7. Transcript - 14 mei 2024
Tekst van het document
Maar de vraag is wel: bereiken we straks andere groepen dan de usual suspects? Dat is niet voldoende wat mij betreft uitgewerkt. En als het gaat om communicatie, dan denk ik dat het heel goed is dat we aan de voorkant veel meer aandacht besteden om die verwachtingen te willen managen. Maar vervolgens, zeker in die lange processen die er ruimtelijk zijn, verdwijnt communicatie naar de achtergrond. Om dan voor de bewoner, weer twee jaar later, komt er dan zo'n project weer naar boven. En dan is niet meer duidelijk wanneer er wat gevraagd is om mee te kunnen praten over bepaalde projecten. Dus permanente communicatie. Bij de startnotitie heeft Partij van de Arbeid dat ook aangegeven. Dat betekent dat wij ook een budget hiervoor willen om dit goed in te voeren. En daar zie ik in dit stuk verder ook nog geen Dus daar heb ik nog een vraag over hoe dat gaat. Want we hebben toen geconstateerd dat communicatie duidelijk uitgebreid moest worden, omdat dat met de huidige bezetting niet gaat. Dus ik hoop dat Ik heb de goede wethouder volgens mij te pakken wat dat betreft. Dat die daar ook een heel slim antwoord op heeft, ongetwijfeld. Dus die andere manieren, management van de verwachtingen, communicatie niet naar de achtergrond en dat budget. Dan is dit ook een opdracht aan onszelf en dat vond ik wel een hele mooie.
Want ik weet dat wij altijd dankbaar zijn voor participatie, maar vervolgens ook nog een hele discussie in de raad kunnen voeren. Desnoods nog op het laatst zeggen: ja, maar wij vinden toch dat er bankjes bij moeten. Ik zeg maar eventjes wat. Misschien moeten we die discussie ook maar vooraf goed met elkaar voeren. Gaan wij straks nou zeggen: we nemen dit over? Dan zijn wij zelf ook heel duidelijk naar onze inwoners. Dan las ik het advies van de adviesraad sociaal domein en dan gaat het eigenlijk om de initiatievenraad, zoals we dat in de startnotitie volgens mij ook met elkaar over gesproken hadden. Juist mensen meer erbij betrekken, meer zeggenschap geven, dat moet het vertrouwen in de politiek natuurlijk doen groeien. Dan wordt er nu niet gekozen bij bewonersinitiatieven voor een initiatievenraad, maar weer voor het gebiedsteam. Ik heb in de zes jaar dat ik hier zit zo vaak teleurgestelde inwoners voorbij zien komen die zeggen: ja we hebben wat aangevraagd, maar er is geen budget, het kan niet en zus. Dus we hebben wel initiatieven, maar die willen jullie niet. Ik zou toch het college in overweging willen geven en anders wil ik daar een voorstel voor maken om die initiatievenraad in het leven te roepen. Want ik denk dat, dat voor meer betrokkenheid gaat zorgen.
Dan denk ik dat die reflectie die in het rapport genoemd werd Ik kan wel een aantal projecten noemen waar we heel erg blij waren met de participatie. En dan deden wij natuurlijk weer wat anders. Dus dat voorbeeld herken ik. Maar er zijn ook zaken die echt zo lang duren en veranderen, zoals bijvoorbeeld De Krocht en de vleermuizen of De Krocht en de welstand. Ik hoop dat, dat soort recente voorbeelden, ik zou de wethouder willen vragen: is daar reflectie op geweest en is dat ook meegenomen bij het opstellen van dit beleid? Dan vind ik geloot burgerberaad, vindt Partij van de Arbeid, echt een goede vorm om bewoners, inwoners mee te laten praten voor zaken die het
algemene belang van Zandvoort aangaan. Dat betekent dat ook een boulevard is het algemene belang van Zandvoort, want daar maken we allemaal gebruik van. Maar grote zaken die ons allemaal aangaan, daar zouden wij heel graag een geloot burgerberaad voor in het leven willen roepen. Dat was het tot zover voor de eerste ronde. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Koper. Dan gaan we naar de VVD, mijnheer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. Participatie vinden wij, net als iedereen, belangrijk. Want enerzijds zorgt het er hopelijk voor, voor betere besluitvorming en anderzijds ook voor transparantere besluitvorming. Waarbij inwoners en belanghebbenden in een vroeg stadium al worden geïnformeerd en betrokken. We zijn ook zeer content met het stuk. Alleen we hebben wel nog behoefte aan wellicht iets meer duiding. Zeker als het gaat om duidelijke en heldere communicatie. Er wordt namelijk gesteld dat er een participatieparagraaf wordt opgesteld in de initiatiefase. Dus eigenlijk aan de voorkant waarin goed wordt omschreven wat de verwachtingen zijn voor de verschillende belanghebbenden. Waar wij eigenlijk wel heel veel behoefte aan hebben, en ik kan me heel goed voorstellen dat, dat ook geldt voor de belanghebbenden, dat het een soort van vaste structuur gaat krijgen hier in Zandvoort. Hoe dat precies vorm gaat geven, dat weten we niet, daar zijn we benieuwd naar.
Maar ik kan me heel goed voorstellen, net als, als je bijvoorbeeld kijkt naar de voorpagina van de krant, je hebt ergens een vast item waar het weer staat en zo heb je nog een bepaalde vaste elementen. Dat kan denk ik ook heel goed passen binnen die participatiekaders tijdens de initiatiefase, dat eigenlijk elke keer weer duidelijk naar voren komt wat kunnen wij verwachten en wat kunnen wij vooral niet verwachten. En niet dat het elke keer vormvrij in allerlei notities of brieven of misschien een webpagina, maar dat we meer toewerken naar een soort van vaste vorm. Waardoor het voor de inwoners in Zandvoort ook veel duidelijker wordt wat men steeds en telkens kan verwachten bij een participatietraject. Dus we zijn wel benieuwd naar wat daar de insteek van is. Ik denk dat, dat in ieder geval ook heel erg belangrijk is in het kader van de communicatie en het managen van de verwachtingen. Verder vinden wij het een heel goed stuk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Drommel. Dan gaan we naar D66, mijnheer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter, dank u wel. Laat ik eerst beginnen dat ik het in ieder geval een bespreekstuk vind. Dat zit hem ook in het feit dat we natuurlijk net hebben vastgesteld dat het andere onderdeel een hamerstuk is. En dat betekent dus eigenlijk dat gewoon de aanbevelingen nog openstaan en daar zullen we wat mee moeten doen.
Ik hoor in ieder geval op het punt 2 de PvdA, iets zeggen over een initiatievenraad om dat verder dan uit te werken. Ik hoor Zee ook met een aantal moties die worden voorgesteld om het een en ander te doen. Dus welke inperkende bevoegdheden accepteren wij dan als raad? Daar hoor ik de andere partijen niet over, dus dat vind ik wel interessant om dan nog even te weten. Om hier dan de discussie over te voeren, zodat we dat in de raad niet nog een keer hoeven te doen. Verder ben ik gewoon benieuwd hoe het college kijkt naar de eerste vraag ook: wat gaat het ambtelijk apparaat dan doen aan die communicatie? Niet zozeer wat gaat er gebeuren, maar wat gaat er niet gebeuren? Dus welke kaders worden er dan meegegeven? Dat vind ik altijd wel een belangrijke. En hoe gaan we ook communiceren dat iets niet is gelukt? Want dat is een van de dingen die ook in het rapport naar voren komen. Gewoon de terugkoppeling naar wat iemand heeft ingestuurd. Zo gaat het bijvoorbeeld zoals de Sociale Raad zijn aanbeveling had. Dan gaat het schriftelijk en op een wijze waarvan je kan vragen: is het dan soms ook voor burgers wel te begrijpen wat er dan uiteindelijk wordt gezegd? Voor de adviesraad geloof ik zeker dat ze dat doen. Wat ik ook wel interessant vind is dat dan, er wordt gevraagd en dat vind ik typisch weer iets leuks, dat de adviesraad vraagt om het fenomeen initiatievenraad.
En wat doet de gemeente Zandvoort? Wij koppelen dat dan aan de beleidsregel buurtbudget.
