Bijlage 1 Bestemmingsplan Bentveld
Tekst van het document
(vastgesteld)
57
Bestemmingsplan Bentveld Met de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan ontstaan twee bouwrechten ter plaatse van de Duinrooslaan 3. Om te voorkomen dat deze woningen eerder gerealiseerd kunnen worden dan de beëindiging van de manege (en daarmee sprake kan zijn van tijdelijke toename) is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Met deze voorwaardelijke verplichting is geborgd dat de twee woningen niet eerder gerealiseerd kunnen worden dan dat de bedrijfsactiviteiten van de manege zijn beëindigd. Op de planlocatie zijn houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht (en mogelijk herplantplicht) geldt.
5.6.2.4 Algemene aanbevelingen woningbouwontwikkeling De werkzaamheden en toekomstige situatie leiden niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden. Ten aanzien van het gebied Kennemerland-Zuid dienen mogelijk wel maatregelen getroffen te worden om effecten op doelsoorten en instandhoudingsdoelstellingen te voorkomen. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van vleermuizen en algemene zoogdieren, amfibieën en broedvogels. Voor deze soortgroepen dienen eventueel maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. De aanwezigheid van beschermde soorten en hun leefgebied vormen nogmaals geen bezwaar voor de bestemmingsplanwijziging. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkelingen uitvoerbaar zijn. Wel dienen er tijdens de uitvoering maatregelen getroffen te worden zoals opgenomen in de ecologische quickscan (bijlage 6). In aansluiting op / als aanvulling op de genoemde maatregelen in de quickscan, heeft de gemeente onderstaande aanbevelingen gegeven. Aanbevelingen gemeente (maatregelen): A. Het groen van het aanwezige bosje moet gefaseerd verwijderd worden (vanuit de zorgplicht). Dat wil zeggen dat een deel in één jaar wordt verwijderd, en een ander deel twee tot drie jaar later.
Dit moet op een zodanige manier worden gedaan, dat er altijd op korte afstand gebied overblijft waar dieren naar te kunnen vanuit het verwijderde groen. Bij voorkeur wordt dit verdeeld in kleine vlakken, waarbij aangrenzende vlakken op verschillende momenten worden verwijderd, in plaats van in twee grote vlakken. B. Bij voorkeur wordt het verwijderen van groen in twee verschillende jaren in de maand oktober uitgevoerd, aangezien dit buiten het broedseizoen van vogels is en ook niet in het winterslaapseizoen valt van dieren als egels en amfibieën. Bij het verwijderen van een dusdanige hoeveelheid groen is het sterk aan te raden om een ecologisch deskundige hierbij aanwezig te laten zijn, zodat kan worden vermeden dat dieren hierbij worden gedood die tussen het groen aanwezig zijn. Eventueel aanwezige dieren kunnen dan worden verplaatst (zoals bijvoorbeeld egels, andere zoogdieren en amfibieën). C. In verband met geschikte foerageergebieden voor vleermuizen, moeten de werkzaamheden overdag worden uitgevoerd (tussen zonsopkomst en zonsondergang). Op die manier wordt verstoring van vleermuizen voorkomen. Als het niet mogelijk is om uitsluitend tussen zonsomkomst en zonsondergang te werken, moet er vleermuisvriendelijke verlichting worden gebruikt en moet ervoor worden gezorgd dat de verlichting zo min mogelijk van de omgeving verlicht. D.
Het is wenselijk dat er bij nieuwbouw natuurinclusieve maatregelen worden toegepast. De mogelijkheden hiervoor zijn: 1. Het integreren van mussenkasten in de gebouwen. Aangezien mussen koloniebroeders zijn, moeten er dan ten minste drie kasten bij elkaar worden geplaatst en ten minste vijf per gebouw. De ideale hoogte voor mussenkasten is 2 tot 3 meter, bij voorkeur op het noorden. Bij schuine daken met dakpannen kunnen vogelvides worden geplaatst. 2. Wanneer de gebouwen hoger worden dan 3 meter, kunnen gierzwaluwkasten geplaatst worden (deze kunnen zo hoog mogelijk worden geplaatst, ook op het noorden, met een vrij aanvliegroute zonder bomen of andere gebouwen die in de weg staan). Ook dit zijn koloniebroeders, dus ten minste drie kasten bij elkaar en vijf per gebouw. 3. Ook voor boerenzwaluwen en vleermuizen kunnen nestplekken, dan wel vleermuiskasten worden geïntegreerd. Vleermuiskasten kunnen het beste op het zuiden worden opgehangen, op ten minste 3 meter hoogte, bij voorkeur onbelicht. Hier moet een vrije aanvliegroute / vrije valruimte aanwezig zijn (van ten minste 2 meter).
58
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld 4. Als er platte (of licht hellende) daken komen, kunnen deze groen worden ingericht. Groene daken kunnen worden beplante met een bloemenmengsel voor ecologische dakbegroeiing. Hiervoor geldt dat de substraatlaag hoger dan 10 centimeter moet zijn. Bijkomend voordeel van deze groene daken is dat ze van zichzelf een isolerende werking hebben, en kosten voor isolatiemateriaal van het dak kunnen hierdoor worden bespaard. Daarnaast is een groen dak ook nuttig als er zonnepanelen aangelegd worden: deze hebben een beter rendement en een langere levensduur op een groen dak, dan op een stenen dak, doordat de temperatuur minder vaak boven de 25 graden uitkomt. 5.6.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Hoofdzakelijk is onderhavig plan gericht op het handhaven van bestaand bebouwd gebied. Voor deze delen geldt dat het aspect 'ecologie' geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Ook voor de woningbouwontwikkelingen van het huidige manegebedrijf en de Duinrooslaan 3 kan de conclusie getrokken worden dat deze plannen in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' en de Wet Natuurbescherming uitvoerbaar zijn. Wel dienen er bij de uitvoering van dit plan een aantal maatregelen getroffen te worden, zoals genoemd in de ecologische quickscan. De beoogde ontwikkeling van 7 woningen aan de Zuidlaan 51 en Duinrooslaan 3 te Bentveld is uitvoerbaar conform het bepaalde in de Wro (artikel 3.1.6 Bro).
