CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijst van ingekomen stukken 1-5 t/m 31-5

Raadsvergadering 10 juni 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen30.065 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Deze kan ten aller tijden gewijzigd worden. Het biedt voor omwonenden onvoldoende zekerheid. Gevraagd wordt om dit hard in de regels van het bestemmingsplan vast te leggen. Daarnaast is het zo dat louter om financiële redenen eerst woningen buiten de kern worden gerealiseerd en pas later de herstructurering in de kern plaats vindt. Dit is allereerst niet in de toelichting van het bestemmingsplan onderbouwd en dus niet door ons na te gaan.

9/26

Daarnaast wordt opgemerkt dat vooralsnog op de locatie Vos geen woningen mogen worden gebouwd, omdat dit zo tussen ontwikkelaar en gemeente is afgesproken louter vanwege financiële redenen. Dit is geen ruimtelijk relevante reden. Het bestemmingsplan is op dit punt dan ook niet onderbouwd. 6. Landschapsplan Bommelerwaard In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat een van de beleidsuitgangspunten van het landschapsplan het behoud en terugbrengen van doorzichten is vanaf de oeverwallen naar komgebieden en uiterwaarden. Dit staat haaks op het toestaan van een appartementencomplex op de oeverwal. Hierdoor verdwijnt er juist een doorzicht vanaf de oeverwal naar het komgebied. Als reactie hierop is aangegeven dat het plan een doorkijk geeft naar de achterliggende komgronden, langs het appartementencomplex. Aan beide zijden van het appartementencomplex zou een open ruimte van 15 meter komen dat uitzicht biedt op de groenstructuur. Gesteld wordt dat het zicht niet verdwijnt, omdat het zicht er nooit is geweest en er momenteel loodsen in het plangebied staan die het zicht op de komgronden wegnemen. Het appartementencomplex krijgt met een breedte van circa 18 meter en (met toepassing van de 10% afwijkingsmogelijkheid van maten) een hoogte van maximaal 12,10 meter, waardoor een complex van 4 bouwlagen kan ontstaan.

De huidige bedrijfsbebouwing van het Vosterrein mag maximaal 6 m hoog zijn. De bouwhoogte mag dadelijk 12,10 m hoog worden en wordt dus verdubbeld! Hoezo ontstaat er dan meer openheid? Natuurlijk zullen er in beperkte mate ‘doorzichtjes’ zijn. Feit blijft dat het doorzicht door het appartementencomplex voor het overgrote deel wordt afgeblokt en veel hoger mag worden dan de loodsen die nu verderop het terrein staan. Er kan niet anders geconcludeerd worden dat het appartementencomplex haaks staat op het ‘behoud en terugbrengen van doorzichten vanaf de oeverwallen’ en hiermee dus in strijd is. Visueel wordt dit nog versterkt door het grote blok bebouwing met rug-aan-rug woningen dat er kort achter is getekend. 7. Verkeersbewegingen en verkeersveiligheid Kapelstraat In de inspraakreactie zijn we ingegaan op de verkeerssituatie van de Kapelstraat. In de toelichting wordt aangegeven dat er van wordt uitgegaan dat de te realiseren woningen op een werkdag 1.065 verkeersbewegingen veroorzaken. Verder is aangegeven dat het huidige aantal autobeweringen op de Kapelstraat in totaal 1.469 bewegingen per etmaal bedraagt op een werkdag. Dit is een toename van 72% van verkeer op de Kapelstraat. Weliswaar wordt gesteld dat dit past binnen een verblijfsgebied, doch het karakter van de straat en het gebied zal door een toename van 72% enorm veranderen en heeft grote gevolgen voor de aanwonenden.

De Kapelstraat is een smal weggetje van minder dan 5 m breed zonder apart voet- en fietspad, waar regelmatig ook nog eens auto’s langs geparkeerd staan en ook vrachtverkeer gebruik van maakt. Niet is onderzocht wat deze enorme toename aan autoverkeer voor effect heeft op de veiligheid van voetgangers en

10/26

fietsers. Dit speelt temeer nu door het nieuwe woongebied er ook een behoorlijke toename aan fietsers en voetgangers te verwachten is. Het simpel verlagen van de maximale snelheid naar 30 km/u en het aanleggen van enkele plateaus, zo hier al sprake van zal zijn, is volstrekt onvoldoende. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat de toename als goed passend binnen een verblijfsgebied wordt gezien en dat bij de uitwerking van de plannen om de Kapelstraat af te waarderen naar 30 km/u bekeken wordt welke en hoeveel maatregelen nodig zijn. Verwezen wordt naar bijlage 7 van de regels. In de ‘Memo verkeerskundige onderbouwing ‘de Meander’, Nederhemert (bijlage 7)’ is aangegeven dat op de twee punten waar De Meander aansluit op de Kapelstraat, er verkeersplateaus worden aangelegd en dat de Kapelstraat wordt gedowngrade naar verblijfsgebied met een maximumsnelheid van 30 km/u. Aangegeven is dat de Kapelstraat mogelijk 50 km/u blijft. In dat geval dient gewerkt te worden met uitritconstructies. De inrichting van de Kapelstraat blijft ongewijzigd. Het zou logischer zijn om eerst de Kapelstraat her in te richten en pas daarna met het realiseren van het nieuwe woongebied te starten.

In het rapport waar naar wordt verwezen wordt niet ingegaan op de huidige inrichting van de Kapelstraat (smalle straat met langsparkeren, zonder apart voet- en fietspad en met vrachtverkeer) en ook niet op de toekomstige situatie van de Kapelstraat waar nog zeker 10 jaar veel vrachtverkeer zal rijden vanwege bouwverkeer en de voortzetting van het transportbedrijf. De toelichting van het bestemmingsplan is op dit punt dan ook onvoldoende onderbouwd. 8. Verkeersbewegingen en verkeersveiligheid Maasdijk In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat uitsluitend is gekeken naar de effecten van de verkeerstoename op de Kapelstraat. Ook voor de omliggende wegen dient inzichtelijk gemaakt te worden wat de effecten zijn van de verkeerstoename. Verkeer dat naar de A2 gaat zal over de Maasdijk rijden. Ook dit is een smalle weg zonder vrijliggend fiets- en voetpad. De toename van verkeer zal ook hier leiden tot overlast en verminderde verkeersveiligheid. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat dit een probleem wordt. De verkeersintensiteiten nemen lokaal toe maar de verwachte aantallen zijn niet ongebruikelijk voor dergelijke wegen. Mogelijk dat de intensiteiten niet ongebruikelijk zijn. We vragen ons wel af waar mee wordt vergeleken.

De Maasdijk en Kapelstraat zijn smalle wegen zonder apart voet- en fietspad, met vrachtverkeer, waarbij de hoeveelheid vrachtverkeer toe gaat nemen. Het is dus niet zomaar een willekeurige doorsnee weg. De gemeente schrijft dit eenvoudig weg door te stellen dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat dit een probleem wordt. Dat is te kort door de bocht. Zonder gedegen plan van aanpak hoe de Maasdijk en Kapelstraat worden heringericht, zodat er nu en in de toekomstige situatie met bouwverkeer, veilig gebruik gemaakt van kan worden door kwetsbare verkeersdeelnemers (voetgangers en fietsers), is dit volstrekt onacceptabel en onvoldoende gemotiveerd. Bij een bestemmingsplanherziening dient inzichtelijk

11/26

gemaakt te worden wat de gevolgen zijn voor het aansluitende omliggende gebied. Dat is hier niet althans onvoldoende in beeld gebracht. De verkeersveiligheid van de Maasdijk wordt nog verminderd door een extra toegang voor fietsers en wandelaars nabij Maasdijk 8. De Maasdijk is nu al niet veilig. Door een extra toegang wordt gestimuleerd om de Maasdijk mee te nemen in een ommetje. De verkeersveiligheid van de Maasdijk en Kapelstraat wordt bovendien verminderd doordat de noordelijke ontsluiting op de Kapelstraat mogelijk niet gebruikt kan worden doordat de bestaande schuur van het agrarisch bedrijf op de verbeelding is aangeduid met een medebestemming ‘agrarisch’. De schuur staat op de plek waar de ontsluitingsweg is voorzien. 9. Lichthinder In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat het nieuwe woongebied voor een belangrijk deel wordt ontsloten tegenover de woning gelegen aan Kapelstraat 7a. Verkeer richting het zuiden en oosten zal via de Kapelstraat en Maasdijk richting A2 rijden. Gevreesd wordt voor overlast van inschijnende koplampen van auto’s welke het nieuwe woongebied verlaten. Gevraagd wordt om het nieuwe woongebied op een andere wijze te ontsluiten.

Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat de toekomstige in-uitrit van het plangebied op exact dezelfde locatie komt als de huidige entree van het terrein en dat de uitrit tussen de twee woningen aan de overzijde van de straat komt te liggen, zodat inschijnende koplampen zo veel mogelijk worden voorkomen. Verder wordt door de gemeente opgemerkt dat de woning Kapelstraat 7a bijna een volledige blinde gevel naar de Kapelstraat heeft. Als eerste wordt opgemerkt dat het plan De Meander een toename van 1.065 verkeersbewegingen per etmaal teweeg brengt. Dat is aanzienlijk meer dan dat het transportbedrijf nu aan verkeersbewegingen heeft. Daarnaast betreft het hier een Tsplitsing en hebben we dus te maken met afdraaiend verkeer. Ook al is de uitrit voor een deel tussen de tegenovergelegen woningen gesitueerd, er schijnen koplampen naar binnen omdat het verkeer afdraait. Inschijnende koplampen worden dus niet voorkomen zoals de gemeente stelt en deze schijnen binnen via het raamkozijn van de woonkamer en raamkozijn van de slaapkamer op de 1e verdieping, dus niet een bijna blinde gevel zoals door de gemeente wordt gesteld. Dit bezwaar wordt eenvoudig door de gemeente weggeschreven, zonder een onderzoek te doen naar de hinder van inschijnende koplampen en de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan.

We verzoeken u dan ook om het woongebied op een andere wijze te ontsluiten, dan wel maatregelen te onderzoeken om lichthinder te voorkomen of te beperken. 10. Parkeren a. In de inspraakreactie hebben we verzocht om het ontwerp aan te passen, waarbij het parkeerterrein niet meer grenst aan de achtertuinen van de bestaande woningen aan Maasdijk 12 en Maasdijk 12a. Op 6 meter afstand van het parkeerterrein bevindt zich

12/26

een bijgebouw van Maasdijk 12a waar de bewoners veelvuldig verblijven. Het zwembad van de bewoners aan Maasdijk 12 bevindt zich slechts op een afstand van 5,5 m van het parkeerterrein. Gevreesd wordt voor geluidsoverlast, lichthinder, vermindering privacy, stankhinder en warmteoverlast in de zomer door de grote asfaltoppervlakte. Het woon- en leefklimaat van deze bewoners wordt onaanvaardbaar aangetast door een dergelijk groot parkeerterrein op korte afstand. Als reactie hierop gaat de gemeente alleen in op de warmteoverlast door de grote oppervlakteverharding. Op de andere punten wordt hier ingegaan. Deze worden hier als herhaald en ingelast beschouwd. Zo is onder meer geen akoestisch onderzoek gedaan naar de geluidbelasting als gevolg van het parkeren op de omliggende woningen. Daarnaast geeft de gemeente aan dat circa 5 parkeerplaatsen verlegd worden buiten dit parkeerterrein om extra groen te realiseren. Waar komen die parkeerplaatsen en welke parkeerplaatsen worden verlegd? b. Verder hebben we in de inspraakreactie aangegeven dat er grote beeldbepalende volwassen bomen vlak langs de voorgestelde parkeerplaatsen staan. Deze dienen behouden te blijven. Door het aanleggen van de verharding wordt schade aan de kroon van de bomen en wortels gevreesd. Ook door ophoging van gronden kan schade aan de bomen ontstaan.

Een onderzoek naar effecten van het aanleggen van de verharding op de bomen en het ophogen van gronden (bijvoorbeeld in de vorm van een BEA) ontbreekt in het plan. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat de bomen niet in het plangebied liggen en dat de bomen gehandhaafd blijven en dat later in de civiele uitwerking wordt bekeken hoe de bestrating wordt aangelegd om de groeiomstandigheden niet te belemmeren. We weten dat de bomen niet in het plangebied liggen. Toch kan er schade aan de bomen ontstaan indien verharding wordt aangebracht op korte afstand van de bomen. Zonder dit in het kader van het bestemmingsplan te onderzoeken, kunnen de parkeerplaatsen niet zondermeer aangelegd worden en verzoeken we om onder de kruin van de bomen een groenbestemming te leggen. Een deel van de parkeerplaatsen zal hierdoor elders gerealiseerd dienen te worden. c. Verder hebben we in de inspraakreactie aangegeven dat in het PVE is opgenomen: “In het stedenbouwkundig plan dient in een vroegtijdig stadium rekening te worden gehouden met de kwaliteit van deze parkeerplaatsen in de woonomgeving, zonder dat dit de functionaliteit ondermijnt.” Het toch al forse volume aan appartementen in de Maasdijkzone brengt ook nog een forse concentratie aan parkeerplekken met zich mee, op een plek waar monumenten aan grenzen.

Bovendien moet een historisch pand wijken (boerenschuur achter Maasdijk 12a uit 1920) en wordt het open groen, dat in de diverse nota’s als wezenlijk en behoudens waardig wordt omschreven, opgeofferd. Van alle locaties waar parkeren voorstelbaar is, is dit wel de minst wenselijke.

13/26

Afbeelding grote parkeerplaats tegen tuinen bewoners Maasdijk

De gemeente geeft aan dat de parkeerplaats het minst in het zicht ligt op deze locatie en dat de schuren die gesloopt worden geen monumentale waarde hebben. Verder wordt aangegeven dat er geen sprake is van open groen. Mogelijk ligt de parkeerplaats het minst in het zicht, maar ligt wel in het zicht van de bewoners van Maasdijk 12 en 12a, ondanks de voorgeschreven haag van 1 m hoog. Behalve zicht wordt gewezen op de andere aspecten (geluidsoverlast, lichthinder, verminderde privacy, stankhinder en warmteoverlast) waar hiervoor al op is gewezen. Daarnaast vragen we ons af waarom de gemeente een parkeerplaats het minst in het zicht wil hebben. Hoe zit het met de sociale veiligheid? Is dat onderzocht? Bovendien speelt mee dat de gronden opgehoogd gaan worden. Er kan wel een haag komen van 1 m hoog, maar als de gronden vervolgens 1 m opgehoogd worden heeft dat geen zin. Door het ophogen van gronden is er nog meer zicht op tuinen van omwonenden. We verzoeken om daar rekening mee te houden. Verder is de te slopen schuur weliswaar geen monument, maar heeft mogelijk wel cultuurhistorische waarde. Het betreft immers een boerenschuur van meer dan 100 jaar oud, met een relatie met omliggende monumentale panden. Sinds de wetswijziging van 5 juli 2011 van het Besluit ruimtelijke ordening dient ieder nieuw bestemmingsplan een analyse van cultuurhistorische waarden te bevatten.

