Bijlage 1 - Bestemmingsplan Bentveld - Inhoud en Toelichting
Tekst van het document
Deze bouwwerken kunnen wat betreft de maatvoering afwijken van de thans in het bestemmingsplan opgenomen maximale goot- en bouwhoogte. Om te voorkomen dat deze legaal tot stand gekomen bouwwerken deels dan wel geheel worden wegbestemd, is in dit plan een regeling opgenomen waarmee alle legale bouwwerken alsnog positief worden bestemd, ongeacht de maatvoering in de regels en op de verbeelding. Dit wordt in de planregels de "bestaande maten-regeling" genoemd. Bramenlaan 12 Voor de woning aan de Bramenlaan 12 wordt het bestaande bouwvlak in zuidelijke richting verschoven. Hiermee wordt de woning beter op het kavel gesitueerd. De afstand van het bouwvlak tot de noordelijke perceelsgrens zal 4,5 meter bedragen. De verplaatsing van het bouwvlak heeft geen nadelige gevolgen voor omliggende percelen.
(vastgesteld)
31
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
Afbeelding 12: bouwvlak Bramenlaan 12 4.2.2
Niet-woonfuncties
Naast wonen zijn er in het plangebied een aantal percelen met een andere bestemming aanwezig. Deze hebben zich met name geconcentreerd aan de Zandvoortselaan. Het betreft functies als een kantoor, een garagebedrijf en een praktijk voor fysiotherapie. De betreffende niet-woonfuncties worden in het bestemmingsplan positief bestemd. Er worden geen uitbreidingsmogelijkheden geboden voor de niet-woonfuncties. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om deze niet-woonfuncties om te zetten in een woonfunctie. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is een dergelijke ontwikkeling gewenst. Voor de percelen die bestemd zijn als Gemengd wordt de woonfunctie rechtstreeks via de bestemmingsomschrijving toegestaan. Voor de bestemmingen Horeca en Bedrijf worden in de planregels wijzigingsregels opgenomen voor het wijzigen van de bestemming in een woonbestemming. Hier wordt in paragraaf 4.2.3 en 4.2.4 verder op ingegaan. 4.2.3
Horeca
De in het plangebied aanwezige horecavoorzieningen worden gehandhaafd en positief bestemd. Ter voorkoming van ontoelaatbare (milieu-)hinder wordt uitgesloten dat er horeca-activiteiten plaats kunnen vinden, welke (milieu-)hinder voor de omgeving kunnen veroorzaken. Het horeca bedrijf op het perceel Zandvoortselaan 363 heeft een specifieke aanduiding gekregen voor het aldaar aanwezige met een luifel overdekt terras. Tevens is het op basis van het vigerende bestemmingsplan bestaande bouwvlak van vorm gewijzigd (niet vergroot) en is het bestemmingsvlak achter het perceel Zandvoortselaan 361 gewijzigd in de bestemming 'Horeca'. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wensen ten aanzien van de bedrijfsvoering op het perceel.
32
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
Afbeelding 13: bestemming percelen horeca (oranje) en bedrijf (paars) aan Zandvoortselaan In het plan is een regeling getroffen voor het uitoefenen van beroepen aan huis. Dit kan onder voorwaarden worden toegestaan. Uitgangspunt hierbij is dat er geen hinder voor de omgeving mag plaatsvinden en dat het uiterlijk c.q. de uitstraling van de woning c.q. de woonomgeving niet mag worden aangetast. Voor het pand aan de Zandvoortselaan 345-347 is ook een horecabestemming opgenomen. Eén en ander conform het voor dit perceel vigerende bestemmingsplan. De horecabedrijven kunnen via een wijzigingsbevoegdheid gewijzigd worden in een woonbestemming.
4.2.4
Bedrijvigheid
Uitgangspunt is dat bedrijfsfuncties op hun huidige locatie moeten kunnen blijven functioneren. In het gebied is één garagebedrijf aan de Zandvoortselaan 365 gevestigd. Het bedrijf wordt in dit bestemmingsplan gehandhaafd. Gelet op de aard van het plangebied en de genoemde uitgangspunten worden er geen nieuwe bedrijven in het plangebied toegestaan. Het bestaande garagebedrijf kan niet uitgroeien naar een hogere milieucategorie, dat is ongewenst in een overwegende woonomgeving. Ten aanzien van dit garagebedrijf is in de nota van uitgangspunten bepaald dat het perceel aan de voorzijde van het bedrijf gebruikt mag worden voor de uitstalling van auto's. Hiermee wordt het bestemmingsplan in overeenstemming gebracht met de bestaande situatie. In de planregels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het wijzigen van deze bestemming naar een woonbestemming.
(vastgesteld)
33
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld 4.2.5
Natuur
De groene uitstraling van Bentveld is belangrijk en dient behouden te blijven. In dit bestemmingsplan is gekozen voor een bestemmingsregeling waarmee het bestaande groen, zowel particulier als openbaar, behouden blijft. Tevens is er rekening gehouden met de ambitie van het naar binnen trekken van het duingebied. Dit door het behoud van het reliëfrijke karakter van de wijk. Bebouwing binnen bestemming natuur De duinvilla's hebben in het voorgaande bestemmingsplan "Bentveld" een (ruim) bouwvlak voor de woning en bijbehorende bouwwerken gekregen en daar buiten zijn de percelen bestemd als "Natuur". In een aantal gevallen is de bestaande woning echter niet binnen het bouwvlak gelegen maar in de bestemming "Natuur". Dit is een gevolg van de wijze van bestemmen in het vigerende bestemmingsplan. Daar waar bouwvlakken in het voorgaande bestemmingsplan anders zijn aangeduid is in het thans voorliggende bestemmingsplan opnieuw onderzocht of het bouwvlak kan worden aangewezen binnen 10 meter gemeten uit de erfgrens. De gebieden buiten het bouwvlak zijn bestemd als "Natuur". Dit om het bosrijke landschap van het gebied te behouden. Hiermee is echter ook in een aantal gevallen de (toentertijd) bestaande hoofdbebouwing op het perceel buiten het bouwvlak gekomen. De bouwvlakken zijn nu zo op het perceel geprojecteerd dat alle bestaande bebouwing binnen het bouwvlak past.
