7. Transcript - 14 mei 2024
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE RAADSCOMMISSIE VAN GEMEENTE ZANDVOORT d.d. 14 mei 2024
1.
Opening en mededelingen De voorzitter: Een hele goedenavond aan de mensen thuis, de mensen in de zaal op de publieke tribune en aan de commissieleden hier in de raadszaal aanwezig. En in het bijzonder ook nog een hartelijk welkom aan onze rekenkamer, de heer Robert Douma en aan de onderzoeker van het onderzoeksbureau GBG, de heer Arno Geurtsen. Vanavond bespreekt u de agenda onderwerpen die ter voorbereiding en besluitvorming op de agenda staan voor de vergadering van eind mei, 28 mei om precies te zijn. Daarnaast zijn er twee agenda onderwerpen die vandaag eigenlijk allemaal ter bespreking richting die raadsvergadering gaan. We beginnen zoals altijd met of iemand nog een mededeling heeft over belangen of betrokkenheid in de raad en daarvoor kijk ik even rond. Ik zie dat niemand een mededeling heeft over belangen en betrokkenheid.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 2, het vaststellen van de agenda. Er heeft zich één inspreker gemeld voor een niet geagendeerd onderwerp. En ik stel voor om die inspreker na dit agendapunt, bij agendapunt 3, het woord te geven. Dus na het vaststellen van de agenda, als u daarmee als commissieleden akkoord bent. En ik zie dat dat het geval is, dank u wel.
3.
Insprekers De voorzitter: Dat brengt mij meteen, als u ook akkoord bent met de agenda, en ook dat is het geval, zie ik, bij agendapunt 3, de inspreker. Daarvoor vraag ik als eerste de heer Vurendonk even naar voren om in te spreken over het thema wonen. En de heer Vurendonk heeft zo meteen drie minuten de tijd om daar het een en ander over te vertellen. Daarna is het aan u om ook nog vragen te stellen als u die heeft en gaan we daarna verder met de agenda zoals die voor ons ligt. Mijnheer Vurendonk, aan u het woord. En u mag even de microfoon aandrukken op het rode knopje. Inspreker: Ja, ben ik verstaanbaar? Geachte voorzitter, geachte raad. Vorige keer dat ik hier was stond de parkeernormennota op de agenda. Wonen en parkeren zijn door de gemeente Zandvoort aan elkaar gekoppeld. Wonen zonder plek voor je vervoermiddel is erg lastig. Vroeg of laat heb je er meestal toch eentje nodig. Deze parkeernota kan daarom een grote invloed hebben op de mogelijkheid om in Zandvoort te kunnen wonen. Momenteel is het gebiedsteam van Zandvoort op zoek naar locaties waar woningen ontwikkeld kunnen worden. Zeshondervijftig woningen voor 2030 en nog eens negenhonderd na 2030. Ondertussen verdwijnen er steeds meer parkeerplaatsen. Hierdoor blokkeert het gemeentebestuur in feite de woonambities van Zandvoort en het werk van het eigen gebiedsteam.
De woonwijken zijn inmiddels bezaaid met parkeermeters zodat toeristen daar kunnen parkeren. Voor de afvalsector zijn de afgelopen jaren meerdere parkeerplaatsen opgeofferd. En nu worden er weer vijfhonderd parkeerplaatsen van onze openbare ruimte weggegeven aan buitenlandse beursgenoteerde bedrijven. Verder gaan er opnieuw twaalf parkeerplaatsen naar de toeristensector. De huidige wethouder die hiervoor verantwoordelijk is en had in de vorige raadsperiode als raadslid van de VVD grote kritiek op de eigen wethouder, omdat zij parkeerplaatsen liet verdwijnen. Nu doet hij dat nog een tandje sneller. Vooral voor jongeren is het erg moeilijk om een beetje fatsoenlijke woonplek te vinden. Dat maakt het nog meer beschamend voor deze wethouder, omdat hij op zijn positie zit namens Jong Zandvoort. Hoewel hij niet op de kieslijst stond voor Jong Zandvoort en jongeren niet
voor hem konden kiezen, is hij nu wel verantwoordelijk voor hun huisvesting. Het lijkt er helaas op dat deze wethouder de bekende werkwijze voortzet, zijn beleid doordrukken, zonder dat de Zandvoorters daar serieus bij betrokken worden. Ik had serieus meer van hem verwacht. Beste raad, het maakt mij eigenlijk vooral heel erg verdrietig. En daarom vraag ik u: raad, doe wat. Dank u wel voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Nog even blijven zitten, want wellicht is er nog een vraag vanuit de commissie. Ik kijk de commissie even rond. Ja, mijnheer Sukel aan u het woord. De heer Sukel: Dank u wel, mijnheer Vurendonk. U heeft het over buitenlandse beursgenoteerde bedrijven. Heeft u het hiermee over de exploitanten van de laadpalen? Dank u wel. De voorzitter: Zou u dat misschien ook nog even voor de band willen benoemen? De vraag was of het betreft de laadpalen betreft. Inspreker: De laadpalen worden dadelijk geëxploiteerd, niet door Zandvoort, maar door beursgenoteerde buitenlandse bedrijven. Ja, er was natuurlijk hoop dat, dat gewoon in eigen hand zou blijven. En ik denk dat er best wel mogelijkheden zijn om dat te realiseren c.q. op een andere manier van stroomvoorziening voor onze elektrische auto's te voorzien. Maar ja, als je het gesprek niet aangaat met je medebewoners, dan zal het inderdaad nooit tot enig beleid leiden.
En dan zit je vast aan beursgenoteerde buitenlandse bedrijven. Dat maakt me dan heel erg verdrietig. De voorzitter: Dank u wel. U had ook nog een vraag van de heer Berg. Zelfde vraag? Oké. Dan dank ik u hartelijk voor het inspreken in onze vergadering. Inspreker: Graag gedaan. 4.
Mededelingen van het college De voorzitter Dan gaan we verder met agendapunt 4 en dat is de mededelingen vanuit het college. Bij ons is één mededeling bekend door de heer Hendriks. Ik vraag de heer Hendriks graag naar voren. Die mededeling zal gaan over het onderzoek naar de bereikbaarheid van Nieuw Noord. Portefeuillehouder Hendriks aan u dan het woord. De heer Hendriks: Dank voorzitter. Zoals u weet werken wij al een tijdje aan een nieuw gemeentelijk verkeersen vervoersplan. Belangrijk onderdeel in dat verkeers- en vervoersplan is natuurlijk de verbinding, de aansluiting naar Zandvoort Nieuw Noord. Ook in uw coalitieprogramma heeft u het over de wens voor een extra verbinding naar Nieuw Noord. Eind april, een paar weken geleden, is een opdracht verstrekt aan Royal HaskoningDHV om daar een haalbaarheidsstudie naar te verrichten. Dus het doortrekken van een Herman Heijermansweg of vergelijkbare verbinding naar Nieuw Noord. Zoals u zult begrijpen, Is dat een complex onderzoek waar gekeken moet worden naar stikstof, natuur, aanlegkosten, stakeholders, omwonenden, de NS, ProRail. Er moet naar veel zaken gekeken worden en de consequenties van die weg zijn ook groot. Namelijk, is het wel een haalbare kaart of niet, betekent natuurlijk veel voor de rest van het gemeentelijke verkeers- en vervoersplan.
Vandaar dat we eerst dit onderzoek nu doen en daarna het gemeentelijke verkeers- en vervoersplan afmaken. En ik verwacht ergens na de zomer de uitkomsten van het onderzoek, wat nu net begonnen is, binnen te hebben.
5.