Door het verankeren van cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan vermindert volgens de memorie van toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening. Er dient dus verder gekeken te worden dan alleen naar monumenten. In de toelichting is globaal ingegaan op de cultuurhistorische waarden waarbij verwezen is naar een gemeentebrede cultuurhistorische inventarisatie uit 2011 en een provinciale

14/26

cultuurhistorische kaart. In deze inventarisaties is niet het gehele plangebied onderzocht en is uitsluitend gekeken naar waterkeringen, monumenten en oude woongronden. 11. Beeldkwaliteitsplan In de inspraakreactie hebben we opgemerkt dat uit pagina 21 van het ‘Beeldkwaliteitsplan De Meander’ welke als bijlage 10 bij de toelichting is gevoegd blijkt, dat ter afscherming van het parkeerterrein direct ten noorden van de achtertuinen van Maasdijk 12 en 12a het plan voorziet in een bladhoudende haag (beuk) van 0,80 m hoog. Het is duidelijk dat dit volstrekt onvoldoende is om de privacy te kunnen waarborgen van de bewoners. Te meer nu aangegeven wordt dat de grond eerst opgehoogd wordt. Indien de grond 1 meter opgehoogd wordt, ziet men een haag van 0,80 m niet eens staan en een haag van 2 m hoog kijkt men ook zo overheen. De gemeente geeft in haar reactie aan dat een haag van 0,80 m inderdaad niet volstaat en er voor gezorgd wordt dat de haag 1,80 m hoog wordt op deze erfgrens. Dit wordt in het beeldkwaliteitsplan aangepast. In het beeldkwaliteitsplan is op pagina 21 aangegeven dat de hoogte van de haag (indien het een struweelhaag wordt, zowel struweelhaag als beukenhaag zijn groen weergegeven) minimaal 1 m hoog wordt. Daarmee is niet gezegd dat de haag 1,80 m hoog wordt. Bij een ophoging van gronden stelt die hoogte niet veel voor en kijkt men er nog overheen.

Verzocht wordt om hier een minimaal 3 m hoge, in de winter bladhoudende haag aan te leggen en dit vast te leggen in het beeldkwaliteitsplan en in het bestemmingsplan (via een voorwaardelijke verplichting). We vragen ons hoe een gewenste beeldkwaliteit bereikt kan worden met drie grote bouwmassa’s en een groot parkeerterrein dicht bij monumenten. De drie massale blokken hebben geen relatie met de veel lagere vrijstaande en half vrijstaande woningen in de omgeving. Er zijn enkele referentiebeelden opgenomen van woningen op een klein stuk van de Maasdijk. Er zijn veel meer historische panden langs de Maasdijk en Kapelstraat die als referentie opgenomen dienen te worden. 12. Welstand, beeldkwaliteit en cultuurhistorie a. In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat in de toelichting een paragraaf cultuurhistorie is opgenomen waar onder meer wordt ingegaan op de Provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Hierop is te zien dat in het plangebied verschillende waardevolle elementen zijn gelegen. Niet is aangegeven of en hoe deze elementen in het plan behouden kunnen blijven. Als reactie wordt door de gemeente aangegeven dat de aanduidingen te maken hebben met de watergang en waardevol open komgebied en dat de watergangen worden geïntegreerd.

15/26

Dat is bijzonder, omdat de gemeente zelf in haar toelichting (pagina 43) aangeeft: “De planlocatie is deels een oude ontginning in de kom, een waardevol open komgebied. Het versterken van de regionale identiteit en eigenheid van Gelderland is een ambitie uit het uitvoeringsprogramma Cultuur & Erfgoed.” Hoe wordt omgegaan met het de oude ontginning in de kom, het waardevol open komgebied? Hoe wordt deze regionale identiteit en eigenheid versterkt door dit plan? b. In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat in de toelichting is aangegeven dat Kapelstraat 24 een gemeentelijk monument is en behouden blijft. Verder is aangegeven dat op de gemeentelijke cultuurhistorische kaart er voor de locatie geen belemmeringen aanwezig zijn. Dat is te kort door de bocht. In de directe nabijheid van het plangebied liggen verschillende gemeentelijke monumenten en andere cultuurhistorische elementen. Bij de planontwikkeling dient daar rekening mee gehouden te worden. Zo zijn de panden Maasdijk 8, Maasdijk 12, Maasdijk 12a, Maasdijk 14, Maasdijk 16, Kapelstraat 1 en 2 aangewezen als gemeentelijk monument. Bij Maasdijk 12a is zowel de schuur-bedrijfsruimte als de hooiberg aangewezen als gemeentelijk monument. In het bestemmingsplan dient onderbouwd te worden hoe in het plan rekening is gehouden met het behoud van de monumenten.

Het op korte afstand van het gemeentelijk monument Maasdijk 12 toestaan van een appartementencomplex en rug-aan-rug woningen, getuigt er niet van dat de cultuurhistorische belangen hier evenredig meegewogen zijn. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat er monumenten rondom het plangebied liggen en dat de waarde van de monumenten is ingegeven door de bebouwing zelf en niet zozeer dor belendende bebouwing. Het monument zou niet worden aangetast door het bestemmingsplan. Oud en nieuw zouden goed naast elkaar kunnen bestaan. We zijn het ermee eens dat oud en nieuw goed naast elkaar kan bestaan. Daar plaatsen we wel een belangrijke kanttekening bij. Er zijn genoeg voorbeelden te noemen waar dit een totale mislukking is geworden. Het is dan ook evident om in een vroeg stadium van de planvorming de omliggende monumenten bij het plan te betrekken.

We verzoeken u dan ook om voor het gebied een Cultuurhistorische Effectrapportage (Cher) op te stellen met daarin onder meer: • een beschrijving van de geschiedenis van het gebied om de bestaande situatie te kunnen plaatsen; • een gedetailleerde inventarisatie van de cultuurhistorische waarden van het gebied; • een beschrijving van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen en de effecten daarvan op de cultuurhistorische waarden; • een aanbeveling over hoe bij de geplande ruimtelijke ingrepen de cultuurhistorische waarden kunnen worden behouden of zelfs versterkt. Daarnaast speelt mee dat in de redengevende beschrijving van de monumenten stedenbouwkundige criteria opgenomen zijn. Zo is opgenomen “onderdeel van een historisch gegroeid dijklint en daarin een beeldbepalende rol spelend; een ensemblewaarde in relatie met de omringende bebouwing.”

16/26

Bij de aanwijzing tot monumenten is de samenhang van de gebouwen, de gebouwen zelf en de relatie met de omgeving van belang geweest. Het huidige plan doet het beeld van het historisch gegroeide dijklint geweld aan en is daarmee in strijd. Gezien de beantwoording van het college worden de monumenten die tegen het plangebied aanliggen, los gezien van de nieuw op te richten bebouwing. Door een Cher in een vroeg stadium van de planvorming op te stellen kan de cultuurhistorische waarde in de belangenafweging worden meegenomen. We verzoeken dan ook om een Cher op te stellen en daardoor bij de planvorming rekening te houden met de omliggende monumenten. c. In de inspraakreactie zijn we ingegaan op de hoogte van het appartementencomplex. Het appartementencomplex kan 11 m hoog worden en met toepassing van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid zelfs 12,10 m. De bouwhoogte wordt volgens artikel 2.6 van de regels gemeten vanaf peil. Onder peil wordt verstaan: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. Door ophoging van gronden kan het gebouw zelfs nog fors hoger worden. We hebben verzocht, nu de bouwhoogte van het appartementencomplex zo nauw komt, om de hoogtemaat niet vast te leggen gemeten vanaf peil maar gemeten vanaf N.A.P.

Verder hebben we verzocht om de afwijkingsbevoegdheid om maten met 10% te kunnen verhogen niet van toepassing te verklaren op het appartementencomplex nabij Maasdijk 12. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat in al de bestemmingsplannen een standaard bepaling wordt opgenomen voor peil. Daarnaast wordt opgemerkt dat in het PvE is opgenomen dat straatpeilen t.o.v. het grondwater een drooglegging dienen te hebben van minimaal 1,00 m en dat woningpeilen 0,30 m boven straatpeilen dienen te worden aangelegd. De reactie van de gemeente is vreemd omdat het peil in een bestemmingsplan heel wat anders is dan straatpeil ten opzichte van het grondwater. Dat laatste heeft te maken met de grondwaterstand in een gebied, welke mede wordt bepaald met de drooglegging. Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het zomerwaterpeil in de sloot ligt (zie afbeelding hieronder).

