Bijlage 2b. Archeologische beleidskaart Zandvoort
Tekst van het document
Tot op heden werd bij elk nieuw op te stellen bestemmingsplan door een archeologisch adviesbureau een bureauonderzoek uitgevoerd om de waarden/verwachtingen te inventariseren. Op basis van dat onderzoek werd vervolgens een gepaste bestemmingsplanregeling opgesteld. Bij het opstellen van het bureauonderzoek diende gebruik gemaakt te worden van de bestaande archeologische beleidskaart. Op die kaart is onderscheid gemaakt in drie categorieën. Voor de historische kern van Zandvoort en de Atlantikwall geldt een 189
Gemeente Zandvoort 2012.
Project V-19.0130B
96
relatief streng beleid waarbij archeologisch onderzoek vereist is bij bodemingrepen 2 die dieper reiken dan 40 cm-mv en groter zijn dan 50 m . Het overgrote deel van de gemeente valt binnen een gebied waar pas onderzoek vereist is wanneer de 2 bodemingrepen dieper reiken dan 40 cm-mv en groter zijn dan 500 m . Tot slot is aan de Noordzee een beleid gekoppeld waarbij archeologisch onderzoek verplicht is 2 bij bodemingrepen die dieper reiken dan 40 cm-mv en die groter zijn dan 2500 m . 7.2.2 Voormalig instrumentarium Bij het opstellen van bestemmingsplannen en bij de toetsing van voorgenomen bodemverstoringen is tot 2010 gebruik gemaakt van de Archeologische MonumentenKaart (AMK, bekende archeologische waarden) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW, de zogenaamde archeologische verwachtingszones). Sinds 2012 dient de beleidskaart uit 2012 te worden gebruikt. De laatste kaart heeft vanwege de kleine schaal (1:50.000) een beperkte gebruikswaarde. Daarom heeft de gemeente Zandvoort BAAC in 2019 opdracht gegeven om een gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidskaart op te stellen. 7.2.3 Bevoegd gezag, nieuw instrumentarium Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor het archeologisch erfgoed binnen hun grenzen. Om deze bevoegdheid te realiseren is een goed onderbouwde archeologische beleidskaart voor de gemeente Zandvoort ontwikkeld.
In deze archeologische beleidskaart zijn de bekende en te verwachten archeologische waarden binnen de gemeente gecombineerd. De gemeente beschikte al over een beleidskaart, maar deze miste de noodzakelijke onderbouwing. Middels het opstellen van gedetailleerde informatiekaarten, een archeolandschappelijke eenhedenkaart en een gedetailleerde verwachtingskaart is die onderbouwing nu wel aanwezig. Belangrijke meerwaarde van de archeologische beleidskaart (inclusief rapportage) is dat de onderbouwing van dermate kwaliteit is, dat de kaart voldoet aan de eisen zoals in de nog te implementeren Omgevingswet worden gesteld. Tijdens de behandeling van de Omgevingswet in de Tweede Kamer in 2015 heeft CDA-kamerlid Ronnes een amendement ingediend dat betrekking had op de archeologische monumentenzorg. In de politiek heerste de gedachte dat veel bestaande archeologische beleidskaarten niet goed genoeg onderbouwd zouden zijn. Men kwam tot de conclusie dat initiatiefnemers nodeloos verplicht zouden worden tot het laten uitvoeren van archeologisch onderzoek. Dit heeft voornamelijk betrekking op gebieden waaraan een archeologische verwachting is toegekend, niet op gebieden met een al bekende archeologische waarde. Verreweg het grootste deel van het grondgebied van gemeenten bestaat echter uit gebieden met een archeologische verwachting (zo ook binnen de gemeente Zandvoort).
