CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Voorjaarsnota 2026 Zandvoort

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Voorjaarsnota 202625.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2026

2027

2028

2029

2030

934

1.355

675

800

0

Pr 4: Ruimtelijke ontwikkeling, Toerisme & Economie

8.470

9.686

8.536

1.714

2.843

Pr 5: Duurzaamheid

4.978

8.961

10.208

9.059

3.701

Pr 6: Burger, Bestuur en Veiligheid

488

1.357

800

0

1.500

Pr 7: Algemene dekkingsmiddelen en overhead

34

0

0

0

0

14.904

21.358

20.220

11.573

8.044

Totaal

Onderstaande tabel toont de kapitaallasten van dit Investeringsplan inclusief de voorgestelde nieuwe en hogere investeringen. Kapitaallasten

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totale kapitaallasten

4.690

5.301

6.050

6.785

7.030

7.285

Gedekt door rioolheffing

630

806

942

1.080

1.178

1.354

Gedekt uit reserve Kapitaallasten

156

196

286

389

389

389

Saldo begroting kapitaallasten

3.904

4.300

4.822

5.316

5.463

5.542

De begrote kapitaallasten betekenen per saldo op korte termijn een lagere last dan de kapitaallasten zoals die waren begroot in de Programmabegroting 2026-2030. Saldo Kapitaallasten *)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Kapitaallasten VJN26

3.904

4.300

4.822

5.316

5.463

5.542

Kapitaallasten PB26

4.059

4.540

5.079

5.296

5.698

5.698

Mutatie saldo begroting

-155

-240

-257

20

-235

-156

*) Dit betreft alleen de mutaties kapitaallasten (rente en afschrijving) en niet bijvoorbeeld de investeringsprojecten die direct via de exploitatie lopen.

4.1.9 Indicatieve investeringen 2031-2035 Om beter zicht te hebben op de toekomstige onvermijdelijke vervangingsinvesteringen, worden deze voor de periode 2031-2035 al indicatief benoemd. Er is geen sprake van vaststelling van deze investeringen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de investeringen voor deze periode.

57

Investeringsplan

2031

2032

2033

2034

2035

0

300

300

0

0

Pr 4: Ruimtelijke ontwikkeling, Toerisme & Economie

2.395

2.083

2.083

1.958

1.906

Pr 5: Duurzaamheid

Pr 1: Maatschappelijke participatie

3.920

4.048

4.048

4.048

7.701

Pr 6: Burger, Bestuur en Veiligheid

0

0

0

0

0

Pr 7: Algemene dekkingsmiddelen en overhead

0

0

0

0

0

6.315

6.431

6.431

6.006

9.607

Totaal

4.1.10 Besluiten De in paragraaf 4.1.6 genoemde hogere en nieuwe investeringen en de in 4.1.7 genoemde mutaties worden verwerkt in het Investeringsplan en de Programmabegroting. Daarnaast wordt voor een aantal (nieuwe of verhoogde) investeringen een (aanvullend) investeringskrediet vrijgegeven voor besteding. Theater De Krocht Voor de renovatie van het theater wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 600.000. Gerkestraat Voor de vervanging van de riolering en openbare ruimte in de Gerkestraat wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 324.000, wat voor € 140.000 ten laste komt van de post ‘Gerkestraat, riool’ en voor € 184.000 ten laste van de post ‘Gerkestraat openbare ruimte’. Koninginneweg riolering Voor het vervangen van de riolering Koninginneweg wordt een aanvullend krediet vrijgegeven van € 100.000. Zandvoortselaan, verharding Voor de vervanging van de verharding op de Zandvoortselaan wordt een aanvullend krediet van € 100.000 vrijgegeven. Openbare verlichting vervangen door LED Voor het vervangen van de openbare verlichting door LED-armaturen wordt een aanvullend krediet van € 247.000 vrijgegeven. Laadpalen openbare ruimte MRA-E Voor het aanpassen van de openbare ruimte om de plaatsing van laadpalen mogelijk te maken, wordt en krediet vrijgegeven van 120.000.

Laadpalen Parkeergarage MRA-E Om de LDC-garage geschikt te maken voor de plaatsing van elektrische laders, wordt een krediet vrijgegeven van € 200.000. Openbare mindervalide toiletten De gemeenteraad heeft op 24 september 2024 de motie Gastvrij en Toegankelijk: ‘Openbare

58

Toiletten voor Iedereen’ aangenomen. Voor de plaatsing van toiletten wordt een voorbereidingskrediet van € 95.000 vrijgegeven. Verzetsplein: spelen (gedekte investering) Voor het versterken van speelmogelijkheden op het Verzetsplein wordt een krediet vrijgegeven van € 65.000. Dit krediet wordt gedekt door een subsidie van € 65.000. Strandtrappen Voor de vervanging van de strandtrappen wordt een krediet van € 300.000 vrijgegeven. Vervanging vlonder Verzetsplein Voor de vervanging van de houten vlonder aan het Verzetsplein wordt een krediet van € 200.000 vrijgegeven. Oostroute Hoofdwegen Voor de vervanging van de wegen die De Oostroute vormen, wordt een voorbereidingskrediet vrijgegeven van € 160.000. Van Lennepweg Voor het relinen van de riolering onder de Van Lennepweg wordt een krediet vrijgegeven van € 716.000. Doorfietsroute oude trambaan Voor de realisatie van een doorfietsroute op het tracé van de oude trambaan wordt een voorbereidingskrediet vrijgegeven van € 200.000 Kostverloren Om de vervanging van de openbare ruimte en riolering in Kostverloren voor te bereiden, wordt een voorbereidingskrediet van € 693.000 vrijgegeven.

59

5 Richtlijnen begroting 2027-2031 inclusief belastingen en heffingen De uitgangspunten voor het opstellen van de begroting wijken in de basis niet af van voorgaande jaren. Voor indexaties van lonen en prijzen is gebruik gemaakt van de op 12 maart 2026 gepubliceerde cijfers van het Centraal Economisch Planbureau. Op basis van deze uitgangspunten wordt de begroting opgesteld. De financiële consequenties die als gevolg van de verwerking ontstaan, zijn opgenomen in deze Voorjaarsnota. De Meicirculaire 2026 is bij het opstellen van de Voorjaarsnota 2026 nog niet beschikbaar. Dit betekent dat eventuele verschillen tussen de Meicirculaire 2026 en de financiële consequenties worden verwerkt in de Programmabegroting 2027. 5.1 Indexatie Voorgestelde beleidslijn Indexatie van budgetten (dekking) is generiek en vindt plaats op primaire begrotingsbudgetten op basis van voorgestelde indices, waarbij geen maatwerk wordt geleverd, ook niet als dit is vastgelegd in contracten/overeenkomsten. De eventuele hieruit voortvloeiende verschillen, in de vorm van afwijkingen tussen bijdragen die met een subsidiepartner of verbonden partij zijn overeengekomen, dienen opgevangen te worden binnen het beleidsveld. Wanneer dit niet mogelijk is dient dit middels een onderbouwd voorstel ter besluitvorming te worden aangeboden via de P&C-cyclus.

