CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 PvEL Heimanshof

Gemeenteraad 17 december 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Programma van Eisen Leefomgeving Heimanshof12.262 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Landschap Het duinlandschap rondom het plangebied is richtinggevend voor de ontwikkeling. Dit landschap kenmerkt zich door een sterk reliëf, met steile hellingen en een afwisseling van heuvels en valleien. De beplanting is overwegend bodembedekkend en laag, bestaand uit veel grassen en kruiden, met verspreide boomgroepen, bosjes en struweel. Het landschap in het plangebied verbindt de duinrug met de kunstmatig opgeworpen aardwal tussen de Heimansstraat en de tuinen van de bestaande woningen. Het duinlandschap loopt dus om en over de kavels heen. In de afzienbare toekomst zal ook een deel van de openbare ruimte in Nieuw Noord worden omgevormd naar 39

REFERENTIEBEELDEN

RUIMTELIJK KADER duinlandschap, zodat nog sterkere connecties ontstaan. Op een aantal plekken wordt de directe verbinding gelegd door het vormgeven van brede duinvalleien met opgaand groen en wandelpaden, die zorgt voor een afwisseling van gebouwen en landschap. De valleien hebben een wisselende breedte – de centrale vallei heeft een breedte van 20 meter of meer. De buitenruimte rond de gebouwen biedt voorzieningen voor wonen, parkeren en verblijf; de landschappelijke verbinding is daarom minder continu. De planten en inrichtingsmaterialen worden Op andere plekken tussen de bouwblokken dient de omgeving zo ingericht te worden dat de duinflora en -fauna een doorsteek kunnen vinden. Eisen • Het duinlandschap wordt behouden. • Het duinlandschap dringt via brede parkzones door in de woonbuurt. • De duinen zijn toegankelijk voor voetgangers en fietsers via paden door de woonbuurt. • De vormgeving van de buitenruimtes in de woonbuurt is gebaseerd op het landschap van de duinen. • Het reliëf rondom het plangebied wordt behouden. • Het reliëf binnen het plangebied wordt aangepast aan het landschap rondom. • De gebouwen volgen het reliëf. • De woonblokken liggen op een hoger peil dan de omringende bui- tenruimte. • De landschappelijk parkzones tussen en in de bouwvelden worden vormgegeven als duinvalleien.

Behouden van het duinlandschap (Pixabay)

Openbare buitenruimte Bij een passende inrichting van openbare ruimtes hoort een goede kwaliteit van de inrichting. Eisen • Alle materialen, kleuren en vormen zijn gebiedseigen en afgeleid van het duinlandschap en de daar voorkomende materialen en kleuren. • Verhardingen in de openbare ruimte worden beperkt tot het rijvlak

Paden in het duinlandschap (Pixabay)

40

• • • • • • • • • • • • •

•

voor auto’s en andere gemotoriseerde voertuigen – dit zijn de stra- ten en de parkeerplaatsen. De verharde oppervlaktes zijn elementenverhardingen; gesloten verhardingen zijn niet toegestaan. De verhardingen zijn duurzaam, kleurvast en verouderen mooi, zoals gebakken klinkers. De wandel- en fietspaden direct aansluitend aan de straten en parkeerplaatsen zijn verhard – in hetzelfde materiaal als de rijvlakken – of halfverhard. De vrijligende paden zijn halfverhard. De wandel- en fietspaden zijn goed begaanbaar voor fietsen, rol- stoelen, rollators en scootmobielen; grind, schelpen, boomschors en andere vormen van losse halfverharding zijn niet toegestaan. Toegankelijkheid mensen met een handicap: zie onder Mobiliteit De buitenruimtes liggen a niveau; er wordt geen gebruik gemaakt van opstaande opsluitbanden. Kleurgebruik is licht met evt. donkere accenten; dit sluit aan op het duinlandschap. Overgangen tussen privéterrein en openbare ruimte worden vorm- gegeven als glooiende hellingen Trafo’s en andere nutsvoorzieningen (waaronder eventuele WKO-in stallatie, m.u.v. wko putten), worden niet in de openbare ruimte geplaatst. De openbare ruimte is voor iedereen toegankelijk. Elke ruimtelijke ingreep wordt getoetst aan de Wet natuurbescher- ming en overige aanvullende gemeentelijke verplichtingen zoals de bomenverordening.

