Lijst ingekomen stukken
Tekst van het document
Ingekomen stukken Nummer
22 - 224
Hoofddocument
22.0001506 Raadsinformatiebrief FruitDelta Gebiedsagenda
Afzender
FruitDelta
Onderwerp
Raadsinformatiebrief FruitDelta Gebiedsagenda
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Datum publicatie
16-11-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Gekoppeld evenement
Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen (Raadsvergadering 24-11-2022 20:00)
Nummer
22 - 225
Hoofddocument
2220118.MW open brief luchtruimherziening - DEF
Afzender
Natuur en Milieu Gelderland
Onderwerp
Open brief luchtruimherziening
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Datum publicatie
16-11-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Nummer
22-223
Hoofddocument
15 M-05 CDA inburgering statushouders 65+
Afzender
Gemeenteraad Hilvarenbeek
Onderwerp
Motie CDA Hilvarenbeek inburgering statushouders 65+
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
481697
Datum publicatie
15-11-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Nummer
22 - 222
Hoofddocument
Motie vreemd aan de orde van de dag PAS-knelgevallen
Afzender
Gemeenteraad staphorst
Onderwerp
Motie vreemd aan de orde van de dag PAS-knelgevallen Staphorst
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
480349
Datum publicatie
14-11-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Nummer
22 - 221
Hoofddocument
Amnesty Demonstratierecht onder druk
Afzender
Amnesty international
Onderwerp
Amnesty Demonstratierecht onder druk
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
480348
Datum publicatie
14-11-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Nummer
22 - 218
Hoofddocument
Brief gemeente gemeente Zaltbommel
Afzender
winkelcentrum Portage en BSFZ
Onderwerp
Steunpakket energiekosten kabinet ontoereikend
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
461147
Datum publicatie
31-10-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Nummer
22-219
Hoofddocument
2022-062 Brief aan de Raadsgriffies - Gids Hoe bouwen we Sociale Huur
Afzender
Aedes
Onderwerp
Brief Aedes - Gids: Hoe bouwen we Sociale Huur
Zaakcode
464613
Datum publicatie
31-10-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Nummer
22 - 217
Hoofddocument
Toegankelijkheid Slot Loevestein Zwartgemaakt
Afzender
inwoners
Onderwerp
Toegankelijkheid Slot Loevestein
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
458679
Datum publicatie
31-10-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Nummer
22 - 216
Hoofddocument
Bestuursrapportage UBR 2022
Afzender
UBR
Onderwerp
bestuursrapportage UBR 2022
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
456350
Datum publicatie
24-10-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Gekoppeld evenement
Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen (Raadsvergadering 24-11-2022 20:00)
Nummer
22 - 215
Hoofddocument
2526 - Brief raden aanbod kennismaking GGD
Afzender
GGD
Onderwerp
Brief raden aanbod kennismaking GGD
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
451271
Datum publicatie
18-10-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Gekoppeld evenement
Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen (Raadsvergadering 24-11-2022 20:00)
Nummer
22 - 214
Hoofddocument
Parkeerbeleid stichting binnenstadsfonds Zaltbommel Zwartgemaakt
Afzender
stichting binnenstadsfonds Zaltbommel
Onderwerp
ingang nieuw parkeerbeleid
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Datum publicatie
17-10-2022
Datum vergadering
24-11-2022
Aan de raden van de gemeenten van Regio Rivierenland
Uw kenmerk Ons kenmerk Datum
: : :
22.0001506 16 november 2022
Inlichtingen Doorkiesnr. Emailadres Bereikbaar
Onderwerp
:
FruitDelta Gebiedsagenda
: : : :
Janneke Hakkert 0344-638555 jhakkert@regiorivierenland.nl Ma t/m do.
Geachte gemeenteraden, Binnen de regio werken we al lang samen met onze partners en met veel succes. Er worden projectmatig mooie resultaten geboekt dankzij deze samenwerking. Voorbeelden hiervan zijn de projecten uit de Regio Deal, het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) met afsprakenkader, de Mobiliteitsagenda en -fonds, de Woonagenda en het Regionaal Stimuleringsfonds (RSF) en zeker ook de Laanboomcampus, Logistieke Campus en de Fruit Tech Campus. Resultaten waarop wij en onze partners enorm trots zijn. Tegelijkertijd zijn de bestaande samenwerkingen ontoereikend om de complexere, gebiedsoverstijgende opgaven aan te pakken. Daarvoor zijn de onderlinge afhankelijkheden tussen de opgaven simpelweg te groot. Om die reden is er gewerkt aan een gezamenlijke gebiedsagenda. De gebiedsagenda is één van de Regio Deal projecten en middels deze brief willen wij u informeren over het doel van de gebiedsagenda, de werkwijze, de huidige stand van zaken en het vervolg proces. Doel van de gebiedsagenda De gebiedsagenda zorgt dat onze opgaven niet sectoraal vanuit de overheid worden benaderd maar vanuit meerdere beleidsvelden (integraal) en gezamenlijk met onze partners (zoals ook toegelicht in deze animatiefilm). De complexe opgaven van deze tijd vragen om een integrale belangenafweging en oplossingen waarvoor we onze partners hard nodig hebben. We willen en moeten samen optrekken.
De gebiedsagenda helpt ons daarbij door een gebiedsgerichte integrale werkwijze op opgaveniveau te introduceren die ons helpt om slimmer en sneller onze opgaven te realiseren. Een dergelijke werkvorm op opgaveniveau is onderscheidend ten opzichte van andere regio’s in Gelderland en daar zijn we trots op. Samen laten we de regio nog meer bloeien! Stand van zaken Eind 2020 heeft het Algemeen Bestuur van de GR Regio Rivierenland, op verzoek van de provincie en onze partners, besloten het proces voor het opstellen van een gebiedsagenda te starten. In de periode daarna zijn de partners in het gebied aan de slag gegaan, om te komen tot een eerste versie van de FruitDelta Gebiedsagenda. Het Algemeen Bestuur heeft op 13 april 2022 besloten de visie, subdoelen en opgaven van de concept gebiedsagenda te omarmen. In de periode daarna zijn, met name de uitdagingen en oplossingsrichtingen bij de opgaven nader uitgewerkt, is de beoogde werkwijze van de gebiedsagenda (de samenwerking met onze partners) in beeld gebracht (zie bijlage 3) en is de eerste aanzet voor een investeringsagenda en monitoringsplan gemaakt. Het Algemeen Bestuur heeft vervolgens op 9 november 2022 de tweede versie van de FruitDelta Gebiedsagenda vastgesteld (zie bijlage 1).
Regio Rivierenland is een samenwerkingsverband van 8 gemeenten: Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. Regio Rivierenland werkt samen met Onderzoek, Onderwijs, Ondernemers en Ondernemende inwoners en Overheden binnen FruitDelta Rivierenland. Burg. v. Lidth de Jeudelaan 3 | Postbus 137 | 4000 AC Tiel | (0344) 63 85 55 | info@regiorivierenland.nl | IBAN NL55 BNGH 0285 0287 23
De gebiedsagenda is een document dat continue in ontwikkeling is en voortbouwt op eerdere versies. De werkwijze van de gebiedsagenda moet juist gaan leiden tot nieuwe integrale (opgave overstijgende) oplossingen waardoor de opgaven en daarmee de gebiedsagenda herzien worden. Vervolgproces De tweede versie van de Fruitdelta Gebiedsagenda is een basisdocument. De gebiedsagenda is nu opgezet vanuit de raakvlakken tussen regionale (reeds vastgestelde) beleidsopgaven. Dit zijn opgaven die elke gemeente raken en die het beste op regionaal schaalniveau, en niet meer sectoraal maar juist integraal met onze partners, kunnen worden opgepakt. Binnen de werkwijze van de gebiedsagenda worden er nieuwe uitdagingen en opgaven geïdentificeerd. Er zullen ook oplossingsrichtingen worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld het opstellen van een nieuwe Ruimtelijke Strategische Visie. Een dergelijke visie zal aan u worden voorgelegd. Tijdens de werkwijze zullen er zo op meerdere momenten documenten ter vaststelling aan u worden voorgelegd. De komende periode gaan we concreet aan de slag met het invullen van de werkwijze met onze partners. We gaan het uitvoerende team, de opgavetafels en het pentahelixoverleg (een overlegtafel met vertegenwoordiging vanuit ondernemers, overheid, onderwijs- & onderzoeksinstellingen, ondernemende inwoners en andere organisaties) opzetten.
