Bijlage 1 - Stedenbouwkundig programma van eisen
Tekst van het document
36 m t.o.v. talud
18 m t.o.v. talud 12 m t.o.v. talud
Figuur 3.3:
Bouwplan
Figuur 3.4:
Openbare ruimte rondom het plan Blauw: hoofdentrees, rood: tweede entree
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 9
3.4
Beoordeling van het windklimaat rondom het bouwplan
Met de resultaten van het CFD-onderzoek kan beoordeeld worden of het windklimaat rondom het bouwplan geschikt is voor de beoogde functies. Voor de openbare buitenruimten kan de normstelling uit de onderstaande tabel, conform hoofdstuk 2 en de NEN 8100, aangehouden worden. Tabel 3.1:
Normstelling conform NEN 8100
Type gebied
Classificatie
Openbaar gebied rondom het
Doorloopgebied
Windhinder Ambitieniveau
Minimaal / acceptabel niveau
Windgevaar
Goed windklimaat voor
Matig windklimaat voor
Beperkte overschrijding
plan (trottoirs, voetpaden,
doorlopen
doorlopen
van het gevaarcriterium
fietsroutes en dergelijke)
= Klasse A, B of C
= Klasse D
toegestaan.
Goed voor slenteren
Matig windklimaat voor
Overschrijding van het
= Klasse A of B
slenteren
gevaarcriterium niet
= Klasse C
toegestaan.
Gebied nabij (hoofd)entrees
Slentergebied
en entree van de fietsenstalling n.v.t.
Gebied voor
Goed voor langdurig
Matig windklimaat voor
Overschrijding van het
langdurig zitten
zitten
langdurig zitten
gevaarcriterium niet
= Klasse A
= Klasse B
toegestaan.
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 10
4
Over CFD-berekeningen en modellering
De numerieke simulaties zijn uitgevoerd door Actiflow B.V. conform de NEN 8100 is het technische inlegvel met een kort overzicht van relevante zaken en aandachtpunten opgenomen in bijlage I. Op basis van het aangeleverde 3D-model van het bouwplan in zijn omgeving, situatietekening en geo-data is een 3D-rekenmodel gemaakt, geschikt voor CFD-windhinderonderzoek conform de NEN 8100 (zie onderstaande figuur). Het verkregen 3D-model is aangepast tot een benodigd detailniveau en nauwkeurigheid voor een CFD-berekening. In bijlage II zijn de afbeeldingen van het rekenmodel inclusief rekenraster weergegeven.
Figuur 4.1:
3D rekenmodel ten behoeve van CFD onderzoek
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 11
5
Resultaten CFD-windonderzoek
Het windklimaat in de (openbare) buitenruimten op maaiveldniveau is conform de NEN 8100 bepaald. In de figuren in de hierna volgende paragrafen worden de resultaten voor windhinder en windgevaar weergegeven op horizontale doorsneden op 1,75 m boven maaiveld. 5.1
Windhinder
5.1.1
Berekeningsresultaten
Figuur 5.1 geeft de berekeningsresultaten weer ten aanzien van windhinder uitgedrukt in de kwaliteitsklassen A t/m E uit de NEN 8100:2006.
Kwaliteitsklasse
A B C D E
Figuur 5.1:
Beoordeling windcomfort conform NEN 8100
In aanvulling op de resultaten en figuur gepresenteerd in deze paragraaf zijn meer grafische resultaten opgenomen in de bijlagen. Bijlage III geeft de overschrijdingskans van de 5 m/s per windrichting. Alle overschrijdingen over alle windrichtingen bij elkaar opgeteld leiden tot de overschrijdingen van de 5 m/s en de kwaliteitsklassen uit de NEN 8100 als gepresenteerd in deze paragraaf. De overschrijdingen per windrichting geven meer inzicht in de oorzaak van het aanwezige windklimaat.
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 12
5.1.2
Toelichting windklimaat op maaiveld
Uit figuur 5.1 blijkt dat rondom het hoofdgebouw en rondom het paviljoen niet overal een goed windklimaat aanwezig is. Direct rondom het hoofdgebouw, langs de oostgevel en nabij de hoofdentree/entree fietsenstalling en de inrit van de parkeergarage, is in een klein gebied nog een goed windklimaat aanwezig, klasse A of B. Aan de noord- en oostzijde van het paviljoen is tevens een goed windklimaat aanwezig (klasse A/B). Dit is goed voor slenteren en voor entrees. In het midden van de noord- en zuidgevel van het hoofdgebouw, en aan de zuidzijde bij het paviljoen valt het windklimaat in klasse C (= matig voor slenteren en entrees). Uit de resultaten blijkt dat het windcomfort aan de westzijde van het hoofdgebouw en tussen de twee bouwvolumes in (middengebied) wordt gedomineerd door windklasse D: dit is matig voor doorlopen. Het windklimaat aan de noord- en zuidzijde van het hoofdgebouw, ter plaatse van de gebouwhoek(en), varieert van klasse A/B t/m E. Globaal gezien is het windklimaat rondom het bouwplan geschikt om te lopen, met uitzondering van de zuidoostelijke, noordoostelijke en noordwestelijke hoek van het hoofdgebouw, waar lokaal klasse E aanwezig is. Klasse E is slecht voor alle functies. Ter plaatse van de entrees van de bouwblokken is sprake van: Hoofdentree hoofdgebouw: kwaliteitsklasse A (goed windklimaat).