Rondvraag De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Dan gaan we door naar de rondvraag. Er hebben zich aan het begin van deze vergadering twee commissieleden gemeld met rondvragen. Dat betreffen de heer Keuning en de heer Berg. De heer Keuning stelt een vraag over het Watertorenplein. Aan u het woord. De heer Keuning: Dank voorzitter. Onze eerste vraag gaat inderdaad over het Watertorenplein en deze vraag wordt mede gesteld door de Partij van de Arbeid. We lezen de laatste dagen veel over de rumoer die is ontstaan rondom het Watertorenplein. Er werd in een van de laatste artikelen gesuggereerd dat de gemeente hier al eerder op de hoogte van was. Klopt deze suggestie? Het mag namelijk niet zo zijn dat er al zo lang een discussie is. Bewoners moeten duidelijkheid krijgen. Is er dan ook al een oplossing voor de problemen en zouden we een tijdspad naar de oplossingen kunnen krijgen? Ik heb ook nog een tweede vraag voorzitter, kan ik die ook stellen? De voorzitter: Betreft het een actualiteit? De heer Keuning: Het gaat over de toegankelijkheid van de oude trambaan. Ik stel hem gewoon en ik hoor het wel. Deze vraag wordt dan ook door Jong Zandvoort mede ingediend. Er is veel overhangend groen ter hoogte van Bentveld bij de laatste poortjes op het Zandvoorts terrein richting Aerdenhout. Dit maakt het voor fietsers lastig om goed door de poortjes te kunnen.
Zou de wethouder dit zo snel mogelijk kunnen aanpakken? Er mag ook schriftelijk op woorden geantwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de fractie van de OPZ. Mijnheer Berg, u stelt de vraag over de flyer van de Middenboulevard? De heer Berg: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb het Zandvoortse krant, ik heb hem weer met verbazing zitten lezen, we hebben wel vaker de vragen gesteld erover. Maar er wordt een enquête gehouden van wat vindt u van de Middenboulevard en waar moeten we het naartoe mailen? Naar boulevard@haarlem.nl. Het verzoek is voor de zoveelste keer gewoon Zandvoort.nl ervan te maken en niet Haarlem.nl. Aansluitend die vraag van de Watertoren hadden wij schriftelijk ingediend. Wij zijn gelukkig heel erg tevreden hoe de plan vorm heeft gekregen en de invulling is 99% door Zandvoorters. ‘…’ maakt ons heel gelukkig. Maar laat het niet een dossier worden met op het einde dat er tranen vloeien, ik hoop dat er snel wordt doorgepakt en dat er met de mensen overlegd wordt om alles de plooien glad te strijken. Dat is onze oproep daarin. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En beide vragen zijn voor wethouder De Kloet, die ook al naast mij heeft plaatsgenomen. Wethouder, aan u het woord. De heer De Kloet: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb ze even meegeschreven.
Er werd de vraag gesteld van: als het gaat over Watertorenplein, was dat al eerder bekend? Dat vind ik wel een hele interessante vraag, want eerder dan wat? Dat klinkt misschien een beetje flauw, maar wat ik kan vertellen is dat wij in ieder geval in de kwartaalrapportage van oktober vorig jaar daar nog niet iets over hebben gemeld op deze manier. Tot mei kwam het wel in het begin van dit jaar. En daarom heb ik in februari al een gesprek gehad met omwonenden om de problemen die er zijn en de klachten die er zijn met hen te bespreken. Vervolgens, en dat heeft u ook kunnen lezen, is er gesprekken geweest met de uitvoerder. Daar zijn we niet op die manier uitgekomen. En ik heb op 9 april hier een mededeling gedaan. Dat ging weliswaar over de Marisstraat. En ik heb daar toen wel de omgeving Watertorenplein bij genoemd. Misschien niet zo specifiek dat u daar dacht van: nou dat heeft hij dus goed beantwoord. Dat was wel mijn bedoeling overigens om het hele plangebied in één keer daarmee te
bespreken. Wat dit specifieke geval betreft heb ik de prioriteit gesteld, of ik, we, de prioriteit gesteld om de bezwaren die er leven bij omwonenden om die als eerste aan te pakken. Dat zijn eigenlijk drie dingen. Het is de toegankelijkheid van het appartementengebouw met de beroemde zestig centimeter. Daar is nu een tijdelijke voorziening getroffen en daar proberen we een permanente voorziening uiteraard voor te maken om goed dat gebouw in te kunnen. Het tweede is het aanleggen van, ik zal maar even populair zeggen, de stoep aan de kant van de rotonde. Daar is al mee begonnen met die uitvoering. Begin vorige week volgens zijn daar de eerste stenen gelegd. Ik ben vanmiddag nog even wezen kijken. Die liggen daar inderdaad in. Het ging daar om de afwatering, waar nog een vraagteken over was. Dat is nu ook opgelost. En het derde is dat de auto's die vanaf het parkeerdek, die er nu is, wegrijden met hun lichten schijnen in de appartementen aan de overkant van de straat. Ik heb daar vorige week met de ambtelijke organisatie een gesprek over gehad. Ook daar wordt naar een oplossing gekeken, of het nou een extra muurtje is of een haag of anderszins. Dat durf ik hier niet te zeggen. Daar wordt nu naar gekeken wat het snelste en beste te doen is. Dus dat is eigenlijk de stand van zaken op dit moment. Er wordt aan gewerkt en dat is denk ik het belangrijkste.
Als ik er iets aan toe mag voegen, als u me toestaat voorzitter, is dat dit natuurlijk wel iets is waarvan ik denk, en ik neem aan dat we dat met z'n allen denken, van hoe kan dit nou eigenlijk? Dus ik heb wel gevraagd om helemaal uit te zoeken waar is nu precies iets misgegaan als het gaat over het pijl? Ik heb daar een vermoeden, maar dat wil ik wel goed uitgezocht hebben. Niet alleen om erachter te komen wat is er hier nu gebeurt, maar u heeft ook de nieuwe kwartaalrapportage gezien. U ziet dat er achttien projecten actueel zijn. En u zult ook begrijpen dat het niet mijn bedoeling is om achttien keer dit te krijgen. Dus ook in de voorfase, als een project echt gaat starten, moeten dit soort dingen niet meer voorkomen. Dus dat is nu uitgezet om precies te kijken van waar komt dit nou vandaan. Tot zover even, dank u wel. De voorzitter: Als het goed is heeft u ook nog een vraag openstaan van de OPZ over de flyer betreffende de Middenboulevard. De heer De Kloet: Ja, dat is waar wat de heer Berg zegt, uiteraard, want hij liet het ook zien. Dat is eigenlijk nog iets wat er doorheen geglipt is als het gaat over de boulevard herinrichting. Het is een oud mailadres wat nog stamt uit de herinrichting van de Zuidboulevard. Toen is dit ook gebruikt. En ja, in een soort automatisme is dit er doorheen geglipt. Ik heb in ieder geval al aangegeven dat dit niet de bedoeling is.
En we kijken nu om dit zo snel mogelijk te herstellen in ieder geval. Om gewoon met @zandvoort.nl dit aan onze inwoners kenbaar te maken. En er wordt even technisch gekeken van als je het oude mailadres dan hebt, kan je het even doorlinken naar je nieuwe mailadres. Maar op die manier wordt daar wel aan gewerkt om dat zo snel mogelijk te herstellen in ieder geval. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Vragen zijn betreffende de actualiteit. En ik concludeer dat, dat niet het geval is. De vraag van GroenLinks zal schriftelijk worden beantwoord door het college. 6.
Update Regio & MRA De voorzitter Wat ons brengt bij agendapunt 6, namelijk de update uit de regio. Daarvoor kijk ik de heer Drommel aan. Mijnheer Drommel, heeft u een update uit de Regio of de MRA? De heer Drommel schudt nee, dus dan gaan we naar agendapunt 7.
7.
Bespreking overzichten 7.a Overzicht raadsinformatiebrieven 7.b Overzicht toezeggingen 7.c Overzicht moties De voorzitter De bespreking van de overzichten. En hier bent u wellicht gewend dat we eerst altijd de raadsinformatiebrieven bespraken, daarna de toezeggingen en de moties. Maar de agendacommissie die heeft gepoogd om deze te clusteren. Dus we gaan het vandaag op een wat andere manier doen. En ik vraag u dan als eerst of u wellicht een vraag zou willen stellen over een raadsinformatiebrief en motie of de afdoening van een toezegging. Jong Zandvoort. Wie mag ik als eerste woord geven? Van mij mogen jullie het allebei. De heer Driehuizen als eerst? Mijnheer Driehuizen. De heer Driehuizen: Bedankt voor het woord, voorzitter. Wij hadden een vraag over de motie naamswijziging. Kunnen we die ook gelijk stellen of gaan we eerst een rondje over? De voorzitter: Als u hem gelijk kan stellen, dan hebben we hem meteen genoteerd. De heer Driehuizen: Dat is goed. Wij hebben vernomen dat een aangenomen motie over de naamswijziging voor na de Formule 1 eigenlijk simpel gezegd in de prullenbak is gegooid door Zandvoort Beyond. Wij zijn eigenlijk gewoon benieuwd wat nou echt de stand van zaken hierin is? Ook het programma wat we nog steeds niet gezien hebben, wat volgens mij ook half mei zou komen. Maar dat terzijde. En wat dan de eventuele lange termijnvisie is omtrent naamsverandering.