Conform staand beleid vindt geen nacalculatie plaats op indexeringen. Er is daarmee een (structureel) risico dat de gemeente op onderdelen in 2027 hogere kosten heeft dan begroot. De eventuele hieruit voortvloeiende tekorten dienen opgevangen te worden binnen het beleidsveld cq. dient middels een onderbouwd voorstel ter besluitvorming worden aangeboden via de P&C-cyclus wanneer dit niet mogelijk is. Budgetten waar lastenverhogingen van de gemeente tegenover staan (verhoging OZB bijvoorbeeld) worden daarvoor gecompenseerd. Het betreft budgetten van o.m. vastgoed en onderwijs. Voorgesteld wordt de begroting 2027 te actualiseren naar loon-en prijspeil 2027 a.d.h.v. onderstaande percentages: Omschrijving 1. Loonontwikkelingen 2. Materiele uitgaven 3. Subsidies 4. Langlopende rente nieuwe leningen 5. Renteomslag 6A. Belastingen en leges* 6B. Huren en pachten 7. Bijdrage Haarlem 8. Gemeenschappelijke regelingen**

2026 2,0% 2,1% 2,0% 3,5% 1,0% 2,0% 2,1% 2,0% 2,0%

2027 4,2% 2,1% 3,6% 3,5% 1,0% 3,4% 2,1% 3,6% 3,6%

* muv Toeristen- en reclamebelasting ** muv Spaarnelanden en SRO

60

1. Loonontwikkelingen Op basis van de actualisatie van de loonsom per 1 januari 2027 met daarbovenop 1,6% structureel m.i.v. 1 januari 2027 (nog niet verwerkte stijging lopende cao) en 2,6% structureel m.i.v. 1 april 2027 (datum waarop lopende cao afloopt). Totaal 4,2 % structureel m.i.v. 1 april 2027 cf, CPB loonvoet sector overheid voor 2027. 2. Materiële uitgaven Op basis van prijs materiële overheidsconsumptie (imoc %), 2,1 %. 3. Subsidies Personele component op basis van loonvoet sector overheid, 4,2 %. Materiële component op basis van Prijs materieel overheidsconsumptie, 2,1 %. Berekening is als volgt: lonen 4,2 % x 0,7 en materieel 2,1 % x 0,3 = afgerond 3,6 %. Subsidies worden conform bestaand beleid gecompenseerd via bovengenoemd gewogen percentage van 3,6 %. Er vindt geen verrekening plaats op basis van de werkelijke materiële kosten en loonkosten. De verzelfstandigde organisaties vallen onder het regime van de subsidies. Individuele organisaties en instellingen die subsidies ontvangen kunnen geen rechten ontlenen aan deze wijze van berekenen. 4. Langlopende rente nieuwe leningen Het gehanteerde percentage bedraagt 3,5 %. 5. Renteomslag De rente-omslag wordt voor de begroting in een later stadium nog herberekend. De verwachting is dat de omslagrente gelijk blijft ten opzichte van vorig jaar, namelijk 1 %. 6A.

Belastingen en leges Personele component op basis van loonvoet sector overheid, 4,2 % Materiële component op basis van Prijs materieel overheidsconsumptie, 2,1 %. Berekening is als volgt: lonen 4,2 % x 0,6 en materieel 2,1 % x 0,4 = afgerond 3,4 %. Leges worden verhoogd voor zover juridisch toegestaan (contracten, wetgeving, maximum rijkstarieven); - Afval-en rioolheffing worden voor 2027 geïndexeerd. Vanwege het amendement "voorkom toekomstige lastenverzwaring wordt voor 2027 alleen het inflatiepercentage aangehouden. Per 2028 wordende baten i.v.m. 100% kostendekkendheid berekend aan de hand van de ontwikkeling van de lasten (per saldo budgettair-neutraal). Voorstellen tot afwijking van dit uitgangspunt worden expliciet en onderbouwd ter besluitvorming aangeboden.

61

6B. huren en pachten Voor huren en pachten wordt het inflatiepercentage aangehouden dat gelijk is aan die van de materiële kostencompensatie, door het CPB geraamd op 2,1 %. Daarbij worden de baten geïndexeerd, waarbij de volgende uitzonderingen gelden: Huren worden verhoogd voor zover juridisch toegestaan (contracten, wetgeving, maximum rijkstarieven); 7. Bijdrage Haarlem Voor de bepaling van de hoogte van het indexeringspercentage is in artikel 9 lid 4 van het Dienstverleningshandvest met de gemeente Zandvoort het volgende opgenomen: “Op de financiële vergoeding zoals genoemd in het eerste lid en de efficiencykorting zoals genoemd in het tweede en 4 derde lid wordt vanaf 2018 een jaarlijkse indexering toegepast op basis van indexatie van het Centraal Planbureau (CPB)”. Als uitgangspunt geldt dat de budgetten worden geïndexeerd aan de hand van de hierboven voorgestelde generieke indices, met bron/peildatum gelijk aan die van de subsidies. 8. Gemeenschappelijke regelingen Voor de indexatie van budgetten ter dekking van bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen geldt als uitgangspunt dat de budgetten worden geïndexeerd aan de hand van de hierboven voorgestelde generieke indices, met bron/peildatum gelijk aan die van de subsidies.

Wanneer andere percentages worden gehanteerd voor loon- en of materiële componenten, en of een andere verhouding tussen personeel en materieel dan bij onze subsidiepartners, en dit leidt tot een afwijkend gewogen index dan dienen de hieruit voortvloeiende verschillen opgevangen te worden binnen het beleidsveld waaruit de verbonden partij wordt bekostigd. Wanneer dit niet mogelijk is dient dit middels een onderbouwd voorstel ter besluitvorming te worden aangeboden via de P&C-cyclus. Gelet op eerdere afspraken wordt hierop een uitzondering gemaakt voor Spaarnelanden en SRO en zal voor deze partijen worden aangesloten bij de index zoals vastgelegd/overeengekomen met hen. Dit omdat het effect van indexering (grotendeels) kan worden doorgerekend aan de 'gebruikers'. Bij SRO gaat het om een conceptindex 2027 t.o.v. 2026 van 4,4%. Bij Spaarnelanden om een index 2027 t.o.v. 2026 van 3,6 %.

5.2 Formatie en loonsom De salarislasten worden opgehoogd met loonkostenstijging. De salarisberekening gebeurt normatief met peildatum 1 maart 2026 zodat de effecten van kadernota en bestuursrapportage meegenomen kunnen worden. Hiermee wordt het (meest mogelijke) actueel beeld gepresenteerd aan de raad. Op basis van vastgesteld beleid vindt de berekening van de salarislasten plaats o.b.v. het gemiddelde van de 10e periodiek van de functionele schaal. De toegestane formatie 2027-2031 en de financiële uitwerking (per schaal) wordt door de afdeling HRM opgesteld en door het afdelingshoofd HRM vastgesteld na akkoord van de concerncontroller. De toegestane formatie wordt gebruikt om de personeelslasten voor 2027 te kunnen berekenen.

