bijlage 2 rapport Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Zandvoort 2040
Tekst van het document
Beoordelingsaspect
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
Duurzame opwekking
↗
☺
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Als gevolg van het nieuwe beleid zijn er uitsluitend kansen op positieve effecten voorzien. Versterking van de positieve autonome trend is daarmee aannemelijk, dat is voorzien na 2030. Onder meer door inzet van zonnepanelen op daken (bedrijven en woningen) en uitbreiding van het warmtenet ten koste van het aardgasnet. Of dit aspect hiermee uit het rode kwaliteitsniveau komt is afhankelijk van de concrete omvang van de duurzame energieopwekking en of de bron van het warmtenet duurzaam opgewekte energie is. Geadviseerd wordt om nader te onderzoeken welke inzet wanneer nodig is om tijdig de klimaatdoelen te behalen en daarmee uit het rode kwaliteitsniveau te komen en daar in verdere uitwerking concrete uitvoeringsstappen voor vast te stellen. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbeveling wordt opgenomen in het op te stellen programma energie & klimaat en de transitievisie warmte.
Beoordelingsaspect
Openbaar vervoer
Kwaliteitsniveau referentiesituatie
Autonome trend
Omgevingsvisie
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering De omgevingsvisie resulteert zowel in kansen als risico’s voor openbaar vervoer, waarbij er overwegend sprake is van risico’s. Deze hangen samen met beleid gericht op de doorontwikkeling van Circuitpark Zandvoort, de ontwikkeling van het culturele aanbod en het uitbreiden economische toeristische activiteiten. Deze uitspraken resulteren in een toename van het aantal bezoekers en toenemende druk op het openbaar vervoer. De omgevingsvisie voorziet in de realisatie van een HOV-verbinding en mobiliteitshubs. Hiermee kan een deel van de OV-reizigers opgevangen worden. Door de HOV-capaciteit aan te passen aan de vraag (gedurende de zomer meer capaciteit) kan de druk verder gereduceerd worden. Actieve communicatie van de reistijd met het openbaar vervoer versus de auto kan hier ook aan bijdragen. Tenslotte geldt dat een toename van bezoekers kan leiden in een toenemende druk op last-mile faciliteiten. Door verdere aanpassingen door te voeren bij deze faciliteiten, gericht op strandgebruik (deelfietsen, bakfietsen en fietskarren) kan de druk op faciliteiten gereduceerd worden. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in het in ontwikkeling zijnde mobiliteitsbeleid (‘Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort’).
Daarin wordt ingezet op andere modaliteiten naast de auto. Hierbij is actieve (digitale) communicatie naar de reizigers toe een belangrijk aspect.
1 oktober 2021
OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040
BH3406MIRP2109291152
83
11
Wat gebeurt er verder na dit OER?
11.1
Beleidscyclus omgevingsbeleid
De omgevingsvisie heeft een plek binnen de beleidscyclus voor omgevingsbeleid, conform de Omgevingswet. Onderstaande figuur geeft de beleidscyclus weer, en het werkt als volgt. 1) In de beleidsontwikkeling wordt de omgevingsvisie opgesteld, deze stap wordt met vaststelling van de Omgevingsvisie Zandvoort 2040 voltooid; 2) In de beleidsdoorwerking worden de richtinggevende hoofdlijnen voor nieuwe uit de omgevingsvisie verder geconcretiseerd in uitvoeringsprogramma’s en andere instrumenten, zoals het omgevingsplan; 3) Tijdens de uitvoering worden de concrete besluiten en/of regels en ander instrumentarium toegepast; 4) In de terugkoppeling wordt door monitoring en evaluatie gereflecteerd op behaalde resultaten waarna deze op basis van hun betekenis input vormen voor een nieuwe beleidscyclus.
