Bijlage 1 - Ruimtelijke Onderbouwing (geanonimiseerd)
Tekst van het document
RUIMTELIJKE
ONDERBOUWING
‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
Gemeente Zandvoort
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
(geanonimiseerd)
(geanonimise rd) Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
Inhoudsopgave
1.
Inleiding. 1.1
Aanleidin
1.2 Ligging en begrenzing plangebied. 1.3 Vigerend bestemmingsplan. 2
Planbeschrijving. 2.1 Bestaande
situatie
2.2 Toekomstige situatie 3
Beleidskader…
3.1 Rijksbeleid … 3.2 Provinciaal
beleid..
3.3 Gemeentelijk beleid 4
Milieuhygiënische aspecten. 4.1 Algemeen … 4.2 Akoestiek.
4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.4 Bedrijven en milieuzonering … 4.5 Bodem.
4.6 Externe Veiligheid 4.7 Natuur.
4.8 Kabels en leidingen . 4.9 Luchtkwaliteit 4.10
Water
4.11 Milieueffectrapportage (M.e.r.) 4.12 Volksgezondheid 4.13 Straling … 5
Uitvoeringsaspecten… 5.1 Economische
haalbaarheid
5.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid 6
Samenvattende
7
Bijlagen…
motivatie
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
3
1. Inleiding
1.1 Aanleiding Aan de Burgemeester Nawijnlaan in Zandvoort grenst de achtertuin van de woning die is gelegen en geadresseerd aan Zandvoortselaan 13. Recentelijk heeft de initiatiefnemer van deze ruimtelijke onderbouwing die woning inclusief tuin aan Zandvoortselaan 13 gekocht en het idee opgevat om op dit perceel vier woningen — gesitueerd aan de Burgemeester Nawijnlaan — te ontwikkelen. Het gaat om twee twee onder één kap woningen. De iniatiefnemer heeft zijn idee voorgelegd aan de gemeente in de vorm van een principeverzoek. De gemeente heeft op 24-09-2018 besloten onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan het ontwikkelen van het initiatief. De voorwaarden die de gemeente gesteld heeft zijn globaal gezien de volgende: - _ het initiatief past niet in het vigerende bestemmingsplan, een afwijkingsprocedure zal doorlopen moeten worden om het plan te kunnen realiseren; - _ maximaal 2 bouwlagen met een kap; - _ variatie in verschijningsvorm;
- _ diepe voortuinen (6 meter) waar ook het parkeren op eigen terrein plaatsvindt; - _ voldoende parkeren op eigen terrein conform de Parkeernormennota van de gemeente; - _ nieuwe bebouwing dient zorg te ragen voor een betere begeleiding van de ‘oude trambaan’;
- _ aandacht voor overzicht bij het uitrijden van de uitwegen i.v.m. veelvuldig fietsgebruik via de ‘Oude Trambaan’ naar Overveen, Aerdenhout, Heemstede en Haarlem; -
er moet een ruimteijke onderbouwing, bezonningsstudie en verslag van overleg met omwonenden worden aangeleverd.
Het initiatief past niet in het vigerende bestemmingsplan. Om het initiatief mogelijk te maken stelt de gemeente het doorlopen van een uitgebreide procedure (artikel 2.1, eerste lid, onder c met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo) omgevingsvergunning voor waarmee afgeweken wordt van het bestemmingsplan. Onderdeel van zo’n procedure is een ruimtelijke onderbouwing. Daarin wordt gemotiveerd dat afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van het mogelijk maken van het initiatief getuigt van een goede ruimtelijke ordening. Onderhavig stuk betreft de ruimtelijke onderbouwing voor dit initiatief.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
4
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in het oostelijke gedeelte van de bebouwde kom van Zandvoort. Ten noorden, westen en zuiden is het plangebied omgeven met woningen. Ten oosten van het plangebied is het Wim Gertenbach College Zandvoort gelegen. De afbeelding hieronder geeft het plangebied (groen gearceerde gedeelte) op de kadastrale kaart weer en laat de omgeving ook de omgeving ervan zien.
Het plangebied is circa 1193 m? groot. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Zandvoort, sectie B, nummer 5441 gedeeltelijk en nummer 9692. Het plangebied is in gebruik als tuin en is niet bebouwd.
1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor onderhavig plangebied geldt het volgende bestemmingsplan:
Bestemmingsplan
Raadsbesluit
Uitspraak ABRVS
“Kostverlorenstraat e.0."
3 juni 2015
9 november 2016
Het plangebied heeft binnen dit bestemmingsplan de bestemmingen ‘Wonen - 1' met de specifieke bouwaanduiding ‘Vrijstaand en/ of twee-aaneen' en ‘Tuin'. De gronden die bestemd zijn als ‘Wonen — 1' zijn bedoeld voor:
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
5
-
twee-onder-één-kap-woningen en/of vrijstaande woningen, ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding - vrijstaand en/of twee-aaneen”;
- _ aan het wonen ondergeschikte aan-huis-verbonden-beroepen; - _ bij het wonen behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
-
logiesverstrekking (onder voorwaarden
in het hoofdgebouw);
alsmede voor:
-
tuinen en erven;
-
parkeren;
-
voetpaden.
Hoofdgebouwen zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak. Ter plaatse van het plangebied is geen sprake van een bouwvlak. De gronden mogen nu dus alleen gebruikt worden voor
bijbehorende bouwwerken en als tuin/ erf, voor parkeren en voetpaden. De gronden die bestemd zijn als ‘Tuin’ zijn bedoeld voor tuinen en open erven alsmede voor parkeren (onder voorwaarden). Verder is nog sprake van een dubbelbestemming in het kader van de bescherming van eventuele archeologische waarden: ‘waarde - archeologie 2’. Deze dubbelbestemming geldt voor het gehele plangebied. Dit betekent dat in geval meer dan 500 m2 met een diepte van 0,4 meter onder maaiveld geroerd wordt een waardestellend archeologisch rapport overlegd dient te worden.
Hieronder is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied weergegeven. Zie het blauwe pijltje voor de locatie.
