze aan de gewenste eisen en criteria vorm wil geven.
18
gemeente maakt afspraken met de aanbieders over de tijd en ruimte die ze nodig hebben om dit te regelen. Voorop staat dat het ook voor (zeer) kleine aanbieders mogelijk moet zijn om zich middels samenwerkingen in te schrijven op de aanbesteding. Het gaat om de bijdrage aan de integraliteit, niet om de omvang van een aanbieder. Een aanbieder kan zich als strategisch partner inschrijven, of als onderaannemer deelnemen indien men zich wil aansluiten bij een geselecteerde (combinatie van) aanbieder(s) en/of het gecontracteerde samenwerkingsverband. De verwerving resulteert in een significante reductie van het aantal direct gecontracteerde aanbieders. Minder direct gecontracteerde aanbieders betekent minder aansturingslijnen vanuit de gemeente. Hierdoor kan er focus aangebracht worden op het realiseren van de transformatie. Voorwaarden hierbij is dat aanbieders verantwoordelijk worden voor het ‘hoe’, en dat de gemeente hier ook minder op stuurt, ook in relatie tot de administratieve lasten.
5.5. Visie op bekostiging De gemeente kiest voor een taakgerichte bekostiging. Conform de definitie van de VNG (‘taakgerichte uitvoeringsvariant’) betekent dit dat de gemeente voor de uitvoering van ondersteuning voor een (deel)populatie een taak geeft aan een aanbieder en deze aanbieder de vrijheid heeft om de invulling van deze taak vorm te geven. Concreet betekent dit dat er met het samenwerkingsverband afspraken worden gemaakt over het budget waarmee een bepaald aantal inwoners - zo nodig - ondersteuning gaat ontvangen. Gedurende het jaar wordt het budget gemonitord en bij een substantiële afwijking vindt er nader overleg plaats om deze afwijking te duiden en bijstelling van het budget te bespreken. In deze variant is er geen sprake van een verantwoording op individueel inwonerniveau. Bewonersinitiatieven en andere (kleinere) verbanden van vrijwilligers nemen een bijzondere positie in het sociaal domein in. Met relatief weinig middelen bereiken zij veel. Andere organisaties in het sociaal domein hebben er veel baat bij met deze kleinere organisaties samen te werken vanwege hun specifieke aanbod, kennis van de buurt en innovatiekracht. Dit aanbod wil de gemeente zoveel als mogelijk behouden en waar dat kan versterken.
Een nader te bepalen deel van het jaarlijkse budget van het samenwerkingsverband wordt geoormerkt voor bewonersinitiatieven en kleine vrijwilligersverbanden voor financiële ondersteuning en gebruik van ruimte (vastgoed).
5.6. Administratieve lastenverlichting Er is bij aanbieders en de gemeente een grote behoefte aan het reduceren van de administratieve lasten. Zowel tijdens de verwerving als tijdens de uitvoering van de overeenkomst. Tijdens de verwerving wordt maximaal ingezet op het verlichten van deze lasten. Door bijvoorbeeld de vereisten en onderliggende bewijsmiddelen zo licht mogelijk te maken, en door de verwerving vooral te richten op het samen creëren met de aanbieders. Door vooral de inhoudelijke dialoog te voeren tijdens de verwerving wordt uitwisseling van informatie die niet gaat over de inhoud van de ondersteuning voorkomen. De administratieve last gedurende de verwerving zal dus vooral betrekking hebben op het kunnen aantonen dat 19
men voldoet aan de integraliteitsvereisten en op het kunnen aantonen dat men de visie van de gemeente onderstreept en op inhoud in partnerschap met de gemeente en de andere aanbieders wil invullen. Gedurende het verwervingsproces wordt ook nadrukkelijk gekeken naar de kansen die dit model biedt voor het reduceren van de administratieve lasten gedurende de uitvoering. Met een doorontwikkelde bekostigingsvorm en de grotere integrale verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband voor het ‘hoe’, en de verlegde focus op het mogelijk maken van de transformatie ontstaat ook een andere behoefte aan het rapporteren en monitoren van resultaten over en weer. Vanuit deze nieuwe behoefte kijkt de gemeente met de beoogde strategische partners samen welke informatie noodzakelijk is, en op welke manier deze gerapporteerd kan worden. Er wordt voor dit onderdeel sterk ingezet op doelmatigheid, partnerschap, vertrouwen, en alleen rapporteren op wat echt nodig is (zodat de administratieve lasten tijdens de uitvoering van de overeenkomst zo laag als mogelijk zijn).