Daarbij maken we zoveel mogelijke gebruik van al bestaande overlegstructuren. Dit doen we globaal volgens het onderstaande schema. Gremium Periode van opzetten Uitvoerend team Q4 2022 en Q1 2023 Opgavetafels Q1 en Q2 2023 Pentahelixoverleg Q1 t/m Q3 2023 Op basis van de dan opgedane ervaringen, gaan we aan de slag met de uitwerking en formaliseren van de werkwijze in afspraken (over bijvoorbeeld de rollen, verantwoordelijkheden en mandaten van partijen). Deze afspraken zullen in Q4 van 2023 aan u worden voorgelegd. Gezamenlijk met onze partners gaan we in Q1 en Q2 van 2023 ook aan de slag om de doelen en opgaven van de gebiedsagenda SMART te maken en ontwikkelen we opgave-overstijgende (integrale) oplossingen. In Q1 en Q2 2023 ontwikkelen we ook het format voor het monitoringsdashboard op basis van de eerste beelden die in de gebiedsagenda zijn verwerkt. Één van de uitdagingen waarmee we de komende tijd met de werkwijze van de gebiedsagenda aan de slag gaan, is de ‘Gelderse Puzzel’. Minister De Jonge heeft de provincies de opdracht gegeven om een gebiedsarrangement te maken dat waarborgt dat alle opgaven ruimtelijk inpasbaar zijn en inzicht genereert in de samenhang van de verschillende programma’s. Dit arrangement moet in juli 2023 klaar zijn en kent een verkenningsfase en een puzzelfase.
Wij kunnen voor onze regio alvast aan de slag om deze ruimtelijke puzzel te leggen en als input inbrengen bij de provincie. Dit als onderdeel binnen de opgave Ruimtelijk Kwaliteit van de gebiedsagenda. We komen hiervoor terug bij u als raad met een startnotitie voor aanvang van de puzzelfase. Op 25 januari 2023 organiseren we een regionale raadsbijeenkomst over de Fruitdelta Gebiedsagenda. Het doel van deze bijeenkomst is het ophalen van uw reflecties op de gebiedsagenda zodat we deze input mee kunnen nemen in het verdere proces van uitwerking richting een volgende versie. We hopen u daar te zien zodat we ook uw input mee kunnen nemen. Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland, De secretaris, de voorzitter,
Mr. J.W.A. Hakkert
Ir. J. Beenakker
Bijlage 1: De Fruitdelta Gebiedsagenda (Oktober 2022) Bijlage 2: Flyer FruitDelta Gebiedsagenda (November 2022) Bijlage 3: De werkwijze van de FruitDelta Gebiedsagenda in beeld
Regio Rivierenland is een samenwerkingsverband van 8 gemeenten: Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. Regio Rivierenland werkt samen met Onderzoek, Onderwijs, Ondernemers en Ondernemende inwoners en Overheden binnen FruitDelta Rivierenland. Burg. v. Lidth de Jeudelaan 3 | Postbus 137 | 4000 AC Tiel | (0344) 63 85 55 | info@regiorivierenland.nl | IBAN NL55 BNGH 0285 0287 23
Gedeputeerde Helga Witjes, Provincie Gelderland Gedeputeerde Tijs de Bree, Provincie Overijssel Statenleden, raadsleden en wethouders in Gelderland en Overijssel
Datum: Kenmerk: Onderwerp: Behandeld door:
11 november 2022 220118.MW Luchtruimherziening Maarten Witberg
Geachte Gedeputeerde Witjes, Gedeputeerde De Bree, Statenleden, Wethouders en Raadsleden in Gelderland en Overijssel,
Op 17 november aanstaande spreken bestuurders en volksvertegenwoordigers uit de provincies Gelderland en Overijssel over de Voorkeursbeslissing voor de luchtruimherziening die de Minister van I&W recent gepubliceerd heeft. Het ministerie zal daar toelichten wat deze beslissing betekent voor onze provincies. Omdat natuur, inwoners en rustzoekende recreanten in Gelderland en Overijssel op verschillende manieren ernstige overlast zullen ondervinden van dit beleid, hebben wij grote zorgen over de voorgenomen luchtruimherziening. Het beleid geeft op diverse onderdelen onvoldoende duidelijkheid en het risico is reëel dat de overlast onomkeerbaar en/of nog groter zal worden. Hieronder lichten 8 organisaties hun zorgen toe. Wilt u deze aanstaande donderdag meenemen in uw gesprek met de minister? Luchtruimherziening blijft abstract: wat betekent het voor leefomgeving en natuur? Lang gewacht, nog steeds geen duidelijkheid – wat betekent dit besluit voor de belasting van Gelderland en Overijssel voor geluid en uitstoot van diverse schadelijke stoffen? Er zijn geen randvoorwaarden vastgesteld voor leefomgeving, natuur en klimaat. De minister presenteert een aantal hoofdkeuzes, waaronder het vierde toenaderingspunt vanuit het zuidoosten, maar schuift de uitwerking ervan voor zich uit.
➢ Wilt u er bij de minister op aandringen zo spoedig mogelijk duidelijkheid te geven over de randvoorwaarden voor leefomgeving, natuur en klimaat?
Leidt het nieuwe vliegen tot een schoner en stiller luchtruim? Met de voorkeursbeslissing lijkt de minister in te zetten op ‘het nieuwe vliegen’: sneller stijgen en dalen en directere aanvliegroutes. Dat kán per vliegtuig resulteren in lagere uitstoot en brandstofverbruik. Maar eventuele milieu- en geluidswinst gaat meteen verloren als de ontstane ruimte wordt opgevuld met extra vliegbewegingen. Hoewel er plannen zijn om het aantal vliegbewegingen op Schiphol te beperken, is daarvan concreet nog geen sprake. Deze luchtruimherziening geeft voorlopig vooral ruimte aan meer vliegbewegingen. ➢ Wilt u de minister uitdagen de luchtruimherziening zo vorm te geven dat het nieuwe vliegen effectief leidt tot verbetering van onze leefomgeving en klimaat èn zorgt dat minder in plaats van meer gebieden overlast ondervinden van luchtvaart? Het vierde toenaderingspunt betekent ernstige verslechtering leefomgeving De minister heeft besloten dat er een vierde toenaderingspunt voor Schiphol moet komen, ergens boven Zuidwest-Gelderland of Zuidoost-Utrecht. De vlieghoogte boven dit punt is minimaal 2100 meter. De modellen hebben de minister voorspeld dat veel vliegtuigen daar (ruim) boven zullen zitten.
➢ Wilt u de minister vragen deze minimale hoogte te verhogen dan wel – indien dat niet mogelijk is – het aantal vluchten dat van deze hoogte gebruik maakt te beperken tot een vastgesteld maximum? Oók luchtvaart moet klimaatneutraal worden Het noodzakelijke herstel van natuur en biodiversiteit en de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie raakt alle sectoren van de Nederlandse economie, ook de luchtvaart. Zolang het vliegen zelf niet klimaatneutraal is en grote hoeveelheden stikstof, CO2-en fijnstof uitstoot, moet de indeling van het luchtruim ervoor zorgen dat de gevolgen van die uitstoot voor natuur en milieu zo klein mogelijk zijn. In de voorkeursbeslissing lezen we dat vliegen boven Natura2000-gebieden vermeden dient te worden. Echter, de minister stelt in de reactienota dat een piloot geen mogelijkheden heeft om dat te doen. Daarom verwacht het ministerie dat er op minimaal 1800 meter over Natura2000-gebieden gevlogen gaat worden. ➢ Wilt u de minister vragen om van het voorkomen van stikstofdepositie op kwetsbare natuur en van fijnstof op woongebieden een harde randvoorwaarde te maken? ➢ Wilt u de minister vragen om een garantie dat Natura2000-gebieden niet alleen hoog in de lijst met te vermijden gebieden staan, maar in de praktijk ook vermeden worden?
