Regioarrangement Rivierenland versie 21 juni 2023
Tekst van het document
Regioarrangement FruitDelta Rivierenland FruitDelta Rivierenland groeit en bloeit FruitDelta Rivierenland Colofon 0.5 20 juni 2023
Voorliggend regioarrangement is de eerste versie. Deze versie wordt komend half jaar (2023) aangescherpt en qua structuur en opbouw verbeterd. Werken met het regioarrangement is een dynamisch proces waarin we samen leren. We actualiseren dit document naar verwachting twee jaarlijks en scherpen het aan als daar aanleiding toe is. Omdat bijvoorbeeld opgaven moeten worden bijgesteld. In dit proces ziet de provincie een regierol om integraal en gebiedsgericht te kijken, te handelen en afgestemde keuzes te maken. Ruimtelijke uitdagingen vragen altijd om regie en afstemming, maar vooral bij bovenregionale (complexe) zaken kan de provincie een betekenisvolle rol spelen. Ook kan de provincie in gebieden het verschil maken doordat ze als middenbestuur een verbindende en schakelende rol heeft tussen Rijk, gemeenten en waterschappen. De provincie heeft voldoende afstand tot het lokale maar is tegelijk dichterbij dan het nationale niveau. CONCEPT
In voorliggende versie zijn de opgaven voor de regio’s benoemd, inclusief hun onderlinge samenhang. Er wordt aangegeven hoe de opgaven aansluiten bij bestaand beleid van de gemeenten, waterschap, provincie en, zover mogelijk, het Rijk. Ten aanzien van de opgaven en hun onderlinge samenhang en de mate van concreetheid van de ruimtelijke keuzes wordt de komende tijd het gesprek met partners gevoerd.
1. Waarom een Regioarrangement voor FruitDelta Rivierenland 1.1 Aanleiding Het Rijk wil vanuit de nationale opgaven weten wat er ruimtelijk wel of niet mogelijk is in de provincie Gelderland. Voor de overheden in Gelderland vraagt dit om een eenduidige en afgestemde koers voor de komende 25 jaar. We hebben als gemeenten, waterschap, Rijk en provincie veel plannen op het gebied van wonen, infrastructuur, natuur, landbouw, recreatie, energieopwekking en bedrijven. Er spelen uitdagingen op het gebied van stikstof en klimaat, de kwaliteit van het bodem- en watersysteem en de zorg voor voldoende grond- en drinkwater. Als gezamenlijke overheden staan we aan de lat voor deze uitdagingen. Veel ruimtevragers als wonen, natuur en landbouw overlappen elkaar en onze beschikbare ruimte is schaars. Daarom moeten we slimme keuzes maken voor de korte én lange termijn. Dat kan de provincie Gelderland niet alleen; het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken overheden. Om hier invulling aan te geven worden in de provincie Gelderland voor 7 regio's regioarrangementen gemaakt, waaronder het regioarrangement voor de regio FruitDelta 1
Rivierenland. Deze 7 regioarrangementen vormen gezamenlijk de basis van het provinciale, ruimtelijke voorstel aan het Rijk. Op basis van dit ruimtelijke voorstel worden door provincie en Rijk verdere afspraken gemaakt in een zogenaamd ruimtelijk arrangement. Dit zijn wederkerige bestuurlijke afspraken tussen het rijk en provincie over de ruimtelijke inpassing en uitvoering van nationale opgaven. Dit is inclusief wat daarvoor nodig is aan instrumenten en middelen. In dit regioarrangement wordt de gezamenlijke agenda en ambitie vastgelegd van de regio FruitDelta Rivierenland en de provincie Gelderland. Een agenda en ambitie die aansluit bij de identiteit van deze regio, met de afspraken die daarbij horen. De regionale opgaven worden verbeeld op de bijbehorende kaart: de Agenderende integrale opgaven kaart. Om de grote opgaven gerealiseerd te krijgen, hebben we elkaar hard nodig. Zo zorgen we met elkaar voor welvaart en welzijn voor deze en volgende generaties in Gelderland en in regio FruitDelta Rivierenland in het bijzonder. 1.2 Wat is een regioarrangement? In het regioarrangement worden de gezamenlijke ambities, doelen en opgaven beschreven voor de leefomgeving in regio FruitDelta Rivierenland voor de komende tijd. Dit gebeurt via drie CONCEPTbodem en water sturend en brede sturende principes, te weten ruimtelijke kwaliteit, welvaart.
Het regionaal perspectief daarbij is 2030, met een doorkijk naar 2050. Het uitgangspunt is dat met het regioarrangement in aanvang geen nieuw beleid wordt vastgesteld. Daar waar bijstelling van bestaand beleid nodig is, is het regioarrangement agenderend voor bestuurlijke en politieke besluitvorming bij de betreffende overheden. Het regioarrangement is geen instrument onder de Omgevingswet. Het regioarrangement staat voor een langjarige samenwerking. Met daarbinnen afspraken zoals het aanwijzen van gebieden waarvoor een gebiedsprogramma wordt opgesteld. In deze gebiedsprogramma’s worden afspraken verder uitgewerkt. Dit zijn afspraken over verdeling van rollen en verantwoordelijkheden, uitvoering van maatregelen en de inzet van instrumenten. Bij de uitvoering van onderdelen van het regioarrangement kunnen de eigen verantwoordelijkheden van de verschillende overheden worden bepaald en afgesproken. Dit gebeurt vanuit de gezamenlijke ambities en doelstellingen voor de hele regio. Participatie met maatschappelijke organisaties en inwoners vindt met name plaats bij het opstellen van de toekomstige gebiedsprogramma’s. Deze bevatten een integrale gebiedsvisie met ruimtelijk perspectief en scenario’s voor integrale oplossingen voor doelen en ambities die in het regioarrangement zijn meegegeven.
Hier hoort een opsomming bij van maatregelen, projecten en instrumenten die nodig zijn voor de uitvoering op gebiedsniveau. Ook beschrijft het de uitvoeringsorganisatie en de wijze van monitoring van de voortgang. Het gebiedsprogramma wordt vastgesteld door de betrokken overheden in het gebied.
2. Wat voor regio zijn we?
2
2.1 Waarden en kwaliteiten van de regio FruitDelta Rivierenland is een regio in de zuidwestelijke vleugel van de provincie Gelderland in het midden van Nederland, met bijna een kwart miljoen inwoners. Het gebied wordt gevormd door de Tielerwaard, de Culemborgerwaard, de Betuwe, de Bommelerwaard en het westen van het Land van Maas en Waal. In de regio werken de 8 gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, NederBetuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel samen. FruitDelta Rivierenland heeft een uniek landschap met afwisseling tussen de kleinschaligheid van oeverwallen en de karakteristieke vergezichten van de komgebieden. In een delta van water, fruit, historische steden en dorpen en kastelen moeten meer dan 1.000 kilometer aan dijken enerzijds voor droge voeten zorgen. Met de vroegere evacuaties van gebieden op het netvlies, zoals de Bommelerwaard, zijn waterveiligheid en klimaatadaptatie grote opgaven. Anderzijds zorgt het water voor het bloeien en groeien in de regio en is het een bron van welvaart. Het gebied heeft veel agrarisch grondgebruik en is bekend om de fruit- en laanboomteelt naast paddenstoelenteelt en glastuinbouw. Van oorsprong is in de regio met name gebouwd op de oeverwallen.