Als je dan toch iets wil uitleggen in Jip-en-Janneke-taal van wat houdt het dan in? Dan zou ik het zeker geen beleidsregel buurtbudget noemen, dan zou ik het gewoon een initiatievenraad noemen. Dan zou ik het advies ook overnemen. We zijn nog even aan het nadenken over hoe we dat zouden kunnen doen, maar ik ben ook wel benieuwd hoe de commissie hiernaar kijkt. Verder is natuurlijk altijd jammer om te horen dat als je een participatieladder hebt en dat het gangbaar is in andere gemeentes, dat je dan niet verder komt tot de eerste twee treden. Wat ons betreft vind ik wel dat we op bepaalde onderwerpen wat grenzen kunnen gaan verleggen. D66 is daar best wel bereid om daarover na te denken. Want wij vinden ook dat bepaalde onderdelen ook van belang zijn. Niet alleen voor ons, maar ook voor de burgers. Maar dat we wel natuurlijk ook duidelijk aangeven wat er dan niet kan. Dat rest ons de vragen…We zijn gewoon ook benieuwd wat het college daarvan vindt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hermsen. Dan gaan we naar de OPZ, mijnheer Berg. De heer Berg: Dank u voorzitter.
Allereerst hebben we een vraag over hoe gaat het in het geval dat een individueel betrokken burgers en die geen belangengroep vertegenwoordigt of niet is gemachtigd namens derden spreken? Hoe wordt de weging gedaan van de inbreng tussen een individuele persoon of wel van vertegenwoordigers namens een groepering? Is er een bepaalde weging? Dat is ons niet helemaal duidelijk. Voor de rest zijn we wel blij dat we lezen over het buurtbudget en welke regels daarvoor zijn vastgesteld. Dat er binnen vier weken ook daar mensen duidelijkheid over krijgen. Dat spreekt ons zeer aan. Alleen hebben we daar nog een vraag over: wordt er bijvoorbeeld over een anderhalf jaar wordt daar nog een evaluatie gedaan over het buurtbudget, dat we deze raadsperiode daar nog een terugkoppeling van krijgen? Voor de rest zijn we blij dat de ambitie uit het coalitieakkoord met dit beleidsstuk wordt ingelost. Daar zijn we tevreden over. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Berg. Dan tot slot nog GroenLinks, mijnheer Keuning. De heer Keuning: Dank voorzitter. Ook op dit punt goed dat de gemeente stappen maakt om participatie te bevorderen. Een kleine opmerking over het stukje overheidsparticipatie, waarin de overheid mee kan doen aan initiatieven die inwoners aandragen, maar goedkeuring nodig hebben.
Sinds ik ben begonnen als commissielid heb ik veel mensen gesproken met een plan, maar die niet weten waar ze moeten beginnen. Ik verwijs ze nu altijd door naar de plekken waar ze heen moeten en help ze waar nodig. Maar dit zijn nog lang niet alle projecten die inwoners indienen. Ik ben ook wel benieuwd welke initiatieven er allemaal binnenkomen, welke worden goedgekeurd en welke worden afgewezen? En is dit ergens te vinden of kunnen wij hier een evaluatie over krijgen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Keuning. Dan schors ik heel even voor een korte vijf minuten de vergadering. Aan de ene kant om een plaspauze en aan de andere kant kan de wethouder daar nog even ruggenspraak in houden. Dus we schorsen even voor vijf minuten en zijn zo bij u terug. Ik heropen de vergadering en we gaan meteen door met de beantwoording van de portefeuillehouder. Ik vraag om wat meer stilte vanuit de zaal, zodat we allemaal de portefeuillehouder goed kunnen horen. Portefeuillehouder Bluijs aan u het woord. De heer Bluijs: Dank u wel. Even in zijn algemeenheid. Er was ook zo'n vraag over van hoe ligt dat nou ten opzichte van het rekenkamerrappor en hetgeen wat wij hier nu vaststellen? Wij hadden natuurlijk wel een beetje het voordeel dat het rekenkamerrapport dat was er al en toen waren wij die nota aan het afmaken. Dus die relatie konden we ook leggen.
Maar het belangrijkste is dat wij gesprekken hebben gevoerd met een heleboel partijen aan de voorkant. En dat zie je natuurlijk in de nota ook terug. Dat zijn die twaalf
aandachtspunten. Als u ze leest, dan zult u ook zien dat hij bijna ook helemaal aansluit op wat er in de nota staat. Maar ook wat er als aanbevelingen wordt meegegeven door de rekenkamer. Want er wordt inderdaad gezegd over wie betrek je er allemaal bij? Zorg dat iedereen erbij betrokken is. Dat kwam heel nadrukkelijk ook daarin uit. Dus wat dat betreft denk ik dat deze nota wel heel goed aansluit op wat het rekenkamerrapport zegt. Wat vanuit inwoners en de instellingen is opgehaald. En dat het ook nog zo ver is dat we daar nu mee beginnen en dat het niet het eindproduct is. Dat we over een jaar bijvoorbeeld daar met elkaar best in een gesprek: wat hebben we nu wel al gedaan? Wat gaat er heel goed? Wat kan er beter? Dus dat wil ik aan de voorkant gewoon ook even meegeven. Dan eerst de vraag maar even over: waar gaat het niet helemaal over? Dat is eigenlijk de vraag van Jong Zandvoort. Het gaat over die participatie rond de punten die eigenlijk meer in de Omgevingswet plaatsvinden, rond binnenplanse schuurtjes enzovoort, enzovoort. Er ligt wel een link naar, maar bij kleine plannetjes, dus bij aanbouwtjes, dan is het juist de bedoeling dat er wel in gesprek of geparticipeerd wordt, maar dat dat geregeld wordt vanuit degene die dat schuurtje wil bouwen of die aanbouw. En dat daar procesafspraken voor in de Omgevingswet helemaal zijn vastgelegd.
Zeker als het grotere initiatieven zijn, waar anterieure overeenkomsten aan ten grondslag komen te liggen zouden wij het wel graag vinden dat die partijen dan wel, zeker als het een groot project is, dan wel het systeem, het instrument zoals wij dat hanteren, gebruiken om de goede participatie met de grotere doelgroep te voeren. Dus het gaat niet zozeer om wat er in de Omgevingswet staat met de kleine aanbouw, dat staat hier een beetje los van, maar wel bij grotere projecten moeten ze wel degelijk aansluiting zoeken. Dan de vraag ook van Jong Zandvoort en ook van het CDA over: gaan we al die groepen bereiken? Dat was nou ook een van de punten die nadrukkelijk naar voren kwam. Maar de bedoeling, de opzet van deze hele nota is om gestructureerd te werk te gaan. Dus niet roepen: we gaan coproduceren of we gaan dit doen en dan hebben we wat losse eindjes eraan vast. Nee, er is een proces beschreven in deze nota. Het initiatief fase is beschreven, de burgerparticipatiefase en de inspraakfase. Ook uw rol daarin staat ook verder beschreven. In die participatieparagraaf, in die startnotie, daar moet dat allemaal goed geregeld worden. Als dat goed geregeld is en de aandachtspunten die zijn gegeven in die twaalf punten goed worden meegenomen, dan ontstaat er een goed afwegingskader. Vervolgens komt er ook een participatieverslag.
En dat participatieverslag moet er gewoon duidelijk staan. Als er dan bijvoorbeeld wordt aangehaald bij een groot project dat langer gaat duren, dan is er wel een participatieverslag vastgelegd. En dan moet er ook later, over een jaar, is dat participatieverslag nog steeds geldig of het vraagt om aanpassing. De zaken zijn veranderd. Dan zou je de conclusie kunnen trekken dat het participatieverslag en de uitgangspunten die kloppen niet meer. We moeten een nieuw proces opstarten. Met deze uitgangspunten en deze verordening hebben we, denk ik beter dan in het verleden, dat hele proces vastgelegd. Dat is van belang, want daar kunnen we elkaar op aanspreken en ook goed naar handelen. Dus dat even ook maar een beetje algemeen. Dan die bewoners, de vraag van het CDA en van Jong over welke groepen. Hoe ga je dat regelen? Daar moet je dus, dat is ook een groeiproces, daar hebben alle partijen aandacht voor gevraagd. Dat moeten we breed inzetten. Maar dat moeten we vooral aan die voorkant goed inzichtelijk maken bij die inspraakparagraaf die we maken. Daar moet dat in staan. Die paragraaf is ook openbaar, dus daar zullen we elkaar ook op moeten toetsen van: gaat dat goed? En wat moeten we daaraan doen? En welke hulpmiddelen gaan we dan inzetten? Daar zijn methodieken voor. Die staan ook wel beschreven in het proces, dat er een participatiewijze komt, dus een afwegingskader.
