Bijlage 1.4 - Ruimtelijke onderbouwing (geanonimiseerd)
Tekst van het document
MEES
UIMTE & MILIEU
Ruimtelijke onderbouwing
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
INHOUDSOPGAVE 1 2
Inleiding Projectbeschrijving
n
21
Projectlocatie
22 23
Projectplan Geldend bestemmingsplan
z
3
Ruimtelijk beleid
10
341
Rijksbeleid
10
32
Provinciaal beleid
12
3.3 34
Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
15
4
Omgevingsaspecten
20
41
Motivering behoefte / Ladder voor duurzame verstedelijking
20
42
Archeologie en cultuurhistorie
21
43
Bedrijven en milieuzonering
22
44
Bodem
23
45
Duurzaamheid
24
46
Externe veiligheid
25
47
Geluid
26
48
Kabels en leidingen
27
49
Luchtkwaliteit
29
4.10
Natuur
31
41
Verkeer en parkeren
33
412
Water
35
413
(Vormvrije) m.e.r-beoordeling
36
5
Beschrijving uitvoerbaarheid
38
51
Economische uitvoerbaarheid
38
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
38
6
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
39
17
Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7
Archeologisch onderzoek (Bureau voor Archeologie, 2021) Verkennend bodemonderzoek (APS Milieu, 2021} Akoestisch onderzoek (M+P, 2021} Quickscan ecologie (Van der Goes & Groot, 2021} stikstofdepositieberekening (Van der Goes & Groot, 2021) Watertoets (Hoogheemraadschap Riijnland, 2021) Wateradvies (Hoogheemraadschap Rijnland, 2021)
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina |3
1
INLEIDING (geanonimiseerd) In opdracht var f
ees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing
opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van vijf grondgebonden woningen ter plaatse van de A.J. Van der Moolenstraat 47 te Zandvoort. Voor deze locatie is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor vijf aaneengesloten woningen. In overleg met de stedenbouwkundige is besloten tot enkele verbeteringen ten opzichte van de wijzigingsbevoegdheid, waardoor de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan. Om deze reden dient een planologische procedure te worden dooriopen De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als omgevingsaspecten wordt gemotiveerd.
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina |4
De projectlocatie is gelegen aan de A.J. Van der Moolenstraat 47 te Zandvoort. Het plangebied bevindt zich in de wijk Zandvoort Noord, in de buurt Oud Noord. De omgeving van het plangebied is aan te merken aan een woonwijk. In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich het Circuit van Zandvoort, het treinstation Zandvoort, Zandvoort Beach en het (winkel)centrum van Zandvoort. Het plangebied wordt direct begrensd door de A.J. Van der Moolenstraat ten noorden, woningen ten oosten en ten westen en de Sara Roosstraat ten zuiden.
Figuur 1._Luchtfoto projectlocatie, uitgezoomd (bron: QGIS, eigen bewerking).
e
s
E
In de huidige situatie is binnen het plangebied Sportschool Kenamju gevestigd. De sportzaal is verdiept gelegen. Het betreft een gedeelte van circa 394 m?, waarvan de vloer 1,0 meter lager ligt (aanlegdiepte circa 1,22 meter onder peil). De sportschool is gebouwd in 1966 in opdracht var (geanonimiseerd) en sindsdien meerdere
keren verbouwd
en uitgebreid.
Sinds eind
jaren ‘80 heef
(geanonimiseerd) je sportschool
)dreesiminonaeg( enkel een voortgezet onder de naam (geanonimiseerd) . Oorspronkelijk was| (geanonimiseerd) judoclub, maar tegenwoordig worden binnen Kenamju ook andere sporten beoefend. Inmiddels is de hoofdactiviteit verlegd naar Haarlem, en zal n Zandvoort een nieuwe, meer compacte locatie worden gehuurd. Het huidige pand voldoet niet meer aan de eisen van de moderne tijd en zal worden gesloopt.
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina |5
Figuur 2.
7
Luchtfoto projectgebied, ingezoomd (bron: QGIS, eigen bewerking). H
J
4
.
q
Het plangebied beschikt op basis van het geldend bestemmingsplan over een wijzigingsbevoegdheid, waarbinnen het is toegestaan om vijf aaneengesloten woningen te realiseren waarvan onder andere de voorgevels in één rooïlijn in aansluiting op het verlengde van de voorgevelrooilijnen van de woningen gelegen ten zuidoosten van het bouwplan komen te liggen. Het doel is om binnen het plangebied vijf grondgebonden woningen te realiseren. Het plan uit de wijzigingsbevoegdheid is geoptimaliseerd om een kwaliteitsverbetering te waarborgen. Om deze reden worden de woningen niet gerealiseerd ter hoogte van de rooïlijn van de ten zuidoosten gelegen woningen. Ook worden de woningen niet aaneengesloten gebouwd. Aan de andere voorwaarden die zijn opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid wordt wel voldaan. De woningen beschikken over een begane grond, eerste verdieping en tweede verdieping. De nieuwe bebouwing wordt opgedeeld in twee blokken van respectievelijk twee en drie woningen. De woningen worden voorzien van ruime voortuinen en tevens worden vier van de vijf woningen voorzien van een eigen achterpad. Voor de realisatie van slechts vijf woningen is door de gemeente Zandvoort geen woningdifferentiatie vastgesteld. De te realiseren woningen betreffen koopwoningen.
Mees Ruimte & Milieu | 21045.01.RO
Pagina |6
(geanonimiseerd)
Figuur 4_
23
Schetsimpressie mogeljke toekomstige situatie met groene voortuinen (bron (geanonimiseerd)
GELDEND
BESTEMMINGSPLAN
Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan "Stationsomgeving / Oud Noord” geldend. Dit plan is op 2 april 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van Zandvoort. De projectlocatie heeft de enkelbestemming ‘Sport’, met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’, een gebiedsaanduiding
‘geluidzone - circuit’ en een gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone — wijzigingsgebied 1’. Er geldt een bouwvlak, waarbinnen gebouwd mag worden met een bouwhoogte van 7 meter. Figuur 5 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Vervolgens worden de relevante bepalingen uit de regels weergegeven, voor zover relevant voor de ontwikkeling en daarmee niet limitatief.
