Bijlage 1 - Stedenbouwkundig programma van eisen
Tekst van het document
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Auto Strijder (De Duinwachter) mei 2021
Inhoudsopgave 1
Inleiding
2
2
Woonprogramma
3
3
Parkeeropgave
4
4
Inpassing in de omgeving
5
5
Ontwerp parkeergarage
7
6
Ontwerp maaiveld
9
7
Ontwerp bebouwingsplinten
13
8
Milieu- en omgevingsaspecten
14
9
Duurzaamheid
16
10
Beeldkwaliteit gebouwen
18
11
Aan te leveren documenten
19
Bijlagen 1. Mobiliteitsplan 2. Windhinderonderzoek 3. Akoestisch onderzoek 4. Quick-scan Wet natuurbescherming 5. Bezonningsstudie
1. Inleiding Aanleiding Op dit moment is op de hoek van de Van Alphenstraat en de Van Lennepweg autobedrijf Strijder met een tankstation gevestigd. De eigenaar van Auto Strijder wenst het bedrijf te verplaatsen en op deze plek woningbouw te realiseren. Samen met ontwikkelaar ROW uit Hilversum is er een plan uitgewerkt. In overleg met de gemeente is gekozen voor een stedenbouwkundige opzet van een hoofdgebouw van 12 bouwlagen en een laag gebouw (paviljoen) van 4 bouwlagen (aanvankelijk was er een plan voor een woontoren met 21 lagen). Stedenbouwkundige Programma van Eisen Voor de herontwikkeling van Auto Strijder (De Duinwachter) naar een wooncomplex met sociale functies is voorliggend Stedenbouwkundige Programma van Eisen (SPvE) opgesteld. Doel van het SPvE is het vastleggen van kwantitatieve en kwalitatieve ruimtelijke en functionele randvoorwaarden en uitgangspunten waaraan het initiatief van de ontwikkelaar moet voldoen. Het dient daarmee als kader voor de verdere uitwerking van het initiatief in een stedenbouwkundig plan en de ruimtelijke procedure. Uitgangspunten Het Stedenbouwkundige Programma van Eisen Auto Strijder is een uitwerking op basis van de door de raad vastgestelde startnotitie project “Auto Strijder” (kenmerk: 2020/407909) van 7 mei 2020, inclusief de bijlagen: · Startnotitie Burgemeester van Alphenstraat, ontwikkelen woningbouw (d.d.
23 april 2020) · Quick Scan Ontwikkeling Locatie ‘Strijder’ Zandvoort (d.d. januari 2020)
Afbeelding 1. schetsontwerp Duinwachter Zandvoort. Let op: deze impressie is nog niet getoetst aan het SPvE. Er kunnen geen rechten aan deze impressie worden ontleend.
2
2. Woonprogramma Het totale woningaantal is door de raad vastgesteld op 108 woningen met een verdeling overeenkomstig het ‘Uitvoeringsprogramma Wonen gemeente Zandvoort 2019-2025’: · 30% sociale huur: < € 737,14 (volgt index conform Rijksoverheid) · 20% betaalbare koop < € 250.000 of betaalbare huur < € 971 (peildatum 1 januari 2019, consumentenprijsindex CBS · 20% middeldure koop < € 363.000 of middeldure huur < € 1.300 (peildatum 1 januari 2019, consumentenprijsindex CBS · 30% dure segment Het programma voor het hoofdgebouw is door de raad vastgesteld op 76 appartementen en voor het lagere gebouw op 32 appartementen. Het programma omvat: · 32 zorgwoningen in de sociale huur · 22 woningen in de betaalbare huur en/of koop · 22 woningen in middeldure huur en/of koop · 32 woningen in de dure koop en/of huur Het lagere gebouw met de 32 sociale huurappartementen wordt een zorggebouw bestemd voor senioren. Doel is zorgbehoevende ouderen een plaats te geven in zelfstandige woningen waarbij zij naar behoefte zorg kunnen afnemen. Dit kan variëren van maaltijdservice tot (medische)zorg aan huis. De ontwikkelaar werkt dit aspect verder uit waarbij naast het vinden van een coöperatie of private belegger, ook onderzocht moet worden welke samenwerking met welke zorgaanbieder hiervoor wordt aangegaan.
In het hoofdgebouw zullen de 22 woningen in de betaalbare huur en/of koop geschikt zijn voor starters op de woningmarkt. In het uitvoeringsprogramma Wonen 2019 – 2025 ligt de focus tevens op middeninkomens. Voor deze groep bevat de ontwikkeling 22 middeldure woningen in de huur en/of koop. De overige 32 woningen vallen in het vrije sector-segment. De woningen zijn bij uitstek geschikt voor senioren uit Zandvoort die een koop-eengezinswoning in Zandvoort hebben, maar graag een overstap willen maken naar een ruime gelijkvloerse woning. Hiermee kunnen deze woningen bijdragen aan doorstroming in Zandvoort. NB Het totale aantal te realiseren woningen hangt uiteindelijk af van de mogelijkheid tot het realiseren van voldoende parkeerplaatsen in de ondergrondse parkeergarage conform beleid en eisen (zie paragraaf 3a en hoofdstuk 5).
3
3. Parkeeropgave De relevante parkeeraspecten omvatten de volgende onderdelen: a. parkeeropgave auto’s bewoners en bezoekers b. parkeeropgave fietsen bewoners c. parkeeropgave fietsen bezoekers a.
Parkeeropgave auto’s bewoners en bezoekers Parkeren mag geen extra parkeerdruk op het openbare gebied veroorzaken: al het parkeren dient op eigen terrein opgelost te worden. Met name de functionaliteit voor het bezoekersparkeren (inclusief bezorgers, verzorgers, laden en lossen) dient hierbij niet vergeten te worden (zie voor de uitvoeringseisen hoofdstuk 5 en paragraaf 7d). Het aantal te realiseren parkeerplaatsen dient te voldoen aan het Zandvoortse parkeerbeleid. De ontwikkelaar heeft aan de hand van een parkeerbalans en mobiliteitsplan aangetoond dat 150 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd overeenkomstig de parkeernormen volgens de Parkeernormennota 2012 gemeente Zandvoort (bijlage 1).
b.
Parkeeropgave fietsen bewoners Om het fietsgebruik zo veel mogelijk te stimuleren dienen bij de entrees van de appartementengebouwen collectieve, inpandige fietsenstallingen gesitueerd te worden waardoor bewoners eerder bij hun fiets dan hun auto zijn. Er dient hierbij gerekend te worden met drie fietsopstelplekken per appartement. Bijkomend voordeel van collectieve fietsenstallingen is dat er geen losse bergingen in de parkeergarage gerealiseerd hoeven te worden, maar dat de bergingen (minimaal 3m2) geïntegreerd kunnen worden in of aan de appartementen. Er dient rekening gehouden te worden met voldoende oplaadpunten voor het opladen van E-bikes. Tevens is het wenselijk bij de entree van het paviljoen een deel van de ruimte te reserveren voor het stallen en opladen van scootmobielen.
c.
Parkeeropgave fietsen bezoekers Makkelijk te bereiken locaties voor het stallen van fietsen van bezoekers helpt tegen wildparkeren. Bij alle entrees van de gebouwen dienen hiervoor voldoende ‘fietsnietjes’ gerealiseerd te worden op eigen terrein.
4
4. Inpassing in de omgeving Qua ruimtelijke inpassing van de nieuwe bebouwing in de omgeving worden in de startnotitie de volgende nader uit te werken randvoorwaarden meegegeven: a. een bouwwerk in de duinen met een flinke duinbuffer langs de weg b. een bouwwerk dat past in zijn omgeving c. het realiseren van een vizier vanuit de Van Speijkstraat op nieuwe duinen, om zo de visuele verbinding tussen dorp en buitengebied op deze plek te versterken d. ondergronds parkeren In het kader van de Wet natuurbescherming wordt hieraan de volgende uit te werken randvoorwaarde toegevoegd: e. (compensatie-)maatregelen flora en fauna a.