62

5.3 Huren De huurbaten van het gemeentelijk vastgoed worden, conform de afspraken cq. contracten met de huurders, één keer per jaar geïndexeerd, in principe op 1 januari dan wel op 1 juli. Deze indexatie gebeurt veelal conform de (dan) werkelijke (gepubliceerde) indexatiecijfers vanuit het CBS (Consumentenprijsindex), die op dit moment nog niet bekend zijn. Naast deze methode zijn er op onderdelen binnen de vastgoedportefeuille nog andere indexatiemethodes van toepassing. Omdat deze percentages op dit moment nog niet (allemaal) bekend zijn worden de huren in beginsel geïndexeerd met de nu bekende prijs materiële overheidsconsumptie (imoc %), 2,1 %. Dit zorgt ervoor dat de werkelijke ontwikkeling van de huurbaten kan afwijken van nu opgenomen in de begroting. Indien nodig worden afwijkingen van de begroting gepresenteerd in P&C- documenten en in het lopende begrotingsjaar verwerkt. 5.4 Investeringen en kapitaallasten De nieuwe investeringsbedragen dienen te worden aangeleverd met het prijspeil van het jaar waarvoor ze worden opgevoerd. De al eerder geraamde investeringsbedragen worden niet centraal geïndexeerd. Haarlem kent namelijk een meerjarenraming in constante prijzen waarbij investeringen in beginsel al met het juiste prijspeil begroot moeten worden.

Waar zich in de praktijk (hoger dan geraamde) prijsstijgingen voordoen, kan per investering worden bekeken hoe dit wordt ingepast in het investeringsplan. Dit gebeurt binnen het financiële kader door te bezien welke ruimte er dan is vanwege onderbesteding, of waar ruimte te maken is door andere investeringen (deels) in tijd later te plannen. Prijsstijgingen direct gerelateerd aan indexatie zijn het meest aannemelijk wanneer investeringen (naar achteren) verschuiven in de tijd. Het is aan de aanleverende afdeling om deze component te verwerken in de aanlevering van de actualisatie van het IP. Indexatie gaat ten koste gaat van de beschikbare investeringsruimte, het netto-effect daarvan is in theorie dat er daardoor minder wordt geïnvesteerd en dat is niet wenselijk. De kapitaallasten worden centraal geraamd. In de Programmabegroting 2027-2031 worden de kapitaallasten geraamd, die voortvloeien uit: • De tot en met 2025 in de jaarrekening opgenomen investeringsbedragen (activa); • De geraamde investeringen volgens het nieuwe Investeringsplan 2026-2030. De investeringen die worden geïnventariseerd voor de jaren 2031-2036 worden nog niet vastgesteld cq verwerkt in de begroting; • De bijkomende budgettaire lasten uit voorgestelde nieuwe of hogere investeringen komen in de analyse afzonderlijk naar voren.

De rentecomponent (het zogenaamde rente-omslagpercentage) voor zowel de rendabele als de onrendabele investeringen bedraagt voorlopig 1 %, maar zal bij de Programmabegroting 2027-2031 nader berekend worden. Dit is vastgelegd in de Financiële verordening 2024, (2023/1964738) en in de Nota activabeleid (2021/204587). Investeringen worden geactiveerd volgens de componentenmethode. In de nota activabeleid is vastgelegd dat investeringen van < € 50.000 niet worden geactiveerd.

63

5.5 Grexen Specifieke uitgangspunten voor de grondexploitatie worden opgenomen in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG). 5.6 Kostenverdeling De afdelingen geven per afdeling aan hoe de personeelskosten moeten worden verdeeld over de programma’s en producten. Een belangrijk onderscheid hierbij is de verdeling tussen overhead- en lijnfuncties. De uitvraag geeft tevens inzicht in het totale aantal uren voor lijnfuncties. Door het saldo van de totale overheadkosten en -baten (Haarlem) te delen door het totale aantal productieve uren (exclusief overhead/Haarlem) wordt de overheadopslag per (lijn)uur bepaald. Deze opslag wordt gebruikt bij d bij de berekening van de kostendekkendheid van belastingen en leges. 5.7 Raming Algemene Uitkering In de meerjarenraming 2026-2030 is de Algemene Uitkering vanaf 2026 in constante prijzen geraamd. Omdat 2027 de primaire begrotingsschijf wordt, zal de Algemene Uitkering herberekend moeten worden in lopende prijzen voor 2027. Dat wil zeggen dat de Algemene Uitkering dan opgehoogd wordt met het gestegen loon-en prijsniveau, prijspeil 1 januari 2027. Daarnaast wordt de Algemene Uitkering geactualiseerd aan de hand van de zogenaamde meicirculaire. De meicirculaire wordt te laat ontvangen om in de voorjaarsnota te kunnen verwerken.

Over de gevolgen van de meicirculaire wordt de raad afzonderlijk geïnformeerd en de consequenties worden verwerkt in de Programmabegroting 2027-2031. De Algemene Uitkering is onder andere gebaseerd op het aantal inwoners en de totale woningwaarde voor 2026. Als de gemeente (relatief tot de rest van het land) groeit, betekent dit over het algemeen ook dat baten uit de Algemene Uitkering groeien vanwege areaaluitbreiding. De Algemene Uitkering wordt door het Rijk in 2026 herijkt met herverdeeleffecten voor gemeenten. De uitkomst van deze herijking is niet bekend voor het verschijnen van de voorjaarsnota en wordt opgenomen in de Meicirculaire2026. Daarmee kan de verwerking niet eerder plaatsvinden dan bij de Programmabegroting 2027-2031. 5.8 Vennootschapsbelasting Voor de onderdelen parkeergarages, grondexploitaties en zal een raming van de belastingdruk moeten worden opgegeven. Deze post zal als last in programma 7 worden opgenomen. 5.9 Weerstandsvermogen Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen is er een norm vastgesteld. Wij gebruiken de volgende waarderingstabel: A > 2.0 Uitstekend B 1.4 - 2.0 Ruim voldoende C 1.0 - 1.4 Voldoende D 0.8 - 1.0 Matig E 0.6 - 0.8 Onvoldoende

64

De weerstandscapaciteit bestaat uit de Algemene Reserve. Het vastgelegde kader is dat de ratio weerstandsvermogen minimaal 1,4 bedraagt. 5.10 Kostendekkende tarieven riool- en afvalstoffenheffing Ontwikkeling afvalstoffenheffing en rioolheffing Net als bij de meeste andere gemeenten is het uitgangspunt voor afval en riool dat de kosten 100% worden doorberekend aan de inwoners via de gemeentelijke heffingen. In de afgelopen periode heeft de gemeenteraad gekozen voor niet-kostendekkende tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing waardoor een structureel tekort is ontstaan. In de programmabegroting 2026 is rekening gehouden met extra opbrengsten van € 0,5 miljoen na 2027 voor afval en riool samen. Hierdoor stijgen bij ongewijzigd beleid de tarieven dan met 11,4% en 8% boven inflatie respectievelijk voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. Daarnaast loopt er een kostenonderzoek bij Spaarnelanden, waarmee Zandvoort (en Haarlem, het is een gezamenlijk onderzoek) beter inzicht krijgt in de kosten. Op basis van voorlopige inzichten is te verwachten dat de toe te rekenen kosten aan de afvalinzameling circa 50% hoger uitvallen. Afhankelijk van diverse nodige rioleringswerkzaamheden/investeringen zal het tarief voor rioolheffing met 30% moeten stijgen.

