CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 19 december 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen Secretaris Bosmanstraat11.387 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

é KUBIEK

Ruimtelijke Plannen

Secretaris Bosmanstraat, perceel 5568 Zandvoort

Ruimtelijke onderbouwing

Secretaris Bosmanstraat, perceel 5568 Zandvoort

Ruimtelijke onderbouwing

(geanonimiseerd)

(geanonimise rd)

(geanonimiseerd)

Inhoud 1

Inleiding….. 11

2

_ Aanleiding.

1.2

_ Ligging en begrenzing planlocatie …

1.3

_ Vigerend bestemmingsplan..…

_ Beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie …. 21

_ Bestaande

situatie.

22

_ Gewenste

situati

3

Beleidskader

31

3.2

33

4

Rijksbeleid...

_

3.1.1

_ Nationale Omgevingsvisie (NOVI) …

3.1.2

_ Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

3.1.3

_ Ladder voor duurzame verstedelijking

Provinciaal

beleid..

3.2.1

_ Omgevingsvisie NH2050 — Balans tussen economische groei en leefbaarheid

3.2.2

_ Omgevingsverordening NH2020 en NH2022 (ontwerp) …

_ Gemeentelijk beleid.. 3.3.1

_ Omgevingsvisie Zandvoort 2040

3.3.2

_

3.3.3

_ Welstandsnota

Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019-2025. .

Uitvoeringsaspecten… 41

42

43

44

Flora- en fauna

411

_ Wettelijk kade

41.2

_ Effect te vergunnen activiteiten

413

_

_ Cultuurhistorie en archeologie . 421

_

422

_ Archeologie

46

Cultuurhistorie

_ Verkeer en parkeren …

_

431

_

Verkeer

432

_

Parkeren.

Luchtkwaliteit..

441

45

Conclusie...

_

_

_ Wettelijk kade

442

_ Beoordeling

443

_

Conclusie...

Bodemkwaliteit

451

_ Wettelijk kade

452

_

Onderzoek.

453

_

Conclusie

Geluidhinder

461

_ Wettelijk kader..

462

_

Onderzoek.

46.3 47

471

Wettelijk kader…

472

Beoordeling

47.3

_

Conclusie

Externe veiligheid 481

_ Wettelijk kader.

482

Beoordeling

483

Conclusie.…

49

Kabels en leidingen

410

Water..

4.10.1

411

_ Inleiding…

4.10.2

Beleidskader

4.10.3

Beoordeling

4.10.4

Conclusie…

Duurzaamheid

4111

Duurzame leefomgeving

411.2

Klimaatbestendigheid

411.3

Energietransitie

4.11.4 412

6

Conclusie..

Bedrijven en milieuzonering

48

5

_

_ Duurzaamheid bij de ontwikkeling

M.e.r.-beoordeling . 4.12.1

Wettelijk kader.

4.12.2

Vormvrij m.e.r.-beoordeling.

4.12.3

Conclusie…

_ Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid …. 51

Economische

uitvoerbaarheid

52

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

_ Eindconclusie …

Bijlagen:

SNDMAO

Stikstofdepositieberekening + bijlagen, Kubiek Ruimtelijke Plannen, 08-12-2022

(geanonimiseerd) Parkeerbalans, N0s-06-2022 Verkennend bodemonderzoek, GRS milieu, 18-02-2021, 2021050

Digitale watertoets, Hoogheemraadschap Rijnland, 25-11-2022 Huurovereenkomst parkeerplaatsen, Macobouw, 08-06-2022 Uitkomst vooroverleg, ODIJmond, 22-03-2021 Akoestisch rapport wegverkeerslawaai en circuit Zandvoort, SPA WNP ingenieurs, 23-12-2022 Quickscan Flora en Fauna, Ecoresult, 02-01-2023

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Secretaris Bosmanstraat perceel 5568, naast huisnummer 24 in Zandvoort een nieuwbouw vrijstaande woning te realiseren. In de huidige situatie zijn de gronden deels in gebruik ten behoeve van drie (privé-parkeerplaatsen en deels als tuin. Er is enige (ondergeschikte) bebouwing aanwezig. De locatie kent in het geldende bestemmingsplan de bestemmingen ‘Verkeer' en ‘Wonen — 1. Binnen de

bestemming

Hoofdgebouwen

'Wonen

—

1’

is

(woningen) mogen

ter

plaatse

van

het

plangebied

geen

bouwvlak

aangeduid.

uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Gelet op het

voorgaande is het realiseren van het initiatief niet in overeenstemming met de geldende planologische situatie. Om

het project te kunnen

verwezenlijken

afgeweken.

Initiatiefnemer heeft Kubiek

Ruimtelijke

zal van het geldende Plannen

opdracht

bestemmingsplan

gegeven

om

een

worden

ruimtelijke

onderbouwing op te stellen in het kader van de voorgenomen planologische wijziging. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Met de zogeheten uitgebreide omgevingsvergunning (art. 212

lid 1a onder 3 Wabo) kan worden afgeweken

van het bestemmingsplan om het voornemen planologisch te regelen. Het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing is een verplicht onderdeel van deze procedure. Middels de ruimtelijke onderbouwing zal worden aangetoond dat het voorgenomen initiatief voldoet aan de eisen van goede ruimtelijke ordening. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt het ruimtelijk plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader.

1.2

_ Ligging en begrenzing planlocatie

Het plangebied is gelegen op het perceel naast de Secretaris Bosmanstraat 24 te Zandvoort en bevindt zich binnen

de bebouwde

kom

van

de kern

Zandvoort

en ligt in het noordelijk

deel

hiervan.

De

planlocatie is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Zandvoort, sectie B perceel 5568. De projectlocatie heeft een totale oppervlakte van 124 m:. In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied aangegeven.

Uitsnede kadastrale kaart met ligging plangebied.

(bron: Perceelioep)

Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvoort Ruimtelijke onderbouwing

4

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied

ligt binnen

de

begrenzing

van

bestemmingsplan

is door

de

gemeenteraad

het bestemmingsplan van

Zandvoort

‘Boulevard

vastgesteld

op

24

Noord

2009'.

Dit

maart

2009.

Het

bestemmingsplan is daarna in werking getreden en onherroepelijk geworden. De gronden ter plaatse van het plangebied, kennen in het bestemmingsplan ‘Boulevard Noord 2009' de bestemmingen

ter plaatse

‘Verkeer’ en ‘Wonen — 1’ met de aanduiding 'C'. Binnen de bestemming ‘Wonen — 1’ is

van

het

dubbelbestemming

plangebied

geen

bouwvlak

aangeduid.

Daarnaast

kent

het

‘Archeologisch waardevol gebied’. Aan deze dubbelbestemming

plangebied

de

en de betekenis

hiervan voor de beoogde ontwikkeling wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2. De regels bij de bestemmingen ‘Verkeer en ‘Wonen — 1' zijn neergelegd n de artikelen 9 en 10 van het bestemmingsplan

‘Boulevard

Noord

2009'.