4.2.6
Verkeer en parkeren
Voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan is er een retrospectieve toets uitgevoerd voor het plangebied. Doel van deze retrospectieve toets was om inzicht te krijgen in de situaties in bouw en gebruik die binnen het plangebied bestaan, welke niet in overeenstemming zijn met de vigerende bestemmingsplannen en verleende vrijstellingen. De retrospectieve toets is als bijlage toegevoegd aan de toelichting (bijlage 2). Uit de retrospectieve toets is gebleken dat er op een aantal percelen sprake is van strijdig gebruik van de (voor)tuin. Er worden auto's geparkeerd vóór de voorgevelrooilijn in de bestemming 'Tuin'. Dit is in strijd met het vigerende bestemmingsplan, want parkeren is alleen toegestaan achter (het denkbeeldige verlengde van) de voorgevel van de woning, of op een hiervóór gelegen oprit naar de op hetzelfde perceel aanwezige parkeergelegenheid achter (het denkbeeldige verlengde van) de voorgevel.
In artikel 12, lid 5 van het vigerende bestemmingsplan biedt het college van B&W een mogelijkheid om vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 voor het parkeren op eigen erf voor de voorgevel van de woning of het denkbeeldig verlengde daarvan, indien: voor de voorgevel of het denkbeeldig verlengde daarvan een tuin aanwezig is met een diepte van tenminste 6 meter; niet op een andere wijze kan worden geparkeerd op eigen erf; het pand geen rijksmonument of gemeentelijk monument is; het veilig en doelmatig gebruik van de weg niet onevenredig wordt geschaad. In dit nieuwe bestemmingsplan is de regeling uit het vigerende bestemmingsplan "Bentveld" overgenomen, parkeren op eigen erf blijft in beginsel alleen toegestaan op de percelen welke voldoen aan de 'Beleidsregels uitwegen' en daarmee aan de relevante bepalingen uit het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan wordt de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid geconsolideerd. Omdat er in het kader van de reconstructie van de Zandvoortselaan in 2014 uitwegvergunningen zijn verleend aan de woningen aan de Zandvoortselaan wordt het parkeren voor (de voorgevel of het denkbeeldige verlengde daarvan) in deze gevallen toegestaan. Dit wordt op de planverbeelding apart aangeduid.
34
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening.
5.2
Water
5.2.1
Wettelijk kader
Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid nader wordt behandeld. Europa Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal Provinciaal Waterplan Provinciale Omgevingsverordening Provinciale Omgevingsvisie Waterschapsbeleid Het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 9 maart 2016 het nieuwe Waterbeheerplan 'Waardevol Water' (WBP5) vastgesteld. In het WBP5 wordt richting gegeven aan het waterbeheer in de periode 2016 -2021. Daarmee realiseert het Hoogheemraadschap van Rijnland de ambities uit het coalitieakkoord, zodat het gebied nu en in de toekomst goed beschermd wordt tegen overstromingen en wateroverlast, er een goede waterkwaliteit ontstaat, het afvalwater op duurzame wijze wordt gezuiverd en de grondstoffen worden hergebruikt. In het WBP5 staat samen werken met de omgeving aan water centraal. Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
Keur en uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is het Hoogheemraadschap van Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Sinds 1 juli 2020 heeft Rijnland een nieuwe Keur. Bij het opstellen van deze Keur heeft Rijnland een andere aanpak gebruikt. Er gelden minder regels voor burgers, bedrijven en Rijnland. Het aantal vergunningen en meldingen is ongeveer gehalveerd. Zo geeft Rijnland verantwoordelijkheid, flexibiliteit en vertrouwen waar dat kan, maar stellen we regels waar dat moe
(vastgesteld)
35
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld Bij de Keur horen de Uitvoeringsregels. Hierin staan voorwaarden voor allerlei werkzaamheden die bewoners en bedrijven willen uitvoeren bij water en dijken. De Uitvoeringsregels kan een zorgplicht, een Algemene regel en een Beleidsregel bevatten. De zorgplicht geldt voor eenvoudige werkzaamheden met weinig risico. In de Algemene regel staan voorwaarden voor activiteiten met een beperkt risico. In de Beleidsregel staan voorwaarden voor activiteiten met een groter risico. Dan verlenen zij een watervergunning. De Keur en uitvoeringsregels zijn te vinden op: https://www.rijnland.net/loket/vergunningen/keur-alle-regels-op-een-rij/1-wat-is-de-keur-van-rijnland/
5.2.2
Plangebied
Bodem en grondwater Het plangebied is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied van de provincie Noord-Holland. De provincie Noord-Holland kent drie zones ten behoeve van de bescherming van drinkwater; waterwingebied (60-dagen zone), grondwaterbeschermingsgebied I (25 jaar zone) en grondwaterbeschermingsgebied II (110/ 200 jaar zone). Binnen grondwaterbeschermingsgebieden gelden diverse gebruiksbeperkingen om het drinkwaterbelang te beschermen, deze zijn beschreven in de provinciale milieuverordening. Het plangebied is grotendeels aangewezen als grondwaterbeschermingsgebied I en voor ene klein deel als grondwaterbeschermingsgebied II. Zie paragraaf 3.2.3. In het nieuwe bestemmingsplan worden geen activiteiten opgenomen die van invloed zijn op de verontreiniging van het grondwater. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt een verbod op het toepassen van zink, lood, koper en PAK's-houdende bouwmaterialen. Veiligheid en waterkeringen De duinen behoren tot de primaire waterkeringen die ons land beschermen tegen hoogwater vanuit de zee. De Noordzeekust is helemaal op orde, de basiskustlijn wordt door het Rijk met zandsuppleties op orde gehouden. In 2017 startte de vierde landelijke toetsronde van primaire waterkeringen.
Het plangebied van Bentveld ligt buiten de primaire waterkering, daardoor is het niet nodig om via het bestemmingsplan beschermende maatregelen te nemen tot behoud van de waterkerende functie Riolering en afkoppelen Overeenkomstig het rijksbeleid (de voorkeursvolgorde uit Wm art 29 a en de doelmatigheidsdoelstelling uit het bestuursakkoord waterketen 2007) geeft Rijnland de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater houdt in dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat: het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren getransporteerd; ander afvalwater dan hiervoor bedoeld: 1. zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; 2. lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht. De gemeente kan gebruikmaken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP).
Deze voorkeursvolgorde is echter geen dogma. De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan.
36
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld Het bestemmingsplan is overwegend conserverend van aard en biedt geen directe mogelijkheden om de doelstellingen met betrekking tot riolering en afkoppeling te realiseren. Bij nieuwe ontwikkelingen, die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, wordt een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd. Zorgplicht en preventieve maatregelen voor hemelwater Voor de behandeling van hemelwater wijst het Hoogheemraadschap van Rijnland op de zorgplicht en op het nemen van preventieve maatregelen. Het verdient aanbeveling daar waar mogelijk aandacht te besteden aan maatregelen bij de bron. Preventie heeft de voorkeur boven 'end-of-pipe' maatregelen. Uitgangspunt is dat het te lozen hemelwater geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater mag veroorzaken en emissie van vervuilende stoffen op het oppervlaktewater waar mogelijk wordt voorkomen.
