CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bijlagen ontwikkelperspectief binnenduinrand

Raadscommissie 9 maart 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Ontwikkelperspectief Binnenduinrand31.331 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bijlagen Ontwikkelperspectief Binnenduinrand Gedeelde Weelde 1|

december 2018

Bijlage 1. Vertaling thema’s en opgaven plananalyse “Binnenduinrand tussen Zee en Ringvaart” (Bosch en Slabbers e.a. 2010) naar strategische hoofdopgaven Ontwikkelperspectief

5

Bijlage 2. Opmaat naar het Ontwikkelperspectief: Ambities, Uitgangspunten en Opgaven

9

Bijlage 3. Trends en ontwikkelingen in landschapsfinanciering

41

Bijlage 4. De Binnenduinrand in (boven) regionaal beleid

51

Bijlage 5. Impressies van de raadsconferenties van 17 april 2013 en 22 januari 2014 en 29 november 2016

61

4|

Bijlage 1. Vertaling thema’s en opgaven plananalyse “Binnenduinrand tussen Zee en Ringvaart” (Bosch en Slabbers e.a. 2010) naar strategische hoofdopgaven Ontwikkelperspectief)

6|

Vertrekpunt voor het ontwikkelperspectief zijn de thema’s en opgaven zoals die door landschapsarchitectenbureau Bosch & Slabbers in de plananalyse “Binnenduinrand tussen Zee en Ringvaart” zijn benoemd en zijn samengevat in 3 strategische hoofdopgaven:

1.

Behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke structuur Openheid Bepaald moet worden wat we onder “openheid” verstaan. Staat dit voor ‘niet verstedelijkt’, ‘behoud van de agrarische identiteit’ of meer ‘behoud van de open graslanden’? En welke ontwikkelingen passen daar dan in (en welke juist niet)? Landbouw Bepaald moet worden wat is de rol van de landbouw daarbij is. Zijn de bestaande land- en tuinbouwbedrijven in de toekomst nog in staat tot een economisch renderende bedrijvsvoering? Is daarvoor eigenlijk voldoende ruimte aanwezig? En welke ruimte is er voor verbreding? Heel de duinen Zee, strand en duinen zijn dè troefkaarten van dit gebied. De duinen vormen het grootste aaneengesloten natuurgebied van Noord-Holland, maar het beheer is versnipperd. Hoe kunnen we het beheer (en de ontwikkeling) beter op elkaar af stemmen zodat de duinen als één gebied kunnen worden beleefd? Verbindend water Water wordt gezien als ecologisch verbindend element. Hoe kunnen we de ontwikkeling van een robuust watersysteem, waarin het de ecologische potentie zoveel mogelijk benut wordt en het water een rol vervult in de herkenbaarheid van het landschap, op gang krijgen bij “ontgrenzing” van natuur en het ontbreken van geld? En wat zijn de mogelijkheden om de ontwikkeling van de duinrellen en de kwelzone te koppelen aan een verbeterde beleefbaarheid van het landschap?

2.

Behoud, versterking en ontwikkeling recreatieve/toeristische structuur Bereikbaarheid Of het nu gaat om recreatie, wonen of landbouw, positieve wederkerigheid stad-land staat of valt bij een optimale bereikbaarheid. Hoe gaan we die primaire bereikbaarheid (steden – kust) organiseren, wanneer de helft van het jaarlijks aantal bezoeken aan de kust (5 miljoen bezoekers voor Zandvoort alleen) op de tien topdagen plaatsvindt? En hoe verhoudt de ontwikkeling van (hoogwaardig) OV en transferia zich tot de wens van behoud van de rust, de landelijkheid, de authenticiteit van het landschap? Landgoederen Landgoederen moeten worden behouden, hersteld en versterkt en beter met elkaar worden verbonden. Maar wat betekent dat? Is er ruimte om nieuwe buitenplaatsen te ontwikkelen, en zo ja, hoe zien die er dan uit? Zijn dat de traditionele buitenplaatsen of “buitenplaatsen nieuwe stijl” met een veelzijdiger gebruik door meer dan 1 familie?

3.

Behoud, versterking en ontwikkeling woonmilieus Stadsranden Voor de stadranden is de opgave meerledig. Hoe gaan we verrommeling tegen en vooral, hoe financieren we dat?, Hoe maak je dat steden en dorpen een voorkant naar het landschap maken, zich trots en zelfbewust naar het landschap tonen? En waar vind je de ruimte om recreatieve structuren te ontwikkelen die vanuit het centrum van stad of dorp tot diep in het landelijk gebied reiken? |7

Binnenstedelijk verdichten en buitenstedelijk bouwen Er is algemene consensus over het uitgangspunt dat kernen zoveel als mogelijk moeten uitbreiden binnen hun eigen stedelijke gebied. De vraag is echter hoe zich dit laat rijmen met aspecten als technische en financiële haalbaarheid en gewenste ruimtelijke kwaliteit. En zijn er wellicht toch mogelijkheden om een deel van de woningbouwopgave buiten bestaand bebouwd gebied op te lossen? En kan daarbij de opdracht ‘als u al bouwt in het buitengebied, gebruik dan het landschap als onderlegger’ preciezer worden gemaakt? Made aan de hand van de antwoorden op de bovenstaande vragen moet bepaald worden of de verstedelijkingsopgave voor Zuid-Kennemerland en Velsen naar beneden moet worden bijgesteld of dat de ambitie van de regio naar boven kan worden bijgesteld. Exclusieve woonmilieus De duinzoom wordt wel aangemerkt als woongebied voor topmanagement van grote (internationale) bedrijven gevestigd in en om Schiphol. Is er in het buitengebied dan ook ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe villagebieden, of hechten we meer aan het behoud van de openheid? Bieden het Manpadslaangebied en het Westelijk Tuinbouwgebied ruimte voor villaontwikkeling of de aanleg van een golfbaan of geven we hier prioriteit aan het versterken van de openheid, in samenhang met het tegengaan van de verrommeling?

8|

Bijlage 2. Opmaat naar het Ontwikkelperspectief: Ambities, Uitgangspunten en Opgaven

|9

10 |

1.

Inleiding

In hoofdstuk 3 van het ontwikkelperspectief is beschreven wat de regio gaat doen om het unieke karakter van de binnenduinrand voor de toekomst te behouden en waar mogelijk te versterken. In paragraaf 3.1 wordt eerst het streefbeeld van de Binnenduinrand op hoofdlijnen geschetst. Vervolgens worden in paragraaf 3.2 de onderliggende ambities geformuleerd die tezamen de gewenste ontwikkelrichting vormgeven. Het ontwikkelperspectief is een samenvatting op hoofdlijnen van de uitgebreide inventarisatie van de ambities, uitgangspunten en uitwerkingsopgaven uit deze bijlage. De inventarisatie is gemaakt op basis van de 3 strategische hoofdopgaven, zoals die zijn benoemd in de plananalyse “Binnenduinrand tussen Zee en Ringvaart”, uitgevoerd door landschaps-architectenbureau Bosch & Slabbers. De drie hoofdopgaven zijn: •

Behoud, versterking en ontwikkeling van de hoogwaardige landschappelijke en ecologische structuur

•

Behoud, versterking en ontwikkeling van de toeristische en recreatieve structuur

•

Behoud, versterking en ontwikkeling van het hoogwaardig woonmilieu.

Omdat de landschappelijke hoofdopgave leidend is ten opzichte van de recreatief-toeristische en de woonmilieu hoofdopgaven, hebben de landschappelijke zones als basis gediend voor de ordening van de ambities in paragraaf 3.2 van het ontwikkelperspectief. De onderscheiden landschappelijke zones zijn: kust, duinen, landschappelijk kantwerk en stedelijk gebied en dorpskernen. De ambities die de zones of zelfs de gehele Binnenduinrand overstijgen zijn apart vermeld (regio, metropoolregio Amsterdam (MRA)). Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om de ambities die de provincie en de regiogemeenten hebben geformuleerd en die zij van betekenis achten voor respectievelijk de landschappelijke zones, de gehele Binnenduinrand en de MRA. Het merendeel van de ambities is niet nieuw, op verschillende terreinen is er al vigerend beleid en/of zijn al initiatieven gestart. Wel nieuw is dat in dit Ontwikkelperspectief alle (bestaande en nieuwe) ambities in samenhang met elkaar worden bezien. Voorbeelden van lopende initiatieven die in lijn zijn met de in dit hoofdstuk beschreven ambities zijn bijvoorbeeld: de Watergebiedsplannen voor ZuidKennemerland en Spaarnwoude van het Hoogheemraadschap Rijnland en de projecten “DNABadplaatsen” van de provincie en “Buitenplaatsen in beeld” door de Cultuurcompagnie in opdracht van de provincie.

