CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Herstelbestemmingsplan Kerkwijk, Walderhof'

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Kerkwijk, Walderhof27.029 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BESTEMMINGSPLAN KERKWIJK, WALDERHOF

IMRO-nummer: NL.IMRO.0297.BGBBP20230014-VS02

1 augustus 2025

BESTEMMINGSPLAN KERKWIJK, WALDERHOF

ontwerp vaststelling herstelbesluit

24 november 2023 7 november 2024 18 september 2025

INHOUDSOPGAVE I.

TOELICHTING

II.

REGELS

III.

BIJLAGEN (APART BIJGEVOEGD)

IV.

VERBEELDING

I.

TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING 1.

2.

3.

4.

INLEIDING .................................................................................................... 11 1.1

Aanleiding ................................................................................................ 11

1.2

Ligging en begrenzing................................................................................... 11

1.3

Vigerend bestemmingsplan ............................................................................ 11

1.4

Gekozen planopzet ...................................................................................... 14

BELEIDSKADER .............................................................................................. 17 2.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 17

2.2

Provinciaal beleid ....................................................................................... 18

2.3

Regionaal beleid ......................................................................................... 21

2.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................... 21

BESCHRIJVING VAN HET PLAN ........................................................................... 27 3.1

Omgeving en huidig gebruik ........................................................................... 27

3.2

De beoogde ontwikkeling .............................................................................. 29

TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN.................................................................. 33 4.1

Water ...................................................................................................... 33

4.2

Milieuzonering ........................................................................................... 39

4.3

Geurhinder ............................................................................................... 40

4.4

Geluid ..................................................................................................... 42

4.5

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 43

4.6

Externe veiligheid ....................................................................................... 44

4.7

Bodem ..................................................................................................... 45

4.8

Archeologie en cultuurhistorie ........................................................................ 46

4.9

Ecologie ................................................................................................... 48

4.10 Duurzaamheid ............................................................................................ 50 4.11 Verkeersaspecten ....................................................................................... 50 4.12 Niet gesprongen conventionele explosieven ........................................................ 52 4.13 Besluit m.e.r. ............................................................................................ 52 5.

6.

JURIDISCHE ASPECTEN .................................................................................... 55 5.1

Inleiding ................................................................................................... 55

5.2

De opzet van de planregels ............................................................................ 55

UITVOERBAARHEID ......................................................................................... 61 6.1

Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................ 61

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid.................................................................... 61

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐9‐

‐ 10 ‐

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding Gelegen tussen de Walderweg en de Paradijsweg ten zuiden van de kern van Kerkwijk is een nieuwe woonwijk voorzien: Walderhof. Walderhof staat voor kleinschalige woonerven in het groen. Het woningbouwplan bestaat in totaal uit 85 woningen, waarbij een combinatie wordt gezocht van sociale huurwoningen, goedkope- en (middel)dure woningen. Ook zijn enkele bouwkavels voorzien. Door deze mix en stedenbouwkundige opzet ontstaat een informele, gemengde woonwijk, passend bij het karakter van Kerkwijk. De geldende juridisch-planologische kaders staan de realisatie van de beoogde woningen niet toe (zie § 1.3). Om de beoogde woningen te kunnen realiseren is een herziening noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging en begrenzing Het plangebied bevindt zich aan de zuidzijde van het dorp Kerkwijk en ligt ingeklemd tussen de Walderweg (N832) in het westen en de Paradijsweg in het oosten. Zowel de noordelijke als de zuidelijke plangrens wordt gevormd door de perceelgrenzen van de aanwezige bebouwing aan de Achterstraat c.q. de Kerkwijksekade. Kadastraal staat het plangebied bekend als Kerkwijk, sectie O, nummers 6, 519, 520 en 620. Om de beoogde ontsluiting op de Walderweg te kunnen realiseren, maakt ook een klein deze van deze weg onderdeel uit van het plangebied.

Afbeelding 1: Ligging van het plangebied in Kerkwijk (links) en directe omgeving (rechts).