Koswerorenstaat
woe
e
bestenmingspin
pan eigenaar satus
gemeerte Zandvoort _
onherroepeijk(vasgesteld 23 06-2015)
oudere verisvan
i ian
Toonmeer»
Plandocumenten
regels toeicting bijagebij de toeiching Bijage b deregeis vasselingsbeskit bekendmaingin Statscournt
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
6
Uit bovenstaande blijkt dat het initiatief niet past in het vigerende bestemmingsplan. 1.4 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zullen in hoofdstuk 2 de bestaande en toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken
3 en 4 komen
het beleid en de randvoorwaarden
die in acht moeten
worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 bevat de uitvoeringsaspecten en hoofdstuk 6 een algehele motivatie (samenvatting) voor wat betreft de planologische aanvaardbaarheid van het initiatief.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
7
2
Planbeschrijving
2.1 Bestaande
situatie
In deze paragraaf wordt de bestaande situatie ter plaatse uiteengezet. 2.1.1 Ruimtelijke en functionele structuur In de structuur van Zandvoort zijn enkele historische lijnen met lintbebouwing herkenbaar. Het lint is ruimtelijk onder te verdelen in drie segmenten, te weten: e
Heteerste deel van de Zandvoortselaan tot de Sophiaweg;
e _ Het tweede deel vanaf de Sophiaweg tot de Zeestraat; e _ Het derde
deel De Zeestraat.
Het plangebied is gelegen aan de Burgemeester Nawijnlaan, een straat die secundair is aan de hoofdstructuur van Zandvoort. Er is weinig sprake van doorgaand gemotoriseerd verkeer. Het is een straat die veel bestemmingsverkeer kent en fietsverkeer dat vanwege de ligging in een hoofdfietsroute via de “Oude Trambaan” naar Overveen, Aerdenhout, Heemstede en Haarlem gaat. De functies aan de Burgemeester Nawijnlaan bestaan voornamelijk uit wonen, maatschappelijk (Wim Gertenbach College Zandvoort) en natuur. Hieronder is een uitsnede van de luchtfoto opgenomen welke beeld geeft bij bovenstaande tekst.
Hieronder zijn enkele afbeeldingen opgenomen van het het huidige straatbeeld ter plaatse van het plangebied.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
8
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
2.2 Toekomstige situatie
2.2.1 Planbeschrijving Ter plaatse van het plangebied
is het de bedoeling vier nieuwe twee onder één kap
woningen op te richten. Zie onderstaande situatieschets en artist impression, waarop het
toekomstbeeld zichtbaar is. Afbeeldingen aangepast.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
10
2.2.2 Stedenbouw en groen De Burgemeester Nawijnlaan is een brede, rustige straat met een groene uitstraling. De percelen hebben diepe voortuinen. De bestaande bebouwing kenmerkt zich door een kleine korrel en gevarieerde verschijningsvormen. Er zijn vrijstaande woningen, twee-onder een kap en drie-onder-een-kapwoningen te vinden. De bouwhoogte bedraagt twee lagen met kap. Bergingen zijn aangebouwd en geïntegreerd in de architectuur van de woningen. Ter hoogte van de kruising met het fietspad Kostverlorenstraat verdwijnt de bebouwing als begeleiding van de straat en grenzen de achtertuinen van de percelen aan de Zandvoortselaan direct aan de Burgemeester Nawijnlaan. Het initiatief sluit goed aan op de bestaande stedenbouwkundige structuur, en maakt deze af richting het oosten. De nieuwe bebouwing draagt zorg voor een betere begeleiding van de hoofdfietsroute “De Oude Trambaan” naar Overveen, Aerdenhout, Heemstede en Haarlem.
De hoofdgebouwen corresponderen qua bouwmassa en positionering op de kavel met de bestaande bebouwing. De diepe voortuinen continueren het straatprofiel en bieden plaats aan het parkeren op eigen terrein. Door de hoofdgebouwen te geleden ontstaat een soortgelijke kleine korrel en gevarieerde verschijningsvorm aan die in de omgeving. Ook qua goot- en bouwhoogte sluiten de woningen aan op de omgeving. De woningen hebben een hoogwaardige uitstraling met een allure die past bij Zandvoort als badplaats. Uitgangspunt was om bestaande karakteristieken te versterken zonder het verleden letterlijk te kopiëren. Geïnspireerd op woonhuizen in de omgeving zijn de gevels voorzien van pleisterwerk in een lichte grijstint. De gevels hebben een sterke verticale gevelgeleding, met hoge ramen voorzien van bovenlichten. Aan zowel voor- als achterzijde hebben de woningen een veranda of erker met bovengelegen balkon, elementen die typerend zijn voor Zandvoort. De woningen zijn rijk en zorgvuldig gedetailleerd, met hoogwaardige materialisatie. De aangebouwde bergingen liggen ver terug, waardoor zij de ritmiek van de hoofdgebouwen niet verstoren. Ze zijn geïntegreerd in de architectuur van de woningen, en hebben eenzelfde rijke uitstraling. De bestaande bomen op de kavel worden zoveel mogelijk gehandhaafd.
Op de erfscheidingen komen halfhoge heggen, waarmee de bestaande groene uitstraling blijft en kwalitatief hoogwaardiger wordt. De inritten naar de middelste twee woningen worden geclusterd, waardoor de voor de kavel gelegen groenstrook zo min mogelijk doorsneden wordt.
2.2.3 Beschaduwing plan Door Studio Femke van der Voort is een beschaduwingsanalyse voor het plan uitgevoerd. Deze analyse is als bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
11
Op verschillende momenten in het jaar is bekeken in hoeverre belendende percelen hinder van schaduw ondervinden ten gevolge van het plan. Er zijn figuren getekend voor de data 21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december. 21 Juni is de langste dag met de kortste schaduwen, 21 december is de kortste dag met daardoor de langste schaduwen. Voor deze vier data is telkens (voor zover van toepassing) de beschaduwing getekend voor de tijdstippen 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 17:30 uur. In principe is de baan van de zon op 21 maart en 21 september nagenoeg gelijk. Voor de beschouwde tijdstippen op 09.00 uur, 12.00 uur en 15.00 uur vallen de schaduwen hoofdzakelijk op de eigen percelen bij de woningen, of op de openbare weg. Aan het eind van de middag om 17.30 uur worden de schaduwen duidelijk langer en vallen ook op het naastgelegen perceel (Wim Gertenbachcollege). Deze schaduwen vallen dan wel op het perceel, maar niet op de gevels van de school. Op 21 juni is de stand van de zon het hoogste in het jaar. De schaduwen zijn daardoor het kortst. De figuren in bijlage 3 laten zien, dat de schaduwen in hoofdzaak alleen op de eigen percelen vallen. Pas aan het eind van de middag vallen de schaduwen duidelijk verder, op
een klein deel van het naastgelegen perceel (Wim Gertenbachcollege). Op 21 december is de stand van de zon het laagst in het jaar. De schaduwen zijn daardoor het langst. De schaduwen reiken in de winterperiode op het achterste deel van het perceel Zandvoortselaan 9, en tot de groenstroken rondom Wooncentrum Kostverloren.Dat geldt echter niet alleen voor de schaduwen van deze nieuwe woningen, maar ook voor de schaduwen van bestaande woningen in de omgeving. Ook de bestaande, gedeeltelijk te kappen, bomen op de locatie van het bouwplan geven in de bestaande situatie lange schaduwen.