Leeswijzer De hierna volgende hoofdstukken uit deze bijlage zijn steeds een uitwerking van een hoofdopgave. Voor elk van de hoofdopgaven wordt eerst een korte inleiding op de structuur van de betreffende hoofdopgave gegeven (hoe zit de hoofdopgave in elkaar, wat vinden we voor die hoofdopgave belangrijk en wat is de globale ontwikkelrichting). Vervolgens zijn, binnen een voor deze hoofdopgave relevante structuur, ambities geformuleerd. Tot slot zijn per ambitie de bijbehorende uitwerkingsopgaven geformuleerd, die een beeld geven van de in de uitvoeringsstrategie benodigde activiteiten om de ambities waar te kunnen maken.

| 11

2.

Hoofdopgave behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke en ecologische structuur

De landschappelijk structuur wordt bepaald door het landschappelijk raamwerk: dit is een casco van natuurgebieden, bossen, open ruimtes, beplante wegen en waterlopen. Het casco vormt het landschap en bepaalt de sfeer van de regio. Op basis van de verschijningvormen van het landschappelijk raamwerk zijn in het plangebied drie landschappelijke hoofdzones te onderscheiden: de kust en de duinen, het landschappelijk ‘kantwerk’ en het stedelijk gebied en de dorpskernen. Het landschappelijk raamwerk moet stevig genoeg zijn om toekomstige initiatieven van overheden en/of private partijen een plek te kunnen geven, zonder dat de kracht van het raamwerk en daarmee de karakteristiek en de sfeer van de Binnenduinrand aangetast wordt. In de analyse van de landschappelijke kernkwaliteiten is in hoofdstuk 4 voor ieder onderdeel van het landschappelijk raamwerk aangegeven waar de zwakke en sterke punten liggen om ervoor te zorgen dat het raamwerk toekomstbestendig kan worden en kan blijven. Vanzelfsprekend is dat het raamwerk op alle facetten (tot aan het niveau van de kleinschalige landschapselementen) goed onderhouden en waar mogelijk versterkt moet worden, echter het ene onderdeel is sterker dan het andere. Hoofdopgave is om het landschappelijk raamwerk te behouden, te versterken en te ontwikkelen.

Voor het behoud van de kwaliteit van het landschappelijk raamwerk van de Binnenduinrand is het nodig om over gemeentegrenzen heen te stappen. De gebieden liggen vaak op de gemeentegrens en het belang van het behoud van de kwaliteiten overstijgt het belang van de afzonderlijke gemeenten (maar gaat de hele regio aan). Daarom ligt er een opgave om hierover vergaande intergemeentelijke afspraken te maken. Een duurzame ontwikkeling van het landschap staat of valt met voldoende functioneel draagvlak. Van oudsher heeft het plangebied een sterke relatie met de steden. In het plangebied ligt ‘het strand van de MRA’ en de buitenplaatsen maken deel uit van een ringvormige structuur om Amsterdam. Bijzonder van het plangebied is het contrast tussen het natuurlandschap en het bijzonder rijke cultuurlandschap in het landschappelijk ‘kantwerk’. Topnatuur ligt hier naast topcultuur. Het zaak om dit onderscheid aan te scherpen, met aan de basis de kustverdedigings-, natuur- en recreatiefuncties in de duinzone en een combinatie van woon-, werk-, landbouw- en natuurfuncties in het kantwerk. In de stads- en dorpsranden ligt de opgave in het verbeteren van de stad-landverbindingen en het 12 |

creëren van een heldere stads- of dorpsrand.

2.1 Kust en duinen De duinen en het strand zijn een onderdeel van een groter geheel, te weten de Nederlandse kust van noord tot zuid. Daarnaast is het strand van Zuid-Kennemerland ‘het strand van de metropoolregio Amsterdam’. De kwaliteit van het strand is de weidsheid van de ruimtebeleving: zee tot aan de horizon, het contact met de elementen en de continuïteit van het strand. In de duinen is sprake van een natuurlijke overgang (gradiënt) van zee, strand, de open jonge duinen naar steeds beslotener, beboste delen verder landinwaarts. De duinen kenmerken zich door grote beheereenheden. Het duingebied is groter dan het gezamenlijk grondgebied van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK) en de Waterleidingduinen en begint dus niet pas bij de hekken. De duinen grenzen aan bebouwd gebied en aan de overgang naar het landschappelijk kantwerk. De hoofdwegen naar het strand lopen dóór de duinen en Zandvoort ligt er bijvoorbeeld midden in. De zichtbaarheid en herkenbaarheid van de overgang naar het duingebied moeten op deze punten verbeterd worden. Ambities en uitgangspunten Van belang voor de duinen is om het karakter en het gebruik als natuurgebied, natuurrecreatie, rust en ruimte voort te zetten en te versterken.

Dit gebeurt enerzijds door het vergroten van de dynamiek in de natuurlijke processen om de natuurwaarden te verhogen, door het bevorderen van de afwisseling in de begroeiing van de hogere en lagere delen van de duinen en door het behouden van de weidsheid van het landschap. Anderzijds door de samenhang van het duingebied in Zuid-Kennemerland te versterken: heel de duinen. De beide grote duingebieden worden als twee afzonderlijke gebieden ervaren met ieder hun eigen kenmerken en kwaliteiten. Daarnaast is er een groot aantal duingebiedjes en aan het duingebied grenzende terreinen waar een minder stringent Natura 2000-regime geldt. De duinen van het NPZK zijn in 2006 benoemd tot Aardkundig Monument. Als gevolg van de klimaatverandering staat de kwaliteit van het leefgebied van veel planten- en diersoorten in met name het duingebied onder druk en daarmee ook hun voortbestaan. Essentieel voor het voortbestaan van deze soorten is het verbeteren van de milieukwaliteit, het behoud van rustgebieden en het mogelijk maken van dynamiek. Ook een functionele relatie met de zee, het achterland en naastliggende duingebieden is van belang voor het behoud van de biodiversiteit in het duingebied.

Dit vraagt om goede ecologische verbindingen tussen de natuurnatuurgebieden in de duinenzone (zodat flora en fauna de kans hebben om zich te verplaatsen tijdens natuurextremen) en om het geven van ruimte aan verjongingsprocessen in de duingebieden, bijvoorbeeld door het toestaan van verstuivingen. Ook is een op klimaatverandering anticiperend waterbeleid om in de toekomst wateroverlast of juist extreme droogte te voorkomen, een belangrijke opgave. Deze natuur-, cultuurhistorische en archeologische waarden moeten uiteraard in stand worden gehouden en waar mogelijk beleefbaar worden gemaakt voor bezoekers. De inzet is om de duinen als gevarieerd landschap te behouden, maar het hele duingebied wel als één gebied herkenbaar te maken en te profileren als ware het één “Nationaal Park” (wat internationaal gezien een sterk ‘merk’ is). De aanleg van het ‘recroduct’ over de Zandvoortselaan is een goed voorbeeld van hoe dat in de praktijk kan worden gerealiseerd. Ook willen we eenheid bereiken in afrasteringen, bewegwijzering en vormgeving van de entrees van het duingebied. De entrees kunnen op een meer logische wijze aansluiten op de recreatieve routes in de omgeving. Het gebruik van de duinen is vooral gericht op instandhouding van het leefgebied voor planten en dieren, hand in hand met het bevorderen van de biodiversiteit in het gebied.