Pagina 2 van 3
De Integrale Programmabeslissingen zijn niet integraal Met de voorkeursbeslissing geeft de minister een koers zonder kaders en maakt hij tegelijk een start met deeluitwerkingen in afzonderlijke zogenoemde Integrale Programmabeslissingen. Elk voor zich zullen die weer leiden tot ingewikkelde planprocessen, berekeningsmethodieken, milieueffectrapporten en maatregelen. We maken ons zorgen over de samenhang tussen deze processen, nu er geen duidelijke kaders zijn. Wij zien daar een taak voor het ministerie. ➢ Wilt u erop wijzen dat de huidige voorkeursbeslissing niet genoeg houvast geeft om de programmabeslissingen goed te toetsen op hun gezamenlijke effect voor een schoon en stil luchtruim en wilt u vragen om regie daarop vanuit het ministerie? We rekenen op uw kritische vertegenwoordiging van Gelderland en Overijssel, in het belang van leefomgeving, klimaat en natuur. Met vriendelijke groet,
Petra Souwerbren, Directeur Natuur en Milieu Gelderland,
Mede namens: - Natuur en Milieu Overijssel, Matthijs Nijboer, directeur - Natuur en Milieufederatie Utrecht, Josja Veraart, directeur - Natuur en Milieufederatie Flevoland, Vera Dam, directeur - Natuurmonumenten, Luc Berris, provinciaal Ambassadeur Gelderland en Utrecht - SATL, Jules van der Weerd, bestuurslid - Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen, Peter van den Tweel, directeur-bestuurder - Stichting Landschapsbeheer Gelderland, Arjan Vriend, directeur-bestuurder
Pagina 3 van 3
HILVARENBEEK
M-05 MOTIE, De raad van de gemeente Hilvarenbeek in vergadering bijeen op 10 november 2022, gelezen het voorstel tot vaststelling van de Begroting 2023,
gemeenteraad Raadsvergadering d.d. 10 november 2022 Beslissing: Bij stemmen met handopsteken met algemene stemmen aangenomen.
constaterende dat: De griffier, - statushouders aan de gemeente toegewezen kunnen worden die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt; - landelijk vanuit de DUO slechts budget beschikbaar wordt gesteld voor inburgering voor statushouders jonger dan 65 jaar; - de gemeente Hilvarenbeek geen beleid heeft om statushouders 65-plus toch de kans te geven eenzelfde inburgeringstraject te volgen; overwegende dat: - inburgering van statushouders belangrijk is om te kunnen participeren binnen onze samenleving; - de toekomstige zorg voor oudere statushouders belemmerd wordt als deze de taal niet spreken en zij niet weten wat zij mogen verwachten van ondersteuning door de overheid; - er geen leeftijdsgrens mag worden gesteld om te mogen inburgeren; draagt het college op om: - landelijk aan te dringen op financiering van inburgering, ook voor 65-plussers; - aan alle statushouders binnen Hilvarenbeek een gelijkwaardig inburgeringstraject aan te bieden, ongeacht hun leeftijd; - zolang er geen landelijke financiering is voor 65-plus statushouders, de benodigde financiering te halen uit de reserves; verzoekt de griffie om zorg te dragen voor de toezending van een afschrift van deze motie aan alle gemeentenraden in Nederland.
en gaat over tot de orde van de dag.
HILVARENBEEK Fractie CDA Cathy Noordergraaf
üri$telrl.lrrh
gemeente
,Staphorst
,.ir , ),
$[t
ff
Slapnotll
Pvil
Motie Motie conform artikel 42van het RvO van de ràad van de gemeente Staphorst. Nummer: M 155
Betreft: motie vreemd aan de orde van de dag Onderwerp: handhaven PAS-knelgevallen De raad van de gemeente Staphorst, in vergadering bijeen op 8 november 2022
Constaterende dat: o De provincie op lastvan de rechter moet gaan handhaven bijeen groep PAS-melders; r Er zich ook in onze gemeente bedrijven bevinden waarbij mogelijk gehandhaafd zal moeten gaan worden. o Voor de PAS-melders de spelregels tijdens de wedstrijd zijn veranderd en hen geen blaam treft: ze hebben altijd volgens de geldende wet- en regelgeving gehandeld; o Het kabinet steeds heeft gezegd dat de PAS-melders worden gelegaliseerd en zich daar nu niet aan houdt. Overwegende dat:
.
o
Handhaving op PAS-melders in strijd is met de toezeggingen van het kabinet dat er een oplossing zou komen voor de PAS-knelgevallen; De gebiedsprocessen niet gefrustreerd moeten worden door de onzekerheid en onrust die er door de handhaving ontstaat, dan wel zal ontstaan;
Spreekt uit dat: o Het traject van handhaving door de Provincie onwenselijk is. r Het Rijk aan zet is om een passende oplossing te vinden voor de PAS-knelgevallen zodat de huidige bedrijfsvoering voortgezet kan worden ¡ Deze motie wordt ingediend bij PS en GS van de Provincie Overijssel. o Deze motie kenbaar wordt gemaakt bij alle gemeenteraden van Nederland o Deze motie kenbaar wordt gemaakt bij de minister van Landbouw en de commissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van de Tweede Kamer. Roept het college op: o Het gesprek aan te gaan met de bedrijven die hierdoor getroffen worden in onze gemeente en hen daarin zo goed mogelijk ondersteunen.
En gaat over tot de orde van de dag
ChristenUnie
CDA
A. Schra
A. Hokse
n
PvdA
L. Lubberink
Stemverhouding: SGP
6
Voor
t
CU
CDA
GB
j
PvdA
/1_
Tegen
Deze mot¡e ¡s
M
n
Aangenomen Verworpen lngetrokken
S.M.H. Voortm
ngen
Ge
SGP
J. ten
voorzitter
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK REGELS EN PRAKTIJK IN NEDERLAND MOETEN BETER
Amnesty International Netherlands Keizersgracht 177 PO Box 1968 1000 BZ Amsterdam The Netherlands P
020 626 44 36
E
amnesty@amnesty.nl
I
www.amnesty.nl
Foto cover: © Shutterstock november 2022
Inhoud
Samenvatting
5
Hoofdstuk 1. Inleiding
9
Hoofdstuk 2. Demonstreren, een mensenrecht 11 2.1 De mensenrechtenverdragen12 2.2 Nationale wet- en regelgeving 12 2.3 Bijkomende nationale kaders 14 Hoofdstuk 3. Wat is (g)een demonstratie? 3.1 Vreedzaam protest Kader: Burgerlijke ongehoorzaamheid 3.2 Geen onbegrensd recht Kader: Geen sprake van beschermwaardige demonstratie 3.3 Beperken moet de uitzondering zijn Kader: Beperkingen moeten noodzakelijk en proportioneel zijn Kader: Demonstraties bij abortusklinieken 3.4 Inperkingen vanwege wanordelijkheden
15 16 19 20 21 23 24 26 28
Hoofdstuk 4. Landelijke barrières voor het demonstratierecht 4.1 De Wom: niet in lijn met de mensenrechten 4.2 Gebrek aan kennis en begrip Aanbevelingen
30 30 32 33
Hoofdstuk 5. Lokale barrières voor het demonstratierecht 5.1 De voorbereiding 5.1.1 De kennisgeving 5.1.2 Dialoog 5.1.3 Het Wom-besluit 5.2 Onnodig veel onrechtmatige beperkingen 5.2.1 Risico mijden overheerst: de veiligheidsbril moet af Kader: Vijandig publiek – vrees voor ernstige wanordelijkheden 5.2.2 Beperken op inhoud is censuur 5.2.3 (Enige) hinder voor het verkeer hoort erbij Kader: Verkeersblokkades 5.3 Noodwetgeving: (te) grof geschut Aanbevelingen
34 34 34 36 37 38 42 44 46 48 49 51 52
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
3
Hoofdstuk 6. Vrijheidsbeneming, politiegeweld, strafrechtelijk sanctioneren 54 6.1 De faciliterende rol van de politie 54 6.1.1 Surveillance van protest 56 6.1.2 ID-controles 57 6.2 Politiegeweld 57 6.2.1 Geweldsmiddelen: de wapenstok 58 6.2.2 Geweldsmiddelen: handboeien 58 6.2.3 Geweldsmiddelen: rubberkogels, traangas en waterkanon 58 6.2.4 Verantwoording over geweldstoepassing 59 6.3 Strafrechtelijk optreden tegen demonstranten 59 6.3.1 Vrijheidsbeneming 60 6.3.2 Het insluiten van vreedzame demonstranten: ‘kettling’ 61 6.3.3 Bestuurlijke verplaatsing 62 6.3.4 Gebiedsverboden: de facto verbod op deelname aan protest 62 Aanbevelingen 63 Hoofdstuk 7. Transparantie en verantwoording 7.1 Jounalisten en onafhankelijke waarnemers 7.2 Evaluatie, leren en verantwoording 7.3 Toezichthouders 7.3.1 Nationale ombudsman 7.3.2 College voor de Rechten van de Mens 7.4 Gebrekkige rechtsbescherming Kader: Rechtsbescherming Aanbevelingen