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina |7
Figuur 5._Uitsnede bestemmingsplankaart (bron: QGIS, eigen bewerking).
STATIONSOMGEVING / OUD
NOORD
Artikel 11 Sport 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport! aangewezen gronden zijn besternd voor: 3. _ het uitoefenen van sportactiviteiten; b. _ ondersteunende voorzieningen, in de zin van kleed-, kantine- en dienstruimten'; ©. _ aan de hoofdfunctie ondergeschikte horeca;
d. e
erven en bijbehorende voorzieningen; (afschermende) groenvoorzieningen;
f
water
9.
parkeren.
Artikel 21 Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de archeologische waarden in het gebied. 212 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regel: 3. _ Inafwijing van het bepaalde in de basisbestermming(en) mogen bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 250 m2 n dieper dan 40 cm beneden maaiveld en dieper dan 6,0 m +NAP uitsluitend worden gebouwd nadat de aanvrager
‚een archeologisch rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Indien archeologische waarden worden aangetroffen, zal een advies worden ingewonnen en aanzien van de voorgenomen werken b het Cultureel Erfgoed Noord-Holland. Artikel 25 Algemene aanduidingsregels 1
i
1
Burgemeester en Wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding ‘wetgevingzone - wijigingsgebied 1' het plan overeenkomstig artikel 3. lid 1 onder a van de Wet ruimtelike ordening wijzigen in de bestemmingen Tuin, Verkeer en Wonen 1, met dien verstande dat:
a.
_ de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast nadat het gebruik overeenkomstig de bestemrming Sport Ís beeindigd: b _ de voorgevels n één rooïlin in aansluiting op het verlengde van de voorgevelrooilijnen van de woningen gelegen ten zuidoosten van het bouwplan komen te liggen: ©. _ de goot- en bouwhoogte maximaal 6 meter respectieveijk 9 meter bedraagt:
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina |8
d. e
de woningen bestaan uit maximaal 5 aaneengebouwde woningen;
f
_ de woningen worden voorzien van een voortuin en een achtertuin en/of terras:
q.
_ de woningen moeten aansluiten op het stedenbouwkundige ensemble van het woningblok gelegen ten zuidoosten van het bouwplan: _ erwordt voldaan aan het bepaalde in artikel 291
h.
i
252
_ de dakheling maximaal 55° ten opzichte van het horizontale vlak bedraagt;
_ voorhet oyerige de regels van de artikelen 12, 13 en 16 van overeenkomstige toepassing zijn na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid geluidzone
-
circuit
Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone - circuitzijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan, tenzij de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein van het circuit van Zandvoort op de geveis van het betreffende gebouw niet hoger zal zjn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.
Toets aan bestemmingsplan De ontwikkeling van vijf woningen is op een drietal onderdelen in strijd met het vigerende bestemmingsplan. De strijdigheden zijn gelegen in: De enkelbestemming 'Sport’. Woningen zijn niet passend binnen de bestemmingsomschrijving 'Sport’. De dubbelbestemming 'Waarde — Archeologie’. De beoogde ontwikkeling zal de grondroeren oven een opperviakte van meer dan 250 m? en dieper dan 40 om.
*
Er kan uitsluitend worden gebouwd indien er een
archeologisch rapport wordt overhandigd De gebiedsaanduiding ‘geluidzone — circuit. Woningen zijn geluidgevoelige objecten. Nieuwe geluidsgevoelige objecten zijn niet toegestaan binnen de gebiedsaanduiding, tenzij geluidsbelasting niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.
Daarnaast had het plan gebruik kunnen maken van de wijzigingsbevoegdheid, zoals opgenomen in artikel 25.1. De enkelbestemming 'Sport’ had gewijzigd kunnen worden in onder andere 'Wonen’. Daarnaast moet ook aan de overige voorwaarden uit artikel 25.1 worden voldaan. Echter voldoet de beoogde ontwikkeling niet aan sub ‘b’, omdat de gevelrooilijn niet op één lijn met de zuidoostelijke woningen komt te liggen. Tevens wordt niet voldaan aan sub ‘e’, omdat de vijf woningen niet aaneengesloten worden gerealiseerd. Omdat niet aan alle voorwaarden van artikel 25.1 kan worden voldaan, kan geen gebruik worden gemaakt van de
wijzigingsbevoegdheid. Wel wordt voldaan aan sub ‘a' ‘c' ‘d’, T ’h en , oftewel de beëindiging van de bestemming 'Sport’, de goot- en bouwhoogte maximaal 6 meter respectievelijk 9 meter, de dakhelling van $5°, de realisatie van een voor- en achtertuin, voldoende parkeergelegenheid en de regels uit de artike! met betrekking tot de enkelbestemmingen Tuin’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen — 1' Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, wordt een procedure doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik'. De planologische procedure wordt eerst doorlopen. De omgevingsvergunning bouwen wordt later aangevraagd
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina |9
RUIMTELIJK 31
BELEID
RIJKSBELEID
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvísie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.
In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die Ieidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk Figuur 6
Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.
delangen enopgaven
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen,
vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten.
aOND
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Mees Ruimte & Milieu | 21045.01.RO
Pagina |10
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1.
Combineren boven enkelvoudig
2.
Kenmerken
& identiteit
3.
Afwentelen
voorkomen
3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling De realisatie van vijf woningen binnen het plangebied is niet in strijd met één van de 21 nationale belangen. De beoogde ontwikkeling vindt wel aansluiting bij nationaal belang nummer 5: zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. De opgave is aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio's) tussen 2019 en 2030 círca 1 mijoen woningen te realiseren en een goede kwaliteit van de woningvoorraad in regio's met bevolkingsdaling te behouden. Daarnaast is er een opgave de gebouwde omgeving in 2050 CO-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken 3.1.1.2
Conclusie
Geen van de 21 nationale belangen worden geraakt met voorliggend project. Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en de gemeente.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelij rjksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (&én onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden.