Voor de figuren waarop de beschaduwing in beeld is te zien wordt verwezen naar de bijlage. Beschaduwing vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
2.2.4 Verkeer en parkeren Verkeer
Het plangebied is direct gelegen aan de Burgemeester Nawijnlaan, een erftoegangsweg in de bebouwde kom van Zandvoort. De Burgemeester Nawijnlaan heeft een maximum snelheid
van 30 km/ uur. Geen nieuwe wegen hoeven aangelegd te worden om de nieuwe woningen te kunnen ontsluiten. Slechts dienen nieuwe inritten aangelegd te worden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het zicht op de Burgemeester Nawijnlaan en dan met name op andere verkeersdeelnemers, namelijk fietsers. De Burgemeester Nawijnlaan is namelijk een veel door fietsers gebruikte route om via de “Oude Trambaan” naar Overveen, Aerdenhout, Heemstede en Haarlem te fietsen. Het plan is zo opgezet dat de verkeersveiligheid niet in het gedrang zal komen. Door haakse op de weg gesitueerde inritten en lage beplanting toe te passen in de voor- en zijtuinen is het zicht op de weg en andere verkeersdeelnemers gewaarborgd.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
12
De Burgemeester Nawijnlaan is geen hoofdroute voor gemotoriseerd verkeer, maar wel een weg dit vrijwel rechtstreeks op de hoofdroute is aangetakt. In zuidelijke richting is de N201 bereikbaar. Deze gebiedsontsluitingsweg vormt in oostelijke richting de verbinding naar de N206 en N208. Vanaf meerdere zijden is het plangebied bereikbaar. De huidige ontsluiting van het plangebied is goed te noemen, wat als voordelig wordt beschouwd in geval van calamiteiten.
Het plangebied is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Zo is er aan de Zandvoortselaan op loopafstand een bushalte met een rechtstreekse busverbinding tussen
Zandvoort en Haarlem/ Amsterdam (lijn 80). Het NS-station Zandvoort ligt op loopafstand (spoorverbinding Zandvoort - Haarlem). De beoogde planontwikkeling in onderhavig plangebied heeft vrijwel geen effect op de verkeersbewegingen. Er is sprake van een lichte toename. Het gaat in de nieuwe situatie om een toename van 8 verkeersbewegingen per dag per woning. Dit zijn 32 verkeersbewegingen per dag totaal extra ten opzichte van de huidige situatie. Dit kan als nihil worden beschouwd. De reeds aanwezige infrastructuur kan dit prima afwikkelen. Het wegprofiel van de Burgemeester Nawijnlaan is afdoende. Parkeren
De gemeenteraad van Zandvoort heeft op 9 oktober 2012 de 'Parkeernormennota 2012' vastgesteld. Het plangebied is gelegen in het gebied dat gezoneerd is als ‘rest’. Het programma bestaat uit dure woningen. In het gebied is sprake van een lage parkeerdruk
(gemiddelde van 49,7%). Dit alles betekent dat een minimale parkeereis van 1,9 parkeerplaatsen per woning geldt. Het bezoekersaandeel daarvan is 0,3 parkeerplaatsen per woning. In totaal moeten dus 7,6 parkeerplaatsen gerealiseerd worden, waarvan 1,2 voor bezoekers. Op eigen terrein is sprake van 8 parkeerplaatsen, twee per woning op het eigen erf. De parkeerplaatsen krijgen een afmeting van minimaal 2,5 x 5 meter (conform CROW). Het bezoekersparkeren wordt opgelost in de openbare ruimte. Het gaat om 2x2 parkeerplaatsen naast elkaar en 2x2 parkeerplaatsen achter elkaar. Deze parkeerplaatsen tellen conform de opstelling op het terrein normatief als 6,6 parkeerplaatsen. Onderstaande afbeeldingen geven de situering van de parkeerplaatsen op eigen terrein en manier van tellen weer.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
13
BURGEMEESTER NAWIJNLAAN
Voorbeelden:
1. Een woning
Aantal poet (vergunning):
1
1
1
1
Aantal poet (normatief):
_ 0,4
10
1,3
18
Op eigen terrein is volgens de berekeningssystematiek sprake van 6,6 parkeerplaatsen. Voor de ontwikkeling moeten 7,6 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Dat is het geval. Het aantal dat niet op eigen terrein wordt gerealiseerd (1) kan worden gevonden in de openbare ruimte. Dit is mogelijk omdat sprake is van een lage gemiddelde parkeerdruk. De parkeerdruk aan de Burgemeester Nawijnlaan blijft namelijk ver onder de 80% grens. Voldaan wordt aan het gemeentelijke parkeerbeleid.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
14
3
Beleidskader
3.1 Rijksbeleid
311
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)/ Barro/ Rarro
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, volgt de Nota Ruimte op.
Het Rijk heeft de
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) op 14 maart 2012 vastgesteld, met het daarbij behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met de SVIR heeft het Rijk een andere sturingsfilosofie vastgesteld, waarbij zij zich scherper dan voorheen richt op de nationale belangen. In deze structuurvisie, die diverse rijksnota’s vervangt, staan de plannen van het Rijk voor ruimte en mobiliteit. Er wordt aangegeven in welke infrastructuurprojecten het Rijk de komende tijd wil investeren en op welke wijze de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Onder het motto ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ streeft het kabinet tot 2028 (middellange termijn) naar de volgende drie hoofddoelstellingen: 1.
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
2.
