Bijlage 1 - Bestemmingsplan Bentveld - Advies Adviescommissie
Tekst van het document
voor een kleine groep woningzoekenden die bovendien leidt tot een ongewenste aantasting van natuurwaarden. Strijdigheid met structuurvisie Reclamant ziet een strijdigheid met de geldende structuurvisie “Parel aan Zee”. De structuurvisie is op grond van de Wet ruimtelijke ordening aan te merken als een beleidsregel die bij het vaststellen van een bestemmingsplan gevolgd moet worden. Afwijkingen daarvan zijn specifiek te onderbouwen, aldus reclamant. De structuurvisie benadrukt in paragraaf 3.1 het belang van de natuur, rust en kwalitatief hoogstaande uitstraling van de bebouwing als centrale doelen voor de ontwikkelingen binnen de gemeente. Specifiek voor Bentveld is het beleid gericht op handhaving van het groene karakter. De voorgenomen aantasting van de bosrand en van de natuurwaarden op de locaties Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 acht reclamant in strijd met deze doelen. Ook in dit opzicht ontbreekt in het bestemmingsplan een onderbouwing van de noodzaak van deze ontwikkeling. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak.
De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’.
De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. De gronden zijn particulier eigendom. De eigenaren van de gronden hebben de gemeente Zandvoort gevraagd mee te werken aan deze transformatie. Om te komen tot een transformatie dient dit deugdelijk te worden gemotiveerd in de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan. Onderdeel van deze toelichting is de maatschappelijke uitvoerbaarheid (paragraaf 7.3 van de toelichting) van het plan. In dit verband ligt het voor de hand dat de gemeenteraad de ingediende zienswijzen betrekt bij de belangenafweging in het kader van het vaststellen van het definitieve bestemmingsplan. Structuurvisie In de structuurvisie ‘Parel aan Zee+’ staat over Bentveld ten aanzien van het beleid 2010-2025 vermeld: “Ingrijpende ontwikkelingen zijn in Bentveld niet aan de orde. Het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van het buurtschap. Nieuwbouw door splitsing van kavels wordt vermeden, de lage dichtheid is essentieel onderdeel van de groene uitstraling van de kern.”.
In de toelichting op het bestemmingsplan is over de relatie van het bestemmingsplan op dit onderdeel tot de structuurvisie ‘Parel aan Zee+’ het volgende aangegeven: “Het woningbouwplan ter plaatse van het manegebedrijf en de Duinrooslaan 3, zoals nader gemotiveerd in paragraaf 4.3 sluit aan bij het doel (handhaven en waar mogelijk versterken van de aanwezige woonkwaliteiten) van de structuurvisie. De activiteiten van het manegebedrijf worden beëindigd en daarvoor in de plaats worden woningen toegevoegd, die aansluiten bij de huidige stedenbouwkundige opzet van het gebied. De woningen aan 21
de Duinrooslaan 3 sluiten ook aan op de stedenbouwkundige opzet van het gebied. De aanwezige woonkwaliteiten worden hierbij gerespecteerd”. De adviescommissie adviseert de gemeente nader te motiveren hoe dit plandeel zich verhoudt tot het uitgangspunt in de structuurvisie dat het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van het buurtschap, nu daarop thans in de toelichting niet wordt ingegaan. Gelet op het vorenstaande adviseert de commissie de gemeente om te expliciteren of het plandeel past binnen de structuurvisie Parel aan Zee+. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De commissie adviseert de gemeente om te expliciteren of het plandeel past in de structuurvisie Parel aan Zee+. Daarbij adviseert de commissie om nader te duiden hoe het plandeel zich verhoudt tot het uitgangspunt in de structuurvisie dat het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van het buurtschap.
Indiener 12.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 23 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant vindt de bestemmingswijziging geen goede zaak want: · Het verdwijnen van manege de Naaldenhof betekent dat er onvoldoende voorzieningen voor de amateur ruitersport overblijven in de gemeente Zandvoort. · De unieke ligging van de manege en de faciliteiten in de omgeving, zoals veel ruiterpaden, maken het mogelijk om prachtige buitenritten te maken. Reclamant doet dit dan ook veelvuldig. · Haar sportbeoefening wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De resterende 2 maneges in Zandvoort hebben slechts beperkt capaciteit. Reclamant zal op zoek moeten naar een andere manege, die verder weg ligt van waar zij woont. · De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door de bouw van villa's wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. · Er is een duidelijke relatie tot Landgoed Groot Bentveld waar altijd stallen geweest zijn en dus ook paarden gestaan hebben. Vroeger hoorde de grond van de manege bij het Landgoed Groot Bentveld. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak.
De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden 22
bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
Indiener 13.
Onderwerp Woning binnen bouwvlak
Ontvangen op 23 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant verzoekt voor het perceel 6545 Sectie B gem Zandvoort (Bentveldweg 9 te Bentveld) een bouwvlak op te nemen conform de bestaande bebouwing. Reclamant geeft aan dat bij het inmeten van de bestaande situatie van de originele woning zoals die is gebouwd in 1930 bleek dat de woning in het bestemmingsplan niet geheel binnen het bouwvlak is opgenomen. Op de originele archieftekeningen is de woning 14,07 meter breed, bij nameting blijkt de bebouwde situatie 14,17 meter te zijn. In het bestemmingsplan is het bouwvlak 12,344 meter breed. Bij het definitief maken van het bestemmingsplan zou reclamant graag zien dat het de gehele woning binnen het bouwvlak valt, zoals die origineel gebouwd is.
