CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Omgevingsplan Strand

Gemeenteraad 24 januari 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsplan Strand29.253 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingsplan Strand NL.IMRO.0473.201713 64-VA01

Januari 2023 Afdeling Omgevingsbeleid

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1

Wat is dit voor plan?

5

1.2

Waarom een omgevingsplan?

7

1.3

Voor welk gebied wordt het omgevingsplan vastgesteld?

8

1.4

Welke plannen en overige regels worden in dit plan opgenomen?

9

1.5

Wat kunt u lezen in deze toelichting?

10

Hoofdstuk 2

Uitgangspunten voor dit omgevingsplan

11

2.1

Inleiding

11

2.2

Verbrede reikwijdte

11

2.3

Ambities en doelstellingen

13

2.4

Metropool Boulevard Paulus Loot

22

2.5

Transformatie standplaatsen naar kiosken

24

Hoofdstuk 3

Gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit

25

3.1

Algemeen

25

3.2

Bodem

25

3.3

Luchtkwaliteit

25

3.4

Externe veiligheid

26

3.5

Bedrijven en milieuzonering

29

3.6

Water

29

3.7

Ecologie

32

3.8

Cultuurhistorie

35

3.9

Archeologie

35

3.10

Verkeer

36

3.11

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

38

Hoofdstuk 4

Toelichting op de regels

39

4.1

Hoofdopzet

39

4.2

Artikelsgewijze toelichting

39

2

Hoofdstuk 5

Participatie

46

5.1

Participatie onder de Omgevingswet

46

5.2

Kernteam Strand

46

5.3

Samenwerken aan het omgevingsplan Strand

47

5.4

Participatiebijeenkomst in mei 2018

47

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

49

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

49

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49

6.3

Handhaving

49

Bijlagen bij toelichting

51

Bijlage 1

Toepassing Chw

52

Bijlage 2

Kaders voor omgevingsplan

58

Bijlage 3

Archeologische beleidskaart Gemeente Zandvoort

72

Regels

73

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

74

Artikel 1

Begrippen

74

Artikel 2

Wijze van meten

83

Hoofdstuk 2

Regels voor gebruik, bouwen en aanleggen

84

Artikel 3

Maatschappelijk

84

Artikel 4

Natuur - Strandreservaat

85

Artikel 5

Natuur - Zeereep

86

Artikel 6

Recreatie - Strand

88

Artikel 7

Recreatie - Strandpaviljoens

89

Artikel 8

Recreatie - Strandhuisjes

93

Artikel 9

Recreatie - Watersportcentrum

95

Artikel 10

Recreatie - Watersportvereniging

97

Artikel 11

Verkeer

99

Artikel 12

Verkeer - Verblijfsgebied

100

Artikel 13

Water

101

3

Hoofdstuk 3

Aanvullende regels voor het strand

102

Artikel 14

Algemene regels voor de fysieke leefomgeving van het strand

102

Hoofdstuk 4

Aanvullende regels voor het plangebied

104

Artikel 15

Algemene regels voor de fysieke leefomgeving voor het plangebied

104

Artikel 16

Geluidzone - circuit

106

Artikel 17

Waarde - Archeologie - 1

107

Artikel 18

Waarde - Archeologie - 2

108

Artikel 19

Waterstaat - Waterkering

109

Hoofdstuk 5

Algemene regels

110

Artikel 20

Anti-dubbeltelregel

110

Artikel 21

Algemene bouwregels

111

Artikel 22

Algemene gebruiksregels

112

Artikel 23

Algemene afwijkingsregels

113

Artikel 24

Algemene wijzigingsregels

114

Artikel 25

Algemene procedureregels

115

Artikel 26

Overige regels

116

Hoofdstuk 6

Overgangs- en slotregels

117

Artikel 27

Overgangsrecht

117

Artikel 28

Slotregel

118

4

1. Inleiding 1.1

Wat is dit voor plan?

Een omgevingsplan voor het strand van Zandvoort Zandvoort trekt jaarlijks circa 5,3 miljoen bezoekers o.a. naar het strand. Het strand vormt daarmee een belangrijk onderdeel van het toerisme en de economie van Zandvoort. Het strand kenmerkt zich door de vele verschillende activiteiten - van ontspanning tot watersport - en het groot aantal diverse gebruikers. Denk hierbij aan de strandondernemers zoals de strandpaviljoenhouders, venters, watersportaanbieders, maar denk bijvoorbeeld ook aan de veiligheidsdiensten zoals de Zandvoortse reddingsbrigade, de politie en de KNRM, bewoners en de strandbezoekers. Om alle activiteiten op het strand, de boulevard en in de zee in goede banen te begeleiden zijn er regels om de veiligheid en de (ruimtelijke) kwaliteit te borgen. De regels voor het strand zijn in de loop der jaren versnipperd geraakt over huurovereenkomsten, bestemmingsplannen, gemeentelijke verordeningen en beleidsnota's, waardoor het voor ondernemers en bewoners een onoverzichtelijk geheel is geworden en niet altijd helder is wat is toegestaan en wat verboden is. Dit vormt de belangrijkste aanleiding om voor het strand van Zandvoort een omgevingsplan op te stellen. Het omgevingsplan biedt ook kansen om in te gaan op actuele trends en ontwikkelingen op het strand en in de samenleving.

Denk hierbij aan de komst van strandbungalows bij strandpaviljoens op het noordelijke deel van het strand, maar ook ontwikkelingen zoals meerdere strandpaviljoens die in het bezit zijn van één eigenaar met als risico dat een privatisering van het strand ontstaat. In het omgevingsplan worden regels gesteld om het openbare karakter van het strand te waarborgen, zodat de bezoeker overal terecht kan en ook het gevoel heeft overal welkom te zijn. Het vigerende bestemmingsplan “Strand en Duin 2008” is bovendien ouder dan 10 jaar en daarmee planologisch verouderd. Sinds 2008 hebben diverse beleidsontwikkelingen plaatsgevonden en is er een nieuwe omgevingsvisie voor Zandvoort in voorbereiding en zijn er nieuwe trends en ontwikkelingen op het strand, die aanleiding vormen voor een actualisatie van het huidige bestemmingsplan. Waar mogelijk zijn elementen uit de omgevingsvisie verwerkt in het omgevingsplan. Met de keuze voor een omgevingsplan voor het strand wordt geanticipeerd op de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet in 2023 en wordt daarmee het huidige bestemmingsplan vervangen. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het omgevingsplan Strand van rechtswege (lees: automatisch) onderdeel uit van het omgevingsplan voor heel Zandvoort. Hiervoor is geen omzetting of speciale handeling voor vereist.

Centrale doelstelling In samenspraak met het kernteam Strand - bestaande uit bewoners, ondernemers en belangenorganisaties - wat is opgericht in het kader van het omgevingsplan Strand is de volgende centrale doelstelling geformuleerd: 5

'het gezamenlijk realiseren van een toekomstbestendig strand gericht op verduurzaming, ruimte en flexibiliteit voor ontwikkelingen en (sport-)recreatie, vereenvoudiging van de regels en een goede balans tussen toerisme en de woon- en leefbaarheid van Zandvoort.' Vanuit deze centrale doelstelling zijn diverse ambities en uitgangspunten uitgewerkt en geformuleerd voor het strand (zie hoofdstuk 2). Omgevingswet De komst van de Omgevingswet in 2023 integreert een groot deel van de wetgeving van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Met de nieuwe Omgevingswet wil het Rijk het realiseren van ruimtelijke projecten makkelijker maken. Voor de overheid door meer samenhang tussen verschillende plannen, waardoor de kaders voor projecten eenduidiger worden en initiatieven sneller kunnen worden gerealiseerd. Voor ondernemers en burgers door vergunningen, die nu nog los van elkaar worden verstrekt, in één vergunning onder te brengen. Het omgevingsplan is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Alle huidige bestemmingsplannen komen te vervallen en gaan op in een integraal omgevingsplan voor de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied. Het omgevingsplan leidt tot een meer integrale aanpak, formulering, inhoud en doorwerking van het plan. Zo is er bijvoorbeeld de mogelijkheid tot opname van lokale verordeningen in het omgevingsplan.