Dat zijn we nog aan het maken. Ik zeg u toe, dat zullen we ook dan wel met u delen, op het moment dat het helemaal klaar is, dat we dat instrument op die manier gaan gebruiken. Het zou dan ook goed zijn om met elkaar zo'n eerste proces, waar we dat helemaal toepassen, goed te gaan volgen. PVV heeft gevraagd over dat 2-3-4, over dat meebeslissen. Ja, hoe borgen we dat? In principe bij meebeslissen zou je ook moeten zorgen dat men kan meebeslissen. Dus je moet het jezelf ook niet te moeilijk maken en roepen van, want dat was eigenlijk bij het vorige participatiebereid, zeiden we allemaal: coproduceren, dat is het. Als je coproduceert, heb je alles goed geregeld. Maar soms is coproduceren niet mogelijk of onvoldoende mogelijk.
Dan krijg je die verschillen. Dus in dit geval bij meebeslissen, dan denken wij dus vooral aan, dat staat ook in die matrix goed, dan denken we aan wijkaanpak, aan kleine initiatieven rond groen. Dus ga nu niet direct meebeslissen inzetten als dat is de beste. Nee, inzetten als maatwerk voor het juiste moment van participatie. Dus bijvoorbeeld bij wijkaanpak, kleinschalig groeninitiatief. Als je dan ook bijvoorbeeld zegt van bij eigen initiatieven, dan staat er ook bij, bij overheidsparticipatie, dan draai je dat om, dan is er een budget ter beschikking. Dan kan je ook veel makkelijker roepen van: u beslist mee, want u kunt erover beslissen. Dat proces moet groeien, dat kan groeien, maar je moet het een kans geven, maar je moet het niet meteen helemaal breed roepen van: we gaan mee beslissen. Je moet dat maatwerk leveren en zorgen ook dat je de verwachtingen ook waar kan maken over meebeslissen. Dat kan je dus doen door eerst kleinere projecten op dat punt de kans te geven. ZEE vraagt: wat voegt dit nou toe? Volgens mij heb ik getracht in het begin van mijn betoog aan te geven wat het verschil is van deze participatienota en verordening ten opzichte van eerdere dat het veel strakker is ingestoken, ook veel meer mogelijkheden biedt om allerlei zaken te gaan doen, dus ook enquêtebeleid en al dat soort dingen. Daar is dus ruimte voor, ook ruimte om te experimenteren.
Wat dat betreft denk ik dat er mogelijkheden zijn. Het is ook aan u als raad als u zegt: wij zouden graag dat en dat erin willen hebben, dan zou u dat moeten amenderen op een of andere manier of iets toevoegen of zeggen van: we willen dit een keer uitproberen. Laten we elkaar de ruimte geven om dit product te laten groeien tot het product wat wij voor Zandvoort vinden dat het beste is voor onze ondernemers en onze inwoners. De voorzitter: Portefeuillehouder, u heeft een interruptie van de heer Gerrits van ZEE. De heer Gerrits: Dank u wel voorzitter. Ik heb een verhelderende vraag voor de wethouder. Begrijp ik dan goed dat de wethouder zegt dat stel wij willen bijvoorbeeld nog een enquêtebeleid, om de wijze waarop we enquêtes afnemen te verbeteren, dat het hier bovenop kan en dat het niet in dit stuk zelf hoeft te worden meegenomen? Dank u wel. De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Bluijs: Ja, dat klopt. Maar je zou het ook gewoon een keer kunnen uitproberen binnen dit beleid. Het biedt de ruimte, het biedt allerlei ruimte. Dat afwegingskader, die wijze die we nog gaan maken, daar kan je dat ook in meenemen. Eigenlijk zijn we min of meer al met dit soort dingen bezig, want bijvoorbeeld onze inwonerspeiling is ook een vorm van een enquête, want daar haal je toch ook een beetje op wat er speelt.
Als dat product zich ook beter ontwikkelt, dan heb je ook dat instrument ter beschikking. Maar de creativiteit van uw raad daarin. Maar wees dan ook duidelijk, als je zoiets wil, dat net zo goed als wij het participatiebeleid moeten vaststellen van wat zijn onze afwegingskaders? Niet roepen van wij willen dat beleid en we zien het wel. Nee, kom dan ook met concreet, want er zal dan waarschijnlijk ook ambtelijke inzet nodig zijn of andere wijzen van zaken om dat goed te kunnen regelen. De Partij van de Arbeid geeft duidelijk over communicatie en budget, of dat nodig is? Dat is wel een van de discussies die ook in het college speelde en nog steeds speelt, maar ook onderdeel is van de discussie over onze voorjaarsnota en onze begroting. Ja, als je dit goed wilt invullen, zal je rond projecten, denk ik, vooral op projectbasis dan gewoon aan de voorkant dan moet er zo'n paragraaf komen en volgens mij moet je daar dan zeggen en daar hebben we dan ook bepaalde capaciteit voor nodig. Ik denk dat je dat op die manier het beste kan invullen, buiten de algemene communicatie van de gemeente, dat je dit gewoon dus budget bij projecten, op het moment dat je participatie start voor iets dat je dan ook zegt: daar is wel bestaande capaciteit voor of daar hebben we extra capaciteit voor nodig, want we gaan een enquête doen of we gaan zes bewonerspeilingen doen. Verzin het maar.
Dan zou je dat erbij moeten geven. Dus daar zullen wij ook als college ook bij de voorjaarsnota en zeker bij de begroting invulling aan moeten gaan geven. Maar dat er waarschijnlijk dan extra capaciteit nodig is, dat lijkt mij wel duidelijk.
Uiteindelijk zal dat ook leiden, hopelijk, tot minder uiteindelijk lang lopende processen. Ik zie hem dan ook, als je goede participatie doet, dan zullen processen ook versnellen en minder leiden tot verstoringen of hoe ze dat bij de rekenkamer ook noemen, om dat te voorkomen. We hebben natuurlijk geleerd, de reflectie op bijvoorbeeld de partijen die je moet doen, maar u gaf dat heel duidelijk aan, bij De Krocht, dat je dus niet alleen participatie moet doen naar je burgers, maar het hele proces moet overzien. Dat nemen wij zeker ter harte, dat gaan we ook zeker verder invullen. Er wordt gesproken over het burgerberaad en dat inzetten. Wat denk ik toch wel goed is, is dat wij het initiatievenbudget nu echt van de grond hebben. Daar is in college is er een besluit overgenomen, er zijn spelregels afgesproken. Op de website, als je dat intikt, kom je daar. Het gebiedsteam is daar nu mee bezig. We geven, mevrouw Koper vraagt er steeds om, maar we geven…We hebben het budget nu goed geregeld, we hebben de procedure nu goed geregeld, dus we zijn nu echt gaan we aan de slag. We gaan er eerdaags ook wat ruimer over communiceren. Er lopen al een aantal zaken. Ik zeg u toe dat we bij de jaarrekening verslag zullen doen van wat er allemaal van waar is geworden. Afhankelijk van wat er uitkomt, misschien ook nog eens evalueren.
Dat initiatievenbudget is ook wel een beetje in het begin om te komen tot die andere wijze van hoe je met je burgers omgaat en ook tot nieuwe dingen komt. Want dat initiatievenbudget kan je volgens mij direct omzetten in dat je mee kan beslissen. Want in feite is dat al een soort van overheidsparticipatie dat wij meer aan de andere kant gaan zitten. En als zich dat verder ontwikkelt en dan komen er ook van dat soort initiatieven, maar zullen wij dat als bewoners of als wijk zelf gaan doen, dan zet je ook weer die volgende stap. Dus wat dat betreft zie ik het echt als een groeimodel wat verder moet groeien. Dus dat burgerberaad nu dat al gaan invoeren, ik zou vooral proberen vanuit die buurtinitiatieven dat proces verder laten groeien. Dan denk ik dat het uiteindelijk tot nieuwe dingen leidt en dat dan vooral wijkgericht er meer mensen met elkaar tot oplossingen komen die zichzelf willen ondernemen en die we dan ook kunnen honoreren. De VVD had het vooral over dat afwegingskader. De voorzitter: Portefeuillehouder. Voordat we overgaan naar de VVD, eerst nog de Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. De initiatievenraad, voorzitter, waarom het college dat afwijst, het advies van het sociaal domein? De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Bluijs: Het wordt niet afgewezen.
