CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Bentveld - Advies Adviescommissie

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Bestemmingsplan Bentveld27.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

26.

Indiener Stichting Bescherming Erfgoed Zuid-Kennemerland De heer R. Oexeman

Onderwerp Manege De Naaldenhof en Duinrooslaan 3

Namens: Bestuur van SBEZK

Samenvatting zienswijze 38

Ontvangen op 27 november 2020

Reclamant wijst erop dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het Belvedère gebied Kennemerland. Kenmerkend voor dit Belvedère gebied zijn de landschappelijk fraaie landgoederen en oude villawijken die op het oude duingebied zijn gebouwd. Deze waarden dienen beschermd te worden en nieuwe ontwikkelingen dienen ingepast te worden met aandacht voor de cultuurhistorische waarden’. Hiermee is volgens reclamant in het nieuwe bestemmingsplan onvoldoende rekening gehouden. · Het verdrag van Malta beoogt het cultureel erfgoed in de bodem beter te beschermen. Op grond van de indicatieve Kaart Archeologische Waarden is er globaal voor de westrand van Bentveld sprake van hoge archeologische verwachtingswaarden en voor de oostzijde sprake van een middelhoge trefkans. Zo staat in de toelichting van het Bestemmingsplan 2008. Reclamant meent dat het risico op schade aan archeologische waarden onvoldoende is onderzocht en schade niet kan worden uitgesloten. Er is onvoldoende rekenschap gegeven dat deze waarden dienen te worden beschermd. · Cultuurhistorie: De Naaldenhof ligt op het terrein dat onderdeel is geweest van het landschap Groot Bentveld. In het ontwerpbestemmingsplan is geen aandacht besteed aan het verlies van deze cultuurhistorie. Landgoederen en paardensport zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

· Reclamant heeft groot bezwaar tegen het verdwijnen van de manege als deel van de cultuurhistorie die door veel mensen wordt gewaardeerd en beleefd. Het belang van de natuurbeleving en de liefde voor de sport door zo n grote groep mensen is niet overtuigend beoordeeld. · Het plan is strijdig met de structuurvisie waarin respect voor cultuurhistorie voorop staat De manege ligt buiten de stedelijke contour. In de toelichting bij het bestemmingsplan 2008 staat dat bebouwing buiten de stedelijke contour alleen onder specifieke omstandigheden is toegestaan. Aan de daar genoemde omstandigheden is in het geval van de manege niet voldaan. De ontwikkeling die wordt voorgesteld in het nieuwe plan is daarmee strijdig. · Er heeft geen overleg plaatsgevonden met de gemeente(raad) van Bloemendaal. In deze gemeente staat behoud van cultuurhistorie hoog op de agenda. Reclamant verwijst naar de Structuurvisie, de Landgoederennota en de Nota Villawijken van Bloemendaal. Een ingrijpende wijziging in het plangebied heeft ook gevolgen voor Bloemendaal. De historie van landgoederen en natuur houdt niet op bij de gemeentegrens. · Reclamant is tegen kap van monumentale en beeldbepalende bomen. De bomen zijn niet getoetst aan de criteria van de van de bomenverordening. De bomen op het perceel van de manege voldoen aan de criteria van artikel 6 lid 2 Habitat Richtlijn.

Er is geen enkele kenbare afweging gemaakt met betrekking tot deze criteria. Nu dat is nagelaten ontbeert het plan een wettelijke grondslag. Niet overtuigend is gemotiveerd waarom de percelen precies op de beboste locaties zijn ingedeeld waardoor veel bomen zullen worden gekapt. Reactie adviescommissie Cultuurhistorie Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld constateert de adviescommissie dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan en daarbij aandacht te besteden aan de passages over cultuurhistorie in de structuurvisie. Archeologie Ten aanzien van het betoog dat het risico op schade aan archeologische waarden onvoldoende is onderzocht en niet kan worden uitgesloten, constateert de adviescommissie dat het ontwerpbestemmingsplan voor deze gronden een dubbelbestemming archeologie is opgenomen. Op grond van deze dubbelbestemming worden eisen gesteld aan het bouwen en uitvoeren van werkzaamheden op deze locatie. De adviescommissie volgt reclamant dus niet in voorgaande stelling. Buiten stedelijke contour In de toelichting van het bestemmingsplan wordt in paragraaf 3.2.2 verwezen naar de Provinciale Ruimtelijke Verordening.

Deze verordening is ingetrokken (artikel 13.10) en vervangen door de Omgevingsverordening NH2020. De adviescommissie is van mening dat in de toelichting dient te worden opgenomen of de voorgestane ontwikkeling aan de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 al dan niet past in deze verordening. 39

Overleg gemeente Bloemendaal De adviescommissie gaat ervanuit dat in het kader van het wettelijke vooroverleg het bestemmingsplan is voorgelegd aan de gemeente Bloemendaal. Die gemeente heeft klaarblijkelijk geen aanleiding gezien om een reactie in te dienen. Kap monumentale en beeldbepalende bomen Op grond van de Bomenverordening 2012 geldt een vergunningplicht voor de monumentale en beeldbepalende bomen. Er geldt dus al een regime voor de bescherming van deze bomen. De adviescommissie is dan ook van mening dat deze bomen niet ook nog in het bestemmingsplan moeten worden opgenomen. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert: · in te gaan op de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld en daarbij aandacht te besteden aan de passages over cultuurhistorie in de structuurvisie. · om in de toelichting op te nemen of de voorgestane ontwikkeling past in de Omgevingsverordening 2020.

Indiener 27.

Onderwerp Manege De Naaldenhof

Ontvangen op 26 november 2020

Samenvatting zienswijze Reclamanten vindt de bestemmingswijziging geen goede zaak want hun sportbeoefening wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit en voldoen niet aan haar wensen omtrent de zorg voor hun sportpaard. Reclamanten zal op zoek moeten naar een andere manege, die ver weg ligt van waar zij nu wonen. Tevens zijn reclamanten van mening dat De Naaldenhof voorziet in een groeiende behoefte om de ruitersport te kunnen beoefenen in de gemeente Zandvoort. Dit geldt met name voor de amateur ruitersport. Het betreft zowel de lessen om te leren paardrijden als het recreatieve gebeuren en niet te vergeten de vakantiekampen voor jonge kinderen. Vanuit De Naaldenhof zit je direct in de duin, vlakbij zee en ook het concoursterrein van de NHRV te Marienheide is om de hoek. Hier maken reclamanten wekelijks gebruik van. Verder als de manege De Naaldenhof verdwijnt, betekent dat er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters zijn in de gemeente Zandvoort. De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door het verkavelen van dit terrein wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur.

Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, 40

ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.

Indiener 28.

