Lijst van ingekomen stukken 11-11 t/m 30-11
Tekst van het document
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag
Gemeente Zaltbommel (GL) T.a.v. de Burgemeester Postbus 10002 5300 DA ZALTBOMMEL
BveB - Msd Atd./cluster
~
! Kopie ^ DG Bestuur, Ruimte & Wonen Directie Democratie & Bestuur
17 NOV 2021 Zaaknr. / Documentnr.
Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk Contact info.openbaarbestuur@minbzk .nl
Kenmerk 2021-0000591393
Datum
15 november 2021
Betreft
screening wethouders
Geachte burgemeesters. De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan. Dat betekent ook de benoeming van nieuwe wethouders. Zoals u hoogstwaarschijnlijk weet, is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur aanhangig.! ^en belangrijk wetsvoorstel, dat onder andere de VOG (Verklaring Omtrent het Gedrag) voor kandidaat-wethouders verplicht stelt, als voorwaarde om benoemd te kunnen worden. De regering spant zich ervoor in dat dit wetsvoorstel uiterlijk 1 april 2022 in werking kan treden, zodat dit bij de benoeming van nieuwe wethouders van kracht is. Daarnaast is, mede op verzoek van de Tweede Kamer, afgelopen jaar hard gewerkt aan een nota van wijziging op dit wetsvoorstel, waarin een risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders verplicht wordt gesteld. Daarover heeft overleg plaatsgevonden met de koepels en zijn adviezen uitgebracht. De nota van wijziging is voor de zomer voor advies aan de Raad van State gezonden. Afgelopen week heb ik het advies mogen ontvangen. Helaas heeft de Raad van State fundamentele kritiek op de gekozen wettelijke vormgeving. De voorgestelde wettelijke regeling staat volgens de RvS op gespannen voet met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10 Grondwet) en, in samenhang daarmee, het legaliteitsbeginsel en de rechtszekerheid.
Daarom heb ik besloten de nota van wijziging niet in te dienen. Ik heb de Tweede Kamer verzocht de behandeling van het reeds ingediende wetsvoorstel voort te zetten, waarbij de inzet erop gericht blijft dat dit uiterlijk 1 april 2022 in werking treedt. Het niet-indienen van de nota van wijziging betekent niet dat wordt afgezien van het wettelijk verankeren van een risicoanalyse voor kandidaat-wethouders. De komende maanden zal het advies van de Raad van State worden bestudeerd en zal hierover overleg worden gevoerd met de koepels. Ook zal ik het proces van de benoeming van nieuwe wethouders laten evalueren, zodat die ervaringen kunnen
1
Kamerstukken II, 2019/20, 35546.
Pagina 1 van 2
DG Bestuur, Ruimte & Wonen Directie Democratie &. Bestuur
worden betrokken bij een uiteindelijk in te dienen zelfstandig wetsvoorstel inzake de risicoanalyse voor wethouders. Vanwege het grote belang dat de regering hecht aan het bevorderen van de integriteit van het openbaar bestuur, wil ik u verzoeken te stimuleren dat er toch een risicoanalyse van nieuw te benoemen wethouders zal plaatsvinden. U kunt daarbij gebruik maken van de handvatten die de in 2019 door BZK uitgebrachte Handleiding basisscan integriteit biedt.^
Datum
Kenmerk 2021-0000591393
BZK zal zich, samen met het NGB, de VNG en de commissarissen van de Koning, inspannen om u als burgemeester goed te ondersteunen in dit proces, zodat u uw verantwoordelijkheid voor het bevorderen van de bestuurlijke integriteit ook hier concreet kunt invullen, in afwachting van een wettelijke regeling. Daarover zal ik u op korte termijn nader informeren. Indien deze brief bij u vragen oproept, kunt u zich wenden tot de postbus: info.openbaarbestuur(a)minbzk.nl Hoogachtend, n Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De minis] \
drs. K.H. Ollloi
^ Handleiding basisscan integriteit voor kandidaat-bestuurders I Publicatie I Politieke ambtsdragers Pagina 2 van 2
ONAFHANKELIJK
MOERDIJK
Motie Vreemd aan de Orde: Periodiek Borstonderzoek De raad van de gemeente Moerdijk in vergadering bijeen op 4 november 2021 behandelend bij agendapunt 12;
Constaterende:
. . o
Dat de Staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten de tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks. Dat als reden hiervoor is vermeld dat het momenteel en de komende drie jaar niet mogelijk is landelijk consequent aan de termijn van twee jaar te kunnen voldoen. Dat het hier weliswaar gaat om landelijk beleid, maar dat ook de raden als primaire volksvertegenwoordiging op het terrein van volksgezondheid een belangrijke politieke signaalfunctie hebben.
Overwegende:
. o . o .
Dat deze maatregel op korte en langere termijn leidt tot een verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening. Dat ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf vijftig jaar in Nederland van deze voorziening gebruik maken. ln Nederland 1 op de 7 vrouwen borstkanker krijgt. Het bevolkingsonderzoek bedoeld is om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken waardoor de kans op een succesvolle behandeling dan vanzelfsprekend groter is. Ook is vaak een minder ingrijpende behandeling nodig. Dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en moet worden gestopt. Tevens overwogen moet worden om de leeftijdsgrens te verlagen van 50 naar 35
iaar.
r Dat dit signaal vanuit de volksvertegenwoordigingen in ons land zo breed mogelijk moet worden overgebracht naar Staatssecretaris Blokhuis.