Reactie adviescommissie De adviescommissie adviseert de ter plaatse bestaande bebouwing als zodanig te bestemmen door het opnemen van een bouwvlak ter grootte van die bebouwing. Daarbij acht zij van belang dat de bebouwing met vergunning is gerealiseerd en voor zover destijds een zeer minimale afwijking ten opzichte van het vergunde is gerealiseerd, deze afwijking reeds sinds 1930 aanwezig is. De adviescommissie adviseert hierbij om de door reclamant gestelde breedte te verifiëren. Conclusie 23
Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze mogelijk aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert de bestaande bebouwing na verificatie als zodanig te bestemmen.
Indiener 14.
Onderwerp Openbare fiets- en wandelpad
Ontvangen op 26 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant schetst de situatie van het fiets- en wandelpad langs Groot Bentveld en, in het verlengde daarvan, een deel van de Zuidlaan. Een smalle strook (3,5 meter breed en 190 meter lang) loopt pal langs het (3 meter hoge) hek van Groot Bentveld. Deze strook is in eigendom bij de gemeente. De rest van de grond is van de huidige eigenaren van de Duinrooslaan 3 en de manege. Het huidige pad loopt (meanderend) afwisselend over deze particuliere gronden en over de gemeentegronden. Vanuit de bewoners aan de Duinrooslaan is de suggestie gedaan om een recht pad te creëren. Het gevaar bestaat dat straks onduidelijkheid zal bestaan over (de omvang van) de toegankelijkheid van het pad voor het publiek. Het is daarom verstandig om de eigendomsverhouding of een (openbaar) recht van overpad te regelen met de beide huidige eigenaren, en dit te koppelen aan de voorgenomen wijziging naar de groenbestemming. De samenleving vraagt hier om een ruim fiets- en wandelpad, en het is van belang dat de scoutingvereniging aan de Zuidlaan en het vrij bos bereikbaar blijven. Reclamant vraagt zich af of, gelet op het recht van erfpacht van Groot Bentveld op de strook grond van de gemeente evenwijdig aan de Zuidlaan, wel sprake is van een vrije doorgang van de Zuidlaan naar het fiets-/wandelpad en naar de entree naar het vrij bos, de scouting en de manege.
Met het oog op de hoorzitting heeft reclamant bij e-mail van 24 februari 2021 een korte nadere toelichting en onderstaande afbeelding met de verhoudingen inzake eigendom en recht van erfpacht ingediend.
Reactie adviescommissie Onderdeel van de voorbereiding en de totstandkoming van een bestemmingsplan is een beoordeling van de maatschappelijke uitvoerbaarheid. In dit geval brengt dat naar de mening van de adviescommissie mee dat bezien wordt wat de wensen en behoeften zijn voor wat betreft de toegankelijkheid van fiets- en wandelpad langs Groot Bentveld, en de toegankelijkheid van het vrije bos. Mocht de scoutingvereniging ook in de toekomst aanwezig blijven, dan zal deze uiteraard voor belanghebbenden toegankelijk moeten zijn. Daarnaast dient het nieuwe bestemmingsplan uitvoerbaar te zijn in het licht van de privaatrechtelijke verhoudingen met betrekking tot de gronden. Omdat de plannen met betrekking tot de woningbouw op deze locatie nog niet bekend waren ten tijde van het voorontwerpbestemmingsplan, is aan deze 24
aspecten begrijpelijkerwijs geen aandacht besteed in de onderbouwing ervan. De adviescommissie adviseert deze aspecten alsnog in ogenschouw te nemen en mee te nemen in de afwegingen en onderbouwing rondom het definitieve bestemmingsplan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze waarschijnlijk aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert de afwegingen en onderbouwing met betrekking tot de toegankelijkheid van fiets- en het wandelpad langs Groot Bentveld, en de toegankelijkheid van het vrije bos en de scouting in ogenschouw te nemen.
Indiener 15.
Onderwerp Ontsluiting twee nieuwe bouwkavels
Ontvangen op 26 november 2020 (pro-forma), aanvulling 15 december 2020
Samenvatting zienswijze In de toelichting van het bestemmingsplan wordt in paragraaf 4.3.2 opgemerkt dat “de ontsluiting van de twee nieuwe kavels plaats zal vinden via het erf van de Duinrooslaan 3.” Het is niet helemaal duidelijk wat hiermee wordt bedoeld. Duidelijk moet zijn dat de twee nieuwe kavels kunnen worden ontsloten via de zuidzijde, dus vanaf de Zuidlaan. Dit is vanaf begin het uitgangspunt geweest van reclamanten, en zij hebben dit voor zover zij zich dit kunnen herinneren ook zo met de gemeente besproken. In onderstaande afbeeldingen hebben reclamanten de ontsluiting van de twee bouwkavels ingetekend. Zoals te zien is, zou voor de ontsluiting van de twee bouwkavels het perceel van reclamanten met kadastraal nummer 4921 (de groenstrook in het ontwerpbestemmingsplan) via de zuidzijde over de openbare weg worden bereikt en de ontsluiting verder over eigen terrein (kadastraal perceel 4921) verlopen. De weg vanaf de hoek aan het eind van de Zuidlaan (bij het scoutingterrein) tot aan de ingang van de manege (waar het perceel van reclamanten met kadastraal nummer 4921 begint) is een openbare weg in de zin van artikel 4 van de Wegenwet en heeft zowel in het huidige bestemmingsplan als in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Verkeer’.