20
6. VERWERVINGSPROCES 6.1. Wetgevend kader Deze verwerving geschiedt via een dialooggerichte aanbestedingsprocedure, op basis van de ‘sociale en andere specifieke diensten’ (SAS), zoals deze is beschreven in de artikelen 2.6a, 2.38 en 2.39 van de Aanbestedingswet 2012. Voor de verwerving volgens de SAS-procedure geldt een verlicht regime ten opzichte van de reguliere aanbestedingsprocedures7. De SASprocedure kent de volgende verplichtingen: • • • • • •
Maak een vooraankondiging of een aankondiging van de overheidsopdracht bekend. Beschrijf hierin de hoofdkenmerken van de gunningsprocedure. Toets of de inschrijvingen voldoen aan de door de aanbestedende dienst gestelde technische specificaties, eisen en normen. Maak een proces verbaal van de opdrachtverlening. Sluit de overeenkomst. Publiceer de aankondiging van de gegunde opdracht.
De verwerving voldoet vanzelfsprekend aan deze voorschriften, alsmede aan de grondbeginselen van de Aanbestedingswet (gelijkheid, non-discriminatie, transparantie en proportionaliteit). Tegelijkertijd vraagt de voorgestelde transformatie om een procedure die tegemoet komt aan de wens van samenwerken en samen creëren met de beoogde strategische partners.
6.2. De dialooggerichte aanbesteding In de dialooggerichte aanbestedingsprocedure gaat de gemeente na een preselectie met een aantal geselecteerde aanbieders individuele en vertrouwelijke gesprekken aan om over de wijze van uitvoering van de opdracht te praten. Na deze dialoogfase volgt de fase waarin de geselecteerde aanbieders hun definitieve aanbieding opstellen en indienen. De gemeente gunt de aanbesteding op basis van de ‘economisch meest voordelige inschrijving’ gebaseerd op de beste prijs-kwaliteit verhouding. Hierin worden (naast prijs) kwaliteitsaspecten meegenomen in de beoordeling. De dialooggerichte aanbestedingsprocedure is uiterst geschikt om samen met aanbieders een partnerschap te ontwikkelen. Met een gezamenlijke uitwerking van de opdracht tijdens de dialoog is het mogelijk om beter passende afspraken te maken over thema's als transformatie en transitie. Hierdoor wordt de expertise van de aanbieders optimaal benut. De gemeente hoeft op voorhand nog niet alle keuzes rondom de verwerving te maken. De uitkomst van de
7
Conform artikel 2.38 lid 3 van de Aanbestedingswet 2012 geldt dat de SAS-procedure wordt toegepast voor opdrachten betreffende diensten voor gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening, tenzij de aanbestedende dienst anders besluit. Er zijn daarnaast geen doel- en rechtmatigheidsvoordelen voor het toepassen van reguliere aanbestedingsprocedures, omdat deze automatisch meer procedurele verplichtingen met zich mee brengen.
21
dialoog met aanbieders kan hiervoor in het verloop van het proces worden gebruikt. Tijdens de dialoog is het tevens mogelijk om inwoners en overige stakeholders (actief) te betrekken. De beoogde strategische partners dienen een bovengemiddelde inspanning te leveren voor het meedoen aan de dialoogfase van deze verwerving. Daarom stelt de gemeente een passende vergoeding beschikbaar aan de aanbieders die deelnemen aan de dialoogfase en vervolgens een geldige aanbieding uitbrengen. Een aanbestedingsprocedure biedt diverse voordelen ten opzichte van een subsidieverlening met betrekking tot de sturingsmogelijkheden en het afdwingen van prestaties. De gemeente kan tijdens de overeenkomst de resultaten die het samenwerkingsverband behaald beïnvloeden en waar nodig bijsturen, terwijl dit bij een subsidie beperkter is. Daarnaast is er bij een subsidieverlening in principe geen afdwingbare tegenprestatie of verplichting tot het uitvoeren van de activiteiten mogelijk. Bijvoorbeeld, een acceptatieplicht is meestal een afdwingbare tegenprestatie. Indien niet wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden rest alleen terugvordering. Bovendien zijn er geen administratieve voordelen voor aanbieders in een subsidietender in vergelijking met een aanbestedingsprocedure. Het indienen van een subsidieaanvraag is vergelijkbaar met een aanmelding en/of inschrijving in een aanbestedingsprocedure.