1.3

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied gelden momenteel de volgende juridisch-planologische kaders:  Provinciaal inpassingsplan “Tuinbouw Bommelerwaard”, vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland op 28 september 2016 en inmiddels enkele malen gerepareerd c.q. herzien (meest recente versie is op 8 februari 2023 vastgesteld).

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 11 ‐

 

Provinciaal inpassingsplan “Fietspad N832”, vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland op 28 oktober 2020. Bestemmingsplan “Buitengebied Zaltbommel”, vastgesteld op 17 september 2014 door de gemeenteraad van Zaltbommel.

Provinciaal Inpassingsplan “Tuinbouw Bommelerwaard”

Bestemmingsplan “Buitengebied Zaltbommel”

Provinciaal Inpassingsplan “Fietspad N832”

Afbeelding 2: Uitsnede verbeeldingen geldende juridisch-planologische kaders (plangebied rood omkaderd).

Provinciaal inpassingsplan “Tuinbouw Bommelerwaard” De betreffende gronden zijn voorzien van de bestemming ‘Agrarisch’ en functieaanduiding ‘glastuinbouw’. Daarmee zijn deze gronden bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, alsook voor een glastuinbouwbedrijf. Ook de daarbij behorende agrarische gronden en bij het bedrijf behorende voorzieningen (silo’s en dergelijk) worden als passend binnen de bestemming ervaren, net als toegangswegen, paden, parkeervoorzieningen, duurzame (energie)voorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, bermen en taluds. Vanwege het ontbreken van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is het niet mogelijk om op de gronden een bedrijfswoning te realiseren. Het bouwen van kassen en andere bedrijfsgebouwen is alleen toegestaan binnen de aanduiding ‘glastuinbouw’. Het volledige aanduidingsvlak mag hierbij bebouwd worden; dit betreft een oppervlak van zo’n 50.000 m2. De bouwhoogte van kassen is hierbij gemaximeerd op 9 meter; voor andere agrarische bedrijfsgebouwen geldt een maximale goot- en bouwhoogte van 6 respectievelijk 12 meter. Ook aan het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels ten aanzien van situering en maximale hoogte toegekend. Daarnaast geldt op grond van het provinciaal inpassingsplan nog de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 2”.

Deze dubbelbestemming beschermt eventuele archeologische waarden. Bij bouw- en/of graafwerkzaamheden met een oppervlak van meer dan 100 m2 en die dieper reiken dan 0,3 meter beneden maaiveld dient voorafgaand aangetoond te worden dat eventuele archeologische waarden door de (bouw)werkzaamheden niet worden aangetast.

‐ 12 ‐

Afbeelding 3: Uitsnede verbeelding provinciaal inpassingsplan “Tuinbouw Bommelerwaard” (plangebied rood omkaderd).

Provinciaal inpassingsplan “Fietspad N832” en bestemmingsplan “Buitengebied Zaltbommel” Ter plaatse van het deel van het plangebied waar de nieuwe aansluiting op de Walderweg (N832) is voorzien, gelden het provinciaal inpassingsplan “Fietspad N832” c.q. het bestemmingsplan “Buitengebied Zaltbommel”. Binnen het bestemmingsplan is hierbij de bestemming ‘Verkeer’ van toepassing. Deze gronden zijn daarmee onder andere bestemd voor wegen, fiets- en wandelpaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. De gronden die vallen binnen het provinciaal inpassingsplan zijn voorzien van de bestemming ‘Verkeer – Langzaam verkeer’. Daarmee zijn de betreffende gronden bestemd voor fiets- en wandelpaden, bestaande kruisende wegen voor gemotoriseerd verkeer, alsook voor groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen. De bouwmogelijkheden binnen beide bestemmingen zijn zeer beperkt. Alleen het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, passende binnen de bestemming zijn toegestaan. Aanvullend zijn binnen de bestemming ‘Verkeer’ gebouwen met een maximum oppervlak van 50 m2 en een maximale bouwhoogte van 4 meter toegestaan. Ook in zowel het inpassingsplan als in het bestemmingsplan is sprake van een archeologische dubbelbestemming ter bescherming van eventuele aanwezige archeologisch relicten.