Figuur 11-1: Beleidscyclus [Aandeslagmetdeomgevingswet.nl, 2020]
11.2
Omgevingsprogramma en omgevingsplan
De omgevingsvisie vormt het afwegingskader voor verdere uitwerking in plannen en programma’s. In plannen en programma’s moet verder duidelijk worden hoe en op welke locaties het beleid uit de omgevingsvisie concreet uitgevoerd gaat worden. Door conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen uit dit OER daarin mee te nemen en concreet een plek te geven, wordt geborgd dat het belang van de leefomgeving zo optimaal mogelijk meegenomen blijft worden. Gezien de in dit OER geconstateerde risico’s van het nieuwe beleid op negatieve effecten (bijvoorbeeld op het vlak van Natura 2000) vergt dit aandacht bij de verdere uitwerking van het beleid. Nieuw beleid waarvan geconstateerd is dat het onzeker is of het uitvoerbaar is (realisering HOV-verbinding) vergt nader onderzoek voordat er verdere uitwerking in vervolgbeleid kan plaatsvinden.
1 oktober 2021
OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040
BH3406MIRP2109291152
84
De omgevingsvisie van Zandvoort kent op dit moment een vervolg in verdere uitwerking door middel van het programma klimaat en energie, het programma geluid (Actieplan Geluid) en vernieuwing van mobiliteitsbeleid. Voor het mobiliteitsmobiliteit worden inmiddels de eerste stappen gezet met het plan van aanpak Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort. Na vaststelling van de omgevingsvisie vindt benoeming en verdere uitwerking van programma’s plaats. Het is de bedoeling dat de programma’s vervolgens verder worden geconcretiseerd in uitvoeringsplannen. Bij de uitwerking daarvan wordt de informatie over de leefomgeving zoals opgenomen in dit OER gebruikt en meegewogen. Belangrijk element daarin zijn de mitigerende maatregelen en adviezen voor verdere verbetering van de leefomgeving. Die worden gebruikt bij de invulling van de programma´s. Door conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen uit dit OER daarin mee te nemen en concreet een plek te geven, wordt geborgd dat het belang van de leefomgeving zo optimaal mogelijk meegenomen blijft worden. Hetzelfde geldt voor het omgevingsplan. Voor optimale borging is het van belang dat deze werkwijze van het betrekken van leefomgevingsinformatie, mitigerende maatregelen en verbeteradviezen uit dit OER verankerd wordt in het omgevingsbeleid, de beleidscyclus en de uitvoeringsstrategie.
11.3
Onzekerheden en monitoring
De Omgevingswet stelt monitoring en evaluatie van het beleid verplicht, om in beeld te krijgen of de uitwerking van het beleid daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Periodiek wordt er middels een terugkoppeling nieuwe input geleverd voor de beleidsontwikkeling wat kan leiden tot voortzetting of bijsturing van het beleid. Door monitoring en evaluatie ontstaat een gesloten beleidscyclus. De Omgevingsvisie Zandvoort 2040 heeft geen vastgelegde looptijd. De gemeente wil de visie actueel houden door deze na een jaar (en vervolgens om het jaar) tegen het licht te houden en zo nodig aan te passen, en waar nodig ook het OER. Verder wil de gemeente een monitoringprogramma opzetten, aansluitend op het ‘Rad van de leefomgeving’ zoals opgenomen in dit OER. De daarin opgenomen indicatoren vormen dan het vertrekpunt. Nieuwe ontwikkelingen worden gespiegeld met de indicatoren uit het Rad van de leefomgeving om in beeld te krijgen in hoeverre ambities gehaald worden, kansen op verbetering mogelijk zijn of dat er risico´s op verslechtering zijn. Als ontwikkelingen in de kwaliteit van de leefomgeving aanleiding geven tot het hanteren van andere beoordelingscriteria dan wordt daarop ingespeeld.
