Herstelbestemmingsplan Kerkwijk, Walderhof'
Tekst van het document
De betreffende gronden zijn daarmee bestemd voor wegen, fiets- en wandelpaden, parkeerterreinen, alsook de daarbij behorende bermen, taluds, groen-, nuts- en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘pad’ zijn uitsluitend voet- en fietspaden toegestaan. De bouwmogelijkheden op deze gronden zijn beperkt. Alleen gebouwen ten behoeve van openbaar nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van de bestemming mogen worden opgericht. Hierbij dient voldaan te worden aan de gestelde hoogtematen.
‐ 56 ‐
Artikel 7 Water De tot ‘Water’ bestemde gronden zijn bestemd voor water(gangen), taluds, natuurvriendelijke oevers en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming kunnen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht, waarbij de bouwhoogte is gemaximeerd op 2 meter. Artikel 8 Wonen De tot ‘Wonen’ bestemde gronden zijn bedoeld voor het wonen, alsmede voor de daarbij behorende voorzieningen, zoals tuinen en erven. Ook mogen de gronden gebruikt worden voor waterhuishoudkundige voorzieningen, aan huis verbonden beroepen en parkeervoorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bijzonder woongebouw’ zijn de gronden tevens bestemd voor zorgwoningen, met inbegrip van alle daarbij behorende voorzieningen. Ook is binnen het aanduidingsvlak van deze specifieke gebruiksaanduiding een kinderdagverblijf toegestaan. Deze functie mag alleen op de begane grond gesitueerd worden, waarbij het bruto vloeroppervlak (exclusief benodigde buitenruimte) maximaal van 180 m2 mag bedragen. De benodigde buitenruimte mag zowel binnen als buiten het aanduidingsvlak ‘specifieke vorm van wonen – bijzonder woongebouw’ worden gerealiseerd, maar wel binnen het bouwvlak en/of binnen de aanduiding ‘bijgebouwen’. Op de gronden mogen alleen in de bestemming passende bouwwerken worden opgericht.
Woningen dienen daarbij binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gebouwd te worden, waarbij het aantal woningen per bouwvlak niet meer mag bedragen dan het met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ aangegeven aantal. Ook de toegestane gooten/of bouwhoogte is op de verbeelding vastgelegd, net als de bouwwijze van het hoofdgebouw. Met een afwijkingsbevoegdheid is het mogelijk om van de opgenomen bouwwijze af te wijken. De bij de woning behorende bouwwerken mogen alleen worden opgericht, binnen het op de verbeelding aangegeven aanduidingsvlak ‘bijgebouwen’. Hierbij dient voldaan te worden aan de gestelde oppervlakte- en hoogtematen. Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwd oppervlak’ geldt een afwijkende hoeveelheid aan toegestane m2 aan bijbehorende bouwwerken. Ook voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn enkele bouwregels opgesteld. Dergelijke bouwwerken mogen overal binnen het bestemmingsvlak worden opgericht. In de gebruiksregels is bepaald, welk gebruik van de gronden als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Tevens is een bepaling opgenomen onder welke voorwaarden een aan huis verbonden beroep is toegestaan. Voor het toestaan van een aan huis verbonden bedrijf en/of recreatieve activiteiten is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen.
Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – verharding’ mag het verhard oppervlak van het bouwperceel niet meer bedragen dan 50% van het bestemmingsvlak ‘Wonen’. Ook zijn in de gebruiksregels enkele voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Zo is bepaald, dat enkele nieuw te bouwen woningen pas in gebruik genomen mogen worden nadat de benodigde geluidwerende voorzieningen zijn gerealiseerd. Deze geluidwerende voorzieningen dienen ten alle tijden duurzaam in stand gehouden te worden en moeten uitgevoerd worden als een gesloten, 1,8 meter hoge scherm met een reflecterende of absorberende werking. Daarnaast is een voorwaardelijk verplichting opgenomen ten aanzien van het aanbrengen en instandhouden van erfafscheidingen. De laatste voorwaardelijke verplichting ziet op enkele benodigde verkeerskundige maatregelen. Zo dient in de Paradijsweg een verkeerskundige knip aangebracht te worden. Ten zuiden van deze knip dient de Paradijsweg over de gehele
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting
‐ 57 ‐
lengte (dus tot aan de Kerkwijksekade) verbreed te worden tot een totale breedte van 4 meter. Ter hoogte van de in-/uitrit-constructie van het perceel Paradijsweg 3 is over een lengte van 25 meter nog een extra verbreding van 1,8 meter benodigd; hier bedraagt de totale breedte van de Paradijsweg uiteindelijk 5,8 meter. Artikel 9 Waarde - Archeologie 2 De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de dubbelbestemming “Waarde Archeologie 2”. Uitgangspunt voor deze bestemming is dat potentiële aanwezige archeologische waarden beschermd dienen te worden. Bij verstoringen van de bodem die een oppervlak hebben van meer dan 100 m2 en die dieper reiken dan 0,3 meter beneden maaiveld, dient een archeologisch rapport te worden opgesteld alvorens met de verstorende activiteit begonnen kan worden. Dit geldt zowel voor bouwwerkzaamheden als voor overige werkzaamheden. Aan een te verlenen vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden. 5.2.3
Algemene regels Dit hoofdstuk bevat zes algemene regels. Artikel 10 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 11 Algemene bouwregels Met dit artikel is geregeld, dat ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing mogen worden gelaten, indien deze bouwdelen het bouwvlak, de bouwhoogte en/of de bestemmingsgrens voor niet meer dan 1,0 meter overschrijden. Artikel 12 Algemene gebruiksregels Met dit artikel is aangegeven welk gebruik van onbebouwde gronden en gebouwen als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Dit geldt in aanvulling op eventueel in de enkelbestemming beschreven strijdig gebruik. Artikel 13 Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om middels een omgevingsvergunning tot 10% af te wijken van de op de verbeelding of in de regels gegeven maten, afmetingen en/of percentages. Artikel 14 Algemene wijzigingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om het plan op onderdelen te kunnen wijzigen.