(vastgesteld)
59
Bestemmingsplan Bentveld
5.7
Bedrijvigheid
5.7.1
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ontwikkeling streeft naar het bevorderen van een duurzame ruimtelijke kwaliteit in een dynamische samenleving. Het is helder dat duurzame ruimtelijke kwaliteit mede richting en inhoud geeft aan het criterium "een goede ruimtelijke ordening". Een goede ruimtelijke ordening houdt ook in het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (editie 2009), het zogenaamde 'groene boekje', een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het Groene Boekje geeft richtafstanden (zie tabel) die gemotiveerd kunnen worden toegepast bij ruimtelijke ordening. De richtafstanden hangen samen met het omgevingstype. Het is mogelijk om door middel van maatregelen overlast te beperken en daardoor af te wijken van de afstanden. In dit geval zal aangetoond moeten worden welke maatregelen worden genomen om de overlast te beperken. Aan de hand hiervan kan dan gemotiveerd worden afgeweken van de standaard richtafstanden.
Milieucategorie
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Het toetsen van het plan bestaat uit: Het toetsen van de afstanden van de bestaande milieubelastende activiteiten aan de te bouwen milieugevoelige functies. Het toetsen van de afstanden van bestaande milieugevoelige functies aan de te realiseren milieubelastende activiteiten.
60
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld 5.7.2
Plangebied
Omgevingstype 'Gemengd gebied' Langs de Zandvoortseweg is sprake van een omgevingstype 'gemengd' gebied. Dit in verband met de aanwezigheid van een doorgaande weg en de aanwezigheid van een aantal niet-woonfuncties naast woningen. De rest van het plangebied kan worden aangemerkt als een rustige woonwijk. In het plangebied zijn in beperkte mate bedrijfsactiviteiten aanwezig. De bedrijfsactiviteiten die aanwezig zijn kunnen volgens de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009), onder categorie 1 of 2 worden gerangschikt. Bedrijven die zijn gecategoriseerd als 1 of 2 zijn, qua milieubelasting, in principe passend binnen een woonomgeving. Daarnaast bevindt zich in het plangebied een manegebedrijf rondom woningen. Een manegebedrijf valt onder milieucategorie 3.1. Zoals in paragraaf 4.3 beschreven worden de bedrijfsactiviteiten hier binnen de planperiode beëindigd en komen er vijf vrijstaande woningen voor in de plaats. Daarmee wordt het woon- en leefklimaat van de (woon)omgeving planologisch verbeterd. Bouw- en gebruiksmogelijkheden Dit bestemmingsplan maakt bij de bestemming "Wonen" ook 'aan huis verbonden beroepen en bedrijven' mogelijk. Binnen deze categorie mogen maximaal milieucategorie 1 bedrijven, zoals bepaald in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering worden gevestigd.
Hierdoor is met enige zekerheid te stellen dat deze geen afbreuk kunnen doen aan de woonfunctie en/ of geen overlast met zich meebrengen. Daarnaast is een aantal specifieke activiteiten expliciet uitgesloten en mogen deze alleen in een hoofdgebouwen en/of de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouw plaatsvinden. Samenvattend geldt dat de 'aan huis verbonden beroepen en bedrijven' een dusdanige beperkte ruimtelijke uitstraling hebben dat deze passend zijn in een woonomgeving. In het bestemmingsplan is op een aantal locaties sprake van onbenutte bouwmogelijkheden, zie paragraaf 4.1.1. De woningen aan de Wikkelaan liggen op ongeveer 250 meter van de bedrijven aan de Zandvoortselaan. Ter hoogte van de Zandvoortselaan zijn maximaal milieucategorie 2 bedrijven toegestaan. Geconcludeerd wordt dat aan de richtafstanden uit VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (10 meter) wordt voldaan. De woningen aan de Zuidlaan en de Duinrooslaan liggen op ongeveer 350 meter van de bedrijven aan de Zandvoortselaan. Ter hoogte van de Zandvoortselaan zijn maximaal milieucategorie 2 bedrijven toegestaan. Geconcludeerd wordt dat aan de richtafstanden uit de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (10 meter) wordt voldaan.
(vastgesteld)
61
Bestemmingsplan Bentveld
5.8
Externe veiligheid
5.8.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Daarbij kunnen de volgende bronnen worden onderscheiden: Inrichtingen: risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen (PGS-15)opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties; Transport van gevaarlijke stoffen over de weg; Transport van gevaarlijke stoffen per spoor; Transport van gevaarlijke stoffen over het water; Transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een denkbeeldige persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De norm (één op één miljoen per jaar) geldt voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval - in theorie - per jaar slechts één persoon op een miljoen mensen mag overlijden. Dit geldt ook als deze objecten geprojecteerd zijn. Het plaatsgebonden risico van 10-6 contour is niet aan de orde binnen het plangebied.
Alle risicobronnen zijn ver verwijderd van de beoogde ontwikkeling, waardoor het plangebied niet in de veiligheidszones ligt. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rond een risicobron. Bepaald wordt hoe groot de kans is op tien, honderd of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico worden verantwoord (VGR). Vanzelfsprekend speelt de hoogte van het groepsrisico een rol, ook de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid maken onderdeel uit van de verantwoordingsplicht. De risicomaten zijn vastgelegd in diverse besluiten en beleidsnota's. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen, zoals deze op dit moment luiden (REVI II), zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. De normstelling voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (voor zowel weg, spoor als water) is gebaseerd op de Nota Risico Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) die reeds is vervallen.