Geadviseerd wordt om de volgende stappen te doorlopen voor het monitoringprogramma ten behoeve van de beleidsevaluatie: • Stap 1: Welke ontwikkelingen hebben plaats gevonden sinds het vorige peil-/meetmoment? Dat kunnen ontwikkelingen zijn op het vlak van voortgang van uitvoering van het omgevingsbeleid, gemeentelijke of bovengemeentelijke projecten, autonome trends, wetenschappelijke inzichten en/of nieuwe wet- en regelgeving. • Stap 2: Vallen de gevolgen voor de leefomgeving van deze ontwikkelingen binnen de ambities van de omgevingsvisie, en/of doen zich (nieuwe) knelpunten of problemen voor? Hiervoor wordt aangesloten bij de in dit OER gehanteerde beoordelingssystematiek. • Stap 3: Zijn er aanvullende maatregelen of ingrepen nodig om de gevolgen voor de leefomgeving acceptabel te houden of te krijgen? • Stap 4: Zijn de ambities van de omgevingsvisie nog realistisch en voldoen de gestelde kaders nog of zijn ze te ruim of juist te knellend? Is er aanleiding voor bijstellen van de bestuurlijke aanpak?
1 oktober 2021
OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040
BH3406MIRP2109291152
85
•
Stap 5: Geven ontwikkelingen vanuit (omgevings-)programma´s of het omgevingsplan aanleiding om de omgevingsvisie bij te stellen?
1 oktober 2021
OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040
BH3406MIRP2109291152
86
Begrippenlijst Ambitie (in omgevingsvisie)
Toestand van de leefomgeving die nagestreefd wordt.
Alternatieven
De mogelijke ‘manieren’ waarop het beleid gerealiseerd kan worden. Daarbij gaat het om andere manieren om de doelstellingen gekoppeld aan een bepaalde activiteit (in aanvaardbare mate) te behalen. De Wet milieubeheer stelt dat alleen de alternatieven die redelijkerwijs een rol kunnen spelen in de besluitvorming beschouwd moeten worden.
Autonome ontwikkeling
Ontwikkelingen (meestal op het gebied van de ruimtelijke ordening) die plaatsvinden op basis van ontwikkelingen waarover een besluit is genomen, ongeacht of één van de alternatieven uit het OER gerealiseerd worden.
Beoordelingskader
Set indicatoren waarmee beoordeeld wordt a) in hoeverre met het beoogde beleid (in dit geval vooral ontwikkelprincipes) de beleidsdoelen worden gehaald ('doelbereik') en b) wat de effecten van het beleid zijn op de leefomgeving.
Beleidsinstrument
Middel dat een overheid inzet om beleid uit te voeren, bijvoorbeeld: omgevingsvisie, uitvoeringsprogramma, omgevingsvergunning, subsidieregeling.
Bevoegd gezag
Eén of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn om over de activiteit van de initiatiefnemer het besluit te nemen.
Commissie voor de m.e.r.
Een bij wet ingestelde landelijke commissie van onafhankelijke milieudeskundigen. Zij adviseren het bevoegd gezag over de kwaliteit van de informatie in het milieueffectrapport en naar wens ook over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport.
Effect (in planMER/OER)
Gevolg van beleid op de leefomgeving.
Inspraak
Mogelijkheid om informatie te krijgen en op basis daarvan een mening, wensen of bezwaren kenbaar te maken, bijvoorbeeld voor een activiteit waarover door de overheid een besluit zal worden genomen.
Kennisgeving
Het openbaar maken van een voornemen om een m.e.r.-procedure te starten en of een m.e.r.-plichtig plan vast te stellen.
NRD
Notitie Reikwijdte en Detailniveau: notitie die beschrijft waar de m.e.r.-procedure wel en niet overgaat (‘reikwijdte’), welke aspecten in het OER onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’).
Omgevingsvisie
Plan waarin de gemeente het beleid voor de leefomgeving op lange termijn vastlegt.
Planm.e.r
M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een m.e.r. voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie.