In het bestemmingplan gelden hierbij dezelfde grenswaarden als vastgelegd in het provinciaal inpassingsplan “Tuinbouw Bommelerwaard”. In het provinciaal inpassingsplan “Fietspad N832” geldt dat een archeologisch onderzoek benodigd is bij (bouw)werkzaamheden met een diepte van meer dan 0,3 meter beneden maaiveld, ongeacht de omvang.

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 13 ‐

Afbeelding 4: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied Zaltbommel” (boven) en provinciaal inpassingsplan “Fietspad N832” (onder; plangebied rood omkaderd).

Conclusie De geldende juridisch-planologische kaders staat de beoogde woningbouwontwikkeling niet toe, aangezien binnen de geldende bestemming het niet is toegestaan om woningen te bouwen. Deze kader kennen geen afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheid, waarmee de beoogde ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt kan worden.

1.4

Gekozen planopzet Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling om de voorziene woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Deze regeling geschiedt door middel van de bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 2) en anderzijds een juridisch kader voor de

‐ 14 ‐

te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 3). De bindende planstukken worden nader onderbouwd met de toelichting op zowel de planregels als de verbeelding. Wat betreft de planopzet sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Zaltbommel. Wel is het plan met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012) vormgegeven.

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 15 ‐

‐ 16 ‐

2.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald die betrekking hebben op Zaltbommel en in het bijzonder die voor dit bestemmingsplan.

2.1

Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld en is vanaf 12 februari 2021 bindend voor het Rijk als geldende visie onder de Wro. Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: 1) ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2) verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; 3) sterker en leefbaarder maken van steden en regio’s; 4) toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. Het beleid met betrekking tot verstedelijking heeft het Rijk onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet' overgelaten aan de lagere overheden. Wel is sprake van een 'ladder' voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Deze is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en bestond oorspronkelijk uit drie treden.

Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd, waarbij de afzonderlijke treden zijn komen te vervallen. Daarnaast is het begrip ‘actuele regionale behoefte’ vervangen door ‘behoefte’. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling. Daarnaast geldt, dat toetsing van de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk is voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 van het Bro wordt dit omschreven als een “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de zogenaamde overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State over de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Als de woningbouwontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol.

Daarnaast heeft het Rijk in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) nog diverse nationale belangen vastgelegd, waarmee bij een ruimtelijke procedure rekening gehouden moet worden.

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 17 ‐

Doorwerking plangebied Met betrekking tot de nationale belangen die in het Barro zijn vastgelegd, is voor de gemeente Zaltbommel het rijksbeleid voor Grote Rivieren van belang. Dit beleid is uiteengezet in de Beleidslijn Grote Rivieren. Deze Beleidslijn omvat het gehele kader voor het beoordelen van de toelaatbaarheid, vanuit rivierkundig en ruimtelijk oogpunt, van nieuwe activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren. De Beleidslijn is van toepassing op onder andere het stroomgebied van de Waal. Omdat het plangebied geen betrekking heeft op het stroomgebied van de Waal, worden de in het Barro vastgelegde nationale belangen door de beoogde woningbouwontwikkeling niet beïnvloed. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal 85 woningen aan de zuidzijde van Kerkwijk en dient daardoor aangemerkt te worden als een stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijk is dan ook aan de orde. Uit §2.2 en §2.3 blijkt, dat de beoogde woningen passen binnen de regionale en gemeentelijke woonvisies en binnen de provinciale woningbouwafspraken. De behoefte naar de beoogde woningen is daarmee aangetoond. De beoogde ontwikkeling vindt plaats in het huidige buitengebied van Kerkwijk, waardoor sprake is van nieuw ruimtebeslag.