Het gaat hierbij om het wijzigen van bestemmingsgrenzen voor een betere realisering van bestemmingen en/of bouwwerken. Artikel 15 Overige regels In dit artikel is een regeling opgenomen inzake de toetsing aan de geldende parkeernormen en normen t.a.v. laden en lossen. Hiervan kan onder de genoemde voorwaarden van afgeweken worden. Dit artikel bevat ook een regeling waarmee bepaald is, dat bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikelen 5 t/m 9 en artikel 2.1 eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ook het
‐ 58 ‐
beeldkwaliteitsplan betrokken moeten. Dit beeldkwaliteitsplan is als bijlage bij de planregels opgenomen. 5.2.4
Overgangs- en slotregels In artikel 16 is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting
‐ 59 ‐
‐ 60 ‐
6.
UITVOERBAARHEID
6.1
Financiële uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het tweede lid van artikel 6.12 Wro is aangegeven dat onder andere van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. De initiatiefnemer ontwikkelt voor eigen rekening en risico de nieuwe woningen. Tussen de gemeente Zaltbommel en de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten over de grondexploitatie. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens is een overeenkomst betreffende planschade afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Deze overeenkomst zal als een separate rapportage worden opgenomen. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De voor de gemeente Zaltbommel vaste vooroverlegpartners zijn betrokken bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. Zowel van de provincie Gelderland als het waterschap Rivierenland is een schriftelijke reactie ontvangen. Deze reacties zijn in een separate bijlage samengevat en voorzien van een gemeentelijk standpunt. Omgevingsdialoog In het kader van de omgevingsdialoog hebben diverse informatiemomenten plaatsgevonden: 2e helft 2022 is de ontwikkelvisie door de initiatiefnemers overgenomen van de initiatiefgroep [omwonenden].
15 december is er een participatieavond geweest met de direct omwonenden en zijn de onderstaande opmerkingen verwerkt in de huidige plannen; langzaamverkeers aansluiting op de Paradijsweg ipv een reguliere aansluiting; zorgen over overlast van inschijning van koplampen in de woning aan de Paradijsweg; aanpassing verdraaien van appartementencomplex; groene buffer: afscheiding met de directe buren aan de Paradijsweg en Achterstraat. Hiervoor is een grondwal met schutting en beplanting opgenomen als buffer. zichtlijn vanuit een woning aan de Achterstraat zo veel mogelijk behouden, door verschuiving in ontwikkelvelden ;
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting
‐ 61 ‐
zo veel mogelijk aansluiten op de oorspronkelijk opbouw en structuur van Kerkwijk, met terpen en openheid met veel groen behouden in het plan; zo veel mogelijk aansluiten op de ontwikkelvisie van 16 juli 2022 qua openheid en beeldkwaliteit. Tussentijds zijn individuele gesprekken met direct omwonenden gevoerd en is de mogelijkheid geboden om een individuele gesprek aan te gaan met de ontwikkelaars. 27 september 2023 heeft een inspraakavond voor direct omwonenden plaatsgevonden. De opkomst bedroeg circa 90%. Algehele conclusie is positief op de plannen met veel groen en openheid. 28 september 2023 is een openbare inspraakmiddag en –avond georganiseerd. De opkomst bedroeg zo’n 350 personen. Ook hier is de algehele conclusie positief op de plannen met veel groen en openheid.
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” heeft van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen. In deze periode bestond de mogelijkheid om zowel mondeling als schriftelijk zienswijzen naar de gemeente Zaltbommel te sturen. Er zijn vier zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn voor het einde van die termijn verzonden c.q. ontvangen en daarmee binnen de termijn ontvangen. In een procesnota12 zijn de ingediende zienswijzen samengevat, beoordeeld en voorzien van een reactie. Ook is aangegeven of de betreffende zienswijze geleid heeft tot aanpassingen in het vastgestelde bestemmingsplan. De nota bevat ook een overzicht van de ambtshalve wijzigingen, oftewel aanpassingen die de gemeente zelf heeft doorgevoerd.
12
‐ 62 ‐
Gemeente Zaltbommel, Procesnota bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof”.
II.