Alle gemeentelijke regels bij elkaar zetten dwingt tot een goede onderlinge afstemming en leidt tot deregulering. Voor de bewoner en ondernemer is dit ook prettig, omdat alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving voor het strand dan in één document kunnen worden teruggevonden. Voor bewoners wordt via overzichtelijke regelgeving gestreefd naar een goede balans tussen het woon- en leefklimaat en de horeca en recreatieve activiteiten op het strand. Dit biedt ook meer duidelijkheid en sluit goed aan bij de ambities om tot een flexibele en toekomstgericht beleid en regelgeving voor het strand van Zandvoort te komen. Het omgevingsplan Strand is formeel een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Omdat de Omgevingswet nog niet in werking is getreden kan er formeel gesproken nog geen omgevingsplan worden opgesteld als bedoeld in die wet. De huidige Crisis- en herstelwet biedt echter de mogelijkheid om vooruitlopend op de Omgevingswet een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op te stellen. Waar een (regulier) bestemmingsplan normaal gesproken alleen regels over de ruimtelijke ordening mag bevatten, mag een 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' meer bevatten, namelijk alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Daarnaast mag een dergelijk plan ook andere typen instrumenten gebruiken dan een regulier bestemmingsplan.

Het gaat dan bijvoorbeeld om een 'meldingsplicht' of een 'omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit'. Dit plan is daarmee een omgevingsplan vooruitlopend op de Omgevingswet maar nog niet een omgevingsplan conform de Omgevingswet. Om vooruit te kunnen lopen op de Omgevingswet heeft Zandvoort een pilot status verkregen onder de Crisis- en herstelwet.

6

Crisis- en herstelwet - bestemmingsplan met verbrede reikwijdte De pilotstatus biedt o.a. de volgende mogelijkheden om een bestemmingsplan te maken met een verbrede reikwijdte:  beleidsstukken en verordeningen voor de fysieke leefomgeving te integreren in het omgevingsplan;  door het integreren van regels voor het strand te werken aan deregulering;  ruimte te bieden aan initiatieven vanuit de samenleving en zelfregulering. De Crisis- en herstelwet (Chw) bevat een regeling die voor een belangrijk deel tegemoet komt aan de wens om een bredere, integrale regeling te maken waarbij ook meer ruimte is voor het zoveel als mogelijk samenbrengen van de regels voor het strand en deze op een zodanige wijze vorm te geven dat deze bijdragen aan de veiligheid, gezondheid en een goed werk-, woon- en leefklimaat op en nabij het strand voor ondernemers, werknemers, bezoekers en inwoners. Dit is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (artikel 2.4 Chw en artikel 7c en 7w Besluit uitvoering Chw). Op grond van deze regeling geldt onder andere een verlengde planperiode van 20 jaar, kunnen regels worden opgesteld over het gehele domein van de fysieke leefomgeving en kan een verzoek om vergoeding van schade pas worden ingediend nadat een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend of wanneer een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit wordt verleend.

Deze regeling biedt daarmee ook de mogelijkheid om voor te sorteren op de nieuwe Omgevingswet. In Bijlage 1 van dit plan is een overzicht opgenomen van de wijze waarop de gemeente met dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gebruik maakt van de mogelijkheden die de Crisisen herstelwet aan de gemeente biedt.

1.2

Waarom een omgevingsplan?

Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet treedt waarschijnlijk in 2023 in werking. De omgevingswet biedt de mogelijkheden die aansluiten bij de doelstellingen van Zandvoort om de regels voor de fysieke leefomgeving die er zijn voor het strand van Zandvoort te bundelen in één plan. Zandvoort heeft daarom een aanvraag gedaan bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken om in aanmerking te kunnen komen als pilot in het kader van de Crisis- en herstelwet en een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op te stellen. Een dergelijk bestemmingsplan is een belangrijke stap op weg naar het toekomstige omgevingsplan en sluit goed aan bij de ambities van Zandvoort om tot een flexibel, toekomstgericht en integraal beleid en regelgeving voor het strand te komen. Op weg naar een omgevingsplan Zoals aangegeven is het plan voor het strand nog geen omgevingsplan op basis van de Omgevingswet. Binnen de ruimte die de Chw biedt is het plan al zoveel mogelijk opgesteld 'in de geest van de Omgevingswet'. Er zijn keuzes gemaakt welke regels voor de fysieke leefomgeving in het ontwerp zijn opgenomen, welke onderwerpen later in dit plan kunnen 7

worden toegevoegd en welke thema's pas aan de orde (kunnen) komen wanneer sprake is van een formeel omgevingsplan onder de Omgevingswet. In dit ontwerp zijn op basis van de Chw verschillende regelingen samengevoegd in één plan. De basis bestaat uit het vastleggen van de toegestane activiteiten en bouwmogelijkheden die grotendeels gebaseerd zijn op de bestaande regelgeving, maar waarbij de regels wel afgestemd zijn op de actualiteit van het beleid en de ontwikkelingen op en rond het strand. Daarnaast zijn er verschillende bestaande beleidsdocumenten en regelingen die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving die zijn opgenomen in dit plan, om zo op één plek de verschillende regelingen inzichtelijk te maken. Dit geldt onder andere voor (delen van) de APV en het welstandsbeleid.

1.3

Voor welk gebied wordt het omgevingsplan vastgesteld?

Het omgevingsplan Strand beslaat het gehele strand van Zandvoort, de duinreep en de aangrenzende boulevard en een deel van de Noordzee. Voor de herinrichting van de boulevard (Metropool boulevard) is een (separaat) project opgestart voor een gefaseerde ontwikkeling. Fase 1 van het project (het zuidelijk deel van de boulevard) is nagenoeg volledig uitgewerkt en hiermee is rekening gehouden in het omgevingsplan (zie paragraaf 2.4 voor een uitgebreide beschrijving van het project). Voor de volgende fases van dat project zal een aparte ruimtelijke procedure worden doorlopen, indien dit noodzakelijk blijkt te zijn. Voor het duingebied (lees: natuurgebied “Kennemerland Zuid”) dat onderdeel uitmaakt van het huidige bestemmingsplan “Strand en Duin” wordt een apart bestemmingsplan (of omgevingsplan) opgesteld. Ten slotte is het noemenswaardig dat de twee locaties in de duinreep thans bekend als het 'Beach House Hotel' en 'Bernie's Beach', die nu onderdeel zijn van het bestemmingsplan “Circuitgebied”, niet worden meegenomen in het omgevingsplan. Reden hiervoor is dat er nog geen uitgewerkte plannen zijn voor deze betreffende locaties. Wel is de gemeente in gesprek met beide partijen.

8

Figuur 1.1 Plangrens Omgevingsplan Strand

1.4

Welke plannen en overige regels worden in dit plan opgenomen?