Zeker omdat, we hebben eerder aangegeven, wellicht om het jaar na 2025 en daar lezen we ook niks over terug in de raadsinformatiebrief hierover. Dus graag een antwoord daarop van de wethouder, want we schrokken er wel van toen we het lazen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Göransson van Jong Zandvoort. Mevrouw Göransson: Dank u wel, dan ga ik door. We hadden een vraag ook over de raadsinformatiebrief over de toezegging van de rolstoelvriendelijke voormalige trambaan. We hadden gemaild ook over wat de rolstoelgebruiker nou eigenlijk zelf wenst. Omdat naar ons idee ook de motie opgezet was omdat er echt een wens vanuit de rolstoelgebruikers is. Dus onze vraag is wel of dat ook aan hun gevraagd kan worden? Wat de wens is van hun en ook hoe we het voor hun anders op een andere manier kunnen verbeteren om wel soepel, zou ik bijna zeggen, richting het centrum van Zandvoort te kunnen komen. Dan nog een opmerking of vraag over de openstaande toezeggingen. Er is een toezegging van de heer Moolenburgh over het dekkingsplan van de brandweer. Hier is vorig jaar februari als toezegging gedaan om een terugkoppeling te geven over de overschrijdingen van de opkomsttijd en een terugkoppeling over hoe dat komt als gevolg van de weginrichting en hoe we dit gaan oppakken en voorkomen.
Een aantal van onze inwoners heeft een brief gekregen vanuit de brandweer met daarop dat de opkomsttijd niet gehaald wordt met één tot twee minuten. Waarbij eigenlijk in de nuance gezegd wordt dat dit zou liggen aan het aantal vrijwilligers en de opkomsttijd van de vrijwilligers. Ik denk, als ik voor mezelf spreek, dat we extreem blij mogen zijn dat we de vrijwilligers van de brandweer hebben en dat zij dag en nacht voor ons willen klaarstaan en uit hun bed geroepen willen worden. En het feit dat er zo'n brief rondgestuurd wordt waarbij specifiek de vrijwilliger als de boosdoener aangehaald wordt, terwijl hier ook gezegd wordt dat het aan de weginrichting ligt, is wat ons betreft niet netjes en zeker ook niet wenselijk naar de vrijwilligers die we juist willen behouden en die we zeker niet op zo'n manier met een brief af willen schrijven. Dus ik wil hierbij gezegd hebben dat het namens ons niet wenselijk is dat er op deze manier
gecommuniceerd wordt en het liefst ook een rectificatie voor deze vrijwilligers, want ze doen hard hun best om ons allemaal veilig te houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, allereerst van harte steun voor die laatste oproep van Jong Zandvoort en de vrijwilligers. Ik heb een vraag over de update actieplan groen. Wij zijn blij met de update, maar hij is wat ons betreft niet volledig. Dat gaat erom, inwoners maken zich erg veel zorgen over het aantal kapvergunningen wat verstrekt wordt. Dus ik zou graag de wethouder willen vragen om ook aandacht te besteden aan het aantal gekapte bomen, zodat we per saldo de toename kunnen monitoren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Berg. De heer Berg: Dank u wel, voorzitter. We willen graag het raadsinformatiebrief uitbreiding drinkwaterproductie in waternet en grondwater in Zandvoort willen we de volgende keer agenderen. Het gaat met name over de overlast van het grondwater. Daarnaast is er een raadsinformatiebrief motie verwijderen jongerenontmoetingsplaats realiseren volwaardig jeugdhonk Pluspunt en staat in de laatste alinea: voor het realiseren van het volwaardige jeugdhonk op de lange termijn wordt de locatie van de remise aan de Kamerlingh Onnesstraat onderzocht.
Nou is onze opmerking, en er wordt meegenomen in de portefeuilleplan Vastgoed Zandvoort, en de raad wordt proactief geïnformeerd. In plaats van dat de raad proactief wordt geïnformeerd, dan vragen we ons af of het niet beter zou zijn dat voorgenomen wijzigingen in portefeuilleplan Vastgoed Zandvoort door de raad om toestemming wordt gevraagd. We vragen ons af hoe dit soort invullingen bij de remise zich verhoudt tot de circulaire hotspot en het milieuplein. We zouden graag horen van de wethouder of dit soort dingen in gevaar komen hierdoor? En als laatste de opmerking dat is invulling formatie belangenbehartiging en lobby Zandvoort. Lobbyist. Het wordt nu door Haarlem wordt het tijdelijk ingevuld. En zouden we eigenlijk willen weten of dit nu ook inzichtelijk wordt gemaakt, de terugverdientijd? En hoezo gaat Haarlem de lobbyist leveren? Wij zouden toch zelf liever een lobbyist voor Zandvoort pur sang willen zien, want vooral voor toeristisch belang hebben wij een heel andere inkijk en insteek dan dat Haarlem heeft. Dat we de ambtelijke capaciteit eronder brengen, dat begrijpen we. Maar de lobbyist, dat denken wij toch, dat hij beter hieruit door Zandvoort. En ook al is het nu niet in te vullen, dan zouden wij het liever zien dat je even pas op de plaats blijft maken, totdat er wel een eigenstandig lobbyist is gevonden. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel.
Dan heb ik ook nog een vraag aan de heer Berg vanuit de voorzitter dan. U heeft aangegeven dat u de RIB over alle zaken rondom water zou willen agenderen. Daarvoor zijn er twee smaken. Of u vertelt nu al kort waar precies de agendering over gaat, of u voegt later richting de volgende commissievergadering een notitie toe die wij kunnen bespreken. De heer Berg: Het gaat over het grondwaterpeil, maar we voegen het later toe. De voorzitter: Helemaal goed, dank u wel. Dan kijk ik verder. Mijnheer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Wij zouden, mits het niet volgende keer op de agenda staat, heel graag de RIB stand van zaken racefestival 2024 agenderen voor de volgende keer. En we hadden nog een vraag over een toezegging die ons vorige keer is gedaan. Dat ging namelijk over het niet fragmenteren van projecten op de portefeuille van de heer Moolenburgh. Als het ging over het delegatiebesluit. Omdat hij niet terug te vinden is. En we begrijpen dat hij misschien niet Ja, het is een actieve opdracht in zekere zin, dus we begrijpen
dat het misschien niet letterlijk kan terugkomen als toezegging op die manier, maar we zouden wel willen weten op wat voor manier het dan opgenomen wordt en hoe wij er dan zeker van kunnen zijn dat het ook meegenomen blijft worden? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Aan u de vraag of u dan, of nu tijdens deze vergadering nog wil vertellen waarom u die RIB wil agenderen, wat u wilt bespreken, of daar later met een notitie op terug te komen. De heer Gerrits: Ik zou daar later graag per brief op terugkomen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik verder de commissie rond of er nog meer vragen rondom deze drie thema’s zijn? De moties, de toezeggingen en de raadsinformatiebrieven. Ik zie dat, dat niet het geval is. Dan kijk ik naar het college of er eentje of meerdere collegeleden zouden kunnen antwoorden. Ik zie de heer Bluijs al opspringen. Wethouder Bluijs aan u het woord. De heer Bluijs: Het zijn een aantal dingen. Andere collega's zullen de andere dingen wel pakken. Ik doe even over de RIB met betrekking tot het volwaardige jeugdhonk in relatie tot de remise en het accommodatieplan wat is. In principe, het is dus juist de bedoeling om die combinatie te leggen dus op de remise, zowel te werken aan een circulaire hotspot als te werken aan de locatie voor het jeugdhonk om daar die combinatie toe te zoeken.