In het overzicht hieronder is een vergelijking opgenomen met de laagste, gemiddelde en hoogste tarieven van Nederland (bron: Rapport_ontwikkeling_woonlasten_2022-2026.pdf) Tarieven 2026 Omschrijving Afvalstoffenheffing Rioolheffing eigenaar-bewoner

Laagste € 33 € 111

Gemiddelde Hoogste Zandvoort € 381 € 654 € 317 € 245 € 573 € 223

Tarieven gebaseerd op meerpersoonshuishouden

Gezien de gemiddelde tarieven van Nederland zijn extra tariefstijgingen voor afvalstoffenheffing en rioolheffing afweegbaar. 5.11 Lokale woonlasten De afvalstoffen- en rioolheffing worden voor 2027 alleen gecorrigeerd voor het inflatiepercentage. Voor OZB is in deze voorjaarsnota ook alleen rekening gehouden met de inflatiecorrectie van 3,4%. Voor afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn geen kostendekkende tarieven gehanteerd vanwege het amendement "voorkom toekomstige lastenverzwaring. Er loopt een kostenonderzoek bij Spaarnelanden, waarmee Zandvoort (en Haarlem, het is een gezamenlijk onderzoek) beter inzicht krijgt in de kosten. Op basis van voorlopige inzichten is te verwachten dat de toe te rekenen kosten aan de afvalinzameling circa 50% hoger uitvallen. E. Ook voor de rioolheffing is de eerste verwachting dat de tarieven extra verhoogd moeten worden (circa 30%).

65

Lokale lasten meerpersoonshuishouden OZB-woningen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal

2026 € 405 € 311 € 218 € 934

2027 € 419 € 321 € 226 € 966

5.12 Stelposten en taakstellingen In onderstaand overzicht zijn de opgenomen stelposten en taakstellingen terug te vinden met een korte toelichting.

Pr.

Omschrijving

2

Eigen bijdrage huishoudelijke hulp

2

Stelpost GiZ begeleiding (trendanalyse WMO groei cliënten)

4

CDOKE (september- en december circulaire)

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

0

-119

-119

-119

-119

0

13

14

-47

799

5

Taakstelling opbrengsten ter dekking evenementenbeleid

0

0

0

-87

-87

7

Stelpost afvalstoffenheffing en rioolheffing

0

0

-311

-311

-311

174

174

174

174

174

7 7 7

Duurzaam en toekomstbestendig afvalinzamelsysteem strandhuisjes Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Uittreding GBKZ/toetreding Cocensus (incidentele gevolgen)

7

Taakstelling huisvesting Raadhuis

7

Huisvesting raadhuis

-55 80

720

540

410

275

0

0

0

-222

-222

500

500

Inkomsten gemeentefonds: 7

BTW-compensatiefonds

-250

-250

-250

-250

-250

7

Hoeveelheidsverschillen

-347

-366

-362

-361

-354

7

Prijsbijstelling

-956

-956

-956

-956

-797

-1.271

-1.208

-1.451

Totaal stelpost / taakstellingen

456

Programma 2 Eigen bijdrage huishoudelijke hulp De eigen bijdrage huishoudelijke hulp is gebaseerd lasten en baten op basis van onder andere de meicirculaire 2023. Stelpost GiZ begeleiding (trendanalyse WMO groei cliënten) Deze post is gebaseerd op de groei van het aantal cliënten WMO volgens de trendanalyse.

66

Programma 4 CDOKE Dit betreffen de middelen beschikbaar gesteld in de september- en decembercirculaire (2025) voor 2026 om uitvoering te geven aan taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Programma 5 Taakstelling opbrengsten ter dekking van evenementenbeleid Onderzocht wordt hoe de structurele lasten van de uitwerking van het evenementenbeleid gedekt kunnen worden uit de meeropbrengsten van leges, precario- en /of de toeristenbelasting. Een gedeelte wordt reeds gedekt uit de verwachte meeropbrengsten van de precariobelasting Programma 7 Stelpost afvalstoffenheffing en rioolheffing Ter uitvoering van amendement ‘Voorkom toekomstige lastenverzwaring’, zijn de tarieven riool- en afvalstoffenheffing voor de jaren 2026 en 2027 alleen gecorrigeerd voor inflatie, door het reguliere inflatiepercentage toe te passen. Voor de jaren 2028-2030 wordt uitgegaan van het bestaande beleid van de kostendekkende tarieven voor zowel rioolheffing als afvalstoffenheffing. Deze stelpost wordt meegenomen bij het verwerken van de uitkomsten van het onderzoek Spaarnelanden. Duurzaam en toekomstbestendig afval-inzamelsysteem strandhuisjes De huidige wijze van afvalinzameling nabij de strandhuisjes past niet meer in de huidige tijdsgeest.

Met de Federatie van Kampeerverenigingen, besturen van de kampeerverenigingen Helios, Amsterdam, Strandgenoegen en Voorwaarts, en Spaarnelanden is overleg gevoerd over een nieuw systeem dat aan de hedendaagse duurzaamheidseisen voldoet en toekomstbestendig is (inclusief vernieuwde afspraken over de inzameling van grofvuil). Dit vraagt waarschijnlijk jaarlijks een extra bijdrage aan Spaarnelanden van € 174.000. Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Gedeeltelijk worden investeringen routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gedekt uit een overheveling van de exploitatieposten van onderhoudsvoorzieningen, dit bedrag is vooralsnog opgenomen als stelpost (zie pagina 54 voor een toelichting). Gevolgen uittreding GBKZ - toetreding Cocensus Op basis van de uitkomsten van het onderzoek naar de kosten van de uittreding uit de gemeenschappelijke regeling GBKZ (Voornemen uit te treden uit Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid (2024/1997502, collegebesluit van 26 november 2024), is deze stelpost opgenomen. Hierbij dient rekening te worden gehouden dat er posten zijn die nu niet in te schatten zijn, zoals frictiekosten van tijdelijk personeel (i.v.m. eigenrisicodrager voor Werkloosheidswet).