Tweede entree hoofdgebouw: kwaliteitsklasse C (matig windklimaat, acceptabel). Hoofdentree paviljoen: kwaliteitsklasse D (slecht windklimaat voor een entree). Dit windklimaat is te verklaren doordat: - De wind zal, overwegend vanuit de west sector, op het bouwplan aanstromen. De wind wordt geblokkeerd door de gevels van het hoofdgebouw en het paviljoen en zal (deels) langs de gevels richting maaiveld afstromen. Aan de voet van de gebouwen stroomt de afstromende wind, in wervels met grotere snelheden, verder over het maaiveld af. Bij de gebouwhoeken ontstaan cornerstreams. Dit zijn wervels met een verticale as (staande wervels) die ontstaan op de gebouwhoek en die regelmatig van het gebouw loslaten, en zich dan van het gebouw af bewegen. In de gebieden met deze ’cornersteams’ zullen verhoogde windsnelheden, met een sterk variërende windrichting optreden. Wind uit de overheersende windrichtingen west-zuidwest en west-noordwest, leveren de grootste bijdrage aan de windhinder (zie bijlage III en bijlage IV). In figuur 5.2 zijn deze principes voor een theoretische situatie met een hoog gebouw in het vrije veld weergegeven. - Daarnaast speelt dat wind uit de overheersende windrichting WZW ‘getrechterd’ wordt tussen het hoofdgebouw en het paviljoen, wat een extra verslechtering van het windklimaat geeft in de doorgang tussen beide gebouwen (zie figuur 5.3).
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 13
Figuur 5.2:
Schematische windstromingen rondom vrijstaande hoogbouw (links) en met gebruik van stromingslijnen voor WNWrichting (rechts)
Figuur 5.3:
Schematische windstroming door de doorgang tussen 2 gebouwen (links) en met gebruik van stromingslijnen voor WZW-richting (rechts)
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 14
5.2
Windgevaar
5.2.1
Berekeningsresultaten
Onderstaand figuur geeft de resultaten weer voor windgevaar in het plangebied, weergegeven op een horizontale doorsnede op 1,75 m boven maaiveld. Met ‘windgevaar’ worden zodanige hoge windsnelheden bedoeld dat mensen ernstige problemen ondervinden tijdens het lopen, zoals vallen.
Kwalificatie
Geen risico Beperkt Risico Gevaarlijk
Figuur 5.4:
5.2.2
Beoordeling gevaar conform NEN 8100
Toelichting rekenresultaten windgevaar
Figuur 5.4 laat zien dat in het openbaar gebied rondom het plan windgevaar, zones met kwalificatie ‘gevaarlijk’, aanwezig is, ter plaatse van de noordzijde van het hoofdgebouw, de zuidoostelijke gebouwhoek van het hoofdgebouw, aan de westzijde van het paviljoen en zeer lokaal aan de zuidwestzijde van het hoofdgebouw en bij de zuidoostelijke gebouwhoek van het paviljoen. In het middengebied tussen het hoofdgebouw en het paviljoen is een relatief grote zone met een beperkt risico op windgevaar. Ook aan de noord- en zuidwestzijde van het hoofdgebouw, en zeer lokaal bij de noordwest- en zuidoosthoek van het paviljoen is een ‘beperkt risico’ op windgevaar aanwezig. Een beperkt risico op windgevaar kan geaccepteerd worden in doorloopgebieden, maar niet nabij de entrees van de gebouwen. Bij de hoofdentree van het hoofdgebouw en het paviljoen is geen risico op windgevaar aanwezig. Bij de tweede entree van het hoofdgebouw is een beperkt risico op windgevaar aanwezig, wat niet-acceptabel is. Windgevaar in doorloopgebieden (middengebied en noordzijde hoofdgebouw) is ook nietacceptabel. In paragraaf 5.3 worden mogelijke verbeteringsmaatregelen gegeven.
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 15
De resultaten per individuele windrichting zijn nader beschouwd om de oorzaak te achterhalen van de zones waar windgevaar en een beperkt risico op windgevaar optreed. Uit de resultaten blijkt dat wind uit de richtingen west-zuidwest, west en west-noordwest de oorzaak is. In de bijgevoegde stroomlijnen (bijlage IV) in de windrichtingen west-zuidwest en west-noordwest is gevisualiseerd hoe de wind accelereert rondom de gebouwen en wordt duidelijk hoe in de eerdergenoemde zones het windklimaat wordt beïnvloed. 5.3
Mogelijke verbeteringen
Op basis van de CFD-resultaten wordt geadviseerd om (veel) straatinrichting en beplanting (hele jaar groenblijvend) te plaatsen in het middengebied tussen het hoofdgebouw en het paviljoen. Hierdoor zullen de over maaiveld horizontale windstromingen afgeremd worden, wat een (beperkte) verbetering van het windklimaat kan geven. Tevens zal hiermee het windgevaar en het risico daarop, verkleind worden. Er moet in dat geval echter voldoende wind geblokkeerd worden, bijvoorbeeld door dichte struiken. Het plaatsen van enkele afzonderlijke bomen zal onvoldoende effect hebben. Dezelfde voorzorgsmaatregelen worden geadviseerd bij de noord- en westzijde van het hoofdgebouw, om ook hier het lokaal windklimaat te verbeteren. In de onderstaande figuur zijn mogelijke maatregelen gegeven, die lokaal een positief effect kunnen hebben op het windklimaat. Wanneer er bijvoorbeeld schermen of luifels bij een entree geplaatst worden, mag verwacht worden dat lokaal het windklimaat bij die entree beter zal worden. Deze ‘lokale’ maatregelen hebben echter geen grote invloed op het windklimaat in het gebied rondom het bouwplan. Bij de hoofdentree en entree fietsenstalling van het hoofgebouw is een goed windklimaat aanwezig door de teruggelegen ligging. Hier zijn geen maatregelen nodig.