Mogelijkheden tot vergroting van het groen- en bomenareaal wor- den bij elke ingreep betrokken. Ecologische oplossingen en oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen van het specifieke gebied hebben altijd de voorkeur boven ‘puur technische’ oplossingen, ook bij gelijke maatschappelijke prestaties en kosten (Total Cost of Ownership benadering) Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de

groenblauwe structuren en ecosystemen in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30% groen op buurtniveau, boomkroonop- pervlak telt mee). Beplanting Een goede beplanting is waardevol wat betreft: ecologische waarde, klimatologische waarde, economische waarde, gezondheidswaarde en belevingswaarde en esthetische waarde. De beplanting sluit in sortiment en vormgeving zoveel mogelijk aan bij de vegetatie van het omringende duinlandschap. Eisen • Het landschapstype wat hier in de buitenruimte wordt nagestreefd komt overeen met de Bij-12 beschreven natuurtypen: N08.02 Open duin en N15.01 Duinbos. Het te ontwikkelen gebied heeft een natuurlijke verbinding met dit natuurtype in het Natura2000-gebied Kennemerland-Zuid. De landschappelijke duinzones tussen en in de bouwvelden doen mede dienst als ecologische verbindingsroutes en dienen als zodanig te worden ingericht en beheerd. • Alle nieuwe beplanting is inheems en afgestemd op het duinland- schap: Geschikte boomsoorten: Ruwe berk, grove den, zomereik, ratelpopulier, witte abeel, grauwe abeel Geschikte heesters en struiken: Meidoorn, gewone vlier, duindoorn, wegedoorn, egelantier, honds- roos, liguster, zeedistel, kardinaalsmuts Geschikte kruidachtigen en bodembedekkers (indicatief): Grassen en zeggen, toorts, stalkaars, ganzerik, sleutelbloem • Bestaande bomen blijven zoveel mogelijk behouden.

Er wordt een bomeneffectanalyse (BEA) opgesteld om te bepalen hoe de bomen worden behouden en kunnen worden geïntegreerd in het stedenbouwkundig ontwerp. Te kappen bomen worden gecompenseerd in of in de directe omgeving van het plangebied. 41

REFERENTIEBEELDEN

RUIMTELIJK KADER • • • •

Creëren en instandhouden van open zandplekken tussen de beplanting. Plantvakken liggen verlaagd of a niveau. Bomen en struiken worden zonder boomspiegel in de plantvakken geplaatst. Erfsfscheidingen tussen privé en openbaar terrein worden beplant met inheems struweel. Opstellen van een beheerplan, t.b.v. het onderhoud en de instand- houding van de beplanting, is verplicht.

Spelen Buiten spelen is goed voor de sociale en fysieke ontwikkeling van kinderen. De gemeente pleit voor meer speelruimte en een betere spreiding over de gemeente. Ook willen we natuurlijk spelen bevorderen: speelplekken zonder vaste inrichting waar kinderen kunnen ontdekken – speelaanleidingen. Eisen • In de nieuwe woonbuurt worden speelaanleidingen gerealiseerd, geen speeltoestellen. • De speelaanleidingen bestaan uit aardlichamen, bodembedekkende beplanting, hout en andere natuurlijke materialen; valondergronden bestaan uit zand. • Het aanbod dient divers, toegankelijk, inclusief en overlast beper kend te zijn en tot stand te komen met participatie en communicatie.