Onderwerp Manege De Naaldenhof

Ontvangen op 27 november 2020

Samenvatting zienswijze Reclamant vindt dat haar sportbeoefening wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit. Reclamant zal op zoek moeten naar een andere manege, die ver weg ligt van waar zij woont. Verder als de manege De Naaldenhof verdwijnt, betekent dat er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters zijn in de gemeente Zandvoort. De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door het verkavelen van dit terrein wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. Reclamant is van mening dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar cultuurhistorie van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld. Er zijn hier altijd paarden geweest; er hebben altijd stallen gestaan. Vroeger hoorde de grond van de manege bij landgoed Groot Bentveld. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak.

De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’.

De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten 41

aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.

Indiener 29.

Onderwerp Zandvoortselaan 365 te Bentveld

Ontvangen op 27 november 2020

Samenvatting zienswijze Reclamant werkt aan plannen voor een herbestemming van Zandvoortselaan 365 te Bentveld (voorheen garage Flinterman). Het concept bouwplan van reclamant is reeds in bezit van de gemeente. In verband met de plannen verzoekt reclamant om de bestemming ‘Bedrijf’ te wijzigen in een woonbestemming. Voor nadere informatie verwijst reclamant naar de bijlagen (impressies en tekeningen) en het eerdere verzoek om vooroverleg. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De adviescommissie stelt vast dat reclamant geen bezwaren aanvoert die betrekking hebben op het in voorbereiding zijnde planologisch regime, maar verzoekt om medewerking aan het bouwplan in die zin dat de bestemming ‘Bedrijf’ wordt gewijzigd in een woonbestemming. De adviescommissie kan hierover slechts adviseren dat wordt nagegaan of aan de plannen van reclamant voor deze locatie in het licht van een goede ruimtelijke ordening medewerking kan worden verleend, en overigens of de bereidheid bestaat hieraan medewerking te verlenen.

Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie zou deze zienswijze aanleiding kunnen vormen tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Maar het is niet aan de adviescommissie om te adviseren over de vraag of het bouwplan wenselijk moet worden geacht. Het is aan de gemeenteraad om daarover te besluiten. De adviescommissie adviseert dan ook om na te gaan of aan de plannen van reclamant voor de locatie Zandvoortselaan 365 te Bentveld medewerking kan worden verleend door middel van wijziging van de bestemming ‘Bedrijf’ naar een woonbestemming.

Indiener 30.

Onderwerp Manege De Naaldenhof

Samenvatting zienswijze 42

Ontvangen op 27 november 2020

Reclamant vindt de bestemmingswijziging geen goede zaak want zijn sportbeoefening wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit. Reclamant zal op zoek moeten naar een andere manege, die ver weg ligt van waar hij woont. Verder als de manege De Naaldenhof verdwijnt, betekent dat er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters zijn in de gemeente Zandvoort. De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door het verkavelen van dit terrein wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. Reclamant is woningzoekende en ziet liever dat er betaalbare woningen komen in plaats van villa’s. In het beleid staat dat de gemeente meer op betaalbare woningen wil inzetten. Dit wordt op deze locatie nu niet goed toegepast. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak.

De vraag of binnen een gemeente in juridischplanologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’.

De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is aansluiting gezocht bij de bestaande woningtypologieën in de omgeving van de ontwikkeling aan de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3. De omgeving kenmerkt zich door vrijstaande woningen waardoor het de adviescommissie logisch voorkomt om deze woningtypologieën door te trekken om geen afbreuk te doen aan de stedenbouwkundige opzet van het gebied. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.

Indiener 31.

Onderwerp Zandvoortselaan 363 te Bentveld

Ontvangen op 27 november 2020

Samenvatting zienswijze Reclamant werkt aan plannen voor een herbestemming van Zandvoortselaan 363 te Bentveld (restaurant Sonnemans). Voor nadere informatie verwijst reclamant naar meerdere bijlagen (uitsneden 43

uit de verbeelding bij het ontwerpbestemmingsplan, impressies en tekeningen). In dit kader heeft reclamant de navolgende zienswijze en wensen. 1. Een klein gedeelte van het restaurant is in het ‘vlak’ van nummer 361 met bestemming ‘Gemengd’ getekend. Dit gedeelte moet echter de bestemming ‘Horeca’ hebben, omdat dit gedeelte onderdeel is van het restaurant en het dezelfde eigendom betreft. 2. Op grond van de bouwregels inzake ‘Horeca’ in het ontwerpbestemmingsplan wordt per horecabedrijf ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Reclamant zou graag zien dat in plaats van één bedrijfswoning één woning wordt toegestaan. 3. Reclamant ziet graag dat het bouwvlak met het oog op toekomstige uitbreiding van de bebouwing ten behoeve van de horecafunctie in de richting van de Bentveldweg wordt uitgebreid. De uitbreidingsmogelijkheid aan de achterzijde creëert bij benutting ervan een pijpenla en een ongunstige plattegrond voor de horecafunctie. Daarbij moet bij benutting ervan een grote boom worden gekapt. Over de uitbreiding richting Bentveldweg bestond een principeakkoord, maar door omstandigheden is de aanvraag omgevingsvergunning destijds niet doorgezet. Reactie adviescommissie Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan is het bouwvlak, bezien vanaf de Zandvoortselaan, in de breedte verkleind en in de lengte vergroot; het bouwvlak is een langgerekt bouwvlak geworden.

De overkapping (luifel) is buiten bouwvlak geplaatst. Daarnaast is de bestemming ‘Horeca’ groter geworden, deze omvat nu ook een deel achter Zandvoortselaan 361 dat onder het geldende plan de bestemming ‘Gemengd’ heeft. De reactie van de adviescommissie op de zienswijze en wensen is als volgt: 1. De adviescommissie stelt vast dat het door reclamant bedoelde gedeelte (zie afbeelding) zowel onder het geldende plan als onder het ontwerpplan de bestemming ‘Gemengd’ heeft. De adviescommissie adviseert na te gaan of de stellingen van reclamant correct zijn en zo ja, om na te gaan of in het licht van een goede ruimtelijke ordening medewerking kan worden verleend, en overigens of de bereidheid bestaat medewerking te verlenen, aan wijziging van de bestemming van dit gedeelte van ‘Gemengd’ naar ‘Horeca’.

Afbeelding 44

2. In artikel 6.2.1 aanhef en onder b van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan is bepaald dat ‘per horecabedrijf […] ten hoogste 1 bedrijfswoning [is] toegestaan’. Onder het geldende bestemmingsplan geldt dat binnen de horecabestemming, binnen het bestemmingsvlak, ten hoogste één dienstwoning is toegestaan. Reclamant verzoekt om medewerking om binnen de horecabestemming een woning mogelijk te maken. De adviescommissie merkt hierover op dat het vanuit een goede ruimtelijke ordening niet in de rede ligt dat hier een (reguliere) woning zal worden toegestaan. De woonfunctie is een gevoelige functie; voor woningen gelden de richtafstanden uit de VNG Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’. Voor bedrijfswoningen geldt beperkte bescherming, en gelden deze richtlijnen niet (al zal onverkort sprake moeten zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat). De aanwezigheid van een bedrijfswoningen komt doorgaans voort uit een historische situatie. De adviescommissie adviseert dan ook aan dit verzoek geen medewerking te verlenen. 3. De adviescommissie stelt vast dat onder het bestaande bestemmingsplan een bouwvlak is opgenomen tot aan de Bentveldweg. Het oostelijke deel ervan is onbenut gebleven. In het ontwerpbestemmingsplan is dit bouwvlak teruggebracht in breedte en naar achteren verlengd.

