Bijlage 2c - Onderzoek bureau Blaauwberg - 10 mei 2022
Tekst van het document
ondernemers opgebrachte belasting voor de algemene uitgaven van de gemeente ook niet). Juist in gebieden waar de problemen het grootst zijn, is het draagvlak vaak klein. Een voorbeeld is Lage Weide, een van de grootste bedrijventerreinen van Nederland, aan de westkant van Utrecht. Dat was een terrein met grote vraagstukken, waaronder activiteiten die we tegenwoordig met ondermijning in verband zouden brengen. Er was destijds een vereniging met 60 leden, onder 800 bedrijven. Er werd een BIZ beproefd, maar bij die lage organisatiegraad bleek dat zinloos. Er kwam pas schot in de zaak toen de gemeenteraad zijn verantwoordelijkheid nam en een gemeentebreed ondernemersfonds mogelijk maakte. Dat stelde Lage Weide in staat om met parkmanagement, beveiliging en andere noodzakelijke acties te beginnen. Gezamenlijk gefinancierd parkmanagement functioneert zo bezien ook als ‘boots on the ground’ in het gevecht tegen ondermijning: er zijn contacten en informatieposities ter plaatse. De signalen zijn dat college en raad van Zandvoort het belang van collectieve organisatie onderschrijven. Daarmee is de noodzaak van ‘draagvlak’ niet weg. Het gaat er nog steeds om iets op poten te zetten waar ondernemers met een visie zich aan willen verbinden; een plan met steun van de verenigingen; een plan met een grote kans van slagen, met uitzicht op resultaten voor zowel de korte als de lange termijn.
We gaan in het volgende hoofdstuk de eerste contouren van zo’n plan verkennen.
We kunnen deze verkenning afsluiten met de het toetsen van de drie modaliteiten op de Zandvoortse wensen, zoals eerder in deze notitie besproken. Dat doen we in matrixvorm. Die vorm laat onverlet dat het uiteindelijk een subjectieve, raadspolitieke en ondernemerspolitieke afweging is.
Zandvoortse doelen Groter werkbudget
Meer ruimte voor innovatie naast structureel geld voor evenementen Financieel medeverantwoordelijk maken van eigenaren
Tarifering meer aan draagkracht relateren
Effectiviteit RB Geen plafond, geen beperking aan gemeentelijke besluitbevoegdheid +/+ Besteding geheel flexibel en vrij
Effectiviteit woz-fonds Geen plafond, geen beperking aan gemeentelijke besluitbevoegdheid +/+ Besteding geheel flexibel en vrij
+/+ Kan niet met de RB
+/+ Is automatisme door koppeling aan gemeentelijke ozbsystematiek +/+ Is automatisme door koppeling aan gemeentelijke ozbsystematiek
-/Kan alleen voor gebruikers. Woz-basis – eventueel met minimum- en maximumbedragen – is goede optie +/-
+/+
Effectiviteit BIZ Afhankelijk van uitslag draagvlakmetingen
+/Besteding gebonden aan wettelijke voorschriften en vijfjarenplan -/Kan, maar vergt afzonderlijke stemming (met onzekere uitkomst) onder eigenaren +/Is goed mogelijk, vergt wel afzonderlijke besluiten
+/+
Alle drie de varianten hebben hun eigen verdiensten. Om de voorkeur te bepalen, moeten we goed kijken naar de lokale context: •
Er is ervaring met een gebiedsgerichte aanpak, maar er is behoefte aan meer integraliteit en gemeentebrede samenhang 22
• •
De politiek heeft kennisgemaakt met collectieve financiering en er zijn signalen dat een doorontwikkeling op politieke steun kan rekenen Er is behoefte aan een horizon voor onbepaalde tijd.
Dat leidt tot de conclusie dat Zandvoort het best uit de voeten kan met een gemeentebreed fonds als ‘vaste’ drager, met mogelijk beperkte aanvullingen met andere regelingen, bijvoorbeeld vanwege het roerend goed.