Reclamanten hebben er belang bij dat dit zo blijft, zodat de mogelijkheid tot ontsluiting van het terrein via de zuidzijde behouden blijft.
25
Uitsnede verbeelding ontwerpbestemmingsplan
Uitsnede afbeelding 21 uit de toelichting
In artikel 5.1 sub c (Groen) van de regels staat als toegestaan: “inritten, met dien verstande dat nieuwe inritten voor de nieuw te bouwen woningen aan de Duinrooslaan en Zuidlaan niet zijn toegestaan.” Een inrit moet in ieder geval zijn toegestaan voor de ontsluiting van de twee bouwkavels zoals deze op bovenstaande afbeeldingen zijn ingetekend. Ontsluiting via het perceel van reclamanten met kadastraal nummer 4921 (de groenstrook in het ontwerpbestemmingsplan) zou op basis van de huidige bestemming van dit perceel zonder meer zijn toegestaan. Artikel 5.1 sub c van de regels van het ontwerpbestemmingsplan verdient in dit verband aanpassing of verduidelijking. Reactie adviescommissie In voorliggend ontwerpbestemmingsplan is de bestemming ‘Groen’ toegevoegd ten opzichte van de bestemming ‘Verkeer’ in het vigerende bestemmingsplan Bentveld uit 2008 (zie onderstaande uitsnede). Ingevolge artikel 13 van de voorschriften, behorende bij het vigerende bestemmingsplan, zijn de gronden met de bestemming ‘Verkeer’ bestemd voor onder meer wegen, voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen.
Ingevolge artikel 5 van de voorschriften, behorende bij het ontwerpbestemmingsplan, zijn de gronden met de bestemming ‘Groen’ onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, fiets- en voetpaden uitsluitend voor langzaam verkeer, inritten, met dien verstande dat nieuwe inritten voor de nieuw te bouwen woningen aan de Duinrooslaan en Zuidlaan niet zijn toegestaan.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan Bentveld (2008)
Ontwerpbestemmingsplan Bentveld
De adviescommissie is van mening dat de ontsluiting van de huidige woningen aan de Duinrooslaan past binnen de bestemming ‘Groen’. De adviescommissie heeft van de gemeente vernomen dat beoogd wordt de woningen via de noordzijde te ontsluiten. Aangezien de beoogde ontsluiting van de nieuwe woningen expliciet wordt uitgesloten in de bestemming ‘Groen’ is de beoogde ontsluiting van de woningen in strijd met de bestemming ‘Groen’. De adviescommissie adviseert dit bij de vaststelling van het bestemmingsplan te corrigeren. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De beoogde ontsluiting van de nieuw te bouwen woningen dient planologisch mogelijk te worden gemaakt.
Indiener
Onderwerp 26
Ontvangen op
16.
Manege De Naaldenhof
25 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamanten zijn een aantal jaren geleden naar de Zuidlaan verhuisd onder andere vanwege de manege. Reclamanten waren zij allereerst gecharmeerd van de prachtige Zuidlaan, de bosrijke omgeving en het oude landgoed. Zij zagen de grote hoeveelheden kinderen die vol plezier pony’s poetsen, wandelen en rijden. Als deze plek verdwijnt is er niks vergelijkbaars in de groene omgeving waar deze kinderen en volwassenen terecht kunnen om te genieten van alles wat bij de verzorging, het rijden en trainen van paarden en pony’s komt kijken. En dan zijn er de extra vervoersbewegingen die dit met zich mee gaat brengen, waar mensen nu lopend of op de fiets komen zal er in de toekomst door vrijwel iedereen de auto genomen moeten worden. Als bewoners maken reclamanten zich dan ook ernstige zorgen over de hinder die zij gaan ondervinden van het bouwverkeer; er worden intensieve verkeersproblemen en overlast verwacht en gevaarlijke situaties. Reclamanten maken zich dan ook zorgen over het stukje natuur en milieu. De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door het verkavelen van dit terrein wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. Tot slot is onvoldoende onderzoek gedaan naar cultuurhistorie van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld.
Er zijn hier altijd paarden geweest; er hebben altijd stallen gestaan. Vroeger hoorde de grond van de manege bij landgoed Groot Bentveld. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt.
In het ontwerpbestemmingsplan worden de gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. Deze transformatie dient deugdelijk te worden gemotiveerd in de toelichting van het bestemmingsplan. Onderdeel hiervan betreft de vergelijking tussen de ontsluiting en het aantal verkeersbewegingen van deze ontwikkelingen ten opzichte van de huidige situatie. De adviescommissie is van mening dat dit onvoldoende terugkomt in de toelichting en adviseert dit alsnog daarin op te nemen. De adviescommissie acht niet onaannemelijk dat het aantal verkeersbewegingen na transformatie zal afnemen. Een manege met circa 52 paarden levert volgens de CROW-normen meer verkeersbewegingen dan een woning in het dure segment, in niet stedelijk gebied, buitengebied. Naast de reguliere verkeersgeneratie van de manege moet overigens rekening worden gehouden met incidenteel verhoogde verkeersgeneratie als gevolg van evenementen.