3.1.2.1
Relatie tot ontwikkeling
Op basis van het Barro bevindt het plangebied zich binnen het 'Kustfundament’. In een bestemmingsplan dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die een belemmering vormen voor het uitzicht op de vrije horizon vanaf de gemiddelde hoogwaterlijn met de blik op zee. De voorgenomen ontwikkeling zal geen belemmering vormen voor het uitzicht op de vrije horizon. Daarnaast is het realiseren van vijf woningen met een maximale bouwhoogte van 9 meter toegestaan op basis van de wijzigingsbevoegdheid uit het geldend bestemmingsplan Op basis van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is het plangebied gelegen binnen een radarverstoringsgebied van defensie, namelijk: radarverstoringsgebied bouwwerken behorende bij radarstation Schiphol TAR West en radarverstoringsgebied maximale hoogte 90 meter t.0.v. NAP. Het toevoegen van grondgebonden eengezinswoningen resulteert niet in het verstoren van radars. 3.1.2.2
Conclusie
Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina |11
3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische
kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
3.1.3.1
Relatie tot ontwikkeling
De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. 3.1.3.2
Conclusie
Het Bro legt geen beperkingen op voor onderhavige ontwikkeling
32
PROVINCIAAL
3.2.1
BELEID
Omgevingsvisie NH2050
De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en -doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het ‘waarom’ en ten dele over het ‘wat’. Onder de hoofdambitie, ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’, zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst.
In die bewegingen worden
meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De omgevingsvísie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen, die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Deze bewegingen zijn niet overkoepelend en zijn locatie- of onderwerp specifiek. Het gaat om de onderwerpen: Dynamisch Schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio's, Nieuwe energie en Natuurlijk en Vitaal landelijke omgeving.
3.2.1.1
Relatie tot ontwikkeling
In de eerste fase van de omgevingsvisie, zijn verkenningen uitgevoerd. Deze verkenningen maken nu onderdeel uit van de omgevingsvisie. In de Verkenningen NH2050 zijn acht hoofdthema's van trends en ontwikkelingen, met hun kernopgaven, geformuleerd. Een van deze acht hoofdthema's s verstedelijking Hierin wordt aangegeven dat de woningbehoefte voor Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid in de toekomst nog steeds toeneemt. De prognoses laten ook in lage scenario's nog groei zien in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Ook in Noord-Holland Noord is er een groei vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde, waarbij een deel van Noord-Holland Noord langzamerhand meer in beeld komt bij woningzoekenden in het zuidelijk deel van de provincie. Migratie, vooral van expats, heeft in toenemende mate invloed op de woningbehoefte. Tegelijkertijd is er steeds meer structureel leegstaand vastgoed en kunnen er leefbaarheidsproblemen n verouderde nieuwbouwwijken ontstaan. De woningbehoefte op de korte termijn is groot, op de lange termijn neemt deze volgens de huidige inzichten af. De ambitie ten aanzien van woningbouw is dat vraag en aanbod van woon- en werklocatie, zowel kwantitatief als kwalitatief, beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op
Mees Ruimte& Mileu | 21045.01.RO
Pagina|
12
de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. 3.2.1.2
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de voornoemde ambitie van de provincie om woningbouw vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden in te plannen. De projectlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en er wordt voorzien in zowel een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte, zoals ook zal blijken uit de beleidstoets in de navolgende paragrafen.
3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland.
3.2.2.1
Relatie tot ontwikkeling
Op basis van de digitale planviewer is zichtbaar welke afdelingen en artikelen betrekking hebben op het plangebied. In onderstaande tabel worden de betreffende afdelingen en artikelen behandeld:
4.1 Natuurbeheer
De paragrafen soortenbescherming en
De ontwikkeling behelst de realisatie van
houtopstanden en herbeplanting hebben
vif nieuwe woningen.
etrekking op het plangebied, zoals
wordt dieper in gegaan op het aspect
lbedoeld in de Wet natuurbescherming.
natuur middels onder andere een
In paragraaf 4.11
auickscan ecologie en een
stikstofdepositieberekening 4.3 Bodemsanering
Deze afdeling gaat over het saneren van de bodem
4.4 Ontgrondingen
als bedoeld
in artikel
1 van de
Het aspect bodem wordt besproken in
paragraaf 4.5. Voor onderhavige
Wet bodembescherming voor het
ontwikkeling i een verkennend
werkingsgebied Bodemsanering
‘bodemonderzoek uitgevoerd,
Deze afdeling regelt de gevallen waarin
De voorgenomen ontwikkeling maakt
geen vergunning nodig is voor een
geen ontgrondingen mogelijk omdat er
ontgronding.
een verdiepte sportzaal binnen het
plangebied aanwezigis. 4.7 Geïtenhouderijen
Deze afdeling gaat over geitenhouderijen.
De voorgenomen ontwikkeling maakt geen geïtenhouderij mogelijk.
4.12 Windenergie
Deze afdeling gaat over het bouwen,
De voorgenomen ontwikkeling staat niet in
opschalen en vervangen van
relatie tot windenergie
windturbines.
4.13 Grondwateronttrekking
61 Stedelijke functies
Deze afdeling gaat over het onttrekken
De voorgenomen ontwikkeling maakt
van grondwater.
geen grondwateronttrekking mogelik.
Een ruimtelik plan kan uitsluitend voorzien
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in
in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als
de realisatie van vif woningen.
de ontwikkeling in overeenstemming i
beoogde ontwikkeling passend is dient te
met de binnen de regio gemaakte
bljken uit het regionaal en gemeentelijk
schriftelijke afspraken. Tevens zijn de
beleid in paragraaf 3.3 en paragraaf 3.4.