Door bijvoorbeeld: duurzaam bouwen; het toepassen van berm- of bodempassage; toezicht en controle tijdens de aanlegfase en handhaving tijdens de beheerfase ter voorkoming van verkeerde aansluitingen; het regenwaterriool uit te voeren met (straat)kolken voorzien van extra zand-slibvang of zakputten (putten met verdiepte bodem) op tactische plekken in het stelsel; adequaat beheer van straatoppervlak, straatkolken en zakputten (straatvegen en kolken/putten zuigen); het toepassen van duurzaam onkruidbeheer; de bewoners, gebruikers en beheerders voor te lichten over de werking van de riolering en een juist gebruik hiervan; het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en repareren en chemische onkruidbestrijding. Daar waar ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende voorzieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of als laatste keus aansluiten op het gemengde stelsel. Ook kan de gemeente in overleg met het waterschap kiezen voor een generieke 'end-of-pipe'-aanpak. Deze keuze moet dan expliciet gemaakt worden in het GRP. Het bestemmingsplan is overwegend conserverend van aard.
Bij nieuwe ontwikkelingen, die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, zal sprake zijn van een gescheiden rioleringsstelsel.
5.2.3
Conclusie
Het bestemmingsplan heeft vanwege het overwegende conserverende karakter geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
(vastgesteld)
37
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
5.3
Bodem
5.3.1
Wettelijk kader
Het is verboden om onder andere nieuwe woningen, maar ook andere kwetsbare bestemmingen, te bouwen op verontreinigde grond. Om deze reden moeten bij een bouwplan (dus: bij een ruimtelijke ontwikkeling) altijd recente gegevens over de kwaliteit van de bodem bekend zijn. Een bodemonderzoek start met een verkennend onderzoek, dat bestaat uit een historisch onderzoek (conform de NEN 5725) en veldwerk (conform NEN 5740). De resultaten van dit onderzoek worden getoetst aan de Wet bodembescherming. Deze wet stelt dat de kwaliteit van de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik van de locatie of het gebied. Indien uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt dat er geen belemmering bestaat voor het beoogde gebruik, kan een geschiktheidsverklaring worden afgegeven. Indien uit de resultaten blijkt dat er mogelijk een belemmering is wordt nader bodemonderzoek geadviseerd. In een nader bodemonderzoek wordt de omvang, herkomst en de spoedeisendheid van de verontreiniging bepaald. Een omgevingsvergunning wordt afgegeven als de bodem, eventueel na sanerende maatregelen, geschikt is voor het beoogde gebruik. Rol Omgevingsdienst IJmond Omgevingsdienst IJmond adviseert een bodemonderzoek uit te laten voeren voorafgaand aan het indienen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning.
Omgevingsdienst IJmond toetst de resultaten van het bodemonderzoek en adviseert hierover aan de gemeente Zandvoort. Het bodemonderzoek moet in principe worden uitgevoerd door de initiatiefnemer van een bouwplan. Als de gemeente initiator is van een project of bouwplan kan de gemeente de Omgevingsdienst IJmond opdracht geven het onderzoek te laten uitvoeren en begeleiden. Bodemkwaliteitskaart/ Bodembeheerplan Om bij ontwikkelingen grondverzet eenvoudiger te maken is in 2016 de Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart Regio IJmond vastgesteld. De bodemkwaliteitskaart, die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit is opgesteld, kan binnen de gemeenten van de Regio IJmond gebruikt worden als bewijsmiddel voor de milieuhygiënische kwaliteit van zowel een partij vrijkomende grond als voor de kwaliteit van de ontvangende bodem. In de Nota bodembeheer wordt beschreven welke regels en procedures er gelden voor het binnen de gemeenten (opnieuw) toepassen van grond en baggerspecie als bodem, en het daarbij gebruik maken van onderliggende bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel.
5.3.2
Plangebied
Voor het plangebied zijn bij Omgevingsdienst IJmond historische gegevens beschikbaar over de kwaliteit van de bodem. Deze bodemgegevens zijn opgenomen in het Bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst IJmond. Binnen het plangebied zijn behalve enkele kleine lokale bodemverontreinigingen geen significante bodemverontreinigingen bekend die ontwikkelingen van het gebied in de weg kunnen staan.
5.3.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
38
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
5.4
Archeologie
5.4.1
Wettelijk kader
Wet op de archeologische monumentenzorg Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe dat de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De provincie Noord-Holland hanteert het beleidsinstrument "Leidraad Landschap en Cultuurhistorie". Hierin heeft de provincie de archeologische waarden in beeld gebracht.
De waardering zoals vastgelegd in de leidraad geldt als uitgangspunt van beleid.
5.4.2
Plangebied
Er is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. Dit rapport "Bestemmingsplan Bentveld, gemeente Zandvoort" van ADC ArcheoProjecten met nummer 4571 van 30 april 2018 is opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting. Op basis van het bureauonderzoek worden in een zone in het noordwesten van het bestemmingsplangebied bewoningsresten uit de periode vanaf de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen verwacht, vanwege de aanwezigheid van een strandwal die vermoedelijk tussen 2750 en 1500 v. Chr. gevormd is. Het potentieel archeologische niveau bevindt zich naar verwachting in of aan de top van de strandwal en/of in de top van de duinafzettingen van voor de Late Middeleeuwen. Op basis van het bureauonderzoek bevindt de top van deze Oude Duinen zich op een diepte variërend tussen 4 en 6 m +NAP. In geologische boringen in het plangebied lijkt deze top zich in het plangebied echter op 2,0 à 2,5 m +NAP te bevinden. Dit kan echter niet met zekerheid vastgesteld worden, mede omdat de grens tussen Oude en Jonge Duinen in veel gevallen niet duidelijk vast te stellen is. Vandaar dat ook op hogere NAP-hoogtes nog archeologische waarden kunnen voorkomen.