De inwoners vormen een CONCEPT unieke verzameling van verschillende gemeenschappen, gevestigd in ongeveer 80 karakteristieke steden, dorpen en kernen, die van oudsher gescheiden van elkaar zijn door het water en de dijken. Doordat inwoners van oudsher sterk op elkaar waren aangewezen, is samenwerking onderdeel geworden van een gedeelde identiteit. De wederzijdse afhankelijkheid en gedeelde normen en waarden zorgden voor een gevoel van verbondenheid. Dit is de basis van de veerkracht in de regio, juist omdat solidariteit en aanpassingsvermogen in het DNA zit. Dat zorgt voor diversiteit van de bevolking, maar ook voor ondernemerschap. Dit is zeer kenmerkend voor de regio; het grote aantal gebiedscoöperaties en burgerinitiatieven die vrijwel elk maatschappelijk terrein bestrijken, illustreren dit. Drie grote rivieren domineren het gebied: de Maas, de Rijn en de Waal. Zij vormen een cruciale schakel in de Nederlandse delta. De kwaliteiten van het Rivierenland zijn gelegen in het rivierenlandschap met zijn ‘breede rivieren traag door oneindig laagland.’ Ook de Linge is van belang om hierbij te noemen. De afwisseling van weidse rivieren en uiterwaarden, kleinschalige, besloten oeverwallen en open kommen kenmerkt het landschap van het Rivierenland. Vanwege het unieke landschap en de ruimte liggen er kansen voor recreatie en toerisme.
De kwaliteit van het Rivierenland is echter ook zijn centrale ligging in het land en de goede bereikbaarheid die een 3
ruimtelijke dynamiek met zich meebrengt. Sectoren die hier baat bij hebben, zoals logistiek en de agrarische sector zijn dan ook goed vertegenwoordigd in de regio. Economisch bestaan er nauwe banden met de aangrenzende provincies en regio’s. De A2 en A15 doorkruisen het gebied en vormen respectievelijk een belangrijke kennis-as (AmsterdamEindhoven) en de logistieke as Rotterdam-Duitsland. Samen met de rivier De Waal en spoorlijnen zijn dit de belangrijkste vervoercorridors voor de regio. FruitDelta Rivierenland kent een krachtig en gevarieerd theateraanbod, gebracht via uiteenlopende podia. Er zijn bekende evenementen en publiekstrekkers, waaronder Appelpop, Culemborg Blues en het fruitcorso, en er zijn diverse expositieruimten, kunstroutes, musea, galeries en broedplaatsen voor culturele makers. Tiel heeft een belangrijke regiofunctie voor cultuur. 2.2 Welke regio willen we zijn? De samenwerkende overheden in regio FruitDelta Rivierenland zien vanuit de bovenstaande typering van de regio en vanuit de aan te pakken complexe opgaven, dat de krachten moeten worden gebundeld om een aantal regionale ambities gezamenlijk na te streven. Die ambities zijn voor regio FruitDelta Rivierenland de volgende. De opsomming is niet in volgorde van CONCEPT belangrijkheid.
Een krachtige land- en tuinbouwregio waar we veilig wonen en werken op hoge delen De term landbouw gebruiken we in dit regioarrangement als containerbegrip voor land- en tuinbouw. We zijn toonaangevend in fruitteelt, boomteelt, glastuinbouw en paddenstoelenteelt op de oeverwallen en zijn daarbij meer waterzelfvoorzienend en biodivers. We ontwikkelen bestaande duurzame melkveehouderij op komgronden in samenhang met natuur-, waterbeheer en recreatie. We ontwikkelen woon- en werklocaties voor de lokale en regionale behoefte en leefbaarheid, waarbij vanuit water en bodem sturend de focus ligt op de oeverwallen. We koesteren daarbij onze kleinschaligheid (geen grootschalige woningbouw), sparen het landschap door focus op inbreiding. Nieuwe landelijk woonconcepten in het buitengebied bieden kansen om kwaliteit te maken. Met een robuust groen-blauw raamwerk We hebben een robuust raamwerk voor biodiversiteit en toekomstbestendig waterbeheer. Zo pakken we droogte aan en zijn we voorbereid op wateroverlast, ook voor klimaatadaptatie op de langere termijn. We combineren dit met recreatie. (Inter)nationaal goed verbonden We benutten de grote rivieren voor scheepvaart en watergebonden bedrijvigheid, zorgen voor goede doorstroming op de A2, A15 en het onderliggend wegennet. De infrastructuur wordt goed ingepast.
We investeren in een hoogwaardig openbaar vervoernetwerk en goede (snel) fietsverbindingen voor lokale bereikbaarheid. Met duurzame energie We willen minder energie verbruiken en de energie die wordt verbruikt lokaal en duurzaam opwekken. Het toekomstbestendig maken van de energievoorziening in Rivierenland is 4
essentieel. We gaan op zoek naar nieuwe energiebronnen zoals elektriciteit uit zon en wind en warmte uit andere bronnen dan aardgas. We zoeken oplossingen voor het probleem van netcongestie en ontwikkelen een energiesysteem dat ook past bij het karakter en de toekomstige behoeften van de regio. Voorbereid op een toekomst met meer wateroverlast, droogte en hitte Het groen-blauw raamwerk biedt ruimte voor klimaatadaptatie en meerlaagsveiligheid. Tuinbouw op de oeverwallen wordt meer waterzelfvoorzienend en teelten passen zich aan aan hogere temperaturen. De lage komgronden blijven met melkvee, natuur en water vrij van ontwikkelingen als klimaatbuffer. Steden, dorpen en bedrijventerreinen worden klimaatadaptief, biodivers en met ruimtelijke kwaliteit (her) ingericht, focus op inbreiding, gelegen op de hoge, droge oeverwallen. We beschermen onze kostbare zoetwatervoorraad in de ondergrond. Voortbouwend op de historisch gegroeide identiteit We investeren in landschapskwaliteit; uiterwaarden als landschapspark, meer beplanting op oeverwallen, openheid en natte natuur in kommen. Bedrijventerreinen worden goed ingepast. We zorgen voor onze historische parels, benutten deze voor recreatie en toerisme en investeren in de Hollandse Waterlinies als landschap van wereldklasse en maken de ondergrondse Limes beleefbaar.
CONCEPT In brede welvaart en welzijn Kleine gemeenschappen zijn onze kracht en identiteit, ontwikkelingen passen bij de maat en schaal van onze regio en dragen bij aan de leefbaarheid en komen met lokale betrokkenheid tot stand.
De onderwerpen zoals hierboven genoemd worden nader uitgewerkt in de hoofdstukken 3 en 4.
3. Sturende principes 3.1 Inleiding In het regioarrangement worden drie sturende principes gehanteerd, die gezien moeten worden als uitgangspunten. Bij elk toekomstscenario of ruimtelijke ontwikkeling moet worden voldaan aan deze principes, namelijk: - rekening houden met de ruimtelijke kwaliteiten van het FruitDelta Rivierenland - rekening houden met de randvoorwaarden die het bodem- en watersysteem stelt - bijdragen aan de brede welvaart van de bewoners van de Regio FruitDelta Rivierenland.
3.2 Ruimtelijke kwaliteit Delta van grote rivieren Regio FruitDelta Rivierenland dankt zijn bestaan en karakter aan de ligging in de delta van de grote Europese rivieren Rijn en Maas. Ze hebben het landschap gevormd, economische voorspoed en culturele rijkdom gebracht. Dynamische rivieren, agrarische polders en historische dorpen en steden vormen samen de identiteit van de regio.
5
De regio heeft een karakteristieke landschappelijke opbouw met grote rivieren en uiterwaarden, machtige dijken, hoge en droge oeverwallen en lage, natte rivierkomgronden. Geen rivier is daarbij hetzelfde. De Maas is een samenspel van oude meanders en een gekanaliseerde rivierloop met bakenbomen, de Waal is groots en dynamisch met veel scheepvaart en de Nederrijn-Lek is als gestuwde rivier een stuk rustiger en meer gericht op recreatie. Ook de Linge is karakteristiek, waarbij de natuurlijk gevormde Beneden-Linge sterk meanderend is en de Boven-Linge een rechtlijnige, cultuurtechnische oorsprong heeft. Uniek is het gebied bij Sint Andries waar de Maas en de Waal elkaar bijna raken. De binnendijkse gebieden zijn vooral landbouwgebieden. De oeverwallen zijn van oorsprong een kleinschalig mozaïek van fruitteelt en akkerbouw, en tegenwoordig ook het domein van boomteelt en (glas)tuinbouw, waaronder paddenstoelenteelt. Op de oeverwallen wordt van oudsher gewoond; hoog, droog en aan de vaarweg. De rivierkomgronden zijn veelal open en grootschalig van opzet, het meest geschikt voor graslanden voor melkvee, in combinatie met natte natuurgebieden. De strijd met en tegen het water heeft vele cultuurhistorisch waardevolle sporen in de regio achtergelaten, van waterwerken en historische verkavelingen tot landgoederen, vestingen en militaire linies als de Hollandse Waterlinies en de Limes.