REGELS
‐ 64 ‐
INHOUDSOPGAVE PLANREGELS HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS ............................................................... 67 Artikel 1 – Begrippen ................................................................................ 67 Artikel 2 – Wijze van meten ........................................................................ 73 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS ............................................................. 75 Artikel 3 – Agrarisch.................................................................................. 75 Artikel 4 – Groen ..................................................................................... 79 Artikel 5 – Verkeer ................................................................................... 81 Artikel 6 – Verkeer - Verblijfsgebied .............................................................. 82 Artikel 7 – Water ..................................................................................... 83 Artikel 8 – Wonen..................................................................................... 84 Artikel 9 – Waarde – Archeologie 2 ................................................................ 91 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS ................................................................ 95 Artikel 10 – Antidubbeltelregel ....................................................................
95 Artikel 11 – Algemene bouwregels ................................................................. 95 Artikel 12 – Algemene gebruiksregels ............................................................. 95 Artikel 13 – Algemene afwijkingsregels ........................................................... 96 Artikel 14 – Algemene wijzigingsregels ........................................................... 96 Artikel 15 – Overige regels .......................................................................... 96 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS ................................................... 99 Artikel 16 – Overgangsrecht ........................................................................ 99 Artikel 17 – Slotregel ................................................................................ 99
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 65 ‐
‐ 66 ‐
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 – Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan: het bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” met identificatienummer NL.IMRO.0297.BGBBP20230014-VS02 van de gemeente Zaltbommel. 1.2 Bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. Verdere begrippen in alfabetische volgorde: 1.3 Aan het buitengebied gebonden bedrijven: bedrijven die door hun aard of activiteiten functioneel aan het buitengebied gebonden zijn. Voorbeelden van aan het buitengebied gebonden bedrijven zijn een hoveniersbedrijf, paardenpension/ -stalling, kennel/ dierenasiel en hondensportaccommodatie; 1.4 Aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten: het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend (zie bijlage 2 Aan huis gebonden beroepen en bedrijven).
1.5 Aan huis verbonden beroep: het in een woning met bijbehorende gebouwen beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen gebied, zulks met behoud van de woonfunctie van de betreffende woning. 1.6 Aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een gebouw, dat aan het hoofdgebouw is gebouwd en dat naar aard en indeling is bedoeld voor uitbreiding van en/of aanvulling op de woonfuncties van het hoofdgebouw tenzij in de regels anders is bepaald. 1.7 Aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar – ingevolge de regels – regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.8 Aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft. 1.9 Achtergevel een van de openbare weg en/of fiets- en voetpad afgekeerde gevel van een hoofdgebouw.
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 67 ‐
1.10 Agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.11 Agrarisch medegebruik een gebruik voor kleinschalige agrarische activiteiten, al dan niet met een hobbymatig karakter. 1.12 Agrarisch verwant bedrijf bedrijven die gericht zijn op het leveren van diensten en goederen aan agrarische bedrijven zoals het bewerken, vervoeren en/of verhandelen van agrarische producten en bedrijven die zich richten op een combinatie van agrarische- en zorgfuncties. Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn (loon)werkbedrijven, veehandelsbedrijven, dierenklinieken voor grootvee, groothandels in agrarische gewassen en zorgboerderijen. 1.13 Archeologische waarde terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar alle vóór tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. 1.14 Bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.15 Bedrijf: een onderneming waarin doorgaans met economisch oogmerk goederen worden vervaardigd, bewerkt, verwerkt en/of opgeslagen. 1.16 Begane grond: de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau. 1.17 Bestaand:
bij gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en ook aanwezig mocht zijn op grond van het voorafgaande planologische regime; bij bouwwerken: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een verleende bouwvergunning en/of omgevingsvergunning.
1.18 Bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.19 Bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.
‐ 68 ‐
1.20 Bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.21 Bij zorgwoningen behorende voorzieningen: gemeenschappelijke voorzieningen voor de bewoners zoals keuken- en horecafaciliteiten, recreatie- en verpleegruimten, dagverblijven, kapper, detailhandel (ondergeschikt aan en ten dienste van de hoofdfunctie) en inpandige bergingen, evenals (openbare) (praktijk)ruimten ten behoeve van sociale en/of medische doeleinden. 1.22 Bosplantoen: houtachtige, extensief beheerde beplanting met een natuurlijk karakter bestaande uit voornamelijk inheemse struikvormers en/of boomvormers. 1.23 Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats 1.24 Bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.25 Bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrenst met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.26 Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.27 Bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel. 1.28 Bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.29 Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.30 Bouwwerk, geen gebouw zijnde: een bouwwerk, niet zijnde een gebouw.
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 69 ‐
1.31 Bouwwijze: de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, waarbij: onder 'vrijstaand' wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning niet begrensd is door scheidsmuren van andere hoofdgebouwen tenzij in de regels anders is bepaald; onder 'twee-aaneen' wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning naar één zijde door een scheidsmuur van een naastgelegen hoofdgebouw is begrensd; onder 'aaneengebouwd' wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning deel uitmaakt van een blok van meer dan twee hoofdgebouwen die naar twee zijden door scheidsmuren van naastgelegen hoofdgebouwen zijn begrensd, met uitzondering van het hoofdgebouw die de aldus gevormde rij beëindigen; onder ‘patio’ wordt verstaan dat het een hoofdgebouw is met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof, gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen (bouw)perceel aanwezige gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; onder ‘gestapeld’ wordt verstaan dat het hoofdgebouw uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden. 1.32 Dak: een gesloten bovenbeëindiging van een bouwwerk.
