Motivering en regels ontwerp TAM-OP Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Tekst van het document
Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem en zijn in de voorgaande paragrafen gemotiveerd. In het Bbl zijn enkele regels opgenomen die betrekking hebben op de rookgassen van verbrandingstoestellen (zie art. 4.138 Bbl). Het toepassingsbereik hiervan is beperkt tot de aanleg van verbrandingstoestellen en ook de oogmerken zijn beperkt. Over de aanleg van kachels en open haarden kan de gemeente in een omgevingsplan regels stellen over het gebruik van kachels en open haarden. Het oogmerk is dan het beschermen van de gezondheid van omwonenden (en van het milieu).
46
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Een gezonde leefomgeving kan in een aanzienlijke mate bijdragen aan een goede volksgezondheid. De Omgevingswet vergroot de mogelijkheden om een gezonde leefomgeving integraal door te vertalen naar de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Beschikbaarheid en inrichting van aantrekkelijk ingerichte plekken dragen bij aan het verminderen van de kans op eenzaamheid en stress gerelateerde klachten en dragen bij aan de fysieke fitheid (stimuleren van voldoende beweging, minder ziekteverzuim), sociale cohesie (ontmoeting) en kwaliteit van leven (bereikbaarheid, leefbaarheid, zelfredzaamheid). Gemeenten hebben veel invloed op de fysieke leefomgeving op het gebied van water, groen, maar ook de situering van voorzieningen voor sport- en speelbeleid. Zo kunnen gemeenten groen bevorderen en ruimte bieden voor voorzieningen in het groen gericht op sport en bewegen. Denk aan goede wandel-, hardloop-, fiets-, OV-, en skeelerroutes, maar ook het stimuleren van traplopen, buitenspelen, en een goede inrichting van voetpaden (met vlakke ondergrond) groener inrichten van (stenige) schoolpleinen, gezonde voeding, het zorgen voor schaduw en verkoeling door groenaanleg, en de aanleg van geveltuinen, postzegelparken, of moestuinen. Het bevorderen van recreatie in de openbare ruimte is hierin een belangrijk speerpunt.
Belangrijk is daarbij het verkeer 'gezond' te maken door gemotoriseerd vervoer te beperken of af te schermen, bijvoorbeeld met langzaam-verkeersroutes. Gezonde mobiliteit zorgt voor een betere milieukwaliteit, zoals een lagere geluidsbelasting, minder luchtverontreiniging (CO2-uitstoot) en hinder (lawaai, geur) en een betere verkeersveiligheid. Bedrijven die overlast geven, of veiligheids- en gezondheidsrisico's met zich meebrengen moeten juist beperkt of geconcentreerd worden. Ook een prettig en gezond binnenklimaat in gebouwen en woningen is voor iedereen belangrijk. In een buurt waar wonen, werken en een gevarieerd aanbod van voorzieningen (op het gebied van zorg, winkelen, ontspanning, ontwikkeling) goed gemengd zijn, wordt meer bewogen omdat het aantrekkelijker is om lopend of met de fiets een locatie te bereiken. Goede functiemenging draagt bovendien bij aan levendigheid en het ontmoeten van buurtgenoten en versterkt daarmee de saamhorigheid en sociale cohesie in een wijk. Ook dienstverlenende en detailhandelsbedrijven kunnen de werkgelegenheid en levendigheid van een buurt vergroten. Tenslotte sluiten levensloopbestendige woningen aan op belangrijke maatschappelijke en demografische ontwikkelingen. Zo kan het met aangepaste regelgeving bijvoorbeeld gemakkelijker worden gemaakt om woningen aan te passen of een mantelzorgwoning toe te staan.
Via regels voor de omgeving kunnen zaken als toegankelijkheid en voorzieningen worden geregeld. 5.13.2 Doorvertaling planvoornemen De beoogde ontwikkeling betreft een woning(bouw)ontwikkeling, die zelf geen schade veroorzaakt op het gebied van gezondheid. Daarnaast ligt het plangebied ook op meer dan 2,0 km van de dichtstbijzijnde geitenhouderijen aan de Molenstraat 37 in Hurwenen en de H.C. de Jonghweg 18 in Rossum. Daarnaast is het plangebied gelegen op relatief korte afstand (circa 350 m) van het treinstation van Zaltbommel en liggen ook zowel de dichtstbijzijnde supermarkten, alsmede de binnenstad van Zaltbommel, op circa 1,5 km, en daarmee op loop- c.q. fietsafstand. Het aspect 'gezondheid' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
47
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
5.14
M.e.r.-beoordeling
5.14.1 Regelgeving De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan (inclusief BOPA) en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma's waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMBrichtlijn. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma's die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.
Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma's die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets vindt plaats aan de hand van de criteria van bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. 5.14.2 Doorvertaling planvoornemen Onderhavige motivering voor dit ruimtelijke plan is kaderstellend voor een project uit bijlage V Omgevingsbesluit, te weten J11: een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen. Dit betreft ook de ontwikkeling van woningen. In de derde kolom staat dat voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijk stedelijk ontwikkelingsproject een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt op basis van artikel 16.43, lid 1, aanhef en onder b van de Ow. Het onderhavige plan betreft een kleine wijziging van het omgevingsplan gemeente Zaltbommel en gaat over een klein gebied op gemeentelijk niveau. De gemeenteraad is voor onderhavig ruimtelijke plan het bevoegd gezag.
Op grond van het gestelde in 1.3 van deze motivering kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling, gelet op de aard, omvang en ligging, geen aanzienlijke milieueffecten kent. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De uitgevoerde onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit initiatief te kunnen nemen. Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Het aspect 'milieueffectrapportage' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
48
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Hoofdstuk 6 6.1
Participatie
Omgevingsdialoog
Op 21 maart 2025 heeft er een informatiebijeenkomst plaatsgevonden waarvoor 117 omliggende huishoudens en bedrijven zijn uitgenodigd. Er is tijdens deze bijeenkomst gevraagd naar wensen, zorgen en ideeën over de huisvesting van internationale werknemers. Het verslag van deze informatiebijeenkomst is als bijlage 12 bij de motivering gevoegd.
6.2
Bestuurlijk vooroverleg
Te zijner tijd zal het ontwerp TAM-omgevingsplan in het kader van het vooroverleg met de betreffende vooroverlegpartners worden gedeeld. De vooroverlegreacties zullen hier of in een separate nota vooroverleg van een gemeentelijke reactie worden voorzien.
6.3
Verplichte participatie
Te zijner tijd zal het ontwerp TAM-omgevingsplan gedurende zes weken ter visie worden gelegd. De zienswijzen zullen hier of in een separate nota zienswijzen van een gemeentelijke reactie worden voorzien.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
49
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Hoofdstuk 7
Financiële haalbaarheid
In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van de economische haalbaarheid van de nieuwe ontwikkelingen.
7.1
Kostenverhaal & nadeelcompensatie
Alle kosten die gemaakt moeten worden met het opstellen van een ruimtelijk plan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten met de initiatiefnemer afgeslopen, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade c.q. nadeelcompensatie is geregeld. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.
50
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Hoofdstuk 8 Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet. Alle regels in het omgevingsplan samen moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Uit hoofdstuk 5, hoofdstuk 6 Participatie en de in hoofdstuk 5 verwerkte resultaten uit de milieuonderzoeken blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het plangebied.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
51
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
52
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlagen bij motivering
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
53
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 1
54
Verkeerskundig- en milieuzoneringsonderzoek
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 2
Verkennend en nader bodemonderzoek
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
55
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek industrie- weg- en railverkeerslawaai
56
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 4
Aanvullend akoestisch onderzoek geluidswering gevel
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
57
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 5
58
Controlemeting geluidswering gevel
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 6
Memo berekening gezamenlijk geluid
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
59
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 7
60
Oplegnotitie geluid
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 8
Digitaal wateradvies
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
61
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 9
62
Quickscan Natuur
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 10
Stikstofdepositieonderzoek
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
63
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 11
64
Archeologisch bureauonderzoek
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 12
Verslag informatiebijeenkomst
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
65
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
66
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Regels Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie [naam van de locatie van het plan] en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) van het omgevingsplan van de gemeente Zaltbommel. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Zaltbommel. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22a.’ gelezen worden.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
67
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Toepassingsbereik
Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.3, voor zover die regels in strijd zijn met de regels van dit hoofdstuk. 1.2
Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat (vangnetbepaling)
De regels in afdeling 22.2 van het Omgevingsplan gemeente Zaltbommel (activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen) met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 (activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit Omgevingsplan), en afdeling 22.3 (milieubelastende activiteiten) zijn niet van toepassing op deze locatie voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan. 1.3
Verwijzing naar verbeelding
De regels van dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GMLbestand met identificatienummer NL.IMRO.0297.ZBMTAMOP20250001-OW01.