Of de
artikelen met betrekking tot detailhandel
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina| 13
n verblifsrecreatie van toepassing op het plangebied 6.3 Land- en tuinbouw
66 Klmaatadaptatie
Deze afdeling gaat over de land- en
De voorgenomen ontwikkeling maakt
tuinbouw en daarmee samenhangende
geen landbouw, tuinbouw of daarmee
functies.
samenhangende functies mogeljk
Deze afdeling gaat over het rekening
In paragraaf 4.6 wordt het aspect
houden
duurzaamheid besproken, waarbinnen de
met risico's ten aanzien van
klimaatverandering bij nieuwe
klmaatadaptieve maatregelen aan bod
ontwikkelingen en het inventariseren van
komen.
mogelijke adaptatiemaatregelen. 6.10 Water
Deze afdeling is gericht op: 3.
_ regefs stellen omtrent het beheerplan van een
Paragraaf 4.13 van onderhavige umteijke onderbouwing gaat in op het aspect water.
waterschap betreffende regionale wateren;
b.
_ nadere voorschriften geven ten aanzien van de legger van een waterschap;
©.
aanwijzen van
oppervaktewaterlichamen waarvoor een waterschap
verplicht is één of meer peilbesluiten vast te stellen; en een verdeling van het beschikbare water
n het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort. 6.11
Faunabeheer
Deze paragraaf gaat over een
Fauna komt in bod in paragraaf 4.11
faunabeheerplan van een
‘natuur’
Faunabeheereenheid.
612 Kwaliteit uitvoering en handhaving
Deze afdeling is van toepassing op is van
Onderhavige ontwikkeling voldoet aan de
toepassing op de uitvoering en
Wet algemene bepalingen
handhaving van de Wet algemene
omgevingsrecht. Gedeputeerde Staten
bepalingen omgevingsrecht en van de
beoordelen deze
kwalteit.
wetten, bedoeld in artikel 5.1 van deze
wet, voor zover bij of krachtens de genoemde wetten is bepaald dat hoofdstuk 5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing s
7.4 Bodembescherming
Deze afdeling heeft betrekking op de te
Het aspect bodem komt aan bod in
volgen procedure indien er sanering
paragraaf 4.4 In deze paragaaf wordt
plaatsvindt
tevens
het verkennend
bodemonderzoek
toegelicht
3.2.2.2
Conclusie
Aan de regels zoals opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020 wordt, voor zover relevant in het kader van voorliggende ontwikkeling, voldaan
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina |14
3.2.3
Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025
Op 31 maart 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord 'Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De Woonagenda
bestaat uit drie delen die samen de uitvoeringsagenda voor de
komende vijf jaar bevat: 1. 2. 3.
Actieagenda 2020-2025; De ambitie, doelsteling, rol en ruimtelijke uitgangspunten: Speerpunten provincie en richtinggevende principes voor het woonbeleid
De actiepunten die uit deze drie onderdelen volgen zijn:
a) b) c) d) e) f 9) h)
3.2.3.1
Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden; We bieden kennis, meedenkkracht en hulp; Versnellen woningbouwproductie; Samenwerking stimuleren; Verduurzaming wonen; Meerflexibiliteit in de woningmarkt; Stimuleren circulair bouwen; Leveren van informatie en monitoring
Relatie tot ontwikkeling
Uit de Woonagenda volgt dat de vraag leidend moet zijn bij nieuwbouwopgaven. Elke regio zal om deze reden eigen maatwerkafspraken opstellen in regionale woonakkoorden. Voor de beoogde ontwikkeling is het Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025 van toepassing. Onderhavige ontwikkeling zorgt voor een toevoeging van vijf grondgebonden eengezinswoningen en versnelt daarmee de woningbouwproductie. Uit de volgende paragrafen zal blijken of het toevoegen van meer woningen leidt tot meer flexibiliteit in de woningmarkt in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond.
3.3
REGIONAAL
3.3.1
BELEID
Woonakkoord Zuid-Kennemerland / IJmond 2021-2025
Op basis van de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vraagt de provincie aan de regio's Woonakkoorden op te stellen. De regio Zuid-Kennemerland/IJmond heeft samen met de provincie NoordHolland dit Woonakkoord 2021-2025 opgesteld, versie 20 januari 2021. In dit akkoord is aangegeven welke woonopgaven er liggen, welke richting de regio op wil en hoe hier gezamenlijk aan gewerkt wordt. De regio Zuid-Kennemerland/IJmond bestaat uit de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort en werkt in deze samensteling al acht jaar samen. Sinds 2012 heeft deze regio afspraken gemaakt over wonen in een Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen. Het Woonakkoord bestaat uit een bestuursakkoord en een uitvoeringsagenda. De regio staat voor een aantal grote uitdagingen: * _ Een actueel woningtekort en een nog sterk groeiende woningbehoefte, onder meer aan betaalbare woningen;
e
Een vergrijzende bevolking de zo lang mogelijk zelfstandig zal blijven wonen; Verschillende (zorg)doelgroepen die een urgente behoefte hebben aan (betaalbare) zelfstandige huisvesting;
Mees Ruimte& Mileu | 21045.01.RO
Pagina | 15
e
Een duurzame ontwikkeling van nieuwe en bestaande wijken, waarbij draagvlak van de bewoners
nodig is. De missie van de regio Zuid-Kennemerland/IJmond betreft het blijven van een aantrekkelijke en gevarieerde woonregio, waar voor alle doelgroepen plek is en die toekomstbestendig is. Dit doel kan worden nagestreefd middels het realiseren van voldoende woningen binnen gevarieerde en aantrekkelijke woonmilieus. Daarnaast
wil de regio een duurzame regio zijn die toegankelijk is voor alle inkomens- en doelgroepen. Woningbouw, bereikbaarheid en economie dienen, voor zover dit mogelijk is, in samenhang ontwikkeld te worden, zodanig dat ze elkaar versterken
Woningbouw Om aan de toekomstige groei te voldoen is het nodig dat we de woningvoorraad uitbreiden met 13.150 woningen in de periode 2019-2030. Dat betekent een uitbreiding van tenminste 1.200 woningen per jaar, een
vergelijkbare opgave als in de afgelopen jaren nodig was. Binnenstedelijk bouwen en transformatie van gebouwen zijn het meest wenselijk. De mogelijkheden om buiten bestaand stedelijk gebied te bouwen zijn beperkt, maar soms is bouwen in het landelijk gebied toch wenseljk. In de Uitvoeringsagenda is een ljst opgenomen met woningbouwplannen in landelijk gebied, waarover afstemming is geweest tussen regiogemeenten en provincie. Betaalbaarheid
De sociale huurvoorraad dient n de regio en in elke gemeente uitgebreid te worden, waarbij 30% van de woningbouwproductie sociale huur betreft. De benodigde toekomstige groef ligt in de periode 2019-2030 tussen 2.400 woningen (trendscenario) en 5.350 woningen (tegenspoedscenario). Daarnaast wordt er zorg gedragen voor een evenwichtige en transparante verdeling van de beschikbare sociale huurwoningen in de regio. Ten slotte voegt elke gemeente middensegment toe en wordt de doorstroming in de woningmarkt bevorderd.
