CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie op zienswijzen kaderbrief ODR 2027

Raadsvergadering 21 mei 2026, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen14.614 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beantwoording zienswijzen Kaderbrief 2027 (versie 24-3-2026) Gemeente Gemeente Buren (Zienswijze uit raadsinformatiesysteem gemeente Buren)

Inhoud zienswijze

Uitgezet bij

Beantwoording

Zienswijze:

Reactie per punt:

1. Nieuwe bestuursperiode Komend jaar markeert de overgang naar een nieuwe bestuursperiode. Daarmee is dit de laatste zienswijze die deze gemeenteraad aan u aanbiedt. Wij zijn u dankbaar voor de samenwerking in de afgelopen jaren en willen onze waardering uitspreken voor het werk van Omgevingsdienst Rivierenland. De samenwerking is voor ons van groot belang, omdat wij hierdoor taken beter en efficiënter kunnen uitvoeren voor onze inwoners en ondernemers.

Nieuwe bestuursperiode De directie van ODR is zich bewust van de komst van een (gedeeltelijk) nieuw bestuur bij de deelnemers. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in de huidige bestuursperiode al ingebracht (bijvoorbeeld de nieuwe U&H strategie) dan wel heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden (bijvoorbeeld robuustheid). Wij begrijpen de zorg en zullen hiermee met de timing van nieuwe onderwerpen rekening houden.

Wij vinden het van belang dat het nieuwe bestuur de ruimte krijgt om eigen afwegingen te maken. Daarom vragen wij u om terughoudend te zijn met nieuwe beleidsontwikkelingen, zodat deze keuzes aan het nieuwe bestuur kunnen worden overgelaten. Ook verzoeken wij u bij eventuele besluitvorming rekening te houden met de komst van dit nieuwe bestuur. In maart 2026 vinden de verkiezingen plaats. De verwachting is dat besluitvorming over nieuwe onderwerpen na het zomerreces van 2026 kan plaatsvinden. 2. Taakstelling Zoals ook in eerdere zienswijzen is aangegeven, blijven we geconfronteerd met een negatief financieel vooruitzicht. De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden structureel met miljarden verminderd (circa 5%). Dit gebeurt terwijl de uitdagingen op diverse beleidsterreinen fors toenemen en de kosten voor materiaal en personeel blijven stijgen. Gemeenten hebben daarom al ingrijpende ombuigingen doorgevoerd.

Taakstelling De Omgevingswet en Wkb, (zoals ook recent gebleken is uit landelijke evaluaties), vragen veel van burgers, bedrijven en het ambtelijk apparaat. Dat geeft druk op de uitvoering. Kengetallen worden beoordeeld, opnieuw bekeken als onderdeel van de opzet nieuwe financieringsmethodiek

Gezamenlijk hebben we daarom ook gekeken naar de taken en middelen van verbonden partijen. Afgelopen jaar heeft u hier invulling aangegeven op basis van het kader dat de gemeenten in Regio Rivierenland hebben meegegeven. Dit kader voorziet in een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere bijdrage vanaf 2028. Dit kader blijft ook de komende jaren van kracht en geldt vanzelfsprekend eveneens voor nieuwe ontwikkelingen. U geeft in de kaderbrief aan dat u met ingang van 2026 de kentallen van enkele producten hebt verlaagd, hetgeen een verlaging van het werkplan oplevert. In de praktijk zien we dit niet altijd terug. Sterker nog, er zijn verschillende gemeenten die fors moeten bijbetalen. We zien dus juist verhogingen op basis van het werkplan op dit moment. We begrijpen dat er ook steeds meer werk op de ODR afkomt wat invloed heeft op het werkplan ondanks verlaging van de kentallen. Onze oproep is wel om kritisch te zijn op wat echt (wettelijk) moet gebeuren, en om efficiënt te doen wat echt moet gebeuren. Daarnaast is het van belang dat u gaat voldoen aan de personeelscomponent (80%). Het percentage vast personeel moet wel richting 80% gaan, zeker vanwege financiën, maar ook vanwege continuïteit en goede dienstverlening.

De verhouding vast en tijdelijk personeel is ook een van de robuustheidseisen waar ODR per 1 april aan moet voldoen. Dit thema heeft daarom zeker de aandacht. Met versterkingen op recruitment en arbeidsmarkt communicatie moet deze verhouding worden hersteld.

Verder geeft u aan nog na te denken over concrete invulling voor de taakstelling van 3% m.i.v. 2028. Hierbij wordt o.a. gedacht aan investering in de kwaliteit van vergunningverlening, waardoor minder kosten voor toezicht en handhaving nodig zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke inzet van datagedreven werken en AI. We ontvangen graag concretere plannen hierover. Onder andere datagedreven werken en AI hebben we al eerder genoemd in onze zienswijze. Het is jammer dat hierover nu nog geen concrete plannen gepresenteerd kunnen worden. We verwachten hier wel concrete plannen op te ontvangen. 3. Robuustheid ODR In de kaderbrief schrijft u onder het kopje ‘AB-besluit + uitgevoerde acties’: ‘Het Algemeen Bestuur van ODR heeft echter (inmiddels meerdere keren) bevestigd dat fusie niet wenselijk is met het oog op gebiedskennis en nabijheid. De oplossing moet worden gezocht in het uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan ODR opdragen.” Wij zien graag dat er niet op één scenario wordt voorgesorteerd, maar dat meerdere opties onderzocht worden waaronder ook de mogelijkheid van een fusie met een of meerdere andere omgevingsdiensten. Op basis van de risico’s die wij nu zien stellen wij voor een fusie alternatief uit te werken. Het verhogen van de robuustheid mag geen doel op zich zijn.

Uit gesprekken met de directie blijkt wel dat er andere opties/scenario's worden onderzocht, zoals een fusie met een andere OD, of het scheiden van milieu- en bouwtaken. Om als gemeenteraden hier grip op te kunnen houden is het van cruciaal belang dat we hier duidelijkheid over krijgen. Wij vinden dat de financiën en risico’s onvoldoende zijn onderbouwd en willen daar graag duidelijkheid over: een deugdelijke concrete onderbouwing in relatie tot andere omgevingsdiensten.

In de Begroting 2027 is de resterende taakstelling van 1,5% m.i.v. 2028 concreet ingevuld vanuit besparingen in de personeelskosten (meer vast personeel en lagere inhuurtarieven). In de Begroting 2027 is deze besparing zichtbaar in de deelnemersbijdragen vanaf 2028. De investering in de kwaliteit van vergunningverlening, datagedreven werken en AI zal ook plaatsvinden. Het is echter de verwachting dat deze op korte termijn vooral een kwalitatief effect zullen hebben.

Robuustheid ODR In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 februari is de strategie om te voldoen aan de robuustheidseisen in deze zin verbreed. Het streven is nog steeds om aan de robuustheidseisen te voldoen door uitbreiding van de taakopdracht van ODR. Maar fusie met een andere omgevingsdienst als alternatieve strategie wordt concreter ter hand genomen. Voor beide sporen (taakuitbreiding en fusie) zijn programma’s in voorbereiding. De criteria voor robuustheid laten nog veel ruimte voor interpretatie. Zoals het zich nu laat aanzien zal ODR waarschijnlijk als niet robuust worden beoordeeld. De consequenties en handhavingsmaatregelen van het Rijk zijn nu onderwerp van een wetgevingstraject. Het zal nog geruime tijd duren voordat deze eventuele instrumenten zullen worden geëffectueerd. Tot die tijd wordt in de twee genoemde programma’s doorgewerkt. De directie en het Algemeen Bestuur van ODR hebben nog steeds vertrouwen in de haalbaarheid.

