CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Was-wordtlijst Reglement van orde gemeenteraad Zandvoort 2025

Gemeenteraad 10 juni 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Actualiseren Reglement van orde gemeenteraad Zandvoort30.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

40

Artikel 30 Hoofdelijke stemming 1.Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat daarvoor overeenkomstig artikel 21 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van een alfabetische lijst met namen.

Artikel 32 Hoofdelijke stemming 1. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat daarvoor overeenkomstig artikel 29 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van een alfabetische lijst met namen.

2.De raadsleden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.

2. De raadsleden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging en door hun stem uit te brengen op de vergaderpost.

3.Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

3. Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat de voorzitter de uitslag heeft vastgesteld. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

4.Als geen hoofdelijke stemming wordt gevraagd, vindt stemming plaats door handopsteking.

4. Als geen hoofdelijke stemming wordt gevraagd, vindt stemming plaats middels het digitale stemsysteem.

Correctie.

Verduidelijking.

Verduidelijking.

Het digitale stemmen vervangt het stemmen via handopsteken bij stemmingen over raadsvoorstellen, moties, amendementen en peilingen over voorstellen met scenario’s, tenzij het digitale stemsysteem een storing heeft. Het digitale stemmen is niet van toepassing bij hamerstukken en bij stemmingen waarbij vanuit wet- en regelgeving andere regels gelden ten aanzien van hoofdelijke stemming en stemming over personen. 28

41

42

5.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en meldt het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 31 Stemming over amendementen en moties 1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.

5. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en meldt het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 33 Stemming over amendementen en moties 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.

2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel 32 Stemming over personen 1.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau.

4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel 34 Stemming over personen 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau.

2.leder raadslid dat de presentielijst heeft getekend en zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.

2. leder raadslid dat de presentielijst heeft getekend en zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 29

43

44 45

3.Voor ieder te benoemen persoon vindt een afzonderlijke stemming plaats. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

3. Voor ieder te benoemen persoon vindt een afzonderlijke stemming plaats. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

4.De benoeming van een wethouder geschiedt op grond van een aanbeveling in de zin van de artikelen 28, 29 en 31 van de Gemeentewet.

4. De benoeming van een wethouder geschiedt op grond van een aanbeveling in de zin van de artikelen 28, 29 en 31 van de Gemeentewet.

5.Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat volgens het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat volgens het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

6.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 33 Beslissing door het lot 1.Wanneer het lot moet beslissen op grond van artikel 31 lid 3 Gemeentewet, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

6. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel 35 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen op grond van artikel 31 lid 3 Gemeentewet, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

2.Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

3.Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. 1.5 RECHTEN VAN LEDEN Artikel 34 Amendementen

3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. 1.5 RECHTEN VAN LEDEN Verplaatst naar artikel 26 van het reglement van orde. 30

1.leder raadslid kan in de raadsvergadering tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door raadsleden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2.leder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een raadslid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3.Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

46

4.Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 35 Moties 1.leder raadslid kan in de raadsvergadering een motie indienen.

Verplaatst naar artikel 27 van het reglement van orde.

2.Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen warden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3.De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk 31

met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4.De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

47

5.Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 36 Voorstel van orde en persoonlijk feit 1.De voorzitter, een raadslid of een buitengewoon lid kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

Verplaatst naar artikel 28 van het reglement van orde.

2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslissen de aanwezigen in de vergadering of de raad terstond.

48

4.Elk raadslid of buitengewoon lid kan op elk moment het woord vragen vanwege een persoonlijk feit. De voorzitter verleent het woord voor een persoonlijk feit niet dan na een voorlopige aanduiding van dat feit. De beslissing of iets een persoonlijk feit vormt, berust bij de voorzitter. Artikel 37 Initiatiefvoorstel 1.Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk via de griffier bij de agendacommissie worden ingediend. De griffie brengt de inhoud van het voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raadsvoorzitter en de overige raadsleden, de buitengewone leden en de wethouders.

Artikel 36 Initiatiefvoorstel 1. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk via de griffier bij de agendacommissie worden ingediend. De griffie brengt de inhoud van het voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raadsvoorzitter en de overige raadsleden, de commissieleden en het college.

Omissie herstelt.

32

2. Het college is op grond van artikel 147a van de Gemeentewet gedurende vier weken in de gelegenheid om zijn wensen en bedenkingen aan de raad kenbaar te maken. Het college kan besluiten hiervan af te zien.

49

2.De agendacommissie beslist over het plaatsen van het voorstel op de agenda van een vergadering.

