Reactie op zienswijzen kaderbrief ODR 2027
Tekst van het document
Dat het dagelijks bestuur op het hart gedrukt wordt dat er altijd rechtmatig moet worden gehandeld en verantwoord. 2. Dat er bij de verbonden partij interne controle plaats vindt op het monitoren van het rechtmatig handelen. 3. Dat, indien mogelijk, geconstateerde fouten of onduidelijkheden moeten worden opgelost binnen hetzelfde boekjaar. 4. In de jaarrekening van de verbonden partij verslag moeten worden gedaan door het dagelijks bestuur over de rechtmatigheid van haar handelen. 5. De betreffende jaarrekening zo vroeg mogelijk en uiterlijk op 1 mei van het opvolgende boekjaar opgesteld dient te zijn en te zijn aangeleverd bij de gemeente.
Rechtmatigheid Wij onderschrijven de noodzakelijke aandacht voor rechtmatig handelen. Hieraan wordt uitvoering gegeven via onze interne controlewerkzaamheden en hierover wordt gerapporteerd via onze Planning & Control documenten (o.a. via de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken). Hierbij merken wij op dat eventuele onrechtmatigheden bij ODR niet doorwerken in de rechtmatigheidsverantwoording van onze deelnemers. Dit komt doordat geen van de hiernaast opgesomde situaties van toepassing zijn op onze gemeenschappelijke regeling.
5. Robuustheid ODR In de kaderbrief schrijft u het kopje ‘AB-besluit + uitgevoerde acties’; ‘Het Algemeen Bestuur van ODR heeft echter (inmiddels meerdere keren) bevestigd dat fusie niet wenselijk is met het oog op gebiedskennis en nabijheid. De oplossing moet worden gezocht in het uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan ODR opdragen.” Wij zien graag dat er niet op één paard wordt gewed, maar dat meerdere opties onderzocht worden. Uit gesprekken met de directie blijkt wel dat er andere opties/scenario's worden onderzocht, zoals een fusie met een andere OD, of het scheiden van milieu- en bouwtaken. We zijn blij te horen dat er wel degelijk meerdere opties worden onderzocht. Waarom lezen we hier niets over in de Kaderbrief? Om als gemeenteraden hier grip op te kunnen houden is het van cruciaal belang dat we hier duidelijkheid over krijgen. We zien dat er voorzichtige opties zijn om de robuustheid te vergroten, maar het lijkt erop dat u dit niet gaat halen voor 1 april 2026. We maken ons hier grote zorgen over. We vragen u om inzichtelijk te maken wat de andere scenario's zijn, en hoe deze zich verhouden tot het scenario ‘uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan de ODR opdragen. We vragen u ook om inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn als we op 1 april 2026 niet voldoen aan de criteria voor robuustheid.
Gemeente West Betuwe (Getekende zienswijze ontvangen)
Robuustheid ODR In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 februari is de strategie om te voldoen aan de robuustheidseisen in deze zin verbreed. Het streven is nog steeds om aan de robuustheidseisen te voldoen door uitbreiding van de taakopdracht van ODR. Maar fusie met een andere omgevingsdienst als alternatieve strategie wordt concreter ter hand genomen. Voor beide sporen (taakuitbreiding en fusie) zijn programma’s in voorbereiding. De criteria voor robuustheid laten nog veel ruimte voor interpretatie. Zoals het zich nu laat aanzien zal ODR waarschijnlijk als niet robuust worden beoordeeld. De consequenties en handhavingsmaatregelen van het Rijk zijn nu onderwerp van een wetgevingstraject. Het zal nog geruime tijd duren voordat deze eventuele instrumenten zullen worden geëffectueerd. Tot die tijd wordt in de twee genoemde programma’s doorgewerkt. De directie en het Algemeen Bestuur van ODR hebben nog steeds vertrouwen in de haalbaarheid.
6. Dienstverlening U schrijft ook over de verbetering van de dienstverlening. Op dit moment hebben we zorgen over de dienstverlening van ODR. Dit kan in onze ogen beter. Hier worden al gesprekken over gevoerd. We blijven hierover graag in gesprek om samen te werken aan het verbeteren van de dienstverlening.
Dienstverlening Momenteel werken we op basis van de gesprekken toe naar een visie op dienstverlening. Deze visie delen wij t.z.t. met alle gemeenten en blijven daarover graag in gesprek.