65 66 68 69 69 71 71 72 74
Hoofdstuk 8. Aanbevelingen
76
Bijlage – wetteksten
79
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
4
Samenvatting
Het recht om te demonstreren staat wereldwijd onder druk. Ook in Nederland. Amnesty Internationaal Nederland (Amnesty) maakt zich zorgen, want juist dit fundamentele recht is de zuurstof voor de democratie, een ventiel voor ongenoegen. Historisch gezien heeft de uitoefening van het demonstratierecht mensen in staat gesteld allerlei kwesties te agenderen en mensenrechten op te eisen en zo bijgedragen aan maatschappelijke verandering. Demonstraties zijn een belangrijke manier voor mensen om samen te komen en een forum voor publiek debat en politieke betrokkenheid. Grote demonstraties behoren tot de meest toegankelijke middelen voor mensen om hun mening te laten horen. Door te demonstreren kan iedereen, ook zij die tot een gemarginaliseerde groep behoren, een stem opeisen en kracht putten uit het feit dat zij deel uitmaken van een grotere groep of beweging. Het demonstratierecht vloeit voort uit verschillende rechten die zijn vastgelegd in de internationale verdragen. Uit die verdragen volgt dat de Nederlandse overheid de plicht heeft het demonstratierecht te respecteren, beschermen en verwezenlijken. Amnesty laat in deze publicatie zien dat zowel de landelijke als de lokale overheden te kort schieten in het waarborgen van het demonstratierecht. Demonstreren is een recht, geen gunst.
Demonstraties worden primair gezien als een risico voor de openbare orde, niet als de uitoefening van een mensenrecht. Verreweg de meeste demonstraties verlopen echter zonder problemen, en dat moet ook het uitgangspunt zijn; de overheid moet demonstraties en demonstranten als vreedzaam beschouwen, zolang het tegendeel niet vaststaat.
Onnodige voorschriften en regels Toch krijgen veel demonstraties te maken met voorschriften en regels, of mogen helemaal niet doorgaan. Uit vrees voor mogelijke ongeregeldheden, of omdat de overheid ook rekening wil houden met omstanders of winkelend publiek, nemen burgemeesters maatregelen die het recht op protest inperken. Burgemeesters beroepen zich vaak op hun verantwoordelijkheid voor de openbare orde als grond voor ingrijpen. Die lat moet echter veel hoger liggen; een protestmars met veel lawaai is immers al een verstoring van de openbare orde. Slechts als er sprake is van (dreigende) wanordelijkheden, in het belang van de nationale of openbare veiligheid, of ter bescherming van de gezondheid of de rechten en vrijheden van anderen kan een demonstratie worden ingeperkt, en alleen dan wanneer dit absoluut noodzakelijk is en andere opties om bijvoorbeeld geweld te beteugelen niet toereikend zijn. Ook ziet Amnesty nog regelmatig dat gemeenten standaard voorschriften verbinden aan demonstraties. Iedere demonstratie is echter anders, en moet als zodanig beoordeeld worden. De regels voor het aanmelden van demonstraties en de daaropvolgende besluiten van burgemeesters bevatten bevatten in veel gemeenten onnodige en onrechtmatige aspecten. De kennisgevingsprocedure verschilt bovendien van gemeente tot gemeente.
Mede hierdoor verloopt het contact tussen demonstranten en overheid geregeld moeizaam, terwijl goed contact tussen alle betrokken partijen vooraf en tijdens de demonstratie zo belangrijk is. Al deze punten vormen onnodige barrières voor het uitoefenen van het demonstratierecht.
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
5
Geregeld ziet Amnesty ook dat burgemeesters een beroep doen op hun noodbevoegdheden om demonstraties te reguleren. Ook hier speelt de vrees voor ‘gedoe’ een te grote rol. Inzet van de noodbevoegdheid is bovendien niet nodig; het instrumentarium van de Wom biedt voldoende mogelijkheden om eventuele problemen het hoofd te bieden.
Rol van de politie Daarnaast wordt tijdens demonstraties geregeld door de politie onrechtmatig ingegrepen op de uitoefening van het demonstratierecht. De rol van de politie zou primair gericht moeten zijn op het faciliteren en beschermen van het protest, en ook hier moet het uitgangspunt zijn dat demonstranten vreedzaam zijn. In de praktijk vraagt de politie vreedzame demonstranten veelvuldig om hun legitimatie. Uit Amnesty’s onderzoek bleek ook dat demonstranten soms via social media gemonitord worden of zelfs onaangekondigd bezoek ontvingen van de politie. Vooral bij grote demonstraties en blokkades gaat de politie nogal eens over tot (massale) aanhoudingen of het insluiten van een groep demonstranten (kettling), of worden demonstranten bestuurlijk verplaatst. Vanwege het belang van het demonstratierecht zou de overheid echter juist uiterst terughoudend moeten zijn in het strafrechtelijk optreden tegen demonstranten. Wanneer optreden tegen (vermoedelijk) strafbare gedragingen noodzakelijk is, gebeurt dat bij voorkeur achteraf. Er zijn voldoende instrumenten die ingezet kunnen worden op een manier die vreedzame demonstraties niet verstoort.
De wet is niet in lijn met de mensenrechten Uit voorgaande punten blijkt dat het demonstratierecht onder druk staat in Nederland. Een deel van de oorzaak ligt volgens Amnesty in de Wet openbare manifestaties (Wom); deze is niet in lijn met de mensenrechten. Een aantal bepalingen uit de Wom biedt teveel ruimte voor inperkingen, die daarmee indruisen tegen het internationaal recht; een demonstratie mag niet beëindigd of verboden worden enkel vanwege het verkeersbelang. Ook mag een niet (tijdig) aangemelde demonstratie niet uitsluitend om die reden ingeperkt of verboden worden.
Gebrek aan kennis over het demonstratierecht Een andere oorzaak waarom het demonstratierecht onder druk staat is volgens Amnesty een gebrek aan kennis bij de overheid over het belang en de reikwijdte van het demonstratierecht. Gemeenten maken het demonstratierecht onterecht onderdeel van een belangenafweging. De Nationale ombudsman zei het in 2018 al: het demonstratierecht mag geen onderdeel zijn van een belangenafweging; de essentie van het demonstratierecht is dat burgemeesters zich tot het uiterste moeten inspannen om de demonstratie mogelijk te maken en te beschermen. Elke andere houding doet afbreuk aan het grondrecht.1 Niet alleen de overheid, ook het Nederlandse publiek blijkt onvoldoende kennis van en begrip te hebben voor het demonstratierecht. Amnesty ziet dat, als gevolg daarvan, mensen oproepen tot generieke demonstratieverboden en burgemeesters onder druk zetten om preventief in te grijpen op demonstraties. Onvoldoende begrip bij burgers leidt er ook toe dat zij met bedreigingen en geweld demonstraties van anderen (proberen te) verhinderen. De overheid trad daar meer dan eens niet (zichtbaar) tegen op. Dat komt ook omdat vijandig publiek en omstanders – ten onrechte – soms als legitieme ‘tegendemonstranten’ worden aangemerkt.