Taakstelling huisvesting raadhuis In gevolg van de ambtelijke samenwerking is een taakstelling ontstaan met de bedoeling om deze te realiseren bij de ontwikkeling van het Raadhuis in de nabije toekomst. Definitieve besluitvorming over die ontwikkeling is nog niet afgerond, waardoor deze taakstelling blijft bestaan. Afhankelijk van de besluitvorming over het gebruik van het Raadhuis zal blijken of de taakstelling realiseerbaar is.

67

Stelpost Huisvesting raadhuis Er wordt rekening gehouden met € 500.000 kapitaallasten voor het raadhuis. In 2019 is een raadbesluit (2019/149854) genomen waarin het college is opgedragen de planvorming voor het raadhuis te starten waarbij het bestaande Raadhuis deels (nieuwbouwgedeelten) wordt herontwikkeld voor woningbouw. Het plan is om het monumentale Raadhuis op te knappen en geschikt te maken voor huisvesting van een deel van de gemeentelijke functies. Er zal een nieuw deel aangebouwd moeten worden om alle functies te kunnen huisvesten. Om inzicht te geven in de mogelijke kosten en de invloed hiervan op de cijfers is een stelpost voor de extra kosten raadhuis opgenomen, die voorlopig worden ingeschat op € 500.000 structureel vanaf 2029. Het betreft nadrukkelijk een eerste inschatting waarin nog keuzes zijn te maken, welke aan de raad worden voorgelegd voordat er gestart wordt met de uitvoering. Inkomsten Gemeentefonds: • Btw-compensatiefonds Het ministerie van BZK heeft in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BCF door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte baten.

Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, is het advies om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF. In de meicirculaire 2025 is de informatie opgenomen over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTWcompensatiefonds (BCF) over 2024. Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Voor Zandvoort komt dit uit op € 296.000. In het kader van reëel ramen wordt voorzichtigheidshalve rekening gehouden met € 250.000 aan extra opbrengsten. • Hoeveelheidsverschillen De aantallen / eenheden zijn geactualiseerd. Het positieve verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van inwoners met een laag opleidingsniveau en inwoners met een laag inkomen. • Indexatie Het prijspeil van het gemeentefonds is aangepast naar 2027. De definitieve prijspeil bijstelling vindt plaats in de meicirculaire.

68

6 Bedrijfsvoering De ontwikkeling van de formatie volgt in grote lijnen dezelfde trend als in de meest recente jaren. Gemeenten blijven opereren in een structureel krappe arbeidsmarkt, waarin vergrijzing en een stagnerende beroepsbevolking zorgen voor aanhoudende druk op de beschikbaarheid van personeel. Tegelijkertijd nemen maatschappelijke opgaven in omvang en complexiteit toe, wat vraagt om blijvende inzet en wendbaarheid van de organisatie. Ook binnen de gemeentelijke organisatie is sprake van een vergrijzend personeelsbestand en een verwachte uitstroom van ervaren medewerkers in de komende jaren. Dit leidt, net als in andere gemeenten, tot een blijvende spanning tussen beschikbare capaciteit en gevraagde inzet. Landelijk is zichtbaar dat gemeenten steeds nadrukkelijker sturen op het anders organiseren van werk, het verhogen van productiviteit en het versterken van duurzame inzetbaarheid. Daarbij wordt ingezet op een combinatie van maatregelen, zoals het bevorderen van interne mobiliteit, het aantrekken van nieuwe doelgroepen, digitalisering en het slimmer inrichten van processen. De focus ligt op het toekomstbestendig inzetten van de bestaande capaciteit. Dit vraagt om verdere ontwikkeling van medewerkers en het versterken van de organisatiekracht, zodat ook in een krappe arbeidsmarkt de continuïteit van de dienstverlening geborgd blijft.

Agenda goed werkgeverschap Deze personele trends zijn niet nieuw. Aan de hand van het Strategisch Personeelsbeleid 2022-2027 (2022/56077) wordt sinds 2022 gewerkt aan het anticiperen op krapte op de arbeidsmarkt, vergrijzing en werkbeleving door het investeren in goed werkgeverschap. Dit gebeurt aan de hand van interventies die gericht zijn op de (1) complete medewerkersreis, (2) toekomstbestendige organisatie en (3) betrouwbaar en duurzaam HRM-fundament. Deze interventies worden jaarlijks geprioriteerd, mede op basis van de beschreven trends. 1) Complete medewerkersreis Om onderscheidend te zijn in de krappe arbeidsmarkt is een werkgeversmerk en bijbehorende arbeidsmarktcampagne ontwikkeld voor de gemeenten Haarlem en Zandvoort. Deze is sinds maart 2025 live. De aandacht verschuift nu van focus op instroom naar behoud van medewerkers. Er wordt daarom extra ingezet op interventies en instrumenten die bijdragen aan het ontwikkelen en behouden van medewerkers en het duurzaam terugdringen van verzuim en uitstroom. Het gaat onder andere om talentmanagement, vergroten van interne mobiliteit, leren en ontwikkelen, duurzame inzetbaarheid en de ontwikkeling van traineeships. Er is aandacht voor verschillende doelgroepen van (potentiële) medewerkers; zo is er bijvoorbeeld bijzondere aandacht voor de doelgroep praktisch (MBO) geschoolden.

2) Ontwikkeling van een toekomstbestendige organisatie Op het niveau van de gemeentelijke organisatie wordt gewerkt aan een stevige sturing, richting en inrichting van de organisatie. Hier gaat het bijvoorbeeld om methoden om samenwerken te bevorderen, beter te prioriteren en het verhelderen van rollen, taken en verantwoordelijkheden.

69

Organisatieontwikkeling gebeurt dicht op de dagelijkse praktijk; in afdelingen en teams. Met de teams wordt gewerkt aan wijzigingen in cultuur en structuur. Bij cultuur is het organisatiekompas met organisatiewaarden en de dienstverleningswaarden leidend. Organisatie breed wordt op programmatische wijze geïnvesteerd in een cultuur van (sociale) veiligheid, veilige uitoefening van publiekstaken (voorkomen van publieksagressie), diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid, integriteit en weerbaarheid. Bij het realiseren van goed werkgeverschap, het vormen van een toekomstbestendige organisatie en het bieden van een stimulerend en inclusief klimaat hebben leidinggevenden een sleutelpositie. Leiderschapsontwikkeling op deze thema’s wordt gecontinueerd. 3) Betrouwbaar en duurzaam HRM-fundament: borgen randvoorwaarden eHRMdienstverlening en arbeidsvoorwaarden Een toekomstbestendige gemeentelijke organisatie kan alleen bestaan als er een stevig fundament is. Daarbij gaat het om betrouwbare en efficiënte dienstverlening op het gebied van personeel en organisatie – zoals tijdige betalingen, correcte arbeidsvoorwaarden, toegankelijke HR-processen en inzicht in personeelsgegevens. Er wordt verder gewerkt aan de verdere ontwikkeling van HRanalytics: sturen op basis van HR-data.