1.33 Detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit niet zijnde horeca. 1.34 Gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.35 Geluidsgevoelige functies (in de zin van de Wet geluidhinder): hieronder worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, andere gezondheidszorggebouwen dan de genoemde (t.w. verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken en kinderdagverblijven), alsmede de terreinen die behoren bij de andere gezondheidszorggebouwen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, alsmede woonwagenstandplaatsen. NB Delen van een onderwijsgebouw die niet zijn bestemd voor geluidsgevoelige onderwijsactiviteiten, maken voor de toepassing van de Wet geluidhinder geen deel uit van een onderwijsgebouw. 1.36 Hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
‐ 70 ‐
1.37 Huishouden: een persoon of groep personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. 1.38 Kap: een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden met een hellingshoek van tenminste 35° en ten hoogste 60°. 1.39 (Openbare) nutsvoorziening: een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation. 1.40 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één gesloten wand. 1.41 Perceelsgrens de scheiding tussen bouwpercelen, die niet aan éénzelfde eigenaar behoren dan wel niet door éénzelfde gebruiker worden benut. 1.42 Prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.43 Seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.44 Verdiepingen: de bouwlagen van een gebouw gelegen boven de begane grondlaag. 1.45 Verhard oppervlak: alle oppervlakten die op grond van de Keur c.q. beleidsregels van het Waterschap Rivierenland als verharding worden gezien. 1.46 Verkeersknip: een voorziening die doorgaand gemotoriseerd verkeer op meer dan twee wielen en motoren tegengaat.
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 71 ‐
1.47 Voldoende laad- en losgelegenheid: van voldoende laad- en losgelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot laden en lossen op eigen terrein zoals vastgelegd in de 'Parkeernota Zaltbommel 2018', vastgesteld door de raad op 14 juni 2018. Op het moment dat de gemeente een opvolger van de hiervoor genoemde nota vaststelt, wordt deze 'opvolger' gehanteerd om te bepalen of sprake is van voldoende laad- en losgelegenheid. 1.48 Voldoende parkeergelegenheid: van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de parkeernormering (en maatvoering van de parkeergelegenheid) zoals vastgelegd in de 'Parkeernota Zaltbommel 2018', vastgesteld door de raad op 14 juni 2018. Op het moment dat de gemeente een opvolger van de hiervoor genoemde nota vaststelt, wordt deze 'opvolger' gehanteerd om te bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 1.49 Voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad en/of groenvoorziening toegekeerde gevel of gevels van een hoofdgebouw. 1.50 Voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn getrokken langs de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan. 1.51 Waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit.
Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etcetera. 1.52 Wonen: het huisvesten van een huishouden in een woning/wooneenheid. 1.53 Woning: een (gedeelte van een) gebouw dat uitsluitend mag worden gebruikt voor de huisvesting van één huishouden. 1.54 Zorgwoning: twee of meerdere personen, die geen huishouden vormen, maar in een situatie of traject afhankelijk van zorg- en begeleiding, zoals bedoeld in de Woonzorgvisie, voor een bepaalde periode of regulier gezamenlijk in een woning of woonvorm wonen, waarbij iedereen minimaal beschikt over een eigen onzelfstandige wooneenheid (kamer) en er sprake is van een aantal gemeenschappelijke voorzieningen.
‐ 72 ‐
Artikel 2 – Wijze van meten Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1
De afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
2.2
De dakhelling de helling van het (deel van) het dak en het horizontale vlak.
2.3
Het bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage van de gronden, nader bepaald in de regels, dat ten hoogste mag worden bebouwd.
2.4
De goothoogte van een bouwwerk de hoogte in meters van de druiplijn, de bovenkant van de goot, het boeiboord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel, gemeten vanaf peil.
2.5
De inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer en de buitenzijden (van gevels, (en/of het hart van de scheidsmuren) daken en dakkapellen).
2.6
De bouwhoogte van een bouwwerk de hoogte in meters van het hoogste punt van een bouwwerk, gemeten vanaf peil, met dien verstande, dat bij de meting van de bebouwingshoogte van een gebouw schoorstenen, lichtkoepels balkonhekken en dergelijke aan een gebouw ondergeschikte bouwdelen buiten toepassing blijven.
2.7
De oppervlakte van een bouwwerk de oppervlakte van een bouwwerk door middel van loodrechte projectie van het dakvlak; indien en voor zover het overstek kleiner is dan 0,5 m, gelden, in afwijking van het voorgaande, de buitenkant van de muren als bebouwde oppervlakte.
2.8
De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren).