We zien dat er voorzichtige opties zijn om de robuustheid te vergroten, maar het lijkt erop dat u dit niet gaat halen voor 1 april 2026. We maken ons hier grote zorgen over. We vragen u om inzichtelijk te maken wat de andere scenario's zijn, en hoe deze zich verhouden tot het scenario ‘uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan de ODR opdragen. We vragen u ook om inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn als we op 1 april 2026 niet voldoen aan de criteria voor robuustheid. 4. Onderzoek terugnemen taken en benchmark Afgelopen jaar heeft de gemeente Buren een onderzoek laten doen naar het mogelijk terugnemen van niet wettelijke taken van de ODR. De uitkomsten van dit onderzoek zijn gedeeld met de raad. Mogelijk besluit de gemeenteraad van Buren hieraan een vervolg te geven.

Onderzoek terugnemen taken en benchmark Wij wachten de resultaten af en zijn uiteraard bereid daarover met u in gesprek te gaan.

Daarnaast heeft er in 2025 een benchmark plaatsgevonden naar de kosten van de ODR. De resultaten hiervan zijn naar verwachting begin 2026 bekend en zullen ongetwijfeld een vervolg krijgen voor 2026 en verder. 5. Kwaliteit dienstverlening U schrijft ook over de verbetering van de dienstverlening. Op dit moment hebben we zorgen over de dienstverlening van ODR. Wij vinden een duidelijke en structurele verbetering echt noodzakelijk. Hier worden al gesprekken over gevoerd. We blijven hierover graag in gesprek om samen te werken aan het verbeteren van de dienstverlening.

Kwaliteit dienstverlening Momenteel werken we op basis van de gesprekken toe naar een visie op dienstverlening. Deze visie delen wij t.z.t. met alle gemeenten en blijven daarover graag in gesprek.

Culemborg (Getekende zienswijze ontvangen)

Zienswijze:

Reactie per punt:

1. Nieuwe bestuursperiode Komend jaar markeert de overgang naar een nieuwe bestuursperiode. Daarmee is dit de laatste zienswijze die deze gemeenteraad aan u aanbiedt. Wij zijn u erkentelijk voor de samenwerking in de afgelopen jaren en willen onze waardering uitspreken voor het werk van de Omgevingsdienst Rivierenland. De samenwerking is voor ons van groot belang, omdat wij hierdoor taken beter en efficiënter kunnen uitvoeren voor onze inwoners en ondernemers.

Nieuwe bestuursperiode De directie van ODR is zich bewust van de komst van een (gedeeltelijk) nieuw bestuur bij de deelnemers. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in de huidige bestuursperiode al ingebracht (bijvoorbeeld de nieuwe U&H strategie) dan wel heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden (bijvoorbeeld robuustheid). Wij begrijpen de zorg en zullen hiermee met de timing van nieuwe onderwerpen rekening houden.

Wij vinden het van belang dat het nieuwe bestuur de ruimte krijgt om eigen afwegingen te maken. Daarom vragen wij u om terughoudend te zijn met nieuwe beleidsontwikkelingen, zodat deze keuzes aan het nieuwe bestuur kunnen worden overgelaten. Ook verzoeken wij u bij eventuele besluitvorming rekening te houden met de komst van dit nieuwe bestuur. In maart 2026 vinden de verkiezingen plaats. De verwachting is dat besluitvorming over nieuwe onderwerpen na het zomerreces van 2026 kan plaatsvinden. 2. Taakstelling Zoals ook in eerdere zienswijzen is aangegeven, blijven we geconfronteerd met een negatief financieel vooruitzicht. De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen, worden structureel met miljarden verminderd (circa 5%). Dit gebeurt terwijl de uitdagingen op diverse beleidsterreinen fors toenemen en de kosten voor materiaal en personeel blijven stijgen. Gemeenten hebben daarom al ingrijpende ombuigingen doorgevoerd. Gezamenlijk hebben we daarom ook gekeken naar de taken en middelen van verbonden partijen. Afgelopen jaar heeft u hier invulling aan gegeven op basis van het kader dat de gemeenten in regio Rivierenland hebben meegegeven. Dit kader voorziet in een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere bijdrage vanaf 2028.

Taakstelling De Omgevingswet en Wkb (zoals ook recent gebleken is uit landelijke evaluaties), vragen veel van burgers, bedrijven en het ambtelijk apparaat. Dat geeft druk op de uitvoering. Daarnaast worden de Kengetallen beoordeeld, opnieuw bekeken als onderdeel opzet nieuwe financieringssystematiek. In de Begroting 2027 is de resterende taakstelling van 1,5% m.i.v. 2028 concreet ingevuld vanuit besparingen in de personeelskosten (meer vast personeel en lagere inhuurtarieven). In de Begroting 2027 is deze besparing zichtbaar in de deelnemersbijdragen vanaf 2028. De investering in de kwaliteit van vergunningverlening, datagedreven werken en AI zal ook plaatsvinden. Het is echter de verwachting dat deze op korte termijn vooral een kwalitatief effect zullen hebben.

Dit kader blijft ook de komende jaren van kracht en geldt vanzelfsprekend eveneens voor nieuwe ontwikkelingen. 3. Indexatie We hebben kennisgenomen van de voorgestelde indexering in de kaderbrief, waarin voor het jaar 2027 een loonstijging van 5,1% en een prijsstijging van 2,2% wordt gehanteerd. De achterliggende methodiek daarvoor is de afgelopen jaren gebruikelijk geweest en ook dit jaar vooraf ambtelijk afgestemd. Maar dit voorstel stelt de deelnemende gemeenten voor 2027 wel voor een uitdaging. Dat heeft te maken met de bekostigingssystematiek voor gemeenten. Die is in 2024 gewijzigd naar een vaste indexering op basis van de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Deze wijziging had tot doel om de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten te vereenvoudigen en voorspelbaarder te maken. Tegelijkertijd betekent dit, dat gemeenten minder automatisch meebewegen met loon- en prijsontwikkelingen in de publieke sector. Naar de huidige inzichten komt de indexatie van het Gemeentefonds voor 2027 uit op 2,5%. Dat is lager dan de gewogen indexering die de GR voorstelt. Met andere woorden: voor gemeenten is er in 2027 een beperkte groei van hun algemene middelen, terwijl de kosten voor

Indexatie We begrijpen dat de aangepaste bekostigingssystematiek een financieel knelpunt kan opleveren voor gemeenten. Uiteraard gaan we graag met u in gesprek om samen te bepalen of een andere werkwijze beter past. In de conceptbegroting 2027 is gerekend met de in de kaderbrief 2027 aangekondigde en met de gemeenten afgestemde indexaties. Wij stellen voor dit in de begroting 2027 zo te houden omdat de tijd voor het opstellen van een passende en evenwichtige indexeringssystematiek ontbreekt als we deze tijdig willen aanleveren. Ook stellen we voor om de concerncontrollers van de gemeenten en GR-en op korte termijn gezamenlijk naar een passende indexeringssystematiek te laten kijken zodat deze bekend is bij het opstellen van de kaderbrief 2028.

deelname aan GR'en stijgen. We gaan daarom de komende maanden graag in overleg met de deelnemende gemeenten en uw organisatie over een meer passende en evenwichtige indexeringssystematiek voor de begroting 2027 en de jaren daarna. 4. Rechtmatigheid Bij gemeenschappelijke regelingen is de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording van ons college kan worden beïnvloed door niet rechtmatig handelen van een instelling, waarmee een gemeente is verbonden indien: •

•

•

•

in de regeling, statuten, oprichtingsakte of overeenkomst is geregeld dat voorwaarden aan de bijdrage zijn verbonden waaraan de instelling zich moet houden om niet gehele of gedeeltelijke vermindering van de bijdrage van de gemeente te krijgen; de verbonden partij een mandaat heeft om namens en met gemeentelijke middelen geld te besteden, waarbij de gemeente feitelijk opdrachtgever is; feitelijk is de verbonden partij een serviceorganisatie van de deelnemende gemeenten; de verbonden partij een eigen rechtspersoonlijkheid heeft en een aanbesteding verricht terwijl deze verbonden partij binnen de gezagsstructuur van de gemeentewerkzaamheden verricht voor de gemeente; de verbonden partij geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft en de opdracht daarmee feitelijk is verstrekt door de gemeente. In al deze gevallen gaat een geconstateerde rechtmatigheidsfout bij de verbonden partij ook meetellen in de rechtmatigheidstoets van de mandant, oftewel onze gemeente. Sinds 2025 ligt de verantwoordingsgrens op 2%. Dit is de maximale drempel voor de totale omvang van financiële rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden die een gemeente mag hebben.