Figuur 5.5:
Oplossingsrichtingen: maaiveld
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 16
Hoofdentree paviljoen en tweede entree hoofdgebouw - Het terugleggen van entrees (≥ 2,5 m diep) kan zorgen voor een beschut gebied bij de toegangsdeuren. - Als alternatief kan hetzelfde effect bereikt worden door schermen van ≥ 2,5 m breed en ≥ 2,5 m hoog aan beide kanten van de entrees te plaatsen. De schermen kunnen geperforeerd uitgevoerd worden zodat ze wat meer open en vriendelijk ogen, het percentage ‘open’ mag ten hoogste 50% zijn. Een half open scherm heeft daarnaast het voordeel dat de kans op een verslechtering van het windklimaat bij de uiteinden van het scherm kleiner is. Met aanvullend de toepassing van een diepe en brede luifel ( > 2,5 m diep) kunnen de schuine windstromingen geblokkeerd worden wat zorgt voor meer beschut gebied nabij de entrees. - In plaats van draaideuren geven schuifdeuren een betere bruikbaarheid van de deuren bij hoge windsnelheden. Opgemerkt wordt dat een schuifdeur mogelijk een knelpunt kan veroorzaken ten aanzien van vluchten bij brand. Open gebieden rondom het gebouw - Er dient veel aandacht besteed te worden aan de inrichting van het middengebied om het windklimaat te verbeteren. Dat kan een combinatie zijn van lage beplanting (struiken, planten, hagen) met grote/hoge bomen met dichte kroon (hele jaar groenblijvend, met blad), en eventueel hoge schermen (≥ 3 m). Deze gebiedsinrichting kan de grote windsnelheiden enigszins verminderen.
- Wij adviseren de looproute in het middengebied zo te leggen dat deze het gebied met een slecht windklimaat (klasse E, zie figuur 5.1) en de zones met windgevaar (zie figuur 5.4) niet doorkruist. - Bovenstaande geldt ook voor de noordzijde van het hoofdgebouw. In het verlengde daarvan kan ervoor gekozen worden dit gebied ‘niet toegankelijk’ te maken door bijvoorbeeld niet-beloopbare bestrating, beplanting en dergelijke. Gebouwhoeken hoofdgebouw (noordwest en zuidoost) met kwaliteitsklasse E en windgevaar - Dichte haag (>2,5 m hoog) bij de noordwest- en zuidoosthoek van het gebouw toepassen om windgevaar te voorkomen. - De looproute zo leggen dat het gebied met een slecht windklimaat (klasse E en windgevaar) vermeden wordt. Er kan ook gekozen worden om dit gebied ‘niet toegankelijk’ te maken door beplanting en dergelijke. 5.4
Omliggende bebouwing
Flatgebouw Van Speijkstraat De bewoners van het flatgebouw aan de Van Speijkstraat, gelegen ten zuiden van het nieuwbouwplan De Duinwachter, vrezen voor een verslechtering van het windklimaat bij hun woongebouw, met name nabij de entree die aan de westzijde is gesitueerd. In figuur 5.1 zijn de berekeningsresultaten opgenomen ten aanzien van windhinder op maaiveldniveau uitgedrukt in de kwaliteitsklassen A t/m E. Uit de rekenresultaten is af te leiden dat een matig windklimaat aanwezig is ter hoogte van de west- en noordzijde van het flatgebouw. Uit de individuele rekenresultaten per windrichting blijkt dat het matig windklimaat bij het flatgebouw wordt veroorzaakt door wind uit de richtingen West-Zuidwest en West, zie hiervoor de figuren opgenomen in bijlage III. Hier heeft het nieuwbouwplan De Duinwachter geen invloed op.
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 17
Het optredende windklimaat nabij het flatgebouw is te verklaren door de eigen gebouwhoogte van het flatgebouw (9 bouwlagen hoog) in een overwegende laagbouw omgeving ten aanzien van wind uit (zuid)westelijke richtingen. Geconcludeerd kan worden dat het bouwplan geen invloed heeft op het windklimaat bij het flatgebouw. Vakantiewoningen Center Parcs Zandvoort Center Parcs is gelegen ten noorden/oosten van het nieuwbouwplan. In figuur 5.1 zijn de rekenresultaten opgenomen ten aanzien van windhinder op maaiveldniveau uitgedrukt in de kwaliteitsklassen A t/m E. Ter plaatse van de vakantiehuisjes is sprake van kwaliteitsklasse A (= goed voor alle functies).
