Besluitenlijst 25 mei 2021
Tekst van het document
van de exploitatie komen maar worden afgeschreven.
5. De kosten voor participatie en inspraak worden geactiveerd Het is van belang dat bij investeringen in het dorp er voldoende aandacht is voor participatie en
inspraak. Het BBV biedt die mogelijkheid en daarom is als gedragslijn vastgelegd dat de kosten van participatie en inspraak en de kosten die horen bij de eigen (project)organisatie behoren tot de 'bijkomende kosten' die als onderdeel van de verkrijgingsprijs naar redelijkheid worden geactiveerd.
6. Kosten van (zelf ontwikkelde) software worden geactiveerd Gelet op het gemeentelijk beleid is het relevant dat de kosten van (zelf ontwikkelde) software die gemeentelijk eigendom wordt, kunnen worden geactiveerd mits duidelijk kan worden vastgesteld
Kenmerk: 2021/204587
3/5
welke kosten aan de ontwikkeling van het activum zijn toe te rekenen. De nota bevat op dit punt
extra uitleg en duiding van de regels in het BBV. Omdat de kosten voor software die geen eigendom
wordt, niet mogen worden geactiveerd, is eerder al besloten een deel van het investeringsbudget hiervoor over te hevelen naar de exploitatie. Dit is bij de Programmabegroting 2021 geëffectueerd. 7. Restwaarde investeringen De nota regelt hoe om te gaan met restwaarden van investeringen. Investeringen worden afgeschreven tot restwaarde nihil, omdat vooraf vrijwel niet betrouwbaar is vast te stellen welke restwaarde zal bestaan aan het eind van de technische levensduur. Dit kan in de toekomst meer gaan
spelen gelet op de inzet van de gemeenten om meer duurzaam en circulair te investeren. De inruilwaarde of opbrengst van materialen worden in eerste instantie aangewend voor het afboeken
van de eventuele restant boekwaarde. Wanneer geen sprake is van een restant boekwaarde is het
niet toegestaan om de inruilwaarde in mindering te brengen op de nieuwe investering. De nieuwe aanschaf moet immers volgens de wettelijke regels tegen verkrijgingsprijs gewaardeerd worden. De
inruilwaarde dient als (incidentele) opbrengst in de Jaarrekening te worden verantwoord. 8. Naast kredietoverschrijdingen worden ook dreigende tegenvallers in bijdragen van derden gemeld In de nota wordt ook benoemd dat in aanvulling op de bepalingen uit de Financiële verordening over dreigende kredietoverschrijdingen, de raad ook vooraf wordt geïnformeerd bij dreigende tegenvallers in bijdragen van derden in een investering. Daarbij gelden dezelfde grensbedragen als in
de Financiële verordening voor de kredietoverschrijding zijn opgenomen. Een dergelijke bepaling hoort logischerwijs (ook) in de Financiële verordening, dit zal bij de eerstvolgende actualisatie van de
verordening worden meegenomen. Het is niet nodig de verordening speciaal voor dit punt te
actualiseren of aan te vullen. 9. Juiste verslaglegging gaat vóór begrotingsrechtmatigheid Het kan gebeuren dat uitgaven vooraf worden voorzien als kosten ten laste van de exploitatie,
waarbij later blijkt dat de uitgaven toch de aard hebben van een investering. In dergelijke gevallen verschuift het budgetrecht van het college naar de raad. Uitgaven ten laste van de exploitatie mogen
door het college worden gedaan, maar investeringen mogen niet eerder worden gedaan dan na kredietverlening door de raad. Wanneer tijdens het doen van uitgaven blijkt dat deze toch als
investering moeten worden verantwoord, is strikt gezien sprake van uitgaven die nog niet door de raad zijn geautoriseerd. In de regel wordt dit gemeld in de eerstvolgende Voor- of Najaarsnota, waarbij een besluitpunt wordt opgenomen voor kredietverlening door de raad. Wanneer dit zich voordoet op een moment in het jaar dat kredietverlening in een Voor- of Najaarsnota niet meer mogelijk is, wordt de uitgave
evengoed als investering verantwoord en wordt expliciet in de Jaarrekening benoemd dat deze
uitgaven zijn gedaan zonder goedkeuring vooraf van de gemeenteraad. In dit geval gaan een juiste verslaglegging (de kosten moeten verplicht worden geactiveerd) vóór begrotingsrechtmatigheid (investeringen mogen pas worden gedaan na goedkeuring van de raad).
Kenmerk: 2021/204587
4/5
Risico's en kanttekeningen
Doordat er feitelijk geen wijzigingen worden voorgesteld, zijn er geen risico's aan dit voorstel verbonden. 1. Uitvoering Geen. 2.
Bijlagen
Nota activabeleid 2021-2024
Kenmerk: 2021/204587
5/5
Raadsstuk
Gemeente Zandvoort
Onderwerp Verordening tot intrekking van de verordening reclamebelasting 2021 Nummer
2021/198929_______________________________________________________
Portefeuillehouder
Bluijs, GJ.__________________________________________________________
Programma/beleidsveld
7.1 Lokale belastingen en heffingen_____________________________________
Afdeling____________
CC________________________________________________________________
Auteur_____________
Moolen, J. van der___________________________________________________
Telefoonnummer_____
023-5114863_______________________________________________________
Email_______________
jvandermoolen@haarlem.nl___________________________________________
Kernboodschap
De raad heeft op 23 maart 2021 het herstelplan Corona Zandvoort - deel 2 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat net als in 2020 geen reclamebelasting wordt opgelegd in 2021. Hiervoor dient de verordening reclamebelasting 2021 ingetrokken te worden._______________________________________________
Behandelvoorstel voor commissie
De raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering._______________________________________________
Herstelplan corona Zandvoort - deel 2 (raadsbesluit 2021/86804 d.d. 23 maart
Relevante eerdere besluiten_______
2021)_____________________________________________________________
Besluit College
Het college van burgemeester en wethouders
d.d. 13 april 2021
Besluit: 1. Het voorstel aan de raad vast te stellen. de burgemeester.
de secretaris.
Besluit Raad
De raad der gemeente Zandvoort,
d.d. 25 mei 2021
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders. Besluit: 1. De verordening tot intrekking van de verordening reclamebelasting
Zandvoort 2021 vast te stellen de griffier,
Kenmerk: 2021/198929
1/2
1. Inleiding De raad heeft op 23 maart 2021 het herstelplan Corona Zandvoort - deel 2 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat er geen reclamebelasting wordt opgelegd in 2021. Hiervoor dient de verordening reclamebelasting ingetrokken te worden.
2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor:
1. De verordening tot intrekking van de verordening reclamebelasting Zandvoort 2021 vast te stellen 3. Beoogd resultaat De verordening reclamebelasting in te trekken, zodat er geen reclamebelasting wordt opgelegd in 2021.
4. Argumenten Herstelplan corona Zandvoort -deel 2
Maatregel 7.6 Geen Reclamebelasting opleggen in 2021 van het Herstelplan corona Zandvoort deel 2 De Reclamebelasting is voor 2021 begroot op € 87.000,- en de aanslagen worden doorgaans in het voorjaar opgelegd. De inkomsten van Reclamebelasting worden jaarlijks gestort in het
Ondernemers Innovatiefonds en is bedoeld voor de gedeeltelijke bekostiging van vernieuwende initiatieven van ondernemers. Elke ondernemer die een reclame-uiting van minimaal 0,35 m2 in de openbare ruimte heeft, ontvangt van de gemeente een aanslag. Dit betekent dat vrijwel alle ondernemers in Zandvoort meebetalen. Juist omdat alle ondernemers meebetalen wordt voorgesteld om de Reclamebelasting in 2021 (net zoals in 2020) niet op te leggen. Dit betreft dan
ook een maatregel die alle ondernemers in Zandvoort ten goede komt. Bij deze maatregel wordt geen onderscheid gemaakt tussen locatie van het bedrijf, het type bedrijf of de grootte van het bedrijf. Iedereen betaalt mee, dus iedereen heeft er profijt hiervan. Ook wordt voorgesteld om de
subsidie van het Ondernemers Innovatiefonds in 2021 (net zoals in 2020) niet te korten als gevolg van de kwijtschelding van de Reclamebelasting, zodat zij kunnen blijven bijdragen aan het herstel van de lokale economie.
5. Risico's en kanttekeningen
De financiële consequenties worden zoals besloten bij het herstelplan verwerkt in de Voorjaarsnota 2021. 6. Uitvoering De Verordening tot intrekking van de verordening reclamebelasting Zandvoort 2021 wordt
bekendgemaakt in het Gemeenteblad en treedt in werking de dag na publicatie.7 7. Bijlagen
1. Verordening tot intrekking van de verordening reclamebelasting Zandvoort 2021
Kenmerk: 2021/198929
2/2
Raadsstuk
Gemeente Zandvoort
Onderwerp Invoeren budgetplafonds jeugdhulp Nummer
2021/59674_________________________________________________________
Portefeuillehouder
Haeften, R. van______________________________________________________
Programma/beleidsveld
2.2 Voorzieningen Jeugd______________________________________________
Afdeling____________
JOS________________________________________________________________
Auteur_____________
Mohammed, T.O.____________________________________________________
Telefoonnummer_____
023-5115128________________________________________________________
Email_______________
tmohammed@haarlem.nl_____________________________________________
Kernboodschap
De kosten in de jeugdhulp lopen fors op. Om de oplopende kosten een halt toe te roepen is het noodzakelijk om in te zetten op enkele beheersmaatregelen. Budgetplafonds kunnen hierbij een waardevol instrument zijn. Het biedt mogelijkheden om met aanbieders in gesprek te gaan over de toenemende kosten
in de jeugdhulp. Ook zorgt het voor een gezamenlijk besef en verantwoordelijkheid voor de toenemende kosten in relatie tot de beperkte beschikbare middelen. Er wordt per 1 juli 2021 budgetplafonds ingevoerd voor
jeugdhulp (perceel 1 t/m 5).____________________________________________ Behandelvoorstel voor
commissie
De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de
raadsvergadering. Relevante eerdere
besluiten_______ Besluit College d.d. 09-03-2021.
1. het college stelt het voorstel aan de raad vast.
de secretaris,
Kenmerk: 2021/59674
de burgemeester.
1/8
Besluit Raad d.d. 25 mei 2021
De raad der gemeente Zandvoort,
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders. Besluit: 1. In te stemmen met de invoering van een budgetplafond jeugdhulp en perceel 5 per 1 juli 2021 conform scenario 2 : Omzet 2020 + indexatie (2,54%) +
groeipercentage (3%) - korting (10%); 2. In te stemmen met de gemaakte uitzonderingen voor budgetplafonds conform bijlage 1. 'uitgangspunten budgetplafonds Zandvoort'.
de griffier,
de vo'
jjter,
1. Inleiding
De raad van Zandvoort is op 14 december 2020 tijdens een technische sessie bijgepraat over de ontwikkelingen jeugd. Tijdens deze sessie zijn de ontwikkelingen van de kosten en het aantal jeugdigen in zorg besproken en is er aandacht geweest voor mogelijke beheersmaatregelen. Eén van
die mogelijke beheersmaatregelen gaat over het invoeren van budgetplafonds. De raad is tijdens een vervolgsessie op 24 maart 2021 geïnformeerd over het voorstel om budgetplafonds voor jeugdhulp in te voeren per 1 juli 2021.
In dit besluit worden twee scenario's uiteengezet inclusief de bijbehorende voor- en nadelen. Naast
de beheersmaatregel budgetplafonds wordt er tegelijkertijd ook gewerkt aan andere beheersmaatregelen zoals het sterker sturen op de toegang en het optimaliseren van de regionale samenwerking. 2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1. In te stemmen met de invoering van een budgetplafond jeugdhulp en perceel 5 per 1 juli 2021
conform scenario 2 : Omzet 2020 + indexatie (2,54%) + groeipercentage (3%) - korting (10%); 2.
In te stemmen met de gemaakte uitzonderingen voor budgetplafonds conform bijlage 1. 'uitgangspunten budgetplafonds Zandvoort'.
3. Beoogd resultaat Het vergroten van de grip op de kosten binnen het programma jeugd door het invoeren van
budgetplafonds voor jeugdhulp in Zandvoort.
Kenmerk: 2021/59674
2/8
4. Argumenten Er worden twee scenario's uiteengezet inclusief de bijbehorende voor en nadelen. Tevens wordt er
aandacht besteed aan de geleerde lessen m.b.t. het invoeren van budgetplafonds en de gemaakte uitzonderingen. 4.1 Het invoeren van budgetplafonds is een waardevol instrument Het invoeren van budgetplafonds biedt mogelijkheden om met aanbieders in gesprek te gaan over de toenemende kosten in de jeugdhulp. Ook zorgt het voor een gezamenlijk besef en verantwoordelijkheid voor de toenemende kosten in relatie tot de beperkte beschikbare middelen.
De transformatie is nadrukkelijk een gezamenlijke opgave van betrokken partijen in de jeugdhulp en niet alleen van gemeenten. Door de invoering van budgetplafonds wordt ook duidelijk waar de lacunes in het hulpaanbod zich bevinden. In 2021 wordt toegewerkt naar een inhoudelijke meetlat op basis van objectieve kwaliteitscriteria. Dit is een belangrijke ontwikkeling richting de nieuwe verwervingsronde. De inhoudelijke meetlat
biedt ook mogelijkheden om een koppeling te maken tussen geleverde kwaliteit en een financiële beloning. Denk bijvoorbeeld aan een aanbieder die meer financiële ruimte krijgt in het budgetplafond, omdat die aantoonbaar betere kwaliteit levert.
4.2 Twee scenario's voor het invoeren van budgetplafonds
Op dit moment kunnen de budgetplafonds voor 2021 alleen ingericht worden op basis van financiële uitgangspunten. Grofweg worden twee scenario's onderscheiden: 1.
Omzet 2020 + indexatie (2,54%) + groeipercentage (3%) geldt als het budgetplafond 2021
2.
Omzet 2020 + indexatie (2,54%) + groeipercentage (3%) - korting (10%) geldt als het budgetplafond 2021
Het groeipercentage is een aanvullend sturingselement. In de begroting van 2021 is rekening gehouden met een groei van 16% (gebaseerd op historische ontwikkelingen). Tegelijkertijd hoeft dit niet te betekenen dat deze volledig 'weggegeven worden' in de berekening van de budgetplafonds.
Er kan bijvoorbeeld ook gekozen worden voor een lagere vaststelling van het groeipercentage,
bijvoorbeeld 4 of 5% (of nog lager). Dit resulteert in mogelijke oplossing voor de gemeente Zandvoort in 2021 en is uitgewerkt in beide scenario's. Scenario's
Scenario 1: Omzet 2020 + indexatie (2,54%) + groeipercentage (3%) geldt als het budgetplafond 2021. In dit scenario wordt uitgegaan van de omzet 2020 plus indexatie, maar wordt rekening gehouden met een lager groeipercentage (3%) dan nu wordt verwacht. In alle berekeningen is gebruik gemaakt van een groeipercentage van 16% (net zoals in de begroting). Dit groeipercentage kan lager worden
vastgesteld, bijvoorbeeld op 3%.
Kenmerk: 2021/59674
3/8
Dit veroorzaakt een financiële oplossing en wellicht ook de mogelijkheid om op basis van een inhoudelijke meetlat bepaalde aanbieders meer financiële ruimte te geven in 2021 ten opzichte van aanbieders die minder voldoen aan de inhoudelijke eisen. Tegelijkertijd betekent dit (nog) minder
financiële ruimte voor aanbieders. De inhoudelijke gevolgen die we nu zien door de budgetplafonds worden evenredig versterkt met het verlagen van het groeipercentage in de berekening. Denk bijvoorbeeld aan wachtlijsten of personele gevolgen bij aanbieders. In onderstaande berekening is het buffer door het lager vaststellen van het groeipercentage weergegeven. In de berekening is het groeipercentage verlaagd voor de overige aanbieders en Kenter, bij de eerder genoemde uitgezondere omzet is geen rekening gehouden met een lager groeipercentage.
Begroting 2021_________________________________
€
3.782.190
Impact vaststellen lager groeipercentage 13% (16%-3%)
€
334.000
€
334.000
Totale begrenzing budgetplafonds_________________
Opbrengst
Voordelen: •
•
Door uit te gaan van een lager groeipercentage 3% dan in werkelijkheid blijft er een relatief groot bedrag achter de hand. Dit geeft de mogelijkheid om aanbieders mogelijk op basis van
een inhoudelijke meetlat meer financiële ruimte te geven. Door het lager vaststellen van het groeipercentage ontstaat er een financiële oplossing die groter is dan de waar in de begroting van 2021 rekening mee is gehouden en worden de
aanbieders niet gekort.
Risico's:
•
Aanbieders waarbij de facturatie jaarlijks flink fluctueert, lopen een groot risico, omdat de aanmeldingen volgend jaar flink kunnen oplopen, terwijl het budgetplafond hiervoor geen
ruimte biedt. •
De inhoudelijke gevolgen die we nu zien door de budgetplafonds worden evenredig versterkt met het verlagen van het groeipercentage in de berekening. Denk bijvoorbeeld aan
wachtlijsten of personele gevolgen bij aanbieders.
Scenario 2: Omzet 2020 + indexatie (2,54%) + groeipercentage (3%) - korting (10%) geldt als het budgetplafond 2021 In dit scenario wordt uitgegaan van de omzet 2020 plus indexatie en een groeipercentage van 3%. Het verschil tussen scenario 1 en scenario 2 zit hem in wel of niet toepassing van een korting van
10%. Door een lagere groei wordt er 13% (16% - 3%) gebruikt om een besparing van €334.000 te realiseren. Daarnaast wordt er een korting toegepast van 10% op de 'overige aanbieders', welke
€73.000 oplevert. In totaal wordt hiermee gezorgd dat de gemeente Zandvoort binnen de begroting blijft.
Kenmerk: 2021/59674
4/8
In onderstaande tabel is het effect van het lager vaststellen van een groeipercentage en de korting van 10% weergegeven.
Begroting 2021________________________________
€
3.782.190
Impact vaststellen lager groeipercentage 13%(16%-3%)
€
334.000
Totale begrenzing budgetplafonds_________________
€
73.000
Opbrengst
€
407.000
Voordelen: •
Wanneer er wordt gekozen voor deze variant dan is er sprake van een soortgelijke
methodiek zoals nu in Haarlem wordt gehanteerd. Het voordeel hiervan is dat er sprake is van harmonisatie en één lijn richting aanbieders.
•
Door uit te gaan van een lager groeipercentage 3% dan in werkelijkheid blijft er een relatief groot bedrag achter de hand. Dit geeft de mogelijkheid om aanbieders mogelijk op basis van een inhoudelijke meetlat meer financiële ruimte te geven.
•
De begrenzing van €73.000 kan gebruikt worden om eventuele overschrijdingen op het budgetplafond op te vangen.
Risico's: •
Aanbieders waarbij de facturatie jaarlijks flink fluctueert lopen een groot risico, omdat de aanmeldingen volgend jaar flink kunnen oplopen, terwijl het budgetplafond hiervoor geen ruimte biedt.
•
De inhoudelijke gevolgen die we nu zien door de budgetplafonds worden evenredig versterkt met het verlagen van het groeipercentage in de berekening. Denk bijvoorbeeld aan wachtlijsten of personele gevolgen bij aanbieders.
4.3 Financiële consequenties bij gelijk groeipercentage
Wanneer er enkel een korting van 10% wordt toegepast en het groeipercentage gelijk blijft dan is het invoeren van een budgetplafond niet voldoende om de begroting te behalen. Dit is te verklaren doordat de opbrengsten vanuit de budgetplafonds minder zijn door de uitgezonderde omzet (LTA, JeugdzorgPlus, GI's, etc.).
4.4 Budgetplafond Perceel 5
In de berekeningen is geen rekening gehouden met het opleggen van een budgetplafond voor
perceel 5. Onder perceel 5 wordt gezinsbegeleiding en hulp aan jongvolwassene zoals kamertraining verstaan. Indien er wordt gekozen om hier wel een budgetplafond conform één van de genoemde scenario's op te leggen, zou dit circa €2.000 kunnen opleveren. Het voorstel zou zijn gelet op de harmonisatie om ook een budgetplafond conform scenario 2 op te leggen voor zorg die valt onder perceel 5.
Kenmerk: 2021/59674
5/8
4.5 Juridische onderbouwing aanwezig De gemeente Zandvoort maakt gebruik van de mogelijkheid opgenomen in de aanbestedingsleidraad onder paragraaf 4.3 om een gemaximeerd budget op te leggen voor perceel 1 t/m 5.
4.6 Uitzonderingen invoering budgetplafond De uitzonderingen die reeds in Haarlem zijn ingevoerd worden in het budgetplafond 2021 voor Zandvoort gecontinueerd (zie bijlage 1 voor een nadere uitwerking). Dit geldt voor: •
Pleegzorg;
• •
JeugdzorgPlus; Werk van de Gecertificeerde Instellingen;
• •
Zorg vanuit het Landelijk Transitiearrangement (LTA); Cliënten die reeds in zorg zijn.
• •
Forensische Zorg Onderwijszorgarrangementen, individuele begeleiding tijdens schooltijd en naschoolse opvang voor kinderen in het speciaal onderwijs.
4.7 Conclusie: keuze voor scenario 2 Alles overwegende wordt besloten om te kiezen voor scenario 2 waarbij er een lager
groeipercentage (3%) wordt vastgesteld en een korting van 10% wordt gehanteerd. Door het lager vastgestelde groeipercentage ontstaat er een financiële oplossing van €334.000. Dit bedrag is hoger dan de besparing van €320.000 binnen programma jeugd uit de begroting van 2021. Door te kiezen voor scenario 2 wordt er enerzijds gezorgd dat men binnen de begroting blijft en anderzijds geharmoniseerd met het budgetplafond in Haarlem. Het voordeel hiervan is dat er voor aanbieders
een soortgelijke methodiek wordt gehanteerd in Haarlem en Zandvoort wat ook voor duidelijkheid richting aanbieders zorgt. Door het tussentijds invoeren van een budgetplafond per 1 juli 2021 en het toepassen van korting van 10% wordt wel een grotere opbrengst verwacht dan wanneer er enkel een
lager groeipercentage wordt vastgesteld.
5. Risico's en kanttekeningen Er is een aantal aannames en kanttekeningen bij deze scenario's te benoemen. 5.1 De financiële uitgangspunten worden op dit moment niet gekoppeld aan de geleverde kwaliteit
van de aanbieders. Dit valt onder het groeimodel, waarin we gedurende het jaar 2021 een inhoudelijke meetlat kunnen
ontwikkelen. Deze inhoudelijke meetlat kan in het vervolg de basis zijn voor het bepalen van (de hoogte van) het budgetplafond. Kort gezegd krijgt een aanbieder die objectief beter presteert meer
financiële ruimte in het budgetplafond.
Kenmerk: 2021/59674
6/8
5.2 Relatie tussen invoeren budgetplafonds Zandvoort en de regionale inkoop per 2022. Het is op dit moment nog onduidelijk hoe de regionale inkoop zich verhoudt tot het invoeren van een budgetplafond per 2022. Indien er wordt besloten dat er regionaal op een eenduidige manier een
budgetplafonds per 1 januari 2022 wordt ingevoerd dan is het de overweging waard om hierop te wachten als Zandvoort. Zo kan er toegewerkt naar een eenduidige budgetplafond dat past binnen de regionale inkoop en aansluit op de regionale visie. Het is hierbij wel van belang hoe en wanneer hier
op regionaal niveau een keuze in wordt gemaakt. Dit in verband met de tijd die een zorgvuldige implementatie van een budgetplafond vergt. Het is inmiddels bekend dat de gemeente Velsen ook
een budgetplafond heeft ingevoerd. 5.3 Situatie Kenter Jeugdhulp Kenter Jeugdhulp heeft in 2020 in Haarlem een budgetplafond, maar geen korting gehad. Dit heeft te
maken met het (regionale) proces rondom de lokale steun. Het doorvoeren van de korting in het budgetplafond van 2020 zou direct leiden tot problemen in de liquiditeit. Wanneer we geen kortingspercentage toepassen heeft dit direct gevolgen voor de begroting. Vóór het toepassen van
de korting pleit het gelijkheidsbeginsel: voor alle aanbieders die Zandvoort heeft gecontracteerd
geldt de korting. Nu de financiële ondersteuning die ook onze Raad heeft toegekend, daadwerkelijk is betaald, en we deze als een finale kwijting opvatten, zou je kunnen stellen dat we weer met een schone lei beginnen in 2021. Echter: de gemaakte afspraken met Kenter lopen door in 2021. Tegen
die achtergrond is het irreëel om vast te houden aan een -formeel- op te leggen korting in 2021: we willen het verlies op deze aanbieder minimaliseren. Een faillissement als gevolg van eigen beleid is
daar contrair aan. Geadviseerd wordt de bestaande controle op de financiële situatie van Kenter te handhaven en periodiek te monitoren. Zo kunnen we in de toekomst het moment bepalen wanneer Kenter objectief gezien weer financieel gezond is, en aan onze spelregels kan voldoen, waaronder
een korting van 10% op het budgetplafond.
6. Uitvoering
Om te komen tot de implementatie van budgetplafonds jeugd per 1 juli 2021 is onderstaande planning opgesteld. Planning
09-03-2021
B&W_____________________________________
24-03-2021
Raadsinformatieavond beheersmaatregelen & CJG
06-04-2021
Raadscommissie Zandvoort___________________
20-04-2021
Raad Zandvoort_____________________________
01-04-2021
Betrekken aanbieders, CJG en GI's bij voorbereiding implementatie______________________________
01-06-2021
Versturen brief budgetplafonds naar aanbieders
01-07-2021
Implementatie budgetplafonds jeugd Zandvoort
Kenmerk: 2021/59674
7/&
7. Bijlagen 1.
Uitgangspunten budgetplafonds Zandvoort
Kenmerk: 2021/59674
8/8
Gemeente Zand voort
Raadsstuk
Onderwerp
Kapitaalvraag Stedin - aankoop cumulatief preferente aandelen
Nummer
2021/242786______________________________________________________
Portefeuillehouder
Bluijs, GJ._________________________________________________________
Programma/beleidsveld
7.2 Algemene dekkingsmiddelen_______________________________________
Afdeling____________
CC_______________________________________________________________
Auteur_____________
Moolen, J. van der__________________________________________________
Telefoonnummer_____
023-5114863_______________________________________________________
Email_______________
jvandermoolentghaarlem.nl___________________________________________
Kernboodschap
Stedin investeert tot 2030 € 7 miljard in het netwerk. Daarmee is Stedin een belangrijke partner om de energietransitie mogelijk te maken. Om een goede
toegang te behouden tot de kapitaalmarkt is een versterking van het eigen vermogen van Stedin noodzakelijk. Met het oog op de noodzakelijke versterking van het eigen vermogen heeft Stedin de aandeelhouders gevraagd om een kapitaalstorting van € 200 miljoen. Hiervoor ontvangen deelnemende aandeelhouders preferente aandelen met een vast rendement. Het college wil in
het kader van de energietransitie verantwoordelijkheid nemen en stelt de raad
o.a. voor om akkoord te gaan met de verkrijging van preferente aandelen tot een
maximaal bedrag van € 800.349._______________________________________ Behandelvoorstel voor
De raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel
commissie
van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Stedin Rapport Langetermijnfinanciering (Bijlage 11), Samenvatting rapport
Rothschild & Co (Bijlage 15) en Samenvatting rapport Capitium (Bijlage 16), als
bijlagen bij het raadsstuk vallen onder de geheimhouding opgelegd door het college. De documenten zijn confidentieel, dit wordt hieronder nader toegelicht. Het
college legt om deze reden geheimhouding op, welke geheimhouding door de
gemeenteraad in de eerstvolgende vergadering moet worden bekrachtigd. Relevante eerdere besluiten
Uitgifte preferente aandelen Stedin (2021/212430 d.d. 15 april 2020)
Kenmerk: 2021/242786
1/8
Besluit College
1.
het college stelt het voorstel aan de raad vast.
2.
het college besluit voorts: 1. In te stemmen met de Statutenwijziging en de wijziging van het
d.d. 4 mei 2021
aandeelhoudersconvenant geagendeerd op de AvA van Stedin van 25 juni 2.
2021; In te stemmen met het besluit tot uitgifte van cumulatief preferente aandelen voor maximaal €200 miljoen, geagendeerd op de AvA van Stedin van 25 juni 2021;
3.
Onder de voorwaarde van instemming door de gemeenteraad in te stemmen met de verkrijging van cumulatief preferente aandelen, voor een maximaal bedrag van € 800.349, en daarmee
a.
te besluiten tot het aangaan van de investeringsovereenkomst en
4.
intekenbrief; Geheimhouding op te leggen aan de raad ten aanzien van de bijlagen: Stedin Rapport Langetermijnfinanciering (Bijlage 11),
a. b. c.
Samenvatting rapport Rothschild & Co (Bijlage 15), Samenvatting rapport Capitium (Bijlage 16),
op grond van artikel 25 tweede lid van de Gemeentewet, ter bescherming van bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de gemeente zijn meegedeeld, alsmede ter bescherming van de economische en financiële
belangen van de gemeente ter voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij deze aangelegenheid betrokken (rechts)personen, zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid , aanhef en onder
sub c en tweede lid, aanhef en onder beng van de Wet openbaarheid van bestuur waarbij het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de 5.
hiergenoemde belangen; Aan de raad te verzoeken om de door het college opgelegde geheimhouding op de onder punt 4 genoemde bijlagen te bekrachtigen op
grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet.
de secretaris,
Kenmerk: 2021/242786
de burgemeester,
2/8
De burgemeester
besluit: 1. Onder de voorwaarde van instemming door de gemeenteraad met de verkrijging van cumulatief preferente aandelen, voor een maximaal bedrag van € 800.349, tot het verlenen van een volmacht aan medewerkers van Loyens & Loeff N.V om de Verkrijger te vertegenwoordigen met betrekking tot: i. het ondertekenen van de notariële akte van uitgifte van
cumulatief preferente aandelen op naam in het kapitaal van Stedin
Holding N.V. aan, onder andere, de Verkrijger conform de aan deze
volmacht als bijlage gehechte intekenbrief; en ii. het doen van al dat door de Gevolmachtigde(n) als noodzakelijk geacht wordt met als doel het bewerkstelligen van de transactie(s) beoogd
door deze volmacht.
de burgemeester,
De raad der gemeente Zandvoort,
Besluit Raad
d.d. 25 mei 2021 Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,
Besluit: In te stemmen met de verkrijging voor maximaal € 800.349 van de nog uit te geven cumulatief preferente aandelen Stedin;
de voorzitter,
de griffier.
(
Kenmerk: 2021/242786
3/8
1. Inleiding Stedin heeft een levergebied in 91 gemeenten en ongeveer 2,2 miljoen klanten. Stedin is in handen van 44 van deze 91 gemeenten. Stedin is de leverancier van gas in Zandvoort. Voor netwerkbedrijven geldt dat de aandelen in handen moeten blijven van de overheid en niet verkocht mogen worden. De bestaande aandeelhouders wordt gevraagd kapitaal te verstrekken op basis van het bestaande aandelenkapitaal.
2. Voorstel aan de raad
Het college stelt de raad voor: 1. In te stemmen met de verkrijging voor maximaal € 800.349 van de nog uit te geven
2.
cumulatief preferente aandelen Stedin; Op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet ter bescherming van bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de gemeente zijn meegedeeld, alsmede ter bescherming van de economische en financiële belangen van de gemeente ter voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij deze aangelegenheid betrokken (rechts)personen, zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder sub c, en het tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wet openbaarheid van bestuur, de door het
college op 4 mei 2021 opgelegde geheimhouding op de volgende stukken te bekrachtigen in
de eerstvolgende raadsvergadering: Stedin Rapport Langetermijnfinanciering (Bijlage 11), Samenvatting rapport Rothschild & Co (Bijlage 15),
3.
Samenvatting rapport Capitium (Bijlage 16); De geheimhouding te laten voortduren tot 1 januari 2027 waarna de geheimhouding als
opgeheven geldt.
3. Beoogd resultaat Om te zorgen dat Stedin een goede toegang behoudt tot de kapitaalmarkt is een versterking van het eigen vermogen van Stedin noodzakelijk. Dit is ook onderzocht door de aandeelhouderscommissie
(AHC), die dit ook onderschrijft. Met het oog op de noodzakelijke versterking van het eigen vermogen heeft Stedin de aandeelhouders gevraagd om een kapitaalstorting van € 200 miljoen.
Hiervoor ontvangen deelnemende aandeelhouders preferente aandelen met een vast rendement. 4. Argumenten
Het college meent dat Zandvoort als aandeelhouder de verantwoordelijkheid heeft om aan de kapitaalvraag van Stedin gehoor te geven, mede in het licht van de energietransitie, en stelt voor om
te kiezen om in te schrijven naar rato voor een bedrag van € 800.349.
Kenmerk: 2021/242786
4/8
Als netbeheerder heeft Stedin Groep de wettelijke en maatschappelijke taak om het energienet in de regio veilig en betrouwbaar te houden. Daarbij heeft Stedin tot taak om de komende jaren het energienet aan te passen op de toekomst. Al in 2030 komt 70 procent van alle elektriciteit uit
hernieuwbare bronnen. De energietransitie vraagt om grote aanpassingen aan het energiesysteem.
Om dit mogelijk te maken investeert Stedin tot 2030 € 7 miljard in het netwerk. Daarmee is Stedin
voor de gemeente een belangrijke partner om de energietransitie mogelijk te maken. Om een goede toegang te behouden tot de kapitaalmarkt is een versterking van het eigen vermogen van Stedin noodzakelijk. Dit is ook onderzocht door de aandeelhouderscommissie (AHC), die dit ook onderschrijft. Met het oog op de noodzakelijke versterking van het eigen vermogen heeft Stedin de aandeelhouders gevraagd om een kapitaalstorting van € 200 miljoen. Hiervoor ontvangen deelnemende aandeelhouders preferente aandelen met een vast rendement. De kapitaalstorting gaat alleen door als minimaal voor€ 180 miljoen wordt ingeschreven. Dit is een gezamenlijk traject geweest van Stedin en de aandeelhouderscommissie (AHC). Naast de
rol van partner in de energietransitie heeft Zandvoort een verantwoordelijkheid aandeelhouder/eigenaar van Stedin.
Zandvoort bezit 19.720 gewone aandelen (= 0,40% van het totaal 4.970.978 aandelen).
Aandeelhouders mogen tot maximaal 2x het huidige percentage aandelenbezit inschrijven op de preferente aandelen. De uitgifteprijs van 1 aandeel bedraagt € 480,69. Dit is hoger dan de zogenoemde nominale waarde. Dit is het bedrag waarvoor Stedin de aandelen oorspronkelijk heeft uitgegeven (€ 100,00) en in de statuten staat vermeld. Om € 200 miljoen kapitaal te verkrijgen geeft Stedin maximaal 416.068 aandelen van € 480,69 uit. Voor Zandvoort is het bedrag op basis van 0,40 % (pro rata) van € 200 miljoen is € 800.349 (afgerond op hele aandelen zijn dit 1.665 preferente aandelen).
De investering, via cumulatief preferente aandelen, levert gemeenten een vast dividendrendement van 3% per jaar over het gestorte kapitaal op. Over vijfjaar is een herijkmoment van dit percentage, waarbij het afhankelijk van marktrentes hoger of lager kan worden met een ondergrens van 1%. De
cumulatief preferente aandelen bieden daarmee redelijk zekere inkomsten, in tegenstelling tot de gewone aandelen. Stedin verwacht namelijk dat het gewone dividend de komende paar jaar
aanzienlijk lager zal zijn dan voorheen. Pas nadat de extra investeringen zijn gedaan kunnen deze gaan renderen en kan de gemeente weer een normaal dividend verwachten.
Zandvoort heeft eind 2020 bijna € 5 miljoen aan liquide middelen uitstaan tegen 0% bij het Rijk. Dit biedt ruimte om deel te nemen aan de kapitaalinjectie aan Stedin. Het netwerkbedrijf is per
definitie een publieke taak; de aandelen moeten in bezit blijven van de overheid.
Kenmerk: 2021/242786
5/8
5. Risico's en kanttekeningen De aankoop van cumulatief preferente aandelen is een vermogens- en financieringsvraagstuk (belegging van middelen). Dit verdringt dus geen uitgaven. Het is wel een risicoafweging. De AHC
heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan (hoofdstuk 7 AHC advies), en concludeert dat de aan de
investering verbonden risico's verantwoord zijn. Er zijn redenen om niet (maximaal) deel te nemen. Na deze eerste tranche wordt binnen 2 jaar een
mogelijk volgende kapitaalvraag van Stedin verwacht van circa € 500 miljoen. Hiervoor wordt ook gekeken naar eventuele nieuwe aandeelhouders. Als dat niet lukt, dan komt mogelijk opnieuw een vraag naar de bestaande aandeelhouders (naar rato) € 2 miljoen.
6. Uitvoering Beslistermijn Zandvoort heeft een maximale termijn van 50 werkdagen om de besluiten te nemen. Deze termijn is afgesproken met de Aandeelhouderscommissie op basis van de input uit eerdere toelichtingsbijeenkomsten. De 50-dagen-termijn startte op 6 april 2021 en sluit op 18 juni 2021. Om de planning van de AvA op 25 juni te halen, dient in de raadsvergadering van 25 mei een besluit te worden genomen.
Toelichtingsbijeenkomsten Zoals vermeld in de raadsinformatiebrief van 15 april 2021 organiseert de AHC op 11 en 17 mei nog besloten (digitale) toelichtingsbijeenkomsten voor raadsleden om het voorstel van Stedin, het AHCadvies en de bijbehorende documentatie toe te lichten. Raadsleden kunnen zich aanmelden bij de
griffie. Bekrachtiging geheimhouding Het college heeft een groot aantal documenten ontvangen, waaronder drie vertrouwelijke documenten: een rapport van Stedin over de Langetermijnfinanciering en twee rapporten van de financieel adviseurs van Stedin en de AHC. Deze bevatten vertrouwelijke bedrijfsgegevens van Stedin waarop het college geheimhouding heeft opgelegd. Aan de raad wordt gevraagd deze
geheimhouding te bekrachtigen. Het complete dossier inclusief bovengenoemde stukken is op
aanvraag via de griffie beschikbaar.
Stedin heeft de drie vertrouwelijke documenten verstrekt onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat er geheimhouding opgelegd wordt die in de eerstvolgende vergadering van de raad overeenkomstig artikel 25 lid 3 Gemeentewet wordt bekrachtigd. Stedin en de AHC zijn ervan overtuigd dat de
openbare stukken voldoende houvast bieden voor een zorgvuldig, openbaar politiek besluitvormingsproces.
Kenmerk: 2021/242786
6/8
Bedrijfs- en fabricagegegevens (artikel 10 lid 1 sub c Wob) Onder bedrijfs- en fabricagegegevens wordt verstaan: al die gegevens waaruit wetenswaardigheden
kunnen worden afgeleid over de technische of financiële bedrijfsvoering, het productieproces, de afzet van producten of de kring van afnemers of leveranciers. De gegevens moeten vertrouwelijk aan de gemeente zijn medegedeeld. In de 3 bijlagen staan dergelijke bedrijfs- of fabricagegegevens. Deze informatie is aan de gemeente vertrouwelijk overhandigd in het kader van de aandelenuitgifte door
Stedin. Uit deze informatie kan worden afgeleid wat de financiële positie van Stedin is. Het hier bedoelde belang weegt zwaarder dan het belang van openbaarmaking. Om die reden is deze informatie geheim en niet openbaar.
Economische of financiële belangen (artikel 10 lid 2 b Wob) en onevenredige benadeling (artikel 10 lid 2 g Wob) Op grond van artikel 10 lid 2 b en g, van de Wob blijft verstrekking van informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de economische of financiële belangen van de
gemeente en/of sprake is van onevenredige benadeling. Bij het openbaar maken van de 3 bijlagen is het economisch en financiële belang van de gemeente in het geding. Zo kan door openbaarmaking van deze informatie de onderhandelingspositie van de gemeente onder druk komen te staan of schaden. Openbaarmaking zou derden in staat kunnen stellen in toekomstige gevallen hun
onderhandelingspositie op deze informatie af te stemmen. In verband hiermee zijn de 3 bijlagen geheim en niet openbaar.
7. Bijlagen A. Brief Voorstel Uitgifte Preferente Aandelen aan Aandeelhouders Stedin B. Aanbiedingsbrief AHC Stedin bij Informatiepakket LTF Juridische documenten 1. Akte uitgifte van aandelen in Stedin Holding N.V. 2. Akte van statutenwijziging
2a. Overzicht voorgestelde aanpassingen in concept-statutenwijziging 3. Investeringsovereenkomst 4. Intekenbrief 5. Bevestigingsbrief AHC-Stedin 6. Wijziging Aandeelhoudersconvenant
7. Wijziging AHC Reglement 8. Volmacht 9. Overzicht aanpassingen governance
10. Overzicht voorwaarden preferente aandelen Stedin Documenten Stedin
11. GEHEIM Rapport Langetermijnfinanciering Stedin (Vertro uwe lijk Document)
Kenmerk: 2021/242786
7/8
12. Presentatie 'Financieel gezond in de energietransitie' 13. Persbericht Stedin
Documenten AHC 14. AHC Advies 15. GEHEIM Samenvatting rapport Rothschild & Co (Vertrouwelijk Document) 16. GEHEIM Samenvatting rapport Capitium (Vertrouwelijk Document)
Kenmerk: 2021/242786
8/8
Raadsstuk
Gemeente Zandvoort
Onderwerp
Zienswijze geven op voorstel Transitiecommissie MRA
Nummer
2021/176150________________________________________________________
Portefeuillehouder
Verheij-de Haas, E.___________________________________________________
Programma/beleidsveld
6.2 Gemeentelijk bestuur______________________________________________
Afdeling____________
PG________________________________________________________________
Auteur______________
Stigter, W.H.C._______________________________________________________
Telefoonnummer_____
023-5113062________________________________________________________
Email_______________
wstigter@haarlem.nl
Kernboodschap
In 2019 is een evaluatie naar het functioneren en de resultaten van de
Metropoolregio Amsterdam (MRA) uitgevoerd. De Regiegroep van de MRA is met de opvolging van de aanbevelingen die daaruit voortkwamen aan de slag gegaan. Een Transitiecommissie uit de Regiegroep heeft voorstellen gedaan voor
verbetering van de samenwerking in de MRA en het aanbrengen van meer focus. Deze voorstellen legt de commissie nu voor aan de deelnemers om hun zienswijze te vernemen. Op basis van de reactie zal de commissie een voorstel doen voor een nieuwe set van afspraken over de samenwerking, als vervolg op het huidige
convenant._________________________________________________________
Behandelvoorstel voor
De raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel
commissie
van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Relevante eerdere besluiten________
Besluit College
Deelname aan convenant Versterking samenwerking Metropoolregio
Amsterdam (Z2016-001651) in raadsvergadering van 20 december 2016 1. Het college stelt het voorstel aan de raad vast.
d.d. 30 maart 2021 de burgemeester.
de secretaris,
Kenmerk: 2021/176150
1/4
Besluit Raad
De raad der gemeente Zandvoort,
d.d. 25 mei 2021
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. De in paragraaf 4 van dit raadsstuk opgenomen zienswijze af te geven op de voorstellen van de Transitiecommissie van de Metropoolregio Amsterdam.
de griffier,
de voórzitter,
1.Inleiding In 2019 is een evaluatie naar het functioneren en de resultaten van de Metropoolregio Amsterdam
(MRA) uitgevoerd. De Regiegroep van de MRA is met de opvolging van de aanbevelingen die daaruit voortkwamen aan de slag gegaan. Daartoe zijn onder andere scenariobijeenkomsten onder leiding van Ben Verwaayen doorlopen en is in de MRA een bestuurlijke Transitiecommissie1 aan de slag
gegaan. Deze commissie heeft een reeks informele gesprekken gevoerd met bijvoorbeeld vertegenwoordigers van de platforms van de MRA en partners uit de Amsterdam Economie Board.
Dit heeft na bespreking in de MRA Regiegroep geleid tot bijgaand voorstel aan de colleges, raden en
staten van de deelnemers in de MRA. De Transitiecommissie vraagt de colleges, raden en staten om op het voorstel te reageren, bij voorkeur in de periode tot 17 mei 2021. Daarna zal de commissie op basis van deze reacties komen met een nieuwe set van afspraken voor de samenwerking in de MRA,
als vervolg op het huidige convenant. Met het oog op de verwachte gesprekken met het nieuwe kabinet over uitvoering van taken en investeringen in de MRA en de voorbereiding van de gemeenteraadsverkiezingen 2022 wil de commissie dat deze nieuwe set afspraken vóór het komende
zomerreces wordt vastgelegd. De afspraken kunnen dan ook worden meegenomen in het MRA
Werkplan en Begroting 2022.
2. Voorstel aan de raad 1. De in dit paragraaf 4 van dit raadsstuk opgenomen zienswijze af te geven op de voorstellen van de Transitiecommissie van de Metropoolregio Amsterdam;
1 De Transitiecommissie van de MRA bestaat uit F. Halsema (burgemeester Amsterdam en voorzitter TC),
A. van Dijk (CdK Noord-Holland), L. Verbeek (CdK Flevoland), F. Weerwind (burgemeester van Almere), G. Kuipers (wethouder Hilversum) en Th. Kroese (wethouder Purmerend)
Kenmerk: 2021/176150
2/4
3. Beoogd resultaat Op basis van de zienswijzen van de deelnemers in de MRA kan de Transitiecommissie van de MRA komen tot een nieuwe set van afspraken over de samenwerking in de MRA als vervolg op het huidige
convenant.
4. Argumenten en zienswijze Ambitie van de MRA Het is goed dat er weer vaart zit in de vernieuwing van de MRA, met een krachtige bestuurlijke inzet.
Voor Zandvoort staat de noodzaak van de MRA niet ter discussie en de Transitiecommissie heeft nog eens duidelijk verwoord wat de toegevoegde waarde van de regionale samenwerking is voor alle deelnemers gezamenlijk. De formulering van de ambitie van de MRA om een metropool van grote
klasse te zijn past daar goed bij. Samenstelling bestuur MRA Zandvoort is van mening dat het bestuur van de MRA ook moet zijn samengesteld langs de lijnen van de deelregio's, dat is in het voorstel nog niet voldoende gewaarborgd. Het voorgestelde raadsplatform met een raadslid / statenlid per deelnemer kan niet vertegenwoordigend zijn, maar kan wel de betrokkenheid van raden en staten versterken. Voorwaarde is wel dat de raadsleden en statenleden die daarin deelnemen goed worden gefaciliteerd door het MRA Bureau. Platforms van de MRA De platforms vormen het hart van de organisatie van de samenwerking en het is daarom goed om te lezen dat de Transitiecommissie voorstelt dat alle deelregio's voortaan zijn vertegenwoordigd in alle platforms. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie van 17 mei 2018 over rechtstreekse vertegenwoordiging van Zuid-Kennemerland in het platform Mobiliteit. Zandvoort dringt er op aan om haast te maken met de invulling van de platforms en het opstellen van hun werkplannen, gebaseerd op de ambitie en de drie hoofddoelen van de MRA.
Bureau van de MRA Zandvoort begrijpt dat voor het goede werk van het MRA Bureau voor de uitvoering van de MRA programma's meer permanente capaciteit nodig is. Momenteel stellen deelnemers menskracht beschikbaar waar een vergoeding van de MRA tegenover staat. Het voorstel om de deelnemers deze capaciteit voortaan zonder vergoeding beschikbaar te laten stellen legt een grote druk op de organisaties van met name de grotere gemeenten binnen de MRA. Zandvoort stelt voor dat als de personele capaciteit bij het MRA Bureau wordt uitgebreid dit wordt gefinancierd uit de MRA Begroting en zo nodig met een hogere bijdrage per inwoner. Dan leveren alle deelnemers een evenredige bijdrage en kan de capaciteit voor alle deelnemers worden ingezet.
Tempo van de transitie Zandvoort waardeert het tempo dat de Transitiecommissie wil maken. Het is echter onmogelijk om een nieuwe set afspraken voor de samenwerking in de MRA in juni 2021 door de raad te laten
vaststellen of goedkeuren als die set met afspraken eind mei wordt verzonden. De raad moet
Kenmerk: 2021/176150
3/4
voldoende tijd krijgen om de afspraken te beoordelen en daarover met andere gemeenten in Zuid-
Kennemerland en met de deelregio IJmond af te stemmen. Vanwege het zomerreces dat op 10 juli begint is de eerste mogelijkheid de raadsvergadering van 28 september.
5. Risico's en kanttekeningen De bijdrage aan de MRA bedraagt voor 2021 € 1,53 per inwoner. Als de personele capaciteit van het MRA Bureau wordt uitgebreid en het voorstel wordt overgenomen, dan kan dit leiden tot een hogere bijdrage per inwoner.
6. Uitvoering
De Transitiecommissie wil graag van de deelnemers hun zienswijze ontvangen, bij voorkeur in de periode tot 17 mei 2021. Daarna doet de commissie een voorstel aan de Regiegroep voor een nieuwe set afspraken over de samenwerking in de MRA. Eind mei zendt de Regiegroep deze afspraken naar de deelnemers ter bespreking en vaststelling.
7. Bijlagen Bijlage 1: Aanbiedingsbrief Transitiecommissie Bijlage 2: Voorstel Transitiecommissie
Kenmerk: 2021/176150
4/4
Raadsstuk
Gemeente Zandvoort
Onderwerp
Raadsstuk Instemmen Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1.0 (RES NHZ 1.0)
Nummer
2021/192997________________________________________________________
Portefeuillehouder
Haeften, R. van______________________________________________________
Programma/beleidsveld
ZVT 4.4 Duurzaamheid________________________________________________
Afdeling____________
ECDW_____________________________________________________________
Auteur_____________
Atkins, R.A._________________________________________________________
Telefoonnummer_____
023-5113774________________________________________________________
Email_______________
ratkins@haarlem.nl___________________________________________________
Kernboodschap
De gemeenteraad stemt in met de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1.0 (RES 1.0 NHZ). Hiermee wordt beoogd de realisatie van 2,7 TWh aan duurzame energie mogelijk te maken in energieregio NHZ. De RES NHZ is het resultaat van een gezamenlijke traject van 33 overheden en
komt voort uit afspraken uit Klimaatakkoord. De RES NHZ geeft aan waar mogelijkheden en onmogelijkheden zijn voor het opwekken van zonne- en windenergie, waar mogelijke warmtebronnen bovenlokaal kunnen worden benut
en wat de gevolgen zijn voor de regionale energie-infrastructuur. De uitkomsten van de RES NHZ 1.0, die effect hebben op gemeente Zandvoort, worden meegenomen bij de uitwerking in het omgevingsbeleid._______________ Behandelvoorstel voor
De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van
commissie
het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de
raadsvergadering.____________________________________________________
Relevante eerdere besluiten
- Vaststelling Startdocumenten DeelRES IJmond & Zuid-Kennemerland en RES
Noord-Holland Zuid door het college (24 september 2019) - Door de voltallige gemeenteraad aangenomen motie 'Geen windturbines en zonnepanelen in de duinen' (25 februari 2020)
- Vastelling Concept RES NHZ door het college (28 april 2020) - Wensen en bedenkingen van de Gemeenteraad op de Concept RES NHZ (22
september 2020)_____________________________________________________ Besluit College d.d. 20 april 2021
1. het college stelt het voorstel aan de raad vast. 2. het college besluit voorts: 1. Bijgaand raadsvoorstel ter besluitvorming aan te bieden aan de Raad. 2.
Wethouder Thijs Kroese (als technisch voorzitter van de Stuurgroep RES NHZ namens de energieregio Noord-Holland Zuid) te machtigen om de RES 1.0 NHZ, na besluit van de gemeenteraad, aan te bieden aan het Nationaal Programma RES.
3. Vanuit het bovenlokale belang van de energietransitie de stuurgroep RES
Kenmerk: 2021/192997
1/6
NHZ de opdracht te geven om een voorstel voor een uitvoeringsprogramma op te stellen, met daarin: regionale samenwerkingsafspraken met betrekking tot: - de uitwerking van de zoekgebieden voor zon en wind.
- de uitwerking van de Regionale Structuur Warmte. - afspraken, kaders en aanpak voor het proces naar de RES 2.0 - afspraken m.b.t. data en monitoring - afspraken over inzet en verdeling van capaciteit en uitvoeringsbudget de burgemeester,
de secretaris,
Besluit Raad
De raad der gemeente Zandvoort,
d.d. 25 mei 2021
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders. Besluit: 1. In te stemmen met de RES 1.0 NHZ als resultaat uit het regionale proces. Met
als belangrijkste punten: a) De ambitie van de regio Noord-Holland Zuid van 2,7 TWh als uitgangspunt te
hanteren voor opwek in 2030 in de regio Noord-Holland Zuid, en daarmee bij te dragen aan de landelijke opgave van 35 TWH hernieuwbare energie in 2030. b) De kaart met globale zoekgebieden voor opwek van grootschalige wind- en zonne-energie daarvoor als uitgangspunt te hanteren. 2. De uitkomsten van de RES 1.0, die effect hebben op gemeente Zandvoort, mee
te nemen bij de uitwerking van de uitvoeringsinstrumenten voor omgevingsbeleid. de voorzitter, 'oorzitte
de griffier,
1. Inleiding In het Klimaatakkoord is afgesproken dat 30 energieregio's in Nederland een Regionale
Energiestrategie (RES) opstellen. Noord-Holland Zuid (NHZ) is een van de 30 energieregio's. De
energieregio's maken in de RES afspraken om in 2030 samen 35 terawattuur (TWh) aan grootschalige hernieuwbare elektriciteit op land opwekken. Ook wordt in de Regionale Structuur Warmte (RSW)
toegewerkt naar het maken van afspraken over de inzet van regionale duurzame warmtebronnen.
Kenmerk: 2021/192997
2/6
De RES is het instrument op regionaal niveau dat er voor moet zorgen dat de
omgevingsvergunningen voor zon- en windprojecten uit de RES in 2025 zijn verleend, zodat in 2030 de opgave van 35 TWh is gerealiseerd. De RES NHZ 1.0 is het resultaat van een uitgebreid verkenning naar zoeklocaties voor zonne- en windenergie in onze regio. Ook op het grondgebied van de gemeente Zandvoort zijn er mogelijkheden, en onmogelijkheden, voor het opwekken van duurzame energie.
2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor:
1. In te stemmen met de RES 1.0 NHZ als resultaat uit het regionale proces. Met als belangrijkste punten:
a) De ambitie van de regio Noord-Holland Zuid van 2,7 TWh als uitgangspunt te hanteren voor opwek in 2030 in de regio Noord-Holland Zuid, en daarmee bij te dragen aan de landelijke opgave van 35 TWH hernieuwbare energie in 2030.
b) De kaart met globale zoekgebieden voor opwek van grootschalige wind- en zonne-energie daarvoor als uitgangspunt te hanteren. 2. De uitkomsten van de RES 1.0, die effect hebben op gemeente Zandvoort, mee te nemen bij de uitwerking van de uitvoeringsinstrumenten voor omgevingsbeleid.
3. Beoogd resultaat In het Klimaatakkoord is afgesproken dat 30 energieregio's in Nederland een Regionale
Energiestrategie (RES) opstellen. Noord-Holland Zuid (NHZ) is een van de 30 energieregio's. De
energieregio's maken in de RES afspraken om in 2030 samen 35 terawattuur (TWh) aan grootschalige hernieuwbare elektriciteit op land opwekken.
In de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid (RES NHZ) worden de zoeklocaties voor het opwekken van zon- en windenergie aangewezen. Hiermee levert Noord-Holland Zuid een significante bijdrage aan de landelijk ambitie van 35 TWh aan duurzame energie. Daarnaast geeft de RES inzicht in de benodigde en beschikbare capaciteit van het elektricteitsnetwerk in de regio. Tot slot brengt de RES alle alternatieve warmtebronnen in de regio in kaart.
In Zandvoort zijn drie zoeklocaties opgenomen voor een verkenning naar de combinatie opwekken
van zonne-energie met parkeren. Daarnaast bieden grote daken mogelijk kansen voor zonnepanelen:
deze zijn dan ook als zoeklocatie opgenomen in de RES. Conform de wensen van de gemeenteraad van Zandvoort is het duingebied uitgesloten voor het opwekken van zonne- en windenergie.
De negenentwintig gemeenten van onze energieregio, de provincie en de drie waterschappen maken
Kenmerk: 2021/192997
3/6
deze RES met elkaar. Vervolgens vindt de besluitvorming over de uitvoering van RES plaats via het omgevingsbeleid van gemeenten, provincie en waterschappen. De RES wordt elke twee jaar gemonitord en geactualiseerd.
4. Argumenten 1. Het opstellen van een Regionale Energie Strategie is een afspraak uit het Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord hebben de gemeenten van Nederland, bij monde van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, afgesproken om per energieregio een Regionale Energie Strategie op te
stellen. Door in te stemmen met de RES NHZ 1.0. voldoet de Gemeente Zandvoort aan de afspraken uit het Klimaatakkoord en brengt zij de mogelijkheden en onmogelijkheden van duurzame energie opwekking in onze gemeente en regio in beeld.
2. Zandvoort zet in op minder energiegebruik en meer duurzame energie In het beleidsplan duurzaamheid 2019 - 2022 zet de gemeente in op een aantal haalbare en realistische duurzaamheidsambities, waaronder minder energiegebruik en meer duurzame energie. Met het aanwijzen van grote parkeerterreinen en grote daken als zoeklocatie voor zonne-energie in
de RES NHZ 1.0 zet Zandvoort een eerste stap in de ambitie om meer duurzame energie binnen de gemeentegrenzen op te wekken.
3. De zoeklocaties zijn op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen De zoekgebieden in de deelregio IJmond & Zuid-Kennemerland zijn stap voor stap tot stand gekomen. Eerst is de huidige situatie beschreven in een 'foto energie & ruimte', met daarin een inventarisatie van de huidige energieopwekking, energievraag en ruimtelijke beperkingen voor zon
en windenergie (landschap, natuur, veiligheid en geluid). Deze 'foto' is met professionals en
stakeholders besproken en verfijnd. Vervolgens zijn tijdens regionale bijeenkomsten drie uiteenlopende scenario's per deelregio ontwikkeld. Deze scenario's zijn daarna tijdens lokale bijeenkomsten besproken. De onderdelen uit de scenario's die in de lokale bijeenkomsten op draagvlak konden rekenen, zijn opgenomen in de
conceptversie van de RES NHZ. Deze conceptversie RES NHZ is voorgelegd aan de gemeenteraden, Provinciale Staten en de Algemene Vergaderingen binnen de energieregio Noord-Holland Zuid. Op basis van de wensen en bedenkingen van de volksvertegenwoordigers zijn wijzigingen doorgevoerd in de zoeklocaties van NHZ. Vervolgens zijn op basis van nieuwe inzichten, zoals bijvoorbeeld de provinciale applicatie Park the
Sun, inbreng van bewoners, gesprekken met het Rijk, reeds opgestarte participatietrajecten en verdere analyse van feitelijk materiaal de zoeklocaties vastgelegd in de RES 1.0.
4. Er wordt gestreefd naar gezamenlijke communicatie en gelijktijdig openbaar maken van de RES NHZ 1.0
Kenmerk: 2021/192997
De RES NHZ 1.0 is een product van samenwerking tussen 29 gemeenten, 3 waterschappen, de provincie en partners. De communicatie wordt gezamenlijk verzorgd met persberichten, een centrale
beantwoording van veel gestelde vragen en aandacht via nieuwsbrief, website en sociale media. Op de website van de Energieregio Noord-Holland-Zuid worden documenten openbaar gemaakt, waaronder de RES NHZ 1.0 met bijlagen, verslagen en achtergronddocumenten. De gemeenten streven ernaar om de RES NHZ gelijktijdig op 20 april door de colleges vrij te geven aan de raad. Daarmee wordt het stuk openbaar. Berichtgeving via de pers wordt door de projectorganisatie NHZ gecoördineerd. De gemeentelijke communicatieadviseurs zijn daarbij betrokken.
5. Geen blauwdruk maar dynamisch document Het RES-proces is dynamisch en de RES 1.0 geeft een tussenstand weer: het is een momentopname.
In de online RES-viewer wordt de actuele stand van de zoekgebieden bijgehouden. Dit betekent dat nieuwe zoekgebieden aan de viewer kunnen worden toegevoegd volgend op de vaststelling van de RES 1.0. Naast de zoekgebieden in de RES, kunnen bottom-up nieuwe ideeën en initiatieven ontstaan
om op land hernieuwbare energie op te wekken. Het is belangrijk om ook dergelijke initiatieven te onderzoeken en de mogelijkheden en onmogelijkheden te verkennen. Initiatiefnemers doen
daarvoor een eerste verkenning naar de haalbaarheid (onder andere naar draagvlak, netinfrastructuur, ecologie en goede ruimtelijke inpassing). Nieuwe initiatieven worden (los van
besluitvorming over de RES) voorgelegd aan raad of college. Na vaststelling worden ze meegeteld in de RES 2.0. Ook nieuwe technieken of innovaties kunnen een rol gaan spelen. Daarom wordt de RES iedere twee jaar geactualiseerd.
5. Risico's en kanttekeningen
Juridische status RES De in de RES 1.0 gemaakte afspraken krijgen een juridische status als deze worden uitgewerkt en
vastgesteld in omgevingsrechtelijke instrumenten (het omgevingsbeleid). Er is daarom geen mogelijkheid tot beroep en bezwaar op de RES. Onbekendheid MER-plicht RES De RES is niet plan-mer-plichtig op grond van het Nederlandse recht. Er is nog geen jurisprudentie of de RES op grond van de Europese Strategische Milieu Beoordeling (SMB-Richtlijn) mer-plichting is. Daarom heeft de energieregio deelgenomen aan een landelijke pilot en is op basis van de concept-
RES NHZ advies gevraagd aan de 'Commissie voor de MER', om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de
vereisten van een plan-mer, zonder deze formeel te doen. In het katern 'MER en milieueffecten' wordt hier dieper op ingegaan. Vervolg na RES 1.0 nog verder uit te werken
Kenmerk: 2021/192997
5/6
Het budget voor het regionale RES-proces en de ondersteuning door de programmaorganisatie RES
NHZ is tot de RES 1.0 geborgd door een landelijke en provinciale bijdrage. Het is de wens van de betrokken overheden om de regionale ondersteuningsstructuur voor de RES voort te zetten tot aan 2025, met een tussentijdse evaluatie in 2023. Hiervoor wordt een voorstel voor een regionaal uitvoeringsprogramma opgesteld. De invulling hiervan is mede afhankelijk van een rijksbijdrage voor het vervolgproces. Een besluit over een rijksbijdrage is aan het nieuwe kabinet en wordt niet eerder
dan in de tweede helft van 2021 verwacht. Mogelijk is cofinanciering vanuit de 33 overheden nodig. Bij het regionaal uitvoeringsprogramma wordt een dekkingsvoorstel opgenomen. Eind 2021 wordt
een besluit genomen over het regionaal uitvoeringsprogramma. Extra uitvoeringslasten gemeenten Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord, waaronder uitvoering van de RES, hebben gemeenten, provincies en waterschappen de komende drie jaar 1,8 miljard euro nodig. Dat adviseert de Raad voor het Openbaar Bestuur in het advies Van Parijs naar praktijk. De uitvoeringslasten voor