Rechtmatigheid Wij onderschrijven de noodzakelijke aandacht voor rechtmatig handelen. Hieraan wordt uitvoering gegeven via onze interne controlewerkzaamheden en hierover wordt gerapporteerd via onze Planning & Control documenten (o.a. via de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken) Hierbij merken wij op dat eventuele onrechtmatigheden bij de ODR niet doorwerken in de rechtmatigheidsverantwoording van onze deelnemers. Dit komt doordat geen van de hiernaast opgesomde situaties van toepassing zijn op onze gemeenschappelijke regeling.

Wat betekent dit nu voor u als onze verbonden partij? 1. Dat het dagelijks bestuur op het hart gedrukt wordt, dat er altijd rechtmatig moet worden gehandeld en verantwoord. 2. Dat er bij de verbonden partij interne controle plaatsvindt op het monitoren van het rechtmatig handelen. 3. Dat, indien mogelijk, geconstateerde fouten of onduidelijkheden moeten worden opgelost binnen hetzelfde boekjaar. 4. Dat in de jaarrekening van de verbonden partij verslag moet worden gedaan door het dagelijks bestuur over de rechtmatigheid van haar handelen. 5. Dat de betreffende jaarrekening zo vroeg mogelijk en uiterlijk op 1 mei van het opvolgende boekjaar opgesteld dient te zijn en te zijn aangeleverd bij de gemeente 5. Missie Op pagina 6 beschrijft u de missie van de ODR. Het is daarbij waardevol om te vermelden dat het inzetten van het instrument van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) hier een echte bijdrage aan levert.

Missie Ten tijde van het schrijven van deze reactie is een nieuwe Uitvoering en handhaving strategie (UHS, voorheen VTH-beleid) opgesteld en klaar voor besluitvorming. De missie en het strategieplan van ODR waren een van de aanleidingen en bronnen voor het herschrijven.

6. Robuustheid ODR In de kaderbrief schrijft u op pagina 8 onder het kopje 'AB-besluit + uitgevoerde acties': "Het Algemeen Bestuur van ODR heeft echter (inmiddels meerdere keren) bevestigd dat fusie niet wenselijk is met het oog op gebiedskennis en nabijheid. De oplossing moet worden gezocht in

Robuustheid ODR In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 februari is de strategie om te voldoen aan de robuustheidseisen in deze zin verbreed. Het streven is nog steeds om aan de robuustheidseisen te voldoen door uitbreiding van

het uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan ODR opdragen." Wij zien graag dat er niet op één paard wordt gewed, maar dat meerdere opties onderzocht worden. Uit gesprekken met de directie blijkt wel dat er andere opties/scenario's worden onderzocht, zoals een fusie met een andere omgevingsdienst, of het scheiden van milieu- en bouwtaken. We zijn blij te horen dat er wel degelijk meerdere opties worden onderzocht. Waarom lezen we hier niets over in de Kaderbrief? Om als gemeenteraden hier grip op te kunnen houden is het van cruciaal belang dat we hier duidelijkheid over krijgen. We zien dat er voorzichtige opties zijn om de robuustheid te vergroten, maar het lijkt erop dat u dit niet gaat halen voor 1 april 2026. We maken ons hier grote zorgen over. We vragen u om inzichtelijk te maken wat de andere scenario's zijn, en hoe deze zich verhouden tot het scenario 'uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan de ODR opdragen'. We vragen u ook om inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn als we op 1 april 2026 niet voldoen aan de criteria voor robuustheid. 7. Overige opmerkingen U schrijft ook over de verbetering van de dienstverlening. Op dit moment hebben we zorgen over de dienstverlening van ODR. Dit kan in onze ogen beter. Hier worden al gesprekken over gevoerd.

We blijven hierover graag in gesprek om samen te werken aan het verbeteren van de dienstverlening. Maasdriel (Getekende zienswijze ontvangen)

de taakopdracht van ODR. Maar fusie met een andere omgevingsdienst als alternatieve strategie wordt concreter ter hand genomen. Voor beide sporen (taakuitbreiding en fusie) zijn programma’s in voorbereiding. De criteria voor robuustheid laten nog veel ruimte voor interpretatie. Zoals het zich nu laat aanzien zal ODR waarschijnlijk als niet robuust worden beoordeeld. De consequenties en handhavingsmaatregelen van het Rijk zijn nu onderwerp van een wetgevingstraject. Het zal nog geruime tijd duren voordat deze eventuele instrumenten zullen worden geëffectueerd. Tot die tijd wordt in de twee genoemde programma’s doorgewerkt. De directie en het Algemeen Bestuur van ODR hebben nog steeds vertrouwen in de haalbaarheid.

Overige opmerkingen Momenteel werken we op basis van de gesprekken toe naar een visie op dienstverlening. Deze visie delen wij t.z.t. met alle gemeenten en blijven daarover graag in gesprek.

Zienswijze:

Reactie per punt:

1. Nieuwe bestuursperiode In het jaar 2026 zal de overgang naar een nieuwe bestuursperiode plaatsvinden. Daarmee is dit de laatste zienswijze die de huidige gemeenteraad aan u aanbiedt. Wij verzoeken u bij eventuele besluitvorming oog te hebben voor de komst van het nieuwe bestuur en samen met hen weer een nieuwe bestuursperiode vorm te geven. In maart 2026 vinden de verkiezingen plaats. De verwachting is dat besluitvorming over nieuwe onderwerpen na het zomerreces van 2026 kan plaatsvinden.

Nieuwe bestuursperiode De directie van ODR is zich bewust van de komst van een (gedeeltelijk) nieuw bestuur bij de deelnemers. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in de huidige bestuursperiode al ingebracht (bijvoorbeeld de nieuwe U&H strategie) dan wel heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden (bijvoorbeeld robuustheid). Wij begrijpen de zorg en zullen hiermee met de timing van nieuwe onderwerpen rekening houden.

2. Robuustheid ODR In de kaderbrief 2027 wordt beschreven dat taakuitbreiding op het gebied van milieu de voorkeursstrategie is om aan de robuustheidscriteria te gaan voldoen. Deze strategie is gesteund door het AB. Een belangrijk argument hiervoor is het behoud van nabijheid en de gebiedskennis. Als gemeente Maasdriel onderschrijven wij het voordeel van de gekozen strategie. Echter zouden wij graag ook meegenomen worden in de status en haalbaarheid van een alternatief, in het geval de voorkeurstrategie niet haalbaar blijkt te zijn. 3. Dienstverlening Momenteel investeert de ODR in de analyse en verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening. Er worden gesprekken gevoerd met opdracht gevende gemeenten en er wordt gemonitord op de tevredenheid van inwoners en ondernemers. We zien dat ODR dit graag in samenwerking wil (blijven) doen. Als gemeente Maasdriel waarderen wij dit en willen ons graag blijven inzetten om in gezamenlijkheid te werken aan deze ontwikkeling.

Robuustheid ODR In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 februari is de strategie om te voldoen aan de robuustheidseisen in deze zin verbreed. Het streven is nog steeds om aan de robuustheidseisen te voldoen door uitbreiding van de taakopdracht van ODR. Maar fusie met een andere omgevingsdienst als alternatieve strategie wordt concreter ter hand genomen. Voor beide sporen (taakuitbreiding en fusie) zijn programma’s in voorbereiding.

Dienstverlening Momenteel werken we op basis van de gesprekken toe naar een visie op dienstverlening. Deze visie delen wij t.z.t. met alle gemeenten en blijven daarover graag in gesprek.