1 oktober 2021
OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040
BH3406MIRP2109291152
87
PlanMER/OER
MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een Omgevingsvisie. In deze NRD wordt met OER de planMER bedoeld.
Ter inzage leggen
Gedurende een bepaalde periode belanghebbende de gelegenheid geven om op een voornemen of ontwerp-plan te reageren met een zienswijze.
Uitvoeringsprogramma
Programma waarin beleidsdoelstellingen (wat gaan we doen?) worden vertaald naar concrete acties en interventies (hoe gaan we dat doen?)
Zienswijze
Reactie die een belanghebbende aan het bevoegd gezag kan sturen als reactie op de kennisgeving over een voornemen.
1 oktober 2021
OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040
BH3406MIRP2109291152
88
Bijlagen
1 oktober 2021
OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040
BH3406MIRP2109291152
89
A1
1 oktober 2021
Foto van de leefomgeving
OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040
BH3406MIRP2109291152
90
RAPPORT Foto van de leefomgeving OER Omgevingsvisie Zandvoort Klant:
Gemeente Zandvoort
Referentie: BH3406MIRP2109201619 Status:
Definitief/02
Datum:
1 oktober 2021
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F reception.ame-la@nl.rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Foto van de leefomgeving Ondertitel: LOF OER Zandvoort Referentie: BH3406MIRP2109201619 Status: 02/Definitief Datum: 1 oktober 2021 Projectnaam: OER Omgevingsvisie Zandvoort Projectnummer: BH3406
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 1 oktober 2021
LOF OER ZANDVOORT
BH3406MIRP2109201619
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Achtergrond en aanpak ‘Foto van de leefomgeving’
1
1.1
Waarom een ‘Foto van de leefomgeving’?
1
1.2
Aanpak ‘Foto van de leefomgeving’
1
1.3
Vigerend omgevingsbeleid en relevante fysiek ruimtelijke ingrepen
6
2
Rad van de leefomgeving Zandvoort
8
3
Gezondheid
11
3.1
Luchtkwaliteit
11
3.2
Geluidhinder
16
3.3
Gezonde leefstijl en leefomgeving
20
4
Veiligheid
24
4.1
Externe veiligheid
24
4.2
Verkeersveiligheid
28
4.3
Sociale veiligheid
31
5
Sociale samenhang
33
5.1
Maatschappelijke deelname
33
6
Wonen en voorzieningen
35
6.1
Woningaanbod en behoefte
35
6.2
Voorzieningenaanbod en behoefte
40
7
Bodem en water
43
7.1
Bodemkwaliteit
43
7.2
Grondwater
46
8
Natuur en biodiversiteit
50
8.1
Beschermde soorten
50
8.2
Beschermde natuurgebieden
54
9
Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie
59
9.1
Cultuurhistorie en erfgoed
59
9.2
Archeologie
63
1 oktober 2021
LOF OER ZANDVOORT
BH3406MIRP2109201619
iii
Projectgerelateerd
10
Energie en grondstoffen
67
10.1
Energieverbruik
67
10.2
Duurzame opwekking
69
10.3
Circulariteit
71
11
Klimaat
73
11.1
Hitte
73
11.2
Droogte
76
11.3
Wateroverlast
79
11.4
Broeikasgassen
82
12
Economie
85
12.1
Werkgelegenheid en opleidingsniveau
85
12.2
Economische diversiteit
87
13
Bereikbaarheid
89
13.1
Autobereikbaarheid
90
13.2
Parkeren
93
13.3
Fiets
95
13.4
Openbaar vervoer
97
13.5
Duurzame en slimme mobiliteit
99
14
Gevoeligheidsanalyse COVID-19
101
Afkortingen
103
Referenties
104
1 oktober 2021
LOF OER ZANDVOORT
BH3406MIRP2109201619
iv
Projectgerelateerd
1
Achtergrond en aanpak ‘Foto van de leefomgeving’
1.1
Waarom een ‘Foto van de leefomgeving’?
