Lijst ingekomen stukken 23-01-2024
Tekst van het document
Daarnaast houden we rekening met de in november 2023 gemaakte afspraken tussen de werkgevers en de bonden over de nieuwe CAO 2024. Wat betekent dat we een inhaalslag moeten maken van 1,8% indexatie ten opzichte van de eerder vastgestelde begroting 2024. Verder schenken we aandacht aan de achterblijvende groei van de BVEB ten opzichte van de groei van de beide gemeenten. Eventuele verdere ontwikkelingen nadien worden meegenomen in de Begroting 2025. De bovengenoemde ontwikkelingen worden nader uitgewerkt en aan u voorgelegd in de Begroting 2025, die wordt toegelicht in uw Raden in juni 2024.
De Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard is een samenwerkingsverband van de gemeente Maasdriel en Zaltbommel waarin alle bedrijfsvoeringstaken van de twee gemeenten zijn ondergebracht.
Bijdrage gemeenten aan de BVEB In de hieronder weergegeven tabel ziet u het op dit moment geprognotiseerde effect op de totale bijdrage aan de BVEB voor de beide gemeente. Financieel perspectief Financieel perspectief
2025
2026
2027
2028
2029
Structurele Begroting primitief 2024 Ontwikkelingen
10.773.635 896.500
10.623.407 809.000
10.581.456 809.000
10.543.845 809.000
10.543.845 809.000
Totaal Kaderbrief 2024
11.670.135
11.432.407
11.390.456
11.352.845
11.352.845
Reservemutaties Bijdrage Maasdriel Bijdrage Zaltbommel Totaal
133.661 5.333.312 6.203.162 11.670.135
118.071 5.230.618 6.083.718 11.432.407
89.571 5.224.399 6.076.486 11.390.456
89.571 5.207.011 6.056.262 11.352.845
89.571 5.207.011 6.056.262 11.352.845
Vragen Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met de directie van de BVEB. Met vriendelijke groet, het bestuur van de Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard, De voorzitter,
De directeur,
Dhr. C.A.H. Zondag
Dhr. B.K.F. Cerutti
Kaderbrief BVEB 2025
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD |
INHOUDSOPGAVE 1. 2.
Inleiding / 3 Ontwikkelingen / 4 2.1. Beheersing financiële middelen / 4 2.2. Autonome ontwikkelingen / 6 2.3. Overlopende taken / 9 2.4. Product portfolio / 10
3.
Financieel perspectief / 11
4.
Risico’s / 12
5.
Richtlijnen begroting 2025 / 13
BIJLAGE 1 / 15
2
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
1. Inleiding Voor u ligt de Kaderbrief van de Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard (BVEB) 2025. De BVEB is de uitvoeringsorganisatie voor de bedrijfsvoering van de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel. De BVEB is een zelfstandige gemeenschappelijke regeling maar volledig vervlochten met de gemeentelijke organisaties en daarmee onlosmakelijk verbonden. De BVEB verricht vanuit de gemeentelijke opgaven ondersteunende, beleidsmatige en adviserende bedrijfsvoeringstaken in de samenwerking met de gemeentelijke collega’s. Co-productie in de dagelijkse werkzaamheden bij financiën, juridische zaken, personeelszaken, gegevensbeheer en automatisering. Co-management met directies en MT’s als het gaat om de bedrijfsvoering en sturing op de organisaties. Co-creatie bij de inrichting van de bedrijfsvoering door niet aflatende innovatieopgaven waar de gemeentelijke organisaties voor worden gesteld. De BVEB heeft begin 2025 de implementatie van het nieuwe organisatieplan afgerond en zal dan programma- en vraaggericht werken door middel van het nieuw ontwikkelde Bedrijfsbureau en Services. Het programma bedrijfsvoering geeft richting en vormt de, samen met de gemeenten vastgestelde, activiteiten die de BVEB uitvoert. Keuzes over de inhoud, het benodigde budget en de prioritering worden gemaakt door de directie, bestaande uit de directeur van de BVEB en de beide gemeentesecretarissen.
Bij Services draait een geoptimaliseerd vraag en antwoord proces, waarbij het bewaken van kwaliteit en doorlooptijd van de individuele vragen vanuit de drie organisaties hoog in het vaandel staat. In deze Kaderbrief benoemen we de algemene financiële en beleidsmatige kaders van waaruit vervolgens de ontwerpbegroting 2025-2028 wordt opgesteld. Deze Kaderbrief maakt onderdeel uit van de gehele Planning en Controle Cyclus van de BVEB en is de eerste stap in P&C cyclus van 2025. Conform artikel 18 van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard zendt het bestuur voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders toe aan de raden van de deelnemers.
3
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
2. Ontwikkelingen De onderstaande ontwikkelingen hebben zich voorgedaan tussen het vaststellen van de meerjarenbegroting 2024 en het opstellen van deze Kaderbrief 2025. Ontwikkelingen 2.1 Beheersing financiële middelen 2.2 Autonome ontwikkelingen 2.3 Overlopende taken 2.4 Product portfolio
2025
2026
2027
2028
2029
PM 896.500 PM PM
PM 809.000 PM PM
PM 809.000 PM PM
PM 809.000 PM PM
PM 809.000 PM PM
Totaal
896.500
809.000
809.000
809.000
809.000
Eventuele tussentijdse ontwikkelingen met financiële gevolgen, bijvoorbeeld ontwikkelingen die worden gesignaleerd bij opstelling/vaststelling van de Jaarrekening 2023, kunnen bij de Begroting 2025 nog een aanvulling geven op onderstaande ontwikkelingen. De hier benoemde posten PM bij 2.3 Overlopende taken en 2.4 Product portfolio zullen voor het totaal van de drie organisaties geheel kosten neutraal verlopen. Er is hier sprake van een eventuele verschuiving van kosten van de gemeenten naar de BVEB of vice versa.
2.1. Beheersing financiële middelen Voor een duurzame ontwikkeling van de BVEB is het van belang dat er een gezonde verhouding is tussen de omvang van de BVEB en de omvang van beide gemeenten. Gegeven het takenpakket van de BVEB hebben wij het in dit geval over de omvang van de gemeentelijke organisaties in casu over het aantal medewerkers dat bij de gemeenten werkzaam is. Het werkaanbod van de BVEB neemt toe naarmate een gemeente groeit of meer zelf doet en neemt af naarmate de gemeente krimpt of meer aan derden overlaat. Bij ICT en P&O ligt er haast een één op één verhouding tussen groei/krimp en werkaanbod. Bij Financiën en Juridische zaken is die relatie genuanceerder. Er is dus een relatie/verhouding tussen omvang van primaire taken en ondersteunende taken. Als de ontwikkeling van ondersteunende taken niet wordt gerelateerd aan de ontwikkeling van de primaire taken kan er een ongezonde verhouding ontstaan. De ondersteunende taken worden te duur als de gemeente krimpt of de kwaliteit van de ondersteunende taken loopt terug als gemeenten groeien zonder dat dit ook naar groei van de ondersteunende taken wordt vertaald. Er is geen objectieve maatstaf voor het bepalen van een gezonde relatieve omvang. En ook is het niet (als een meetlat) dat iedere medewerker erbij/eraf onmiddellijk merkbaar is in het werkaanbod bij de BVEB.
Wel is er op basis van historische gegevens een duiding te geven op basis waarvan de omvang van de gemeentelijke organisaties in relatie tot de omvang van de BVEB is te monitoren. Er is, over meerdere jaren gemeten, een uitspraak te doen over de onder- of overfinanciering van de ondersteunende functie. In 2017, bij het ontstaan van de BVEB, was de relatieve omvang van de BVEB 25% van de totale omvang van de gemeenten. In het rapport van &vdLaar werd geconstateerd dat die omvang in de loop der jaren (t/m 2021) was gekrompen naar ca. 21%. Die constatering heeft in de afgelopen jaren geleid tot aanpassing van de omvang van de BVEB met ca. 10 extra arbeidsplaatsen. Sinds 2021 zijn de gemeenten echter doorgegroeid waardoor de relatieve omvang van de BVEB in 2024 nog steeds rond de 21% beweegt. Je kunt dus concluderen dat de BVEB sinds de oprichting 16% is achtergebleven in groei ten opzichte van de groei van de gemeenten, maar ook dat de aanvullende financiering sinds 2021 alweer is “verdampt” op de doorgaande groei van gemeenten.
