Bijlage 2. Bijlage rapport gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (GVVP) Zandvoort 2025-2040
Tekst van het document
13 juni 2025
BH9687-MI-RP-250110-1421
37
6.5
Vrachtverkeer/ logistiek
In de huidige situatie lopen de routes voor het vrachtverkeer via de hoofdwegenstructuur. Dit zijn alle gebiedsontsluitingswegen zoals beschreven in 4.4. De maatregelen zoals weergegeven onder auto zijn om die reden zeker ook van toepassing op het logistieke- en vrachtverkeer. De route Van Lennepweg/Kostverlorenstraat heeft een smal profiel en het gemotoriseerd verkeer is gemengd met het fietsverkeer (met een fietsstrook). Tevens zijn er veel oversteeklocaties voor langzaam verkeer. Binnen de beschikbare openbare ruimte zijn geen mogelijkheden afdoende verkeersmaatregelen te realiseren (zoals gescheiden fietsvoorzieningen of veilige oversteeklocaties). Oplossingsrichtingen Op basis van bovenstaande zijn de volgende 4 maatregelen aanvullend gewenst, specifiek gericht op het logistieke- en vrachtverkeer. l2 Binnen studie Kostverlorenstraat (a1) expliciet aandacht voor (groot) vrachtverkeer. Studie naar routekeuze en hier het vrachtverkeer beter op sturen. l2 Optimaliseren laad- en losplekken en marktlocaties in het centrum, dit in relatie tot de pleinenstudie. l3 Passende maatregelen om groot vrachtverkeer door het centrum te beperken (bijvoorbeeld met venstertijden of lengtebeperkingen). l4 Onderzoek voor een HUB voor bevoorrading om het relatief grotere vrachtverkeer in het dorp Zandvoort te beperken. Aanvullend onderzoek voor een HUB voor bevoorrading van o.a.
de winkels in het centrum en de strandtenten langs de kust is wenselijk (in samenwerking met de ondernemers). Deze hub dient dan als overslag punt, waarna vervoer met kleinere (elektrische) voertuigen plaatsvindt. Mogelijkheden in samenwerking met een ‘rangeerterrein’ voor (strand) huisjes en containers. Ook kan er mogelijk samengewerkt worden met de Goederen HUB in Haarlem. Legenda Transportbedrijven Centrumgebied – beperken (zwaar) vrachtverkeer Wegcategorisering Vrachtroutes primair Vrachtroutes secundair
l3 l2
l1 l4 HUB-logistiek
13 juni 2025
Figuur b6-5: Netwerk vrachtverkeer
BH9687-MI-RP-250110-1421
38
6.6
Integrale oplossingsrichtingen
Verkeersveiligheid en smart mobility, Het GVVP biedt een breder beeld dan alleen de netwerk gebonden verkeersonderwerpen. Denk hierbij aan educatie en voorlichtings-maatregelen. Ook monitoringsmaatregelen krijgen een plek in het GVVP. A. Schoolzones B. Educatie en voorlichting C. Handhaving D. Monitoring E. Deelmobiliteit A. Schoolzones Schoolomgevingen worden vaak gevaarlijk gevonden, vooral vanwege de kwetsbaarheid van de verkeersdeelnemers (jonge kinderen). Het inrichten van duidelijk herkenbare schoolzones op de wegen rondom de scholen is een landelijke ontwikkeling. Het betreft de volgende 3 schoolzones (welke alle 3 geen duidelijk herkenbare schoolzone inrichting hebben): ▪ OBS De Zeevonk en De School, doctor J.P. Thijsseweg ▪ Oranje Nassauschool - Lijsterstraat ▪ Mariaschool en Hannie Schaftschool – Prinsesseweg Daarnaast kan ook de omgeving en bereikbaarheid van het middelbaar onderwijs Wim Gertenbachcollege tegen het licht gehouden gaan worden. De aanleg van deze schoolzones is als maatregel i2 in de lijst van maatregelen opgenomen. Schoolzones zijn natuurlijk onderdeel van wegenstructuur voor gemotoriseerd verkeer en zijn de schoolroutes voor langzaam verkeer onderdeel van zowel de fietsroutes als de voetgangersroutes. Door de schoolzones herkenbaar en uniform in te richten is het voor inwoners duidelijk wanneer zij zich in een schoolzone bevinden.