Het proces van de dialooggerichte aanbesteding voor deze verwerving bestaat uit een aantal vastgestelde fasen: Figuur 6: Het verwervingsproces
Fase 0: Voorbereidingsfase en publicatie Fase 0 bestaat uit het voorbereiden van de aankondiging van de verwerving. Deze aankondiging bevat in grote lijnen de verwachtingen die de gemeente heeft van aanbieders en de procedurebeschrijving van de verwerving. In de aankondiging (ook wel preselectiedocument genoemd) beschrijft de gemeente de eisen en criteria op basis waarvan de gemeente de meest geschikte (combinaties van) aanbieders selecteert. In deze fase wordt ook een planning opgesteld met daarin de diverse stappen die doorlopen worden in de volgende fasen. Fase 1: Preselectie van geschikte (combinaties van) aanbieders Fase 1 staat in het teken van het selecteren van een beperkt aantal geschikte (combinaties van) aanbieders om in gesprek te gaan over de perceelindeling. Deze aanbieders, die geselecteerd worden na afronding van de preselectiefase, hebben in principe zicht op een overeenkomst. Aanbieders die zich niet aanmelden of niet geselecteerd worden als beoogde 22
strategisch partner mogen niet later alsnog een aanbieding doen. Zij kunnen zich later nog wel aansluiten bij de geselecteerde aanbieders en deelnemen aan het samenwerkingsverband. Fase 2: 1e fase dialoog De gemeente voert de 1e fase dialoog met de geselecteerde aanbieders over de perceelindeling. De 1e fase dialoog eindigt wanneer hierover overeenstemming is bereikt. De gemeente bepaalt de definitieve perceelindeling. Het voeren van individuele en vertrouwelijke dialooggesprekken tijdens een verwerving is tijd- en arbeidsintensief, zowel voor aanbieders als voor de gemeente. Dit komt mede doordat bij de gesprekken waarschijnlijk niet alleen de hoofdaanbieder/penvoeder zal deelnemen. Ook kunnen bij de te bespreken onderwerpen, relevante onderaannemers en belanghebbende derden aanwezig zijn. Dit kan tot gevolg hebben dat er bij een dialooggesprek een veelvoud van partijen en individuen aanwezig is. Na de 1e fase blijven niet meer dan twee combinaties van aanbieders (per perceel) over. Deze aanbieders moeten kunnen aantonen aan de integraliteitsvereisten te kunnen voldoen. Zij moeten kunnen aantonen dat zij voldoende begrip hebben van en een voldoende bijdrage kunnen leveren aan de gevraagde transformatie. Met deze aanbieders wordt in fase 3 een inhoudelijke dialoog gevoerd.
Fase 3: 2e fase dialoog Fase 3 staat in het teken van samen met de beoogde strategische partners invulling geven aan de overeenkomst. Deze fase is sterk inhoudelijk van aard. De doelstelling is om te komen tot een set van inhoudelijke, financiële en contractuele afspraken die voor zowel de korte als de lange termijn wendbaar en houdbaar zijn. Tijdens deze fase wordt samen met de aanbieders invulling gegeven aan de beoogde resultaten en de afspraken over monitoring en verantwoording. Onderwerpen die in ieder geval aan bod komen: 1. Gebiedsgerichte organisatie van de ondersteuning 2. Continuïteit van ondersteuning 3. 18- / 18+ 4. Dichtbij in de leefwereld en -omgeving 5. Bekostiging en budgetplafond 6. Acceptatieplicht 7. Innovatie 8. Spreiding en gebruik van vastgoed 9. Samenwerking formele en informele ondersteuning 10. Samenwerking met verwijzers 11. Aansluiten op beleidskader opvang wonen en herstel en doordecentralisatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang 12. Specifieke doelgroepen 13. Overname van personeel 14. Bewonersinitiatieven en andere kleinschalige partijen 15. Keuzevrijheid 16. Bedrijfsvoering en governance 17. Contractuele voorwaarden 18. Onderaannemers 23
19. Wachtlijsten 20. Kwaliteitsafspraken/KPI’s Het staat de beoogde strategische partners vrij om onderwerpen toe te voegen. De doelstelling is om over deze onderwerpen afspraken te maken over wat er mogelijk is, c.q. geregeld moet zijn voor de start, alsook afspraken maken over de lange termijn. De overeenkomst biedt ook zicht op de benodigde ontwikkelingen om de transformatie te realiseren op de langere termijn. Ook de hoogte van het budget per beoogde strategisch partner komt aan bod. De gemeente stelt tegelijkertijd een aanvullend en verdiepend aanbestedingsdocument op, met daarin alle relevante informatie voor de beoogde strategische partners om een inschrijving uit te brengen. De 2e fase dialoog eindigt met de publicatie van dit aanbestedingsdocument. Fase 4: Inschrijffase In fase 4 doen de beoogde strategische partners hun definitieve aanbieding via een inschrijving. Hoe uitgebreid deze aanbieding moet zijn, hangt mede af van de mate waarin er concrete afspraken met alle beoogde strategische partners kunnen worden gemaakt in de dialoogfase. Fase 5: Gunningsfase Fase 5 is voor de aanbesteding de afrondende fase. De beoogde strategische partners worden op basis van een definitieve aanbieding al dan niet geselecteerd voor de uitvoering van de overeenkomst. Na de keuze volgt het opstellen en ondertekenen van de overeenkomst waarna de aanbesteding is afgerond.