3. De agendacommissie beslist over het plaatsen van het voorstel op de agenda van een vergadering.

3.Bij de vaststelling van de agenda in de vergadering, ongeacht of daarop een ingediend initiatiefvoorstel is geplaatst, kan op verzoek van een raadslid de behandeling van het initiatiefvoorstel in stemming worden gebracht; er wordt niet tot (aparte) behandeling overgegaan als de raad oordeelt dat:

4. Bij de vaststelling van de agenda in de vergadering, ongeacht of daarop een ingediend initiatiefvoorstel is geplaatst, kan op verzoek van een raadslid de behandeling van het initiatiefvoorstel in stemming worden gebracht; er wordt niet tot (aparte) behandeling overgegaan als de raad oordeelt dat:

a. het voorstel door de orde van de vergadering samen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld;

a. het voorstel door de orde van de vergadering samen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld;

b. het voorstel eerst dient te worden behandeld in een andere vergadering.

b. het voorstel eerst dient te worden behandeld in een andere vergadering.

c. het college eerst gevraagd wordt schriftelijk te adviseren over het voorstel. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 38 Raadsvoorstel 1.Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van een vergadering, kan in overleg met de aanwezigen in de

c. het college eerst gevraagd wordt schriftelijk te adviseren over het voorstel. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 37 Raadsvoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van een vergadering, kan in overleg met de aanwezigen in de

Artikel 147a, vierde lid, bepaald dat de raad geen besluit neemt over een voorstel dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. In dit raadsvoorstel wordt hiervoor 4 weken voorgesteld.

33

50

51

vergadering worden teruggenomen door of teruggegeven aan het college.

vergadering worden teruggenomen door of teruggegeven aan het college.

2.Indien de raad oordeelt dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke raadsvergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 39 Interpellatie 1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt ten minste 32 uur voor aanvang van een raadsvergadering via de griffier schriftelijk bij de voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter oordeelt dat sprake is van een spoedeisend geval. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd en de te stellen vragen.

2. Indien de raad oordeelt dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke raadsvergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 38 Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt ten minste 32 uur voor aanvang van een raadsvergadering via de griffier schriftelijk bij de voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter oordeelt dat sprake is van een spoedeisend geval. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd en de te stellen vragen.

2.De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders. Na indiening van het verzoek tot interpellatie zal bij de vaststelling van de agenda in de eerstvolgende raadsvergadering het verzoek in stemming worden gebracht. De raad willigt het verzoek tot het houden van een interpellatie in, indien het verzoek wordt gesteund door minimaal vier leden. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.

2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders. Na indiening van het verzoek tot interpellatie zal bij de vaststelling van de agenda in de eerstvolgende raadsvergadering het verzoek in stemming worden gebracht. De raad willigt het verzoek tot het houden van een interpellatie in, indien het verzoek wordt gesteund door minimaal vier leden. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.

3.De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 40 Schriftelijke vragen

3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 39 Schriftelijke vragen 34

52

53

1.Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen worden van een toelichting voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd.

1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen worden van een toelichting voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd.

2.De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester worden gebracht.

2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester worden gebracht.

3.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats nadat de vragen zijn binnengekomen en in ieder geval binnen dertig dagen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis en geeft de termijn aan, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.

3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats nadat de vragen zijn binnengekomen en in ieder geval binnen dertig dagen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis en geeft de termijn aan, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.

4.De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. Artikel 41 Vragen en inlichtingen Het bepaalde in artikel 39 en 40 geldt als nadere regeling van de artikelen 155, 169 derde lid en 180 derde lid van de Gemeentewet, naast de mogelijkheden tot het stellen en behandelen van vragen en het verkrijgen van inlichtingen in de vergaderingen. Artikel 42 Procedure begroting en jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de agendacommissie vaststelt.

4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. Artikel 40 Vragen en inlichtingen Het bepaalde in artikel 39 en 40 geldt als nadere regeling van de artikelen 155, 169 derde lid en 180 derde lid van de Gemeentewet, naast de mogelijkheden tot het stellen en behandelen van vragen en het verkrijgen van inlichtingen in de vergaderingen. Artikel 41 Procedure begroting en jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de agendacommissie vaststelt. 35

54

55 56

57 58

Artikel 43 Facultatief behandelprocedure vaststellen Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet en in dit Reglement van orde kan de agendacommissie voor het behandelen van onderwerpen een procedure vaststellen. 1.6 LIDMAATSCHAP VAN OPENBARE ORGANEN EN ORGANISATIES Artikel 44 Verslag en verantwoording 1.Een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Als de raad hierover een discussie wenst, kan de voorzitter hiervoor verwijzen naar een andere vergadering.

Artikel 42 Facultatief behandelprocedure vaststellen Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet en in dit Reglement van orde kan de agendacommissie voor het behandelen van onderwerpen een procedure vaststellen. 1.6 LIDMAATSCHAP VAN OPENBARE ORGANEN EN ORGANISATIES Artikel 43 Verslag en verantwoording 1. Een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Als de raad hierover een discussie wenst, kan de voorzitter hiervoor verwijzen naar een andere vergadering.