Bestemmingsplannen Met dit omgevingsplan worden (delen van) de volgende bestemmingsplannen vervangen:  Strand en Duin (vastgesteld 27-11-2008)  Partiele herziening Strand en Duin (vastgesteld 11-09-2012)  Partiele herziening Strand en Duin (vastgesteld 16-12-2014)  Middenboulevard 2009 (vastgesteld 29-09-2009)  Boulevard Noord 2009 (vastgesteld 24-03-2009)  Circuitgebied 2005 (vastgesteld 27-09-2005) De hiervoor genoemde bestemmingsplannen vormen de basis voor het huidige, legale gebruik in dit omgevingsplan. 9

Beleidsregels en verordeningen In het kader van de verbrede reikwijdte van het omgevingsplan vormen de volgende beleidsregels en verordeningen de verdere invulling van het omgevingsplan:  Algemene Plaatselijke Verordening Zandvoort (beperkt aantal regels)  Welstandsnota Gemeente Zandvoort 2017 (criteria m.b.t. strandpaviljoens en strandhuisjes)  Omgevingsvisie Zandvoort (oktober 2021)  Toeristische visie 2017  Economische Visie 2019  Sportnota 2017+  Beleidsregel strandbungalows 2016  Nota vent- en standplaatsen 2014  Nota Watersportzonering 2020  Evenementenbeleid 2006  Nota Geluid en Horeca 2002 (inclusief wijzigingsbesluit in 2019)  Nota Voertuigen op het Strand 2017  Nota Vaartuigen op het Strand 2007  Beleidsregels Particuliere Markten 2019  Regionale Nota Gezondheidsbeleid 2021-2028  Lokaal Preventieakkoord

1.5

Wat kunt u lezen in deze toelichting?

In deze toelichting gaan wij in de verschillende hoofdstukken in op: Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6

Uitgangspunten voor dit omgevingsplan Gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit Toelichting op de regels Participatie Uitvoerbaarheid

10

2. Uitgangspunten voor dit omgevingsplan 2.1

Inleiding

Het omgevingsplan is een van de belangrijkste instrumenten die de gemeente heeft om sturing te geven aan ontwikkelingen, om kansen te benutten en om de kenmerkende waarden en kwaliteiten van het gebied te beschermen en te behouden. Het omgevingsplan is daarom gestoeld op heldere ambities en dient uitvoerbaar en handhaafbaar te zijn. Er moet sprake zijn van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Dat wil zeggen dat alle belangen op een evenwichtige wijze zijn gewogen en dat in voldoende mate rekening is gehouden met de geldende beleidskaders en van toepassing zijnde wet- en regelgeving. De gemeente heeft een Nota van Uitgangspunten opgesteld die de basis vormt voor dit omgevingsplan1 In deze nota zijn de ambities en uitgangspunten voor dit plan geformuleerd. Deze punten bieden houvast bij het geven van ruimte voor ontwikkelingen en borgen tegelijkertijd de kwaliteiten van de fysieke leefomgeving en zijn vertaald in dit omgevingsplan. In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor dit omgevingsplan besproken.

2.2

Verbrede reikwijdte

In het vorige hoofdstuk is gesproken over de verbrede reikwijdte van het omgevingsplan ten opzichte van een regulier bestemmingsplan. In deze paragraaf wordt nader beschreven welke juridische mogelijkheden gebruikt zijn om tot dit omgevingsplan voor het strand te komen. Fysieke leefomgeving Het omgevingsplan Strand leidt tot een meer integrale aanpak, formulering, inhoud en doorwerking van het plan en tot een verbreding van de werkwijze. De verbreding van de reikwijdte - van een 'goede ruimtelijke ordening' naar 'fysieke leefomgeving' betekent onder meer dat milieuaspecten in het plan kunnen worden gereguleerd en dat maatregelen voor natuur, verkeer en evenementen rechtstreeks in het plan kunnen worden opgenomen. Ook kunnen er regels worden opgenomen over onder andere het waarborgen van de veiligheid op het strand, duurzaamheid en het beschermen van de gezondheid en leefbaarheid in de omgeving.

11

Faseren van onderzoek Aan globale bestemmingsplannen zijn vaak hoge onderzoekslasten verbonden, doordat deze plannen meerdere mogelijkheden bieden waarop een gebied ingevuld kan worden. Dat maakt het bij reguliere bestemmingsplannen op dit moment vaak noodzakelijk om meerdere uitvoeringsvarianten te onderzoeken. De vraag of een functie kan worden gerealiseerd (de 'of-vraag') en de manier waarop het gebied precies wordt ingevuld (de 'hoe-vraag') moeten in dat geval tegelijkertijd worden beantwoord. Het omgevingsplan biedt de mogelijkheid om dit probleem aan te pakken. Zo kan het omgevingsplan verschillende functies aan een locatie toedelen, waarbij nog geen gedetailleerd onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. In het omgevingsplan wordt duidelijk of een functie ergens is toegestaan (de of-vraag) en aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan. Pas als zich een concreet initiatief aandient kan onderzoek plaatsvinden naar de precieze invulling (de hoe-vraag). Planperiode van 20 jaar De wettelijke vastgestelde plantermijn van 10 jaar vormt nu vaak een belemmering. Plannen stranden, omdat niet aannemelijk kan worden gemaakt dat de ontwikkelingen, waarin het bestemmingsplan voorziet, binnen 10 jaar gerealiseerd kunnen worden.

Het omgevingsplan voor het strand kent straks een looptijd van 20 jaar, dat net dat extra steuntje in de rug kan geven om de uitvoerbaarheid wel aannemelijk te maken. De regering vindt dat het niet bij uitnodigingsplanologie past dat in een omgevingsplan opgenomen functies binnen een bepaalde termijn daadwerkelijk moeten worden verwezenlijkt. Onder de Omgevingswet geldt dat het omgevingsplan een dynamisch plan is dat tussentijds kan worden gewijzigd en geldt er dus geen actualisatieplicht meer. Dit brengt als voordeel met zich mee dat het omgevingsplan op onderdelen kan worden gewijzigd. Hiervoor hoeft dan niet een compleet nieuw omgevingsplan te worden opgesteld. Meldingsplicht Het omgevingsplan strand zal met het oog op vermindering van regeldruk en administratieve lasten voor bepaalde activiteiten een meldingsplicht bevatten. Activiteiten zijn dan toegestaan, mits initiatiefnemers dit vooraf melden. Dit instrument biedt de gelegenheid om ruime en flexibele kaders te stellen met behoud van controle en sturingsmogelijkheden. Deze kaders zijn bij uitstek geschikt voor het faciliteren van (kleinschalige) gebruiksactiviteiten en beperkte wijzigingen bij een strandpaviljoen, zoals het verplaatsen van vergunde bouwwerken, zoals terrasschotten en vlaggenmasten.

Flexibiliteit met beleidsregels Het omgevingsplan kan open normen bevatten die door de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders worden uitgewerkt in beleidsregels. Deze constructie biedt flexibiliteit, doordat wijzigingen in beleid los van het omgevingsplan kunnen worden vastgesteld. Hiermee kan sneller worden ingespeeld op maatschappelijke behoeftes en ontwikkelingen. In het kader van het omgevingsplan Strand is een regeling opgenomen met een verwijzing naar het beleid voor strandbungalows en evenementen.