Geschikte beplanting (van boven naar beneden) – Ruwe Berk, Grove Den, Duindoorn en Meidoorn (Pixabay)

Straatmeubilair en verlichting De verschijningsvorm van straatmeubilair en verlichting is van groot belang voor de woonkwaliteit van een buurt. Voor een goede samenhang en sfeer is het hier daarom essentieel dat de plaatsing en vormgeving aansluit bij de architectuur en het materiaalgebruik van de gebouwen en het landschap. Het straatmeubilair en de verlichting zijn herkenbaar als onderdeel van het duinlandschap. Eisen • Straatmeubilair (zitgelegenheid, afvalbakken, palen en afscheidin- gen) en verlichtingsarmaturen zijn grotendeels uitgevoerd in 42

• • • • •

gebiedseigen materialen. Hoofdmaterialen zijn hout, rijshout, wil- gentenen. Andere materialen zijn ondergeschikt en bijpassend, bv. metaal, glas of keramiek. Zitgelegenheid wordt landschappelijk, als verhoogde rand(en) vormgegeven rond plantvakken of speelplekken. Individuele banken of stoelen zijn niet toegestaan. Alle straatmeubilair wordt gemeenschappelijk vormgegeven. De lampen in de openbare verlichting zijn LED – milieuvriendelijk (kleur), lichtarm en dimbaar. Lichtarmaturen moeten minstens drie meter vanaf de stam van een boom staan. Buitenverlichting in de privétuinen werkt met bewegingsmelders.

Sociale veiligheid Op straat moet iedereen zich vrij en veilig voelen. In essentie gaat het erom dat het op straat – in de openbare ruimte – zo veilig mogelijk is en voelt. Eisen • De openbare ruimte is dag en nacht veilig en wordt zodanig ingericht dat overlastplekken worden voorkomen. • ’s Avonds en ‘s nachts worden de openbare ruimte en collectieve ruimten voldoende verlicht. Dit wordt aangetoond met een verlichtingsplan en lichtberekening. Zie voor specifieke richtlijnen Beleidsplan Openbare Verlichting. • Alle plekken in de openbare ruimte, waaronder de plekken tussen de gebouwen zijn goed zichtbaar vanaf de openbare ruimte en vanuit omliggende bebouwing (voldoende zichtrelaties, ‘ogen op straat’). • Collectieve ruimten zijn goed toegankelijk alle groepen van gebrui- kers – voetgangers, fietsers, bewoners en bezoekers, mensen met en zonder handicap. • De bebouwde en de onbebouwde ruimte zijn voldoende toegankelijk voor nood- en hulpdiensten.

Afvalinzameling In de openbare ruimte worden het afval centraal ingezameld. Dit mag niet leiden tot gevaarlijke verkeerssituaties. Het inzamelvoertuig moet eenvoudig en veilig kunnen keren. Eisen • Afval wordt verzameld in (verschillende) afvalcontainers. • Voor de vuilcontainers worden een aantal opstelplaatsen gereali- seerd aan de Heimansstraat. Hier worden de vuilcontainers geplaatst ten behoeve van het inzamelen. • De vuilcontainers worden buiten de ophaaltijden uit het zicht ge- plaatst in de tuin of de bebouwing. Ondergrond De ruimte in de ondergrond is schaars. Gestreefd wordt naar één uniform regime voor al het werk in de openbare ruimte. Eisen • Vooraf rekening houden met ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen, bodemenergiesystemen en boomwortelpakketten. • Ondergrondse ruimte reserveringen conform de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI).

Klimaatadaptatie De klimaatverandering brengt langdurige regenbuien, piekbuien en hittestress met zich mee. De nieuwe situatie moet in staat zijn om de klimaatveranderingen op te vangen en overlast te voorkomen, nu en in de toekomst. Eisen • Het plangebied dient klimaatadaptief te worden ingericht. • Een bui van 70 mm/uur wordt vastgehouden en geborgen op eigen perceel of gebouw – zowel privé als openbaar. Deze voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af (niet extra naar riolering of watersysteem) en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. • Hemelwater wordt afgevoerd naar de bermen en de plantvakken in het gebied; een klein deel kan via de open verharding direct infil- treren in de ondergrond. Hierbij moet er rekening worden 43