Zienswijze:
Reactie per punt:
1. Nieuwe bestuursperiode Komend jaar markeert de overgang naar een nieuwe bestuursperiode. Daarmee is dit de laatste zienswijze die deze gemeenteraad aan u aanbiedt. Wij zijn u erkentelijk voor de samenwerking in de afgelopen jaren en willen onze waardering uitspreken voor het werk van de Omgevingsdienst Rivierenland. De samenwerking is voor ons van groot belang, omdat wij hierdoor taken beter en efficiënter kunnen uitvoeren voor onze inwoners en ondernemers.
Nieuwe bestuursperiode De directie van ODR is zich bewust van de komst van een (gedeeltelijk) nieuw bestuur bij de deelnemers. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in de huidige bestuursperiode al ingebracht (bijvoorbeeld de nieuwe U&H strategie) dan wel heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden (bijvoorbeeld robuustheid). Wij begrijpen de zorg en zullen hiermee met de timing van nieuwe onderwerpen rekening houden.
Wij vinden het van belang dat het nieuwe bestuur de ruimte krijgt om eigen afwegingen te maken. Daarom vragen wij u om terughoudend te zijn met nieuwe beleidsontwikkelingen, zodat deze keuzes aan het nieuwe bestuur kunnen worden overgelaten. Ook verzoeken wij u bij eventuele besluitvorming rekening te houden met de komst van dit nieuwe bestuur. In maart 2026 vinden de verkiezingen plaats. De verwachting is dat besluitvorming over nieuwe onderwerpen na het zomerreces van 2026 kan plaatsvinden 2. Taakstelling De gemeenteraad heeft op 7 november 2024 besloten tot een taakstellende bezuiniging van 1,5 en 3% op de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft zich vervolgens vertaald naar een collectieve zienswijze, van de gemeenten in de regio Rivierenland aan een merendeel van de gemeenschappelijke regelingen:
Taakstelling De Omgevingswet en Wkb, (zoals ook recent gebleken is uit landelijke evaluaties), vragen veel van burgers, bedrijven en het ambtelijk apparaat. Dat geeft druk op de uitvoering. Kengetallen worden beoordeeld, opnieuw bekeken als onderdeel van de opzet nieuwe financieringsmethodiek
"Vanwege de sterk verminderde inkomsten die gemeenten ontvangen vanuit het Rijk (circa 5%) hebben wij als kader een lagere gemeentelijke bijdrage gehanteerd van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028." Deze collectieve zienswijze heeft gehoor gekregen bij de gemeenschappelijke regelingen en is grotendeels verwerkt in de meeste begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen van 2026. Wij waarderen uw inzet om gezamenlijk financieel gezond te zijn en te blijven. Helaas vraagt de financiële situatie nog steeds volop onze aandacht en wij verzoeken uw bestuur hiermee ook rekening mee te houden voor de begroting 2027 in lijn met onze eerdere zienswijze. Dit kader blijft ook de komende jaren van kracht en geldt vanzelfsprekend eveneens voor nieuwe ontwikkelingen. U geeft in de kaderbrief aan dat u met ingang van 2026 de kentallen van enkele producten hebt verlaagd, hetgeen een verlaging van het werkplan oplevert. In de praktijk zien we dit niet altijd terug. Sterker nog, er zijn verschillende gemeenten die fors moeten bijbetalen. We zien dus juist verhogingen op basis van het werkplan op dit moment. We begrijpen dat er ook steeds meer werk op de ODR afkomt wat invloed heeft op het werkplan ondanks verlaging van de kentallen.
Onze oproep is wel om kritisch te zijn op wat echt (wettelijk) moet gebeuren, en om efficiënt te doen wat echt moet gebeuren. Wij verzoeken dan ook de besparingsscenario’s meer te concretiseren in de eerste helft van 2026. Daarnaast is het van belang dat u gaat voldoen aan de personeelscomponent (80%). Het percentage vast personeel moet wel richting 80% gaan, zeker vanwege financiën, maar ook vanwege continuïteit en goede dienstverlening. Verder geeft u aan nog na te denken over concrete invulling voor de taakstelling van 3% met ingang van 2028. Hierbij wordt o.a. gedacht aan investering in de kwaliteit van vergunningverlening, waardoor minder kosten voor toezicht en handhaving nodig zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke inzet van datagedreven werken en Al. We ontvangen graag concretere plannen hierover, zoals we al eerder genoemd hebben in onze zienswijze. 3. Robuustheid ODR In de kaderbrief schrijft u onder het kopje 'AB-besluit + uitgevoerde acties’: 'Het Algemeen Bestuur van ODR heeft echter (inmiddels meerdere keren) bevestigd dat fusie niet wenselijk is met het oog op gebiedskennis en nabijheid. De oplossing moet worden gezocht in het uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan ODR opdragen.’ We zien dat er voorzichtige opties zijn om de robuustheid te vergroten, maar u omschrijft een risico dat u dit niet gaat halen voor 1 april 2026.