68
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Artikel 2
Begripsbepalingen
2.1 Van toepassing verklaring begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken. 2.2
Aanvullende begrippen
in aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.33 gehanteerd. 2.3 Plan het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2 met identificatienummer NL.IMRO.0297.ZBMTAMOP20250001-OW01 van de gemeente Zaltbommel. 2.4 TAM-omgevingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.5 Omgevingsplan gemeente Zaltbommel het omgevingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet. 2.6 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee locaties zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze locaties. 2.7 Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 2.8 Aan huis verbonden bedrijf het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke – geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen – bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend.
2.9 Aan huis verbonden beroep het in een woning met bijbehorende bouwwerken beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, zulks met behoud van de woonfunctie van de betreffende woning. 2.10 Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
69
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
2.11 Bestaand a. bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de ter visie legging van het ontwerp van het plan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. bij gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan. 2.12 Bevoegd gezag het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 2.13 Bijbehorend bouwwerk een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving. 2.14 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 2.15 Bouwgrens de grens van een bouwvlak. 2.16 Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.17 Bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel. 2.18 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 2.19 Bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 2.20 Gebouw Gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
2.21 Gestapelde woning dat de hoofdmassa’s van de woningen naast elkaar en/of boven elkaar zijn gesitueerd en waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, is gewaarborgd. 2.22 Hoofdgebouw een hoofdgebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
70
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
2.23 Huishouden een persoon of groep personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. 2.24 Kamersgewijze bewoning een (deel van een) gebouw waarin zich 3 of meer onzelfstandige woonruimten bevinden en/of dat wordt bewoond door drie of meer personen die geen gezamenlijke huishouding voeren. 2.25 Kamerverhuur het gebruiken of laten gebruiken van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan ten behoeve van kamersgewijze bewoning. Hieronder wordt tevens verstaan het toevoegen van onzelfstandige woonruimten aan bestaande situaties van kamersgewijze bewoning. 2.26 Onzelfstandige woning c.q. woonruimte woonruimte (kamer) in een (deel van een) gebouw, die door de aard van de inrichting en het gebruik het privédomein van de bewoner is, die (mede) is aangewezen op het gebruik van gezamenlijke voorzieningen elders in dat (deel van het) gebouw. 2.27 Overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 2.28 Pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
2.29 Seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 2.30 Voldoende parkeergelegenheid Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de parkeernormering (en maatvoering van de parkeergelegenheid) zoals vastgelegd in de 'Parkeernota Zaltbommel 2025', vastgesteld door de raad op PM gemeente: vaststellingsdatum. Op het moment dat de gemeente een opvolger van de hiervoor genoemde nota vaststelt, wordt deze 'opvolger' gehanteerd om te bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 2.31 Wonen het huisvesten van een huishouden in een woning/wooneenheid. 2.32 Woning een (gedeelte van een) gebouw dat uitsluitend mag worden gebruikt voor de huisvesting van één huishouden.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
71
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
2.33 Wooneenheid een zelfstandig gedeelte van een gebouw dat uitsluitend mag worden gebruikt voor de huisvesting van één huishouden.
72
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Artikel 3 3.1
Meet- en rekenbepalingen
Meetbepalingen
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van het Omgevingsplan gemeente Zaltbommel, gelden de meetbepalingen in artikel 3.2 t/m 3.8: 3.2 De bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 3.3 De diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken de diepte van een aangebouwde bijbehorende bouwwerken wordt loodrecht gemeten vanaf de gevel van het hoofdgebouw, waaraan het bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd; 3.4 De goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 3.5 De inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 3.6 De ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het diepste punt van een gebouw; 3.7 De oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 3.8
Peil
a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
73
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Artikel 4
Aanvraagvereisten
1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het Omgevingsplan gemeente Zaltbommel zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat: a. het bepaalde in artikel 22.284 van het Omgevingsplan gemeente Zaltbommel van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en b. het bepaalde in artikel 22.286 van het Omgevingsplan gemeente Zaltbommel van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan. 2. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels.