4. Uitvoerings- en handhavingsstrategie (UHS) Gemeenten zijn verplicht om voor de taken omtrent vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) een strategie vast te stellen. Hiermee zal moeten worden gemotiveerd welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht. ODR is momenteel bezig met een actualisatie van het VTH, welke loopt tot 2025. Door omstandigheden is er op het moment van schrijven nog geen definitief concept beschikbaar. Vanuit het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) van de Provincie hebben we advies gekregen om deze documenten van een kwalitatief goede en bruikbare inhoud te kunnen voorzien. Het gaat met name om concretisering van de doelen middels capaciteit en het versterken van de evaluatiecyclus. Ons verzoek is om dit advies ter harte te nemen en te pogen dit nog met deze actualisatieronde mee te nemen. Verder verzoeken we om na vaststelling van dit beleid gelijktijdig een evaluatiestrategie vast te stellen. Hiermee zorgen we voor grip op het beleid en kunnen we tegelijkertijd een de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s hierop afstemmen. 5. Financiële situatie De financiële kaders zijn onveranderd en worden juist toegepast. ODR houdt rekening met een loonindex van 3,5% en een prijsindex van 2,4%, zoals regionaal is afgesproken.

Op basis van het huidige werkprogramma 2025 betekent dit een indicatief bedrag van € 785.000 voor loonindexatie en € 70.000 voor prijsindexactie. De definitieve mutaties zijn afhankelijk van de werkprogramma’s 2026. Aan de ODR is vanaf de begroting 2026 gevraagd om een structurele bezuiniging in de gemeentelijke bijdrage te realiseren van 1,50% in 2026 oplopend tot 3,00% in 2028. Met ingang van 2026 zijn de kentallen van enkele producten verlaagd, hetgeen een verlaging van het werkplan oplevert. Omdat sprake is van declaratie op uur-basis zal deze bezuiniging teniet worden gedaan als de werkelijke uren toch het kengetal overschrijden. De taakstelling m.i.v. 2028 moet nog concreet worden ingevuld. Hierbij wordt o.a. gedacht aan investering in de kwaliteit van vergunningverlening, waardoor minder kosten voor toezicht en handhaving nodig zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke inzet van data gedreven werken en Al. Een belangrijke ontwikkeling is het robuustheidstraject van ODR. Naar aanleiding van de aanbevelingen van het rapport van de commissie van Aartsen zijn door het Rijk regels gesteld aan de omgevingsdiensten die een kwalitatief goede en toekomstbestendige uitvoering van de VTH-taak (Vergunningen - Toezicht - Handhaving) door omgevingsdiensten moeten waarborgen.

De eisen omvatten criteria voor weerstandvermogen, kwaliteitscriteria, minimale omvang, focus en budgetten voor business Intelligence en opleidingen. ODR voldoet op het grootste deel van deze criteria. Op dit moment voldoet ODR nog niet aan de eis dat 80% van het personeel in vaste dienst moet zijn. Verder voldoet ODR niet aan de eis van de minimale omzet voor milieu. Deze omzet moet structureel in totaal met 1,8 miljoen verhoogd worden. Dit heeft niet alleen betrekking op Gemeente Maasdriel maar op alle opdrachtgevers aan de ODR. Ook deze ontwikkeling en de keuzes hiervoor zullen meer of minder impact hebben op de gemeentelijke bijdrage in 2027. In april 2026 zal meer duidelijkheid komen over de gemaakte keuzes en de financiële impact hiervan.

Uitvoerings- en handhavingsstrategie (UHS) In de nieuwe U&H-strategie wordt de lijn van het voorgaande VTH-beleid gevolgd, maar er zijn ook afwijkingen om te voldoen aan de nieuwe wetgeving. Deze komen overeen met de feedback zoals deze is ontvangen van de provincie, en deze is dus ook (grotendeels) verwerkt. Het definitieve concept is op dit moment beschikbaar, en wordt voorgesteld aan de nieuwe colleges wanneer deze zijn gevormd. Dit is in ieder geval voor de zomer. De U&H-strategie wordt bij het volgende ABoverleg behandeld (6 juli). Tevens zijn we bezig met het maken van een evaluatiestrategie, ter aanvulling op wat in de U&H-strategie staat. Deze is nog niet gereed om te worden vastgesteld, maar zal een grote rol spelen in het verbeteren van de evaluatie van de U&H strategie en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s.

Financiële situatie Omgevingswet en Wkb (zoals ook recent gebleken is uit landelijke evaluaties), vragen veel van burgers, bedrijven en ambtelijk apparaat. Dat geeft druk op de uitvoering. Kengetallen worden beoordeeld, opnieuw bekeken als onderdeel van de opzet nieuwe financieringsmethodiek In de Begroting 2027 is de resterende taakstelling van 1,5% m.i.v. 2028 concreet ingevuld vanuit besparingen in de personeelskosten (meer vast personeel en lagere inhuurtarieven). In de Begroting 2027 is deze besparing zichtbaar in de deelnemersbijdragen vanaf 2028. De investering in de kwaliteit van vergunningverlening, datagedreven werken en AI zal ook plaatsvinden. Het is echter de verwachting dat deze op korte termijn vooral een kwalitatief effect zullen hebben. Robuustheid ODR In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 februari is de strategie om te voldoen aan de robuustheidseisen in deze zin verbreed. Het streven is nog steeds om aan de robuustheidseisen te voldoen door uitbreiding van de taakopdracht van ODR. Maar fusie met een andere omgevingsdienst als alternatieve strategie wordt concreter ter hand genomen. Voor beide sporen (taakuitbreiding en fusie) zijn programma’s in voorbereiding.

Neder-Betuwe (Getekende zienswijze ontvangen)

Zienswijze:

Reactie per punt:

1. Nieuwe bestuursperiode Komend jaar markeert de overgang naar een nieuwe bestuursperiode. Daarmee is dit de laatste zienswijze die de gemeenteraad in huidige samenstelling aan u aanbiedt. Wij zijn u erkentelijk voor de samenwerking in de afgelopen jaren en willen onze waardering uitspreken voor het werk van Omgevingsdienst Rivierenland. De samenwerking is voor ons van groot belang, omdat wij hierdoor taken beter en efficiënter kunnen uitvoeren voor onze inwoners en ondernemers.

Nieuwe bestuursperiode De directie van ODR is zich bewust van de komst van een (gedeeltelijk) nieuw bestuur bij de deelnemers. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in de huidige bestuursperiode al ingebracht (bijvoorbeeld de nieuwe U&H strategie) dan wel heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden (bijvoorbeeld robuustheid). Wij begrijpen de zorg en zullen hiermee met de timing van nieuwe onderwerpen rekening houden.

Wij vinden het van belang dat het nieuwe bestuur de ruimte krijgt om eigen afwegingen te maken. Daarom vragen wij u om terughoudend te zijn met nieuwe beleidsontwikkelingen, zodat deze keuzes aan het nieuwe bestuur kunnen worden overgelaten. Ook verzoeken wij u bij eventuele besluitvorming rekening te houden met de komst van dit nieuwe bestuur. In maart 2026 vinden de verkiezingen plaats. De verwachting is dat besluitvorming over nieuwe onderwerpen na het zomerreces van 2026 kan plaatsvinden 2. Taakstelling Zoals ook in eerdere zienswijzen is aangegeven, blijven we geconfronteerd met een negatief financieel vooruitzicht. De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden structureel met miljarden verminderd (circa 5%). Dit gebeurt terwijl de uitdagingen op diverse beleidsterreinen fors toenemen en de kosten voor materiaal en personeel blijven stijgen. Gemeenten hebben daarom al ingrijpende ombuigingen doorgevoerd.

