CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Regioarrangement Rivierenland versie 21 juni 2023

Raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen16.684 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor schoon en gezond water voeren we de maatregelen uit die staan in de Stroomgebiedbeheerplannen KRW 2022-2027 (sgbp’s). In 2024 wordt het sgbp geëvalueerd. In FruitDelta Rivierenland gaat het voor wat betreft de waterkwaliteit om het verminderen van milieuvreemde stoffen zoals medicijnen en gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij moet de bronaanpak worden versterkt. Het Waterschap Rivierenland werkt met het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Ook zijn gebiedsafspraken vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomsten tussen de provincie en het Waterschap. Voor de langere termijn moeten de gidsprincipes water en bodem sturend nader worden uitgewerkt. De regionale adaptatiestrategie (RAS) geeft aan hoe de regio op de korte en lange termijn om gaat met de gevolgen van klimaatverandering. Met RAS Rivierenland (zeven gemeenten uit de regio Rivierenland + Overbetuwe en Lingewaard) en de RAS Rijk van Maas en Waal (met gemeente West Maas & Waal) zijn ambities beschreven. Naar aanleiding van dit regioarrangement willen we met alle partijen toewerken naar een nieuw perspectief om de juiste keuze te maken voor de nabije toekomst. Uitwerking regioarrangement: In gebiedsprogramma’s wordt invulling gegeven aan de realisatie van het perspectief natuur.

- er worden integrale gebiedsprogramma’s voor deelgebieden opgesteld waarin het natuurperspectief wordt uitgewerkt, in samenhang met andere ruimteclaims CONCEPT (ruimtelijke puzzel); - dit leidt tot integrale uitvoeringsprojecten voor afronding van GNN, uitvoering maatregelen Natura 2000 en realisatie GO met EVZ’s - concretisering van overgangsgebieden Natura 2000 - uitvoering van Gelderse Maatregelen Stikstof - inrichting van klimaatrobuuste weteringen (zoals Boven-Linge), met realisatie van KRW-opgaven, landschapsversterking en recreatieve toegankelijkheid - realisatie van groen-blauwe dooradering - verkenning PAGW Sint Andries met integrale gebiedsaanpak Kwetsbaarheid voor klimaateffecten Van de Achterhoek en de Veluwe is al bekend dat ze sinds de hete en droge zomers van 2018, 2019 en 2020 kampen met grote droogteproblemen. Maar ook het rivierengebied moet bestempeld worden als kwetsbaar voor klimaatverandering. Na opnieuw een extreme zomer in 2022 met zeer lage rivierstanden, lange perioden met gebrek aan neerslag en hoge temperaturen zien we dat ook in deze regio problemen ontstaan. Door uitzakkende grondwaterstanden lijdt de land- en tuinbouw en (grondwaterafhankelijke) natuur schade. Voor de tweede keer in korte tijd werd daarbij een beregeningsverbod uit oppervlaktewater afgekondigd. Hoge temperaturen zorgen voor hittestress in stedelijk gebied.

Maar ook vee en de fruitteelt (zonnebrand) ondervinden hittestress. De waterkwaliteit verslechtert en de biodiversiteit neemt af door hogere temperaturen, hogere nutriëntenconcentraties, toename van blauwalg en droogval van watergangen. De geografische ligging en de dynamiek van de rivieren hebben de regio door de eeuwen heen gevormd. De rivierbedding heeft door de tijd heen bewezen een uitermate vruchtbare bodem te zijn voor fruit- en laanbomenteelt. Nog steeds profileert de regio zich daarmee. Klimaatverandering brengt echter gevaren met zich mee. De rivieren zijn de voornaamste bronnen van zoetwater. De gebruiksfuncties in het Rivierengebied veranderen als gevolg van klimaatsverandering en sociaaleconomische ontwikkelingen. We zien een toenemende waterbehoefte als gevolg van land- en tuinbouw, de teelt van nieuwe gewassen, 20

drinkwatervoorziening, de vraag naar water in bebouwde kernen en aandacht voor natuur en biodiversiteit. De watervraag neemt toe en het wateraanbod neemt af. De regio kan de watervraag niet oneindig blijven faciliteren. We hebben te maken met sterk afnemende rivierafvoeren en lagere waterstanden, die effect hebben op de inlaatmogelijkheden voor onze regio. Daarnaast neemt de droogte en verdamping toe en is water met name op de hogere oeverwallen slecht aan te voeren. Dat komt door de lange aanvoerroutes in combinatie met een sterke wegzijging (door aanwezigheid zandbanen). Rivierenland is daarmee gevoelig tot zeer gevoelig voor alle klimaateffecten. Via het proces Samenwerkingsagenda Klimaat Actief Rivierenland (KAR) – en de gebiedsagenda FruitDelta Rivierenland wordt er op dit moment ingezet op een klimaatbestendig rivierenland. Het vraagstuk kent, net als het VLGG, structurerende vragen en afwegingen in het ruimtelijk domein. De inzichten uit de RAS-samenwerking moeten worden doorvertaald en geagendeerd op een regionale tafel voor het buitengebied. Hiermee wordt een gezamenlijk vertrekpunt voor de uitvoering gecreëerd. Overige programma’s Er zijn meerdere visies, programma’s en instrumenten, naast het VLGG, die invulling geven aan het perspectief voor landbouw en natuur.

Denk hierbij aan: - Integraal Riviermanagement (IRM) - Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) - Stroomgebiedbeheerplannen KRW (SGBP) - Waterbeheerprogramma 2022-2027CONCEPT en Waterschapsuitvoeringsprogramma’s Klimaatadaptatie (WUP) - Samenwerkingsovereenkomst Provincie Gelderland – Waterschap Rivierenland - Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Strategie - Regionale Adaptie Strategie (RAS) Gonzend Rivierenland: een voorbeeld Gonzend Rivierenland is een strategie voor landschap en biodiversiteit voor FruitDelta Rivierenland die voortkomt uit een regiodeal proces. Het is vertrekpunt voor het toewerken naar een bovengemeentelijke aanpak om te komen tot daadwerkelijke realisatie van groenblauwe dooradering. Voortbouwen op het waardevolle en gevarieerde en jonge landschap van FruitDelta Rivierenland is het centrale motto van de landschapsstrategie. Het behoud, beheer en de ontwikkeling van natuur - en biodiversiteit - is dan ook gebaseerd op dit historisch gegroeide landschap van meer dan een eeuw geleden. Het is juist ook zaak om aan te sluiten bij de ontwikkeling van het landschap in de afgelopen decennia. Het hoofddoel is samen te vatten als: Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap. Het is een ambitie in de regio om dit proces verder in 2024 op te pakken.