RUIMTELIJK KADER

• • •

•

Hulpdiensten De nieuwe woonbuurt moet goed bereikbaar zijn voor hulpdiensten – brandweer, ambulance en politie. Dit betekent dat alle toegangswegen begaanbaar moeten zijn voor de voertuigen – zowal qua breedte als qua draagkracht. Bij de opstelplaatsen voor blusvoertuigen moeten brandkranen en waterleidingen worden geplaatst.

gehouden met drinkwaterbeschermingszones. Er wordt geen hemelwaterafvoer aangelegd. De riolering dient zodanig ontworpen te zijn dat bij ‘bui 09’ (uit Kennisbank Stedelijk Water) geen water op straat blijft staan. In het gebied is natuurlijke en oppervlakkige afwatering zoveel mo- gelijk aanwezig. Bij een waterdiepte van 20 cm op rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aan voer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht en hergebruikt in het plangebied.

Eisen • Plaatsen van brandkranen bij de woongebouwen – bij de blokken met ééngezinswoningen op maximaal 40 meter van de meest verafgelegen woning, gerekend vanaf de Heimansstraat. Bij alle overige gebouwtypen (appartementencomplexen, e.d.) is de afstand maximaal 10 meter van het gebouw. • De brandkranen zijn aangesloten op het waterleidingnetwerk. • Toegangswegen tot aan de opstelplaatsen voor blusvoertuigen moeten een beschikbare rijbreedte van minimaal 5 meter hebben en obstakelvrij zijn tot een hoogte van 4,20 meter. • De toegangswegen tot aan de opstelplaatsen voor blusvoertuigen moeten belastbaar zijn met een asbelasting van minimaal 11,5 ton. • De plaatselijke brandweereisen moeten worden toegepast.

Eisen (droogte) • De inrichting is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte. • Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.

MOBILITEIT - VERKEER EN PARKEREN De nieuwe woonbuurt is goed bereikbaar voor alle vormen van vervoer: met een motorvoertuig, per fiets, te voet of met een scootmobiel of ander vervoermiddel voor gehandicapten. Het gebied wordt ontsloten door middel van een bestaande weg: de Heimansstraat. De straat wordt heringericht om deze geschikt te maken voor de verschillende gebruikers. De woonbuurt moet ook goed toegankelijk zijn voor calamiteitendiensten, afvalinzameling en bezorgdiensten. In het kader worden voor al deze categorieën eisen opgenomen om te zorgen dat er in het ontwerp en de uitvoering voldoende rekening mee wordt gehouden.

Eisen (hitte) • Hittestress dient te worden voorkomen. Hiervoor dienen voldoende water, groen en schaduwrijke plekken te worden gerealiseerd en dient er enkel verhard te worden waar dit noodzakelijk is. • Tijdens de hoogste zonnestand in de zomer is er tenminste 30% schaduw voor belangrijke langzaamverkeersroutes en verblijfsplek- ken in de openbare ruimte in het gebied. • Er is tenminste 40% schaduw voor langzaamverkeersroutes en ver- blijfsplekken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer. • Koele plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig. 44

Mobiliteitsplan De ontwikkelaar(s) die (een deel van) de nieuwe woonbuurt gaat realiseren, stelt een stedenbouwkundig plan op. Onderdeel van dat ontwerp is een mobiliteitsplan. Met het mobiliteitsplan onderbouwt de initiatiefnemer hoe aan de in dit hoofdstuk beschreven onderdelen wordt voldaan. In het plan wordt ook beschreven hoe de (toekomstige) bewoners duidelijk op de hoogte worden gesteld van de mobiliteitsoplossingen in het gebied.

•

Wegen gemotoriseerd verkeer De nieuwe woonbuurt wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten door de bestaande Heimansstraat. Omdat auto’s enkel bestemmingsverkeer zijn in dit gebied wordt de straat ingericht als een fietsstraat. Dit houdt in dat auto’s te gast zijn en langzamer moeten rijden, ten behoeve van fietsers en voetgangers. Verder oostelijk, voorbij de nieuwe woonbuurt, loopt de verbinding verder als breed pad voor fietsers en voetgangers. In de woonbuurt zelf liggen smalle paden. Eisen • De Heimansstraat is minimaal 3,5 en maximaal 5,0 meter breed • De maximumsnelheid op (het oostelijke deel van) de Heimansstraat is 30 km/u. • Fietsers hebben voorrang boven gemotoriseerd verkeer. • De Hiemansstraat wordt ingericht als fietsstraat.