(afbeelding: voorbeeld Schoolzone :gemeente Baarn (Nieuwe Baarnsche School).
Idealiter wordt een schoolzone samen met de school en eventuele oudervereniging heringericht. De gemeente stelt een algemeen kader op voor de inrichting van schoolomgevingen, en werken dit per school in overleg met de gebruikers uit. De volgende elementen krijgen bij het inrichten van een schoolzone een plaats: mobiliteitsgedrag in kaart brengen, beïnvloedingsmogelijkheden inventariseren, essentiële inrichtingseisen opstellen, herkenbaarheid vergroten, snelheid remmen en de ingangen aansluiten op het fietsroutenetwerk.
13 juni 2025
BH9687-MI-RP-250110-1421
39
B. Educatie en voorlichting Over alle vervoersmiddelen heen speelt educatie een grote rol. Niet alle knelpunten zijn oplosbaar met een fysieke maatregel, maar komen vaak voort uit het feit dat mensen niet goed begrijpen wat er van hen wordt verwacht. Niet vreemd, want na het halen van een rijbewijs is er geen verplichte verkeersscholing terwijl voertuigen, wetten en wegen steeds veranderen. Door blijvend in te zetten op verkeerseducatie en voorlichting van de risicogroepen, schoolkinderen en ouderen, kan een bijdrage geleverd worden aan het veiliger bewegen in het verkeer. Door de inzet van ambtelijke uren kan de gemeente contact opnemen met de scholen (Voortgezet Onderwijs en Basis Onderwijs) en afspraken maken over educatie en voorlichting. Maar ook voor algemene voorlichtingsmaatregelen of educatie van ouderen. Deze maatregel is in de lijst opgenomen als maatregel i3 (Stimuleren educatie en verkeersexamens) en i4 (verkeersveiligheidscampagnes). C. Handhaving In de gemeente wordt soms verkeersoverlast ervaren. Met name in woonwijken, maar ook op de gebiedsontsluitende wegen wordt overlast ervaren van hardrijders, asociaal rijgedrag, geluidshinder, etc. Dit geldt zowel voor het gemotoriseerde verkeer als ook door ongewenst gedrag door fietsers en brommers.
Daar waar mogelijk wordt door de gemeente het gedrag gestuurd door de wegen dusdanig in te richten dat het verkeersoverlast beperkt is en de leefbaarheid van de woonwijken optimaal is. Naast inrichting en voorlichting is het relevant om ook vanuit verkeershandhaving hier aandacht voor te hebben. Handhaving van het verkeer ligt in eerste instantie bij de (regionale en landelijke) politie. Om deze reden is extra aandacht voor bepaald verkeersgedrag alleen mogelijk in overleg met de politie (zoals handhaving op foutparkeerders zowel auto als fiets). Deze overleggen vinden op het moment op reguliere basis plaats. D. Monitoring Er worden in de huidige situatie niet frequent verkeerstellingen (vracht-, bestel-, personenauto) uitgevoerd voor het nieuwe verkeersmodel. Aangezien de situatie op de weg niet een vaststaand gegeven is, is het verstandig om regelmatig te monitoren of de visie nog voldoet aan de ambities en praktijk. Hebben maatregelen wel de juiste uitvoering en hoe gedraagt auto- en fietsverkeer zich op rustige, normale of drukke dagen na een aanpassing. Tellingen in zowel de situatie vooraf als achteraf zijn daarvoor noodzakelijk. De monitoring wordt op verschillende niveaus uitgevoerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar ad-hoc monitoring en reguliere monitoring. Per onderdeel beschrijven we hieronder wat daarmee wordt bedoeld.
Het opstellen van een monitoringsplan is als maatregel i5 in de lijst opgenomen. Reguliere monitoring Het is goed om periodiek te inventariseren hoe de knelpunten zich ontwikkelen en of de doelstellingen en strategie van de visie nog steeds in beeld zijn. Concreet voorstel is om de volgende indicatoren te hanteren in deze jaarlijkse monitoring: ▪ Intensiteiten op de weg (middels een jaarlijks telprogramma, waarbij jaarlijks andere wegen worden geteld). ▪ Type verkeer (auto en licht-, middel- en zwaar vrachtverkeer) ▪ Vertraging/ reistijd op de belangrijkste wegen. ▪ Het aantal en de ernst van ongevallen. ▪ Fietsintensiteiten.