Verzoekt het College om: Er bij de demissionair en toekomstige staatssecretarissen, door toezending van deze motie, op aan te dringen dat de maatregel wordt ingetrokken en er alles aan doen om te realiseren dat de tweejarentermijn zo consequent mogelijk wordt toegepast. Verzoekt de griffie om: Deze motie namens de gemeenteraad van Moerdijk ter kennis te brengen bij de leden van de Tweede Kamer en alle gemeenteraden in Nederlandse gemeenten. En gaat over tot de orde van de dag
Moerdijk Lokaal
Onafhankelijk Moerdijk
P.M
C.S,P
ln te vullen door de griffier: h Motie is aangenomen / ve*mrpe+ met J3 stemmen van OM, WD, CDA, Moerdijk Lokaal, stemmen van OM, VVD, CDA, Moerdijk PvdA, SP, CU, BBM, D66 en Fractie Tak voor en Lokaal, PvdA, SP, CU, BBM, D66 en Fractie Tak tegen. o Motie is i I aan
1
Kaderbrief 2023 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Inleiding Vanuit de gedachte in verbinding te willen staan met gemeenten wil de VRGZ dat gemeenten aan de voorkant van het begrotingsproces komen. Daarom willen wij u met deze Kaderbrief 2023 op hoofdlijnen informeren over de ontwikkelingen en het beleid voor het jaar 2023 van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) en de verwachte financiële consequenties. We schetsen u achtereenvolgens de financiële uitgangspunten, inhoudelijke ontwikkelingen en risico’s voor 2023. Hiermee is deze kaderbrief een eerste stap in de voorbereiding op de Programmabegroting voor 2023. Op deze Kaderbrief verzoeken wij gemeenteraden te reageren met een zienwijze. Met medeneming van deze reacties wordt de concept-begroting in het voorjaar van 2022 opgesteld en wordt u vóór 1 april 2022 aangeboden.
Algemeen De VRGZ voert taken uit die voor de inwoners en bedrijven van groot belang zijn als het gaat om het borgen van veiligheid of het herstellen van een veilige omgeving. De activiteiten van de brandweer, ambulancezorg en meldkamer zijn alom bekend en cruciaal voor een snelle hulpverlening aan mensen in nood. De werkzaamheden van de sector crisisbeheersing in het kader van crisis- en rampenbestrijding zijn door de coronacrisis veel zichtbaarder geworden. Samen met gemeenten en andere partners heeft de sector een centrale rol in de regionale crisisorganisatie. De Ambulancezorg Gelderland-Zuid is onderdeel van de VRGZ. In deze kaderbrief worden relevante ontwikkelingen qua beleid en risico’s opgenomen. Voor de financiële uitgangspunten vinden onderhandelingen plaats met zorgverzekeraars. Dit onderdeel is niet opgenomen in deze kaderbrief.
Financiële uitgangspunten Vooralsnog ligt de algemene reserve op de bestuurlijk gewenste norm1. Het Dagelijks Bestuur is voornemens een beleidsarme begroting op te stellen die uitzettingen zoveel als mogelijk beperkt. Desondanks is er een aantal onderwerpen dat mogelijk noodzakelijke investeringen met zich meebrengt naast de reeds vastgestelde standaard uitgangspunten (zie hieronder) zoals indexering. Het bestuur acht de financiële ondergrens verantwoord zonder de primaire dienstverlening aan te hoeven tasten.
1
De gewenste norm is 5% van de omzet.
2
Voordat hierna de toekomstige inhoudelijke ontwikkelingen worden beschreven waar de VRGZ voor staat en wat dit financieel mogelijk betekent achten wij het raadzaam, de historische financiële context weer te geven waarin de VRGZ zich bevindt. Met dit inzicht kan de onderhavige kaderbrief 2023 beter op zijn merites worden beoordeeld.
Historische context De VRGZ is vanaf 2015 er steeds in geslaagd om forse bezuinigingen te realiseren (oplopend tot € 4,1 miljoen) en positieve rekeningresultaten terug te storten naar gemeenten (totaal € 3.670.000,-). Lastenverzwaring a.g.v. nieuw beleid De VRGZ heeft in de achterliggende jaren niet alle uitzettingen aan gemeenten gepresenteerd, vanuit begrip voor de lastige – financiële- positie van gemeenten. Meer dan eens is voor deze extra kosten de eigen begroting “belast”, waarvan voorbeelden zijn extra lasten van de nieuwe blusboten t.o.v. de oude (€ 185.000,-) en de -wettelijk verplichte- 24/7 functie van calamiteitencoördinator2 (€ 100.000,-). Aantasting dienstverlening Het Dagelijks Bestuur heeft zich altijd ten doel gesteld dat de dienstverlening van de VRGZ aan burgers, bedrijven, instellingen en gemeenten adequaat moet zijn om de veiligheid te borgen. Daarbij werd aangetekend dat indien gevraagd wordt om aanvullend op de reeds uitgevoerde taakstellingen en efficiencyslagen nog meer te bezuinigen dit direct negatieve invloed heeft op het primaire proces van de veiligheidsregio, omdat het “vet niet meer op de botten zit”. De VRGZ heeft dit in financiële rapportages in de afgelopen jaren gemeld. Het zoeken van bezuinigingen in de bedrijfsvoering dan wel de ‘kaasschaafmethode’ is met andere woorden niet meer aan de orde.
Bovendien zouden verdere bezuinigingen in de bedrijfsvoering een negatieve uitwerking hebben voor de processen in de gehele organisatie en daarmee alle sectoren flink ontregelen. Overigens zou dit in negatieve zin niet alleen de VRGZ raken, maar tevens de regionale GGD, die voor een groot deel afhankelijk is van de dienstverlening door de sector bedrijfsvoering van de VRGZ. Indien gemeenteraden desondanks kiezen voor een taakstelling zal dit gevolgen hebben voor operationele prestaties en dienstverlening die vanuit de professie geredeneerd niet zijn aan te bevelen. De gevolgen vertalen zich merkbaar naar onze inwoners, gemeenten, bestuurders en samenwerkingspartners ▪
hulpverlening die trager op gang komt bij incidenten, rampen en crises;
▪
hulpverlening/brandbestrijding die minder compleet is, kwalitatief lager van niveau door gemis aan middelen en materieel en goede voorbereiding;
2
De calamiteitencoördinator is verantwoordelijk voor de coördinatie op de meldkamer tijdens een
multidisciplinaire calamiteit.