12

2.3

Ambities en doelstellingen

Een goede aanpak en de sleutel tot succes voor het omgevingsplan begint bij het afbakenen van de doelstellingen en het formuleren van de ambities voor het strand. Deze ambities en uitgangspunten zijn geformuleerd in de Nota van Uitgangspunten. Ze komen voort uit de input van bewoners, ondernemers en belangenverenigingen en zijn daaropvolgend verder uitgewerkt in samenwerking met het kernteam Strand (zie hoofdstuk 5 over participatie). De ambities en uitgangspunten zijn onderverdeeld in een aantal thema's:  Ruimtelijke ontwikkelingen  Toerisme, sport & economie  Duurzaamheid  Kustveiligheid  Woon- en leefbaarheid omgeving In zijn algemeenheid kan worden meegegeven dat het omgevingsplan Strand geen grootschalige (en complexe) ontwikkelingen mogelijk maakt, zoals bijvoorbeeld de aanleg van een haven of pier. Ook vindt er geen uitbreiding plaats van het aantal strandpaviljoens en vinden er geen grote verruimingen plaats van de bouwmogelijkheden op het strand. 2.3.1 Ruimtelijke ontwikkelingen In het omgevingsplan zijn diverse ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen (deze worden hieronder beschreven). Het merendeel van deze ruimtelijke ontwikkelingen zijn afkomstig van de bewoners, ondernemers en belangenorganisaties. Daarnaast hebben een aantal ontwikkelingen betrekking op al reeds lopende gemeentelijke projecten.

Strandbungalows Eind 2016 heeft het college een beleidsregel vastgesteld om de realisatie van strandbungalows mogelijk te maken, mits voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden. Initiatiefnemers kunnen op basis van dit beleid een aanvraag om een omgevingsvergunning indienen om af te wijken van het bestemmingsplan. In dit plan is een regeling opgenomen om strandbungalows bij strandpaviljoens op het noordelijke deel van het strand toe te staan, mits wordt voldaan aan het geldende beleid voor strandbungalows. Belangrijk uitgangspunt van dit beleid is dat de strandbungalows ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie (lees: het strandpaviljoen). Bedrijfsafval en opslag In het huidige bestemmingsplan Strand en Duin is vastgelegd dat er 1 meter respectievelijk 8 meter vrij moet zijn van bebouwing tussen de duinvoet en het strandpaviljoen in verband met kustveiligheid en de regels van de waterbeheerders3. Inmiddels is de verplichte de afstand van 1 meter tussen de duinvoet en de bebouwing van seizoensgebonden strandpaviljoens losgelaten door de waterbeheerders. In de praktijk worden de bedrijfsafvalcontainers en de opslag in zeecontainers op verschillende manieren geplaatst tussen de duinvoet en het strandpaviljoen, hetgeen het aanblik van het strand vanaf de boulevard niet altijd ten goede komt.

Zo kiest de ene ondernemer ervoor om netten te plaatsen over de containers en kiest de andere ondernemer ervoor om de containers vrij en verspreid te plaatsen achter het strandpaviljoen of in sommige gevallen aan de zijkant. 13

In dit plan is de verplichting opgenomen dat bedrijfsafval- en opslagruimtes inpandig in de gebouwen van het strandpaviljoen moeten worden gerealiseerd, zodat er sprake is van een alzijdig strandpaviljoen. Het plaatsen van zeecontainers wordt uitgesloten, tenzij de zeecontainers zijn geïntegreerd in het gebouw. Deze regeling geldt voor nieuw op te richten strandpaviljoens, waarvoor een (nieuwe) omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Hiermee worden de eisen voor een nieuw op te richten strandpaviljoen verhoogd, waarmee de kwaliteit en de ruimtelijke uitstraling op het strand en vanaf de boulevard bezien wordt verbeterd. Daarnaast is het toegestaan dat bedrijfsafvalcontainers en opslagruimtes halfverdiept mogen worden geplaatst. Deze regeling is bedoeld om een verbeterd aanblik te bewerkstelligen bij bestaande strandpaviljoens. Dit mag nu al op basis van het beleid het Hoogheemraadschap van Rijnland, maar mocht nog niet vanuit het huidige bestemmingsplan. Ter verduidelijking wordt opgemerkt dat het bovenstaande geen betrekking heeft op prullenbakken en afvaleilanden e.d. die bedoeld zijn voor bezoekers en op meerdere plekken en verspreid op een strandperceel staan. Sporttoestellen, kunstwerken en reclame-uitingen In de zeereep staan diverse bouwwerken zoals sporttoestellen, kunstwerken en reclame-uitingen.

De twee eerstgenoemde bouwwerken hebben een plek gekregen in dit omgevingsplan. Ten aanzien van de reclame-uitingen is geconstateerd dat er een aantal in strijd zijn met de voorschriften van het huidige bestemmingsplan (al dan niet tot stand gekomen via een vergunning). In dit plan is een flexibele regeling opgenomen voor reclame-uitingen, waarin reclame-uitingen die afwijken van de voorgeschreven bouwregels voorgelegd kunnen worden aan het Kwaliteitsteam Kust. Bij een positief advies van het Kwaliteitsteam Kust kan er medewerking worden verleend op basis van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Hiermee ontstaat er meer flexibiliteit voor ondernemers om een reclame-uiting met een eigen (unieke) identiteit te plaatsen in de zeereep. Voor reclame-uitingen blijft dus ook een regeling bestaan met vaste maatvoering. Bij het bepalen van de maten voor reclame-uitingen is rekening gehouden met het ontwerp van de Boulevard Paulus Loot. Plankier/wandelpromenade Ten behoeve van de bereikbaarheid en de mobiliteit op het strand van Zandvoort voor o.a. mindervaliden en gezinnen met kinderwagens is de wens geuit om een plankier c.q. wandelpromenade aan te leggen op het strand. In dit plan is een regeling opgenomen die plankieren op het (gehele) strand toestaat op basis van een integraal en concreet uitgewerkt plan.

Het is aan de strandondernemers om hier een gezamenlijk plan voor in te dienen. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol en fungeert als gesprekspartner voor de ondernemers. Reddingspost Zuid Voor post Zuid (“Ernst Brockmeier”) van de Zandvoortse reddingsbrigade zijn plannen in voorbereiding voor het slopen van de huidige reddingspost in de zeereep en een nieuwe 14

reddingspost te bouwen op het strand. Voor deze ontwikkeling wordt een aparte ruimtelijke procedure op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht doorlopen. Uitbreiding aantal jaarrondlocaties Verspreid over het strand van Zandvoort staan sinds 2009 een vijftal jaarrondpaviljoens en één jaarrond watersportvereniging. Daarnaast staan er gedurende het zomerseizoen 30 seizoensgebonden strandpaviljoens op het strand. Eind 2016 is een evaluatie opgestart om de economische betekenis van de jaarrondpaviljoens in beeld te brengen en tevens om de vraag te beantwoorden of een mogelijke uitbreiding van het aantal jaarrondpaviljoens kan rekenen op maatschappelijk draagvlak en of dit economisch haalbaar is. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een evaluatierapport dat op 29 januari 2019 door de gemeenteraad van Zandvoort is vastgesteld (2018/261162). Op basis van het evaluatierapport - en het maatschappelijk en economisch onderzoeksrapport van Decisio - heeft de gemeenteraad van Zandvoort besloten om een tweetal locaties (kavels) op het noordelijke deel van het strand onder voorwaarden aan te wijzen als jaarrondlocatie. Het betreft de locaties Strandafgang Barnaart nr. 33 en nr. 40. Deze locaties zijn in dit plan opgenomen als nieuwe jaarrondlocaties middels een specifieke aanduiding.