De maximale NAP-hoogte waarop archeologische waarden verwacht worden, ligt op 6 m +NAP, wat naar gelang de dikte van de bovenliggende duinafzettingen overeenkomt met een maaivelddiepte van minstens 2 m tot meer dan 13 m. Een vindplaats uit deze perioden is over het algemeen te herkennen aan een humeuze laag met een strooiing van onder andere aardewerk. Grondsporen zijn direct onder deze humeuze laag te herkennen. De verwachte resten bestaan overwegend uit sporen van bewoning en landbouw. Voor het overige deel van het plangebied geldt dat archeologisch resten van off-site activiteiten uit de periode Bronstijd tot en met Vroege Middeleeuwen kunnen voorkomen. Vanwege de ligging in de lager gelegen strandvlakte worden geen bewoningsresten verwacht. Wel kunnen resten van akkerbouw, zoals perceleringsgreppels of akkerlagen voorkomen. Deze resten worden verwacht in de top van het veenpakket direct onder het duinzand. Deze resten zullen zich dieper dan 3 m +NAP bevinden, wat naar gelang de dikte van de bovenliggende duinafzettingen overeenkomt met een maaivelddiepte van minstens 4 m-mv, oplopend tot 17 m-mv. Hoewel de gronden van het bestemmingsplangebied vermoedelijk voor een groot deel tot de landgoederen Groot Bentveld en Klein Bentveld behoord hebben, is de kans op het aantreffen van sporen hiervan relatief laag.
Het plangebied was grotendeels in gebruik als bos- en duingebied, met verspreide agrarische percelen. Sporen van tuinaanleg en resten van hoofd- en bijgebouwen zijn niet in het plangebied te verwachten.
(vastgesteld)
39
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld Voor de zones waar op historische kaarten huizen, erven en tuinen zijn weergegeven geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de Nieuwe tijd. Het gaat hierbij om twee locaties ter hoogte van de Langelaan 15 en Duinrooslaan 3. De bebouwing langs de Duinrooslaan is niet weergegeven op kaarten van voor de 19e eeuw, maar huis langs de Langelaan is al aanwezig op kaarten uit de 17e eeuw. De verwachting is dat deze resten zich direct onder het maaiveld bevinden. Archeologische resten uit deze periode zullen overwegend bestaan uit funderingsresten en sporen van erf- en tuininrichting (zoals greppels en paalkuilen). Ook worden vondststrooiingen van aardewerk, botmateriaal, en ander huishoudelijk afval verwacht. Binnen het gehele plangebied kunnen resten voorkomen uit de Tweede Wereldoorlog. In het uiterste noordwesten worden nog resten van een tankmuur verwacht. Deze resten worden verwacht vanaf het maaiveld. In het overige deel van het plangebied zullen resten uit de Tweede Wereldoorlog vooral bestaan uit losse vondsten zoals munitie.
Op basis van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om het bestemmingsplan op te delen in drie delen: Waarde Archeologie 1: Dit betreft de delen waar archeologische resten uit de Nieuwe tijd, waaronder resten van een tankmuur uit de Tweede Wereldoorlog en resten van huizen en erfinrichting, verwacht worden vanaf het maaiveld. Geadviseerd wordt hieraan een aanlegvergunning te koppelen bij plannen groter dan 50 m2. Waarde Archeologie 2: Dit betreft het op de strandwal gelegen deel van het plangebied, waar bewoningsresten verwacht worden uit de periode Bronstijd- Vroege Middeleeuwen, dieper dan 6 m +NAP. Geadviseerd wordt hieraan een aanlegvergunning te koppelen bij plannen groter dan 500 m2 en dieper dan 6 m +NAP. Waarde Archeologie 3: Dit betreft het op de strandvlakte gelegen deel van het plangebied, waar mogelijk resten van landbouw kunnen voorkomen uit de periode Bronstijd- Vroege Middeleeuwen, dieper dan 3 m +NAP. Geadviseerd wordt hieraan een aanlegvergunning te koppelen bij plannen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 3 m +NAP.
40
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
Afbeelding 14: de voorgestelde archeologische regimes Het voorgaande advies uit het bureauonderzoek is in de juridische regeling en op de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen.
(vastgesteld)
41
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
5.5
Cultuurhistorie
5.5.1
Wettelijk kader
Besluit ruimtelijke ordening Op 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. In artikel 3.1.6, lid 5 onder a van het Bro is de verplichting voor het opnemen van een beschrijving over de wijze waarop met de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden opgenomen. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De provincie Noord-Holland hanteert het beleidsinstrument "Leidraad Landschap en Cultuurhistorie". Hierin heeft de provincie de cultuurhistorische waarden in beeld gebracht. De waardering zoals vastgelegd in de leidraad geldt als uitgangspunt van beleid. Provinciale Milieuverordening De provincie Noord-Holland heeft in de PMV regels opgenomen ter bescherming van de aardkundige monumenten. Het doel van het aardkundige monumentenbeleid van de provincie is de duurzame instandhouding van gebieden die extra bescherming behoeven vanwege hun waardevolle bodem en/ of waardevolle elementen die primair bepaald zijn door de bodem.
5.5.2
Plangebied
In de Nota Belvedère (1999) worden vanuit de cultuurhistorie de meest waardevolle gebieden van Nederland geselecteerd: de zogenaamde Belvedère gebieden. De nota is een aanwijzing en voorzet hoe gemeenten met de inrichting van hun grondgebied moeten omgaan wat betreft cultuurhistorie. Het plangebied maakt onderdeel uit van het belvedèregebied Kennemerland. Kenmerkend voor dit belvedère gebied zijn de landschappelijk fraaie landgoederen en oude villawijken die op het oude duingebied zijn gebouwd. Deze waarden dienen beschermd te worden en nieuwe ontwikkelingen dienen ingepast te worden met aandacht voor de cultuurhistorische waarden. Eén van de belangrijkste doelstellingen van dit bestemmingsplan is het behoud van deze karakteristieke waarden van Bentveld. In het gebied zijn vier gemeentelijke monumenten aanwezig, zie voor een beschrijving hiervan paragraaf 2.1.3. Deze monumenten zijn aangeduid op de verbeelding en in de planregels voorzien van een beschermende regeling. De landgoederen en villagebieden op en langs de binnenduinrand zijn aangemerkt als cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Deze worden niet voorzien van een specifieke regeling, maar worden afdoende beschermd door de bestemmingslegging en de bijbehorende planregels. In paragraaf 3.2.3 is reeds ingegaan op de bescherming van het aan het plangebied grenzende Aardkundige Monument.
Dit bestemmingsplan maakt geen activiteiten mogelijk die het Aardkundige Monument kunnen aantasten.