Bouwwerken in de duinen met een flinke duinbuffer langs de weg Voor de locatie moet een integraal ontwerp opgesteld worden, op basis waarvan de inpassing van de gebouwen en de terreininrichting in de omgeving kan worden beoordeeld. Daarin moet de hele locatie in beeld zijn én de aansluiting ervan op de omgeving. Gezien vanaf de Burgemeester van Alphenstraat, Van Lennepweg, Van Speijkstraat, Doctor Johannus G. Mezgerstraat en het voetpad/trap van en naar het Center Parcs-terrein, dienen de twee appartementengebouwen als compacte, losse volumes in (nieuwe) duinen ontworpen te worden. Deze nieuwe duinen dienen aan te sluiten op de bestaande duinrand ten noorden en ten oosten van de locatie waardoor het na verloop van tijd als één ononderbroken duinrand ervaren gaat worden. Er moet sprake zijn van een robuuste nieuwe duinrand waarbij ook de aansluiting op het naastliggende recreatieterrein ontwerpaandacht vraagt. Ook hier is het uitgangspunt dat de locatie en het aangrenzende groen op het Center Parcs-terrein na verloop van tijd als één ononderbroken duinlandschap wordt ervaren. Tussen de nieuwe bebouwing en de Van Lennepweg en de Burgemeester van Alphenstraat dient een duinstrook van voldoende breedte gerealiseerd te worden zodat deze ook duidelijk als duingebied ervaren gaat worden.
Deze nieuwe duinen dienen visueel zo min mogelijk onderbroken te worden door keerwanden en balustraden. Om bovenstaande aspecten goed te kunnen beoordelen dienen vanuit verschillende gezichtspunten artist impressions aangeleverd te worden (zie hoofdstuk 11).
b.
Bouwwerken passend in de omgeving Door de hoogte van het twaalf woonlagen tellende hoofdgebouw en de plaatsing van de gebouwen in de brede duinrand waar verder geen bouwwerken staan, zullen de bouwwerken als solitair ervaren worden. De vormgeving, materialisatie en het kleurgebruik van de gebouwen dient echter wel afgestemd te zijn op het duinlandschap waarin ze gelegen zijn (zie hiervoor hoofdstuk 10).
5
Door de hoogte wordt het hoofdgebouw een toevoeging aan het silhouet van Zandvoort. Voor de wijziging van het bestemmingsplan moet een onderbouwing worden gegeven waarom het hierin en op deze locatie passend is. Hierbij dient in beeld gebracht te worden wat de impact van het gebouw op de directe- en de wijde omgeving is. NB De gemeenteraad is met het vaststellen van het raadsstuk ‘Aangepaste nota: Vaststellen startnotitie project “Auto Strijder”, Burgemeester van Alphenstraat 102’ (kenmerk 2020/407909) op 7 mei 2020 akkoord gegaan met de voorgestelde bouwhoogte. c.
Realiseren van een vizier vanuit de Van Speijkstraat op de nieuwe duinen Vanaf de Van Speijkstraat bezien dienen de nieuwe duinen rond en tussen de nieuwe gebouwen de boventoon te voeren. Deze eis heeft consequenties voor het gebruik en de inrichting van de ruimte tussen de twee appartementengebouwen. Voorkomen moet worden dat vanaf de Van Speijkstraat tegen een entree van de parkeergarage aangekeken wordt of tegen andere, te dominant aanwezige bouwkundige elementen (zie voor de locatie van de entree parkeergarage paragraaf 5b).
d.
Ondergronds parkeren Alle autoparkeerplaatsen (behalve de opstelplaatsen voor laden & lossen en halen & brengen, zie paragraaf 6d) dienen volledig onder de nieuwe duinrand (zie paragraaf 4a) plaats te vinden. Het gedeelte voor het bezoekersparkeren dient hierbij ook openbaar toegankelijk te zijn. Voor de uitwerkingseisen zie hoofdstuk 5.
e.
(Compensatie-)maatregelen flora en fauna De Wet natuurbescherming schrijft voor dat leefvoorwaarden van beschermde dier- en plantsoorten niet mogen worden aangetast door de herontwikkeling van de locatie. Als uit het vereiste ecologisch onderzoek naar voren komt dat er beschermde soorten voorkomen in het plangebied, dan zal hier in het nieuwe ontwerp rekening mee moeten worden gehouden (compensatie). Dit kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van faunavoorzieningen in de bebouwing en op de daken en door het toepassen van een inheems beplantingsassortiment in de buitenruimte (zie hoofdstuk 6 en 9).
6
5. Ontwerp parkeergarage Naast het accommoderen van het totale aantal te realiseren parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers (zie hoofdstuk 3), dient de parkeergarage aan de volgende eisen te voldoen: a. niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte of aanpalende percelen b. entree parkeergarage integreren in de bebouwingsplint c. veilige aansluiting van de entree op de omgeving en openbare weg d. randvoorwaarden Hoogheemraadschap Rijnland e. NEN 2443 f. gehandicaptenparkeerplaatsen en oplaadpunten elektrische voertuigen g. overige (technische) aspecten Ontwerp parkeergarage = opgave gespecialiseerd ingenieursbureau Een volledig ondergrondse en openbaar toegankelijke parkeergarage die voldoet aan alle gestelde eisen en randvoorwaarden is een relatief complexe ontwerpopgave. Om ervoor te zorgen dat dit belangrijke onderdeel van het totaalplan resulteert in een goed ingepaste en goed bruikbare parkeergarage, dient een gespecialiseerd ingenieursbureau ingeschakeld te worden dat samen met het architectenbureau de parkeergarage vorm gaat geven. a.
Niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte of aanpalende percelen Vanaf de openbare ruimte of aanpalende percelen is de parkeergarage niet zichtbaar. Vanaf de openbare ruimte of aanpalende percelen zijn ook geen ventilatieroosters, openingen of andere bouwkundige elementen behorende bij het functioneren van de parkeergarage zichtbaar (met uitzondering van de entree van de parkeergarage).
b.
Entree parkeergarage integreren in de bebouwingsplint De entree van de parkeergarage dient niet in het vizier van de Van Speijkstraat op de nieuwe duinen gerealiseerd te worden (zie paragraaf 4c). De entree van de parkeergarage dient geïntegreerd te worden in de bebouwingsplint.
c.
Veilige aansluiting van de entree op de omgeving en openbare weg De locatie en aansluiting van de in/uitrit van de parkeergarage op de omgeving en op de openbare weg dient tot een veilige, overzichtelijke verkeerssituatie te leiden voor alle verkeersdeelnemers: voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer.
d.
Randvoorwaarden Hoogheemraadschap Rijnland De ontwikkelaar dient het ontwerp van de parkeergarage en herplaatsing van het uitkomende zand af te stemmen met - en ter goedkeuring voor te leggen aan Hoogheemraadschap Rijnland. Het grootste deel van het perceel ligt in de ‘buitenbeschermingszone’ en een kleiner deel in de ‘beschermingszone’: · binnen de ‘buitenbeschermingszone’ kan een meerlaagse, ondergrondse parkeergarage zonder beperkingen worden gegraven. Wel zijn er voorwaarden voor de uitkomende grond, deze moet binnen de buitenbeschermingszone worden verwerkt
7
· binnen de ‘beschermingszone’ zijn er wel beperkingen, in het centrum van de beschermingszone mag niet gegraven worden e.
NEN 2443 De parkeergarage dient te voldoen aan de NEN 2443. NEN 2443:2013 is de norm voor het parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages.
f.
Gehandicaptenparkeerplaatsen en oplaadpunten elektrische voertuigen Gezien de doelgroep van een deel van de woningen (ouderen en hulpbehoevenden), is het raadzaam om te voorzien in 2% van het totaal aan gehandicaptenparkeerplaatsen. Ook is het raadzaam om de garage te voorzien van een aantal oplaadpunten voor elektrische voertuigen en voor de overige voorbereidingen op elektrisch laden (bekabeling en aanleggen van contactpunten).
g.
Overige (technische) aspecten Naast bovenstaande punten spelen verder nog de volgende aspecten: · het parkeergarageontwerp geeft inzicht in de grondbalans: inzicht in het volume van de kelder en de wijze waarop de uitkomende grond op het terrein wordt verwerkt. Hoogteverschillen worden gemaakt door hergebruik van uitkomende grond · in het ontwerp wordt een technische doorwerking gemaakt met betrekking tot de gronddruk op de kelder, zowel aan de zijkanten als bovenop · verstuiving of afglijden van zand op en rond de parkeergarage moet voorkomen worden
8
6. Ontwerp maaiveld Het inrichtingsplan voor het maaiveld is een belangrijke ontwerpopgave waarbij de volgende zaken spelen: a. beplantingsplan b. goed toegankelijke en zichtbare entrees c. fietsparkeren bezoekers d. opstelplaatsen laden & lossen / halen & brengen e. (ondergronds) afvalinzameling f. nutsvoorzieningen en andere installaties g. hemelwaterafvoer h. verlichting i. verharding j. bouwkundige elementen k. beheer- en onderhoudsplan Inrichting maaiveld = ontwerpopgave landschapsarchitect De ruimtelijke kwaliteit van deze ontwikkeling zal voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de kwaliteit van de inrichting van het maaiveld. Gezien de bijzondere setting en opgave - het realiseren van een nieuwe duinrand rond de appartementengebouwen en bovenop een parkeergarage, dient voor dit deel van de ontwerpopgave een landschapsarchitect aan het ontwerpteam toegevoegd te worden. Deze landschapsarchitect dient over voldoende kennis van (dikke) natuurdaken en inheemse beplantingsassortimenten passend bij een (bebouwd) duinlandschap, te beschikken. In nauwe afstemming met de architect en de ingenieursbureaus, dient deze landschapsarchitect meteen betrokken te worden bij de verdere uitwerking van het plan zodat het ontwerp van de parkeergarage, de inrichting van de buitenruimte, de aansluiting ervan op de appartementengebouwen en de omgeving, integraal worden opgepakt.