Ook eigentijdse structuren kenmerken de regio FruitDelta Rivierenland. Zo zijn de transportassen A2 en A15-Betuwelijn samen met de scheepvaart op de Waal een uiting van de ligging aan de Europese Rhine-Alpine transportcorridor. De ruimtelijke kwaliteit van de regio zit in de diversiteit van de landschappen: de dynamische CONCEPT rivieren met de uiterwaarden als natuurnetwerk met weidse vergezichten, steenfabrieken als landmarks en de dijken als lange linten waarvan af, door de hoge ligging, dit typisch Nederlandse landschap prachtig te beleven is. De ruimtelijke kwaliteit van de oeverwallen zit in de kleinschaligheid en de historisch gegroeide dorpen en steden. De weidsheid, het open en groene karakter afgewisseld met meer besloten broekbossen en de strakke polderverkaveling bepalen de ruimtelijke kwaliteit in de rivierkomgronden. Ruimtelijke kwaliteit staat onder druk FruitDelta Rivierenland is een regio met een sterke identiteit. Maar ook een regio waar de ruimtelijke kwaliteit sterk onder druk staat. Op de oeverwallen is veel van de kleinschaligheid van het landschap verloren gegaan door verstedelijking, intensivering van agrarisch gebruik, de opmars van teeltondersteunende voorzieningen, en de aanleg van grote clusters bedrijfsgebouwen en kassen.
De A2, A15 en provinciale wegen trekken steeds meer bedrijvigheid aan, waardoor het open en landelijk karakter van de komgronden wordt aangetast. De nieuwe ruimtevragen, zoals voor wonen, werken en energie zetten de ruimtelijke kwaliteit van de regio steeds verder onder druk. Dit geldt ook voor economische overwegingen zoals intensief landgebruik en behoefte aan teeltondersteunende voorzieningen. Verandering van het landschap is geen probleem; landschappen ontwikkelen zich voortdurend. Er ontstaat een probleem wanneer ruimtelijke ordening en inrichting niet passen bij de identiteit. Het is van belang de juiste functie op de juiste plek te situeren en de inrichting aan te laten sluiten bij het karakter van het landschap, de steden en de dorpen en het draagvlak van het gebied (bijvoorbeeld ten aanzien van waterbeschikbaarheid).
Visie en beleid Ruimtelijke kwaliteit en aandacht voor de eigenheid van het landschap van FruitDelta Rivierenland komt in alle gemeentelijke omgevingsvisies terug. Ook in regionale visies, zoals de Ruimtelijk strategische visie Regio Rivierenland en de Gebiedsagenda Fruitdelta, komt 6
het thema aan bod. Het initiatief Gonzend Rivierenland (nog niet bestuurlijk vastgesteld) nodigt uit tot het versterken van landschappelijke dwarsverbanden tussen grote rivieren. Provincie Gelderland heeft de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen beschreven in de Streekgidsen Ruimte en Landschap. Ook in het provinciaal handelingsperspectief Panorama Gelderse Rivieren heeft ruimtelijke kwaliteit een prominente plek. Al deze visies en beleidsdocumenten herkennen de kernkwaliteiten van FruitDelta Rivierenland en erkennen de knelpunten en toenemende druk op de kwaliteit. Deze visies en beleidsdocumenten missen echter de stap van beleid naar uitvoering. Het ontbreekt aan een integrale aanpak, aan uitvoeringskracht en middelen. Doelstelling ruimtelijke kwaliteit Naar aanleiding van dit regioarrangement willen we de stap zetten van ruimtelijk kwaliteitsbeleid naar meer uitvoeringskracht en resultaat en afspraken daarover. Dit willen we een plek geven in de toekomstige gebiedsprogramma's. Regio FruitDelta Rivierenland gaat deze uitdaging aan met een ruimtelijke kwaliteit-inclusieve benadering. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen dient aandacht te zijn voor de kwaliteit van de ruimte, het landschap en het erfgoed. Dit betekent niet dat het bestaande landschap altijd onveranderd moet blijven.
Het betekent wel dat ruimtelijke kwaliteit altijd in de afwegingen wordt meegenomen en dat verandering van het landschap gepaard gaat met een kwaliteitsimpuls. Of een project nu een doelstelling heeft voor water, natuur, mobiliteit, bedrijvigheid of verstedelijking; het heeft altijd de dubbele CONCEPT doelstelling om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. Op deze manier krijgt ruimtelijke kwaliteit een sturende werking. Om dit te bereiken is integraal, gebiedsgericht werken van belang, waarbij de historisch gegroeide landschappelijke identiteit als onderlegger voor ruimtelijke ordening en inrichting wordt gebruikt. Het bij elkaar brengen van de duurzaamheidsopgave voor het water- en bodemsysteem, de maatschappelijke ambities voor ruimtegebruik en de karakteristieken van het landschap is een integrale ontwerpopgave die we als regio gezamenlijk oppakken waar mogelijk. Het landschap verbindt en inspireert. We streven ernaar om deze werkwijze te hanteren in de gebiedsprogramma’s die voortkomen uit het regioarrangement. De projecten binnen de gebiedsprogramma’s worden ruimtelijk kwaliteits-inclusief opgepakt en er wordt een aantal specifieke projecten opgenomen voor een ruimtelijke kwaliteitsimpuls.
Focus uitvoering Bij de uitwerking van het regioarrangement in gebiedsprogramma’s focussen we voor het thema ruimtelijke kwaliteit in ieder geval op de volgende vraagstukken: Landschapsimpuls voor de oeverwallen De ruimtedruk is groot op de oeverwallen. Dorpen groeien met woningen en bedrijven. Fruiten laanbomenteelt, glastuinbouw en paddenstoelenteelt ontwikkelen zich, met bijbehorende teeltondersteunende voorzieningen. Dijken worden op basis van het bestaande beleid hoger en breder en de rivier gaat meer ruimte vragen. We gaan deze ontwikkelingen opvangen met een landschapsimpuls (beplanting) voor de oeverwallen. Geïnspireerd door de historie brengen we de kleinschaligheid van het landschap terug door aanleg van beplantingen. Boomgaarden, lanen, bosjes, heggen, hagen en struwelen moeten weer landschapskamers gaan vormen voor wonen, werken en agrarisch gebruik. Zo ontstaan er ook ‘groene wiggen’ tussen de dorpen en wordt het aaneengroeien van kernen voorkomen. Hieraan koppelen we de aanleg van paden voor de uitloop van de steden en dorpen. Bij de grotere kernen, zoals tussen Tiel en Geldermalsen, kan gedacht worden aan een meer intensieve groene 7
ontwikkeling tot een ‘landschapspark’ voor de stedelijke uitloopbehoefte. De uitvoering vraagt om intensieve streekprocessen met grondeigenaren en -gebruikers, samen met de juiste vakinhoudelijke expertise. En om het beschikbaar stellen van middelen vanuit o.a. groen-blauwe dooradering en de bossenstrategie. Ook zien we dit als een uitwerking van het initiatief Gonzend Rivierenland. Robuust groenblauw raamwerk in de kommen Een samenhangende aanpak van de realisatie van het Gelders natuurnetwerk (GNN, inclusief Natura 2000), het netwerk van Groene Ontwikkelzones (GO) met ecologische verbindingszones en de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water zorgt voor een robuust groenblauw raamwerk in de kommen. De kaart Natuurakkoord geeft het structuurbeeld. Ambities van initiatief Gonzend Rivierenland en de Ambitie Boven-Linge kunnen zorgen voor een aanvullende versterking van het raamwerk. We gaan deze ambities vertalen in een uitvoeringsprogramma, waarbij de Boven-Linge samen met de Groene Metropoolregio wordt opgepakt. In de gebiedsprogramma’s pakken we de realisatie van het groenblauwe raamwerk integraal op en zorgen we voor een goede afstemming op de waarden van ruimte, landschap en erfgoed. Ook versterken we het recreatief padenstelsel in dit raamwerk (met een passende zonering ter bescherming van natuurwaarden), zodat de natuur meer maatschappelijke belevingswaarde krijgt.