De nota heeft geen wettelijk bindende werking, maar is niet vrijblijvend. Voor buisleidingen geldt sinds 1 januari 2012 de regeling 'Beleid externe veiligheid buisleidingen'
62
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld 5.8.2
Plangebied
Er zijn in en nabij het plangebied geen bedrijven aanwezig waar handelingen met gevaarlijke stoffen worden uitgevoerd. Buisleidingen Uit de risicokaart (afbeelding 22) blijkt dat er in het plangebied een transportleiding voor aardgas aanwezig is. Het betreft de leiding W-532-02, gelegen onder het fietspad (oude trambaan). De diameter van de leiding is (6 inch) en de druk is 40 bar. Plaatsgebonden risico Deze ondergrondse buisleiding heeft geen 10-6/jaar contour waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van het bestemmingsplan Groepsrisico De W-532-02 heeft een 100% letaliteitszone van 40 meter en een 1% letaliteitszone van 70 meter (invloedsgebied). Dit betekent dat in principe binnen een zone van 40 meter geen nieuwe bijzonder kwetsbare objecten geprojecteerd/gerealiseerd mogen worden. Dit zijn objecten die vanwege hun aard meer bescherming nodig hebben dan kwetsbare objecten. Het zijn objecten waarin zich doorgaans personen bevinden die minder dan gemiddeld zelfredzaam zijn. Denk hierbij aan geestelijk en lichamelijk gehandicapten, zieken, ouderen, kinderen in een basisschool en gevangenen. Binnen de zone van 70 meter moet het groepsrisico worden verantwoord, tenzij het groepsrisico lager is dan 10% van de oriënterende waarde of de toename van het groepsrisico minder is dan 10%, waarbij de oriënterende waarde niet wordt overschreden.
Afbeelding 22: uitsnede risicokaart plangebied In dit bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen opgenomen die leiden tot een noemenswaardige toename van de personendichtheid binnen het invloedsgebied van de hogedrukaardgasleidingen. Er is in dit bestemmingsplan geen sprake van een toename van het groepsrisico. GasUnie heeft eind 2012 de hoogte van het groepsrisico van de W-532-02 bepaald op 0,362 * oriënterende waarde. De gasleiding is middels de dubbelbestemming "Leiding - Gas" (voor leiding W-532-02 met een maximale werkdruk van 40 bar) van een beschermende regeling voorzien in dit bestemmingsplan. De ligging van deze dubbelbestemming is naar aanleiding van een zienswijze van de GasUnie geactualiseerd.
(vastgesteld)
63
Bestemmingsplan Bentveld Transportroute Het gemeentebestuur van Zandvoort heeft geen route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgesteld. Dit betekent dat als het nodig is om met gevaarlijke stoffen door de gemeente te rijden, de algemene regel 'zoveel als mogelijk de bebouwde kom mijden' gevolgd dient te worden. In Zandvoort is een aantal bovengrondse propaantanks die bevoorraad dienen te worden. Daarbij wordt aan het einde van het jaar in Zandvoort vuurwerk verkocht dat van elders wordt aangevoerd. Door het ontbreken van een vastgestelde route zijn de vervoerders vrij te kiezen voor of de Zeeweg (N200, Bloemendaal) of de Zandvoortselaan (N201). In beide gevallen geldt dat de frequentie over een jaar genomen van het vervoer van gevaarlijke stoffen zeer laag is. Plaatsgebonden risico De Zandvoortselaan heeft geen 10-6/jaar PR-contour. Groepsrisico Het groepsrisico is lager dan 0,1 * oriënterende waarde (vuistregels HART).
5.8.3
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
64
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
5.9
Luchtkwaliteit
5.9.1
Wettelijk kader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn de onderstaande tabel weergeven. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
Stikstofdioxide (NO2)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
2010 tot en met 2014
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Vanaf 2015
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Vanaf 11 juni 2011
24-uurgemiddelde concentratie
Max. 35 keer p.j. meer Vanaf 11 juni 2011 dan 50 µg/m3
Fijn stof (PM10)
1. De toetsing van de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO2 is niet relevant aangezien er pas meer overschrijdingsuren dan het toegestane aantal van 18 per jaar zullen optreden als de jaargemiddelde concentratie NO2 de waarde van 82 µg/m3 overschrijdt. Dit is nergens in Nederland het geval. 2. Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wm behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan), uitoefenen indien: a. de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); b. de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); c. bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); d. de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); e.
het voorgenomen besluit is genoemd in of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). NIBM In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m3); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg.
(vastgesteld)
65
Bestemmingsplan Bentveld 5.9.2
Plangebied
In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 (zeer fijnstof) in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. De NSL monitoringstool geeft de concentratie weer van concentraties fijn stof (PM10) en Stikstofdioxide (NO2) in het jaar 2020 In afbeelding 23 is een uitsnede uit deze monitoringstool opgenomen voor de concentratie fijn stof (PM10). Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 niet wordt overschreden. Dit geldt ook voor de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2 (afbeelding 24) en PM2,5.
Afbeelding 23: concentratie fijn stof (PM10) over het jaar 2020
66
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Afbeelding 24: concentratie stikstofdioxide (NO2) over het jaar 2020 Het bestemmingsplan is hoofdzakelijk conserverend van aard. Op basis van dit bestemmingsplan is een aantal (kleinschalige) woningbouwontwikkelingen mogelijk. Dit zijn echter ontwikkelingen die 'niet in betekenden mate' bijdragen aan eventuele luchtverontreiniging. Kortom, het bestemmingsplan levert geen significante bijdrage aan de luchtkwaliteit en nader onderzoek naar dit aspect is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
(vastgesteld)
67
Bestemmingsplan Bentveld
5.10
Geluid
5.10.1 Wettelijk kader Actieplan Geluid In 2013 is het Actieplan geluid van de gemeente Zandvoort vastgesteld. In dit actieplan is aangegeven hoe de gemeente de geluidshinder van spoor- en wegverkeerslawaai in de periode 2013-2018 wil beperken. Het Actieplan vloeit voort uit de Europese Richtlijn 2002/49/EG die gericht is op de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai, daarmee wordt bedoeld het geluid van (spoor)wegen, industrie en luchtvaart. Nederland heeft de richtlijn voor wat betreft het Actieplan geïmplementeerd in artikel 11.11 Wet milieubeheer. Voor Zandvoort zijn in het actieplan geluidsbelastingkaarten opgesteld. Deze zijn in het najaar van 2012 vastgesteld en gepubliceerd.