17/26

In dit geval dient volgens het PvE het straatpeil minimaal 1 meter boven het oppervlaktewaterpeil te liggen. Dit is om grondwateroverlast in het gebied te voorkomen en heeft dan ook niets te maken met hoe peil in een bestemmingsplan gelezen moet worden. In artikel 2 wijze van meten is in lid 2.9 peil als volgt gedefinieerd: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. Indien de hoofdtoegang van het appartementencomplex aan een weg komt te liggen, kan de weg ter plaatse van het appartementencomplex hoger worden aangelegd. In het PvE staat immers dat de drooglegging minimaal 1 meter dient te bedragen. Dat mag dus ook hoger zijn. Daarbij kan toch voldaan worden aan de maximale bouwhoogte en kan het appartementencomplex flink hoger komen te liggen. Het appartementencomplex kan zelfs op een soort ‘terp’ komen liggen en flink opgehoord worden. Dit alles is niet te voorkomen in de huidige regels van het bestemmingsplan en stuit tot grote bezwaren bij omwonenden. Indien de hoofdtoegang van het appartementencomplex niet aan een weg komt te liggen, wordt het peil gemeten door de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. Het terrein kan hierdoor meters opgehoogd worden.

En na die meters ophoging begint men pas te tellen met de maximale bouwhoogte van 11 meter. De maximale bouwhoogte is hier dan ook een farce en stelt niets voor. Door deze eenvoudige truc toe te passen kan voor het appartementencomplex een hoogte bereikt worden welke ruim boven de omliggende bebouwing uitsteekt. Om dit te voorkomen wordt nogmaals verzocht om de bouwhoogte en goothoogte, zoals omschreven in artikel 2 van de regels, niet te meten vanaf peil maar van af de bestaande hoogte N.A.P. We begrijpen dat de gemeente voor al haar bestemmingsplannen zoveel mogelijk standaard begripsbepalingen nastreeft. Echter dit plan vergt maatwerk gezien de ligging bij de dijk en in de directe nabijheid van monumenten. Het is dus goed te motiveren waarom in dit bestemmingsplan niet gekozen wordt voor de standaardbepaling die de gemeente in haar bestemmingsplannen hanteert, maar er in dit geval een andere bepaling geldt in de wijze van meten.

18/26

Dat geldt ook voor de 10% afwijking in maten. De gemeente geeft aan dat het wenselijk is om de 10% afwijkingsbevoegdheid in het plan te houden, bijvoorbeeld voor afwijkingen tijdens de bouw of indien dit nodig is vanuit bouwtechnische eisen. Voordat men begint met bouwen weet een aannemer wat de bouwhoogte van een gebouw moet worden. Hij dient zich aan de bouwtekening te houden. Ook technische eisen zijn vooraf al bekend. Een architect weet wat de maximale bouwhoogte is en dient bij het ontwerp daar rekening mee te houden. Ook hiervoor geldt dat we begrijpen dat de gemeente graag zoveel mogelijk aan haar standaard vasthoudt, doch maatwerk is hier zeker gewenst. De bouwhoogte komt hier zeer nauw. Vandaar nogmaals het verzoek om bij het op te richten appartementencomplex nabij de dijk de 10% afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing te verklaren. Door toepassing van de 10% vrijstelling kan er een appartementencomplex opgericht worden in 4 bouwlagen. Deze stedelijke hoogbouw past totaal niet in de kleinschalige, open bebouwing van het dorp, welke veelal gebouwd is in 1 bouwlaag met kap. Verzocht wordt dan ook om voor het appartementencomplex, rug-en-rug woningen en rijwoningen nabij de rug-en-rugwoningen en appartementencomplex te regelen dat hier de 10% afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing is en dat gemeten worde vanaf N.A.P.

Behalve de hoogte van het appartementencomplex wordt ook gewezen op de hoogte van alle toegestane gebouwen in het plan. De maximale bouwhoogte van woningen bedraagt 11 meter. Met toepassing van de 10% afwijkingsbevoegdheid kan dat 12,10 m worden. De omliggende woningen mogen maximaal 7 en 9 m hoog worden, waarbij de goothoogte maximaal 4 m bedraagt Het betreft dus 1 laag met kap, terwijl het nieuwe plan 2 bouwlagen met kap toestaat. Samen met de grondophoging komt de nieuwe woonwijk hoog boven de bestaande kern uit te steken. Dit stedelijke karakter (hoge woningen samen met de grotere dichtheid) past niet in de dorpse omgeving van de kern Nederhemert. d. In de inspraakreactie zijn we ingegaan op de historische bebouwing langs de Maasdijk, welke voornamelijk bestaat uit één bouwlaag met kap met rondom veel ruimte of een relatie tussen de gebouwen en een achtergelegen strook groene weidegrond. De voorgestelde bebouwing langs de Maasdijk sluit wat betreft dichtheid en bouwmassa niet aan bij de historische en goeddeels intacte monumentale historische bebouwing langs de Maasdijk. De dichtheid van de voorgestelde bebouwing nabij de Maasdijk is erg hoog, circa 22% van de wooneenheden is hier gesitueerd. Bovendien wordt het silhouet, zoals zichtbaar vanaf het water en de Maasdijk, verstoord door de forse bouwmassa van rugaan-rug- en appartementencomplex.

Los van de kritiek dat vroeger rug-aan-rug woningen verboden waren in de woningwet, leidt dit tot ongewoon forse afmetingen in een gebied waar juist openheid geëist wordt. De voorgestelde rug-aan-rug woningen en het appartementencomplex zijn te groot, te hoog en te dicht bij elkaar gelegen om in te passen in de bestaande historische bebouwing (zie onderstaande afbeelding waar dit inzichtelijk is gemaakt). Het naastgelegen monument (Maasdijk 12) heeft een goothoogte van 4,80 m en een nokhoogte van 9,50 m, waarbij het peil van de vloer van woning circa 0,5 m onder het peil van de weg is gelegen. Maasdijk 10 is een stuk van de dijk afgelegen en komt maar voor een klein deel boven de dijk uit. De nieuwe bebouwing van het appartementencomplex zou wat betreft volume en goot- en nokhoogte moeten aansluiten op de bestaande bouwhoogte van Maasdijk 10 en voldoende ruimtelijk

19/26

opgezet moeten zijn om in de historische bestaande bouw in te kunnen passen. Op de onderstaande afbeelding is dit inzichtelijk gemaakt.

Afbeelding bouwhoogte historische bebouwing en openheid

De reactie van de gemeente hierop is dat de bebouwing vanaf de Maasdijk niet ervaren wordt als 2 lagen + kap, maar lager omdat de helft van de woning onder/achter de dijk ligt. We hebben de hoogtekaart Nederland geraadpleegd. Hierop is te zien dat de hoogte direct achter de dijk 3,28 m +NAP bedraagt. Indien men de maximale bouwhoogte van het appartementencomplex inclusief 10% afwijking erbij optelt (11 m + 1,1 m = 12,10 m), komt men aan 15,38 m +NAP. De hoogte van de woning Maasdijk 12 bedraagt 16,32 +NAP. Er zit nu dus nog minder dan 1 meter hoogteverschil in. Daar komt nog bij dat de gemeente aangegeven heeft dat de grond opgehoogd gaat worden. Het hoogteverschil wordt dus nog minder. Bij een ophoging van 0,94 meter wordt het appartementencomplex even hoog als de woning aan Maasdijk 12. Het klopt dus niet wat de gemeente aangeeft dat de bebouwing vanaf de Maasdijk lager wordt ervaren dan de woning aan Maasdijk 12. Om er voor te zorgen dat het plan overeen komt met het vereiste van de gemeente dat het appartementencomplex vanaf de Maasdijk lager is dan de bestaande bebouwing die direct aan de dijk grenst, verzoeken we om voor het appartementencomplex een maximale bouwhoogte op te nemen van 8,47 m +NAP. Dat is de bouwhoogte van de woning Maasdijk 10 (9,32 m +NAP) minus 10% afwijkingsbevoegdheid.

20/26

e. In de inspraakreactie zijn we ingegaan op de Welstandsnota 2017. We hebben aangegeven dat op pagina 21 en 22 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de Welstandsnota 2017. Gesteld wordt dat in de nota het plangebied grotendeels getypeerd is als ‘keuze’ en deels langs de Kapelstraat en Maasdijk, strikter, als ‘respect’. Over ‘respect’ gebieden wordt aangegeven: In ‘respect’-gebieden worden de essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw/landschap/landschap en architectuur gerespecteerd. Het uitgangspunt: passen bij de omgeving en vloeiende overgangen in de hoofdopzet van de omgeving. Het middel: afstemmen op bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over”. Uit het bestemmingsplan blijkt niet hoe de toekomstige bebouwing aan de Maasdijk en Kapelstraat hier aan kunnen voldoen, nu de bouwmassa’s veel omvangrijker kunnen worden dan de bestaande bouwmassa’s.