Verder spelen hierbij de volgende aspecten: · Het maaiveld is geen plat vlak van zand met schraal zeegras. Het nieuwe maaiveld varieert in hoogte en breedte en is rijk aan bomen en struiken. · In het maaiveldontwerp moet de aansluiting van de appartementengebouwen op de omgeving integraal worden opgepakt. De functie van de buitenruimte moet worden gedefinieerd. Delen van het plan worden aangeduind, er is beperkt privé-buitenruimte, er is een duintuin op de parkeergarage. Al deze elementen moeten samenhang vertonen, waarbij continuïteit van het duinlandschap voorop staat. a.
Beplantingsplan Als onderdeel van het buitenruimte-ontwerp dient een beplatingsplan opgesteld te worden dat voldoet aan de volgende uitgangspunten: · aansluiting zoeken op de bestaande duinrand te noorden en oosten van de locatie en op de aangrenzende beplanting op het Center Parcs-terrein zodat het geheel na verloop van tijd als één doorlopend duinlandschap ervaren wordt · toepassing van een beplantingsassortiment dat gebiedseigen is en daarmee van toegevoegde waarde voor de lokale fauna 9
·
b.
Het beplantingsplan mag geen (invasieve) exoten bevatten. Deze exoten kunnen soorten zijn die veel in de duinen groeien als gevolg van menselijke introductie in ons land, maar daarmee de inheemse flora verdringen. Let op: er zijn vele malen meer invasieve exoten dan wellicht wordt gerealiseerd, sommige van deze soorten lijken nu zo bij de duinen te horen dat ze als gebiedseigen kunnen worden ervaren, maar dat niet zijn
Goed toegankelijke en zichtbare entrees Beide gebouwdelen dienen volwaardige entrees aan de straat te krijgen zonder hoogteverschillen. Dit is met name voor de doelgroep die in het lagere gebouw (het paviljoen) gaat wonen van belang, maar zal ook voor de (oudere) bewoners van het hoofdgebouw belangrijk zijn. De entrees dienen vanaf de straat goed zichtbaar te zijn en dienen royale afmetingen te krijgen (in breedte en hoogte). Doel hiervan is het vergroten van de sociale veiligheid ter plekke van de entrees.
c.
Fietsparkeren bezoekers Zie hoofdstuk 3c.
d.
Opstelplaatsen laden & lossen / halen & brengen Voor het laden en lossen van o.a. verhuiswagens en pakketdiensten en het halen en brengen van bewoners (bijv. met taxi’s), dient op eigen terrein op maaiveld een opstelplaats gerealiseerd te worden bij elke entree. Deze opstelplaatsen dienen op een logische, overzichtelijke plek in de nabijheid van de entrees van de appartementengebouwen geplaatst te worden. De opstelplaatsen kunnen uitgevoerd worden in grasbetonsteen of halfverharding waardoor het visueel onderdeel wordt van het nieuwe duinlandschap.
e.
(Ondergronds) afvalinzameling In het plan dienen ondergrondse afvalcontainers en rolcontainers voor GFT geplaatst te worden conform de eisen van Spaarnelanden. Ruimtelijk dient de locatie voor deze containers zodanig geïntegreerd te worden in het totaalontwerp dat ze de openbare ruimte en het nieuwe duinlandschap zo min mogelijk verstoren. Kosten voor plaatsing en onderhoud zijn voor de ontwikkelaar.
f.
Nutsvoorzieningen en andere installaties Nutsvoorzieningen zoals transformatorstations en andere kasten (waaronder eventuele WKOinstallatie), worden niet in de openbare ruimte en niet op maaiveld geplaatst. De ontwikkelaar inventariseert bij de verschillende nuts- en telecombedrijven de behoefte aan nutsvoorzieningen en plaatst deze inpandig (dus in de bebouwingsplint). Uitgangspunt hierbij is verder dat de toegang(en) tot deze voorzieningen visueel zo min mogelijk in het oog springen (gezien vanaf de openbare ruimte). Aanvullend mag een transformatorstation niet worden geplaatst in de nabijheid van een verblijfsruimte van een woning.
g.
Hemelwaterafvoer Binnen de plangrenzen dient een toekomstbestendig watersysteem te worden aangelegd voor afvoer van hemelwater. Hemelwater dient daarbij duurzaam te worden verwerkt zodat het
10
omliggende rioolstelsel wordt ontlast. Rechtstreeks lozen van hemelwaterafvoer op het rioleringstelstel van de gemeente is niet toegestaan. Te denken valt aan de volgende mogelijkheden (niet uitputtend): · buffering op de groene daken en het nieuwe duinlandschap boven de parkeergarage · infiltratie in de ondergrond · transporteren naar- en lozen op, oppervlaktewater · combinatie van bovenstaande Met Hoogheemraadschap Rijnland dient overlegd te worden onder welke voorwaarden het regen/grondwater geloosd mag worden op het oppervlaktewater. Ook dient met Rijnland afgestemd te worden of watercompensatie aangelegd moet worden voor het extra (nieuw) verharde oppervlak. Klimaatbestendig aanleggen is een eis, dit betekent onder andere dat regenwater onder extreme omstandigheden de bebouwing niet in mag stromen. h.
Verlichting Voor openbaar toegankelijke gebieden dient de verlichting te voldoen aan het politiekeurmerk (o.a. voor de sociale veiligheid). Aangezien het hier ook een nieuw, natuurlijk duinlandschap betreft, dient in het verlichtingsplan ook rekening gehouden te worden met het zo min mogelijk verstoren van fauna die dit duinlandschap als nieuw habitat gaat gebruiken. Hier kan rekening mee gehouden worden door: · de lichtintensiteit beperkt te houden · de verlichting zo min mogelijk te laten uitstralen naar de omgeving · gebruik te maken van een kleur licht dat minder verstorend werkt voor fauna
i.
Verharding Uitgangspunten bij de toe te passen verharding zijn: · om hittestress en wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen alleen verharding toepassen waar het strikt noodzakelijk is · eventuele paden door het nieuwe duinlandschap uitvoeren in halfverharding (dit geldt niet voor toegangspaden vanaf de openbare ruimte naar de entrees van de appartementengebouwen) · de materialisatie en kleurstelling van de verharding moet passen bij het nieuwe duinlandschap en het bijbehorende beplantingsassortiment · de aansluitingen van de terreinverharding op de verharding van de openbare ruimte dienen logisch en ‘geruisloos’ te zijn, harde contrasten in kleur en materiaal dienen vermeden te worden
j.
Bouwkundige elementen Uitgangspunten bij het toepassen van bouwkundige elementen zoals keermuren en balustraden zijn: · zo veel mogelijk voorkomen van het moeten toepassen van deze elementen zodat het nieuwe duinlandschap zo min mogelijk verstoord wordt door bouwkundige elementen · indien noodzakelijk de vormgeving, materialisatie en het kleurgebruik afstemmen op- en ondergeschikt maken aan het beplantingsassortiment van het duinlandschap 11
k.
Beheer- en onderhoudsplan Gezien de bijzondere randvoorwaarden waarbij het maaiveld een nieuw duinlandschap gaat vormen bovenop een parkeergarage en rond en tussen de appartementengebouwen, dient parallel aan het opstellen van het beplantingsplan een beheer- en onderhoudsplan opgesteld te worden. Uit dit plan moet blijken dat het gekozen beplantingsassortiment ook op de lange termijn de beoogde kwaliteit weet te behouden. Een natuurlijk bewateringsplan waarin rekening gehouden wordt met perioden van droogte, is hierbij een belangrijk onderdeel. Uit het beheer- en onderhoudsplan moet ook duidelijk blijken welk deel in beheer komt bij de gemeente en welk deel in beheer blijft bij de ontwikkelaar. Uitgangspunt hierbij is dat alleen het beheer van de openbare ruimte (= het trottoir langs de Van Lennepstraat en Van Alphenstraat) bij de gemeente komt te liggen.