23
3. Eerste contour van een Ondernemersfonds Zandvoort
In dit hoofdstuk gaan we op basis van alle ingrediënten uit de achterliggende pagina’s een eerste contour schetsen. We beperken ons tot twee aspecten: de omvang en de ‘governance’. In een later stadium moeten daar zeker ingrediënten voor een werkplan bij. We zoeken de contour binnen de termen van een gemeentebreed fonds naar ‘Leids model’, met een aanvulling via een reclamebelasting voor het roerend goed.
Omvang van het fonds Een klassieke trekkingsrechtensystematiek per gebied of per sector past niet goed bij Zandvoort,. Zandvoort is al gewend geraakt aan enkele verspreide, maar vaste geldstromen. Het vernieuwde ondernemersfonds moet daar op aansluiten. De wens is om zoveel mogelijk financieringsstromen te schrappen door ze in een gezamenlijk fonds met een eenduidige voeding onder te brengen. Op dit moment gaat het van ondernemerskant om de volgende kasstromen: Ondernemersmanagement Partnerbijdrage Zandvoort Marketing Evenementen (Zandvoort Beyond, Pride, Wereldse Smaken, ZEP, e.a) Feestverlichting Innovatieprojecten
50.000 40.000 102.000 10.000 30.000
Bij bestedingen uit een fonds is het altijd zaak om routinisering te voorkomen en tijdig uitgaven tegen het licht te houden, ook ‘vaste’ uitgaven. Elk van de genoemde bestedingen kan in de loop van de tijd wijzigen door andere behoeftes, andere meningen of door het anders te organiseren. Maar Zandvoort is op dit moment gewend aan deze bestedingen en de wens is om ze voorlopig voort te zetten. Het wordt een ‘Zandvoortbreed’ fonds. De filosofie is dat uiteindelijk iedereen die werkt en onderneemt in Zandvoort in dezelfde boot zit: een kleine gemeenschap met geografisch en cultureel enkele eilandtrekken. Een goede concurrentiepositie voor het toeristisch product is in het belang van iedereen. Maar naast die gezamenlijkheid, zijn er ook enkele belangen te dienen met een meer specifiek karakter, die net zo goed thuis horen in een fonds dat voor iedereen werkt. Te denken valt aan de volgende nieuwe bestedingen: •
‘Handgeld’ voor de tien verenigingen van de OBZ. Dat handgeld is bestemd voor kleine activiteiten die alleen de individuele vereniging raken en niet heel Zandvoort: een strikt lokaal evenement als de verwelkoming van een nieuwe collega, een leden-bbq of andere ledenactiviteit, een kleinschalig onderzoek, een juridisch advies. Het heeft geen zin om dit ‘handgeld’ in de vorm van een trekkingsrecht onder te brengen. Daar is het bedrag te beperkt voor. Maar de beschikbaarheid van een potje voor ‘kleine verenigingsactiviteiten’ is wel een bevestiging van het belang van de verenigingen
•
Een werkbudget voor het bedrijventerrein in Zandvoort-Noord. Het enige terrein van Zandvoort voor gemengde bedrijvigheid is natuurlijk mede afhankelijk van een goed 24
functioneren van Zandvoort als geheel, maar heeft vrijwel zeker ook specifieke behoeften op het punt van ‘schoon, heel, veilig’, onderhoud , energietransitie en andere zaken •
Met de not-for-profit (sport, cultuur, onderwijs, zorg) moet contact gelegd worden en in dat contact moet rekening gehouden worden met specifieke vragen
•
Tenslotte is het goed om enige beheerskosten te ramen. De lijn is dat zodra een fonds groter is dan 150.000 euro, een vorm van professionele ondersteuning nodig is. Vrijwilligers moeten besturen, de uitvoering moet niet van hen afhankelijk zijn. Dat is wel de situatie bij het IFZ en die situatie is niet eindeloos houdbaar.