In beeld brengen kwaliteit van de leefomgeving Als vertrekpunt voor het omgevingseffectrapport (OER) van de omgevingsvisie van Zandvoort is een ‘Foto van de leefomgeving’ opgesteld: het beeld hoe de leefomgeving in Zandvoort er nu voor staat. Vervolgens is in beeld gebracht hoe de leefomgeving zich naar verwachting in de toekomst ontwikkelt (2030-2040). Dit toekomstbeeld is de autonome ontwikkeling, de verwachte toekomstige situatie bij voortzetting van het huidige beleid, rekening houdend met autonome trends (bijvoorbeeld klimaatverandering) en al genomen besluiten over ingrepen in de leefomgeving. Deze autonome ontwikkeling is de referentiesituatie voor het OER. De mogelijke effecten van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie worden in beeld gebracht ten opzichte van deze referentiesituatie. De foto van de leefomgeving laat zien bij welke leefomgevingsaspecten er nu en in de toekomst problemen en knelpunten optreden en welke autonome trends er daarin te verwachten zijn. Zo brengt het in beeld wat de kwaliteit is van de verschillende aspecten van de Zandvoortse leefomgeving. Hiermee kan de foto van de leefomgeving bijdragen aan het aanscherpen van de Omgevingsvisie en het maken van keuzes voor nieuw strategisch beleid. In de foto van leefomgeving wordt de leefomgeving beschreven aan de hand van de thema’s en indicatoren uit het beoordelingskader van het OER.
Basis voor effectbeoordeling OER De referentiesituatie vormt het vertrekpunt voor de effectbeoordeling in het OER. Effecten van nieuw beleid worden in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve beschouwd ten opzichte van de referentiesituatie. Zo ontstaat een beeld van de te verwachten impact van het nieuwe beleid, inclusief mate van invloed dat het nieuwe (strategische) beleid heeft op autonome trends en ontwikkelingen ten opzichte van het bestaande beleid. In het OER wordt een samenvatting opgenomen van de ‘foto van de leefomgeving’. Basis voor monitoring Gezien de onzekerheid over de wijze waarop het beleid uiteindelijk wordt uitgevoerd én onzekerheid over de implicaties die het beleid op lange termijn hebben voor de fysieke leefomgeving, is het belangrijk om gedurende de uitvoering van het beleid met monitoring ‘vinger aan de pols te houden’. Ook voor deze monitoring is het belangrijk om een beeld te hebben van de uitgangssituatie waartegen autonome ontwikkelingen en het optreden van effecten, kansen en risico’s kunnen worden afgezet. Deze beschrijving van de ‘foto van de leefomgeving’ biedt daarom ook een basis voor toekomstige monitoring.
1.2
Aanpak ‘Foto van de leefomgeving’
1.2.1
De basis: beoordelingskader OER
De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie worden in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie tabel 1-1). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet [Aan de slag met de Omgevingswet, 2019]. Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving het beoordelingskader ook sociale en economische thema’s bevat. Met een dergelijk breed beoordelingskader kan het OER daadwerkelijk bijdragen aan een goede weging van alle relevante belangen in de Omgevingsvisie van de gemeente Zandvoort.