Thans is de wens van reclamant dat gedeeltelijke uitbreiding van de bebouwing ten behoeve van horeca richting Bentveldweg mogelijk wordt gemaakt, overeenkomstig de overgelegde tekeningen en impressies. De adviescommissie stelt vast dat reclamant geen bezwaren aanvoert die betrekking hebben op het in voorbereiding zijnde planologisch regime, maar verzoekt om het bouwvlak ten behoeve van de horecafunctie aan te passen. De adviescommissie kan hierover slechts adviseren dat wordt nagegaan of aan de plannen van reclamant voor deze locatie in het licht van een goede ruimtelijke ordening medewerking kan worden verleend, en overigens of de bereidheid bestaat hieraan medewerking te verlenen. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie zou het onder 1 genoemde aanleiding kunnen vormen tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Maar het is niet aan de adviescommissie om te adviseren over de vraag of het bouwplan wenselijk moet worden geacht. Het is aan de gemeenteraad om daarover te besluiten. De adviescommissie adviseert dan ook om: · na te gaan of medewerking kan worden verleend aan het verzoek van reclamant om het bouwvlak aan te passen op de wijze zoals door reclamant is verzocht; · na te gaan of de stelling van reclamant dat het gedeelte op het perceel Zandvoortselaan 361 onderdeel is van de horeca-inrichting van Sonnemans correct is.

32.

Indiener Wagenhof Bedrijfsmakelaars B.V. P.M. Wijkhuizen Tappersweg 12D Haarlem

Onderwerp Zandvoortselaan nabij 283 te Bentveld

Ontvangen op 27 november 2020

Samenvatting zienswijze Reclamant verzoekt in het bestemmingsplan met betrekking tot het perceel Zandvoortselaan bij 283 te Bentveld (kadastraal bekend sectie B nummer 8581) een wijzigingsbevoegdheid op te nemen, dit met het oog op het desgewenst kunnen realiseren van een vrijstaande woning of twee of meer aaneengesloten woningen op dit perceel. De voorgestelde wijzigingsbevoegdheid ziet op de wijziging van ‘Natuur’ naar ‘Wonen - 1’, en benoemt de bouwregels die van toepassing zouden moeten zijn op het bouwen van hoofdgebouwen (woningen) op deze locatie. Tegen het opnemen van deze wijzigingsbevoegdheid is geen stedenbouwkundige belemmering. De gebiedsaanwijzing op grond van de Wet natuurbescherming/Natuurbeschermingswet 1998 is in zoverre abusievelijk gedaan dat hierin ten onrechte een klein stuk (de zuidwestelijke hoek) van het desbetreffende perceel is opgenomen. 45

Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De adviescommissie stelt vast dat reclamant geen bezwaren aanvoert die betrekking hebben op het in voorbereiding zijnde planologisch regime, maar verzoekt om medewerking aan het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid in die zin dat de bestemming ‘Natuur’ kan worden gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen - 1’. De adviescommissie kan hierover slechts adviseren dat wordt nagegaan of aan het verzoek van reclamant in het licht van een goede ruimtelijke ordening medewerking kan worden verleend, en overigens of de bereidheid bestaat hieraan medewerking te verlenen. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie zou deze zienswijze aanleiding kunnen vormen tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Maar het is niet aan de adviescommissie om te adviseren over de vraag of het opnemen van deze wijzigingsbevoegdheid wenselijk moet worden geacht. De adviescommissie adviseert na te gaan of de wijzigingsbevoegdheid, zoals door reclamant is voorgesteld, in het bestemmingsplan kan worden opgenomen.

33.

Indiener Gasunie Transport Services B.V. Postbus 181 9700 AD Groningen

Onderwerp Gastransportleiding

Ontvangen op 28 november 2020

Samenvatting zienswijze Reclamant stelt dat in het plangebied een door haar beheerde transportleiding ligt. De voor deze gasleiding opgenomen dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’ is veel breder dan strikt noodzakelijk. De belemmeringenstrook voor regionale aardgastransportleidingen dient wettelijk gezien 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de leiding te bedragen. Reclamant verzoekt, in overeenstemming met artikel 15 van de planregels, de belemmeringenstrook te verkleinen tot 4 meter. Reclamant verzoekt voorts de nog door te voeren wijziging aan haar voor te leggen voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Reactie adviescommissie De door reclamant bedoelde transportleiding voor aardgas is gelegen onder het fietspad (de oude trambaan) ten noorden van de Zandvoortselaan. Blijkens paragraaf 5.8.2 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan gaat het om een leiding met een diameter van 6 inch en een (maximale werk)druk van 40 bar (4.000 kPa). De belemmeringenstrook zoals deze op de verbeelding is ingetekend, is een kleine 20 meter breed. Aan weerszijden van de hartlijn is de afstand bijna 10 meter.

Op grond van artikel 5 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen bedraagt, in afwijking van artikel 14 lid 1 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen, de belemmeringenstrook voor buisleidingen met een druk van 1.600 tot en met 4.000 kPa ten minste 4 meter aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van die buisleiding. De adviescommissie adviseert het verzoek van reclamant in te willigen en de verbeelding in lijn te brengen met artikel 15.1 van de planregels, waarin is opgenomen dat de belemmeringenstrook een breedte heeft van 4 m ter weerszijden van de hartlijn van de leiding. Overigens wordt opgemerkt dat in de toelichting de leiding wordt aangeduid als ‘W-532-02’, maar dat éénmaal wordt verwezen naar ‘W-530-02’. De adviescommissie gaat er vanuit dat dit een verschrijving betreft en adviseert deze verschrijving te herstellen. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 46

De adviescommissie adviseert: · de belemmeringenstrook van de gastransportleiding op de verbeelding in lijn te brengen met artikel 15.1 van de planregels, in die zin dat de belemmeringenstrook ter weerszijden van de hartlijn wordt teruggebracht tot 4 meter; · de door te voeren wijziging voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan aan reclamant toe te zenden; · de bovengenoemde verschrijving inzake de aanduiding van de leiding te herstellen.

Indiener 34.