Het verbeteren, n standhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
3.
Het waarborgen van een leefbare en veilige leefomgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie Rijksdoelen worden door het Rijk 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
Om de 13 nationale belangen door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden zijn naast de SVIR het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro,
2014) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro, 2014) in werking getreden. Ten aanzien van onderhavige plangebied geldt dat de ontwikkelingen geen specifieke betrekking hebben op de nationale belangen die in het Barro of Rarro worden genoemd. Wel van belang om hier te bespreken is dat het plangebied als onderdeel van het kustfundament is aangewezen. Ten aanzien van het kustfundament is aangegeven dat een ruimtelijk plan dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het (vooraf) geldende bestemmingsplan geen activiteiten mogelijk maakt die een belemmering vormt voor het uitzicht op de vrije horizon vanaf de gemiddelde hoogwaterlijn met de blik op zee.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
15
Hiervan is geen sprake. Het Barro staat de uitvoering van dit initiatief niet in de weg.
3.1.2
Ladder
voor duurzame verstedelijking
Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedeli
ing, de laddertoets.
De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake i van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1
.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke
ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt 0.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavige situatie gaat het om de toevoeging van vier nieuwe woningen, dit betekent dat het initiatief geen stedelijke ontwikkeling zoals is bedoeld in het Bro mogelijk maakt. Om die reden hoeft de behoefte en invulling ervan — in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking - niet nader gemotiveerd te worden. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking,
3.2 Provinciaal
3.21
beleid
Omgevingsvisie NH 2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid
Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven.
De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid, Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
16
randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Vijf bewegingen In de visie zijn S bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1.
Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van NoordHolland, te midden van water, leidend.
2.
Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam
3.
steeds meer als één stad functioneert.
Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie.
S.
Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal.
Voor het plangebied, als het gaat om de plek en de nieuwe functie, is de kaart ‘Metropool in ontwikkeling’ van toepassing. Meer specifiek artikel 5.8 Wonen en werken binnenstedelijk. In dit artikel wordt het volgende aangegeven. “De metropool ontwikkelt zich snel. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd willen we de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer. Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt, de plancapaciteit binnenstedelijk blijkt door een andere kijk op stad en stedelijkheid een stuk groter te zijn dan we lang hebben gedacht. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw moeten we inzetten op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Dit alles moet samen gaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij onderkennen we dat verdichting in de kernen leidt tot toenemende druk op het landschap. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten).
Hierbij houden we oog voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. We houden ook een vinger aan de pols voor wat betreft de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag. Zo zorgen we ervoor dat regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen bij de vraag blijven aansluiten. Hierbij betrekken we de bestaande voorraad woningen.” Conclusie
Onderhavig initiatief dat verdichting inhoudt door het toevoegen van wonen op een nog onbebouwde plek in Zandvoort aan een bestaande weg dicht in het centrum i in lijn met de Omgevingsvisie NH 2050, waarin stedelijke functies worden beschreven als
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
17
binnenstedelijk te realiseren en concentreren. En verdichten als specifieke opgave wordt genoemd. Het initiatief is passend in de Omgevingsvisie NH 2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid.
3.2.2
Provinciale ruimtelijke verordening
Op 21 juni 2010 is de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) voor het eerst vastgesteld, deze is daarna steeds herzien en/ of opnieuw vastgesteld. Voor deze toelichting is de laatste versie gebruikt, de geconsolideerde versie van 14 januari 2019. De provincie s in opvolging van de Omgevingsvisie NH 2050 bezig met het opstellen van een omgevingsverordening. Die verordening zal als die is vastgesteld de PRV — die nu de doorwerking is van de structuurvisie die vervangen is door de Omgevingsvisie NH 2050 vervangen. Zolang dat nog niet het geval is is de huidige PRV nog van kracht. Hieronder wordt ingegaan op de PRV. Voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid staan de provincie, naast de bekende bestuurlijke middelen als subsidies, overleg, convenanten en dergelijke, diverse juridische instrumenten ter beschikking, zoals de PRV.
In artikel 5a is
opgenomen dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Dit artikel sluit aan op de wettelijk verplichte toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals vastgelegd in het Bro. In de PRV is het accent gelegd op de regionale afspraken voor woningbouw zoals deze zijn vastgelegd in de Regionale Actie Programma's (RAP). De gemeente Zandvoort maakt
onderdeel uit van het RAP Zuid-Kennemerland/ IJmond. Voor Zandvoort geldt een gewenst bouwprogramma van 458 woningen voor de periode 2016 tot en met 2020. Het woningbouwprogramma
in dit plan (4 stuks) maakt hiervan onderdeel uit.
De woningbouwopgave van 4 woningen maakt onderdeel uit van het RAP Stadsregio Zuid-Kennemerland/ IJmond. Conclusie
Het plangebied ligt in Bestaand Bebouwd Gebied. Over deze ontwikkeling heeft regionale
afstemming plaatsgevonden met het RAP Zuid-Kennemerland/ IJmond. Het woningbouwprogramma
past binnen de regionale en lokale kwantitatieve en
kwalitatieve woningbehoefte (zie hiervoor paragraaf 3.2.3), zodat het plan in overeenstemming is met de PRV. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 3.2.3
Provinciale woonvisie
2010 — 2020
Op 27 september 2010 hebben Provinciale Staten de provinciale woonvisie 'Goed wonen in Noord-Holland' vastgesteld. De doelstelling is dat in 2020 de inwoners van NoordHolland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu. De provincie wil dit bereiken door samen met de regio's
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
18
Regionale actieprogramma's (RAP's) te ontwikkelen met duidelijke afspraken over de regionale woningbouwprogramma's en deze uit te voeren. De speerpunten van het beleid zijn: -
Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning.
- _ Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners. -
Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving.
Monitor Woningbouw 2016 Het monitoren van de in de RAP's gemaakte afspraken over woningbouwproductie gebeurt in de jaarlijkse Monitor Woningbouw. Deze vormt input voor een jaarlijkse analyse van de match tussen vraag en aanbod. Het aanbod is opgetekend in de 'monitor plancapaciteit' die is opgenomen in de woningbouwmonitor. De RAP's vormen voor de provincie Noord-Holland mede een instrument om te bepalen of gemeenten buiten Bestaand Bebouwd Gebied (BBG) nieuwe ontwikkelingen mogen initiëren, De gemeente die buiten 88G wil bouwen dient: - _ het nut en de noodzaak van het bouwprogramma -
aan te tonen, en;
te onderbouwen waarom de beoogde ontwikkeling niet binnenstedelijk gerealiseerd kan worden.