Het wordt een beetje…Wat de heer Hermsen zei van schrijf eens op, daar is onder het initiatievenbudget voor. In principe, als iemand een initiatief indient, dan zegt hij: ik wil graag een initiatief doen. Dus in feite wijzen we het niet af. We denken dat we het voorlopig kunnen invullen op deze wijze. Maar ik zei net: dat moet een groeimodel worden en dan zou je kunnen komen wel tot een initiatievenraad. Maar dan zou je dat eens verder moeten onderzoeken. Ik denk dat je na een jaar eens moet kijken: hoe het werkt met die buurtinitiatieven? Als dat goed werkt en je kan bijvoorbeeld stellen: dat werkt prima. Dat gaat zelf tot nieuwe processen leiden, tot nog meer eigen dat burgers zelf dingen gaan doen en zelf budgetten van de gemeente gaan overnemen. Dan kun je zeggen van: dat werkt prima, maar misschien moeten we dan wel overgaan tot een dat burgerverhaal en dan Maar ik weet niet of dat de juiste oplossing is. Maar we moeten tijd gunnen elkaar om ook het vertrouwen bij de bewoners te krijgen dat als ze een initiatief indienen, dat we dat kunnen honoreren, dat we dat op tijd honoreren en dat we dan ook voldoende middelen ter beschikking stellen. Dan gaat het vliegwiel draaien en of er dan een burgerberaad moet komen? Ik vraag me af of dat dan de oplossing is. De VVD. De voorzitter: Wethouder, u heeft nog een interruptie. Mijnheer Hermsen, D66.
De heer Hermsen: Voorzitter, ik ben toch wel even benieuwd hoe de wethouder ernaar kijkt. Ik denk dat het buurtbudget en een initiatievenraad toch echt wel twee verschillende dingen zijn. Hoe kijkt het college daar naartoe? Want als ik kijk naar het buurtbudget, dan is het gewoon: ik wil iets, vind ik leuk, een barbecue geven of iets anders en dan kan ik daar het geld voor gebruiken. En in een initiatievenraad gaat het natuurlijk over veel grotere zaken die misschien spelen binnen Zandvoort, waar burgers wat over willen zeggen. Hoe reflecteert het college daarop, wethouder? De heer Bluijs: Ja, initiatieven Kijk, als je het over het beleid hebt, dat is ook de bedoeling als het beleidsstukken zijn, en dat kun je ook in de matrix terugvinden, dan grote beleidstukken die moeten we bijvoorbeeld over de hele gemeente uitzetten. Van daar willen we participatie op doen. En als je dan een initiatief, dan zou je kunnen zeggen: weet je wat, we gaan daarvoor, voor die grote beleidstukken hebben we de adviesraad sociale domein, bijvoorbeeld. Maar wij vinden ook voor andere, voor projecten, vinden wij het nodig om te waarborgen dat de hele populatie van Zandvoort meedenkt, we gaan een initiatievenraad opzetten om dat bijvoorbeeld te organiseren. Maar dan moet je dus ook zorgen dat je die hele populatie daarin weg kan zetten, zodat je ook die initiatievenraad die functie kan geven.
Maar ik vind hem heel ingewikkeld om dan de juiste mensen bij elkaar te krijgen om zo’n raad…Dan hebben we naast de gemeenteraad, adviesraad sociale domein, krijg je nog meer een gremium. Ik zie initiatieven meer van: mensen willen bepaalde dingen in hun woonwijk, dus wij zorgen dat er budget is. Dat werkt in de praktijk gewoon prettig en fijn. Mensen hebben toch het gevoel dat ze initiatieven kunnen indienen. Dat is een andere benadering van mijn kant, maar een initiatievenraad vind ik een beetje ingewikkeld. Wie weet is dat de volgende stap. Waar was ik gebleven? Bij de VVD. Die vraag meer dat afwegingskader vanuit die participatieparagraaf en vaste structuren. Die participatiewijze gaat daarbij werken en wij komen dus met dat afwegingskader. En dat zullen we ook met u delen, dat we dat willen gaan toepassen om die participatieparagraaf elke keer op te stellen. De voorzitter: Mijnheer Zee, of mijnheer Zee…Mijnheer Gerrits, van ZEE. De heer Gerrits: De heer Zee is ook goed, dank u wel. Ik had nog een verduidelijkende vraag aan de wethouder. Stel het is zo dat een bepaald participatiemiddel nu niet is opgenomen op dit beleid, dus niet in die matrix staat helemaal onderin.
Betekent dat dan dat daar ook geen ruimte voor is om dat nog toe te voegen, om daar beleid aan toe te voegen? Dus dat dat dan wel geamendeerd moet worden, aangezien ons wordt gesteld dat het heel flexibel is, maar ik zit even te zoeken hoe flexibel is het dan? De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Bluijs: Als het er niet in staat en u vindt het van grote importance, dan is het aan u, zeker politiek lijk het me niet onverstandig dat u daar iets voor doet. Maar het is meer een advies, niet als wethouder, maar meer gewoon een advies aan u. D66, die zorgen die u heeft over hoe die ambtelijke organisatie daar wel en niet mee omgaat. Ik heb geprobeerd te schetsen dat we juist door deze verordening, door deze aanpak vanuit die twaalf punten die ook aangegeven zijn door de bewoners en dat hele proces daarin, dat we juist proberen dat proces goed helder te krijgen en goed vast te leggen. En dat we daar elkaar ook op kunnen aanspreken. Er moet een participatieparagraaf komen. Er moet een goed verslag komen. Dat hebben we al uitgetest een beetje toen we met die organisaties in gesprek waren. Waar die twaalf punten zijn uitgekomen. Dat hebben we ook heel duidelijk zo terug gecommuniceerd naar elkaar. Dat proces is goed gelopen. En dan kunt u uw kaderstellende, uw controlerende taak en uiteindelijk uw besluitvormende taak goed laten plaatsvinden.
U zegt dan ook: komen we niet verder als de eerste treden? We hebben nu de begrippen wat andere namen gegeven, maar we willen juist verder komen als die treden. We willen ook nieuwe dingen de kans geven. Die
ruimte geeft deze nota en daar zullen we met elkaar aan moeten werken om dat verder van de grond te krijgen. Het buurtbudget wordt ook nog gevraagd, ook OPZ. Dat kunnen we dan evalueren. We nemen dat in ieder geval bij de jaarrekening dan mee wat we daarvoor uitgeven en wat we daarmee hebben gedaan. En dan een terugkoppeling naar u. Dan kunnen we daarna besluiten om een evaluatie daarop los te laten, budgetten te verruimen, andere aanpakken te kiezen. Dus dat lijkt mij duidelijk. U vraagt eigenlijk: de individuen, geen belangengroepen, hoe je de weging doet van bepaalde partijen? Dat zal je ook voor een groot deel aan de voorkant in die participatieparagraaf vast moeten leggen. Wat willen we nu ophalen? Wat willen we bereiken? Als wij zorgen dat de juiste groepen allemaal deelnemen aan het participatieproces en in het participatieverslag maak je dan ook melding van het feit, zeker als het om bijzondere doelgroepen gaat, wij constateren dat we hebben geparticipeerd, maar wij denken dat we dat en dat hebben gemist. Dan moet je dat ook durven op te schrijven en dan kan je ook in je verdere afweging dat je misschien zo'n proces wel eens een keertje opnieuw moet doen. Maar als je dan vooral aan de voorkant in die afwegingskader dat goed benoemt, dan komt dat ook boven tafel, dat dat niet goed gebeurd is.