27
De adviescommissie begrijpt dat reclamanten zorgen hebben over de verkeersafwikkeling/overlast tijdens de realisatiefase van de woningen. Echter op het moment dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd wordt meer bekend over de uitvoering van de werkzaamheden tijdens de bouwfase. Het betreft dan ook een uitwerking/uitvoering van voorliggend bestemmingsplan. Hiermee is dit punt derhalve ruimtelijk niet relevant zodat dit deel van de zienswijze voor kennisgeving wordt aangenomen. Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld, constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert: · meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld; · de vergelijking tussen de ontsluiting en het aantal verkeersbewegingen van deze ontwikkelingen ten opzichte van de huidige situatie in de toelichting op te nemen.
Indiener 17.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 26 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant vindt de bestemmingswijziging geen goede zaak want: · De sportbeoefening van hun dochter wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit. Reclamanten moeten op zoek naar een andere manege voor haar, die ver weg ligt van waar zij wonen. · Het verdwijnen van manege de Naaldenhof betekent dat er onvoldoende voorzieningen voor de amateur ruitersport overblijven in de gemeente Zandvoort. · De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door de bouw van villa's wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. · Indien reclamanten met hun kinderen buiten de gemeente Zandvoort moet lessen, dan moeten zij ver rijden om dat te kunnen doen. Dat komt het milieu zeker niet ten goede. Volgens reclamanten is daar geen rekening mee gehouden door de gemeente. · Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar cultuurhistorie van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld. Er zijn hier altijd paarden geweest; er hebben altijd stallen gestaan. Vroeger hoorde de grond van de manege bij het Landgoed Groot Bentveld.
Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, 28
ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. In het ontwerpbestemmingsplan worden de gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. Deze transformatie dient deugdelijk te worden gemotiveerd in de toelichting van het bestemmingsplan. Onderdeel hiervan betreft de vergelijking tussen de ontsluiting en het aantal verkeersbewegingen van deze ontwikkelingen ten opzichte van de huidige situatie. De adviescommissie is van mening dat dit onvoldoende terugkomt in de toelichting en adviseert dit alsnog daarin op te nemen. De adviescommissie acht niet onaannemelijk dat het aantal verkeersbewegingen na transformatie zal afnemen. Een manege met circa 52 paarden levert volgens de CROW-normen meer verkeersbewegingen dan een woning in het dure segment, in niet stedelijk gebied, buitengebied. Naast de reguliere verkeersgeneratie van de manege moet overigens rekening worden gehouden met incidenteel verhoogde verkeersgeneratie als gevolg van evenementen.. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf.
Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert: · meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld; · de vergelijking tussen de ontsluiting en het aantal verkeersbewegingen van deze ontwikkelingen ten opzichte van de huidige situatie in de toelichting op te nemen.
18.
Indiener Hemwood Advocaten De heer S. Zuethoff Keizersgracht 477 1017 DL Amsterdam
Onderwerp Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3
Ontvangen op 26 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant concludeert dat dat het ontwerpbestemmingsplan niet aan de structuurvisie ´Parel aan Zee+’ voldoet. Met de woningbouwontwikkeling op het perceel Duinrooslaan 3 wordt het perceel in drieën gesplitst, terwijl dit volgens de structuurvisie juist moet worden vermeden. Verder ontstaat in weerwil van de structuurvisie ter plaatse een hogere dichtheid van bewoning en verdwijnt bestaande natuur. Dit is een ingrijpende ontwikkeling; nieuwe ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan het groene bosrijke uiterlijk van Bentveld, aldus reclamant. Ten slotte zorgt woningbouw er volgens reclamant voor dat het doorzicht vanuit Bentveld naar het duinlandschap wordt verstoord, wat in strijd is met het uitgangspunt om ‘fysieke en/of visuele verbindingen’ te handhaven. Dit klemt te meer, nu de specifieke doorkijk in westelijke richting vanuit het Landgoed Groot Bentveld als cultuurhistorisch waardevol wordt beschouwd. 29
Reclamant meent dat in tegenstelling tot het voorgaande in de plantoelichting ten onrechte wordt geconcludeerd dat de woningbouwontwikkeling op het perceel Duinrooslaan 3 in overeenstemming is met de structuurvisie. Reclamant acht het ontwerpbestemmingsplan in strijd met de structuurvisie alsook het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Reactie adviescommissie In de structuurvisie ‘Parel aan Zee+’ staat over Bentveld ten aanzien van het beleid 2010-2025 vermeld: “Ingrijpende ontwikkelingen zijn in Bentveld niet aan de orde. Het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van het buurtschap. Nieuwbouw door splitsing van kavels wordt vermeden, de lage dichtheid is essentieel onderdeel van de groene uitstraling van de kern.”. In de toelichting op het bestemmingsplan is over de relatie van het bestemmingsplan op dit onderdeel tot de structuurvisie ‘Parel aan Zee+’ het volgende aangegeven: “Het woningbouwplan ter plaatse van het manegebedrijf en de Duinrooslaan 3, zoals nader gemotiveerd in paragraaf 4.3 sluit aan bij het doel (handhaven en waar mogelijk versterken van de aanwezige woonkwaliteiten) van de structuurvisie. De activiteiten van het manegebedrijf worden beëindigd en daarvoor in de plaats worden woningen toegevoegd, die aansluiten bij de huidige stedenbouwkundige opzet van het gebied.