De (ruimtelijke) afweging en onderbouwing hiervan is gelegen in hiervoor genoemd evaluatierapport van 29 januari 2019. De locatie van Strandafgang Barnaart 33 is opgenomen als jaarrondpaviljoen wat hoofdzakelijk gericht is op zakelijke (bedrijfs)activiteiten en congressen en waar ondergeschikte horeca is toegestaan. De realisatie van een jaarrondpaviljoen op deze locatie, dient integraal onderdeel uit te maken van de herontwikkeling van het gebouw in de zeereep (thans bekend als Bernie's Beachclub) om te borgen dat dit deel van het strand en de boulevard wordt voorzien van een kwalitatieve impuls. Ten aanzien van de locatie van strandperceel nr. 40 is overwogen dat het economisch en maatschappelijk onderzoeksrapport van Decisio in 2019 heeft geleid tot een besluit van de raad om het aantal jaarrond horeca-paviljoens in beginsel niet uit te breiden, omdat er geen marktruimte is voor extra jaarrond horeca-paviljoens in de winterperiode en er al sprake is van enige concurrentie voor de horeca in het dorp en het niet wenselijk is om de concurrentieverstoring met het dorp verder te vergroten. Ook is er beperkt draagvlak onder bewoners en ondernemers voor extra jaarrond horeca-paviljoens. Een uitzondering hierop betreft de locatie van strandperceel nr. 40, welke grenst aan het strand van Bloemendaal.

Uit het onderzoek van Decisio kwam naar voren dat deze locatie vooral moest worden bekeken in relatie tot de situatie rond het paviljoencluster in Bloemendaal. Met de aanwijzing van deze locatie als jaarrondpaviljoen wordt de concurrentie met het dorp niet vergroot vanwege de afstand ten opzichte van het centrum van Zandvoort en de overige vijf jaarrond horeca-paviljoens. Ondergronds bouwen en NAP Het huidige bestemmingsplan Strand en Duin schrijft voor dat er niet ondergronds gebouwd mag worden op het strand en dat elke bebouwing dient te worden gerealiseerd tussen 4,5 en 5,5 meter NAP. Deze regeling is in het leven geroepen om te voorkomen dat zandbanketten waarop de strandpaviljoens staan - niet kunstmatig worden opgehoogd, waardoor een 15

strandpaviljoen op boulevardniveau kan worden gerealiseerd. Hiervoor is echter een ondergrens van 4,5 meter NAP niet noodzakelijk. Door deze eis los te laten kan een strandpaviljoen worden gerealiseerd op het niveau van het strand (zonder kunstmatige ophoging). Daarnaast is er door de ondernemers de wens geuit om ondergrondse bebouwing in de vorm van een kelder ten behoeve van bijvoorbeeld een magazijn (opslag) toe te staan. Vanuit gemeentelijk perspectief bestaan hier geen bezwaren tegen, omdat de ondergrondse bebouwing niet zichtbaar is en in het verlengde daarvan geen negatieve effecten heeft op de kwaliteit van de leefomgeving en bijdraagt aan een verbeterd ondernemersklimaat. Het huidige beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland en Rijkswaterstaat staat volledige ondergrondse bebouwing (nog) niet toe. Omdat het beleid in de toekomst wel kan wijzigen, wordt de mogelijkheid tot ondergrondse bebouwing wel al meegenomen in het omgevingsplan. 2.3.2 Toerisme, sport en economie Het toerisme is de levensader van Zandvoort en er bestaat dan ook urgentie om deze van impulsen te voorzien. De gemeente Zandvoort wil de toeristische-economische aantrekkelijkheid van het strand van Zandvoort behouden en versterken. Hierbij ligt de focus op het creëren van stedelijk (of stads) aanbod.

Oftewel een kwalitatief en divers jaarrondaanbod voor horeca, retail, evenementen en verblijfsaccommodaties. Daarnaast wordt de focus gelegd op de Metropoolregio Amsterdam. Samen met betrokken partijen probeert de gemeente de het merk 'Zandvoort, beachforamsterdam' te versterken door aandacht te besteden aan 'branded events' en het binnenhalen en bedienen van (inter)nationale merken die hun (tijdelijke) initiatief in Zandvoort willen ontplooien. Vanzelfsprekend met het uiteindelijke doel om vernieuwend aanbod te creëren en het bestaande aanbod te verbeteren. Om de toeristische-economische aantrekkelijkheid daadwerkelijk te vergroten, worden verschillende activiteiten opgenomen in het omgevingsplan. Ook zijn er een aantal regels opgenomen voor het waarborgen van de kwaliteit voor de directe leefomgeving. Het is ook van belang om de richtlijnen voor watersportactiviteiten te verduidelijken. In dit omgevingsplan is een watersportzonering opgenomen voor watersportactiviteiten gebaseerd op de Nota Watersportzonering 20205. Daarnaast zijn sportpaviljoens, The Spot en de Watersportvereniging Zandvoort, voorzien van een eigen bestemming. Dit sluit ook aan bij de landelijke standaard van bestemmen om een onderscheid te maken tussen horeca- en sportpaviljoens.

DNA van Zandvoort De provincie Noord-Holland is in 2013 gestart met het project 'Identiteit Kustplaatsen' om de kwaliteit van het aanbod van de Noord-Hollandse kust te versterken en zo nieuwe doelgroepen aan te trekken. Dit omdat het bestaande aanbod van de kustplaatsen destijds nauwelijks onderscheidend was. In dit project is de identiteit van Zandvoort ontrafeld. Aan de hand van de identiteit van Zandvoort is het merk 'Zandvoort, beachforamsterdam' ontwikkeld. Dit merk sluit aan bij de volksaard van de badplaats en wordt gebruikt om Zandvoort te vermarkten . Het merk staat symbool voor het Zandvoort van de toekomst: dé gemeente die (tijdelijke) initiatieven stimuleert en faciliteert en zich als een kameleon continu kan aanpassen aan de behoefte van de bezoekers. Daarbij past het denken in (kortlopende) 16

formules voor retail, horeca en evenementen. Oftewel When it's hot, it's here! Jaarrond, dus zowel in het drukke zomerseizoen als daarbuiten. Pop Up-activiteiten De gemeente voert actief acquisitie om (inter)nationale merken te verleiden om hun tijdelijke initiatief in Zandvoort te ontplooien. Voorbeelden van succesvolle Pop Up-activiteiten zijn de Pop Up-store van Tommy Hilfiger die in 2018 op het strand stond en de 'Beach Truck' van Grohe die in 2019 op de boulevard stond. Door samenwerking met lokale (strand)ondernemers wordt het bestaande aanbod van Zandvoort (tijdelijk) versterkt. Ook heeft de communicatie vanuit het merk (en de associatie met Zandvoort) bijgedragen aan het positieve imago van Zandvoort.

Evenementen Zandvoort is van oudsher een evenementendorp en probeert evenementen dan ook zoveel mogelijk te stimuleren en faciliteren. Om de economische claim 'beachforamsterdam' te versterken, voert de gemeente actief acquisitie om (beeldbepalende) evenementen aan te trekken die aansluiten bij de identiteit van Zandvoort. Zo ook op het strand. Het strand en boulevard zijn immers één van de evenementenlocaties van Zandvoort. Voorbeelden van (beeldbepalende) evenementen die op het strand en boulevard plaatsvinden zijn de Red Bull Megaloop, de Circuitrun en Zandvoort Alive. Voor evenementen is in het omgevingsplan een open norm opgenomen, waarbij de uitleg van deze bepaling afhankelijk is gesteld van de beleidsregel ‘Evenementenbeleid 2006’. Indien dit beleid wijzigt, geldt dat voldaan moet worden aan het gewijzigde beleid. Watersport De gemeente draagt de watersport een warm hart toe en probeert waar nodig te faciliteren en te stimuleren. Om de watersport veilig en beheersbaar te houden zijn er de afgelopen jaren verschillende regels opgesteld voor watersportactiviteiten van Zandvoort. Zowel in het Bestemmingsplan Strand en Duin als in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zijn regels opgenomen. Omdat de populariteit van de watersport blijft groeien, wil de gemeente watersporters op een veilige en verantwoorde manier meer ruimte bieden.