Doelgroepen
Bijna 50% van de inwoners van de regio is 55 jaar of ouder. Het aantal senioren in de regio groeit en zij zullen zo lang mogelijk zelfstandig (willen en moeten) blijven wonen. Andere doelgroep zijn spoedzoekers, buitenlandse werknemers, woonwagenbewoners en vergunninghouders. Duurzaamheid
De sociale energietransitie in de bestaande bouw wordt doorgezet en gekoppeld aan de transitievisie warmte.
Daarnaast is het delen van kennis over verduurzaming van nieuwbouw en bestaande bouw één van
de opgaven. Er dient klimaatadaptief, natuurinclusief en crculair gebouwd te worden. duurzaamheid en betaalbaarheid dichter naar elkaar toe gebracht te worden.
3.3.1.1
Tenslotte dienen
Relatie tot ontwikkeling
Zandvoort s een badplaats volledig omringd door natuurgebied. Zandvoort biedt met haar dorpskarakter een aantrekkelijk woonmilieu. Het aandeel lage inkomens is hoger dan in de omliggende gemeenten. Ook Zandvoort kan alleen binnenstedelijk bouwen en niet uitbreiden. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie vijf koopwoningen in het duurdere segment in Zandvoort. De regio is voornemens om middeninkomens in een sociale huurwoning te stimuleren om de stap te zetten naar een woning in het middensegment, huur of koop. De beoogde ontwikkeling van vijf koopwoningen sluit aan bij deze ambitie Bovendien is de beoogde ontwikkeling in lijn met de ambitie om ten minste 1.200 woningen per jaar te realiseren binnen de regio. 3.3.1.2
Conclusie
De beoogde ontwikkeling is in lijn met de opgaven uit het Woonakkoord Zuid-Kennemerland / IJmond 2021-
2025. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een bescheiden/minimale bijdrage aan de woningbehoefte in de regio.
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina | 16
34
GEMEENTELIJK
341
BELEID
Structuurvisie Zandvoort:
Parel aan Zee +
De Structuurvisie Zandvoort: Parel aan Zee + is door de gemeenteraad van Zandvoort vastgesteld op 26 januari 2010. Met het opstellen van de structuurvisie is een integraal kader gecreëerd waarbinnen in een samenhangende context gewerkt zal worden aan producten binnen de gemeente. De opgave is om van Zandvoort een ‘Parel aan Zee +' te maken. Een mooi dorp met een eigen karakteristiek prachtig gelegen tussen zee en duinen. De tjdshorizon reikt niet verder dan het jaar 2025, dus vijtien jaar. Tevens is binnen de Structuurvisie en doorkijk naar het jaar 2040 opgenomen Centrale visie
Zandvoort wil dat de steeds mobieler wordende mens blift kiezen voor Zandvoort als plek waar men graag woont en recreëert. Hier geeft Zandvoort invulling aan door in te zetten op: e
een gezonde toekomst, waarin Zandvoort een sterke positie binnen de regio heeft;
e
een toeristische sector als belangrijkste economische motor en die motor moet de komende decennia blijven draaien. Ontwikkelingen zijn gericht op een goed ondernemersklimaat zodat het aantrekkelijk blijft om in Zandvoort te investeren. De aandacht wordt vooral op het verblijfs-toerisme gericht en op bezoekers die voor meer komen dan alleen strand;
e
een aantrekkelijke woongemeente met een evenwichtige bevolkingsopbouw. De uwe ligging binnen de Randstad, tussen natuurgebieden, zorgt voor een goede concurrentiepositie ten opzichte van de omliggende gemeenten;
«
een onderscheidende identiteit.
Niet bouwen zoals de buurman,
maar de bestaande karakteristieken
versterken zonder het verleden letterlijk te kopiëren. De historie van het dorp krijgt een nadrukkelijker rol in de ontwikkeling. Daarnaast wordt de landschappelike ligging beter benut. e
kwaliteit boven
kwantiteit.
Met zeven ambities naar 2040. Aan de hand van de volgende zeven ambities wordt inhoud gegeven aan de centrale visie:
ES 3.4.1.1
thuiskomen; iedereen doet mee; toerisme en recreatie als economische motor;
bestemming Zandvoort; beleef het landschap; authentiek en kleinschalig; een veilige kust in weer en wind.
Relatie tot ontwikkeling
In onderstaande figuur is de toekomstvisie voor Zandvoort afgebeeld. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een aangewezen gebied binnen deze visie. De beoogde ontwikkeling vindt aansluit bij de ambitie ‘thuiskomen'’. De waardering van de woning is door Zandvoorters vergroot en de openbare ruimte is schoon, heel, veilig en sociaal. Het woningaanbod is divers, van hoge kwaliteit en de woningen zijn betaalbaar. De beoogde ontwikkeling van vijf koopwoningen zorgt voor een toevoeging van woningen van hoge kwaliteit aan de woningvoorraad van Zandvoort. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen raakvlakken met de andere zes ambities.
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina | 17
Figuur 7._Uitsnede kaart ‘Toekomstvisie 2040' Zandvoort, plangebied aangegeven middels gele ster.