4
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
De onderstaande tabel geeft begrote formatie in Fte weer exclusief raadsleden en college van burgemeester en wethouders, conform de rekenmethodiek volgens het rapport van Van de Laar, waarbij de formatie voor de SLA's ODR en PHTB binnen de BVEB buiten beschouwing zijn gelaten.
Jaar 2.017 2.018 2.019 2.020 2.021 2.022 2.023 2.024 * Prognose 2025 * Prognose 2026 * Prognose 2027
Begrote formatie in Fte (excl. raad Begrote formatie en college) Begrote formatie in Fte 3 Benodigde fte Totaal in Fte (excl. Organisaties BVEB bij 25% gemeenten SLA's) BVEB Samen aandeel 186 61 247 62 200 61 261 67 221 62 283 74 227 63 290 76 243 65 308 81 262 66 328 87 262 71 333 87 270 71 341 90 290 71 361 97 302 71 373 101 314 71 385 105
Benodigde fte BVEB bij 21% aandeel 49 53 59 60 65 70 70 72 77 80 84
*Prognose 2025, 2026 en 2027 - Voor de jaren 2025 tot en met 2027 is voor de gemeenten gebruik gemaakt van een Trend-berekening met als basis de begrote formatie over de periode 2017-2024 daar er vanaf 2025 formeel voor de gemeenten nog geen formatie is vastgesteld. Hierbij geven we mee dat de groei bij de BVEB ontstaan in 2022 is veroorzaakt door het incorporeren van de formatie bij beëindiging van de dienstverlening aan ODR en de groei in 2023 grotendeels is ontstaan door invoering van het Organisatieplan BVEB en een kleine incorporatie van de formatie bij beëindiging van de dienstverlening aan de PHTB. Het is duidelijk dat de totstandkoming van de BVEB heeft geleid tot substantiële kostenreductie. Bij een gelijkblijvende verhouding sinds 2017 (25%) zouden de structurele loonkosten van de BVEB over 2024 ruim 1.8 miljoen hoger zijn uitgevallen. In de onderstaande Tabel ziet u het vergelijk in groei bij gemeenten en het relatieve aandeel van de BVEB daarbij. Ook ziet u daarin de kostenontwikkeling als het aandeel van de BVEB in gelijke mate (25%) was meegegroeid. Totale Groei 3 groei Organisaties Jaar gemeenten Groei BVEB Samen % % % 2.017 7 % 6 % % 2.018 19 % 2 % 15 % 2.019 22 % 4 % 17 % 2.020 31 % 6 % 25 % 2.021 41 % 8 % 33 % 2.022 41 % 17 % 35 % 2.023 45 % 17 % 38 % 2.024 56 % 17 % 46 % * Prognose 2025 62 % 17 % 51 % * Prognose 2026 69 % 17 % 56 % * Prognose 2027
Meerkosten bij 25% Aandeel aandeel in € excl. BVEB op SLA's (incl. totaal prijsstijging) 25 % € 75.576 23 % € 417.471 22 22 21 20 21 21 20 19 18
% % % % % % % % %
€ 832.963 € 976.709 € 1.352.397 € 1.805.403 € 1.520.667 € 1.897.629 € 2.676.288 € 3.109.399 € 3.542.510
Meerkosten bij 21% aandeel in € excl. SLA's (incl. prijsstijging) € -787.151 € -517.323 € -255.602 € -246.500 € 6.847 € 298.801 € -122.634 € 86.463 € 626.715 € 972.107 € 1.317.499
*Prognose 2025, 2026 en 2027 - Voor de jaren 2025 tot en met 2027 is voor de gemeenten gebruik gemaakt van een Trend-berekening met als basis de begrote formatie over de periode 2017-2024 daar er vanaf 2025 formeel voor de gemeenten nog geen formatie is vastgesteld.
5
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
Of er nu in de huidige verhoudingen sprake is van een gezonde verhouding tussen primaire en ondersteunende taken is zoals gezegd niet objectief vast te stellen maar de druk is groot met name bij afdelingen van de BVEB waar de omvang van het personeelsbestand een rechtstreeks relatie heeft met de groei van gemeenten. Onder verwijzing naar het voorgaande zal de BVEB in de begroting 2025 aanvullende financiële middelen vragen met name voor die posities in de organisatie waar de groei van gemeenten zich het meest laat voelen. Dat deze extra middelen niet al in 2024 benodigd zijn is te danken aan de incidentele aanvullende middelen die door beide gemeenten over 2023 en 2024 beschikbaar zijn gesteld. De voorstellen die op dit moment in de pen zitten voor de begroting 2025 zijn ter informatie toegevoegd in BIJLAGE 1. Het totaal van voorstellen over 2025 zal geenszins de oude verhouding uit 2017 benaderen maar naar verwachting wel hoger uitvallen dan de huidige 21%. De Kaderbrief is echter niet de plek waar deze voorstellen tot besluitvorming komen. De voorstellen en de kostenontwikkeling krijgen pas in de begroting 2025 feitelijk invulling.
De financiële effecten op de fysieke en digitale omgeving zijn buiten beschouwing gelaten omdat de fysieke werkomgeving niet wordt begroot binnen de BVEB maar bij de gemeenten, en de digitale werkomgeving wordt begroot binnen de separate ICT investeringsplanning. Ook is er geen vertaling gemaakt ten aanzien van een verschillende groei tussen de gemeenten onderling omdat dit voor de financiering van de BVEB niet relevant is.
2.2. Autonome ontwikkelingen Voor de jaren 2025 verwachten we de volgende autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen 2.2.1.A Loonindexaties 7,7% 2.2.1.B Prijsindexaties Materiële kosten 2,0% 2.2.2 Uitvoering functieonderhoud 2.2.3 Doorontwikkeling Youforce 2.2.4 Digitaal ontsluiten van planning en controldocumenten 2.2.5 Juridische Abonnementen 2.2.6 Common Ground 2.2.7 Optimalisering Geo/Gis 2.2.8 Data-gedreven werken 2.2.9 Koppeling ZSNL met teams 2.2.10 Wet open Overheid (Woo) 2.2.11 Minder opbrengst verblijfsbelasting Arbeidsmigranten Totaal
6
2025 571.000
2026 571.000
2027 571.000
2028 571.000
2029 571.000
75.000
75.000
75.000
75.000
75.000
20.000
20.000
20.000
20.000
20.000
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
80.000 40.000 25.000 5.500 PM
50.000 10.000
50.000 10.000
50.000 10.000
50.000 10.000
3.000 PM
3.000 PM
3.000 PM
3.000 PM
30.000
30.000
30.000
30.000
30.000
896.500
809.000
809.000
809.000
809.000
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
2.2.1 Indexeringen De BVEB werkt net als de deelnemende gemeenten met indexeringen. Zoals gebruikelijk vormen de indexaties uit de septembercirculaire van dit jaar de basis voor de indexeringen in deze Kaderbrief. A. Loonindexaties 7,7% Op 10 november 2023 hebben de bonden en de werkgeversorganisaties overeenstemming bereikt over de CAO 2024. Binnen de Begroting 2024 was rekening gehouden met een loonkostenstijging van 4,4%. Werkelijk wordt deze naar aanleiding van de nieuwe CAO 2024 6,2%. Dit betekent dat we voor 2024 1,8% dienen bij te ramen om aan onze verplichtingen aan het personeel te kunnen voldoen. Hierbij geven we mee dat men in de septembercirculaire 2023 voor het boekjaar 2024 intussen uitgaat van 6,7% indexatie van de loonkosten 2024 en deze extra kosten voor 2024 dus volledig worden gecompenseerd binnen de opbrengsten uit het gemeentefonds bij de gemeenten. In de septembercirculaire 2023 is voor het jaar 2025 een indexatie van 5,3% opgenomen. Daarnaast wordt voor de sociale lasten 2025, conform de middellange termijn verkenning van het CPB (augustus 2023) een stijging opgenomen van 0,6%. Tezamen met de inhaalslag voor boekjaar 2024 (1,8%) en de verwachte indexatie van 5,9% voor 2025, maakt dat we voor 2025 in totaal rekening houden met 7,7% indexatie loonkosten. B.