De strategie gaat uit van twee lokale sporen (neem verantwoordelijk lokaal, stimuleer van onderop) en drie regionale sporen (uiterwaarden, blauwe boezem en groene ribbenkast en oeverwallen versterken) en klimaatkwartier maken op de overgang van oever naar wal. 4.3 Ordenende netwerken voor energie en circulaire economie Energievoorzieningen Het toekomstbestendig maken van de energievoorziening in FruitDelta Rivierenland is essentieel. De klimaatverandering verloopt sneller dan verwacht en noopt om in hoog tempo de energiehuishouding te verduurzamen (energietransitie). Een goed functionerend energiesysteem is een sturende randvoorwaarde voor veel andere opgaven, zoals de woonagenda, de warmtetransitie, het regionaal programma werklocaties (RPW) en laadinfra 21

voor mobiliteit. Gemeenten, waterschap en provincie gaan op zoek naar nieuwe energiebronnen zoals elektriciteit uit zon en wind en warmte uit andere bronnen dan aardgas. Daar hoort ook investeren in de daarbij behorende netwerken bij. Nieuwe energiebronnen en energie-infrastructuur zullen ook ruimte in beslag nemen. Concrete doelen Het doel van de regio is om minder energie te verbruiken en de energie die wordt verbruikt lokaal en duurzaam op te wekken. Met het vaststellen van de RES 1.0 Fruitdelta Rivierenland in 2021 committeerden de RES-partners zich aan een gezamenlijke opgave van 1,2 TWh ofwel 1.200 GWh/jaar opwek uit zon en wind in 2030. Daarnaast streven provincie Gelderland, TenneT, Liander en de Gelderse RES-regio’s binnen het samenwerkingsverband ‘Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS)’ naar een toekomstbestendig energiesysteem. Regionale Energiestrategie (RES) FruitDelta Rivierenland Het RES-bod is als volgt opgebouwd: 0,327 TWh/jaar uit zon op grote daken (van 37 ha naar 191 ha in 2030); 0,286 TWh/jaar uit zonnevelden (van 49 ha in het concept RES (bestaand en in ontwikkeling) naar 249 ha in 2030; en 0,650 TWh/jaar uit wind (van 32 windturbines in het concept RES (bestaand en in ontwikkeling) naar 49 turbines (17 nieuw). De vaststelling van de RES 1.0 luidde ook een nieuwe fase in: die van verankeren, uitvoeren en monitoren.

Medio 2023 rapporteert de regio over de voortgang van de uitvoering aan het Nationaal Programma RES (NPRES). CONCEPT

GEIS Er is steeds meer vraag en aanbod van energie door nieuwe ontwikkelingen en verduurzaming. Dit vraagt om een passende Gelderse energie-infrastructuur. Het beleidskader Gelderse Energie-Infrastructuur (GEIS) geeft richting en afbakening aan de provinciale inzet op energie-infrastructuur. Het bepaalt op welke energieinfrastructuurprojecten de provincie zich inzet, welke rollen deze daarbij aanneemt en welke instrumenten deze inzet. Het vastleggen van de rol en houding van de provincie ten aanzien van de energie-infrastructuur is nodig om sturing te geven aan programmeren, afwegen en uitvoeren. Het ‘Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat’ (PMIEK) is een middel om te komen tot energiesysteemkeuzes en uitvoeringscoördinatie. In het eerste PMIEK zijn belangrijke bovenlokale projecten geïnventariseerd. Dit betreft infrastructuurprojecten waarvoor het ruimtelijk spoor dat leidt tot vergunningverlening nog niet doorlopen is. Het PMIEK krijgt elke twee jaar een update. Vanwege de lange doorlooptijden is het essentieel om ook een doorkijk te maken voor de periode na 2030. FruitDelta Rivierenland is bij dit proces aangehaakt. Knelpunten en uitdagingen Netcongestie Ondanks forse investeringen kunnen netbeheerders de snelheid waarmee de energietransitie plaatsvindt moeilijk bijhouden.

Netcongestie doet zich voor bij zowel het aanbieden van duurzaam opgewekte elektriciteit aan het elektriciteitsnet, als bij het leveren van elektriciteit aan bijvoorbeeld woningen en bedrijven, ook in de regio FruitDelta Rivierenland. Van landelijk tot lokaal niveau wordt gewerkt aan het oplossen en voorkomen van knelpunten. Alleen als opgewekte stroom direct verbruikt wordt – door bijvoorbeeld opslag en conversie op locatie en daarmee het elektriciteitsnet niet gebruikt wordt – kan duurzame opwek nog gerealiseerd worden. Aanpassing/uitbreiding van het landelijk hoogspanningsnet (TenneT) is een randvoorwaarde om de aanpassingen/uitbreidingen van de regionale netbeheerder 22

(Liander) in gebruik te kunnen nemen. Afhankelijk van TenneT’s congestiemanagementonderzoek dat in 2023 gereed is, geldt dat ook nieuwe ontwikkelingen in de regio FruitDelta Rivierenland tot 2029 voor het afnemen van energie niet over (extra) netcapaciteit kunnen beschikken. Dit levert een probleem op voor het aansluiten van nieuwe woningen, voorzieningen en werklocaties. Het is zaak dat we via onderzoek (risico-analyses) inzicht krijgen of op geplande locaties de energievoorziening kan worden gerealiseerd; welke ontwikkelingen de energievoorziening in gevaar kunnen brengen; hoe groot de risico’s zijn en wat mogelijke oplossingsrichtingen zijn. Transitievisies warmte (TvW) Alle gemeenten in de regio hebben een eerste versie van de TvW vastgesteld. Wat opvalt is dat er in de TvW’s veel aandacht uitgaat naar het isoleren en aardgasvrij maken van woningen, maar dat er vaak geen helder beeld is van welke bronnen aardgas moeten gaan vervangen. Als iedereen voor een all elektric-oplossing gaat, dan betekent dit in de toekomst een forse extra behoefte aan windmolens en zonneparken. Dat willen we graag voorkomen. We moeten daarom op zoek naar alternatieve warmtebronnen. Kansen en/of dilemma’s Energie besparen Het belang van energie besparen (warmte én elektriciteit) is levensgroot. Dat geldt voor particulieren en bedrijven.

Immers, alles wat we besparen hoeven we ook niet duurzaam op te wekken. Het voorkomt onnodige druk opCONCEPT de schaarse ruimte en (over)belasting van de energie-infrastructuur. Project OER/A15-Betuweroute Dit project vormt onderdeel van het rijksprogramma ‘Opwek Energie op Rijksvastgoed’ (OER). In dit project wordt gekeken naar de mogelijkheden van duurzame opwek van energie met zonnepanelen in bermen, bij afritten en op geluidsschermen langs de A15-Betuweroute. Rijkswaterstaat, ProRail, Rijksvastgoedbedrijf, Liander en provincie werken hierin samen met de gemeenten van FruitDelta Rivierenland en gemeenten van de buurregio Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Alternatieve warmtebronnen Het is goed om te benoemen dat er in de regio al pilots lopen voor warmte uit andere energiebronnen dan elektriciteit: aquathermie in Enspijk, zonthermie in Zaltbommel en PVT in Neder-Betuwe. In delen van de regio lijken redelijke tot goede kansen te bestaan voor geothermie (Potentieonderzoek geothermie Gelderland, april 2022). De provincie en Energie Beheer Nederland (EBN) werken aan een ontwikkelprogramma geothermie. Doel is om samen met gemeenten de toepassing van geothermie te versnellen. Daarbij moet ook worden gelet op de ondergrond, want ook in Rivierenland liggen waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, drinkwaterreserveringsgebieden en boringsvrije zones.