Om in de woningbehoefte te kunnen voorzien i in het RAP Zuid-Kennemerland/ IJmond ‘een woningbouwprogramma van 8.100 woningen (met een bandbreedte van 20%)
gewenst voor de periode 2016 t/m 2020. Dit is de centrale opgave voor de regio in de komende RAP periode. Omdat, zowel op de korte als op de lange termijn, een tekort aan plancapaciteit dreigt, wordt de komende periode gezocht naar extra plancapaciteit in de hele regio. Uitgangspunt bij het realiseren van de opgave is dat primair wordt ingezet op het bouwen binnen Bestaand Stedelijk Gebied (met prioriteit voor locaties rondom OVknooppunten) en door transformatie van leegstaande panden naar woningbouw. De monitor 2016 geeft voor Zandvoort een gewenst bouwprogramma aan van 458 woningen over de periode 2016 tot en met 2020. Onderhavige locatie maakt onderdeel uit van het gemeentelijke woningbouwprogramma. Conclusie
Het plan voorziet in verdichting in het bestaand bebouwd gebied. Deze vorm van woningbouw past uitstekend bij de wens om zuinig om te gaan met bestaande ruimte, temeer daar het transformatieobject zich bevindt op een aantrekkelijke plek nabij het centrum. De 4 twee-onder-één-kap woningen sluiten aan bij de vraag vanuit de markt voor de doelgroep doorstromers. De woningen worden zo duurzaam mogelijk gebouwd. De gewenste ontwikkeling is in overeenstemming met de Provinciale Woonvisie 20102020.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
19
3.3 Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie
De Structuurvisie 'Parel aan zee + heeft de gemeenteraad op 19 april 2010 vastgesteld. In de structuurvisie zijn de afwegingen gemaakt voor het toekomstig ruimtelijk beleid. Er zijn keuzes gemaakt over de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op de lange termijn, en de daarvoor noodzakelijke maatregelen op korte termijn. De visie bestaat uit een structuurvisiedeel met een planperiode tot 2025 en een toekomstvisiedeel tot 2040. Centrale visie
In de structuurvisie is opgenomen dat de steeds mobieler wordende mens blijft kiezen voor Zandvoort als plek waar men graag woont en recreëert. Hier geeft Zandvoort invulling aan door in te zetten op: - _ een gezonde toekomst, waarin Zandvoort een sterke positie binnen de regio heeft; - _ een toeristische sector als belangrijkste economische motor en die motor moet de komende decennia blijven draaien. Ontwikkelingen zijn gericht op een goed ondernemersklimaat zodat het aantrekkelijk blijft om in Zandvoort te investeren. De aandacht wordt vooral op het verblijfstoerisme gericht en op bezoekers die voor meer komen dan alleen strand;
- _ een aantrekkelijke woongemeente met een evenwichtige bevolkingsopbouw:. De luwe ligging binnen de Randstad, tussen natuurgebieden, zorgt voor een goede concurrentiepositie ten opzichte van de omliggende gemeenten; -
een onderscheidende identiteit. Niet bouwen zoals de buurman, maar de bestaande
karakteristieken versterken zonder het verleden letterlijk te kopiëren. De historie van het dorp krijgt een nadrukkelijker rol in de ontwikkeling. Daarnaast wordt de landschappelijke ligging beter benut; kwaliteit boven
kwantiteit.
Wonen
In de structuurvisie zijn doelstellingen en ambities verder ruimtelijk uitgewerkt. Over wonen is in relatie tot onderhavige plan het volgende relevant. De doelen voor 20102025 zijn: de bevolkingsopbouw laten groeien naar het landelijk gemiddelde en de kwaliteit en diversiteit van de woon- en leefomgeving, die in sommige wijken onder druk staat, een impuls geven. Voor een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling is het van groot belang om in te zetten op jongeren en gezinnen. Zandvoortse jongeren en gezinnen worden gestimuleerd om in Zandvoort te blijven wonen. Daarnaast moet het aantrekkelijk worden voor jongeren en gezinnen van buiten het dorp om zich in Zandvoort te vestigen. Nieuwbouw en herstructurering richt zich dan ook voor een belangrijk deel op deze doelgroepen. Daarnaast kan een grotere doorstroming geschikte woningen opleveren voor jongeren en startende gezinnen. In de periode 2025-2040 vormt de groep 60-80 jaar een groot aandeel van de Zandvoortse bevolking. Deze groep zal slechts verhuizen als daar een goed alternatief voor is, namelijk woningen met een hoge
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
20
kwaliteit in een aantrekkelijke omgeving. Uiteindelijk komen als gevolg van verlating hun woningen beschikbaar voor anderen. Nieuw
Unicum
e.o.
Het plangebied ligt in het gebied ‘Nieuw Unicum e.o.’ (zie de afbeelding hieronder).
H d
E 5
2 £
E]
3 H
3 z
Meer concreet ligt het plangebied links naast het met oranje en als E10 aangegeven gebied en aan de oude trambaan. Conclusie
Hoewel deze verdichting niet concreet is benoemd kan worden gesteld dat de woningbouw een bijdrage levert aan het laten groeien van de bevolkingsopbouw en het werken aan een evenwichtige bevolkingssamenstelling. Waarbij het van belang is jongeren en gezinnen te behouden. De woningen die in onderhavig plangebied zijn gepland zijn woningen die geschikt zijn voor gezinnen. Het plan sluit dus aan bij de
doelen en de doelgroepen zoals in de structuurvisie benoemd. De structuurvisie heeft een hoog abstractieniveau, Er worden geen uitspraken gedaan
op perceelniveau. Het realiseren van woningbouw in het plangebied past binnen uitgangspunten van de structuurvisie in de kern en de gemeente Zandvoort in het algemeen.