13 juni 2025
BH9687-MI-RP-250110-1421
40
▪ Gebruik fietsparkeerplekken ▪ OV gebruik (in- en uitstappers per halte) ▪ Voetgangersstromen Vanuit beleidsoogpunt is het verstandig om op bepaalde momenten het GVVP opnieuw te heroverwegen. Een logisch moment daarvoor is aan het einde van de coalitieperiode van vier jaar. Op basis van de speerpunten van de (nieuwe) coalitie kunnen nieuwe/ gewijzigde beleidsdoelstellingen naar voren komen die in de visie een plek dienen te krijgen. Dat wil overigens niet zeggen dat telkens een geheel nieuw GVVP opgesteld dient te worden. Het volstaat in eerste instantie om een evaluatie van ruimtelijke ontwikkelingen, risico’s en knelpunten uit te voeren en op basis daarvan eventuele bijstellingen van netwerken en/ of maatregelen door te voeren. Parallel daaraan kan de informatie vanuit de tellingen een bijdrage leveren aan het regionale verkeersmodel (indien dit geactualiseerd wordt). Ad-hoc monitoring Ad-hoc monitoring is in principe reactief. Dit geldt bijvoorbeeld als in de praktijk blijkt dat veel klachten over een bepaalde situatie/locatie binnenkomen. Of wanneer zich externe ontwikkelingen voordoen waardoor de visie mogelijk achterhaald is of bijgesteld dient te worden. Denk bijvoorbeeld aan de afronding van nieuwe regionale visies, landelijk beleid of normen/ richtlijnen van het CROW.
Deze monitoring vindt primair plaats binnen de reguliere werkzaamheden van de verkeerskundigen en beleidsmedewerkers van de gemeente. Wanneer sprake is van grote (voorgestelde) wijzigingen van het beleid, wordt dat door, en in overleg met, bestuur en/of de raad vastgesteld. Het overzicht op de staat van de huidige verkeersborden in de gemeente laat ook te wensen over. Borden zijn soms achterhaald, zijn niet onderhouden en kunnen soms weg. Vanuit dat oogpunt dient een sanering plaats te vinden van de bebording (i1). In uitvoering kan dit ook deels opgenomen worden in huidige onderhoudsprojecten. E. Deelmobiliteit Bij deelmobiliteit is het van belang aan te sluiten op de buurgemeentes en het Provinciaal beleid. Goede samenwerking in de regio is noodzakelijk. Het inzetten van deelvervoer als volwaardig alternatief in Zandvoort is alleen kansrijk als er alternatieven zijn (zoals rondom het station) of als het specifiek is gericht op bezoekers. Het inzetten van deelvervoer bij nieuwe ontwikkelingen vindt vooral plaats bij het opstellen van deze ontwikkelingen. Deelvervoer gericht op bezoekers kan bijvoorbeeld ingezet worden bij de grote parkeerterreinen zoals Pzuid. Vanuit P-zuid vinden er reeds projecten plaats om deelvoertuigen (deelfietsen) aan te bieden.
Dit zodat het autoverkeer gestimuleerd wordt de auto op een centrale plek te parkeren (P-zuid) en het laatste gedeelte af te leggen met een duurzaam vervoermiddel (deelfiets of deel e-bike). Oplossingsrichtingen - integraal: Op basis van bovenstaande omschrijving van integrale maatregelen worden de volgende maatregelen voorgesteld: i1 Saneren bebording (als startproject en structureel de komende jaren). i2 Aanleg 1 schoolzone per 2 jaar (na 6 jaar zijn alle schoolzones veilig ingericht). i3 Stimuleren educatie en voorlichting. i4 Stimuleren voorlichting – verkeersveiligheidscampagnes. i5 Monitoring mobilteitsstromen
13 juni 2025
BH9687-MI-RP-250110-1421
41