In al deze gebieden gelden beperkingen voor wat in de ondergrond mag. Dit raakt aan de mogelijkheden voor bodemenergiesystemen. Wind/zon-verhouding Netwerkimpact-analyses laten zien dat we de RES-ambities waarschijnlijk kunnen worden gerealiseerd, mits de wind/zon-verhouding in balans is. De optimale verhouding is 1:1 (opgesteld vermogen). Bij die verhouding kan er met dezelfde schaarse infrastructuur 23

(transportcapaciteit) tegen dezelfde (maatschappelijke) netinpassingskosten de meeste energie worden opgewekt: een factor 4 meer dan met zonne-energie alleen. Slim omgaan met schaarse netcapaciteit is ook cruciaal om andere opgaven te kunnen realiseren, zoals de woonagenda, de warmtetransitie, het regionaal programma werklocaties en laadinfra voor mobiliteit. Netcongestie en slimme oplossingen Naast aanpassingen/uitbreidingen wordt er ingezet op slimme oplossingen, zowel technisch, juridisch als organisatorisch, voor het beter benutten van het elektriciteitsnet. Denk bijvoorbeeld aan cable pooling (combineren van wind en zon op veld/dak op één kabel), opslag, aansluiten van zoninitiatieven op een gedeelte van het piekvermogen of het benutten van nieuwe contractvormen om de ruimte op het net beter te benutten (vraagsturing). Verder kan door afstemming van vraag en aanbod op een zo laag mogelijk niveau (liefst verbruikersniveau) (over)belasting van het net worden verminderd. Smart Energy hubs zijn plekken/bedrijventerreinen waar veel energie wordt verbruikt en ook opgewekt kan worden. Hier kunnen vraag en aanbod direct aan elkaar worden gekoppeld. Zo wordt het elektriciteitsnetwerk minder belast en kunnen (nieuwe) bedrijventerreinen meer toekomstbestendig worden ontwikkeld Ook off grid-oplossingen (lokale elektriciteitsnetwerken) behoren tot de mogelijkheden.

Slimme oplossingen betreffen vaak andere/nieuwe vormen van samenwerking tussen de netbeheerder en (markt)partijen. Netcongestie beperkt in toenemende mate het realiseren van onze maatschappelijke opgaven. In ieder geval de komende jaren.CONCEPT Tot 2030 zijn de grote uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk al gepland, daar is beperkt in bij te sturen. Dit komt omdat het bijvoorbeeld circa 7 jaar duurt om te komen tot een nieuw onderstation. Wel zijn er soms lokale maatwerkoplossingen mogelijk om tekorten (tijdelijk) het hoofd te bieden. Maar om die oplossingen effectief in te zetten, moeten we tijdig weten waar en wanneer ze nodig zijn. We hebben op dit moment echter nog niet scherp wat er nog wel aan ontwikkelingen mogelijk is met de bestaande restcapaciteit van de onderstations en hoe zich dat verhoudt tot onze plannen voor de periode tot 2030. Daarom gaan provincie en (RES) partners een onderzoek doen op het niveau van individuele onderstations: wat is de ruimte, welke stations worden wanneer uitgebreid, wat zijn de plannen voor nieuwe woningen, werklocaties, etc. en waar en wanneer gaat het wringen en hoe erg. Wanneer het beeld scherp is, is het mogelijk maatwerkoplossingen te ontwerpen, financieringsafspraken te maken, te programmeren en uit te voeren. Het onderzoek kan helpen het PMIEK aan te scherpen.

Verder ontwikkelt de provincie met partners een visie op het benodigde energiesysteem voor de periode na 2030. Vraagstukken die nadere uitwerking nodig hebben zijn onder andere de volgende: 

Hoe gaan we om met plannen voor energievragers die (nog) geen aansluiting kunnen krijgen, of die concurreren met andere energievragers die maatschappelijk meer (of minder) prioriteit hebben op dat moment en op die plek? Welke bestuurlijke afwegingen worden gemaakt op basis van 0.a. de uitkomsten van de provinciale planMER actualisatie provinciaal windbeleid en RES, de planMER windenergie Veluwe-wespendief en de uitkomsten van het regioarrangement? Inzicht in de combinatie van ruimtelijke impact en (on)mogelijkheden van het elektriciteitsnetwerk moet leiden tot het antwoord op de vraag: Wat komt waar en wanneer? Hoe denken gemeenten dat elke buurt, wijk of kern in de toekomst waarschijnlijk van warmte wordt voorzien? Duidelijkheid hieromtrent geeft inwoners inzicht of zij op individueel niveau een oplossing moeten zoeken of in de toekomst van een collectieve oplossing gebruik kunnen maken. Ook biedt dit inzicht in de toename van de 24

 

elektriciteitsvraag ten gevolge van een meer duurzame invulling van de warmtevraag en benodigde versterking van de netinfrastructuur. In hoeverre past de gewenste versterking binnen de investeringsagenda van Liander. Noopt dit welllicht tot andere keuzes? Hoe gaan we het werken aan een toekomstig energiesysteem organiseren? Hoe nemen we inwoners en bedrijven mee?

4.4 Leefbare dorpen en steden De rivieren hebben FruitDelta Rivierenland gevormd en de ligging en de ontwikkeling van vele dorpen en ook (kleinere) steden mede bepaald, wat het heeft gemaakt tot een polycentrisch gebied. De regio heeft ruim 250.000 inwoners, verdeeld over 8 gemeenten met in totaal ongeveer 80 kernen. De geografie en verbindingen over de rivieren leiden ertoe dat er in FruitDelta Rivierenland sprake is van vier (groot)stedelijke invloedsferen van woningmarkten: Utrecht, Den Bosch, Ede en Nijmegen In FruitDelta Rivierenland blijft het geboortesaldo – indicator voor woningbehoefte op langere termijn - tot minstens 2040 positief . In de Gelderse top 5 van het gemiddeld kinderaantal staan de gemeenten Neder-Betuwe (2,48) en Culemborg (2,17). De bevolking zal groeien naar 275.000 in 2030 en 290.000 inwoners in 2040. Prognoses volgens Primos 2022 trendvariant geven tot en met CONCEPT 2030 een woningbehoefte aan van afgerond 14.000 tot 18.000 woningen. In de Woondeal Rivierenland zijn afspraken gemaakt voor de bouw van 13.000 woningen. Inbreiding is niet altijd mogelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor Tiel. Tiel ligt ingeklemd tussen de A15 en water. Iedere inbreiding gaat dan ten koste van de kwaliteit en leefbaarheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit en andere duurzame doelen. Het aantal 75 plussers zal toenemen van 8% van de bevolking naar 13% in 2040.

Voorbeelden van de consequenties zijn steeds langer thuiswonende ouderen, de vergrijzing en het personeelstekort de komende jaren in de zorg. Het behouden of verbeteren van de leefbaarheid in steden en dorpen in de regio is een belangrijk punt van aandacht. Recreatie en toerisme kan bijdragen aan het behouden van voorzieningen en daarmee de leefbaarheid in de dorpen en steden. Volgens de monitor brede welvaart van de Gelderse Corridor is het ervaren geluksniveau van onze inwoners een 7,6. Tegelijkertijd zien we kwetsbare wijken en in dorpen een verschralend voorzieningenniveau. Uit de Cultuurmonitor Gelderland 2022 blijkt bijvoorbeeld dat inwoners van FruitDelta Rivierenland aangeven dat er te weinig culturele voorzieningen zijn en zijn zij relatief minder tevreden over de bereikbaarheid ervan. Tiel heeft een belangrijke regiofunctie voor cultuur. Maar doordat sommige kernen op korte afstand gelegen zijn van andere steden als ’s Hertogenbosch ervaren zij deze regiofunctie minder. Er moet een basis van maatschappelijke voorzieningen en sociale verbindingen aanwezig zijn om de leefbaarheid in dorpen en wijken te waarborgen. Zo moeten voorzieningen op het gebied van onder andere onderwijs, zorg, cultuur en sport bereikbaar en toegankelijk zijn.