42
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
5.6
Ecologie
5.6.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. De Wet natuurbescherming vervangt drie actuele wetten, te weten de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. De Wet natuurbescherming wijkt in een aantal opzichten af van de Flora- en faunawet; de strekking is echter hetzelfde. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden (algemene verbodsbepalingen). Net als in de Flora- en faunawet is in de Wet natuurbescherming een zorgplicht opgenomen, een algemeen geldende fatsoensnorm voor de omgang met flora en fauna. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen zo weinig mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. De soortbeschermingsbepalingen uit de Europese richtlijnen Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn in de Wet natuurbescherming geïmplementeerd: soorten en vegetatietypen waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, worden beschermd onder de nieuwe Wet natuurbescherming.
Ongeveer 200 soorten verliezen hun bescherming in vergelijking met de eerder vigerende Flora- en faunawet, voornamelijk soorten vaatplanten (muurplanten, orchideeën) en (zee)vissen. De bij de Flora- en faunawet gehanteerde gedragscodes blijven bestaan, zij het dat de lijsten met beschermde soorten wijzigen en aangepast moeten worden. Voor soortbescherming in relatie tot ruimtelijke ingrepen is een aantal artikelen in de nieuwe Wet natuurbescherming van belang: Zorgbeginsel artikel 1.10 en 1.11: net als bij artikel 2 Ffwet is de intrinsieke waarde van soorten vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime, een zorgplicht. Dit zorgbeginsel is vergelijkbaar met de zorgplicht in de Ffwet.
Actieve soortbescherming, artikel 1.12. Provincies moeten verplicht beleid opstellen voor de bescherming van soorten, specifiek in hun eigen provincie. Dit beleid is nog in ontwikkeling en de inhoud is nog niet bekend.
Er worden in de Wet natuurbescherming drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. Soorten van Vogelrichtlijn: Bescherming van alle in het wild levende vogels in de EU, beschreven in artikel 3.1-3.4. Dit beleid verandert deels t.o.v. de. Ffwet. Het begrip "opzettelijk" is bij doden, vangen en verstoring van nesten etc. opgenomen. Hieronder valt ook het begrip "voorwaardelijk opzet". De grote verandering is dat verstoring onder de nieuwe wet is toegestaan, mits de staat van instandhouding van de soort maar niet in het geding komt. Degene die de verstoring begaat, moet dan aantonen dat er geen verstoring van wezenlijke invloed is. Verstoren van broedende vogels (op nest) en eieren blijft verboden. De provincie kan hiervoor vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen. 2. Soorten van Habitatrichtlijn: Bescherming van dier- en plantensoorten in artikel 3.5-3.9: A. die strikt beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage IV, Verdrag van Bern bijlage I en II, Verdrag van Bonn bijlage I. In geval van ontheffing of vrijstelling moet aan drie voorwaarden voldaan worden: dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat, de handeling noodzakelijk is (diverse redenen mogelijk, waaronder die van groot openbaar belang met redenen van sociale en economische aard) en tot slot alleen wanneer er geen afbreuk gedaan wordt aan de gunstige staat van instandhouding van
(vastgesteld)
43
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld de soort in haar natuurlijke verspreidingsgebied.
B. die streng beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage V, Verdrag van Bern bijlage III, Verdrag van Bonn bijlage II. Hiervoor moeten maatregelen worden getroffen indien de gunstige staat van instandhouding in het geding is. In geval van ontheffing of vrijstelling moet alleen voldaan worden aan de eis dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt. Hiervoor zijn maatregelen verplicht. Ook hier is het opzetvereiste van toepassing, maar in tegenstelling tot vogels is er geen uitzondering dat 'verstoring toegestaan is zolang het niet van wezenlijke invloed is'. Via een AMvB kunnen nog nadere regels gesteld worden. De provincie kan vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen, met in achtneming van de belangen. 3. Andere soorten: Dit zijn de in de bijlage van bij artikel 3.10 van Wet natuurbescherming genoemde soorten. Op deze bijlage staan zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Onderdeel A bevat de fauna, onderdeel B de flora. Deze lijst is een nationale toevoeging en betreft soorten die in principe een landelijke achteruitgang kennen. In praktijk is deze bescherming lichter en verwacht wordt dat ontheffingen vrij gemakkelijk verkregen kunnen worden, aangezien er niet de zwaardere belangen gelden voor de soorten van de Europese richtlijnen.
Ruimtelijke ontwikkeling is een geldig belang voor een ontheffing (art 3.10.2 onderdeel a). Opzettelijk verstoren in algemene zin, wordt voor deze groep niet genoemd als verbod. De provincies kunnen voor deze lijst vrijstellingsbesluiten maken. Op dit moment staan ook zeer algemene soorten op deze lijst; mogelijk zal er een vrijstellingsbesluit of AMvB opgesteld worden hoe hier mee om te gaan.
5.6.2
Plangebied
5.6.2.1 Algemeen Het plangebied grenst aan de noord-, zuid- en westzijde aan het Natura 2000-gebied "Kennemerland-Zuid". Dit is een uitgestrekt duingebied aan de zuidkant van het Noordzeekanaal. De overgang tussen de kalkrijke jonge duinen en ontkalkte oude duinen ligt ter hoogte van Zandvoort. Dit levert een soortenrijke en kenmerkende begroeiing op, met duinroosvegetaties in het open duin, duingraslanden, vochtige en droge duinvalleien, plasjes, goed ontwikkelde struwelen en diverse vormen van duinbossen. Vegetaties van vochtige en natte duinvalleien komen met name voor ten zuiden van Zandvoort, waarvan het Houtglob het best ontwikkelde kalkrijke, natte duinvallei is. Het areaal kalkrijk duingrasland is vooral rondom Zandvoort groot. Hier komen over voorbeelden van het zeedorpenlandschap voor. De oudere duinen van het zuidoostelijk gedeelte herbergen goed ontwikkeld kalkarm duingrasland. Ook zijn er in het zuidelijke puntje en ter hoogte van Zandvoort paraboolduincomplexen aanwezig. Het Kennemerstrand is de enige locatie langs de Hollandse vastelandsduinen waar een jonge strandvlakte met embryonale duinen en een uitgestrekte oppervlakte met kalkrijke duinvalleien aanwezig is. Aan de binnenduinrand zijn diverse landgoederen aanwezig.
Hier is een aantal oude buitenplaatsen gelegen, die voor een aanzienlijk deel bebost zijn met naaldbos en loofbos, waaronder oude bossen met rijke stinzeflora.