Na een uitgebreid participatietraject is gekomen tot een nieuwe watersportzonering die beter aansluit bij de behoeften en wensen van de strandgebruikers. De opgave was om te komen tot een watersportzonering die eenvoudig en handhaafbaar is, die bijdraagt aan de veiligheid op het strand en op zee en rekening houdt met de andere gebruikers van het strand. Dit heeft geresulteerd in de Nota Watersportzonering 2020 en een aanpassing van de APV. De nieuwe watersportzonering wordt niet fysiek weergegeven op de verbeelding in verband met de 17

bevoegdheid van het college om de zonering te wijzigen. Het is vanuit praktisch oogpunt ongewenst om bij elke wijziging van de zonering het omgevingsplan te moeten aanpassen. De provincie Noord-Holland heeft in haar Visie Waterrecreatie Zandvoort aangewezen als durfspotlocatie. Een durfspotlocatie is een plek waar ruimte wordt geboden voor extreme wind- en watersporten. In het verlengde daarvan is in het Raadsprogramma Zandvoort 2018-2022, de Sportnota 2017+ en de Economische Visie 2019 de wens geuit voor een jaarrond water(top)sportcentrum. Er wordt de komende jaren onderzocht of er een water(top)sportcentrum in Zandvoort kan worden gerealiseerd in samenwerking met ondernemers en (water)sportaanbieders. In het Omgevingsplan worden de beoogde durfsportlocaties opgenomen met een specifieke aanduiding, zodat enerzijds uitvoering wordt gegeven aan de provinciale visie en anderzijds watersport in Zandvoort kan worden versterkt. In dat kader is ook onderzocht of er uitbreidingsruimte kan worden gecreëerd voor de twee officiële watersportlocaties The Spot en de Watersportvereniging, bijvoorbeeld door uitbreiding van de bebouwde oppervlakte. Voor de watersportvereniging geldt dat in het verleden een extra 100 m² aan bebouwde oppervlakte is vergund. Dit is verwerkt in de planregels. Verdere uitbreidingsmogelijkheden worden niet mogelijk gemaakt in dit omgevingsplan.

2.3.3 Duurzaamheid Een belangrijk deel van het op dit moment geldende omgevingsrecht is voortgekomen uit de behoefte het lokale milieu en de burger te beschermen tegen hinder en verontreiniging. De sterke economische groei die tijdens de vorige eeuw is ingezet, bleek door de gehanteerde sectorale regelgeving over het algemeen voor het milieu beheersbaar. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is de kwaliteit van de leefomgeving sinds 1990 toegenomen, hetgeen overigens een continue inspanning vergt. Echter, bovenlokale gevolgen zijn zeker niet op alle fronten onder controle, zoals het tegengaan van klimaatverandering en het behoud van biodiversiteit. De Omgevingswet verankert dan ook het principe dat als er ontwikkelingen plaatsvinden, deze ontwikkelingen duurzaam moeten zijn. Het begrip "duurzame ontwikkeling" is in de begrippenlijst (in bijlage 1 van de Omgevingswet) gedefinieerd: "ontwikkeling die voorziet in behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoefte te voorzien in gevaar te brengen". Duurzaamheid gaat daarbij om een breed begrip en vraagt om rekening te houden met relaties tussen menselijk handelen en de (sectorale) kwaliteiten die gezamenlijk de fysieke leefomgeving vormen. Aan de hand van onderstaande maatregelen wordt verduurzaming van het strand gestimuleerd en gefaciliteerd in het omgevingsplan.

Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is een breed thema waar uiteenlopende opgaven onder geschaard kunnen worden, van wateroverlast tot hittestress en slappe bodem. Klimaatverandering leidt in Nederland tot hogere tempraturen, een toename van het aantal droge periodes en het aantal piekbuien in de zomer. Het leidt ook tot meer langdurige regenval in de winter. Dit heeft een 18

directe relatie met de leefbaarheid van wijken en de betaalbaarheid van wonen en andere functies. Klimaatadaptatie is daarom een essentieel onderdeel van een toekomstbestendig Nederland. Veel maatregelen in het kader van klimaatadaptatie hangen samen met ingrepen in de waterhuishouding en het zorgen voor waterberging. Waterwetgeving, waarvan het waterschap het bevoegd gezag vormt, is daarom van belang en regelt bijvoorbeeld het beheer van oppervlakte- en grondwater. Voor bebouwing op het strand en in de directe omgeving is veelal een watervergunning vereist op grond van de Waterwet. Hiermee wordt de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening geborgd. In het kader van de ontwikkeling van de Metropool Boulevard Paulus Loot (zie paragraaf 2.4) en de toekomstige herontwikkeling van de overige delen van de boulevard is in het bijzonder aandacht voor een duurzame inrichting en gebruik. De verharding wordt gereduceerd en de overmaat wordt ingezet voor groen. Meer groen zorgt dat regenwater in de bodem kan wegzakken, geeft verkoeling in de zomer en schept ruimte voor flora en fauna. Het omgevingsplan faciliteert hierin door het mogelijk maken van groenvoorzieningen op en rondom de boulevard. Energietransitie De energietransitie zal de wereld veranderen. Zonneweides, windmolens en biomassa gaan op het platteland ruimte innemen.

Zo komen er steeds meer zonnepanelen en energie-opslaginstallaties. Stad en platteland zullen elkaar hard nodig hebben om de transitie waar te kunnen maken. Energietransitie is een doel, neergelegd in het Klimaatakkoord 2020-2050 van Parijs, om van fossiele brandstoffen (olie, aardgas, steenkolen etc.) naar volledige duurzame energiebronnen (zoals zonne- en windenergie) over te stappen. Eén van de doelen van de Omgevingswet is dat gemeenten meer regie krijgen bij de energietransitie. Door in het omgevingsplan nu al rekening te houden met de effecten van de energietransitie en hier slim op te anticiperen, kan de gemeente een stimulerende rol vervullen. Het omgevingsplan voor het strand zal worden gebruikt om het duurzaam opwekken, opslag en levering van energie toe te staan, mits voldaan wordt aan vooraf bepaalde voorwaarden. Denk bijvoorbeeld aan het toestaan van een ondergrondse WKO-installatie (Warmte-koude opslag), mini-windturbines en zonnepanelen. GPR In de omgevingsvisie van Zandvoort is op het gebied van duurzaamheid de volgende ambitie geformuleerd: “We werken samen aan een groene en toekomstbestendige leefomgeving met meer ruimte voorgroen, water en biodiversiteit.” Om een toekomstbestendig strand en strandpaviljoens te hebben is er een hoog ambitieniveau wat wordt nagestreefd op het vlak van duurzaamheid.

Tegelijkertijd is er een benchmark verricht naar andere gemeenten die ook GPR gebruiken als meetinstrument voor duurzaam bouwen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat een overall GPR-score van 7,0 (financieel) realistisch is en goed aansluit bij de duurzaamheidsambities van de gemeente. 19

Voor nieuw te bouwen strandpaviljoens worden verplichtingen opgenomen om een duurzaam gebouw te realiseren met een GPR-score van minimaal 7,0. Dit GPR-instrument behandelt zowel People, Planet als Profit en sluit daarmee ook aan op de duurzaamheidsvisie van de gemeente. GPR Gebouw is verder voor iedereen makkelijk toegankelijk via internet. Daarnaast is het een Nederlandstalig instrument en is het een instrument waarmee duurzaam bouwen makkelijk kwantificeerbaar wordt. GPR Gebouw biedt daarnaast keuzevrijheid voor de ontwikkelaar, die kan zelf kiezen welke maatregelen hij neemt om duurzaam te bouwen, dit voorkomt discussies over specifieke maatregelen. Het gebruik van GPR Gebouw vergt verder weinig tijd en kosten. Inmiddels wordt door meer dan 150 gemeenten en een hoog aantal ontwikkelaars gewerkt met GRP als meetinstrument. Binnen het lopende traject van de evaluatie van de huurovereenkomsten voor de strandondernemers zal worden bezien of een korting op de huursom denkbaar is, bij het behalen van bepaalde duurzaamheidsprestaties. Voor nieuw op te richten strandpaviljoens geldt dat zonder meer moet worden voldaan aan de voorgeschreven duurzaamheidseisen. 2.3.4 Kustveiligheid De duinen en stranden zijn de belangrijkste bescherming voor Nederland tegen de zee. Rijkswaterstaat beheert samen met de waterschappen de Basiskustlijn en de waterkeringen.