Dit alles zonder de behoefte aan (op natuur gerichte ) recreatie, maar ook de behoefte aan rust en ruimte uit het oog te verliezen. Daarbij zijn er accentverschillen tussen het meer toegankelijke noordelijk deel en het vooral op de wandelaar gerichte zuidelijk deel. Het bevorderen van de rust reikt overigens wel verder dan het duingebied zelf. Wij vinden het bijvoorbeeld van belang dat wordt vastgehouden aan de huidige | 13

aanvliegroutes van Schiphol, zodat deze niet over de duinen komen te liggen. Ook het gebruik van het circuit van Zandvoort en de effecten daarvan op het duingebied blijft een kwestie van zoeken naar de juiste balans. De duinen zijn de primaire natuurlijke waterkering voor het achterland. Deze elementaire en kenmerkende functie wordt in het licht van klimaatverandering steeds belangrijker en moet uiteraard behouden blijven. Ambities: •

het versterken van de robuustheid van het duingebied als belangrijk leefgebied voor planten en dieren onder meer door het behoud van natuurlijke elementen in het binnenduinrand landschap, het stimuleren van inheemse plantensoorten en het vergroten van de biodiversiteit en deze kwaliteit beleefbaar maken voor bezoekers van het duingebied;

•

om de natuur te versterken het gehele duingebied als zijnde één gebied beheren, herkenbaar maken en profileren als één Nationaal Park;

•

Onderzoeken van de mogelijkheden tot uitbreiding van het Nationaal Park met de aangrenzende open gebieden en buitenplaatsen om de leefgebieden voor planten en dieren in de binnenduinrand en de spreiding van recreatie en toerisme te verbeteren;

•

in stand houden van de functie van de duinen als natuurlijke waterkering.

Uitwerkingsopgave behoud weidsheid strand Aan het strand moet worden voorkomen dat er een overmaat aan al dan niet tijdelijke bebouwing (paviljoens, strandhuisjes, verblijfsaccommodatie, opslag sportmaterialen) ontstaat: hier ligt voor de gezamenlijke overheden een taak om helder aan te geven wat waar wel en niet kan. Daarnaast is het vanuit landschappelijk oogpunt onwenselijk om nieuwe windturbines op zee (op zichtafstand vanaf het strand) te plaatsen omdat hiermee het vrije zicht op de horizon wordt belemmerd. Het hanteren van het principe om geen windmolens te plaatsen binnen de 12 mijlszone lijkt hiervoor een adequate oplossing. Uitwerkingsopgave behoud weidsheid duinen In de duinen moet bebossing (als gevolg van stijging grondwaterspiegel) actief worden tegengaan. Hierbij moet met name een aantal panorama’s worden veiliggesteld: onder andere de monding Noordzeekanaal, het duinpanorama vanaf het Kopje van Bloemendaal, de Appelberg en Noordvoort. De terreinbeherende organisaties hebben hier maatregelen voor geformuleerd in hun beheerplannen. Uitwerkingsopgave dynamiek natuurlijke processen Om de natuurlijke dynamiek in de duinen te bevorderen moeten de maatregelen (o.a. ecologische verbindingen, verstuiving) conform het Beheer en Ontwikkelplan van het Nationaal Park ZuidKennemerland en de Natura 2000 richtlijnen worden doorgevoerd.

De belangrijkste opgave voor het handhaven van de natuurwaarden is herstel van de oppervlakte en kwaliteit van de jonge duinen, helmduin en duingraslanden door ruimte te scheppen voor natuurlijke verstuiving en tegengaan van vergrassing en struweelvorming. Voor behoud en herstel van de oppervlakte vochtige duinvalleien en de hiermee samenhangende fauna (bijvoorbeeld de nauwe korfslak) moeten ook de watercondities verbeteren. Op het Kennemerstrand bij IJmuiden gaat het om vergroting en verbetering van het leefgebied van de Groenknolorchis en andere vochtige valleisoorten. In de duinen spelen veel projecten die zich richten op natuurherstel door verhoging van grondwaterpeil, op gang brengen van verstuiving, herstel van vochtige valleien, omvorming van naald- naar loofbos en integrale begrazing. De beheerinstanties hebben daarnaast duidelijke visies op beheer en zonering van natuur en recreatie. De opgave is om op de ingeslagen weg verder te gaan, waarbij meer samenwerking wordt gezocht tussen verschillende eigenaren / beheerders.

14 |

Uitwerkingsopgave heel de duinen Het duingebied is groter dan het grondgebied van het Nationaal Park en de Waterleidingduinen, maar door de vele hekken, doorsnijdingen en verschillende eigendomssituaties wordt dit niet als zodanig beleefd. Hier ligt een meerledige opgave. In de eerste plaats moet er gestreefd worden naar een meer eenduidige uitstraling van het duingebied; dit vergt een sterke onderlinge afstemming, tussen het Nationaal Park ZuidKennemerland (NPZK), de Waterleidingduinen en de duingebiedjes die hier buiten vallen. In de tweede plaats moet het aantal hekken tot het strikt noodzakelijke minimum worden teruggebracht en moeten er meer verbindingen komen (zowel ecologisch als recreatief) die de verschillende delen van het duingebied met elkaar verbinden (bijvoorbeeld middels ecoducten). Door de voor het begrazingsbeheer noodzakelijke hekken een stuk van de openbare weg af te plaatsen wordt de eenheid in uitstraling van het duingebied bevorderd. Als het duingebied als één geheel wordt ervaren is het in de derde plaats gemakkelijker om de duinen te positioneren als één Nationaal Park of als onderdeel van de Nederlandse kust. Een verbetering van de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de overgang naar het duingebied draagt hier aan bij. Tot slot ligt er een opgave om meer aandacht aan de cultuurhistorie van de duinen te geven (o.a.

kustverdediging, Atlantikwall, bouwkundige relicten van de waterwinning, akkertjes), waardoor er een extra waardelaag ontstaat die de identiteit van het duingebied versterkt. In het nieuwe Beheeren Ontwikkelplan van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland wordt hier een begin mee gemaakt. Uitwerkingsopgave verbinding duinen met omgeving Het duingebied vormt op dit moment een vrij afgesloten geheel; er is maar een beperkt aantal entrees en deze entrees liggen niet altijd in het logische verlengde van de recreatieve routestructuur buiten de duinen. Opgave is om op specifieke plekken extra ingangen van het duingebied te maken, bijvoorbeeld vanuit sommige landgoederen of vanuit bepaalde woonwijken, om een rondje in de randzone van de duinen te kunnen lopen. Hierbij moet wel een goede afweging gemaakt worden met het natuurbelang (de zonering van ecologische rustgebieden), de veiligheidsaspecten die samenhangen met de drinkwaterwinning en de samenhang met de recreatieve routestructuur (bv lange afstandsroutes). Daarnaast ligt er een opgave om de ecologische gradiënt van duinen naar polder te versterken. Uitwerkingsopgave vergroten biodiversiteit De aantrekkelijkheid van de Binnenduinrand wordt voor een belangrijk deel bepaald door het groene karakter ervan en door de grote diversiteit aan planten en diersoorten. Voor de natuur is de binnenduinrand ook een belangrijk leefgebied.

Agrarische gebieden, Landgoederen, buitenplaatsen, stadsparken, groenstroken en tuinen kunnen functioneren als leefgebied voor planten en dieren. Het behoud en de versterking van het natuurlijke karakter van deze groenelementen is essentieel voor het behoud van de biodiversiteit en de aantrekkelijkheid. Opgave is om samen met de landschapsbeheerders te zorgen dat dit aspect voldoende is geborgd, bijvoorbeeld in de Beheer- en ontwikkelplannen.