Onderwerp Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 (ontsluiting via Zuidlaan)

Ontvangen op 29 oktober 2021

Samenvatting zienswijze Reclamant heeft bezwaar tegen een ontsluiting voor het autoverkeer ten behoeve van de nieuwe woonkavels/woningen op het terrein van Stal de Naaldenhof en aan de Duinrooslaan via de Zuidlaan in Aerdenhout. Reclamant heeft de drukte op de Zuidlaan en omgeving in de loop der jaren substantieel zien toenemen. Dit is niet passend bij het villadorp Aerdenhout. De herontwikkeling van de manege biedt de mogelijkheid het autoverkeer in de omgeving te normaliseren. Men zou verwachten dat het autoverkeer voor deze zeven woningen ontsloten wordt via het bestaande wegennet. Reclamant heeft geen bezwaar tegen ontsluiting alleen voor voetgangers en fietsers. Reactie adviescommissie In het ontwerpbestemmingsplan worden de gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. Deze transformatie dient deugdelijk te worden gemotiveerd in de toelichting van het bestemmingsplan. Onderdeel hiervan betreft de vergelijking tussen de ontsluiting en het aantal verkeersbewegingen van deze ontwikkelingen ten opzichte van de huidige situatie. De adviescommissie is van mening dat dit onvoldoende terugkomt in de toelichting en adviseert dit alsnog daarin op te nemen. De adviescommissie acht niet onaannemelijk dat het aantal verkeersbewegingen na transformatie zal afnemen.

Een manege met circa 52 paarden levert volgens de CROW-normen meer verkeersbewegingen dan een woning in het dure segment, in niet stedelijk gebied, buitengebied. Naast de reguliere verkeersgeneratie van de manege moet overigens rekening worden gehouden met incidenteel verhoogde verkeersgeneratie als gevolg van evenementen. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de vergelijking tussen de ontsluiting en het aantal verkeersbewegingen van deze ontwikkelingen ten opzichte van de huidige situatie.

47

4.

ADVIES ADVIESCOMMISSIE

De zienswijzen van reclamanten onder 1 tot en met 34 zijn alle tijdig ontvangen en voldoen aan de formele indieningsvereisten. De adviescommissie adviseert de raad : 1) naar aanleiding van de ingediende zienswijzen onder de nummers 1, 3, 4, 8, 22, 25, 27 en 30 geen wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen; 2) naar aanleiding van de ingediende zienswijzen onder de nummers 2, 5, 6, 7, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 19, 20, 21, 23, 24, 26, 28, 29, 31, 32, 33 en 34 wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen; het ontwerpbestemmingsplan Bentveld gewijzigd vast te stellen op de volgende onderdelen: N.a.v. zienswijze van: Toelichting Om te expliciteren of de ontwikkelingen aan de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 past in de structuurvisie Parel aan Zee+. Daarbij adviseert de adviescommissie om nader te duiden in hoeverre hier al dan niet sprake is van een ingrijpende ontwikkeling, hoe het plandeel zich verhoudt tot de passage in de structuurvisie dat nieuwbouw door splitsing van kavels wordt vermeden en het uitgangspunt dat het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van het buurtschap.

5, 11, 18

Meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van het plandeel ter hoogte van de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 tot landgoed Groot Bentveld.

2, 5, 7, 9, 10, 12, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 23, 24, 28

Een vergelijking op te nemen tussen de ontsluiting en het aantal verkeersbewegingen van de ontwikkelingen aan de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 ten opzichte van de huidige situatie op te nemen.

9, 16, 17, 34

Nader te beoordelen of wijziging naar de woonbestemming(en) in de weg staat aan de ruimtelijke uitgangspunten in de structuurvisie. Het is aan de gemeenteraad om deze uitgangspunten te volgen, dan wel hiervan gemotiveerd af te wijken.

9

De adviescommissie adviseert de afwegingen en onderbouwing met betrekking tot de toegankelijkheid van fiets- en het wandelpad langs Groot Bentveld, en de toegankelijkheid van het vrije bos en de scouting in ogenschouw te nemen.

14

Om te expliciteren of het plandeel past in de structuurvisie Parel aan Zee+. Daarbij adviseert de adviescommissie om nader te duiden in hoeverre het uitgangspunt om fysieke en/of visuele verbindingen te handhaven, in het bijzonder

18

48

vanwege het doorzicht vanuit Bentveld naar het duinlandschap, al dan niet hiermee in overeenstemming zijn. In de toelichting op te nemen of de voorgestane ontwikkeling aan de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 past in de Omgevingsverordening 2020.

26

In de toelichting in te gaan op de relatie van het plandeel ter hoogte van de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 tot landgoed Groot Bentveld en daarbij aandacht te besteden aan de passages over cultuurhistorie in de structuurvisie.

26

De adviescommissie adviseert dan ook om na te gaan of aan de plannen van reclamant voor de locatie Zandvoortselaan 365 te Bentveld medewerking kan worden verleend door middel van wijziging van de bestemming ‘Bedrijf’ naar een woonbestemming.

29

De adviescommissie adviseert na te gaan of medewerking kan worden verleend aan het verzoek van reclamant om het bouwvlak aan te passen op de wijze zoals door reclamant is verzocht voor het perceel Zandvoortselaan 363 te Bentveld. Indien deze bereidheid bestaat dan dient te worden opgenomen in de toelichting.

31

Naar het oordeel van de adviescommissie zou deze zienswijze aanleiding kunnen vormen tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert na te gaan of de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan kan worden opgenomen. Indien de bereidheid bestaat dan dient dit te worden opgenomen in de toelichting.

32

De adviescommissie adviseert de verschrijving met betrekking tot de belemmeringenstrook van de gastransportleiding te herstellen.

33

Regels De adviescommissie heeft van de gemeente Zandvoort vernomen dat de nieuw te bouwen woningen aan de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 51 via de noordzijde worden ontsluiten. Aangezien de ontsluiting van de nieuwe woningen expliciet wordt uitgesloten in de bestemming ‘Groen’ is de ontsluiting van de woningen in strijd met de bestemming ‘Groen’. De adviescommissie adviseert dit bij de vaststelling van het bestemmingsplan te corrigeren.

6, 15

De adviescommissie adviseert dan ook om na te gaan of aan de plannen van reclamant voor de locatie Zandvoortselaan 365 te Bentveld medewerking kan worden verleend door middel van wijziging van de bestemming ‘Bedrijf’ naar een woonbestemming.

29

Naar het oordeel van de adviescommissie zou deze zienswijze aanleiding kunnen vormen tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert na 49

32

te gaan of de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan kan worden opgenomen. Indien de bereidheid bestaat dan dient dit te worden opgenomen in de regels.

Verbeelding De adviescommissie adviseert de bestaande bebouwing aan de Bentveldweg 9 te Bentveld na verificatie als zodanig te bestemmen.

13

De adviescommissie adviseert dan ook om na te gaan of aan de plannen van reclamant voor de locatie Zandvoortselaan 365 te Bentveld medewerking kan worden verleend door middel van wijziging van de bestemming ‘Bedrijf’ naar een woonbestemming.

29

De adviescommissie adviseert dan ook na te gaan of medewerking kan worden verleend aan het verzoek van reclamant om het bouwvlak aan te passen op de wijze zoals door reclamant is verzocht. Indien deze bereidheid bestaat dan dient het bouwvlak te worden aangepast.