Afbeelding 2. Schetsontwerp Duinwachter Zandvoort. Let op: deze impressie is nog niet getoetst aan het SPvE. Er kunnen geen rechten aan deze impressie worden ontleend.
12
7. Ontwerp bebouwingsplinten De vormgeving van de begane grond van de appartementengebouwen zal naast de vormgeving van het nieuwe duinlandschap, voor een belangrijk deel de kwaliteit van het aanzien van deze nieuwe ontwikkeling gaan bepalen. Deze bebouwingsplinten dienen een levendige uitstraling te krijgen en hoogwaardig vormgegeven te worden. Ze dienen te voldoen aan de volgende randvoorwaarden: a. voldoende daglichttoetreding b. voldoende contact met de Van Lennepweg en de Burgemeester van Alphenstraat c. overgangen buitenruimten - nieuw duinlandschap hoogwaardig en duurzaam vormgeven a.
Voldoende daglichttoetreding Voor de woonkwaliteit van de woningen op de begane grond is het van belang dat er voldoende daglichttoetreding plaats kan vinden. De plinten van de gebouwen dienen samen met het beplantingsplan voor het omliggende nieuwe duinlandschap zodanig ontworpen te worden dat ook na verloop van tijd, als de omringende bomen en heesters volwassen zijn geworden, er nog steeds voldoende daglichttoetreding plaats kan vinden.
b.
Voldoende contact met de Van Lennepweg en Burgemeester van Alphenstraat Onder andere vanwege sociale veiligheid dienen in ieder geval de plinten aan de Van Lennepweg en de Burgemeester van Alpenstraat overwegend levendige functies te krijgen waardoor er interactie met deze straten plaats kan vinden. Denk hierbij aan woonkamers en keukens. Slaapkamers zijn geen levendige functies en dienen hier tot minimale gevellengten teruggebracht te worden. Om de interactie tussen straat en woning verder goed te borgen, dienen er tussen de appartementen en de Van Lennepweg en de Burgemeester van Alphenstraat goede (en voldoende) zichtrelaties te komen. Voor de sociale veiligheid is het verder van belang dat de ruimten voor de entrees van beide gebouwen zowel vanaf de straat als vanuit de omliggende appartementen goed zichtbaar zijn.
c.
Overgangen buitenruimten - nieuw duinlandschap hoogwaardig vormgeven Buitenruimte van de woningen op de begane grond bij voorkeur als balkons vormgeven waardoor er een duidelijke, strakke scheiding tussen de privébuitenruimten en het collectieve duinlandschap wordt gecreëerd. Indien gekozen wordt de woningen op de begane grond geen balkons maar buitenruimten op maaiveld (bovenop de parkeergarage) te geven, dan dient de overgang tussen deze buitenruimten en het nieuwe duinlandschap zodanig ontworpen te worden dat het een hoogwaardige uitstraling krijgt en behoudt. Voor dit laatste dient het duinlandschap-ontwerp nauwkeurig afgestemd te worden op het ontwerp van deze buitenruimten. Hierbij moet voorkomen worden dat bewoners delen van het nieuwe duinlandschap bij hun privé-buitenruimte trekken (en afzetten met schuttingen), of dat te dichtbij geplaatste bomen of heesters door bewoners gekapt worden.
13
8. Milieu- en omgevingsaspecten Onderdeel van het SPvE is dat er ook al gekeken wordt naar de milieu- en omgevingsaspecten, die van belang zijn voor de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Hierbij wordt dus een onderscheid gemaakt tussen onderzoeken die in het kader van de ruimtelijke procedure (bestemmingsplan of omgevingsvergunning) moeten worden opgesteld en onderzoeken die in deze fase al uitgevoerd moeten zijn om de haalbaarheid aan te tonen. Voor de herontwikkeling van Auto Strijder zijn een drietal milieu- en omgevingsaspecten van belang (naast het parkeren wat al in hoofdstuk 3 is benoemd): × × ×
Windhinder Geluid Stikstof (Wet natuurbescherming)
Windhinder Gezien de hoogte van het hoofdgebouw en de ligging van de locatie vlak aan de kust en nabij het circuit Zandvoort, is het voorkomen van wind- en geluidhinder een belangrijk aandachtspunt. De gebouwen dienen zodanig ontwerpen te worden dat passerende voetgangers, fietsers en bewoners van de gebouwen zo min mogelijk windhinder ondervinden. Speciale aandachtspunten hierbij zijn de entreepartijen en de ruimte tussen de twee gebouwen. Voor dit deel van de ontwerpopgave dient een bouwfysisch ingenieursbureau aan het ontwerpteam toegevoegd te worden. Dit bureau dient het schetsontwerp op mogelijke windhinder te analyseren en met aanbevelingen te komen op welke onderdelen het ontwerp aangepast moet worden om windhinder voor passerende voetgangers, fietsers en de bewoners zo veel mogelijk te voorkomen. Ook is van belang dat de nieuwe gebouwen geen onaanvaardbare negatieve effecten hebben op het windklimaat op de omliggende bebouwing. Door het bureau Cauberg Huygen is reeds een windhinderonderzoek uitgevoerd (bijlage 2). In het onderzoek wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van ontoelaatbare windhinder rondom de beoogde bebouwing. In relatie tot de flat aan de Van Speijkstraat is geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen invloed heeft op het windklimaat bij het flatgebouw.
Geluid Om te borgen dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woningen, zal aan de hand van een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat voldaan wordt aan de geluidsnormen als bedoeld in de Wet geluidhinder. Hierbij dient in het bijzonder aandacht te worden besteed aan de locatie van de ontwikkeling ten opzichte van het circuit Zandvoort. Voor de beoogde woningbouwontwikkeling is in dit stadium al een akoestisch onderzoek door het bureau P+M (rapportnummer: M+P.ROW.20.01.1) verricht om te beoordelen of de geluidsbelasting van het circuit Zandvoort knelpunten oplevert (bijlage 3). Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek volgt dat de geluidsbelasting vanwege het circuit Zandvoort maximaal 50 dB(A) bedraagt ter plaatse van de ontwikkellocatie. Hiermee levert het circuit Zandvoort geen knelpunten op en is er geen sprake van nadelige effecten op de bedrijfsvoering van het circuit en de toekomstige ontwikkelingen daarvan. 14
Stikstof (Wet natuurbescherming) Vanwege de aard en omvang van de ontwikkeling en de locatie ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Kennemerland - Zuid”, is een onderzoek naar stikstofdepositie vereist in het kader van de Wet natuurbescherming. In het kader van het SPVE is al een quick-scan verricht naar de soorten- en gebiedsbescherming als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Uit de AERIUS-berekeningen die zijn uitgevoerd is gebleken dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied (bijlage 4).
15
9. Duurzaamheid De twee appartementengebouwen op een bijzondere plek in Zandvoort, vragen om een extra duurzaamheidsinspanning en een bijdrage aan de Zandvoortse klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. Hiervoor dient de ontwikkelaar een duurzaamheidsconcept uit te werken dat de volgende onderdelen omvat: a. energie & warmte b. klimaatadaptatie c. groen & ecologie d. circulariteit e. mobiliteit a.
Energie & warmte Doel is vermindering van het gebruik van fossiele brandstof en de afhankelijkheid aardgas. Randvoorwaarde is gasloos bouwen (landelijk beleid). De wens (dit is geen eis aangezien er in Zandvoort geen sprake is van een vastgestelde duurzaamheidsambitie) is energieneutraal tot energieleverend bouwen. Dit kan onder andere bereikt worden door toepassing van hoge isolatiewaarden in combinatie met een WKO-installatie en zonnepanelen. Door deze panelen boven groene daken te plaatsen zal het plan ook beter op de onderdelen klimaatadaptatie en groen & ecologie scoren: · groene daken leveren een bijdrage in het langer vasthouden van hemelwater (waterbuffering) · groene daken leveren een bijdrage in het verminderen van hittestress · groene daken leveren een bijdrage aan het verbeteren van de lokale biodiversiteit (flora & fauna) Hiernaast verlengen groene daken de levensduur van de dakbedekking en verhogen de opbrengst van de erboven geplaatste zonnepanelen. Door middel van een dakrand van voldoende hoogte dienen de panelen en eventuele andere installaties op de daken vanaf maaiveld uit het zicht onttrokken te worden.
b.