De ruimtelijke opgaven in landbouw, energietransitie, klimaat en wonen hebben invloed op de mate waarop de leefbaarheid door inwoners wordt ervaren. Hoe beter inwoners worden

25

betrokken hoe minder er een negatief effect op de leefbaarheid wordt ervaren. Dit is voor ons een belangrijk uitgangspunt voor de verdere uitwerking van dit regioarrangement. Onlosmakelijk verbonden met de leefbaarheid in steden en dorpen is de mate van gezondheid van de inwoners. In de regio FruitDelta Rivierenland is de beweegdeelname verreweg het laagst vergeleken met de rest van Gelderland. Ook deelname aan sportverenigingen is lager. Mensen die in contact staan met anderen zijn over het algemeen gelukkiger. Een belangrijke factor bij brede welvaart. Bij het ontwerpen van nieuwe buurten en wijken kunnen we dit als overheden als expliciet aandachtspunt meenemen. Bij de plannen voor nieuwe buurten en wijken gaan we daarom al in de ontwerpfase rekening houden met ruimte voor ontmoetingen, sport en bewegen en cultuurbeleving. Zowel binnen als buiten. Zo draagt cultuur bij aan het woon-, leef- en werkklimaat van de regio en heeft sociaal maatschappelijk impact. Het deelnemen aan of beleven van cultuur kent een eigen, intrinsieke waarde, maar draagt ook bij aan de verbinding en ontmoeting tussen mensen. In dorpen staat het voortbestaan van voorzieningen zoals winkels, het openbaar vervoer, het dorpshuis, de sportvoorzieningen en het culturele aanbod onder druk. Dit heeft invloed op het welbevinden van inwoners, nu en in de toekomst.

We willen als overheden onderzoeken hoe we eraan kunnen bijdragen dat er een minimum aan voorzieningen blijft bestaan. De CONCEPT vraag wat dit minimum is willen samen met wetenschappers en inwoners beantwoorden. In het kader van de Regionale woondeal Rivierenland wordt het thema 'Gezonde woonomgeving' opgenomen, waarmee gewerkt wordt aan een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en ook een bijdrage levert aan ontmoeting en leefbaarheid.

4.5. Werklocaties/bedrijventerreinen De bestaande locatie-afspraken uit het regionaal programma werklocaties zijn het vertrekpunt. We bieden ruimte voor de vraag die we willen accommoderen en zorgen dat het juiste bedrijf op de juiste plek kan landen. We richten ons niet alleen op de vraag op korte termijn, maar anticiperen op de ruimtebehoefte in de periode na 2030 en borgen dat er ook op lange termijn genoeg ruimte is voor werken en dat gebieden vanuit een lange termijn perspectief worden ontwikkeld. We faciliteren alleen grootschalige bedrijven die van regionale meerwaarde zijn en een bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgaven en ambities. We concentreren grootschalige bedrijvigheid. Voor grootschalige logistiek zijn in Geldeland drie clusters aan de A12/A15 aangewezen: Tiel, Nijmegen/Overbetuwe en Emmerich-Montferland-Zevenaar. We bieden duidelijkheid aan de markt over het toekomstperspectief van werklocaties, zodat private partijen weten waar ze aan toe zijn. Met oog op duurzaam en zorgvuldig ruimtegebruik benutten we de bestaande bedrijventerreinen optimaal. Meervoudig ruimtegebruik is het uitgangspunt. We ontwikkelen locaties met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en landschap en zorgen voor een toekomstbestendige inrichting. We zorgen voor een goede balans tussen wonen en werken zodat onnodige pendel wordt voorkomen.

Wat hebben we te doen? We moeten afwegen welke bedrijvigheid we willen accommoderen en zorgen dat voor die bedrijven plek is, ook op de lange termijn. Er moet een balans worden gevonden tussen 26

economie, leefbaarheid, het huisvesten van werknemers, landschap en mobiliteit. We zien namelijk dat het steeds lastiger wordt om voldoende ruimte te vinden voor werklocaties en dat het door de schaarse ruimte niet langer vanzelfsprekend is dat alle vraag naar alle segmenten kan worden opgevangen. De vraag welk type bedrijven we willen accommoderen hangt samen met de vraag welke economie willen we en welke regio willen we zijn. Wel stellen we als randvoorwaarde voor het onttrekken van ruimte voor werken dat alternatieve locaties voor bedrijven beschikbaar moeten zijn. Een deel van de bedrijven die we willen accommoderen kan op bestaande bedrijventerreinen worden opgevangen door het ruimtegebruik te intensiveren. De potentie daarvan is echter relatief klein vergeleken met de verwachte uitbreidingsvraag. Er zijn nieuwe locaties nodig op zowel korte als lange termijn om de vraag op te kunnen vangen. Het wordt echter steeds lastiger om geschikte nieuwe plekken te vinden. Bovendien staan bestaande bedrijventerreinen onder druk, vaak door woningbouwplannen, zoals in Culemborg. Met name grootschalige (logistieke), watergebonden en/of milieuhinderlijke activiteiten zijn nu en zeker in te toekomst moeilijk inpasbaar, bijvoorbeeld de logistieke hotspot Medel/Kellen. Het is van belang om goed te anticiperen op deze vraag.

Vervolgacties en benodigde onderzoeken De regio ontwikkelt een ruimtelijk-economische visie die bijdraagt aan brede welvaart waarbij er ook ruimte moet zijn voor MKB-bedrijven waaronder de maakindustrie. Dit vormt de basis voor de programmeringsafspraken in het regionaal programma werklocaties (RPW). Duidelijk is wat het economisch profiel van de regio is, welke economie de regio wil CONCEPT ontwikkelen en welke type bedrijven/sectoren de regio wil accommoderen (en welke niet). Daarbij is speciale aandacht nodig voor de omgang met grootschalige logistiek, hogere milieucategorieën, MKB en watergebonden bedrijven. Hierbij faciliteren we in ieder geval die bedrijvigheid die nodig is om de regio te kunnen door ontwikkelen op bijvoorbeeld het gebied van agribusiness en andere vormen van techniek. Dit biedt ook een kans om meer hoogopgeleiden aan te trekken. De ruimtewinst op bestaande bedrijventerreinen is relatief beperkt ten opzichte van de verwachte uitbreidingsvraag. Het blijft nodig om nieuwe bedrijventerreinen te realiseren. Halverwege 2023 komt de nieuwe provinciale bedrijventerreinen- en kantorenprognose beschikbaar met de meest actuele inzichten. In de integrale ruimtelijke regionale visie wegen we ruimteclaims ten opzichte van elkaar af en maken van daaruit keuzes waar de uitbreidingsruimte voor bedrijventerreinen het beste kan landen.

We kijken hierbij zowel naar de korte als lange termijn, zodat we ook voor de lange termijn ruimte voor werken geborgd is. Om invulling te geven aan de landelijke afspraken over grootschalige bedrijvigheid wijzen we zoekgebieden aan waar dit geconcentreerd wordt. Samen met de provincie ontwikkelt de regio een strategie om bestaande bedrijventerreinen beter te benutten. Daarbij zijn de volgende overwegingen van belang: -Rolverdeling en verantwoordelijkheid: intensivering vraagt om een heldere rolverdeling tussen regio, Rijk, Provincie en Gemeenten en private partijen. Wat kan men van elkaar verwachten? -Financiering: Deze actieve inzet vergt een forse investering in verduurzaming, vergroening, herontwikkeling en herstructurering. Ook hiervoor geldt dat dit samenwerking vergt met het Rijk, Provincie, Ontwikkelings- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG), gemeenten en private partijen. -Implementatie en beleid: We zetten in op het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen en leggen dit vast in het volgende RPW. Samen met de provincie willen we dit proces verder gaan uitwerken. De provincie onderzoekt of en hoe het beter benutten van bedrijventerreinen geborgd kan worden via de Omgevingsverordening. 27