De woningen aan de Duinrooslaan 3 sluiten ook aan op de stedenbouwkundige opzet van het gebied. De aanwezige woonkwaliteiten worden hierbij gerespecteerd”. De adviescommissie leest in de toelichting op het bestemmingsplan niet of de gemeente de ontwikkeling op dit punt ingrijpend acht. De formulering ‘verdere ingrijpende ontwikkelingen zijn in Bentveld niet aan de orde’ volgend op de passage over de ontwikkeling op het terrein van de manege acht de adviescommissie in dit verband onduidelijk. De adviescommissie adviseert nader te duiden waarom hier al dan niet sprake is van een ingrijpende ontwikkeling. Verder is in de toelichting niet ingegaan op hoe het plandeel zich verhoudt tot de passage in de structuurvisie dat nieuwbouw door splitsing van kavels wordt vermeden. Daarom adviseert de adviescommissie de gemeente om dit toe te lichten. Verder adviseert de adviescommissie nader te motiveren hoe dit plandeel zich verhoudt tot het uitgangspunt in de structuurvisie dat het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van het buurtschap, nu daarop thans in de toelichting niet wordt ingegaan. Ten slotte adviseert de adviescommissie toe te lichten hoe het plan zich verhoudt met het uitgangspunt in de structuurvisie om fysieke en/of visuele verbindingen te handhaven, in het bijzonder vanwege het doorzicht vanuit Bentveld naar het duinlandschap.
Gelet op het vorenstaande adviseert de adviescommissie de gemeente om te expliciteren of het plandeel past in de structuurvisie Parel aan Zee+. Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert: · te expliciteren of het plandeel past in de structuurvisie Parel aan Zee+. Daarbij adviseert de adviescommissie om nader te duiden in hoeverre hier al dan niet sprake is van een ingrijpende ontwikkeling, hoe het plandeel zich verhoudt tot de passage in de structuurvisie dat nieuwbouw door splitsing van kavels wordt vermeden, het uitgangspunt dat het beleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van het buurtschap en het uitgangspunt om fysieke en/of visuele verbindingen te handhaven, in het bijzonder vanwege het doorzicht vanuit Bentveld naar het duinlandschap. · meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
30
Indiener 19.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 26 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant vindt dat de belangen voor de gemeenschap onzorgvuldig en onevenredig worden afgewogen ten aanzien van een bestemmingswijziging van agrarische grond (waar een grote gemeenschap veel en verschillende waarden aan hecht) versus een bouw- en woonbestemming van slechts 5-7 villa’s in een duur woonsegment ten gunste van een aantal private eigenaren. De voor- en nadelen voor de gemeenschap zijn onevenredig en onzorgvuldig afgewogen ten opzichte van de onderbelichte schadelijke impact op gebied van recreatie, sport, maatschappij en natuur voor de lokale en regionale gemeenschap bij de voorgenomen bestemmingswijziging. Uit de stukken is onduidelijk wat het belang is voor de gemeente en gemeenschap om de agrarische bestemming te wijzigen, c.q. in te leveren en de wat de doorslaggevende positieve impact is voor de gemeente om deze ruimtelijke ordening anders te willen bestemmen. 1. Wijzigen bestemming betekent grote maatschappelijke impact met verstrekkende gevolgen voor velen, onevenredige en onzorgvuldige afwegingen liggen hieraan ten grondslag omdat: · De manege Naaldenhof is gesitueerd op een unieke locatie met rondom natuur met oude bomen en een duinomgeving, dat door vele inwoners en sporters van oudsher tot heden wordt bewonderd in vele opzichten van recreatie.
· Het wijzigen van de bestemming agrarische grond met manege waar ruim 300 jeugdigen in de leeftijd van 6 tot 18 jaar en een honderdtal volwassenen wekelijks samen sporten en van de natuur genieten, resulteert in ongekend groot maatschappelijk impact. · Het wijzigen van de bestemming agrarische grond met manege waar ruim 300 jeugdigen en een honderdtal volwassenen wekelijks sporten en van de natuur genieten, staat haaks op het beleid van de gemeente Zandvoort waar het recreëren en wonen in eigen gebied een belangrijk speerpunt vormt, Zandvoort de parel aan Zee. Er is ontbrekend inzicht in de te kappen aantallen en soorten bomen, struiken en andere beplanting. · De manege staat hier al decennia lang. Ook in de tijden dat Landgoed Groot Bentveld in originele vorm nog bestond, was er al sprake van paarden in deze omgeving. 2. Het is niet evident gemaakt dat er een krapte is in het villasegment of een andere noodzakelijke reden voor deze wijziging. Het voorstel van de 5-7 villa’s voor een aantal private rechtspersonen maakt het dan van onevenredig belang in de afwegingen, ook om deze reden. 3. De ruimtelijke ordening met bestaande bestemming kan op basis van commerciële en economische gronden met de geboden informatie zeer aannemelijk voortbestaan.