Taakstelling De Omgevingswet en Wkb (zoals ook recent gebleken is uit landelijke evaluaties), vragen veel van burgers, bedrijven en het ambtelijk apparaat. Dat geeft druk op de uitvoering Kengetallen worden beoordeeld, opnieuw bekeken als onderdeel van de opzet nieuwe financieringsmethodiek

Gezamenlijk hebben we daarom ook gekeken naar de taken en middelen van verbonden partijen. Afgelopen jaar heeft u hier invulling aangegeven op basis van het kader dat de gemeenten in Regio Rivierenland hebben meegegeven. Dit kader voorziet in een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere bijdrage vanaf 2028. Dit kader blijft ook de komende jaren van kracht en geldt vanzelfsprekend eveneens voor nieuwe ontwikkelingen. U geeft in de kaderbrief aan dat u met ingang van 2026 de kentallen van enkele producten hebt verlaagd, hetgeen een verlaging van het werkplan oplevert. In de praktijk zien we dit niet altijd terug. Sterker nog, er zijn verschillende gemeenten die fors moeten bijbetalen. We zien dus juist verhogingen op basis van het werkplan op dit moment. We begrijpen dat er ook steeds meer werk op de ODR afkomt wat invloed heeft op het werkplan ondanks verlaging van de kentallen. Onze oproep is wel om kritisch te zijn op wat echt (wettelijk) moet gebeuren, en om efficiënt te doen wat echt moet gebeuren. Daarnaast is het van belang dat u gaat voldoen aan de personeelscomponent (80%). Het percentage vast personeel moet wel richting 80% gaan, zeker vanwege financiën, maar ook vanwege continuïteit en goede dienstverlening.

Verder geeft u aan nog na te denken over concrete invulling voor de taakstelling van 3% m.i.v. 2028. Hierbij wordt o.a. gedacht aan investering in de kwaliteit van vergunningverlening, waardoor minder kosten voor toezicht en handhaving nodig zijn. Daarbij wordt ook gekeken

De verhouding vast en tijdelijk personeel is ook een van de robuustheidseisen waar ODR per 1 april aan moet voldoen. Dit thema heeft daarom zeker de aandacht. Met versterkingen op recruitment en arbeidsmarkt communicatie moet deze verhouding worden hersteld. In de Begroting 2027 is de resterende taakstelling van 1,5% m.i.v. 2028 concreet ingevuld vanuit besparingen in de personeelskosten (meer vast personeel en lagere inhuurtarieven). In de Begroting 2027 is deze besparing zichtbaar in de deelnemersbijdragen vanaf 2028.

naar de mogelijke inzet van datagedreven werken en Al. We ontvangen graag concretere plannen hierover. Onder andere datagedreven werken en Al hebben we al eerder genoemd in onze zienswijze. Het is jammer dat hierover nu nog geen concrete plannen gepresenteerd kunnen worden. We verwachten hier wel concrete plannen op te ontvangen.

De investering in de kwaliteit van vergunningverlening, datagedreven werken en AI zal ook plaatsvinden. Het is echter de verwachting dat deze op korte termijn vooral een kwalitatief effect zullen hebben.

3. Indexatie We hebben kennisgenomen van de voorgestelde indexering in de kaderbrief, waarin voor het jaar 2027 een loonstijging van 5,1% en een prijsstijging van 2,2% wordt gehanteerd. Dat is een forse stijging voor de gemeenten. De achterliggende methodiek daarvoor is de afgelopen jaren gebruikelijk geweest en ook dit jaar vooraf ambtelijk afgestemd. Maar dit voorstel stelt de deelnemende gemeenten voor 2027 wel voor een uitdaging. Dat heeft te maken met de bekostigingssystematiek voor gemeenten. Die is in 2024 gewijzigd naar een vaste indexering op basis van de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Deze wijziging had tot doel om de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten te vereenvoudigen en voorspelbaarder te maken. Tegelijkertijd betekent dit dat gemeenten minder automatisch meebewegen met loon- en prijsontwikkelingen in de publieke sector.

Indexatie We begrijpen dat de aangepaste bekostigingssystematiek een financieel knelpunt kan opleveren voor gemeenten. Uiteraard gaan we graag met u in gesprek om samen te bepalen of een andere werkwijze beter past. In de conceptbegroting 2027 is gerekend met de in de kaderbrief 2027 aangekondigde en met de gemeenten afgestemde indexaties. Wij stellen voor dit in de begroting 2027 zo te houden omdat de tijd voor het opstellen van een passende en evenwichtige indexeringssystematiek ontbreekt als we deze tijdig willen aanleveren. Ook stellen we voor om de concerncontrollers van de gemeenten en GR-en op korte termijn gezamenlijk naar een passende indexeringssystematiek te laten kijken zodat deze bekend is bij het opstellen van de kaderbrief 2028.

Naar de huidige inzichten komt de indexatie van het Gemeentefonds voor 2027 uit op 2,5%. Dat is lager dan de gewogen indexering die de GR voorstelt. Met andere woorden: voor gemeenten is er in 2027 een beperkte groei van hun algemene middelen, terwijl de kosten voor deelname aan GR’en stijgen. We gaan daarom de komende maanden graag in overleg met de deelnemende gemeenten en uw organisatie over een meer passende en evenwichtige indexeringssystematiek voor de toekomst. 4. Rechtmatigheid Bij gemeenschappelijke regelingen is de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording van ons college kan worden beïnvloed door niet rechtmatig handelen van een instelling, waarmee een gemeente is verbonden indien: • in de regeling, statuten, oprichtingsakte of overeenkomst is geregeld dat voorwaarden aan de bijdrage zijn verbonden waaraan de instelling zich moet houden om niet gehele of gedeeltelijke vermindering van de bijdrage van de gemeente te krijgen; • de verbonden partij een mandaat heeft om namens en met gemeentelijke middelen geld te besteden, waarbij de gemeente feitelijk opdrachtgever is; feitelijk is de verbonden partij een serviceorganisatie van de deelnemende gemeenten; • de verbonden partij een eigen rechtspersoonlijkheid heeft en een aanbesteding verricht terwijl deze verbonden partij binnen de gezagsstructuur van de

gemeentewerkzaamheden verricht voor de gemeente; • de verbonden partij geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft en de opdracht daarmee feitelijk is verstrekt door de gemeente. In al deze gevallen gaat een geconstateerde rechtmatigheidsfout bij de verbonden partij ook meetellen in de rechtmatigheidstoets van de mandant oftewel onze gemeente. Sinds 2025 ligt de verantwoordingsgrens op 2%. Dit is de maximale drempel voor de totale omvang van financiële rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden die een gemeente mag hebben.

Rechtmatigheid Wij onderschrijven de noodzakelijke aandacht voor rechtmatig handelen. Hieraan wordt uitvoering gegeven via onze interne controlewerkzaamheden en hierover wordt gerapporteerd via onze Planning & Control documenten (o.a. via de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken). Hierbij merken wij op dat eventuele onrechtmatigheden bij ODR niet doorwerken in de rechtmatigheidsverantwoording van onze deelnemers. Dit komt doordat geen van de hiernaast opgesomde situaties van toepassing zijn op onze gemeenschappelijke regeling.

Wat betekent dit nu voor u als onze verbonden partij? 1. Dat het dagelijks bestuur op het hart gedrukt wordt dat er altijd rechtmatig moet worden gehandeld en verantwoord 2. Dat er bij de verbonden partij interne controle plaats vindt op het monitoren van het rechtmatig handelen. 3. Dat, indien mogelijk, geconstateerde fouten of onduidelijkheden moeten worden opgelost binnen hetzelfde boekjaar. 4. In de jaarrekening van de verbonden partij verslag moeten worden gedaan door het dagelijks bestuur over de rechtmatigheid van haar handelen. 5. De betreffende jaarrekening zo vroeg mogelijk en uiterlijk op 1 mei van het opvolgende boekjaar opgesteld dient te zijn en te zijn aangeleverd bij de gemeente. 5. Robuustheid ODR In de kaderbrief schrijft u het kopje ‘AB-besluit + uitgevoerde acties’: ‘Het Algemeen Bestuur van ODR heeft echter (inmiddels meerdere keren) bevestigd dat fusie niet wenselijk is met het oog op gebiedskennis en nabijheid. De oplossing moet worden gezocht in het uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan ODR opdragen.” Wij zien graag dat er niet op één paard wordt gewed, maar dat meerdere opties onderzocht worden. Het verhogen van de robuustheid mag geen doel op zich zijn. Uit gesprekken met de directie blijkt wel dat er andere opties/scenario's worden onderzocht, zoals een fusie met een andere OD, of het scheiden van milieu- en bouwtaken.