Forse bouwmassa van rug-aan-rug woningen en appartementen nabij monumenten Maasdijk 12 en 12a

21/26

Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat er een beeldkwaliteitsplan is opgesteld, welke als aanvulling op de welstandsnota zal gaan gelden. Onze reactie gaat echter wat dit punt betreft, niet over het beeldkwaliteitsplan maar over strijdigheid tussen de welstandsnota en het bestemmingsplan. Volgens de welstandsnota is de Maasdijk een gebied dat getypeerd wordt als ‘respect’. Essentiele kenmerken van de nu aanwezige bebouwing dient gerespecteerd te worden. Uit het bestemmingsplan blijkt niet hoe de toekomstige bebouwing aan de Maasdijk en Kapelstraat hier aan kunnen voldoen, nu de bouwmassa’s omvangrijker kunnen worden dan de bestaande bouwmassa’s. Het bestemmingsplan is dan ook in strijd met het welstandsbeleid. Om aan te sluiten op het welstandsbeleid dienen de toegestane bouwmassa’ s voor de rug-aan-rug woningen en appartementencomplex aan de Maasdijk verkleind te worden. 13. Water a. In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat er in of nabij het plangebied volgens de toelichting sprake van A-, B- en C-watergangen inclusief beschermingszones. Deze watergangen met bijbehorende beschermingszones zijn niet planologisch geregeld.

Het uitsluitend vastleggen in de Keur brengt het risico met zich mee dat watergangen en beschermingszones bebouwd worden (hekwerken, steigers, bijgebouwen) met vergunningvrije bouwwerken en daardoor niet meer toegankelijk zijn als onderhoudspad, waardoor onderhoud niet meer mogelijk is. We vragen ons af hoe de gemeente denkt dit te voorkomen door alleen terug te vallen op de Keur. Indien watergangen niet meer onderhouden worden, verliezen ze op den duur hun waterafvoerend vermogen en kan er wateroverlast in het gebied ontstaan. b. Verder hebben we in de inspraakreactie aangegeven dat gebleken is dat er watergangen worden gedempt. Uit het plan blijkt niet wat de consequenties hiervoor zijn voor omliggende gronden en of hier een watervergunning van het waterschap voor is verkregen. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat de watergangen worden gecompenseerd op een andere plek in het plangebied en dat er overleg is gevoerd met het waterschap. Verderop wordt aangegeven dat het waterschap een positieve vooroverlegreactie afgegeven. In de toelichting is in paragraaf 6.2 ingegaan op het vooroverleg en wordt verwezen naar bijlage 13 waar de vooroverlegreacties opgenomen zouden zijn. Deze ontbreken echter in bijlage 13. We kunnen op deze wijze dan ook niet beoordelen of en hoe de reactie van het waterschap past in het bestemmingsplan. c.

In de inspraakreactie hebben we gevraagd wat onder “beperkt ophogen van gronden” wordt verstaan en wat de consequenties daarvan zijn en of er daardoor wateroverlast gaat ontstaan bij omliggende gronden. De gemeente geeft daarop aan dat er rekening gehouden wordt met omwonenden in relatie tot afwatering bij de uitwerking van het plan en dat hiervoor een waterhuishoudkundig plan wordt opgesteld dat beoordeeld wordt door het waterschap.

22/26

Ophoging van het plangebied kan overlast voor de omliggende percelen geven doordat deze hierdoor lager komen te liggen dan omliggende gronden. In de huidige situatie worden deze percelen al erg nat. De effecten van een te specificeren ophoging van (een deel van) het maaiveld voor omliggende percelen moet nader onderzocht worden en er dient gewaarborgd worden dat er geen overlast ontstaat. We verzoeken om hier voor de vaststelling van het bestemmingsplan inzicht in te geven. d. In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat een groot deel van het plangebied gelegen is in een beschermingszone van een waterkering. Hiervoor gelden volgens de Keur en volgens de ‘Beleidsregels behorende bij de Keur’ verbodsbepalingen voor voorzieningen die peilafwijkingen tot gevolg kunnen hebben. Daaronder wordt onder meer verstaan peilafwijkingen als gevolg van bestemmingsplanwijzigingen van landelijk naar stedelijk gebied waardoor de grenzen van de peilvlakken wijzigen. Uit de toelichting blijkt niet hoe hier mee om wordt gegaan, of er een watervergunning voor is verleend, of een herziening van het peilbesluit noodzakelijk is en of vergunning op grond van de Keur is verleend. De gemeente geeft als reactie hierop dat het plan met het waterschap is afgestemd en de wijze van redigeren van de regels ook.

Te zijner tijd zijn nog vergunningen nodig en het waterschap heeft volgens de gemeente een positieve vooroverlegreactie gegeven. De gemeente geeft hierbij geen inhoudelijke reactie op ons bezwaar. Het bezwaar wordt hierbij dan ook als herhaald beschouwd. Bovendien is, zoals hierboven al is aangegeven, de vooroverlegreactie van het waterschap niet als bijlage bij de toelichting opgenomen zodat hier geen inzicht in wordt geboden. Hierboven is al aangegeven dat een groot deel van het plangebied in een beschermingszone van een waterkering is gelegen. Dat blijkt ook uit figuur 25 van de toelichting. De buitenste beschermingszone en de beperkingen die hiervoor gelden zijn echter niet vertaald in de regels van het bestemmingsplan. Er is slechts aangegeven dat de gronden zijn aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. Uit het plan blijkt niet wat de planologische consequenties daarvan zijn. e. In de inspraakreactie hebben we al aangegeven dat in de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven dat er ter compensatie van de bijkomende verharding in het plangebied wadi’s aangelegd moeten worden met een inhoud van minimaal 795 m3. Dit is echter niet in de regels opgenomen, waardoor dit de ontwikkelaar planologisch niet afgedwongen kan worden. Nu dit planologisch niet hard is geregeld, is het mogelijk dat er wateroverlast bij omwonenden kan ontstaan.

Verzocht wordt om de minimale waterretentie via een voorwaardelijke verplichting in de regels op te nemen. Als reactie hierop heeft de gemeente aangegeven dat de benodigde berging voorwaardelijk is voor het krijgen van een watervergunning en dat de waterretentie in de regels wordt opgenomen. Artikel 7 is hierop aangepast door in artikel 7.4.3 een

23/26

voorwaardelijke verplichting op te nemen voor waterberging. Daarbij is aangegeven dat binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de waterberging. Prefab woningen kunnen in 3 maanden gebouwd worden. Indien de aanleg van de waterberging 3 maanden duurt, is er in een periode van 1 jaar geen waterberging. Fase 1 omvat 44 woningen. Die kunnen in een keer vergund en gebouwd worden waarbij gedurende 1 jaar geen waterberging aanwezig is. Dit kan tot ernstige wateroverlast in de omgeving leiden. 14. Geluid a. In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat de geluidbelasting van de Maasdijk en de Kapelstraat meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Uit het akoestisch onderzoek blijkt niet wat de gevolgen zijn van het bouwplan op de geluidbelasting van de bestaande woningen aan de Maasdijk en Kapelstraat vanwege weerkaatsing van geluid door de op te richten bebouwing. De gemeente geeft in de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan aan dat in het onderzoek ook is meegenomen de uitstraling c.q. weerkaatsing van het geluid op bestaande woningen. Het akoestisch onderzoek verkeersaantrekkende werking d.d.