44
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
Afbeelding 15: de ligging van het plangebied (binnen rode cirkel) grenzend aan het Natura 2000 gebied Kennemerland-Zuid (geel gekleurd) Het duinengebied heeft een rijke flora en fauna en biedt plaats voor verschillende beschermde soorten. De landgoedbossen in de binnenduinrand bieden plaats aan meerdere vleermuiskolonies. Verder vormt het duingebied het leefgebied van vele andere zoogdiersoorten die wettelijk beschermd zijn. In het duingebied leeft verder de zandhagedis, een soort die sterk afhankelijk is van reliëfrijk, open zand. Deze landelijk bedreigde soort is in het plangebied algemeen te noemen. Alle amfibieën en reptielen worden beschermd door de Wet Natuurbescherming. De vogelbevolking in het duinlandschap is mede door de gevarieerde landschapsstructuur zeer rijk, maar broedvogels in het open duin, zoals de Wulp en Tapuit, zijn schaars geworden. Er komen verschillende soorten voor die voorkomen op de landelijke rode lijst van bedreigde vogels. De broedvogeldichtheid (paren per ha) neemt toe in oostelijke richting, hetgeen vooral te maken heeft met de landinwaarts toenemende structuurrijkdom van de vegetatie. Zeer algemeen zijn struweelvogels als fitis, winterkoning, grasmus en heggenmus.
5.6.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Hoofdzakelijk is onderhavig plan gericht op het handhaven van bestaand bebouwd gebied. Voor deze delen geldt dat het aspect 'ecologie' geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
(vastgesteld)
45
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
5.7
Bedrijvigheid
5.7.1
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ontwikkeling streeft naar het bevorderen van een duurzame ruimtelijke kwaliteit in een dynamische samenleving. Het is helder dat duurzame ruimtelijke kwaliteit mede richting en inhoud geeft aan het criterium "een goede ruimtelijke ordening". Een goede ruimtelijke ordening houdt ook in het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (editie 2009), het zogenaamde 'groene boekje', een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het Groene Boekje geeft richtafstanden (zie tabel) die gemotiveerd kunnen worden toegepast bij ruimtelijke ordening. De richtafstanden hangen samen met het omgevingstype. Het is mogelijk om door middel van maatregelen overlast te beperken en daardoor af te wijken van de afstanden. In dit geval zal aangetoond moeten worden welke maatregelen worden genomen om de overlast te beperken. Aan de hand hiervan kan dan gemotiveerd worden afgeweken van de standaard richtafstanden.
Milieucategorie
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Het toetsen van het plan bestaat uit: Het toetsen van de afstanden van de bestaande milieubelastende activiteiten aan de te bouwen milieugevoelige functies. Het toetsen van de afstanden van bestaande milieugevoelige functies aan de te realiseren milieubelastende activiteiten.
46
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
5.7.2
Plangebied
Omgevingstype 'Gemengd gebied' Langs de Zandvoortseweg is sprake van een omgevingstype 'gemengd' gebied. Dit in verband met de aanwezigheid van een doorgaande weg en de aanwezigheid van een aantal niet-woonfuncties naast woningen. De rest van het plangebied kan worden aangemerkt als een rustige woonwijk. In het plangebied zijn in beperkte mate bedrijfsactiviteiten aanwezig. De bedrijfsactiviteiten die aanwezig zijn kunnen volgens de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009), onder categorie 1 of 2 worden gerangschikt. Bedrijven die zijn gecategoriseerd als 1 of 2 zijn, qua milieubelasting, in principe passend binnen een woonomgeving. Bouw- en gebruiksmogelijkheden Dit bestemmingsplan maakt bij de bestemming "Wonen" ook 'aan huis verbonden beroepen en bedrijven' mogelijk. Binnen deze categorie mogen maximaal milieucategorie 1 bedrijven, zoals bepaald in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering worden gevestigd. Hierdoor is met enige zekerheid te stellen dat deze geen afbreuk kunnen doen aan de woonfunctie en/ of geen overlast met zich meebrengen. Daarnaast is een aantal specifieke activiteiten expliciet uitgesloten en mogen deze alleen in een hoofdgebouwen en/of de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouw plaatsvinden.
Samenvattend geldt dat de 'aan huis verbonden beroepen en bedrijven' een dusdanige beperkte ruimtelijke uitstraling hebben dat deze passend zijn in een woonomgeving. In het bestemmingsplan is op een aantal locaties sprake van onbenutte bouwmogelijkheden, zie paragraaf 4.1.1. De woningen aan de Wikkelaan liggen op ongeveer 250 meter van de bedrijven aan de Zandvoortselaan. Ter hoogte van de Zandvoortselaan zijn maximaal milieucategorie 2 bedrijven toegestaan. Geconcludeerd wordt dat aan de richtafstanden uit VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (10 meter) wordt voldaan.
(vastgesteld)
47
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
5.8
Externe veiligheid
5.8.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Daarbij kunnen de volgende bronnen worden onderscheiden: Inrichtingen: risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen (PGS-15)opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties; Transport van gevaarlijke stoffen over de weg; Transport van gevaarlijke stoffen per spoor; Transport van gevaarlijke stoffen over het water; Transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een denkbeeldige persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De norm (één op één miljoen per jaar) geldt voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval - in theorie - per jaar slechts één persoon op een miljoen mensen mag overlijden. Dit geldt ook als deze objecten geprojecteerd zijn. Het plaatsgebonden risico van 10-6 contour is niet aan de orde binnen het plangebied.
Alle risicobronnen zijn ver verwijderd van de beoogde ontwikkeling, waardoor het plangebied niet in de veiligheidszones ligt. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rond een risicobron. Bepaald wordt hoe groot de kans is op tien, honderd of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico worden verantwoord (VGR). Vanzelfsprekend speelt de hoogte van het groepsrisico een rol, ook de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid maken onderdeel uit van de verantwoordingsplicht. De risicomaten zijn vastgelegd in diverse besluiten en beleidsnota's. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen, zoals deze op dit moment luiden (REVI II), zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. De normstelling voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (voor zowel weg, spoor als water) is gebaseerd op de Nota Risico Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) die reeds is vervallen.