2.leder raadslid kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen. Artikel 40 is hierop van overeenkomstige toepassing.

2. leder raadslid kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen. Artikel 40 is hierop van overeenkomstige toepassing.

3.Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel 41 is hierop van overeenkomstige toepassing. 1.7 BESLOTEN VERGADERING Artikel 45 Algemeen Op een besloten vergadering van de raad, een raadscommissie, het presidium en het seniorenconvent zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor

3. Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel 41 is hierop van overeenkomstige toepassing. 1.7 BESLOTEN VERGADERING Artikel 44 Algemeen Op een besloten vergadering van de raad, een raadscommissie, het presidium en het seniorenconvent zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor 36

59

60

61

zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 46 Verslag 1.Het verslag van een besloten vergadering wordt uitsluitend aan raadsleden en buitengewone leden ter beschikking gesteld.

zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 45 Verslag 1. Het verslag van een besloten vergadering wordt uitsluitend aan raadsleden, commissieleden en aanwezige collegeleden ter beschikking gesteld.

2.Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

2. Indien dit geen woordelijk verslag betreft, wordt het verslag zo spoedig mogelijk in een vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad, raadscommissie, het presidium of seniorenconvent een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de (commissie)griffier ondertekend. Artikel 46 Geheimhouding 1. Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad, raadscommissie of de burgemeester overeenkomstig artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet of voor de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen over hetgeen in de raadscommissie geheimhouding is opgelegd.

Verduidelijking.

2. Indien de raad op grond van artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

In lijn gebracht met nieuwe wetgeving.

Artikel 47 Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad, raadscommissie of de burgemeester overeenkomstig artikel 25 of 86 van de Gemeentewet of voor de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 48 Opheffen geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25 derde en vierde lid, artikel 55 tweede en derde lid of artikel 86 tweede en derde lid van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen

Verduideiljking.

In lijn gebracht met nieuwe wetgeving.

Samengevoegd met het voorgaande artikel.

37

62 63

64

65 66

wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. 1.8 TOEHOORDERS EN PERS Artikel 49 Toehoorders en pers 1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel 50 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. 1.9 ADVIESCOMMISSIE Artikel 51 Adviescommissie 1.De raad stelt een adviescommissie in, bestaande uit externe deskundigen, die op diverse beleidsterreinen kan worden ingezet, waaronder in ieder geval dat van de ruimtelijke ordening. 2.De samenstelling, werkwijze en vergoeding van de hoorcommissie worden bij afzonderlijke verordening geregeld. 3.De werkzaamheden van de adviescommissie monden uit in een schriftelijk advies aan de raad, waarin wordt vermeld welke zienswijzen zijn binnengekomen, welke zienswijzen ontvankelijk zijn, een samenvatting van de ontvankelijke zienswijzen, een advies over de zienswijzen en een

1.8 TOEHOORDERS EN PERS Artikel 47 Toehoorders en pers 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel 48 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. 1.9 ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSPLAN Artikel 49 Adviescommissie omgevingsplan 1. De raad stelt een adviescommissie omgevingsplan in, bestaande uit externe deskundigen, die op diverse beleidsterreinen kan worden ingezet, waaronder in ieder geval dat van de ruimtelijke ordening. 2. De samenstelling, werkwijze en vergoeding van de adviescommissie worden bij afzonderlijke verordening geregeld.

Aanvulling. Aanvulling.

Correctie.

3. De werkzaamheden van de adviescommissie monden uit in een schriftelijk advies aan de raad, waarin wordt vermeld welke zienswijzen zijn binnengekomen, welke zienswijzen ontvankelijk zijn, een samenvatting van de ontvankelijke 38

eventueel voorstel tot aanpassing van het ontwerpbesluit. Van deze opzet kan, afhankelijk van het beleidsterrein en het onderwerp, worden afgeweken. 67 68

1.10 ACCOUNTANTSCOMMISSIE Artikel 52 Accountantscommissie 1.De raad stelt een accountantscommissie in, bestaande uit minimaal 3 en maximaal 5 raadsleden en/of buitengewone leden.

zienswijzen, een advies over de zienswijzen en een eventueel voorstel tot aanpassing van het ontwerpbesluit. Van deze opzet kan, afhankelijk van het beleidsterrein en het onderwerp, worden afgeweken. 1.10 ACCOUNTANTSCOMMISSIE Artikel 50 Accountantscommissie 1. De raad stelt een accountantscommissie in, bestaande uit minimaal 3 en maximaal 5 raadsleden en/of commissieleden.