Hierna

is een

samenvatting

van

de voor onderhavige

analyse relevante regels bij de bestemmingen weergegeven. Artikel 9 Verkeer

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen terrassen, verblijfsgebieden,

gronden zijn bestemd voor wegen, bermen, groen, kunstuitngen,

fiets- en voetpaden, parkeren, bijbehorende _ voorzieningen,

nutsvoorzieningen en speelvoorzieningen. 9.2 Bouwregels Op de gronden

met de bestemming

'Verkeer

mogen

uitsluitend gebouwen

en bouwwerken,

geen

gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Ten aanzien van het bouwen van gebouwen geldt dat de maximum bouwhoogte van een gebouw ten

behoeve van nutsvoorzieningen 3 meter bedraagt en de maximum oppervlakte 15 m. Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximum bouwhoogte van 2,5 meter.

Uitzonderingen

hierop

worden

gevormd

door

vlaggenmasten,

lichtmasten

en

reclameobjecten

(maximaal 8 meter), kunstwerken (maximaal 4 meter) en terrasschermen (maximaal 1,8 meter waarvan maximaal 0,9 meter hoogte uit ondoorzichtig materiaal mag bestaan). Artikel 10 Wonen

-1

10.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen — 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor drie of meer aaneengesloten woningen terplaatse van aanduiding (C) op de verbeelding. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor bij het wonen behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen en andere bouwwerken, tuinen en erven, voetpaden, parkeren op eigen erf en bijbehorende voorzieningen.

In of bij een woning is het uitoefenen van een beroepsmatige activiteit toegestaan. Hieraan zijn enkele voorwaarden verbonden die borgen dat er sprake is van ondergeschiktheid aan het wonen. Verder is het

toegestaan

een

gedeelte

van

een

woning

in te

richten

en

te

gebruiken

ten

behoeve

van

logiesverstrekking. Hieraan zijn eveneens diverse voorwaarden verbonden die borgen dat er sprake is van ondergeschiktheid aan het wonen.

10.2 Bouwregels Op gronden met de bestemming ‘Wonen — 1’ mag uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

Voor het bouwen van hoofdgebouwen (woningen) geldt dat deze binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak dienen te worden gebouwd. Het bouwvlak mag voor 100% worden bebouwd. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding staat aangegeven. Voor het bouwen van bijgebouwen en aan- en uitbouwen geldt dat deze zowel binnen als buiten het bouwvlak

mogen

worden

uitbouwen

per woning

gebouwd.

gezamenlijke

binnen de bestemming

beslaan met een maximum bestemming

De

oppervlakte

van

mag buiten het bouwvlak

bijgebouwen

en

maximaal

van het erf

35%

aan-

en

van 50 m2?. Op deze oppervlakte, wordt de oppervlakte van binnen de

bestaande en te handhaven

bijgebouwen en aan- en uitbouwen in mindering gebracht.

Bijgebouwen en aan- en uitbouwen mogen uit ten hoogste één bouwlaag bestaan, waarbij ten behoeve van de vormgeving een kap is toegestaan die echter niet mag worden voorzien van dakkapellen. Per

bouwperceel is ten hoogste één bouwvergunningplichtig vrijstaand bijgebouw toegelaten. De goot- en nokhoogte van bijgebouwen en aan- uitbouwen mogen niet meer dan 3 meter respectievelijk 5 meter bedragen, met dien verstande dat de dakhelling niet meer mag bedragen dan 55° en niet minder dan 35° ten opzichte van het horizontale vlak. Voor van een plat dak voorzien bijgebouwen

en aan- en

uitbouwen geldt een maximale bouwhoogte van 3 meter óf de hoogte van de eerste bouwlaag. Voor het bouwen

van bouwwerken,

geen gebouwen

zijnde, geldt dat binnen de bestemming

op de

gronden achter de bouwgrens en het bouwvlak per woning een zwembad is toegestaan. De oppervlakte van het zwembad

mag ten hoogste 4% van de oppervlakte van het bouwperceel bedragen met een

maximum van 100 m2. De afstand van het zwembad tot de perceelgrens dient tenminste 5 meter te bedragen. De afstand van het zwembad tot de grens van een weg dient tenminste 15 meter te bedragen. De bouwhoogte van een overkapping van het zwembad mag niet meer dan 1 meter bedragen, gemeten vanaf

het aangrenzende

maximum

bouwhoogte

maaiveld.

van 2 meter.

Voor overige

bouwwerken,

Uitzonderingen

geen

hierop worden

gebouwen gevormd

zijnde,

geldt een

door vlaggenmasten,

lichtmasten en reclameobjecten (maximaal 8 meter) en erfafscheidingen (maximaal 2 meter achter de voorgevelrooilijn en maximaal

t meter voor de voorgevelrooi

of verlengde daarvan).

—

ì

T

/

e

va] - worent

:

LOM

G

e

ev

EE

z”

Ï

IT

& N

J-

s

|

| ‚

A\

Z

|AE

/

-

ij

e

E

AS

d

A

SI

m

|z

m |LA

[

d

=

-

T

e

i-;

a

TD

a

p

a

l

=

T

.

-

ET

n

2E

#

a

&

LÏ

;

r

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Boulevard Noord 2009' met aanduiding plangebied

De plannen zijn strijdig met het vigerende bestemmingsplan omdat in de huidige planologische situatie binnen de bestemming opgericht als gevolg

‘Wonen — 1' ter plaatse van het plangebied geen hoofdgebouw mag worden van

het ontbreken

vrijstaande woningen zijn toegestaan.

van een bouwvlak

en omdat

middels aanduiding

C geen

De gronden behorende tot het plangebied met de bestemming

‘Wonen — 1’ kunnen daarmee enkel worden gebruikt als tuin en/of erf behorende bij één of meerdere omliggende

woningen.

In de beoogde

nieuwe

situatie staat het plan één vrijstaande woning

met

bijbehorende bouwwerken toe. Ter plaatse van het deel van het plangebied met de huidige bestemming 'Verkeer’ is een divers gebruik

toegestaan. behoeve

van

Het gaat dan bijvoorbeeld om parkeren, groen of speelvoorzieningen. één vrijstaande woning

met bijbehorende

voorzieningen,

Het gebruik ten

leidt tot verruiming

van

de

ter plaatse van het plangebied

één

gebruiksmogelijkheden, waarvoor de toestemming in dit rapport onderbouwd wordt. Met de beoogde

planologische wijziging wordt het mogelijk om

vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken op te richten. De goothoogte van de beoogde nieuwe vrijstaande woning bedraagt 7 meter, terwijl de bouwhoogte 9,4 meter bedraagt. De woning kent een

bouwdiepte van 10,6 meter. Gelet op het voorgaande leidt de beoogde planologische wijziging daarmee tot een verruiming van de bouwmogelijkheden. De verruiming van de bouwmogelijkheden heeft zowel betrekking op de hoogte van de bebouwing als op de oppervlakte van de bebouwing.