3
▪
informatie-uitwisseling tussen ketenpartners die tijdens incidenten rampen en crises te traag op gang komt;
▪
het stoppen van de dienstverlening/advisering aan gemeenten;
▪
een groter afbreukrisico voor bestuurders;
▪
afbreuk aan samenwerking op het gebied van crisisbeheersing.
Het bovenstaande heeft ertoe geleid dat in navolging van een grote meerderheid van gemeenten het Algemeen Bestuur voor de begroting 2022 heeft afgezien van bezuinigingen in verband met het verlies aan kwaliteit van de operationele dienstverlening. Wel heeft het Algemeen Bestuur de directie va de VRGZ gevraagd een QuickScan uit te voeren op de bedrijfsvoeringskosten om de raden meer inzicht te bieden in de bedrijfsvoeringskosten van de VRGZ. De resultaten van dat onderzoek worden begin 2022 verwacht.
Algemene uitgangspunten Er zijn drie typen uitzettingen van de begroting die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten: ▪
Nieuwe beleidsvoorstellen o.a. in relatie tot de uitwerking van onze meerjarenstrategie en beleidsontwikkelingen binnen gemeenten;
▪
Buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;
▪
Autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen die voortkomen uit bestaand beleid. Bijvoorbeeld wet- en regelgeving of noodzakelijke uitzettingen in verband met toename van het inwoneraantal in de regio.
Loon- en prijscompensatie De door het Algemeen Bestuur vastgestelde systematiek voor loon- en prijscompensatie heeft voor de begroting 2023 een indexering van de gemeentelijke bijdrage van 0,60% tot gevolg. Deze bestaat uit een nacalculatie over 2021 van -1,37% en voorcalculatie over 2023 van 1,97%. Deze compensatie is het gevolg van feitelijk gestegen lonen, sociale lasten en pensioenpremie in 2021 en een trendmatige verhoging voor loon- en materiële kosten in 2023, gebaseerd op cijfers van het Centraal Economisch Plan van maart 2021. In de nacalculatie voor 2021 kan alleen nagecalculeerd worden over de werkgeverslasten omdat de nieuwe cao nog niet afgesloten is. Dat betekent dat de nacalculatie in de volgende begroting (2024) een dubbel effect heeft omdat nagecalculeerd wordt over de loonindex 2021 én 2022. In bijlage I is de methodiek opgenomen. Deze is ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
4
Inhoudelijke ontwikkelingen en risico’s Onderstaand benoemen we de belangrijkste ontwikkelingen die relevant zijn voor beleid en financiën van de VRGZ. Waarbij nogmaals zij opgemerkt, dat ontwikkelingen altijd zullen worden getoetst aan de algemene uitgangspunten voor de financiële huishouding.
Regionaal Beleidsplan 2020-2023 (RBP) Het beleidsplan is in 2019 aan gemeenteraden voorgelegd. De daarin beschreven lijn wordt door de raden onderkend en goedgekeurd. In het beleidsplan 2020-2023 is beschreven dat de VRGZ voornemens is de in de tweede alinea genoemde basistaken te continueren. De adviestaken op het gebied van fysieke veiligheid blijven intact. De uitvoering van het beleidsplan loopt door de coronacrisis op een aantal punten vertraging op, omdat capaciteit onttrokken is ten behoeve van de crisisorganisatie. Met inachtneming hiervan krijgen de navolgende vijf accenten aandacht: 1. Samenwerken en afstemming 2. Risicogericht werken 3. Een weerbare samenleving 4. Een toekomstbestendige veiligheidsregio 5. Risico’s met extra focus. Deze betreffen: ▪
Gevolgen cyberrisico’s
▪
Gevolgen criminaliteit voor fysieke leefomgeving/ fysieke veiligheid
▪
Gevolgen extreem weer
▪
Gevolgen energietransitie
Evaluatie Wet veiligheidsregio’s Eind 2020 heeft de door het kabinet ingestelde evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s (Wvr) haar eindrapport opgeleverd. De voorgestelde wijzigingen van de Wvr en adviezen kunnen grote consequenties hebben voor veiligheidsregio’s. Daarom heeft de (landelijke) Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) een taskforce ingesteld met als opdracht te onderzoeken welke (wijziging in) wetgeving noodzakelijk is zodat de veiligheidsregio’s de eigen rol ten aanzien van crisisbeheersing en brandweerzorg goed kunnen vervullen. Inmiddels heeft deze taskforce een analyse opgesteld, die aan het Veiligheidsberaad3 zal worden voorgelegd. De bevindingen van de evaluatiecommissie en de analyse van de taskforce sluiten nauw aan bij de ontwikkelingen zoals geschetst in het Regionaal Beleidsplan van de VRGZ. Daarmee zijn de stappen
3
Veiligheidsberaad is een landelijk bestuurlijk overleg, bestaande uit de 25 voorzitters van veiligheidsregio’s
5
die regionaal worden gezet een goede voorbereiding op de komst van een eventuele nieuwe wet, zoals nadruk op samenwerking met partners en flexibele opschaling van de crisisorganisatie. Of en welke concrete gevolgen kunnen optreden voor de organisatie van de veiligheidsregio’s, de governance en de reikwijdte van de taken zal bij eventuele wijziging van de Wvr nader worden bezien.