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 18
6
Samenvatting en conclusie
Door Cauberg Huygen B.V. is, in samenwerking met Actiflow B.V., in opdracht van ROW Vastgoed voor het plan ‘Duinwachter Zandvoort’ een windstudie conform NEN 8100:2006 uitgevoerd op basis van berekeningen met Computational Fluid Dynamics (CFD). Dit rapport beschrijft de resultaten van dit onderzoek. Uit het CFD-windhinderonderzoek blijkt dat de effecten van de gebouwhoogte en de ligging nabij de kust met hogere windsnelheden, significant zijn op het windklimaat op maaiveldniveau: - Rondom het bouwplan valt het windklimaat overwegend in klasse D, en in mindere mate klasse C. - Klasse D is ‘matig’ voor doorlopen, bij een matig windklimaat wordt af en toe overmatige windhinder ondervonden, in dit geval bij het doorlopen. - Ten westen van het hoofdgebouw bij de hoofdentree, en aan de noord- en oostzijde van het paviljoen valt het windklimaat in klasse A en B, wat goed is voor doorlopen en entreegebieden. - Bij de tweede entree van het hoofdgebouw valt het windklimaat in klasse C, wat matig is voor een entreegebied. Er is echter ook een beperkt risico op windgevaar aanwezig, wat niet-acceptabel is. - Ter plaatse van de hoofdentree van het paviljoen valt het windklimaat in klasse D, wat niet geschikt is voor een entreegebied. - Ter plaatse van de noordoostelijke, zuidoostelijke en noordwestelijke hoek van het hoofdgebouw is lokaal klasse E aanwezig is.
In deze zones is ook windgevaar aanwezig. Doorloopgebieden moeten hier vermeden worden. - Aan de westzijde van het paviljoen, in het middengebied tussen beide woonblokken, is tevens een zone met windgevaar. Op basis van de CFD-resultaten wordt geadviseerd om maatregelen te treffen bij de hoofdentree van het paviljoen en de tweede entree van het hoofdgebouw. Tevens wordt geadviseerd om (veel) straatinrichting en beplanting (hele jaar groenblijvend) te plaatsen in het middengebied tussen het hoofdgebouw en het paviljoen ter verbetering van het windklimaat en verkleining van het risico op windgevaar. In paragraaf 5.3 zijn diverse maatregelen benoemd die een positief effect kunnen hebben op het windklimaat in de directe omgeving van de gebouwen. Cauberg Huygen B.V.
Mevrouw ir. L. Apon Senior adviseur
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 19
Bijlage I
Inlegvel NEN 8100
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021
NEN 8100:2005
Technisch inlegvel numerieke simulatie Project Projectnaam Opdrachtgever Projectleider Datum Model Omvang gemodelleerd gebied Kerngebied Omgeving Afmetingen model Blokkeringsgraad Gemodelleerd groen Onderzochte windrichtingen (minimaal 12 over de windroos) Onderzochte configuraties Computeropstelling
Projectgegevens De Duinwachter te Zandvoort Cauberg Huygen Ing. Marc Koops, Ir. Shirin Masoudi 01/03/2021 Algemene gegevens van het model Bebouwing 500m rondom Duinwachter hoofdgebouw Nieuwbouw De Duinwachter hoofd- en bijgebouw Omgeving in massa's straal kerngebied=500m straal buitengebied=1550m <2% Bomen en struiken: poreuze zone 12
Randvoorwaarden Instroomprofiel Uitlaat Boven-/Zijwanden Vloer/bodem
windhinder en windgevaar voor nieuwbouw Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur FVM (eindige volume methode) FEM (eindige elementen methode) anders Programmatuur: OpenFOAM Versie: v2012 drie-dimensionaal tijd-onafhankelijk isothermisch passieve scalars twee-dimensionaal tijd-afhankelijk thermisch actieve scalars Overige: Hybride ongestructureerd: hexcore mesh met prismalaag 16.354.456 cellen k-omega SST Snelheidscomponenten: linearUpwindV Turbulente grootheden: upwind Scalaire variabelen: n.v.t. Gebruikte randvoorwaarden Logaritmische atmosferische grenslaag, z0 = 1,6 m Druk-uitlaat Slip-wanden No-slip, ruwe wand
Overige
No-slip, ruwe wand
Gegevensverwerking en beoordeling
informatie voor locatie en berekening windklimaat
Amersfoortse coördinaten van de locatie
X:096794
Programmatuur
Algemeen
Rekenrooster Turbulentiemodellering Convectieve differentieschema's
Toegepaste eisen Voor comfort Doorlopen Slenteren Zitten Regionale correctie Voor gevaar
Gepresenteerde resultaten Opmerkingen en eventuele conclusies van proefoverschrijdend belang
VDR m/s
Y:488261 Gewenste Overschrijdings-kans kwaliteits-klasse %
Beoordeling
p (VLOK > VDR;H) 5.0 5.0 5.0 n.v.t.
A, B, C, D A, B, C A, B n.v.t.
< 20 < 10 <5 n.v.t.
Matig Matig Matig n.v.t.
15 15
n.v.t. n.v.t.