2

Beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie

21

Bestaande

situatie

Omgeving De locatie Secretaris

Bosmanstraat

perceel

5568,

naast

huisnummer

24 bevindt zich binnen

de

bebouwde kom van de kern Zandvoort en ligt in het noordelijk deel hiervan. Voorts ligt het plangebied binnen het gebied dat bekend staat als ‘Boulevard Noord’, waarbij de locatie vlak achter de boulevard van Zandvoort is gelegen. Secretaris

Het betreffende perceel maakt onderdeel van het bebouwingslint van de

Bosmanstraat.

Het karakter van de directe omgeving is in hoofdzaak te typeren als woongebied. Het plangebied wordt volledig omsloten door woonpercelen. De ruimtelijke structuur van de directe omgeving kenmerkt zich door de structurele scheiding van hoogbouw in het noordelijke gedeelte en langs de boulevard en laagbouw in het zuidelijke gedeelte, grenzend aan het bestaande centrum van Zandvoort. In

de

Secretaris

Bosmanstraat

is

de

kenmerkende

architectuur

in

de

vorm

van

klassieke

visserswoningen terug te zien. Andere woningen in de Secretaris Bosmanstraat doen hier enige afbreuk aan. De bebouwing in de directe omgeving van het plangebied bestaat deels uit één bouwlaag met kap en deels uit twee bouwlagen met kap. Daarnaast bevindt zich ten zuiden van het plangebied gestapelde bebouwing bestaande uit meerdere bouwlagen, zo ook ter plaatse van betreffend perceel. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door het woonperceel Secretaris Bosmanstraat 24 waarop

een

hoekwoning

woonperceel

Van

aanwezig

Speijkstraat

aanwezig.

Aan

bestaande

uit 4-5 bouwlagen.

Bosmanstraat.

de

zuidzijde

is. De

oostzijde

94-96.

Op

van

plangebied

het

het

van

het plangebied

betreffende ligt

een

perceel

is een

bestaand

Tot slot loopt direct ten westen

van

wordt

gevormd

door

het

beneden-bovenwoning

flat-/appartementengebouw

het plangebied

de

Secretaris

Dit betreft een wijkontsluitingsweg, waarbij er sprake is van éénrichtingsverkeer vanaf

de Burgemeester Engelbertsstraat (N200) in noordelijke richting. Na de zijweg Schoutenstraat loopt de Secretaris

Bosmanstraat dood.

Plangebied Het plangebied is in de huidige situatie deels in gebruik ten behoeve van drie (privé-)parkeerplaatsen welke geen onderdeel (ondergeschikte)

zijn van enige vorm van openbare voorziening en deels als tuin. Er is enige

bebouwing

aanwezig.

Secretaris Bosmanstraat opgenomen.

Onderstaand

is het aanzicht

op

het plangebied

vanaf

de

2.2

Gewenste

De beoogde

situatie

planologische wijziging zal ter plaatse van de locatie Secretaris Bosmanstraat perceel

5568, naast huisnummer 24 één vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken

mogelijk maken.

Hiertoe zal het gehele kadastrale perceel met nummer 5568 worden herontwikkeld. De beoogde vrijstaande woning wordt in de rooilijn van de Secretaris Bosmanstraat opgericht en vult (grotendeels)

de

bestaande

perceelgrens

gebouwd,

terwijl

lege

ruimte

op.

Aan

de

aan de noordzijde

enige

zuidzijde

van

het

plangebied

ruimte wordt gelaten

wordt

in de

ten opzichte van

de

perceelgrens. De woning bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Daarnaast is er sprake van een (kleine) kelder. De goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 7 meter en 9,4 meter. De dakhelling bedraagt 65 graden. De nieuwe vrijstaande woning kent een bouwdiepte van ruim 10,6 meter. De voortuin is 2,1 meter diep, terwijl de achtertuin ruim 3 meter diep is. In de achtertuin bevindt zich tevens een berging met een bouwhoogte van 3 meter. In de voor- en achtergevel bevinden zich diverse raampartijen. Aan de voorgevel (straatzijde) wordt, ter hoogte

van

de

1° verdieping,

tevens

een

balkon

gerealiseerd.

De

entree

bevindt

zich ook

in de

voorgevel. De rechterzijgevel kent een dakkapel waarin zich ramen bevinden. De linkerzijgevel beschikt over een gevelopening op zowel de begane grond als de 1° verdieping. Daarbij wordt opgemerkt dat de gevelopening op de 1° verdieping zal bestaan uit privacy glas in de vorm van bijvoorbeeld melkglas of folie.

Voor wat betreft architectuur wordt met het nieuwe ontwerp aansluiting gezocht bij het cultuurhistorische karakter van Zandvoort.

Voor

het parkeren

huurt

initiatiefnemer twee

parkeerplaatsen

in het achtererfgebied

van

de

Van

Speijkstraat 126. Hiervoor is door initiatiefnemer een huurovereenkomst voor vijftien jaar afgesloten.

Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvo rt Ruimtelijke onderbouwing

12

{ '|

De parkeerplaatsen

bevinden zich op circa 130 meter waarmee wordt voldaan

aan de eis van een

acceptabele loopafstand (150 meter). Voorgaande oplossing houdt verband met het feit dat door de gemeente Zandvoort op onderhavige locatie geen nieuwe parkeervergunning voor het openbaar gebied wordt verstrekt.

Onderstaand zijn de gevelaanzichten, plattegronden en een situatietekening van de beoogde nieuwe situatie opgenomen.

RENVOOI

Situatietekening beoogde nieuwe situatie (bron: Initiatiefnemer)

Gevelaanzichten beoogde nieuwe sítuatie (bron: Initiatiefnemer)

Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvoort

Ruimtelijke onderbouwing

SITUATIE

|

Plattegronden beoogde nieuwe situatie (bron: Initiatiefnemer)

Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvoort

Ruimtelijke onderbouwing

3

Beleidskader

31

Riijksbeleid

311

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De

NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland.

(SVIR).

De

NOVI

is de

Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal

en

internationaal

spelen.

Grote

en

complexe

opgaven

zoals

klimaatverandering,

energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen.

Deze opgaven worden benut om vooruit te

komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen maken

en

daarbij

voort

te

bouwen

op

het

bestaande

Omgevingskwaliteit

is het

kernbegrip:

dat

wil zeggen

Nederland

landschap

ruimtelijke

en

mooier en sterker te

de

kwaliteit

(historische) én

steden.

milieukwaliteit.

Met

inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten:

>on=

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen.