Binnen het huidige dorpsgebied zijn momenteel geen locaties voorhanden, alwaar een dergelijke woningbouw ontwikkeling gerealiseerd kan worden. Daarnaast kan op grond van het geldend provinciaal inpassingsplan “Tuinbouw Bommelerwaard” (en bijbehorende herzieningen) binnen het plangebied een 9 meter hoog kassencomplex met een omvang van 50.000 m2 gerealiseerd worden (zie § 1.3). Een dergelijke ontwikkeling leidt tot een enorme landschappelijke aantasting, doordat zichtlijnen komen te verdwijnen en er geen aandacht is voor groen- en waterstructuren. Daarnaast sluit een dergelijk kassencomplex niet aan op de bestaande bebouwing in de directe omgeving. Met het beoogde woningbouwplan wordt juist gestreefd naar een soepele overgang naar het buitengebied. Het betreft immers een ruim opgezet plan met diverse zichtlijnen en waarbij veel aandacht is voor water- en groenstructuren. Uit § 4.9 blijkt tevens, dat dit nieuwe ruimtebeslag geen gevolgen heeft voor aanwezige ecologische waarden. Door de beoogde ontwikkeling wordt ook een bijdrage geleverd aan het toekomstbestendigheid van het dorp Kerkwijk, doordat er meer draagvlak ontstaat voor de aanwezige (sport)voorzieningen. Op grond van de hiervoor genoemde redenen wordt het gebruiken van nieuw ruimtebeslag dan ook acceptabel geacht.

Geconcludeerd wordt, dat de beoogde ontwikkeling past binnen het Nationaal beleid, zoals vastgelegd in het NOVI, het Bro en het Barro.

2.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en bijbehorende verordening De omgevingsvisie Gaaf Gelderland is door Provinciale Staten op 9 juli 2014 vastgesteld, op 17 oktober 2014 in werking getreden en is op 19 december 2018 op enkele onderdelen gewijzigd. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie,

‐ 18 ‐

biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  een voortvarend en innovatief circulair beleid;  een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;  efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;  een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Ten aanzien van het aspect ‘wonen’ streeft de provincie ernaar om vraag en aanbod op de woningmarkt met elkaar in balans te brengen en te houden. In de regionale woonagenda agenderen alle (relevante) partijen in een regio de regionale opgaven op het gebied van wonen. De provincie is één van de partijen. De agenda gaat onder meer over hoe partijen met elkaar invulling geven aan flexibiliteit, levensloopbestendigheid, betaalbaarheid, het aandeel “huur” en andere kwaliteiten waaraan behoefte is.

De provincie maakt op regionale schaal afspraken met gemeenten en woningbouwcorporaties over de woningvoorraad op basis van een recente huishoudenprognose. De kwantitatieve regionale afspraken worden vastgelegd in het regionaal woonprogramma. Nieuwe woningen moeten inspelen op de toekomstige vraag. Doorwerking plangebied De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen, die voor dit bestemmingsplan van belang zijn. Omgevingsverordening Gelderland Op 24 september 2014 hebben Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld, die vervolgens op 18 oktober 2014 in werking is getreden. Ook deze is sindsdien op enkele onderdelen gewijzigd; meest recente versie dateert van december 2022. Ten opzichte van de Omgevingsvisie voorziet de Omgevingsverordening niet in nieuw beleid. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen.

Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. De regels en overige voorwaarden uit de verordening hebben onder meer betrekking op (nieuwe) woningbouwlocaties, (nieuwe) bedrijventerreinen, detailhandel, recreatieterreinen, land- en tuinbouw, natuur en landschap (Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones, Waardevol Open Gebied en Nieuwe Hollandse Waterlinie), waterwingebieden en duurzame energie.