Het plangebied is gelegen binnen de wijk Oud Noord en aangegeven met het project ‘E15": A.J. van der Moolenstraat. In de bijlagen bij de Structuurvisie s het plan reeds opgenomen: de herontwikkeling van een sportschool naar woningbouw. Op basis van het geldend bestemmingsplan is het middels de wijzigingsbevoegdheid mogelijk om vijf woningen te realiseren binnen het plangebied. De gemeente Zandvoort is daarmee welwillend om de realisatie van vijf woningen mogelijk te maken In 2040 is binnen de wijk Oud Noord nog steeds het Rode Dorp herkenbaar. De tuindorpstructuur is
gehandhaafd en is zichtbaar in de kleine pleintjes, plantsoenen, doorgangen, voortuinen en gesloten blokstructuur met zorgvuldig vormgegeven hoekbebouwing. Het geldende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van bovenstaande ambitie. Alleen kleine ontwikkelingen worden in dit plan toegestaan zonder dat het historische karakter van de wijk wordt aangetast. Aanvullend op het bovenstaande beleid geeft nevenstaande figuur de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het gebied weer. ur 8.
Uitsnede visiekaart Oud
Noord.
;
Mees Ruimte & Milieu | 21045.01.RO
Pagina |18
34.1.2
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is n lijn met de Structuurvisie Zandvoort: Parel aan Zee +
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina| 19
OMGEVINGSASPECTEN 41
MOTIVERING
4.1.1
BEHOEFTE
/ LADDER VOOR
DUURZAME
VERSTEDELIJKING
Algemeen
De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd Wettelijk kader
De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. e
definieert relevante begrippen:
Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen,
dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; .
Stedeljke ontwikkeling: ruimtelike ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailnandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Artikel 3.1.6 van
het Bro:
e _ Lid2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied n die behoefte kan worden voorzien
Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedeijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het 0og op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.
4,1.2
Relatie tot ontwikkeling
De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied.
De ontwikkeling omvat de realisatie
van vijf woningen en kan daarmee, gelet op de aard en omvang van de planologische wijziging, niet worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. In het kader van goede ruimtelijke ordening dient wel nut en noodzaak aan de beoogde ontwikkeling aangetoond te worden. Bovendien is het realiseren van vif woningen reeds mogelijk op basis van de wijzigingsbevoegdheid die is opgenomen binnen het geldend bestemmingsplan. De woningen worden echter niet aaneengesloten gerealiseerd en de voorgevelrooilijn verspringt ten opzichte van de zuidoostelijke woningen. Daarnaast is het
toevoegen van de woningen passend binnen het gemeentelijk beleid en de regionale woningbouwafspraken zoals reeds besproken in paragraaf 3.3 en 3.4
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina | 20
Op basis van het NOVI wordt geconcludeerd dat er aansluitend op de woonbehoefte tussen 2019 en 2030 circa 1 miljoen woningen gerealiseerd dienen te worden binnen met name de stedelijke regio's van Nederland. Om aan de toekomstige groei van de regio Zuid-Kennemerland/IJmond te voldoen is het nodig dat we de woningvoorraad uitbreiden met 13.150 woningen in de periode 2019-2030. Dat betekent een uitbreiding van tenminste 1.200 woningen per jaar. In de Structuurvisie Zandvoort: Parel aan Zee + is het plangebied reeds opgenomen als een ontwikkellocatie van een sportschool naar woningbouw. Bovendien kent het plangebied op basis van het geldend bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid om de sportschool te herontwikkelen naar vijf grondgebonden woningen. Hieruit is te concluderen dat de gemeente voornemens is om binnen het plangebied vijf woningen mogelijk te maken. 4.1.3
Conclusie
De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing op een project met vijf grondgebonden koopwoningen. Echter is de behoefte in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel aangetoond.
42
ARCHEOLOGIE
421
EN CULTUURHISTORIE
Algemeen
Erfgoedwet De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe besternmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en
maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. Omgevingswet, welke naar verwachting in 2021 in werking treedt.
De Erfgoedwet is een voorloper op de
Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden n de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan
kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken
4.2.2
Relatie tot ontwikkeling
Archeologie Het plangebied kent de dubbelbestelling Waarde — Archeologie’. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk wanneer het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,4 m beneden maaiveld en dieper dan 6,0 m +NAP plaatsvindt, en voor zover de oppervlakte van de werken of werkzaamheden meer dan 250 m?
bedraagt. Zowel de diepte als de oppervlakte worden middels voorgenomen ontwikkeling overschreden, waardoor archeologisch onderzoek noodzakelij is Door Bureau voor Archeologie is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. De rapportage d.d. 23 april 2021 is bijgevoegd in de bijlagen van onderhavige ruimtelijke onderbouwing Conclusies onderzoek
Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Duinen en strandwallen’, in de landschapszone hoge duinen. In de IJzertijd en/of Romeinse tijd werden strandwallen gevormd in het plangebied. Op deze strandwallen ontstonden de oude duinen. Deze duinen kwamen vanaf 800 na Chr. onder de jonge duinen te liggen. Het hele pakket duinafzettingen is ongeveer 15 meter dik.
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina |21
Het terrein is geëgaliseerd en voor de aanleg van de sportzaal is de bodem tussen 120 en 130 cm -mv vergraven.
Voor de rest van het gebouw is de bodem zeer waarschijnlijk vergraven tussen 80 en 100 cm -mv.
Hierdoor blijt een strook van 3 meter breed aan de noordkant van de geplande bebouwing over waar de bodem mogelijk minimaal verstoord is. Er zijn geen bekende archeologische waarden in de directe omgeving van het plangebied aanwezig Omdat bij de geplande bebouwing geen kelders zijn voorzien, vinden graafwerkzaamheden op de plaats van de sportschool plaats in reeds geroerde grond en zullen op de plek van de sportschool geen archeologische resten verstoord worden. De resterende oppervlakte is dusdanig klein, dat de kans klein is dat behoudenswaardige archeologische resten verstoord zullen worden. Daarom wordt door Bureau voor
Archeologie geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Vervolgonderzoek is niet nodig. Cultuurhistorie
Binnen het plangebied is een sportschool aanwezig, welke niet meer voldoet aan de eisen van de moderne tijd. Het plangebied kent geen cultuurhistorische waarden. 4.2.3
Conclusie
De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie
43
BEDRIJVEN
4.3.1
EN MILIEUZONERING
Algemeen
Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw:- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie.