Prijsindexaties Materiële kosten 2,0% De septembercirculaire 2023 rekent voor 2025 met een prijsindexatie van 2,0% voor 2025. Hierbij geven we mee dat voor het boekjaar 2024 intussen gerekend wordt met 3,5% indexatie op materiële kosten terwijl in de Begroting 2024 rekening is gehouden met 2,4%. Dit kan betekenen dat we bij de Bestuursrapportage 2024 alsnog een bijstelling moeten maken van de kosten voor begrotingsjaar 2024 van maximaal 1,1% indien blijkt dat de werkelijke kosten hoger zijn dan begroot voor 2024, welke doorwerking heeft op de begrotingsjaren 2025 en verder. Indexeringen 2.2.1 A Indexatie Lonen 1,8 % voor 2024 conform nieuwe CAO 2.2.1 A Indexatie Lonen 5,9 % voor 2025
2025
2026
2027
2028
2029
156.000
156.000
156.000
156.000
156.000
415.000
415.000
415.000
415.000
415.000
2.2.1.A TOTAAL Loonindexaties 7,7%
571.000
571.000
571.000
571.000
571.000
75.000
75.000
75.000
75.000
75.000
646.000
646.000
646.000
646.000
646.000
2.2.1 B Prijsindexaties Materiële kosten 2,0% Totaal
2.2.2 Uitvoering functieonderhoud Door uitstroom en herverdeling van taken zijn beheersmatige werkzaamheden van systeembeheer bij de Servicedesk neergelegd en hebben de medewerkers steeds meer taken op zich genomen. De feitelijk opgedragen werkzaamheden passen niet meer in het HR21 functieprofiel medewerker systemen II. Door middel van functieonderhoud zullen de feitelijk opgedragen werkzaamheden en de gewenste werkzaamheden in overeenstemming gebracht worden en in de juiste HR21 functie worden ingedeeld. 2.2.3 Doorontwikkeling Youforce Vanuit het project e-HRM zijn de basisprocessen in 2022-2024 ingericht in Youforce. Hiermee is de ‘ruggengraat’ van de afdeling HRM gevormd. Met de implementatie van e-HRM is de gehele administratieve basis, met alle daarvoor van belang zijnde randvoorwaarden, op orde gebracht. Het blijft belangrijk om deze basis HRM processen en actuele HRM thema’s te faciliteren middels doorontwikkeling binnen Youforce. De specifieke kennis die hiervoor nodig is, is niet in eigen huis beschikbaar. Hiervoor is expertise nodig van leverancier Visma Raet. In de eerste helft van 2024 wordt bekend wat hiervoor benodigd is.
7
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
2.2.4 Digitaal ontsluiten van planning en control documenten In een tijdperk van digitalisering en efficiëntie is het noodzakelijk de ontsluiting van de planning en control documenten voor de drie organisaties verder te digitaliseren. Dit initiatief biedt talloze voordelen en heeft verstrekkende gevolgen voor zowel de raad, de ambtenaren als de burgers. Een van de voornaamste voordelen van digitale ontsluiting is de verbeterde toegankelijkheid van planning en control documenten. De raad, ambtenaren en burgers kunnen eenvoudig en snel digitale bronnen raadplegen. Daarnaast kunnen documenten sneller worden geüpload, doorzocht, gedeeld en geanalyseerd waardoor de efficiëntie toeneemt. Verder is het wellicht mogelijk om gelieerde stukken hieraan te koppelen. Denk aan documenten zoals de nota grondbeleid, nota risicobeheersing en vastgestelde beheerplannen. Dit zal de samenhang en context van de beschikbare informatie versterken. In 2024 zal een onderzoek plaats vinden door wie dit uitgevoerd kan worden, wat de hiermee gemoeide kosten zijn, hoe dit technisch gerealiseerd kan worden en er zal gekeken worden naar ervaringen bij andere gemeenten. Een logisch moment voor invoering zou het voorjaar van 2025 zijn, bij de start van een nieuwe P&Ccyclus, gemarkeerd door de Kaderbrief 2026/Perspectiefnota 2026.
2.2.5 Juridische abonnementen Bij de gemeenten hebben de medewerkers als adviseur, beleidsmedewerker of jurist te maken met een breed scala aan vraagstukken. Het doel is om deze op efficiënte en complete manier te behandelen zonder de actualiteit uit het oog te verliezen. Daarom is het belangrijk dat de juiste bronnen worden geraadpleegd. Het is belangrijk dat hiervoor de geldende wetgeving, jurisprudentie, commentaar en vakliteratuur kan worden geraadpleegd. Tot nu werd hiervoor per licentie betaald. De vraag naar licenties wordt per jaar groter waardoor de kosten steeds verder oplopen en het lonend wordt om alle medewerkers toegang te geven tot deze bronnen is het wenselijk een abonnement af te sluiten waarbij het aantal licenties onbeperkt is. 2.2.6 Common Ground Gemeenten hebben een nieuwe, moderne, gezamenlijke informatievoorziening nodig voor het uitwisselen van gegevens. Want het huidige stelsel voor gegevensuitwisseling maakt het lastig om snel en flexibel te vernieuwen, te voldoen aan privacywetgeving en efficiënt om te gaan met data. Dat staat de verbetering van de gemeentelijke dienstverlening in de weg. Vanuit die behoefte is Common Ground ontstaan. In de kern gaat het bij Common Ground hierom: een hervorming van de gemeentelijke informatievoorziening, door op een andere manier om te gaan met gegevens. Zo koppelen we data los van werkprocessen en applicaties.
En we bevragen data bij de bron, in plaats van ze veelvuldig te kopiëren en op te slaan. Met de herinrichting van de informatievoorziening kunnen gemeenten hun dienstverlening en bedrijfsvoering ingrijpend verbeteren. Dat stelt ze in staat om op een moderne en flexibele manier in te spelen op maatschappelijke opgaven. Hiervoor zijn aanpassingen in software noodzakelijk evenals nieuwe software. 2.2.7 Optimalisering Geo/Gis Kortgezegd is het streven om de Geo-informatievoorziening in de Bommelerwaard te optimaliseren om klaar te zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Hiervoor laten we in 2025 een onderzoek uitvoeren om de huidige situatie in beeld te brengen. Tegelijkertijd sorteren we hiermee voor op de verschillende ambitieuze landelijke ontwikkelingen binnen het Geo-domein. Te denken valt hierbij aan de Samenhangende Objectenregistratie (SOR), de Interbestuurlijke datastrategie (IBDS), de DISGeo oftewel Doorontwikkeling in Samenhang en het Programma Zicht op Nederland. Maar ook Common Ground speelt een toenemende rol. In de praktijk blijkt dat Geo-informatie een groot maatschappelijk nut heeft in de breedste zin en als Bommelerwaard willen we hier klaar voor zijn. Om dit te bewerkstelligen is deze investering noodzakelijk.
8
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
2.2.8 Data-gedreven werken Datagedreven Werken is het maken van keuzes op basis van betrouwbare informatie. Zo kunnen we als organisatie beter aansluiten op de maatschappelijke opgaven. Deze worden complexer en de verwachtingen van de burger worden hoger. Voor een deel werken we al met data: we maken gebruik van managementinformatie en onderzoeksrapporten, stellen monitors (zoals de monitor sociaal domein) en dashboards samen. Wat veranderd is, is de hoeveelheid gegevens en de rekenkracht van de computers: deze zijn de laatste jaren enorm toegenomen en daarmee het aantal beschikbare technieken. De hoeveelheid data neemt daarnaast steeds meer toe omdat meer apparaten zijn voorzien van sensoren en zo zélf data genereren. Tot dusver bepalen we inzichten voor een belangrijk deel door persoonlijke kennis en ervaring en op afdelingsniveau. Door slim gebruik te maken van gegevens uit verschillende bronnen ontstaan nieuwe inzichten. Het gaat om de vaardigheden om data te vertalen in zinvolle inzichten en om te handelen op basis van die inzichten. Vanuit de maatschappelijke opgave is het nodig om de informatiebehoefte hiervoor in beeld brengen (van buiten naar binnen). We willen de ambitie in de Bommelerwaard gaan bepalen en de eerste stappen zetten.