3.3.2
Woonvisie
De gemeenteraad van Zandvoort heeft op 24 mei 2016 de "Gedeelde visie op de
volkshuisvestelijke opgave - Wonen in Zandvoort 2016 t/m 2020” vastgesteld. Deze visie is tot stand gekomen in samenspraak met De Key en HPZ-Arcade.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
21
Uitgangspunten
De kern van de opgave voor Zandvoort voor de komende periode in de gedeelde visie laat zich als volgt samenvatten. Er wordt gestreefd naar een evenwichtige bevolkingssamenstelling, waarbij prioriteit wordt gegeven aan de positie van jonge huishoudens (jongeren en jonge gezinnen) op de woningmarkt. Daarnaast wordt prioriteit gegeven aan middeninkomens. Dit gebeurt zonder de aandacht te verliezen voor de consequenties van vergrijzing en extramuralisering voor de woningmarkt en voor de zorg. Daarnaast wordt gestreefd naar een toekomstbestendige voorraad. Hierbij wordt aandacht
besteed
aan ten eerste de beschikbaarheid
van de voorraad.
Het
woningaanbod moet qua aard en prijs beter aansluiten bij de doelgroepen. Ten tweede wil de gemeente de kwaliteit van de voorraad verbeteren. Ten derde wil de gemeente de voorraad betaalbaar houden. Hierbij wordt gestreefd naar een gedifferentieerde voorraad binnen de gemeente. Tot slot wordt gestreefd de betrokkenheid en gebondenheid binnen de gemeenschap en richting partijen te behouden en te versterken.
Nieuwbouw biedt de mogelijkheid om duurzaamheid betaalbaar te realiseren en doorstroming in de bestaande voorraad te stimuleren. Conclusie
Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Zandvoort. Het betreft de verdichting van nog niet bebouwd gebied met 4 twee-onder-één-kap woningen (dure koopsector). Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het meerjarenprogramma woningbouw om voldoende woningen te realiseren voor gezinnen dan wel doorstromers. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Het plan is passend binnen de gemeentelijke woonvisie.
3.3.3
Uitvoeringsprogramma Wonen
Het Uitvoeringsprogramma Wonen bevat een samenvatting van het gemeentelijk woonbeleid (de volkshuisvestelijke uitgangspunten) zoals verwoord in de Woonvise en aangevuld met recente besluiten, en een set concrete maatregelen waarmee de gemeente Zandvoort de komende jaren haar woonbeleid, in samenwerking met haar partners, zal vormgeven. Het woonbeleid is er op gericht om, inspelend op actuele en toekomstige ontwikkelingen, de woningvoorraad zo veel mogelijk af te stemmen op de woonbehoefte van de inwoners van Zandvoort. Nu, maar ook in de toekomst.
In het Uitvoeringsprogramma Wonen is de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte geduid en is aangegeven hoe men die behoefte wil realiseren. De gemeente Zandvoort zet zich in om in de periode 2018 t/m 2025 630 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad, waarvan 20% door transformatie. Van de woningbouwplannen voor 2019 t/m 2025 waarbij het programma niet eerder is vastgesteld in een private overeenkomst of gemeentelijk besluit is het uitgangspunt: e
30% sociale huur;
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
22
*
40% betaalbaar en middelduur (koop < € 363.000 / huur < € 1300 per maand, waarvan de helft < € 250.000 of < € 971);
e
30% overig.
Bij kleine projecten (ca. < 10 woningen) kan gemotiveerd worden afgeweken van bovenstaand uitgangspunt. Voor de doelgroep ouderen is het uitgangspunt om 200 geschikte nultreden woningen toe te voegen in de vorm van appartementen. Voor jongeren en jonge gezinnen bouwt Zandvoort zowel appartementen als betaalbare en middeldure eengezinswoningen. Conclusie
In onderhavige situatie is geen sprake van een gemixt programma zoals hierboven geschetst, nl. 30% sociale huur, 40% betaalbaar en middelduur en 30% overig. Het gaat hier om 100% overig: koop > € 250.000,- per woning. Omdat sprake is van minder dan 10 woningen is gemotiveerd afwijken van het kwalitatieve uitgangspunt mogelijk. In onderhavige situatie wordt die motivatie gevonden in het feit dat het voorliggende plan — na afweging van andere planopzetten met een ander programma - het meest passend is in de structuur van de buurt. Het huidig voorgestelde programma zorgt voor een heldere alsook samenhangende invulling van het projectgebied welke goed aansluit bij de omgeving.
3.3.4
Gemeentelijk Verkeers en Vervoersplan
In 2005 is het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan: GVVP Zandvoort (2005) vastgesteld. Algemene doelstelling hierbij is het ontwikkelen van een duidelijke en logische indeling in verkeersruimte en verblijfsgebieden, het verbeteren van de leefbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid en het bevorderen van gebruik openbaar vervoer en fiets. Het GGVP geeft een wegencategorisering voor heel Zandvoort. Op kaart 2 van het GVVP (zie de afbeelding hieronder) is te zien dat de Burgemeester Nawijnlaan niet als een gebiedsontsluitingsweg of erftoegangsweg-plus is aangewezen, maar als een reguliere erftoegangsweg waar niet meer dan 30 km-uur is toegestaan. Deze weg heeft voornamelijk een verblijfsfunctie. Uit de verkeersongevallenanalyse blijkt dat de wegen binnen de bebouwde kom in de gemeente Zandvoort relatief verkeersveilig zijn. Een verklaring hiervoor is dat Zandvoort weinig verkeersaders (gebiedsontsluitingswegen) heeft. Uit de registratie van verkeersongevallen blijkt dat Zandvoort geen blackspots kent. Dat wil echter niet zeggen dat er geen sprake is van gevaarlijke locaties binnen Zandvoort. Zandvoort kent een betrekkelijk kleine bebouwde kom. Dit maakt Zandvoort uitermate geschikt om interne verplaatsingen per fiets te maken. De grootste afstand tussen herkomst en bestemming bedraagt binnen Zandvoort minder dan 2 kilometer.
In Zandvoort zijn op een aantal wegvakken specifieke fietsvoorzieningen aanwezig. Ook voor de verbindingen van Zandvoort met omliggende steden en dorpen kan de fiets een aantrekkelijk alternatief zijn voor de auto. In de woongebieden die ingericht zijn als 30-zone kan overal gefietst worden. Tenzij de
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
23
30-zone deel uitmaakt van het fietsnetwerk wordt in deze woonstraten geen fietsvoorziening aangebracht.