2.De accountantscommissie is belast met en bevoegd tot:

2. De accountantscommissie is belast met en bevoegd tot:

a. het adviseren aan de raad over opdrachtverlening van de accountantscontrole aan een externe accountant, en de beëindiging of verlenging daarvan; zij verzorgt ook de procedure van werving en selectie;

a. het adviseren aan de raad over opdrachtverlening van de accountantscontrole aan een externe accountant, en de beëindiging of verlenging daarvan; zij verzorgt ook de procedure van werving en selectie;

b. het doen van voorstellen over (wijzigingen in) de Controleverordening, het Controleprotocol en andere met de accountantscontrole verband houdende stukken;

b. het doen van voorstellen over (wijzigingen in) de Controleverordening, het Controleprotocol en andere met de accountantscontrole verband houdende stukken;

c. het aandragen van onderzoeksonderwerpen voor de controle door de externe accountant;

c. het aandragen van onderzoeksonderwerpen voor de controle door de externe accountant;

d. overleg met de accountant en overleg met de ambtelijke organisatie; indien de commissie ambtenaren uitnodigt informeert zij het college hierover;

d. overleg met de accountant en overleg met de ambtelijke organisatie; indien de commissie ambtenaren uitnodigt informeert zij het college hierover;

e. het adviseren van de raad ter voorbereiding op de besluitvorming, in ieder geval over de jaarrekening en het jaarverslag.

e. het adviseren van de raad ter voorbereiding op de besluitvorming, in ieder geval over de jaarrekening en het jaarverslag.

39

69 70

71

72 73

3.De commissie wijst uit haar midden een lid aan tot voorzitter.

3. De commissie wijst uit haar midden een lid aan tot voorzitter.

4.De commissie vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden dit aan de voorzitter vragen.

4. De commissie vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden dit aan de voorzitter vragen.

5.De commissie kan advies inwinnen bij een extern deskundige.

5. De commissie kan advies inwinnen bij een extern deskundige.

6.Het secretariaat van de accountantscommissie wordt uitgevoerd door de griffie. 1.11 SLOTBEPALINGEN Artikel 53 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement tijdens een vergadering beslist de raad of de raadscommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel 54 Inwerkingtreding en citeertitel 1.Het Reglement van Orde 2016 vastgesteld bij raadsbesluit van 24 mei 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum.

6. Het secretariaat van de accountantscommissie wordt uitgevoerd door de griffie. 1.11 SLOTBEPALINGEN Artikel 51 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement tijdens een vergadering beslist de raad of de raadscommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel 52 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Het Reglement van Orde 2018 vastgesteld bij raadsbesluit van 21 november 2017 wordt ingetrokken zodra het Reglement van orde 2025 in werking treedt.

2.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018.

2. Dit reglement treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

3.Deze verordening wordt aangehaald als Reglement van Orde 2018. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 november 2017.

3. Dit reglement wordt aangehaald als Reglement van orde 2025. Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 juni 2025.

de griffier,

de griffier,

de voorzitter,

de voorzitter,

40

74 75

2 TOELICHTING OP DE VERORDENING 2.1 ALGEMEEN De Gemeentewet schrijft voor dat de gemeenteraad een Reglement van Orde voor zijn vergaderingen en overige werkzaamheden vaststelt. De basis, waarvoor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten het model levert, verandert over het algemeen niet veel, behalve op het punt wijze waarop de raad zijn vergaderingen, adviescommissies en ondersteuning door buitengewone leden inricht.

2.1 ALGEMEEN De Gemeentewet schrijft voor dat de gemeenteraad een Reglement van Orde voor zijn vergaderingen en overige werkzaamheden vaststelt. De basis, waarvoor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten het model levert, verandert over het algemeen niet veel, behalve op het punt wijze waarop de raad zijn vergaderingen, adviescommissies en ondersteuning door commissieleden inricht.

Het Reglement van Orde is sinds de invoering van het dualisme in 2002 een aantal malen aangepast. In 2011 is ervoor gekozen om het Reglement van Orde en de Verordening op de raadscommissies samen te voegen in een nieuw Reglement van Orde, omdat het klassieke model met commissies toen werd vervangen door een structuur die gebaseerd was op de beleidscyclus informeren debatteren - besluiten.

Het Reglement van Orde is sinds de invoering van het dualisme in 2002 een aantal malen aangepast. In 2011 is ervoor gekozen om het Reglement van Orde en de Verordening op de raadscommissies samen te voegen in een nieuw Reglement van Orde, omdat het klassieke model met commissies toen werd vervangen door een structuur die gebaseerd was op de beleidscyclus informeren debatteren - besluiten.

Na ervaring te hebben opgedaan met deze wijze van vergaderen heeft de raad op 24 juni 2014 besloten om de vergaderstructuur te wijzigen in een stelsel met één raadsvergadering en drie commissievergaderingen per maand. Naast verruiming van de mogelijkheden om onderwerpen uitgebreider en dieper in de vakcommissies te bespreken, wil de raad hiermee ook de inbreng van anderen en de regionale afstemming verbeteren.