2.2 Landschappelijk Kantwerk Het landschappelijke kantwerk bestaat uit een mozaïek van buitenplaatsen, villawijken, bossen en open landbouwgebieden. Vooral de open gebieden zijn een essentieel bestanddeel van het landschappelijk kantwerk. Dat samenspel is een van de kernwaarden in de beleving van de Binnenduinrand. De open gebieden zijn in hoge mate bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van het landschap, maar tegelijk het meest kwetsbaar voor ongewenste ontwikkelingen. Zij hebben een kleinschalig, afwisselend en landelijk karakter en hebben een grote cultuurhistorische waarde. De openheid van de ingesloten open ruimten draagt in grote mate bij aan het karakter van de regio Zuid-Kennemerland. Er is een onderscheid te maken tussen open gebieden die nog intact zijn (zoals de strandvlakte bij Vogelenzang) en ingesloten (restanten van) open ruimte (zoals het Westelijk | 15

Tuinbouwgebied). Ook zijn de open gebieden vaak onlosmakelijk verbonden met de buitenplaatsen. Er is nog maar een klein aantal ingesloten open gebieden over en deze staan onder hoge druk. De open gebieden hebben ieder hun dynamiek. De hieruit voortvloeiende opgaven vragen om maatwerk per gebied. Hierbij ligt voor het ene gebied de nadruk op behoud terwijl voor een ander gebied juist ontwikkeling een kwaliteitsslag kan genereren. De waarde van die gebieden voor de groenstructuur van de Binnenduinrand wordt overigens niet alleen ontleend aan de individuele open gebieden op zich, maar aan de hele samenhangende reeks. Onzorgvuldige ontwikkelingen in deze structuur van open gebieden leidt tot een aantasting van de sfeer van de Binnenduinrand. Ambities en uitgangspunten Inzet voor het gehele ‘landschappelijke kantwerk’ is het behoud, het herstel en de ontwikkeling ervan, zowel ecologisch als landschapsarchitectonisch. Dit mozaïek kan worden versterkt door middel van sturing op gebruik en ontwikkeling van het landschap vanuit beeldkwaliteit en cultuurhistorie. (daarbij gaat het om behoud en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden, zoals bijvoorbeeld de Ruïne van Brederode, oude bollenschuren en boerderijen). Belangrijk instrument hiertoe is planologische bescherming via bestemmingsplannen (bv aanlegvergunningen koppelen aan mogelijke ontwikkelingen).

Daarnaast kan de landschappelijke inpassing van functies verbeterd worden door het opstellen van beeldkwaliteitsplannen (in de stadsranden), landschapsbeleidsplannen en voorlichting aan particulieren in het kader van subsidieregelingen (erfbeplantingen, kleine landschapselementen etc). Voorts dient de openheid in de structuur van het landschappelijk kantwerk te worden veiliggesteld. Dit houdt in dat er in de open gebieden geen ontwikkelingen mogen plaatsvinden die het vrije zicht verder belemmeren (geen toename van de hoeveelheid schuttingen, hagen, bouwwerken etc.) en dat in de open gebieden de prioriteit ligt op de ruimtelijke kwaliteit (waarop vanuit de overheden streng gehandhaafd en gestuurd moet worden). De panorama’s en zichtlijnen moeten behouden en hersteld worden. Verder is het van belang om te sturen op gebruiksfuncties die de openheid duurzaam borgen. Ook kan de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van het aanwezige duinwater beter worden benut en als drager van de openheid worden ingezet. Ambitie: veiligstellen van de openheid en de ruimtelijke kwaliteit vain het ‘landschappelijk kantwerk’. Voor het bereiken van deze ambitie wordt een regionale strategie opgesteld voor de gehele reeks open gebieden, waarin gezocht wordt naar de optimale mix van agrarische functies, natuur, recreatie en landschappelijke waarden.

Uitwerkingsopgave behoud van de open gebieden via maatwerk In hoofdstuk 3 is een grove typering van de individuele open gebieden gegeven op basis van gebruiksfunctie (weidegrond, tuinbouwgebied of sportterrein). Naast de gebruiksfunctie bepaalt ook de geografische ligging (nabijheid van de stad), de ruimtelijke verschijningvorm en de eigendomssituatie de opgave van een open gebied. In eerste instantie ligt de opgave in het planologisch beschermen van de open gebieden door terughoudend bestemmen en streng handhaven, maar hiermee wordt nog geen kwaliteitsslag gemaakt: hiervoor is maatwerk per gebied nodig. Maatwerk wat zich bij de weidegronden grofweg zal richten op planologisch uitsluiten van ongewenste ontwikkelingen en het landschappelijk inpassen van bestaande functies, bij de tuinbouwgebieden op een actief beleid waarbij verwerving een mogelijk instrument is (en onder voorwaarden de ruimte voor ruimte regeling kan worden toegepast) en bij de sportvelden op het voorkomen van teveel kunstgras en opstallen. In tweede instantie is dan ook de opgave om als overheden gezamenlijk een programma op te stellen voor de open gebieden, waarin middels maatwerk regionaal een evenwicht kan worden gevonden tussen ruimtelijke kwaliteit en gebruikswaarden. Deze regionale aanpak schept tevens de mogelijkheid voor intergemeentelijke verevening en uitwisseling.

Voor het behoud, ontwikkeling en transformatie van de open gebieden geven de spelregels uit hoofdstuk 4 richting. 16 |

Uitwerkingsopgave randen open gebieden en landschappelijke inpassing functies De kwaliteit van een open gebied wordt (naast de mate van openheid) bepaald door de ruimtelijke kwaliteit van de randen. De opgave is een zorgvuldige vormgeving van de randen van de openheid en een goede landschappelijke inpassing van de in het open gebied gelegen functies. Hier ligt een overheidstaak in sturing vanuit beeldkwaliteit en belevingswaarde (bijvoorbeeld door het opstellen van beeldkwaliteitsplannen of door de betreffende spelregels uit hoofdstuk 4). Uitwerkingsopgave rol van de traditionele land- en tuinbouw De open gebieden hebben van oudsher een agrarische functie: weidegrond, tuinbouw of bollenteelt. Door de noodzaak tot schaalvergroting (die vaak niet mogelijk is omdat deze zich slecht verhoudt tot de gewenste landschappelijke kwaliteit) en stijging van de grondprijs (veroorzaakt door de nabijheid van de stad) is de oorspronkelijke agrarische bedrijfsvoering steeds moeilijker rendabel te krijgen. Dit uit zich in verbreding van de landbouw en een combinatie met niet-agrarische functies. Bij het zoeken naar maatwerk voor de open gebieden is het logisch om eerst te bezien welke rol de land- en tuinbouw kan vervullen in het behoud van de landschappelijke kwaliteit (met voldoende ruimte voor ontwikkeling van de hoofdactiviteiten).

Hierbij zal ook het concept van de landbouwinclusieve natuur worden onderzocht. De opgave is om te bepalen in welke open gebieden de agrarische functie een gezonde toekomst heeft en op welke manieren verruiming van deze agrarische functie mogelijk is (verbrede landbouw binnen de ruimtelijke randvoorwaarden van bv een landschapsbeleidsplan). Uitwerkingsopgave overige gebruiksfuncties Voor de open gebieden waar geen rendabele landbouw meer mogelijk is moet er (als onderdeel van het maatwerk) een visie ontwikkeld worden op de ontwikkelrichting van elk afzonderlijk gebied. Opties hierbij zijn onder andere agrarisch natuur- en landschapsbeheer (in aansluiting op de buitenplaatsen), stadslandbouw, aankoop vanuit de NNN bij bedrijfsbeëindiging, omvorming naar paardenhouderij (binnen ruimtelijke randvoorwaarden) of recreatie en toerisme (overnachtingsmogelijkheden). Voor zowel de reeds aanwezige als de nieuwe niet-agrarische functies in de open gebieden geldt dat er aandacht moet worden besteed aan de landschappelijke inpassing van de functies (zie bovenstaande opgave: randen open gebieden en landschappelijke inpassing functies). Uitwerkingsopgave panorama’s en zichtlijnen Belangrijk onderdeel van het landschappelijk casco van de Binnenduinrand is het stelsel van zichtlijnen en panorama’s.