1
Nationale ombudsman, Demonstreren, een schurend grondrecht? (rapport 2018/015), 14 maart 2018, https://www.nationaleombudsman.nl/system/files/bijlage/2018%20015%20RAP%20Demonstraties.pdf
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
6
Transparantie en evaluatie zijn noodzaak Duidelijke regels, transparante besluitvorming en effectieve verantwoording voor eventueel gemaakte fouten dragen bij aan een betere waarborging van het demonstratierecht. Amnesty ziet echter dat kennisgevingsprocedures per gemeente sterk kunnen verschillen. Ook ziet Amnesty Wom-besluiten die slecht gemotiveerd zijn. Onafhankelijke waarnemers en de pers krijgen niet altijd de ruimte om hun rol als public watchdog naar behoren te vervullen, en aanbevelingen van onafhankelijke toezichthouders als de Nationale ombudsman worden niet (voldoende) opgevolgd. Minstens net zo belangrijk is het recht op een goede rechtsbescherming. Demonstranten die (menen) nadeel te hebben ondervonden van een beslissing of het optreden van de overheid, moeten dit aan een onafhankelijke instantie ter beoordeling voor kunnen leggen. In de praktijk duren die procedures vaak lang, zijn ingewikkeld en/of komen niet tot een bindend eindoordeel. Bindend of niet bindend, er ontbreekt een landelijk verzamelpunt waarin deze uitspraken verzameld zijn. Een oordeel blijft daardoor veelal op gemeenteniveau, waardoor herhaling in een andere gemeente niet voorkomen wordt. Amnesty merkt bovendien op dat meer dan eens een adequate, onafhankelijke evaluatie van overheidsoptreden achterwege blijft.
Het uitblijven van effectieve verantwoording, het niet (voldoende) naleven van de aanbevelingen van onafhankelijke toezichthouders en de gebrekkige rechtsbescherming maken dat het demonstratierecht nog verder onder druk komt te staan.
Methodologie van het rapport Dit rapport is enerzijds gebaseerd op uitgebreide casuïstiek: ervaringen die Amnesty opdeed tijdens eigen demonstraties en als waarnemer bij de demonstraties van anderen, aangevuld met de input van talloze activisten en demonstranten van andere organisaties en bewegingen die Amnesty om advies vroegen bij (mogelijke) schendingen van hun demonstratierecht. Verder baseert Amnesty zich op beleidsdocumenten en rapporten van lokale en nationale overheden, raadpleegde ze experts en advocaten en analyseerde berichtgeving in de media. De bevindingen zijn getoetst en gestaafd aan de mensenrechtelijke kaders, wetenschappelijke publicaties, rapporten van internationale organisaties en commissies en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (verder EHRM).
Opzet van het rapport Het rapport zet allereerst het belang en de juridische kaders van het demonstratierecht uiteen (hoofdstuk 2), waarna een toelichting op de reikwijdte van het mensenrecht volgt (hoofdstuk 3). Vervolgens licht Amnesty toe wat de voornaamste barrières in het demonstratierecht in de Nederlandse praktijk zijn – en waar dit soms ronduit een schending van de mensenrechten oplevert. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen barrières op landelijk (hoofdstuk 4) en lokaal niveau (hoofdstuk 5). Vervolgens gaat het rapport in op de verschillende wijzen waarop politie en justitie optreden respectievelijk zou moeten optreden tijdens demonstraties (hoofdstuk 6). In het voorlaatste hoofdstuk werpt het rapport een licht op het belang van transparantie en effectieve verantwoording in de waarborging van het demonstratierecht (hoofdstuk 7). Om de door Amnesty gesignaleerde tekortkomingen bij het waarborgen van het demonstratierecht weg te nemen, doet Amnesty verder specifieke aanbevelingen, zowel in de afzonderlijke hoofdstukken als aan het einde van het rapport. De aanbevelingen in het afsluitende hoofdstuk (hoofdstuk 8) zijn gericht aan de wetgever en landelijke overheid, burgemeesters en gemeenteraden, en politie en het Openbaar Ministerie.
Amnesty hoopt met dit rapport te kunnen voorzien in een behoefte aan meer kennis van en begrip voor de complexiteit van het demonstratierecht. Het rapport is zo geschreven, met verwijzingen naar relevante paragrafen, dat de hoofdstukken veelal afzonderlijk te raadplegen zijn.
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
7
Uitgangspunten voor de overheid Amnesty ziet veel steun voor het demonstratierecht, zowel bij burgers als bij de overheid. De analyse uit dit rapport laat echter zien dat het demonstratierecht onvoldoende gewaarborgd wordt in Nederland. Terwijl dat juist van het grootste belang is, zeker gezien de maatschappelijke spanningen rondom grote vraagstukken als klimaat, wonen, armoede, racisme en discriminatie. Amnesty ziet ook veel kansen en de wens om het beter te doen. Tot besluit wil Amnesty onderstaande uitgangspunten meegeven, die leidend moeten zijn bij overheidshandelen bij elke demonstratie: • Span u tot het uiterste in om alle demonstraties maximaal te faciliteren en te beschermen. •
Communiceer met demonstranten vanuit vertrouwen.
•
Beschouw demonstraties en demonstranten als vreedzaam (zolang het tegendeel niet vaststaat).
•
Behandel alle demonstranten gelijk en discrimineer niet.
•
Neem de wensen van demonstranten over vorm, locatie, tijdstip als uitgangspunt.
•
Beoordeel elke demonstratie op haar eigen merites.
•
Leg geen onnodige en onrechtmatige beperkingen op en motiveer eventuele inperkingen zorgvuldig.
•
Bescherm demonstraties tegen vijandig publiek.
•
Handel transparant en leg effectief verantwoording af.
•
Evalueer samen met demonstranten het verloop van demonstraties.
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
8
Hoofdstuk 1. Inleiding
Demonstratierecht: een ventiel voor ongenoegen, een laagdrempelige manier waarop iedere burger deel kan nemen aan het publieke debat. Het recht om te demonstreren is een belangrijk mensenrecht en een van de fundamenten van de democratische rechtsstaat. Het biedt een ventiel voor ongenoegen, een laagdrempelige manier waarop iedere burger deel kan nemen aan het publieke debat. Het is een recht, nadrukkelijk géén gunst, en vastgelegd in alle belangrijke mensenrechtenverdragen, de Nederlandse Grondwet en andere wetgeving. In de praktijk staat het demonstratierecht wereldwijd onder druk. Ook in Nederland. Veel demonstraties krijgen te maken met belemmerende voorschriften en regels of mogen helemaal niet doorgaan. Uit vrees voor ongeregeldheden of omdat de overheid ook rekening wil houden met omstanders, winkelend publiek of het verkeer, nemen burgemeesters maatregelen die het recht op protest inperken. Terwijl het recht op protest een net zo gelegitimeerd gebruik van de openbare ruimte is als verkeer of handel en dus niet ondergeschikt zou moeten zijn. Bovendien, juist ook opvattingen die afwijken van ‘de norm’ en mede daarom als schokkend of controversieel kunnen worden ervaren, verdienen maximale bescherming. Weliswaar komen in Nederland geen generieke verboden voor en was het ook tijdens de lockdowns vanwege de coronapandemie nog steeds mogelijk om (beperkt) te demonstreren.
Dat het in Nederland beter gaat dan in bijvoorbeeld Rusland of Iran is geen argument om niet ook hier waakzaam te blijven. De huidige regels en praktijk knellen en zijn soms ronduit in strijd met de mensenrechten. Dat leidt onnodig vaak tot verdere polarisatie, terwijl het juist dan van het allergrootste belang is dat de overheid messcherp handelt volgens de mensenrechtelijke kaders. Te vaak ontstaan er problemen door handelen van de autoriteiten dat in strijd is met de mensenrechten. Dat komt deels doordat de Wet openbare manifestaties (Wom), de Nederlandse wet waarin het demonstratierecht ligt verankerd, op een aantal punten niet in lijn is met diezelfde mensenrechten. En deels doordat overheden en veel Nederlanders zich onvoldoende bewust zijn van het belang en de reikwijdte van dit grondrecht. Zo denkt circa de helft van de mensen in Nederland dat een demonstratie verboden kan worden omdat deze niet is aangemeld of vanwege overlast voor winkeliers.2 Bij problemen is de reflex van de overheid vaak om de oplossing te zoeken in het inperken van het demonstratierecht. Dat is een verkeerde reflex. Daarom presenteert Amnesty International Nederland (hierna: Amnesty) een aantal aanbevelingen.