Het voorstel is om voorlopig de volgende budgetten aan deze activiteiten te verbinden: • • • •
Activiteitengeld voor OBZ-leden Reservering Zandvoort-Noord Reservering ‘not for profit’ Ondersteuning uitvoering en accountancy
25.000 15.000 15.000 15.000
Op de basis van de bestaande kasstromen en een beperkte aanvulling vanwege verwachte specifieke vragen, komen we dus op een realistische financieringsbehoefte van 300.000 euro. Alle bedragen zijn exclusief btw. Dit bedrag is voor een kleine gemeenschap ambitieus: Zandvoort zou er een relatief groot fonds mee krijgen. Tegelijkertijd maakt de opsomming duidelijk dat het allemaal geen luxe is. De grote meerwaarde is straks dat alle stromen in een fonds zitten en dat dit fonds stabiel en structureel is, zodat lange termijn plannen kunnen worden gemaakt. Maar de noodzaak om zuinig te zijn en goede keuzes te maken, blijft. Nog een ‘detail’: de bijdrage aan Zandvoort Marketing vervangt de vrijwillige bijdragen (die toch al onder druk stonden), dat scheelt veel verwervingstijd. Maar het gaat wel om een basisfinanciering. Wanneer grote bedrijven of collectieven van bedrijven een afzonderlijke meerinspanning willen, is daar een afzonderlijke financiering voor nodig. Cofinanciering gemeente De gemeente meldt de volgende uitgave voor de lokale economie: Publieke bijdrage aan Ondernemersmanagement Subsidie Zandvoort Marketing Evenementen (toeristisch perspectief, inclusief side events F1) Bijdrage IFZ Projecten (uitvoering Toeristische en Economische Visies, Visitor Data, Actieplan Centrum, Onderzoek en Statistiek) Structurele subsidies (metropoolregio Amsterdam, NPZK, KIMO, Blauwe vlag)
42.000 460.000 250.000 75.000 230.000 40.000
De totaalsom bedraagt 1.1 miljoen. Dit zijn alleen de ‘dedicated’ uitgaven: geld dat op de begroting toegewezen is voor economie op grond van politieke keuzes. Het gaat dus niet om geld voor onderhoud of infrastructuur. De som maakt duidelijk dat een gemeentelijke verdubbeling van het ondernemersfonds – de ‘deal’ bij het oude IFZ – niet reëel is en ook niet nodig is. Wat wel aan de orde is, is een goede afstemming 25
of cofinanciering tussen het private stuk – het ondernemersfonds – en het publieke stuk. Het ondernemersfonds is een verhaal ’voor en door ondernemers’. De ondernemers zijn geheel vrij in het bepalen van de bestedingen uit het fonds. Maar op het moment dat gemeentelijke cofinanciering in beeld komt (zoals bij de eerste vier posten op de lijst), is een vorm van afstemming gewenst. De laatste twee posten – projecten en structurele subsidies – zijn ‘autonoom beleid’ van de gemeente. Het is natuurlijk altijd wijs om ook deze activiteiten, met behoud van de gemeentelijke autonomie, door te nemen met de OBZ.
Financiering van het fonds: onroerend goed De zakelijke woz-waarde van Zandvoort bedroeg in 20202 303 miljoen. Dat bedrag is niet helemaal stabiel maar het heeft wel de neiging om te dalen (in 2011 bedroeg het nog 385 miljoen). Dat is een reden tot zorg. Weliswaar is het zakelijk vastgoed in bijna heel Nederland qua waarde min of meer stabiel (de hausse in het vastgoed geldt alleen de woningen), maar in Zandvoort is de daling groot. Voor een deel zit dat in de techniek (de wetgever verhuist steeds meer recreatiewoningen van de categorie niet-woning naar de categorie woning), maar het is voor een ander deel een teken van afnemende economische activiteit. Voor de voeding van een ondernemersfonds van 300.000 euro, betekent die 303 miljoen een stijging van de ozb per ton woz-waarde van 98.88 euro. De initiatiefgroep heeft besloten het bedrag af te ronden naar 95 euro per 100.000 woz-waarde wat leidt tot een omvang van 288.000. Dit mede gezien de wens om ook het roerende deel bij te laten dragen (zie volgende paragraaf) en de verwachte gemeentelijke incentive van 75.000 per jaar. Het fonds in Zandvoort zou daarmee financieel het meest ambitieuze van het land worden. Runners-up zitten op 75 tot 90 euro, de meerderheid zit op 60 euro.