22 februari 2021 is als bijlage 4 en bijlage 17 (dus dubbel) in de bijlagen bij de toelichting opgenomen. Hieruit blijkt echter niet wat de uitstraling c.q. weerkaatsing van het geluid is op bestaande woningen. Nogmaals wordt verzocht om hier inzicht in te geven. b. In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat gekeken is naar de effecten van de grindhandel aan Maasdijk 1a voor het plangebied. Het betreft een categorie 3.2 bedrijf met een richtafstand van 100 meter en wat ligt op een afstand van 65 meter van het plan. Er is niet onderzocht wat de effecten zijn van weerkaatsing van geluid op de bestaande woningen tussen de grindhandel en het nieuwe woongebied. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat er aanvullende contourberekeningen zijn uitgevoerd en dat uit deze berekeningen volgt dat de nieuwbouw geen of een te verwaarlozen effect heeft op de geluidbelasting vanwege de zand- en grindhandel. We hebben het akoestisch onderzoek industrielawaai d.d. 21 januari 2021 bekeken en kunnen daar niet uit afleiden dat onderzocht is wat de effecten zijn van weerkaatsing van geluid op de bestaande woningen tussen de grindhandel en het nieuwe woongebied doordat er nieuwe woningen worden opgericht. We verzoeken nogmaals om dit inzichtelijk te maken. c.

Verder wordt door de gemeente aangegeven dat daarbij wordt uitgegaan van de effecten in de geluidbelasting op basis van de bestaande bebouwing versus de nieuwe bebouwing ‘in onderstaande figuur’ zijn aangegeven. Er is vervolgens geen figuur weergegeven. We vragen om deze figuur weer te geven. Verder wordt door de gemeente aangegeven dat uitgegaan wordt van de situatie waarbij wordt voldaan aan de standaard geluidnorm uit het Activiteitenbesluit ‘(figuur 2 en 2b)’ en de bedrijfssituatie die voor de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit

24/26

door adviesbureau M+P in beeld is gebracht ‘(figuur 3a en 3b)’. Onduidelijk is welke figuren bedoeld worden en welk rapport bedoeld wordt. Het rapport over industrielawaai is immers niet van M+P maar van Kragten. 15. Trilling In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat in de directe nabijheid van het plangebied diverse monumenten staan. Er is geen onderzoek gedaan naar trilling en scheurvorming van woningen wat op kan treden door de forse toename aan verkeersbewegingen, de nog jarenlang aanhoudende transportbewegingen van het transportbedrijf én de jarenlange stroom bouwverkeer die er aan komt. Dit speelt temeer nu hier sprake is van smalle wegen en monumenten en andere panden die erg kort op de weg staan. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat de kans op schade door trilling naar verwachting groter was ten tijde van het voormalige transportbedrijf dan vanwege het verkeer van en naar de woonwijk. Nu echter eerst woningen in het buitengebied worden gerealiseerd en het transportbedrijf vooralsnog blijft functioneren is het én én. De kans op trilling is groter bij het functioneren van het transportbedrijf. Daarnaast is er een behoorlijke toename van autoverkeer van de woningen in fase 1. Door deze combinatie neemt de trilling mogelijk toe. In de planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect trilling in relatie tot gevoelige functies.

Onderzocht moet worden of voldaan wordt aan de SBR richtlijn. Indien niet voldaan wordt, dienen mogelijk maatregelen getroffen te worden of dient in het bestemmingsplan rekening te worden gehouden met trilling. 16. Woningen aan Kapelstraat In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat aan de Kapelstraat het plan voorziet in drie vrijstaande woningen. De voorgevelrooilijn van de woningen kan op circa 2 meter afstand tot de openbare weg worden opgericht. Daardoor wordt er fors meer naar voren gebouwd dan de huidige woningen aan Kapelstraat 4 en 6a, waar de afstand tot de weg circa 6 meter bedraagt. Hierdoor ontstaat eerder schaduwhinder op woningen van bewoners aan de Kapelstraat en andere vormen van overlast. Verzocht wordt om de voorgevelrooilijn gelijk te laten lopen met de woningen aan Kapelstraat 4 en 6a. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat er een voorgevellijn opgenomen wordt voor Kapelstraat 4 en 6a. Het betreft echter niet de woningen Kapelstraat 4 en 6a. Kapelstraat 4 valt buiten het plangebied en Kapelstraat 6a is een bestaande woning. Het betreft juist de nieuwe woningen welke aan Kapelstraat kunnen komen. Op de verbeelding zijn daar nu twee gevellijnen opgenomen. Één circa 4 meter voor de voorgevelrooilijn van Kapelstraat 4 en 6a en een gelijk met de voorgevels. Hierdoor kan er nog steeds ruim voor de voorgevels gebouwd worden.

Verzocht wordt om dit aan te passen. 17. Archeologisch onderzoek Op figuur 4 van de bijlagen van het aanvullend archeologisch verkennend booronderzoek Kapelstraat ong te Nederhemert, d.d. 22 januari 2020 (bijlage 2 toelichting) zijn de boorpunten van het archeologisch onderzoek weergegeven. Dit komt niet overeen met figuur 22 van de toelichting van het bestemmingsplan. Van figuur 22 ontbreken nadere

25/26

gegevens, zoals de boorprofielen en boorstaten, waardoor de conclusies die getrokken zijn. niet te verifiëren zijn. 18. Vormvrije MER beoordeling In paragraaf 4.13 van de toelichting is ingegaan op de vormvrije MER-beoordeling. Aangegeven is dat de milieuparagraaf van het bestemmingsplan bedoeld is als aanmeldnotitie en dat op basis van de aanmeldnotitie het bevoegd gezag een besluit neemt over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie moet zijn ingediend en de beslissing of een milieueffectrapportage opgesteld moet worden, moet zijn genomen vóór de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. Nu er geen besluit over de aanmeldnotitie vooraf is gegaan aan de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan, had het ontwerpbestemmingsplan niet ter inzage gelegd mogen worden. Tot slot Ik verzoek u om het ontwerp bestemmingsplan aan te passen waarbij rekening is gehouden met de hiervoor genoemde argumenten en dat recht doet aan de kwaliteiten en karakteristieken van de woningen aan de Maasdijk en Kapelstraat.

Hoogachtend, Dunaro

D.J.L.J. van Dun

26/26

Aan de leden van de Raad van de gemeente Zaltbommel

Amsterdam, 17 mei 2021 Geachte Leden van de Raad, Erfgoedvereniging Bond Heemschut zet zich sinds 1911 in voor het behoud en de bescherming van monumenten en cultuurlandschappen in heel Nederland. De commissie Gelderland van onze vereniging houdt zich al sinds het begin bezig met het project Buitenstad, waarbij een voormalige scheepswerf zal worden getransformeerd tot woongebied. Thans ligt voor u het Definitief Ontwerp en Beeldkwaliteitsplan, op basis waarvan, na uw mogelijk positieve besluit, een bestemmingsplan zal worden gepresenteerd ter vaststelling door uw Raad. Vooropgesteld willen we u meegeven dat een dergelijke ontwikkeling als nu voorgesteld een grote impact heeft op de historische stad. Primair is aan u de vraag als Raad of u dit wenselijk acht of niet. Wij vragen u daarbij de vele insprekers en de boodschappen van lokale organisaties serieus te nemen. Een kleinschaliger plan met meer respect voor bestaande relicten is voor deze plek en het aangezicht van Zaltbommel een beter alternatief. De thans voorliggende stukken geven ons aanleiding tot het maken van een tweetal opmerkingen. Deze betreffen de borging van de cultuurhistorische waarde van de kenmerken van de scheepswerf zelf, als de positionering van woongebouwen in relatie tot het beschermd stadsgezicht van Zaltbommel.