We zijn blij te horen dat er wel degelijk meerdere opties worden onderzocht. Waarom lezen we hier niets over in de Kaderbrief? Om als gemeenteraden hier grip op te kunnen houden is het van cruciaal belang dat we hier duidelijkheid over krijgen. We zien dat er voorzichtige opties zijn om de robuustheid te vergroten, maar het lijkt erop dat u dit niet gaat halen voor 1 april 2026. We maken ons hier grote zorgen over. We vragen u om inzichtelijk te maken wat de andere scenario's zijn, en hoe deze zich verhouden tot het scenario ‘uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan de ODR opdragen. We vragen u ook om inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn als we op 1 april 2026 niet voldoen aan de criteria voor robuustheid. 6. Overige opmerkingen U schrijft ook over de verbetering van de dienstverlening. Op dit moment hebben we zorgen over de dienstverlening van ODR. Dit kan in onze ogen beter. Hier worden al gesprekken over gevoerd. We blijven hierover graag in gesprek om samen te werken aan het verbeteren van de dienstverlening.

Robuustheid ODR In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 februari is de strategie om te voldoen aan de robuustheidseisen in deze zin verbreed. Het streven is nog steeds om aan de robuustheidseisen te voldoen door uitbreiding van de taakopdracht van ODR. Maar fusie met een andere omgevingsdienst als alternatieve strategie wordt concreter ter hand genomen. Voor beide sporen (taakuitbreiding en fusie) zijn programma’s in voorbereiding. De criteria voor robuustheid laten nog veel ruimte voor interpretatie. Zoals het zich nu laat aanzien zal ODR waarschijnlijk als niet robuust worden beoordeeld. De consequenties en handhavingsmaatregelen van het Rijk zijn nu onderwerp van een wetgevingstraject. Het zal nog geruime tijd duren voordat deze eventuele instrumenten zullen worden geëffectueerd. Tot die tijd wordt in de twee genoemde programma’s doorgewerkt. De directie en het Algemeen Bestuur van ODR hebben nog steeds vertrouwen in de haalbaarheid.

Overige opmerkingen Momenteel werken we op basis van de gesprekken toe naar een visie op dienstverlening. Deze visie delen wij t.z.t. met alle gemeenten en blijven daarover graag in gesprek.

West Maas en Waal (Getekende zienswijze ontvangen)

Zienswijze:

Reactie per punt:

1. Nieuwe bestuursperiode Komend jaar markeert de overgang naar een nieuwe bestuursperiode. Daarmee is dit de laatste zienswijze die deze gemeenteraad aan u aanbiedt. Wij zijn u erkentelijk voor de samenwerking in de afgelopen jaren en willen onze waardering uitspreken voor het werk van Omgevingsdienst Rivierenland.

Nieuwe bestuursperiode De directie van ODR is zich bewust van de komst van een (gedeeltelijk) nieuw bestuur bij de deelnemers. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in de huidige bestuursperiode al ingebracht (bijvoorbeeld de nieuwe U&H strategie) dan wel heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden (bijvoorbeeld robuustheid). Wij begrijpen de zorg en zullen hiermee met de timing van nieuwe onderwerpen rekening houden.

Wij vinden het van belang dat het nieuwe bestuur de ruimte krijgt om eigen afwegingen te maken. Daarom vragen wij u om terughoudend te zijn met nieuwe beleidsontwikkelingen, zodat deze keuzes aan het nieuwe bestuur kunnen worden overgelaten. Ook verzoeken wij u bij eventuele besluitvorming rekening te houden met de komst van dit nieuwe bestuur. In maart 2026 vinden de verkiezingen plaats. De verwachting is dat besluitvorming over nieuwe onderwerpen na het zomerreces van 2026 kan plaatsvinden. 2. Taakstelling Zoals ook in eerdere zienswijzen is aangegeven, blijven we geconfronteerd met teruglopende inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen. Dit gebeurt terwijl de uitdagingen op diverse beleidsterreinen fors toenemen en de kosten voor materiaal en personeel blijven stijgen. Wij hebben daarom al ingrijpende ombuigingen doorgevoerd.

Taakstelling De Omgevingswet en Wkb (zoals ook recent gebleken is uit landelijke evaluaties), vragen veel van burgers, bedrijven en het ambtelijk apparaat. Dat geeft druk op de uitvoering. Kengetallen worden beoordeeld, opnieuw bekeken als onderdeel van de opzet nieuwe financieringsmethodiek

Gezamenlijk hebben we daarom ook gekeken naar de taken en middelen van verbonden partijen. Afgelopen jaar heeft u hier invulling aangegeven op basis van het kader dat de gemeenten in de regio Rivierenland hebben meegegeven. Dit kader voorziet in een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere bijdrage vanaf 2028. Dit kader blijft ook de komende jaren van kracht en geldt vanzelfsprekend eveneens voor nieuwe ontwikkelingen. U geeft in de Kaderbrief aan dat u met ingang van 2026 de kentallen van enkele producten hebt verlaagd, hetgeen een verlaging van het werkplan oplevert. In de praktijk zien we dit niet altijd terug. Sterker nog, we zien in sommige gevallen verhogingen op basis van het werkplan op dit moment. We begrijpen dat er ook steeds meer werk op de ODR afkomt wat invloed heeft op het werkplan ondanks verlaging van de kentallen. Onze oproep is om kritisch te zijn én blijven op wat wettelijk nodig is en om efficiënt uit te voeren wat echt moet gebeuren. Daarnaast is het van belang dat u gaat voldoen aan de personeelscomponent voor vaste bezetting (80%). Het percentage vast personeel moet wel richting 80% gaan, zeker vanwege financiën, maar ook vanwege continuïteit en goede dienstverlening.

Verder geeft u aan nog na te denken over concrete invulling voor de taakstelling van 3% m.i.v. 2028. Hierbij wordt o.a. gedacht aan investering in de kwaliteit van vergunningverlening, waardoor minder kosten voor toezicht en handhaving nodig zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke inzet van data-gedreven werken en Al. We ontvangen graag concretere plannen hierover. Onder andere data-gedreven werken

De verhouding vast en tijdelijk personeel is ook een van de robuustheidseisen waar ODR per 1 april aan moet voldoen. Dit thema heeft daarom zeker de aandacht. Met versterkingen op recruitment en arbeidsmarkt communicatie moet deze verhouding worden hersteld. In de Begroting 2027 is de resterende taakstelling van 1,5% m.i.v. 2028 concreet ingevuld vanuit besparingen in de personeelskosten (meer vast personeel en lagere inhuurtarieven). In de Begroting 2027 is deze besparing zichtbaar in de deelnemersbijdragen vanaf 2028. De investering in de kwaliteit van vergunningverlening, datagedreven werken en AI zal ook plaatsvinden. Het is echter de verwachting dat deze op korte termijn vooral een kwalitatief effect zullen hebben.

en Al hebben we al eerder genoemd in onze zienswijze. Het is jammer dat hierover nu nog geen concrete plannen gepresenteerd kunnen worden. We verwachten hier wel concrete plannen op te ontvangen. 3. Indexatie We hebben kennisgenomen van de voorgestelde indexering in de kaderbrief, waarin voor het jaar 2027 een loonstijging van 5,1% en een prijsstijging van 2,2% wordt gehanteerd. Dat is een forse stijging voor de gemeenten. De achterliggende methodiek daarvoor is de afgelopen jaren gebruikelijk geweest en ook dit jaar vooraf ambtelijk afgestemd. Maar dit voorstel stelt de deelnemende gemeenten voor 2027 wel voor een uitdaging. Dat heeft te maken met de bekostigingssystematiek voor gemeenten. Die is in 2024 gewijzigd naar een vaste indexering op basis van de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Deze wijziging had tot doel om de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten te vereenvoudigen en voorspelbaarder te maken. Tegelijkertijd betekent dit dat gemeenten minder automatisch meebewegen met loon- en prijsontwikkelingen in de publieke sector.