Eigenlijk om het gebouw zodanig in te richten dat we meer zaken tegelijk met elkaar kunnen regelen. En daar komt dus het accommodatieonderzoek dat plaatsvindt op dit moment. Daar gaan we u echt vroegtijdig in meenemen in de keuzes die gemaakt moeten worden. Dus het is niet zo dat wij met kant en klare plannen komen. Maar omdat we met de wethouder jeugd al tijden op zoek zijn naar een goede locatie daarvoor, kwam deze wel op het pad toen we bezig waren met het onderzoek. En er is inderdaad ook al door de wethouder jeugd en ondergetekende met partijen naar gekeken wat de mogelijkheden zijn. Dat ziet er op zich wel aardig uit, de goede richting op. Maar we gaan het natuurlijk aan de voorkant helemaal met u bespreken in het accommodatieplan. Ten aanzien van de lobbyist meer… Ja? De heer Berg: Aanvullende vraag. Wanneer? De heer Bluijs: Na de zomer. Na de zomer zullen we komen zo snel mogelijk naar de commissie of in een aparte sessie, om de eerste inventarisatie met u te bespreken. Dan ten aanzien van de lobbyist, maar niet meer vanuit de organisatie en dienstverlening geredeneerd en een bedrijfsvoering. Die lobbyist is 100% ter beschikking voor de functie voor de gemeente Zandvoort. Dus alle werkzaamheden die hij zal doen, zal hij denk ik vooral in de opdracht gaan doen van het college van Zandvoort. Want een lobbyist is er wel heel erg gerelateerd eraan.
Dus of dat nou een iemand is die uit de Haarlemse organisatie komt of dat het een externe is. Het is echt een onafhankelijk iemand. Het is niet zo dat hij aan de lijnband en onderdeel is van een lobbyist van Haarlem. Nee, het is een lobbyist voor Zandvoort. Dus wat dat betreft wordt die functie denk ik heel goed gescheiden en kunnen we invulling geven…En de verantwoording, heeft de betreffende portefeuillehouder gezegd, na één, twee jaar weten we wat de resultaten zijn en dan komt de verantwoording en dan zal die aantonen hopelijk dat we door de lobbyist bijvoorbeeld een aantal subsidies hebben binnengehaald, een aantal processen hebben vlot getrokken, dan zal hij met een verhaal erover komen. Dus daar zult u, u zult er dus eerst eentje moeten aanstellen, dan aan het werk gaan en ik denk dat je dan wel één à twee jaar nodig hebt voordat je daar een eerste evaluatie over kunt doen. Dat waren volgens mij de vragen die voor mij relevant waren. Dank u.
De voorzitter: Volgens mijn lijstje klopt dat ook. Ik kijk verder naar het college of er nog meer vragen een antwoord zou kunnen volgen. Ik zie de heer Moolenburgh naar voren komen. Mijnheer Moolenburgh aan u het woord. De heer Moolenburgh: Dank u wel, voorzitter. Ik zat net in de auto, dus ik heb even de vergadering uit de auto gevolgd en ik hoorde een vraag in mijn richting van mevrouw Göransson. Ik moet de desbetreffende brief even goed lezen om te kijken wat u leest dat ik datzelfde lees. Want het is geenszins op welke manier dan ook de bedoeling om vrijwilligers van onze brandweer, die we zeer hoog achten en die we ook op die manier steeds voortdurend eren om die op welke manier dan ook daar een suggestie van te wekken dat ze hun werk niet doen. Dus dat wil ik bij deze volledig uit de wereld hebben. Ik ga de brief er even op nalezen of die suggestie uit die brief zou kunnen worden geleid. Ik zal het ook even met de brandweer bespreken. Ik heb toevallig deze week nog met de postcommandant ook een afspraak. Dus ik ga er even naar kijken. Maar nogmaals, het staat overeind dat wat ons betreft het werk van de brandweer echt op basis van vrijwilligheid ongelooflijk belangrijk is. En tegelijkertijd dat ik ook heel blij ben dat de oproep die we gedaan hebben op dit moment leidt tot heel veel mensen die zich melden om ook vrijwillige brandweerman te worden of vrouw te worden.
Dank u wel. De voorzitter: Ik heb ook nog een vraag genoteerd over een delegatiebesluit en een mogelijke toezegging van ZEE. Maar ik hoor uit de commissie al dat die erbij staat dus dan is die wat dat betreft beantwoord. Nou, dat scheelt dan weer. Dan kijk ik verder naar het college. Ik heb nog een aantal vragen over onder andere actieplan groen openstaan en over het racefestival. Kan daar nu op worden geantwoord of komen jullie daar schriftelijk op terug? Daar wordt schriftelijk op teruggekomen. En ik zie nog dat er een portefeuillehouder is die iets kan…Mijnheer De Kloet. De heer De Kloet: Ik werd even overvallen door de vragen, sorry. Maar ik heb begrepen dat u een vraag had over de motie die was ingediend naar aanleiding van het racefestival en de naamvoering. Ik kan me herinneren en dat doe ik nu even uit het blote hoofd, dat we daar in de raad een discussie over hebben gehad, van moet je nou de naam nu op dit moment veranderen? De motie was vrij duidelijk dat er een wens ligt van de raad om dat te doen. Ik heb toen volgens mij ook gezegd dat er allerlei redenen kunnen zijn om het nu nog even te hanteren. Bijvoorbeeld omdat de Formule 1 Grand Prix nog steeds is in Zandvoort en dat die koppeling marketingtechnisch gezien handig is om dat dan bij elkaar te laten. Dus het is niet zo dat de motie, ik hoor dat geloof ik, met een half oor in de prullenbak is gegooid.
Integendeel, hij ligt zelfs op mijn bureau. En daar kijk ik heel vaak naar, juist omdat juist in deze weken het racefestival heel veel aandacht krijgt om die vergunning rond te krijgen. Daar zijn we druk mee bezig en dat zal een van deze dagen ook rondkomen. Maar inderdaad, de naamsverandering zullen we dan, mocht de Grand Prix ophouden na 2025 en het festival gaat door en dan volgens mij hebben we dus ook, ik kijk even aan mevrouw Göransson aan, op die manier discussie gevoerd van dat, dat het moment zou zijn om de naam te veranderen. Te kunnen veranderen, laat ik het zo zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we genoteerd dat er twee RIB’s zijn geagendeerd, namelijk de RIB wat betreft het water en de waterstanden en de RIB wat betreft het racefestival door in dit geval ZEE. Er staan nog twee vragen open wat betreft het actieplan groen van de Partij van de Arbeid en van Jong Zandvoort ook nog de rolstoelvriendelijke voormalige trambaan. En op die vragen die hier zijn gesteld, zal schriftelijk worden teruggekomen bij de commissie. Daarmee concludeer ik dat u akkoord bent met de verdere afhandeling van zowel de raadsinformatiebrieven, de toezeggingen, de afgedane toezeggingen en de moties. Als dat niet zo is,
dan mag u nu nog uw vinger opsteken en dan kunnen we het daar nog over hebben. Anders gaan we verder met het volgende agendapunt en ik zie dat, dat het geval is. BESTUUR EN MIDDELEN 8.
Rekenkamerrapport Participeren door Anticiperen De voorzitter: Namelijk agendapunt 8 en dat is het rekenkamerrapport over het participeren door te anticiperen. Vanuit de rekenkamer is aanwezig de heer Douma. Vanuit het onderzoeksbureau GBG is de heer Geurtsen aanwezig. De heer Douma zal als eerst even een korte toelichting geven vanuit de rekenkamer. En daarna zal de heer Geurtsen het onderzoek inhoudelijk toelichten. Daarna is er voor u als commissie gelegenheid om vragen te stellen aan de onderzoeker en aan de rekenkamer. Dat zal ik doen, zoals gebruikelijk, in willekeurige volgorde. Mijnheer Douma, aan u als eerste het woord. Inspreker: Dank u wel. Dit onderzoek is in zekere zin een voortzetting, of een vervolg op het onderzoek naar verstoringen. Bij de behandeling van dat rapport bleek dat het af en toe lastig in te schatten is tijdens de behandeling en besluitvorming over beleidsonderwerpen of iedereen gehoord was en zich gehoord voelde en wel of niet nog ging inspreken. Bovendien is in het coalitieakkoord ook aandacht voor participatie opgenomen. Al met al reden voor ons om een onderzoek te starten naar samenwerking. En dat wordt dan in de wetenschap vertaald als een onderzoek naar participatie. Al snel bij de start van het onderzoek bleek dat het college ook doende was om zijn beleidskader over participatie aan te passen.