5.10.2 Plangebied Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) hebben alle wegen in principe een geluidszone. De breedte van de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en van het aantal rijstroken. Wegen binnen een woonerf of wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur hebben geen zone. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de optredende geluidbelasting. In de Wet geluidhinder wordt getoetst aan voorkeursgrenswaarden en ontheffingswaarden, deze bedragen respectievelijk 48 dB en 63 dB. Indien niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, kunnen de gemeenten zelf een hogere waarde vaststellen. De Zandvoortselaan (N201) is de enige zoneplichtige weg in het bestemmingsplangebied. De Zandvoortselaan bestaat deels uit één en deels twee rijstroken, zodat de zonebreedte 200 meter bedraagt. Het bestemmingsplan voorziet niet in directe bebouwing van (planologisch) nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze zonebreedte. Het plangebied voor de ontwikkeling ter plaatse van het manegebedrijf is gelegen op tenminste 500 meter afstand van de Zandvoortselaan. Omdat dit plangebied buiten de zonebreedte van 200 meter ligt is er geen onderzoeksplicht op grond van de Wet geluidhinder.
Toetsing aan de Wet geluidhinder is daarom achterwege gelaten. Voor de overige wegen binnen het plangebied geldt een 30 km/uur zone. Deze wegen zijn niet zoneplichtig en er hoeft dus geen rekening te worden gehouden met (geluidsbeperkende) regelingen en maatregelen. Voor beide woningbouwplannen is in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' is wel de geluidbelasting van de relevante 30 km/h wegen beschouwd. De Zuidlaan en Duinrooslaan zijn wegen met één rijstrook met uitsluitend lokaal bestemmingsverkeer van omwonenden. De verkeersintensiteit is hier minimaal. Zonder nader onderzoek kan daarom gesteld worden dat er geen relevante geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer. Het woon- en leefklimaat bij de nieuwe woonbestemmingen is gewaarborgd. Het aspect 'wegverkeersgeluid' vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
68
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Afbeelding 25: geluidsbelasting in Zandvoort van het wegverkeer, in dB Lden (peiljaar 2011) Industrielawaai In het plangebied zijn geen bedrijventerreinen gelegen. Wel zijn er enkele afzonderlijke bedrijven gevestigd. Al deze bedrijven vallen echter in een lage milieucategorie en hebben een lage richtafstand voor geluid. Er is in dit geval sprake van een hoofdzakelijk conserverend bestemmingsplan. Nadere toetsing aan de Wet geluidhinder kan achterwege worden gelaten. Spoorweglawaai In het plangebied liggen geen spoorwegen. Het aspect spoorweglawaai is niet aan de orde.
5.11
Duurzaam bouwen
Regelgeving aardgasvrij- en energie neutrale nieuwbouw (VET en BENG) Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (wet ) van kracht, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hier van af te wijken. Daarmee is aardgasvrij voor nieuwbouwwoningen de nieuwe norm. Vanaf 1 januari 2021 moet alle nieuwbouw in Nederland een Bijna Energie Neutraal Gebouw oftewel BENG zijn. De energieprestatie wordt nu nog uitgedrukt in de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Per 1 januari 2021 wordt de EPC voor nieuwbouw vervangen door BENG-eisen. BENG stelt ook de eis dat de energiebronnen voor het gebouw in bepaalde mate duurzaam moeten zijn. GPR Gebouw Een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR Gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers op de onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Hoe hoger de score, hoe duurzamer het gebouw of de woning(en). GPR Gebouw is zowel een communicatiemiddel als praktische maatregelenlijst om nog duurzamer te bouwen; een voorbeeld is dat HR++ glas wordt vervangen door HR+++ glas met hogere isolatiewaarden.
Dit is dan direct te merken aan de scores, de meerkosten zijn gering en er kan volstaan worden met mogelijk een warmtepomp met een lagere capaciteit (in overleg met de installateur) en dus goedkoper. Ook kunt u circulair bouwen bespreekbaar en toetsbaar maken bij ontwikkelaars. De licentie wordt gratis verstrekt door de Omgevingsdienst IJmond (info@odijmond.nl).
(vastgesteld)
69
Bestemmingsplan Bentveld
Hoofdstuk 6 6.1
Planbeschrijving
Het juridische systeem
In de voorgaande hoofdstukken zijn de in het plangebied voorkomende functies, de (eventuele) ontwikkelingen daarbinnen en de uitgangspunten ten aanzien daarvan aan de orde gesteld. Het in de voorgaande hoofdstukken beschreven beleid, krijgt zijn juridische vertaling in bestemmingen. Het bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden wordt toegekend. Het wordt de grondgebruiker toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen (toelatingsplanologie). Een afgeleide van de gebruiksregels van het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning) en regels voor het verrichten van werken (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden). Het bestemmingsplan regelt derhalve: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); regels voor: het bebouwen van de gronden en het aanleggen van werken. Het bestemmingsplan dient flexibel en doelmatig te zijn en dient rechtszekerheid te bieden omtrent de ruimte voor verandering. Daar staat tegenover dat het plan de nodige bescherming moet bieden tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming.
6.2
Digitaal bestemmingsplan
Het bestemmingsplan is opgezet als een digitaal raadpleegbaar plan. Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan via het landelijke portaal www.ruimtelijkeplannen.nl. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. In het kader van de nieuwe wet- en regelgeving wordt het plan technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd. Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).