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 19 ‐

De provinciale belangen betreffen daarnaast ook de landschappelijke inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Tevens dient inzicht gegeven te worden hoe een en ander klimaatadaptief wordt ingepast. Op 18 april 2023 heeft Gedeputeerde Staten het ontwerp wijzigingsplan Omgevingsverordening 2023 ter inzage gelegd. Ondanks dat dit wijzigingsplan nog niet is vastgesteld en daarmee nog geen formeel toetsingskader vormt, wordt hier toch kort op ingegaan. De provincie heeft in dit ontwerp wijzigingsplan haar grondgebied verdeeld over 11 Gelderse streken. Aan elke streek zijn gebiedsspecifieke kernkwaliteiten en bijbehorende ontwikkeldoelen toegekend. Het plangebied van dit bestemmingsplan maakt onderdeel uit van de streek ‘Bommelerwaard’. De bij deze streek behorende kernkwaliteiten en bijbehorende ontwikkeldoelen zijn gericht op het behoud van het landelijke rivierengebied met dorpspolderstructuren en bijzondere landschapselementen (eendenkooien, vluchtheuvels, grienden, donken). De kleinschalige oeverwallen kennen een afwisseling van boomgaarden, kassenteelt, grasland, buurtschappen, dorpen en verspreide bebouwing. In het glastuinbouwgebied transformeert het landschap, door zorgvuldige ruimtelijke ordening en inpassing met ruimtelijke kwaliteit.

Ten aanzien van de oeverwal Bruchem-Kerkwijk wordt benadrukt dat behoud van de open weidsheid van belang is en dat de karakteristieke verkaveling en zichtlijnen zoveel als mogelijk gerespecteerd worden. Doorwerking plangebied De Omgevingsverordening bepaalt dat stedelijke ontwikkelingen plaats mogen vinden indien deze passen binnen een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd Kwalitatief Woningbouwprogramma (KWP). Ondanks dat het woningbouwplan Walderhof nog niet is opgenomen in de laatste versie van het regionaal woningbouwprogramma, past de beoogde ontwikkeling binnen het provinciaal beleid (zie § 2.3). Op grond van het geldend provinciaal inpassingsplan “Tuinbouw Bommelerwaard” (en bijbehorende herzieningen) is het mogelijk om binnen het plangebied een 9 meter hoog kassencomplex met een omvang van 50.000 m2 te realiseren (zie § 1.3). Een dergelijke ontwikkeling leidt tot een enorme landschappelijke aantasting, doordat zichtlijnen en de open weidsheid komen te verdwijnen. Met de beoogde woningbouwontwikkeling wordt juist invulling gegeven aan het behoud en de versterking van de bij de streek “Bommelerwaard” behorende kernkwaliteiten. De beoogde woningbouw aan de zijde van de Walderweg vindt namelijk plaats in vier bouwvelden, waarbij elk bouwveld op een terp ligt. Deze terpen kunnen aangemerkt worden als hedendaagse vluchtheuvels.

De terpen worden van elkaar gescheiden door groene singels en wadi’s, waardoor deze velden landschappelijk zijn ingepast maar ook zichtlijnen behouden blijven. Aan de zijde van de Paradijsweg zijn juist grote woonkavels voorzien, waardoor tussen de woningen door zichtlijnen naar het achterliggende gebied behouden blijven. Door het aanbrengen van struwelen en boomgaarden wordt een voor het rivierengebied kenmerkende afwisseling van bebouwing en landschapselementen bereikt. Het plan is daarnaast ook klimaatadaptief en hittebestendig, doordat er veel gras wordt aangelegd, bomen worden geplant, watergangen aangelegd en wadi’s gecreëerd. De natuurlijke omgeving helpt dus om hitte en wateroverlast tegen te gaan en draagt daarmee bij aan klimaatbestendigheid. Het plangebied maakt daarnaast geen onderdeel uit van of heeft een negatieve effect op het Gelders Natuurnetwerk, de Groene Ontwikkelingszone of Natura 2000-gebieden. Het plan past

‐ 20 ‐

dan ook binnen de provinciale Omgevingsverordening Gelderland en daarmee ook binnen de provinciale Omgevingsvisie.