Aanpassing van de regels en praktijk kosten tijd en moeite, maar die zal worden teruggewonnen: Nederlanders zullen gemakkelijker hun ongenoegens kunnen uiten, en in een demonstratie een vreedzame uitlaatklep vinden. Iedereen ervaart daarbij een gelijke behandeling en kan daadwerkelijk zonder belemmeringen zijn of haar grondrecht uitoefenen. Burgers zullen minder vaak in hun recht en belangen geschaad zijn en het zal leiden tot een toename van vertrouwen in en begrip voor die gevallen waar beperkend overheidsoptreden absoluut noodzakelijk was. 2
I&O Research, Opinieonderzoek demonstratievrijheid, augustus 2022, p. 29, https://www.amnesty.nl/content/uploads/2022/09/Definitief-rapport-Amnesty-Demonstratievrijheid.pdf
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
9
Iedere demonstratie is anders en moet ook zo beoordeeld worden. Gemeenten en politie moeten voor iedere demonstratie een eigen afweging maken en geen standaard format toepassen op elke demonstratie. Amnesty pretendeert met dit rapport geen uitputtende analyse van het demonstratierecht in Nederland neer te zetten. We leggen de nadruk op knelpunten die we met grote regelmaat in de praktijk tegenkomen. Een aantal onderwerpen komt in deze publicatie slechts zijdelings aan bod, zoals politiegeweld bij demonstraties, of surveillance van protest. Deze onderwerpen brengt Amnesty in aparte publicaties aan de orde. Voor een diepgaande studie van het demonstratierecht, uitgelegd in het licht van de internationale verdragen en de rechtspraktijk, verwijzen we naar de evaluatie die prof. dr. J. Brouwer en hoofddocent dr. mr. B. Roorda van de Rijksuniversiteit Groningen en prof. mr. E.A. Schilder van de Vrije Universiteit deden van de Wet openbare manifestaties (2015),3 het proefschrift van Roorda, Het recht om te demonstreren (2016),4 en meer recentelijk het onderzoek van Roorda en zijn collega’s Antwoorden op recente demonstratie- en vergaderingsrechtelijke vraagstukken (2021).5 Amnesty demonstreert zelf al sinds de jaren zestig. Voor dit rapport putten we voor een deel uit eigen ervaring.
Daarnaast spraken medewerkers van Amnesty door de jaren heen met talloze activisten en demonstranten van andere organisaties en bewegingen die Amnesty om advies vroegen bij (mogelijke) schendingen van hun demonstratierecht en volgden we de berichtgeving in de media. Verder putte Amnesty voor dit rapport uit de ervaringen die zijn opgedaan als onafhankelijk waarnemer; Amnesty was de afgelopen vier jaar aanwezig bij ongeveer 25 demonstraties om toe te zien op het verloop van de protesten. Ook bestudeerde Amnesty beleidsdocumenten en rapporten van lokale en nationale overheden, en raadpleegde ze experts en advocaten. In het rapport wordt veel casuïstiek besproken van allerlei organisaties, en dan met name van organisaties uit de klimaat- en antiracismebeweging. Dit omdat deze organisaties Amnesty relatief vaker weten te vinden, maar ook omdat er veel te doen is (geweest) rondom de demonstraties van deze bewegingen. De observaties over waar het knelt en de bijbehorende aanbevelingen voor verbetering die Amnesty in dit rapport doet zijn bovendien getoetst en gestaafd aan de mensenrechtelijke kaders, wetenschappelijke publicaties, rapporten van internationale organisaties en commissies en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.6
3 4 5
6
B. Roorda, J.G. Brouwer en A.E. Schilder, Evaluatie Wet openbare manifestaties in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 3 juli 2015. Berend Roorda, Het recht om te demonstreren. Een vergelijkende studie naar de betogingsvrijheid in Nederland, Duitsland en Engeland vanuit internationaalrechtelijk perspectief, 2016. B. Roorda, J.G. Brouwer en A.E. Schilder (red.), Antwoorden op recente demonstratie- en vergaderingsrechtelijke vraagstukken. Een onderzoek naar antwoorden op demonstratie- en vergaderingsrechtelijke vraagstukken in het Nederlandse recht die zich na de evaluatie van de wet openbare manifestaties in 2015 tot op heden (medio 2021) voordoen, in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2021. De jurisprudentie van het EHRM is terug te vinden op de website van het Raad van Europa Hudoc, https://hudoc.echr.coe. int/eng. Een overzicht van de meest relevante uitspraken geordend per onderwerp is te raadplegen via Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), Guide on Article 11 of the European Convention on Human Rights. Freedom of assembly and association, 30 april 2022, https://www.echr.coe.int/documents/guide_art_11_eng.pdf.
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
10
Hoofdstuk 2. Demonstreren, een mensenrecht
“The right to express grievances or aspirations for change through peaceful protest lies at the heart of any democratic society.” Maina Kiai, voormalig VN-Rapporteur voor de fundamentele vergaderings- en verenigingsvrijheid.
Demonstraties zijn de zuurstof voor de democratie. Historisch gezien heeft de uitoefening van het demonstratierecht mensen in staat gesteld allerlei kwesties te agenderen en mensenrechten op te eisen en zo bijgedragen aan maatschappelijke verandering. Demonstraties zijn een belangrijke manier voor mensen om samen te komen en een forum voor publiek debat en politieke betrokkenheid. Grote demonstraties behoren tot de meest toegankelijke middelen voor mensen om hun mening te laten horen. Door te demonstreren kan iedereen, ook zij die tot een gemarginaliseerde groep behoren, een stem opeisen en kracht putten uit het feit dat zij deel uitmaken van een grotere groep of beweging. Vooral daar waar zij niet (voldoende) toegang hebben tot de media of de politiek. Demonstraties worden beschermd door de internationale mensenrechtenverdragen, ongeacht de kwestie waarvoor mensen de straat op gaan en of de motivatie al dan niet voortvloeit uit een mensenrechtenkwestie. Met een betoging kunnen grote bedrijven of overheidsinstanties ter verantwoording worden geroepen, wat bijdraagt aan goed bestuur. Maar een demonstratie kan ook meer symbolisch zijn, of een combinatie van elementen bevatten.
Denk aan een stille tocht ter nagedachtenis van een slachtoffer van zinloos geweld7, of een herdenkingsbijeenkomst voor een ambassade voor de slachtoffers van verdwijningen, waarbij tegelijkertijd gerechtigheid geëist wordt voor diezelfde slachtoffers.8 Demonstraties zijn daarmee fundamenteel voor een gezonde democratie. Dat volgt ook uit de internationale verdragen en jurisprudentie van het EHRM.9 Ook al is het demonstratierecht niet vastgelegd als een apart mensenrecht, het vloeit voort uit verschillende mensenrechten die zijn vastgelegd in de internationale verdragen. De belangrijkste daarvan zijn het recht op vreedzame vergadering en, nauw daarmee samenhangend, het recht op vrijheid van meningsuiting. Zonder de vrijheid van meningsuiting zijn demonstraties slechts bijeenkomsten van mensen zonder boodschap. Zonder de mogelijkheid bij elkaar te komen, kan de mening de kracht van de aantallen missen om ook daadwerkelijk gehoord te worden. 7 8
9
NOS, “Honderden mensen lopen stille tocht in Amsterdamse Pijp na mesaanvallen”, 27 mei 2021, https://nos.nl/artikel/2382561-honderden-mensen-lopen-stille-tocht-in-amsterdamse-pijp-na-mesaanvallen SMX Collective, Facebook post, 26 september 2020, https://www.facebook.com/smxcollective/posts/pfbid02TeFMdZfw5gCLR5ScqDFS4ujf6KDgDZw4uuEHefQQSXXxGJehkjawKkjNwcZ1KxDtl, “Six years ago 43 students from #Ayotzinapa were forcibly disappeared by the Mexican State […]”. Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), Djavit An tegen Turkije, verzoekschrift 20652/92, 20 februari 2003, par. 56, https://hudoc.echr.coe.int/fre?i=001-60953. Zie voor meer voorbeelden uit de jurisprudentie van het EHRM: B. Roorda c.s., Antwoorden, 2021, p. 8.