31

De adviescommissie adviseert na te gaan of de stelling van reclamant dat het gedeelte op het perceel Zandvoortselaan 361 onderdeel is van de horeca-inrichting van Sonnemans correct is. Indien dit correct is dan dient te worden aangepast op de verbeelding.

31

Naar het oordeel van de adviescommissie zou deze zienswijze aanleiding kunnen vormen tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert na te gaan of de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan kan worden opgenomen. Indien de bereidheid bestaat dan dient dit te worden opgenomen op de verbeelding.

32

De adviescommissie adviseert de belemmeringenstrook van de gastransportleiding op de verbeelding in lijn te brengen met artikel 15.1 van de planregels, in die zin dat de belemmeringenstrook ter weerszijden van de hartlijn wordt teruggebracht tot 4 meter.

33

3) Het ontwerpbestemmingsplan Bentveld ten aanzien van de toelichting, planregels en verbeelding voor het overige vast te stellen overeenkomstig het ontwerp zoals dat ter inzage heeft gelegen met ingang van 16 oktober 2020.

50

de adviescommissie, 25 april 2021,

de raadsadviseur, de heer J. Quartier

de voorzitter, mevrouw mr. M.L. Elsackers

51

GEANONIMISEERD ZAKELIJK VERSLAG HOORZITTING ONTWERPBESTEMMINGSPLAN BENTVELD 24 FEBRUARI 2021

Adviescommissie Voorzitter: mevrouw mr. M.L. Elsackers Leden: mevrouw mr. M.W. Wijers en de heer mr. B.M. Kocken Ondersteuning vanuit griffie: de heer mr. J.L. Quartier en mevrouw S. de Zanger (verslag) Opening Mevrouw Elsackers opent de hoorzitting om 19.30 uur. Zij stelt de leden van de adviescommissie voor. Zij zegt toe dat het advies, inclusief het zakelijk verslag van deze hoorzitting, te zijner tijd aan alle indieners van zienswijzen wordt toegestuurd. Daarnaast worden deze ook aan de leden van de gemeenteraad toegezonden. De hoorzitting bestaat uit twee verschillende delen, waarbij het eerste gedeelte gaat over de zienswijzen rondom de locaties Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3. Het tweede gedeelte spitst zich toe op de overige locaties. De insprekers krijgen eerst de gelegenheid een toelichting te geven op hun zienswijzen en daarna zal de adviescommissie eventueel vragen stellen. De adviescommissie hoort achtereenvolgens de volgende insprekers: Eerste gedeelte – locaties rondom Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 -(Zienswijze 5)* -(Zienswijze 6)* -(Zienswijze 9)* -(Zienswijze 18)* -(Zienswijze 24) -(Zienswijze 15) Tweede gedeelte – overige locaties -(Zienswijze 13)* -(Zienswijze 14)* -(Zienswijze 25)* -Zienswijze 6 heeft zich aangemeld voor de hoorzitting maar blijkt niet in de vergadering aanwezig te zijn. Achteraf bleek hij zich in datum vergist te hebben.

De adviescommissie heeft na de vergadering besloten hem de gelegenheid te bieden om alsnog een schriftelijke toelichting op zijn zienswijze in te dienen. De heer … heeft een schriftelijke toelichting ingediend. Deze is als bijlage 1 bij dit verslag opgenomen. -Zienswijze 24 is aanwezig in de vergadering maar blijkt toen aan haar het woord werd gegeven problemen te hebben met haar microfoon waardoor zij geen verdere toelichting kan geven. Mevrouw Elsackers meldt dat mevrouw … in de chat heeft aangegeven dat haar microfoon niet werkt en dat zij geen verdere toelichting kan geven. Mevrouw Elsackers vraagt haar via de chat haar punten op te sommen. Mevrouw … heeft hier geen gehoor aan gegeven. De adviescommissie heeft na de vergadering besloten om haar de gelegenheid bieden alsnog een schriftelijke *Deze insprekers hebben hun pleitnota / toelichting schriftelijk ingediend. Deze zijn integraal opgenomen in het verslag of als bijlage bij dit verslag opgenomen.

toelichting in te dienen. De volgende dag is er een bericht bij haar ingesproken op haar mobiel. Zij heeft hierop niet gereageerd en ook geen schriftelijke toelichting ingediend.

Eerste gedeelte – Locaties rondom Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 (Zienswijze 5) “Goedenavond, Dank voor de gelegenheid om een toelichting te geven op de door ons ingebrachte zienswijze. Ik spreek namens de Belangengroep Ruiters Bentveld e.o. Zonder af te doen aan de overige punten van onze zienswijze willen wij ten eerste graag het maatschappelijk belang van de manege voor de Gemeente Zandvoort en de omliggende regio benadrukken. Vele honderden gebruikers van de manage, waaronder een meerderheid aan kinderen, beoefenen wekelijks hun zo geliefde paardensport. Daaronder valt ook het opbouwen van een emotionele band met paard of pony. Het is elke keer weer een genot om de blije en enthousiaste kindergezichten te zien als zij met de pony’s bezig zijn. Dit is een belangrijke bijdrage aan de geestelijke ontwikkeling van kinderen. Ook bij volwassenen geeft naast het sportieve element ook het omgaan met paarden veel geestelijke voldoening. Bij het verdwijnen van de manege zal dit grotendeels wegvallen. Andere maneges in de regio hebben niet de capaciteit om dit op te vangen. Daar zijn nu al wachtlijsten. Ten tweede begrijpen wij dat het verzoek tot bestemmingswijziging door de eigenaar van de grond en opstallen is ingegeven door een wens tot verkoop. Wij begrijpen niet waarom een wijziging van de bestemming nodig zou zijn voor een verkoop.

De grond en opstallen kunnen ook met de huidige bestemming verkocht worden. Het is evident dat dit bij verkoop minder zal opleveren, maar in die bestemming is het ook in het verleden aangeschaft. Het huidige manegebedrijf die de opstallen en grond huurt is succesvol en wil niets anders dan de bedrijfsvoering voortzetten. Ook in de huidige bestemming zullen er zeker welwillende kopers zijn. Het gaat hierbij om het afwegen van aan de ene kant het belang van de vele gebruikers van de manage, het bedrijfsbelang van het managebedrijf, met de werkgelegenheid die zij biedt en aan de andere kant de extra opbrengst die bij een verkoop met gewijzigde bestemming de huidige eigenaar zou opleveren. Dat zou wat ons betreft een eenvoudige beslissing moeten zijn tot behoud van de huidige bestemming. Dit standpunt wordt tevens ondersteund wordt door de vele ondertekenaars van de petitie die op 3 december aan de gemeente is overhandigd. Dank u voor uw aandacht”.