De zichtlijnen verbinden de buitenplaatsen met het omliggende landschap en de panorama’s (zoals het historische “Zicht op Haarlem” en het uitzicht vanaf het Kopje van Bloemendaal) hebben een hoge belevingswaarde. Zichtlijnen zijn erg kwetsbaar: één verkeerd geplaatste boom en de zichtlijn is verstoord. De opgave is om een inventarisatie te maken van waardevolle bestaande en te herstellen (gewenste) zichtlijnen en panorama’s en deze planologisch te beschermen. Daarnaast zal er actief op moeten worden gehandhaafd (zichtlijnen vrijwaren van storende obstakels, mogelijk via uitsterfconstructie van de huidige functie). De zichtlijnen en panorama’s vormen een bouwsteen voor het maatwerk in de open gebieden. De spelregels uit paragraaf 4.9 van het ontwikkelperspectief geven hier richting aan. Uitwerkingsopgave duinwater In het merendeel van de open gebieden is schoon duinwater aanwezig (via kwel of via afstroming). De opgave is om de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van het aanwezige duinwater in beter te benutten en te onderzoeken of natuurontwikkeling op basis van het kwelwater als drager van de openheid kan worden ingezet. Uiteraard zal deze uitwerkingsopgave ook worden betrokken bij de uitwerking van de ambitie om te komen tot een robuust watersysteem in de Binnenduinrand (zie paragraaf 2.5) | 17

Uitwerkingsopgave cultuurhistorische waarde van landschapselementen Het landschappelijk kantwerk in de Binnenduinrand heeft een lange ontstaansgeschiedenis en hiervan zijn nog allerhande sporen in het landschap terug te vinden in de vorm van oude landschapselementen. Denk hierbij aan vaarten, bosjes, lanen, sluisjes, toegangshekken, paden, hagen, bleekvelden etc. De opgave is om de waardevolle landschapselementen te inventariseren en voor de toekomst veilig te stellen (bijvoorbeeld via landschapsbeheerplannen, voorlichting en subsidieregelingen) zodat de historie van het gebied leesbaar is. De cultuurhistorie voegt een extra laag toe aan de beleving van het landschap.

2.3 Stedelijk gebied en dorpskernen Ambities en uitgangspunten Voor het behoud van de landschappelijke structuur van het stedelijk gebied en de dorpskernen is het van belang om het aaneengroeien van het bebouwde gebied te voorkomen, de buitenplaatsen in stand te houden en de samenhang te versterken. In het landschappelijk raamwerk vormen de stadsranden met name de begrenzing van de openheid. Daarnaast lopen er ook landschappelijke structuren vanuit het landschap het bebouwd gebied in. De ruimtelijke kwaliteit van de stadsranden moet dan ook worden verhoogd (en zo mogelijk groen worden vormgegeven). Tenslotte dient de landschappelijke identiteit van elke buitenplaats te worden beschermd. In hoofdstuk 4 van deze bijlage wordt nader ingegaan op de ambities en uitwerkingsopgaven voor de buitenplaatsen, de villawijken en hun verschijningsvorm, de stads- en dorpsranden en de landschappelijke inpassing van functies in de stadsranden.

2.4 Landschappelijke gradiënten De essentie van de ruimtelijke opbouw van het landschap van de Binnenduinrand ligt in de opeenvolging van verschillende (noord-zuid georiënteerde) landschappelijke zones die ieder hun eigen specifieke sfeer en kwaliteit hebben. De gradiënt is de (oost-west) dwarsdoorsnede die de opeenvolging van de verschillende zones beleefbaar maakt; met name langs de netwerken (wegen en waterlopen). Ambities en uitgangspunten Inzet is om de landschappelijke en ecologische gradiënten beter beleefbaar te maken door verbindingen te leggen tussen de Binnenduinrand en het achterland: Spaarnwoude in het noorden en de natuurzones in de Haarlemmermeer in het zuiden. Door de historische noord-zuidoriëntatie van de dorpen en steden op de strandwallen is in de Binnenduinrand weinig ruimte voor oost-west verbindingen met de Bufferzone en de (toekomstige) groenstructuur van de Haarlemmermeer. De plaatsen waar het nog kan zijn relatief smal en staan bovendien onder grote (planologische) druk. Deze groene oost-west verbindingen (Manpadslaangebied Heemstede, de groene zone tussen Haarlem en Velserbroek en het groengebied Santpoort-Driehuis) zijn essentieel voor de natuur, de beleving van het landschap en de recreatie. Daarom willen we deze gebieden op korte termijn veiligstellen en ontwikkelen tot volwaardige ecologische gradiënten en recreatieve verbindingszones.

Ambitie: ontwikkelen van de groene oost-west verbindingen tot ecologische verbindingszones met het achterland. Uitwerkingsopgave ecologische gradiënten in de verbindingszones De opgave is om de grote natuurgebieden aan de kust (duinen) en in de polders (Spaarnwoude en Haarlemmermeer) via de groene buffergebieden tussen de stedelijke kernen beter met elkaar te 18 |

verbinden. De ecologische verbindingen komen niet zo zeer tot stand door brede aaneengesloten ecologische corridors te creëren, maar door het ecologisch ontwikkelen van het gehele netwerk van groen-blauwe elementen die de onbebouwde zones dooraderen. Uitwerkingsopgave landschappelijke wegen: Beleefbaar maken gradiënten De gradiënten zijn beleefbaar in oost-west richting, dwars op de landschapsstructuur die parallel aan de kust loopt. Zij zijn met name beleefbaar langs oost-west liggende routes en in open gebieden met lange zichtlijnen (langs stadsranden). De uitwerkingsopgave is enerzijds om de oost-west routes (die de gradiënten volgen) zo in te richten dat de beleefbaarheid van de gradiënten wordt gewaarborgd. Zo kunnen er voor de routes naar zee (Zeeweg, Zandvoortselaan, Heerenduinweg en de route langs het Noordzeekanaal) beeldkwaliteitsplannen worden opgesteld die het parkway karakter van de route veiligstellen en waarin de beleving van de landschappelijke gradiënt centraal staat. Anderzijds is de opgave voor de noord-zuid lopende wegen (op de strandwallen) het versterken van de continuïteit van de routes (voor de beleving van de gradiënt is het essentieel dat de wegen het karakter van de betreffende landschappelijke zone weerspiegelen). De lange lijnen van de dreven zijn de afgelopen jaren gefragmenteerd door verkeerskundige maatregelen.

De opgave is om de dreven (zoals de Bloemendaalseweg) weer een continu, landschappelijk beeld te geven. Ook de boulevards langs zee moeten hun continuïteit behouden (waarbij beleving van de kust centraal staat).

2.5 Water Het watersysteem in de Binnenduinrand heeft een zeer diverse verschijningsvorm: in de duinen watergangen voor de waterwinning en duinrellen, in de open gebieden kwelwater en zandvaarten die het duinwater naar de boezem afvoeren. De watergangen in de Binnenduinrand vertegenwoordigen naast hun functionele aspect van waterafvoer ook een natuurlijke en cultuurhistorische waarde. Er is een groot verschil in waterkwaliteit tussen het “schone” duinwater en het “vervuilde” boezemwater. In de toekomst zal het boezemwater steeds meer verzilten als gevolg van het verzilten van de Haarlemmermeer (en het uitslaan van het polderwater op de Ringvaart). Als het duinwater meer wordt benut voor natuurontwikkeling moeten er maatregelen getroffen worden om de ecologisch nadelige invloed van het boezemwater in de kwelgebieden te beperken.Daarnaast zal naar verwachting de grondwaterspiegel de komende decennia stijgen als gevolg van klimaat-veranderingen. Ambities en uitgangspunten Om de gevolgen van de klimaatverandering op te kunnen vangen, wordt ingezet op de ontwikkeling van een robuust watersysteem, waarbij de specifieke eigenschappen van het duinwatersysteem en het oppervlaktewatersysteem optimaal in het landschap tot uitdrukking komen en waarbij de ecologische potentie van het kwelwater wordt benut. Van belang is, dat het watersysteem bestand is tegen piekbuien en droogte.