6.3 Planning van de verwerving Voor de verwerving is een grove planning opgesteld die nog nader geconcretiseerd wordt. Periode November 2020 t/m april 2021 Mei en juni 2021 Juni t/m augustus 2021 September t/m oktober 2021 November 2021 t/m februari 2022 Maart en april 2022 Mei en juni 2022 1 juli 2022
Fase Fase 0: Voorbereiding Fase 1: Preselectie Fase 2: 1e fase dialoog Fase 2: Selectie voor 2e fase Fase 3: 2e fase dialoog Fase 4: Inschrijffase Fase 5: Gunningsfase Ingang overeenkomst
De periode vanaf 1 juli 2022 geldt als overgangsperiode om continuïteit van ondersteuning te borgen. Het samenwerkingsverband organiseert in deze periode, waar aan de orde, een warme overdracht uiterlijk per 1 januari 2023. Het budget dat nodig is om de continuïteit van ondersteuning te bieden bij de latende aanbieders wordt in mindering gebracht op het budget voor deze opdracht.
24
6.4 Beoogde contractduur Met deze stelselwijziging werkt de gemeente aan een duurzame ontwikkeling en verbetering van de ondersteuning. Een stelselwijziging is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. De nieuwe, samenhangende aanpak is gebaat bij tijd. De relaties tussen partners moeten worden opgebouwd, gemeente en partners investeren in elkaar en er moet vertrouwen zijn dat die tijd er ook is. In het kader van een meerjarig strategisch partnerschap kiest de gemeente daarom voor een contractperiode van acht en een half (8,5) jaar. Daarmee loopt het contract tot uiterlijk 31 december 2030. De overeenkomst gaat conform planning in op 1 juli 2022. Na het derde jaar en na het zesde jaar vindt een evaluatie plaats op het model én op de prestaties van het gecontracteerde samenwerkingsverband. Indien sprake is van een negatieve beoordeling over de geleverde prestaties kan de overeenkomst tussentijds beëindigd worden. Vanzelfsprekend wordt deze evaluatie ook gedeeld met de raad, zodat ook de raad de mogelijkheid houdt om tussentijds bij te sturen. Daarnaast zal de gemeente op basis van nog vast te stellen indicatoren de kwaliteit en effectiviteit van de uitvoering voortdurend monitoren en daarover in overleg zijn met aanbieders. Indien nodig worden afspraken gemaakt over het bijstellen van de uitvoering.
Wanneer dat niet leidt tot het gewenste resultaat kan de overeenkomst tussentijds ontbonden worden.
25
7. RISICO’S EN BEHEERSMAATREGELEN Risico Inhoud Het bestaande aanbiederslandschap kent verschillende (relatief kleine) bewonersinitiatieven en andere collectieven van vrijwilligers. Door contractering van een beperkt aantal strategische partners ontstaat het risico dat zij uit beeld raken van een dergelijk samenwerkingsverband. Doordat een aantal strategisch partners wordt gecontracteerd wordt de keuzevrijheid van inwoners mogelijk beperkt.
Beheersmaatregel
-
Een nader te bepalen deel van het jaarlijkse budget van het samenwerkingsverband wordt geoormerkt voor bewonersinitiatieven voor financiële ondersteuning en gebruik van ruimte (vastgoed).