2.9
Het peil
a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 73 ‐
‐ 74 ‐
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 – Agrarisch 3.1
Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. aan huis verbonden beroepen; c. nevenactiviteiten; d. extensieve dagrecreatie; e. voet- en fietspaden; inclusief de daarbij behorende: f. agrarische gronden; g. toegangswegen, -paden en overig verblijfsgebied; h. parkeervoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. duurzame energievoorzieningen; k. voorzieningen voor openbaar nut, waaronder begrepen leidingen, (ondergrondse) afvalcontainers en informatiezuilen; l. watergangen, waterretentie, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterzuivering en waterinfiltratie. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Op en in de gronden als bedoeld in 3.1 mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd binnen het bouwvlak, met uitzondering van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwwerken, geen gebouwen zijnde', waarvoor geldt dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde tevens zijn toegestaan op de gronden ter plaatse van deze aanduiding; b. lage tijdelijke, lage permanente en overige teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan; c. de bouwhoogte van duurzame energievoorzieningen mag niet meer dan 12 meter bedragen; d. de oppervlakte van paardenbakken mag niet meer dan 1.200 m2 bedragen; e. de bouwhoogte van silo's mag niet meer dan 10 meter bedragen; f. de bouwhoogte van sleufsilo's, kuilvoerplaten, bassins en mestopslagen mag niet meer dan 3 meter bedragen;
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 75 ‐
g. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 meter bedragen; h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 meter bedragen; i. de bouwhoogte voor palen en masten mag niet meer dan 7 meter bedragen; j. in afwijking van het bepaalde onder a mogen buiten het bouwvlak worden gebouwd: 1. lage tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen; 2. erf- en terreinafscheidingen waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1 meter mag bedragen; 3. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Schuilgelegenheden buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 ten behoeve van het bouwen van andere dan bestaande schuilgelegenheden buiten het bouwvlak, mits: a. de oppervlakte van de bij het bedrijf, instelling of woning behorende agrarische gronden ten minste 5.000 m2 bedraagt; b. de afstand tussen het bouwvlak en de schuilgelegenheid niet minder dan 50 meter bedraagt; c. de oppervlakte niet meer dan 25 m² bedraagt; d. de goot- en bouwhoogte niet meer bedraagt dan respectievelijk 2,5 meter en 4 meter; e. de schuilgelegenheid aan ten minste één zijde niet voorzien is van een wand. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Nevenactiviteiten Voor nevenactiviteiten zoals bepaald in lid 3.1 onder c mag per bouwvlak maximaal 25% van de totale vloeroppervlakte met een maximum van 350 m2 van de bedrijfsgebouwen worden gebruikt ten behoeve van nevenactiviteiten in de vorm van agrarisch verwante bedrijven en aan het buitengebied gebonden bedrijven. 3.4.2 Aan huis verbonden beroep De gezamenlijke vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep op de in lid 3.1 onder k bedoelde gronden mag, in voorkomend geval samen met de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van andere beroeps- en bedrijfsactiviteiten als bedoeld in lid 3.5.2, niet meer dan 30 m² bedragen. 3.4.3 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van de gronden buiten het bouwvlak als paardenbak; b. het gebruik van permanente teeltondersteunende voorzieningen, uitgezonderd voor zover toegestaan; c. het gebruik van ruimten binnen een bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf;
‐ 76 ‐
d. het gebruik van gronden voor fruitteelt en boomgaarden, uitgezonderd voor zover: 1. het de vervanging van bestaande fruitteelt en boomgaarden betreft; 2. geen gebruik wordt gemaakt van gewasbestrijdingsmiddelen, dan wel indien gewasbestrijdingsmiddelen worden toegepast wordt voorzien in een windcirkel en gebruik wordt gemaakt van driftarme spuitdoppen; e. het gebruik van gronden voor het plaatsen van reclamezuilen en -borden, anders dan ten behoeve van de ter plaatse toegestane activiteiten; f. wonen, anders dan ten behoeve van het agrarische bedrijf, in een voormalig agrarische bedrijfswoning, de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – voormalig agrarische bedrijfswoning' uitgezonderd. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Nevenactiviteiten a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 voor het (bij een in werking zijnd agrarisch bedrijf) toestaan van: 1. kleinschalig kamperen tot maximaal 15 mobiele kampeermiddelen in het bouwvlak of direct aansluitend aan het bouwvlak in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober, mits zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing; 2. extensieve verblijfsrecreatie binnen gebouwen, zoals kampeerboerderij en bed and breakfast; 3. horeca van categorie 3 ten dienste van extensieve dagrecreatie, zoals een theetuin; 4. extensieve recreatiepunten; 5. detailhandel in ter plaatse voortgebrachte producten tot maximaal 30 m2; 6. bermverkoop van ter plaatse voortgebrachte producten tot maximaal 5 m2; 7. zorg, zoals een zorgboerderij; 8. kinderdagopvang; 9. stalling van caravans, boten e.d.. b. Voor verlening van de onder a genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende regels: 1. voor zover de nevenactiviteiten binnen gebouwen plaatsvinden, niet meer dan 25% van de oppervlakte van de aanwezige gebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van nevenactiviteiten, tot een maximum van 350 m2, met dien verstande dat voor horeca niet meer dan 250 m2 van de oppervlakte van gebouwen mag worden gebruikt; 2. bij de afweging worden in ieder geval de milieuhygiënische belangen betrokken; 3.
parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. 3.5.2 Aan huis verbonden bedrijf Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.3 onder c, teneinde binnen een bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf toe te staan. Hiervoor dient aan de volgende criteria te worden voldaan: a. de woonfunctie dient als overwegende functie gehandhaafd te blijven; b. het gebruik mag geen onevenredige hinder voor het woon- en leefmilieu opleveren en mag geen afbreuk doen aan het karakter van de buurt;
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 77 ‐
c. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de afwikkeling van het verkeer en/of leiden tot onevenredige parkeerdruk; d. (detail)handel is alleen toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf; e. de gebruiksoppervlakte ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf mag maximaal 30 m2 bedragen.