Van die 95 euro komt op grond van de verhouding tussen eigenaar en gebruiker in de belastingverordening van Zandvoort 64% bij de eigenaar terecht en 36% bij de gebruiker. Daarmee is ruimschoots voldaan aan de wens om ook eigenaren te betrekken bij de financiering van de activiteiten (de oude financiële grondslag van de reclamebelasting geldt alleen voor de gebruikers). Mogelijk te ruimschots. De gemeenteraad zal van uit beginselen van redelijkheid en billijkheid naar de vorstellen kijken en dan is de stap voor de eigenaren mogelijk groot. Een geopperde oplossing is om niet de hele 95 euro in de ozb te verwerken, maar slechts een deel, bijvoorbeeld 60 euro. Dat zou leiden tot een fonds van 182.000, waarvan 64% (omstreeks 116.500 door de eigenaren wordt bijgedragen). En daarnaast een reclamebelasting handhaven met een beoogde opbrengst van 110.000, zodat de gebruikers per saldo 178.000 bijdragen. Tegen deze oplossing pleit dat er twee heffingen naast elkaar blijven bestaan en dat er perceptiekosten worden gemaakt voor de reclamebelasting. Een betere oplossing is wellicht om gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid van de gemeenteraad om de differentiatie van het eigenarentarief en het gebruikerstarief te veranderen. De huidige opbrengst van de ozb voor niet-woningen bedraagt 2.8 miljoen.
Voorstel is dus om de begrote opbrengst met drie ton te verhogen teneinde structurele voeding voor het fonds te hebben. De verdeelsleutel voor de 2.8 miljoen is 64% voor de eigenaren en 36% voor de gebruikers. Stel dat de wenselijke verdeelsleutel voor de laatste drie ton zou zijn 45% eigenaren en 55% gebruikers, dan zou dat bereikt worden door voor het gehele bedrag van 3.1 miljoen de verdeelsleutel vast te stellen op 62:38. 26
Mocht de raad vanuit billijkheidsoverwegingen voelen voor een verdeelsleutel van 45:55 voor het ondernemersfonds, dan kan dat dus bereikt worden door de verdeelsleutel in de verordening aan te passen naar 62:38. Deze rekensom is voorlopig en grof. Maar de redenering is op zich deugdelijk. Het maakt meteen duidelijk dat de discussie over het ondernemersfonds zich financieel gesproken afspeelt in de marge van de totale lastendruk. Het blijft zaak om zorgvuldig om te gaan met een belastingstijging, maar een grote verandering voor het totaalbeeld van de lasten gaat het niet worden. Overigens is de aanpassing van de belastingverordening eenmalig, wanneer ook afgesproken wordt dat de voeding van het fonds meegaat met de jaarlijkse indexering van de ozb-opbrengst. Zowel de voeding als de verdeelsleutel zitten dan in ‘het systeem’, totdat besloten wordt dat het anders moet.
Financiële participatie van de roerende goederen Om de gebruikers van roerende goederen op het strand in het fonds te betrekken is een aanvullende reclamebelasting nodig. Het zal gaan om een beperkte aanvulling, de waarde van het roerend goed vormt een smaldeel van de totale zakelijke vastgoedwaarde in Zandvoort. De participatie van het strand is vooral een kwestie van moraal. De strand ondernemers profiteren van fondsactiviteiten maar kunnen niet in de ozb-heffing worden betrokken. Eerste de vraag, om wie gaat het? We kunnen grofweg een onderscheid maken in vier groepen: •
•
•
•
De strandpachters c.q. paviljoenhouders. Het gaat om in totaal 36 paviljoens waarvan 26 met seizoenexploitatie, 5 ‘jaarrond’ en 5 gelegen op het naaktstrand. De strandpachters betalen een huur aan de gemeente die is gekoppeld aan de kavelruimte in m2. En er wordt een onderscheid gemaakt naar de drie ‘bloedgroepen’ (seizoen, jaarrond, naaktstrand). De huurcontracten lopen tot en met 2025. Een aantal strandpachters verhuurt daarbij bungalows aan bezoekers. Het gaat in totaal om 28 bungalows op de kavels van vier strandpachters. De standplaatshouders, verkoopwagens met een vaste standplaats. Er zijn 12 standplaatshouders, allen hebben een huurovereenkomst met de gemeente gesloten tot en met 2028. De standplaatshouders betalen een vast bedrag aan huur per jaar. De strandventers, mobiele verkooppunten actief op (een deel van) het strand. Het gaat in totaal om 12 venters die een gemeentelijke vergunning hebben. Zij betalen een in een overeenkomst vastgelegde huur die mede afhankelijk is van de omvang van het verkoopgebied. De eigenaren/gebruikers van strandhuisjes vormen nog een bijzondere categorie. Aangezien zij geen reclame voeren betalen zij geen reclamebelasting, en ook de ozb is ook niet van toepassing.