-
Keuzevrijheid blijft bestaan, maar krijgt een andere invulling. Voor inwoners komt deze tot uitdrukking in de keuze voor een professional en de keuze uit verschillende ondersteuningsvormen binnen het aanbod van het samenwerkingsverband. Het blijft mogelijk om een Pgb in te zetten.
-
De verwerving resulteert in een significante reductie van het aantal direct gecontracteerde aanbieders. Zoveel als mogelijk loopt de relatie tussen de inwoner en de professional door. Toch kan het voorkomen dat een inwoner overgaat naar een nieuwe aanbieder. De inwoner kan hier last van ondervinden.
-
Aanbieders stappen tussentijds uit de samenwerking.
-
-
-
26
De gemeente stelt uitgangspunten voor continuïteit van ondersteuning op. Het samenwerkingsverband dient tijdig en goed in beeld te brengen welke inwoners niet voor 1 juli 2022 hun ondersteuningstraject kunnen afronden bij een niet-gegunde aanbieder. Het samenwerkingsverband organiseert een warme en goede overdracht. Er zitten restricties aan het laten afvallen van aanbieders in een samenwerkingsverband. Voor leden van een combinatie en aanbieders en/of moederorganisaties waarop een beroep is gedaan in het kader van de geschiktheid, geldt de stelregel dat deze niet meer kunnen uitstappen. Dit zou mogelijk consequenties kunnen hebben
-
Taakgerichte bekostiging leidt er mogelijk toe dat er wachtlijsten ontstaan, zeker naarmate het plafond van het budget is bereikt.
-
-
De gemeentelijke informatievoorziening kan verslechteren. Aan aanbieders wordt een vast budget toegekend. Het is aan de aanbieders om in samenspraak met de inwoner te bepalen welke ondersteuning er wordt ingezet. Dit betekent dat de gemeente minder informatie heeft op cliëntniveau.
Projectmatig Het integraliteitsvereiste vraagt veel aanpassingsvermogen en samenwerking in het aanbiedersveld. Of aanbieders in staat zijn (tijdig) hierop te anticiperen is cruciaal voor het welslagen van deze verwerving.
Een wachtlijst leidt tot een uitgestelde ondersteuningsvraag, die later duurder is. Doordat de gemeente een langdurige verantwoordelijkheid van 8,5 jaar zowel inhoudelijk als financieel – belegt bij het samenwerkingsverband, heeft het samenwerkingsverband er zelf baat bij wachtlijsten te voorkomen. Tijdens de verwerving wordt verder uitgewerkt wat er nodig is om wachtlijsten te voorkomen.
-
Tijdens de verwerving wordt verkend – samen met de beoogde strategische partners – welke informatie het samenwerkingsverband deelt met de gemeente en op welke manier deze informatie wordt uitgewisseld. Het samenwerkingsverband levert tenminste informatie over ondersteunde inwoners op geaggregeerd niveau.
-
Aanbieders tijdig meenemen in de beoogde verwerving. Aanbieders voldoende tijd geven om samenwerkingspartners te vinden en de samenwerking te formaliseren. Faciliterend zijn in het vinden van samenwerkingspartners door middel van ontmoetingsdagen en/of een contactenlijst.
-
-
Onrust bij inwoners over de veranderingen in het aanbiedersveld.
voor de geschiktheid van het samenwerkingsverband als geheel. De gemeente zorgt voor stabiliteit voor de lange termijn om ook echt iets op te kunnen bouwen. Koersvastheid vanuit de gemeente is daarbij van groot belang.
-
27
Inwoners tijdig meenemen in de beoogde beweging en verwerving.
Financieel Het werken met een taakgerichte bekostiging kan leiden tot discussie met aanbieders over de hoogte van het budgetplafond. Daarnaast beperkt het aanbieders om ‘te groeien’.
Beleidstechnisch Beleidswijzigingen op gemeente- en rijksniveau kunnen de uitvoering van de opdracht door het samenwerkingsverband hinderen.
Juridisch Er is nog weinig jurisprudentie over de toepassing van de SAS-procedure. Of de verwerving voldoet aan de verplichtingen uit de herziene Aanbestedingswet 2016 is cruciaal voor het welslagen van deze aanbesteding.
-
De gemeente zorgt ervoor dat het budget reëel en de opdracht stabiel is.
-
De gemeente maakt werkbare en houdbare afspraken met de aanbieders over de tijd en ruimte die ze nodig hebben om de opdracht – zowel op korte termijn als de lange termijn – uit te voeren.