In het kader van het deltaplan klimaatadaptatie kijken gemeenten samen met het hoogheemraadschap, aan de hand van klimaatstresstesten, waar mogelijke knelpunten in het watersysteem zijn. Anticiperend op de stijging van het grondwater zijn de afgelopen jaren oorspronkelijke duinrellen hersteld. Naast de technische kant van het waterbeheer moet optimaal gebruik gemaakt worden van het stromend water om natuurwaarden te herstellen en de ruimtelijke kwaliteit van het landschap te vergroten. Stromend water kan hierbij het sturende element in de ruimtelijke inrichting zijn. Door het herstellen van bestaande en historische duinbeken en het beter benutten en vasthouden van kwelwater, is het zowel mogelijk om wateroverlast te voorkomen als de landschappelijke, natuur- en belevingswaarden van het gebied te vergroten. Tot slot is het van belang om voor de natuurontwikkeling een scheiding aan te brengen tussen het duinwater en het boezemwater, waarbij een optimale combinatie wordt gezocht met vergroting van de mogelijkheden voor recreatievaart in het stelsel van trek- en zandvaarten.

| 19

Ambitie: tot stand brengen van een robuust klimaatbestendig en ecologisch waardevol watersysteem voor de Binnenduinrand. Uitwerkingsopgave natuurlijk watersysteem Er ligt een ecologische opgave tot ontwikkeling van kwelnatuur aan de voet van de duinen en vernatting in de strandvlakten (de open gebieden). Voor de natuurontwikkeling is het belangrijk om het gebiedseigen duinwater langer vast te houden en hiervoor moet in de weide- en tuinbouwgebieden ruimte worden gevonden voor waterberging (vernatting en bredere watergangen). Deze opgave maakt onderdeel uit van het maatwerk dat voor de open gebieden zal worden opgesteld. De ecologische waarde kan verder worden vergroot door het realiseren van goede faunapassages onder de infrastructuur. Uitwerkingsopgave scheiding boezem en duinwater Om tot optimale natuurontwikkeling te komen (op basis van de aanwezigheid van gebiedseigen duinwater) moet er voor gezorgd worden dat het vuile en de komende decennia verder verziltende boezemwater bij het doorspoelen van het boezemwatersysteem niet tot in de open gebieden kan stromen (overigens kan het kwelwater weer worden gebruikt om juist het verziltende boezemwater te ontzilten). Hier ligt een opgave tot scheiding van de watersystemen.

Dit kan heel eenvoudig door het aanbrengen van onderwaterdrempels in de vaarten (soort stuwtjes) die er voor zorgen dat het overtollige duinwater wel de boezem in kan stromen maar niet omgekeerd. Hierbij moet wel aandacht worden geschonken aan de waarde van de watergangen voor de recreatievaart. De realisatie van de waterscheiding moet integraal worden meegenomen bij de plannen voor natuurontwikkeling in de open gebieden. In overleg met Rijnland wordt bezien hoe aan bovenstaande opgaven invulling kan worden gegeven, bijvoorbeeld via de strategische samenwerkingsagenda’s tussen Rijnland en de betrokken gemeenten, waarbij ook de natuurbeheerorganisties, PWN en Waternet worden betrokken.

20 |

3.

Hoofdopgave behoud, versterking en ontwikkeling van de recreatieve en toeristische structuur

TOP

TOP TOP

TOP

TOP TOP

TOP

De Binnenduinrand is zowel toeristisch als recreatief een interessant gebied. Zandvoort, Bloemendaal aan Zee en IJmuiden zijn (inter-)nationaal bekende stranden met uitgestrekte natuurgebieden in het achterland: de Amsterdamse Waterleidingduinen, Nationaal Park Zuid-Kennemerland en de buitenplaatsenzone. De bijzondere natuur en landschappen, de recreatiegebieden, cultuur, leisure, de monumentale historische binnenstad van Haarlem en de talrijke evenementen zoals het Circuit van Zandvoort, de Haarlemse festivals en Dance Valley bieden een scala aan recreatieve mogelijkheden aan zowel de regio als aan miljoenen bezoekers uit binnen- en buitenland. In de regio is een heldere zonering in toerisme en recreatie. Intensieve recreatie en evenementen zijn geconcentreerd rond de kustplaatsen (IJmuiden, Bloemendaal aan Zee en Zandvoort), rond het circuit van Zandvoort en in het recreatiegebied Spaarnwoude. Cultuurrecreatie concentreert zich in de binnenstad van Haarlem en op de buitenplaatsen. In het overige buitengebied (het duingebied en het luwe middengedeelte van Spaarnwoude) is bestemd voor extensieve recreatie. Behoud, versterking en ontwikkeling van recreatieve en toeristische structuur en optimalisering van de bereikbaarheid van de kust (via aantrekkelijke routes) zijn dan ook vanuit het perspectief van de MRA de belangrijkste opgaven.

Voorts zou meer geprofiteerd moeten worden van de zakelijke bezoeken aan de MRA door een betere benutting in Zuid-Kennemerland van de aanwezige congresfaciliteiten in combinatie met verblijf en leisure. Om dit te bereiken is het van belang dat een goede marketing- en promotiestrategie voor de Binnenduinrand wordt ontwikkeld, die is gericht op zowel de bezoeker uit de MRA als de binnenlandse en buitenlandse toerist. Bij het versterken van toerisme en recreatie vormt de bovenstaande zonering het uitgangspunt. Een belangrijk aandachtspunt is wel dat de juiste balans wordt gevonden tussen landschappelijke kwaliteit en economische groei. Het kan niet zo zijn dat de economische groei in de toeristische sector

| 21

ten koste gaat van het hoogwaardige woon- en leefmilieu en de aanwezige natuurwaarden. Aan de gewenste toeristische en recreatieve ontwikkelrichting van de Binnenduinrand (en de landschappelijke component hiervan) ligt een drietal beleidsdocumenten ten grondslag, te weten: •

het Actieplan Toerisme en Recreatie Zuid-Kennemerland (2012) Dit actieplan beoogt om de regio meer te laten profiteren van de economische effecten van recreatie en toerisme door in te zetten op verbetering van de bereikbaarheid (m.n. van het strand), de mix van zee, duinen en buitenplaatsen te benadrukken en het recreatieve aanbod aan te passen aan zowel de behoeften van de bewoners van het gebied en de Metropoolregio Amsterdam als van (inter-)nationale toeristen. Beleving (onder andere van het landschap) is hierbij het centrale thema;

•

de Leefstijlatlas van de provincie Noord-Holland (2012) De Leefstijlatlas onderscheidt verschillende recreatieve doelgroepen. Leefstijlen kunnen gebruikt worden om de lokale of regionale identiteit van een gebied vast te stellen, de vraag naar recreatieve voorzieningen in kaart te brengen, ruimtelijke opgaven in te vullen en locaties vast te stellen en arrangementen of communicatie richting doelgroep te ontwikkelen;

•

het project “Amsterdam bezoeken, Holland zien” (2012-2016) Het doel van dit project is om meer toeristen te verleiden om naast Amsterdam ook de regio te bezoeken. Op deze wijze blijven zij langer, besteden ze meer, en hebben ze vaker de neiging om terug te komen. Om de diversiteit van het toeristisch product binnen de MRA te vergroten zijn sfeergebieden benoemd. Deze worden o.a. bepaald door demografische en lifestyle factoren (die de bepalend zijn voor de behoeften) van de verschillende doelgroepen en de landschappelijke identiteit van een gebied.

Een uitgebreidere analyse van de hiervoor genoemde beleidsdocumenten is opgenomen in de analyse “De Binnenduinrand in (boven) regionaal beleid” (bijlage 5). In het project “Amsterdam bezoeken, Holland zien” worden voor de Binnenduinrand verschillende sfeergebieden onderscheiden. Hieraan is toegevoegd het sfeergebied “Buitenplaatsen en villawijken”. De indeling in sfeergebieden vormt een bruikbaar uitgangspunt voor het versterken en ontwikkelen van de landschappelijke kwaliteit. Het landschap vormt hierbij niet alleen een decor waarvan iedereen kan profiteren maar is integraal onderdeel van het recreatief/toeristisch product. De sterke identiteit, diversiteit en complementariteit van de sfeergebieden draagt bij aan het verbeteren van het hoogwaardig woonmilieu en vergroot de aantrekkingskracht van de regio als recreatief-toeristisch attractiepunt binnen de MRA en voor internationale bezoekers. De ontwikkelrichting van de verschillende sfeergebieden is hiermee een integrale en gemeenschappelijke opgave. Vanuit recreatie en toerisme moet nadrukkelijke de samenwerking gezocht worden met de beleidsvelden landschap, ruimtelijke ordening en verkeer. In de volgende paragrafen worden per sfeergebied de ambities en uitwerkingsopgaven benoemd. Tevens wordt specifiek ingegaan op de thema’s bereikbaarheid, recreatieve netwerken en marketing en promotiestrategie.