70
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
6.3
De bestemmingsregeling
De planregels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1); Bestemmingsregels (hoofdstuk 2); Algemene regels (hoofdstuk 3); Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel "Wijze van meten" zijn regels opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Ten aanzien van het bepalen van het peil geldt dat bij ophoging van het bouwterrein c.q. het kunstmatig verhogen van het maaiveld geen sprake is van een afgewerkt terrein als bedoeld in de planvoorschriften. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Bedrijf Deze bestemming is gekozen voor het autobedrijf aan de Zandvoortselaan 365. Er zijn alleen bedrijven mogelijk in milieucategorie 1 of 2 met uitzondering van geluidzoneringplichtige en risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven. Voor deze bestemming wordt een wijzigingsregeling opgenomen dat de bestemming van het perceel na beëindiging van de functie gewijzigd kan worden in de bestemming Wonen met bijbehorende regels. Artikel 4 Gemengd Op verschillende locaties langs de Zandvoortselaan is de bestemming 'Gemengd' van toepassing. Binnen deze bestemming zijn diverse functies toegestaan zoals kantoren, bedrijvigheid, dienstverlening of detailhandel tot maximaal bedrijfscategorie 1. Wonen wordt rechtstreeks binnen deze bestemming toegestaan. Artikel 5 Groen Deze bestemming is opgenomen voor de belangrijkste groenstructuren in het plangebied (met uitzondering van het duingebied, dat de bestemming 'Natuur' heeft gekregen). Binnen deze bestemming zijn beperkte bouwmogelijkheden opgenomen. Binnen de bestemming zijn voet- en fietspaden, inritten, water en straatmeubilair toegestaan. Artikel 6 Horeca In het plangebied zijn 2 horecagelegenheden aanwezig. Aan de Zandvoortselaan 363 en Zandvoortselaan 345-347. Deze worden beide bestemd als "Horeca".
Voor het perceel Zandvoortselaan 345-347 worden de mogelijkheden overgenomen uit het bestemmingsplan "Zandvoortselaan 345-347". Hierin is bepaald dat naast een restaurant ook een hotel mogelijk is op het perceel, tevens is een ondergrondse parkeergarage toegestaan. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming Horeca te wijzigingen in de bestemming Wonen. Artikel 7 Maatschappelijk Deze bestemming wordt toegepast op de gronden van het woonzorgcentrum A.G. Bodaan aan de Bramenlaan. Het betreft een woonzorgcentrum met daaromheen 52 aanleunwoningen. De bebouwing op het perceel wordt binnen een bouwvlak opgenomen. Een ondergrondse parkeergarage is hier toegestaan.
(vastgesteld)
71
Bestemmingsplan Bentveld Artikel 8 Natuur Deze bestemming komt voor in het noordelijk deel van het plangebied, in de omgeving van de Westerduinweg en aan de westzijde van het plangebied, aansluitend op de tweedelijnsbebouwing aan de Duinrooslaan. Gronden met de bestemming "Natuur" hebben zeer beperkte bouw- en gebruiksmogelijkheden. De gronden zijn bestemd ten behoeve van het behoud van de bijzondere landschappelijke en natuurwaarden van het duingebied. Ter bescherming van deze bijzondere waarden zal in de bestemming een verplichting worden opgenomen tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten Artikel 9 Sport In het plangebied zijn een locatie aanwezig die als "Sport" bestemd is. Dit zijn de tennisbanen gelegen tussen de woonbebouwing achter de Duindoornlaan. De tennisbanen zelf mogen niet overkapt worden. De bijbehorende bebouwing ten behoeve van onder andere kleedruimte, zijn door middel van een bouwvlak bestemd. Artikel 10 Tuin De bestemming 'Tuin' is gelegd op de delen van de percelen die als voor- of zijtuin (of waardevol groen binnenterrein) zijn aan te merken en waar het vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst wordt geacht erfbebouwing te situeren. De bestemmingsgrens ligt voor het merendeel tegen de voorgevel en in hoeksituaties tegen de zijgevel van het hoofdgebouw.
De bestemming kent een regeling voor het plaatsen van erkers aan de voor- en zijkant van een woning. Onoverdekt parkeren op eigen erf vóór de voorgevelrooilijn of het denkbeeldige verlengde daarvan is niet toegestaan, tenzij het parkeren betreft op een vóór de voorgevelrooilijn gelegen oprit naar de op hetzelfde perceel achter de voorgevelrooilijn aanwezige parkeergelegenheid. Deze specifieke gebruiksregels geldt niet voor de percelen aan de Zandvoortselaan waar in 2014 vergunning is verleend voor het parkeren in de voortuin, hiervoor is een aanduiding opgenomen op de planverbeelding. Artikel 11 Verkeer Onder deze bestemming vallen de straten, paden, pleintjes en parkeerhavens en het daarvan deel uitmakende (kleinschalige) openbaar groen. Ook speelvoorzieningen geplaatst in de openbare ruimte, worden tot deze bestemming gerekend. De bestemming is van toepassing op de openbare ruimte die slechts een verkeers- en verblijfsfunctie voor de directe omgeving heeft. Voor herinrichtingsmaatregelen en maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid (bijvoorbeeld inrichting als 30 km/h-zone), biedt deze bestemming voldoende ruimte. Op verschillende plaatsen komt het voor dat de gronden met de bestemming 'Verkeer' mede voor functies uit aangrenzende bestemmingen wordt gebruikt. Denk aan reclameborden en delen van gebouwen (denk aan erkers) die over de bestemming 'Verkeer' hangen.
Deze gebruiksvormen zijn ook in dit plan toegestaan. Artikel 12 Wonen - 1 De vrijstaande, twee-onder-een-kap- en aaneengesloten woningen (grondgebonden) vallen onder bestemming 'Wonen - 1' met respectievelijk de aanduidingen 'vrij', 'twee-aaneen' en 'aaneengebouwd'. Binnen de bestemming zijn aan-huis-verbonden beroepen mogelijk; de pensions, detailhandelsbedrijven en dienstverlenende bedrijven zijn geregeld via een aanduiding. Via een wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk om een aanduiding van het bestemmingsvlak te verwijderen. Het bouwvlak mag tot 100% worden bebouwd, waarbij maximum goot- en bouwhoogte zijn vastgelegd op ruimtelijke verbeelding van het plan. Hierbij wordt in eerste instantie uitgegaan van een kap, maar een plat dak is ook mogelijk, zij het dat in dat geval de goothoogte de maximale bouwhoogte wordt.