CONCEPT Rivieren als landschapspark De programma’s Integraal Riviermanagement, Hoogwaterbeschermingsprogramma en de Programmatische Aanpak Grote Wateren gaan het landschap van de grote rivieren veranderen door dijkversterking, rivierverruiming en natuurontwikkeling. Met de dubbeldoelstelling zetten we in op deze ontwikkelingen met ruimtelijke kwaliteit. We gaan de dijken en uiterwaarden meer geschikt maken voor recreatief medegebruik; we zetten in een op betere benutting van dijken en uiterwaarden als landschapspark voor de mensen in aanliggende steden en dorpen. Denk hierbij aan inrichting van dijken tot aantrekkelijke fietsroutes met belevingspunten, de aanleg van wandelpaden door de uiterwaarden en een aantal toeristische hotspots zoals bij Slot Loevestein, Sint Andries en Veerhaven Ochten (i.0.). Ook herbestemming van voormalige steenfabrieksterreinen gaat hieraan bijdragen.
Versterking beleefbaarheid van watererfgoed De strijd met en tegen het water is de cultuurhistorische essentie van FruitDelta Rivierenland. We zetten in op het beleefbaar maken van ons watererfgoed. Dit gebeurt door een respectvolle omgang met historische waterelementen en -structuren in alle gebiedsprojecten en door twee afzonderlijke gebiedsprogramma’s; de Nieuwe Hollandse Waterlinie en Sint Andries. In de Nieuwe Hollandse Waterlinie gaan we onderzoeken hoe we eigentijdse ruimtelijke ontwikkelingen samen kunnen laten gaan met de Outstanding Universal Value van UNESCO. Hierbij gaan landbouw-, natuur en waterontwikkelingen goed samen met de kernkwaliteiten. Maar we gaan ook bekijken hoe we om kunnen gaan met meer schurender ontwikkelingen als groei van dorpen en bedrijventerreinen en energieopwek. Ook de toekomstige exploitaties en het beheer van de forten vragen aandacht, evenals de gebiedsontwikkeling Slot Loevestein. In Sint Andries vormt de historische identiteit van de samenkomst van Maas en Waal een belangrijke basis voor natuurontwikkeling en biedt kansen voor recreatie en toerisme. Ook het beleefbaar maken van de Neder-Germaanse Limes, de grens van het voormalig Romeinse rijk die in andere delen van Gelderland een Werelderfgoedstatus heeft, is een kans voor recreatie en toerisme. 8
Ruimtelijke kwaliteit van de energietransitie Regio FruitDelta Rivierenland benoemt in de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 Rivierenland drie categorieën ‘kansrijke gebieden voor wind’: ambitie voor 2030, verkennen richting 2030 en mogelijke reservegebieden voor de periode na 2030. De meeste gebieden liggen langs grootschalige infrastructuur, zoals de A2 en de A15. Een aantal ligt in de polders. Het regioarrangement kan bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van windparken door te onderzoeken of een samenhangende gebiedsontwikkeling met andere ruimtevragers (zoals werklocaties, water, natuur, landbouw, etc.) zinvol is, met aandacht voor ruimtelijke ontwerpkwaliteit. Er wordt in RES-verband (nog) niet gestuurd op de landschappelijke inpassing van zonnevelden. Er zijn geen zoekgebieden voor zon opgenomen in de RES en het gemeentelijk beleid voor zon is leidend. Het kan wenselijk zijn om uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit hier een gezamenlijke visie op te ontwikkelen. Daarnaast is het belangrijker geworden om zon en wind waar mogelijk te combineren uit oogpunt van beter benutten van netcapaciteit en voorkomen van netcongestie (beperkte transportcapaciteit op het elektriciteitsnet). Naast energie-opwek is een zorgvuldige ruimtelijke kwaliteitsaanpak voor de energieinfrastructuur van belang.
Dit betreft onder meer de locatiekeuze en landschappelijke inpassing van de nieuwe onderstations alsook een 380 kV hoogspanningsstation van circa 20 CONCEPT hectare met bijbehorende hoogspanningsleidingen. Het regio arrangement kan zowel in de ruimtelijke ordening als de ruimtelijke kwaliteit een waardevolle bijdrage leveren aan het RES proces en aan het proces van de Gelderse Energie InfraStructuur (GEIS). Integrale ruimtelijke vraagstukken kunnen een plek krijgen in de gebiedsprogramma’s. Dit vraagt goede afstemming tussen de ambtelijke en bestuurlijke gremia van RES/GEIS en het ruimtelijk spoor van het regioarrangement. In het regioarrangement dragen we bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de energietransitie door bij de aanleg van energievoorzieningen te onderzoeken of een samenhangende gebiedsontwikkeling, met andere ruimtevragers, meerwaarde heeft. We begeleiden initiatieven op het ontwerpproces. Ruimtelijke kwaliteit van infrastructuur en bedrijfsontwikkeling De goede bereikbaarheid en ligging aan de Rhine-Alpine goederencorridor is een kracht van de regio. De daaraan gekoppelde bedrijvigheid brengt werkgelegenheid met zich mee, maar domineert ook steeds vaker het landschapsbeeld door het nagenoeg ontbreken van landschappelijke inpassing.
De ruimtelijke werking van infrastructuur is onderwerp van functionele afweging en moet worden bezien in het licht van ontwikkeling van de logistieke sector, gezien het economische voorbeeld dat dit vormt voor heel Nederland en Gelderland. In het regioarrangement gaan we bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de infrastructuur en bedrijvigheid door bestaande en nieuwe bedrijventerreinen te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. We willen met planologisch beleid in gaan zetten op voorkoming van lintvorming langs infrastructuur om de panorama’s op het landelijk gebied te behouden en zorgen voor een meer robuuste landschappelijke inpassing van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Ook een goede landschappelijke inpassing van de infrastructuur zelf vraagt aandacht. Veel van de hoofdwegen hebben een landschaps- en beplantingsplan, maar een herijking in het kader van de grote ruimtelijke dynamiek, klimaatadaptatie, biodiversiteit en robuustere
9
landschapsstructuren is wenselijk. Evenals het verminderen van barrièrewerking voor fauna en recreanten. 3.3. Bodem en water sturend Weersextremen worden het nieuwe normaal. In een paar jaar tijd hebben we meermaals te maken gehad met grote wateroverlast en extreme droogte. Onze waterkwaliteit is niet op orde. En de degradatie van de bodem wordt een steeds groter probleem. Nu de negatieve gevolgen van ons gebruik van het natuurlijk systeem en de weersextremen toenemen, ervaren we steeds meer dat de inrichting van Gelderland sterk verbonden is met het water en de bodem. De grenzen van maakbaarheid en draagkracht zijn bereikt en soms al overschreden. Kiezen voor een andere koers is een noodzaak: water en bodem moet als sturend principe centraal op de agenda van ruimtelijke ordening en inrichting staan. Het doel is behoud en waar nodig herstel van een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem, waarmee ook in de toekomst zoveel mogelijk functies gediend kunnen worden. Een belangrijk deel van de oplossing is het creëren van meer ruimte voor natuurlijke processen. Om dit te bereiken is er een aantal overkoepelende uitgangspunten, die zijn vertaald in gidsprincipes. Die principes zijn een hulpmiddel voor het maken van keuzes in de ruimtelijke ordening en inrichting. Het betreft de volgende uitgangspunten (Uitgangspunten Water en Bodem Sturend (I&W, 25.11.2022).