Dit helpt om op basis van actuele en betrouwbare data strategische keuzes te maken, bijvoorbeeld over formatie, inzet van mensen, opleiding, verzuim en mobiliteit. Onder invloed van aangescherpte handhaving van de Wet DBA treden verschuivingen op tussen vaste formatie en de flexibele schil. Binnen de flexibele schil wordt minder gebruik gemaakt van zzpers en zal de inzet van externe capaciteit vaker plaatsvinden via uitzendconstructies of tijdelijke dienstverbanden. Bij langdurige inzet op reguliere functies wordt waar mogelijk gestuurd op omzetting naar een vast dienstverband. Binnen de gemeentelijke organisatie is in dit kader eind 2025 besloten de externe inhuur te centraliseren en een tijdelijk proces in te richten voor het inhuren van medewerkers, waarbij wordt geborgd dat conform de Wet DBA wordt gewerkt. Deze ontwikkeling sluit aan bij de uitkomsten van het uitgevoerde 213a-onderzoek naar externe inhuur, waarin is geadviseerd de regie op beoordeling, risicobeheersing en monitoring centraal te beleggen. Capaciteitsvraagstukken worden steeds integraal bezien. Waar mogelijk wordt ingezet op het aantrekken van medewerkers in vaste dienst, onder andere via interne doorstroming, gerichte werving- en selectie, en stage- en traineeprogramma’s. Tegelijkertijd blijft een zekere mate van externe inhuur noodzakelijk.

Gemeenten hebben te maken met een krappe arbeidsmarkt, met name binnen vakgebieden zoals het fysiek domein, ICT en projectmanagement. Daarnaast vragen grote maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, energietransitie en digitalisering, om tijdelijke extra capaciteit en specifieke expertise. Ook tijdelijke programma’s en projecten maken dat externe inzet in bepaalde situaties nodig blijft.

70

Het accuraat inschatten van inhuur blijkt in de praktijk voor de korte termijn mogelijk, maar wordt lastiger naarmate de tijdshorizon meer in de toekomst ligt. Bij elke Programmabegroting wordt de meerjarenraming voor inhuur op hoofdlijnen geactualiseerd. Het accent ligt echter op het lopende begrotingsjaar, dan valt pas een reële inschatting te maken van de benodigde capaciteit om de bestuurlijke ambities te realiseren. In de P&C producten worden de ramingen voor inhuur en vaste capaciteit geactualiseerd. Samenwerking Zandvoort voor bouw- en woningtoezicht-taken Tot nu toe worden de bouw- en woningtoezicht-taken voor Zandvoort niet uitgevoerd door Haarlem, maar door de ODIJ. Het college van Zandvoort heeft besloten om voor de bouw- en woningtoezichttaken in te zetten op harmonisatie binnen de ambtelijke organisatie van Haarlem. De verwachting is dat dit goed is voor een efficiënte uitvoering van deze taken. De komende maanden wordt dit verder uitgewerkt in overleg tussen de gemeente Haarlem, de gemeente Zandvoort en de ODIJ.

Kosten ambtelijke samenwerking In het kader van de ambtelijke samenwerking betaalt de gemeente Zandvoort jaarlijks een financiële vergoeding aan de gemeente Haarlem. De hoogte en de samenstelling van die vergoeding is geregeld in artikel 9 van het Dienstverleningshandvest. Artikel 9 lid 6 bepaalt dat de vergoeding jaarlijks bij de voorbereiding van de Voorjaarsnota schriftelijk wordt vastgelegd. In deze voorjaarsnota is de bijdrage alleen gecorrigeerd voor indexatie. De vergoeding bedraagt voor het jaar 2027 in totaal € 15.751.000 inclusief indexering (prijspeil 2027). Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

Directe en indirecte personeelslasten inclusief efficiencykorting Overhead Materieel budget Facilitaire ondersteuning Schulddienstverlening en fraudebestrijding Capaciteitsuitbreiding begroting 2019 uitvoeringsprogramma: Af: compensatie doorbelasting uren aan projecten Af: Budget OD IJmond Capaciteitsuitbreiding begroting 2020: Capaciteitsuitbreiding Basisregistratie Beheer en onderhoud 2022 Capaciteitsuitbreiding Sport, Jeugd & Onderwijs 2022 Af: taken leerlingenvervoer naar derden Aanvullende afspraken in kader van de 1e evaluatie (advies geschillencommissie) Formatie uitvoering nieuwe wet inburgering nieuwkomers Formatie beleidsmedewerker WVGGZ Continuering senior-coördinerend handhaver vanaf 2023

5.222 5.222 5.222 5.222 5.222 3.523 3.523 3.523 3.523 3.523 130 130 130 130 130 100 100 100 100 100 200 200 200 200 200 508 508 508 508 508 -550 -550 -550 -550 -550 -16 -16 -16 -16 -16 56 56 56 56 56 24 24 24 24 24 68 -22 673

68 -22 673

68 -22 673

68 -22 673

68 -22 673

44 12 112

44 12 112

44 12 112

44 12 112

44 12 112

71

Omschrijving Formatie Jeugd Formatie Veiligheid en aanpak ondermijning Marktmeester Formatie ontwikkeling contractvorming en professionalisering Extra capaciteit BOA's IJslandsmodel formatie Aanpassen toerekenen adviseur strategie Uitbreiding telefonie en meldingen openbare ruimte Uitbreiding telefonie immigratie/naturalisatie Formatie Wet inburgering / medewerkers statushouders Formatie-uitbreiding adviseur dienstverlening Privacy en security Af: Afbouw formatie team coördinator Sociale Wijkteams Af: Correctie taakstelling sociaal domein Inhuur parkeren en mobiliteit omzetten in vaste formatie Indexering t/m 2025 Formatie strategisch adviseur toeristische visie Formatie duurzaamheid (1fte / CDOKE) (PB2026) Formatie Verbinder strand Beleidsmedewerker riolering Tactisch beheerder riolering Teammanager ECDW Teammanager PG Reiskostenregeling Doorwerking besparingsvoorstellen Haarlem Investering bedrijfsvoering digitalisering Uitbreiding communicatiefunctie Zandvoort Indexering (2%) voor 2026 Verhogen naar 130% van WSN incl. uitvoeringskosten (SMSR) Overgang gemeentelijke medewerkers wijkteams Medewerker Evenementen Formatie t.b.v.