Als gevolg van het amendement van Ronnes dienen vanaf de implementatie van de Omgevingswet in de omgevingsplannen zowel de archeologische waarden als de aantoonbaar te verwachten waarden te worden weergegeven. Daarmee wordt bedoeld dat de verwachting moet zijn gebaseerd op expliciete en specifiek lokale archeologische en bodemkundige informatie. Bij het vervaardigen van de nieuwe beleidskaart is van dermate specifieke bronnen gebruik gemaakt, dat gesproken mag worden van een aantoonbare verwachting. Zo is de database betreffende de bekende vondsten in Archis geverifieerd (onder andere op de juiste coördinaten) en gecontroleerd met de database zoals aanwezig bij de gemeente Haarlem. Hieruit is gebleken dat enkele waarnemingen zoals weergegeven in Archis onvolledig zijn. De database waarvan bij het vervaardigen van de beleidskaart voor Zandvoort gebruik is gemaakt, is na het verwerken van correcties en het toevoegen van nog niet vermelde vondstlocaties echter zeer betrouwbaar (zie paragraaf 5.2). Deze database is gebruikt voor het vervaardigen van statistische modellen, waarop de toegekende verwachting (deels) is gebaseerd. Er zou beargumenteerd kunnen worden dat de basis voor de archeolandschappelijke eenhedenkaart, namelijk de Vereenvoudigde geologische kaart van Haarlem en
97
Archeologische beleidskaart Gemeente Zandvoort
Omgeving 1:50.000 190 te grootschalig is om een gedetailleerde archeolandschappelijke eenhedenkaart te kunnen maken. Voor de gemeente Zandvoort is echter geen gedetailleerder kaartmateriaal voorhanden dan op een kaartschaal 1: 50.000. Om dat probleem te ondervangen is de archeolandschappelijke eenhedenkaart verfijnd met behulp van (geologische) boordata uit het DINO-loket,191 met landschappelijke reconstructies uit bestaande archeologische rapporten en met het Actueel Hoogtebestand Nederland (zie hoofdstuk 6). De archeolandschappelijke eenhedenkaart is derhalve op perceelsniveau gedetailleerd, op basis van de beschikbare bronnen en het beschikbare budget. Al met al mag worden geconcludeerd dat de onderhavige beleidskaart voldoet aan de eis dat de onderliggende archeologische verwachting een beredeneerde en daarmee een onderbouwde ‘aantoonbare’ verwachting betreft.192 7.2.4 Verplichtingen en keuzemogelijkheden Naast wettelijke verplichtingen is er ook beleidsruimte voor de gemeente. Onder de gemeentelijke verplichtingen vallen onder andere: het college (burgemeester en wethouders) draagt zorg voor de archeologisch monumenten binnen de gemeentegrenzen. de raad houdt rekening met archeologie bij het vaststellen van bestemmingsplannen (omgevingsplannen) en weegt het archeologisch/cultuurhistorisch belang af tegenover andere belangen.
het college neemt op basis van een advies van de archeoloog/beleidsadviseur archeologie een (selectie)besluit; het college zorgt voor voldoende deskundigheid; het college actualiseert regelmatig vastgesteld beleid; De gemeente heeft echter ook keuzemogelijkheden: de raad kan door middel van een beleidskaart beargumenteerd afwijken 2 van de onderzoeksvrijstelling van 100 m , die in de Erfgoedwet wordt genoemd; de raad kan extra beschermingsmaatregelen nemen; de raad kan een actieve houding aannemen ten aanzien van de ontsluiting van het erfgoed (zowel ten aanzien van publieksbereik als het ontsluiten van data); In de navolgende paragrafen zal nader worden ingegaan op enkele van bovenstaande punten.
Ruimtelijke ordening Aan de hand van de beleidskaart kan nauwkeurig worden aangegeven welke aanwezige en te verwachten waarden voorkomen in het gebied van een op te stellen bestemmingsplan. Dit is als verplichting opgenomen in de Omgevingswet die in 2021 zal worden geïmplementeerd. De archeologische waarden worden afgewogen tegen andere belangen. In de regels van het bestemmingsplan (vanaf 2021: omgevingsplan) zal het gemeentelijke archeologiebeleid vertaald worden. Er worden in de regels archeologiebeschermende maatregelen voorgeschreven bij het verlenen van omgevingsvergunningen (bouwen, aanleggen, slopen, andere werken).