1 oktober 2021
LOF OER ZANDVOORT
BH3406MIRP2109201619
1
Projectgerelateerd
Het beoordelingskader is het resultaat van een analyse van opgaven in de fysieke leefomgeving, afstemming met het proces van raadpleging over de beoogde reikwijdte en detailniveau van het OER. Het beoordelingskader is gaandeweg binnen de procesaanpak van het OER verder aangescherpt ten opzichte van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, waarbij sommige beoordelingsaspecten zijn opgesplitst of samengenomen. In het voorliggende rapport wordt per hoofdstuk een thema beschreven, met daarbij de beoordelingsaspecten en onderbouwing bij toegekende kwaliteitsniveaus, de daarbij gehanteerde werkwijze en bronnen. Tabel 1-1: Beoordelingskader uit OER Omgevingsvisie Zandvoort
Laag
Thema
Aspect
Luchtkwaliteit Geluidhinder Gezonde leefstijl en leefomgeving Externe veiligheid Veiligheid Verkeersveiligheid Sociale veiligheid Sociale samenhang Maatschappelijke deelname Woningaanbod en behoefte Wonen en voorzieningen Voorzieningenaanbod en behoefte Bodemkwaliteit Bodem en water Grondwater Beschermde soorten Natuur en biodiversiteit Beschermde natuurgebieden Cultuurhistorie en erfgoed Ruimtelijke kwaliteit, landschap en cultuurhistorie Archeologie Energieverbruik Energie en grondstoffen Duurzame opwekking Circulariteit* Hitte Droogte Klimaat Wateroverlast Broeikasgassen Werkgelegenheid en opleidingsniveau Economie Economische diversiteit* Autobereikbaarheid Parkeren Bereikbaarheid Fiets Openbaar vervoer Duurzame en slimme mobiliteit Gezondheid
People
Planet
Profit
De resultaten van de foto van de leefomgeving worden visueel weergegeven in het ‘Rad van de leefomgeving’, zie hoofdstuk 2. In het ‘Rad van de leefomgeving’ zijn van alle thema’s en beoordelingsaspecten de kwaliteitsniveaus weergegeven. Het verschil tussen de referentiesituatie en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende beoordelingsaspecten. De kwaliteitsniveaus zijn per beoordelingsaspect bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals hierna omschreven. *Globalere beoordeling: circulariteit en economische diversiteit Omdat onvoldoende op de inhoud van de omgevingsvisisie toegespitste bruikbare informatie beschikbaar is voor toepassing van de systematiek van het Rad van de leefomgeving met gedefinieerde kwaliteitniveaus, zijn deze aspecten globaler beschouwd dan de andere beoordelingsaspecten. Ze zijn daarom niet terug te zien in het Rad van de leefomgeving. Omdat de omgevingsvisie er wel op in gaat is er een beschrijving in 1 oktober 2021
LOF OER ZANDVOORT
BH3406MIRP2109201619
2
Projectgerelateerd
de Foto van de leefomgeving opgenomen op basis van beschikbare informatie. In het OER is een reflectie opgenomen in hoeverre het nieuwe beleid kansen en risico’s op positieve dan wel negatieve effecten met zich meebrengt op deze aspecten.
1.2.2
Aanpak beoordeling kwaliteiten van de leefomgeving
Definitie beoordelingsaspecten Belangrijk bij de waardering van de kwaliteit van de leefomgeving aan de hand van de beoordelingsaspecten is de navolgbaarheid en reproduceerbaarheid van leefomgevingskwaliteiten. De definitie van de beoordelingsaspecten is gebaseerd op de beschikbare informatie in de huidige situatie en autonome ontwikkeling (2030, aangevuld met een doorkijk naar 2040), de (milieu)wetgeving, het beleid en expert judgement o.b.v. tijdreeksen (ontwikkelingen van het beoordelingsaspect over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (bijvoorbeeld landelijk gemiddelde cijfers en trends). Per beoordelingsaspect is een beoordelingscriterium gedefinieerd. Voor de invulling van het beoordelingscriterium kunnen meerdere beoordelingsaspecten gebruikt zijn. Voorbeeld beoordelingsaspect, -criterium en indicatoren Binnen het thema ‘Gezondheid’ is één van de beoordelingsaspecten ‘Gezonde leefstijl en leefomgeving’. Het beoordelingscriterium daarbij is de mate van een gezonde leefstijl en de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. De gebruikte indicator bij het beoordelen van dit criterium is de mate van beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. Resultaten van beoordeling: kwaliteitsniveaus De beoordeling van de aspecten resulteert per aspect in een kwaliteitsniveau: groen, oranje of rood.