Duiktaak In het verleden heeft het Algemeen Bestuur besloten dat de brandweer VRGZ geen eigen duiktaak heeft. Tegelijkertijd werd ingestemd met het voorstel om voor de invulling van de duiktaak voor Gelderland-Zuid afspraken te maken met de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden en Brabant-Noord. Immers, tussen het moment van het opheffen van de duiktaak en het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst met de genoemde regio’s waren geen harde afspraken over de inzet van een duikteam. In de nadere uitwerking bleken de twee regio’s een compensatie in de kosten te vragen, in totaal €130.000, om als volwaardig duikteam te opereren, gericht op redding en berging. Er kon niet meer worden uitgegaan van het vertrouwen op burenhulp met gesloten beurzen Voor 2021 is toen een dienstverleningsovereenkomst aangegaan met de genoemde twee regio’s. De kosten voor de inzet in 2021 is incidenteel gedekt uit de begroting 2021. Daaropvolgend zijn mogelijke alternatieven onderzocht om te bezien of private partijen de duiktaak structureel kunnen uitvoeren en wat dit betekent voor veiligheid, kosten en kwaliteit. In de vergadering van 23 september 2021 van het Algemeen Bestuur werd de einduitkomst gerapporteerd. Conclusie is dat geen van de onderzochte alternatieven een reële optie biedt voor invulling van de duiktaak van de brandweer binnen de VRGZ.
In het onderzoek naar alternatieven voor invulling van de duiktaak zijn ook andere veiligheidsregio’s bevraagd. Drieëntwintig van de vijfentwintig regio’s hebben één of meer eigen duikteams. Twee regio’s, waaronder Gelderland-Zuid, hebben geen eigen duikteam. De andere regio zonder duikteam heeft voor de invulling van de duiktaak een convenant met de buurregio’s afgesloten. Gezien deze omstandigheden heeft op 23 september 2021 het algemeen bestuur besloten om voor het verzorgen van de duiktaak in onze regio een structurele overeenkomst aan te gaan met de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Brabant-Noord. Daarmee is de inzet van hun duikteams voor redden en bergen in ons verzorgingsgebied geborgd. Omdat het voorzien in de duiktaak door deze regio’s een uitbreiding van de brandweerzorg is, betekent dit een kostenuitzetting in de begroting van structureel € 130.000,-. Conform de door het bestuur vastgestelde financiële spelregels wordt aan de gemeenteraden voorgesteld om voor de uitvoering van deze duiktaak een extra structurele bijdrage te leveren vanaf het jaar 2023. Hierbij is het voornemen uitgesproken om de financiële uitzetting van € 130.000,- voor 2022 incidenteel te dekken uit het verwachte positieve resultaat van de jaarrekening 2021 van de VRGZ. Voor de uitvoering van de duiktaak wordt een bestemde reserve gevormd.
6
Meldkamer De vijf meldkamers van de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid, Twente, Noorden Oost-Gelderland en IJsselland worden samengevoegd tot één Meldkamer Oost-Nederland (MON) in Apeldoorn (planning 1ste kwartaal 2023). In de aanloop naar de inrichting van deze landelijke meldkamer, vormt de bezetting van de meldkamer een toenemend zorgpunt.
Toekomstig brandweerstelsel Gebleken is dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers op dit moment strijdig is met Europese wet- en regelgeving. Toepassing van deze Europese regels zou er toe leiden dat vrijwillig brandweerpersoneel mogelijk recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden heeft als de beroepsbrandweer (en kunnen gezien worden als deeltijdwerkers). Dit heeft enorme financiële consequenties. Op landelijk niveau is daarom een bestuurlijke “denktank taakdifferentiatie brandweer” ingesteld. Deze denktaak heeft een aantal bouwstenen ontwikkeld om te komen tot een mogelijke differentiatie in taken tussen vrijwilligers en beroepspersoneel. Op 21 juni 2021 hebben het Veiligheidsberaad en de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) decharge verleend aan de ‘denktank taakdifferentiatie brandweer’ en een nieuwe ‘stuurgroep toekomstbestendig brandweerstelsel’ ingericht. Deze stuurgroep heeft twee opdrachten: 1
Taakdifferentiatie
Implementatie van de eerste bouwsteen uit de denkrichting taakdifferentiatie. Deze houdt in dat de vrijwilliger werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment. Het Veiligheidsberaad stelt hierbij als voorwaarde dat de minister van JenV alle incidentele en structurele kosten van de implementatie hiervan op zich neemt. 2
Toekomstig brandweerstelsel
De tweede, aanvullende opdracht voor de Stuurgroep betekent dat zij gaat onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Daarbij worden relevante brandweerontwikkelingen, zoals slagkracht en paraatheid betrokken. Het Veiligheidsberaad en de minister van JenV bespreken de uitgewerkte onderzoeksopdracht in hun gezamenlijke vergadering in het voorjaar van 2022. Het voornemen is dat aan het algemeen bestuur te zijner tijd een voorstel wordt gedaan met betrekking tot taakdifferentiatie, waarin de mogelijke operationele en financiële consequenties zijn opgenomen. Deze zijn nu nog ongewis.
7
Update Brandweerzorgplan De brandweer werkt aan een update van het ‘Brandweerzorgplan basisbrandweerzorg’, dat in april 2018 door het Algemeen Bestuur VRGZ is vastgesteld. In 2021 worden eerst de uitgangspunten opgesteld en aan het Algemeen Bestuur ter instemming voorgelegd. In 2022 wordt het plan met betrokkenheid van vrijwilligers, gemeenten en Algemeen Bestuur verder uitgewerkt. Dan wordt inzichtelijk, of, en zo ja, welke financiële en beleidsmatige gevolgen deze update heeft.
Omgevingswet De ingangsdatum van de Omgevingswet is verschoven van 1 januari 2022 naar 1 juli 2022. Uit een landelijk onderzoek door het extern adviesbureau Cebeon dat in maart 2021 gepresenteerd is, blijkt dat de kosten door de nieuwe werkprocessen gemiddeld twintig procent stijgen ten opzichte van de huidige situatie. Eerste helft van het jaar 2022 wordt inzichtelijk gemaakt wat dit concreet voor de VRGZ betekent.
Duurzaamheid De organisatie houdt nu al rekening met duurzaamheid bij de aanschaf en gebruik van materiaal en middelen, zoals dienstvoertuigen en de (ver)bouw en onderhoud van kazernes. Als VRGZ worden de ontwikkelingen op het terrein van duurzaamheid op de voet gevolgd. Dit binnen de bestaande budgetten.