0,05 < p < 0,30 p ≥ 0,3
beperkt risico gevaarlijk
Windhindercontouren en klassenindeling, windgevaarcontouren
Bijlage II
CFD model met rekenraster
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021
Bijlage III
Berekeningsresultaten: overschrijdingskansen per windrichting
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021
Windrichting: 0° Noord
Windrichting: 30° Noord-Noordoost
Windrichting: 60° Oost-Noordoost
Windrichting: 90° Oost
Windrichting: 120° Oost-Zuidoost
Windrichting: 150° Zuid-Zuidoost
Windrichting: 180° Zuid
Windrichting: 210° Zuid-Zuidwest
Windrichting: 240° West-Zuidwest
Windrichting: 270° West
Windrichting: 300° West-Noordwest
Windrichting: 330° Noord-Noordwest
Bijlage IV
Stromingslijnen
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021
Stromingslijnen West-Zuidwest
Stromingslijnen West-Noordwest
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek
van M+P | Onderdeel Müller-BBM groep
Mensen met oplossingen
Rapport
Akoestisch onderzoek bouwplan Duinwachter Zandvoort
Colofon Opdrachtnemer
M+P raadgevende ingenieurs BV
Opdrachtgever
Omgevingsdienst IJmond Stationsplein 48b 1948 LC Beverwijk
Opdrachtnummer
-
Titel
Akoestisch onderzoek bouwplan Duinwachter Zandvoort
Rapportnummer
M+P.ROW.20.01.1
Revisie
0
Datum
3 september 2020
Aantal pagina‘s
22
Auteurs
ing. Saskia Hardeman ing. Ronald Gijsel
Contactpersoon
ing. Ronald Gijsel | 0297-320651 | aalsmeer@mp.nl
Gezien door
ing. Erik Olink
M+P
Visserstraat 50 | 1431 GJ Aalsmeer Wolfskamerweg 47 | 5262 ES Vught www.mp.nl | onderdeel van de Müller-BBM groep | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd
Copyright
© M+P raadgevende ingenieurs BV | Niets van deze rapportage mag worden gebruikt voor andere doeleinden dan is overeengekomen tussen de opdrachtgever en M+P (DNR 2011 Artikel 46).
Inhoud 1
Inleiding
4
2
Situatie
5
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Toetsingskader Zonemodel circuit van Zandvoort Wegverkeer Gemeentelijk beleid Zandvoort Omliggende bedrijvigheid
6 6 6 7 7
4 4.1 4.2
Uitgangspunten Zonemodel circuit van Zandvoort Wegverkeer
8 8 8
5 5.1 5.2
Resultaten Zonemodel circuit van Zandvoort Wegverkeer
9 9 9
6 6.1
Cumulatie en integrale beoordeling Algemeen
10 10
7 7.1 7.2 7.3
Maatregelen Bronmaatregelen Overdracht Maatregelen aan woningen
11 11 11 11
Conclusie en aanbevelingen
12
8
Referenties
13
bijlage A
Figuren
14
bijlage B
Rekenresultaten
19
1
Inleiding In opdracht van ROW vastgoed is een akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de ontwikkeling van het bouwplan Duinwachter te Zandvoort. Het bouwplan bevindt zich binnen de zone van de Van Lennepweg en de Burgemeester van Alphenstraat. Daarnaast bevinden zich in de nabijheid van het bouwplan het circuit van Zandvoort en verschillende bedrijven. De geluidsbelasting vanwege het wegverkeer is bepaald met de Standaard Rekenmethode II van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 (RMG 2012) [2] en getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder [1]. De verkeersgegevens zijn afkomstig van de Omgevingsdienst IJmond, uitgeleverd in een geomilieu model. De omliggende bedrijven zijn getoetst aan het stappenplan geluid uit de VNG Handreiking [4]. Het zonemodel van het circuit van Zandvoort is opgevraagd bij de Omgevingsdienst IJmond. De geluidsbelasting is getoetst aan de geluidsbelasting op de zonegrens.
2
Situatie In onderstaande figuur is de situatie weergegeven. 1: 700 m noord
2
4
3
5 4
figuur 1
locatie van bouwplan in Zandvoort
Het bouwplan is geluidsbelast vanwege: 1 het racecircuit Zandvoort 2 Beach Factory en Strandhotel 3 Jump XL 4 Wegverkeer op Van Lennepweg en de Burgemeester van Alphenstraat 5 Tropisch zwembad Centerparcs met hoge glijbanen op circa 150 meter van het bouwplan Het bouwplan bestaat uit 2 gebouwen. Deze zijn opgenomen in onderstaande figuur.
A B
figuur 2
bouwplan, gebouw A en B
3
Toetsingskader
3.1
Zonemodel circuit van Zandvoort Om het terrein van het circuit van Zandvoort ligt een geluidszone. Het zonemodel wordt beheerd door de Omgevingsdienst IJmond. Bij de omgevingsdienst is het zonemodel opgevraagd. Het bouwplan ligt op circa 700 meter afstand van het circuit. De geluidsbelasting ter plaatse van de ontwikkellocatie mag niet meer dan 50 dB(A) bedragen.