2.3

Regionaal beleid Regionale Woonagenda 2020 – 2030 en Regionale WoondealRivierenland 2022-2030 De provincie Gelderland geeft in de Omgevingsverordening aan dat van de regio’s wordt verwacht dat zij hun beleid op het gebied van wonen afstemmen met (externe) partners in een ‘regionale woonagenda’. Hierin zijn de belangrijkste thema’s omschreven waaraan de betreffende regio gaat werken. In de Regionale Woonagenda 2020-2030 zijn vijf thema’s uitgewerkt waarop de acht regio-gemeenten, waaronder Zaltbommel, de komende jaren willen samenwerken. Deze thema’s zijn: 1. Continuïteit in productie 2. Betaalbaarheid van het wonen 3. Flexibiliteit op de woningmarkt 4. Wonen en zorg 5. Duurzaamheid Naast de inhoudelijke thema’s, bevat de regionale woonagenda ook een woningbouwprogramma voor de komende tien jaar. Hierin staan per gemeente bandbreedtes voor het aantal toe te voegen woningen. Dit is verder uitgewerkt in de regionale Woondeal Rivierenland 2022-2030. In dit programma hebben de regio-gemeenten de woningbouwopgave voor de komende tien jaar opgenomen. Hierin staan per gemeente bandbreedtes voor het aantal toe te voegen woningen. In totaal verwacht de regio Rivierenland in de periode tot 2030 zo’n 12.940 nieuwe woningen te realiseren, om te voorzien in de regionale woningbehoefte. Voor Zaltbommel komt deze kwantitatieve opgave neer op de realisatie van 1.544 woningen.

Waar in de Gelderse regionale Woondeal gestreefd wordt naar 28% sociale huur bruto en 2/3 betaalbaar te bouwen, ligt betaalbaarheid in de regionale Woondeal Rivierenland in totaal op 61% met het streven dit te vergroten naar 2/3. Doorwerking plangebied Het beoogde woningbouwplan is nog niet in de regionale woningbouwprogramma opgenomen. De provincie Gelderland heeft echter aangegeven dat het beoogde bouwplan gezien het percentage sociale huur, inzet op middenhuur en betaalbaarheid past binnen het Gelderse woondoel en de afspraken uit de regionale Woondeal. Bij een eerstvolgende aanpassing van het regionale woningbouwprogramma zal ook het beoogde bouwplan worden opgenomen.

2.4

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Bommelerwaard In oktober 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Bommelerwaard vastgesteld. Dit betreft een visie over de toekomstige woon- en leefomgeving van de gehele Bommelerwaard en is samen met de gemeente Maasdriel opgesteld en eveneens met inwoners, ondernemers en organisaties uit de Bommelerwaard. Voor beide gemeenten fungeert deze visie als het referentiekader voor toekomstige veranderingen en ontwikkelingen. De visie beschrijft de belangrijkste opgaven en ruimtelijke keuzes voor de Bommelerwaard, en voor Zaltbommel in het bijzonder, en hoe hieraan uitvoering gegeven wordt. De omgevingsvisie is opgebouwd uit 3 hoofdonderdelen:  De BommelerWaarden.  De Kernopgaven.

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 21 ‐

Visie en gebiedsopgaven.

Zaltbommel over 20 jaar Zaltbommel kenmerkt zich over 20 jaar door een sterk agrarisch karakter (grondgebonden veehouderij in de open kommen en tuinbouw op de oeverwallen) en vitale en duurzame lokale bedrijvigheid. Binnen de gemeente zijn enkele aantrekkelijke cultuurhistorische en diverse toeristische parels (zoals Slot Loevestein en de binnenstad Zaltbommel) aanwezig. Onze kernen zijn sociaal sterk, initiatiefrijk en voorzien in een bij de schaal passend aanbod van voorzieningen. De gemeente Zaltbommel kent een groei die ‘organisch’ (geleidelijk) verloopt als ‘jaarringen van een boom’. Dit betekent onder andere dat er ruimte is voor kleinschalige ondernemingen en voor voldoende woningbouw om in de lokale behoefte te voorzien. In de kernen is het goed wonen, met ruimte voor sport, spel, ontmoeten, ontspanning en recreëren. In de stad Zaltbommel concentreren zich de culturele en andere stedelijke voorzieningen en de stad heeft een regionale aantrekkingskracht, ook op het vlak van woningbouw. Zaltbommel is een landelijk gebied dat zich kenmerkt door: natuur, openheid, landschappelijke kwaliteiten (rivieren, uiterwaarden) ruimte en rust. Unieke kwaliteiten waar al onze (nieuwe) bezoekers, inwoners en ondernemers nog meer van genieten. BommelerWaarden De Bommelerwaard kent verschillende waarden en kwaliteiten.