We vragen u om inzichtelijk te maken wat de andere scenario's zijn, en hoe deze zich verhouden tot het scenario ’uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan de ODR opdragen. We vragen u ook om inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn als we op 1 april 2026 niet voldoen aan de criteria voor robuustheid.
De verhouding vast en tijdelijk personeel is ook een van de robuustheidseisen waar ODR per 1 april aan moet voldoen. Dit thema heeft daarom zeker de aandacht. Met versterkingen op recruitment en arbeidsmarkt communicatie moet deze verhouding worden hersteld. In de Begroting 2027 is de resterende taakstelling van 1,5% m.i.v. 2028 concreet ingevuld vanuit besparingen in de personeelskosten (meer vast personeel en lagere inhuurtarieven). In de Begroting 2027 is deze besparing zichtbaar in de deelnemersbijdragen vanaf 2028. De investering in de kwaliteit van vergunningverlening, datagedreven werken en AI zal ook plaatsvinden. Het is echter de verwachting dat deze op korte termijn vooral een kwalitatief effect zullen hebben. Robuustheid ODR In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 februari is de strategie om te voldoen aan de robuustheidseisen in deze zin verbreed. Het streven is nog steeds om aan de robuustheidseisen te voldoen door uitbreiding van de taakopdracht van ODR. Maar fusie met een andere omgevingsdienst als alternatieve strategie wordt concreter ter hand genomen. Voor beide sporen (taakuitbreiding en fusie) zijn programma’s in voorbereiding. De criteria voor robuustheid laten nog veel ruimte voor interpretatie. Zoals het zich nu laat aanzien zal ODR waarschijnlijk als niet robuust worden beoordeeld.
De consequenties en handhavingsmaatregelen van het Rijk zijn nu onderwerp van een wetgevingstraject. Het zal nog geruime tijd duren voordat deze eventuele instrumenten zullen worden geëffectueerd. Tot die tijd wordt in de twee genoemde programma’s
Wij zien graag dat er niet op één paard wordt gewed, maar dat meerdere opties onderzocht worden. Dit maakt het niet makkelijk voor gemeenten om het overzicht te houden en goed te kunnen sturen. Uit gesprekken met de directie blijkt wel dat er andere opties/scenario’s worden onderzocht, zoals een fusie met een andere Omgevingsdienst, of het scheiden van milieu- en bouwtaken. We zijn blij te horen dat er wel degelijk meerdere opties worden onderzocht. Zowel de scenario’s als de consequenties zien wij graag uiterlijk 31 maart 2026 tegemoet. 4. Informatievoorziening Met betrekking tot de scenario's is niets terug te lezen in de Kaderbrief, hetgeen de gemeenteraad ervaart als een zorgelijke ontwikkeling. De Kadernota is immers hét sturingsinstrument van de raad. Met dit instrument heeft de raad de mogelijkheid om beleidsvoornemens en een financiële vertaling daarvan op hoofdlijnen te bepalen. Om als gemeenteraden hier grip op te kunnen houden is het van cruciaal belang dat we hier voor 31 maart 2026 duidelijkheid over krijgen. 5. Dienstverlening verbeteren Wij zien graag dat de ODR prioriteit gaat geven aan het verbeteren van de dienstverlening ten aanzien van de bereikbaarheid, het werkproces voor aanvragen van de omgevingsvergunning en communiceren in begrijpelijke taal.
West Maas en Waal (Getekende zienswijze ontvangen)
6. Overige opmerkingen U schrijft ook over de verbetering van de dienstverlening. Op dit moment hebben we zorgen over de dienstverlening van ODR. Dit kan in onze ogen beter. Hier worden al gesprekken over gevoerd. We blijven hierover graag in gesprek om samen te werken aan het verbeteren van de dienstverlening. Zienswijze: 1. Nieuwe bestuursperiode Komend jaar markeert de overgang naar een nieuwe bestuursperiode. Daarmee is dit de laatste zienswijze die deze gemeenteraad aan u aanbiedt. Wij zijn u erkentelijk voor de samenwerking in de afgelopen jaren en willen onze waardering uitspreken voor het werk van Omgevingsdienst Rivierenland.
doorgewerkt. De directie en het Algemeen Bestuur van ODR hebben nog steeds vertrouwen in de haalbaarheid.
Informatievoorziening Zie bovenstaande toelichting bij Robuustheid ODR.
Dienstverlening verbeteren Momenteel werken we op basis van de gesprekken toe naar een visie op dienstverlening. Deze visie delen wij t.z.t. met alle gemeenten en blijven daarover graag in gesprek.