Alle eigenaren zijn aangesloten bij één van de vier Zandvoortse kampeerverenigingen, waar ze een jaarlijkse huur aan betalen die ook wel geldt als ‘huur’ voor de staanplaats (+ toeristenbelasting).
De laatste categorie valt buiten iedere heffingsgrondslag (reclamebelasting, ozb) en participeert daarmee per definitie niet in een toekomstig Zandvoorts fonds. Dan de vraag, wat is er mogelijk?
27
Het instrument reclamebelasting is flexibel in haar toepassing. Rechters toetsen op redelijkheid en argumentatie. Weliswaar kunnen eigenaren niet in de verordening worden betrokken. Maar zolang er geen sprake is van willekeur is er verder heel veel mogelijk. Dat betekent dat de gemeente vrij is in het bepalen van het tariefgebied, de hoogte van het tarief en de aanwending van de opbrengsten. Ook zijn er verschillende tariefgrondslagen mogelijk. De enige beperking die de wetgever oplegt is dat een gemeentelijke belasting niet afhankelijk mag worden gesteld van inkomen, winst of vermogen. De woz-waarde van een pand wordt wel geoorloofd als tariefgrondslag. De huurwaarde die strandexploitanten betalen aan de gemeente is in theorie ook een legitieme tariefgrondslag. Er is een kleine disclaimer, deze mogelijkheid is juridisch nog niet beproefd. Het variëren in tarief per soort object zou in theorie ook mogelijk zijn. Dus een verschillend tarief voor jaarrond-, seizoens-, en naakstrandpaviljoens. De kans dat de rechter hier een streep door zet is echter groter, we komen daarmee in de buurt bij het maken van een onderscheid in inkomen en winst. Eén van de weinige no-go’s van de reclamebelasting. Vervolgens de vraag, wat is de omvang van de investering? We gaan voor het maken van de rekensom uit van twee opties. 1.
een eenheidstarief, net als in de huidige situatie gaan we uit van een minimale omvang van de reclame-uiting om de strandventers te ontzien 2. een tarief gerelateerd aan de huurwaarde Gezien de grote investering vanuit het ozb-areaal ligt een hoger RB-tarief voor de hand. Daar zit echter een grens aan, meer dan een verdubbeling van het huidige tarief grenst aan de normen van redelijkheid. Het huidige tarief is € 207,50, dus we komen op een maximum van € 415. Als gekozen wordt voor een eenheidstarief zijn de volgende rekensommen te maken, uitgaande van 40 belastingplichtigen. Huidige tarief: € 207,50
Opbrengst
€ 8.300
Tarief van € 350
Opbrengst
€ 14.000
Tarief van € 400
Opbrengst
€ 16.000
Tarief van € 415
Opbrengst
€ 16.600
Voor de hantering van een tarief gerelateerd aan de huurwaarde geven we ook een aantal mogelijkheden. Een hoger tarief leidt tot een verdubbeling van de kosten voor ten minste twee strandpaviljoens. Omdat de bedragen naar rato zijn is er geen reden om de omvang van de reclameuiting nog als voorwaarde op te nemen in de verordening. Ook strandventers betalen mee, al zal het gaan om symbolische bedragen van een paar tientjes. € 10 per 740 euro huurwaarde Opbrengst
€ 8.300
€ 10 per 650 euro huurwaarde Opbrengst
€ 9.400
€ 10 per 600 euro huurwaarde Opbrengst
€ 10.200
€ 10 per 520 euro huurwaarde Opbrengst
€ 11.800 28
Een suggestie vanuit het oogpunt van eenvoud en de wens tot een redelijke totaalomvang is om te kiezen voor een eenheidstarief. Een bedrag van € 400 per reclamevoerend object is billijk. Daarmee is aan alle kanten duidelijk dat de strand ondernemers volledig meedoen en mee-investeren naar gelang het profijt dat ze hebben bij het fonds.