‐ 78 ‐
Artikel 4 – Groen 4.1
Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. groenvoorzieningen en beplantingen; b. paden en parkeervoorzieningen; c. in-/uitrit-constructies ten behoeve van aangrenzende woonbestemmingen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting’; d. schouwzone voor een naastgelegen watergang; e. openbare sport- en speelvoorzieningen; f. beeldende kunstwerken; g. voorzieningen voor openbaar nut, waaronder begrepen leidingen, (ondergrondse) afvalcontainers en informatiezuilen; h. watergangen, waterretentie, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterzuivering en waterinfiltratie, waarbij ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – wadi’ uitsluitend waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterretentie en waterinfiltratie zijn toegestaan; een en ander met de bijbehorende voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op en in de gronden als bedoeld in 4.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a bouwwerken ten dienste van de bestemming; b. in afwijking van het bepaalde onder a, zijn ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - onbebouwd’ geen bouwwerken toegestaan. 4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van een gebouw bedraagt 3 meter; c. de maximale oppervlakte van een gebouw bedraagt 15 m2. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering bedraagt 8 meter; b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 4 meter.
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 79 ‐
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Voorwaardelijke verplichting bosplantsoen Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – bosplantsoen’ dient een bosplantsoen aangeplant te worden. Dit bosplantsoen dient te allen tijde onderhouden en duurzaam in stand gehouden te worden.
‐ 80 ‐
Artikel 5 – Verkeer 5.1
Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wegen, waarbij het aantal rijstroken niet meer bedraagt dan het huidige aantal; b. fiets- en wandelpaden; c. oplaadpunt voor elektrische auto's; d. parkeerterreinen; inclusief de daarbij behorende: e. voorzieningen voor openbaar nut, waaronder begrepen leidingen, (ondergrondse) afvalcontainers en informatiezuilen; f. kunstwerken; g. groenvoorzieningen; h. watergangen, waterretentie, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterzuivering en waterinfiltratie; i. bermen en taluds. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Op en in de gronden als bedoeld in 5.1 mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 50 m2; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 meter. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 20 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 81 ‐
Artikel 6 – Verkeer - Verblijfsgebied 6.1
Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wegen, voet- en fietspaden, met bermen; b. in afwijking van het bepaalde in 6.1 onder a zijn ter plaatse van de functieaanduiding ‘pad’ uitsluitend voet- en fietspaden toegestaan; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. voorzieningen voor openbaar nut, waaronder begrepen leidingen, (ondergrondse) afvalcontainers en informatiezuilen; f. watergangen, waterretentie, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterzuivering en waterinfiltratie; g. openbare sport- en speelvoorzieningen; h. kunstwerken; i. watergangen, waterretentie, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterzuivering en waterinfiltratie; j. voorzieningen voor openbaar nut, waaronder begrepen (ondergrondse) afvalcontainers en informatiezuilen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Algemeen Op en in de gronden als bedoeld in 6.1 mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 6.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 meter; c. de maximale oppervlakte van een gebouw bedraagt 15 m2. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering bedraagt 8 meter; b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 4 meter.
‐ 82 ‐
Artikel 7 – Water 7.1
Bestemmingsomschrijving De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. water ten behoeve van de waterhuishouding;; b. watergangen; c. taluds en natuurvriendelijke oevers; d. voorzieningen, zoals kunstwerken en andere waterstaatwerken, voor waterafvoer en waterberging; een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals duikers, bermen, beschoeiingen en paden. 7.2