72
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld Het gezamenlijke oppervlak aan bijgebouwen, aan- en uitbouwen mag buiten het bouwvlak niet meer dan 35% van het erf beslaan met een maximum tot 50 m2. Hierbij wordt uitgegaan van één bouwlaag met eventueel een dak. In afwijking hiervan mag voor bouwpercelen groter dan 2.000 m2 het gezamenlijk grondoppervlak van bijgebouwen, aan- en uitbouwen, gelegen buiten het bouwvlak, maximaal 100 m2 bedragen. Binnen de bestemming zijn specifieke gebruiksregels opgenomen voor aan-huis-verbonden beroepen en logiesverstrekking. Artikel 13 Wonen - 2 Gestapelde woningen en appartementencomplexen zijn onder de bestemming 'Wonen - 2' gebracht. Ook binnen deze bestemming zijn aan-huis-verbonden beroepen mogelijk. Daarnaast zijn de locaties waar sprake is van detailhandel, dienstverlening of maatschappelijke voorzieningen, eveneens met een aanduiding geregeld. De bebouwingsmogelijkheden zijn vergelijkbaar met de bestemming Wonen-1, zij het dat bijvoorbeeld in het geval van appartementencomplexen doorgaans geen of weinig ruimte is voor bijgebouwen, aan- en uitbouwen. Artikel 14 Wonen - Duingebied De woningen aan de Westerduinweg en achter de Duinrooslaan worden getypeerd als vrijstaande duinvilla's in het duingebied. Deze woningen worden op aparte wijze bestemd. De woningen zelf behoeven geen beschermde status, maar het bouwperceel er omheen wel.
Dit vanwege het reliëf en de ligging tegen het beschermde natuurgebied aan. Om de woningen wordt een ruim bouwvlak gelegd waarbinnen alle bebouwing dient te worden gerealiseerd. Deze bouwvlakken mogen voor 40% bebouwd worden. de bouwvlakken zijn zo gelegd dat de bestaande bebouwing op het perceel allemaal binnen het bouwvlak gelegen is. Voor het overige zijn de bebouwingsmogelijkheden vergelijkbaar met de bestemming "Wonen-1". Artikel 15 Leiding - Gas In het plangebied bevinden zich een gastransportleiding. Om graafschade aan deze leiding te voorkomen, zijn de zakelijke rechtstroken bij deze leiding voorzien van een beschermende regeling voorzien in dit bestemmingsplan. De dubbelbestemming is ingetekend over een breedte van 8 meter (4 meter ter weerszijde van de hartlijn). In de dubbelbestemming geldt een verplichting tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten. Artikel 16 Leiding - Water In het plangebied bevindt zich een watertransportleiding. Om graafschade aan deze leiding te voorkomen, zijn de zakelijke rechtstroken bij deze leiding voorzien van een beschermende regeling voorzien in dit bestemmingsplan. De dubbelbestemming is ingetekend over een breedte van 10 meter (5 meter ter weerszijde van de hartlijn). In de dubbelbestemming geldt een verplichting tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten.
Artikel 17 Waarde - Archeologie 1 Het plangebied is in verband met de mogelijke waarden op het vlak van archeologie extra beschermd. De regeling is dusdanig dat, wanneer meer dan 50 m2 wordt bebouwd, een archeologisch onderzoek nodig is. Daarnaast is vanuit diezelfde optiek een omgevingsvergunning vereist voor werkzaamheden op het vlak van kabels en leidingen of wanneer voor meer dan 50 m2 en dieper dan 0,4 m de grond wordt bewerkt. Ook voor diepwortelende bomen en beplanting geldt dit omgevingsvergunningvereiste. Artikel 18 Waarde - Archeologie 2 Het plangebied is in verband met de mogelijke waarden op het vlak van archeologie extra beschermd. De regeling is dusdanig dat, wanneer meer dan 500 m2 wordt bebouwd en dieper dan 6 meter +NAP, een archeologisch onderzoek nodig is. Daarnaast is vanuit diezelfde optiek een omgevingsvergunning vereist voor werkzaamheden op het vlak van kabels en leidingen of wanneer voor meer dan 500 m2 en dieper dan 6 meter +NAP en dieper dan 0,4 m de grond wordt bewerkt. Ook voor diepwortelende bomen en beplanting geldt dit omgevingsvergunningvereiste.
(vastgesteld)
73
Bestemmingsplan Bentveld Artikel 19 Waarde - Archeologie 3 Het plangebied is in verband met de mogelijke waarden op het vlak van archeologie extra beschermd. De regeling is dusdanig dat, wanneer meer dan 1.000 m2 wordt bebouwd en dieper dan 3 meter +NAP, een archeologisch onderzoek nodig is. Daarnaast is vanuit diezelfde optiek een omgevingsvergunning vereist voor werkzaamheden op het vlak van kabels en leidingen of wanneer voor meer dan 1000 m2 en dieper dan 6 meter +NAP en dieper dan 0,4 m de grond wordt bewerkt. Ook voor diepwortelende bomen en beplanting geldt dit omgevingsvergunningvereiste. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 20 Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Artikel 21 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Artikel 22 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is aangegeven welke vormen van gebruik in elk geval vallen onder de algemene verbodsbepaling op 'strijdig gebruik'. In beginsel is een seksinrichting 'strijdig gebruik', maar hiervan kan eventueel worden afgeweken.