De ‘governance’ van Ondernemersfonds Zandvoort Bij de inrichting van de governance van een ondernemersfonds zijn drie leidraden: •
•
•
Probeer aan te sluiten bij wat er al is en voorkom dat je iets compleet nieuws begint. Deftig gezegd: het fonds moet de reeds bestaande energie versterken en van daaruit verder bouwen Voorkom een monopolie op woordvoering en besluitvorming. Iedereen in dit land die verantwoordelijkheid draagt, moet tegen iemand aanpraten, teneinde scherp en transparant te blijven. Dat geldt overigens ook voor zoiets praktisch als het betalen van de facturen. In ondernemersfondsen is het ‘vier ogen principe’ redelijk gemeengoed Schep enige afstand tussen politiek en debat aan de ene kant en bankieren en kasbeheer aan de andere kant. Ondernemers moeten vrijelijk met elkaar discussiëren en ook in debat treden met anderen, zoals de gemeente, zonder dat daarmee direct het bestaansrecht van het fonds bedreigd wordt.
Er zit natuurlijk enige spanning tussen deze leidraden. Je wilt gebruik maken van lokale energie, maar het moet geen oudejongenskrentebrood worden. Je wilt een wat afstandelijke toets op de uitgaven, maar dan wel vanuit een ondernemershart. Een belangrijk leereffect van andere fondsen is dat je je zelf periodiek moet evalueren en daarbij ook moet kijken naar de governance. Dat gezegd hebbende, is de situatie in Zandvoort vrij eenvoudig. Er zijn twee goed functionerende organisaties die het vertrouwen hebben van de gemeente en van een brede kring van ondernemers: OBZ en IFZ. OBZ zit meer in de hitte, het IFZ staat op enige afstand. Beiden zijn bereid een verantwoordelijkheid te nemen voor de vernieuwde situatie en zijn ook bereid daar rest-Zandvoort (bedrijventerrein, not for profit) bij te betrekken. Er zou een taakverdeling kunnen worden vastgelegd in een huishoudelijk reglement. We noemen het een reglement, omdat dat eenvoudig kan worden aangepast aan gewijzigde omstandigheden. De taakverdeling zou op grond van de reeds bestaande kwaliteiten alsnog uit kunnen zien. Taken OBZ • Aansturing ‘daily business’; ondernemersmanagement, marketing, verenigingsactiviteiten • Aansturing Zandvoort-Noord • Public affairs, inclusief beleidsoverleg met gemeente
Taken IFZ • Toetsing aanvragen voor evenementen, innovatie en ‘not for profit’ • Kasbeheer, contractpartner voor de Gemeente Zandvoort, accountability, facturering • Sparring partner met toezichtfunctie voor OBZ
In deze governance kan worden volstaan met een statuten ‘update’ voor het IFZ en een huishoudelijk reglement.
29
Bijzondere stakeholders en rekenvoorbeelden Dit voorstel zal in het komende half jaar op veel verschillende tafels in Zandvoort worden besproken. Iedere ondernemer met een belang in Zandvoort moet in principe mee kunnen discussiëren over de wenselijkheid van een fonds. Er zijn echter een paar partijen die specifieke aandacht vergen. Enerzijds zijn dat de non-profit organisaties, die niet als vanzelf zich zullen melden in de discussie en soms vanuit andere perspectieven het gesprek zullen voeren. En anderzijds de grotere betalers aan het fonds. Iedere ondernemer betaalt naar rato wat een fair principe is, maar om te voorkomen dat ze ondersneeuwen in een ‘one man, one vote’ principe is het billijk om bijzondere aandacht te besteden aan de belangen van de grote betalers. Tot slot nog een aantal rekenvoorbeelden om de hoogte van de individuele bijdrage voor het onroerend goed te bepalen. Rekenvoorbeelden en referenties We geven in de onderste matrix drie rekenvoorbeelden om een beeld te krijgen van de investering per bedrijf. Daarbij hanteren we het voorstel van € 95 per 100.000 woz-waarde. Op de 95 euro per ton wozwaarde hanteren we als aangegeven de verdeelsleutel van 55% gebruiker en 45% eigenaar. De bedragen zijn afgerond op hele euro’s, het gaat om de investering per jaar.