· Met een unieke locatie in de regio Zuid Kennemerland en Nederland en een huidige grote groep sporters en natuur recreanten zal zonder twijfel een manege commercieel voortgezet kunnen worden door een nieuwe eigenaar. · Het is evenmin aangetoond dat de manege sedert lange tijd niet verkocht zou kunnen worden en er een ruimte ontstaat die onbenut zou blijven in de ruimtelijke ordening Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten 31
behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Dat een van de vormen van recreatie verdwijnt, maakt nog niet dat het planonderdeel, zoals reclamant betoogt, in strijd is met het beleid van de gemeente waar het recreëren en wonen in eigen gebied een belangrijk speerpunt vormt. Op grond van de Bomenverordening 2012 geldt een vergunningplicht voor de monumentale en beeldbepalende bomen. Er geldt dus al een regime voor de bescherming van deze bomen. De adviescommissie is dan ook van mening dat deze bomen niet ook nog in het bestemmingsplan moeten worden opgenomen. Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld, constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
Indiener 20.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 26 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant vindt de bestemmingswijziging geen goede zaak want: 1. Haar sportbeoefening wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit. Reclamant zal op zoek moeten naar een andere manege, die ver weg ligt van waar zij woont. 2. Het verdwijnen van manege De Naaldenhof betekent dat er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters zijn in de gemeente Zandvoort. 3. De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door het verkavelen van dit terrein wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. 4. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar cultuurhistorie van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld. Er zijn hier altijd paarden geweest; er hebben altijd stallen gestaan. Vroeger hoorde de grond van de manege bij landgoed Groot Bentveld. Reactie adviescommissie Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan.
Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’. Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. 32
De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
Indiener 21.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 26 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant vindt dat haar sportbeoefening wordt geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit. Reclamant zal op zoek moeten naar een andere manege, die ver weg ligt van waar zij woont. Het verdwijnen van manege De Naaldenhof betekent dat er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters zijn in de gemeente Zandvoort. De manege is gevestigd op een bijzondere locatie tegen de duinrand met veel dennen. Door het verkavelen van dit terrein wordt de omgeving aangetast en ook de daarbij behorende natuur. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar cultuurhistorie van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld. Er zijn hier altijd paarden geweest; er hebben altijd stallen gestaan. Vroeger hoorde de grond van de manege bij landgoed Groot Bentveld. Reactie adviescommissie Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld, constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan Bentveld, dat is vastgesteld op 29 januari 2008, hebben de gronden de bestemming ‘Sport-Manege’.
Ingevolge artikel 10 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor een manegebedrijf, dienstwoning, erven en bijbehorende voorzieningen en parkeren op eigen erf. Middels voorliggend bestemmingsplan worden deze gronden getransformeerd naar ‘Tuin’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. De adviescommissie kan reclamant dan ook niet volgen in diens standpunt ten 33
aanzien van de aantasting van de natuur aangezien deze gronden niet als zodanig zijn bestemd in het huidige bestemmingsplan. De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt.
Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
22.
Indiener Stichting Bomenridders Haarlem en omgeving Begijnenweide 138 1967 HG Heemskerk
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 25 november 2020
Samenvatting zienswijze De plannen op het terrein Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 hebben overduidelijk gevolgen voor de op de manege aanwezige bomen. Reclamant zijn gerechtigd om in deze zaak op te treden ingevolge artikel 2 van hun statuten. Op het plangebied bevinden zich veel bomen. Een boom effect analyse of groentoets ontbreek. Het is nu onduidelijk welke bomen en planten er gekapt gaan worden die mogelijk herplantingsplicht hebben. Er is geen goede inventarisatie van de bomen qua leeftijd, omvang, eventuele monumentale status, levensduur en staat. Daardoor is onduidelijk wat de gevolgen van kap van deze bomen zal zijn. Omdat deze gegevens niet zijn beoordeeld is het plan vastgesteld op basis van ontbrekende gegevens. De bomen zijn niet getoetst aan de criteria van artikel 6 van de van de bomenverordening. Vergunning voor het vellen van een houtopstand wordt geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand. De bomen op het perceel van de manege voldoen aan de criteria van artikel 6 lid 2a, c, d en e van de planregels. De bomen hebben op deze prominente plaats een zeer hoge waarde voor het stadsschoon en een zeer hoge landschappelijke waarde. Reactie adviescommissie Op grond van de Bomenverordening 2012 geldt een vergunningplicht voor de monumentale en beeldbepalende bomen.
Er geldt dus al een regime voor de bescherming van deze bomen. De adviescommissie is dan ook van mening dat deze bomen niet ook nog in het bestemmingsplan moeten worden opgenomen. 34
Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
Indiener 23.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 26 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant is gebruiker van manege De Naaldenhof. Reclamant is tegen de voorgenomen bestemmingswijziging van Zuidlaan 51 en het veranderen van de bestemming manege naar de realisatie van vijf villa’s. Daartoe wordt kort samengevat het volgende aangevoerd. De belangen bij transformatie van de manege naar de woonbestemming en 5 tot 7 villa’s in het dure segment ten gunste van enkele toekomstige bewoners wegen niet op tegen het belang voor de gemeenschap bij behoud van de manege. De belangen zijn onzorgvuldige afgewogen. Het plan is, anders dan wordt gesteld, niet conserverend van aard. Het belang bij behoud van de manege is groot en het wijzigen van de bestemming heeft een grote maatschappelijke impact. Reclamant wijst op de belangen op het gebied van recreatie, sport, maatschappij en natuur. De manege heeft veel gebruikers, jeugdigen én volwassenen. Sportbeoefening is belangrijk, en er wordt ook les gegeven aan verstandelijk beperkte jong volwassenen. Sprake is van een unieke locatie met prachtige natuur, met oude bomen en de duinen. Het beperken van de mogelijkheden voor sportbeoefening en genieten van de natuur staat haaks op het beleid van de gemeente (‘Parel aan Zee’) waarin het recreëren en wonen in eigen gebied een belangrijk speerpunt vormt.