2.2.9 Koppeling ZSNL met teams Microsoft Teams heeft in korte tijd een stevige plek veroverd in het dagelijks werk van medewerkers in de Bommelerwaard. We vergaderen, bellen, chatten, maken afspraken, wisselen informatie en documenten uit en werken op die manier samen over fysieke- en organisatiegrenzen heen. We kiezen er dan ook graag voor om Teams verder te integreren met andere applicaties om het werken met Teams nog plezieriger te maken. Een koppeling met het Zaaksysteem is hierbij de eerste volgende logische stap. Deze koppeling ondersteunt de collega’s in het automatisch uitwisselen en daarmee borgen van documenten in het zaaksysteem waardoor we de kwaliteit verhogen van beide systemen en de kwetsbaarheid verminderen op onze archiefverantwoordelijkheid. Voor deze koppeling vragen we € 2.500 eenmalig en € 3.000 structureel. 2.2.10 Wet open Overheid (Woo) Op 1 mei 2022 is de Woo in werking getreden. Zodra de wet in werking is getreden geldt de inspanningsverplichting voor bestuursorganen om bij de uitvoering van hun taak uit eigen beweging documenten actief openbaar te maken. Daarbij gaat het in ieder geval om informatie over het beleid, inclusief de voorbereiding, uitvoering, naleving, handhaving en evaluatie. Deze informatie moet duurzaam en toegankelijk worden gearchiveerd en gemakkelijk gevonden en geraadpleegd kunnen worden.
De actieve openbaarmakingsplicht treedt gefaseerd in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De Woo raakt de gehele gemeentelijke organisaties. In 2024 worden de eerste documenten gepubliceerd en zal een koppeling worden gelegd tussen het zaaksysteem van de gemeenten en de Woo-index van KOOP. Per informatiecategorie moet een proces worden opgesteld voor publicatie. Ook in 2025 zullen naar verwachting openbaarmakingsplichten gaan gelden voor meerdere categorieën informatie. Binnen beide gemeenten zijn hiervoor gelden beschikbaar besteld binnen de begrotingen, welke deels toegevoegd dienen te worden aan de BVEB voor de taken die de BVEB hiervoor uitvoert. 2.2.11 Minder opbrengst Verblijfsbelasting Arbeidsmigranten Het college B&W van de gemeente Maasdriel heeft besloten om de uitvoeringstaken voor het heffen en innen van de Verblijfsbelasting Arbeidsmigranten, wat tot op heden werd uitgevoerd door de BVEB, per 2024 onder te brengen bij de Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR). Hierdoor vervallen de specifieke opbrengsten vanuit de gemeente Maasdriel voor deze uitvoeringstaak.
2.3. Overlopende taken Sinds de inrichting van de BVEB in 2017 worden diverse ondersteunende (staf)taken ten behoeve van BVEB vanuit de beide gemeenten verricht. Het betreft onder andere taken op het gebied van communicatie, (OR)secretariaat en concern control. Tot voor twee jaar geleden was dat logisch omdat
9
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
de beide gemeentesecretarissen tevens de directie vormde van de BVEB. Voor het inrichten van een “eigen” ondersteunende directiestaf bij de BVEB bestond geen noodzaak. Dat ligt anders met de komst van de directeur BVEB en de vaststelling van de nieuwe organisatie inrichting van de BVEB en ook omdat de beide gemeenten hun eigen organisatie inrichting op dit moment herijken. In 2024 nemen de BVEB en gemeenten deze praktische afspraken uit het verleden onder de loep en verkennen of, en zo ja op welke wijze, de BVEB moet beschikken over een eigen ondersteunende staf. De financiële effecten daarvan zijn in beginsel neutraal voor de gemeenten omdat het geen uitbreiding betreft maar een mogelijke overheveling van taken/budgetten.
2.4. Product portfolio In het rapport van &VDLaar wordt de mogelijkheid van het uitbreiden van het takenpakket van de BVEB overwogen. In het kader van het organisatieplan BVEB is de overweging aangehouden en verschoven naar de periode waarop de implementatie achter de rug is. In 2025 ontstaat de ruimte om de uitbreiding van taken voor de BVEB desgewenst in te vullen. Er zijn op dit punt twee actuele ontwikkelingen die daarop mogelijk betrekking hebben. In 2024 zullen de eerste stappen worden gezet naar het professionaliseren van de inkooporganisatie. Om te komen tot een professionele inkooporganisatie is een volgende stap nodig; het (bedrijfskundig) inrichten van gecoördineerde inkoopbegeleiding en advies binnen de drie organisaties. Daarbij wordt ook het contractmanagement en -beheer meegenomen. In 2024 zal worden gekeken naar die inrichting, naast een opleidingsprogramma voor de inkopers en contractmanagers. Ook zullen de processen op inkoop en contractbeheer worden geoptimaliseerd door het beter vastleggen van rollen en verantwoordelijkheden. De verwachting is dat dit zal leiden tot het advies om een inkoopadviseur/contractbeheerder te werven voor de drie organisaties. Hierdoor zal mogelijk een verschuiving plaats vinden van de budgetten van het inkoopbureau van de Gemeenten naar de BVEB.
Op dit moment is het functioneel beheer van applicaties meestentijds direct gekoppeld aan de werkzaamheden in het primaire proces. Steeds meer spelen er overwegingen, zowel binnen gemeenten als binnen de BVEB, om (de regie op) het functioneel beheer vanuit één punt aan te sturen. In 2024 zal deze ontwikkeling naar een besluitvormend stuk leiden op basis waarvan de positie van het functioneel beheer op de middellange termijn haar beslag kan krijgen. De financiële consequenties daarvan zijn neutraal omdat het in beginsel een overheveling van bestaande taken/budgetten betreft.
10
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
3. Financieel perspectief In het financieel perspectief geven we de effecten van de hiervoor benoemde besluiten en ontwikkelingen weer. Financieel perspectief Structurele Begroting primitief 2024 Ontwikkelingen
2025 10.773.635 896.500
2026 10.623.407 809.000
2027 10.581.456 809.000
2028 10.543.845 809.000
2029 10.543.845 809.000
Totaal Kaderbrief 2024
11.670.135
11.432.407
11.390.456
11.352.845
11.352.845
Reservemutaties Bijdrage Maasdriel Bijdrage Zaltbommel
133.661 5.333.312 6.203.162
118.071 5.230.618 6.083.718
89.571 5.224.399 6.076.486
89.571 5.207.011 6.056.262
89.571 5.207.011 6.056.262
Totaal
11.670.135
11.432.407
11.390.456
11.352.845
11.352.845
De afspraak is dat de bijdrage wordt berekend over het inwoneraantal van voorgaande kalenderjaar. Voor de bijdragen van 2025 t/m 2028 wordt uitgegaan van de voorlopige inwoneraantallen (peildatum 1 oktober 2023): • Maasdriel 26.204 inwoners • Zaltbommel 30.478 inwoners Bij opstelling van de begroting 2025 zal worden uitgegaan van de inwonersaantallen per 1 januari 2024. Dit resulteert voor nu in de volgende verdelingspercentages: - Maasdriel - Zaltbommel
11
46,23 % 53,77 %
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
4. Risico’s Voor de BVEB zien we momenteel de volgende risico's. Reserves Op basis van de statuten van gemeenschappelijke regeling BVEB mogen de reserves maximaal 3% van de totale begroting zijn. Op dit moment kent de BVEB alleen bestemmingsreserves en zijn er geen algemene reserves gevormd. Prijsstijgingen De Europese Centrale Bank (ECB) verwacht dat de stijging van prijzen goederen en diensten in 2025 weer rond de 2 % zal liggen. Economen rekenen echter op een hogere inflatie in de eurozone. De prijzen in de eurozone blijven de komende jaren waarschijnlijk nog stevig doorstijgen. Ook in 2025 ligt de inflatie waarschijnlijk nog boven het niveau van 2% dat de ECB nastreeft. Hoe hoog de prijsstijgingen zullen zijn en of de aangekondigde indexaties voldoende zullen zijn, is nu nog niet te voorspellen. Krappe arbeidsmarkt Mede door vergrijzing zal het aantal mensen dat beschikbaar is voor de arbeidsmarkt naar verwachting vanaf 2025 stagneren, terwijl de vraag naar mensen steeds verder toeneemt. De verwachting is dat dit zal zorgen voor een structureel krappe arbeidsmarkt. Hierdoor is sprake van een werknemersmarkt, waarin vacatures lastiger te vervullen zijn en werknemers meer eisen. De verwachting is dat dit een kosten opdrijvend effect heeft door stijging van lonen en secundaire arbeidsvoorwaarden.