CONCEPT
-niet afwentelen - meer rekening houden met extremen - in samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en bodem - meerlaagsveiligheid - minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen - integrale aanpak in de leefomgeving - comply or explain
10
In de provinciale notitie Water en Bodem Sturend is dit vertaald in de volgende gidsprincipes. -zorg voor ruimte voor water -zorg voor voldoende water -zorg voor schoon water en schone bodem -zorg voor een vitale en efficiënt geordende bodem -zorg voor een groene, klimaat adaptieve gebouwde omgeving Hoe deze uitgangspunten en principes moeten worden toegepast in de praktijk en wat daarvan de gevolgen zijn moeten we verder onderzoeken en uitwerken voor de diverse deelgebieden die het waterschap onderscheidt binnen de Regio FruitDelta Rivierenland. Belangrijke zaken die we nu niet onderkend hebben nemen we later op. De problematiek voor zowel droogte als natheid zijn naast zeer lokale kwetsbaarheden ook kwetsbaarheden die regionaal ontstaan. De leefbaarheid van de dorpen én de toekomstbestendigheid van de boeren hangt samen met een integrale visie op het watersysteem. De Betuwe, Bommelerwaard, Culemborgerwaard, Tielerwaard en het Land van Maas en Waal kennen ieder hun eigen specifieke kenmerken, opgaven en kansen voor een duurzaam water- en bodemsysteem. Daarbij onderscheiden we twee soorten gebieden: het binnendijks gebied (met oeverwallen en komgebieden) en rivieren, uiterwaarden en dijken. We gaan eerst in op deze twee waterbeheergebieden. Daarna gaan we kort in op de rol van water als CONCEPT drinkwater in de regio.
Het binnendijks gebied In de binnendijkse delen van FruitDelta Rivierenland is het watersysteem kunstmatig, met een wateraanvoer-doelstelling en tegennatuurlijk peilbeheer; zomers hoog en ‘s winters laag. Hierdoor is het moeilijk om bij de karakteristieken van bodem en ondergrond aan te sluiten. Ruimte voor natuurlijke processen wordt in het rivierengebied ingevuld met natuurvriendelijk beheer en meer natuurvriendelijke oevers langs de waterlopen. Kansen voor water vasthouden en waterberging liggen in de komgronden. Weidevogelgerichte, grondgebonden melkveehouderijen passen hier goed bij. Daarnaast biedt het omschakelen naar meer droogtebestendige zomergewassen en innovatie op het gebied van precisie landbouw (fruitteelt, laanbomenteelt) met waterbesparende teelttechnieken en eigen wateropslag mogelijk perspectief voor een robuuste en klimaatbestendige landbouwsector, vooral op de hogere stroomruggen. Wanneer het vasthouden en bufferen van water in het regionale systeem voldoende succesvol is, zal beregening ook minder frequent nodig zijn. Hierbij zal grondwatervoorraadbeheer ook in FruitDelta Rivierenland meerdere belangen dienen. Een bijkomend voordeel bij minder diepe ontwatering is dat de autonome bodemdaling wordt afgeremd.
Er moet in het rivierengebied rekening gehouden worden met de drinkwaterreserverings- gebieden; er mag niet door de diepe beschermende kleilaag worden heen geboord. Daarnaast is het van belang de meerlaagse veiligheid in dit lage deel van de provincie nader uit te werken in relatie tot bouwen om de gevolgen van een potentiële overstroming te beperken. In FruitDelta Rivierenland wordt van oudsher gebouwd op de hogere en drogere en hoogwaterveilige plekken. Maar afgelopen decennia heeft de grote infrastructuur in de lagere, nattere komgebieden een aanzuigende werking gehad, waardoor dit principe steeds meer verlaten is.
11
Met water en bodem sturend is het historisch principe van bouwen op de oeverwallen en stroomruggen een logisch vertrekpunt; hoewel ook daar kwetsbare locaties voor kunnen komen en rekening gehouden moet worden met ruimtelijke kwaliteit en ruimte voor klimaatadaptatie. In de Betuwe biedt de herinrichting van de Boven-Linge (in samenhang met regio ArnhemNijmegen) kansen voor meer duurzaam waterbeheer, voor meer berging en hogere kwaliteit, in combinatie met versterking van het landschap, biodiversiteit en recreatieve uitloop. Ook de structuur van de weteringen biedt kansen voor een duurzamer inrichting. In het meest westelijk deel van FruitDelta Rivierenland liggen kansen om waterberging te combineren met het versterken van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Voor het grondgebruik in de Betuwe, met name in de Tielerwaard, ligt er een belangrijke uitdaging om de fruit- en laanbomenteelt duurzaam en klimaatbestendig te maken. Bij ontwikkeling van de sector is het van belang rekening te houden met de draagkracht van het water- en bodemsysteem. In de Bommelerwaard speelt de opgave voor een klimaatbestendige glastuinbouwsector en verduurzaming van de melkveehouderij en fruitteelt. In de polders bieden de structuren van weteringen aanknopingspunten voor een natuurvriendelijker en veerkrachtiger watersysteem.
Ook in het Land van Maas en Waal is vernatting van de weteringen en broeklanden een belangrijke strategie voor een duurzaam systeem. De gradiënten naar de rivierduinen zijn CONCEPT een specifieke kwaliteit van het Land van Maas en Waal. Rivieren, uiterwaarden en dijken (HWBP, IRM en PAGW) Het water- en bodemsysteem van de grote rivieren heeft opgaven voor hoogwaterveiligheid, waterkwaliteit en een duurzame rivierbodemligging (stopzetten bodemerosie en/of ophoging rivierbodem). Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) heeft een grote opgave voor dijkversterkingen in deze regio. De dijken langs de Maas, Waal en de Nederrijn-Lek moeten voor 2050 worden versterkt. De regio heeft een aantal reserveringen voor mogelijke binnenwaartse dijkterugleggingen. Deze komen uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening uit 2020 (Barro). Het is van belang deze gebieden te vrijwaren van verstedelijking en andere belemmerende functies. In Integraal Riviermanagement (IRM) wordt ingezet op een toekomstbestendig rivierengebied wat als systeem goed functioneert en meervoudig bruikbaar is voor doelen. Het gaat om hoogwaterveiligheid, natuur – en waterkwaliteit, zoetwaterbeschikbaarheid, bevaarbaarheid en regionale ruimtelijke ontwikkelingen en versterking ruimtelijke kwaliteit.
Bij de natuurontwikkeling van de uiterwaarden is het van belang om in te spelen op de karakteristieke verschillen tussen de rivieren. Bij de gestuwde Nederrijn-Lek past ontwikkeling van laag-dynamische natuur met de benutting van kwel. Bij de Waal sluit hoogdynamische natuur beter aan bij de karakteristiek van de rivier. Langs de Maas is het benutten van de oude Maasmeanders voor water en natuur een belangrijke kans. Het gebied bij Sint Andries, waar de Maas en Waal elkaar bijna raken, biedt kansen voor ecologische verbindingen op basis van de ondergrond en als ecologische stapsteen tussen Gelderse Poort en Biesbosch. Dit wordt verder verkend in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). De Kaderrichtlijn Water gaat met diverse projecten zorgen voor verbetering van de waterkwaliteit. De grote rivieren bieden ook kansen voor oeverwaterwinning. In het buitendijks rivierengebied vraagt een zorgvuldige aanpak van de delfstoffenwinning aandacht. Afgravingen in de uiterwaarden afgestemd op de patronen van de ondergrond 12
kunnen nieuwe natuur en ruimtelijke kwaliteit opleveren. Delfstoffenwinning in het zomerbed van de rivier zal naar verwachting in de toekomst niet meer worden toegestaan (landelijk verbod). De rivierbodemerosieproblematiek vraagt juist om ophoging van de bodem. In Panorama Gelderse Rivieren is het integraal provinciaal handelingsperspectief voor de grote rivieren nader uitgewerkt. Watervraag De mogelijkheden voor de gebruiksfuncties in het Rivierengebied veranderen als gevolg van klimaatverandering en sociaaleconomische ontwikkelingen. We zien een toenemende waterbehoefte als gevolg van land- en tuinbouw, de teelt van nieuwe gewassen, drinkwatervoorziening, de vraag naar water in bebouwde kernen en aandacht voor natuur en biodiversiteit. De watervraag neemt toe en het wateraanbod neemt af. De regio kan de watervraag niet oneindig blijven faciliteren. We hebben te maken met periodes met sterk afnemende rivierafvoeren en lagere waterstanden, die effect hebben op de inlaatmogelijkheden voor onze regio. Daarnaast neemt de droogte en verdamping toe en is water met name op de hogere oeverwallen slecht aan te voeren. Dat komt door de lange aanvoerroutes in combinatie met een sterke infiltratie (door aanwezigheid zandbanen). FruitDelta Rivierenland is daarmee gevoelig tot zeer gevoelig voor alle klimaateffecten.