Toegankelijkheid mensen met een handicap Het hele gebied en alle bestemmingen zijn integraal toegankelijk voor alle groepen gebruikers. Dit geldt ook voor mensen met een handicap. De wegen en paden in de nieuwe woonbuurt dienen zo ingericht te zijn dat ze ook goed begaanbaar zijn voor deze mensen. Dit betekent in eerste aanleg dat de wegen en paden vlak en obstakelvrij zijn. In het geval van hoogteverschillen worden deze overbrugd door middel van zeer geringe hellingen. Ook zijn er voldoende rustmogelijkheden voor mindervaliden. De wandelpaden rond de woonbuurt (d.w.z. in het duinlandschap) zijn niet begaanbaar voor gehandicapten. Deze zullen niet worden aangepakt in het kader van deze ontwikkeling. Eisen • De hele inrichting van het openbare terrein wordt conform het Be sluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de richtlijnen van het CROW (ASVV) en het Handboek toegankelijkheid gerealiseerd. • Alle begaanbare oppervlaktes zijn vlak en vrij van obstakels en op staande randen • Alle begaanbare oppervlaktes zijn verhard of van een gebonden halfverharding – lossen halfverharding (split, grind, schelpen, e.d.) en open verharding (zoals grasbetontegels) zijn niet toegestaan • Alle paden zijn voldoende breed voor gebruikers van rolstoelen en scootmobielen en om deze te passeren – minimaal 1,8 meter.

• •

Fiets- en wandelpaden In het gebied is het gemakkelijk, veilig en comfortabel verblijven voor voetgangers en fietsers. Fiets- en wandelpaden lopen door de woonvelden en zijn aangesloten op het bestande netwerk van paden in het duingebied en de doorgaande langzaamverkeerroutes in de bestaande woongebieden en sportcomplex Duintjesveld. Eisen • De looproutes van en naar de ingangen van de gebouwen sluiten op een logische manier aan op de doorgaande looproutes in en door het gebied en op het stedelijk voetgangersnetwerk. 45

Alle woningen zijn goed bereikbaar vanaf het voetgangersnetwerk en de doorgaande fietsroutes in het gebied en vanuit de omliggende wijken en het buitengebied. De fiets- en wandelroutes zijn onderdeel van de landschappelijke zones in de bouwvelden. Fiets- en looproutes zijn sociaal veilig: geen blinde hoeken, voldoende breed en goed verlicht.

RUIMTELIJK KADER Toegankelijkheid calamiteitendiensten Politie, ambulance en brandweer dienen te alle tijden toegang te hebben tot de openbare ruimte en de gebouwen. Het stedenbouwkundig ontwerp, het mobiliteitsplan, het ontwerp van de openbare ruimte en de gebouwontwerpen zullen beoordeeld worden door de hulpdiensten. Hieronder volgen de kaders met betrekking tot toegankelijkheid op hoofdlijnen: Eisen • Blusvoertuigen van de brandweer moeten bij de blokken met één gezinswoningen opgesteld kunnen worden op maximaal 40 meter van de meest veraf gelegen woning, gerekend vanaf de Heimans- straat. Bij alle overige gebouwtypen (appartementencomplexen, e.d.) is de afstand maximaal 10 meter van het gebouw. • Toegangswegen tot aan de opstelplaatsen voor blusvoertuigen moeten een beschikbare rijbreedte van minimaal 5 meter hebben en obstakelvrij zijn tot een hoogte van 4,20 meter. • De toegangswegen tot aan de opstelplaatsen voor blusvoertuigen moeten belastbaar zijn met een asbelasting van minimaal 11,5 ton. • De plaatselijke brandweereisen moeten worden toegepast. • Toegangen tot de entrees van gebouwen dienen altijd een vrije door gang voor brancards te hebben.