Toen is er overleg geweest en hebben we afgesproken om in elk geval de tijdlijnen van het onderzoek en de beleidsvoorbereiding van de aanpassing op elkaar af te stemmen, zodat u als raad ongeveer gelijktijdig zou kunnen beschikken over het onderzoek en het beleidskader. Of wij nou een maand eerder zouden zijn of gelijk, het valt dus nu gelijk uit. Daarbij kun je veronderstellen dat onderzoekers en beleidsvoorbereiders met elkaar overleggen en misschien ook wel ideeën onwillekeurig met elkaar uitwisselen. Tast het dan onafhankelijkheid of zoiets aan? Nee, dat doet het niet. Wij hebben geconstateerd dat er voldoende distantie is en reflectie dat we nog steeds kunnen spreken van een onafhankelijk onderzoek, maar wel één waarbij we hopen dat het u een tweede spiegel geeft op het onderwerp en in die zin ook kan bijdragen aan de behandeling. Dan geef ik nu graag aan de onderzoekers het woord om een korte inleiding te geven en met u vragen te beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Geurtsen, aan u het woord Inspreker: Ja, heel goed. Even een kleine correctie. Mijn collega is ook aanwezig. Maar dat doet helemaal niks ter zake. Ik ga u even heel kort door het rapport heen…Het is in totaal iets van in de dertig pagina's. Zij gerust, die ga ik niet met u doornemen. Ik beperk mij tot de conclusies en de aanbevelingen en onze aanpak.
Wat wij gedaan hebben, we zijn op stap gegaan met de onderzoeksvraag die in het rapport is opgenomen. We hebben vervolgens een visie ontwikkeld op basis van wetenschappelijke inzichten. Dat is gewoon eigenlijk wetenschappelijk inzicht over hoe pak je participatie aan. In de wetenschap heet dat stakeholder management. En vervolgens hebben we dat, die visie hebben wij vertaald naar de casuïstiek die we aangereikt hebben gekregen. Dat heeft u ook in het rapport kunnen zien. Dat zijn eigenlijk concrete dossiers die door de gemeente al doorlopen zijn. Of voor zover ze al afgerond zijn, dat weten wij niet precies. Maar volgens mij zijn ze allemaal afgerond. Vervolgens hebben wij ook gekeken naar hoe andere gemeenten participatiebeleid hebben ingegeven, omdat dat voor ons eigenlijk een extra informatie geeft over van is dat dan heel uniek wat er in Zandvoort gebeurt of zijn het dezelfde thema's en vraagstukken waar andere gemeenten misschien ook wel mee worstelen? Op dat moment krijg je ook vanuit meerdere invalshoeken inzichten over het onderwerp participatie. Ik denk dat, dat ook heel erg groot van belang is, want een onderzoek waarbij je met casuïstiek
gaat werken is het nagenoeg onmogelijk om een representatief beeld op te bouwen van alle participatietrajecten die er de afgelopen jaren zijn geweest. Maar door dat te spiegelen aan andere gemeenten en andere inzichten, andere onderzoeken, krijg je wel een beeld over: oké, dit zijn inzichten die we misschien wel kunnen opnemen in de conclusie. Zo zijn we te werk gegaan. En dat ziet u, als het goed is, terug in deze rapportage. Wat was dan de onderzoeksvraag? Die staat in een van de eerste pagina's, maar ook bij de conclusie. De vraag waarmee we weg zijn gegaan is van: hoe zijn de participatietrajecten vormgegeven? En wat zijn de resultaten daarvan? En wat kunnen we leren uit dingen die misschien goed of minder goed zijn gegaan? Om te beginnen is het zo dat als wij zeggen van hoe loopt de participatie, dan is dat gewoon vergelijkbaar met andere gemeenten. Het is niet zo dat we zeggen van: goh, het is helemaal buitensporig anders dan andere gemeenten. Elke gemeente heeft op zijn eigen manier de participatie ingeregeld, maar er zijn natuurlijk handreikingen vanuit de VNG, dus het zou ook heel raar zijn als elke gemeente een totaal ander participatiebeleid had. Dat is dus eigenlijk ook een heel belangrijk uitgangspunt voor iedereen. Er is vrijheid, maar aan de andere kant zijn er veel handreikingen waar je je voordeel mee kunt doen.
Tegelijkertijd zien we ook hier een aantal dingen waarvan je zegt van: dat zijn aandachtspunten waar u in uw nieuwe beleid waarschijnlijk rekening mee zou kunnen gaan houden. Het gaat dan in eerste instantie over het identificeren van stakeholders. Wie zijn nu degenen die u moet betrekken bij de participatie? We zien dat heel vaak daar wordt gekeken naar het begrip draagvlak. Maar dat is niet bepalend voor participeren. Het is namelijk, heb ik de juiste mensen aan tafel op het juiste moment? De juiste mensen, dat kan ook de provincie zijn, dat kan ook de politie zijn. Het kunnen ook inwoners zijn, het kunnen bedrijven zijn. Maar het alleen maar horen van inwoners wil niet zeggen dat u aan het participeren bent. Want dat zijn misschien niet alle stakeholders, alle belanghebbenden. Dat is denk ik wel een hele belangrijke, dat ook een provincie is een stakeholder of een belanghebbende. Misschien zegt u: ja, maar dat is een bestuurlijke partij. Nee, dat is ook iemand die in het traject een rol moet spelen. Dat is een heel belangrijk punt. We zien dat ook in een van de dossiers daardoor ook wat minder gelukkig lopen. Het feitelijk betrekken van de stakeholders, je kan ze identificeren, maar het dilemma waar hier tegen aangelopen wordt, is dat er geparticipeerd wordt af en toe door mensen die de wegen goed kennen.
Dat betekent dat het zijn mensen die weten hoe ze een participatietraject kunnen, hoe ze daar een rol in kunnen spelen en dat gaan ze dan ook doen. Dat wil niet zeggen dat degene die feitelijk participeren ook degene zijn die u eigenlijk in het algemeen zou moeten betrekken. Dus het daadwerkelijk meenemen van degene die u wilt dat participeert zou wel wat aandacht aan besteed moeten worden. Derde punt is het nadenken over de manier waarop u de participatie gaat inrichten. En wat we daarmee bedoelen is van: wat voor bevoegdheden bent u van plan om te geven aan degene die participeert? Gaat u iemand informeren? Gaat u echt luisteren? Gaat u mensen mee laten beslissen? Of wat dan ook. Dat is van belang, omdat degene die participeert met bepaalde verwachtingen mee in dat proces meegaat. Dus op het moment dat, zoals bij de gemeente Zandvoort heel vaak wordt gezegd we gaan coproduceren en als ik het aan u allen vraag heeft u allemaal een beeld bij dat woord, maar iedereen heeft waarschijnlijk een ander beeld. Dat is, denk ik, heel erg van belang dat het van tevoren heel belangrijk is dat u zegt van: dit gaan we vanavond met u doen. Als er dan iemand zegt: ja, maar ik wil meer, dan moet je op dat moment zeggen: maar dit gaan we vanavond met u doen. Want dat geeft heel duidelijk aan wat mensen kunnen verwachten. Dat is een stuk verwachtingenmanagement wat van belang is.