Het gaat
hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinderen gevaar ondervinden van bedrijven en dat die bedrijven in hun miieugebruiksruimte worden beperkt.
In de handreiking zin richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanafde grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken. Tabel 1. _ Richtafstanden bedrijven en miieuzonering.
htafstanden tot omgevingstype bied
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina| 22
De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor.
4,3.2
Relatie tot ontwikkeling
De projectlocatie kent de bestemming 'Sport’. Omliggende bestemmingen betreffen overwegend een woonbestemming. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er geen sprake s van gemengd gebied. Op circa 65 meter van het plangebied is een bedrijfsbestemming gesitueerd, waar maximaal milieucategorie 1 is toegestaan. Bedrijven met milieucategorie 1 zijn goed passend binnen een rustige woonwijk Op circa 550 meter van het plangebied bevindt zich Circuit Zandvoort. Een circuit (SBI-2008: 931) heeft een milieucategorie 6, met een richtafstand van 1.500 meter. Deze richtafstand s te wijten aan het aspect geluid. Voor geur en stof geldt namelk een richtafstand van 100 meter en voor gevaar een richtafstand van 50 meter. Tussen het circuit en het plangebied zijn meerdere woningen gevestigd. Daarnaast is in het geldend bestemmingsplan reeds opgenomen dat de realisatie van vijf woningen binnen het plangebied mogelijk is middels een wijzigingsbevoegdheid. Het circuit zal niet in een grotere mate worden gehinderd door het toevoegen van vijf extra woningen. Middels akoestisch onderzoek dient het aspect geluid verder beoordeeld te worden.
In de nabije omgeving van het plangebied zijn verder geen bedrijven die voor hinder kunnen zorgen Andersom zorgt het toevoegen van vijf woningen tevens niet voor hinder op bedrijven. 4.3.3
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie
44
BODEM
441
Algemeen
Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend.
In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het
voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden.
44.2
Relatie tot ontwikkeling
De ontwikkeling omvat de realisatie van woningen. Woningen betreffen gevoelige functies in het kader van de Wbb, waarvan de gebruikers beschermd dienen te worden tegen onacceptabele verontreinigen in de bodem waarmee zij in aanraking kunnen komen. Ten behoeve van de planrealisatie zijn derhalve een verkennend
)(dgeanonimiseerd) reesiminonaeg( De rapportage d.d bodemonderzoek en asbest in de grond uitgevoerd door 0nderzoeksbureau_
april 2021 is opgenomen in de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. hieronder samenvattend besproken Conclusies verkennend
De resultaten worden
bodemonderzoek
Zowel de schelp- en grindhoudende bovengrond (MMO1, MMO2 en MM03, traject 0,00-0,55 m-mv, zand) als
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina | 23
de ondergrond (MMO4, traject 1,00-2,05, zand) en het grondwater geven geen waardes boven de streefwaarde. De hypothese verdacht wordt voor de locatie verworpen. Geconcludeerd kan worden dat de locatie vrij s van verontreinigingen.
De kwaliteit van de grond en het iror\dwe(ergeefl geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Er
zijn, naar het inziens van (geanonimiseerd) milieuhygiënisch geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden. Als er grond van de locatie moet worden afgevoerd is onderzoek naar PFAS in de grond van de bovenste meter noodzakelijk. Conclusies asbestonderzoek
Eris geen asbestverdacht materiaal op of in de grond aangetroffen. In de veldmengmonsters (VMMO1 en VMM02) is asbest niet detecteerbaar. De hypothese verdacht voor het asbestonderzoek (NENS5707) wordt verworpen. Op basis van onderhavig verkennend bodemonderzoek asbest kan gesteld worden dat de locatie niet verontreinigd is met asbest. Voor een volledig overzicht van de gemeten waarden wordt verwezen naar de_analysecertificaten. Opgemerkt wordt dat er plaatselijk eventueel wel asbestnesten aanwezig kunnen zijn welke in onderhavig bodemonderzoek gerist zijn.
443
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
45
DUURZAAMHEID
4.5.1
Algemeen
Het duurzame beleid van de Nederlandse overheid is vastgesteld in onder andere de Energieagenda (2016). Het doel van deze agenda is om de transitie naar een CO:-arme energievoorziening in 2050 te bewerkstelligen. In het Klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd de opwarming van de aarde te beperken tot
ruim onder de twee graden Celsius, met het streven een maximale temperatuurstijging van anderhalve graad Celsius te realiseren. Dat vraagt om een drastische reductie van het gebruik van fossiele energie, tot dichtbij nul in het jaar 2050. Elektriciteit wordt dan duurzaam opgewekt, gebouwen worden voornamelijk verwarmd door aardwarmte en elektriciteit, bedrijven hebben hun productieprocessen aangepast, er wordt niet langer op aardgas gekookt en er rijden vrijwel alleen maar elektrische auto's. Tot 2020 neemt de CO:-uitstoot fors af. Doorzetten van het huidige beleid is na 2020 echter onvoldoende om een geleidelijke transitie mogelijk te maken. Zonder aanvullend beleid zal de CO:-uitstoot zelfs weer kunnen toenemen. Voor de bestaande woningvoorraad betekent een geleidelijke transitie dat jaarlijks 170.000 woningen aangepast dienen te worden. Voor de nieuwbouw van woningen bepaalt de Europese EPBDrichtlijn de ambitie om tot bijna energie-neutrale gebouwen te komen. Vanaf 2021 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan overeenkomstige wettelike vereisten. Nieuwe woningen moeten worden voorzien van warmtepompen, zonnecollectoren en extra isolatie en eisen worden gesteld aan de maximum vervuiling van auto's.