Informatieveiligheid Landelijk is door de voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, ingestemd met het zogenaamd Versnellingsprogramma Informatiebeveiliging om te komen tot een geborgd basisniveau van informatieveiligheid in de veiligheidsregio’s. In de afgelopen jaren is reeds door de VRGZ gewerkt aan betere informatieveiligheid vanuit de noodzaak om voor Ambulancezorg Gelderland-Zuid en de GGD te voldoen aan de normen van de informatiebeveiligingsstandaard voor de zorg, NEN7510. Met de aanstelling van een CISO-functionaris wordt aan de hand van een regionaal opgesteld plan het onderwerp informatieveiligheid bedrijfsbreed opgepakt en activiteiten gecoördineerd. Onderdeel daarvan is dat risico-inventarisaties worden uitgevoerd en maatregelen worden vastgesteld. Tevens wordt binnen VRGZ een bewustwordings-campagne gestart voor alle medewerkers.
Pensioenpremies De pensioenpremies voor 2022 zijn nog niet vastgesteld. Echter, het ABP verwacht dat de pensioenpremie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen per 1 januari 2022 stijgt met 1,5%-
8
punt van 25,9% naar 27,4%. Mocht deze stijging doorgang vinden, dan resulteert dit in een extra loonstijging van bijna € 250.000,-. Deze stijging heeft pas in 2024 effect op de gemeentelijke bijdrage. In de vastgestelde indexeringsmethodiek is deze werkwijze vastgesteld (zie ook bijlage I). In 2022 en 2023 zal dit bedrag gefinancierd worden uit het weerstandsvermogen.
Nieuwe wet- en regelgeving Naar aanleiding van nieuwe wet- en regelgeving, komt een aantal ontwikkelingen op de VRGZ af, die consequenties heeft voor de begroting van 2023. Een bijzonder voorbeeld is de rechtmatigheidsverantwoording.
Rechtmatigheidsverantwoording De verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid van het gevoerde -financiële- beleid ligt, nu en straks, bij het Dagelijks Bestuur (DB). Het DB richt daarvoor de administratie en interne beheersing zodanig in, dat het verantwoording kan afleggen aan het Algemeen Bestuur. Het DB is verantwoordelijk voor het vermijden van rechtmatigheidsfouten en het daartoe optimaliseren van de bedrijfsprocessen. Op dit moment brengt de accountant hierover verslag uit. In de toekomst (vanaf het verslagjaar 2022) moet het DB zelf een verantwoording opstellen, die opgenomen wordt in de jaarrekening. De accountant zal overigens wel blijven toetsen of de jaarrekening getrouw is. Oftewel, conform de realiteit. De rechtmatigheidsverantwoording wordt onderdeel van de jaarrekening. De accountant controleert dus straks ook of deze verklaring van het DB getrouw is. De werkzaamheden om te komen tot een rechtmatigheids-verklaring betreft dus een eigen verantwoordelijkheid van de VRGZ De accountantsdienst zal werkzaamheden gaan uitvoeren om de verklaring te toetsen. Om de toename van (controle)werkzaamheden op te vangen en de onafhankelijkheid te borgen wordt momenteel onderzocht op welke wijze concerncontroltaken kunnen worden uitgevoerd. Daarbij wordt rekening gehouden met het gegeven dat de GGD diensten op het gebied van bedrijfsvoering afneemt van de VRGZ.
Afhankelijk van de invulling kunnen lasten mogelijk worden gedeeld.
9
Hoe verder Met inachtneming van bovenomschreven informatie en de zienswijzen van gemeenten op deze kaderbrief wordt de begroting VRGZ 2023 in het voorjaar 2022 opgesteld en vóór 1 april 2022 aan u toegestuurd.
Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,
De voorzitter,
drs. H.M.F. Bruls
de secretaris,
drs. J.A.P. van Kastel
10
Bijlage I
Methodiek indexering (let op; voorbeeld) 1
Het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2021 is gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2021 bijlage Middelen en Bestedingen 2023.
2
Uit de onder 1 genoemde bijlage wordt genomen: “beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen“ als indexering voor het loondeel.
3
Uit de onder 1 genoemde bijlage wordt het Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie” als indexering voor de materiele lasten genomen.
4
Deze indexering wordt met een weging van 70% loon/30% materieel berekend tot één index voor de gemeentelijke bijdragen
5
Er wordt nagecalculeerd. Afwijkingen worden opgenomen in de eerstvolgende begrotingscyclus (t+2).
Beide indexen zijn met een weging van 70% loon/30% materieel berekend tot één index voor de gemeentelijke bijdragen.
Aan:Gemeenteraden Tav: Burgemeester
Directie Prof. Bellefroidstraat 11 6525 AG Nijmegen Postbus 1120 6501 BC Nijmegen
Datum: Betreft: Bijlage(n):
Contactpersoon Rinie Verhoeven
16 november 2021 Oprichting en deelname stichtingen 1
Geachte voorzitter van de gemeenteraad,
Op 4 oktober jl. heeft het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van de 25 voorzitters veiligheidsregio, mede op advies van de Bestuurlijke Advies Commissie Brandweer het principebesluit genomen tot het oprichten van een stichting Risicobeheer, die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt.
Het algemeen bestuur van uw veiligheidsregio is bevoegd tot het oprichten van een stichting indien de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht te zijn voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Voorts wordt het besluit niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Dit is op basis van artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid voorziet in de mogelijkheid tot het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon. Hieronder licht ik u toe waarom de oprichting van de hierna genoemde stichtingen wordt geacht bijzonder aangewezen te zijn van het daarmee te dienen openbaar belang.
Huidige situatie De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) is enige tijd aan de slag met het thema ‘Goedwerkgeverschap na dienstongevallen’. Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd. Hierbij is veelal geen bewuste afweging gemaakt rondom aanspraken bij ongevallen.