Deze

belangen

leefomgevingskwaliteit,

hebben

onder

zorgt dragen

andere

betrekking

voor een woningvoorraad

op

het

realiseren

van

een

goede

die aansluit op woonbehoeften,

het

beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie

Onderhavig

initiatief

betreft

een

ontwikkeling

van

beperkte

omvang

zonder

strijdigheid

met

rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 3.1.2

_ Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten

moeten

bij

het

vaststellen

van

bestemmingsplannen,

wijzigingsplannen

of

uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken.

In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een

groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid.

In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: e

Riijksvaarwegen;

e

Project mainportontwikkeling Rotterdam;

e

Kustfundament;

*

Grote rivieren;

e

Waddenzee en waddengebied;

*

Defensie;

e

Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen;

e

Elektriciteitsvoorziening;

«

Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;

e

Natuurmetwerk Nederland;

«

Primaire waterkeringen buiten het kustfundament;

« _ IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); e

Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden;

e

Ruimtereservering parallelle Kaagbaan.

Conclusie

Het inititief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door het initiatief zal eveneens geen nationaal belang worden geschaad. 31.3

_ Ladder voor duurzame verstedelijking

Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame

verstedelijking worden onderbouwd.

Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro.

Het Barro

verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten

en

Gemotiveerd

plannen

ten

aanzien

dient

worden

hoe

te

van een

bijvoorbeeld zorgvuldige

kantoorlocaties

afweging

en

is gemaakt

woningbouwlocaties. ten

aanzien

van

het

ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen

stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de

stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen:

1)

beoordeling of beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwiocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen;

2)

indien er een vraag is aangetoond, beoordeling of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten.

Stedelijke ontwikkeling

Om aan deze verplichting uit de Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd:

uimtelijke

ontwikkeling

van

een

bedrijventerrein

of zeehaventerrein,

of

van

kantoren,

detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft de bouw van 1 woning, waardoor het doorlopen van de laddertoets niet noodzakelijk is.

De bouwvolume binnen het bestaand bebouwd gebied in Zandvoort wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling en er dient derhalve geen laddertoets plaats te vinden. 3.2

Provinciaal

beleid

3.2.1

_ Omgevingsvisie NH2050 — Balans tussen economische groei en leefbaarheid

De omgevingsvisie

van

de provincie

Noord-Holland

is vastgesteld

door

Provinciale

Staten

op

19

november 2018. De hoofdambitie van de provincie is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht

staat ten dienste

profiteren

de

van

keuzes

die

van nu

geformuleerd

met ontwikkelingen

luchtkwaliteit,

biodiversiteit,

duurzame

worden

ontwikkeling:

toekomstige

generaties worden

gemaakt.

In de

omgevingsvisie

in de leefomgeving.

Deze

thema's

economische

transitie,

energietransitie,

moeten

ook

acht

thema's

zijn klimaat,

bodem

water en

mobiliteit,

verstedelijking

en

landschap.

De

thema's

met

‘verstedelijking’.

de De

meeste

relevantie

voortgaande

voor

de

beoogde

klimaatverandering,

ontwikkeling

geopolitieke

zijn

‘energietransitie’

verschuivingen

en op den

en duur

uitputting van grondstoffen maken energietransitie naar hernieuwbare bronnen urgenter dan ooit. De provincie wil inzetten op het ruim baan geven aan initiatieven voor hernieuwbare energiebronnen. Daar het gaat om

een nieuwbouw

vrijstaande woning wordt deze gasloos uitgevoerd en draagt hiermee

positief bij aan de energietransitie. De woningbehoefte in de provincie neemt toe. De prognoses laten ook in lage scenario's nog groei zien

in de regio. De woningbehoefte op de korte termijn is groot, op de lange termijn neemt deze volgens de huidige inzichten af. Conclusie

Het beoogde plan draagt positief bij aan n ieder geval twee van de acht urgente ontwikkelingen in de

leefomgeving van Noord-Holland. Door het toevoegen van een woning kan worden voorzien in de groeiende woningbehoefte, de woning wordt gasloos uitgevoerd waardoor de invloed op klimaatverandering geminimaliseerd wordt. 3.2.2

_ Omgevingsverordening NH2020 en NH2022 (ontwerp)

De omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland is vastgesteld door Provinciale Staten op 22 oktober 2020. In de omgevingsverordening zijn verschillende verordeningen samengevoegd

om

een

duidelijk overzicht te geven van de geldende regels op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De omgevingsverordening bevat regels die gelden voor de gehele provincie.

Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvo rt Ruimtelijke onderbouwing

17

4 :‚’

De locatie bevindt zich binnen de begrenzing van de themakaart ‘Bodemsanering’, de provincie heeft

regels opgesteld voor eventuele sanering, uit het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat het plangebied geen ernstig geval van bodemverontreiniging kent en er geen sprake is van sanering. Verder valt het plangebied niet binnen een van de themakaarten uit de omgevingsverordening. Het ontwerp van de Provinciale Omgevingsverordening dateert van 26 april 2021 en is de opvolger van de Omgevingsverordening NH2020. Ook in de Omgevingsverordening NH2022 zoekt de provincie naar

een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid, zoals omschreven in de visie voor de ontwikkeling van Noord-Holland; de Omgevingsvisie NH2050. De Omgevingsverordening NH2022 treedt tegelijkertijd in werking met de Omgevingswet (1 juli 2023). De regels en wetten die terugkomen in de Omgevingsverordening NH2022 komen grotendeels overeen met

de Omgevingsverordening

NH2020,

maar

zijn dan

gewijzigd

naar

de

nieuwe

eisen

die de

Omgevingswet stelt. Dit betekent dat de regels juridisch technisch gewijzigd moeten worden en dat er een inhoudelijke beoordeling van de regels plaatsvindt. De drie meest in het oog springende wijzigingen gaan over milieu, natuur en de Regionale Energiestrategieën. Deze wijzigingen zijn niet relevant voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie

Er

is

geen

sprake

van

strijd

met

de

Omgevingsverordening

NH2020

en

de

ontwerp

Omgevingsverordening NH2022. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

_ Omgevingsvisie Zandvoort 2040

De omgevingsvisie Zandvoort.

Zandvoort 2024

is op 23 november

2021

vastgesteld door gemeenteraad

van

In deze visie zijn een aantal ambities beschreven

waaronder voor de ruimte, de ambitie

hiervoor luidt om het dorp aantrekkelijk en leefbaar te maken.

