Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met
betrekking
tot het
beleid
en
de
regelgeving
voor
het vervoer
van
gevaarlijke
stoffen
door
buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Structuurvisie buisleidingen van
belang.
Deze
structuurvisie
bevat
een
lange
termijnvisie
op
het
buisleidingentransport
van
gevaarlijke stoffen.
Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor
Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan.
Zo moet
een basisveiligheidsniveau
rond
transportassen
(plaatsgebonden
risico) en een
transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spooren vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico's voor omwonenden
mogen
zijn. Die begrenzing was er tot nu toe niet. Bovendien
zorgt het
basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden. Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat gehee! of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met de personen die a) in dat gebied reeds aanwezig zijn, b) in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan
redelijkerwijs te
verwachten zijn en c) de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het
gebied waarop dat plan betrekking heeft. 48.2
Beoordeling
Een woning betreft een kwetsbaar object, zodat de herbouw getoetst dient te worden aan de wetgeving omtrent
externe veiligheid.
inrichtingen
Voor de beoordeling
of in de omgeving
en/of transportroutes gevaarlijke stoffen
aanwezig
Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van deze kaart.
van
het plangebied
risicovolle
zijn, is de risicokaart geraadpleegd.
Boemenaáaían zeë ë
‚‚Î
oo
n
,
j
2
S Ù
o
e
de
e d
4
z e
Legenda: P Bron:
a
\>
v
i -
ä
i …Ï.…_ _°°M;‚ > W á- SE
z
B Buisteidingen (RRGS)
Interprovinciaal Overleg (IPO), 2019
*
Uitleg bij kaart
(TL Kaart verwijderen Kaartiaag downloaden
Nrordnt
Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied (bron: www.rísícokaart.nl
Transport gevaarlijke stoffen Er ligt in de directe omgeving van het plangebied (binnen 200 meter) geen hoofdvaarweg, spoorbaan
of rijksweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ook bevindt zich in of nabij het plangebied geen buistransportleiding met een PR 10 contour. Inrichtingen In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen EV-relevante inrichtingen gevestigd, zodat e geen sprake
is van
een
belemmering.
Anderzijds
is de voorgenomen
planontwikkeling
geen
risicovolle
inrichting in het kader van de BEVI, waardoor de ontwikkeling geen gevaar vormt voor de omgeving. 483
Conclusie
Er bestaat vanuit het thema externe veiligheid geen perceel naast de Secretaris Bosmanstraat 24 49
belemmering
voor onderhavig
initiatief op het
in Zandvoort.
Kabels en leidingen
Uit de toelichting en verbeelding van bestemmingsplan ‘Boulevard Noord 2009' is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Bij eventuele graafwerkzaamheden zal een klic-melding uitgevoerd worden. 4.10
Water
4101
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende
principes
in de
ruimtelijke
ordening
en
kan
daarmee
beperkingen
opleggen
aan
het
ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor
de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvo rt Ruimtelijke onderbouwing
3
4 =‚’
Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van
informatie
en
bodemgegevens
randvoorwaarden
worden
vanuit
de verschillende
waterbeheerder,
wateraspecten
het
waterbeleid
uitgewerkt
in een
en
relevante
waterparagraaf.
De
waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder. 410.2
Beleidskader
Op verschillende bestuursniveaus
zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen
aangaande
de
waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van
de aquatische
ecosystemen
(verplichting
per stroomgebied).
Deze
richtlijn stelt als norm
dat
oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand
(GET).
Voor
kunstmatige
wateren,
zoals
de
meeste
stadswateren,
geldt
dat
de
oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Rijk De Waterwet, die in werking is getreden in 2009, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet moeten de provincies één of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke
zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is opgesteld vanuit het perspectief om een nationale ‘Omgevingsvisie te ontwikkelen richting 2018 conform de Omgevingswet in wording. Het NWP2
geeft
de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en
toekomstgericht
inrichten
van
overstromingen,
het voorkomen
waterkwaliteit
een
en
gezond
ons van
watersysteem, wateroverlast
ecosysteem
als
gericht
en
basis
op
droogte voor
een en
welzijn
het en
goede
bescherming
bereiken welvaart.
van Het
een beleid
tegen goede en
de
maatregelen in het nieuwe Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland.