De nota heeft geen wettelijk bindende werking, maar is niet vrijblijvend. Voor buisleidingen geldt sinds 1 januari 2012 de regeling 'Beleid externe veiligheid buisleidingen'
5.8.2
Plangebied
Er zijn in en nabij het plangebied geen bedrijven aanwezig waar handelingen met gevaarlijke stoffen worden uitgevoerd. Buisleidingen Uit de risicokaart (afbeelding 16) blijkt dat er in het plangebied een transportleiding voor aardgas aanwezig is. Het betreft de leiding W-532-02, gelegen onder het fietspad (oude trambaan). De diameter van de leiding is (6 inch) en de druk is 40 bar. Plaatsgebonden risico Deze ondergrondse buisleiding heeft geen 10-6/jaar contour waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van het bestemmingsplan
48
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld Groepsrisico De W-532-02 heeft een 100% letaliteitszone van 40 meter en een 1% letaliteitszone van 70 meter (invloedsgebied). Dit betekent dat in principe binnen een zone van 40 meter geen nieuwe bijzonder kwetsbare objecten geprojecteerd/gerealiseerd mogen worden. Dit zijn objecten die vanwege hun aard meer bescherming nodig hebben dan kwetsbare objecten. Het zijn objecten waarin zich doorgaans personen bevinden die minder dan gemiddeld zelfredzaam zijn. Denk hierbij aan geestelijk en lichamelijk gehandicapten, zieken, ouderen, kinderen in een basisschool en gevangenen. Binnen de zone van 70 meter moet het groepsrisico worden verantwoord, tenzij het groepsrisico lager is dan 10% van de oriënterende waarde of de toename van het groepsrisico minder is dan 10%, waarbij de oriënterende waarde niet wordt overschreden.
Afbeelding 16: uitsnede risicokaart plangebied In dit bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen opgenomen die leiden tot een noemenswaardige toename van de personendichtheid binnen het invloedsgebied van de hogedrukaardgasleidingen. Er is in dit bestemmingsplan geen sprake van een toename van het groepsrisico. GasUnie heeft eind 2012 de hoogte van het groepsrisico van de W-532-02 bepaald op 0,362 * oriënterende waarde. De gasleiding is middels de dubbelbestemming "Leiding - Gas" (voor leiding W-532-02 met een maximale werkdruk van 40 bar) van een beschermende regeling voorzien in dit bestemmingsplan. De ligging van deze dubbelbestemming is naar aanleiding van een zienswijze van de GasUnie geactualiseerd. Transportroute Het gemeentebestuur van Zandvoort heeft geen route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgesteld. Dit betekent dat als het nodig is om met gevaarlijke stoffen door de gemeente te rijden, de algemene regel 'zoveel als mogelijk de bebouwde kom mijden' gevolgd dient te worden. In Zandvoort is een aantal bovengrondse propaantanks die bevoorraad dienen te worden. Daarbij wordt aan het einde van het jaar in Zandvoort vuurwerk verkocht dat van elders wordt aangevoerd. Door het ontbreken van een vastgestelde route zijn de vervoerders vrij te kiezen voor of de Zeeweg (N200, Bloemendaal) of de Zandvoortselaan (N201).
In beide gevallen geldt dat de frequentie over een jaar genomen van het vervoer van gevaarlijke stoffen zeer laag is. Plaatsgebonden risico De Zandvoortselaan heeft geen 10-6/jaar PR-contour. Groepsrisico Het groepsrisico is lager dan 0,1 * oriënterende waarde (vuistregels HART).
(vastgesteld)
49
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld 5.8.3
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
5.9
Luchtkwaliteit
5.9.1
Wettelijk kader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn de onderstaande tabel weergeven. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
Stikstofdioxide (NO2)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
2010 tot en met 2014
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Vanaf 2015
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Vanaf 11 juni 2011
24-uurgemiddelde concentratie
Max. 35 keer p.j. meer Vanaf 11 juni 2011 dan 50 µg/m3
Fijn stof (PM10)
1. De toetsing van de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO2 is niet relevant aangezien er pas meer overschrijdingsuren dan het toegestane aantal van 18 per jaar zullen optreden als de jaargemiddelde concentratie NO2 de waarde van 82 µg/m3 overschrijdt. Dit is nergens in Nederland het geval. 2. Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wm behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan), uitoefenen indien: a. de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); b. de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); c. bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); d. de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); e.
het voorgenomen besluit is genoemd in of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). NIBM In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m3); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze
50
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg. 5.9.2
Plangebied
In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 (zeer fijnstof) in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. De NSL monitoringstool geeft de concentratie weer van concentraties fijn stof (PM10) en Stikstofdioxide (NO2) in het jaar 2020 In afbeelding 17 is een uitsnede uit deze monitoringstool opgenomen voor de concentratie fijn stof (PM10). Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 niet wordt overschreden. Dit geldt ook voor de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2 (afbeelding 18) en PM2,5.
Afbeelding 17: concentratie fijn stof (PM10) over het jaar 2020
(vastgesteld)
51
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
Afbeelding 18: concentratie stikstofdioxide (NO2) over het jaar 2020 Het bestemmingsplan is hoofdzakelijk conserverend van aard. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
52
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
5.10
Geluid
5.10.1 Wettelijk kader Actieplan Geluid In 2013 is het Actieplan geluid van de gemeente Zandvoort vastgesteld. In dit actieplan is aangegeven hoe de gemeente de geluidshinder van spoor- en wegverkeerslawaai in de periode 2013-2018 wil beperken. Het Actieplan vloeit voort uit de Europese Richtlijn 2002/49/EG die gericht is op de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai, daarmee wordt bedoeld het geluid van (spoor)wegen, industrie en luchtvaart. Nederland heeft de richtlijn voor wat betreft het Actieplan geïmplementeerd in artikel 11.11 Wet milieubeheer. Voor Zandvoort zijn in het actieplan geluidsbelastingkaarten opgesteld. Deze zijn in het najaar van 2012 vastgesteld en gepubliceerd.
5.10.2 Plangebied Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) hebben alle wegen in principe een geluidszone. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. Wegen binnen een woonerf of wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur hebben geen zone. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de optredende geluidbelasting. In de Wet geluidhinder wordt getoetst aan voorkeursgrenswaarden en ontheffingswaarden, deze bedragen respectievelijk 48 dB en 63 dB. Indien niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, kunnen de gemeenten zelf een hogere waarde vaststellen. De Zandvoortselaan (N201) is de enige zoneplichtige weg in het bestemmingsplangebied. De Zandvoortselaan bestaat deels uit één en deels twee rijstroken, zodat de zonebreedte 200 meter bedraagt. Het bestemmingsplan voorziet niet in directe bebouwing van (planologisch) nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze zonebreedte.