Indexatie We begrijpen dat de aangepaste bekostigingssystematiek een financieel knelpunt kan opleveren voor gemeenten. Uiteraard gaan we graag met u in gesprek om samen te bepalen of een andere werkwijze beter past. In de conceptbegroting 2027 is gerekend met de in de kaderbrief 2027 aangekondigde en met de gemeenten afgestemde indexaties. Wij stellen voor dit in de begroting 2027 zo te houden omdat de tijd voor het opstellen van een passende en evenwichtige indexeringssystematiek ontbreekt als we deze tijdig willen aanleveren. Ook stellen we voor om de concerncontrollers van de gemeenten en GR-en op korte termijn gezamenlijk naar een passende indexeringssystematiek te laten kijken zodat deze bekend is bij het opstellen van de kaderbrief 2028.

Naar de huidige inzichten komt de indexatie van het Gemeentefonds voor 2027 uit op 2,5%. Dat is lager dan de gewogen indexering die u voorstelt. Met andere woorden: voor gemeenten is er in 2027 een beperkte groei van hun algemene middelen, terwijl de kosten voor deelname aan GR’en stijgen. We gaan daarom de komende maanden graag in overleg met de deelnemende gemeenten en uw organisatie over een meer passende en evenwichtige indexeringssystematiek voor de toekomst. 4. Rechtmatigheid Bij GR’en is de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording van ons college kan worden beïnvloed door niet rechtmatig handelen van een instelling, waarmee een gemeente is verbonden, indien: • in de regeling, statuten, oprichtingsakte of overeenkomst is geregeld dat voorwaarden aan de bijdrage zijn verbonden waaraan de instelling zich moet houden om niet gehele of gedeeltelijke vermindering van de bijdrage van de gemeente te krijgen; • de verbonden partij een mandaat heeft om namens en met gemeentelijke middelen geld te besteden, waarbij de gemeente feitelijk opdrachtgever is; feitelijk is de verbonden partij een serviceorganisatie van de deelnemende gemeenten; • de verbonden partij een eigen rechtspersoonlijkheid heeft en een aanbesteding verricht terwijl deze verbonden partij binnen de gezagsstructuur van de gemeentewerkzaamheden verricht voor de

gemeente; • de verbonden partij geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft en de opdracht daarmee feitelijk is verstrekt door de gemeente. In al deze gevallen gaat een geconstateerde rechtmatigheidsfout bij de verbonden partij ook meetellen in de rechtmatigheidstoets van de mandant oftewel onze gemeente. Sinds 2025 ligt de verantwoordingsgrens op 2%. Dit is de maximale drempel voor de totale omvang van financiële rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden die een gemeente mag hebben. Wat betekent dit nu voor u als onze verbonden partij? 1. Dat het dagelijks bestuur op het hart gedrukt wordt dat er altijd rechtmatig moet worden gehandeld en verantwoord.

Rechtmatigheid Wij onderschrijven de noodzakelijke aandacht voor rechtmatig handelen. Hieraan wordt uitvoering gegeven via onze interne controlewerkzaamheden en hierover wordt gerapporteerd via onze Planning & Control documenten (o.a. via de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken). Hierbij merken wij op dat eventuele onrechtmatigheden bij ODR niet doorwerken in de rechtmatigheidsverantwoording van onze deelnemers. Dit komt doordat geen van de hiernaast opgesomde situaties van toepassing zijn op onze gemeenschappelijke regeling.

2. Dat er bij uw organisatie interne controle plaats vindt op het monitoren van het rechtmatig handelen. 3. Dat, indien mogelijk, geconstateerde fouten of onduidelijkheden moeten worden opgelost binnen hetzelfde boekjaar. 4. In de jaarrekening van de verbonden partij verslag moeten worden gedaan door het dagelijks bestuur over de rechtmatigheid van haar handelen. 5. De betreffende jaarrekening zo vroeg mogelijk en uiterlijk op 1 mei van het opvolgende boekjaar opgesteld dient te zijn en te zijn aangeleverd bij de gemeente. 5. Robuustheid ODR In de Kaderbrief schrijft u onder het kopje ‘AB-besluit + uitgevoerde acties’: ‘Het Algemeen Bestuur van ODR heeft echter (inmiddels meerdere keren) bevestigd dat fusie niet wenselijk is met het oog op gebiedskennis en nabijheid. De oplossing moet worden gezocht in het uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan ODR opdragen.” Uit ambtelijke gesprekken blijkt dat er ook andere opties/scenario's worden onderzocht, zoals een fusie met een andere omgevingsdienst of het scheiden van milieu- en bouwtaken. Waarom lezen we hier niets over in de Kaderbrief? Om als gemeenteraad hier grip op te kunnen houden is het van cruciaal belang dat we hier duidelijkheid over krijgen en onze positie nader te kunnen bepalen.

We zien dat er voorzichtige opties zijn om de robuustheid te vergroten, maar het lijkt erop dat u dit niet gaat halen voor 1 april 2027. We maken ons hier grote zorgen over. We vragen u om inzichtelijk te maken wat de andere scenario's zijn, en hoe deze zich verhouden tot het scenario 'uitbreiden van de taken die de deelnemende gemeenten aan de ODR opdragen’. We vragen u ook om inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn als we op 1 april 2026 niet voldoen aan de criteria voor robuustheid.

Tiel (Getekende zienswijze ontvangen)

Robuustheid ODR In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 februari is de strategie om te voldoen aan de robuustheidseisen in deze zin verbreed. Het streven is nog steeds om aan de robuustheidseisen te voldoen door uitbreiding van de taakopdracht van ODR. Maar fusie met een andere omgevingsdienst als alternatieve strategie wordt concreter ter hand genomen. Voor beide sporen (taakuitbreiding en fusie) zijn programma’s in voorbereiding. De criteria voor robuustheid laten nog veel ruimte voor interpretatie. Zoals het zich nu laat aanzien zal ODR waarschijnlijk als niet robuust worden beoordeeld. De consequenties en handhavingsmaatregelen van het Rijk zijn nu onderwerp van een wetgevingstraject. Het zal nog geruime tijd duren voordat deze eventuele instrumenten zullen worden geëffectueerd. Tot die tijd wordt in de twee genoemde programma’s doorgewerkt. De directie en het Algemeen Bestuur van ODR hebben nog steeds vertrouwen in de haalbaarheid.

6. Overige opmerkingen U schrijft ook over de verbetering van de dienstverlening. Op dit moment hebben we zorgen over dienstverlening van ODR. Dit kan in onze ogen beter. Hier worden al gesprekken over gevoerd. We blijven hierover graag in gesprek om samen te werken aan het verbeteren van de dienstverlening.

Overige opmerkingen Momenteel werken we op basis van de gesprekken toe naar een visie op dienstverlening. Deze visie delen wij t.z.t. met alle gemeenten en blijven daarover graag in gesprek.

Zienswijze:

Reactie per punt:

1. Nieuwe bestuursperiode Komend jaar markeert de overgang naar een nieuwe bestuursperiode. Daarmee is dit de laatste zienswijze die deze gemeenteraad aan u aanbiedt. Wij zijn u erkentelijk voor de samenwerking in de afgelopen jaren en willen onze waardering uitspreken voor het werk van Omgevingsdienst Rivierenland. De samenwerking is voor ons van groot belang, omdat wij hierdoor taken beter en efficiënter kunnen uitvoeren voor onze inwoners en ondernemers.

Nieuwe bestuursperiode De directie van ODR is zich bewust van de komst van een (gedeeltelijk) nieuw bestuur bij de deelnemers. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in de huidige bestuursperiode al ingebracht (bijvoorbeeld de nieuwe U&H strategie) dan wel heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden (bijvoorbeeld robuustheid). Wij begrijpen de zorg en zullen hiermee met de timing van nieuwe onderwerpen rekening houden.