Paspoort Uitvoerings Regeling Nederland (Parkeer)handhaver Senior Integraal Handhaver, winterbezetting Meldkamer Capaciteit versterken casemanagement Wmo Formatie jeugdhulp VRK accounthouderschap Functioneel beheer Sociaal domein Informatieveiligheid / cyberbeveiligingswet I-domein Programmabegroting 2026:

2026 2027 2028 2029 2030 151 151 151 151 151 132 132 132 132 132 19 19 19 19 19 25 25 25 25 25 32 32 32 32 32 39 39 39 39 39 115 115 115 115 115 30 30 30 30 30 43 43 43 43 43 58 58 58 58 58 14 14 14 14 14 22 22 22 22 22 -22 -22 -22 -22 -22 -25 -25 -25 -25 -25 274 274 274 274 274 2.758 2.758 2.758 2.758 2.758 105 105 53 130 79 79 79 79 79 86 86 86 86 86 58 58 58 58 58 23 23 23 23 23 26 26 26 26 26 18 18 18 18 18 -94 -94 -100 -100 -100 51 65 81 81 81 115 115 115 115 115 284 285 284 283 283 25 25 25 25 25 -78 -78 -78 -78 -78 127 127 127 127 127 29 29 29 29 29 205 59 22 14 86 10 20 53 -23

205 59 22 14 86 10 20 40 -20

205 59 22 14 86 10 20 16 -18

205 59 22 14 86 10 20 5 30

205 59 22 14 86 10 20 5 30

72

Omschrijving Werk & Inkomen, overgang Van werk naar werk/ Van uitkering naar werk versnellen Dienstverlening blijvend op niveau houden (BUIG) Projectmedewerker (0,67 fte, CDOKE) PB2026 Uitbreiding capaciteit team Wonen i.v.m. extra werkzaamheden vanuit Rijk (PB2026) Langdurig arbeidsongeschikten Compensatieregeling transitievergoeding UWV C2000 Planning handhaving Beleidscapaciteit integrale handhaving en parkeerhandhaving Indexatie Af: Afrondingsverschil Totaal kosten ambtelijke samenwerking

2026 26

2027 26

2028 26

2029 26

2030 26

106 87 85

106

106

106

106

41 8 10 20 23 -188

41 15 10 20 23 453

41 15 10 20 23 451

41 15 10 20 23 450

41 15 10 20 23 450

1

1

1

1

1

15.400 15.751 15.683 15.666 15.666

73

7 Bijlagen

Bijlage 1: MPG Het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2026 is bij de bespreking van de Voorjaarsnota vervallen.

74

Bijlage 2: Begrotingswijziging Voorjaarsnota 2026 1 Maatschappelijke participatie nr.

Beleidsveld

Begroting 2026 Begroting 2026 Voorstel 2026 wijziging bijgesteld

2027

2028

2029

2030

Lasten 1.1

Onderwijs

1.536

6

1.542

-25

34

34

34

1.2

Sport

1.197

-5

1.192

30

30

30

30

1.3

Sociale Basis

5.134

129

5.263

427

228

228

228

1.1

Onderwijs

-252

0

-252

0

0

0

0

1.2

Sport

-111

0

-111

0

0

0

0

1.3

Sociale Basis

-142

-40

-182

0

0

0

0

7.362

89

7.451

431

291

291

291

.

Baten

Totaal

2 Ondersteuning en Zorg nr.

Beleidsveld

Begroting 2026 Begroting 2026 Voorstel 2026 wijziging bijgesteld

2027

2028

2029

2030

Lasten 2.1

Voorzieningen volwassenen

5.586

226

5.812

320

325

326

398

2.2

Voorzieningen jeugd

6.139

1.426

7.565

512

468

469

469

2.3

Opvang, wonen en herstel

283

3.855

4.138

36

36

36

36

2.1

Voorzieningen volwassenen

-27

-136

-163

-4

-4

-4

-4

2.3

Opvang, wonen en herstel

-4.025

-4.025

0

0

0

0

1.346

13.326

864

824

827

899

Baten

Totaal

11.980

75

3 Werk inkomen en Schulden nr.

Beleidsveld

Begroting 2026 Begroting 2026 Voorstel 2026 wijziging bijgesteld

2027

2028

2029

2030

Lasten 3.1

Werk

1.585

303

1.888

79

58

58

58

3.2

Inkomen

9.705

549

10.254

489

487

487

487

3.3

Schulden

309

0

309

9

9

9

9

-284

-284

0

0

0

0

-6.907

-405

-7.312

-405

-405

-405

-405

4.692

162

4.854

171

148

148

148

Baten 3.1

Werk

3.2

Inkomen

Totaal

4 Ruimtel.ontw,Toerisme&Economie nr.

Beleidsveld

Begroting 2026 Begroting 2026 Voorstel 2026 wijziging bijgesteld

2027

2028

2029

2030

Lasten 4.1

Wonen en ruimtegebruik

2.966

133

3.099

359

85

85

85

4.2

Economie, toerisme en cultuur

5.314

30

5.344

154

135

127

127

4.3

Leefomgeving

12.765

811

13.575

145

-157

89

-483

4.4

Overige beheertaken

3.373

68

3.441

213

321

441

440

4.1

Wonen en ruimtegebruik

-1.738

0

-1.738

0

0

0

0

4.3

Leefomgeving

-12.015

12

-12.003

-397

-399

-400

-400

4.4

Overige beheertaken

-3.207

-224

-3.432

-337

-337

-337

-337

7.458

830

8.287

137

-351

6

-568

Baten

Totaal

76

5 Duurzaamheid nr.

Beleidsveld

Begroting 2026 Begroting 2026 Voorstel 2026 wijziging bijgesteld

2027

2028

2029

2030

Lasten 5.1

Milieu

416

0

416

214

214

214

214

5.2

Energie

674

807

1.480

16

9

8

8

5.3

Circulariteit

3.477

74

3.550

182

205

235

235

5.4

Klimaatbestendigheid

2.217

-22

2.195

17

-14

3

-50

5.2

Energie

-362

0

-362

0

0

0

0

5.3

Circulariteit

-2.740

-56

-2.796

-170

-196

-196

-196

5.4

Klimaatbestendigheid

-3.226

22

-3.204

-48

-17

-34

19

455

824

1.279

212

201

230

230

Baten

Totaal

6 Burger, bestuur en veiligheid nr.

Beleidsveld

Begroting 2026 Begroting 2026 Voorstel 2026 wijziging bijgesteld

2027

2028

2029

2030

Lasten 6.1

Dienstverlening

1.230

0

1.230

35

33

31

30

6.2

Gemeentelijk bestuur

2.073

0

2.073

76

76

76

76

6.3

Openbare orde en veiligheid

6.179

78

6.257

460

456

459

455

6.1

Dienstverlening

-515

0

-515

-18

-17

-14

-14

6.3

Openbare orde en veiligheid

-629

0

-629

-21

-21

-21

-21

8.338

78

8.415

532

528

531

527

Baten

Totaal

77

7 Alg. dekkingsmiddelen&overhead nr.

Beleidsveld

Begroting 2026 Begroting 2026 Voorstel 2026 wijziging bijgesteld

2027

2028

2029

2030

Lasten 7.1

Lokale belastingen & heffingen

1.470

0

1.470

167

167

167

167

7.2

Algemene dekkingsmiddelen

514

3

517

6

465

750

1.346

7.3

Overhead

9.575

171

9.746

335

334

335

335

Baten 7.1

Lokale belastingen & heffingen

-11.187

0

-11.187

-194

-194

-194

-194

7.2

Algemene dekkingsmiddelen

-38.525

-1.177

-39.702

-1.258

-1.197

-1.161

-1.727

7.3

Overhead

-3

-300

-303

0

0

0

0

-38.155

-1.303

-39.459

-944

-425

-103

-74

Reserves

-1.564

-264

-1.828

-26

-36

-140

-65

Totaal

565

1.762

2.327

1.377

1.181

1.792

1.390

Totaal Toevoegingen / onttrekkingen reserves

78

Bijlage 3: Investeringsplan 2026-2035 Omschrijving

Realisatie Krediet* t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal

Programma 1 Maatschappelijke participatie Onderwijs Uitbreiding Oranje Nassauschool