Een ander punt wat daarin gekoppeld is, op het moment dat er een bepaalde vorm van participatie wordt gekozen dat u zegt: ja, we gaan gezamenlijk besluiten nemen dan wordt het lastig, dan moet u zich realiseren dat, dat ook consequenties heeft voor de ruimte die u zichzelf geeft. Want op het moment dat je gezamenlijk iets gaat doen dan mag niet één van de partijen vervolgens zeggen: dat is fijn, maar ik ga het toch anders doen. Dat mag wel, maar dan moet je dat van tevoren ook weer afspreken. Dat is heel duidelijk een punt wat uit het onderzoek naar voren komt. Dat geldt niet alleen voor de gemeente Zandvoort, dat geldt eigenlijk voor alle gemeenten. Dat is dat er verwachtingen worden gewekt van u komt om te participeren, u komt om mee te beslissen en uiteindelijk blijkt dat toch een beetje minder te
zijn. In alle gemeenten speelt dit. Ik begrijp dat, want aan u ligt de democratische legitimatie. Dus dat is helemaal geen probleem, maar dat is wel een punt dat uit het onderzoek heel duidelijk naar komt. Ten slotte is het communiceren wat er precies gaat gebeuren, maar ook wat er met de resultaten gaat gebeuren. Mensen willen gewoon weten: wat heb je met mijn mening gedaan? Het is beter om te zeggen dat je er niks mee gedaan hebt dan niks te zeggen. Dat is eigenlijk de slotconclusie. Dat is een open deur, maar toch zijn dat dingen die bij mensen heel erg leven. Nog even terugkomend over wat ik net zei over degenen die participeren dat er een bepaalde groep is die misschien wat vaker naar voren komt. De coronacrisis heeft geleerd dat er ook andere mensen heel veel of heel graag willen participeren. Daar kan ook op worden ingespeeld door gebruik te maken van andere technologie, maar ook andere tijdstippen. Mensen die kinderen hebben die vinden het lastig om in de avond live ergens aanwezig te zijn of jongeren die avondactiviteiten hebben vinden het lastig om ergens aanwezig te zijn Die zijn er misschien wat makkelijker in om online te participeren. Dat zijn allerlei suggesties die ook in het rapport staan. Al met al ontstaat er dus een beeld dat het eigenlijk best wel goed gaat met participeren.
Want u denkt na deze paar minuten van mij van: nou, het gaat eigenlijk helemaal niet goed. Nee, dat is niet waar. Maar dit zijn eigenlijk de elementen waar u op kunt reflecteren. Dat u kunt zeggen: nou misschien zijn er dingen waar we eens een keer mee kunnen experimenteren, een keer proberen. Dat zijn eigenlijk verfijningen van datgene wat u sinds 2013 eigenlijk al op een hele nette manier vorm heeft gegeven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Alvorens naar de commissie te gaan kijk ik even of er insprekers zijn op dit thema? Dat is niet het geval, dan vraag ik u om nog even te blijven zitten, want wellicht zijn er vragen vanuit de commissie. Daar beginnen we eigenlijk mee. Heeft iemand een vraag aan ofwel de rekenkamer ofwel het onderzoeksbureau? Dat is het geval. Mevrouw Koper, aan u het woord. Mevrouw Koper: Ja, ik denk de rekenkamer, maar ik laat dat graag aan de heren zelf over. In de inleiding werd gezegd dat de tijdlijnen op elkaar afgestemd zijn en dat er goed overleg is geweest. Dat is natuurlijk belangrijk, want ook hier is communicatie key om te zorgen dat je er komt met elkaar. Betekent dat dan ook dat u betrokken bent geweest uiteindelijk bij het stuk wat wij straks gaan behandelen? Inspreker: Nee. Mevrouw Koper: En u heeft daar ook geen oordeel over geveld? Dat mogen wij doen. En daar mogen wij uw stuk bij betrekken? Inspreker: U mag doen wat u wilt.
Mevrouw Koper: Dan heb ik hem helemaal helder. Dank u wel. Inspreker: Wij hebben helemaal niks met dat…Ik heb het wel gelezen en we hebben ook gepraat, maar dat is het enige. Om te voorkomen dat je allemaal, omdat er ook ervaring was, gewoon. Maar ik heb de nota een keer gezien en toen was ik al klaar met het rapport. Mevrouw Koper: Nee, helder. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik de commissie verder rond. Mijnheer Drommel, aan u het woord. De heer Drommel: Ja, dank u wel. In ieder geval een heldere toelichting. Bedankt daarvoor. Ik begreep in ieder geval dat u aangaf van: je kan beter aangeven dat je niks met bijvoorbeeld iets doet dan dat je helemaal niks
laat horen. Maar ik kan me voorstellen dat het misschien nog beter is als je ook uitleg geeft waarom je ergens geen gehoor aan geeft. Is dat ook zo of ziet u dat anders? Inspreker: Dat ben ik helemaal met u eens. De waaromvraag is voor heel veel mensen heel belangrijk. Het feit dat er een afwijkende beslissing wordt genomen, dat is volgens mij niet het dilemma. Het is meer een kwestie dat mensen het af en toe gewoon niet kunnen plaatsen. Dat is denk ik een hele belangrijke toevoeging. Ik denk dat het een hele waardevolle toevoeging is die u nu geeft. Dat heb ik misschien niet zo opgeschreven, maar dat is wel, de waaromvraag is voor heel veel mensen van doorslaggevend belang, ja. De voorzitter: Dan kijk ik verder. Mijnheer Van Tiggelen, aan u het woord. De heer Van Tiggelen: Allereerst dank voor uw heldere toelichting. U refereerde aan mensen die de weg weten en mensen die de weg niet weten. Wat mij zowel hier als in de Provinciale Staten opvalt, dat tenzij er iets specifieks aan de hand is, die insprekers dat zijn bijna altijd dezelfde mensen. In de provincie hebben we zelfs iemand die zegt iedere keer: u zult wel zeggen, daar heb je haar weer, want die komt gewoon elke keer weer opnieuw inspreken.
Heeft u daar suggesties bij om te zorgen dat besluitnemers niet een eenzijdig beeld krijgen, doordat ze iedere keer alleen maar dezelfde mensen te horen krijgen? Heeft u daar een stiekeme tip bij? Inspreker: Stiekeme tips heb ik niet. Wat ik u wel kan zeggen is dat het gewoon wat ik net zei: het gebruik maken van meerdere kanalen stelt in ieder geval iedereen in de gelegenheid om te participeren. De vrij traditionele benadering, ik zeg niet dat, dat altijd gebeurt, maar het gebruik maken van internet en dat soort zaken, enquêtes, panels, ga zo maar door, dat geeft in ieder geval meer mensen de gelegenheid om iets te vinden. En dat is wel de suggestie die wij ook in het rapport doen, is dat we zeggen: maak gebruik van meerdere kanalen, omdat dat is gewoon hoe mensen tegenwoordig eigenlijk willen participeren. Dus in ieder geval heb je een kans dat, dat gebeurt. Ik zeg niet dat u daarmee de garantie krijgt, maar het is in ieder geval een kans dat er meer mensen gaan participeren. Want nogmaals, in de coronatijd heeft het bewezen dat het ook heeft gewerkt. Dat is het enige wat ik u kan zeggen. Dat geldt ook voor andere gemeenten. Die hebben precies dezelfde dilemma's. De voorzitter: Dan kijk ik de commissie verder rond. Zijn er verder nog vragen aan ofwel de rekenkamer of het onderzoeksbureau? Dat is niet het geval.
Mochten er nog vragen opkomen, de onderzoeker en de rekenkamer zijn hier nog aanwezig. Dus die kunnen we wellicht nog na de eerste termijn behandelen. Ik vraag tussendoor portefeuillehouder Bluijs om naast mij aan tafel plaats te nemen. Dan gaan we de eerste termijn in. Ik begin, zoals ik al aankondigde, in willekeurige volgorde. Het is vandaag D66, de heer Hermsen, die als eerste het spits mag afbijten. De heer Hermsen: Voorzitter, dank u wel. Wij nemen de aanbevelingen van de rekenkamer ten harte over. Dus wat ons betreft is dit een hamerstuk. De voorzitter: Een hamerstuk voor D66. Dan gaan we naar de OPZ, mijnheer Berg. De heer Berg: Sorry, voor ons was het ook geen opmerkingen. Het is ook een hamerstuk, dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar ZEE. Mijnheer Gerrits.