Overige opmerkingen Zie bovenstaande toelichting bij Dienstverlening verbeteren
Reactie per punt: Nieuwe bestuursperiode De directie van ODR is zich bewust van de komst van een (gedeeltelijk) nieuw bestuur bij de deelnemers. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in de huidige bestuursperiode al ingebracht (bijvoorbeeld de nieuwe U&H strategie) dan wel heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden (bijvoorbeeld robuustheid). Wij begrijpen de zorg en zullen hiermee met de timing van nieuwe onderwerpen rekening houden.
Wij vinden het van belang dat het nieuwe bestuur de ruimte krijgt om eigen afwegingen te maken. Daarom vragen wij u om terughoudend te zijn met nieuwe beleidsontwikkelingen, zodat deze keuzes aan het nieuwe bestuur kunnen worden overgelaten. Ook verzoeken wij u bij eventuele besluitvorming rekening te houden met de komst van dit nieuwe bestuur. In maart 2026 vinden de verkiezingen plaats. De verwachting is dat besluitvorming over nieuwe onderwerpen na het zomerreces van 2026 kan plaatsvinden. 2. Taakstelling Zoals ook in eerdere zienswijzen is aangegeven, blijven we geconfronteerd met teruglopende inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen. Dit gebeurt terwijl de uitdagingen op diverse beleidsterreinen fors toenemen en de kosten voor materiaal en personeel blijven stijgen. Wij hebben daarom al ingrijpende ombuigingen doorgevoerd.
Taakstelling De Omgevingswet en Wkb (zoals ook recent gebleken is uit landelijke evaluaties), vragen veel van burgers, bedrijven en het ambtelijk apparaat. Dat geeft druk op de uitvoering. Kengetallen worden beoordeeld, opnieuw bekeken als onderdeel van de opzet nieuwe financieringsmethodiek
Gezamenlijk hebben we daarom ook gekeken naar de taken en middelen van verbonden partijen. Afgelopen jaar heeft u hier invulling aangegeven op basis van het kader dat de gemeenten in de regio Rivierenland hebben meegegeven. Dit kader voorziet in een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere bijdrage vanaf 2028. Dit kader blijft ook de komende jaren van kracht en geldt vanzelfsprekend eveneens voor nieuwe ontwikkelingen. U geeft in de Kaderbrief aan dat u met ingang van 2026 de kentallen van enkele producten hebt verlaagd, hetgeen een verlaging van het werkplan oplevert. In de praktijk zien we dit niet altijd terug. Sterker nog, we zien in sommige gevallen verhogingen op basis van het werkplan op dit moment. We begrijpen dat er ook steeds meer werk op de ODR afkomt wat invloed heeft op het werkplan ondanks verlaging van de kentallen. Onze oproep is om kritisch te zijn én blijven op wat wettelijk nodig is en om efficiënt uit te voeren wat echt moet gebeuren. Daarnaast is het van belang dat u gaat voldoen aan de personeelscomponent voor vaste bezetting (80%). Het percentage vast personeel moet wel richting 80% gaan, zeker vanwege financiën, maar ook vanwege continuïteit en goede dienstverlening.
De verhouding vast en tijdelijk personeel is ook een van de robuustheidseisen waar ODR per 1 april aan moet voldoen. Dit thema heeft daarom zeker de aandacht. Met versterkingen op recruitment en arbeidsmarkt communicatie moet deze verhouding worden hersteld.
Verder geeft u aan nog na te denken over concrete invulling voor de taakstelling van 3% m.i.v. 2028. Hierbij wordt o.a. gedacht aan investering in de kwaliteit van vergunningverlening, waardoor minder kosten voor toezicht en handhaving nodig zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke inzet van data-gedreven werken en Al. We ontvangen graag concretere plannen hierover. Onder andere data-gedreven werken en Al hebben we al eerder genoemd in onze zienswijze. Het is jammer dat hierover nu nog geen concrete plannen gepresenteerd kunnen worden. We verwachten hier wel concrete plannen op te ontvangen.
In de Begroting 2027 is de resterende taakstelling van 1,5% m.i.v. 2028 concreet ingevuld vanuit besparingen in de personeelskosten (meer vast personeel en lagere inhuurtarieven). In de Begroting 2027 is deze besparing zichtbaar in de deelnemersbijdragen vanaf 2028. De investering in de kwaliteit van vergunningverlening, datagedreven werken en AI zal ook plaatsvinden. Het is echter de verwachting dat deze op korte termijn vooral een kwalitatief effect zullen hebben.