•

diensten, etc.) worden georganiseerd, zonder afwenteling op de openbare ruimte. Voertuigen voor personenvervoer kunnen te allen tijde gebruik maken van de openbare parkeerplaatsen, de privéparkeer- plaatsen (wanneer onbezet) en de openbare ruimte tussen de woningen om hun passagiers op te halen en af te zetten. Dit wordt aan de bewoners gecommuniceerd.

Autoparkeren bewoners en bezoekers Parkeren wordt zoveel als mogelijk uit het straatbeeld gehaald. Autoparkeren voor de bewoners wordt binnen de bouwvelden opgelost – op eigen terrein of in de gemeenschappelijke buitenruimte. Het is mogelijk om een deel van de parkeerplaatsen voor bewoners onder te brengen in een landschappelijk vormgegeven parkeergebouw. Bezoekersparkeren wordt opgelost op maaiveld in de openbare ruimte, langs de Heimansstraat. Hiervoor moet een strook aan de noordkant van de Heimansstraat worden vrijgehouden. Afhankelijk van de beschikbare ruimte en de benodigde hoeveelheid parkeerplekken kan hier dwars- of langsparkeren ingepast worden. De parkeernormen zoals vastgesteld in de Parkeernormennota Zandvoort (van kracht vanaf 8 juli 2021) dienen te worden nageleefd. Grondgebonden woningen Type woning Tussen/hoek woning Sociale huur Appartementen Type woning Koop, etage, duur Huur, etage, midden /goedkoop Huur, etage, sociaal

Logistiek: afvalinzameling, laden en lossen, verhuisdiensten, pakketbezorging, personenvervoer, et cetera. Naast het verkeer van bewoners en bezoekers genereert de nieuwe woonbuurt ook andere verkeersstromen zoals afvalinzameling, postbezorging, pakketleveringen en verhuizingen. Uitgangspunt is dat deze logistieke stromen zo veel mogelijk aan de randen van het plangebied worden afgewikkeld. Eisen • Verhuisdiensten dienen tot 20 meter van een (hoofd)entree te kun nen komen. • Bij elke ontwikkeling wordt aangegeven hoe de logistieke diensten (opvangen bezoek (auto en fiets), ontvangen pakketjes/ thuisbezorg 46

Parkeernorm 1,8 pp per woning 1,5 pp per woning

Bezoekersdeel 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning

Parkeernorm 1,9 pp per woning 1,3 pp per woning

Bezoekersdeel 0,3 pp per woning 0,3 pp per woning

1,2 pp per woning

0,3 pp per woning

REFERENTIEBEELD Eisen • Het aantal parkeerplaatsen (in totaal en per bouwveld) voldoet aan de gemeentelijke parkeernormen, zoals verwoord in de nota par- keernormen. • Bewonersparkeren vindt plaats aan de binnenzijde van de bouw- velden tussen de gebouwen. Dit kan op eigen terrein en/of in de gemeenschappelijke buitenruimte. • Elk bouwveld heeft ten minste één ontsluiting en hoogstens twee ontsluitingen. • De parkeerplaatsen voor bezoekers worden gerealiseerd buiten de bouwvelden – direct aan de Heimansstraat. • Door middel van een goede motivatie is het mogelijk om af te wijken van de verplichte parkeernormen. De initiatiefnemer kan ervoor kiezen om minder bewoners- en/of bezoekersparkeerplaatsen te realiseren. Dit kan alleen door middel van een gemotiveerde afwijking. Daarin doet de initiatiefnemer een concreet voorstel voor alternatief vervoer en de consequentie die dit heeft voor de woon- buurt. • De auto’s van bewoners kunnen eventueel geparkeerd worden in één of meerdere parkeergebouwen. Dit gebouw moet worden geïntegreerd in het duinlandschap. Daartoe moet het parkeervlak (min of meer) op niveau liggen met het maaiveld van de buitenruimte van het bouwveld. Het duinlandschap loopt door op het dak van het parkeergebouw. Het parkeergebouw lijkt daarmee als het ware in het duin geschoven.