Nu zeggen we vaak: we hebben geparticipeerd, er hebben twintig mensen deelgenomen, dat vonden we wel voldoende met z'n allen. Dat zit vaak in het hoofd en het is klaar. Nee, we gaan nu meer afwegingskader maken. Gewoon beter vastleggen van wat is er nu uitgekomen en wat kunnen we ermee doen? Dan hoop ik ook dat je voorkomt dat je kan zien dat je bepaalde groepen gemist hebt en dat je daar dus nog verder op moet inspelen. Maar dat is vooral ook aan de voorkant dat wij tijd en energie erin moeten steken om de juiste doelgroepen te bereiken. En dan kom je ook weer op de verschillende middelen die je moet gebruiken wat terecht werd gezegd. Wil je de jongeren bereiken of de ouderen met kinderen? Dan moet je op een bepaalde manier zorgen wanneer je participeert, zodat je ook iedereen bereikt. Dat moeten wij goed met elkaar voor elkaar zien te krijgen, maar dat is best wel een opgave, denk ik, om dat verder zo te doen. GroenLinks had het over die overheidsparticipatie. Dat is een nieuw fenomeen. Dat moet eigenlijk gaan groeien. Als zich partijen gaan melden, zullen wij dat ook moeten gaan honoreren. Dan moeten we niet zeggen meteen: dat werkt niet. Nee, daarom is het goed dat we het in de verordening opnemen. En als dat soort initiatieven komen, dat we dat dan ook oppakken. Nou, dan gaan we dat ook oppakken.
Daar gebruiken we met name ook ons gebiedsteam voor om daar extra aandacht aan gaan besteden. Dat vind ik ook best wel een hele uitdaging, maar op zich zijn dat wel de mooie dingen als dat zich ook gaat ontwikkelen. Dus dat was mijn beantwoording in eerste termijn. De voorzitter: Ik heb even meegeschreven. Ik heb nog twee openstaande vragen volgens mij. Het is namelijk de participatiefolder die over het initiatief ontbrak. Of die nog kan worden toegevoegd aan de stukken? De vraag of het gaat lukken aan de portefeuillehouder. En ik heb de GroenLinks ook nog gehoord over een initiatievenlijst. En of die bekend is waar we die zouden kunnen vinden om te kijken welke initiatieven er eigenlijk lopen vanuit de gemeente? Dus als u daar nog antwoord op zou kunnen geven. De heer Bluijs: De participatiefolder hebben we nog niet, maar daar moeten we over kijken. Volgens mij werd die ook wel gesteld in relatie tot de Omgevingswet, over vooral die kleinere projecten van: hoe pak ik dat nu aan? Dus ik zal dat eens overleggen, ook met mijn collega die bij de Omgevingswet zit. Want het gaat wel helpen dat iedereen een goed gevoel heeft van: hoe pak ik dat nou aan? Dan kunnen we best wat dingen hier uitpakken. Dat zal ik nog eens bespreken, want waarschijnlijk is daar wel behoefte aan. Ik weet niet in hoeverre dat nu al een probleem is, maar dat hoor ik dan ook graag. Dus dat neem ik mee.
En de initiatieven, of daar al voorbeelden van zijn? Een lijst. Er lopen al een aantal aanvragen, een burgerinitiatief. Maar we zijn er recentelijk mee begonnen, dus ik denk dat toch pas bij de volgende jaarrekening we daar wat meer inzicht in kunnen geven. Maar ik zal het nog eens even navragen of er al wat gezegd kan worden over welke initiatieven er op dit moment zijn genomen.
De voorzitter: Dank u wel portefeuillehouder. Dan heb ik in de eerste termijn een duidelijke vraag van de heer Hermsen aan de commissie gehoord, namelijk: hoe de commissie, hoe de andere partijen, zoals de heer Hermsen dat verwoordde, staat in de bevoegdheden discussie die hier ook heeft gespeeld en ook terugkwam in het rekenkamerrapport. Dus ik nodig u en ik daag u eigenlijk allemaal uit om daar even op te reflecteren. En natuurlijk op alle andere onderwerpen waar je van mening kan verschillen. Ik heb ook een aantal moties en amendementen gehoord die mogelijk worden gemaakt. Dus aan u de vraag om daar het in het tweede termijn vooral over te hebben. Zoals u van mij kent gaan we wederom in willekeurige volgorde door deze tweede ronde heen, tweede termijn. We weten al dat het een bespreekstuk is, dus dat heb ik al genoteerd. Ik begin bij GroenLinks, mijnheer Keuning. De heer Keuning: Dank voorzitter. Om te beginnen met wat de wethouder net aangaf. Een jaar is best lang. Er lopen nu al dingen, er zijn waar de gemeente bij helpt. Er komen natuurlijk nog nieuwe dingen bij. Ik denk wel dat het eerder kan dat we een evaluatie daarop krijgen. Dat we kunnen kijken wat er gebeurt met de plannen die ingediend worden.
Waarom worden ze misschien afgekeurd? Waar kunnen wij u misschien bij ondersteunen? En de verschillende moties en amendementen die zijn eigenlijk, sommige moeten we natuurlijk nog bekijken, maar die van PvdA kunnen we sowieso al steunen en willen we ook wel over mee nadenken. Dank u wel. De voorzitter: Er was nog een vraag over de bevoegdheden, welke bevoegdheden de raad zou kunnen afstaan, moeten afstaan. Kunt u daarop reflecteren? De heer Keuning: Helaas niet. Daar komen we nog op terug. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de OPZ, mijnheer Berg. De heer Berg: Ik heb alleen, misschien ligt het aan mij, maar ik heb alleen…Ik had een vraag gesteld en volgens mij is die niet beantwoord: hoe gaat het met het wegen van de inbreng van individuele personen, ofwel van vertegenwoordigers namens een groepering? Is daar een bepaald wegingskader over? Volgens mij heb ik dat gemist, want daar was ik nieuwsgierig naar. De andere vraag, daar komen we ook met de raadsvergadering op terug. Dank u wel. De voorzitter: Ik heb wel de wethouder horen zeggen dat het per geval, per project eigenlijk anders is. De heer Berg: Ik zei al: misschien heb ik het gemist. Dank u wel dan. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar D66, mijnheer Hermsen. Geen behoefte. Dan gaan we naar Jong Zandvoort, mijnheer Driehuizen. De heer Driehuizen: Dank voorzitter.
De bevoegdhedendiscussie komen we nog even op terug, dat moeten we nog bespreken, maar bedankt voor de input daarover en daar zullen we wellicht nog wel even contact over hebben voor de raadsvergadering. Hetzelfde geldt over de moties en amendementen. We hebben de beantwoording natuurlijk beluisterd van de wethouder. We hebben daar toch nog wel vragen over. Want als ik goed heb beluisterd, dan geeft de wethouder eigenlijk aan dat als we het over de Omgevingswet hebben en over ruimtelijke activiteiten en de verplichting van participatie dat daar wel een link in is, maar dat het stuk daar niet over gaat. Wij vragen ons wel af: waarom staat dat dan in het stuk? Die folder is nog niet uitgewerkt. Er staat wel degelijk: participatie is verplicht voor ruimtelijke activiteiten. Het lijkt ons niet wenselijk dat als er een dakopbouw of een dakkapel gebouwd gaat worden, dat je dan wellicht moet gaan participeren met de
hele straat. Dat lijkt me onnodig en dan slaat de participatie ook wel door. Wij vragen ons af, het woord technisch en wellicht kunnen we dat schriftelijk terugkrijgen voor de raadsvergadering: waar staat dit dan in de Omgevingswet die inwerking is getreden, dat die participatie verplicht is en in welke mate? Misschien moeten we punt 3.2 wel helemaal uit dit stuk halen, want het is blijkbaar niet goed genoeg uitgewerkt. Dus daar zullen we wellicht ook nog wel met een amendement over komen. Dat is ook waar we het voor nu bij willen laten. De voorzitter: Dank u wel. De PVV, mijnheer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Bevoegdheden hebben wij van de kiezers gekregen bij de laatste verkiezingen om beleidsbepalend bezig te zijn. Onze vraag over meebeslissen ging daar in feite over. Gaat het over een of andere wijk en heb je een beperkte groep inwoners die daar zelf over mogen meebeslissen, dan kun je dat natuurlijk daar neerleggen. Ten aanzien van moties en amendementen, die wachten we rustig af en die gaan we dan heel nauwgezet bestuderen en dan komen we daar met een oordeel over. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Tiggelen. Dan gaan we naar het CDA, mijnheer Bol. De heer Bol: Dank voorzitter. Wat ons betreft ligt hier echt wel een mooi voorstel.