Als gevolg van een aantal interne en externe ontwikkelingen is een toenemend bewustzijn bij veiligheidsregio’s ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. Dit bewustzijn is de afgelopen jaren gegroeid door een toenemende onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak. In de loop der tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden. Veelal spitst zich dit toe op de vraag of aan alle elementen van ongevalsdefinitie is voldaan, terwijl de medewerker evident letsel heeft opgelopen tijdens zijn werk. Daarnaast is sprake van een ‘verharding’ van de verzekeringsmarkt, hetgeen inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan. Dit alles heeft bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de mogelijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. In feite is daarmee de stap gezet van ‘verzekeringsdenken naar risicodenken’. Ook is de stap van ‘verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken’: niet de verzekering, maar de aanspraak dient leidend te zijn voor de medewerker.
Landelijk wordt ook nagedacht over de ontwikkeling van een stichting waarborgfonds die verantwoordelijk is voor het innen van de premiebetalingen en het uitkeren van de schades van de verzekeringsvoorwaarden die niet elders ingekocht kunnen worden of die goedkoper ingekocht kunnen worden dan bij een verzekeringsmaatschappij. Indien een regio zelfstandig opereert kan zij voor deze onverzekerbare risico’s worden aangeslagen voor een groot schadebedrag. Bij de ontwikkeling van een zogenaamd waarborgfonds kunnen regio’s deelnemen en dragen collectief de risico’s. Omdat het hier kan gaan om grote bedragen is het zinvol voor de VRGZ om hieraan deel te nemen. Door deelname worden de lasten verdeeld.
De veiligheidsregio’s kunnen door samenwerking een beter antwoord bieden op deze interne en externe ontwikkelingen. Zij willen in het kader van goed werkgeverschap een gezamenlijke lijn hanteren bij de afhandeling van schades na ongevallen. Door het uniformeren ontstaat eenzelfde verzekering voor veiligheidsregio’s, waardoor beter op de behoefte van de veiligheidsregio’s wordt aangesloten. De samenwerking levert naar verwachting behalve een kwaliteitsslag ook een efficiencyslag Daarnaast is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Door onderling samen te werken en verbindingen te leggen met externe expertise in bestuurlijke context kan deze kwetsbaarheid worden verminderd.
Om invulling te geven aan deze uitdagingen is op landelijk niveau door de Raad van commandanten directeuren veiligheidsregio’s (afgekort RCDV) het Project Risicomanagement & Verzekeringen gestart om via landelijke samenwerking, antwoord te vinden op bovenstaande ontwikkeling. Kort gezegd is het de bedoeling om: Landelijk te komen tot één set van aanspraken bij dienstongevallen Het collectief inkopen van één ongevallenverzekering (voor verzekerbare aanspraken); Een waarborgfonds op te richten om een oplossing te bieden voor (in ieder geval) de nietverzekerbare aanspraken; Het oprichten van een (landelijk) expertisebureau dat kan adviseren en bemiddelen; Het aangaan van strategische samenwerkingsverbanden, w.o. met de VNG. De aangewezen rechtsvorm voor het expertisebureau risicobeheer is een stichting. Deze stichting behoeft bovendien een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Toekomstige situatie De veiligheidsregio’s hebben straks een gezamenlijk expertisebureau risicobeheer waarmee zij collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt en vindt ook de
Pagina 2 van 4
schadebehandeling centraal plaats. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Het expertisebureau risicobeheer heeft bovendien samenwerkingsverbanden afgesloten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. Deelname aan het expertisebureau risicobeheer is vrijwillig.
Naar verwachting levert de samenwerking behalve een efficiency- en kwaliteitsslag op termijn ook een besparing op door één gezamenlijke inkoop van de ongevallenverzekering en het collectief afhandelen en registreren van schades.
Privaatrechtelijk Voor de activiteiten van het expertisebureau risicobeheer is een vergunning van de Autoriteit Financiële Marken (AFM) vereist. Dit vloeit voort uit wet- en regelgeving over het adviseren en bemiddelen rondom verzekeringen. Deze vergunningsplicht heeft tot gevolg dat het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon noodzakelijk is. Het is niet mogelijk om deze activiteiten onder te brengen bij een veiligheidsregio of een andere rechtspersoon. Hier liggen drie overwegingen aan ten grondslag: 1. Het is de verwachting van juridisch experts dat de AFM niet akkoord gaat met het onderbrengen van deze activiteiten bij een rechtspersoon met andersoortige activiteiten; 2. Het samenvoegen van de activiteiten van het expertisebureau met de werkzaamheden van een veiligheidsregio leidt tot aansprakelijkheidsrisico’s voor de veiligheidsregio’s; 3. Het expertisebureau is wettelijk verplicht om een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Net als de AFM zal de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar bedenkingen hebben bij het samenvoegen van activiteiten.
Stichting De aangewezen rechtsvorm voor deze samenwerking is een stichting. De keuze voor de stichting is afgeleid van het reeds gegeven advies over de rechtsvorm voor een waarborgfonds. Dit fonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. Dit heet ‘verzekeren’ en is daarmee een activiteit die een vergunning van De Nederlandse Bank (DNB) vereist. Er kan echter voor het fonds een beroep worden gedaan op een vrijstelling van deze vergunningsplicht. Hierbij is het dan wel van belang dat geen sprake is van een winstoogmerk. Dat maakt dat gekozen moet worden tussen de rechtsvorm ‘stichting’ en de rechtsvormen ‘onderlinge waarborgmaatschappij’. Dit laatste is een bijzondere verenigingsvorm. Gelet op de wens voor een lichte structuur wordt voor het waarborgfonds een stichting beoogd (een vereniging is in dat opzicht veel omvangrijker). Om de activiteiten van het expertisebureau hierop te laten aansluiten ligt een stichting eveneens voor de hand. Hiermee wordt geen zwaardere structuur opgetuigd dan strikt noodzakelijk is.