Klimaatadaptatie Doel is het verminderen van wateroverlast en -tekort. Randvoorwaarde is de aanleg van een toekomstbestendig watersysteem voor de afvoer van hemelwater (zie paragraaf 6g). De uit te werken ambitie is een integraal groenblauw-ontwerp waarbij hemelwater zo lang mogelijk bij de bron wordt vastgehouden, met name door toepassing van beplanting op en aan de gebouwen en de nieuwe duinrandvegetatie. Door deze natuurlijke waterbuffering wordt in natte perioden wateroverlast, en in warme perioden hittestress zo veel mogelijk voorkomen.
c.
Groen & ecologie Doel is behoud van ecologische waarden en biodiversiteit. Randvoorwaarde is het behoud en de compensatie de aanwezige natuurwaarden op de locatie (zie paragraaf 4e). Ambitie is natuurinclusief bouwen waarbij op en aan de gebouwen nest, slaap- en schuilplekken voor vogels en vleermuizen worden gecreëerd en voor de inrichting van het nieuwe duinlandschap en de groene daken een beplantingsassortiment wordt toegepast dat gebiedseigen is (zie paragraaf 6a).
16
d.
Circulariteit Doel is het verminderen van vraag naar grondstoffen en belasting van het milieu. Randvoorwaarde zijn de waardes conform bouwbesluit 2018. De Milieuprestatie gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast en heeft een maximum grenswaarde van 1,0. De uit te werken ambitie is een gebouwontwerp met een zo laag mogelijke milieubelasting op: · de productie van de toe te passen materialen · het gebruik van de toe te passen materialen · het afval na de sloop of vervanging van de toe te passen materialen, en de milieuwinst door hergebruik van vrijkomende materialen bij de sloop van de huidige panden
e.
Mobiliteit Doel is de gebouwen en het terrein zo in te richten dat bewoners gestimuleerd worden met de voet, fiets of het OV te gaan. Randvoorwaarde is de realisatie van collectieve, inpandige fietsenstallingen die dusdanig bij de entrees gesitueerd worden zodat bewoners eerder bij hun fiets zijn dan bij de auto (zie paragraaf 3b). Ambitie is het uitwerken van een mobiliteitsplan met bijvoorbeeld een (elektrische) deelautoconcept.
17
10. Beeldkwaliteit De architectuur, materialisatie en kleurstelling van de appartementengebouwen dienen in harmonie te zijn met het rondom gelegen duinlandschap. Naast de continuïteit van de duinrand in het maaiveldontwerp, moet de vormgeving van de gebouwen dus ook inspelen op het duinlandschap. Verder spelen de volgende beeldkwaliteitsaspecten: · de gebouwen krijgen een alzijdige architectuur die zowel van veraf als van dichtbij kwaliteit heeft · toepassen van hoogwaardige materialen die onder invloed van weer en wind mooi verouderen · entrees zijn goed zichtbaar en krijgen royale afmetingen (zie paragraaf 6b)
18
11. Aan te leveren documenten Aan te leveren documenten met betrekking tot toetsing van het VO Architectuur (incl. ontwerp parkeergarage): · situeringstekening met ruime context, dus inclusief bebouwing aan de overkant van de Van Lennepstraat en Van Alphenstraat en het lager gelegen Center Parcs · plattegronden · doorsnedes met ruime context, dus inclusief aangrenzende openbare ruimte en bebouwing aan de overkant van de Van Lennepstraat en Van Alphenstraat en het lager gelegen Center Parcs · artist impressions van de nieuwe bebouwing op ooghoogte gezien vanuit de Burgemeester van Alphenstraat, Van Lennepweg, Van Speijkstraat, Doctor Johannus G. Mezgerstraat, het voetpad/trap van en naar het Center Parcs-terrein en vanaf het Center Parcs-terrein · duurzaamheidsconcept · ecologisch onderzoek · Akoestisch onderzoek · rapport bouwfysische ingenieursbureau met windhinderonderzoek en -advies · bezonningsstudie (reeds uitgevoerd, zie bijlage 5) · principedetails · materiaal- en kleurstaat Aan te leveren documenten met betrekking tot toetsing van het VO Ontwerp buitenruimte: · inrichtingsplan · principedetails, materialisatie en kleurstelling verharding en eventuele bouwkundige elementen · type verlichting en ander straatmeubilair · beplantingsplan · beplantingsassortiment · onderhoud- en beheerplan
19
Bijlage 1 Mobiliteitsplan
Duinwachter Zandvoort Mobiliteitsplan
Opdrachtgever
ROW Vastgoed B.V.
Titel rapport
Duinwachter Zandvoort
Kenmerk
008857.20210402.R1.01
Datum publicatie
april 2021
Projectleider Goudappel
Laurens Ebbers
Projectteam Goudappel
Laurens Ebbers, Chris Delis en Jantine de Wijs
Status
Concept
© Copyright Goudappel
Foto’s Goudappel / Jantine de Wijs
Inhoudsopgave
1. Ontwikkeling Duinwachter
1
1.1
Vraagstelling
1
1.2
Ontwikkeling Duinwachter
2
1.3
Leeswijzer
2
2. Autoparkeren
3
2.1
Aanpak
3
2.2
Uitgangspunten
4
2.3
Resultaat parkeerbalans auto
6
3. Fietsparkeren
7
3.1
Aanpak en uitgangspunten
7
3.2
Resultaat parkeerbalans fiets
8
4. Conclusies en vervolg
9
4.1
Conclusies
9
4.2
Vervolg
10
1. Ontwikkeling Duinwachter
1.1
Vraagstelling
ROW Vastgoed B.V. is voornemens 108 appartementen te realiseren op de Strijderlocatie in Zandvoort. Deze appartementen worden verdeeld over twee gebouwen: in het hoge gebouw worden 76 reguliere appartementen gerealiseerd en in het lagere gebouw de 32 zorgappartementen (zie ook figuur 1). Om in de parkeerbehoefte van deze appartementen te kunnen voorzien is een parkeergarage met 150 parkeerplaatsen en een fietsenstalling met 348 fietsparkeerplaatsen opgenomen in het plan. Goudappel is gevraagd een mobiliteitsplan op te stellen waarin parkeren (auto en fiets) en verkeersveiligheid zijn onderzocht. In voorliggende rapportage is het gevraagde uitgewerkt.
Figuur 1.1 - Planlocatie Duinwachter Zandvoort
Duinwachter Zandvoort - 9 april 2021
1
1.2
Ontwikkeling Duinwachter
Op dit moment wordt de beoogde locatie gebruikt door een garagebedrijf, tankstation en autowasstraat. Zoals in de vraagstelling beschreven worden deze functies getransformeerd tot appartementen. Deze appartementen zijn verdeeld in 32 zorgwoningen voor senioren. Doel van dit gebouw is om zorgbehoevende ouderen een plaats te geven in zelfstandige woningen waarbij zij naar behoefte zorg kunnen afnemen. Dit kan variëren van maaltijdservice tot (medische)zorg aan huis. De overige appartementen vallen binnen de goedkope, middeldure en dure sector. In tabel 1.1 is het bouwprogramma weergegeven en verdeeld over de functies binnen het gemeentelijk parkeerbeleid. functie
functietype beleid Zandvoort
aantal woningen
zorgappartementen, senioren, sociale huur
serviceflat/aanleunwoning
32
appartementen betaalbare huur/koop
woning middeldure sector
22
appartementen middeldure huur/koop
woning middeldure sector
22
appartementen dure huur/koop
woning dure sector
32
totaal
108
Tabel 1.1 - Functieprogramma Duinwachter
Onder de woningen wordt een parkeergarage met daarin ca. 150 parkeerplaatsen gerealiseerd, verdeeld over een bewonersdeel en een bezoekersdeel. Daarnaast maakt een toegankelijke, gemeenschappelijke fietsenstalling (inpandig) met daarin ca. 350 fietsparkeerplaatsen onderdeel uit van het plan. Beide gebouwen krijgen een fietsenstalling op maaiveld, die zowel vanuit de woningen als vanaf de openbare weg goed bereikbaar zal zijn. Vanuit de fietsenstalling zijn de stijgpunten goed bereikbaar, waardoor het aantrekkelijk is om gebruik te maken van fiets of scootmobiel. Ook worden laadpunten aangelegd, zodat accu’s van elektrische fietsen kunnen worden opgeladen. Voor bezoekers die op de fiets komen worden zowel binnen als buiten fietsparkeerplaatsen gerealiseerd.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het aantal autoparkeerplaatsen dat nodig is bepaald en de totstandkoming van de berekening toegelicht. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op het fietsparkeren. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van de beoordeling van de verkeersveiligheid opgenomen. Hoofdstuk 5 beschrijft de conclusies uit deze rapportage.