Na ervaring te hebben opgedaan met deze wijze van vergaderen heeft de raad op 24 juni 2014 besloten om de vergaderstructuur te wijzigen in een stelsel met één raadsvergadering en drie commissievergaderingen per maand. Naast verruiming van de mogelijkheden om onderwerpen uitgebreider en dieper in de vakcommissies te bespreken, wil de raad hiermee ook de inbreng van anderen en de regionale afstemming verbeteren.

Het presidium heeft op 23 november en 2 december 2015 het vergaderen van de raad en raadscommissies sinds het besluit van juni 2014 in aanwezigheid van de leden van de agendacommissie besproken. De daaruit

Het presidium heeft op 23 november en 2 december 2015 het vergaderen van de raad en raadscommissies sinds het besluit van juni 2014 in aanwezigheid van de leden van de agendacommissie besproken. De daaruit

Aanvulling aan de hand van voorliggend raadsvoorstel.

41

76

voortvloeiende wijzigingen zijn verwerkt in deze verordening en hebben onder andere betrekking op het stemmen over personen, het aantal commissievoorzitters, de spreektijd en een verduidelijking van de aanwezigheid en wisseling van buitengewone leden in een commissievergadering.

voortvloeiende wijzigingen zijn verwerkt in deze verordening en hebben onder andere betrekking op het stemmen over personen, het aantal commissievoorzitters, de spreektijd en een verduidelijking van de aanwezigheid en wisseling van commissieleden in een commissievergadering.

In 2014 zijn de wijzigingen doorgevoerd waarover de raad op 24 juni 2014 heeft besloten. De aanpassingen betroffen onder andere het stelsel met een raadsvergadering en drie raadscommissies, het aantal buitengewone leden, de instelling van de accountantscommissie en de verduidelijking van de rol van het presidium.

In 2014 zijn de wijzigingen doorgevoerd waarover de raad op 24 juni 2014 heeft besloten. De aanpassingen betroffen onder andere het stelsel met een raadsvergadering en drie raadscommissies, het aantal commissieleden, de instelling van de accountantscommissie en de verduidelijking van de rol van het presidium.

2.2 DE WIJZIGINGEN IN 2016 Door de wijziging in de Gemeentewet per 1 februari 2016 kan de raad de burgemeester toestaan om het ondertekenen van stukken die van de raad uitgaan op te dragen aan de griffier of een medewerker van de griffie. Dit moet dan wel geregeld worden en is opgenomen in de verordening in artikel 3 lid 5 van het reglement.

In 2025 zijn wijzigingen doorgevoerd waarover de raad op 10 juni 2025 heeft besloten. De aanpassingen betroffen actualisaties aan de hand van wijzigingen in wet- en regelgeving en werkwijzen. 2.2 DE WIJZIGINGEN IN 2016 Door de wijziging in de Gemeentewet per 1 februari 2016 kan de raad de burgemeester toestaan om het ondertekenen van stukken die van de raad uitgaan op te dragen aan de griffier of een medewerker van de griffie. Dit moet dan wel geregeld worden en is opgenomen in de verordening in artikel 3 lid 5 van het reglement.

Voor de agendacommissie is de mogelijkheid van overleg via digitale communicatiemiddelen vastgelegd in artikel 6.

Voor de agendacommissie is de mogelijkheid van overleg via digitale communicatiemiddelen vastgelegd in artikel 6.

De regeling voor een raadscommissie in artikel 11 is aangepast aan de gewenste praktijksituatie met maximaal twee vergaderavonden en een herkenbare onderverdeling van de te behandelen

De regeling voor een raadscommissie in artikel 11 is aangepast aan de gewenste praktijksituatie met maximaal twee vergaderavonden en een herkenbare onderverdeling van de te behandelen 42

77

78

onderwerpen in "Bestuur en Middelen", "Ruimte en Economie" en "Samenleving"

onderwerpen in "Bestuur en Middelen", "Ruimte en Economie" en "Samenleving"

Stemming over personen kan alleen via een stembriefje en niet meer bij acclamatie en duidelijker verwoord in artikel 32.

Stemming over personen kan alleen via een stembriefje en niet meer bij acclamatie en duidelijker verwoord in artikel 34.

Artikel vernummerd.

Dat geheimhouding ook van toepassing is op het presidium en seniorenconvent, is duidelijker opgenomen in de artikelen 45 en 47, 2.3 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING In het onderstaande wordt onder meer ingegaan op de aanpassingen ten opzichte van het Reglement uit 2014. Artikel 1 Begripsomschrijvingen In 2014 zijn de definities van 'voorzitter' en 'vergaderingen' aangepast aan het gegeven dat in dit Reglement meerdere typen bijeenkomsten worden beschreven: die van de raad, de raadscommissies, de agendacommissie, het presidium en de accountantscommissie. Het begrip tesluitenlijst is toegespitst op de raadsvergadering, omdat dit het enige orgaan is dat besluiten kan nemen. De vakcommissies die werden ingesteld kregen de aanduiding 'raadscommissie', met een verwijzing naar het artikel uit de Gemeentewet, waarop ze zijn gebaseerd. Dit om ze te onderscheiden van het algemene begrip 'commissie', dat ook in dit Reglement wordt gebruikt.