Ook is hier het afwijken ten behoeve van aan-huis-gebonden bedrijf opgenomen. Artikel 23 Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied. Artikel 24 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene wijzigingsbevoegdheid en een aantal specifieke wijzigingsregels opgenomen. Artikel 25 Algemene procedureregels Dit artikel regelt de procedure die burgemeester en wethouders dienen te volgen indien toepassing wordt gegeven aan de in dit plan opgenomen afwijkings-, nadere eisen- of wijzigingsregels. Artikel 26 Overige regels In dit artikel is een algemene bepaling opgenomen met betrekking tot parkeren.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 27 Overgangsrecht Het overgangsrecht is conform de regeling in het Bro opgenomen. Voor twee situaties, die zowel in strijd zijn met het vorige bestemmingsplan als dit nieuwe bestemmingsplan is een persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen voor afwijkend gebruik. Dit betekent dat uitsluitend de huidige gebruikers de strijdige situatie mogen voortzetten. Artikel 28 Slotregel In de slotregel is de officiële naam van het bestemmingsplan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
74
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Grondexploitatie
Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening, beschikken de gemeenten over meer mogelijkheden voor kostenverhaal. Bovendien hebben zij meer sturingsmogelijkheden, doordat zij in het geval van grondexploitatie door derden, diverse eisen en regels kunnen stellen. Dit kan gebeuren door middel van het privaatrechtelijke spoor (bijvoorbeeld een anterieure overeenkomst) dan wel door middel van een plan als bedoeld in artikel 6.12 Wro (exploitatieplan). Een combinatie van beiden is ook mogelijk. Met een anterieure overeenkomst maakt de gemeente met een initiatiefnemer vooraf afspraken. Die afspraken gaan over de verdeling van kosten van het bouwvoornemen. Een exploitatieplan is een plan dat een wettelijke grondslag bied om kosten te verhalen als er geen overeenkomst kan worden gesloten. Het bestemmingsplan Bentveld is hoofdzakelijk een actualisatie van de bestaande bestemmingen. Het woningbouwplan ter plaatse van het huidige manegebedrijf en de Duinrooslaan 3 is wel een bouwplan waarvan op grond van artikel 6.12 Wro een exploitatieplan zou moeten worden vastgesteld. Het totaal der exploitatiebijdragen dat met toepassing van artikel 6.19 Wro kan worden verhaald is echter minder dan €10.000,-. Een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk. Met de initiatiefnemer van de ontwikkeling aan de Zuidlaan is wel een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten.
Hierin is vastgelegd dat eventuele tegemoetkomingen in planschade voor rekening van de eigenaar/ontwikkelaar zijn.
7.2
Economische uitvoerbaarheid
In het bestemmingsplan worden geen grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt, waarmee van kostenverhaal sprake zou zijn. De ontwikkeling ter plaatse van de Zuidlaan 51 en de Duinrooslaan 3 zorgen voor een kostenverhaal van minder dan 10.000 euro. De ontwikkeling van woningbouw ter plaatse van de Zuidlaan 51 en de Duinrooslaan 3 kan uitgevoerd worden binnen de planperiode van 10 jaar. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is.
(vastgesteld)
75
Bestemmingsplan Bentveld
7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.3.1
Handhaving
Een belangrijk onderdeel van de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan is de mogelijkheid van de daadwerkelijke handhaving van de regels. Voor de handhaafbaarheid van regelgeving in het bestemmingsplan is een duidelijke formulering van de planregels nodig, vooral om interpretatieproblemen te voorkomen. Ook moet duidelijk zijn hoe de regels worden gehanteerd. Hierdoor worden interpretatieproblemen voorkomen. Bovendien bevat de toelichting een heldere beschrijving van het plan en van de planregels. Gemeente, bouwbedrijven en bewoners hebben in dit kader ieder hun eigen verantwoordelijkheid. Zo heeft de gemeente naast de toezichthoudende taak eveneens de taak om alle betrokken partijen van de juiste bestemmingsplaninformatie te voorzien en om een ieder aan te sporen het bestemmingsplan op een juiste manier uit te voeren. Bouwbedrijven dienen de gemaakte afspraken na te komen en ook de bewoners onderling dienen zich aan de spelregels te houden. Om de geconstateerde strijdigheden met het vigerende bestemmingsplan in beeld te brengen is een retrospectieve toets uitgevoerd. De lijst met strijdigheden is beoordeeld en waar wenselijk is de huidige situatie in overeenstemming gebracht met de regels en verbeelding. De controle op de naleving van het bestemmingsplan wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJmond.
Nadat een (niet te legaliseren) feit is geconstateerd wordt, ingevolge het draaiboek, behoudens spoedeisende gevallen, eerst de overtreder benaderd aan de overtreding een einde te maken. Dit kan door middel van het staken en opheffen van de strijdigheid. Indien de strijdigheid niet wordt beëindigd, wordt aan het dagelijks bestuur van de gemeente voorgelegd met het middel van bestuursdwang of door het opleggen van een dwangsom te bevorderen, dat de situatie in overeenstemming wordt gebracht met de uitgangspunten van het bestemmingsplan. Daartoe wordt aan de overtreder een besluit verzonden, waarin is vermeld binnen welke termijn de overtreding moet worden beëindigd. Tevens staat in het besluit vermeld, welke actie vanwege de gemeente kan worden verwacht indien de strijdigheid niet wordt beëindigd. De kosten van deze handhaving worden op de overtreder verhaald. Door de gemeente Zandvoort is een handhavingsprogramma vastgesteld, waarin is aangegeven wanneer en op welke wijze handhavend wordt opgetreden. De overtredingen die bij de inventarisatie van het bestemmingsplan 'Bentveld' zijn geconstateerd worden opgenomen in dit reguliere handhavingsprogramma. Het betreft een beperkt aantal gevallen en zal niet leiden tot een substantiële vergroting van de handhavingsopgave zoals die er nu ligt.