Winkelpand van 250.000 Restaurant van 400.000 Kleine bedrijvenloods van 150.000
Gebruiker (=55%) € 131
Eigenaar (=45%) € 107
Eigenaar + gebruiker € 238
€ 209
€ 171
€ 380
€ 78
€ 65
€ 143
Ter referentie de investeringsbedragen in verschillende andere fondsgemeenten. De toeristische gebieden kiezen vaak voor een investering vanaf 60 euro per ton woz-waarde. Het loont om stevig te investeren in marketing, promotie en events. Maar ook in diverse industriële gebieden wordt de lat hoog gelegd: Hardinxveld-Giessendam, Zwijndrecht. De fondsen met een kleinere omvang zijn vaak vroege starters zoals Meppel (2011). In Alblasserdam is de omvang van het fonds bepaald aan de hand van de behoefte aan beveiliging en parkmanagement op de bedrijventerreinen. Terschelling € 80 Zwijndrecht € 60 Enkhuizen € 75 Utrecht € 50,Hardinxveld-Giessendam € 75,Heerlen € 50 Wijk bij Duurstede € 72,50 Houten € 50 Westerveld € 70,Meppel € 35 Súdwest-Fryslân € 60,Alblasserdam € 30 Overigens maken we de vergelijking tussen gemeenten in bedragen per ton woz-waarde en niet in percentages. In een gemeente met een hoge ozb leidt een meeropbrengst van bijvoorbeeld 60 euro per ton woz-waarde immers tot een veel lagere procentuele stijging dan in een gemeente met een lage ozb.
Gemiddelde bijdragen in Zandvoort We gaven in het vorige kader al drie rekenvoorbeelden voor de individuele investering per vastgoedobject. We vullen dat beeld hier aan met informatie uit het ozb-bestand van Zandvoort.
30
Het gemeentelijk ozb-bestand gaat uit van 870 ‘niet-woningen’ in Zandvoort. Deels gaat het om kleine vastgoedobjecten met een waarde onder de 100.000 (trafo’s, opslagruimtes, onbebouwd oppervlak). Hieronder de waardeverdeling van het volledige ozb-bestand.
Objecten waarde < 100.000 Objecten waarde 100.000 – 300.000 Objecten waarde 300.000 – 500.000 Objecten waarde 500.000 – 1.000.000 Objecten waarde 1.000.000 – 3.000.000 Objecten waarde > 3.000.000
Aantal 366 353 76 33 28 14
Procentuele bijdrage aan fonds 5% 20% 9% 8% 14% 44%
De objecten met een grote waarde zijn meestal wel herleidbaar: Centre Parcs, het circuit, een paar grote hotels. Maar het gaat bijvoorbeeld ook om het grote waterleidingstation aan de Zandvoortselaan, de centrale parkeergarage, de golfclub en een groot verpleegtehuis. Voor een aantal veel voorkomende objecten geven we tot slot nog de gemiddelde woz-waarde aan in Zandvoort (peiljaar 2021) en de daarbij behorende fondsbijdragen.
Winkels / daghoreca Hotel/pensions Kantoor Opslag/productie/werkplaats Sport clubhuis
Gemiddelde woz-waarde
Gemiddelde bijdrage gebruiker
Gemiddelde bijdrage eigenaar
€ 277.000 € 1.025.000 € 150.000 € 164.000 € 169.000
€ 145 € 536 € 78 € 86 € 88
€ 118 € 438 € 64 € 70 € 72
Gemiddelde bijdrage eigenaar + gebruiker € 263 € 974 € 143 € 156 € 161
Het gaat om overzichtelijke bedragen, de meeste huurders betalen in deze situatie minder aan het fonds dan ze gewend zijn via de huidige reclamebelasting (200 euro in het centrumgebied). Voor de grotere hotels is de bijdrage hoger, maar daar hoort bij dat de partnerbijdrage aan Zandvoort Marketing komt te vervallen (voor ‘goud’ pakket al 500 euro per jaar).
31