En horen de wethouders zeggen dat er ook echt wel ruimte is om bepaalde dingen te experimenteren. Ik lees ook de zaken terug over participatieparagraaf, uitdaagrecht, buurtbudget. Maar inderdaad ook goed om, mijn voorstel zou zijn om wel over een jaar te evalueren. Dan kunnen we altijd nog zaken toevoegen. Maar laten we eerst de tijd nemen om dit goed te implementeren. Maar we kijken uit naar de moties en amendementen van de andere partijen. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bol. Dan gaan we naar de VVD, mijnheer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. Even terugkomend over het evalueren. Het lijkt ons sowieso goed dat intern, na elke traject, die evaluatie is. En als er voldoende is om aan ons te presenteren, dan staan we daar voor open, uiteraard. Wat betreft die bevoegdheden, volgens mij is dat ook goed beschreven in het voorgaande stuk. De besluitvorming vanuit de raad en participatie, dat zijn twee communicerende vaten. Daar moeten we ook goed over nadenken aan de voorkant. Dat op het moment dat we meer gaan leunen op die participatie, dat we dan ook echt daadwerkelijk de touwtjes deels uit de handen geven en dat ook accepteren. Zeker wat betreft het draagvlak van de participatie. En over de moties en amendementen, die zien we dan graag tegemoet. Ik wilde daar nog iets over zeggen, maar dat ben ik even kwijt.
Het feit dat we het in ieder geval zonde zouden vinden als de aanbevelingen uit het onderzoek niet goed landen in het beleid, dat zou een gemiste kans zijn. Tegelijkertijd willen we er wel voor waken dat we niet een dermate ingewikkelde kerstboom met allemaal uitzonderingen en toeters en bellen met elkaar straks gaan optuigen. waardoor juist dat stukje duidelijkheid en helderheid minder wordt. Dus dat willen we wel eventjes meegeven als aandachtspunt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Drommel. Dan gaan we naar ZEE, mijnheer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel voorzitter. Interessante toelichting van de wethouder zojuist over dat er dus inderdaad een stuk flexibiliteit in zit, maar daar wil ik me ook weer aansluiten bij wat de VVD net zegt. We moeten natuurlijk wel oppassen dat we er niet een soort hele ingewikkelde boom van maken en als wij straks het enquêtebeleid wel gaan uitvoeren, maar er is niet duidelijk zichtbaar voor inwoners wat dan een beleid is van een atelier, een ontwerpatelier, dan is het natuurlijk ook heel gek. Dus ik ben van mening, of ZEE is van mening, dat het inderdaad verstandig is om het sowieso te gaan evalueren over een jaar, maar ik verwacht
daarbij dan ook wel min of meer, los van wat wij nog gaan indienen, aanvullen als raad zeg maar, dat er dan ook wel een soort van lijn wordt gekozen in hoe bepaalde zaken toegelicht en ingevuld gaan worden. Des te belangrijker vind ik dan die matrix in dit geval, want als er dus geen verplichting wordt gesteld, dus een soort ondergrens om het zo maar te zeggen, voor een bepaald type project wat voor soort participatie daarvoor nodig is en dat wordt niet nu direct goed in dat stuk opgenomen, dan kan het aankomende jaar kan daar van alles mee gebeuren. Dus het lijkt mij verstandig om daar als raad nog wel over na te denken en eventueel met amendementen het een en ander aan te passen. Verder wat betreft de aanbeveling van de rekenkamer, of juist toch een stukje hand in eigen boezem steken. En ik ben heel dankbaar voor de voorzitter voor het herhalen van een aantal van onze vragen. Maar het valt me toch vaak op als wij hier een vraag stellen, maakt niet uit welke partij dat doet, dat er dan niet op wordt gereageerd. En dan, net als wat de rekenkamer zegt: liever horen we dan een nee of weten we niet of noem maar op, dan helemaal geen reactie. Dus in ieder geval dank voor het herhalen en dat het daardoor alsnog ter sprake is gekomen, maar het zou fijn zijn als dat van nature gaat voor de volgende keer. Dat was de inbreng voor nu.
We komen graag binnenkort met onze voorstellen en we hopen uiteraard dat een aantal andere collega's daarbij willen aansluiten en meedenken. We staan natuurlijk open voor van alles. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gerrits. Gaan we naar de Partij van de Arbeid, tot slot, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Bij de eerste termijn hadden we nog een paar vragen en de ambities die we scherper wilden en vooral het verzoek om de aandacht te richten op permanente communicatie. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik na de beantwoording van de wethouder eigenlijk toch wel geschrokken ben. Ik hoor de wethouder een aantal zaken zeggen en door elkaar halen waarvan ik denk: hier gaat het nou juist om, het gaat om taal. Hij heeft veel woorden gezegd, maar hij heeft het voor mij minder duidelijk gemaakt. En dat geeft me niet het goede gevoel dat we nu dit goed gaan aanpakken met elkaar. Een verslag maken is geen doel op zich. Daar zijn we het volgens mij met elkaar over eens. Want dat is een bureaucratisch proces dat er in een raadsvoorstel zoiets zit en dat verdwijnt in een lade. Hoe gaan we de mensen die nu niet betrokken zijn, beter betrekken bij de processen, zodat we daarmee ook het vertrouwen in de politiek terugkrijgen? Draagvlak is geen doel, maar ik hoor de wethouder ook zeggen dat het toch heel fijn zou zijn als processen minder vertraging op zou leveren.
Nou, dat gaat allemaal over taal. Dat begint met van elkaar weten wat we ergens mee bedoelen. Dat betekent dat je met een offensief aan communicatie aan de slag moet gaan en niet met voorzichtig een participatieverslag bij een ruimtelijk proces van een jaar. En als het dan een jaar duurt, dan kunnen we er nog wel een keer op terugkomen. Dan heb ik echt een ander beeld van hoe we dat met participatie gaan aanpakken. Dat is niet de gewenste situatie. Want wat ik lees in het rapport van de rekenkamer, dat zie ik graag terug in dit plan. Ik begrijp dat het college goed naar dat stakeholdermanagement heeft gekeken, dat vind ik ook. Maar daar zitten echt hiaten in, die in het rekenkamerrapport dan nog worden opgevuld. Als ik kijk naar de inzichten, overigens, dan wordt er gezegd: hier hebben we het heel goed gedaan met die participatie, want dat hebben we toch maar mooi opgehaald. Nou, ik weet niet. Dat kunnen wij dus niet beoordelen, want ik weet niet hoe u dit gedaan heeft. Maar inzicht 7 zegt: zoek de doelgroep waar ze samenkomen. Bij jongeren, bijvoorbeeld jongerencentra, scholen en bij ouderen de koffieochtenden bij Pluspunt en de Blauwe Tram. Volgens mij is er dan een gigantische hoeveelheid mensen tussen de dertig en vijfenzeventig die we dan niet betrekken. Dat is niet de bedoeling.
We moeten echt op zoek naar op welke wijze wij in deze digitale wereld mensen erbij kunnen betrekken. Ik weet dat door corona de wijkbijeenkomsten voor de omgevingsvisie niet door konden gaan en die moesten hals over kop digitaal geregeld worden. Dat was een doorslaand succes. Want andere mensen kwamen vanaf de bank in beweging om even digitaal mee te kunnen doen met de inspraak. Zo lees ik dit document en dat hoor ik eigenlijk de wethouder niet zeggen, dus daar maak ik me ongerust over. De wethouder heeft het ook over
overheidsparticipatie. Het is maar een term. Maar ik ben heel benieuwd hoe we dit aan de bewoners duidelijk gaan maken wat hiermee bedoeld wordt. Want ik denk dat de gemiddelde inwoner bij het woord overheidsparticipatie toch denkt dat we met de provincie gaan participeren als gemeente. Er liggen nog zoveel zaken die in communicatie moeten worden uitgewerkt. Dus ik maak me hier toch echt wel ongerust over. Initiatievenraad en buurtbudget. In 2018 is Partij van de Arbeid begonnen met het buurtbudget. Ik kan me nog wethouder Berendsen herinneren die daar een idee van de maand van gemaakt heeft. Dat kwam niet van de grond, omdat er een enorme lijst aan eisen was waar initiatieven aan moeten voldoen. Als je dat bureaucratisch vormgeeft, dan krijg je dat succes niet. Dus ik zoek naar de bevestiging dat we daarin dat op een andere manier gaan vormgeven. Ik maak me werkelijk ongerust. U hoort dat aan me. Als het gaat om de initiatievenraad, dan denk ik door meer mensen buiten de gemeente zelf erbij te betrekken, dat je dan die deuren open gaat zetten. Dus ik ben daar echt een voorstander van en ik denk dat ik daar een voorstel voor ga doen. En communicatie als permanent proces, dat is toch wat ik vooral op tafel wil houden. Als we dan zeggen: we gaan eerst maar eens voorzichtig beginnen en dan kijken we wel. Ik denk niet dat we dan grote stappen gaan maken.