Vervolg waarborgfonds Wat volgt is een waarborgfonds, dat eveneens een (separate) stichting dient te zijn. Dit fonds beoogt een financieringsoplossing te zijn voor in ieder geval niet-verzekerbare risico’s. Naar verwachting is een voorstel hierover in de eerste helft van 2022 gereed. Voor dit fonds moet ook een zienswijzeprocedure worden gevolgd. Hoewel met betrekking tot de activiteiten van het genoemde waarborgfonds nog niet alles is uitgezocht, maar de verwachting is dat de lasten daarvan budgetneutraal verlopen, wordt om tweemaal een tijdrovende zienswijzeprocedure te voorkomen en beide onderwerpen nauw met elkaar samenhangen, voorgesteld om tegelijkertijd te besluiten tot oprichting van de stichting expertisebureau risicobeheer én de stichting waarborgfonds. Of uiteindelijk daadwerkelijk zal worden deelgenomen aan het waarborgfonds is afhankelijk van de financiële implicaties.
Pagina 3 van 4
Verzoek Gelet op het bovenstaande verzoek ik u hierbij om eventuele wensen en bedenkingen ten aanzien van de oprichting en deelname aan de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s en de oprichting en mogelijke deelname aan het waarborgfonds kenbaar te maken. Graag ontvang ik uw reactie vóór 1 februari 2022. Voor een snelle administratieve verwerking verzoek ik u de zienswijze te versturen naar rinie.verhoeven@vrgz.nl.
Bijgevoegd vindt u het ontwerpbesluit. Het voornemen is dit besluit te agenderen voor de vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 maart 2022.
Met vriendelijke groet,
Het Algemeen Bestuur VRGZ,
de voorzitter,
drs. H.M.F. Bruls
Pagina 4 van 4
Motie
Datum: 8 juli 2021 Onderwerp: Motie borstonderzoek Ingediend door de fractie(s): Leefbaar Lokaal Belang en CDA
De raad van de gemeenteraad West Betuwe op donderdag 8 juli 2021 in vergadering bijeen.
Constaterende dat: ●
● ● ●
Dat de staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten het tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks; Dat als reden hiervoor is vermeld dat het momenteel en de komende drie jaar niet mogelijk is landelijk consequent aan de termijn van twee jaar te kunnen voldoen; Wenselijk zou zijn om ook de leeftijdsgrens voor het borstonderzoek te verlagen van 50 naar 35 jaar; Dat het hier weliswaar gaat om landelijk beleid, maar dat ook de raden als primaire volksvertegenwoordiging op het terrein van volksgezondheid een belangrijke politieke signaalfunctie hebben.
Overwegende dat: ● ●
Dat deze maatregel op korte en langere termijn leidt tot verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening; Dat ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf vijftig jaar in Nederland van deze preventieve voorziening gebruik maken;
●
In Nederland krijgt 1 op de 7 vrouwen borstkanker. Het bevolkingsonderzoek is bedoeld om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken. De kans op een succesvolle behandeling is dan groter. Ook is vaak een minder ingrijpende behandeling nodig.
Spreekt uit: ● ●
Dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en moet worden gestopt; Dat dit signaal vanuit de volksvertegenwoordigingen in ons land zo breed mogelijk moet worden overgebracht naar de staatssecretaris.
Verzoekt de raad in samenspraak met het college: ●
●
Er bij de demissionaire staatssecretaris, door toezending van deze motie, op aan te dringen dat zij haar maatregel intrekt en er alles aan doet om te realiseren dat de tweejaren termijn zo consequent mogelijk wordt toegepast; Deze motie bij de gemeenteraden in Nederland en de leden van de Tweede Kamer bekend te maken.
En gaat over tot de orde van de dag.
Namens de fracties Leefbaar Lokaal Belang
Mw. P van Kuilenburg
CDA
Mw. D van Zee
jeugdzorg nederLand postadres Postbus 85011 3508 AA Utrecht
Aan het college van B&W en de gemeenteraad
Per e-mail aan alle gemeenten
referentie betreft bijlage(n)
bezoekadres Churchilllaan n 3527 GV Utrecht t 030 - 298 34 00 info@jeugdzorgnederland.nl www.jeugdzorgnederland.nl
20210068/HS/PvdL/YvA/SV/mg Arbeidsmarkt jeugdzorg
Utrecht, 9 november 2021
Geacht college, geachte raad, Er is veel aandacht voor de gemeentelijke tekorten bij jeugdzorg. Minder aandacht lijkt er te zijn voor de financiële situatie van de systeempartijen in het jeugdzorgstelsel: de grotere organisaties die vaak al langer bestaan en een breed scala aan expertise en 24/7 (crisis)hulp in huis hebben, waardoor ze snel kunnen op- en afschalen en kunnen bieden wat nodig is voor jongeren en hun ouders. Zij zijn de spil in het netwerk met andere aanbieders en zijn er in principe voor alle jongeren die hulp nodig hebben, ook als er meerdere problemen spelen. Ze zijn kennis- en expertisecentrum en leiden jeugdzorgprofessionals op. Naast het leveren van hulp aan een individuele cliënt, hebben zij dus een veel bredere rol en functie in het jeugdhulpstelsel. Het gaat om aanbieders van jeugd- & opvoedhulp en de Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Juist deze jeugdzorgorganisaties staan er financieel vaak slecht voor. De Jeugdautoriteit1 merkt 36% van de jeugdhulpaanbieders met een omzet boven 2 miljoen euro aan als 'hoog risico op discontinuïteit van hulpverlening' en 40% als 'middel risico op discontinuïteit van hulpverlening' op basis van hun financiële positie.
Intrakoop2 constateert recent op basis van de jaarcijfers over 2020 dat ruim de helft van de jeugdzorginstellingen een weerstandsvermogen onder de gangbare norm van 15% heeft. Ook boekten 54 jeugdzorginstellingen in hun onderzoek rode cijfers, ruim 20 procent van de onderzochte organisaties. De jeugdzorgorganisaties met een negatief resultaat in 2020 lichten toe dat deze verliezen vooral worden veroorzaakt door tarieven onder kostprijs en de toenemende krapte op de arbeidsmarkt, waardoor de personeelskosten stijgen en er meer flexibele krachten en zzp'ers moeten worden ingehuurd.