Waterbeheerplan Hoogheemraadschap Rijnland: water wijst de weg De Waterwet en straks de Omgevingswet vereisen dat waterschappen elke 6 jaar de aanpak van hun watertaken
vastleggen
in een
waterbeheerprogramma.
waterschap te koppelen aan 5 maatschappelijke opgaves: >
bijdragen aan klimaatbestendige woningbouw;
vV
tegengaan van bodemdaling;
v
Nederland
versterking van de biodiversiteit; energieneutraal werken; circulair in 2050.
In dit programma
zijn
kerntaken
van
het
Het grondgebied van het waterschap is verdeeld in vier landschapstypen, de beoogde locatie valt binnen
het duingebied en de bollenstreek. Hieronder duingebied en de bollenstreek omschreven: >
zijn de
belangrijkste
waterontwikkelingen
in het
Kwelwater van hoge kwaliteit uit de duinen stroomt af en raakt vervuild als het in contact komt met het oppervlaktewatersysteem.
v
De
hoge
ecologische
kwaliteit
gewasbeschermingsmiddelen
van
het
duingebied
uit de bollenteelt
waarvan
staat
de
onder
restanten
druk,
ook
door
in het grondwater
terechtkomen.
>
De vraag naar ruimte voor drinkwaterwinning wordt groter.
410.3
Beoordeling
Op 25 november 2022 is voor de ontwikkeling de digitale watertoets uitgevoerd (bijlage 3). Conclusie van deze toets is dat de normale procedure van toepassing is aangezien er waterschapsbelangen zijn. Het plan wordt in het kader van wettelijk vooroverleg voorgelegd aan Hoogheemraadschap Rijnland. 410.4
Conclusie
Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen
worden
er geen
bezwaren
verwacht tegen onderhavig
initiatief.
411
Duurzaamheid
411:1
Duurzame leefomgeving
Een duurzame
leefomgeving
is belangrijk voor het goed functioneren van de natuur en mens. Voor
uimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding
en/of verbetering van de
kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan
klimaatveranderingen. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invuling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in klimaatbestendigheid en energietransitie. 411.2
Klimaatbestendigheid
Klimaatverandering
is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers
worden heter, langer en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden.
De
winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van
droogte
en
een
verandering
van
de
biodiversiteit.
Door
met
het stedenbouwkundig
plan
en
bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. 411.3
Energietransitie
Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied
en buitengebied
moeten
(steden)bouwkundig
worden toekomstbestendig ontwikkeld.
worden
aangepast
en nieuwe
ontwikkelingen
4.11.4
Duurzaamheid bij de ontwikkeling
De vrijstaande woning wordt uitgevoerd in een duurzame houtskeletbouwconstructie voor de vloeren, wanden en daken. Ook komt er een aardgasvrije warmtepompinstallatie waarbij ruimten worden verwarmd met vloerverwarming. Daarnaast worden er zonnepanelen op het dak geprojecteerd welke zullen voorzien in een deel van de energiebehoefte. 412
M.e.r.-beoordeling
4121
Wettelijk kader
In de Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat op basis van selectiecriteria vastgesteld dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben of niet. Onderdeel D van de bijlage bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Voor elke activiteit die genoemd wordt in kolom 1 van onderdeel D van het besluit m.e.r. moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Voor activiteiten die onder de drempelwaarde
zoals genoemd
in kolom 2 van onderdeel
D vallen, volstaat een vormvrije
m.e.r.-beoordeling. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling, maar heeft geen
vormvereisten.