190
RGD 1995. www.dinoloket.nl. 192 Strikt genomen en semantisch gezien is bij een aantoonbare verwachting eigenlijk al sprake van een archeologische waarde, want ‘aangetoond’. Het begrip wordt hier dus gezien als synoniem voor een beredeneerde, onderbouwde verwachting. 191
Project V-19.0130B
98
Onderzoeksvrijstellingenbeleid De gemeente heeft van de wetgever ruimte gekregen om beargumenteerd af te 2 wijken van de wettelijke onderzoeksvrijstelling van 100 m . De onderzoeksvrijstelling is in het leven geroepen om relatief kleine bodemverstoringen vrij te stellen van onderzoek. Relatief moet gezien worden in het licht van de waardestelling van de aanwezige waarden, dan wel de inschatting van de te verwachten waarden. Met het vrijstellingenbeleid kan bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak voor effectief archeologisch onderzoek worden verkregen. Op de beleidskaart wordt onderscheid gemaakt in de categorieën aanwezige en te verwachten archeologische waarden. In paragraaf 7.4 zal per categorie de onderzoeksvrijstelling beargumenteerd aangegeven worden. Bij het formuleren daarvan is ook gekeken naar wat gangbaar is in Nederland en hoe andere gemeenten hiermee omgaan.
Rol Bevoegd gezag Om de regierol over het archeologisch erfgoed van de gemeente goed te kunnen vervullen, is afgesproken dat de gemeente Zandvoort in de nabije toekomst gebruik zal gaan maken van de expertise van het Team Archeologie van de gemeente Haarlem. Het gaat daarbij om goedkeuring van wettelijk verplichte programma’s van eisen (PvE’s) voor sleuvenonderzoek, begeleidingen en opgraving, inhoudelijk overleg met aanvragers en bureaus, het beoordelen van conceptrapportages, de goedkeuring van definitieve rapportages van onderzoek en advisering aan het college via ambtenaren van de gemeente. Een rapportage van een inventariserend (veld)onderzoek wordt afgesloten met een aanbeveling of selectieadvies, zoals het vrijgeven van het terrein, het adviseren van nader onderzoek of het pleiten voor behoud in situ. Hierop dient het bevoegd gezag (het college van B&W) een besluit te nemen door wel of geen voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen ten aanzien van archeologie. Gezien het ontbreken van de nodige expertise op dit gebied bij de gemeente Zandvoort, zullen de betreffende ambtenaren van het Team Archeologie Haarlem hierin in de nabije toekomst een adviserende rol gaan spelen.
Aanvullend op bovenstaande en op het beleid zoals weergegeven op de beleidskaart is het vereist dat het onderzoek betreffende het gemeentelijk erfgoed wordt uitgevoerd op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, 193 meest actuele versie). Omdat de KNA alleen bindend is voor de archeologische beroepsgroep, dient de gemeente expliciet de KNA in haar beleid op te nemen om ook opdrachtgevers aan de KNA te verbinden, zodat zij deze ook op het naleven hiervan kan aanspreken. Hierdoor wordt een minimum kwaliteit van het archeologisch onderzoek in de gemeente gewaarborgd. Overigens kan de gemeente middels eigen (aanvullende) richtlijnen ook extra eisen stellen aan archeologisch onderzoek.
Deskundigheid Momenteel wordt het beleidsterrein bemand door een algemeen beleidsmedewerker met op afroep externe ondersteuning door een lid van het Team Archeolgie van de gemeente Haarlem. Echter, archeologie is een kennisvak. Lokale kennis van bodem, landschap en de bewoningsgeschiedenis is onontbeerlijk voor een juiste interpretatie van grondsporen en vondsten. Veel kennis wordt nu in de archeologische beleidskaart verwerkt, maar er komt jaarlijks ook kennis bij door
193
Dit is een landelijk geldende minimumnorm, die beschrijft hoe archeologische onderzoeksprocessen er uit moeten zien en de rollen van de verschillende spelers in het veld (archeologische bedrijven, opdrachtgevers van onderzoek, bevoegd gezag en depothoudende partijen). De KNA wordt regelmatig geactualiseerd en is raadpleegbaar op www.SIKB.nl.