Drinkwater Voor drinkwater heeft de provincie in de regio twee gebieden gereserveerd voor CONCEPT drinkwaterwinning in de toekomst (Aanvullende Strategische Voorraden). In deze gebieden wordt nog geen drinkwater gewonnen. Wel gelden er in deze gebieden regels om het grondwater te beschermen. In de regio gaat het om de twee gebieden Tielerwaard en Betuwe-West-Buren. Dit heeft impact op de fruitteelt en de laanboomteelt. Naast de productie van drinkwater in FruitDelta Rivierenland gaat het ook om de beschikbaarheid van voldoende zoetwater op de Maas. Het inlaatpunt op de Afgedamde Maas is een essentiële schakel in de voorziening van drinkwater voor 1,3 miljoen mensen in West-Nederland. De gidsprincipes van Water Bodem sturend toepassen legt een claim op ruimtevragers buitengebied lage gebieden (na 2030). Het inzicht is dat weers extremen (droogte, pieken) aantonen dat er grenzen zijn aan de maakbaarheid en draagkracht van het water- en bodem systeem en dat grenzen mogelijk zijn bereikt en soms al overschreden. Kiezen voor een andere koers in het landgebruik is een noodzaak: water en bodem als sturend principe centraal op de agenda van ruimtelijke ordening en inrichting zetten.
3.4. Brede welvaart Het rapport “Brede Welvaart in de Gelderse gebieden; Regionale monitor voor Gelderland en de gebiedsagenda’s” geeft een eerste indicatie van hoe het gesteld is met de brede welvaart in de diverse Gelderse regio’s. Brede welvaart wordt gedefinieerd als onze huidige kwaliteit van leven én de mate waarin deze ten koste gaat van die van generaties na ons of mensen uit andere delen van de wereld (CBS, 2021). De definitie heeft dus drie componenten: Brede welvaart ‘hier en nu’ Brede welvaart ‘later’ Brede welvaart ‘elders’. Voor elk van de drie delen zijn indicatoren opgesteld die iets zeggen over de kwaliteit van leven van mensen. Sommige indicatoren meten objectieve gegevens, zoals de afstand tot een 13
basisschool. Bij andere indicatoren gaat het om de perceptie van mensen, zoals de ervaren (on)veiligheid. Brede Welvaart gaat er namelijk vanuit dat welvaart van mensen gaat om het welzijn van mensen, wat bepaald wordt door zowel materiële als immateriële aspecten. Voor deze regio vatten we resultaten als volgt samen: Regio FruitDelta Rivierenland heeft een hoog besteedbaar inkomen in vergelijking met andere Gelderse gebieden. Huishoudens hebben een hoog vermogen vergeleken met andere Gelderse gebieden. Er zijn ook indicatoren waar FruitDelta Rivierenland minder goed scoort dan andere Gelderse gebieden. Zo zou de tevredenheid met het leven beter kunnen. Ook op het gebied van ervaren gezondheid, overgewicht en woon-werk reistijd zijn er verbeterpunten. Op het gebied van samenleving zou het vertrouwen in anderen en instanties hoger kunnen. Net als het aandeel mensen dat wekelijks contact heeft met familie, vrienden of buren. Op het thema milieu zijn er uitdagingen in de regio. Het gebied heeft een laag oppervlak aan natuur- en bosgebieden en het aandeel natuurgebied per inwoner is laag. De broeikasgasemissies per inwoner zijn juist hoog, net als de afstand tot openbaar groen. Tot slot ligt er een hoge gemiddelde schuld per huishouden.
Daarnaast geven inwoners aan dat er meer culturele voorzieningen in de regio zouden kunnen zijn met een betere bereikbaarheid (Cultuurmonitor Gelderland 2022). Inwoners bezoeken vaker cultuur buiten de provincie, wat gezien de kortere reistijd naar andere provincies te verklaren is. Ook de regionale Gebiedsagenda FruitDelta Rivierenland richt zich op de brede welvaart CONCEPT zodat zoveel mogelijk inwoners een fijn leven hebben nu en in de toekomst. Regio FruitDelta Rivierenland werkt aan deze brede welvaart door uitvoering te geven aan de acht regionale, integrale opgaven voor 2030: 1. Behouden en versterken van het innovatievermogen van krachtige regionale sectoren. 2. Inspelen op veranderingen op de arbeidsmarkt als gevolg van transitieopgaven, robotisering en automatisering. 3. Inspelen op de groeiende vraag naar woningen en daarbij rekening houden met de woningbehoefte van inwoners, inclusief aandachtsgroepen. 4. Beschermen van Rivierenlanders voor toekomstige risico’s als gevolg van klimaatverandering, zoals overstromingsgevaar, hittestress en droogte. 5. Versnellen van de energietransitie in de regio en het verminderen van de CO2uitstoot met 55% in 2030. 6. Behouden en verbeteren van de biodiversiteit in de regio. 7. Verbeteren en behouden van benodigde regionale mobiliteit in een regio met een relatief lage bevolkingsdichtheid. 8.
Behouden en optimaliseren van de ruimtelijke kwaliteit bij een toenemende druk op de ruimte door onder andere woon- en transitieopgaven
14
4. Ruimtelijke samenhang: drie perspectieven 4.1 welke verhaallijnen ontstaan er? De drie hier gekozen perspectieven vloeien voort uit de Ruimtelijke Ordeningsbrief van het Ministerie van BZK d.d. 17 mei 2022 (kenmerk 2022-0000268154). De gekozen perspectieven worden daarin als volgt geduid. “De blik op de ruimtelijke inrichting van Nederland is opgebouwd uit drie perspectieven. De draagkracht van het bodem- en watersysteem is van betekenis voor de vraagstukken in alle drie de perspectieven. Het eerste perspectief gaat over landbouw en natuur, de tweede over de ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie en de derde over leefbare steden en regio’s. De perspectieven zijn ruimtelijke analyses – van hoe Nederland in elkaar zit (kenmerken en kwaliteiten), van de ruimtelijke consequenties die actuele opgaven en transities hebben, en van wat nodig is om dit alles in goede banen te leiden. De drie perspectieven zijn bedoeld om de complexiteit van de verschillende opgaven te doorgronden, de samenhang in beeld te brengen (tussen opgaven, verschillende schaalniveaus, tussen nu en de lange termijn) en de thema’s vast te stellen waarover op nationaal niveau besluiten of waarvoor richtinggevende uitspraken nodig zijn. Het is belangrijk om zulke vraagstukken in de tijd te plaatsen: een beslissing die nu geschikt en effectief blijkt, is dat op lange termijn misschien niet meer.
En omgekeerd: een opgave kan pas in de toekomst gaan spelen, maar kan vragen dat daar nu in de planvorming al rekening mee gehouden wordt. Het moet dus duidelijk zijn tot wanneer het huidige gebruik mogelijk is en wanneer veranderingen en maatregelen noodzakelijk zijn. Het gaat dus ook niet om een keuze tussenCONCEPT deze drie perspectieven; de perspectieven gelden naast elkaar en in samenhang tot elkaar. In dit regioarrangement willen we deze perspectieven op soortgelijke wijze hanteren, toegespitst op de Regio FruitDelta Rivierenland. 4.2 Perspectief natuur en landbouw FruitDelta Rivierenland bestaat voor een groot deel uit landbouw- en natuurgebieden. Landbouw is een wezenlijk onderdeel van de identiteit en economie van FruitDelta Rivierenland en drager van het landschap. Het landelijk gebied wordt dooraderd door een robuust natuurnetwerk, veelal gekoppeld aan de grote rivieren en natte komgronden met weteringen. Fruitdelta Rivierenland staat voor de uitdaging om een toekomstbestendige landbouwregio te zijn, in balans met robuuste natuurwaarden. Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) Via het VLGG geven we uitvoering aan het perspectief voor landbouw en natuur. VLGG is een gebiedsprogramma onder de Omgevingswet en wordt vastgesteld door de provincie. Voor de regio biedt het kansen voor financiering van de opgaven in het landelijk gebied.