Binnen de bebouwde kom
Buiten de bebouwde kom
Gebedsontiubngeneg Ertoegangeweg Overge
wegen
p
(50 w
_
_
Efoegangeweg-pis (60 im
30 km
zIn ertoegangenegen
(30 km
Conclusie
De woningen worden ontsloten op de Burgemeester Nawijnlaan. Parkeren wordt op het eigen terrein aan de voorzijde van de woningen opgelost. De ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van het GVVP.
3.3.5
Parkeernormennota
De gemeenteraad van Zandvoort heeft op 9 oktober 2012 de Parkeernormennota 2012 vastgesteld. In deze nota is het beleid vastgelegd ten aanzien van de parkeerplaatsen die gerealiseerd moeten worden bij de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. Dit beleid dient als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de nota zijn parkeernormen vastgesteld die nodig zijn bij bouwprojecten en nieuwe ontwikkelingen in Zandvoort. De parkeernormen geven aan hoeveel parkeerplekken
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
24
gerealiseerd moeten worden bij een bouwproject of nieuwe ontwikkeling. Afhankelijk van het gebied gelden er specifieke parkeernormen. In een voorwaarde in de vergunning wordt geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd bij de woningen.
336
Welstandsnota
De gemeenteraad van Zandvoort heeft op 19 december 2017 de 'Welstandsnota gemeente Zandvoort 2017' vastgesteld. De inhoud van de welstandsnota is grotendeels gebaseerd op algemene regels voor architectuur en is technisch van aard. De beleidskeuzen voor actualisatie van de welstandsnota liggen vooral in drietal mogelijke welstandsniveaus die gebiedsgewijs kunnen worden aangegeven: 1.
Welstandsvrij: binnen deze gebieden wordt niet getoetst aan de welstandsnota. Regulier welstandsniveau: de basiskwaliteit dient in stand te worden gehouden. Bijzonder welstandsniveau: de welstandscommissie toetst op meer dan alleen de basiskwaliteit.
De Burgemeester Nawijnlaan ligt in een gebied met een regulier welstandsniveau, het gebied ‘Kostverloren’. De welstandscriteria voor dit gebied zijn: Plaatsing e _ Behouden van het vrijstaande karakter van de bebouwing. e _ Respecteren van de onderling variërende rooilijnen bij (vervangende) nieuwbouw. e
Verspringing of verdraaïing van de rooilijn ten opzichte van die van de belendingen is wenselijk.
Massa
en vorm
e
Per individueel gebouw moet eenheid n vorm worden nagestreefd.
e
Bij renovatie of verbouwing passen eventuele nieuwe toevoegingen in de oorspronkelijke architectuur. Gevelkarakteristiek
e
Bij renovatie of verbouwing moet de oorspronkelijke gevelopbouw worden gerespecteerd.
e
Bij (vervangende) nieuwbouw is het wenselijk gebruik te maken van de karakteristieken zoals die in opbouw, detaillering en ornamentiek bij de bebouwing in het gebied voorkomen.
Detaillering, kleur en materiaal °
Bijrenovatie of verbouwing moet de oorspronkelijke detaillering worden gerespecteerd.
e _ Behouden van oorspronkelijke materialen en kleuren van gevels en dakvlak is wenselijk. e _ Toepassing van hoogwaardige materialen.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
25
e _ Sterk met de omgeving contrasterende kleuren zijn niet wenselijk. Conclusie
Het bouwplan voor de nieuwe woningen ligt in een gebied met regulier welstandsniveau. De aanvraag omgevingsvergunning zal om advies worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Die zal toetsen of de woningen voldoen aan de welstandscriteria.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
26
4
Milieuhygiënische aspecten
41
Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan (alsook een ruimtelijke onderbouwing) aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel
ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan (alsook een ruimtelijke onderbouwing), zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.
42
Akoestiek Beleidskader
De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan (alsook een ruimtelijke onderbouwing), indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Onderhavige ontwikkeling wordt als een geluidsgevoelig object aangemerkt. Consequenties
Wegverkeerslawaai Een woning
s een geluidgevoelige bestemming. De nieuwe woningen zijn gelegen
binnen een geluidszone van een weg, namelijk de Zandvoorterweg (50 km/ uur weg, geluidzone 200 meter). Verder is in de omgeving alleen sprake is van 30-km/ uur wegen. Ten aanzien van de Zandvoorterweg is door de gemeente een indicatieve berekening gedaan, waaruit blijkt dat er hoogte van de nieuwe woningen op de gevels geen sprake is van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Het wegverkeerslawaai ten gevolge van geluidgezoneerde wegen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Omdat de Burgemeeser Nawijnlaan een lage verkeersintensiteit kent en voorzien Ís van asfaltverharding is het niet aannemelijk dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevel ten gevolge van wegverkeerslawaai op de Burgemeester Nawijnlaan wordt overschreden.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
27
Nader onderzoek naar geluid ten gevolge van wegverkeerslawaaf is niet noodzakelijk. Een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. Industrielawaai
In de omgeving van het plangebied is één instelling gelegen die een belemmering kan vormen voor onderhavige ontwikkeling of andersom waar de ontwikkeling een belemmering zou kunnen vormen voor de instelling. Het gaat om een maatschappelijke voorziening in de vorm van een school voor algemeen voortgezet onderwijs: het Wim Gertenbach College Zandvoort. Voor een dergelijke voorziening geldt op basis van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering dat voor geluid een richtafstand van 30 meter in acht moet worden genomen. Het gaat hierbij om de afstand tussen de grens van de bestemming van de instelling en de dichtst daarbij gesitueerde gevel van het gevoelige object. Deze afstand is 2,77 meter. Deze afstand is veel korter dan 30 meter, echter niet korter dan de dichtstbij gelegen gevel van andere woonbestemmingen die
rondom deze bestemming zijn gelegen. Verder is de bebouwing en verharding (fiets- en autoparkeren) van de school meer dan 30 meter verwijderd van de dichtsbij gelegen gevel. Het woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd, de school wordt niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Rail- of luchtverkeerlawaaï Spoorwegen hebben een door de Minister vastgestelde geluidszone. Bij ontwikkelingen binnen die zone dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Voor de noordelijk gelegen spoorlijn Zandvoort - Haarlem geldt een zonebreedte van 100 meter, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. De woningbouwlocatie ligt op een afstand van circa 600 m, zodat er vanuit spoorweglawaai geen beperkingen zijn. Voor wat betreft luchtverkeerslawaai geldt dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van een in acht te nemen Ke-contour. Akoestiek vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omliggende functies worden niet beperkt.