1.650

158

742

750

-

-

-

1.650

325

-

150

175

-

-

-

325

SV Zandvoort ombouw kunstgrasveld 2

0

-

-

-

150

800

-

950

ZHC hockeyveld 1 (water) – toplaag renovatie

0

-

-

-

525

-

-

525

ZHC hockeyveld 2 (zand) - toplaag renovatie

0

-

-

430

-

-

-

430

Boulevard Barnaart openbare ruimte

50

-

-

50

200

700

835

1.785

Boulevard de Favauge openbare ruimte

885

654

834

2.960

2.756

-

-

7.204

De Schelp openbare ruimte

0

38

634

468

-

-

-

1.140

Doorfietsroute Oude Trambaan

0

-

170

200

730

900

-

2.000

1.356

274

132

652

1.537

1.705

-

4.300

750

559

549

-

-

-

-

1.109

0

-

50

90

250

249

-

639

175

165

55

-

-

-

-

220

3.250

2.922

250

325

-

-

-

3.497

0

82

50

200

250

1.699

-

2.281

1.000

751

249

-

-

-

-

1.000

Strandslagen

326

-

53

150

145

-

-

348

Verbeterpunten Einsteinstraat AWZI

125

83

42

-

-

-

-

125

Uitbreiding van BSO Dribbel Sport

Programma 4 Ruimtelijke ontwikkeling, toerisme en economie Metropoolboulevard

Openbare ruimte

Engelbertstraat, Heemskerckstraat, Badhuisplein openbare ruimte Gerkestraat, openbare ruimte Kostverlorenstraat openbare ruimte Markt- en evenementenkasten Openbare verlichting vervangen door LED Raadhuisplein openbare ruimte Speeluitvoeringsplan

79

Omschrijving

Realisatie Krediet* t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal

Vervangen lichtmasten Boulevard Barnaart

100

79

56

-

-

-

-

135

Zandvoortselaan, verharding

826

574

290

-

-

-

-

865

2.350

2.573

777

-

-

-

-

3.350

Overige beheertaken Theater Grote Krocht renovatie Parkeren Fysieke aanpassingen t.b.v. laadpalen Openbare Ruimte

0

-

50

40

30

-

-

120

300

74

698

600

-

-

-

1.372

0

-

40

50

50

60

-

200

0

-

-

-

-

-

88

88

Nieuw noord openbare ruimte

13.113

3.727

2.986

3.750

2.544

433

-

13.441

Noordbuurt fase 1 openbare ruimte

1.258

95

-

-

-

-

-

95

Tolweg / Tranendal openbare ruimte

163

-

-

-

44

88

1.870

2.002

500

-

350

150

-

-

-

500

286

127

29

445

482

-

-

1.083

0

-

-

-

100

-

-

100

Kamerlingh Onnesstraat putten

500

375

125

-

-

-

-

500

Kerkstraat en Kerkplein, lijngoten

485

352

112

-

-

-

-

464

Achterpaden riool

400

-

50

200

150

-

-

400

De Schelp riool

223

28

537

245

-

-

-

810

1.309

926

131

629

1.483

952

-

4.122

50

37

153

-

-

-

-

190

Parkeerroute informatiesysteem Upgrade installaties parkeergarages (laadpalen MRA-E) Wijkaanpak Brederodebuurt openbare ruimte

Ontwikkeling Herontwikkeling Raadhuis Programma 5 Duurzaamheid Metropoolboulevard Boulevard de Favauge riool Openbare ruimte riolering Duintjesveld watersysteem

Engelbertstraat, Heemskerckstraat, Badhuisplein riool Gerkestraat, riool

80

Omschrijving

Realisatie Krediet* t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal

Koninginneweg riool

300

-

100

300

-

-

-

400

Kostverlorenstraat riool

0

-

50

160

2.000

3.000

1.084

6.294

395

-

395

-

-

-

-

395

0

-

-

-

-

-

112

112

Mezgerstraat riool Wijkaanpak Brederodebuurt riool Nieuw noord riool

12.700

3.773

2.357

3.500

2.643

427

-

12.700

Noordbuurt fase 1 riool

377

11

-

-

-

-

-

11

Tolweg / Tranendal riool Programma 6 Burger bestuur en veiligheid

211

-

-

-

156

212

2.380

2.748

0

-

-

290

-

-

-

290

63

-

463

167

-

-

-

630

2.270

2.321

9

-

-

-

-

2.330

90

56

34

-

-

-

-

90

48.160

20.817

13.749

16.977

16.226

11.225

6.369

85.363

Parkeerroute informatiesysteem (subsidie)

-300

-

-

120-

-

-

-

-120

Nieuw noord, openbare ruimte (subsidie)

-1.528

507-

568-

453-

-

-

-

-1.528

Totaal subsidies

-1.828

-507

-568

-573

0

0

0

-1.648

Totaal (netto)

46.332

20.310

13.181

16.404

16.226

11.225

6.369

83.715

Brandweer Realisering stalling Centrum brandweer (hangt samen met de verkoop van de oude brandweerkazerne) Reddingsbrigade De reddingspost Noord Reddingspost Zuid Programma 7 algemene dekkingsmiddelen en overhead Overhead Vergaderposten raadszaal

Totaal bruto Subsidies en bijdragen van derden: Programma 4 Ruimtelijke ontwikkeling, toerisme en economie

81

Omschrijving

2031

2032

2033

2034

2035

Totaal

-

300

300

-

-

600

90

-

-

-

-

90

132

1.958

1.958

1.958

1.906

7.912

1.998

-

-

-

-

1.998

-

-

-

-

4.125

4.125

168

2.548

2.548

2.548

2.076

9.888

Tolweg / Tranendal, riool

2.252

-

-

-

-

2.252

Totaal (netto)

4.640

4.806

4.806

4.506

8.107

26.865

Programma 1 Maatschappelijke participatie Sport SV Zandvoort multi court – toplaag renovatie Programma 4 Ruimtelijke ontwikkeling, toerisme en economie Openbare ruimte Tjerk Hiddestraat eo Masterplan Wijkaanpak Brederodebuurt openbare ruimte Tolweg / Tranendal, openbare ruimte Programma 5 Duurzaamheid Openbare ruimte riolering Zandvoortselaan riool Wijkaanpak Brederodebuurt riool

*Krediet betreft het totale bedrag dat is vrijgegeven voor een investering. De besluiten uit deze Voorjaarsnota zijn hierin nog niet meegenomen.

82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17021318/2