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
11
2.1 De mensenrechtenverdragen Verschillende internationale mensenrechteninstrumenten leggen het recht op vreedzame vergadering vast. Het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten van de Verenigde Naties (hierna IVBPR) in artikel 21, de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens in artikel 20 en het Handvest voor de grondrechten van de Europese Unie in artikel 12.10 Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna EVRM), beschermt het demonstratierecht in artikel 11.11 Internationale verdragen zoals het EVRM hebben rechtstreekse werking in de Nederlandse rechtsorde en hebben bovendien voorrang op het Nederlandse recht. Dat is zo bepaald in onze Grondwet.12 Een Nederlandse rechter kan zich baseren op de bepalingen uit het EVRM bij het komen tot een vonnis. Een Nederlandse wet of regel die in strijd is met het EVRM moet juist buiten beschouwing worden gelaten. Wie kan aantonen dat zijn of haar zaak in eigen land niet goed is behandeld, kan deze uiteindelijk voorleggen aan het EHRM. Het EHRM is van groot belang voor het demonstratierecht, ook in Nederland; in talloze zaken hebben de rechters van dat Hof uitleg gegeven over de inhoud en reikwijdte van het demonstratierecht en het daarmee samenhangende recht op vrijheid van meningsuiting.
Deze uitspraken van het EHRM zijn bindend voor Nederland, ook waar het uitspraken over situaties in andere landen betreft. Aanvullende interpretatie volgt uit internationale rapporten en aanbevelingen. Op VN-niveau is er het VN-Mensenrechtencomité, dat toeziet op de naleving van het IVBPR. Recent heeft dit comité in Algemeen Commentaar 37 (2020) over het recht op vreedzame vergadering een nadere uitleg gegeven van hoe artikel 21 IVBPR geïnterpreteerd moet worden.13 De uitleg die het comité geeft aan het demonstratierecht komt voor een groot deel overeen met die van het EHRM over artikel 11.14 Binnen VN-verband is er daarnaast een Speciale VN-Rapporteur voor fundamentele vergaderingsen verenigingsvrijheid, die met enige regelmaat rapporten uitbrengt over specifieke landen of meer algemeen over thema’s gerelateerd aan het demonstratierecht. Meer op Europees niveau zijn er de Richtlijnen voor vrijheid van vreedzame vergadering uit 2010 (tweede editie)15 en 2020 (derde editie)16, van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) en de Europese Commissie voor Democratie door Recht (Commissie van Venetië). Ook dit zijn gezaghebbende bronnen voor de interpretatie van het demonstratierecht.
2.2 Nationale wet- en regelgeving In Nederland is het recht op betoging sinds 1983 expliciet vastgelegd in de Grondwet in artikel 9, dat “het recht tot vergadering en betoging… [erkent], behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet”.17 Tot dan toe maakte het recht op betoging onderdeel uit van het artikel dat het recht op vergadering verankerde. Bij de grondwetswijziging lichtte de regering het belang van het betogingsrecht toe; het is voor velen de enige wijze waarop zij ‘gevoelens of wensen op maatschappelijk en politiek gebied’ kunnen uiten, daar waar zij geen toegang hebben tot de drukpers of andere communicatiemedia.18 10 11 12 13 14 15
16 17 18
Zie bijlage voor de volledige tekst van de artikelen. Zie bijlage voor de volledige tekst van het artikel. Grondwet, artikel 93 en 94. VN Mensenrechtencomité , Algemeen Commentaar 37 (2020) over het recht op vreedzame vergadering (artikel 21), 17 sept 2020, CCPR/C/GC/37. B. Roorda c.s., Antwoorden, 2021, p. 7. Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de Europese Commissie voor Democratie door Recht (Venetië Commissie), Guidelines on freedom of peaceful assembly, tweede editie, 25 oktober 2010, https://www.osce.org/files/f/documents/4/0/73405.pdf. OVSE/ODIHR & Venetië Commissie, Guidelines, 2020. Zie bijlage voor de volledige tekst van het artikel. Kamerstukken II 1975/76, 13 872, nr. 3, p. 39.
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
12
Het is de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat grondrechten worden gerespecteerd. De overheid heeft de plicht het demonstratierecht te eerbiedigen en te beschermen, en zoveel mogelijk te verwezenlijken. Enerzijds moet zij zich zo min mogelijk mengen in de uitoefening ervan. Anderzijds brengt die verplichting met zich mee dat overheden waar nodig maatregelen moeten treffen om de uitoefening van het demonstratierecht mogelijk te maken. Het wettelijk kader hiervoor is vastgelegd in de Wet openbare manifestaties (Wom). De Wom geeft aan onder welke voorwaarden het bevoegd gezag, de burgemeester, een demonstratie mag inperken. Amnesty heeft sterke kritiek op de Wom (zie paragraaf 4.1 De Wom: niet in lijn met de mensenrechten). Hieronder eerst een overzicht van de relevante bepalingen (zie de bijlage voor de volledige tekst van de relevante artikelen). Op grond van artikel 5 kan een burgemeester de nodige voorwaarden verbinden aan een demonstratie, of zelfs overgaan tot een verbod. Voor een demonstratie die al gaande is bestaat de mogelijkheid om op basis van artikel 6 aanwijzingen te geven aan demonstranten. In artikel 7 ligt de mogelijkheid de opdracht te geven een demonstratie direct te beëindigen, en aan demonstranten om uiteen te gaan vastgelegd.
Een dergelijke opdracht kan volgens de Wom gegeven worden indien de vereiste kennisgeving niet is gedaan, een manifestatieverbod is uitgevaardigd, of wanneer betogers handelen in strijd met eerder genoemde voorwaarden, beperkingen of aanwijzingen. Volgens artikel 11 is het houden van of deelnemen aan een demonstratie waarvoor geen kennisgeving is gedaan strafbaar. Hetzelfde geldt voor een demonstratie die door de burgemeester is verboden. Ook het niet opvolgen van een inperking voorafgaande aan een demonstratie, of een aanwijzing of een bevel tot uiteengaan van de burgemeester tijdens een demonstratie is strafbaar volgens artikel 11. Deze strafbaarheidsbepaling is in strijd met de mensenrechten; een demonstrant zou bijvoorbeeld niet bestraft moeten kunnen worden enkel voor het deelnemen aan een niet aangemeld protest (zie ook paragraaf 4.1 De Wom: niet in lijn met de mensenrechten). Artikel 2 bepaalt dat de bevoegdheden uit de artikelen 5 tot en met 7 uitsluitend ingezet mogen worden ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.
Ook hier voldoet de Wom niet aan de internationale verplichtingen die volgen uit de verdragen; het internationaal recht biedt geen ruimte voor inperkingen van het demonstratierecht enkel op grond van het verkeersbelang (zie ook paragraaf 5.2.3 (Enige) hinder voor het verkeer hoort erbij). Ten slotte geeft de Wom in artikel 4 gemeenteraden de mogelijkheid regels op te stellen omtrent de kennisgevingsprocedure. Elke gemeente bepaalt dus zelf binnen welke termijn en de wijze waarop demonstranten een kennisgeving moeten doen. Amnesty meent dat een in elke gemeente vergelijkbare procedure wenselijk is (zie paragraaf 5.1.1 De kennisgeving). Dat de Wom op een aantal punten niet in lijn is met de mensenrechten, stellen ook demonstratierechtdeskundigen als prof. dr. J. Brouwer en hoofddocent dr. mr. B. Roorda van de Rijksuniversiteit Groningen en prof. mr. E.A. Schilder van de Vrije Universiteit.19 Uit de praktijk en de knelpunten die Amnesty daarin signaleert, blijkt dat het niet in lijn zijn met de mensenrechten extra barrières oplevert voor het demonstratierecht. Amnesty pleit ervoor om de Nederlandse wet en praktijk in overeenstemming te brengen met de internationaalrechtelijke verplichtingen (zie ook paragraaf 4.1 De Wom: niet in lijn met de mensenrechten).