We moeten inderdaad straks met de goede plannen dat overal inwerken, maar we moeten het ook eens een keer aandurven om een geloot burgerberaad ergens in te zetten. Dus we moeten het vooral niet uit de weg gaan. Ik hoor een erg voorzichtige wethouder en ik hoop dat ik dat niet goed heb beluisterd en dat hij mij daarvan kan overtuigen dat het anders gaat worden. Het gaat om woordkeus. Nu hoor ik de wethouder zeggen: als partijen zich gaan melden, kunnen ze op de website zien, kunnen ze zoeken op initiatieven. Nee, je moet erop af. Je moet permanent de communicatiestroom naar buiten toegeven en niet wachten tot ze je gevonden hebben door de juiste zoekterm in te vullen. Dat is echt iets waar ik me zorgen om maak. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koper. Portefeuillehouder, aan u het woord. De heer Bluijs: Om bij het laatste te beginnen. Ik heb gezegd: we zijn er net mee begonnen. Je kan het nu al op de website zoeken. We gaan nog communicatie over het hele initiatievenbudget beginnen. Dus wat dat betreft hebben we elkaar dan verkeerd begrepen. En over participatiemiddelen. Juist daar wordt op ingesproken gegeven ook dat we andere vormen gaan toepassen en moeten gaan toepassen. Dat staat bij punt, inzicht 6.
U haalt inzicht 7 eruit, maar inzicht 6 geeft juist aan dat we dat juist moeten gaan benutten en dat het ook in die twaalf punten als heel belangrijk wordt aangegeven dat we dat moeten gaan doen. En dat we al die doelgroepen die we nodig hebben om een goed participatieproces te bereiken, moeten ophalen. Dus dat staat echt wel…En daar gaan we ook 100 procent op inzetten. Dat ging vooral over de nieuwe dingen. Daar ben ik wat voorzichtiger in. Ik denk: laten we eerst dit goed van de grond krijgen en dan de volgende stap zetten. Maar de basis, die moeten we goed neerzetten en we moeten inderdaad zorgen dat we al die doelgroepen gaan bereiken. Dat we er ook voor zorgen dat we dat met de juiste communicatiemiddelen doen. Als er vanuit de raad initiatieven nu komen om iets toe te voegen wat er misschien niet in staat en dat, dat dan helpt om ons die extra push te geven, ben ik daar voorstander van. Ik vind het prima om dat op die manier te doen. Maar het is niet zo dat wij het alleen zelf moeten doen, we moeten het met elkaar brengen. En extra communicatie, natuurlijk moet er extra communicatie plaatsvinden. Als u de inwonerspeiling bekijkt, zien we dat het langzaam vooruitgaat. We zitten op een 6,5 nu. We moeten naar een 8 toe. Dat moet verder groeien. Men vindt dat de gemeente al beter communiceert. Daar moeten we dus nog een schepje bovenop doen.
Dat willen wij ook echt gaan doen. Daar gaat deze methodiek en wat we op hebben gehaald met die twaalf punten bij helpen. Daar ben ik van overtuigd. Dus ik hoop dat ik daarmee een stuk van uw zorgen heb weggehaald. En anders moeten we er straks nog maar even over verder praten. Of morgen. De voorzitter: Portefeuillehouder, u heeft een interruptie van de heer Gerrits.
De heer Gerrits: Voorzitter, even een verhelderende vraag voor de wethouder ook, want ik onderschrijf de kritiek van mevrouw Koper eigenlijk wel en ik zou graag met haar willen samenwerken op die punten. Maar iets wat ik gewoon niet begrijp, we hebben een jaar geleden, ik heb ook meegedaan in de commissie op wat betreft dit beleid, hebben we voor het eerst gezeten. Best een lange periode en eigenlijk krijgen wij nu te horen dat heel veel dingen open eindes hebben en dat er dus nog geen bepaling is van hoe gaan wij mensen proactief benaderen. Er is geen concrete invulling van heel veel van de termen die er staan. En dan vraag ik me eigenlijk af: hoe kan dat? En op welke termijn kunnen wij die dan wel gaan verwachten als dat nog toegevoegd gaat worden? Want eigenlijk vind ik dat wel ingewikkeld. Dank u wel. De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Bluijs: Er staat gewoon bij de punten en bij de participatiemiddelen: we gaan ermee aan de gang. Dus we laten niks liggen. We gaan niet zeggen: we gaan niet een enquête doen als het beter is. We gaan alle middelen inzetten om het te verbeteren. Daar is expertise voldoende voor in onze organisatie om dat ook goed op te pakken. Dus die zorg heb ik niet, die u heeft over alsof we niet in staat zijn om de dingen op te pakken. De voorzitter: Mijnheer Gerrits, aan u het woord. De heer Gerrits: Dank u wel voorzitter.
Toch nog een verhelderende vraag voor de wethouder dan, want dat begrijp ik. Maar een beleid, dat is de hele definitie van beleid, dat omvat heldere kaders en definities en regels en een wijze waarop iets plaatsvindt, gebeurt. Dat mis ik hier. Er staat alleen maar: dit zijn de opties, die kunnen dan en dan ingezet worden. En ik heb er al het vertrouwen in dat het college dat zo goed mogelijk zou oppakken. Maar wij als raad hebben toezicht nodig. Wij geven die kaders mee. Momenteel zie ik die gewoon onvoldoende terug. Nogmaals, ik begrijp niet: hoe kan dat? Hoe kan het dat na een jaar lang daarmee bezig zijn, dat dat niet fatsoenlijk is opgenomen? Gewoon de basis daarin. Gewoon de basis. De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Bluijs: Ik zie dat niet hoor. Ik zie participatiemiddelen staan, digitale participatie, inwonerspanel kunnen we inzetten, bijeenkomsten van workshops, burgerforum, we kunnen allerlei dingen inzetten. Ik zie niet dat deze nota…Ik vind het juist een hele heldere nota, voor het eerst een nota van minder dan twintig pagina's, waar gewoon alles wel benoemd staat. Ik zie dat gewoon niet, dat de dingen niet benoemd staan. Maar u heeft nog een aantal dingen die u mist. Kom er dan mee en ga dan met elkaar in overleg. En dan vullen we het aan en dan kunnen we er nog een beter stuk van maken. De voorzitter: Ik heb nog een aantal vragen openstaan.
Nog eentje van Jong Zandvoort betreffende de Omgevingswet en waarom er wel stukken uit de Omgevingswet worden benoemd in het stuk. De heer Bluijs: De participatie vanuit de Omgevingswet is gewoon een apart item. We zullen dat verder toelichten, maar dat is gewoon een apart item. Hier gaat het over de participatie voor allerlei andere zaken, maar de participatie rond de Omgevingswet, dat is allemaal beschreven in de omgevingswet. Als u daar meer informatie over wilt hebben, dan zullen we dat aan u sturen, maar het is niet zo dat deze participatienota gaat over die dingen die u net noemde, de schuurtjes en het dakkapelletje. Daar gaat deze nota niet over. De voorzitter: Mijnheer Driehuizen.