Bouwregels
7.2.1 Algemeen Op en in de gronden als bedoeld in 7.1 mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2 meter.
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 83 ‐
Artikel 8 – Wonen 8.1
Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen; c. waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden van water, bergen, aan- en afvoeren van water en natuurvriendelijke oeverzones langs watergangen; d. zorgwoningen, met inbegrip van alle bij zorgwoningen behorende voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bijzonder woongebouw’; e. kinderdagverblijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bijzonder woongebouw’; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, speelterreinen, nutsvoorzieningen en overige verhardingen. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in 8.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ten dienste van de bestemming; b. bijgebouwen en aan- en uitbouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd binnen het bouwvlak, met dien verstande dat; 1. ter plaatse van de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de bouwaanduiding aaneengebouwde woningen zijn toegestaan;
‘twee-aaneen’
uitsluitend
twee-
3. ter plaatse van de bouwaanduiding ‘aaneengebouwd’ uitsluitend aaneengebouwde woningen zijn toegestaan; 4. ter plaatse van de bouwaanduiding ‘gestapeld’ uitsluitend gestapelde woningen zijn toegestaan; b. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ aangegeven aantal; c. de goot-/bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' dan wel de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven; d. ter plaatse van de bouwaanduiding ‘plat dak’ dient het hoofdgebouw met een plat dak afgedekt te zijn;
‐ 84 ‐
8.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gesitueerd binnen de aanduiding 'bijgebouwen'; c. de gronden ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen' mogen met niet meer dan 50% worden bebouwd met een maximum van 100 m²; d. in afwijking van het bepaalde onder c mag ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouwd oppervlak’ ten hoogste het aangegeven maximum m2 aan bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. e. van aan het hoofdgebouw gebouwde bijgebouwen en aan- en uitbouwen: 1. mag de goothoogte niet meer bedragen dan 3 meter, dan wel maximaal 0,25 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 meter; 3. het plaatsen van hekwerken op een bijbehorend bouwwerk is toegestaan, indien en voor zover het hekwerk dient als een afscheiding voor een dakterras en indien het hekwerk niet hoger is dan 1 meter; f. van vrijstaande bijgebouwen bedraagt de goot- en nokhoogte respectievelijk niet meer dan 3 m en 6 m. 8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel ten hoogste 0,8 meter bedraagt: b. in aanvulling en afwijking van het bepaalde onder a geldt voor erf- of terreinafscheidingen die worden aangebracht vóór de voorgevel en bij zij- en achterkanten als deze grenzen aan of duidelijk in het zicht liggen van de openbare ruimte: (erf)afscheidingen dienen alsdan te worden uitgevoerd in de vorm van levende groenvoorzieningen, zoals een haag of klimplanten, in combinatie met een houten hek of gaaswerk. c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter; d. zwembaden worden achter (het verlengde van) de achtergevel van het hoofdgebouw gebouwd, waarbij de bouwhoogte ten hoogste 1,2 meter bedraagt; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 2 meter. 8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Afwijken van de bouwwijze van hoofdgebouwen Het bevoegd gezag is bevoegd om af te wijken van het bepaalde in lid 8.2.2 onder a, teneinde een andere bouwwijze van hoofdgebouwen toe te staan, mits het maximaal aantal wooneenheden niet wordt vergroot en de stedenbouwkundige kwaliteit niet wordt aangetast. 8.4
Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Strijdig gebruik
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 85 ‐
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor (zelfstandige) bewoning; b. het gebruik van een deel van een woning en/of bijbehorende bouwwerken voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf; c. het gebruik van de in deze bestemming aangegeven gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van woningen en/of wooneenheden anders dan voor de huisvesting van één huishouden, waaronder in ieder geval wordt begrepen kamerverhuur en het gebruik voor zorg- en begeleidingsafhankelijke bewoning. 8.4.2 Aan huis verbonden beroep De gezamenlijke vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep op de in lid 8.1 bedoelde gronden mag, in voorkomend geval samen met de vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van andere beroeps- en bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 8.5.1, niet meer bedragen dan 30 m² van de totale vloeroppervlakte van de gebouwen op het betreffende bouwperceel. 8.4.3 Maximum verhard oppervlak bouwperceel Ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – verharding’ mag het verhard oppervlak van het bouwperceel niet meer bedragen dan 50% van het bestemmingsvlak ‘Wonen’.
8.4.4 Kinderdagverblijf Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – bijzonder woongebouw’ is het gebruik als kinderdagverblijf toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het gebruik vindt alleen plaats op de begane grond; b. het bruto vloeroppervlak van een kinderdagverblijf (exclusief buitenruimte) mag niet meer bedragen dan 180 m2; c. de voor een kinderdagverblijf benodigde buitenruimte mag zowel binnen als buiten het aanduidingsvlak ‘specifieke vorm van wonen – bijzonder woongebouw’ gesitueerd worden, maar dient binnen het bouwvlak en/of het aanduidingsvlak ‘bijgebouwen’ gesitueerd te zijn. 8.4.5 Voorwaardelijke verplichting geluidscherm a. Het gebruik van woningen binnen de op de onderstaande afbeelding met blauw omkaderde gronden is alleen toegestaan als ter plaatse van de rode lijn zoals weergeven op de onderstaande afbeelding een geluidscherm is gerealiseerd en in stand wordt gehouden:
‐ 86 ‐
b. Het in 8.4.5 onder a bedoelde geluidscherm dient als volgt uitgevoerd te worden: 1. de bouwhoogte dient minimaal 1,8 meter te bedragen; 2. het betreft een geheel gesloten scherm met een minimaal gewicht van 10 kg/m2; 3. het betreft een scherm met een reflecterende of een absorberende werking. 8.4.6 Voorwaardelijke verplichting verkeerskundige maatregelen Het gebruik van gebouwen binnen de bestemming ‘Wonen’ is alleen toegestaan als: a. ter plaatse van de rode cirkel, zoals aangegeven op onderstaande afbeelding, een verkeersknip op de Paradijsweg is gerealiseerd:
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 87 ‐
b. de wegverharding op de Paradijsweg ten zuiden van de in 8.4.6 onder a bedoelde verkeersknip over de volledige lengte 4 meter breed is; c. ter hoogte van de inrit aan de Paradijsweg 3, zoals weergegeven op onderstaande afbeelding en ter afwijking van het bepaalde in 8.4.6 sub b, de wegverharding op de Paradijsweg over een lengte van 25 meter 5,8 meter breed is:
‐ 88 ‐
d. de in 8.4.6 onder a tot en met c genoemde voorzieningen in stand worden gehouden. 8.4.7 Voorwaardelijke verplichting erfafscheidingen a. Het gebruik van gebouwen binnen de bestemming ‘Wonen’ is alleen toegestaan als de bij de betreffende gebouwen de benodigde erfafscheiding(en), zoals opgenomen op pagina 24 van het als bijlage 1 bij deze regels gevoegde beeldkwaliteitsplan, zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden. b. De in 8.4.7 onder a opgenomen verplichting geldt niet voor erfafscheidingen in de categorie ‘eigen keuze max 1,8 m’, zoals opgenomen op pagina 24 van het als bijlage 1 bij deze regels gevoegde beeldkwaliteitsplan. 8.5
Afwijken van de gebruiksregels
8.5.1 Aan huis verbonden bedrijf Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.4.1 onder b, teneinde binnen een woning en/of bijbehorende bouwwerken de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf toe te staan. Hiervoor dient aan de volgende criteria te worden voldaan: a. de woonfunctie dient als overwegende functie gehandhaafd te blijven; b. het gebruik mag geen onevenredige hinder voor het woon- en leefmilieu opleveren en mag geen afbreuk doen aan het karakter van de buurt; c. het bedrijf moet door de bewoner worden geëxploiteerd; d. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de afwikkeling van het verkeer en/of leiden tot onevenredige parkeerdruk; e. parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein; f. (detail)handel is alleen toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf; g. de te gebruiken oppervlakte ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf mag maximaal 30 m² bedragen.