Afbeelding 19: geluidsbelasting in Zandvoort van het wegverkeer, in dB Lden (peiljaar 2011)
(vastgesteld)
53
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld Industrielawaai In het plangebied zijn geen bedrijventerreinen gelegen. Wel zijn er enkele afzonderlijke bedrijven gevestigd. Al deze bedrijven vallen echter in een lage milieucategorie en hebben een lage richtafstand voor geluid. Er is in dit geval sprake van een hoofdzakelijk conserverend bestemmingsplan. Nadere toetsing aan de Wet geluidhinder kan achterwege worden gelaten. Spoorweglawaai In het plangebied liggen geen spoorwegen. Het aspect spoorweglawaai is niet aan de orde.
5.11
Duurzaam bouwen
Regelgeving aardgasvrij- en energie neutrale nieuwbouw (VET en BENG) Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (wet ) van kracht, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hier van af te wijken. Daarmee is aardgasvrij voor nieuwbouwwoningen de nieuwe norm. Vanaf 1 januari 2021 moet alle nieuwbouw in Nederland een Bijna Energie Neutraal Gebouw oftewel BENG zijn. De energieprestatie wordt nu nog uitgedrukt in de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Per 1 januari 2021 wordt de EPC voor nieuwbouw vervangen door BENG-eisen. BENG stelt ook de eis dat de energiebronnen voor het gebouw in bepaalde mate duurzaam moeten zijn. GPR Gebouw Een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR Gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers op de onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Hoe hoger de score, hoe duurzamer het gebouw of de woning(en). GPR Gebouw is zowel een communicatiemiddel als praktische maatregelenlijst om nog duurzamer te bouwen; een voorbeeld is dat HR++ glas wordt vervangen door HR+++ glas met hogere isolatiewaarden.
Dit is dan direct te merken aan de scores, de meerkosten zijn gering en er kan volstaan worden met mogelijk een warmtepomp met een lagere capaciteit (in overleg met de installateur) en dus goedkoper. Ook kunt u circulair bouwen bespreekbaar en toetsbaar maken bij ontwikkelaars. De licentie wordt gratis verstrekt door de Omgevingsdienst IJmond (info@odijmond.nl).
54
(vastgesteld)
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld
Hoofdstuk 6 6.1
Planbeschrijving
Het juridische systeem
In de voorgaande hoofdstukken zijn de in het plangebied voorkomende functies, de (eventuele) ontwikkelingen daarbinnen en de uitgangspunten ten aanzien daarvan aan de orde gesteld. Het in de voorgaande hoofdstukken beschreven beleid, krijgt zijn juridische vertaling in bestemmingen. Het bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden wordt toegekend. Het wordt de grondgebruiker toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen (toelatingsplanologie). Een afgeleide van de gebruiksregels van het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning) en regels voor het verrichten van werken (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden). Het bestemmingsplan regelt derhalve: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); regels voor: het bebouwen van de gronden en het aanleggen van werken. Het bestemmingsplan dient flexibel en doelmatig te zijn en dient rechtszekerheid te bieden omtrent de ruimte voor verandering. Daar staat tegenover dat het plan de nodige bescherming moet bieden tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming.
6.2
Digitaal bestemmingsplan
Het bestemmingsplan is opgezet als een digitaal raadpleegbaar plan. Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan via het landelijke portaal www.ruimtelijkeplannen.nl. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. In het kader van de nieuwe wet- en regelgeving wordt het plan technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd. Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).
6.3
De bestemmingsregeling
De planregels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1); Bestemmingsregels (hoofdstuk 2); Algemene regels (hoofdstuk 3); Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel "Wijze van meten" zijn regels opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Ten aanzien van het bepalen van het peil geldt dat bij ophoging van het bouwterrein c.q. het kunstmatig verhogen van het maaiveld geen sprake is van een afgewerkt terrein als bedoeld in de planvoorschriften.
(vastgesteld)
55
Vastgesteld Bestemmingsplan Bentveld Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf Deze bestemming is gekozen voor het autobedrijf aan de Zandvoortselaan 365. Er zijn alleen bedrijven mogelijk in milieucategorie 1 of 2 met uitzondering van geluidzoneringplichtige en risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven. Voor deze bestemming wordt een wijzigingsregeling opgenomen dat de bestemming van het perceel na beëindiging van de functie gewijzigd kan worden in de bestemming Wonen met bijbehorende regels. Artikel 4 Gemengd Op verschillende locaties langs de Zandvoortselaan is de bestemming 'Gemengd' van toepassing. Binnen deze bestemming zijn diverse functies toegestaan zoals kantoren, bedrijvigheid, dienstverlening of detailhandel tot maximaal bedrijfscategorie 1. Wonen wordt rechtstreeks binnen deze bestemming toegestaan. Artikel 5 Groen Deze bestemming is opgenomen voor de belangrijkste groenstructuren in het plangebied (met uitzondering van het duingebied, dat de bestemming 'Natuur' heeft gekregen). Binnen deze bestemming zijn beperkte bouwmogelijkheden opgenomen. Binnen de bestemming zijn voet- en fietspaden, inritten, water en straatmeubilair toegestaan. Artikel 6 Horeca In het plangebied zijn 2 horecagelegenheden aanwezig. Aan de Zandvoortselaan 363 en Zandvoortselaan 345-347. Deze worden beide bestemd als "Horeca".
Voor het perceel Zandvoortselaan 345-347 worden de mogelijkheden overgenomen uit het bestemmingsplan "Zandvoortselaan 345-347". Hierin is bepaald dat naast een restaurant ook een hotel mogelijk is op het perceel, tevens is een ondergrondse parkeergarage toegestaan. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming Horeca te wijzigingen in de bestemming Wonen. Artikel 7 Maatschappelijk Deze bestemming wordt toegepast op de gronden van het woonzorgcentrum A.G. Bodaan aan de Bramenlaan. Het betreft een woonzorgcentrum met daaromheen 52 aanleunwoningen. De bebouwing op het perceel wordt binnen een bouwvlak opgenomen. Een ondergrondse parkeergarage is hier toegestaan. Artikel 8 Natuur Deze bestemming komt voor in het noordelijk deel van het plangebied, in de omgeving van de Westerduinweg en aan de westzijde van het plangebied, aansluitend op de tweedelijnsbebouwing aan de Duinrooslaan. Gronden met de bestemming "Natuur" hebben zeer beperkte bouw- en gebruiksmogelijkheden. De gronden zijn bestemd ten behoeve van het behoud van de bijzondere landschappelijke en natuurwaarden van het duingebied. Ter bescherming van deze bijzondere waarden zal in de bestemming een verplichting worden opgenomen tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten. Artikel 9 Sport In het plangebied zijn een locatie aanwezig die als "Sport" bestemd is.