Ook kan het niet tijdig kunnen invullen van vacatures de kwaliteit onder druk zetten en leiden tot een hogere werkdruk en/of verzuim. Personeelsbeleid gericht op het binden en boeien van onze werknemers en het tijdig inspelen op voorziene ontwikkelingen in ons personeelsbestand zal de komende jaren een toenemend aandachtspunt dienen te zijn. Werkgevers moeten zich gaan voorbereiden op het doen van dezelfde hoeveelheid werk, maar dan met minder mensen.
12
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
5. Richtlijnen begroting 2025 Voor het opstellen van de begroting is het belangrijk om de uitgangspunten te realiseren. Hieronder staan de gehanteerde uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2025. Aanleiding De eerste stap voor de begroting 2025-2028 is het vaststellen van de uitgangspunten voor de begroting. We stellen de begroting 2025-2028 op, op basis van het bestaande beleid. Bij bestaand beleid spreken we over beleidsbeslissingen waartoe uw bestuur heeft besloten. Als deadline hiervoor hanteren wij de besluitvorming tot en met ultimo 2023. Onderwerpen waarover uw bestuur later besluit, verwerken wij in de nota van aanbieding van de begroting. Financiële uitgangspunten De basis voor de begroting 2025 is de meerjarenbegroting 2024 voor de jaarschijf 2025. Hieronder staan de uitgangspunten voor de volgende drie onderdelen: • Salariskosten • Formatie • Prijspeil Salariskosten Zoals gebruikelijk vormen de indexaties uit de septembercirculaire van het gemeentefonds de basis voor de indexaties in de Kaderbrief. Bij het opstellen van de begroting zullen we uitgaan van een zo realistisch mogelijk beeld. Dit betekent dat we uitgaan van het salarisniveau van de huidige Cao, aangevuld met de indexaties uit de laatst gepubliceerde circulaire (september 2023). Voor de sociale lasten houden we rekening met de laatste gepubliceerde middellange termijn verkenning van het CPB.
De salariskosten berekenen we sinds 2023 op basis van een normatieve functie-gestuurde berekeningssystematiek. Wat inhoudt dat we begrootten op toegestane formatie per functiegroep tegen het maximum van de schaal ongeacht de feitelijke bezetting. Voor de jaren 2026 en verder wordt geen loonsverhoging berekend omdat de BVEB met constante prijzen rekent. Formatie In onderstaande tabel is de formatie van de organisatie opgenomen in Fte's. Formatie in fte Directie Bedrijfsbureau Servicebureau Human Resource Management Informatisering en Automatisering Financiën Juridische zaken Totaal
13
Begr. prim. 2024 2,00
Begr. prim. 2025 2,00
Begr. prim. 2026 2,00
Begr. prim. 2027 2,00
Begr. prim. 2028 2,00
Begr. prim. 2029 2,00
1,00
1,00
1,00
1,00
1,00
1,00
9,50
9,50
9,50
9,50
9,50
9,50
27,50 22,00 9,00
27,50 22,00 9,00
27,50 22,00 9,00
27,50 22,00 9,00
27,50 22,00 9,00
27,50 22,00 9,00
71,00
71,00
71,00
71,00
71,00
71,00
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
Prijspeil De richtlijnen en mogelijkheden voor activeren, waarderen en afschrijven zijn vastgelegd in de Financiële verordening BVEB 2020. Hierin zijn onder meer de afschrijvingstermijnen bepaald. De belangrijkste uitgangspunten zijn: • Activa met een verkrijgprijs van minder dan € 50.ooo worden niet geactiveerd; • Activa wordt lineair afgeschreven; • De bij de start van de BVEB overgenomen activa van de moederorganisaties worden afgeschreven conform de resterende afschrijvingstermijnen zoals ze bij de organisaties waren bepaald; • Voor nieuwe activa gelden de volgende afschrijvingstermijnen • Hardware - 4-7 jaar; • Software - 5-7 jaar Op dit moment hebben we een langlopende lening van € 0,5 miljoen (stand 31-12-2023) met een rentepercentage van 0,3%. Een eventueel financieringstekort kan tijdelijk worden aangevuld met een kortlopende lening. Voor de materiële kosten hanteren we de ontwikkelingen conform de laatst bekende circulaire van het gemeentefonds. Voor de jaren 2026 en verder wordt geen prijsstijging berekend omdat de BVEB met constante prijzen rekent.
14
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
BIJLAGE 1 In paragraaf 2.1. Beheersing financiële middelen melden we dat we u zouden informeren over de ontwikkelingen die we verwachte voor de begroting 2025. Deze zijn voor nu als het volgt: Bijlage 1 Uitbreiding formatie I&A 2 Benodigdheden services 3 Projectleider bedrijfsbureau 4 Business Controller
2025 187.000 176.000 122.000 63.000
2026 187.000 176.000 122.000 63.000
2027 187.000 176.000 122.000 63.000
2028 187.000 176.000 122.000 63.000
2029 187.000 176.000 122.000 63.000
Totaal
548.000
548.000
548.000
548.000
548.000
1 Uitbreiding formatie I&A Om de gemeenten ook in de toekomst goed te kunnen bedienen vragen we extra formatie op twee belangrijke plekken. Voor services en specifiek de skilled servicedesk van I&A beschikken we over 2 Fte medewerker servicedesk momenteel. Dit is onvoldoende om de groeiende organisaties en de specialistische werkzaamheden op twee locaties goed fulltime te kunnen bedienen. Hiervoor is 1 Fte uitbreiding noodzakelijk. Om de groeiende vraag naar goed functioneel beheer op te vangen binnen de drie organisaties, sturen we op een verschuiving hiervan richting de BVEB. We richten het functioneel meer en meer domeingericht in en verhogen hiermee kwaliteit en verminderen de kwetsbaarheid. Vanwege de toename van taken vragen we hiervoor uitbreiding van 1 Fte generiek functioneel beheerder. 2 Benodigdheden services Het organisatieonderdeel services is in het organisatieplan van de BVEB opgenomen en in hoofdlijnen vormgegeven. In services wordt gestuurd op de meest optimale doorlooptijd en kwaliteit van alle individuele vragen vanuit de drie organisaties. Services is iets dat we voorheen nog niet kenden. Op dit moment wordt services ontworpen van papier naar praktijk. Tijdens deze ontwerpfase onderzoeken we een aantal zaken die van invloed kunnen zijn op de doorlooptijd en kwaliteit in de meest optimale vorm.
In dit onderzoek bekijken we verschillende scenario's om te ontdekken wat de voorwaarden en de haalbaarheid daarvan is. Een mogelijk scenario dat we onderzoeken is een uitbreiding van het Fte's dat dedicated voor services inzetbaar is. Op dit moment zijn er drie Fte die fulltime in services werkzaam zijn. Eén daarvan is de servicemanager en twee zijn eerstelijns medewerkers werkzaam binnen I&A op de servicedesk en ook daarin begroot. Deze eerstelijns medewerkers van I&A zijn dagelijks inzetbaar, sterk in communicatie en breed inzetbaar op het I&A werkgebied. Voor de teams financiën en HRM is het onderdeel services nieuw. De onderzoeksvraag die we ons stellen: Is het mogelijk om binnen de beheer afdelingen van financiën en HRM een inzetbaarheid op services te realiseren waarbij niet ondergedaan wordt aan de communicatie, doorlooptijd, kwaliteit én het op orde houden van alle beheerwerkzaamheden die bij het reguliere proces behoren. Voor team JZ geldt dat zij voornamelijk te maken hebben met tweedelijns vragen die door de vakspecialisten beantwoord moeten worden, daarbij komt dat zij al reeds werken volgens de principes van services. We verwachten daar geen verdere ontwikkelingen die consequenties hebben voor het budget.