De heer Gerrits: Dank u wel voorzitter. De titel van dit rapport had zo in ons partijprogramma kunnen staan. We zien dat onze visie op burgerparticipatie wat ons betreft perfect weerspiegelt. Vooral de aanbeveling dat we echt moeten communiceren over wat stakeholders kunnen verwachten. Iets wat net ook benadrukt werd, is wat ons betreft een hele belangrijke. En dan inderdaad, wat gaan we wanneer doen, besluiten we iets toch naast ons neer te leggen. Iets wat op dit moment niet goed genoeg of in ieder geval onvoldoende gebeurt. Het rapport onderstreept wat ons betreft het belang van een goed gestructureerd en transparant participatieproces. Zonder duidelijke verwachtingen en communicatie zullen participatie initiatieven niet het gewenste effect hebben en kunnen ze zelfs contraproductief zijn. Laten we als gemeente streven naar een participatiebeleid dat niet alleen representatief en inclusief is, maar ook eerlijk en transparant. We roepen de gemeenteraad daarom ook op om deze aanbevelingen over te nemen en te implementeren in het nieuwe participatiebeleid. Iets wat we nu een klein beetje onvoldoende terugzien, daar komen we bij het volgende punt op terug. Dit zal niet alleen het vertrouwen van de inwoners in het gemeentebestuur versterken, maar ook zorgen voor een meer betrokken en geïnformeerde gemeenschap. Dank u wel en complimenten aan de rekenkamer.
De voorzitter: Mijnheer Gerrits, kan ik daaruit opmaken dat u dit ook een hamerstuk vindt? De heer Gerrits: Jazeker, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de VVD, mijnheer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. Wij vonden het ook een heel helder en goed geformuleerd rapport en wat ons betreft is het ook een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de Partij van de Arbeid, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Helder rapport, geen dramatische punten. Het is natuurlijk plezierig als dat wordt geconstateerd, maar tegelijkertijd hoor ik toch een aantal zaken waar we het zo direct met elkaar over moeten hebben. Is dat nu voldoende uitgewerkt is de vraag? Dus dank ook voor het afstemmen op elkaar, want wij kunnen deze informatie prima gebruiken in de discussies zo direct. Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Koper. Dan gaan we naar het CDA. Mijnheer Bol, aan u het woord. De heer Bol: Dank voorzitter. Dank ook aan de rekenkamer en GBG voor het uitvoeren van het onderzoek. Helder verhaal zo en wat ons betreft ook een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar Jong Zandvoort, mijnheer Driehuizen. De heer Driehuizen: Dank voorzitter. Ja, wij willen ook natuurlijk de rekenkamer en het adviesbureau bedanken. Wij hebben nog wel één vraag eigenlijk in soortgelijke strekking als de heer Van Tiggelen.
De zogenaamde beroepsparticipant hebben we al veelal gehoord en dat staat ook bij puntje 3, bij risico's en kanttekeningen. We hebben al wat gehoord over de verschillende kanalen, maar is er al een beeld, een concreet plan hoe we die niet gebruikelijke deelnemers dan gaan betrekken in het participatietraject? Want dat vinden wij echt essentieel. Het hoort misschien meer bij het volgende agendapunt, maar we hebben hem alvast vastgesteld. Dank u wel.
De voorzitter: Ik neem ook aan, ja die vraag hoort ook wel voor een deel bij het volgende agendapunt, maar dat het voor Jong Zandvoort ook een hamerstuk is? De heer Driehuizen: Ja, wij zijn heel tevreden met dit onderzoek. Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de PVV, mijnheer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Nogmaals onze dank en waardering aan de samenstellers van dit rapport. Want participatie is in potentie een nogal grijs en wazig onderwerp. Als je dat dan toch nog heel helder en heel herkenbaar op papier weet te zetten, dat is best wel knap gedaan, vind ik persoonlijk. We lezen onder andere van het beleid verloopt niet altijd even soepel. Hoe bereiken we alle inwoners, niet alleen de luidste stemmen? Wat in ieder geval voor ons belangrijk is, is dat mensen niet het gevoel krijgen dat ze alleen maar worden aangehoord en dat er niet naar ze wordt geluisterd. En daar gaat het nog wel eens mis. Dat zou wat ons betreft een punt van aandacht moeten zijn. Dit rapport is wat ons betreft wel een hamerstuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we tot slot naar GroenLinks, mijnheer Keuning. De heer Keuning: Dank voorzitter. Alleen een dankwoord aan de onderzoekers. Het is een goed en duidelijk rapport. We kunnen dit goed gebruiken. Dank u wel. De voorzitter: Hamerstuk, concludeer ik hier ook uit? De heer Keuning: Ja, hamerstuk.
De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik één vraag gehoord van Jong Zandvoort, die ook eigenlijk bij het volgende agendapunt valt. Of er moet nu één van de onderzoekers zijn die zegt: ik kan die nog wel even beantwoorden of de portefeuillehouder. Dan kunnen we hem nog bij dit agendapunt behandelen, anders nemen we uw vraag gewoon mee naar het volgende punt. Ik denk dat we dat dan ook gaan doen. Daarmee sluiten we agendapunt 8 af en dat zal dus als hamerstuk terugkomen, de aanbevelingen van de rekenkamer Zandvoort om die over te nemen op de raadsagenda van 28 mei. 9.
Beleidskader participatie en de verordening participatie Zandvoort De voorzitter: Dat betekent dat wij doorgaan met agendapunt 9, dat ligt in het verlengde van dit agendapunt. Ik wil overigens ook nog even de rekenkamer en daarnaast ook nog het onderzoeksbureau heel erg bedanken voor de toelichting en ook voor de beantwoording van de vragen. Dat wordt zeer gewaardeerd door ons als commissie. Dat ligt dus in het verlengde van het andere agendapunt, agendapunt 8, namelijk participatie en verordeningen participatie Zandvoort. De raad gaat het beleidskader hiervan vaststellen en er wordt aan de raad dus voorgesteld de verordening participatie en het uitdaagrecht gemeente Zandvoort 2024 vast te stellen. Er hebben bij de raad op dit moment zich geen insprekers gemeld en ik kijk rond of iemand op de publieke tribune dat wenst te doen? Ik zie dat, dat niet het geval is. Dan beginnen we bij, in dit geval, het CDA voor een eerste termijn. Wie van de twee Er is enige discussie bij het CDA van wie mag beginnen. De heer Bol heeft de discussie gewonnen, aan u het woord. De heer Bol: Ja, ik heb gewonnen. Ja, voorzitter. Ja, dank voorzitter. Ja, terecht…Ik krijg nog een schouderklopje ook. Terecht maakt participatie steeds meer onderdeel uit van de beleidsvorming en dit
voorstel sluit daar uitstekend op aan. Ik vond het nog wel een mooie inderdaad vanuit het onderzoek van de rekenkamer om ook voldoende andere kanalen mee te nemen, waaronder de online mogelijkheden. Ik denk dat, dat nog wel een goeie is om mee te nemen. Voor ons verder een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de fractie van Jong Zandvoort. Mijnheer Driehuizen. De heer Driehuizen: Bedankt voorzitter. We hadden al een vraag gesteld dus daar straks inderdaad nog een antwoord op. Vanuit mijn fractie heb ik nog een aantal vragen meegekregen wat afhankelijk van de beantwoording is of wij het een hamerstuk vinden of een bespreekstuk. Er wordt op dit moment een duidelijk onderscheid gemaakt tussen bewonersinitiatieven en bedrijven slash ontwikkelaars, in het kopje wijkgericht in de weergave op pagina eenentwintig, dus onderaan. We vroegen ons wel af waar bewoners straks onder vallen als ze een aanbouw of dakopbouw willen realiseren? Wij vragen ons namelijk af of het wel nut heeft om altijd bij ruimtelijke activiteiten en waaruit dan ook blijkt dat er verplicht is vanuit de Omgevingswet te gaan participeren.
Dus zal het vaststellen van dit participatiebeleid er echt naartoe kunnen leiden dat wij elke vorm van binnenplanse dan wel buitenplanse omgevingsplanactiviteit straks verplicht belasten met participatie? Dus ook activiteiten zoals een schuurtje in de tuin, een aanbouw of een dakkapel? Indien dit het geval is, zou een ieder initiatief waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, verplicht een participatieverslag moeten vastleggen, waarbij er wordt verwezen naar een folder welke beschikbaar is. Maar wat ons verbaasde, deze was niet toegevoegd aan dit agendapunt, dus dat vonden wij erg vreemd. Dus graag daar een beantwoording op waarom deze er niet bij zit. En hoe gaan wij er dan echter mee om wanneer de buren van een initiatiefnemer het bijvoorbeeld niet met de plannen eens zijn, zoals vaak nog weleens het geval is? Wordt dit dan straks een bestuursrechtelijk probleem bij het maken van een besluit? Dus wat is de invloed van de omgeving hierop? Dat is voor nu waar we het even bij laten. De voorzitter: Zou u voor mij nog één keer kunnen herhalen welke stuk er ontbrak, volgens u? De heer Driehuizen: Een folder over een initiatief voor een participatieverslag bij een verbouwing of een binnen- of buitenplanse activiteit. Daar werd naar verwezen, maar die zat er niet bij.