3. Indexatie We hebben kennisgenomen van de voorgestelde indexering in de kaderbrief, waarin voor het jaar 2027 een loonstijging van 5,1% en een prijsstijging van 2,2% wordt gehanteerd. Dat is een forse stijging voor de gemeenten. De achterliggende methodiek daarvoor is de afgelopen jaren gebruikelijk geweest en ook dit jaar vooraf ambtelijk afgestemd. Maar dit voorstel stelt de deelnemende gemeenten voor 2027 wel voor een uitdaging. Dat heeft te maken met de bekostigingssystematiek voor gemeenten. Die is in 2024 gewijzigd naar een vaste indexering op basis van de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Deze wijziging had tot doel om de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten te vereenvoudigen en voorspelbaarder te maken. Tegelijkertijd betekent dit dat gemeenten minder automatisch meebewegen met loon- en prijsontwikkelingen in de publieke sector. Naar de huidige inzichten komt de indexatie van het Gemeentefonds voor 2027 uit op 2,5%. Dat is lager dan de gewogen indexering die u voorstelt. Met andere woorden: voor gemeenten is er in 2027 een beperkte groei van hun algemene middelen, terwijl de kosten voor deelname aan GR’en stijgen. We gaan daarom de komende maanden graag in overleg met de
Indexatie We begrijpen dat de aangepaste bekostigingssystematiek een financieel knelpunt kan opleveren voor gemeenten. Uiteraard gaan we graag met u in gesprek om samen te bepalen of een andere werkwijze beter past. In de conceptbegroting 2027 is gerekend met de in de kaderbrief 2027 aangekondigde en met de gemeenten afgestemde indexaties. Wij stellen voor dit in de begroting 2027 zo te houden omdat de tijd voor het opstellen van een passende en evenwichtige indexeringssystematiek ontbreekt als we deze tijdig willen aanleveren. Ook stellen we voor om de concerncontrollers van de gemeenten en GR-en op korte termijn gezamenlijk naar een passende indexeringssystematiek te laten kijken zodat deze bekend is bij het opstellen van de kaderbrief 2028.
deelnemende gemeenten en uw organisatie over een meer passende en evenwichtige indexeringssystematiek voor de toekomst. 4. Rechtmatigheid Bij GR’en is de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording van ons college kan worden beïnvloed door niet rechtmatig handelen van een instelling, waarmee een gemeente is verbonden, indien: • in de regeling, statuten, oprichtingsakte of overeenkomst is geregeld dat voorwaarden aan de bijdrage zijn verbonden waaraan de instelling zich moet houden om niet gehele of gedeeltelijke vermindering van de bijdrage van de gemeente te krijgen; • de verbonden partij een mandaat heeft om namens en met gemeentelijke middelen geld te besteden, waarbij de gemeente feitelijk opdrachtgever is; feitelijk is de verbonden partij een serviceorganisatie van de deelnemende gemeenten; • de verbonden partij een eigen rechtspersoonlijkheid heeft en een aanbesteding verricht terwijl deze verbonden partij binnen de gezagsstructuur van de gemeentewerkzaamheden verricht voor de gemeente; • de verbonden partij geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft en de opdracht daarmee feitelijk is verstrekt door de gemeente.
Rechtmatigheid Wij onderschrijven de noodzakelijke aandacht voor rechtmatig handelen. Hieraan wordt uitvoering gegeven via onze interne controlewerkzaamheden en hierover wordt gerapporteerd via onze Planning & Control documenten (o.a. via de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken). Hierbij merken wij op dat eventuele onrechtmatigheden bij ODR niet doorwerken in de rechtmatigheidsverantwoording van onze deelnemers. Dit komt doordat geen van de hiernaast opgesomde situaties van toepassing zijn op onze gemeenschappelijke regeling.
In al deze gevallen gaat een geconstateerde rechtmatigheidsfout bij de verbonden partij ook meetellen in de rechtmatigheidstoets van de mandant oftewel onze gemeente. Sinds 2025 ligt de verantwoordingsgrens op 2%. Dit is de maximale drempel voor de totale omvang van financiële rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden die een gemeente mag hebben. Wat betekent dit nu voor u als onze verbonden partij? 1. Dat het dagelijks bestuur op het hart gedrukt wordt dat er altijd rechtmatig moet worden gehandeld en verantwoord. 2. Dat er bij uw organisatie interne controle plaats vindt op het monitoren van het rechtmatig handelen. 3. Dat, indien mogelijk, geconstateerde fouten of onduidelijkheden moeten worden opgelost binnen hetzelfde boekjaar. 4. In de jaarrekening van de verbonden partij verslag moeten worden gedaan door het dagelijks bestuur over de rechtmatigheid van haar handelen. 5. De betreffende jaarrekening zo vroeg mogelijk en uiterlijk op 1 mei van het opvolgende boekjaar opgesteld dient te zijn en te zijn aangeleverd bij de gemeente. 5. Robuustheid ODR In de Kaderbrief schrijft u onder het kopje ‘AB-besluit + uitgevoerde acties’: ‘Het Algemeen Bestuur van ODR heeft echter (inmiddels meerdere keren) bevestigd dat fusie niet wenselijk is met het oog op gebiedskennis en nabijheid.