Op basis van de ruimtelijk-economische visie en een integrale ruimtelijke visie op waar bedrijvigheid het beste in de regio kan landen maken we in het RPW afspraken over de concrete programmering, zodat we voor de bedrijven die we willen accommoderen op het juiste moment een goede locatie hebben. De provincie heeft de drie clusters voor grootschalige logistiek aan de A12/A15 aangewezen: Tiel, Nijmegen/Overbetuwe en Emmerich-Montferland-Zevenaar. De vraag is of deze clusters de gewenste vraag op langere termijn kunnen accommoderen. De provincie laat hiervoor ontwerpend onderzoek uitvoeren. Als het nodig en mogelijk is om deze clusters verder te ontwikkelen, wordt een strategie ontwikkeld hoe dit het beste kan worden aangepakt. Als blijkt dat de gewenste ruimtevraag niet in de clusters kan worden opgevangen, moeten provincie en de gemeenten in de regio hierin keuzes maken. We onderzoeken de behoefte en mogelijkheden voor XXL-logistiek in Medel. We verkennen hoe we het gebruik van bestaande hoge milieu categorie (hmc) locaties op bedrijventerreinen kunnen optimaliseren. We maken in het RPW afspraken over het toekomstperspectief van bestaande bedrijventerreinen en watergebonden locaties en zorgen dat deze niet conflicteren met regionale woningbouwafspraken. De RPW-afspraken hebben wisselwerking met gemeentelijke omgevingsplannen.

De gemeenten leggen dit uiteindelijk vast in omgevingsplannen en zijn aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven. We moeten onderzoeken welke ruimte beschikbaar blijft voor werken en waar wordt ingezet op CONCEPT functiemenging of transformatie naar andere functies zoals wonen. Daarnaast wordt op provinciaal niveau onderzoek gedaan naar de toekomstwaarde van watergebonden locaties. 4.6 Recreatie en toerisme Voor de leefbaarheid in steden en dorpen is het belangrijk dat inwoners op een duurzame manier kunnen recreëren. Een goede recreatieve infrastructuur trekt bovendien toeristen van buiten, wat de vitaliteit van de toeristische sector en de economie van en voorzieningen in steden en dorpen ten goede komt. Het versterken van natuur en landschap draagt bij aan de recreatiemogelijkheden en recreatiemogelijkheden in het buitengebied beschermen het landschap en zorgen voor een duurzame beleving van de waardevolle landschappelijke kwaliteit. Kortom; recreatie en toerisme dient waardevol te worden ingezet om juist voorzieningen te behouden (leefbaarheid vergroten), voldoende buiten recreatie mogelijk te maken (versterken vitaliteit van inwoners) en het beleefbaar maken van het landschappelijke karkater van de regio (behouden landschappelijke kwaliteit). Het is een middel om integraal bij te dragen aan de uitdagingen van de toekomst in de regio.

Waar elders in Gelderland druk en draagkracht uit balans zijn op bepaalde locaties en natuur en recreatie op gespannen voet met elkaar staan, speelt dit in mindere mate in FruitDelta Rivierenland. FruitDelta Rivierenland heeft draagkracht en kan een positie innemen om de toenemende toeristische druk op natuur en recreatiegebieden elders in Gelderland op te vangen. Mits dit aansluit bij de gewenste doelgroepen zodat het bijdraagt aan de optimale balans. Regio FruitDelta Rivierenland kan en wil een groei van recreatie en toerisme faciliteren. De regio heeft de potentie om jaarrond waardevol toeristisch bezoek aan te trekken. Dat heeft

28

een gunstig effect op de vitaliteit van de leefomgeving (behoud van voorzieningen). Een verblijf in het landelijk gebied is aantrekkelijk voor bewuste bezoekers (inzichtzoeker). Bedrijven willen hier graag in investeren en voor bewoners is het prettig wonen en recreëren in het landelijk gebied. Waardevol bezoek draagt bij aan de brede welvaart en het welzijn van elke Rivierenlander. De woningbouwopgave in FruitDelta Rivierenland heeft ook consequenties voor groen en recreatie. Door toerisme en recreatie integraal mee te nemen in ruimtelijke processen, kunnen investeringen in de fysieke leefomgeving de beleefbaarheid van een gebied vergroten. Om de potentie van waardevol bezoek te realiseren is het van belang om in te zetten op het beleefbaar maken en het toegankelijk maken van het landelijk gebied. Uiteraard moeten we daarbij rekening houden met de draagkracht van het gebied en de omgeving, de optimale balans moet worden bewerkstelligd. Hierbij gaan we uit van ontwikkelingen die passen bij de identiteit en de schaal van het gebied. De gastvrijheidsector kan een bijdrage leveren aan opgaven waar agrariërs momenteel voor staan. De landbouwsector kent immers grote uitdagingen en multifunctionele landbouw biedt kansen voor agrariërs en voor de maatschappij.

Steeds meer boeren en tuinders combineren agrarischeCONCEPT productie met activiteiten zoals zorg, recreatie, kinderopvang, boerderijverkoop en/of natuurbeheer. Multifunctionele landbouw of agrotoerisme draagt bij aan een duurzaam beleefbaar landschap en is onderdeel van de integrale oplossing voor de transitie van het landschap. FruitDelta Rivierenland is volop bezig met het verbeteren en het dekkend maken van de recreatieve basisinfrastructuur voor varen, wandelen en fietsen. Er wordt beleving toegevoegd, buitengebied, cultuurhistorische landmarks en centra of havens worden aan elkaar verbonden via de recreatieve routenetwerken.

De identiteit van FruitDelta Rivierenland laat zich vertalen in het oppakken van de vijf regionale opgaven voor recreatie en toerisme, zoals verwoord in het Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022-2025. Deze opgaven zijn rivierbeleving en recreatieplassen, Gastvrije Binnensteden, agrotoerisme, cultuurhistorische landmarks en regiopromotie. Met het oppakken van deze opgaven kunnen we onze ambitie (een optimale balans tussen de toeristische druk en de draagkracht van de omgeving) verwezenlijken. Rivierbeleving De kwaliteiten van het Rivierenland zijn o.a. gelegen in het rivierenlandschap. De afwisseling van weidse rivieren en uiterwaarden, kleinschalige, besloten oeverwallen en open kommen kenmerkt

29

het landschap van het Rivierenland. De hoofdrivieren, NederRijn – Lek, Maas, Waal, Linge en de recreatieplassen binnen de regio dragen bij aan de versterking van de toeristische potentie. Regio FruitDelta Rivierenland zet in op meer aanbod (verblijfs- en dagrecreatie) binnen de verhaallijnen van de rivieren, kwalitatief versterkte verblijfsvoorzieningen en dagattracties langs de rivieren en nieuwe vaarroutes op rivieren en fiets- en wandelroutes langs de rivieren. Gastvrije Binnensteden De cultuurhistorische waarden van de binnensteden en dorpen in FruitDelta Rivierenland worden ingezet om de toeristische aantrekkingskracht te vergroten. Er wordt ingezet op meer dagrecreatief aanbod in binnensteden (een transformatie van place to buy naar place to be), meer overnachtingsmogelijkheden in binnensteden en het behouden en ontwikkelen van fiets- en wandelroutes door cultuurhistorische binnensteden. Hierdoor blijven de binnensteden vitaal en uitnodigend voor een bezoek en blijven voorzieningen voor inwoners op pijl. Agrotoerisme We werken aan het vitaliseren van het platteland door koppeling van agribusiness met recreatie & toerisme CONCEPT en het versterken van agro toeristisch imago en bekendheid van de regio. Dit door gezamenlijke focus op verhaallijnen en inpassing van streekproducten.