(Zienswijze 9) “Mijn naam is ….. Samen met andere belanghebbenden, hebben wij een zienswijze ingebracht. In aanvulling hierop, wil ik u het volgende meegeven en vragen: Ruimtelijke ordening is het vraagstuk over hoe wij onze leefomgeving willen inrichten. Hoe passen wij gemeenschap en ruimte op elkaar aan. Hoe wegen wij hierbij individuele en gemeenschappelijke belangen af. Het gaat over vragen als: waar wonen wij? Waar sporten wij? Waar is ruimte voor water en natuur? Wanneer moet de eigenaar inschikken ter wille van de gemeenschap en wanneer niet? 2/9

Kunt in uw advies onze vraag beantwoorden en motiveren: Waarom de transformatie van Stal de Naaldenhof goede ruimtelijke ordening zou zijn? Waarom moet de bestemming veranderen? Als we kijken naar de onderbouwing – Is de besluitvorming dan zorgvuldig en gewogen geweest? In het besluit dat bij het voorstel ligt, lijkt op geen enkele wijze het belang van de gemeenschap gewogen te zijn. De grond is sinds jaar en dag in gebruik als manege. Volgens mij ook zo gekocht, maar het moet nu veranderd worden in villabouw omdat het niet anders kan. Maar waarom is dit zo? Waarom gaat hier het belang van een enkeling voorop ten nadele van de gemeenschap? En is er ook wel echt gedegen onderzoek geweest of dit allemaal kan en mag? Op geen enkele wijze wordt gerept over het feit dat dit een oud en cultuurhistorisch landschappelijk terrein is, buiten de bebouwde kom, tegen Natura2000. Moet niet naar voren komen dat er overlegd moet worden met de provincie en dat haar toestemming nodig is. Is dit voorstel echt zorgvuldig voorbereid? Op de informatiebijeenkomst van eind vorig jaar, spreekt men over minder verkeer en zijn er mooie beelden van houtsnipperpaden. Maar laten we eerlijk zijn die gaan toch helemaal niet komen! Iedere villa moet toch bereikbaar zijn, voor bewoners, maar ook voor hulpdiensten.

En hoe gaat het met de bussen van de padvinders? Komen die het terrein nog wel op als de weg waar zij nu keren, een houtsnipperpad is geworden? Is hier wel echt over nagedacht – anders dan dat hier zeven grote villa’s moeten komen? De wethouder van Zandvoort, mevrouw Verheij, heeft mij persoonlijk verteld dat de gemeente ruitersport hoog in het vaandel heeft. Het is goed voor toerisme. Het is goed voor mens en kind: sporten in de buitenlucht en kennismaken met dier en natuur. Alleen geeft zij aan dat er géén andere plaatsen zijn binnen Zandvoort om de ruitersport te beoefenen. Er is géén grond beschikbaar. Zandvoort moet indichten om te groeien. Er is woningnood. Er moeten meer dan 600 woningen bij komen. Deze mensen willen straks meer dan wonen, maar onder meer ook sporten. En de bestemming van de grond van de Naaldenhof moet veranderen, omdat de eigenaren dat zo willen. De gemeente kan of wil niks doen. Kunt u toelichten waarom dat zo is? Al straks de grond in plotten verdeeld is, de bomen gerooid zijn, wat groen was rood is geworden van de stenen, dan is deze plek voor altijd verloren, en er is ook geen plek meer voor de ruitersport.

Daarom wil ik u vragen: Kunt u aangeven en motiveren wat goede ruimtelijke ordening is in deze hoek van Bentveld? Waarom zou hier het belang van een enkeling voor moeten gaan op het belang van de gemeenschap? Waarom zou hier de bestemming moeten veranderen? Ik wens u veel succes in uw beraadslagingen en het formuleren van uw advies”.

(Zienswijze 18) De heer … voert het woord namens zijn cliënt, de heer …. Zijn cliënt kan zich met de ontwikkeling op de Duinrooslaan 3 niet verenigen. Hij licht een aantal punten uit de zienswijze die is ingediend nader toe: 1. Structuurvisie “Parel aan Zee” De gemeentelijke structuurvisie “Parel aan Zee +” is vastgesteld op 26 januari 2010 en geeft het gemeentelijk beleid op de ruimtelijke ordening weer tot 2025 en biedt een verdere doorkijk naar 2040. Het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van Bentveld. Nieuwbouw door splitsing van kavels moet worden vermeden, de lage dichtheid is onderdeel van de groene uitstraling. Specifiek gelden voor het plangebied op grond van de Structuurvisie de aanduidingen ‘bosmilieu’ en ‘fysieke en/of visuele verbinding’. Dit houdt in dat visuele doorzichten vanuit de wijk naar het duinlandschap moeten worden gemaakt of worden gehandhaafd. Met het

3/9

ontwerpbestemmingsplan, in het bijzonder de ontwikkeling op Duinrooslaan 3, wordt niet aan de Structuurvisie voldaan. 2. Cultuurhistorische waarden: Nota Belvedere Het plangebied maakt onderdeel uit van het Belvedere-gebied Zuid-Kennemerland en behoort daarmee tot één van de meest waardevolle cultuurhistorische gebieden van Nederland volgens de rijksnota Belvedère. Het bestaande bestemmingsplan verwijst expliciet naar die nota en is – conform de rijksnota – gericht op het handhaven en beschermen van de bestaande stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten. Concreet: nieuwbouw is absoluut niet toegestaan. Waarom met het bestemmingsplan wél de bouw van twee omvangrijke villa’s, met een bouwhoogte van 10 m, wordt toegestaan en hoe die ontwikkeling zich verhoudt tot de Nota Belvedère is op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt. Dat klemt te meer, omdat in de toelichting juist wordt vermeld dat het gemeentebestuur het belangrijk vindt dat de cultuurhistorische waarden zoveel mogelijk behouden moeten blijven. 3. Cultuurhistorische waarden: Zichtlijn Het Landgoed is in 1979 aangewezen als rijksmonument. Vervolgens heeft het Instituut voor Bouwhistorische Inventarisatie en Documentatie (“IBID”) in de jaren ’90 uitgebreid onderzoek verricht naar de bouwhistorische geschiedenis van het landgoed.

Het onderzoeksrapport maakt melding van een (in ieder geval) sinds 1817 bestaande, historische zichtlijn die over de sloot en weilanden in westelijke richting loopt naar een duintop. Die zichtlijn is volgens het IBID bewust gecreëerd en maakt onderdeel uit van de ruimtelijke samenhang tussen het landhuis en de omgeving. Vanwege die zichtlijn heeft cliënt in het verleden de realisatie van een tuinmuur geweigerd gezien. In dat kader hebben de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (later: Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten), de gemeentelijke monumentencommissie Zandvoort en de welstandscommissie bevestigd dat de zichtlijn cultuurhistorisch waardevol is. De villa’s op het naastgelegen perceel Duinrooslaan 3 zullen de zichtlijn verstoren. 4. Natuur: bomenkap De locatie Duinrooslaan 3 is gelegen buiten de bebouwde kom en valt derhalve binnen de bescherming van de Wet natuurbescherming wat betreft het vellen van houtopstanden. Voor de ontwikkeling op de locatie moeten bomen worden gekapt. Dat is op grond van art. 4.2 Wnb niet toegestaan zonder ontheffing. Omdat de locatie is gelegen in het werkingsgebied ‘oude bosgroeiplaats’ ex artikel 4.5 lid 1 van de Omgevingsverordening NH2020, staat het voorshands vast dat de ontheffing niet zal worden verleend. Er kan namelijk niet – zoals wordt voorgeschreven – worden herbeplant op dezelfde locatie. Het ontwerpbestemmingsplan c.q.