De noodzaak van het wijzigen van de huidige agrarische bestemming naar woningbouw is niet duidelijk gemaakt en die noodzaak ontbreekt. De manege en de bestemming kunnen in commercieel en economisch opzicht waarschijnlijk voortbestaan met een nieuwe eigenaar. Alternatieven binnen de bestemming voor sport, recreatie en natuur zijn niet afgewogen. Er zijn geen alternatieve mogelijkheden voor ruiters en paarden. Velen hebben een petitie tot behoud van de manege ondertekend. Niet is aannemelijk gemaakt dat er een krapte is aan woningen in het segment boven € 1.500.000. Verder zal de bouw gedurende lange tijd veel overlast geven, in de vorm van verkeershinder, intensieve en zware transporten via de Zuidlaan die trillingen, geluidshinder en stank zullen veroorzaken aan de achterzijde van huis en tuin van reclamant. Het bouwverkeer zal leiden tot gevaarlijke situaties, mede vanwege de inrichting van de Zuidlaan. Reactie adviescommissie De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de gemeenteraad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak.
De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192). De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Dat een van de vormen van recreatie verdwijnt, 35
maakt nog niet dat het planonderdeel, zoals reclamant betoogt, in strijd is met het beleid van de gemeente waar het recreëren en wonen in eigen gebied een belangrijk speerpunt vormt. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is aansluiting gezocht bij de bestaande woningtypologieën in de omgeving van de ontwikkeling aan de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3. De omgeving kenmerkt zich door vrijstaande woningen waardoor het de adviescommissie logisch voorkomt om deze woningtypologieën door te trekken om geen afbreuk te doen aan de stedenbouwkundige opzet van het gebied. De adviescommissie begrijpt dat reclamant zorgen heeft over de verkeersafwikkeling/overlast tijdens de realisatiefase van de woningen. Echter op het moment dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd wordt meer bekend over de uitvoering van de werkzaamheden tijdens de bouwfase. de bouwwerkzaamheden zijn dan ook een uitvoeringsaspect van voorliggend bestemmingsplan. Hiermee is dit punt derhalve ruimtelijk niet relevant zodat dit deel van de zienswijze voor kennisgeving wordt aangenomen. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
Indiener 24.
Onderwerp Manege De Naaldenhof
Ontvangen op 17 november 2020
Samenvatting zienswijze Reclamant vindt de bestemmingswijziging geen goede zaak want zij woont in de omgeving en vreest dat bij de realisatiefase van de villa’s intensieve verkeersproblemen en overlast zal optreden. Hieruit concludeert reclamant dat de hinder van het intensieve zware vrachtverkeer onvoldoende in kaart is gebracht. Gedurende de realisatiefase zal dit dagelijks voor intensieve overlast zorgen voor omwonenden in de vorm van geluid, stank van uitlaatgassen en trilling. Tevens kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan doordat het bouwverkeer opstoppingen veroorzaakt in verband met het karakter van deze smalle laan, de grootte van het verkeer en daarmee het belemmeren van de doorgang voor het verkeer en de in- en uitritten op de Zuidlaan en de Zandvoortselaan. Daarnaast wordt de sportbeoefening van reclamant geschaad door het verdwijnen van de manege. De twee resterende maneges in Zandvoort hebben slechts beperkte capaciteit. Reclamant zal op zoek moeten naar een verder gelegen manege om haar paard te stallen en lessen te kunnen volgen. Daarnaast betekent het verdwijnen van manege De Naaldenhof dat er onvoldoende voorzieningen voor amateur ruitersporters zijn in de gemeente Zandvoort. Ook is er onvoldoende onderzoek gedaan naar cultuurhistorie van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld. Er zijn hier altijd paarden geweest; er hebben altijd stallen gestaan.
Vroeger hoorde de grond van de manege bij landgoed Groot Bentveld. Reactie adviescommissie De adviescommissie begrijpt dat reclamant zorgen heeft over de verkeersafwikkeling/overlast tijdens de realisatiefase van de woningen. Echter op het moment dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd wordt meer bekend over de uitvoering van de werkzaamheden tijdens de bouwfase. Het 36
betreft dan ook een uitwerking/uitvoering van voorliggend bestemmingsplan. Hiermee is dit punt derhalve ruimtelijk niet relevant zodat dit deel van de zienswijze voor kennisgeving wordt aangenomen. De adviescommissie stelt voorop dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Dit is vaste rechtspraak. De vraag of binnen een gemeente in juridisch-planologische zin ruimte moet worden geboden voor een voorziening in de vorm van faciliteiten voor de beoefening van een bepaalde (amateur) sport, betreft een politiek-bestuurlijke en ruimtelijke afweging, waarbij de raad binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening beleidsvrijheid toekomt. Dit ligt anders indien gevreesd moet worden voor een duurzame ontwrichting, in die zin dat de inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Ook dit is vaste rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in dit verband onder andere overwogen dat een fitnesscentrum naar zijn aard niet als een voorziening ten behoeve van de eerste levensbehoeften kan worden aangemerkt (ABRS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1192).
De adviescommissie is de mening toegedaan dat een manege evenmin als een eerste levensbehoefte geldt. Ten aanzien van het betoog van reclamant dat er onvoldoende aandacht is besteed aan de cultuurhistorische aspecten van de manege in relatie tot landgoed Groot Bentveld constateert de adviescommissie dat dat in de toelichting niet specifiek is ingegaan op deze relatie. De adviescommissie adviseert de gemeente dan ook hier alsnog op in te gaan in de toelichting op het plan. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De adviescommissie adviseert meer aandacht in de toelichting te besteden aan de relatie van dit plandeel tot landgoed Groot Bentveld.