Duinwachter Zandvoort - 9 april 2021
2
2. Autoparkeren 2.1
Aanpak
De parkeervraag (aantal benodigde parkeerplaatsen) van de nieuwe functies is bepaald aan de hand van gemeentelijke parkeernormen. De gemeente Zandvoort heeft haar parkeernormen opgenomen in parkeernormennota Zandvoort vastgesteld d.d. 9 oktober 2012. De parkeervraag is berekend door de omvang van het functieprogramma van de ontwikkeling te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernorm (het aantal benodigde parkeerplaatsen per eenheid). Vanuit het SPvE is de inzet van deelauto’s ook benoemd. Gezien het feit dat de beoogde
Figuur 2.1 - Berekening parkeervraag
doelgroep (senioren) hier verminderd adaptief voor zijn, is besloten deze optie niet verder uit te werken in deze rapportage. Functies genereren niet op ieder moment van de week een even grote parkeervraag. Bewoners zijn doorgaans in de nacht aanwezig terwijl overdag een groot gedeelte niet aanwezig is. Door toepassing van aanwezigheidspercentages, conform de berekeningsmethodiek van CROW1, wordt rekening gehouden met dit effect. In figuur 2.1 is de berekening van de parkeervraag geschematiseerd. Binnen deze studie is de parkeervraag van de nieuwe woningen in Duinwachter zowel ongewogen (zonder dubbelgebruik) als met toepassing van aanwezigheidspercentages (gewogen) van parkeerplaatsen bepaald.
1
CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’
Duinwachter Zandvoort - 9 april 2021
3
2.2
Uitgangspunten
Gemeentelijke parkeernormen De gemeente Zandvoort maakt binnen haar parkeernormennota onderscheid naar stedelijke zone (locatie ten opzichte van het centrum) en parkeerdruk in de omgeving om te bepalen welke parkeernorm binnen de bandbreedte gehanteerd mag worden. Stedelijke zone Zandvoort is opgedeeld in drie deelgebieden: ‘centrumgebied’, ‘schil/overloopgebied’ en ‘restgebied’. De te ontwikkelen locatie is gelegen op de grens van ‘schil/overloopgebied’ en ‘restgebied’. Vanwege de ligging (op loopafstand van het station) zijn goede alternatieven voor de auto beschikbaar en centrumfuncties dichtbij (minder dan 1 km). Hierom is uitgegaan van de parkeernorm die het beleid geeft voor het ‘schil/overloopgebied’. Parkeernorm binnen gegeven bandbreedte In Zandvoort is de hoogte van de parkeerdruk in de omgeving leidend voor de keuze van een parkeernorm binnen de gegeven bandbreedte. De gemeente Zandvoort geeft het volgende aan in haar beleid: ‘Parkeerdrukmetingen zijn zeer gevoelig voor veranderingen. Om de metingen actueel te houden wordt voorgesteld om elke twee jaar een parkeerdrukmeting uit te voeren in zowel het hoog- als het laagseizoen’. Hierom zijn voor dit onderzoek parkeerdrukmetingen 2 uit 2019 gehanteerd, de resultaten hiervan zijn zichtbaar in tabel 2.1. donderdag
*
zaterdag
zondag
(moment)
ochtend
middag
nacht
ochtend
middag
middag
parkeerdruk
50,1%
47,7%
78,6%
74,2%
68,6%
100%*
Stranddag (geen reguliere dag)
Tabel 2.1 – Parkeerdruk Boulevard Noord
Uit tabel 2.1 blijkt dat de parkeerdruk in de buurt ‘Boulevard Noord’ op de reguliere momenten (de gemeten zondag betreft geen regulier moment – dit was een stranddag) maximaal 78,6% is (exclusief parkeerterreinen). Hierom is conform beleid de gemiddelde parkeernorm binnen de bandbreedte gehanteerd.
2
Parkeeronderzoek centrum en boulevard Zandvoort, 21 augustus 2019
Duinwachter Zandvoort - 9 april 2021
4
In tabel 2.2 is per onderdeel van het functieprogramma de gehanteerde parkeernorm opgenomen.
type functie
functie gemeentelijk beleid
parkeer norm
deel bewoners
deel bezoekers
eenheid
zorgwoningen, senioren, sociale huur
serviceflat/aanleunwoning
0,45
0,15
0,3
pp/woning
appartementen betaalbare huur/koop
woning middeldure sector
1,6
1,3
0,3
pp/woning
appartementen middeldure huur/koop
woning middeldure sector
1,6
1,3
0,3
appartementen dure huur/koop
woning dure sector
1,7
1,4
0,3
pp/woning pp/woning
Tabel 2.2 – Gehanteerde parkeernormen conform de parkeernormennota gemeente Zandvoort
Aanwezigheidspercentages In tabel 2.3 zijn de gehanteerde CROW-aanwezigheidspercentages3 opgenomen. functie
werkdag ochtend
werkdag middag
werkdag avond
koop avond
werkdag nacht
zaterdag middag
zaterdag avond
zondag middag
woningen bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
Tabel 2.3 – Gehanteerde aanwezigheidspercentages conform CROW
Door de ongewogen parkeerbehoefte (functie * parkeernorm) te vermenigvuldigen met de aanwezigheidspercentages is het effect van eventueel dubbelgebruik inzichtelijk gemaakt.
CROW-Publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen, december 2018. 3
Duinwachter Zandvoort - 9 april 2021
5
2.3
Resultaat parkeerbalans auto
In tabel 2.4 is het resultaat van de parkeerbalans auto op basis van het gemeentelijk beleid weergegeven. onge wogen
werkdag ochtend
werkdag middag
werkdag avond
koop avond
werkdag nacht
zaterdag middag
zaterdag avond
zondag middag
4,8
2,4
2,4
4,3
3,8
4,8
2,9
3,8
3,4
28,6
14,3
14,3
25,7
22,9
28,6
17,2
22,9
20,0
28,6
14,3
14,3
25,7
22,9
28,6
17,2
22,9
20,0
woningen dure huur/koop
44,8
22,4
22,4
40,3
35,8
44,8
26,9
35,8
31,4
bezoekers
32,4
3,2
6,5
25,9
22,7
0,0
19,4
32,4
22,7
totaal parkeerbehoefte
139
57
60
122
108
107
84
118
97
parkeeraanbod
150
150
150
150
150
150
150
150
150
11
93
90
28
42
43
66
32
53
functie zorgwoningen, senioren, sociale huur woningen betaalbare huur/koop woningen middeldure huur/koop
overschot
Tabel 2.4 – Parkeervraagberekening op basis van het gemeentelijk beleid
Bovenstaande tabel leidt tot de volgende conclusies: •
de ongewogen (zonder dubbelgebruik van parkeerplaatsen) parkeervraag bedraagt 139 parkeerplaatsen.
•
de gewogen (uitgaand van dubbelgebruik) parkeervraag bedraagt 122 parkeerplaatsen tijdens het maatgevende moment (werkdagavond).
•
in beide gevallen zijn er voldoende parkeerplaatsen opgenomen in het plan. Er ontstaat een overschot van 11 parkeerplaatsen (ongewogen). Deze kunnen verhuurd worden, mocht er vanuit één van de doelgroepen een extra parkeerbehoefte ontstaan.
Duinwachter Zandvoort - 9 april 2021
6
3. Fietsparkeren 3.1
Aanpak en uitgangspunten
Net als bij autoparkeren ontstaat ook de vraag om fietsparkeerplaatsen wanneer een nieuwe functie wordt gerealiseerd. De gemeente Zandvoort heeft hiervoor geen fietsparkeernormen opgesteld. Hierom is uitgegaan van het parkeerkencijfer uit CROW-publicatie ‘Fietsparkeerkencijfers 2019’, dit parkeerkencijfer van 3 fietsparkeerplaatsen per woning sluit aan bij het SPvE. Voor de zorgwoningen is een aanname gedaan op basis van expert judgement. De volgende kencijfers zijn gehanteerd: Regulier appartement (bewoners) Voor de bewoners van de overige appartementen is de categorie ‘appartement met fietsenberging’ van toepassing. Dit leidt tot een parkeerkencijfer van 2,5 parkeerplaats per woning. Bezoekers woningen Voor de bezoekers van alle appartementen (inclusief zorgappartementen) is het minimale kencijfer van 0,5 parkeerplaats per woning als uitgangspunt genomen. Senioren ontvangen doorgaans minder bezoek per fiets dan jongere mensen, daarom is gekozen voor het minimale CROW-kencijfer. Zorgappartement (bewoners) Voor de zorgappartementen is door het mobiliteitsgedrag van de toekomstige bewoners maatwerk nodig. Bewoners van de zorgappartementen zullen vaak een scootmobiel hebben, in plaats van een fiets, en wonen (gemiddeld gezien) vaker alleen.