de ontwikkeling is niet uitvoerbaar. 5. Natuur: stikstof Cliënt woont op ongeveer 200m afstand (zonder tussengelegen bebouwing) van het Natura 2000gebied Kennemerland-Zuid en heeft daar ook zicht op. De Wnb strekt derhalve ook tot de bescherming van zijn belangen. Cliënt heeft in de zienswijze genoegzaam aangetoond dat het stikstofonderzoek niet toereikend is. Significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied kunnen op voorhand niet worden uitgesloten, zodat een passende beoordeling had moeten worden uitgevoerd. Dit brengt onder meer ook met zich mee dat ten onrechte niet is voldaan aan de Merbeoordelingsplicht. Zijn cliënt is van mening dat in het bijzonder op het gebied van de ecologie, de zichtlijnen / cultuurhistorische zichtlijnen en de strijd met de structuurvisie het ontwerpbestemmingsplan zo niet kan worden vastgesteld.

4/9

De pleitnota / toelichting is als bijlage 2 opgenomen bij dit verslag. (Zienswijze 15) De heer … zegt dat hij de eigenaar is van de Duinrooslaan 3. Hij heeft deze hoorzitting gezien als een mogelijkheid om vragen te kunnen beantwoorden van de adviescommissie over zijn korte zienswijze die hij heeft ingediend. Hij heeft het niet gezien als een mogelijkheid om te reageren op standpunten van anderen met name van zienswijze 18. Hij wil twee punten naar voren brengen. De weg vanaf de hoek aan het eind van de Zuidlaan bij het scoutingterrein tot aan de ingang van de manage is een openbare weg in de zin van de Wegenwet en heeft zowel in het huidige bestemmingsplan als in het ontwerpbestemmingsplan een verkeersbestemming. Hij heeft belang bij dat zijn terrein aan de zuidzijde te ontsluiten blijft. Hij ondersteunt hiermee het ontwerpbestemmingsplan. Het volgende punt is dat er in het ontwerpbestemmingsplan in een bepaling staat aangegeven dat er in de groenstrook geen inritten zijn toestaan. Dit is moeilijk verenigbaar met de ontwikkelingen waarin het ontwerpbestemmingsplan zelf voorziet om de bouwkavels te ontsluiten. Hij denkt dat het om een vergissing gaat. Hij verzoekt dan ook om deze bepaling aan te passen dusdanig dat de bouwkavels vanaf de groenstrook te ontsluiten zijn zowel vanaf de noordzijde als de zuidzijde.

De heer … wil reageren op hetgeen door of namens zienswijze 18 naar voren is gebracht maar de voorzitter zegt dat dit niet de bedoeling is van deze hoorzitting. Er kan eventueel op elkaars inbreng gereageerd worden bij de behandeling van het ontwerpbestemmingsplan in de raadscommissie. De hoorzitting is bedoeld om uw zienswijze toe te lichten en eventueel vragen van de adviescommissie te beantwoorden.

Vraag- en beantwoordingsronde eerste gedeelte De heer Kocken heeft een vraag over de manege in zijn algemeenheid. Deze vorm van een voorziening gaat in de nieuwe plannen verdwijnen. Wat voor gesprek is hierover met de gemeente geweest? Zienswijze 5 geeft aan dat daar geen enkel gesprek met de gemeente over is geweest. De huidige manege heeft wel gesprekken gevoerd, maar deze hebben nergens toe geleid. Er is geen alternatief geboden. Zienswijze 9 geeft aan dat hij een gesprek heeft gehad met de wethouder van Zandvoort en hij kan bevestigen wat zienswijze 5 aangeeft. Hij zegt dat er naast de Naaldenhof nog meer maneges in de regio gaan verdwijnen. Als de Naaldenhof verdwijnt dan zal er ten westen van het Spaarne geen maneges meer zijn. Mevrouw Elsackers heeft een vraag over de zienswijze van zienswijze 9. Hierin wordt over een monumentenbiotoop onder de nieuwe omgevingswet gesproken. Wat wordt hiermee precies bedoeld? Zienswijze 9 zegt dat het aansluit aan wat zienswijze 18 eerder aangaven. Hij geeft aan dat dit betekent dat er niet alleen gekeken wordt naar het rijksmonument, het landhuis zelf, maar ook naar de omgeving die eromheen gegroeid is. De verbinding die er is qua zicht tussen het landgoed/huis en de duinen. De relatie is goed te zien op de kaarten die bij zijn zienswijze zijn toegevoegd.

Onder de nieuwe Omgevingswet gaat deze monumentenbiotoop een veel grotere rol spelen dan nu.

5/9

Zienswijze 18 onderschrijft het betoog van zienswijze 9. Hij zegt dat ook de Rijksdienst cultuurhistorische monumenten de zichtlijn erkent en als zodanig als cultuurhistorisch waardevol kenmerkt. Zienswijze 9 geeft aan dat niet alleen deze Rijksdienst dit onderschrijft, maar ook de gemeenten in de omgeving zoals Haarlem, Bloemendaal en Heemstede. Zij hebben duidelijk uitgesproken om de binnenduinrand en haar cultuurhistorische waarde te beschermen. Het betreft een bijzonder stukje Nederland dat reeds in de 18de eeuw prachtig is vastgelegd in allerlei boekwerken. Als wij er niet zuinig mee omgaan, zijn wij het zo kwijt. Overigens dienen wij de zichtlijnen niet alleen vanuit het landhuis te bekijken maar ook vanaf de Zuidlaan zelf. De heer Kocken vraagt aan zienswijze 18 in hoeverre er op dit moment sprake is van zichtlijnen en cultuurhistorische waarde? Zienswijze 18 antwoordt dat er is geconstateerd dat er sprake is van een historische zichtlijn vanuit het landgoed naar de duinen en de bosrijke omgeving. Met de bouw van twee omvangrijke de villa’s wordt deze zichtlijn op de natuur dat er vanouds bestaat volledig weggenomen. Zienswijze 18 vult aan dat het zicht dat reeds minimaal twee honderd jaar aanwezig is en nu wordt geblokkeerd door coniferen. Het gebrek aan zicht op de duinen vanwege de coniferen wordt als betekenisloos getypeerd door de gemeente en de Rijksdienst.

Met andere woorden de zichtlijn is nog steeds van waarde.