Dat geheimhouding ook van toepassing is op het presidium en seniorenconvent, is duidelijker opgenomen in de artikelen 45 en 46. 2.3 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING In het onderstaande wordt onder meer ingegaan op de aanpassingen ten opzichte van het Reglement uit 2014 en 2018. Artikel 1 Begripsbepalingen In 2014 zijn de definities van 'voorzitter' en 'vergaderingen' aangepast aan het gegeven dat in dit Reglement meerdere typen bijeenkomsten worden beschreven: die van de raad, de raadscommissies, de agendacommissie, het presidium en de accountantscommissie. Het begrip besluitenlijst is toegespitst op de raadsvergadering, omdat dit het enige orgaan is dat besluiten kan nemen. De vakcommissies die werden ingesteld kregen de aanduiding 'raadscommissie', met een verwijzing naar het artikel uit de Gemeentewet, waarop ze zijn gebaseerd. Dit om ze te onderscheiden van het algemene begrip 'commissie', dat ook in dit Reglement wordt gebruikt.

Artikel inzake geheimhouding aangevuld. Geactualiseerd.

In lijn gebracht met naam artikel.

In 2025 is de definitie van voorzitter ter verduidelijking aangevuld met het seniorenconvent, net zoals bij de begripsbepaling van vergaderingen. Ook is er een begripsbepaling van de fractie opgenomen en is de begripsbepaling ‘buitengewoon lid’ gewijzigd in ‘commissielid’ en in lijn gebracht met het 43

79

80

Artikel 2 De voorzitters De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125 tweede lid van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77 eerste lid is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester, tenzij de raad een plaatsvervanger heeft aangewezen, zoals in Zandvoort is gebeurd.

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 2 De voorzitters De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125 tweede lid van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77 eerste lid is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester, tenzij de raad een plaatsvervanger heeft aangewezen, zoals in Zandvoort is gebeurd.

De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. In de praktijk kan er voor worden gekozen om de burgemeester dan niet tegelijkertijd het voorzitterschap te laten vervullen. In de praktijk neemt de plaatsvervanger het voorzitterschap tijdelijk over op verzoek van de voorzitter als hij zijn rol als portefeuillehouder in de raadsvergadering inneemt. Artikel 3 De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 en 107 Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d eerste lid). Rechtspositionele bepalingen voor de griffier zijn verwerkt in de Verordening ondersteuning gemeenteraad. Ook de taken van de griffier zijn hierin uitgewerkt.

De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. In de praktijk kan er voor worden gekozen om de burgemeester dan niet tegelijkertijd het voorzitterschap te laten vervullen. In de praktijk neemt de plaatsvervanger het voorzitterschap tijdelijk over op verzoek van de voorzitter als hij zijn rol als portefeuillehouder in de raadsvergadering inneemt. Artikel 3 De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 en 107 Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d eerste lid). Rechtspositionele bepalingen voor de griffier zijn verwerkt in de Verordening ondersteuning gemeenteraad. Ook de taken van de griffier zijn hierin uitgewerkt.

Toegevoegd is hier de gewenste aanwezigheid van de griffier of een plaatsvervanger bij de bijeenkomsten van de raadscommissies.

Toegevoegd is hier de gewenste aanwezigheid van de griffier of een plaatsvervanger bij de bijeenkomsten van de raadscommissies.

44

81

82

Nieuw is lid 5 waarin de burgemeester de griffier en kan opdragen om de stukken die van de raad uitgaan te ondertekenen. Dit is een nieuwe mogelijkheid die artikel 32a lid 2 van de Gemeentewet geeft en vanaf 1 februari jl. van kracht is geworden.

Nieuw is lid 5 waarin de burgemeester de griffier en kan opdragen om de stukken die van de raad uitgaan te ondertekenen. Dit is een nieuwe mogelijkheid die artikel 32a lid 2 van de Gemeentewet geeft en vanaf 1 februari jl. van kracht is geworden.

Art 32a lid 2 Gemeentewet

Art 32a lid 2 Gemeentewet

De raad kan de burgemeester toestaan de ondertekening op te dragen aan de griffier of aan een of meer andere bij de griffie werkzame ambtenaren. In dat geval blijft medeondertekening achterwege. Artikel 4 De secretaris De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college en het begeleiden van de ambtelijke organisatie. Voor die twee taken kan het wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de secretaris opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Zo kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren van de ambtelijke organisatie. Artikel 5 Het presidium De raad voelde in 2014 de behoefte om de rol van het presidium te verduidelijken. Uitgangspunt is dat het delen van meningen en het nemen van besluiten plaatsvinden in de openbare raadsvergadering. Maar niet alle interne en procedurele raadsaangelegenheden hoeven daar aan bod te komen.