3.1 “Amsterdam Beach” Het strand (van Amsterdam) bestaat uit drie verschillende sfeergebieden, die zijn gekoppeld aan de badplaatsen: “Bubbling Beach” Zandvoort, “Sunkissed Beach” Bloemendaal aan Zee en “Wind Water Beach” IJmuiden. Daarnaast wordt het sfeergebied “Natural Coast” onderscheiden: de extensief gebruikte stranden die zijn gelegen tussen de badplaatsen. De kracht is dat de kustplaatsen enerzijds ieder hun eigen onderscheidende karakter hebben (sfeergebied) en anderzijds in hun complementariteit als “Amsterdam Beach” beantwoorden aan de behoefte van de inwoners van de regio en de toeristen. Hiertoe is ook vanuit de Metropoolregio Amsterdam het regionale programma Amsterdam Beach in het leven geroepen. In het 22 |

ambitiedocument zijn de ambities en doelstellingen van de individuele gemeenten geïntegreerd en wordt getoond hoe vanuit een brede en integrale context partijen samen op kunnen trekken om Amsterdam Beach in positie te brengen. Onderdeel van het programma is onder andere het verbeteren van de bereikbaarheid van de kust. Sfeergebied “Bubbling Beach” Zandvoort Zandvoort is een altijd verrassende badplaats vol contrasten (ook per seizoen) voor diverse doelgroepen. Niet zo zeer voor trendsetters maar wel voor snelle trendvolgers met vaak tijdelijke successen (pop-up). Dé jaar-rond badplaats van de metropool Amsterdam wordt getypeerd als bruisend en kleurrijk voor de massa, sportief voor het individu, zowel voor de dagjes mensen als voor verblijfsrecreatie. Met een ruime keuze uit voorzieningen voor feesten en bedrijfsuitjes, wellness, Casino, circuit Zandvoort, uitgaans- en winkelcentrum. Het contrast tussen het bruisende Zandvoort en de rust in de achterliggende natuur en duinen is groot. Sfeergebied “Sunkissed Beach” Bloemendaal aan Zee Bloemendaal aan Zee speelt vooral in op uitgaans-trends en richt zich vooral op het jonge en trendy uitgaanspubliek. Bloemendaal aan Zee wordt getypeerd als het Nederlandse Ibiza, jong, hip, luide muziek en honden toegestaan.

Sfeergebied “Wind water Beach” IJmuiden De dynamische havenstad en avontuurlijke kustplaats worden getypeerd als wind-water kustplaats met spannende, avontuurlijke actieve voorzieningen voor wind- en watersport in combinatie met haven, vis eten en de Seaport Marina. De aanwezigheid van belangrijke cultuurhistorische elementen zoals de Atlantik Wall in de duinen en het Fort Eiland (onderdeel van de Stelling van Amsterdam UNESCO wereld erfgoed), maar ook het omvangrijke industriële complex van Tata Steel vormen een interessante aanvulling op de identiteit van deze badplaats. Sfeergebied “Natural coast” De identiteit van dit sfeergebied wordt meer bepaald door het aangrenzende kust- en duingebied dan door de badplaatsen. Het gaat om de strandgedeelten tussen de badplaatsen in. De kwaliteit “Rust en ruimte” is in dit sfeergebied bepalend, wat betekent dat de focus ligt op extensieve natuur gerichte recreatie. Begin 2017 is het Landelijk Convenant Kustpact afgesloten als antwoord op de maatschappelijke zorg dat het behoud van de waarden van de kust onder druk staat door een toename van recreatieve bebouwing in de kust zone.

Als uitwerking van het Kustpact heeft de provincie Noord-Holland, samen met alle bij de kust betrokken partijen, het Toekomstperspectief Noord-Hollandse Kust opgesteld waarin een goede balans is gevonden tussen economische activiteit en landschappelijke kwaliteit. Onderdeel van het Toekomstperspectief is een zonering van het strand in 3 categorieën: recreatiestrand, seizoensstrand en natuurstrand. Uitgangspunt is daarnaast dat het toeristisch product van de regio wordt doorontwikkeld in lijn met de profielen die in het kader van het onderzoek naar de identiteit (het “DNA”) van de kustplaatsen door de provincie Noord-Holland in samenwerking met de kustplaatsen zijn ontwikkeld (en zijn bevestigd in het provinciale coalitieakkoord). Differentiatie, diversiteit en kwaliteit zijn daarbij de sleutelbegrippen. Ambities en uitgangspunten Het toerisme is de grootste economische groeisector in de regio. De kustplaatsen spelen hierin een belangrijke rol. De kust kan aantrekkelijker gemaakt worden voor bewoners, ondernemers en bezoekers door de onderscheidende identiteiten van de sfeergebieden te versterken en de kwaliteit en diversiteit van het toeristische en recreatieve voorzieningen te verhogen. Het is dan ook van vitaal belang dat er voor de kustplaatsen voldoende ontwikkelruimte aanwezig is om de beoogde | 23

toeristisch-recreatieve profielen van de sfeergebieden te verwezenlijken. Ontwikkelingen als de jaarrondpaviljoens en de ontwikkeling van het circuitgebied tot een “Sportpool” zijn goede voorbeelden van het benutten van de toeristische potentie van het kustgebied. Dit neemt niet weg dat er ook in de zone rond de kustplaatsen voldoende aandacht moet zijn voor de kwaliteit “rust en ruimte” door delen van de kust vrij te houden van bebouwing en georganiseerde activiteiten. De kernwaarden van de kust als landschap en natuur kunnen hiermee worden gerespecteerd of zelfs versterkt (zie ook onder “Sfeergebied “Natural coast”). Tenslotte is gezamenlijke branding als “Amsterdam Beach” met een breed aanbod van voorzieningen, variërend van intensieve recreatie rond het circuit van Zandvoort, zonnen en uitgaan op en langs de stranden van de badplaatsen tot extensieve natuurrecreatie in de duinen en de aanliggende “rustige” stranden van vitaal belang; zie hiervoor paragraaf 3.7 van deze bijlage. Randvoorwaarde voor toeristische ontwikkeling is een goede bereikbaarheid (zie paragraaf 3.5 van deze bijlage). Ambities : •

doorontwikkelen van de kustplaatsen tot “Amsterdam Beach”;

•

voor de kustplaatsen is het van vitaal belang dat er voldoende ruimte aanwezig is voor onderscheidende en kwalitatief hoogwaardige ontwikkeling van toerisme en recreatie.

Uitwerkingsopgave doorontwikkelen kustplaatsen tot “Amsterdam Beach” Het in samenhang doorontwikkelen van de kustplaatsen is enerzijds een marketing-verhaal; anderzijds een strategie die zich richt op het realiseren van complementair toeristisch en recreatief aanbod. Het is van belang dat de juiste functie op de juiste plek in de regio landt, waardoor een ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de specifieke identiteit van het betreffende sfeergebied. Zo zal een nieuw Blowcart-bedrijf beter op zijn plaats zijn in IJmuiden en een nieuw wellness-centrum in Zandvoort. Voor alle kustplaatsen geldt dat onderzoek moet worden gedaan naar de mogelijkheden voor een ruimer horecabeleid (terrassen, openingstijden, strandpaviljoens, hotelkamers), waarbij in het bijzonder moet worden gekeken naar vergroting van het aantal jaar-rond voorzieningen. Daarnaast is uitbreiding van de overnachtingsmogelijkheden gewenst, waarbij met name gekeken moet worden naar overnachtingsmogelijkheden op het strand. Naar sfeergebied uitgesplitst zijn daarnaast de volgende uitwerkingsopgaven benoemd: “Bubbling Beach” Zandvoort •

vergroting van het aantal overnachtingsmogelijkheden, gericht op luxe hotels en kampeerterreinen en huisjes op het strand en in het duin.