De heer Driehuizen: Is het dan een idee om het er gewoon uit te halen als we het op een later moment gaan ontvangen? Hier staat toch echt dat het verplicht is voor ruimtelijke activiteiten. Het kan toch geïnterpreteerd worden dat je altijd maar moet participeren. De heer Bluijs: Dat moet je ook volgens de Omgevingswet. Wij geven alleen maar aan: we hebben participatie die vanuit de gemeente en de overheidsparticipatie en al die andere manieren van aanpakken. Dan zeggen we ook: let op, er is ook nog participatie vanuit de Omgevingswet vastgelegd in de wetgeving. En dat benoemen we even, zodat we wel weten dat, dat er ook is. En dat er een link natuurlijk is tussen die ene manier van participeren. Maar het is gewoon een gegeven dat de Omgevingswet die participatie allemaal vraagt. Als dat bij u niet duidelijk is en u het gevoel hebt, moeten we misschien eerst maar eens even met de portefeuillehouder van de Omgevingswet in gesprek van hoe zit dat nou en wat kunnen we er dan aan doen om dat te verbeteren? Als dat nodig is, dan lijkt het mij dat zeer verstandig om dat wel te doen. Want als u denkt van: dit is mij niet duidelijk, dan zal het bij meerdere mensen niet duidelijk zijn. Maar volgens mij voor de Omgevingswet zijn er hele websites waar helemaal uitgelegd is wat je wel en niet moet doen. Dus ik weet niet of dat beter omschreven kan worden.
Maar het heeft indirect hiermee te maken en daarom hebben we het gewoon bij 3.2 participatie vanuit de omgeving nog even omschreven kort van: let op, dat is ook aan de orde. De voorzitter: Dank u wel portefeuillehouder. Daarmee ronden we dit agendapunt af. Ik zie dat er nog misschien een nabrander is van de heer Gerrits. Als die kort is dan sta ik deze nog even toe. Mijnheer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel voorzitter. Echt een hele, hele korte mini derde termijn zeg maar. Waar wij bij blijven, als ZEE, is eigenlijk dat we het gewoon heel gek vinden dat dus op het moment…Er staat dus: we gaan iets doen, maar de rekenkamer heeft ons net verteld waarom, hoe en wat. Die dingen staan consequent niet uitgelegd. Dus op het moment dat het gaat over een bepaalde participatie optie is het niet de vraag: wanneer, dus waarom kiezen wij voor een bepaalde vorm van participatie? Vervolgens: hoe gaan wij dat doen? Dus wat zijn de exacte kaders voor die wijze van participatie? Dus niet dat elke keer een ontwerp atelier even uit de duim wordt gezogen en op een bepaalde manier wordt neergezet. Vervolgens is het de vraag: wat gebeurt er uiteindelijk mee? Dat wordt ook niet meegenomen in het stuk. Dat is wat wij bedoelen met dat we het een beetje een verwarrend en toch onuitgewerkt stuk vinden voor iets wat heel lang gaande is. Dat was de inbreng, dank u wel.
De voorzitter: De vraag is: is de portefeuillehouder dat daarmee eens? De heer Gerrits: Excuus, ik dacht dat we nog een derde termijn hadden. Is de portefeuillehouder het daarmee eens? Excuus. De heer Bluijs: Ik ben…Overigens ook als u naar de matrix kijkt dan kunt u zien dat wij hebben aangegeven vanuit die matrix de type van het vraagstuk, het doel van de, wat voorbeelden. Dat kan je met nog tien voorbeelden aanvullen. Maar het is en blijft maatwerk. Daar moet je ook rekening mee houden. Dat het gewoon maatwerk is. En dat we een heleboel instrumenten aangeven waar we gebruik van kunnen maken. De voorzitter: Dank u wel portefeuillehouder. Wat dat betreft over dit punt gaan we verder in de raad. Het is een bespreekpunt. Ik heb een aantal moties en amendementen over tafel horen gaan. Ik nodig u ook graag uit om met elkaar vooral het gesprek aan te gaan om die moties en amendementen met elkaar voor te bereiden. Ik dank de portefeuillehouder voor dit agendapunt.
10. MRA Agenda De voorzitter: Wij gaan over naar agendapunt 10. Dat is namelijk de bespreking van de MRA agenda. Naast mij neemt plaats de burgemeester, de heer Moolenburgh. Ik geef u een korte inleiding. Ter bespreking de commissie in mei is bedoeld, of deze bespreking is bedoeld, als voorbereiding op de regionale radenbijeenkomst op 5 juni 2024. Zo is er ruimte om naar aanleiding van het gesprek met andere raden nog wijzigingen aan te brengen op de nu geformuleerde zienswijze. Het raadvoorstel met daarin opgenomen de zienswijze, de definitieve zienswijze zal vervolgens in juli worden geagendeerd, voor bespreking in de commissie en daarna natuurlijk ook in onze raad. Hoewel de MRA heeft aangegeven de zienswijze graag uiterlijk 28 juni 2024 te ontvangen, is regionaal afgestemd dat juli ook akkoord is. De raad wordt dus het volgende voorgelegd als zienswijze naar voren te brengen bij het bestuur van de MRA, de wensen en opvattingen bij de 80% versie van de MRA agenda, zoals geformuleerd in paragraaf 2 van het voorstel. Voor de duidelijkheid, dit stuk is dus alleen maar ter bespreking in deze commissie en zal dus niet in de raad terugkomen. U hoeft dus ook niet aan te geven of dit een bespreekstuk is of een hamerstuk. Ik kijk, voordat ik de commissie inga, even op de publieke tribune of daar iemand wenst zich in te spreken over dit punt.
Ik concludeer dat, dat helaas niet het geval is. Dat brengt mij aan de kant van de commissie. Ik begin in dit geval bij de OPZ, mijnheer Berg. De heer Berg: Dank u wel, voorzitter. We lezen in het raadsstuk lezen we de wensen, opvattingen en de ambities. Voor elk van de onderstaande wensen, opvattingen en uitgangspunten uit het raadsvoorstel in zake de 80% versie van de MRA agenda is het de vraag of de ambities verenigbaar zijn met de inhoud en ontwikkelingen van ons dorp als tweede kustbadplaats van Nederland. Gesteld dat het niet zo is, wat zijn dan de gevolgen voor Zandvoort? Zo lezen we in ambitie 5: leefbare dorpen en steden met voldoende betaalbare bereik bij de toekomstbestendige woningen. Ambitie 6: versterken kwaliteit van ons landschap. Ambitie 7: we willen dat internationale toerisme bijdraagt aan de leefkwaliteit van onze inwoners. Ambitie 8: het duurzame en betaalbare wijze kan verplaatsen. En onze internationale connectiviteit verduurzamen we. Gezien de bestaande omvang en groeiverwachtingen van de vrije tijdseconomie kan het strijdig worden geacht met deze ambitie. Het probleem is dat de ambities 5 tot en met 8 niet duidelijk is hoe men dit wil realiseren. Daardoor is het ook niet duidelijk voor ons hoe dat voor Zandvoort uitpakt met alle risico's van dien. Alvorens hiermee in te stemmen lijkt een voorbehoud op zijn plaats en is opheldering gewenst.
Vindt de commissie het wenselijk om dit als bedenking op te nemen in de voorgestelde zienswijze inzake het ontwerp jaarplan 2025? Daarnaast lijkt het verstandig om een nulmeting te doen naar de huidige mate van bereikbaarheid, de omvang van onze vrije tijdseconomie en de actuele bezoekersaantallen, zodat indien zich de nadelige effecten voor Zandvoort zich zouden voordoen, wij daarover op gefundeerde wijze met onze samenwerkingspartners het gesprek kunnen blijven aangaan. Tot zover, dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Berg. Dan ga ik naar GroenLinks, mijnheer Keuning. De heer Keuning: Geen op-of aanmerkingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het CDA, mijnheer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Voorgesteld wordt een zienswijze af te geven op de MRA agenda 80% versie. Zoals al aangegeven wordt een aantal ambities geformuleerd. Wij delen de geformuleerde concept zienswijze, zoals die nu aan ons wordt voorgelegd, dus daar kunnen we ons in vinden. We willen dan wel nog een belangrijk punt meegeven bij de ambitie als het gaat om het realiseren van een klimaatneutrale en circulaire regio in 2050. Wat hier nu staat genoteerd is dat Zandvoort als het gaat om de verdeling van de kosten graag