74
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Artikel 5
Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toebedeelde functies.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
75
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Hoofdstuk 2 Artikel 6 6.1
Specifieke regels over functies
Wonen
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'. 6.2
Functieomschrijving
6.2.1
Algemeen
Op de voor 'Wonen' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. wonen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'kamerverhuur' uitsluitend kamerverhuur mag plaatsvinden aan maximaal 150 personen; b. voorzieningen van openbaar nut; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals garages, bergingen, tuinen, erven, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen, paden e.d. 6.3
Gebruiksactiviteiten
6.3.1
Specifieke gebruiksregels
Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken ten behoeve van: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor (zelfstandige) bewoning; b. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijbehorende bouwwerken voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep en/of aan huis verbonden bedrijf; c. het gebruik van de in deze bestemming aangegeven gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van een seksinrichting. 6.3.2 Omgevingsplanactiviteit gestapeld wonen 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor gestapelde woningen, niet zijnde kamerverhuur; 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 wordt alleen verleend indien: a. de bruto vloeroppervlakte van één gestapelde woning minimaal 50 m² bedraagt; b. er per gestapelde woning wordt voorzien in een berging van minimaal 5 m², waarbij de maximum oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken, zoals bepaald in lid 6.4.2, voor deze bergingen niet van toepassing is; c. er aangetoond wordt dat voldaan wordt aan de instructieregels voor geluid in het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van naburige erven. 3.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in lid 2. 6.3.3 Voorwaardelijke verplichting inpassing a. Het gebruik van de gronden met de functie 'Wonen', is alleen toegestaan indien het inrichtingsplan, conform het ontwerp in bijlage 1 (of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan), uiterlijk op 31 december 2027 is aangelegd en vervolgens duurzaam in stand wordt gehouden. Eén en ander ter toetsing van het bevoegd gezag.
76
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
6.4
Bouwactiviteiten
6.4.1
Algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de gebruiksactiviteiten genoemd in artikel 6.2 met dien verstande dat uitsluitend mogen worden gebouwd: a. woningen in de vorm van hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.4.2
Beoordelingsregels
a Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; c. bouwen onder peil is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. b Aangebouwde bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van aangebouwde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en/of de aanduiding 'bijgebouwen'; b. aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht op minimaal 3,0 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,0 m, dan wel 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning of het woongebouw; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6,0 m; e. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; f. het plaatsen van hekwerken op een bijbehorend bouwwerken is toegestaan, indien en voor zover het hekwerk als een afscheiding geldt voor een dakterras en indien het hekwerk niet hoger is dan 1,0 m. c Vrijstaande bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.
vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; b. vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht op minimaal 3,0 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,0 m; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6,0 m; e. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; f. de afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot enig ander gebouw op het bouwperceel bedraagt minimaal 2,0 m, met dien verstande dat dit niet geldt voor bestaande vrijstaande bijbehorende bouwwerken. d Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en/of ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' niet meer bedragen dan 4,0 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 2,0 m mag bedragen; b. binnen de functie zijn, in afwijking van het bepaalde onder sub a, vlaggenmasten toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 8,0 m.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
77
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
6.4.3
Maatwerkvoorschrift
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een maatwerkvoorschrift af te wijken van 6.4.2, ten behoeve van: a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde; b. de situering en afmetingen van de bouwpercelen; indien dit noodzakelijk is in verband met één of meer van de volgende aspecten: ter waarborging van de woonsituatie; ter waarborging van het straat- en bebouwingsbeeld en het stedenbouwkundig beeld; ter waarborging van de verkeers-, de sociale - en de brandveiligheid; ter waarborging van de milieusituatie; ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden in aangrenzende functies.
78
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels over functies en activiteiten
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8 8.1
Bouwactiviteiten - algemeen
10 %-regeling
Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere bepaling van dit plan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 kan worden verleend, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10 % van die maten, afmetingen en percentages, mits hierdoor geen onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat.
Artikel 9 9.1
Parkeren
Beoordelingsregel parkeren
Een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 22.26, het planologisch uitbreiden of het planologisch wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de door burgemeester en wethouders vastgestelde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 9.2
Afwijken beoordelingsregel parkeren
a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 22.26, het planologisch uitbreiden of het planologisch wijzigen van de functie van gebouwen en gronden verlenen, in afwijking van het bepaalde in 9.1: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- en stallingruimte wordt voorzien. b. Afwijken van de regels, als bedoeld onder a is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
79
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangsregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
10.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.1.2 Maatwerkvoorschrift Het bevoegd gezag kan bij maatwerkschrift eenmalig afwijken van het bepaalde in artikel 10.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 10.1.1 met maximaal 10%. 10.1.3 Uitzondering Het bepaalde in artikel 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het Omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan. 10.2
Overgangsrecht gebruik
10.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.2.4 Uitzondering Het bepaalde in artikel 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het Omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit plan.
80
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlagen bij regels
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)
81
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2
Bijlage 1
82
Inrichtingsplan
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Zaltbommel, Veilingweg 2" (ontwerp)