Monumentale waarden In het Raadsvoorstel onder 1.3 wordt door het College gesteld dat het Stedenbouwkundig- en Beeldkwaliteitsplan Buitenstad door toetsende partijen ‘vrijwel unaniem positief’ wordt beoordeeld. Het College stelt dat ‘het behouden en beschermen van cultuurhistorische waarden van de oude scheepswerf IN HET VERVOLG nog de nodige aandacht verdienen’. Wij willen u als Raad met klem vragen om VOORAF de bescherming van de cultuurhistorische waarden (beter) te borgen. Bij ongewijzigde vaststelling zal behoud van de aanwezige culturele waarden niet worden opgevolgd. Uit ervaring weten we dat in het vervolgproces er vele redenen zijn waarom cultuurhistorische waarden uiteindelijk niet kunnen/zullen worden meegenomen. Uw inzet hierop is NU in deze fase van het besluitvormingsproces daarom van groot belang! Het huidige plan Buitenstad bevat een aantal mooie beelden en vergezichten, waarvan de borging wordt neergelegd bij een in te stellen Q-team die gaat werken met gebouwpaspoorten. Deze beelden en vergezichten en het in te stellen team bieden echter geenszins de garantie dat de Erfgoedvereniging Bond Heemschut, vereniging tot bescherming en instandhouding van cultuurmonumenten in Nederland. Opgericht in 1911. Beschermvrouwe: H.K.H. Prinses Beatrix Erfgoedvereniging Heemschut | Nieuwezijds Kolk 28 | 1012 PV Amsterdam | www.heemschut.nl | info@heemschut.nl |

aanwezige en beschreven waarden ook daadwerkelijk worden geborgd. Daarvoor is de voorgestelde aanpak in de voorliggende documenten en beslisvoorstel te vrijblijvend. Door het Gelders Genootschap is in 2014 een Cultuurhistorische Inventarisatie Zaltbommel Buitenstad uitgevoerd door bureau BBA. In 2019 is er een aanvullend onderzoek uitgevoerd door het Gelders Genootschap. Uit beide onderzoeken is vast komen te staan dat de oude bebouwing van de voormalige scheepswerf en de omgeving van deze plek bijzonder zijn. Uit de waardenstelling komt naar voren dat grote betekenis moet worden gehecht aan de grote hal, het kantoorgebouw en de kraanbaan met het dubbele steiger langs de haven. Van de hal is later gesteld dat deze bouwkundig in zodanige staat zou zijn, dat deze niet in zijn geheel zou kunnen worden behouden. Als dat zo is, dan vragen wij ons af hoe het casco dan wel behouden en herplaatst kan worden. Deze borging moet vooraf duidelijk zijn en kan middels aanwijzing als monument vooraf het best worden geregeld. Wij achten ons voorts gesteund door het advies van het Gelders Genootschap dd 30 maart 2021 onder punt 4, waarbij in elk geval het fysieke behoud van het kantoorgebouw een vereiste is. Dit is niet geborgd in de voorliggende documenten en het Gelders Genootschap wijst ons hier ook op onwenselijke gevolgen.

Wij vragen u daarom de hal, het kantoorgebouw en de kraanbaan te beschermen middels aanwijzing als gemeentelijk monument. Door aanwijzing wordt aanpassing van deze objecten vergunningplichtig, en blijft de gemeente het primaat houden met betrekking tot wat er met deze relicten, binnen het kader van de dan geldende vergunningplicht, gebeurt. Zonder aanwijzing zien wij dat de in te ontwikkelen ‘gebouwpaspoort’ de waardevolle elementen een ondergeschikte plek krijgen, dan wel de afweging ten koste zal gaan van de kwaliteit. Onduidelijk is vooral hoe precies de uiteindelijke borging gaat plaats vinden. Naar onze mening is dit paspoort een te onzekere factor voor behoud en zijn er door een gebrek aan vergunningsmomenten in het kader van de erfgoedverordening te weinig mogelijkheden in het proces in te grijpen als het ontwerp toch een andere kant uit gaat dan gewenst/aangegeven. De borging middels het Q-team is voor dit en de andere objecten naar onze mening te beperkt. Bij de opdracht voor het Q-team wordt alleen nog gesproken over ‘bouwkundige elementen’. De toepassing hiervan wordt verder afgezwakt omdat deze ‘bruikbaar’ moeten zijn. Behoud van fysieke elementen en onderdelen, zoals de staalskeletten van de hal, zijn daarmee uiterst onzeker.

Aanwijziong helpt het Q-team in haar kracht te zetten en biedt tegenwicht aan wensen van de ontwikkelaar, die mogelijk door andere uitgangspunten zoals financiële argumenten worden ingegeven. Wij vragen daarom: - Borging vooraf door aanwijzing als beschermd monument van hal, kantoor en kraanbaan met dubbele steiger; hierdoor kan middels het bekende vergunningstelsel worden gewaakt voor verdere aantasting dan wel het niet hergebruiken van de gewenste delen van objecten; Erfgoedvereniging Bond Heemschut, vereniging tot bescherming en instandhouding van cultuurmonumenten in Nederland. Opgericht in 1911. Beschermvrouwe: H.K.H. Prinses Beatrix Erfgoedvereniging Heemschut | Nieuwezijds Kolk 28 | 1012 PV Amsterdam | www.heemschut.nl | info@heemschut.nl |

-

Het Q-team samen te stellen met een expert op het gebied van bouwhistorie en restauratiedeskundigheid;

-

Een duidelijker primaire voorwaarde voor behoud en hergebruik, waarbij de ontwikkelaar extra inspanningen zal moeten gaan leveren voor het bruikbaar maken van oude onderdelen.

Stadsgezicht Zaltbommel De Rijks beschermde status van het beschermde stadgezicht dat in 1984 is verkregen vraagt om een zorgvuldige invulling van dit gebied, rekening houdend met het historische karakter van deze stad. Het plan zoals nu is gepresenteerd gaat een ernstige afbreuk doen op de beschermde status van Zaltbommel. Het advies van het Gelders Genootschap met betrekking tot de gebouwen D en E (advies dd 30 maart ad 2) is duidelijk, echter u bent aan zet in het planvormingsproces. Als u akkoord gaat met het huidige voorstel vormt dat de basis voor het bestemmingsplan, en staan daarmee positie en bouwhoogte van deze blokken vast. Omdat juist blok D in oppervlak, maar en schaal niet past in zijn omgeving zal dit blok het meest onaanvaardbare inbreuk maken op het beschermd stadsgezicht en het aanzicht vanaf de Waal. Wij vragen u dan ook mocht het tot vaststelling komen deze bouwblokken uit te zonderen van besluitvorming, dan wel een lager gebouw met kleinere footprint te eisen, om daarmee het historische aanzicht van de stad Zaltbommel te sparen en veilig te stellen. Wij hopen dat uw Raad dan wel uw partij bereid is bovenstaande zaken mee te nemen in de besluitvorming rond dit plan. Hoogachtend,

Cristel Paul Commissie Gelderland

Erfgoedvereniging Bond Heemschut, vereniging tot bescherming en instandhouding van cultuurmonumenten in Nederland. Opgericht in 1911. Beschermvrouwe: H.K.H. Prinses Beatrix Erfgoedvereniging Heemschut | Nieuwezijds Kolk 28 | 1012 PV Amsterdam | www.heemschut.nl | info@heemschut.nl |

Utrecht, 12 mei 2021

Beste volksvertegenwoordiger, De komende weken buigen raden, staten en waterschapsbesturen zich over de regionale energieplannen waaraan de afgelopen tweeënhalf jaar in de 30 RES-regio’s hard is gewerkt. Plannen die kansen bieden om als regio te verduurzamen en vanuit de eigen kracht duurzaamheidsvraagstukken op te lossen. Maar ook plannen die gepaard gaan met maatschappelijk protest en zorgen over landschap en natuur. Ga er maar aan staan als volksvertegenwoordiger! Geen keuzemenu In het landelijke Klimaatakkoord staan maatregelen die de uitstoot van broeikasgassen met bijna de helft verminderen in 2030 ten opzichte van 1990. Om dit resultaat te halen, moeten we in het hele land veel meer duurzame energie gaan opwekken, op zee en op het land. Daarnaast moeten we volop energie besparen, de daken vol zonnepanelen leggen, en nieuwe technieken en systemen ontwikkelen en testen. Deze opsomming is helaas geen keuzemenu, we moeten álle zeilen bijzetten. Dat vraagt om een flinke inzet van iedereen om de klimaatdoelen te behalen. Daarom is uw betrokkenheid bij de RES ook zo belangrijk. Spiekkaarten om u te helpen de RES 1.0 te beoordelen Het beoordelen van de RES 1.0 en het vervolgproces is een lastige opgave. Bijgaande ‘Spiekkaarten’ zijn ons hulpmiddel om u hierbij te ondersteunen.