We zetten in op meer kwalitatief aanbod verblijfs- en dagrecreatie in agrotoerisme en meer beleving van streekproducten. Cultuurhistorische Landmarks De aanwezige cultuurhistorische landmarks vertellen het verhaal uit het verleden. Door het verbinden en beleefbaar maken van de cultuurhistorische landmarks middels verhaallijnen door het landschap komt de geschiedenis tot leven. Door meer ontwikkelingsmogelijkheden toe te laten, worden de landmarks beleefbaar en ontstaat aanvullend toeristisch aanbod (verblijfs- en dagrecreatie) en behouden we de waardevolle beeldbepalende landmarks in het landschap. Dit wordt versterkt door meer promotie van deze landmarks en het realiseren van en nieuwe wandel-, fiets- en vaarroutes langs cultuurhistorische landmarks. Regiopromotie FruitDelta Rivierenland zet in op een sterke marketing en promotie van de drie streken binnen de regio: Betuwe, Bommelerwaard en Land van Maas en Waal. Doel is de naamsbekendheid van alle streken te vergroten en spreiding van doelgroepen over seizoenen en streken plaatsvindt. De regio zet in op het gericht jaarrond aanbod promoten, de naamsbekendheid van de streken laten stijgen en meer bezoekers uit andere streken trekken door de streken in de promotie met elkaar te verbinden. Hierdoor wordt FruitDelta Rivierenland meer gevonden door toeristen en recreanten, hetgeen bijdraagt aan de optimale balans.

30

4.7 Cultuur voor een leefbaar en inspirerende FruitDelta Rivierenland Kunst, cultuur en erfgoed dragen bij aan een leefbaar en inspirerende regio. De regio kent een krachtig en gevarieerd theateraanbod, bekende evenementen en musea. Wel staat het culturele aanbod in de regio onder druk. In de Cultuurmonitor Gelderland 2022 geven inwoners aan dat er te weinig culturele voorzieningen zijn, zij zijn relatief minder tevreden over de bereikbaarheid ervan. De gemeenten in de regio werken daarom intensief samen aan een toekomstbestendige culturele infrastructuur. In het regioplan Inspirerend Rivierenland ziet de regio kansen voor samenwerking op het gebied van cultureel erfgoed en podiumkunsten. Door kennisdeling, innovatie en gezamenlijke promotie is er een rijk en gevarieerd aanbod in de regio. De gemeenten werken verder via de landelijke programma’s op het vlak van cultuureducatie en de provinciale cultuur- en erfgoedpacten samen aan cultuureducatie en -participatie in de regio. 4.8 Mobiliteit De regio FruitDelta Rivierenland ligt centraal in Nederland en is daardoor in trek bij bedrijven en (potentiële) inwoners. Spoor-, snel- en vaarwegen verbinden de regio snel met belangrijke economische kernen zoals Utrecht, ’s-Hertogenbosch, Ede-Wageningen, Arnhem en Nijmegen. De regio heeft verschillende gezichten.

Van stedelijke tot uitgestrekte landelijke gebieden en van logistieke bedrijvigheid tot prachtige natuur. De unieke ligging CONCEPT tussen de rivieren geeft de regio haar identiteit, maar het brengt ook uitdagingen met zich mee op het gebied van mobiliteit. De regio heeft een uitvoeringsagenda Mobiliteit 2023-2026 ontwikkeld. Deze visie is door de meeste gemeenten in de regio vastgesteld, bij de overige gemeenten is de visie in procedure. Mobiliteit stopt niet bij de regio-en gemeentegrenzen. Daarom hebben we partners als provincie en Rijk hard nodig om regio FruitDelta Rivierenland bereikbaar te houden. Op basis van de uitvoeringsagenda mobiliteit voor de FruitDelta Rivierenland richten we ons op onderstaande onderwerpen: 1. Betrouwbare regionale autoverbindingen De meerderheid van het autoverkeer op het regionale hoofdwegennet is regio-gebonden. Daarom zetten wij ons in voor robuuste bovenregionale wegverbindingen met A2, A15 en de Rijnbrug. We zetten in op maatregelen gericht op het verleiden van werknemers, bewoners en logistiek om andere (duurzamere) keuzes te maken. Sinds 2017 wordt samen met het Rijk, de provincies Noord-Brabant en Gelderland, en gemeente ’s-Hertogenbosch gewerkt aan een lange termijn oplossing voor de A2 Deil-Vught.

Hierbij gaat het zowel om het verbeteren van de doorstroming als aandacht voor leefbaarheid in het gebied, onder andere rondom Waardenburg, waar men veel last heeft van sluipverkeer. Vooruitlopend op een planstudie naar de verbreding van de A2 worden Quick Win maatregelen genomen en een breed mobiliteitspakket opgesteld om de doorstroming, leefbaarheid en veiligheid in het gebied te vergroten. Bij maatregelen moet worden gedacht aan bijvoorbeeld het verbeteren van de stationsomgevingen bij Zaltbommel en Geldermalsen, het realiseren van het snelfietspad Zaltbommel – ’s-Hertogenbosch en het realiseren van Carpoolplekken. 2. Een veilig en compleet regionaal autonetwerk Om regionale doelen/ambities te bereiken moeten de lokale en regionale verbindingen binnen onze regio ook op orde zijn. Denk aan de bereikbaarheid van werklocaties, toeristische hotspots en parkeren/bereikbaarheid in relatie tot woningbouw. We actualiseren

31

het wegen/bereikbaarheidsplan, met aandacht voor verkeersveiligheid en de belangrijkste knelpunten. 3. De mobiliteitsketen op orde Gezien de aard van de regio hebben we aandacht voor goede oeververbindingen en behoud van veerponten als cruciale verbindingen in de keten. Deelmobiliteit kan in nieuwe woonwijken een alternatief zijn voor de (tweede) auto. Met verbetering van (stations)hubs zoals Tiel, Geldermalsen, Culemborg en Zaltbommel zorgen we ervoor dat het OV aantrekkelijker wordt als alternatief voor de auto. Deelmobiliteit kan ook bijdragen aan de bereikbaarheid van landelijke gebieden, bijvoorbeeld doordat mensen beschikking hebben over een e-bike of een deelauto. Ook buurtbussen kunnen hieraan bijdragen. Het landelijk gebied in FruitDelta Rivierenland wordt gekenmerkt door veel kleine kernen die relatief ver van elkaar zijn gelegen. Een voorbeeld ter illustratie is dat we met bovengenoemde initiatieven de kleine kernen bereikbaar houden, dit is niet alleen vanuit het oogpunt van mobiliteit van belang maar levert ook een bijdrage aan de brede welvaart in de regio. 4. Meer mensen op de fiets We richten ons met name op de routes waar nu veel korte autoverplaatsingen zijn, want daar kan de fiets (tot 7,5 km) of e-bike (tot 15 km) een prima alternatief zijn. Daarom zetten wij in op een snelle fietsroute langs de A2 en de A15.

Wij ondersteunen gemeenten bij het zorg dragen voor kwalitatief goede fietsverbindingen op schoolroutes en recreatieve routes. Daarbij zoeken we naar een structurele oplossing voor het in de vaart houden van de veerponten. Ze verkorten de reisafstand en vergroten daardoor de potentie van de fiets. Enkele voorbeelden ter illustratie: in Tiel isCONCEPT het lastig om met de fiets de oversteek te maken van het Amsterdam-Rijnkanaal; een fietsbrug over het kanaal zou de reistijd voor fietsers aanzienlijk verkorten en vergemakkelijken. Vanuit het zuiden van de regio is het een lange weg voor fietsers om naar ’s Hertogenbosch te komen; een fietspad langs de nieuwe A2 brug over de Maas bij Hedel zou voor velen de afstand verkorten. 5. Betere bereikbaarheid van het OV Spoor en openbaar vervoer vormen de ruggengraat van ons mobiliteitssysteem. Voor het faciliteren van de woningbouwopgave is een goede keten van OV, hubs en kleinschalige mobiliteit voorwaardelijk. Op een aantal routes heeft het spoor potentie om te concurreren met de auto. Hoe beter de keten is georganiseerd, hoe hoger de potentie en waarde van het OV in het totaalaanbod. Als regio zijn we geen opdrachtgever van het OV en HaltetaxiRRReis, maar we maken ons richting de provincie wel hard voor het belang van het OV als onderdeel van de mobiliteitsketen in onze regio. 6.