•

vergroten van het aantal slecht-weer-voorzieningen;

•

combinatie van voorzieningen met natuurrecreatie in de achterliggende duinen; “Sunkissed Beach” Bloemendaal aan Zee

•

uitbreiding overnachtingsmogelijkheden op het strand door bijvoorbeeld tijdelijke verhuur van strandhuisjes of kampeerplaatsen;

•

een koppeling leggen tussen recreatieve voorzieningen aan het strand met natuurrecreatie in de duinen. De aanwezigheid van rust (duinen) op een steenworp afstand van de drukte (strand) is een kwaliteit die beter benut kan worden ;

24 |

“Wind Water Beach” IJmuiden •

doorontwikkelen boulevard bij Sea Port Marina;

•

uitbreiden mogelijkheden voor zakelijk/congressen/vergaderlocaties;

•

vergroten aantal overnachtingsmogelijkheden hotel, B&B;

•

vergroten hoeveelheid slecht weer en jaar-rond voorzieningen;

•

een koppeling leggen tussen recreatieve voorzieningen aan het strand met natuurrecreatie in de duinen

Uitwerkingsopgave ruimte voor kwalitatief hoogwaardige ontwikkeling van toeristisme en recreatie Deze opgave bestaat zowel uit het vergroten van het aantal voorzieningen als het verbeteren van de aantrekkelijkheid. Wij vinden het belangrijk dat aan de huidige zonering voor intensieve en extensieve vormen van toerisme en recreatie wordt vastgehouden, wat betekent dat de ontwikkelmogelijkheden gezocht moeten worden in de voor intensieve recreatie benoemde sfeergebieden. Welke locaties precies geschikt zijn en aan welke randvoorwaarden (bv met betrekking tot natuureisen) ter plekke moet worden voldaan is de opgave voor de verdere uitwerking. De spelregels uit hoofdstuk 4 van het Ontwikkelperspectief zijn leidend voor het kwaliteitsniveau van de toeristisch-recreatieve voorzieningen, zodat deze bijdragen aan de versterking van de landschappelijke kwaliteit van de Binnenduinrand. Uitwerkingsopgave (een gedeelte van) de opbrengsten uit recreatie en toerisme gebruiken voor beheer, onderhoud en ontwikkeling van het landschap Een goed renderende toeristische en recreatieve sector heeft belang bij een aantrekkelijk landschap met een hoge kwaliteit. Om deze reden is het niet onlogisch dat er vanuit deze sector een bijdrage wordt geleverd aan de versterking en instandhouding van deze landschappelijke kwaliteiten.

Er kan bijvoorbeeld onderzocht worden welke mogelijkheden er zijn om een gedeelte van de recreatief/toeristische inkomsten te gebruiken voor beheer en ontwikkeling van het landschap. Hoofdstuk 5 van het ontwikkelperspectief geeft een aanzet voor het financieringsperspectief en de uitwerking daarvan in de volgende fase.

3.2 Duinen Het duingebied, dat als toeristisch-recreatief sfeergebied is aangeduid als “Dutch Dunes”, is een prachtig robuust natuurgebied van hoge kwaliteit (Natura 2000), tussen de zee en het bebouwde land, met een rijke flora en fauna. Het glooiende landschap is een groot contrast met het gewoonlijk zo vlakke Hollandse polderlandschap. Het duingebied van Zuid-Kennemerland wordt -grofwegbeheerd door twee instanties: het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK) en het Amsterdamse waterleidingbedrijf Waternet. De beide duingebieden worden in het algemeen als twee afzonderlijke gebieden ervaren. De duinen van het NPZK in 2006 benoemd tot Aardkundig Monument. Voor wat betreft het gebruik van de duinen is de instandhouding van de natuurwaarden en de rust in het duingebied onomstreden. Tegelijkertijd ligt er voor de beheerders een groeiende opgave om financiële dekking te organiseren voor beheer en ontwikkeling van het duingebied en is er vanuit de MRA behoefte aan meer ruimte voor recreatie. Ambities en uitgangspunten De beide grote duingebieden worden als twee afzonderlijke gebieden ervaren met ieder hun eigen kenmerken en kwaliteiten. Daarnaast is er een groot aantal duingebiedjes en aan het duingebied grenzende terreinen waar een minder stringent Natura 2000-regime geldt.

De inzet is om de duinen als gevarieerd landschap te behouden en de natuur te versterken, maar het hele duingebied wel als één gebied herkenbaar te maken en te profileren als ware het één “Nationaal Park” (wat internationaal gezien een sterk ‘merk’ is).

| 25

De ruimtelijke kwaliteit van het duingebied is met een goede balans tussen (natuur)recreatie, natuur en cultuurhistorie voor de toekomst in beginsel voldoende geborgd. Deze balans moet in stand worden gehouden, waarbij de focus voor recreatie op natuurrecreatie gericht blijft. Door middel van zonering zijn er zones van rust en natuur en zones met meer actieve jaar-rond kwaliteitsvoorzieningen: wandelen, fietsen, joggen, paardrijden met respect voor de natuur. Ingericht met kleinschalige en natuurgerichte duurzame voorzieningen. Er valt ook veel te leren over natuur en het gebied via voorlichting en educatie. De natuur- en landschappelijke waarden staan voorop, de mensen zijn te gast. De routenetwerken in de duinen moeten goed aansluiten op het recreatieve routenetwerk van de Binnenduinrand. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het aanleggen van ontbrekende schakels en het incidenteel creëren van een nieuwe entree van het duingebied. Zie hiervoor paragraaf 3.6 van deze bijlage. Ambities: •

het gehele duingebied als één duingebied herkenbaar maken (één Nationaal Park);

•

in stand houden van de huidige balans tussen (natuur)recreatie, natuur en cultuurhistorie, waarbij de focus op natuurrecreatie gericht blijft;

•

natuurkwaliteit duingebied beleefbaar maken voor bezoekers;

Uitwerkingsopgave “heel de duinen” De inzet is om de duinen te “helen”, het hele duingebied als één gebied herkenbaar te maken en te profileren als ware het één Nationaal Park. De aanleg van het recroduct over de Zandvoortselaan is een goed voorbeeld van hoe dat in de praktijk kan worden gerealiseerd, maar er ook kan worden gedacht aan eenheid in afrasteringen, bewegwijzering en vormgeving van de entrees. Ondanks de eenheid in herkenbaarheid blijven er in het (nieuwe) Nationaal Park uiteraard accentverschillen mogelijk tussen het meer toegankelijke noordelijk deel (het huidige Nationaal Park Zuid-Kennemerland) en het vooral op de wandelaar gerichte zuidelijk deel (de Amsterdamse Waterleidingduinen). Uitwerkingsopgave balans tussen recreatie, natuur en cultuurhistorie De wens is om de recreatieve gebruiksmogelijkheden van het duingebied te verhogen, maar met de focus op extensieve, op de natuur gerichte recreatie. Daarbij vormt de bestaande zonering in intensieve en extensieve recreatieve zones in het duingebied het vertrekpunt. Interessante referentie voor het intensiveren van de recreatie met respect voor de natuurwaarden zou het Nationaal Park De Hoge Kempen in België kunnen zijn. Hier zijn de naastgelegen randgebieden binnen de contour van het park gebracht en als zodanig vormgegeven.

Daarmee zijn er mogelijkheden ontstaan om binnen de nieuwe contour van het Nationaal Park de leisurefunctie uit te breiden zonder dat een te zware wissel wordt getrokken op de natuurwaarden. Voordeel hiervan is dat er enerzijds een gevarieerder recreatief aanbod ontstaat en anderzijds dekkingsmogelijkheden ontstaan om het beheer van het hele duingebied duurzaam te organiseren. Het instandhouden van de rust reikt overigens wel verder dan het duingebied zelf. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat wordt vastgehouden aan de huidige aanvliegroutes van Schiphol, zodat deze niet over de duinen komen te liggen. Uitwerkingsopgave beleefbaar maken natuurkwaliteit duingebied De beleving van natuurwaarden (maar ook cultuurhistorie en landschappelijke waarden) bij bezoekers van het duingebied kan worden vergroot door kennisoverdracht via voorlichting en educatie (onder andere via de bezoekerscentra). Dit aspect is al onderdeel van het Beheer en Ontwikkelplan van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (BOB). Het BOB kan daarmee prima als vertrekpunt dienen voor een aanpak die het gehele duingebied bestrijkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9764181/1