Per aspect is een schaallat gedefinieerd voor de toekenning van een kwaliteitsniveau. In zijn algemeenheid geldt: bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er in zijn algemeenheid sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in. Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn twee aspecten bepalend: a. Beschikbare informatie en de status daarvan; b. Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van kwaliteitsniveau groen, oranje, rood. Per beoordelingsaspect is een schaallat voor de kwaliteitsniveaus gedefinieerd op basis van bovenstaande twee aspecten. De schaallat is gebaseerd op indicatoren die het meest tot de kern van het beoordelingsaspect behoren en waar goede informatie beschikbaar voor is om er een kwaliteitsniveau aan toe te kennen. Het kan voorkomen dat er indicatoren zijn bij een beoordelingsaspect wel in de beschrijving van de huidige situatie terugkomen, maar niet expliciet in de schaallat voor het kwaliteitsniveau.
In dat geval behoort de indicator niet tot de kern van het beoordelingsaspect en/of is de beschikbare informatie niet voldoende geschikt om het te vertalen naar een schaallat. Beschikbare informatie en status daarvan Hierbij is onderscheid in: 1. Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens. 2. Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmaterieel met landschapstypen. 1 oktober 2021
LOF OER ZANDVOORT
BH3406MIRP2109201619
3
Projectgerelateerd
3. Expert-judgement: in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een vakexpert. In zijn algemeenheid geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert-judgement het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van kwantitatieve informatie te baseren. Bij aspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie. Daar waar ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op expert-judgement. Bronvermelding De leefomgevingskwaliteiten voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn in beeld gebracht op basis van beschikbare (cijfermatige en kwalitatieve) informatie bij de gemeente Zandvoort, waarstaatjegemeente.nl, het dashboard ‘Hoe is het leven in jouw regio van het Planbureau voor de Leefomgeving in samenwerking met Telos, de Atlas van de leefomgeving, Leefomgevingstoets omgevingsvisie Noord-Holland, PlanMER NOVI, CBS Statline, GGD Kennemerland, Platform31 en het RIVM. Per thema en beoordelingsaspect is in de navolgende hoofdstukken aangegeven welke bronnen specifiek zijn gebruikt.
In de beschouwing van de autonome ontwikkeling zijn de gevolgen van verschillende trends en ontwikkelingen voor de verschillende beoordelingsaspecten meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere autonome trends die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering). Ook is meegewogen wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Waar mogelijk worden belangrijke onzekerheden expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone, emissieloze voertuigtechnologie). Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van groen, oranje, rood Onder referentiewaarde wordt hier verstaan een waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in: 1. Wettelijke normen; 2. Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen 3. Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4. Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5. Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Noord-Holland); 6. Expert judgement.
Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden qua objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is het afgelopen als een ladder, te beginnen bij 1 en eindigen bij 6. Daar waar er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expert-judgement. In de hoofdstukken met de resultaten van de beoordeling zijn telkens aan het begin de gehanteerde informatie en referentiewaarde gedefinieerd.
1 oktober 2021
LOF OER ZANDVOORT
BH3406MIRP2109201619
4
Projectgerelateerd
Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit Binnen het thema ‘Milieukwaliteit is één van de beoordelingsaspecten ‘Luchtkwaliteit’. Het beoordelingscriterium daarbij is de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). Beschikbare informatie: kwantitatief, concentratiekaarten op basis van modelberekeningen. Referentiewaarde: wettelijke normen (grenswaarden Wet milieubeheer) en gezondheidskundige advieswaarden (WHO). Hiermee is voor dit aspect kwantitatieve informatie beschikbaar en wettelijke normen en gezondheidskundige advieswaarden als referentiewaarden voor de definitie van kwaliteitsniveaus. Op basis hiervan is de onderstaande schaallat voor kwaliteitsniveaus toegekend. Kwaliteitsniveau Groen Oranje Rood
Luchtkwaliteit Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald. Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden.