3.2
Wegverkeer De regelgeving voor wegverkeerslawaai, met uitzondering voor Rijkswegen, is vastgelegd in de Wet geluidhinder [1]. In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat een weg een zone heeft die zich uitstrekt vanaf de as van de weg. Uitgaande van een stedelijk gebied bedraagt de zone van een weg, bestaande uit een of twee rijstroken 200 meter. De ontwikkellocatie bevindt zich binnen de zone van de volgende wegen: ▪ Van Lennepweg ▪ Burgemeester van Alphenstraat De geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Lden [dB]. Dit is een dosismaat voor het gewogen gemiddelde geluidsniveau per etmaal. De voorkeursgrenswaarde voor het wegverkeerslawaai bij nieuw te bouwen woningen bedraagt Lden = 48 dB. Toetsing aan de voorkeursgrenswaarde vindt plaats per weg. Alvorens de berekende geluidsbelasting wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde mag, conform artikel art. 110g Wgh een correctie worden toegepast. De hoogte van deze aftrek bedraagt 5 dB voor rijsnelheden lager dan 70 km/uur. Een uitzondering die in de Wet Geluidhinder is gemaakt om woningbouw in situaties met een hoge geluidsbelasting mogelijk te maken is het toepassen van een zogenaamde dove gevel.
Een dove gevel is een bouwkundige constructie: ▪ waarin geen te openen delen aanwezig zijn en die een voldoende geluidwering heeft (binnenniveau 33 dB); ▪ waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn (bijvoorbeeld een nooduitgang), mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan in veel gevallen door Burgemeester en Wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Het verlenen van een hogere waarde moet nader gemotiveerd worden. De ontheffingsgronden zijn in principe vastgesteld in het gemeentelijke geluidsbeleid. De maximale grenswaarde die kan worden verleend is afhankelijk van de situatie en is in beginsel voor stedelijke situaties maximaal 63 dB. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zal onder andere onderzoek moeten plaatsvinden naar de geluidswering van de betreffende woningen. De eisen met betrekking tot de minimale geluidswering van de gevel zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012 [3].
3.3
Gemeentelijk beleid Zandvoort De gemeente Zandvoort heeft geen vastgesteld geluidbeleid. Hiermee gelden de standaard voorwaarden uit de Wet geluidhinder wanneer sprake is van hogere waarden.
3.4
Omliggende bedrijvigheid Voor de toetsing van het woon- en leefklimaat wordt gebruik gemaakt van de VNG richtlijn bedrijven en milieuzonering [4]. Hierin is een stappenplan Geluid opgenomen (Bijlage B5.3) dat samengevat neerkomt op het volgende: Stap 1 In de VNG handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor verschillende typen inrichtingen. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden van de verschillende locaties opgenomen. Hierbij is uitgegaan van het gebiedstype ‘gemengd gebied’, gezien de ligging langs een doorgaande weg, de verschillende bedrijven in de omgeving en het circuit van Zandvoort. tabel I
richtafstanden
omschrijving
omschrijving
Beach factor
hotels en pensions met keuken,
strandhotel
conferentieoorden en congrescentra
Jump XL Tropisch zwembad
categorie
richtafstand gemengd
Werkelijke
gebied [m]
afstand [m]
1
0
35
Sporthallen
3.1
30
30
Zwembaden overdekt
3.1
30
150
Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: buitenplanse inpassing is mogelijk. Uit tabel I blijkt dat dit voor de onderzochte locaties het geval is.
4
Uitgangspunten
4.1
Zonemodel circuit van Zandvoort Het zonemodel van het circuit van Zandvoort is opgevraagd bij de Omgevingsdienst IJmond. Het circuit is gemodelleerd in Geomilieu versie 4.50. Het nieuwe gebouw is toegevoegd in het zonemodel. In Bijlage A is een afbeelding van het zonemodel opgenomen.
4.2
Wegverkeer De etmaalintensiteiten en voertuigverdeling van Burgemeester van Alphenstraat en Van Lennepweg en informatie over de toekomstige snelheid en wegdekverharding van de wegen is verkregen van de Omgevingsdienst IJmond. Voor beide wegen is gerekend met standaard wegdek (dicht asfaltbeton). Voor de Burgenmeester van Alphenstraat en de van Lennepweg is met de volgende intensiteiten gerekend.
tabel I
geprognosticeerde etmaalintensiteiten en uur intensiteiten voor het peiljaar 2030 wegvak
etmaal-intensiteit
dag
avond
nacht
Burgemeester van Alphenstraat
5.400*
6,87 %
2,3 %
1,04 %
Van Lennepweg
5.400
6,87 %
2,3 %
1,04 %
(zie figuur 9 en 10 bijlage A)
Voor de voertuigverdeling is het volgende aangehouden: ▪ Lichte voertuigen: 96,28% ▪ Middelzware voertuigen: 2,12% ▪ Zware voertuigen: 1,6% Het wegverkeersmodel is afgebeeld in Bijlage A.
5
Resultaten
5.1
Zonemodel circuit van Zandvoort De rekenresultaten zijn opgenomen in Bijlage B. Hieruit blijkt dat de geluidsbelasting vanwege het circuit maximaal 50 dB(A) bedraagt ter plaatse van de ontwikkellocatie. Hiermee levert het circuit geen knelpunten op. Hierbij wordt opgemerkt dat er bij de berekeningen geen rekening is gehouden met de zogenaamde ‘UBO-dagen’. De in de vergunning van het circuit opgenomen geluidgrenswaarden zijn gedurende 12 dagen per jaar niet van toepassing op Grand Prix-races, dragsterraces, internationale autoen/of motorraces en de daarbij behorende trainingen.