Hierom is uitgegaan van een parkeerkencijfer van 2 parkeerplaatsen, bestaand uit 1 fietsparkeerplaats en 1 stallingsplek voor een scootmobiel.
Duinwachter Zandvoort - 9 april 2021
7
3.2
Resultaat parkeerbalans fiets
In tabel 3.1 is de parkeerbalans voor de fiets opgenomen, met daarin een verdeling over de gebouwen. functie
aantal
kencijfer
parkeerbehoefte
gebouw
32 zorgappartementen
32
1 fietsparkeerplaats
32
zorgpaviljoen
32 zorgappartementen
32
1 scootmobielplaats
32
zorgpaviljoen
76 regulier appartement
76
2,5 fietsparkeerplaats
190
woongebouw
108 appartementen (bezoekers)
108
0,5 fietsparkeerplaats
54
ca. 1/3 zorgpaviljoen en 2/3 woongebouw
totale parkeervraag
308 (incl. 32 scootmobielplaatsen)
parkeeraanbod
348
overschot
+40
Tabel 3.1 – Parkeerbalans fiets
Uit de tabel blijkt dat 308 fietsparkeerplaatsen, waarvan 32 ingericht voor scootmobiels. In het plan zijn 348 fietsparkeerplaatsen opgenomen verdeeld over beide gebouwen. Dit leidt, als totaal, tot een overschot van 40 fietsparkeerplaatsen.
Duinwachter Zandvoort - 9 april 2021
8
4. Conclusies en vervolg 4.1
Conclusies
Het gehouden onderzoek leidt tot de volgende conclusies: Autoparkeren Op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid zijn zonder dubbelgebruik 139 parkeerplaatsen nodig en met dubbelgebruik 122 parkeerplaatsen. Hiermee ontstaat een overschot van 11 (geen dubbelgebruik) of 28 (dubbelgebruik toegepast) parkeerplaatsen. Daarmee zijn voldoende parkeerplaatsen opgenomen in het plan. Fietsparkeren Op basis van de kencijfers van CROW zijn 308 fietsparkeerplaatsen nodig, waaronder 32 scootmobielplaatsen. In het functieprogramma zijn 348 fietsparkeerplaatsen opgenomen, verdeeld over beide gebouwen. Hierdoor ontstaat er een overschot van 40 parkeerplaatsen.
Duinwachter Zandvoort - 9 april 2021
9
4.2
Vervolg
Dit mobiliteitsplan is opgesteld op basis van de huidige concept ontwerpplannen en SPvE voor Duinwachter. In het vervolg ontwerpproces van het gebouw zijn kleine wijzigingen mogelijk, maar is het zaak een sluitende parkeerbalans te blijven realiseren, overeenkomstig met de in dit rapport genoemde uitgangspunten. In het vervolg van het ontwerpproces van het gebouw (en de directe omgeving) kunnen de opmerkingen uit dit rapport een plek krijgen (parkeereis, ontwerp omgeving, etc.). Acties die vanuit het mobiliteitsplan/SPvE zullen plaatsvinden in de volgende fase zijn. Beoordeling verkeersveiligheid Een beoordeling om te controleren of het gebouw veilig en goed toegankelijk is, inclusief de openbare ruimte om het gebouw. NEN 2443-toets ontwerp parkeergarage Een toets om te controleren over het ontwerp en de toegang van de parkeerkelder voldoen aan de daarvoor gestelde eisen in NEN-2443. Uitwerking elektrisch laden Gezien de doelgroep van een deel van de woningen (ouderen en hulpbehoevenden), is het raadzaam om te voorzien in 2% van het totaal aan gehandicaptenparkeerplaatsen. Ook is het raadzaam om de garage te voorzien van een aantal oplaadpunten voor elektrische voertuigen en voor de overige voorbereidingen op elektrisch laden (bekabeling en aanleggen van contactpunten).
Stimuleren duurzame vervoerwijzen Doel is de gebouwen en het terrein zo in te richten dat bewoners gestimuleerd worden met de voet, fiets of het OV te gaan. Randvoorwaarde is de realisatie van collectieve, inpandige fietsenstallingen die dusdanig bij de entrees gesitueerd worden zodat bewoners eerder bij hun fiets zijn dan bij de auto.
Duinwachter Zandvoort - 9 april 2021
10
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
The Netherlands
The Netherlands
www.goudappel.nl
IBAN NL09 INGB 0001 2746 32 - 9 april 2021 Duinwachter Zandvoort
3801 7479
11
Bijlage 2 Windhinderonderzoek
Bezoekadres: Gatwickstraat 11 1043 GL Amsterdam Postadres: Hoofdweg 70 3067 GH ROTTERDAM T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek Datum Referentie
9 maart 2021 07206-53881-02
Referentie Rapporttitel
07206-53881-02 Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
Datum
9 maart 2021
Opdrachtgever
ROW Vastgoed Franciscusweg 219-C 1216 SE HILVERSUM De heer ir. J. Spakman
Contactpersoon
Behandeld door
ir. L. Apon ir. S. Segers Cauberg Huygen B.V. Bezoekadres Gatwickstraat 11 1043 GL Amsterdam Postadres Hoofdweg 70 3067 GH ROTTERDAM Telefoon 088-5152505
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 2
Inhoudsopgave
1
Inleiding
4
2
Beoordeling windklimaat
6
2.1 2.2
Beoordeling windhinder conform NEN 8100 Beoordeling gevaarcriterium conform NEN 8100
6 7
3
Plangebied
8
3.1 3.2 3.3 3.4
Windstatistiek op de locatie De wijdere omgeving van het plan Bouwplan Beoordeling van het windklimaat rondom het bouwplan
8 8 9 10
4
Over CFD‐berekeningen en modellering
11
5
Resultaten CFD‐windonderzoek
12
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.4
Windhinder Berekeningsresultaten Toelichting windklimaat op maaiveld Windgevaar Berekeningsresultaten Toelichting rekenresultaten windgevaar Mogelijke verbeteringen Omliggende bebouwing
12 12 13 15 15 15 16 17
6
Samenvatting en conclusie
19
Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV
Inlegvel NEN 8100 CFD model met rekenraster Berekeningsresultaten: overschrijdingskansen per windrichting Stromingslijnen
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 3
1
Inleiding
Door Cauberg Huygen B.V. is, in samenwerking met Actiflow B.V., in opdracht van ROW Vastgoed voor het plan ‘Duinwachter Zandvoort’ een windstudie conform NEN 8100:2006 uitgevoerd op basis van berekeningen met Computational Fluid Dynamics (CFD). De planlocatie is gelegen op de hoek van de Van Lennepweg en de Burgermeester Van Alphenstraat in Zandvoort, als ‘tweedelijnsbebouwing’ op circa 300 m vanaf het strand. Het project omvat de nieuwbouw van een wooncomplex, bestaande uit twee bouwblokken, met circa 110 woningen: het hoofdgebouw met ca. 78 appartementen en het paviljoen met ca. 32 appartementen. Het hoofdgebouw zal bestaan uit 6 en 12 bouwlagen met ‘gekromde’ gevels en afgeronde hoeken. Het paviljoen is 4 bouwlagen hoog met afgeronde hoeken.
Figuur 1.1:
Plan ‘Duinwachter Zandvoort’. Boven: 3D-impressie, onder: plangebied en omgeving
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 4
Middels een CFD-onderzoek conform de NEN 8100 is het windklimaat op maaiveld rondom het bouwplan onderzocht en beoordeeld aan de hand van de kwaliteitsklassen uit de NEN 8100. In het voorliggende rapport wordt verslag gedaan van dit onderzoek. Het rapport omvat de onderstaande onderdelen: - In hoofdstuk 2 van deze rapportage worden de eisen aan het windklimaat en de beoordelingsmethodiek uit de NEN 8100 behandeld. - Hoofdstukken 3 en 4 geven een nadere toelichting op het uitgevoerde onderzoek. - In hoofdstuk 5 worden de resultaten van het onderzoek gegeven en toegelicht.