De provincie, gemeente en waterschap en de regio maken afspraken over regionale ruimtelijke doorwerking van maatregelen voor natuur inclusief stikstof, water, klimaat en landbouw. Dit doen we via gebiedsprocessen met de partners, waaronder vertegenwoordigers van de landbouw en de natuur. Samenwerkingsvormen zullen worden verkend, geïntensiveerd of geactiveerd worden. De provincie maakt met het Rijk inhoudelijke en financiële afspraken over uitvoering van gebiedsprocessen en maatregelenpakketten en financiering uit het Transitiefonds. Afspraken kunnen jaarlijks worden aangevuld. Concrete maatregelen en gebiedsprocessen uit de regioarrangementen en bijdragen aan de NPLG-doelen kunnen worden gefinancierd uit het Transitiefonds. Dit vraagt inzet van de gebiedspartners o kansrijke projecten. Perspectief Landbouw 15
De landbouw in FruitDelta Rivierenland heeft een sterke relatie met de ondergrond. De verschillen in het bodem- en watersysteem zijn in deze regio duidelijk af te lezen in het agrarisch gebruik. In de rivierkomgronden bevinden zich grootschalige weidegebieden met melkveehouderij. Op de kleinschaliger oeverwallen liggen van oudsher de akkers en fruitgaarden en meer recent de laanboomteelt, geconcentreerd bij Opheusden. In Maasdriel bevinden zich ook kassen en paddenstoelenteelt. In diverse uiterwaarden wordt nog vee geweid. Door de vruchtbare bodems heeft de regio een goed landbouwpotentieel. FruitDelta Rivierenland is een krachtige landbouwregio en wil dat in de toekomst blijven. Dit wordt beschreven in de provinciale Kadernota Agrofood. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) benoemt nieuwe opgaven, met name om de landbouw in balans met de draagkracht van de natuur te brengen en om de sector voor te bereiden op klimaatverandering. Deze opgaven worden nog uitgewerkt in het landbouwperspectief van het Kabinet en het verwachte Nationaal Landbouwakkoord. Agribusiness is een toonaangevende sector in de regio. De regio heeft voor agribusiness zes opgaven geformuleerd. Dit is beschreven in het Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022-2025 voor de vier plantaardige sectoren fruit, laanbomen, glastuinbouw en paddenstoelenteelt.
De geformuleerde ambitie voor de plantaardige agribusiness sectoren is ‘excelleren in Europa als thuismarkt via renderende innovatieve ketens binnen de glastuinbouw, fruitteelt, paddenstoelenteelt en laanboomteelt’. De zes opgaven zijn gericht CONCEPT op onder andere landschappelijke inpassing van bedrijvigheid en gebouwen, teelt ondersteunende voorzieningen, hightech voorzieningen, arbeidspotentieel en circulariteit. https://www.fruitdelta.nl/wp-content/uploads/2023/04/Regionaal-EconomischAmbitiedocument-2022-2025.pdf De sector staat voor een aantal uitdagingen. De ruimtelijke druk op het agrarisch gebied is groot door andere ruimtevragers, zoals wonen, bedrijvigheid, energie en natuur. In de transitie van de landbouw vinden we het belangrijk dat de agrarische sector in Gelderland zich kan ontwikkelen, met ruimte voor alle transitiepaden (dus ook innovatie) en het belang van een goed verdienmodel voor de (agrarische) ondernemer. Voor duurzame vormen van land- en tuinbouw, passend bij de natuurlijke systemen, streven we naar emissiereductie van stikstof. Daarnaast een bedrijfsvoering in balans met de leefomgeving. Bij de inzet van (toekomstige) instrumenten is het relevant of bedrijven dichtbij liggen bij kwetsbare natuur (Vogel- en Habitatrichtlijn) en wateren (Kaderrichtlijn Water).
De stikstofproblematiek is in FruitDelta Rivierenland beperkt, omdat er relatief weinig veehouderijlocaties zijn die de kritische depositiewaarde op stikstofgevoelige natuur overschrijden. Maar naast de stikstofproblematiek worden de effecten van de huidige bedrijfsvoering op natuur en milieu steeds duidelijker. De achteruitgang van de natuur en het veranderend klimaat maken de transitie naar een natuur-inclusieve en klimaatadaptieve sector van wezenlijk belang. Ook brengt schaalvergroting effecten met zich mee op bestaande infrastructuur en leefbaarheid van kernen door toenemende vervoersbewegingen. We onderscheiden de volgende landbouwsectoren in de regio: 1. Fruitteelt De fruitteelt is kenmerkend voor FruitDelta Rivierenland. Deze teelt is gekoppeld aan de grondsoort van de oeverwallen, de waterbeschikbaarheid en het specifieke klimaat. Het is een innovatieve sector die produceert voor de nationale en internationale markt. In de hele regio is fruitteelt te vinden op de oeverwallen langs de rivier. In de Tielerwaard (West16
Betuwe) zijn er geen uitbreidings- mogelijkheden door de ruimteclaims voor woningbouw en als gevolg van de spuitvrije zones. De Bommelerwaard biedt nog wel enige ruimte voor uitbreiding. Aandachtspunt is het gebruik van teeltondersteunenende voorzieningen (stellages, plastic) en de impact op de ruimtelijke kwaliteit. Andere aandachtspunten zijn gebrek aan natuurlijke randen, druk op het wegennet voor aan- en afvoer en ruimteclaims voor bedrijfsruimten voor bv. koel- en verpakking van fruit. Deze innovatieve sector staat voor de uitdaging zich aan te passen aan het veranderend klimaat en de draagkracht van de ondergrond (water en bodem sturend). In het bijzonder is er aandacht nodig voor de toenemende vraag naar oppervlaktewater (in winter en zomer) en de afnemende waterbeschikbaarheid, waardoor we zuiniger op de zoetwatervoorraden moeten zijn. Ook de afname van de (grond)waterkwaliteit door gebruik van gewasbeschermingsmiddelen vraagt aandacht. 2. Laanboomteelt De laanboomteelt concentreert zich in het oostelijk deel van de regio. De sector en de betrokken gemeenten werken samen via het laanboompact. In deze sector is de overgang zichtbaar naar een minder grondgebonden gebruik door het gebruik van pottenvelden, maar het grootste deel is nog steeds grondgebonden. Er is landschappelijk een karakterverandering gaande.
Het wordt minder groen, er komt meer verharding en meer bedrijfsmatiger aanzicht. De sector innoveert in efficiëntere beregeningssystemen. Vanuit wateropgaven is de hoeveelheid benodigde drinkwatervoorziening een aandachtspunt. Deze CONCEPT is wel kleiner in omvang dan bij de fruitteelt. 3. Veehouderij In de regio is zowel grondgebonden als niet-grondgebonden veehouderij te vinden. Grondgebonden veehouderij (met name melkveehouderij) is in de hele regio te vinden op de lagere, nattere komgronden. De regio wil voor individuele bedrijven uitbreidingsmogelijkheden bieden, voor de totale sector is er geen ruimte om uit te breiden. De sector kan ook in FruitDelta Rivierenland een bijdrage leveren aan de emissiedoelstellingen voor stikstof door de transitie te maken naar duurzame landbouw via innovatieve methoden en technieken. De regio ziet geen ruimte voor omschakeling van grondgebonden veehouderij naar niet grondgebonden veehouderij. Voor wat betreft de niet-grondgebonden (intensieve) veehouderij ziet de regio geen ruimte voor nieuwvestiging. Dit is vastgelegd in bestemmingsplannen en omgevingsvisies. De provincie heeft het zogenaamde Plussen-beleid voor duurzame land- en tuinbouw geformuleerd waarbij beperkingen gelden voor nieuwvestiging en uitbreiding. Gemeenten vullen dit beleid lokaal in met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. 4.