7.3.2
Inspraak en wettelijk vooroverleg
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 21 november 2017 ingestemd met het voorontwerpbestemmingsplan "Bentveld". Het voorontwerpbestemmingsplan is tegelijkertijd met het wettelijke vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening met ingang van 1 december 2017 tot en met 18 januari 2018 ter visie gelegd. Gedurende de tervisielegging bestond de mogelijkheid voor bewoners en belanghebbenden om een inspraakreactie in te dienen. De vooroverlegpartners zijn in deze periode tevens uitgenodigd om een reactie op het voorontwerpbestemmingsplan in te dienen. De beantwoording van de inspraak- en vooroverlegreacties zijn opgenomen in de Inspraak- en Vooroverlegnota, zie bijlage 13 van deze toelichting.
76
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld 7.3.3
Ontwerpfase
Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgden uit de overlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook zijn er diverse ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient ook via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ook zijn de stukken met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties toegezonden (artikel 3:13 Awb), of is aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving). Op het ontwerpbestemmingsplan zijn 34 zienswijzen ingediend.
Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in een advies van de adviescommissie raad inzake het ontwerpbestemmingsplan "Bentveld" en het bijbehorende Raadsbesluit. Eventuele wijzigingen voortkomend uit de zienswijzen plus ambtshalve wijzigingen zijn in dit bestemmingsplan verwerkt. Voor de volledigheid is het advies van de adviescommissie (welke dient als Nota zienswijzen) toegevoegd als bijlage 14.
7.3.4
Vaststellingsfase
Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Dit betreft een termijn van orde welke voor voorliggend bestemmingsplan niet behaald is, desondanks is de gemeenteraad bevoegd het bestemmingsplan alsnog vast te stellen. Dat een bestemmingsplan ook na de termijn van 12 weken nog vastgesteld mag worden is meermaals overwogen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking.
(vastgesteld)
77
Bestemmingsplan Bentveld
78
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlagen
(vastgesteld)
79
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 1
80
Nota van Uitgangspunten
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 2
(vastgesteld)
Retrospectieve toets
81
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 3
82
Cultuurhistorisch onderzoek landgoed Groot Bentveld
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 4
(vastgesteld)
Bodemonderzoek woningbouw manege
83
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 5
84
Archeologisch bureauonderzoek
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 6
(vastgesteld)
Quickscan Flora en Fauna
85
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 7
86
Onderzoek Zandhagedis Zuidlaan 51
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 8
(vastgesteld)
Ecologische voortoets Zuidlaan 51
87
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 9
88
Aerius-berekening Zuidlaan 51
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 10
(vastgesteld)
Onderzoek Zandhagedis Duinrooslaan 3
89
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 11
90
Ecologische voortoets Duinrooslaan 3
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 12
(vastgesteld)
Parkeernormennota
91
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 13
92
Nota inspraak en vooroverleg
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Bijlage 14
(vastgesteld)
Advies zienswijzen adviescommissie
93
Bestemmingsplan Bentveld
94
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld
Regels
(vastgesteld)
95
Bestemmingsplan Bentveld
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Bentveld met identificatienummer NL.IMRO.0473.BPBentveld-VG01 van de gemeente Zandvoort.
1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanbouw
een aan het hoofdgebouw gebouwde en daaraan ondergeschikte en afzonderlijke ruimte, waarmee het rechtstreeks in verbinding staat.
1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6
aan-huis-verbonden beroep
een dienstverlenend beroep volgens de lijst van aan huis gebonden beroepen opgenomen in bijlage 2 van de regels of vrij beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.7
aan-huis-verbonden bedrijf
een bedrijfsmatige activiteit volgens de lijst van aan huis gebonden bedrijven opgenomen in bijlage 2 van de planregels, die in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.8
achtergevelrooilijn
de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen.
1.9
archeologisch waardevol gebied
de aan het gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied mogelijk voorkomende overblijfselen uit de oude tijd.
96
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld 1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde.
1.11
bebouwingspercentage
een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.
1.12
bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen.
1.13
bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.
1.14
bedrijfswoning
een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting.
1.15
bestaand
a. bij bouwwerken: een legaal bouwwerk dat bestaat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan dan wel gebouwd is of kan worden krachtens een verleende vergunning voor het bouwen; b. gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals krachtens een vergunning voor het gebruik is toegestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; c. bestaande aantal: het aantal zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 1.16
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.17
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.18
Bevi-inrichting
een bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
(vastgesteld)
97
Bestemmingsplan Bentveld
1.19
bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.20
bijbehorende voorzieningen
al dan niet gebouwde voorzieningen van beperkte omvang, ondergeschikt aan en ten dienste van de bestemming, welke bijdragen aan een doelmatig gebruik van de gronden en/of gebouwen, met dien verstande dat deze voorzieningen niet mogen leiden tot een substantiële wijziging en/of beperking van het gebruik van de gronden overeenkomstig de bestemming en voorts geen hinder voor de omgeving mogen veroorzaken.
1.21
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat in bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat niet rechtstreeks toegankelijk is vanuit het hoofdgebouw.
1.22
bouwen
plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk.
1.23
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
1.24
bouwlaag
de begane grond of een verdieping van een gebouw met uitsluiting van kelder, onderhuis, zolder of vliering. Voor zover over de eerste bouwlaag wordt gesproken in het kader van gebruik, wordt onder eerste bouwlaag tevens de kelder begrepen.
1.25
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.26
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel.
1.27
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.28
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
98
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Bentveld 1.29
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied.
1.30
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
1.31
dakkapel
Een uitbouw in een hellend dakvlak, waarbij zowel aan de onderzijde als aan de bovenzijde een dakvlak aanwezig dient te zijn.
1.32
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt niet verstaan een vuurwerkbedrijf.
1.33
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten op commerciële dan wel niet-commerciële basis, niet zijnde een seksinrichting en niet zijnde een kapper of schoonheidssalon.
1.34
erf
de oppervlakte van het bouwperceel uitgezonderd de oppervlakte van het bouwvlak en uitgezonderd de tot 'Tuin' bestemde gronden.
1.35
extensieve dagrecreatie
niet gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie.
1.36
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.37
geluidzoneringsplichtige inrichting
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld.
(vastgesteld)
99