Op basis van de beschikbare kwantitatieve informatie en de gedefinieerde schaallat is het kwaliteitsniveau toegekend voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Het toegekende kwaliteitsniveau is een gemeentebreed beeld, daar waar er specifieke relevante afwijkingen zijn van het gemeente brede beeld wordt dat in de onderbouwende beschrijving benoemd. De toegekende kwaliteitsniveaus zijn voor alle beoordelingsaspecten in het Rad van de leefomgeving toegekend, zoals onderstaand weergegeven.
Groen Beoordelingskader: Thema’s en beoordelingsaspecten
Oranje
Rood
Waardering per beoordelingsaspect
Figuur 1-1: Algemene schaallat van de beoordelingsaspecten zoals visueel weergegeven in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving.
1 oktober 2021
LOF OER ZANDVOORT
BH3406MIRP2109201619
5
Projectgerelateerd
Waardering autonome ontwikkeling Bij de beschouwing van beoordelingsaspecten is een waardering gegeven aan de autonome ontwikkeling, op basis van een kwalitatieve inschatting van ontwikkelingen die optreden als gevolg van: • De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de woningmarkt. • De mate waarin voortzetting van bestaand (gemeentelijk) beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. • De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen zoals Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Rijnland en omliggende gemeenten leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. Planperiode of planhorizon De omgevingsvisie Zandvoort is gericht op 2040. Omdat de meeste beschikbare informatie of trends of prognoses voor leefomgevingsaspecten niet verder gaan dan 2030 of omdat de onzekerheidsmarge na 2030 te groot wordt, is in het OER 2030 in beginsel als toekomstjaar gehanteerd. Aanvullend is een doorkijk gegeven richting 2040.
1.3
Vigerend omgevingsbeleid en relevante fysiek ruimtelijke ingrepen
1.3.1
Samenhang met andere kaders
Bij het opstellen van de omgevingsvisie is rekening gehouden met regelgeving en beleid van andere overheden. Daarbij gaat het om beleid en besluiten die onderdeel zijn van de volgende plannen en programma’s: • Europese regelgeving: M.e.r.-richtlijn, Vogel- en Habitatrichtlijn, NEC-richtlijn, Kaderrichtlijn water, Richtlijn luchtkwaliteit, Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s, Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB), Verdrag van Malta, Verdrag van Granada, Richtlijnen trillingen. • Nationale regelgeving en beleid: o Wetten: Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet natuurbescherming (Wnb), Wet ammoniak en veehouderij (Wav), Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), Wet milieubeheer (Wm), Waterwet, Wet geluidhinder (Wgh), Erfgoedwet 2016, Wet archeologische monumentenzorg (Wamz), Wet bodembescherming (Wbb); o Besluiten: Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro), Besluit huisvesting ammoniak en veehouderijen (Amvb Huisvesting), Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (Bevi, Revi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb, Revb), Besluit externe veiligheid Transport (Bevt, Revt), Besluit bodemkwaliteit (Bbk), Besluit Kwaliteitseisen en Monitoring Water (BKMW); o Nota’s: Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Nationaal waterplan 2016-2021, Structuurvisie buisleidingen
(2012-2035), Waterbeleid 21e Eeuw, Klimaatakkoord, regionaal energieakkoord, Energieakkoord. • Regionaal: Ontwerp-actieplan geluid Gemeente Zandvoort 2020-2023, Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Kennemerland, Ontwikkelplan Circulaire Economie Metropoolregio Amsterdam, • Gemeentelijk: Zandvoort Parel aan Zee+ Structuurvisie 2025 met toekomstvisie 2040, Sportnota 2017+ ‘Meer met sport’, Integraal Veiligheids- en Handhavingsplan 2019-2022, Zandvoort: Groen aan Zee. Beleidsplan Duurzaamheid 2019-2025.
1 oktober 2021
LOF OER ZANDVOORT
BH3406MIRP2109201619
6