Glastuinbouw De concentratiegebieden glastuinbouw bevinden zich in de Bommelerwaard (Zaltbommel en Maasdriel) en in Tuil en Est (West-Betuwe). Het regionaal uitgangspunt is geen nieuwe concentratiegebieden toe te staan. In de regio bevinden zich ook enkele verspreide solitaire glastuinbouwbedrijven; deze bedrijven hebben geen of zeer beperkte uitbreidingsmogelijkheden. Beschikbaarheid van water is voor de glastuinbouw actueel vraagstuk dat impact kan hebben op de bedrijfsvoering. Ook het energievraagstuk speelt bij glastuinbouw. 5. Overige vormen van landbouw In de regio is de paddenstoelenteelt in de Bommelerwaard (Met name in Maasdriel) te vinden. Daarnaast is er in de regio hoogwaardige akker- en tuinbouw te vinden. 17
Uitwerking regioarrangement: Om in de toekomst een krachtige landbouwregio te blijven, wordt met het regioarrangement ingezet op versterking van de regionale samenwerking. In de programmering komen de volgende onderwerpen aan bod: - er worden integrale gebiedsprogramma’s voor deelgebieden opgesteld waarin het landbouwperspectief wordt uitgewerkt, in samenhang met andere ruimteclaims (ruimtelijke puzzel); - de knelpunten op het lokaal en provinciaal wegennet door de agrarische verkeersdruk worden nader onderzocht en waar mogelijk aangepakt, waarbij ook gedacht kan worden aan clustering van aan agrarische activiteiten gerelateerde voorzieningen zoals opslagloodsen, koelcellen, etc - het gedachtengoed van water en bodem sturend, waaronder toekomstige waterbeschikbaarheid, wordt samen met de sectoren nader onderzocht en uitgewerkt; - de ruimtelijke kwaliteit van het agrarisch landschap wordt versterkt, o.a. met groenblauwe dooradering, het stimuleren van erfbeplanting en visie op teeltondersteunende voorzieningen; Perspectief natuur De grote rivieren slingeren als lange natuurlinten door de regio. Hiermee staat FruitDelta CONCEPT Rivierenland in verbinding met een uitgebreid Europees natuurnetwerk. Iedere rivier heeft haar eigen kenmerkende natuurwaarden. Zo is de natuur in de Waal hoog-dynamisch en ruig.
Terwijl de Nederrijn-Lek en de Maas laag-dynamische natuur kennen door de stuwen in de rivier. De omgeving van Sint Andries is een unieke locatie; hier raken de Maas en de Waal elkaar bijna. Dit is de enige plek waar de natuur van twee Europese riviersystemen bij elkaar komt. In de binnendijkse gebieden rijgen de Linge en de weteringen natuurgebieden aaneen, veelal in lage, natte komgebieden. Ook op de oeverwallen bevinden zich natuurgebieden, zoals bosjes en op landgoederen. FruitDelta Rivierenland zet in op versterking van de biodiversiteit door het groen-blauwe raamwerk meer robuust te maken en de groen-blauwe dooradering van het landelijk gebied te gaan versterken. Het raamwerk bestaat uit het Gelders Natuurnetwerk (GNN, inclusief Natura 2000), de Groene Ontwikkelingszones (GO) en weteringen (KRW). Het groen-blauwe raamwerk en de fijnmaziger groen-blauwe dooradering zijn niet alleen van belang voor de biodiversiteit. Er is ook een directe link met klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en recreatieve toegankelijkheid van het landelijk gebied. Door een integrale aanpak van de natuurontwikkelingsopgave bereidt de regio zich ook voor op een toekomst met meer wateroverlast, droogte en hitte. In de groene structuur kan wateroverlast worden opgevangen en water worden vastgehouden voor droge periodes.
We bouwen met de natuurontwikkeling voort op de historisch gegroeide landschapskarakteristieken waardoor ook de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt. Gelders natuurnetwerk en Natura 2000 Het Gelders natuurnetwerk (GNN) in regio FruitDelta Rivierenland bestaat uit delen van de Linge, riviernatuur in de uiterwaarden van de grote rivieren, eendenkooien en bossen in de Regulieren en een aantal landgoederen. Er ligt nog een aantal opgaven voor afronding van het GNN. In de regio Fruitdelta vormen de gebieden Nederrijn & Lek, Waal (inclusief Loevestein) en het gebied Linge-Diefdijk een samenhangend gebied dat vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen als Natura 2000-gebied voor het systeem Rijntakken. 18
De inzet richt zich op robuust systeemherstel. Dit is uitgewerkt in de Natura 2000beheerplannen en herstelprogramma’s. Via deze natuurbeheerplannen wordt gewerkt aan natuurherstel en stikstofdoelen vanwege de aanwezigheid van stikstofgevoelige natuur. Er wordt nog onderzocht welke beschermende maatregelen nodig zijn in en rondom de Natura 2000-gebieden, in de zogenaamde overgangsgebieden. Kenmerkend voor de regio is ook een aantal ganzenrustgebieden en weidevogelgebieden, zoals in het Land van Maurik. Aanvullend op deze doelen zet het Rijk met de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) in op versterking van de riviernatuur. Voor deze regio is Sint Andries benoemd als gebied met een opgave om een stapsteen tussen Maas en Waal te realiseren. Gelderse Ontwikkelingszones en ecologische verbindingen Om de natuurgebieden te verbinden is het GNN aangevuld met de Groene Ontwikkelingszones (GO). Daarbinnen zijn ook specifieke ecologische verbindingszones (EVZ’s) benoemd, vaak langs de weteringen. Bijvoorbeeld langs de benedenLinge en langs weteringen in het Land van Maas en Waal en de Culemborgse Waard (Regulieren). Weteringen Het groene raamwerk heeft veel samenhang met het blauwe raamwerk en de daaraan gekoppelde waterdoelen van de Kaderrichtlijn Water. Veel van de weteringen hebben een KRW-doelstelling om de kwaliteit te verhogen.
Dat gaat hand in hand met realisatie van CONCEPT natuurvriendelijke oevers, landschapsversterking en inrichting van klimaatbuffers voor opvang van water bij piekbuien en als buffer bij droogte. De Ambitie Boven-Linge is hiervan een concreet voorbeeld. De aanpak van de weteringen voor klimaatadaptatie is onderdeel van de visie en het uitvoeringsbeleid van Waterschap Rivierenland. Groen-blauwe dooradering Het is van belang de biodiversiteit in het hele gebied te versterken, niet alleen binnen het Gelders natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszones. We staan voor de opgave om 10% groen-blauwe dooradering in het landelijk gebied te realiseren. Dit betekent bijvoorbeeld de aanleg van heggen, hagen, bosjes, natuurvriendelijke oevers en hoogstamboomgaarden. Een goed voorbeeld van een hierbij passend initiatief is Gonzend Rivierenland. Dit is een strategie voor versterking van landschap en biodiversiteit, voortkomend uit de Regiodeal. Het initiatief Gonzend Rivierenland is nog niet vastgesteld door alle gemeenten in de regio. Het hoofddoel is samen te vatten als: bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap. Het is een ambitie om dit proces verder in 2024 in de regio op te pakken.
Condities voor natuur en landbouw Naast het inrichten van natuurgebieden en weteringen en de aanleg van landschapselementen voor groen-blauwe dooradering is het voor de biodiversiteit van groot belang de milieucondities op orde te brengen voor schoon water, voldoende water en een gezonde bodem. Dit vraagt onder andere uitvoering van de Gelderse Maatregelen Stikstof en realisatie van uitvoeringsprogramma’s van het waterschap. Water is van groot belang voor zowel de natuur als de landbouw in de regio, maar ook voor de verschillende functies in het stedelijk gebied. Het gaat hierbij om de beschikbaarheid water, ruimte voor water en schoon en gezond water. Voor wat betreft de beschikbaarheid van water brengen we de omvang van de grondwateronttrekkingen in beeld en maken we afspraken maken over de maximale hoeveelheden per jaar. 19