Dit alles overwegende willen wij middels deze Kaderbrief de optie delen om 1 á 2 Fte medewerker(s) servicedesk toe te voegen aan services formatie mocht uit de onderzoekvraag blijken dat dit nodig is om de gestelde doelen van het organisatieplan voor services te behalen.
15
BEDRIJFSVOERINGSEENHEID BOMMELERWAARD | KADERBRIEF 2025 BVEB
3 Projectleider bedrijfsbureau De implementatie van het organisatieplan is gerealiseerd met incidenteel budget vanuit de gemeente. Daarmee is geïnvesteerd op tijdelijke projectleiders/procesbegeleiders die zorgen voor voortgang op de projecten en de totstandkoming van het resultaat. Nu de organisatie staat en het bedrijfsbureau de basis vormt van alle lopende projecten is structureel een projectleider nodig om deze voortgang te blijven bewaken. 4 Business Controller Management en directie van beide gemeenten willen kunnen sturen op basis van accurate, toegankelijke sturingsinformatie. Deze managementinformatie is bedrijfsvoering breed, denk daarbij aan ziekteverzuimpercentages, verlofuren, vacature- en formatieruimte. Maar ook uitputting op projecten en andere budgetten en bijvoorbeeld rapportages op inkoop- en contracten. Een business controller draagt bij aan de continuïteit van deze sturingsinformatie en optimaliseert de processen die de basis vormen van goeie managementinformatie door het bepalen van kritische prestatie indicatoren met het management. Om te kunnen borgen dat management over deze sturingsinformatie beschikt vragen wij 0,5 fte business controller.
16
Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard Postbus 1172 5300 DA Zaltbommel 0418 - 68 19 70 info@bommelerwaard.nl www.bommelerwaard.nl
Steun elkaar!
Rapport
DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Een vervolgonderzoek naar trends binnen het werkveld van armoedebestrijding Rosmalen, december 2023
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Stichting Armoedefonds is in 2013 opgericht met als doel het bestrijden en verzachten van (de gevolgen van) armoede, door het financieel en in natura ondersteunen van honderden lokale organisaties die actief zijn op het gebied van armoedebestrijding in Nederland. Stichting Armoedefonds gelooft in een maatschappij waarin mensen elkaar steunen en waarin we zorgen voor onze medemens. Het Armoedefonds helpt dagelijks lokale hulporganisaties in heel Nederland.
Rosmalen, december 2023 Stichting Armoedefonds De Grote Elst 52 5246 JR Rosmalen Telefoon 073 - 744 01 81
Tekst- en drukfouten voorbehouden. Citeren uit en verwijzen naar is toegestaan met bronvermelding.
2
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD
4
SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN
5
1.
INLEIDING 1.1 Armoede in Nederland 1.2 Publicaties over armoede in Nederland 1.3 Doelstelling en belang onderzoek Armoedefonds 1.4 Dataverzameling onderzoek Armoedefonds
7 7 7 8 8
2.
TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JA AR 2.1 Aantal hulpvragen 2.2 Aard van de veranderingen in hulpvragen 2.3 Soort hulpvragen 2.4 Behoefte aan basisbenodigdheden 2.5 Behoefte aan voedselhulp
12 12 13 14 15 16
3.
MATE VAN KRACHT BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES 3.1 Financiële kracht lokale hulporganisaties 3.2 Hulporganisaties met een wachtlijst
18 18 19
4.
MATE VAN TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST 4.1 Aantal hulpvragen nabije toekomst 4.2 Benodigde middelen 4.3 Online fondsenwerving
20 20 21 21
TRENDVERKENNING: 5 JA AR PERIODIEK ONDERZOEK NA AR DE IMPACT VAN ARMOEDE OP HULPORGANISATIES
23
6.
CONCLUSIES
25
7.
A ANBEVELINGEN
28
BRONNEN
30
5.
3
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
VOORWOORD Veel producten zijn duurder geworden. Niet alleen boodschappen maar ook verzorgingsproducten als tandpasta, wasmiddel en maandverband. De stijgende kosten van levensonderhoud hebben een grote impact op de financiële stabiliteit van talloze huishoudens in Nederland. Voornamelijk (alleenstaande) ouders met kinderen hebben het zwaar. Steeds vaker wordt zichtbaar dat velen aan het einde van de maand de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen. Mensen komen structureel geld tekort en kloppen daarom aan voor hulp. Lokale armoedehulporganisaties krijgen daarom steeds meer hulpvragen binnen. Er lijkt meer aandacht dan ooit te zijn voor armoedebestrijding. Dankzij tijdelijke herstelmaatregelen lijkt het aantal huishoudens met een risico op armoede vorig jaar ook af te nemen. Toch is dat niet altijd terug te zien in de praktijk. Zowel mensen met een uitkering als mensen met een baan hebben soms onvoldoende geld en middelen om rond te komen en mee te doen in onze samenleving. Zij moeten een beroep doen op inkomensondersteunende maatregelen, hun omgeving en hulporganisaties in de buurt. Het is dan ook niet voor niets dat bestaanszekerheid een centraal thema in de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 is geworden.
Stichting Armoedefonds houdt een periodiek onderzoek onder lokale hulporganisaties die zich richten op het bestrijden en verzachten van de gevolgen van armoede. Zodoende ontstaat een duidelijk trendbeeld van wat er speelt onder deze organisaties. De resultaten van dit najaar hebben ons doen schrikken. Ondanks de laatste berichten van het CBS zien wij in de praktijk iets anders. Het aantal hulpvragen bij lokale organisaties nam al toe maar is nog verder doorgestegen. Hulporganisaties kunnen dit niet altijd meer bijbenen en kampen met tekorten aan middelen of hebben wachtlijsten. Daardoor kunnen mensen in armoede niet altijd geholpen worden met eten en drinken, kleding, menstruatie- en hygiëneproducten, de financiële administratie of onderwijsen sportactiviteiten voor hun kinderen. Kortom, te veel mensen leven in bestaansonzekerheid. Dat vraagt om een gecoördineerde inspanning om armoede in Nederland structureel te bestrijden. Het vraagt om steun voor de lokale hulporganisaties die de mensen zien en helpen en zo armoede voorkomen en verzachten. Wij danken alle lokale hulporganisaties hartelijk voor de belangeloze medewerking aan dit onderzoek, waardoor het mogelijk is om deze inzichten te krijgen. Door het delen van de resultaten van het onderzoek willen wij een bijdrage leveren aan het stap voor stap oplossen van de armoedeproblematiek in Nederland.
Henk de Graaf Stichting Armoedefonds
4
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN Veel mensen hebben te weinig geld om maandelijks van rond te komen en deel te nemen aan de samenleving. Zij zijn vaak afhankelijk van de hulp van lokale armoedehulporganisaties. Zij bieden op allerlei vlakken hulp aan mensen. Van voedselhulp tot de uitgifte van menstruatieproducten. En van SchuldHulpMaatjes tot het aanbieden van uitjes om je als kind een dag een ‘normaal’ kind te voelen. Stichting Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de impact van armoede op lokale hulporganisaties door heel het land. Zij staan dagelijks aan de bak om de mensen die tussen wal en schip vallen te helpen. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te verkrijgen in wat er speelt in de praktijk bij deze hulporganisaties. Daarbij focust het onderzoek zich op drie vragen: 1. Hoe verandert het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat (gesteld) om aan de hulpvragen te voldoen? 3. Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen en hebben zij daar voldoende middelen voor? In oktober en november 2023 heeft de dataverzameling van dit onderzoek plaatsgevonden. Hiervoor is een online vragenlijst uitgezet onder meer dan 1.000 lokale hulporganisaties.