Wij vinden het van belang dat het nieuwe bestuur de ruimte krijgt om eigen afwegingen te maken. Daarom vragen wij u om terughoudend te zijn met nieuwe beleidsontwikkelingen, zodat deze keuzes aan het nieuwe bestuur kunnen worden overgelaten. Ook verzoeken wij u bij eventuele besluitvorming rekening te houden met de komst van dit nieuwe bestuur. In maart 2026 vinden de verkiezingen plaats. De verwachting is dat

besluitvorming over nieuwe onderwerpen na het zomerreces van 2026 kan plaatsvinden. 2. Taakstelling Zoals ook in eerdere zienswijzen is aangegeven, blijven we geconfronteerd met een negatief financieel vooruitzicht. De inkomsten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen worden structureel met miljarden verminderd (circa 5%). Dit gebeurt terwijl de uitdagingen op diverse beleidsterreinen fors toenemen en de kosten voor materiaal en personeel blijven stijgen. Gemeenten hebben daarom al ingrijpende ombuigingen doorgevoerd.

Taakstelling De Omgevingswet en Wkb (zoals ook recent gebleken is uit landelijke evaluaties), vragen veel van burgers, bedrijven en het ambtelijk apparaat. Dat geeft druk op de uitvoering. Kengetallen worden beoordeeld, opnieuw bekeken als onderdeel van de opzet nieuwe financieringsmethodiek

Gezamenlijk hebben we daarom ook gekeken naar de taken en middelen van verbonden partijen. Afgelopen jaar heeft u hier invulling aangegeven op basis van het kader dat de gemeenten in Regio Rivierenland hebben meegegeven. Dit kader voorziet in een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere bijdrage vanaf 2028. Dit kader blijft ook de komende jaren van kracht en geldt vanzelfsprekend eveneens voor nieuwe ontwikkelingen. U geeft in de kaderbrief aan dat u met ingang van 2026 de kentallen van enkele producten hebt verlaagd, hetgeen een verlaging van het werkplan oplevert. In de praktijk zien we dit niet altijd terug. Sterker nog, er zijn verschillende gemeenten die fors moeten bijbetalen. We zien dus juist verhogingen op basis van het werkplan op dit moment. We begrijpen dat er ook steeds meer werk op de ODR afkomt wat invloed heeft op het werkplan ondanks verlaging van de kentallen. Onze oproep is wel om kritisch te zijn op wat echt (wettelijk) moet gebeuren, en om efficiënt te doen wat echt moet gebeuren. Daarnaast is het van belang dat u gaat voldoen aan de personeelscomponent (80%). Het percentage vast personeel moet wel richting 80% gaan, zeker vanwege financiën, maar ook vanwege continuïteit en goede dienstverlening.

Verder geeft u aan nog na te denken over concrete invulling voor de taakstelling van 3% m.i.v. 2028. Hierbij wordt o.a. gedacht aan investering in de kwaliteit van vergunningverlening, waardoor minder kosten voor toezicht en handhaving nodig zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke inzet van datagedreven werken en Al. We ontvangen graag concretere plannen hierover. Onder andere datagedreven werken en Al hebben we al eerder genoemd in onze zienswijze. Het is jammer dat hierover nu nog geen concrete plannen gepresenteerd kunnen worden. We verwachten hier wel concrete plannen op te ontvangen. 3. Indexatie We hebben kennisgenomen van de voorgestelde indexatie in de kaderbrief, waarin voor het jaar2027 een loonstijging van 5,1% en een prijsstijging van 2,2% wordt gehanteerd. Conform de richtlijnen van de concerncontrollers heeft u deze gecorrigeerd met de aangepaste indexaties over 2025 en 2026. De achterliggende methodiek daarvoor is de afgelopen jaren gebruikelijk geweest en ook dit jaar vooraf ambtelijk afgestemd. Dit voorstel stelt de deelnemende gemeenten voor 2027 wel voor een uitdaging. Dat heeft te maken met de bekostigingssystematiek voor

De verhouding vast en tijdelijk personeel is ook een van de robuustheidseisen waar ODR per 1 april aan moet voldoen. Dit thema heeft daarom zeker de aandacht. Met versterkingen op recruitment en arbeidsmarkt communicatie moet deze verhouding worden hersteld. In de Begroting 2027 is de resterende taakstelling van 1,5% m.i.v. 2028 concreet ingevuld vanuit besparingen in de personeelskosten (meer vast personeel en lagere inhuurtarieven). In de Begroting 2027 is deze besparing zichtbaar in de deelnemersbijdragen vanaf 2028. De investering in de kwaliteit van vergunningverlening, datagedreven werken en AI zal ook plaatsvinden. Het is echter de verwachting dat deze op korte termijn vooral een kwalitatief effect zullen hebben. Indexatie We begrijpen dat de aangepaste bekostigingssystematiek een financieel knelpunt kan opleveren voor gemeenten. Uiteraard gaan we graag met u in gesprek om samen te bepalen of een andere werkwijze beter past. In de conceptbegroting 2027 is gerekend met de in de kaderbrief 2027 aangekondigde en met de gemeenten afgestemde indexaties. Wij stellen voor dit in de begroting 2027 zo te houden omdat de tijd voor het opstellen van een passende en evenwichtige indexeringssystematiek ontbreekt als we deze tijdig willen aanleveren.

Ook stellen we voor om de concerncontrollers van de gemeenten en GR-en op korte termijn gezamenlijk naar een passende indexeringssystematiek te laten kijken zodat deze bekend is bij het opstellen van de kaderbrief 2028.

gemeenten. Die is in 2024 gewijzigd naar een vaste indexatie op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Deze wijziging had tot doel om de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten te vereenvoudigen en voorspelbaarder te maken. Tegelijkertijd betekent dit dat gemeenten niet altijd voldoende meebewegen met loon- en prijsontwikkelingen in de publieke sector. Naar de huidige inzichten komt de indexatie van het Gemeentefonds voor 2027 uit op 2,5%. Dat is lager dan de gewogen indexatie die de GR voorstelt. Met andere woorden: voor gemeenten is er in 2027 een beperkte groei van hun algemene middelen, terwijl de kosten voor deelname aan GR’en stijgen. We blijven graag in overleg met de deelnemende gemeenten en uw organisatie over een passende en evenwichtige indexeringssystematiek voor de begroting 2027 en de jaren daarna. 4. Rechtmatigheid Bij gemeenschappelijke regelingen is de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van de jaarrekening.

De rechtmatigheidsverantwoording van ons college kan worden beïnvloed door niet rechtmatig handelen van een instelling, waarmee een gemeente is verbonden indien: • in de regeling, statuten, oprichtingsakte of overeenkomst is geregeld dat voorwaarden aan de bijdrage zijn verbonden waaraan de instelling zich moet houden om niet gehele of gedeeltelijke vermindering van de bijdrage van de gemeente te krijgen; • de verbonden partij een mandaat heeft om namens en met gemeentelijke middelen geld te besteden, waarbij de gemeente feitelijk opdrachtgever is; feitelijk is de verbonden partij een serviceorganisatie van de deelnemende gemeenten; • de verbonden partij een eigen rechtspersoonlijkheid heeft en een aanbesteding verricht terwijl deze verbonden partij binnen de gezagsstructuur van de gemeentewerkzaamheden verricht voor de gemeente; • de verbonden partij geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft en de opdracht daarmee feitelijk is verstrekt door de gemeente. In al deze gevallen gaat een geconstateerde rechtmatigheidsfout bij de verbonden partij ook meetellen in de rechtmatigheidstoets van de mandant oftewel onze gemeente. Sinds 2025 ligt de verantwoordingsgrens op 2%. Dit is de maximale drempel voor de totale omvang van financiële rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden die een gemeente mag hebben. Wat betekent dit nu voor u als onze verbonden partij? 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16777489/1