99
Archeologische beleidskaart Gemeente Zandvoort
onderzoek en er zullen nieuwe inzichten ontstaan. De kaart en het overige archeologiebeleid zal, om verschillende redenen, regelmatig moeten worden geactualiseerd. Bovendien is het van belang dat de cultuurhistorie, en dat geldt zeker voor de archeologie, van meet af aan in beeld is bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Gezien de rijkdom van het archeologisch bodemarchief, het actueel houden van het vast te stellen gemeentelijk archeologiebeleid en de inbreng bij nieuwe ontwikkelingen, is een meer reguliere regeling in de vorm van een gemeentelijke beleidsarcheoloog in huis gewenst. Om die reden is de gemeente voornemens om een samenwerking aan te gaan met het Team Archeologie van de gemeente Haarlem.
Extra beschermingsmaatregelen Bij verordening kan de raad regels vaststellen die extra bescherming geven aan het archeologische erfgoed. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen om bij bouwplannen archeologievriendelijk te bouwen, bijvoorbeeld door anders te funderen, ontgravingen zoveel mogelijk te vermijden en door controle van grondwaterstanden in natte gebieden. Maar ook het opnemen in een Algemene Plaatselijke Verordening van een verbod om een metaaldetector te gebruiken op archeologierijke terreinen is een voorbeeld van een dergelijke extra beschermingsmaatregel.
Inzet amateur-archeologen en -historici Daar waar het professionele onderzoek ophoudt (bijvoorbeeld in gebieden die zijn gedeselecteerd voor vervolgonderzoek), kan op advies van de archeologisch adviseur een amateur-archeoloog worden ingezet. Hiertoe kan een protocol worden opgesteld. In dit protocol wordt beschreven voor welke situaties dit kan gelden, hoe het proces in werking treedt en onder welke voorwaarden de amateur zijn werk dient te verrichten. Daar waar de gemeente opdrachtgever is van een archeologisch onderzoek, kan zij het uitvoerend bureau opdragen amateur-archeologen bij het onderzoek te betrekken. Zij werken dan onder verantwoordelijkheid van het uitvoerende bureau. Door hun gebiedskennis kunnen amateur-archeologen een belangrijke bijdrage leveren aan onderzoek en bij het uitdragen van archeologische kennis naar het publiek.
Publieksontsluiting Onder publieksontsluiting wordt het geheel van maatregelen, die dienen om de bevolking en geïnteresseerden kennis te laten maken met het archeologisch erfgoed en de onderzoeken, verstaan. Hiermee kan draagvlak worden verkregen voor het archeologiebeleid en het archeologisch erfgoed van de gemeente Zandvoort. Bij toekomstige mogelijkheden voor publieksontsluiting kan worden gedacht aan de volgende punten: Archeologische onderzoeken via digitale kaart ontsluiten Op de archeologische informatiekaart staan de onderzoeksgebieden als vlakje aangegeven. Met een link zou het onderzoeksrapport daaraan opgehangen worden; Gemeentelijk beleid uitdragen Het gemeentelijke erfgoedbeleid via de gemeentelijke website voor het publiek ontsluiten; Het verbeelden van erfgoed Bij de inrichting van nieuwe gebieden kan eventueel aangetroffen archeologisch erfgoed bovengronds verbeeld worden of worden aangegrepen om de inrichting van de locatie aan te passen of vorm te geven. Ook kunnen de verhalen van archeologische vindplaatsen middels folders, boeken, lezingen en open dagen verteld worden;
Project V-19.0130B
100