De raad kan de burgemeester toestaan de ondertekening op te dragen aan de griffier of aan een of meer andere bij de griffie werkzame ambtenaren. In dat geval blijft medeondertekening achterwege. Artikel 4 De secretaris De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college en het begeleiden van de ambtelijke organisatie. Voor die twee taken kan het wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de secretaris opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Zo kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren van de ambtelijke organisatie. Artikel 5 Het presidium en seniorenconvent De raad voelde in 2014 de behoefte om de rol van het presidium te verduidelijken. Uitgangspunt is dat het delen van meningen en het nemen van besluiten plaatsvinden in de openbare raadsvergadering. Maar niet alle interne en procedurele raadsaangelegenheden hoeven daar aan bod te komen.

In plaats van de compacte beschrijving:

In plaats van de compacte beschrijving: 45

83

"Het presidium heeft tot doel interne aangelegenheden van de raad alsmede vertrouwelijke aangelegenheden die nog niet tot besluitvorming leiden te bespreken."

"Het presidium heeft tot doel interne aangelegenheden van de raad alsmede vertrouwelijke aangelegenheden die nog niet tot besluitvorming leiden te bespreken."

is in lid 8 in vijf onderdelen de positie van het presidium uiteengezet. Naast het bespreken van procedurele zaken staat ook genoemd het doen van voorstellen aan de raad en het besluiten over het vergaderrooster, het zitplaatsenplan en over "interne en procedurele raadsaangelegenheden van beperkte aard en omvang". Wat dit laatste is, kan het presidium zelf beoordelen. Het voordeel van deze passage is dat er voor kleine zaken die in het Reglement niet voldoende helder zijn geregeld geen raadsvoorstel hoeft te worden gemaakt om tot een besluit te komen. In lid 9 is de rol als 'vertrouwensorgaan' apart benoemd; in lid 10 staat een bepaling over het doorgeven van vertrouwelijke informatie aan de rest van de fractie. Lid 11 benoemt de openbaarheid van de presidium bijeenkomst en de beslotenheid van de bijeenkomsten van het seniorenconvent.

is in lid 9 in vijf onderdelen de positie van het presidium uiteengezet. Naast het bespreken van procedurele zaken staat ook genoemd het doen van voorstellen aan de raad en het besluiten over het vergaderrooster, het zitplaatsenplan en over "interne en procedurele raadsaangelegenheden van beperkte aard en omvang". Wat dit laatste is, kan het presidium zelf beoordelen. Het voordeel van deze passage is dat er voor kleine zaken die in het Reglement niet voldoende helder zijn geregeld geen raadsvoorstel hoeft te worden gemaakt om tot een besluit te komen. In lid 10 is de rol als 'vertrouwensorgaan' apart benoemd; in lid 11 staat een bepaling over het doorgeven van vertrouwelijke informatie aan de rest van de fractie. Lid 12 benoemt de openbaarheid van de presidium bijeenkomst en de beslotenheid van de bijeenkomsten van het seniorenconvent.

Artikel 6 De agendacommissie De bepaling in het reglement van orde regelt de instelling, samenstelling en taak van de agendacommissie. De agendacommissie vervult een belangrijke (coordinerende) rol bij de agendering van zaken. De agendacommissie stelt de agenda's van de vergaderingen voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van de

In 2025 is bovenstaande aangevuld met een verduidelijking van het lidmaatschap, het seniorenconvent, de stemprocedure en de plaatsvervangend voorzitter in het presidium en seniorenconvent. Artikel 6 De agendacommissie De bepaling in het reglement van orde regelt de instelling, samenstelling en taak van de agendacommissie. De agendacommissie vervult een belangrijke (coordinerende) rol bij de agendering van zaken. De agendacommissie stelt de agenda's van de vergaderingen voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van de 46

84

85

vergaderingen geschiedt bij de aanvang van de vergadering. Nieuw toegevoegd is de digitale mogelijkheid van overleggen, omdat dit beter recht doet aan de praktijk.

vergaderingen geschiedt bij de aanvang van de vergadering. Nieuw toegevoegd is de digitale mogelijkheid van overleggen, omdat dit beter recht doet aan de praktijk.