Tot slot is de ontwikkelde partij in gesprek met é&n van de omwonenden die een nieuw verfsysteem heeft ontwikkeld zonder vluchtige organische componenten (VOC's). Dit project wordt ondersteund door de Rijksdienst voor Ondernemers (RVO). Indien er een overeenkomst wordt gesloten, is het mogelijk dat onderhavige verf wordt gebruikt bij de realisatie van de woningen
4.5.2
Relatie tot ontwikkeling
Bij de realisatie van vijf grondgebonden woningen zullen verscheidene duurzaamheidsmaatregelen worden toegepast. Onder andere zullen de woningen voldoen aan de BENG:-eisen middels onder andere het toepassen van Ledverlichting en bij elke woning een eigen warmtepomp. Daarnaast worden de woningen gasloos (all electric) gerealiseerd. Ook zal worden voldaan aan de eisen voor het jaar 2021 en later uit het
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina | 24
Bouwbesluit 2021. De volgende aspecten zijn van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling: zeer goede isolatie vloer, zeer goede isolatie dak, zeer goede isolatie gevel, hoog isolerend dubbelglas, milieuprestatie
MPG: lage score en goede MV-box (met CO-meting). Ook zullen PV-panelen worden geplaatst op het achterdak met een (ideale) zuidzuidwest oriëntatie. In totaal neert het verhard opperviak af en komt er tuin
voor terug. In de huidige situatie i 92,1 m? van in totaal ca. 917 m2 onverhard (groen), in de toekomstige situatie is ruim
ca.
600
m2
onbebouwd.
Daamnaast wordt er nog nagedacht over het gebruik van DUBOkeur (NIBE), een hoog percentage gerecycled materiaal, het beperken van bouwafval, het gebruik van regionaal gewonnen materialen en het gebruik van gecertificeerd hout. 4.5.3
Conclusie
De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de klimaatdoelen zoals gesteld in het Klimaatakkoord van Parijs
46
EXTERNE
46.1
VEILIGHEID
Algemeen
Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen n de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang:
Bij de beoordeling van de
* _ Plaatsgebonden risico (PR): Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. Het PR wordt ‘vertaald' als een
e
risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen Groepsrisico (GR): Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een gedegen verantwoording, kan afwijken. Dit betreft de zogeheten verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR.
Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen inclusief bijpehorende relevante gegevens zijn weergegeven. De risicokaart vormt een hulpmiddel bij het beoordelen van het aspect externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast kan ook het risicoregister worden geraadpleegd. Omdat de risicokaart van BI12 voor langere tijd in onderhoud is, is gebruik gemaakt van de veiligheidskaart van Atlas Leefomgeving.
46.2
Relatie tot ontwikkeling
Op de risicokaart is te zien dat: * Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Beví-inrichting; « Het projectgebied niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen; . Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een nabij gelegen transportroute;
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina | 25
*
Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een buisleiding voor het transport van
gevaarlijke stoffen.
(geanonimiseerd) Figuur 9. Uitsnede risicokaart (pron: ser22dpleegd
46.3
op 29 maart 2021).
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
47
GELUID
4.7.1
Algemeen
In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit:
…e
woningen;
onderwijsgebouwen; ziekenhuizen;
verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen;
kinderdagverblijven.
Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaa, raïlverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijneid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen.
Mees Ruimte & Mileu | 21045.01.RO
Pagina | 26
4.7.2
Relatie tot ontwikkeling
De beoogde ontwikkeling maakt woningen mogelijk, oftewel geluidsgevoelige objecten. Het plangebied is gelegen binnen het invloedgebied van de Van Lennepweg. Daarnaast beschikt het plangebied over de gebiedsaanduiding ‘geluidzone - circuit’, waarbinnen geen nieuwe geluidsgevoelige objecten zijn toegestaan, tenzij de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein van het circuit van Zandvoort op de gevels van het betreffende gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. Middels de wijzigingsbevoegdheid is het echte wel mogelijk om vif woningen te realiseren binnen het plangebied. Om de geluidsbelasting op de gevels te bepalen is door M+P een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage d.d. 2 april 2021 is als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Conclusies onderzoek
Wegverkeerslawaai De geluidsbelasting vanwege de Van Lennepweg en de Vondellaan liggen ver onder de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB voor wegverkeer. Daarmee is nergens sprake van een overschrijding van de grenswaarde. In het kader van een goede ruimtelijke afweging is tevens de geluidsbelasting vanwege de niet- gezoneerde 30 km/u wegen beoordeeld. De geluidsbelasting vanwege deze wegen is gezamenlijk beoordeeld. Deze geluidsbelasting bedraagt maximaal Lden = 52 dB na aftrek Aangezien dit een geluidsbelasting afkomstig van meerdere wegen samen betreft is het treffen van bronen/of overdrachtsmaatregelen praktisch niet haalbaar. M+P adviseert daarom de woningen van voldoende geluidswering te voorzien. Circuitpark Zandvoort
Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting vanwege het circuit maximaal 45 dB(A) bedraagt ter plaatse van de ontwikkellocatie. Dit voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Hiermee levert het circuit geen knelpunten op. Hierbij wordt opgemerkt dat er bij de berekeningen geen rekening is gehouden met de zogenaamde 'UBO-dagen'’. De in de vergunning van het circuit opgenomen geluidgrenswaarden zijn gedurende 12 dagen per jaar niet van toepassing op Grand Prix-races, dragsterraces, intemnationale autoen/of motorraces en de daarbij behorende trainingen. 4.7.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie
48
KABELS
EN
LEIDINGEN
4.8.1
Algemeen
Voor sommige kabels en leidingen is het belangrijk deze op te nemen in het bestemmingsplan. Het gaat dan niet om de algemene nutsleidingen, maar om de leidingen waarbij bijvoorbeeid een veiligheidszone geldt of leidingen die een risico zijn als ze bij werkzaamheden geraakt worden. Bepaalde leidingen moeten vanuit regelgeving of rijksbeleid in een bestemmingsplan worden opgenomen. Dit is het geval bij bovengrondse hoogspanningslijnen en buisleidingen. Bij andere leidingen bepaald bevoegd gezag of dit wenselij is, dit is bijvoorbeeld steeds vaker het geval bij ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Dergelijke leidingen