8.5.2 Recreatieve activiteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1 teneinde binnen een woning en/of bijbehorende bouwwerken recreatieve activiteiten zoals het verstrekken van logies en ontbijtvoorzieningen (bed & breakfast), horecaactiviteiten (theetuin en soortgelijke activiteiten), exposities, verhuur van fietsen, huifkarren e.d., toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de woonfunctie dient in overwegende mate behouden te blijven; b. de activiteit dient plaats te vinden binnen de bestaande gebouwen; c. de activiteit maximaal 30% van het vloeroppervlak van de op het perceel aanwezige bebouwing tot een maximum van 100 m2 mag bedragen; d. indien het betreft logies, zijn maximaal 5 appartementen toegestaan; e. er mag geen sprake zijn van onevenredige aantasting van de bestaande landschappelijke waarden; f. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuen dierenwelzijnswetgeving;
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 89 ‐
g. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de afwikkeling van het verkeer en/of leiden tot onevenredige parkeerdruk; h. parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein.
‐ 90 ‐
Artikel 9 – Waarde – Archeologie 2 9.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
9.2
Bouwregels
9.2.1 Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bouwwerk a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 30 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld én waarin in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. b. Geen onderzoeksplicht naar archeologische waarden geldt in het geval van vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. c.
Voor zover op basis van ander documentatiemateriaal onmiskenbaar vaststaat dat archeologische waarden niet zijn te verwachten (bijvoorbeeld als al onderzoek heeft plaatsgevonden, waaruit bleek dat er geen archeologische waarden aanwezig waren of dat toereikende maatregelen genomen konden worden om aanwezige waarden in de bodem te behouden), kan met instemming van het bevoegd gezag (veelal de gemeente) onderzoek achterwege blijven en bestaan vanuit de archeologie geen belemmeringen. 9.2.2 Uitzondering Het in lid 9.2.1 genoemde rapport hoeft niet overlegd te worden indien de genoemde omgevingsvergunning de bouw van een kas betreft en de initiatiefnemer kan aantonen dat: a. de daadwerkelijke bodemingreep dieper dan 30 cm minder dan 10% van de oppervlakte van de te realiseren kas bedraagt; b. en voorts de daadwerkelijke bodemingreep dieper dan 30 cm niet meer dan 100 m2 betreft. 9.2.3 Voorwaarden Indien uit het in lid 9.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen;
Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Regels
‐ 91 ‐
c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.2.3 Bouwverbod Indien uit het in lid 9.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 9.2.3 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan kan de vergunning worden geweigerd. 9.3
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige.
9.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
9.4.1 Omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning verleend door het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; b. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; c. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; e. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; f.
het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; g. het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; h. het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; i. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30 centimeter; waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt.
‐ 92 ‐
9.4.2 Uitzonderingen a. Het in lid 9.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; b. Voor zover op basis van ander documentatiemateriaal onmiskenbaar vaststaat dat archeologische waarden niet zijn te verwachten (bijvoorbeeld als al onderzoek heeft plaatsgevonden, waaruit bleek dat er geen archeologische waarden aanwezig waren of dat toereikende maatregelen genomen konden worden om aanwezige waarden in de bodem te behouden), kan met instemming van het bevoegd gezag (veelal de gemeente) onderzoek achterwege blijven en bestaan vanuit de archeologie geen belemmeringen. 9.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheden op grond van bestemmingsplan, inpassingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit kan slechts worden verleend, indien door de in lid 9.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.
9.4.4 Voorwaarden Voor zover de in lid 9.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende voorschriften wordt verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
waardoor
2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.4.5 Onderzoeksplicht De omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 9.4.6 Beoordelingscriteria Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.