De oplossing moet worden gezocht in het uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan ODR opdragen.” Uit ambtelijke gesprekken blijkt dat er ook andere opties/scenario's worden onderzocht, zoals een fusie met een andere omgevingsdienst of het scheiden van milieu- en bouwtaken. Waarom lezen we hier niets over in de Kaderbrief? Om als gemeenteraad hier grip op te kunnen houden is het van cruciaal belang dat we hier duidelijkheid over krijgen en onze positie nader te kunnen bepalen. We zien dat er voorzichtige opties zijn
Robuustheid ODR In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 februari is de strategie om te voldoen aan de robuustheidseisen in deze zin verbreed. Het streven is nog steeds om aan de robuustheidseisen te voldoen door uitbreiding van de taakopdracht van ODR. Maar fusie met een andere omgevingsdienst als alternatieve strategie wordt concreter ter hand genomen. Voor beide sporen (taakuitbreiding en fusie) zijn programma’s in voorbereiding. De criteria voor robuustheid laten nog veel ruimte voor interpretatie. Zoals het zich nu laat aanzien zal ODR waarschijnlijk als niet robuust worden beoordeeld. De consequenties en handhavingsmaatregelen van het Rijk zijn nu onderwerp van een wetgevingstraject. Het zal nog
Zaltbommel (Getekende zienswijze ontvangen)
om de robuustheid te vergroten, maar het lijkt erop dat u dit niet gaat halen voor 1 april 2027. We maken ons hier grote zorgen over. We vragen u om inzichtelijk te maken wat de andere scenario's zijn, en hoe deze zich verhouden tot het scenario 'uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan de ODR opdragen’. We vragen u ook om inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn als we op 1 april 2026 niet voldoen aan de criteria voor robuustheid.
geruime tijd duren voordat deze eventuele instrumenten zullen worden geëffectueerd. Tot die tijd wordt in de twee genoemde programma’s doorgewerkt. De directie en het Algemeen Bestuur van ODR hebben nog steeds vertrouwen in de haalbaarheid.
6. Overige opmerkingen U schrijft ook over de verbetering van de dienstverlening. Op dit moment hebben we zorgen over dienstverlening van ODR. Dit kan in onze ogen beter. Hier worden al gesprekken over gevoerd. We blijven hierover graag in gesprek om samen te werken aan het verbeteren van de dienstverlening.
Overige opmerkingen Momenteel werken we op basis van de gesprekken toe naar een visie op dienstverlening. Deze visie delen wij t.z.t. met alle gemeenten en blijven daarover graag in gesprek.
Zienswijze:
Reactie per punt:
1. Nieuwe bestuursperiode Komend jaar markeert de overgang naar een nieuwe bestuursperiode. Daarmee is dit de laatste zienswijze die deze gemeenteraad aan u aanbiedt. Wij zijn u dankbaar voor de samenwerking in de afgelopen jaren en willen onze waardering uitspreken voor het werk van Omgevingsdienst Rivierenland. De samenwerking is voor ons van groot belang, omdat wij hierdoor taken effectief en efficiënt kunnen uitvoeren voor onze inwoners en ondernemers. Wij vinden het van belang dat het nieuwe bestuur de ruimte krijgt om eigen afwegingen te maken. Daarom vragen wij u om terughoudend te zijn met nieuwe beleidsontwikkelingen, zodat deze keuzes aan het nieuwe bestuur kunnen worden overgelaten. Ook verzoeken wij u bij eventuele besluitvorming rekening te houden met de komst van dit nieuwe bestuur. In maart 2026 vinden de verkiezingen plaats. We verwachten dat er rekening wordt gehouden met de inwerkperiode van het nieuwe bestuur.
Nieuwe bestuursperiode De directie van ODR is zich bewust van de komst van een (gedeeltelijk) nieuw bestuur bij de deelnemers. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in de huidige bestuursperiode al ingebracht (bijvoorbeeld de nieuwe U&H strategie) dan wel heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden (bijvoorbeeld robuustheid). Wij begrijpen de zorg en zullen hiermee met de timing van nieuwe onderwerpen rekening houden.