• De initiatiefnemer moet bij alle parkeervoorzieningen rekening houden met de plaatsing van oplaadmogelijkheden voor elektrische auto’s.

Referentiebeeld landschappelijk parkeren – JDVF.nl, Zeist Kerckebosch Fietsparkeren Fietsparkeren is een integraal onderdeel van de ontwerpopgave. Voldoende en kwalitatief goede fietsparkeervoorzieningen zijn een belangrijke voorwaarde om fietsgebruik te stimuleren. Parkeervoorzieningen van de fietsende bezoeker moeten aantrekkelijk en in voldoende mate aanwezig zijn. Eisen • Voldaan wordt aan de fietsparkeernormen en de kwaliteitseisen fietsparkeren, zoals verwoord in de nota parkeernormen. • Fietsen van bewoners van een appartementengebouw worden ge-

47

TE DOORLOPEN PROCES

48

HOE NU VERDER? Uitvoeringsfase Tijdens de uitvoeringsfase wordt het project gerealiseerd inclusief de openbare ruimte. Binnen dit project is ervoor gekozen om de herinrichting van de openbare ruimte door de gemeente te laten uitvoeren. De gebouwen (zie spelregelkaart) worden door de ontwikkelaar gebouwd.

Zoals in hoofdstuk 1 uitgelegd volgen we de processtappen van het Zandvoorts Ruimtelijk Planproces. Met het vaststellen van het Programma van Eisen voor de Leefomgeving worden de ruimtelijke, functionele en programmatische randvoorwaarden voor het plangebied vastgelegd en wordt de definitiefase afgesloten. Na het vaststellen van het programma van eisen komen nog een aantal stappen van het vervolgproces (zie links).

Communicatie Het voorliggende PvEL wordt gedeeld met de betrokkenen van de participatie. Ook wordt het programma van eisen ter inzage gelegd voor alle inwoners van Zandvoort. Na het afronden van deze inspraakperiode wordt het PvEL aan de gemeenteraad aangeboden en vastgesteld. Gedurende de uitwerking van de verdere fasen worden bewoners en belanghebbenden via de gemeentelijke nieuwsbrief en website op de hoogte gehouden over de voortgang. Ook zullen er één of meerdere bijeenkomsten plaatsvinden om de bewoners en belanghebbenden te informeren over de uitwerking van het ontwerp van de gebouwen en de openbare ruimte. Bij de formele procedures zullen participatie en inspraak plaatsvinden.

Ontwerpfase Na vaststelling van het programma van eisen voor de leefomgeving begint de ontwerpfase. In de ontwerpfase wordt het project uitgewerkt binnen de door de gemeente vastgestelde randvoorwaarden uit het PvEL. Ook worden de vereiste onderzoeken voor de wijziging van het omgevingsplan (of andere juridisch-planologische procedure) uitgevoerd. Voorbereidingsfase In de voorbereidingsfase worden voorbereidingen getroffen om het stedenbouwkundig plan te kunnen realiseren. In principe is de voorbereidingsfase al begonnen en loopt deze op met de andere fasen. De erfpachtovereenkomst met de manege is bijvoorbeeld beëindigd per 1 januari 2023, deze beëindiging is onderdeel van deze fase. Daarnaast moet de oude manege nog worden gesloopt en de scouting moet worden verplaatst. In deze fase wordt via een tender de uitgeefbare grond aan een ontwikkelaar verkocht. Ook moeten er planologische voorbereidingen worden getroffen, bijvoorbeeld een wijziging van het omgevingsplan, het aanvragen van de omgevingsvergunning(en) en eventuele andere vergunningen. De juridisch-planologische procedures lopen via de gemeente, de ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het opstellen van de verschillende stukken. Verder moet de ontwikkelaar de bouw voorbereiden door bijvoorbeeld bestektekeningen op te stellen en voorbereiding te treffen voor het bouwrijp maken.

Deze fase is afgerond als de omgevingsvergunning(en) (bouwvergunning) onherroepelijk zijn.

49

Dit is een uitgave van gemeente Zandvoort, 6 november 2024 ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14797364/1