De voorzitter: Zou u voor de wethouder de eerste vraag nog even kunnen herhalen? De heer Driehuizen: Er werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen bewonersinitiatieven en bedrijven, ontwikkelaars…Dat is helemaal goed. Dat ging eigenlijk over dat laatste puntje, puntje 3, over die risico's en kanttekeningen. Hoe wordt zeker gesteld dat ook niet-gebruikelijke deelnemers in een participatietraject hun beoogde plek innemen? En er is al iets verteld over andere kanalen of over andere tijdstippen. Hoe ziet het college dat concreet voor zich dat we die doelgroepen gaan bereiken? Dat is voor ons belangrijk. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Driehuizen. Dan gaan we over naar de PVV, mijnheer van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. We hebben een klein vraagje over paragraaf 2.3.4, aangaande meebeslissen. Dat is natuurlijk de ultieme vorm van participeren, meebeslissen. Dat willen de mensen graag. Maar hoe gaat dat er in de praktijk dan uitzien? Is daar al een beeld bij? Hoe borgen we een democratische gang van zaken? Kan de wethouder daar iets zinnigs over zeggen? In dat geval, dan horen we dat graag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over naar ZEE, mijnheer Gerrits.
De heer Gerrits: Ja, even kijken hoor. Dank u wel, voorzitter. ZEE heeft als een van de weinige partijen bestuurscultuur bovenin in ons partijprogramma staan. We hebben wel geteld zes stukken die relateren aan bestuurscultuur en het participatiebeleid is natuurlijk een heel belangrijk onderdeel van, omdat wij willen dat inwoners niet alleen maar participeren volgens het beleid. Dat wil zeggen dat ze iets wordt verteld, dat ze even worden meegenomen. In veel gevallen ook helaas dan worden de belangrijke keuzes gemaakt door de ambtenaren, door wethouders, door ons als raad. Maar dan mogen ze wel nog meedenken over de bloembakken. Bloembakkenparticipatie noemen wij dat. Dat willen wij voorkomen. Het oude beleid uit 2013 bood een duidelijke structuur en een participatieladder die exact aangaf welke mate van betrokkenheid passend was voor verschillende situaties. Deze helderheid zorgde ervoor dat zowel de gemeente als de inwoners precies wisten wat ze konden verwachten en welke rol zij in het proces zouden spelen. Hierdoor was er minder ruimte voor misverstanden en werd het vertrouwen in het participatieproces versterkt, iets wat ook sterk relateert aan wat de rekenkamer ons net heeft verteld. Echter is deze participatieladder of even ambtelijk gesproken participatiematrix nooit uitgevoerd zoals die bedoeld was.
Zonde, maar het is eigenlijk nog erger dat we dit systeem met een duidelijke opdracht en daarmee duidelijke verwachtingen naar de stakeholders toe niet hebben meegenomen. De vraag is wat ZEE betreft dan ook vooral: wat voegt dit participatiebeleid nou concreet toe, deze update daarvan? Of vult het aan, los van het uitdaagrecht waar we wel enthousiast over zijn? En is onze vraag: is het, het ons waard om een goed en duidelijk systeem te verruilen voor een systeem dat eigenlijk heel veel mist? En waar dan een paar kleine originele vormen van participatie aan worden toegevoegd. In het kader van wat de rekenkamer net ook aangaf, hebben wij een tijdje terug al een aantal stukken en moties voorbereid die we heel spoedig zullen toesturen naar onze collega raadsleden. Eén daarvan, om toe te lichten wat wij belangrijk vinden, is een motie over het enquêtebeleid die we klaar liggen. Misschien wordt het een amendement, dat moeten we nog even bekijken. Maar het komt erop neer, we hebben die toegankelijk, zinvol en secuur genoemd. Want zoals de rekenkamer net ook al aangaf, het is natuurlijk enorm belangrijk dat op het moment dat Zandvoorters participeren, dat zij weten waar zij aan toe zijn. Dat het ook zinvol is, dus dat is het stukje zinvolheid. Er is enerzijds een stukje toegankelijkheid, iets waar ook weinig nadruk op is.
Dus op het moment dat jij ouder bent, je bent misschien minder digivaardig of je kan ergens niet naartoe, hoe kan je dan alsnog betrokken zijn? Ook dingen die niet goed meegenomen zijn in het stuk. Tot slot: hoe zorg je ervoor dat de conclusies of de manier waarop je een onderzoek doet dat, dat secuur is, dat daar niet gesjoemeld mee kan worden, maar dat ook de resultaten betrouwbaar zijn? Dus dat wij niet straks iets te zien krijgen waaruit inderdaad blijkt: die hele groep specifieke stakeholders zeggen toevallig allemaal A, maar als we het iets anders hadden opgezet, het systeem dan zou daar ook nog B, C, D uit kunnen komen. Dus wij willen dat voorstel gaan doen en we hopen daarin eigenlijk dat collega's daarover willen meedenken, met ons mee willen participeren. Soortgelijk is eigenlijk onze vraag wat betreft het burgerforum. Die wordt wel genoemd, iets wat wij belangrijk vinden, een vorm van burgerberaad is dat eigenlijk. Maar ook daar ontbreekt enige vorm van uitwerking.
Zo zijn er wel meer dingen die genoemd worden, helemaal onderin het stuk, waarvan je, je kan afvragen: heel leuk dat het hier nu staat, ontwerp atelier, noem maar op, maar hoe gaat dat er dan uitzien? En zoals ik eerder ook al stelde: wanneer zetten we wat in? Is dat dan compleet arbitrair aan hoe de wethouder zich op dat moment voelt, of hoe wij ons als raad zich voelen? Of zit daar nog een eis aan vast? Die is er op dit moment niet. Het viel ons ook op dat een mogelijkheid tot een referendum, de meest bindende vorm van participatie, ontbrak. Daar zijn wij voorstander van. Daar zullen wij ook iets over indienen. Iets anders wat we nog even wilden opmerken is dat we het wel slordig vinden dat toch weer ergens in het stuk het woord Haarlem staat in de vorm van Haarlem.nl en dan denken we: dat is toch echt één search in het pdf document en het staat toch wel slordig dat, dat dan naar voren is gekomen en onze vraag aan de raad, maar ook de wethouders eigenlijk: zijn jullie het erover eens dat we misschien toch nog op een aantal punten dit stuk kunnen aanscherpen? Want we zien de goede intentie, we zien ook wel goede toevoegingen. Dan specifiek aan de wethouder: op wat voor manier zouden wij dan
dat het beste kunnen doen? Want het is natuurlijk best wel een laat stadium waarin dit stuk zich nu bevindt. Dat is alles. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gerrits. Dan gaan we over naar de Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Ja, wat ik eigenlijk net al een beetje in een technische vraag aan de onderzoeker stelde: is datgene wat er voorgesteld is, is dat nu voldoende uitgewerkt in het stuk dat we voor ons krijgen? Want ik vond het rapport heel erg helder, maar ik vond in eerste instantie het stuk ook zeker niet verkeerd. Maar ik heb wel een aantal opmerkingen. Want als we met elkaar hierover praten, dan merk je dat participatie gaat inderdaad over taal. Als wij al zulke verschillende beelden hebben, en we hebben hier een keer een technische sessie gehad over participatie, toen bleek dat ook, dan kun je je voorstellen dat onze stakeholders, onze verschillende stakeholders, ook allemaal verschillende beelden hebben bij wat er van ze verwacht wordt. Het meeste beeld wat je hoort is: ik mag meepraten, dus ze gaan er wat mee doen. En als dat niet gebeurt, dan brokkelt het vertrouwen in de overheid natuurlijk heel erg hard uit. Dus het feit dat stakeholder management nu ook in dit stuk beter staat uitgewerkt, vind ik echt een heel goed punt.