Tweede gedeelte – overige locaties (Zienswijze 13) De heer … heeft een kavelnet aangekocht en wil de woning veranderen. Bij het inmeten van de bestaande situatie kwamen zij strijdigheden tegen met de kadastrale kaart en het huidig bestemmingsplan. Het bouwvlak in het ontwerpbestemmingsplan is later tot stand gekomen en volgt niet de contouren van de bestaande woning. Volgens de originele archief tekeningen maken wij op dat de woning 14.07m breed had moeten zijn. De woning is over het volledige bouwoppervlak over meerdere bouwlagen opgetrokken. Bij werkelijke inmeting blijkt deze 14,17m breed gebouwd te zijn. De kadasterkaart geeft echter slechts 12,4 meter aan. In het bestemmingsplan is deze 12,5m breed. Bij het definitief vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan zouden zij graag zien dat de gehele woning binnen het bouwvlak valt, zoals het origineel gebouwd is. Daarmee wordt het bouwvlak gecorrigeerd naar de werkelijke situatie uit 1930. De pleitnota / toelichting inclusief tekeningen is als bijlage 3 opgenomen bij dit verslag. Vragen- en beantwoordingsronde Mevrouw Wijers vraagt zich af of de kadasterkaart de juiste tekening weergeeft? Zienswijze 13 geeft aan dat deze juist niet kloppen. Zowel de bestemmingsplankaart en kadasterkaart kloppen beide niet met de huidige situatie. De kadasterkaart komt overeen met het bestemmingsplankaart.

In de zienswijze zijn de kaarten toegevoegd. Mevrouw Elsackers vraagt of de kadastrale grenzen niet kloppen. Mevrouw … zegt dat zij de kadastrale grenzen niet hebben nagemeten, want dan bedoel je de kavel zelf, maar de rode lijnen

6/9

waarin wordt aangegeven op het kadaster dat daar een hoofdvolume staat die kloppen niet. Waar het haar om gaat is dat de rode omlijning van de woning niet correspondeert met de woning zoals die oorspronkelijk gebouwd is. De heer Kocken vraagt of dit ook nog wordt gewijzigd in het Kadaster? Zienswijze 13 zegt het nog niet zover doorgedacht te hebben, omdat de kavel op zich niet verkeerd is. Alleen de belijning waarop het gebouw staat is verkeerd. Het Kadaster zal hier waarschijnlijk niets mee doen.

(Zienswijze 14) De heer … geeft aan dat het hem gaat om het behouden van de wandel- en fietspad tussen Zuidlaan en Duinrooslaan en de toegang tot het vrije bos. Hij wil dat er een goede regeling getroffen wordt waarbij er voldoende ruimte voor de wandel en fietspad wordt gecreëerd. Het huidige pad wordt gekenmerkt door een meanderende patroon, waardoor het pad ook deels over particulier terrein loopt en deels over gemeentegrond. De gemeente is alleen eigenaar van een strook grond van 3,5 meter en bijna 200 meter lang. De huidige strook voor wandel- en fietspad is nu zo’n 12 meter breed. Hij geeft de gemeente mee om het op voorhand goed te regelen via het sluiten van een erfdienstbaarheid, het recht van overpad. De heer … verwijst naar een kaartje die hij heeft opgestuurd waarop aangegeven staat zoals hij het graag zou wensen. De pleitnota / toelichting met een kaartje is als bijlage 4 opgenomen bij dit verslag. Vragen- en beantwoordingsronde De heer Kocken vraagt waar de vrees precies zit. Bent u bevreesd dat er straks helemaal geen toegang meer is, of moet het pad breder worden? Zienswijze 14 geeft aan dat het pad nu deels over particulier terrein loopt en deels over openbaar terrein. Hij weet niet wat de huidige en toekomstige bewoners daarvan vinden en hij weet ook niet hoe zij er later mee om zullen gaan.

Hij ziet dit graag aan de voorkant geregeld met de eigenaren manage en Duinrooslaan 3. Mevrouw Elsackers vraagt of de toegang richting het vrije bos verandert met de beschreven ontwikkelingen in het bestemmingsplan? Zienswijze 14 geeft aan dat dit nu vrij toegankelijk is over de grond van de manege en dat dit ook zo blijft. Mevrouw Wijers vraagt of het bos ook op een andere manier toegankelijk is? Zienswijze 14 antwoordt dat dit de enige toegang tot het bos is. Het bos is openbaar.

(Zienswijze 25) De heer … zegt dat de bestaande bebouwing aan de Zandvoortselaan 349 tot en met 353 in Bentveld een combinatie van wonen en bedrijfsruimte al sinds jaar en dag bestaat. De heer … wil graag dat het bestemmingsplan zodanig wordt aangepast dat het overeenkomt met het huidig gebruik. Hij verwijst ter ondersteuning van zijn betoog naar de toelichting waarin vermeld wordt dat de betreffende nietwoonfuncties in het bestemmingsplan positief worden bestemd en in de Nota van uitgangspunten

7/9

van het ontwerpbestemmingsplan waarin te lezen valt dat de bestaande ruimtelijke situatie wordt vastgelegd. De pleitnota / toelichting is als bijlage 5 opgenomen bij dit verslag. Vragen- en beantwoordingsronde Mevrouw Wijers vraagt wat het huidige gebruik precies inhoudt? Zienswijze 25 zegt dat het momenteel bedrijfsruimte is dat bestaat uit twee delen. Het bestemmingsplan geeft een kortere bebouwde ruimte aan dan de werkelijkheid. Een deel is een hal en de andere deel is een voormalige showroom die toegang geeft tot de hal. Mevrouw Wijers vraagt ook naar de plannen voor woningbouw. Zijn deze plannen besproken met de gemeente? Zienswijze 25 geeft aan dat deze plannen besproken zijn met de gemeente, maar uiteindelijk niet zijn aangevraagd. Dit was rond 2007. Er wordt op het perceel gewoond, wat het een combinatie maakt van wonen en bedrijfsruimte. Mevrouw Elsackers zegt dat er in de zienswijze wordt aangegeven dat er in het verleden aan de locatie de bestemming “wonen” toegekend is waarbij wordt aangegeven dat er eigenlijk een gemengde bestemming zou moeten zijn omdat het wordt gebruikt als woning en bedrijf. Wordt er momenteel nog steeds gewoond? Zienswijze 25 antwoordt dat er momenteel gewoond wordt en dat blijft ook zo.

Sluiting Mevrouw Elsackers constateert dat alle indieners van zienswijzen voldoende gelegenheid hadden om hun zienswijze toe te lichten en de adviescommissie voldoende informatie heeft om de gemeenteraad te kunnen adviseren. Zij sluit onder dankzegging de hoorzitting. 30 april 2021

De secretaris, de heer mr. J.L. Quartier

De voorzitter, mevrouw mr. M.L. Elsackers

8/9

Bijlagen: 1. toelichting / pleitnota van de heer … (zienswijze 6) 2. toelichting / pleitnota van de heer … (zienswijze 18) 3. toelichting / pleitnota van mevrouw … (zienswijze 13) 4. toelichting / pleitnota van de heer … (zienswijze 14) 5. toelichting / pleitnota van de heer … (zienswijze 25)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11983964/2