5.2
Wegverkeer De rekenresultaten voor wegverkeer zijn opgenomen Bijlage B. De geluidsbelasting vanwege de Burgemeester van Alphenstraat en de Van Lennepweg wordt gezamenlijk beschouwd, omdat het een doorgaande weg betreft. Uit de resultaten blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de Burgemeester van Alphenstraat-Van Lennepweg maximaal 58 dB bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde met maximaal 9 dB overschreden. Overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde vinden rondom beide gebouwen plaats. Hiervoor dienen hogere waarden te worden aangevraagd. Overal wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde.
6
Cumulatie en integrale beoordeling
6.1
Algemeen Uit de berekeningen blijkt dat er sprake is geluidsbelaste gevels vanwege wegverkeer. Voor de woningen achter de geluidsbelaste gevels is een hogere waarde nodig. In de Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 [2] is in bijlage I een rekenmethode opgenomen “cumulatie geluidsbelasting”. Indien de voorkeurswaarde wordt overschreden, zal worden vastgesteld of er bijvoorbeeld bij een woning sprake is van een relevante geluidsbelasting vanwege meerdere bronnen. In deze rekenmethode wordt de cumulatieve geluidsbelasting (totaal gesommeerde geluidsbelasting) vanwege de relevante geluidsbronnen bepaald. In artikel 110a van de Wet geluidhinder 2012 [1] staat dat alleen een hogere grenswaarde mag worden vastgesteld als de gecumuleerde geluidsbelastingen niet leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Er dient gemotiveerd te worden dat er rekening is gehouden met de gecumuleerde geluidsbelasting, bij de te treffen maatregelen. Uit Bijlage B blijkt dat er geen sprake is van een gecumuleerde geluidsbelasting, omdat de voorkeursgrenswaarde door één bron wordt overschreden. De geluidsbelasting is gekleurd weergegeven.
De kleuren hebben de volgende betekenis: ▪ rood: dove gevel; in een dove gevel mogen zich geen te openen delen bevinden, de gevel moet voldoende geluidswering hebben om het binnenniveau van 33 dB(A) te garanderen; ▪ oranje: geluidsbelaste gevel, er moet een hogere waarde aangevraagd worden bij het bevoegd gezag, de gevel moet voldoende geluidswering hebben om het binnenniveau van 33 dB(A) te garanderen; ▪ groen: geluidsluwe gevel, aan de zijde van deze gevel kunnen het beste slaapkamer(s) en buitenruimte(s) gesitueerd worden. Bij aanwezigheid van een dove gevel of een geluidsbelaste gevel is een geluidsluwe gevel / zijde verplicht volgens het geluidsbeleid van de gemeente. Tevens is de GES-score berekend. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het akoestisch woon- en leefklimaat op de meeste toetspunten als ‘redelijk’ kan worden beschouwd.
7
Maatregelen
7.1
Bronmaatregelen Omdat een hogere waarde nodig zal zijn, moet eerst onderzocht worden of het treffen van bron- of overdrachtsmaatregelen mogelijk is. Als bronmaatregel kan worden gedacht aan het toepassen van een geluid reducerende wegverharding in plaats van het DAB dat nu is aangebracht. De mogelijk te behalen reductie met een dunne geluidsreducerende deklaag type A of B is circa -2 dB tot -3 dB. Het toepassen hiervan in de bocht stuit op bezwaren vanwege kans op verhoogde slijtage door het verwringen van het asfalt door het van richting veranderen van de voertuigen. Een courante slijtvaste dunne geluidsreducerende deklaag is SMA-NL8 G+, welke ook in krappe bochten aangelegd kan worden. Hiermee kan een reductie van ongeveer 2 dB behaald worden.
7.2
Overdracht Gezien de grotere gebouwhoogte en de beperkte ruimte tussen de weg en de woningen is het plaatsen van een geluidsscherm niet wenselijk.
7.3
Maatregelen aan woningen Er is geen hogere waarden beleid vastgesteld. Het is echter gebruikelijk om bij hogere waarden de woningen te voorzien van minimaal één geluidsluwe zijde (Lden ≤ 48 dB) om een goed woon- en leefklimaat te realiseren. Doordat de woningen grotendeels éénzijdig georiënteerd zijn is dit niet mogelijk. Daarom adviseren we om maatregelen aan de buitenruimten toe te passen: ▪ Een balkon/loggia met een gesloten balustrade en een geluidsabsorberend plafond.