19 B. Roorda, J.G. Brouwer en A.E. Schilder, Evaluatie Wet openbare manifestaties in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 3 juli 2015. Zie ook het meer recentelijk onderzoek Antwoorden op recente demonstratie- en vergaderingsrechtelijke vraagstukken (B. Roorda c.s., Antwoorden, 2021).
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
13
2.3 Bijkomende nationale kaders Naast de wettekst van de Wom en de Grondwet zijn er verschillende documenten gepubliceerd door lokale overheden en onafhankelijke organisaties die het betogingsrecht in Nederland verder duiden. De Nationale ombudsman publiceerde in 2007 Demonstreren staat vrij, waarin hij antwoord gaf op veel gestelde vragen van demonstranten. Hij schetste daarmee een kader en de regels van de demonstratievrijheid schetste.20 In 2018 publiceerde de Nationale ombudsman een vervolgrapport, Demonstreren, een schurend grondrecht?21 Het rapport concludeert dat gemeenten het demonstratierecht niet altijd voldoende waarborgen en ziet een belangrijke oorzaak in de (onterechte) belangenafweging die zij maken; ter bescherming van de openbare orde en veiligheid worden demonstraties ingeperkt, terwijl de kern van het demonstratierecht is dat een overheid zich tot het uiterste moet inspannen om een demonstratie mogelijk te maken. Ook als dat een zeker risico of enige hinder met zich meebrengt. Het rapport geeft praktische aanbevelingen voor zowel gemeenten als demonstranten om dit recht beter te waarborgen.22 Uit de analyse van Amnesty blijkt dat een deel van deze aanbevelingen in de praktijk nog niet (voldoende) zijn opgevolgd; de aanbevelingen die Amnesty doet in dit rapport sluiten aan bij die van de ombudsman (zie ook paragraaf 7.3 Toezichthouders).
Ook het in 2018 gepubliceerde boek Demonstreren ‘Bijkans heilig’, opgesteld en uitgegeven door de gemeente Amsterdam, biedt een praktische handleiding voor gemeenten voor het faciliteren van demonstraties.23 Over de rol van de politie bij het faciliteren van demonstraties publiceerde Amnesty International Nederland in 2013 een overzicht van succesvolle handelswijzen van de politie tijdens demonstraties in verschillende landen. De publicatie zet concrete voorbeelden op een rij van hoe politie en andere wetshandhavers een mensenrechtenbenadering kunnen opnemen in de ingewikkelde taak van het faciliteren van protest.24 Ten slotte geven eerder genoemde publicaties van Berend Roorda en zijn collega’s een uitgebreide analyse van de reikwijdte van het demonstratierecht, uitgelegd in het licht van relevantie nationale en internationale jurisprudentie.25
20 Nationale ombudsman, Demonstreren staat vrij. Veelgestelde vragen van demonstranten (rapport 2007/290), 13 december 2007, https://www.nationaleombudsman.nl/uploads/rapport2007-290.pdf 21 Nationale ombudsman, Demonstreren, een schurend grondrecht?, 2018, p. 15. 22 Ibid. 23 Gemeente Amsterdam, Taco Temminck Tuinstra, Demonstreren ‘bijkans heilig’, 2018, https://assets.amsterdam.nl/publish/ pages/893835/demonstratieboek_bijkans_heilig_112018_web.pdf 24 Amnesty International Netherlands, Policing assemblies, december 2013, https://www.amnesty.nl/actueel/short-paper-series-no-1-policing-assemblies 25 B. Roorda, Het recht om te demonstreren, 2016; B. Roorda c.s., Antwoorden, 2021.
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
14
Hoofdstuk 3. Wat is (g)een demonstratie?
Er is geen juridische definitie van het begrip demonstratie dan wel manifestatie, en van wat in de verdragen en Grondwet als ‘vergadering’ wordt aangeduid. Over het algemeen wordt onder deze begrippen een opzettelijke, tijdelijke bijeenkomst op een publieke of niet-publieke plek met een specifiek doel verstaan.26 Dat kunnen ‘klassieke’ demonstraties zijn, zoals een manifestatie op een plein of een protestmars. Maar bijvoorbeeld ook stakingen, processies, stille tochten, flashmobs, protestbijeenkomsten en sit-ins die uiting geven aan een ongenoegen of juist een streven vallen binnen die definitie. Zelfs vieringen, sportevenementen en concerten vallen soms onder het demonstratierecht. En hoewel de meeste demonstraties heel tijdelijk van aard zijn, kunnen ook langer durende sit-ins, blokkadeacties en bezettingen bescherming genieten onder het demonstratierecht.27 Online protesten vallen eveneens onder de reikwijdte van het demonstratierecht.28 Ondanks alle verschillen zijn er drie bepalende kenmerken. Het gaat om: •
een collectieve (twee of meer personen)
•
meningsuiting
•
die plaatsvindt in het openbaar.29
De bijeenkomst is meestal doelbewust. De inhoud van het protest doet er niet toe.
“A demonstration may annoy or give offence to persons opposed to the ideas or claims that it is seeking to promote.” EHRM, Plattform ‘Ärzte für das Leben’ tegen Oostenrijk, par. 32.
Aanstootgevende en schokkende uitingen zijn evengoed beschermd. Dat volgt ook uit de rechtspraak van het EHRM. 30 Ook uitlatingen die de Staat (of anderen) beledigen, schokken of storen zijn beschermd, want “[…] such are the demands of pluralism, tolerance and broadmindedness without which there is no ‘democratic society’”.31 26 Speciaal Rapporteur van de Verenigde Naties voor de fundamentele vergaderings- en verenigingsvrijheid, rapport, 21 mei 2012, A/HRC/20/27, par. 24. 27 Speciaal Rapporteur van de Verenigde Naties voor de fundamentele vergaderings- en verenigingsvrijheid en Speciaal Rapporteur van de Verenigde Naties voor buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies, Joint report on proper management of peaceful assemblies, 4 februari 2016, A/HRC/31/66, par. 10. OVSE/ODIHR & Venetië Commissie, Guidelines, 2020, par. 44. Zie voor voorbeelden uit de jurisprudentie van het EHRM hierover: B. Roorda c.s., Antwoorden, 2021, p. 8. 28 VN-Mensenrechtencomité, 2020, par. 6, 13 en 34. Zie ook specifiek het rapport uit 2019 van de Speciaal Rapporteur van de Verenigde Naties voor de fundamentele vergaderings- en verenigingsvrijheid over vreedzame vergadering in het digitale tijdperk; Speciaal Rapporteur van de Verenigde Naties voor de fundamentele vergaderings- en verenigingsvrijheid, Rapport, 17 mei 2019, A/HRC/41/41, par. 10 en verder. 29 B.
Roorda c.s., Antwoorden, 2021, p. 38. 30 De inhoud doet er immers niet toe. Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), Plattform ‘Ärzte für das Leben’ tegen Oostenrijk, verzoekschrift 10126/82, 21 juni 1988, par. 32, https://hudoc.echr.coe.int/fre?i=001-57558 31 Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), Handyside tegen Verenigd Koninkrijk, verzoekschrift 5493/72, 7 december 1976, par. 49, https://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-57499
DEMONSTRATIERECHT ONDER DRUK. Regels en praktijk in Nederland moeten beter
15
Alle vormen van collectieve meningsuiting in het openbaar, mits vreedzaam, zijn beschermd door het demonstratierecht.32 Dat geldt voor georganiseerde en spontane, voor aangemelde en niet aangemelde protesten.33 Zowel de nationale als de internationale rechtspraak is heel duidelijk: het ontbreken van een kennisgeving mag op zichzelf geen grond vormen voor een verbod of andere beperkende maatregelen ten aanzien van vreedzame demonstraties.34 Ook het opleggen van boetes enkel voor het niet aanmelden van een protest, of deelname aan een niet-aangemeld protest, is in strijd met de mensenrechten.35 Toestemming van de gemeente is niet nodig, een vergunning al helemaal niet.36