Verkeersveiligheid en verkeersdata We werken aan een risico gestuurde aanpak van verkeersveiligheid in de regio. Onze focus ligt op de (boven)regionale verbindingen. De wereld om ons heen waaronder ook onze mobiliteit (auto, OV, fiets) wordt steeds digitaler. Dat vraagt ook iets van onze werkprocessen en de digitale competenties van ons als wegbeheerders/overheden. We werken samen aan deze digitaliseringsopgave. 7. Schonere automobiliteit Het autobezit in FruitDelta Rivierenland is relatief hoog. Dit komt door de geografie van onze regio: een groot deel is sterk landelijk gebied. Daarom is het niet realistisch om veel mensen uit de auto te krijgen. We zetten in op elektrisch rijden, met als doel CO2-reductie en een prettigere leefomgeving. Het laadnetwerk wordt door gemeenten steeds verder op orde gebracht en regionaal willen we mensen het elektrisch rijden laten ervaren. 8. Stimuleren slim en innovatief reisgedrag We stimuleren ander reisgedrag. Onze mobiliteitsmakelaar gaat met bedrijven aan de slag. We richten ons daarbij op: meer thuiswerken (dus minder reizen), minder in de spits reizen en duurzamer reizen. We leggen daarbij nadrukkelijk de link met het aanbod, bijvoorbeeld 32

een fietscampagne gekoppeld aan de realisatie van een nieuwe, snelle fietsroute. Eén van de aspecten waar we in het kader van leefbaarheid wat mee willen is de drukte en geluidshinder op onze mooie dijken. We hebben allerlei interessante bedrijven én ruimte om innovaties uit te proberen. We zetten daarom regio FruitDelta Rivierenland in als proeftuin voor het testen van slimme/ innovatieve oplossingen die duurzame mobiliteit stimuleren. 5. De afwegingen met elkaar De toegevoegde waarde van het regioarrangement zit in het identificeren van vraagstukken, kansen en dilemma’s. Dit leidt tot het agenderen en afwegen van vraagstukken en komen tot uitvoeringsgerichte oplossingen via gebiedsprogramma’s. Als we de ambities uit de voorgaande hoofdstukken bezien, komen we tot de volgende vraagstukken.

Ruimtelijke kwaliteit Vanuit bodem en water sturend is het logisch om te verstedelijken op oeverwallen, maar is dat vanuit een oogpunt van ruimtelijke kwaliteit en klimaatadaptatie gewenst (verdichting kernen, samengroeien dorpslinten). Fruitteelt zoekt daar ook zijn plek: kortom veel ruimtedruk op de oeverwallen. Weer sterker inzetten op onderscheid oeverwallen en komgebieden. In de komgebieden is CONCEPT met name voor melkveehouderij en waterberging. Bodem en water sturend Wat betekent water en bodem sturend voor deze regio? Wat zijn de ruimtelijke sociaal economische consequenties voor de diverse functies in het gebied? Bijvoorbeeld voor woningbouwlocaties op lange termijn. Consequenties voor nattere en drogere gebieden? Komen er nog meer reserveringen ruimte voor de rivier? Dit moet nader worden uitgewerkt in de deelgebieden per waterschapsgebied (Betuwe, Bommelerwaard en Land van Maas en Waal). Hoe ontwikkelen we een toekomstig bestendig watersysteem zowel kwantitatief als kwalitatief? Biodiversiteit Koppel biodiversiteit aan klimaat en water bodem sturend.

Kunnen we de bestaande hoofdstructuur van buitendijkse (rivier)natuur (Vogel-en Habitatrichtlijn), die voornamelijk oost-west is georiënteerd, versterken met een fijnmazig binnendijks netwerk van groen blauwe dooradering? We sluiten hierbij aan op de uitgangspunten van het VLGG, wellicht gebruikmakend van het agrarisch natuurbeheer. Klimaatadaptatie Onderzoek is noodzakelijk naar de ruimtelijke effecten van klimaatverandering (bv. klimaatdijken; water&bodem sturend in relatie tot woningbouwbeleid: spreiden of bundelen?) Hoe kunnen we de Linge benutten als structuurdrager door het gebied voor klimaatbuffers, landschap en recreatie? Wat zijn de gevolgen van Ruimte voor de Rivier voor de meerlaagse veiligheid binnendijks? Land- en tuinbouw

33

Hoe faciliteren we de transitie van de land- tuinbouw? (vermindering stikstofuitstoot en CO2 en gezond water- en bodembeheer). Is er voldoende zoet water beschikbaar voor de glastuinbouw, fruitteelt paddenstoelenteelt en laanbomenteelt op lange termijn? Wat zijn de gevolgen voor de waterhuishouding? Mogelijk heeft klimaatverandering effect op de verschillende vormen van teelten. Teeltondersteunende voorzieningen zijn nodig, maar hoe kan het met ruimtelijke kwaliteit en behoud van een aantrekkelijk buitengebied voor recreanten? In de regio zijn er veel stoppende boeren zonder opvolger: wat doen we met de vrijkomende agrarische bebouwing en gronden? Spuitzones beperken de mogelijkheden voor woningbouw. Kunnen we dit flexibeler toepassen zonder extra gezondheidsrisico’s en met winst voor waterkwaliteit en biodiversiteit? Energie Zeker tot 2030 is er sprake van netcongestie. Dit vraagt om een risicoanalyse van plannen met betrekking tot onder andere de woon-werklocaties en eventueel is er prioritering nodig. Verder is er tijdig een visie nodig op het gewenste energiesysteem (en dus ook op gewenste verdere verstedelijking) voor de periode na 2030.

Bijvoorbeeld: welke warmtebronnen hebben we voor verwarming van gebouwen? Als in de warmtevraag enkel wordt voorzien met all electric-oplossingen (warmtepompen), dan betekent dat een extra elektriciteitsvraag vergelijkbaar met ons huidige RES-bod van 1,2 TWh/jaar! Anderzijds moet er bij de CONCEPT ontwikkeling van geothermie rekening worden gehouden met beperkingen door onder andere grondwaterbescherming- en drinkwaterreserveringsgebieden. Leefbaarheid en verstedelijking Welk profiel past bij de gewenste identiteit? Aantrekkingskracht op logistiek: zijn de grenzen bereikt? Is er voldoende fysieke ruimte? Is er voldoende wegcapaciteit? Draagt het bij aan brede welvaart van inwoners? Is er voldoende ruimte voor lokale ontwikkelingen (MKB) op lange termijn? Voor XXL-locatie Tiel Medel moet een afweging gemaakt worden op verschillend ruimtelijk functioneel schaalniveau. Wonen: afspraken over aantallen, maar vanuit oogpunt water&bodem sturend, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit wordt locatiekeuze belangrijker: inbreiden versus uitbreiden; spreiden of bundelen? Er is stedelijke druk vanuit de Randstad en ’s Hertogenbosch en Utrecht.