1 https://www.jeugdautoriteit.nl/documenten/rapporten/2021/02/05/rapport-financiele-positie-jeugdhulpaanbieders-2019 2 https://www.intrakoop.nl/nieuws/details/2021/10/26/jeugdzorg-boekt-ln-2020-beter-resultaat-maar-blijft-kwetsbaar
versterkt de zorg voor jeugd
jeugdzorg nederLand De discussie over te lage tarieven loopt al jaren3. Er zijn rechtszaken geweest, er is wetgeving in de maak om te komen tot een Algemene Maatregel van Bestuur met bouwstenen voor reële tarieven4 en de Tweede Kamer nam recent een motie5 aan die oproept om te komen tot een landelijk tarief (en een landelijk uniforme verantwoording) voor de jeugdbeschermingsorganisaties. Het geldgebrek bij jeugdzorgorganisaties belemmert de transformatie en innovatie, leidt tot wachtlijsten en vergroot de arbeidsmarktproblematiek. Deze brief gaat over dat laatste. Vorige maand stuurden wij een brandbrief6 aan de VNG over de arbeidsmarktproblematiek voor de jeugdsector. Via de VNG hoopten wij met deze brief alle gemeenten te bereiken. Uit signalen die wij van onze leden ontvangen, maken wij op dat de urgentie van onze zorgen nog lang niet bij alle gemeenten zijn doorgekomen. Afgelopen week ontving u, net als wij, een ultimatum7 van de vakbonden. Even los van de specifieke eisen van de bonden, constateren wij met hen dat de werkdruk enorm hoog is en dat jeugdzorgwerkers belangrijk en zwaar werk doen. Onze medewerkers verdienen een fatsoenlijke cao en betere waardering8.
En hoewel de extra 1,3 miljard euro die gemeenten in 2022 krijgen voor jeugdzorg nu formeel alleen nog voor dat ene jaar geregeld is, is wel duidelijk dat een nieuw kabinet ook voor de jaren daarna met een substantiële extra bijdrage over de brug zal moeten komen, in lijn met de uitspraak in de arbitragezaak tussen rijk en gemeenten. Daarmee is er voldoende perspectief voor gemeenten om structurele maatregelen te nemen die bijdragen aan een beter werkend jeugdzorgstelsel. Het gebrek aan financiële ruimte bij de werkgevers heeft een directe invloed op de toenemende arbeidsproblematiek in de jeugdzorg. Werkgevers missen de financiële ruimte om een passend loonbod te doen. Salariëring en secundaire arbeidsvoorwaarden spelen een belangrijke rol in de mate waarin de sector medewerkers weet aan te trekken en behouden. Waar het ontbreekt aan reële (en geïndexeerde) tarieven voor jeugdzorgaanbieders, ontstaat een neerwaartse spiraal: het hoge verloop en verzuim verhoogt de werkdruk op de overgebleven professionals. Waardoor ook zij vertrekken en de kwaliteit ernstig onder druk komt te staan. We zagen jeugdzorgorganisaties omvallen of een cliëntenstop invoeren. Dat lijken nu nog incidenten, maar als deze neerwaartse spiraal niet snel wordt doorbroken dan verwachten we soortgelijke problemen bij veel meer organisaties.
Wij maken ons hierover ernstig zorgen omdat de zorg voor de meest kwetsbare kinderen hierdoor nog verder in het gedrang komt. Met onze leden gaan we de komende periode in gesprek over de ondergrens en welke drastische stappen mogelijk nodig zijn als die ondergrens bereikt wordt. We merken dat de temperatuur in onze vereniging oploopt en vrezen dat deze ondergrens bij een aanzienlijk aantal organisaties echt in zicht is. Daarom doen we een dringend beroep op u om in gesprek te gaan met de jeugdzorgorganisaties die u gecontracteerd heeft en hen in de tarieven en indexatie substantiële ruimte te bieden om het tij te keren. Bovenop de al lopende (of soms al afgeronde) discussies over tarieven en kostprijzen in het algemeen, gaat het nu dan zeer specifiek over de indexatie die (op korte termijn) nodig is om de
3 https://www.jeugdzorgnederland.nl/actueel/goede-zorg-fair-tarief/ 4 https://vng.nl/artikelen/indexatie-bij-inkoop-jeugdhulp-en-wmo-ondersteuning 5 https://www.jeugdzorgnederland.nl/actueel/tweede-kamer-landelijk-minimumtarief-voor-jeugdbescherming/ 6 https://www.jeugdzorgnederland.ni/wp-content/uploads/2021/10/2021-10-20-Brief-VNG-arbeidsmarkt-injeugdzorgdomeln.pdf 7 https://www.fnv.nl/nieuwsbericht/sectornieuws/zorg-welzijn/2021/ll/zorgvakbonden-stellen-ultimatum-aan-jeugdzorg 8 https://www.jeugdzorgnederland.nl/actueel/jeugdzorgprofessionals-verdienen-meer-waardering-vinden-ook-werkgevers/
2
jeugdzorg nederLand arbeidsmarktproblematiek te tackelen. Het gaat dan zowel om het overnemen van de hogere Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) vanwege de landelijke afspraken over hogere zorgsalarissen9 als om een extra bijdrage om de specifieke arbeidsmarktproblematiek in de jeugdzorg aan te pakken. Als u de jeugdzorgorganisaties voldoende financiële ruimte biedt, kunnen wij namens hen alsnog een toekomstbestendige cao afsluiten. Dat is hard nodig en ook in het belang van uw inwoners die op deze zorg zijn aangewezen. Met vriendelijke groet.
9 https://www.rljksoverheid.nl/mlnlsterles/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-ensport/documenten/kamerstukken/2021/09/23/kamerbrief-over-reactie-op-motie-leden-hljlnk-en-bikker-om-extra-financielemiddelen-vrij-te-maken-voor-zorgsalarissen
3 Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)