Artikel 7 Overleg In artikel 7 is voorzien in de mogelijkheid voor overleg tussen presidium en agendacommissie. De richtlijn in deze toelichting om twee maal per jaar gezamenlijk te vergaderen is vervallen op grond van praktijkervaring. Artikel 8 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders Tegelijk met de mededeling dat een raadslid zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als raadslid toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittrekstel uit de Basisregistratie personen (Brp) met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10 lid 2 Gemeentewet (artikel V3 Kieswet). De Kieswet eist in artikel V4 niet dat het onderzoek van de geloofsbrieven in een openbare vergadering moet gebeuren. Het kan ook voorafgaand aan een vergadering. De Kieswet bepaalt dat de wijze van onderzoek geregeld wordt in het Reglement van Orde. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15 derde lid Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de

In 2025 is een verduidelijking over het lidmaatschap opgenomen. Artikel 7 Overleg In artikel 7 is voorzien in de mogelijkheid voor overleg tussen presidium en agendacommissie. De richtlijn in deze toelichting om twee maal per jaar gezamenlijk te vergaderen is vervallen op grond van praktijkervaring. Artikel 8 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders Tegelijk met de mededeling dat een raadslid zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als raadslid toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittrekstel uit de Basisregistratie personen (Brp) met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10 lid 2 Gemeentewet (artikel V3 Kieswet). De Kieswet eist in artikel V4 niet dat het onderzoek van de geloofsbrieven in een openbare vergadering moet gebeuren. Het kan ook voorafgaand aan een vergadering. De Kieswet bepaalt dat de wijze van onderzoek geregeld wordt in het Reglement van Orde. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15 derde lid Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de 47

geloofsbrieven onderzoekt, brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.

geloofsbrieven onderzoekt, brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.

De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht. Het onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen.

De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht. Het onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen.

Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Deze beslissing wordt gebaseerd op het resultaat van het onderzoek van de geloofsbrieven. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature.

Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Deze beslissing wordt gebaseerd op het resultaat van het onderzoek van de geloofsbrieven. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature.

Het eerste en vijfde lid geven invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrieven onderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen.

Het eerste en vijfde lid geven invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrieven onderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen.

Overeenkomstig is hier nu ook opgenomen: "een buitengewoon lid of een lid van de Rekenkamer", omdat dit Reglement respectievelijk de Gemeentewet ook eisen stellen aan deze

Overeenkomstig is hier nu ook opgenomen: "een commissielid of een lid van de Rekenkamer", omdat dit Reglement respectievelijk de Gemeentewet ook eisen stellen aan deze 48

86

functionarissen. Ook deze moeten door de raad onderzocht kunnen worden. Artikel 9 Fracties Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee.

functionarissen. Ook deze moeten door de raad onderzocht kunnen worden. Artikel 9 Fracties Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee.

In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat raadsleden de raad verlaten. Dan vindt een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mee. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen (een kandidaat wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd). De Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Door deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en

In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat raadsleden de raad verlaten. Dan vindt een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mee. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen (een kandidaat wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd). De Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Door deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en 49

87

de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.

de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.

Artikel 10 Buitengewone leden Buitengewone leden kunnen alleen door de fracties worden voorgedragen. Zij ondersteunen de raadsleden. In lid 2 is gesteld dat zij op de kandidatenlijst moeten hebben gestaan van de partij, die/fractie, die hen voordraagt.

In 2025 is bovenstaande aangevuld met2 nieuwe leden 5 en 6 met procedurele bepalingen bij het ontstaan van nieuwe fracties ná de verkiezingen. Artikel 10 Commissieleden Commissieleden kunnen alleen door de fracties worden voorgedragen. Zij ondersteunen de raadsleden. In lid 2 is gesteld dat zij op de kandidatenlijst moeten hebben gestaan van de partij, die/fractie, die hen voordraagt.

Het benoemen van buitengewone leden is bedoeld om de kleine fracties te ontlasten. Ook wordt het gebruikt worden om niet gekozen kandidaten kennis te laten maken met het werk van raadsleden. Door ex-raadsleden voor te dragen als buitengewoon lid, kan de door hen opgedane kennis en ervaring door de fractie langer worden benut. Lid 5 geeft aan welke ondersteunende taken de buitengewone leden kunnen verrichten. Door deze formulering worden zaken uitgesloten die in de raadsvergadering aan de orde komen zoals amendementen, moties, interpellaties en initiatiefraadsvoorstellen. De vergoeding van de buitengewone leden is geregeld in de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden.

Het benoemen van commissieleden is bedoeld om de kleine fracties te ontlasten. Ook wordt het gebruikt worden om niet gekozen kandidaten kennis te laten maken met het werk van raadsleden. Door ex-raadsleden voor te dragen als commissielid, kan de door hen opgedane kennis en ervaring door de fractie langer worden benut. Lid 6 geeft aan welke ondersteunende taken de commissieleden kunnen verrichten. Door deze formulering worden zaken uitgesloten die in de raadsvergadering aan de orde komen zoals amendementen, moties, interpellaties en initiatiefraadsvoorstellen. De vergoeding van de buitengewone leden is geregeld in de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden. In 2025 is bovenstaande aangevuld met hoe de belofte of eed door een te benoemen 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15616592/1