2. Financiële situatie Zoals ook in eerdere zienswijzen is aangegeven, blijven we geconfronteerd met een negatief financieel vooruitzicht. De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden structureel met miljarden verminderd (circa 5%). Dit gebeurt terwijl de uitdagingen op diverse beleidsterreinen fors toenemen en de kosten voor materiaal en personeel blijven stijgen. Gezamenlijk hebben we gekeken naar de taken en middelen van verbonden partijen. Afgelopen jaar heeft u hier invulling aangegeven op basis van het kader dat de gemeenten in Regio Rivierenland hebben meegegeven. De gemeente Zaltbommel heeft hierbij geen taakstelling aan u opgedragen. Wij hebben u wel gevraagd om toekomstscenario’s te ontwikkelen die inzicht gaan geven in de mogelijke besparingen, investeringen en gevolgen voor de kwaliteit en dienstverlening bij de taakuitvoering. Wij willen de komende jaren continue aandacht vragen voor dit vraagstuk. Het is van essentieel belang dat de Omgevingsdienst Rivierenland kritisch blijft kijken naar haar eigen financiële situatie en organisatie met oog voor een goede kwaliteit van uitvoering.
Financiële situatie De Omgevingswet en Wkb (zoals ook recent gebleken is uit landelijke evaluaties), vragen veel van burgers, bedrijven en het ambtelijk apparaat. Dat geeft druk op de uitvoering. Kengetallen worden beoordeeld, opnieuw bekeken als onderdeel van de opzet nieuwe financieringsmethodiek. In de Begroting 2027 is de resterende taakstelling van 1,5% m.i.v. 2028 concreet ingevuld vanuit besparingen in de personeelskosten (meer vast personeel en lagere inhuurtarieven). In de Begroting 2027 is deze besparing zichtbaar in de deelnemersbijdragen vanaf 2028. De investering in de kwaliteit van vergunningverlening, datagedreven werken en AI zal ook plaatsvinden. Het is echter de verwachting dat deze op korte termijn vooral een kwalitatief effect zullen hebben.
3. Rechtmatigheid Bij gemeenschappelijke regelingen is de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording van ons college kan worden beïnvloed door niet rechtmatig handelen van een instelling, waarmee een gemeente is verbonden indien: • in de regeling, statuten, oprichtingsakte of overeenkomst is geregeld dat voorwaarden aan de bijdrage zijn verbonden waaraan de instelling zich moet houden om niet gehele of gedeeltelijke vermindering van de bijdrage van de gemeente te krijgen; • de verbonden partij een mandaat heeft om namens en met gemeentelijke middelen geld te besteden, waarbij de gemeente feitelijk opdrachtgever is; feitelijk is de verbonden partij een serviceorganisatie van de deelnemende gemeenten; • de verbonden partij een eigen rechtspersoonlijkheid heeft en een aanbesteding verricht terwijl deze verbonden partij binnen de gezagsstructuur van de gemeentewerkzaamheden verricht voor de gemeente; • de verbonden partij geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft en de opdracht daarmee feitelijk is verstrekt door de gemeente.
Rechtmatigheid Wij onderschrijven de noodzakelijke aandacht voor rechtmatig handelen. Hieraan wordt uitvoering gegeven via onze interne controlewerkzaamheden en hierover wordt gerapporteerd via onze Planning & Control documenten (o.a. via de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken). Hierbij merken wij op dat eventuele onrechtmatigheden bij ODR niet doorwerken in de rechtmatigheidsverantwoording van onze deelnemers. Dit komt doordat geen van de hiernaast opgesomde situaties van toepassing zijn op onze gemeenschappelijke regeling.
In al deze gevallen gaat een geconstateerde rechtmatigheidsfout bij de verbonden partij ook meetellen in de rechtmatigheidstoets van de mandant oftewel onze gemeente. Sinds 2025 ligt de verantwoordingsgrens op 2%. Dit is de maximale drempel voor de totale omvang van financiële rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden die een gemeente mag hebben. Wat betekent dit nu voor u als onze verbonden partij? 1. Dat het dagelijks bestuur op het hart gedrukt wordt dat er altijd rechtmatig moet worden gehandeld en verantwoord. 2. Dat er bij de verbonden partij interne controle plaats vindt op het monitoren van het rechtmatig handelen. 3. Dat, indien mogelijk, geconstateerde fouten of onduidelijkheden moeten worden opgelost binnen hetzelfde boekjaar. 4. In de jaarrekening van de verbonden partij verslag moeten worden gedaan door het dagelijks bestuur over de rechtmatigheid van haar handelen. 5. De betreffende jaarrekening zo vroeg mogelijk en uiterlijk op 1 mei van het opvolgende boekjaar opgesteld dient te zijn en te zijn aangeleverd bij de gemeente. 4. Robuustheid ODR In de kaderbrief schrijft u het kopje ‘AB-besluit + uitgevoerde acties': ‘Het Algemeen Bestuur van ODR heeft echter (inmiddels meerdere keren) bevestigd dat fusie niet wenselijk is met het oog op gebiedskennis en nabijheid.