Dit doen zij door het zandvolume in de kuststrook te monitoren. Per 4 jaar wordt er een suppletieprogramma gemaakt waarin suppleties zijn opgenomen op plaatsen waar een landwaartse trend ten aanzien van de basiskustlijn is. Jaarlijks wordt dit programma geactualiseerd. Voor Zandvoort kan in zijn algemeenheid worden gesteld dat de kustverdediging op orde is (Zandvoort is geen zogenoemde 'zwakke schakel' in het Hoogwaterbeschermingsprogramma). Regels ter bescherming van de kustveiligheid In het kader van het omgevingsplan is het van belang om rekenschap te geven aan het feit dat de gemeente Zandvoort het niet alleen voor het zeggen heeft over de bebouwing en activiteiten op het strand. Zo zal er rekening mee moeten worden gehouden dat door veranderende (klimaat-)omstandigheden het zo kan zijn dat de strandpaviljoens naar voren moeten worden verplaatst in verband met de kustveiligheid op aangeven van de waterbeheerders. In dit omgevingsplan is hiervoor een (flexibele) regeling opgenomen. Verder is een bescherming van de primaire waterkering geborgd door middel van een dubbelbestemming. Voor het bouwen van een bouwwerk op het strand moet er altijd rekening mee worden gehouden dat naast een omgevingsvergunning tevens een watervergunning moet worden aangevraagd bij het Hoogheemraadschap van Rijnland of Rijkswaterstaat.

Rijkswaterstaat is beheerder van waterstaatswerk Noordzee tot in de duinvoet en verantwoordelijk voor het voorkomen van landinwaartse verplaatsing van de kustlijn.

20

2.3.5 Woon- en leefbaarheid omgeving Het strand grenst voor grote delen aan de boulevard en woonbebouwing met soms woningen op een kortere afstand dan 50 meter van een strandpaviljoen. Bij elke activiteit, verandering en uitbreiding van bebouwing op het strand dient er rekening te worden gehouden met de kwaliteit van de woon- en leefbaarheid van de (directe) leefomgeving. En andersom moet er ook ruimte zijn voor ontwikkeling en recreatieve activiteiten. Het één mag het ander niet op slot zetten. Dit vraagt om een zorgvuldige belangenafweging en het vinden van de juiste balans. Ter bescherming van de belangen van de bewoners worden daarom een aantal nieuwe aspecten opgenomen in het omgevingsplan Strand. Lichthinder Er zijn veel locaties met kunstmatige verlichting, zoals het strand en de boulevard. Dit kan verschillende soorten negatieve effecten veroorzaken. Zo kan er bijvoorbeeld hinder ontstaan bij de mens wanneer mensen zich niet kunnen onttrekken aan het aanwezige kunstlicht, terwijl ze daar wel behoefte aan hebben. Bijvoorbeeld om te kunnen rusten of slapen. Bij de beoordeling van lichthinder dient telkens de afweging te worden gemaakt tussen de maatschappelijke en ondernemersbelangen en de hinderbeleving. De lichthinder die kunstmatige verlichting veroorzaakt hangt af van de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting.

De toekomstige Omgevingswet bevat geen regels voor lichthinder (met uitzondering van kunstlicht in de tuinbouw bij kassen), maar het is wel een aspect wat meeweegt van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Daarom kan een gemeente zelf bepalen of ze regels ter voorkoming van lichthinder wil stellen in het omgevingsplan. In de afgelopen jaren zijn incidenteel klachten ingediend bij de gemeente over lichthinder afkomstig van kunstmatige verlichting (op het terras) van strandpaviljoens. Omdat dergelijke situaties zich in beperkte mate voordoen, worden er geen harde regels opgenomen over lichthinder in dit omgevingsplan. Ook is verlichting bij strandpaviljoens noodzakelijk voor de veiligheid van het personeel en de bezoekers en ter voorkoming van inbraak. Wel wordt de bevoegdheid opgenomen voor het college om nadere eisen te stellen in het geval sprake is van onaanvaardbare lichthinder. Houtrook en verbod op vuurkorven Bij de verbranding van hout in kachels, haarden en vuurkorven komt een mengsel aan stoffen vrij, zo blijkt uit onderzoek van het RIVM. De uitstoot kan sterk verschillen tussen verschillende typen kachels, het gebruikte hout en tussen gebruikers. Mensen kunnen binnenen buitenshuis met houtrook in aanraking komen. Lokaal kan de luchtverontreiniging bij windstil weer hoog oplopen.

In algemene zin is houtrook schadelijk voor de gezondheid. Gezondheidseffecten hangen af van de mate waarin wij met rook in aanraking komen, onze fysieke gesteldheid en de samenstelling van de rook. Daarnaast zijn er ook mensen die aangeven geurhinder te ondervinden van houtrook. Mensen met bestaande luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten, ouderen en kinderen behoren tot de gevoeligste groepen van de bevolking. Zij kunnen meer en eerder klachten ontwikkelen als zij met houtrook in aanraking komen. Deze gezondheidseffecten zijn niet 21

specifiek voor houtrook en worden ook gevonden bij bijvoorbeeld luchtverontreiniging door verkeer. In het omgevingsplan wordt een verbod opgenomen voor het stoken van vuurkorven op de terrassen bij strandpaviljoens vanwege de hiervoor omschreven negatieve effecten en ter bescherming van de bewoners van Zandvoort. Vuurkorven worden veelal gebruikt als sfeermakers, maar hiervoor bestaan ook alternatieven en kan sfeer ook op andere manieren gecreëerd worden. Het toestaan van vuurkorven en het belang hiervan bij strandpaviljoens weegt niet op tegen de belangen van de gezondheid van de mensen en de bewoners van Zandvoort.

2.4

Metropool Boulevard Paulus Loot

Boulevard Zandvoort, mooiste boulevard in de winter Gemeente Zandvoort wil een mooie en functionele boulevard die past bij de behoeftes van inwoners, ondernemers en bezoekers. Bij de herinrichting wordt de boulevard zo heringericht dat deze jaarrond interessant is. Bijzondere vormen van meubilair en verlichting geven de boulevard extra sfeer. De boulevard verloopt van een drukke metropoolboulevard naar de rustigere duinboulevard. Het programma aan de boulevard is passend bij de deelgebieden. De hoofdpleinen vormen de grootste momenten aan de route met veel activiteit. Het Badhuisplein zet in op kleinschalige activiteiten en het Entreeplein biedt ruimte voor stedelijke evenementen. De hoofdpleinen vormen een balkon met uitzicht over zee en een tribune voor evenementen op het strand. De metropoolboulevard biedt ruimte voor een stedelijk, stoer en robuust programma. Robuuste ligelementen, zitranden, schuilplekken, bijzondere verlichting en iconische objecten voor een bijzonder fotomoment. Aan deze boulevard is voldoende ruimte voor flexibiliteit. De duinboulevard wordt begeleid met kunst in het helmgras. De belangrijkste strandopgangen worden vormgegeven met robuuste zitelementen en duinbalkons. Enkele multifunctionele objecten nodigen uit tot spelen. Naast de uitstraling is ook het riool onder de boulevard aan vervanging toe. De herinrichting wordt in delen uitgevoerd.