375 organisaties, verschillend in grote, hulpaanbod en geografische locatie, hebben de vragenlijst ingevuld. Het onderzoek concludeert dat meer dan de helft van de hulporganisaties in het afgelopen jaar een stijging van het aantal hulpvragen zag (namelijk 56% van de organisaties). Zij geven aan dat deze stijging voornamelijk komt door de prijsstijgingen van boodschappen en door de energieprijzen. Ook lopen mensen vast in de bureaucratie. Steeds vaker vragen alleenstaande ouders met kinderen of paren met kinderen om hulp. Huishoudens hebben voornamelijk behoefte aan voedselhulp en hebben tekorten aan menstruatieproducten, wasmiddel, luiers, doucheproducten en tandenborstels en tandpasta. Door de toenemende hulpvragen, wordt de druk op hulporganisaties steeds groter. Als gevolg hiervan werkt 1 op de 9 hulporganisaties met een wachtlijst. Zij kunnen niet direct de nodige hulp bieden. Ook de financiële stabiliteit van hulporganisaties blijft een heikel punt. 64% van de armoedehulporganisaties is
5
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
financieel niet stabiel en moet haar reserves of hulp van derden aanspreken om te blijven bestaan. 69% van de organisaties verwacht komend half jaar een stijging in het aantal aanvragen. Dit komt overeen met de trend die het Armoedefonds al vijf jaar ziet: het aantal hulpvragen blijft bij veel armoedehulporganisaties toenemen. A ANBEVELINGEN Armoede is een hardnekkig probleem, wat iedereen kan overkomen. Door de huidige kosten van levensonderhoud is het inkomen van groepen mensen, ook werkenden, niet meer voldoende. Naast structurele maatregelen vindt het Armoedefonds het essentieel dat lokale armoedehulporganisaties in staat worden gesteld om hun werk te blijven doen. Daarvoor is structurele financiële steun van hulporganisaties nodig zodat zij de stijgende hulpvragen kunnen opvangen. Uit onze eerdere onderzoeken blijkt dat voor deze steun circa vijf miljoen euro nodig is. Ook mensen die net buiten de grenzen van inkomenshulp vallen, hebben soms hulp nodig. Het loslaten van strikte armoedegrenzen en het toepassen van maatwerk is belangrijk om te zorgen dat niemand buiten de boot valt. Ten slotte is het cruciaal dat de overheid volledig gebruikmaakt van het waardevolle (net)werk en bereik van lokale hulporganisaties. Hulporganisaties zijn namelijk dé plekken waar mensen laagdrempelig voor hulp in aanmerking kunnen komen.
6
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
1. INLEIDING 1.1
ARMOEDE IN NEDERLAND In 2022 liepen 637 duizend mensen een risico op armoede, volgens het CBS 1 . Dat is minder dan voorgaande jaren. Dankzij tijdelijke maatregelen als de energietoeslag werden mensen in 2022 en 2023 boven water gehouden. Zonder die maatregelen zouden een miljoen Nederlanders onder de lage-inkomensgrens uitkomen. In november 2023 zijn boodschappen fors duurder dan het jaar daarvoor 2 . De energieprijzen schommelen en zorgen ervoor dat de koopkracht van sommige mensen al lange tijd onder druk staat. Meer mensen wonen in 2022 in een huishouden met een inkomen dat dicht bij de lage inkomensgrens ligt 3 . Ook wonen relatief veel mensen met een migratieachtergrond en kinderen in een huishouden met een risico op armoede. Van de mensen met een risico op armoede is bijna een kwart een minderjarig kind 4 . Begin 2023 stonden er meer dan 720.000 huishoudens geregistreerd met problematische schulden. Dat betekent dat iemand niet in staat is om deze schulden af te lossen 5 . De maatschappelijke kosten van deze problematische schulden worden ingeschat op 15 tot 17 miljard euro per jaar 6 . De kans om in armoede te belanden is het hoogste voor mensen in de bijstand. Van hen leeft 71% onder de armoedegrens 7 . Daarnaast maakt het Armoedefonds zich ook zorgen over het aantal werkende armen in Nederland. Ongeveer een kwart van de mensen in armoede had betaald werk.
Dit ziet het Armoedefonds ook terug in de praktijk: steeds meer mensen doen aanvraag voor hulp bij lokale initiatieven, waaronder ook veel werkende mensen. Tevens laten hulporganisaties weten dat veel ouderen bij hen aankloppen.
“Ouderen staan huilend voor mijn deur. Het zijn er steeds meer.” Steunpunt 0416
1.2
PUBLICATIES OVER ARMOEDE IN NEDERLAND Een grote groep Nederlanders heeft te weinig geld om maandelijks van rond te komen en deel te nemen aan de samenleving. Een groeiende groep inwoners maakt zich zorgen over vervoerskosten en zorgkosten 8 . Dat geldt vooral voor mensen in de bijstand of met een lager inkomen.
7
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Het CBS heeft onlangs cijfers gepubliceerd waaruit blijkt dat het armoederisico in Nederland is gedaald 9 . Ondanks een daling van het armoederisico, mede door een groeiende werkgelegenheid en dankzij aanvullende maatregelen zoals de energietoeslag, bestaat het risico op armoede nog steeds voor een grote groep. Mensen met een laag inkomen hebben relatief gezien de meeste geldzorgen, in vergelijking met midden- en hoge inkomens. Zonder aanvullend beleid kunnen een miljoen mensen in de armoede belanden. Daarbij zijn voornamelijk kinderen kwetsbaar. Zij leven relatief gezien vaker in armoede dan volwassenen. Zo komt een stel in de bijstand met één of meer kinderen gemiddeld 200 tot bijna 500 euro per maand tekort. Om armoede structureel terug te dringen is de Commissie Sociaal Minimum opgericht. In het najaar van 2023 presenteerde zij haar tweede rapport over wat er nodig is om de bestaanszekerheid van mensen met een inkomen rond het sociaal minimum te versterken 10 . Zij deden aanbevelingen hoe het besteedbaar inkomen van mensen structureel verhoogd kan worden en wat voor systematiek daarbij aansluit. Zo stelt de commissie voor om onder andere het minimumloon, de bijstand en de kindregelingen te verhogen. Na de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 is het aan de politiek of, en zo ja welke, van deze maatregelen opgevolgd worden. 1.3
DOELSTELLING EN BELANG ONDERZOEK ARMOEDEFONDS Stichting Armoedefonds ziet dat de omvang van armoede in Nederland veel impact heeft op het dagelijkse werk van de lokale hulporganisaties. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te verkrijgen in de praktijk bij lokale hulporganisaties. In hoeverre zijn zij in staat om mensen in armoede te helpen en wat is er voor nodig om te zorgen dat mensen niet nog verder in de financiële problemen komen? Het onderzoek kijkt terug naar de ontwikkelingen in het afgelopen half jaar, staat stil bij de (slag)kracht van lokale hulporganisaties en kijkt vooruit naar de verwachtingen voor de toekomst.
Dit doen we aan de hand van de volgende vragen: 1. Hoe verandert het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat (gesteld) om aan de hulpvragen te voldoen? 3. Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen en hebben zij daar voldoende middelen voor? Het Armoedefonds voert al vijf jaar lang onderzoek uit onder lokale hulporganisaties. Dat levert daarom ook een trendbeeld op over hoe armoede zich in de afgelopen jaren, in de praktijk, heeft ontwikkeld. 1.4
DATAVERZAMELING ONDERZOEK ARMOEDEFONDS De dataverzameling voor het onderzoek is gerealiseerd middels een kwantitatief onderzoek in oktober en november 2023.