De vraag naar woningen in Zandvoort

groeit en verandert. Om het dorp vitaal te houden, wordt gevarieerd bouwen in diverse woningtypen en prijsklassen van groot belang geacht. Op veel plekken

is er daarnaast sprake van slijlage en is de

uitstraling niet meer van deze tijd. De ambitie is er om de kwaliteit, uitstraling en belevingswaarde van

het dorp te verbeteren. Met de woning wordt het aanbod van woningen in het dure segment vergroot. Daarnaast draagt de vrijstaande woning met z'n uitstraling bij aan een aantrekkelijk en leefbaar dorp. Conclusie

De beoogde ontwikkeling past binnen de vigerende omgevingsvisie van de gemeente Zandvoort. 33.2

_ Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019-2025

In het uitvoeringsprogramma van de gemeente zijn onder meer de volkshuisvestelijke uitgangspunten en maatregelen benoemd. Voor onderhavig initiatief zijn in ieder geval de volgende uitgangspunten en maatregelen van belang:

e

Betaalbare nieuwbouw voor jonge huishoudens;

e _ Stimuleren van doorstroming en vrijspelen grote (eengezins)woningen; e _ Bouwen van middeldure huur- en koopwoningen;

e

Verkleuring van de woningvoorraad door: © _ Een nieuwbouwprogramma gericht het oplossen van tekorten in specifieke segmenten ‚en het op gang brengen van verhuisketens. o Kwaliteitsverbetering bestaande woningvoorraad.

Ten

aanzien

van

het

kwantitatief

programma

wordt

opgemerkt

dat

de

omvang

van

het

woningbouwprogramma vraaggestuurd is. Dat wil zeggen dat wordt uitgegaan van de woningbehoefte voor de komende jaren. Hieruit volgt het uitgangspunt dat de gemeente Zandvoort zich in de periode

2018 t/m 2025 zal inzetten om 630 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Conclusie

De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten en maatregelen die de gemeente Zandvoort van belang acht voor het dorp. 3.3.3

_ Welstandsnota

In de gemeentelijke Welstandsnota van juni 2004 wordt voor elk gebied binnen de gemeente op basis van stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische samenhang een bepaalde kwaliteit toebedeeld, waaraan vervolgens een bepaald welstandniveau wordt gekoppeld. De planlocatie valt binnen het gebied ‘'boulevard noord’ hiervoor gelden de volgende welstandscriteria:

Plaatsing e

(bestemmingsplan is maatgevend)

e

Bij (vervangende)

nieuwbouw streven naar aansluiting op de ritmiek en verkavelingstructuur

van de bestaande bebouwing in de omgeving. Massa

en vorm

e

(bestemmingsplan is maatgevend)

«

Bijrenovatie of verbouwing moet de bestaande hoofdmassa worden gerespecteerd.

e

(Vervangende) nieuwbouw moet aansluiten op de massa en vorm van de belendingen.

Gevelkarakteristiek

«

Bijrenovatie of verbouwing moet de oorspronkelijke gevelopbouw worden gerespecteerd.

« _ Streven naar oriëntatie en ontsluiting op de aangrenzende weg. «

Per bouwblok moet samenhang in gevelkarakteristiek worden nagestreefd.

Detaillering, kleur en materiaal + Streven naar eenheid in kleur- en materiaalgebruik per bouwblok. Conclusie

De huidige beleidskaders uit de welstandsnota komen -voor zover mogelijk en nodig- terug in de regels van

onderhavig

bestemmingsplan.

welstandsbeleid van de gemeente.

Bij deze

ontwikkeling

zal rekening

worden

gehouden

met

het

Daarnaast zijn er een aantal aandachtspunten uit het vooroverleg

naar voren gekomen welke meegenomen worden in het ontwerp:

Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvo rt Ruimtelijke onderbouwing

19

4 =°’

Veranda

De commissie constateert dat er drie opties zijn aangedragen door de initiatiefnemer in verband met de plaatsing van de veranda in relatie tot de voorgevel. De commissie geeft aan dat optie drie, in verband met de symmetrie, het meest rustige beeld geeft en het meest passend is bij de architectuurstijl van de woning.

Vormgeving dakkapel De commissie constateert dat de dakkape! in de zijgevel naar aanleiding van het advies van de vorige welstandsvergadering is aangepast. Echter is de commissie van mening dat de voorgestelde dakkapel, qua geleding

en materialisatie,

niet aansluit op de architectuurstijl

van de woning.

De commissie

adviseert hierom de dakkapel volledig in zink uit te voeren en de ramen in de dakkapel uit te voeren in een verhouding overeenkomstig de ramen in de voorgevel. De commissie geeft ter aanbeveling om een driedeling in de raampartijen van de dakkapellen toe te passen. De commissie vraagt de aanvrager om dit onderdeel

nader te onderzoeken.

Gestucte Vlakken in rechterzijgevel De commissie detaillering

constateert dat de gestucte blinde vlakken in de rechterzijgevel qua verhouding

niet overeenkomen

met de architectuurstijl van de woning.

en

De commissie adviseert de

gestucte vlakken uit te voeren in een verhouding overeenkomstig de ramen in de voorgevel. Ook adviseert de commissie om hier rollagen toe te voegen, overeenkomstig de rollagen boven de raamkozijnen. Uitvoering entreedeur

De commissie constateert dat de plaats van de entreedeur naar aanleiding van het advies van de vorige welstandsvergadering is aangepast. Echter is de commissie van mening dat de uitvoering van de entreedeur, qua vormgeving en materialisatie, niet aansluit op de architectuurstijl van de woning. De commissie geeft ter aanbeveling om de entreedeur te verbijzonderen door bijvoorbeeld een kader om de deur te plaatsen, of een sleuf voor daglicht te maken

in of naast de deur of iets dergelijks.

De

commissie adviseert de heer Alessi om de uitvoering van de entreedeur nader uit te werken met de bij het project betrokken architect van AG-architecten. Dit betreft een architectonische opgave. Stedenbouw

en Welstand hebben aangegeven dat het onderhavige bestemmingsplan

per bouwblok

moet samenhang in gevelkarakteristiek worden nagestreefd. Er is overeenkomt over (goothoogtes in werkelijkheid hoger dan op plankaart, etc.). Zij achten ons nieuwe bouwvolume daarom ook passend (bijlage 6 met het vooroverleg).

4

Uitvoeringsaspecten

In

dit

hoofdstuk

zullen

de

relevante

uitvoeringsaspecten

biij

het

plan

worden

besproken.

Achtereenvolgens komen de aspecten ten aanzien van flora en fauna, archeologie en cultuurhistorie en de milieuaspecten aan bod. 41

Flora-en

fauna

411

_ Wettelijk kader

Wet natuurbescherming Op

1 januari

2017

is de nieuwe

Wet

natuurbescherming

in werking

getreden.

Deze

wet heeft de

Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder

regels de wet makkelijker te kunnen

toepassen.

Vanaf

1 januari 2017

bepalen

de

provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum

voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer.

De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden (voorheen geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998). Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming

in een vergunningenregime

voor

het realiseren

of verrichten van

andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen

projecten en

Natura 2000-gebied kunnen

aantasten.

Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden (voorheen geregeld in de flora- en faunawet). Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden

in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te

vragen. Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor

beschermde

soorten

op

voorwaarde

dat

gehandeld

wordt

volgens

een

goedgekeurde

gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer

het onmogelijk

ontwikkelingen voorwaarden

en

is schade

inrichting

verbonden

aan

streng

te voorkomen,

moet

beschermde

planten

altijd een

ontheffing

en

dieren

tijdens

ruimtelijke

worden

aangevraagd.