Gestart wordt met de rioolvervanging en herinrichting van de Boulevard Paulus Loot. Daarna volgt de Boulevard De Favauge. Op langere termijn zal ook de Boulevard Barnaart volgen.

22

Toelichting ontwerp Paulus Loot In het ontwerp Paulus Loot is in het zuidelijk deel tot aan de Thorbeckestraat ingezet op de duinboulevard met wandelen tussen het helmgras. Richting het Badhuisplein is de transitie naar de metropoolboulevard ingezet. Een bredere boulevard met losse groenobjecten. Door vervanging van parkeerplaatsen (die verplaatst zijn naar onder andere P-Zuid) met duinstrook loopt men écht tussen het helmgras en wordt het duingevoel versterkt. Tevens zijn enkele bijzondere balkons gemaakt waar men staand of zittend uit kan kijken over zee. Er is ingezet op veel en comfortabel zitten en voldoende afvalbakken. Op plekken kan op een bijzonder manier gezeten/ gelegen, visje gegeten worden of gespeeld. De verbinding met de strandopgangen wordt op een later moment gerealiseerd. Paviljoenbebording en vlaggen zijn goed vindbaar geplaatst en kunst in het groen draagt bij aan oriëntatie. In de materialisering wordt een sterkt contrast gemaakt tussen wandelboulevard en rijbaan ten behoeve van veiligheid, herkenbaarheid en helderheid gebruikers. Er worden over de rijbaanlengte meerdere drempels aangelegd om snelheid te verminderen. Deze dragen ook bij aan het herkennen van de verschillende oversteken vanaf P-Zuid. Ook worden meer fietsparkeerplaatsen geïntegreerd op een logische plek tussen rijbaan en boulevard waarnaast extra ruimte georganiseerd wordt op hoogtijdagen.

De fietsparkeerzones worden flexibel ingericht voor alle gebruikers. Er is gekozen voor een terughoudende kleur en materiaalgebruik. Zandkleurige verharding/ meubilair en gebruik van natuurlijk materiaal als hout. Allure wordt zichtbaar door hoge kwaliteit verharding en meubilair. Een accent wordt gemaakt door bijzondere lichtmasten met een luxe blauwgrijze kleur. Duurzame inrichting en gebruik Binnen het ontwerp is rekening gehouden met duurzaamheid. Er vindt een sterke vergroening plaats en er is meer ingezet op gebruik van de fietser. Er wordt gebruik gemaakt van veel natuurlijk materiaal dat bijv. niet steeds geverfd hoeft te worden. De verharding is stevig genoeg om verzakkingen tegen te gaan. Afvalbakken zijn compacterend, gebruiken zonnepanelen en geven signalen als ze vol zijn.

23

Figuur 2.1 impressie ontwerp Paulus Loot

2.5

Transformatie standplaatsen naar kiosken

Sinds jaar en dag staan er standplaatsen in Zandvoort. Conform de Nota Vent- en Standplaatsen (2014) staan er in totaal twaalf jaarrond standplaatsen. In het beleid is momenteel opgenomen dat de standplaatsen mobiel dienen te zijn. In 2017 heeft de Vereniging van Standplaatshouders middels een brief de wens geuit om de bestaande standplaatsen te transformeren naar kiosken. Deze voor de standplaatshouders gewenste ontwikkeling is vooralsnog in strijd met voorliggend omgevingsplan, de Nota Vent- en Standplaatsen, de standplaatsvergunning en de huurovereenkomst. Met de Vereniging van Standplaatshouders is een intentieovereenkomst afgesloten, waarin met de gemeente is afgesproken om een haalbaarheidsstudie te verrichten naar de transformatie van standplaatsen naar kiosken. Afhankelijk van de resultaten van de haalbaarheidsstudie zal een ruimtelijke procedure moeten worden doorlopen om de transformatie naar kiosken mogelijk te maken.

24

3. Gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit 3.1

Algemeen

De pilot status onder de Crisis- en herstelwet biedt mogelijkheden om in het omgevingsplan (feitelijk een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte) voorwaarden te stellen ten behoeve van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit (dit biedt ruimere mogelijkheden dan het begrip 'goede ruimtelijke ordening' uit de Wro). Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om af te wijken van bepaalde wettelijke normen en grenswaarden. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op de wijze waarop in het omgevingsplan de relevante omgevingsaspecten zijn meegewogen.

3.2

Bodem

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek en conclusie Het plan voorziet niet in ontwikkelingen waarbij sprake is van functiewijzigingen, waardoor er geen noodzaak bestaat om bodemonderzoek uit te voeren. Het aspect bodem staat de vaststelling van het plan zodoende niet in de weg. Bij eventuele wijzigingen in functie en/of gebruik is een (her)beoordeling noodzakelijk en dient aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie.

3.3

Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit heeft betrekking op luchtverontreiniging door gasvormige stoffen en verontreiniging van de lucht met stof, door met name verkeer. De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. In november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer met betrekking tot luchtkwaliteit in werking getreden. Deze wetswijziging staat bekend als de "Wet luchtkwaliteit". Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Op basis van deze wet, opgenomen in artikel 5.16 lid 1 Wet milieubeheer, dient het bevoegd gezag bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, rekening te houden met de effecten op de luchtkwaliteit.

25

Onderzoek De mogelijkheid voor het ontwikkelen van strandbungalows en uitbreiding van het aantal jaarrondlocaties zorgen mogelijk voor een toename in verkeer. Voor deze functies dient de verkeersgeneratie inzichtelijk te worden gemaakt zodat middels de NIBM-tool onderzocht kan worden of de ontwikkelingen in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Bij de andere ontwikkelingen is dit uitgesloten. Deze ontwikkelingen zorgen niet voor extra stikstof of fijnstof in de lucht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft het Badhuisplein, direct ten oosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 14,3 µg/m³ voor NO2, 17,6 µg/m³ voor PM10 en 9,7 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,2 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

3.4

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor 26

buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek

Figuur 3.1 Uitsnede risicokaart

Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen te vinden met een externe werking (zie figuur 3.1). Ook vindt er in de omgeving geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via het water, de weg of het spoor. Er bevinden zich twee buisleidingen in de buurt van het plangebied. De buisleiding die naar het oosten loopt betreft buisleiding W-532-02 met een grootte van 6 inch en een werkdruk van 40 bar. Het invloedsgebied van 70 meter reikt niet tot het plangebied. De tweede buisleiding loopt van noord naar zuid en betreft buisleiding A-560. De grootte van de buisleiding is 36 inch en de werkdruk 66,2 bar. Dit geeft een invloedsgebied van 430 meter. Het plangebied bevindt zich in het invloedsgebied. De buisleiding heeft ter plaatse van het plangebied geen PR-contour. Slechts de ontwikkelingen strandbungalows en de uitbreiding van het aantal jaarrondlocaties zorgen voor een toename in het aantal personen. De Strandbungalows bevinden zich allemaal aan het strand en op ruime afstand van de buisleiding. De minimale afstand tussen de strandbungalows en de buisleiding is 1,6 kilometer. De ontwikkeling van de jaarrondlocaties bevindt op een afstand van minimaal 1,7 kilometer en valt hiermee niet in het invloedsgebied. Vanuit deze ontwikkelingen is er 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12327507/1