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 5
2
Beoordeling windklimaat
Voor de beoordeling van het windklimaat op het maaiveld is de NEN 8100:2006 gehanteerd. In deze norm wordt onderscheid gemaakt tussen windhinder en windgevaar voor personen ten gevolge van wind. 2.1
Beoordeling windhinder conform NEN 8100
In de NEN 8100 is ‘windhinder’ gedefinieerd als ‘het ondervinden van hinder ten gevolge van wind’. Hierbij valt te denken aan wapperende kleding, verwaaide haren, gehinderd worden bij het lezen van een krant of gehinderd worden bij het lopen. Het ervaren van windhinder is afhankelijk van de activiteit die men op dat moment onderneemt, waarbij de kans dat bij een willekeurige snelheid windhinder ervaren wordt groter is bij stilzitten dan bij stevig doorlopen. Het criterium voor de beoordeling van windhinder is daarom als volgt opgebouwd: 1. Een drempelsnelheid en overschrijding van de drempelsnelheid De drempelsnelheid voor het beoordelen van windhinder is 5 m/s. Het blijkt dat bij windsnelheden boven circa 5 m/s mechanische effecten een rol gaan spelen: het haar verwaait, kleding en paraplu’s worden door de wind bewogen. Hoe vaker de drempelsnelheid van 5 m/s overschreden wordt, hoe slechter het windklimaat ervaren zal worden. 2. Kwaliteitsklasse Aan de overschrijdingskans dat de drempelsnelheid van 5 m/s overschreden wordt, zijn de kwaliteitsklassen A tot en met E gekoppeld. Klasse A staat voor de hoogste comfortklasse en klasse E voor het laagste kwaliteitsniveau. 3.
Activiteiten en de windhindergevoeligheid van de activiteit Ook wordt er bij de beoordeling ten aanzien van windhinder rekening mee gehouden dat de gevoeligheid van personen voor windhinder afhankelijk is van de activiteit die men op een zeker moment onderneemt. Er worden bij de beoordeling van windhinder drie ‘activiteiten’ onderscheiden: - Doorlopen Niet / nauwelijks windhinder gevoelig, bijvoorbeeld: parkeerterrein, trottoir. - Slenteren Wel windhinder gevoelig, bijvoorbeeld: entree, park, winkelstraat. - Langdurig zitten Meest windhinder gevoelig, bijvoorbeeld: terras, bankje in park, balkon. Afhankelijk van de activiteit wordt aangegeven of het lokale windklimaat, bij een bepaalde overschrijding van de drempelsnelheid (= kwaliteitsklasse) als goed, matig of slecht voor de activiteit beoordeeld moet worden, zoals aangegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1:
Criteria voor windhinder Activiteiten
Kans dat de drempelsnelheid (5 m/s) overschreden wordt [% van aantal uren per jaar]
Kwaliteitsklasse
< 2,5 %
Doorlopen
Slenteren
Langdurig zitten
(niet windhindergevoelig)
(wel windhindergevoelig)
(meest windhindergevoelig)
A
Goed
Goed
Goed
2,5 – 5 %
B
Goed
Goed
Matig
5 – 10 %
C
Goed
Matig
Slecht
10 – 20 %
D
Matig
Slecht
Slecht
> 20 %
E
Slecht
Slecht
Slecht
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 6
2.2
Beoordeling gevaarcriterium conform NEN 8100
In de NEN 8100 is ‘windgevaar’ gedefinieerd als ‘het optreden van een zodanige windsnelheid dat bij personen in ernstige mate problemen (evenwichtsverlies) optreden bij het lopen’. Naar analogie voor de beoordeling van windhinder wordt het criterium ter beoordeling van windgevaar opgebouwd. Hierbij wordt een drempelsnelheid van 15 m/s (uurgemiddelde windsnelheid) aangehouden. Met ‘windgevaar’ worden zodanig hoge windsnelheden bedoeld dat mensen ernstige problemen ondervinden tijdens het lopen, zoals vallen. Bij windvlagen neemt de snelheid in korte tijd toe tot ruim 1,5 maal de uurgemiddelde windsnelheid. Ten aanzien van het beoordelen van windgevaar wordt de indeling zoals aangegeven in tabel 2.2 aangehouden. Tabel 2.2:
Criteria voor windgevaar
Kans dat de drempelsnelheid (15 m/s) overschreden wordt
Kwalificatie
[% van aantal uren per jaar] ≤ 0,05 %
Geen risico
0,05 - 0,30 %
Beperkt Risico
≥ 0,30 %
Gevaarlijk
Een ‘beperkt risico’ is slechts acceptabel bij niet-windhinder gevoelig gebruik, te weten de activiteit ‘doorlopen’. Voor de activiteiten slenteren en langdurig zitten is een beperkt risico op gevaar niet acceptabel. Alle situaties met een overschrijdingskans van groter dan 0,30% van de tijd zijn gevaarlijk en behoren te worden vermeden, het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld.
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 7
3
Plangebied
3.1
Windstatistiek op de locatie
De coördinaten voor het plangebied in Zandvoort zijn: X = 96.825 en Y = 488.354. Voor het bepalen van de lokale windstatistiek wordt – zoals voorgeschreven in de NEN 8100 – gebruik gemaakt van NPR 6097. Zoals op de meeste locaties binnen Nederland is de overheersende windrichting zuidwest (westzuidwest).
Figuur 3.1:
Windsnelheid op locatie (per
sector) op 60 m hoogte
3.2
De wijdere omgeving van het plan
De planlocatie is gelegen als ‘tweedelijnsbebouwing’ op circa 300 m vanaf het strand in Zandvoort. In onderstaande figuur is de ligging van het plan in de wijdere omgeving weergegeven.
Figuur 3.2:
Het omgevingsplan
Duinwachter te Zandvoort; rapportage CFD-windhinderonderzoek
07206-53881-02 9 maart 2021 Pagina 8
In de bovenstaande figuren is te zien dat het bouwplan in een overwegend bebouwde omgeving ligt, op korte afstand van de kust. In de directe omgeving van het gebouw, het gebied met een straal van circa 300 m, zijn aan de westzijde op de dijk overwegend woongebouwen met een hoogte van ca 15 m aanwezig en een tweetal woongebouwen met een hoogte van ca. 27 tot 33 m. Direct ten (zuid)westen van het plangebied is een hotel en bijhorende voorzieningen met een hoogte tot ca. 30 m gelegen. Aan de zuidzijde van het plan ligt een woonwijk (grotendeels beneden de dijk) met bouwhoogtes van ca. 9-12 m, met direct ten zuiden van het plan een woongebouw met een hoogteaccent tot ca. 27 m. Aan de (noord)oostzijde is het vakantiepark ‘Center Parcs Zandvoort’ gelegen beneden de dijk, met vakantiehuisjes van 1 tot 2 bouwlagen hoog. Met name de toren van het hoofdgebouw heeft een grotere hoogte ten opzichte van de omliggende bebouwing (zie navolgende paragraaf 3.3), zodat de wind vanuit nagenoeg alle richtingen, ook de overheersende windrichtingen west-zuidwest en zuid-zuidwest, relatief vrij op de toren kan aanstromen. Ook de ligging nabij de kust waar hogere windsnelheden mogelijk zijn, vergroot de kans op een ongunstig windklimaat. 3.3
Bouwplan
Het plan ‘De Duinwachter Zandvoort’ omvat de nieuwbouw van een wooncomplex met circa 110 woningen, verdeeld over twee bouwvolumes: het hoofdgebouw met ca. 78 appartementen en het paviljoen met ca. 32 appartementen. Het hoofdgebouw zal bestaan uit 6 en 12 bouwlagen (18 en 36 m hoog) met ‘gekromde’ gevels en afgeronde hoeken. Het paviljoen is 4 bouwlagen hoog (12 m hoog) met afgeronde hoeken. De voornoemde hoogtes zijn gemeten vanaf lokaal maaiveldniveau van het plan. Het plan ligt echter op een 2,5 m hoog talud ten opzichte van straatniveau. In de onderstaande figuren is het bouwplan en de directe omgeving van het plan weergegeven. De hoofdentree van het hoofdgebouw alsook de entree van de fietsenstalling liggen aan de westzijde van de toren, geplaatst in een nis op straatniveau. Een tweede entree is gelegen aan de zuidzijde van het hoofdgebouw, bovenaan het talud. De hoofdentree van het paviljoen is gesitueerd aan de westzijde van het gebouw. Ten zuiden en westen van het plan liggen een voet- en fietspad.