De

aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de

planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen. NNN

Het Natuurnetwerk

Nederland

is het Nederlands

netwerk

van

bestaande

en nieuw

aan te leggen

natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN

liggen onder andere bestaande

natuurgebieden

en alle Natura 2000-

gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota’s en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten.

41.2

_ Effect te vergunnen activiteiten

In de beoogde ontwikkeling wordt er op perceel 5568 een vrijstaande woning gerealiseerd. Ten behoeve van deze ontwikkeling is er een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd (bijlage 8). Uit voorliggende quickscan is gebleken dat:

Negatieve effecten op de volgende beschermde soorten en functies zijn uit te sluiten mits wordt voldaan aan de maatregelen omtrent bouwverlichting benoemd in hoofdstuk 6 van de rapportage. Er wordt geen gebruik gemaakt van bouwverlichting op de bouwplaats. De woning wordt naar alle waarschijnlijkheid in de periode mei-oktober gebouwd, hierbij wordt ruim een half uur na zonsopgang begonnen en minimaal een half uur voor zonsondergang gestopt met bouwen. Verstoringen op verblijfsplaatsen binnen de naastgelegen woningen worden hiermee voorkomen. Nader onderzoek is daarom niet benodigd zoals aangegeven in tabel 6 van de rapportage.

Voorgenomen initiatief zal dan ook geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het NNN. Tevens zal de ontwikkeling geen negatief effect hebben op beschermde soorten. Nader ecologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet

natuurbescherming).

mogelijk

voorkomen

werkzaamheden

Deze

moeten

een

algemeen

schrijft voor dat nadelige gevolgen worden.

Dit

betekent

beschermde

soort

dat als

voor flora en fauna zoveel als

wanneer

konijn,

tiijdens

veldmuis

of

uitvoering gewone

van pad

de wordt

aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Stikstofdepositie Sinds 2015 was het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht. Het programma bevatte een

integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen

enkel Natura 2000-gebied

meer.

Dit betekent ook dat de collectieve passende

beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen.

Met de AERIUS Calculator kunnen de

effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van dit plan ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. Zoals

aangegeven

ligt het

Natura-2000

gebied

‘Kennemerland-Zuid’

op circa 900

meter

van

het

plangebied. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator. Hieruit blijkt dat de gewenste ontwikkeling niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Het rapport, inclusief bijlagen, is opgenomen in bijlagen 1 a,b,c. 41.3

Conclusie

Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de Flora- en faunaregelgeving geen

beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief.

4.2

Cultuurhistorie en archeologie

421

_

Cultuurhistorie

Het

pand

kent geen

aanduiding

als

rijks- of gemeentelijk

monument

en

is niet

aangemerkt

als

beeldbepalende pand in het geldende bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat met het plan geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren. 422

_ Archeologie

Wettelijk kader Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet vervangt zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed:

SnpON”

Monumentenwet

1988

Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten Wet tot behoud

van cultuurbezit

Wet tot teruggave cultuurgoederen uit bezet gebied Uitvoeringswet UNESCO -verdrag 1970

Regeling materieel beheer museale voorwerpen

De Erígoedwet hanteert de beschermingsniveaus zoals die gelden in de voorgaande regelingen. Voor de vergunningverlening van een beschermd archeologisch monument, het verbod tot beschadigen of vernielen van

een

Monumentenwet

rijksmonument 1988 van

en de bescherming

van

stads-

kracht blijft tot de inwerkingtreding

en dorpsgezichten

van de Omgevingswet.

geldt dat de Deze

regels

blijven dus gelden en zijn ongewijzigd overgenomen in de Erfgoedwet. Doelstelling van de wetten is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen

zoals alle andere belangen

die bij de voorbereiding

van het plan een rol spelen.

De

gehanteerde uitgangspunten zijn: e

archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud n situ);

e _ inruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; e

de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen.

Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. De projectlocatie heeft de dubbelbestemming

‘Archeologisch

waardevol

gebied’

met betrekking tot

archeologie, volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Zandvoort is voor de planlocatie

alleen archeologisch onderzoek benodigd bij een ontwikkeling groter dan 500 m2, het betreffende perceel is 124 m2, om deze reden is er geen onderzoekverplichting.

E

o

oh

o2

B

om

a

n

Beleidskaart gemeente Zandvoort, zwarte ster geeft de planlocatie weer.

Voorts zijn op basis van deze wet mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem

altijd beschermd.

Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle

zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Conclusie

De gewenste ontwikkeling vindt plaats op beschermd archeologisch gebied, echter is de beoogde ontwikkeling kleiner dan 500 m2, daarom is er geen onderzoeksrapport benodigd. Nader onderzoek n het kader van de archeologie is niet noodzakelijk. 43

Verkeer en parkeren

431

Verkeer

Het plangebied wordt ontsloten door de Secretaris Bosmanstraat. In de huidige situatie is de verkeersgeneratie

te bepalen

aan de hand van

kencijfers van CROW-

publicatie

uit 2018.

Momenteel

er op

381:

‘Toekomstbestendig

parkeren’

zijn

het

perceel

drie

parkeerplaatsen, een tuin en leegstaande bebouwing aanwezig. Met deze functies kan er momenteel geen verkeersgeneratie voor de locatie berekend worden. Er kan dus worden geconcludeerd dat er nu een verkeersgeneratie van 0 i.

In de gewenste situatie is de verkeersaantrekkende op dezelfde manier te bepalen. Voor een vrijstaande woning in het dure segment geldt een kencijfer van 7,3-8,1 mvt/etmaal per woning. Dit komt neer op een verkeersaantrekkende werking van 8 mvt/etmaal.

Secretaris Bosmanstra t 24 Zandvo rt Ruimtelijke onderbouwing

24

4’|‚’

Conclusie

De verkeersbewegingen nemen met onderhavig initiatief toe met maximaal 8,1 mvt/etmaal. Gezien de ligging

en de

verkeerssituatie

ter hoogte

van

het plangebied

wordt

aangenomen

dat dit niet tot

problemen leidt met de verkeersafwikkeling in het plangebied. 4.3.2

Parkeren

Op basis van de parkeernormnota 2021 van de gemeente Zandvoort kan inzicht worden verkregen in de nieuwe parkeersituatie. Voor een vrijstaande woning in het dure segment geldt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning. Hierbijis rekening gehouden met een woning in schil centrum in een sterk stedelijk gebied. Om de ontwikkeling mogelijk te maken zijn twee parkeerplaatsen benodigd (bijlage 1 Parkeerbalans). De benodigde parkeerplaatsen worden gehuurd binnen acceptabele loopafstand van 150 meter. Door gebruik te maken van de bepaling uit artikel 6.2 van de parkeernormnota 2021

kan een parkeerplaats

welke bij een derde wordt gehuurd ook als parkeerplaats op eigen terrein worden aangemerkt mits in de huurovereenkomst is vastgelegd dat de betreffende parkeergelegenheid is bedoeld voor het adres van de ontwikkeling en er wordt voldaan aan de acceptabele loopafstand zoals bedoeld in tabe! 6.1, hetgeen betreffende 150 meter.

:Ï

secretaris Bosmanstraat 44-50

Zomerhuis

aan

zee

certtied

coöp. caruel

Loopafstand van de locatie ten opzichte van de planlocatie (bron: Google Maps)

Om deze ontwikkeling haalbaar te maken is er een dergelijke huurovereenkomst voor het afnemen van een parkeervoorziening aangegaan voor een periode van minimaal 10 jaar, daar waar deze plaats zich binnen een loopafstand van 130 meter ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling bevindt. Er wordt dus voldaan aan de parkeerbehoefte van dit project.

Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvo rt Ruimtelijke onderbouwing

25

4 :‚’

Conclusie

Daar de parkeerplaatsen gehuurd in de directe omgeving op een afzienbare afstand van de woning, vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 44

Luchtkwaliteit

441

_ Wettelijk kader

Bij kleine projecten kan het geel gearceerde in 4.4.1 verwijderd worden De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en /of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3%

van de grenswaarden

projecten

kunnen

zonder

(of wel een toename toetsing

van maximaal

aan de grenswaarden

voor

1,2 ug/m3

NO2

en/of PM10).

het aspect luchtkwaliteit

worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen

NIBM

uitgevoerd

in het NSLprogramma,

mits ook

overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen. 44.2

_ Beoordeling

Effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit De ontwikkeling

kan, gezien

de beperkte

omvang,

aangemerkt

worden

als een project dat niet in

betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Luchtkwaliteit ter plaatse Vanuit de wet milieubeheer gelden grenswaarden voor stikstofdioxide (NO:), fjn stof (PM:o) en zeer fijn stof

(PM25s).

Daarnaast

hanteert

de

World

Health

Organization

(WHO)

advieswaarden

voor

stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de waarden

ter plekke van

het plangebied,

de grenswaarden

en de advieswaarden.

De

kaarten met

concentratie Iuchtverontreinigende stoffen n de lucht op de onderhavig planlocatie zijn gebaseerd op de NSL-monitoringtool van de Rijksoverheid.

Stof

Jaar 2020

Vaar 2030

[Grenswaarde

|Advieswaarde

PM:o

16,5 ug/m?

14,6 ug/m3

40 ug/m?

15 ug/m?

PMa5

8,2 ug/m?

69 ig/m?

20 ug/m?

5 19/m

NO2

11,9 ug/m?

7,8 ug/m?

40 ug/mS

1O g/m3

Waarden in het plangebied, grenswaarden en advieswaarden luchtkwaliteit

Op de planlocatie wordt ruimschoots voldaan

aan de wettelijke grenswaarden

voor NO2,

PM10

en

PM2s.

De advieswaarden van de WHO liggen ver beneden de wettelijke grenswaarden. In de huidige situatie aan de Secretaris Bosmanstraat liggen de concentraties ver beneden de wettelijke grenswaarden. De huidige waarden zijn acceptabel voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie.

Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvo rt Ruimtelijke onderbouwing

26

4 :‚’

443

Conclusie

Het project kan worden beschouwd als een NIBM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan dan ook achterwege blijven. Daarnaast is luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg voor een goed woonen leefklimaat op de planlocatie. 45

_ Bodemkwaliteit

451

_ Wettelijk kader

Het Besluit op de uimtelijke ordening (artikel 3.1.6) schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie.

Door middel van zo'n onderzoek kan in beeld worden gebracht of de

bodemkwaiteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 45.2

_ Onderzoek

Onderhavig initiatief betreft een wijziging naar de bestemming 'Wonen' op een locatie die deels bestemd is als ‘Verkeer’ en deels voor 'Wonen' maar geen bouwvlak bevat. Ten aanzien van het initiatief zullen

er graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. De planologisch geldende functie van het pand betreft bovendien

eveneens

een

milieugevoelige

functie,

aangezien

ook

hierbij

meerdere

personen

voor

langere tijd in het pand aanwezig kunnen zijn. In opdracht

van Macobouw advies is door GRS Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd

ter plaatse van de planlocatie aan de Secretaris Bosmanstraat naast nummer 24 te Zandvoort (Bijlage 2). Doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese verdacht te worden aangenomen.

De grond is licht tot

matig verontreinigd met enkele zware metalen en PAK. Er is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Met dit onderzoek zijn voorgenomen nieuwbouw. 4.5.3

milieuhygiënisch

gezien

geen

belemmeringen

aangetroffen

voor

de

Conclusie

Er zullen geen

risico's voor de volksgezondheid

voorgenomen

activiteit op het onderhavige perceel. Op de locatie zijn geen bodemverontreinigingen

bekend

of bekende

locaties

van

ermnstige

en het milieu aanwezig

bodemverontreiniging

die

zijn met betrekking tot de

met

spoed

moeten

worden

en woonerven — bevinden

zich op

gesaneerd. 46

Geluidhinder

461

_ Wettelijk kader

Wegverkeer en railverkeer Langs

alle (spoor)wegen — met uitzondering van 30 km/h-wegen

grond

van

de

Wet

geluidhinder

(Wgh)

geluidszones

waarbinnen

Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvo rt Ruimtelijke onderbouwing

de

geluidshinder

27

vanwege

de

4 =°’

(spoor)weg

getoetst

moet

worden.

De

breedte

van

de

geluidszone

is afhankelijk

van

het aantal

rijstroken/spoorstaven en van binnen- of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km /h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd. Industrielawaai

Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Buiten de geluidszone wordt de voorkeurswaarde van 50 dB(A) niet overschreden. De maximale ontheffingswaarde binnen de geluidszone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde. De dosismaat Lden is voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai met ingang van 1 januari 2007 in de gewijzigde Wgh vastgelegd. Voor industrielawaai wordt Lden in het kader van de Wgh voorlopig niet ingevoerd. Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van het circuit Zandvoort. 46.2

_ Onderzoek

De locatie is gelegen binnen de geluidzone van circuit Zandvoort. geluidzone van wegverkeer,

namelijk van de volgende wegen

Daarnaast ligt het plan binnen de

hier is een onderzoek

naar gedaan

(bijlage 7): e

Van Speijkstraat,

e

Dr. Johannus G. Mezgerstraat,

°

Dr. Smitstraat

°

Schoutenstraat

Deze wegen hebben een rijsnelheid van 30 km/per uur. deze wegen, is in het voorliggende onderzoek de geluidbelasting vanwege deze wegen toch berekend. Dit omdat: e

de gemeente

in het kader van een goede

ruimtelijke onderbouwing

de belangen

van

het

realiseren van het bouwplan af moet wegen tegen de mogelijke hinder door de geluidbelasting; e

bij het

realiseren

van

de

woning

deze

geluidbelasting

meegenomen

beoordeling van de geluidwering in het kader van een goed woonklimaat.

kan

worden

bij de

De overige wegen

liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting. De nieuwe woning ligt in de geluidzone van het industrieterrein Circuit Zandvoort. Door de Omgevingsdienst IJmond is

aangegeven

dat

ruim

kan

worden

voldaan

aan

de

voorkeursgrenswaarde

voor

industrielawaai en het industrielawaai geen belemmering vormt voor het plan. De geluidbelasting vanwege het gezoneerd industrieterrein Circuit Zandvoort, is om deze reden in het voorliggende onderzoek niet nader beschouwd.

Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting bij de

nieuwe appartementen ten gevolge van het verkeer op de: e

gezoneerde

weg

N200

geluidbelasting vanwege

lager

is

dan

de

voorkeurswaarde

uit

de

Wet

geluidhinder.

De

het verkeer op deze weg en de Wet geluidhinder vormen dan ook

geen belemmering voor het realiseren van de nieuwe woning; e

30 km/uur weg, de Secretaris Bosmanstraat, hoger is dan de voorkeurswaarde, maar ruim lager

dan de maximale ontheffingswaarde zoals deze geld voor gezoneerde wegen. Op basis hiervan wordt gesteld dat de geluidbelasting aanvaardbaar is. Omdat 30 km/uur wegen volgens de Wet

geluidhinder niet gezoneerd

zijn, kan en hoeft voor de geluidbelasting van deze weg

geen

hogere waarde 'te worden vastgesteld;

e

overige 30 km/uur wegen ruim lager zal zijn dan de voorkeurswaarde. In verband met een goede ruimtelijke ordening en een goed woonklimaat is het aan te bevelen om bij de bepaling van de geluidwering van de gevels rekening te houden met de bijdrage van alle wegen, inclusief de 30 km/uur wegen. Dit kan door bij het ontwerp van de nieuwe woning rekening te houden met de gecumuleerde geluidbelasting. De gecumuleerde

geluidbelasting, zonder aftrek 5 dB

volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder, bedraagt maximaal 57 dB. 46.3

Conclusie

Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling. 4.7

Bedrijven en milieuzonering

471

_ Wettelijk kader

Zowel

de ruimtelijke ordening

leefmilieu

te handhaven

milieuzonering

als het milieubeleid

en te bevorderen.

verstaan

we

het

stelt zich ten doel

Dit gebeurt

aanbrengen

van

een

onder

andere

voldoende

een

goede

kwaliteit van

het

door milieuzonering.

Onder

ruimtelijke

tussen

scheiding

milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate

de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: e

het voorkomen

of zoveel mogelijk beperken van

hinder en gevaar bij woningen

en andere

gevoelige functies; e

het bieden van voldoende

zekerheid

aanvaardbare

kunnen

voorwaarden

aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam

onder

uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’

uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBl-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.

De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe

gevoelig

een

gebied

is

voor

milieubelastende

activiteiten

is

mede

afhankelijk

van

het

omgevingstype. De richtafstanden van de onderstaande richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' dan wel 'gemengd gebied’. De omgeving van het plangebied kan, gelet op de ligging aan de Secretaris Bosmanstraat 24 Zandvoort, omgeven door woningen, worden gekarakteriseerd als rustige woonwijk.

Milieucategorie| Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk | Richtafstand tot omgevingstype n rustig buitengebied

\gemengd gebied

1

10m

Om

2

30 m

10m

3.1

50m

130 m

3.2

100

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500

300

5.2

700 m

5.3

1.000

6

1.500 m

m

50

m

m

m

500 m m

700

m

1.000 m

Richtafstanden en omgevingstype

Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder. 47.2

Voor

Beoordeling

onderhavig

project

dient

te worden

getoetst

of de

nieuwe

functie

mogelijk

belemmeringen

veroorzaakt voor bestaande functies n de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. Op ruim 300 meter afstand is het Center Parcs Strandhotel gevestigd, een hotel heeft milieucategorie 1 en heeft hiermee

een

richtafstand van

10 meter, daarmee

is het hotel op ruim voldoende

afstand

gelegen vanaf de woning. Daarnaast bevinden er op 200 meter afstand of meer verschillende horecaen recreatiegelegenheden

aan het strand, op de boulevard. Ook deze bedrijven zijn getypeerd

met

milieucategorie 1. Zowel de bedrijven als de beoogde ontwikkeling zullen geen hinder ervaren van het toevoegen van een vrijstaande woning. 473

Conclusie

Gelet op het voorgaande vormen de milieubelastende functies vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Andersom vrijstaande woning

leidt bouw van de

niet tot milieutechnische problemen voor de omliggende milieugevoelige functies.

Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is te achten met een goede ruimtelijke ordening. 48

Externe veiligheid

481

_ Wettelijk kader

Sommige

activiteiten brengen

omgeving

met zich mee.

risico's op zware

ongevallen

met

mogelijk

Externe veiligheid richt zich op het beheersen

grote gevolgen

voor de

van deze risico's. Het gaat

daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden

kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars

en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid

moeten

veiligheid richt zich op de volgende risico's:

dus goed

worden

afgestemd.

De wetgeving

rond

externe

e

risicovolle (Beví-)inrichtingen;

e

vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen;

e

vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor.

Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar

Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 mz). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels en horeca. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico

Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10° als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10° contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10'5 contour.

Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen

overlijden als rechtstreeks gevolg

van

hun

aanwezigheid

in het invloedsgebied

van een

inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het

groepsrisico wordt niet in contouren vertaald, maar wordt weergegeven in een grafiek. In de grafiek wordt de groepsgrootte van aantallen slachtoffers (x-as) uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval (y-as). Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde,

maar een

verantwoordingsplicht.

zogenaamde Het

bevoegd

oriëntatiewaarde. gezag

moet

groepsrisico in de nabije toekomst te beperken,

Daarnaast geldt voor het groepsrisico een

aangeven

welke

mogelijkheden

er zijn om

het

het moet aangeven op welke manier hulpverlening,

zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid zijn ingevuld. Het bevoegd gezag moet tevens aangeven waarom de

risico's

verantwoord

zijn,

en

de

veiligheidsregio

moet

in

de

gelegenheid

zijn

gesteld

een

brandweeradvies te geven. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico, hoe groter het belang van een goede groepsrisicoverantwoording. Risicovolle (Bevi-Jinrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen

burgers

een

minimaal

(aanvaard)

beschermingsniveau

te

bieden.

Via

een

bijhorende

ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare

objecten gegeven. Aanvullend op het Beví zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13513793/1