4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader
n 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: e
archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ);
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
28
e _ in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden;
e
de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen.
Het verdrag is geïmplementeerd in thans de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. Provinciaal beleid
De provincie Noord-Holland hanteert het beleidsinstrument “Leidraad Landschap en Cultuurhistorie". Hierin heeft de provincie de archeologische waarden in beeld gebracht. De waardering zoals vastgelegd in de leidraad geldt als uitgangspunt van beleid. Gemeentelijk beleid De gemeente voert een beleid dat n eerste instantie gericht i op behoud van waardevolle elementen en structuren, waarbij de omvang van de bodemverstorende activiteit bepalend is. Op grond van de archeologische beleidskaart en een door ADC ArcheoProjecten B.V. te Amersfoort uitgevoerd Bureauonderzoek in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan Kostverlorenstraat e.0. zijn voor het deelgebied Kostverloren hoge archeologische verwachtingen vastgesteld. Concreet is voor onderhavig plangebied archeologisch onderzoek vereist bij plannen met bodemverstorende bouwwerkzaamheden
in geval de opperviakte van het project meer
dan 500 m betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden. Dit is geborgd in het geldende bestemmingsplan door het opnemen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Voor de realisatie van de vier woningen hoeft niet meer dan 500 m2 met een diepte van
0,40 meter aan grondverzet/ bouwwerkzaamheden gedaan te worden. De te realiseren bebouwing heeft in zijn totaliteit namelijk een kleiner oppervlak. Daarnaast worden weinig resultaten verwacht van aanvullend archeologisch onderzoek, omdat het terrein vol staat met diepwortelende beplanting. Gelet hierop is voor onderhavige locatie geen aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.3.2 Cultuurhistorie en monumenten
Beleidskader
Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
29
Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen (alsook ruimtelijke onderbouwingen). Consequenties Het gebied waarop deze ruimtelijke onderbouwing betrekking heeft kent geen monumenten
of cultuurhistorische
waarden
zoals cultuurhistorisch waardevolle
bebouwing, lijnen, vlakken of beplanting. Met onderhavige ontwikkeling worden geen cultuurhistorische waarden of monumenten aangetast.
4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader
Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen:
e
ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd;
e
rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.
Consequenties
Het betreft hier de ontwikkeling van vier nieuwe woningen: gevoelige objecten. In de omgeving van het plangebied i één instelling gelegen die een belemmering kan vormen voor onderhavige ontwikkeling of andersom waar de ontwikkeling een belemmering zou kunnen vormen voor de instelling. Het gaat om een maatschappelijke voorziening in de vorm van een school voor algemeen voortgezet onderwijs: het Wim Gertenbach College Zandvoort. Een dergelijke voorziening kent op basis van de VNGbrochure Bedrijven en Milieuzonering de SBl-code: 852, 8531 en de volgende richtafstanden voor geur: Om, stof: Om, gevaar: Om en geluid: 30m. Dat betekent dat alleen voor geluid een richtafstand van 30 meter in acht moet worden genomen. Het gaat hierbij om de afstand tussen de grens van de bestemming van de instelling en de dichtst daarbij gesitueerde gevel van het gevoelige object. De afstand wordt niet gehaald, het woon- en leefklimaat is echter aanvaardbaar en de school wordt niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Zie voor de motivatie paragraaf 4.2 onder ‘industrielawa Conclusie
Samenvattend blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Nader onderzoek kan achterwege blijven.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
30
4.5 Bodem
Beleidskader
Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen (alsook ruimtelijke onderbouwingen) moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen (alsook ruimtelijke onderbouwingen) zijn enkele vragen relevant: e e
iser bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; zijner gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies;
e _ wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Door APS
Milieu B.V. is een verkennend
bodemonderzoek
en verkennend
asbestonderzoek uitgevoerd. De rapportage is als bijlage 1 bj deze ruimelijke onderbouwing gevoegd. De conclusies van dit onderzoek zijn de volgende. “Bodemonderzoek
De zandige bovengrond met antropogene bijmengingen is in mengmonster 1 licht verontreinigd met lood, kwik, zink en PAK. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse ‘wonen’. De zintuiglijk schone bovengrond in mengmonster 2 is licht verontreinigd met kwik, lood en zink. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse ‘wonen’,
De ondergrond in mengmonster 3 is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in de klasse ‘altijd toepasbaar’. In het grondwater zijn geen verontreinigingen met de onderzochte parameters aangetroffen. De hypothese onverdacht wordt op basis van de aangetroffen lichte verontreinigingen verworpen. Geconcludeerd kan worden dat de locatie maximaal licht verontreinigd is. Asbestonderzoek
Er is geen asbestverdacht materiaal op of in de grond aangetroffen. In het mengmonster is eveneens geen asbest aangetoond. De hypothese verdacht wordt verworpen. Op basis van onderhavig verkennend bodemonderzoek asbest kan gesteld worden dat de locatie vrij is van verontreiniging met asbest. Opgemerkt wordt dat er plaatselijk eventueel wel asbestnesten aanwezig kunnen zijn welke in onderhavig bodemonderzoek gemist zijn. Op basis van onderhavig bodemonderzoek zijn er milieuhygiënisch geen belemmeringen voor de voorgenomen werkzaamheden. Indien minder dan 50 m3 grond van de locatie wordt afgevoerd is er geen melding noodzakelijk. Indien meer dan 50 m3
wordt
afgevoerd dient dit voor de start van de werkzaamheden bij de Omgevingsdienst IJmond te worden gemeld. Deze melding moet vijf werkdagen voor de geplande startdatum van de werkzaamheden worden ingediend.”
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
31
Conclusie
De gemeente Zandvoort is bevoegd gezag, het onderzoeksbureau heeft slechts een
adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag heeft het uitgevoerde verkennende bodemonderzoek beoordeeld en is ermee akkoord. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.6 Externe Veiligheid Beleidskader
Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van
mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering
In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risíco (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een
richtwaarde.
Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt
met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit
Ruimtelijke onderbouwing ‘Vier woningen Burgemeester Nawijnlaan, Zandvoort’
7 april 2020
32
houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen