CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluitenlijst - 25 januari 2022

Gemeenteraad 25 januari 2022, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Verslag en Besluitenlijst24.688 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

¥

Gemeente Zandvoort

BESLUITENLIJST VAN DE GEMEENTERAAD Raadsvergadering van 25 januari 2022 om 20.00 uur (digitaal) Aanwezig: burgemeester dhr. D.L. Moolenburgh (voorzitter), dhr. P.J.C. Kramer (OPZ), dhr. P. Berg (OPZ), dhr. B.I.M. Bouberg Wilson (OPZ), mw. H. Keur (OPZ), dhr. M.C. Hermsen (D66), dhr. J. van Marle (D66), dhr. R.H.W. de Graaf (D66), dhr. M. Hendriks (WD), mw. T.K.N. Duijn (WD), dhr. C.J. Mettes (CDA), dhr. K.R. Stephan (CDA), dhr. M. Deen (PW), dhr. R. van Tiggelen (PW), dhr. M.K. El Gebaly (GroenLinks), mw. M.A. Koper (PvdA), mw. A.M. van der Veld-de Groot (GBZ), dhr. H. Drommel (Fractie Drommel)

Afwezig:

Ook aanwezig: wethouders mw. E. Verheij-de Haas, R. van Haeften en G.J. Bluijs. Griffier: dhr. G.B. van Driel

De vergadering wordt op 25 januari 2022 om 20:00 uur geopend. De vergadering wordt op 26 januari om 00.21 uur gesloten.

Genomen besluiten: zie hierachter Aangenomen moties en amendementen: zie achter de besluiten

Raadsstuk

Gemeente Zand voort

Onderwerp Vaststellen Addendum Nota bodembeheer regio IJmond, inclusief de bijbehorende geactualiseerde

bodemkwaliteitskaart. Nummer

2021/632128_______________________________________________________

Portefeuillehouder

Verheij-de Haas, E.___________________________________________________

Programma/beleidsveld

4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling____________________________________

Afdeling____________

VTH_______________________________________________________________

Auteur_____________

Bakker, H.__________________________ Zwet, R.H. van der_________________

Telefoonnummer_____

0756553534________________________ 0235115204______________________

Email_______________

hbakker@odiimond.nl________________ rvanderzwet@haarlem.nl___________

Kernboodschap

Op grond van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) dient de gemeente elke 5 jaar de bodemkwaliteitskaart te actualiseren. De gemeente heeft hieraan invulling

gegeven door een 'Addendum Nota bodembeheer regio IJmond', inclusief de bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart op te stellen. Het beheer van de bodem zoals is opgenomen in de Nota bodembeheer blijft grotendeels ongewijzigd.________________________________________________________ Behandelvoorstel voor

De gemeenteraad wordt verzocht het Addendum Nota bodembeheer regio

commissie

IJmond', inclusief de bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart

d.d. 2 juni 2021 vast te stellen._________________________________________ Relevante eerdere besluiten

Huidige geldige nota bodembeheer (Z2016-002093) in de gemeenteraad van 27 september 2016 inclusief het raadsbesluit

De notitie Grondverzet Bodemkwaliteitskaart PFAS OP IJmond (Z2021-178227) in

de gemeenteraad van 25 mei 2021 inclusief het raadsbesluit.________________

Besluit College d.d. 14 december 2021

Het college van burgemeester en wethouders Besluit:

1.

Het voorstel aan de raad vast te stellen.

de burgemeester.

de secretaris.

Kenmerk: 2021/632128

1/4

Besluit Raad d.d. 25 januari 2022

De raad der gemeente Zandvoort,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. Het Addendum Nota bodembeheer regio IJmond, inclusief de bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart van 2 juni 2021 vast te stellen.

de voorzitter,

de griffier.

1. Inleiding Gemeente Zandvoort heeft het beheer van de bodem geregeld in de Nota bodembeheer Regio

IJmond inclusief bijbehorende bodemkwaliteitskaarten. De gemeenteraad heeft de Nota bodembeheer op 27 september 2016 vastgesteld. Op grond van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk)

dient de gemeente elke 5 jaar de bodemkwaliteitskaart te actualiseren. De gemeente heeft hieraan invulling gegeven door een 'Addendum Nota bodembeheer regio IJmond', inclusief de bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart op te stellen. Het beheer van de bodem zoals is opgenomen in de Nota bodembeheer blijft grotendeels ongewijzigd.

Op 14 september 2021 is het ontwerp Addendum Nota bodembeheer regio IJmond, inclusief de bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart vrijgegeven voor de inspraak. Er zijn geen

zienswijzen binnengekomen.

2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1.

Het Addendum Nota bodembeheer regio IJmond, inclusief de bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart van 2 juni 2021 vast te stellen.

3. Beoogd resultaat Met het besluit van de raad blijft grondverzet mogelijk op basis van een geactualiseerde

bodemkwaliteitskaart.

Kenmerk: 2021/632128

2/4

4. Argumenten 1.1

Aanpassing Zonekaart In de Bodemkwaliteitskaart is het gemeentelijk grondgebied ingedeeld in bodemzones waarin een bepaalde bodemkwaliteit voorkomt (zonekwaliteit). De bodemzones zijn

weergegeven op de zonekaart van de bodemkwaliteitskaart. De bodemkwaliteit in een zone wordt mede bepaald door het (historische) gebruik (functie) van de bodem. Een zone met industrie heeft in het algemeen een mindere bodemkwaliteit dan een zone waar

gewoond wordt. In landbouw en natuurgebieden komt de bodemkwaliteit overeen met de landelijke achtergrondwaarde (nagenoeg schoon). Resultaat actualisatie: Enkele bodemzones kwamen niet overeen met de functiekaart (zie hieronder) en zijn hiermee gelijk getrokken. 1.2

Aanpassing functiekaart Het gebruik van het gemeentelijk grondgebied is ingedeeld in drie functies:

industriegebieden, woongebieden en/of overige gebieden (Landbouw en natuur). Deze functies zijn vastgelegd in de functiekaart van de Bodemkwaliteitskaart. Resultaat actualisatie: De functiekaart is voor enkele gebieden geactualiseerd omdat de functies (gedeeltelijk) zijn veranderd door ruimtelijke ontwikkelingen.

1.3

Specifieke regelgeving grondgebruik duingebied vanwege PFAS

In het duingebied vinden we wisselende PFAS-gehaltes in de bodem ten opzichte van het

overige grondgebied. Om die reden gelden in het duingebied, specifieke regels met betrekking tot hergebruik van grond. Namelijk dat er altijd aanvullend onderzoek gedaan

moet worden bij hergebruik van grond op andere locaties. Dit sluit aan op de Notitie

grondverzet Bodemkwaliteitskaart PFAS OD IJmond die de Raad 25 mei 2021 heeft vastgesteld. 1.4

Addendum

De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart is opgenomen in het Rapport

Bodemkwaliteitskaart Regio IJmond van 22 april 2021 en is onderdeel van het Addendum. Het rapport vervangt het rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart, 23 februari 2016. 1.5

Bodembeheer Het beheer van de bodem zoals is opgenomen in de Nota bodembeheer blijft uitgezonderd

1.6

enkele wijzigingen die weergegeven zijn in het Addendum, grotendeels ongewijzigd. Omgevingsplan

De bodemkwaliteitskaart zal deel uit maken van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

5. Risico's en kanttekeningen

Dit voorstel heeft voor de gemeente geen financiële gevolgen. De actualisatie van de

Bodemkwaliteitskaart past in de begroting van ODIJ.

Kenmerk: 2021/632128

3/4

6. Uitvoering Zodra het addendum is vastgesteld, wordt deze gepubliceerd in de Zandvoortse Courant en gepubliceerd/geconsolideerd op officielebekendmaking.nl. Ook zal de notitie binnen de ambtelijke organisatie beschikbaar worden gesteld aan de betrokken afdelingen, zodat zij met het uitvoeren van beleid rekening kunnen houden met het Addendum Nota bodembeheer regio IJmond.

7. Bijlagen Bijlage 1: 20210632192 -'Addendum Nota bodembeheer regio IJmond’ (2-6-2021); Bijlage 2: 20210632208 - Bijbehorende geactualiseerde bodemkwaliteitskaart (22-4-2021).

Kenmerk: 2021/632128

4/4

Raadsstuk

Gemeente Zandvoort

Onderwerp

Protocol geheimhoudingsplicht gemeente Zandvoort 2021 Nummer

2021/571431_______________________________________________________

Portefeuillehouder

Moolenburgh, D.____________________________________________________

Programma/beleidsveld

6.2 Gemeentelijk bestuur_____________________________________________

Afdeling____________

CC________________________________________________________________

Auteur______________

Kingma, E.C.M.______________________________________________________

Telefoonnummer_____

0235113042________________________________________________________

Email_______________

ekingma@haarlem.nl________________________________________________

Kernboodschap

De gemeente Zandvoort beschikt over het Informatieprotocol 2018 (2017/06/001462), waarin afspraken zijn opgenomen over de informatievoorziening van het college en de burgemeester aan de raad in het

kader van de actieve en passieve informatieplicht. Daarin wordt benoemd dat het college en de burgemeester aan de raad de informatie verstrekken met aandacht

voor de gewenste geheimhouding of vertrouwelijkheid. Bijgaand Protocol geheimhoudingsplicht is een uitwerking van die afspraak. Het Protocol bevat heldere en begrijpelijke kaders, die uitleg geven over en een concreet handelingsperspectief bieden aan bestuurders en commissie- en raadsleden bij

het opleggen, bekrachtigen en opheffen van geheimhouding. Aan het Protocol is een 'Gedragscode privacy en persoonsgegevens op internet' verbonden, met daarin opgenomen richtlijnen als publicatie van informatie met daarin opgenomen persoonsgegevens op de website van de gemeente aan de

orde is.___________________________________________________________ Behandelvoorstel voor

De raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel

commissie

van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.______________________________________________

Relevante eerdere besluiten___________

- Informatieprotocol (2017/06/001462) in raadsvergadering d.d. 21 november

Besluit College d.d. 16 november 2021

Besluit: 1. Het voorstel aan de raad vast te stellen.

2017

Het college besluit voorts: 1. Een ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, tot vaststelling van het Protocol geheimhoudingsplicht gemeente Zandvoort 2021, onder de voorwaarde dat de raad het Protocol gelijkluidend vaststelt.

de burgemeester,

de secretaris.

Kenmerk: 2021/571431

1/3

De raad der gemeente Zandvoort,

Besluit Raad d.d. 25 januari 2022

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders. Besluit: 1. Tot vaststelling van het protocol geheimhoudingsplicht gemeente Zandvoort 2021

de griffier.

1. Inleiding

■

-----

/

de vo

'

In het Informatieprotocol 2018 hebben het college en de burgemeester) met de raad afspraken gemaakt over de informatievoorziening door het college aan de raad. Daarbij is onder andere aangegeven dat hierbij aandacht is voor de gewenste geheimhouding of vertrouwelijkheid.

Het protocol geheimhoudingsplicht is een uitwerking van die afspraak. Het Protocol bevat heldere en begrijpelijke kaders, die uitleg geven over en een concreet handelingsperspectief bieden aan bestuurders en commissie- en raadsleden bij het opleggen, bekrachtigen en opheffen van

geheimhouding. 2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor:

1.

Het Protocol geheimhoudingsplicht gemeente Zandvoort 2021 vast te stellen.

3. Beoogd resultaat Het bieden van kaders en een concreet handelingsperspectief voor bestuurders en commissie- en raadsleden bij het opleggen, bekrachtigen en opheffen van geheimhouding. 4. Argumenten

Het Protocol biedt handvatten voor het bepalen waar de wettelijke grenzen van openbaarheid liggen Het uitgangspunt is dat de gemeente vanuit het belang van transparant openbaar bestuur bij het

uitoefenen van haar taken zoveel mogelijk openbaarheid van informatie betracht. De gemeente beschikt over veel informatie die vertrouwelijk van aard is, zoals gegevens van burgers of bedrijfsgevoelige informatie. Als de persoonlijke levenssfeer van de burgers aan de orde is of

gerechtvaardigde belangen van bedrijven, kan het noodzakelijk zijn om informatie als vertrouwelijk

te behandelen en daar geheimhouding op te leggen. Het Protocol geheimhoudingsplicht biedt hiervoor kaders en handvatten. In het Protocol is het principe 'openbaar, tenzij' zoveel mogelijk recht gedaan door te benoemen dat alleen in de gevallen die de Wet openbaarheid van bestuur (en na

inwerkingtreding: de Wet open overheid) als uitzonderingen op dit principe bestempelt, de oplegging van geheimhouding mogelijk te maken. Daarbij geldt dat geheimhouding op een zo beperkt mogelijk

deel van informatie wordt opgelegd en ook voor een zo kort mogelijk duur.

Kenmerk: 2021/571431

2/3

Privacy en persoonsgegevens vragen om een zorgvuldige omgang

Privacy en persoonsgegevens vragen om bijzondere aandacht. De Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is in 2018 van kracht geworden en bevat regels voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens. Daarmee kadert de AVG de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer welke aan geheimhouding ten grondslag kan liggen nader in. In de 'Gedragscode privacy en persoonsgegevens op internet', als bijlage opgenomen in het Protocol geheimhoudingsplicht, zijn concrete richtlijnen opgenomen hoe de gemeente omgaat met de publicatie van persoonsgegevens.

Gewijzigde geheimhoudingsregeling in de Gemeentewet (wetsvoorstel)

De Gemeentewet wijzigt (naar verwachting in het voorjaar 2022, nog voorafgaand aan de raadsverkiezingen) op het punt van de geheimhouding. De regeling wordt vereenvoudigd en brengt

ook beter dan nu het geval is tot uitdrukking dat de raad hierin de regie voert en het laatste woord heeft. Het geactualiseerde Protocol geheimhoudingsplicht houdt al zoveel mogelijk rekening met deze wetswijziging. Na inwerkingtreding van de gewijzigde Gemeentewet hoeven alleen enkele

technische aanpassingen in het Protocol te worden doorgevoerd. Daarvoor zal te zijner tijd een voorstel aan de raad worden voorgelegd.

5. Risico's en kanttekeningen N.v.t. 6. Uitvoering

Na besluitvorming is het zaak dat de organisatie goed op de hoogte is van de afspraken die zijn

opgenomen in het Protocol geheimhoudingsplicht. Er zal door middel van voorlichting en een werkinstructie aandacht aan het geactualiseerde Protocol worden besteed. Als geheimhoudingsbesluiten ter besluitvorming worden aangeboden, worden deze steeds vooraf getoetst aan de afspraken in het Protocol.

De halfjaarlijkse beoordeling van geheimhoudingsbesluiten, zoals deze nu al plaatsvindt, wordt ongewijzigd doorgezet.

7. Bijlagen Protocol geheimhoudingsplicht gemeente Zandvoort 2021

Kenmerk: 2021/571431

3/3

Raadsstuk

Gemeente Zandvoort

Onderwerp

Wijzigingsverordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2022 Nummer

2021/592182_______________________________________________________

Portefeuillehouder

Bluijs, GJ.__________________________________________________________

Programma/beleidsveld

3.2 Inkomen________________________________________________________

Afdeling____________

Wl________________________________________________________________

Auteur_____________

Beneker, M.________________________________________________________

Telefoonnummer_____

023-5114394_______________________________________________________

Email_______________

mbeneker@haarlem.nl_______________________________________________ De individuele studietoeslag is een inkomensondersteuning voor studenten die

Kernboodschap

door hun medische beperking structureel niet in staat zijn om naast hun studie bij te verdienen. De hoogte van de toeslag is vastgelegd in de 'Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2017' en wordt met een

jaarlijks bedrag uitgekeerd. Op dit moment ligt het wetsvoorstel Breed Offensief ter behandeling bij de Tweede Kamer. Onderdeel van dit wetsvoorstel is om de bedragen voor de studietoeslag landelijk te harmoniseren. In afwachting van de behandeling van dit wetsvoorstel roepen de staatssecretaris SZW en de VNG

gemeenten op om alvast in de geest van het wetsvoorstel de bedragen te verhogen naar€ 300 per persoon per maand. Om de bedragen te kunnen

verhogen, dient de verordening te worden aangepast. Behandelvoorstel voor

De Raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel

commissie

van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk

in de raadsvergadering.

besluiten

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2017, registratienummer: 2017/03/000865, raad van 23 mei 2017.

Besluit College

1. Het college stelt het voorstel aan de raad vast.

Relevante eerdere

d.d. 7 december 2021 de burgemeester,

de secretaris.

Kenmerk: 2021/592182

1/5

Besluit Raad d.d. 25 januari 2022

De raad der gemeente Zandvoort,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders. Besluit: De Wijzigingsverordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2022 vast te stellen met terugwerkende kracht per 1 januari 2022.

de voorzitter,

de griffier.

1. Inleiding De individuele studietoeslag is een inkomensondersteunende voorziening voor studenten die door hun medische beperking structureel niet in staat zijn om naast hun studie bij te verdienen. Het gaat

hierbij om studenten die ook studiefinanciering ontvangen. De hoogte van de toeslag is vastgelegd in de 'Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2017' en bedraagt € 2.664 per jaar voor een alleenstaande en € 2.860 voor een alleenstaande ouder, omgerekend € 240 per maand

per persoon. Gehuwden worden afzonderlijk beoordeeld als een alleenstaande. Op dit moment verschilt de hoogte van deze toeslag per gemeente. Mede op basis van een evaluatie naar de effecten van de studietoeslag heeft de staatssecretaris een wetsvoorstel voorbereid om de

uitvoering van de individuele studietoeslag te verbeteren binnen de Participatiewet. Uitgangspunt is harmonisatie van het normbedrag van € 300 per persoon per maand en € 317 voor een alleenstaande ouder en gehuwden blijven afzonderlijk beoordeeld worden als een alleenstaande. De

aangepaste en verbeterde individuele studietoeslag is onderdeel van het wetsvoorstel Breed Offensief met als doel om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden.

Het gaat hierbij om mensen met een beperking die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon

kunnen verdienen. In afwachting van de behandeling van dit wetsvoorstel roepen de staatssecretaris SZW en de VNG

gemeenten op om alvast in de geest van het wetsvoorstel de bedragen te verhogen naar € 300 per persoon per maand. Het voorstel tot verhoging van de bedragen wordt, via bijgevoegde

Wijzigingsverordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2022, bij deze aangeboden.

Kenmerk: 2021/592182

2/5

2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor:

De Wijzigingsverordening Individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2022 vast te stellen met terugwerkende kracht per 1 januari 2022. 3. Beoogd resultaat •

Een toereikende inkomenscompensatie voor studenten te bieden die door hun medische beperking structureel niet in staat zijn om naast hun studie bij te verdienen.

•

In de geest van het wetsvoorstel te handelen met verhoging van de bedragen individuele

studietoeslag conform de oproep van de staatssecretaris en VNG en Landelijke Studenten vakbond. •

Het aantrekkelijker maken van deze regeling en daarmee een groter bereik realiseren door passende bedragen op te nemen.

4. Argumenten 4.1 Dit besluit past in de doelstellingen van het beleidsveld 'Werk en Inkomen', zoals opgenomen in de programmabegroting 3.2.

De doelstelling van het beleidsveld Werk en Inkomen is dat alle Zandvoorters moeten kunnen meedoen in de samenleving door werk, opleiding of andere vormen van participatie. Het volgen en afronden van een opleiding hoort daar ook bij. Voor studenten met een medische beperking is het

lastig c.q. niet mogelijk om tijdens hun studie bij te verdienen. Als gevolg hiervan worden deze studenten, méér dan studenten die wél kunnen bijverdienen, gedwongen om voor hun levensonderhoud gebruik te maken van de (maximale) leenmogelijkheid van de studiefinanciering. De verhoogde en landelijk genormeerde bedragen compenseren het verschil in bijverdienvermogen.

4.2 De hoogte van de studietoeslag sluit aan bij de landelijke harmonisering van de bedragen Uit de evaluatie van de inspectie SZW in 2018 bleek dat de gemiddelde hoogte van de toeslag lager is dan de studieregeling Wajong 2010. Op basis van deze evaluatie heeft de staatssecretaris een

wetsvoorstel voorbereid om de uitvoering van de studietoeslag te verbeteren. Uitgangspunt is harmonisatie van het normbedrag van € 300 per persoon per maand. Dit is een vergelijkbare hoogte als bij de studieregeling in de Wajong 2010.

In Zandvoort wordt de studietoeslag nu nog jaarlijks in één bedrag uitbetaald. Onderdeel van de harmonisatie is dat de toeslag maandelijks wordt betaald. 4.3 Toelatingscriterium studietoeslag wordt geharmoniseerd

In het wetsvoorstel is ook opgenomen dat het huidige toelatingscriterium 'niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen' wordt gewijzigd in 'door een medische beperking naast de studie niet structureel bij te kunnen verdienen'.

Kenmerk: 2021/592182

3/5

4.4 Dit besluit handelt in de geest van het nieuwe wetsvoorstel om de bedragen van de individuele studietoeslag te verhogen. Het wetsvoorstel Breed Offensief ligt ter behandeling bij de Tweede Kamer. Onderdeel van dit

wetsvoorstel is om de bedragen voor de studietoeslag landelijk te harmoniseren. De Tweede Kamer heeft dit wetsvoorstel vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. In afwachting van de behandeling van dit wetsvoorstel roepen de staatssecretaris SZW en de VNG

gemeenten op om alvast in de geest van het nieuwe wetsvoorstel de bedragen te verhogen naar € 300 per persoon. Dit besluit handelt in de geest van het nieuwe wetsvoorstel en voldoet aan de

oproep van de staatssecretaris en VNG. Daarnaast heeft de Landelijke Studenten Vakbond opgeroepen om het bedrag te verhogen.

5. Financiën De afgelopen jaren is er door studenten met een arbeidsbeperking geen al te groot beroep gedaan op de regeling. De hoogte van de huidige bedragen kan hier mogelijk debet aan zijn. Het aantal aanvragen voor de studietoeslag is als volgt: 2020: 3 aanvragen met een verstrekt bedrag van € 8.445. 2021: tot nu toe 6 aanvragen met een verstrekt bedrag van € 17.080.

De verwachting is dat het beschikbare budget ook na de landelijke harmonisatie toereikend is binnen het totaal van het minimabudget.

6. Risico's en kanttekeningen Met het verhogen van het bedrag wordt beoogd aan te sluiten bij landelijke harmonisering van de

bedragen en dat hierdoor ook een groter beroep wordt gedaan op de regeling. Op basis van de ervaring tot dusver is de verwachting dat het beschikbare budget toereikend is.

Het wetsvoorstel is controversieel verklaard en op dit moment is nog niet duidelijk of het

wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen. 7. Uitvoering

De Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort is op de hoogte gesteld van het voornemen op de bedragen te verhogen. Zij stemt in met deze verhoging en deze verhoging is voor de Adviesraad geen aanleiding om een nader schriftelijk advies te geven.

Na vaststelling van de verordening door de raad wordt deze met bijbehorende stukken bekendgemaakt in het elektronisch gemeenteblad op overheid.nl. De vastgestelde verordening

vervolgens gepubliceerd in de lokale regelingenbank op www.overheid.nl.

Kenmerk: 2021/592182

4/5

Een persoon kan eenmaal binnen een periode van 12 maanden in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. De reeds toegekende aanvragen over 2021 zullen ambtshalve worden

herzien en worden nabetaald over de maanden in 2022 waarover het recht is ontstaan op de hogere studietoeslag. Intern wordt voorlichting gegeven over de gewijzigde verordening. Extern vindt communicatie plaats op de website van de gemeente Zandvoort, opname in de folder minimaregelingen en het geven van voorlichting aan o.a. PRO/VSO scholen. 8. Bijlage

Bijlage 1: Wijzigingsverordening Individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2022.

Kenmerk: 2021/592182

5/5

Verordening van de raad van gemeente Zandvoort houdende wijziging van de Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2017 De raad van de gemeente Zandvoort; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 december 2021; gelet op de artikelen 8.1c en 36b van de Participatiewet; overwegende dat de bedragen genoemd in deze verordeningen verhoogd dienen te worden.

BESLUIT: vast te stellen de Verordening van de raad van gemeente Zandvoort houdende wijziging van de Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2017. Artikel I De Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2017 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 2 komt te luiden, als volgt: Wanneer het college niet kan vaststellen of de aanvrager voldoet aan de voorwaarde dat hij door een medische beperking naast de studie niet structureel in staat is bij te kunnen verdienen, kan het college advies vragen aan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Een adviesaanvraag blijft achterwege wanneer over de medische beperking geen twijfel bestaat. B. Artikel 4, eerste lid komt te luiden, als volgt: 1. Een individuele studietoeslag bedraagt a. € 300 per maand voor een alleenstaande b. € 317 per maand voor een alleenstaande ouder c. bij gehuwden wordt de aanvraag afzonderlijk als alleenstaande beoordeeld.

C. Artikel 4, tweede lid komt te vervallen. D. Artikel 5 komt te luiden, als volgt: Een individuele studietoeslag wordt per maand betaald. E. Artikel 6 komt te luiden, als volgt: Artikel 6 overgangsrecht De reeds toegekende aanvragen over 2021 zullen ambtshalve worden herzien en het verschil wordt nabetaald over de maanden in 2022 waarover het recht is ontstaan op de hogere studietoeslag.

Artikel II Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2022.

Artikel III Deze verordening wordt aangehaald als: 'Wijzigingsverordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2022.

Aldus vastgesteld te Zandvoort op 25 januari 2022

de griffier,

Gemeente Zandvoort

Raadsstuk

Onderwerp

Regionaal kader Opvang Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027

Nummer

2021/641327______________________________________________________

Portefeuillehouder

Haeften, R. van_____________________________________________________

Programma/beleidsveld

2.3 Opvang, wonen en herstel_________________________________________

Afdeling

MO______________________________________________________________

Auteur_____________

Leensen, S.A.D._____________________________________________________

Telefoonnummer_____

023-5114532_______________________________________________________

Email_______________

sadleensen@haarlem.nl______________________________________________

Kernboodschap

Met het regionale kader Opvang, Wonen en Herstel wordt de beweging naar een inbedding van de regionale taken Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang (MO) en Vrouwenopvang (VO) binnen het lokale sociaal domein voortgezet. Doelstelling is om alle cliënten Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang zo gewoon mogelijk te laten wonen met

herstelondersteuning gericht op inclusie, burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de lokale omgeving. Deze ondersteuning moet betaalbaar en toekomstbestendig zijn

Door meer nadruk te leggen op de cliënt zelf, die zo thuis mogelijk ondersteund wordt, geeft het college verder vorm aan deze opgave. Hierbij houden we

rekening met de weerbarstige uitvoeringspraktijk. De doordecentralisatie van

Beschermd Wonen biedt een kans om samen met de acht gemeenten in onze

regio en de partners vorm te geven aan de ambitie om zorg op maat, dichtbij de inwoners te organiseren. Hierbij geldt "lokaal wat kan, regionaal wat moet". Het

college wil de kwetsbare (ggz) inwoners ondersteunen met zorg en ondersteuning die zoveel mogelijk lokaal georganiseerd wordt. Maar wanneer de ondersteuningsbehoefte complex, langdurig en/of zwaar is, moeten cliënten

terecht kunnen in regionale (woon)voorzieningen. Dit regionale kader vormt de basis voor alle gemeenten om het lokale beleid en de lokale uitvoering voor Beschermd Wonen in samenhang met Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang vorm te geven. Behandelvoorstel voor

commissie

De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college en over de wijze van agendering van het raadsstuk Regionale kader

Opvang, wonen en herstel 2022 tot en met 2027 in de raadsvergadering

Kenmerk: 2021/641327

1/9

Informatienota Doordecentralisatie Maatschappelijke Opvang en Beschermd

Relevante eerdere besluiten

Wonen (B&W 05-03-2019 regnr. 2019/109433) Tweede Informatienota (B&W 14-01-2020 regnr. 2019/1042344)_________

Besluit College

Het college van burgemeester en wethouders

d.d. 14 december 2021

Besluit: 1. Het voorstel aan de raad vast te stellen. de burgemeester,

de secretaris.

Besluit Raad

De raad der gemeente Zandvoort,

d.d. 25 januari 2022

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

Besluit: 1.

Het regionale kader Opvang, wonen en herstel 2022 tot en met 2027 vast te stellen.

de griffier,

de voor.

< 1. Inleiding Sinds de start van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (Wmo) in 2015 is ook de taak Beschermd Wonen in deze wet ondergebracht. De uitvoering van de taak kwam echter te liggen bij een centrumgemeente en niet bij de gemeente Zandvoort. Vanaf 2015 is de gemeente Haarlem centrumgemeente voor de taken Beschermd Wonen (BW) voor de regio IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer. Voor Maatschappelijke Opvang (MO) en Vrouwenopvang (VO) voert Haarlem

al veel langer de centrumgemeente taak voor de gehele regio uit. In 2016 is er door de acht gemeenten in de regio in samenwerking met partners uit het veld één kader voor deze drie beleidsterreinen opgesteld: het regionale beleidskader Opvang, Wonen en Herstel.

Het doel is om alle cliënten Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang zo gewoon mogelijk te laten wonen, in hun eigen omgeving en in de buurt van hun sociale netwerk. Dit

Kenmerk: 2021/641327

2/9

vergroot de kansen op volwaardig burgerschap, inclusie, participatie en zelfredzaamheid. Ook versterkt het de gewenste beweging van 'intramuraal' naar 'zo thuis mogelijk'. Daarnaast is een beoogd resultaat van het beleid dat de benodigde (herstel) ondersteuning betaalbaar en toekomstbestendig is.

De regio zet in op drie actielijnen: een preventie offensief, een hersteltraject op maat en zelfstandig thuis wonen versterkt. Vervolgens is in het uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel beschreven hoe hier uitvoering aan wordt gegeven. Op 1 januari 2022 start de doordecentralisatie Beschermd Wonen, en zijn gemeenten verplicht juridisch samen te werken. Vanaf 1 januari 2023 worden alle gemeenten middels een tienjarig ingroeipad ook financieel verantwoordelijk voor de taak Beschermd Wonen. De Maatschappelijk Opvang volgt mogelijk in 2026. De Vrouwenopvang blijft vooralsnog een taak van de centrumgemeente.

Hoewel de aanleiding voor het nieuwe regionale kader de doordecentralisatie Beschermd Wonen is, worden ook de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang weer meegenomen. Deze beleidsterreinen zijn zo nauw met elkaar verbonden dat losknippen geen recht zou doen aan de resultaten en ontwikkelingen van de laatste vijfjaar.

Ter voorbereiding op de doordecentralisatie Beschermd Wonen zijn de acht regiogemeenten intensief samen opgetrokken. Niet alleen zijn de regiogemeenten door het Rijk verplicht om ook na

2023 regionaal samen te blijven werken, deze samenwerking is ook noodzakelijk om het regionale

voorzieningenniveau goed en betaalbaar te houden. In het voorjaar van 2021 is een intensief traject gestart om met alle betrokken partners het huidige beleidskader én de huidige uitvoeringspraktijk te

evalueren en een nieuw regionaal kader op te stellen. In dit traject zijn de verschillende evaluaties en onderzoeken die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd binnen de regio en de taken MO, BW en VO. Dit nieuwe kader dient als basis voor alle acht gemeenten om hun lokale beleid en uitvoering in te richten. Het nieuwe kader is gebaseerd op onderzoeken en evaluaties die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd

en is gebaseerd op de gesprekken hierover met alle partners (zorgaanbieders,

cliëntvertegenwoordiging, welzijn, corporaties, politie, ggz-instellingen en verslavingszorg). De partners benadrukken dat het nodig is om het regionale kader te vertalen in een uitvoeringsprogramma met ruimte voor flexibiliteit, ontwikkeling en innovatie en om voortdurend het gesprek met elkaar te voeren om knelpunten in de weerbarstige praktijk samen op te lossen.

De ingangsdatum van het nieuwe kader is 2022, de start van de doordecentralisatie van Beschermd

Wonen. Tegelijk met deze nota zal ook de oprichting van het gemeenschappelijk orgaan Beschermd

Wonen Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer en de verwervingsstrategie voor de inkoop van BW en MO per 2023 worden voorgelegd aan de colleges en raden in de regio.

Kenmerk: 2021/641327

3/9

2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor:

1. Het regionale kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 vast te stellen.

3. Beoogd resultaat Met het regionale kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 wordt de beweging naar

een inbedding van de regionale taken Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang (MO) en Vrouwenopvang (VO) binnen het lokale sociaal domein voortgezet. Doelstelling is om alle cliënten Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang zo gewoon mogelijk te laten wonen met herstelondersteuning gericht op inclusie, burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de lokale omgeving. Deze ondersteuning moet betaalbaar en toekomstbestendig zijn

Op basis van het regionale kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 geven de acht gemeenten in onze regio samen met de partners vorm aan de ambitie om zorg op maat, dichtbij de inwoners te organiseren. Hierbij geldt "lokaal wat kan, regionaal wat moet". Het college wil de

kwetsbare (ggz) inwoners ondersteunen met zorg en ondersteuning die zoveel mogelijk lokaal georganiseerd wordt. Maar wanneer de ondersteuningsbehoefte complex, langdurig en/of zwaar is, moeten cliënten terecht kunnen in regionale (woon)voorzieningen. Dit regionale kader vormt de basis voor alle gemeenten om het lokale beleid en de lokale uitvoering

voor Beschermd Wonen in samenhang met Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang vorm te geven, zoals ook de bedoeling van de doordecentralisatie is.

In Zandvoort wonen voornamelijk cliënten van RIBW K/AM op verschillende locaties in het dorp. De

samenwerking met het Sociaal Wijkteam, Pluspunt en andere Zandvoortse initiatieven wordt al volop gevonden (onder andere in "Niemand verzandt in Zandvoort"). Er is echter ook behoefte aan zogenaamde beschutte woonplekken; een plek waarbij een inwoner uit Zandvoort op het moment dat het niet goed gaat, kan werken aan herstel en participatie zonder meteen naar een zware 24uurs voorziening te verhuizen. Ook stromen er cliënten uit de Maatschappelijke Opvang en soms ook

de Vrouwenopvang uit naar zelfstandige woningen in Zandvoort. Bij een goede landing in Zandvoort kan de samenwerking in de wijk, met professionals maar vooral ook met de inwoners, nog verder verbeterd worden.

Kenmerk: 2021/641327

4/9

4. Argumenten 1.

Het regionale kader bouwt voort op de ingezette beweging van zorg en ondersteuning gericht op herstel, zoveel mogelijk lokaal en thuis.

De opdracht1 van decentralisatie van Beschermd Wonen naar de (centrum)gemeenten in 2015 vroeg om een omslag van Beschermd Wonen binnen zorginstellingen naar het ontwikkelen van uiteenlopende woonvarianten voor kwetsbare inwoners midden in de samenleving met flexibele

ondersteuning, gericht op herstel en een zingevend bestaan. Deze ambulantiseringsopgave geldt ook voor de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. In het beleidskader Opvang Wonen en Herstel 2017-2020 is daar in onze regio invulling aan gegeven. De uitgangspunten die hierin staan passen nog steeds binnen de regionale doelstellingen - het

versterken van de eigen kracht en zelfredzaamheid en uitstroom naar zelfstandig (begeleid) wonen van mensen met een psychiatrische achtergrond. Tegelijkertijd liggen er nog vele uitdagingen op het

pad. De praktijk waarin alle partners hun werk doen is weerbarstig; de in-, door- en uitstroom van cliënten is ondanks de ambulantiseringsbeweging onvoldoende op gang gekomen. Er zijn bijna geen

(opvang- en woon)plekken voor complexe doelgroepen. Voorzieningen die gepland staan -

waaronder Skaeve Huse en Domus Plus - worden moeizaam gerealiseerd. De uitstroom van cliënten

uit voorzieningen naar zelfstandige woningen via voorrangsregelingen (omklap,- contigent- en kanscontracten regeling) is sterk verbeterd, maar de wachttijden voor deze woningen zijn vaak ruim

meer dan de gewenste zes maanden. De partijen in de keten ervaren korte lijnen en laagdrempelige samenwerking. Het opschalen van ingewikkelde, vastgelopen casuïstiek loopt echter regelmatig vast.

Dit alles vraagt om stevigere samenwerkingsafspraken. In het nieuwe kader zetten we in op deze stevige samenwerkingsafspraken. En daarbij wordt, in lijn met de doordecentralisatie, meer aandacht gegeven aan het opvangen en ondersteunen van inwoners in hun eigen omgeving. Zo kan er beter aangesloten worden bij de Zandvoortse context en initiatieven.

2. Het regionale kader is op basis van onderzoeken, evaluaties en gesprekken met alle partners aangescherpt Dit kader is in nauw overleg tot stand gekomen met de acht gemeenten en betrokken (zorg)partners in de regio. Er zijn de afgelopen verschillende onderzoeken en evaluaties in het kader van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang uitgevoerd. Op basis van de conclusies en i

Zoals in het advies Van beschermd wonen naar een beschermd thuis (november 2016) van de Commissie

Toekomst Beschermd Wonen is opgenomen.

Kenmerk: 2021/641327

5/9

aanbevelingen van deze onderzoeken én op basis van intensieve gesprekken met partners, trekt het College de conclusie dat de uitgangspunten uit het Beleidskader Opvang, Wonen en Herstel nog steeds aansluiten bij de landelijke- en regionale situatie. Wel wordt zowel in de onderzoeken en de

gesprekken met partners benadrukt dat er in de uitvoering van het beleid nog extra aandacht nodig is voor:

•

de weerbarstige praktijk

•

een betere samenwerking bij complexe casuïstiek

•

regie en doorzettingsmacht op de uitvoering

Om die reden willen we ons in het nieuwe regionale kader richten op twee centrale uitgangspunten: 5.

Cliënt centraal

6.

Zo thuis mogelijk

Om de cliënt centraal te stellen met ondersteuning die cliëntvolgend is en om dat zo thuis mogelijk te kunnen doen, moet de zorg (deels) anders georganiseerd worden. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden:

a.

Netwerk en ervaringsdeskundigheid

b.

Netwerksamenwerking

c.

Preventie én vroegsignalering

d.

Integrale toegang en ondersteuningsaanbod.

e.

Goede lokale infrastructuur en regionale voorzieningen

ĥ

Regie en sturing op de uitvoering

gh.

Dekkend zorgaanbod inkopen Niet alleen cliëntgericht, maar ook wijkgericht

Zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging, welzijn, corporaties, politie, ggz-instellingen en andere

partners benadrukken dat het nodig is om het regionale kader te vertalen in een uitvoeringsprogramma met ruimte voor flexibiliteit, ontwikkeling en innovatie en om voortdurend het gesprek met elkaar te voeren om knelpunten in de weerbarstige praktijk samen op te lossen.

3. In het regionale kader wordt het integrale karakter van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang benadrukt Doordat de ketens Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang van elkaar afhankelijk zijn, is een integrale blik en intensieve samenwerking tussen de betrokken (zorg)partners

nodig om oplossingen te vinden voor vraagstukken rondom de in, - door- en uitstroom van cliënten in de opvang- en woonvoorzieningen. Partners, zoals gemeenten, cliëntvertegenwoordiging,

Kenmerk: 2021/641327

6/9

zorgorganisaties, ervaringsdeskundigen, woningcorporaties, politie, welzijnsorganisaties, wijkteams, ggz-instellingen en verslavingszorg zijn vaak bij alle drie beleidsterreinen betrokken. Om die reden

worden in het nieuwe kader de opgaven voor Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang in samenhang benoemd. Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang blijft (voorlopig) een verantwoordelijkheid van de centrumgemeente. Het is van belang dat alle gemeenten lokaal steviger inzetten op preventie en nazorg. 4. Het kader biedt een basis voor lokale uitwerking van beleid en uitvoering Het doel van de doordecentralisatie is dat alle gemeenten verantwoordelijkheid krijgen én nemen

voor al hun inwoners. Gemeenten zullen zelf op basis van hun lokale situatie beleid en uitvoering moeten ontwikkelen. De taken Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang kennen een sterk regionaal karakter. Door als regio gezamenlijk een kader op te stellen, weten cliënten, aanbieders en andere partners wat ze kunnen verwachten en wat ervan hen gevraagd

wordt. Het kader biedt een basis voor alle regiogemeenten om samen met het (lokale) veld lokaal beleid en een lokaal uitvoeringsprogramma op te stellen. In Zandvoort kan daar - in samenhang met de ontwikkelingen rondom "gewoon in de wijk" - verder vorm aan worden gegeven. 5.

Een evaluatie vindt in 2025 jaar plaats

Het kader Opvang, Wonen en Herstel kent een duur van 6 jaar, van 2022 tot en met 2027. Dit kader is de basis voor het verwervingstraject; er moeten vanaf 1 januari 2023 nieuwe afspraken zijn gemaakt met aanbieders. Dit kader is ook de basis voor het opstellen van lokaal beleid en een lokaal

uitvoeringsprogramma in de acht gemeenten. In 2025 vindt er een regionale evaluatie plaats van alle

afspraken die er in kader van de doorcentralisatie regionaal gemaakt zijn. Dat is ook het moment om te evalueren of het regionale kader aan herijking toe is

5. Risico's en kanttekeningen 1. Er is financiële onzekerheid

Voor de regionale taak Beschermd Wonen wordt van Rijkswege een flink budget uitgekeerd (in 2021 bijna € 39 miljoen). Hoewel het totale regionale budget op dit moment voldoende lijkt te zijn, zien we ook de volgende (financiële) risico's:

Het is op voorhand lastig in te schatten of de individuele middelen die gemeenten per 2023 ontvangen op basis van het nieuwe, objectieve verdeelmodel in praktijk voldoende zullen zijn

om de werkelijke zorgkosten per gemeente te dekken. Het objectief verdeelmodel is nog niet formeel vastgesteld. De invoering van het nieuwe verdeelmodel kan wederom uitgesteld worden of er het verdeelmodel wordt weer aangepast; Volumegroei BW cliënten is hoger dan verwacht;

Kenmerk: 2021/641327

7/9

Uitbreiding in het aantal BW plekken is hoger dan verwacht.

Deze ontwikkelingen zullen nauw door Gemeenschappelijk Orgaan (GO) en de individuele

gemeenten gemonitord worden. En vanuit het GO worden jaarlijks middelen gereserveerd om financiële risico's op te kunnen vangen. Tot slot zijn in het GO afspraken gemaakt over het delen van financiële risico's, om zo de zorgcontinuïteit te borgen. Gedurende de eerste drie jaar worden financiële overschotten en tekorten voor 100% verevend middels een vereveningsfonds. In het derde jaar wordt de verevening geëvalueerd en wordt op basis hiervan gezamenlijk besloten of en hoe vanaf het derde jaar verevening plaatsvindt.

2. Krapte op de woningmarkt en onvoldoende passende woningen voor de doelgroep

De opgave van Beschermd Wonen, de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang is voor een groot deel een woonvraagstuk. Er zijn bijna geen (opvang- en woonjplekken voor complexe

doelgroepen. Deze locaties worden slechts moeizaam en mondjesmaat gerealiseerd in onze regio. Ook voor reguliere Beschermd Wonen en andere tussenvormen van Beschermd Wonen is realisatie van woonplekken geen sinecure. De wachtlijsten voor beschermde woonplekken zijn de afgelopen jaren blijven bestaan. Daarnaast zijn er onvoldoende passende woningen voor cliënten die na verblijf

in de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen weer zelfstandig willen wonen. Nu alle gemeenten meer verantwoordelijkheid krijgen voor de (woon)voorzieningen en ondersteuning van de eigen inwoners, is het nodig om samen met woningcorporaties, investeerders

en ontwikkelaars nog steviger te sturen op de toename van dit soort (woon)voorzieningen en het realiseren van de doelen voor Beschermd Wonen, de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. 3. Acceptatie en inclusie vraagt om verandering in houding van iedereen

Het realiseren van het centrale uitgangspunt 'zo thuis en lokaal mogelijk' vraagt om meer acceptatie

en inclusie van de mensen met psychiatrische of psychosociale kwetsbaarheden. De gedachte dat zij weer een thuis vinden in de wijk vraagt om een verandering in houding van alle betrokken partijen. Dit is een langdurig proces dat zich lastig laat sturen. Risico is dat gemeenten en partners hier door de 'waan van de dag' onvoldoende aandacht aan besteden. In de lokale uitvoeringsprogramma's

dient hier aandacht voor te zijn. 4. De trend in de landelijke (ggz) ontwikkelingen is een toename van zorgvragen en personeelstekorten

De laatste jaren is er een trend - door kortere opnames in de ggz, lange wachtlijsten voor behandeling, tekort aan personeel in de zorg - van meer mensen met complexe problemen die in de

wijk wonen , toename van dakloosheid en meer veiligheidsincidenten. Deze trend wordt ondanks alle landelijke, maar ook regionale en lokale maatregelen nauwelijks gestopt. De partners uit onze regio

Kenmerk: 2021/641327

8/9

waarschuwen voor de weerbarstige praktijk. We kunnen gezamenlijk wel afspraken maken over afstemming, samenwerking, solidariteit, maar als er onvoldoende mensen zijn om cliënten te begeleiden en onvoldoende woningen waar zij kunnen wonen, dan haalt de praktijk het gewenste

doel van 'zo thuis mogelijk' in. In de uitwerking van het kader gaan we met partners voortdurend in gesprek en op zoek naar wat er wél kan om te gaan met deze ontwikkelingen.

6. Uitvoering Tegelijk met deze nota zal ook de oprichting van het gemeenschappelijk orgaan Beschermd Wonen Zuid-Kennemerland, Umond en Haarlemmermeer en de verwervingsstrategie voor de inkoop van BW en MO per 2023 worden voorgelegd aan de colleges en raden in de regio.

Dit kader is de basis voor het opstellen van lokaal beleid en een lokaal uitvoeringsprogramma in de acht gemeenten. In 2025 vindt er een regionale evaluatie plaats van alle afspraken die er in kader van de doorcentralisatie regionaal gemaakt zijn. Daarin wordt ook meegenomen of het kader nog passend is. 7. Bijlage

- Regionaal kader Opvang, Wonen Herstel 2023 tot en met 2027

Kenmerk: 2021/641327

9/9

Raadsstuk

Gemeente Zandvoort

Onderwerp Oprichten gemeenschappelijk orgaan Beschermd Wonen Nummer

2021/641691________________________________________________________

Portefeuillehouder

Haeften, R. van______________________________________________________

Programma/beleidsveld

2.3 Opvang, wonen en herstel__________________________________________

Afdeling____________

MO_______________________________________________________________

Auteur_____________

Leensen, S.A.D.______________________________________________________

Telefoonnummer_____

023-5114532________________________________________________________

Email_______________

sadleensen@haarlem.nl_______________________________________________

Kernboodschap

Gemeenten zijn verplicht om vanaf 1 januari 2022 regionaal samen te werken in het kader van de decentralisatie van Beschermd Wonen. In onze regio gaat het om

de gemeenten Heemskerk, Beverwijk, Velsen, Haarlem, Zandvoort, Bloemendaal, Heemstede en Haarlemmermeer. Het college heeft een besluitvormende bevoegdheid met betrekking tot de

intergemeentelijke samenwerking onder de voorwaarde dat de raad hiervoor toestemming verleent.

Het college kiest voor een Gemeenschappelijk Orgaan (GO). In een GO kunnen de acht gemeenten in onze regio op de beste manier vormgeven aan de verplichte samenwerking Beschermd Wonen. In de GO is er maximale zeggenschap voor afzonderlijke gemeenten. Ook is gezamenlijke verantwoordelijkheid en

betrokkenheid geborgd. Met de uitwerking van deze regeling voor een GO kunnen de kwetsbare (ggz) inwoners uit de acht gemeenten ondersteund worden met

zorg en ondersteuning die zoveel mogelijk lokaal gefaciliteerd en opgepakt wordt. Maar wanneer de ondersteuning complex, langdurig en/of zwaar is, kunnen zij

terecht in regionale (woon) voorzieningen._____________________________' Behandelvoorstel voor

De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van

commissie

het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de

raadsvergadering____________________________________________________

Relevante eerdere besluiten

•

Informatienota: Doordecentralisatie Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (B&W van 05-04-2019 regnr. 2019/109433)

•

Tweede Informatienota (B&W van 14 januari 2020 regnr. 2019/1042344)

•

Collegebesluit Uitwerking regionale samenwerkingsverband Beschermd

Wonen (B&W van 26-04-2021 regnr. 2021/217311)

Kenmerk: 2021/641691

1/10

Besluit College

Het college van burgemeester en wethouders:

d.d. 14 december 2021

Besluit: 1. Het voorstel aan de raad vast te stellen.

de burgemeester.

de secretaris,

Besluit Raad d.d. 25 januari 2022

De raad der gemeente Zandvoort,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: - Toestemming te verlenen tot het oprichten van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen voor de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer Inhoudende; a) Het GO wordt verantwoordelijkheid voor de bestaande cliënten van 1 januari 2023 tot en met 2032 (sterfhuisconstructie) en ontvangt hiervoor van de gemeente Haarlem de Rijksmiddelen

BW (exploitatie) en middelen in de reserve OH&W. b) In het GO zijn afspraken gemaakt over financiële solidariteit; 1. Naar rato van het objectieve verdeelmodel dragen alle gemeenten bij aan de uitvoeringskosten van het GO 2. Van 2023 tot en met 2025 wordt een vereveningsfonds ingesteld, waarbij alle gemeenten de zorgkosten van de nieuwe cliënten 100% verevenen

3. De overgedragen regionale reserve BW (middelen bestaande cliënten) wordt ingezet voor: - een (mogelijk) tekort op het gezamenlijke historische budget

- middelen voor (lokale) ontwikkeling en innovatie - tekorten Maatschappelijke Opvang (van 2023 tot en met 2025)

- incidentele kosten en frictiekosten c)

De (financiële) afspraken in het GO worden in 2025 geëvalueerd.

de voorzitter,

de griffier.

Kenmerk: 2021/641691

2/10

1. Inleiding Sinds 2015, de start van de Wetmaatschappelijke Ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen (BW). De financiering loopt nu via Haarlem als centrumgemeente voor de regio IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer, maar het Rijk wil deze middelen vanaf 1 januari 2023 stapsgewijs uitkeren aan alle gemeenten. Vanaf 2023 krijgt de gemeente Zandvoort de mogelijkheid om echt de verantwoordelijkheid te nemen voor haar eigen inwoners Beschermd Wonen. De ambitie van de doordecentralisatie is dat burgers met een psychische kwetsbaarheid zo gewoon mogelijk wonen, in hun eigen omgeving, met herstelondersteuning gericht op inclusie, volwaardig burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun. Dit versterkt de beweging van 'intramuraal' naar 'zo gewoon mogelijk thuis' wonen. Onze inwoners met GGZ-problematiek zullen in de toekomst zo veel mogelijk (beschermd) wonen in hun eigen gemeente, in een vertrouwde omgeving en in de buurt van hun sociale netwerk. Daarnaast blijven echter ook nog regionale voorzieningen nodig, bijvoorbeeld als het niet rendabel is een bepaalde voorziening lokaal te realiseren.

De middelen voor BW worden over een periode van 10 jaar geleidelijk (her)verdeeld over alle gemeenten, zodat de noodzakelijke veranderingen geleidelijk en zorgvuldig doorgevoerd kunnen worden1. Gedurende deze transitieperiode, maar ook daarna, is regionale samenwerking essentieel en op een aantal punten ook verplicht gesteld door het Rijk. Om een kwalitatief goed aanbod BWvoorzieningen te (blijven) realiseren voor onze inwoners zijn regionale afspraken nodig over onder meer beleid, inkoop, financiering en toegang tot de (regionale) BW-voorzieningen. Daarnaast hechten de acht gemeenten belang aan afspraken over onderlinge (financiële) solidariteit bij de uitvoering van de taken voor Beschermd Wonen, om de continuïteit van zorg voor de inwoners in per gemeente en in de regio als geheel te waarborgen. Vanaf 1 januari 2022 zijn gemeenten in een regio verplicht samen de beslissingen te nemen over BW. In de bespreking van het collegebesluit Uitwerking regionale samenwerkingsverband Beschermd Wonen (2021/217311) in de commissie op 9 juni 2021 hebben de commissieleden ingestemd met de verdere verkenning en uitwerking van de oprichting van een Gemeenschappelijk Orgaan (GO).

Het college kiest voor een Gemeenschappelijk Orgaan (GO) omdat deze vorm het best aansluit bij de manier waarop het college de samenwerking wilt inrichten in de regio. In een GO is er: Gezamenlijke sturing op beleid en financiën Gezamenlijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid van alle deelnemende gemeenten. Maximale zeggenschap van alle afzonderlijke gemeenten Ruimte om de samenwerking zo licht en flexibel mogelijk te houden, niet zwaarder dan nodig. Een Gemeenschappelijke Orgaan is een samenwerkingsverband op basis van de Wet gemeenschappelijke

regelingen (WGR) Binnen de WGR zijn ook andere samenwerkingsvormen mogelijk. De bekendste daarvan is het Openbaar Lichaam. Een GO is iets anders dan een Openbaar Lichaam (vaak "gemeenschappelijke

regeling" genoemd) zoals de Veiligheidsregio of de GGD. In tegenstelling tot een Openbaar Lichaam heeft een GO geen rechtspersoonlijkheid of gelaagd bestuur. Dit betekent dat er maar één 'bestuur' is en dat het

GO geen personeel in dienst kan hebben of overeenkomsten af kan sluiten. Dit betekent dat de uitvoerende

taken belegd moeten worden bij (een van) de deelnemende gemeenten.

In de voorliggende gemeenschappelijke regeling GO Beschermd Wonen Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer is vastgelegd hoe de acht gemeenten in de regio met elkaar willen samenwerken op het gebied van Beschermd Wonen. De afspraken die zijn vastgelegd in het GO kunnen onderverdeeld worden in afspraken over 1) sturing, 2) gezamenlijke taken, 3) financiën en 4) overige bepalingen. De samenwerking is voor onbepaalde tijd. De financiële afspraken hebben een looptijd van drie jaar. Om tegemoet te komen aan alle onzekerheden rondom de doordecentralisatie, vindt in het derde jaar een evaluatie (2025) plaats. Onderdeel van deze evaluatie zijn onder andere de bijdrage van het GO aan de doelen van de doordecentralisatie, de financiële samenwerkingsafspraken, de sturing, de taken van het GO en de positionering van het uitvoeringsteam. Daarnaast houdt het college vinger aan de pols door jaarlijks aan de Raad te rapporteren over deze onderwerpen. Uittreding is de eerste vijfjaar niet mogelijk, bij uittreding uit het GO zijn de kosten voor de uittreder.

2. Voorstel aan de raad

Het college stelt de raad voor: Toestemming te verlenen tot het oprichten van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd

Wonen voor de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer Inhoudende; a) De gemeente Haarlem draagt per 1 januari 2023 tot en met 2032 (sterfhuisconstructie) de Rijksmiddelen BW (exploitatie), middelen in de reserve

OH&W en de verantwoordelijkheid voor de bestaande cliënten over aan het Gemeenschappelijk Orgaan. b) In het GO zijn afspraken gemaakt over financiële solidariteit;

1. Naar rato van het objectieve verdeelmodel dragen alle gemeenten bij aan de uitvoeringskosten van het GO 2. Van 2023 tot en met 2025 wordt een vereveningsfonds ingesteld, waarbij alle gemeenten de zorgkosten van de nieuwe cliënten 100% verevenen

3. De overgedragen regionale reserve BW (middelen bestaande cliënten) wordt ingezet voor: - een (mogelijk) tekort op het gezamenlijke historische budget - middelen voor (lokale) ontwikkeling en innovatie - tekorten Maatschappelijke Opvang (van 2023 tot en met 2025) - incidentele kosten en frictiekosten

c)

De (financiële) afspraken in het GO worden in 2025 geëvalueerd.

Kenmerk: 2021/641691

4/10

3. Beoogd resultaat

In een Gemeenschappelijk Orgaan (GO) kunnen de acht gemeenten in onze regio op de beste manier vormgeven aan de verplichte samenwerking Beschermd Wonen. Met de uitwerking van deze regeling voor een GO kunnen de kwetsbare (ggz) inwoners uit onze gemeente ondersteund worden

met zorg en ondersteuning die zoveel mogelijk lokaal gefaciliteerd en opgepakt wordt, maar

wanneer de ondersteuning complex, langdurig en/of zwaar is, kunnen zij terecht in regionale (woon) voorzieningen. 4. Argumenten 1.

In het GO zijn alle gemeenten verantwoordelijk voor en betrokken bij de taak Beschermd Wonen.

De huidige centrumgemeenteconstructie is niet in lijn met de bedoeling van de doordecentralisatie, namelijk dat alle gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor voldoende woonvoorzieningen in de

gemeente. We zien dat de huidige situatie leidt tot een concentratie van voorzieningen in de centrumgemeente. Enerzijds wordt Beschermd Wonen soms gezien als voornamelijk een

verantwoordelijkheid van de centrumgemeente. Anderzijds ervaren regiogemeenten soms ook (te) weinig invloed op het beleid en de uitvoering. Hierdoor wordt minder betrokkenheid gevoeld/getoond door de regiogemeenten. Bij een GO zijn de deelnemende gemeenten direct betrokken bij de samenwerking. Aan het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen wordt deelgenomen door de colleges van de 8 gemeenten. De colleges verantwoorden zich bij hun eigen raad. 2. In de regeling gemeenschappelijk orgaan BW is er maximale zeggenschap en gelijkwaardigheid van alle afzonderlijke gemeenten

In een Gemeenschappelijk Orgaan blijven de gemeenten zelf verantwoordelijk voor de taak Beschermd Wonen. Iedere gemeente heeft in een Gemeenschappelijk Orgaan zeggenschap en er is gezamenlijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Het Gemeenschappelijk Orgaan kenmerkt zich door volledige gelijkwaardigheid tussen de deelnemers. Het GO bestaat uit de acht portefeuillehouders, iedere deelnemer heeft één stem, er is

een roulerend voorzitterschap voor twee jaar. En besluiten worden genomen bij gewone meerderheid. Alleen de besluiten rondom de begroting en jaarrekening worden genomen bij verzwaarde meerderheid , en de nadere uitwerking taken GO en toetreding tot regeling worden genomen bij unanimiteit.

Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft de gemeenteraad een belangrijke positie ten aanzien van het GO. Zo ontvangt de gemeenteraad jaarlijks een kadernota en de

ontwerpbegroting voor een zienswijze. In aanvulling op deze wettelijke verplichtingen zijn in de

Kenmerk: 2021/641691

5/10

gemeenschappelijke regeling de volgende bepalingen opgenomen ter versteviging van de positie van de gemeenteraden: • Gemeenteraden kunnen een zienswijze indienen op de voorlopige jaarrekening • Het GO stelt gemeenteraden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de

zienswijze Het GO biedt voldoende ruimte voor gemeenten om Beschermd Wonen in aansluiting op het sociaal

domein in de eigen gemeente te organiseren. In Zandvoort is de afgelopen jaren al veel gebeurd om de cliënten Beschermd Wonen, voornamelijk cliënten van RIBW K/AM op verschillende locaties in het dorp - onderdeel van het dorp te laten zijn. De samenwerking met het Sociaal Wijkteam, Pluspunt en andere Zandvoortse initiatieven wordt al volop gevonden (onder andere in "Niemand verzandt in Zandvoort"). Er is echter ook behoefte aan dóórontwikkeling zoals het ontwikkelen van zogenaamde beschutte woonplekken; thuis of op een plek waarbij een inwoner uit Zandvoort op het moment dat het niet goed gaat, kan werken aan herstel en participatie zonder meteen naar een zware 24-uurs voorziening te verhuizen. Ook voor een goede landing wanneer een cliënt uitstroomt

uit een instelling naar een zelfstandige woning in Zandvoort kan de samenwerking in de wijk, met professionals maar vooral ook met de inwoners, nog verder verbeterd worden. 3. In de regeling gemeenschappelijk orgaan BW worden de taken in samenhang, afstemming en regie opgepakt daarom wordt het GO vanaf2023 verantwoordelijk voor de "bestaande" cliënten

Gemeenten zijn vanaf 2023 zelf verantwoordelijk voor de opbouw van lokale BW-voorzieningen in de eigen gemeente. Ook zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van BW voor nieuwe cliënten uit hun gemeente. Om beleidsmatig grote verschillen en/of waterbedeffecten te voorkomen, worden door het GO de belangrijkste gezamenlijke uitgangspunten voor Beschermd Wonen-beleid vastgesteld. Dit kader vormt de basis voor het lokale BW- beleid en de uitvoeringsprogramma's van de deelnemende gemeenten. De toegang tot regionale en lokale voorzieningen voor Beschermd Wonen wordt vanaf 2023 lokaal georganiseerd, zodat goed aangesloten kan worden bij andere lokale (maatwerk)voorzieningen binnen het sociaal domein. Desgewenst kan het GO de gemeenten ondersteunen bij de toegang, onder meer door de inzet van een Regionaal Expertise Team (RET). Het GO is tot slot verantwoordelijk voor alle taken voor bestaande BW-cliënten. Dit zijn cliënten uit de hele regio die voor 1 januari 2023 een beschikking hebben gekregen voor Beschermd Wonen. Momenteel voert Haarlem als centrumgemeente deze taak namens de gemeenten in de regio uit. Omdat de taken voor de bestaande en de nieuwe cliënten beleidsinhoudelijk, financieel en op uitvoeringsniveau moeilijk van elkaar te scheiden zijn, worden deze taken ook voor de bestaande cliënten ondergebracht in het GO.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092412/2