Bij de beoordelingstaak gaat u inhoudelijke en technische keuzes onder de loep nemen: hoeveel energie gaan wij opwekken in de regio en in onze gemeente; hoeveel wind, hoeveel zon en wat kunnen we doen aan energiebesparing? Minstens zo belangrijk is het om de RES te beoordelen op de manier waarop dit gebeurt. Ervaringen uit het hele land tonen aan dat energieprojecten waar burgers een actieve rol spelen veel opleveren voor de gemeenschap, zowel financieel als maatschappelijk. Ook kunnen ze op meer maatschappelijke acceptatie rekenen in de uitvoeringsfase. Duurzame energieprojecten waarbij de lokale omgeving (mede)ontwikkelaar en -eigenaar is, leveren bijvoorbeeld heel concreet geld op. Daarmee worden projecten ondersteund voor leefbaarheid in dorpen, voor versterking van lokale natuur en biodiversiteit, of nieuwe duurzame energieprojecten ontwikkeld. Energie van onderop Uit de analyse die wij maakten van alle concept-RES’en blijkt dat overheden nog te weinig de handschoen mét bewoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers oppakken. Een gemiste kans, want deze samenwerking is vaak makkelijker dan u denkt. Zeker ook omdat die energie van onderop er al lang ís, kijk naar het groeiend aantal energiecoöperaties en groene bewonersinitiatieven. Alleen breed gedragen RES’en met aandacht voor mens, natuur en landschap zijn toekomstbestendig.

Onze Spiekkaarten helpen u om uw invloed als volksvertegenwoordiger aan te wenden om de RES

optimaal te benutten voor goede participatie, mede-eigendom van de lokale omgeving, en een stevige plek voor natuur en landschap. Wij staan u en uw fractie de komende tijd graag bij met onze (lokale) kennis en ervaring. U kunt hiervoor contact opnemen via info@departicipatiecoalitie.nl o.v.v. RES Spiekkaarten. Wij wensen u veel wijsheid toe! Met vriendelijke groet, De Participatiecoalitie Gijs Temeer, directeur HIER Annie van de Pas, directeur NMF’s Siward Zomer, directeur Energie Samen Karin Klaassen, directeur Stichting Buurkracht Thijs van Mierlo, directeur LSA

Over de Participatiecoalitie De Participatiecoalitie bestaat uit vijf maatschappelijke organisaties van, voor en door bewoners: HIER, de Natuur en Milieufederaties, Energie Samen, LSA bewoners en Stichting Buurkracht. Zij weten wat er lokaal speelt en kunnen zo de slagingskans van energieprojecten in gemeente of regio’s vergroten. Om de afspraken uit het Klimaatakkoord te kunnen realiseren, hebben de vijf organisaties een samenwerkingsovereenkomst getekend met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken. departicipatiecoalitie.nl

Commissaris van de Koning

Datum

12 mei 2021 Zaaknummer

2021-006597 Onderwerp

Handreiking integriteitstoetsing kandidaten De gemeenteraadsleden van Gelderland Inlichtingen bij

Wilma Kleiboer (026) 359 99 27 post@gelderland.nl Blad

1 van 2

Geachte leden van de gemeenteraad, Door verschillende gebeurtenissen en incidenten staat het vertrouwen van burgers in de overheid onder druk. Gemeenten zijn een belangrijk onderdeel van de overheid. Een goed functionerend en integer gemeentebestuur is dan ook van belang voor het vertrouwen van burgers in ons openbaar bestuur. Volgend jaar maart vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Waarschijnlijk bent u al begonnen met de voorbereidingen. Het werven en selecteren van kandidaatvolksvertegenwoordigers en -bestuurders is een belangrijke opmaat naar een goed functionerend en integer gemeentebestuur. Aan politieke ambtsdragers worden - terecht hoge eisen gesteld. Zij hebben een voorbeeldfunctie en hun doen en laten ligt onder een vergrootglas. Omdat ik een formele zorgplicht heb op het gebied van bestuurlijke integriteit, attendeer ik u graag op de ‘Handreiking integriteitstoetsing van kandidaten voor decentrale politieke partijen’. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft deze handreiking recent geactualiseerd. De handreiking is bedoeld om decentrale politieke partijen bij de werving en selectie van politieke ambtsdragers op het gebied van integriteit te ondersteunen en integriteitsrisico’s in beeld te brengen. Toepassing hiervan is een verantwoordelijkheid van de politieke partijen zelf.

Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl

BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751

Datum

10 mei 2021 Zaaknummer

2021-006597 Blad

2 van 2

De handreiking heeft de vorm van een toolbox en bestaat uit negen praktische hulpmiddelen. De meeste hebben betrekking op de selectiefase. In die fase vindt immers de belangrijkste afweging plaats. Als een integriteitsrisico wordt gesignaleerd, is het advies om - afhankelijk van de aard van het risico - hierover met de kandidaat in gesprek te gaan. Zo ontstaat transparantie en kan worden afgewogen hoe met het gesignaleerde risico om te gaan. De handreiking is dus geen afvinklijstje dat een bindend advies oplevert. Op 27 mei a.s. houd ik een digitale bijeenkomst met alle Gelderse burgemeesters om te spreken over onze gezamenlijke zorgplicht op het gebied van integriteit. Wat zijn hun ervaringen? Waar lopen zij tegen aan? Wat zijn dilemma’s etc. Mijn voorganger heeft bij de vorige verkiezingen geadviseerd een risicoanalyse voor kandidaat-wethouders op te nemen in de procedure van gemeenteraadsverkiezingen en hiervoor een stappenplan aangereikt. Bij de provinciale verkiezingen hebben wij bij de vorming van het college van Gedeputeerde Staten ook een dergelijke toets uitgevoerd. Wij vonden dit waardevol omdat we op die manier meer inzicht kregen in mogelijke valkuilen. Omdat integriteit in de praktijk vaak complex is, niet eenduidig en ‘grijze’ gebieden kent, is de zorg voor bestuurlijke integriteit een constante opgave.

Bewustwording, aandacht voor en gesprekken hierover zijn mijns inziens dan ook van groot belang. Wij moeten ons hiervoor blijven inspannen omdat daarmee uiteindelijk het vertrouwen van burgers in de overheid is gediend. Met vriendelijke groet,

John Berends Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland

Bijlage: • Handreiking integriteitstoetsing kandidaten decentrale politieke partijen

Utrecht, 12 mei 2021

Beste volksvertegenwoordiger, De komende weken buigen raden, staten en waterschapsbesturen zich over de regionale energieplannen waaraan de afgelopen tweeënhalf jaar in de 30 RES-regio’s hard is gewerkt. Plannen die kansen bieden om als regio te verduurzamen en vanuit de eigen kracht duurzaamheidsvraagstukken op te lossen. Maar ook plannen die gepaard gaan met maatschappelijk protest en zorgen over landschap en natuur. Ga er maar aan staan als volksvertegenwoordiger! Geen keuzemenu In het landelijke Klimaatakkoord staan maatregelen die de uitstoot van broeikasgassen met bijna de helft verminderen in 2030 ten opzichte van 1990. Om dit resultaat te halen, moeten we in het hele land veel meer duurzame energie gaan opwekken, op zee en op het land. Daarnaast moeten we volop energie besparen, de daken vol zonnepanelen leggen, en nieuwe technieken en systemen ontwikkelen en testen. Deze opsomming is helaas geen keuzemenu, we moeten álle zeilen bijzetten. Dat vraagt om een flinke inzet van iedereen om de klimaatdoelen te behalen. Daarom is uw betrokkenheid bij de RES ook zo belangrijk. Spiekkaarten om u te helpen de RES 1.0 te beoordelen Het beoordelen van de RES 1.0 en het vervolgproces is een lastige opgave. Bijgaande ‘Spiekkaarten’ zijn ons hulpmiddel om u hierbij te ondersteunen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10242896/1