De oplossing moet worden gezocht in het uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan ODR opdragen.” De gemeente Zaltbommel wil graag de evenredige bijdrage leveren die hiervoor nodig is. Wij verzoeken u om samen met ons concreet te maken welke taken u voor ons kunt verrichten om de milieuomzet te verhogen. We vragen u ook om inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn als het de deelnemers (alle gemeenten en de provincie) niet lukt om op 1 april 2026 te voldoen aan de criteria voor robuustheid. Kunt u daarbij aangeven welke alternatieve route er op dat moment gevolgd moet worden?
Robuustheid ODR In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 februari is de strategie om te voldoen aan de robuustheidseisen in deze zin verbreed. Het streven is nog steeds om aan de robuustheidseisen te voldoen door uitbreiding van de taakopdracht van ODR. Maar fusie met een andere omgevingsdienst als alternatieve strategie wordt concreter ter hand genomen. Voor beide sporen (taakuitbreiding en fusie) zijn programma’s in voorbereiding. De criteria voor robuustheid laten nog veel ruimte voor interpretatie. Zoals het zich nu laat aanzien zal ODR waarschijnlijk als niet robuust worden beoordeeld. De consequenties en handhavingsmaatregelen van het Rijk zijn nu onderwerp van een wetgevingstraject. Het zal nog geruime tijd duren voordat deze eventuele instrumenten zullen worden geëffectueerd. Tot die tijd wordt in de twee genoemde programma’s doorgewerkt. De directie en het Algemeen Bestuur van ODR hebben nog steeds vertrouwen in de haalbaarheid.
Daarnaast is het van belang dat u gaat voldoen aan de personeelscomponent (80%). Het percentage vast personeel moet wel richting 80% gaan, zeker vanwege financiën, maar ook vanwege continuïteit en goede dienstverlening.
De verhouding vast en tijdelijk personeel is ook een van de robuustheidseisen waar ODR per 1 april aan moet voldoen. Dit thema heeft daarom zeker de aandacht. Met versterkingen op recruitment en arbeidsmarkt communicatie moet deze verhouding worden hersteld.
5. Overige opmerkingen U schrijft ook over de verbetering van de dienstverlening. Op dit moment hebben we zorgen over de dienstverlening van ODR. Dit kan in onze ogen beter. Hier worden al gesprekken over gevoerd. We blijven hierover graag in gesprek om samen te werken aan het verbeteren van de dienstverlening.
Overige opmerkingen Momenteel werken we op basis van de gesprekken toe naar een visie op dienstverlening. Deze visie delen wij t.z.t. met alle gemeenten en blijven daarover graag in gesprek.
Door u wordt ook aangegeven dat u nadenkt over investering in de kwaliteit van vergunningverlening, waardoor minder kosten voor toezicht en handhaving nodig zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke inzet van datagedreven werken en Al. Deze instrumenten hebben we ook in eerdere zienswijzen genoemd en zien wij als interessante opties om de taakuitvoering effectiever en efficiënter in te vullen. We vragen u om hier concrete plannen op voor te bereiden en met de deelnemers te bespreken.
Zie toelichting bij Financiële situatie
Aansluitend hierop vragen wij uw aandacht voor het ontwikkelen van monitoring en evaluatie als onderdeel van de beleidscyclus op grond van de Omgevingswet. Naar onze mening sluit dat aan bij uw voorgenomen inspanningen op het vlak van datagedreven werken en Al. Wij zijn op zoek naar inhoudelijke data en advisering vanuit uw taakuitvoering om het bereiken van maatschappelijke doelen in de fysieke leefomgeving te monitoren en als input voor de beleidsontwikkeling bij de gemeente.
In vervolg op de ontwikkeling van de nieuwe UHS strategie wordt gewerkt aan de opbouw van een monitoring instrument. Op basis van een nieuwe doelenboom met bijbehorende KPI’s wordt een rapportagevorm opgebouwd. Deze zal periodiek worden verstrekt aan gemeenten. Deze informatie kan gebruikt worden voor de beleidsontwikkeling in uw gemeente.