Voorliggend
initiatief kan gezien worden
als 'stedelijk ontwikkelingsproject
(D
11.2). De gewenste ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling besteed
aan
volstaat. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling
drie criteria die zijn opgenomen
milieubeoordeling
van
bepaalde
openbare
in Bijlage
en particuliere
I van
de
projecten'.
dient aandacht te worden
Europese
richtlijn 'betreffende
Dit zijn achtereenvolgens
de
kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. 412.2
Vormvrij m.e.r-beoordeling
Kenmerken:
In de gewenste situatie wordt op een perceel waar zich nu parkeerplaatsen en een tuin bevinden een vrijstaande villa gerealiseerd. Locatie:
Het plangebied is gelegen op het perceel naast de Secretaris Bosmanstraat 24 in Zandvoort.
Het is
gelegen in een woongebied. Het plangebied ligt nabij het natura 2000 gebied 'Kennemerland-Zuid’. Effecten:
Met
het initiatief treden
geen
overtredingen
op in het kader van
de flora en faunawetgeving.
Het
voornemen leidt niet tot een onevenredige toename van verkeer en omliggende woningen, leidt niet tot luchtvervuiling, geluidsoverlast en bedrijven worden in milieutechnische zin niet extra belemmerd.
In het bestemmingsplan worden de diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Het plan is niet gelegen in kwetsbaar of waardevol gebied en het heeft geen nadelige milieugevolgen voor de omgeving. Voor dit bestemmingsplan is het dan ook niet noodzakelijk een formele m.e.r.-procedure te doorlopen. 412.3
Conclusie
Op grond van het voorgaande wordt het uitvoeren van een milieueffectrapportage geacht.
niet noodzakelijk
5 51
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische
uitvoerbaarheid
De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Wet ruimtelijke ordening. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft planschade zal de gemeente indien nodig met initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst afsluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht. 52
_ Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor onderhavig ontwerpbesluit wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in hoofdstuk 3.4 van de Algemene
wet bestuursrecht.
Het bevoegd
gezag
stuurt de aanvraag
en het
ontwerpbesluit toe aan de betreffende instanties in het kader van het vooroverleg.
Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvo rt Ruimtelijke onderbouwing
37
4 ’a
6
Eindconclusie
Voorliggend
initiatief
met
de
functiewijziging
naar
wonen
op
het
perceel
naast
de
Secretaris
Bosmanstraat 24 Zandvoort in Zandvoort voldoet aan de eisen van goede ruimtelijke ordening.
Er is geen sprake van strijdigheid met de belangen van het Rijk of de provincie Noord-Holland. Daarnaast levert de voorgenomen ontwikkeling geen onevenredige overlast op voor haar omgeving. Met het initiatief treden geen overtredingen op in het kader van de flora en faunawetgeving. Het voornemen leidt niet tot een onevenredige toename van verkeer en omliggende woningen en bedrijven worden in milieutechnische zin niet extra belemmerd. Het voornemen
is niet in strijd met een goede
ruimtelijke ordening. Ontwikkeling
sluit goed
aan
bij ambities
waaronder de woningbouwopgave,
gemeente
ten aanzien
van
verschillende
beleidsstukken,
duurzaamheid, de omgevingsvisie Zandvoort 2024, maar ook de
specifieke welstandnota voor het revitaliseren van de Secretaris Bosmanstraat. Niet alleen wordt er met de beoogde ontwikkeling voorzien in het verwezenlijken van de gemeentelijke ambities, maar juist ook in het borgen van de cultuurhistorische waarden van het oude vissersdorp. De beoogde ontwikkeling had er qua zijn uitstraling honderd jaar geleden al kunnen staan, maar zal over honderd jaar nog steeds karakteristiek overkomen. Een trendzetter welke maar al te goed aan toont dat het nog steeds mogelijk is om in een klassieke stijl te bouwen, maar dan volledig duurzaam en toekomstbestendig. Voorts past het initiatief binnen het beleid van de gemeente Zandvoort en voorziet het initiatief n het
toevoegen van een vrijstaande woning in het dure segment vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen.
waarmee het een bijdrage levert aan de
(geanonimise rd)