8
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Het onderzoek, bestaande uit een vragenlijst van 31 vragen, is uitgezet onder meer dan 1.000 lokale hulporganisaties. Verschillende soorten lokale hulporganisaties zijn uitgenodigd om de vragenlijst in te vullen om zoveel mogelijk representativiteit te waarborgen. In totaal is het onderzoek ingevuld door 375 hulporganisaties. Hierbij is gezorgd dat maximaal één persoon per organisatie de vragenlijst heeft ingevuld. Figuur 1.1 Wat voor soort lokale hulporganisaties betreft het? Overig
32%
Voedselbank
31%
Leergeld
13%
SchuldHulpMaatje
6%
Kledingbank
4%
Dak- en thuislozen
4%
Vincentius
3%
Urgente Noden
3%
Quiet
2%
Speelgoedbank
1% 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
De deelnemende hulporganisaties zijn verspreid over heel Nederland en verschillen van grootte en soorten hulp die zij bieden. De organisaties die deelnamen aan het onderzoek zijn onder te verdelen in verschillende categoriën, zie figuur 1.1. Zo vulden organisaties als Voedselbanken (31%), Stichting Leergeld (13%) en SchuldHulpMaatje (6%) het onderzoek in. Categorie ‘overig’ is toepasbaar op 32% van de organisaties. Figuur 1.2 Wat voor soort hulp bieden de lokale organisaties? Voedselhulp
48%
Hygiëne- | verzorgingsproducten
36%
Kleding
36%
Speelgoed
24%
Financiële (nood)hulp
23%
Ontmoetingsplek | uitjes | samenzijn
21%
Ondersteuning administratie
18%
Begeleiding naar zelfredzaamheid
16%
Spullen | witgoed
16%
Binnen- en buitenschoolse activiteiten
14%
Scholing | Training | Cursus
10%
Vakantie
9%
Onderdak | woonbegeleiding
3% 0%
10%
20%
9
30%
40%
50%
60%
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Zoals in figuur 1.2 te zien bieden de organisaties voornamelijk voedselhulp aan (door 48% van de respondenten benoemd), hygiëne- en verzorgingsproducten (36% van de respondenten) en kleding (ook 36% van de respondenten). Ook speelgoed, financiële (nood)hulp en het bieden van een ontmoetingsplek of uitjes - bijvoorbeeld rondom de feestdagen - worden vaker genoemd.
“Als een kind geen sinterklaas kan vieren, maar wel hoort dat de sint bij andere kindjes is langs geweest, is dat psychisch best een ding. Sommige kinderen melden zich ziek van school zodat ze niet hoeven vertellen dat sinterklaas niet bij hen is langs geweest. Daarom bieden we kinderen een onvergetelijke sinterklaaservaring. Want ieder kind moet sinterklaas kunnen vieren.” Stichting Ieder Kind een Sint
Figuur 1.3 Hoe zijn de lokale hulporganisaties geografisch over Nederland verspreid? Zuid-Holland
21%
Noord-Brabant
20%
Gelderland
12%
Utrecht
10%
Noord-Holland
9%
Overijssel
7%
Limburg
6%
Groningen
5%
Landelijk
4%
Drenthe
3%
Friesland
2%
Zeeland
2%
Flevoland
2% 0%
5%
10%
15%
20%
25%
Lokale hulporganisaties uit heel Nederland deden mee aan het onderzoek, zie figuur 1.3. Gemiddeld hebben de organisaties 101 medewerkers en/of vrijwilligers.
10
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Figuur 1.4 Hoeveel medewerkers/vrijwilligers kennen de lokale hulporganisaties en hoeveel klanten/cliënten helpen zij op jaarbasis? Aantal medewerkers/vrijwilligers
Aantal klanten op jaarbasis
Gemiddeld
101
824
Mediaan
30
245
Zoals te zien is in figuur 1.4 is de mediaan 30 personen die actief zijn voor een hulporganisatie. Uit het onderzoek blijkt dat de organisaties gemiddeld 824 hulp behoevenden in hun bestand hebben staan, met een mediaan van 245 personen dat op jaarbasis geholpen wordt.
“De armoede is hier heel groot. We zijn een dunbevolkt gebied. Daardoor zijn er minder lokale hulporganisaties voorhanden. Mensen kunnen hier niet zomaar naar een kledingbank toe. We horen van ouders dat zij kinderen thuis van school houden omdat ze geen maandverband kunnen betalen. De armoede is schrijnend.” De Kracht van Vriendelijkheid Westerwolde
11
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
2. TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JA AR Door de stijgende kosten voor levensonderhoud komen steeds meer mensen in de problemen. Er is een nieuwe groep ‘armen’ ontstaan. Steeds meer mensen die boven de armoedegrens leven kunnen niet meer voorzien in hun eerste levensbehoeften. Deze mensen konden eerst het hoofd boven water houden, maar komen er door de stijgende boodschappen- en energieprijzen niet meer uit. In dit hoofdstuk komen de resultaten aan bod die inzicht geven op de vraagstelling ‘Hoe verandert het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar?’. 2.1
A ANTAL HULPVRAGEN Het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties is sinds het laatste half jaar bij 196 hulporganisaties (56%) toegenomen (figuur 2.1). Daarnaast geven 61 organisaties (17%) een daling in hulpvragen aan. Dat betekent dat 73% van de lokale hulporganisaties te maken heeft gekregen met een verandering voor de organisatie. Veranderingen in hulpvragen hebben invloed op de menskracht, hulpmiddelen en financiën binnen de organisatie.
Figuur 2.1 Stijgt of daalt het aantal hulpvragen bij de lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar? 80% 60%
56%
40% 27% 20% 0%
17% Daalt
Blijft gelijk
Stijgt
Het aantal organisaties dat een stijging van het aantal hulpvragen ervaart, is ten opzichte van mei 2023 wel afgenomen van 64% naar 56%.
12
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
“Het levensonderhoud is veel te duur geworden voor onze doelgroep. Maar de doelgroep die daar net boven zit komt nu ook bij ons. Daar is het nog erger. Mensen zeggen: ‘We werken allebei wel maar we komen gewoon niet rond.’ Het aantal aanvragen is verdubbeld ten opzichte van voor corona.” Kleding- en speelgoedbank Twenterand
Van de organisaties die een stijging ervaren in het aantal hulpvragen komt de grootste groep (34%, zie figuur 2.2) uit de categorie ‘overig’. Onder deze categorie vallen lokale armoedehulporganisaties zoals Stichting de Melkkan en Stichting Veul Diech Good. Hulporganisaties uit deze categorie merken dat mensen steeds vaker niet meer kunnen rondkomen met hun bestaande inkomen. Deze groep komt vaak echter niet in aanmerking voor bepaalde hulp en regelingen, waardoor ze afhankelijk zijn van deze lokale, laagdrempelige organisaties. Daarnaast ziet de Voedselbank (27%) en Stichting Leergeld (15%) ook een flinke stijging in het aantal hulpvragen. Figuur 2.2 Welke verdeling naar soort hulp kan gemaakt worden bij de organisaties die een stijging in het aantal hulpvragen ervaren? ORGANISATIES DIE EEN STIJGING ERVAREN (237) Overig
34%
Voedselbank
27%
Leergeld
15%
SchuldHulpMaatje
7%
Kledingbank
5%
Dak- en thuislozen
5%
Vincentius
5%
Urgente Noden
3% 2%
Quiet
1%
Speelgoedbank 0%
2.2
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
A ARD VAN DE VERANDERINGEN IN HULPVRAGEN Van de respondenten ziet 56% een stijging in het aantal hulpvragen. Hulporganisaties merken dat mensen steeds vaker niet kunnen rondkomen met het bestaande inkomen. De prijzen in de supermarkt stijgen en ook de gas- en energieprijzen zijn enorm gestegen. Eventuele stijging van het inkomen weegt niet op tegen de inflatie. Dit betekent dat een grote groep mensen die eerst niet afhankelijk was van lokale hulporganisaties dat nu wel is.
13
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Figuur 2.3 Onder welke groepen zien de lokale organisaties een stijging van de hulpvragen? TOENAME ONDER HULPGROEPEN HET AFGELOPEN HALF JA AR Alleenstaande ouders met kinderen
56%
Gezinnen
44%
Alleenstaanden
37%
Migranten met verblijfsvergunning
31%
Vluchtelingen
26%
AOW’ers
23%
Jongeren
19%
Chronisch zieken
18%
Personen met een beperking
14%
Daar heb ik geen zicht op
12%
ZZP’ers
11%
Ongedocumenteerde migranten
10%
Onder geen groep toegenomen
4%
Ondernemers
2% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
Wanneer we kijken naar de groepen waaronder een stijging wordt ervaren, zien we het beeld dat de lokale hulporganisaties vooral een stijging zien onder alleenstaande ouders met kinderen (genoemd door 56% van de organisaties) en gezinnen (genoemd door 44% van de organisaties) (figuur 2.3). Ook onder alleenstaanden (genoemd door 37% van de organisaties) en migranten met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (genoemd door 31% van de organisaties) ziet men een stijging. 2.3