25.
Indiener Berkenrode Management B.V. G. Bobeldijk Wijkermeerstraat 30 2131 HA Hoofddorp
Onderwerp Zandvoortselaan 349 tot en met 353 te Bentveld
Ontvangen op 24 november 2020
Namens: Barnhoorn Vastgoed B.V.
Samenvatting zienswijze Reclamant is eigenaresse van het vastgoed Zandvoortselaan 349 tot en met 353 te Bentveld. In het verleden is aan deze locatie de bestemming ‘Wonen’ toegekend, terwijl de feitelijke situatie sinds jaar en dag ‘Gemengd’ is, namelijk zowel wonen als bedrijf. In het voorliggende ontwerpbestemmingsplan ‘Bentveld’ is met de feitelijke situatie geen rekening gehouden. Zij verzoekt daarom voor de panden Zandvoortselaan 349 tot en met 353 de bestemming 'Gemengd’ toe te kennen, zodat deze weer in overeenstemming is met het huidige gebruik. Tevens verzoekt zij het op de bestemmingsplankaart aangeduide bouwvlak te wijzigen en in overeenstemming te brengen met de bestaande bebouwing. De belendende panden 347 en 355 hebben de bestemming "Horeca”, respectievelijk "Gemengd”. Niet valt in te zien waarom het perceel niet op vergelijkbare wijze weer de bestemming "Gemengd” zou krijgen. De bestemming "Gemengd” is niet bezwaarlijk voor de omgeving en het uitgangspunt zou moeten zijn dat bestaande bebouwing en bestaand gebruik moet worden bestemd. Tijdens de hoorzitting is toegelicht dat het perceel nu voor diverse soorten bedrijfsvoering wordt gebruikt. Verder heeft reclamant gesteld 37
dat het bedrijfsmatige gebruik al bij het huidige plan onder het overgangsrecht was gebracht, en dat nu volgens geldende jurisprudentie niet opnieuw mag worden gedaan. Reactie adviescommissie Ten aanzien van het verzoek van reclamant tot het in overeenstemming brengen van het bouwvlak met de bestaande bebouwing heeft de gemeente in de als bijlage 8 bij het ontwerpbestemmingsplan opgenomen ‘nota inspraak en vooroverleg’ de inspraakreactie van reclamant op dit onderdeel als volgt beantwoord: “Het bouwvlak is alleen om het oorspronkelijke hoofdgebouw gelegd. De rest van de bebouwing wordt aangemerkt als uit- of aanbouw en wordt niet binnen het bouwvlak opgenomen. Het vergroten van het bouwvlak zou er bovendien toe leiden, dat er nieuwe bouwmogelijkheden worden gecreëerd, waardoor de bebouwingsdichtheid op het perceel nog meer kan toenemen, dan nu al is toegestaan”. De adviescommissie ziet in hetgeen reclamant naar voren heeft gebracht geen aanleiding om dit standpunt van de gemeente niet te volgen. De adviescommissie adviseert het bestemmingsplan op dit punt niet aan te passen.
Ten aanzien van het verzoek van reclamant tot het in overeenstemming brengen van het bestemmingsplan met het feitelijk gebruik van de gronden heeft de gemeente blijkens de nota ‘inspraak en vooroverleg’ aangegeven dat ter plaatse van het perceel Zandvoortselaan 351 in het verleden een garagebedrijf was gevestigd maar de gronden inmiddels zijn gesaneerd. Er is volgens de gemeente ter plaatse geen sprake meer van de uitoefening van een volwaardig garagebedrijf en hebben de activiteiten die daar nu nog plaatsvinden een hobbymatig karakter. In het vigerende bestemmingsplan ‘Bentveld’ uit 2008 was voor het perceel al een woonbestemming opgenomen in verband met de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten op het perceel. De ligging van het perceel aan de Zandvoortselaan maakt het perceel volgens de gemeente niet geschikt voor bedrijfsactiviteiten als een garagebedrijf vanwege de verkeersafwikkeling en de parkeervraag die een volwaardig garagebedrijf met zich meebrengt. Daarnaast is de uitoefening van een garagebedrijf ingeklemd tussen de woonbebouwing aan de Zandvoortselaan vanuit milieukundig oogpunt niet gewenst. Dergelijke bedrijfsactiviteiten kennen ten aanzien van bestaande woningen een richtafstand van 30 meter ten gevolge van het aspect ‘geluid’, hieraan wordt niet voldaan, aldus de gemeente.
De gemeente heeft gelet hierop aangegeven de toegekende bestemming “Wonen-1” te handhaven. De commissie ziet in hetgeen reclamant naar voren heeft gebracht geen aanleiding om dit standpunt niet te volgen. Voor zover reclamant zich erop beroept dat het gebruik met dit plan voor een tweede keer onder het overgangsrecht komt te vallen, volgt de adviescommissie dit betoog niet. Uit de zienswijze en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is naar het oordeel van de adviescommissie onvoldoende gebleken dat de gemeente zich niet op het standpunt kon stellen dat geen sprake meer is van de uitoefening van een volwaardig garagebedrijf en dat de activiteiten die daar nu nog plaatsvinden een hobbymatig karakter hebben. Conclusie Naar het oordeel van de adviescommissie geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.