Moet dit vanuit de principes van water en bodem sturen worden gefaciliteerd? Hoe maken we ruimte voor huisvesting van bijzondere doelgroepen (ouderen, zorgvragers, arbeidsmigranten, statushouders, vluchtelingen etc)? Brede welvaart: voor de leefbaarheid van de kleine kernen moeten voorzieningen op peil worden gehouden. Hoe pakken we dit aan? Is het regionaal wenselijk om na te denken over de ruimtelijke inpassing van sociale voorzieningen. Op basis van de vraag ‘wie moet waar wonen’ en vervolgens ‘wat is hier voor nodig’. Voorbeelden zijn de steeds langer thuiswonende ouderen, de vergrijzing en het personeelstekort de komende jaren in de zorg. Hoe zorgen we ervoor dat er in de regio voldoende voorzieningen zijn voor ouderen, beschermd wonen, GGZ-problematiek etc.? Cultureel erfgoed en recreatie en toerisme 34

Zijn er kansen voor recreatie en toerisme door aan te sluiten bij bestaand cultureel erfgoed en andere ruimtelijke ontwikkelingen, zoals het groen blauwe raamwerk? Hoe werkt de regio aan een landelijk herkenbaar profiel? Mobiliteit Doorstroming op het hoofdwegennet moet worden gegarandeerd. Barrière werking grote rivieren en rijksinfrastructuur; dit vraagt wellicht een herijking op de infrastructuur van het onderliggend wegennetwerk hernieuwde visie op het onderliggend wegennetwerk. Denk hierbij aan de leefbaarheid in bijvoorbeeld Waardenburg die onder druk staat door sluipverkeer. Een integrale benadering van dit vraagstuk is gewenst. Dit heeft ook een relatie met de ontsluiting van het bedrijventerrein Hondsgemet en de wijk Passewaaij in Tiel. Ook de bereikbaarheid van voorzieningen en werklocaties vanuit kleine kernen (OV, fietsverbindingen, veerponten) staat onder druk. 6. De regio in 2030 met doorkijk naar 2050 De periode 2030 tot 2050 wordt vooral benut om de door de regio ontwikkelde visies tot uitvoering te brengen. Dit leidt tot: - Regio Fruitdelta is voorbereid op de klimaatverandering richting 2120 (WUR-rapport over langjarige klimaateffecten). De afwegingen in het hier en nu en CONCEPT programmatische afwegingen in het licht van de transitie door klimaatverandering. Het meenemen van de lange termijneffecten tot 2030 in de afweging. - No regret keuzes; 2030.

De regio is goed doordrongen van lange termijn effecten door afwisseling van natte en droge perioden en zeespiegelstijging. De regio houdt hiermee rekening bij het maken van ruimtelijke keuzes. - Ruimte voor transitie naar passende vormen van klimaatbestendige landbouw, gelet op de vruchtbare delta van de regio en ruimte voor grondgebonden bedrijven. Onderzoek naar de wijze waarop samen met de sector de transitie naar klimaatbestendige landbouw kan worden gemaakt. - Aanhaken bij rapport leefomgeving/ruimtelijke inrichting van Plan Bureau voor de Leefomgeving. 7. Hoe worden we deze regio? Hoofstuk in te vullen na 4 juli 2023 (datum besluitvorming college van Gedeputeerde Staten). We worden deze regio door het oppakken en uitvoeren van de in hoofdstuk 5 geïdentificeerde hoofdopgaven, via gebiedsprogramma’s. In de gebiedsprogramma’s gaan we aan de slag met onder andere de acties, onderzoeken en visies. 8. Hoe werken we samen 8.1 Welke samenwerkingsvorm kiezen we Het regioarrangement is een gezamenlijk product van alle betrokkenen. De provincie heeft weliswaar de regie genomen, de vaststelling ervan zal binnen de huidige kaders door provincie, regio, waterschappen en gemeenten moeten plaatsvinden. Alhoewel het regioarrangement voortbouwt op bestaand beleid kan het voor partners ook worden gezien als deels nieuw beleid.

Het beleid van de ene overheid kan agenderend doorwerken o het beleid van het andere overheden. Samenwerking in de totstandkoming en 35

de bestuurlijke vastlegging ervan is essentieel om tot een gedragen regioarrangement te komen. Dat geldt ook voor de uitwerking en de uitvoering van de opgaven en we voorzien een langjarige samenwerking. Waarmee meteen wordt opgemerkt dat er geen blauwdruk van de regio wordt vastgesteld, dat er sprake is van een iteratief en soms cyclisch proces en dat voor concrete uitwerkingsvraagstukken (bijvoorbeeld in gebiedsprogramma’s) meer tijd en nadere besluitvorming nodig zal zijn. Als er hernieuwde inzichten of actualiteiten zijn kan het regioarrangement worden geactualiseerd, het is een adaptieve agenda. Wij vinden een zorgvuldig en gedragen proces belangrijk. Het concept regioarrangement kan voor het zomerreces hooguit ter informatie of beeldvormend naar de raden worden gezonden. Op basis van de concept regioarrangementen zal de provincie tweede helft 2023 de Contouren van het Ruimtelijk Voorstel aanbieden aan het Rijk. Het hele proces van de totstandkoming van het regioarrangement is opgehangen aan de onderlinge bereidheid tot samenwerking. De ervaring die in de samenwerking met de regio Fruitdelta Rivierenland is gedaan is daarin positief. Wij willen waar mogelijk zoveel mogelijk als één overheid (samen)werken.

8.2 Hoe sturen we op de voortgang Het regioarrangement is op te vatten als het gezamenlijk ruimtelijk perspectief van betrokken overheden op de opgaven in regio FruitDelta Rivierenland voor de komende 20 tot CONCEPT 30 jaar. In het regioarrangement zullen ook concrete afspraken hoe opgaven in samenhang met elkaar, en met inzet van mensen en middelen, zullen worden opgepakt en uitgevoerd. Het regioarrangement zal in concept in ieder geval ter consultatie/beeldvorming aan colleges en raden voor het zomerreces worden voorgelegd. In de eerste maanden na het zomerreces zal het (eventueel aangescherpte concept) ter bespreking en besluitvorming worden voorgelegd aan de colleges en raden. In de planning is in september rekening gehouden met een (beeldvormende) regionale raadsavond en daaropvolgend, om en nabij oktober, de mogelijkheid voor besluitvorming in individuele raden opgenomen. Definitieve besluitvorming over het regioarrangement in GS is voorzien op 21 november 2023. 8.3 Wat is daarvoor nodig? We willen dit eigenlijk beperken tot het volgende: vertrouwen in elkaar als partners en het geloof dat wat goed is voor de regio ook goed is voor de gemeenten, provincie en het waterschap.

8.4 Samenwerking en overleg met betrokkenen in gebied De regio FruitDelta Rivierenland heeft met de Gebiedsagenda ‘Krachten bundelen om integraal te werken aan de opgaven van de toekomst’ een goed fundament neergelegd voor de opgave waarvoor wij gezamenlijk (provincie, regio, gemeenten en ook waterschap) gezamenlijk voor staan. Daar is gezamenlijk op voortgebouwd . Ook is dankbaar gebruik gemaakt van de overlegstructuur die in regio FruitDelta Rivierenland is neergezet. Het portefeuillehoudersoverleg RO en de verschillende opgavetafels die reeds bestaan hebben op een positieve wijze bijgedragen aan de totstandkoming van het Regioarrangement. Dit is als een constructieve wijze van samenwerking ervaren, waarbij het belang van de regio steeds bovenaan stond. 36

Ook ambtelijk is de samenwerking met inhoudelijk specialisten als positief ervaren. Bijlagen Bijlage 1 Agenderende integrale opgaven kaart Bijlage 2 Begrippenlijst (is optioneel, nu nog niet bijgevoegd)

CONCEPT

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12973544/2