Conclusie en aanbevelingen In opdracht van ROW vastgoed is een akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de ontwikkeling van het bouwplan Duinwachter te Zandvoort. Uit de berekeningen kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ De afstand tot de omliggende bedrijven voldoet aan stap 1 uit de VNG handreiking, uitgaande van een gemengd gebied. Verder toetsing voor het aspect geluid kan in beginsel achterwege blijven. ▪ De geluidsbelasting vanwege het circuit van Zandvoort levert geen knelpunten op voor het bouwplan. ▪ Voor de van Lennepweg - Burgemeester van Alphenstraat worden hogere waarden berekend. Wel wordt overal voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. De volgende maatregelen kunnen overwogen worden: Toepassen van een stiller wegdektype: dunne geluidsreducerende deklaag is SMA-NL8 G+. Het voorzien van de woningen van een balkon/loggia met een gesloten balustrade en een geluidsabsorberend plafond. Er is geen hogere waarden beleid vastgesteld. Daarom raden we aan om in overleg met de gemeente vast te stellen welke maatregelen nodig zijn om de hogere waarden te motiveren.
8
Referenties
[1]
Wet geluidhinder, Staatsblad 99 van 16 februari 1979 inclusief wijzigingen tot en met de Staatsblad 131 van 3 april 2017;
[2]
Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, nr. IENM/BSK-2012/37333, Staatscourant 11810 van 12 juni 2012 inclusief wijzigingen tot en met Staatscourant 31892 van 12 juni 2018;
[3]
Bouwbesluit 2012, Staatsblad 416 van 29 augustus 2011 inclusief wijzigingen tot en met de Staatsblad 380 van 17 oktober 2018.
[4]
Bedrijven en milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Sdu uitgevers 2009, ISBN9789012130813
Bijlage A
Figuren
figuur 3
Zondemodel circuit van Zandvoort geomilieu
figuur 4
wegverkeersmodel geomilieu
figuur 5
modellering van het bouwplan en toetspunten in geomilieu
figuur 6
3D weergave bouwplan in geomilieu
Bijlage B
Rekenresultaten
Lden [dB], na aftrek, binnenstedelijk Letm [dB(A)] wnp N01_A_A N01_A_B N01_A_C N01_A_D N01_A_E N01_A_F N01_B_A N01_B_B N01_B_C N01_B_D N01_B_E N01_B_F N02_A_A N02_A_B N02_A_C N02_A_D N02_A_E N02_A_F N02_B_A N02_B_B N02_B_C N02_B_D N02_B_E N02_B_F N04_A N04_B N04_C N04_D O01_A O01_B O01_C O01_D O01_E O01_F O02_A O02_B O02_C O02_D O02_E O02_F O03_A_A O03_A_B O03_A_C O03_A_D O03_A_E O03_A_F
hoogte [m] 19,50 22,50 25,50
Van Lennepweg - Burgemeester van Alphenstraat, 50 km/h 50 49 49
industrie 40
28,50 31,50 34,50 1,50 4,50 7,50 10,50 13,50 16,50 19,50 22,50 25,50 28,50 31,50 34,50 1,50 4,50 7,50 10,50 13,50 16,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 13,50 16,50 1,50 4,50 7,50 10,50 13,50 16,50 19,50 22,50 25,50 28,50 31,50 34,50
49 49 49 48 49 50 50 50 50 51 51 51 51 51 50 50 51 51 51 51 51 43 44 45 45 51 53 53 53 53 53 48 50 50 50 50 50 48 48 48 49 49 49
49 50 50 50 50 50 45 48 48 49 49 49 49 50 50 50 50 50 45 48 48 48 49 49 45 48 48 49 45 47 47 48 49 49 46 48 48 48 49 49 50 49 50
GES score 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 5 5 4 4 4 2 2 4 2 4 5 5 5 5 5 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
beoordeling (volgens Abg) redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk matig matig redelijk redelijk redelijk goed goed redelijk goed redelijk matig matig matig matig matig redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk
O03_B_A O03_B_B O03_B_C O03_B_D O03_B_E O03_B_F O04_A O04_B O04_C O04_D O05_A O05_B O05_C O05_D O06_A O06_B O06_C O06_D W01_A W01_B W01_C W01_D W01_E W02_A W03_A W04_A W05_A W06_A W07_A W08_A W09_A W09_B W09_C W09_D W10_A W10_A W10_B W10_B W10_C W10_C W10_D W10_D Z01_A Z01_B Z01_C Z01_D Z01_E Z01_F Z02_A Z02_B Z02_C Z02_D
1,50 4,50 7,50 10,50 13,50 16,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 19,50 22,50 25,50 28,50 31,50 34,50 1,50 4,50 7,50 10,50 13,50 16,50 1,50 4,50 7,50 10,50 1,50 1,50 4,50 4,50 7,50 7,50 10,50 10,50 1,50 4,50 7,50 10,50 13,50 16,50 19,50 22,50 25,50 28,50
44 46 46 46 47 47 50 51 52 52 47 49 49 49 45 47 48 48 57 56 56 56 56 44 57 57 57 56 54 49 50 51 51 51 46 47 48 49 48 49 48 49 57 58 58 58 57 57 43 49 52 52
50 50 50 46 48 49 49 49 49 47 50 48 48 47 50 48 48 47 48 48 48 44 44 44 41 41 41 40 42 42 42 43 40 42 44 41 41 41
4 4 4 4 4 4 4 4 5 4 4 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 2 5 5 5 5 5 4 4 4 4 4 2 4 4 4 4 4 4 4 5 6 6 6 5 5 2 4 4 4
redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk matig redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk matig matig matig matig matig goed matig matig matig matig matig redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk goed redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk redelijk matig slecht slecht slecht matig matig goed redelijk redelijk redelijk