Eigenlijk heeft bijna alles in de Bommelerwaard te maken met de rivieren; de ligging van de dorpen en de stad, de diverse kastelen, de vruchtbare landbouwgrond en de gezichtsbepalende dijken. Ook de cultuurhistorische elementen zijn ontstaan vanuit de ligging aan het water. Deze willen we behouden en versterken. De belangrijkste zijn opgenomen op de BommelerWaardenkaart. Kernopgaven Bommelerwaard Naast de waarden die de Bommelerwaard kent zijn ook de opgaven bepaald die in de Bommelerwaard spelen. In kernopgaven geeft de gemeente Zaltbommel aan wat zij wil bereiken, hoe ze dat wil doen en waar dat moet gebeuren. De kernopgave zijn te verdelen over vier hoofdthema’s.  Klimaat, duurzaamheid en landschap.  Landbouw, economie, toerisme en cultuurhistorie.  Wonen, welzijn en voorzieningen.  Milieu, gezondheid en leefbaarheid Zaltbommelse visie De ruimtelijke vertaling van de kernopgaven is op hoofdlijnen terug te vinden op de visiekaart. Deze kaart verbeeldt wat de belangrijkste opgaven in elk deelgebied zijn. De deelgebieden zijn:  Buitendijks land: het buitendijkse rivierengebied met ruimte voor de rivieren, natuur en agrarisch gebruik van de uiterwaarden.  Droge land: de oeverwallen en zones rondom de kernen. De nadruk ligt hier op een mix aan functies (zoals landbouw en nevenactiviteiten, recreatieve voorzieningen, groen en cultuurhistorie).

 Groen-blauwe verbinding: het ontwikkelen van een ecologische verbinding om natuurgebieden onderling te verbinden.  A2- en spoorzone: economische kansen vanwege de strategische ligging langs de A2 en het spoor.

‐ 22 ‐

  

Open kom: hier ligt de nadruk op ruimte voor ontwikkeling van de grondgebonden landbouw, het behouden en versterken van de landschappelijke kwaliteiten (openheid) en ruimte voor recreatieve verbindingen en routes. Stad/dorp: voldoende woningen voor alle doelgroepen en een goede verdeling van voorzieningen over de kernen. Bedrijventerrein: ruime voor toekomstbestendige bedrijvigheid en verduurzaming. Intensieve tuinbouw: de herstructurering en intensivering van de glastuinbouw en paddenstoelenteelt. Per deelgebied beschrijven we vervolgens de gewenste toekomstige situatie en waar – op basis van de kernopgaven en waarden – specifieke gebiedskeuzes zijn gemaakt.

Doorwerking plangebied De structuurvisie gaat niet expliciet in op de herontwikkeling het plangebied. Wel kan uit de Visiekaart opgemaakt worden, dat de projectlocatie op de grens van ‘stad/dorp’ en ‘droge land’ ligt. Binnen ‘stad/dorp’ zijn stedelijke functies gewenst; binnen ‘droge land’ is ruimte voor verschillende functies, zoals wonen, recreatie, (niet-)agrarische bedrijvigheid en natuur en duurzaamheid. Hierbij is het van belang dat verrommeling van de dorpsranden wordt voorkomen en dat een meer vloeiende overgang wordt gecreëerd met ruimte voor recreatie, groen en een gezonde leefomgeving. Daarnaast bevindt het plangebied zich binnen de aanduiding ‘behouden open gebied’. Tevens is op de visiekaart is aangegeven dat in Kerkwijk mogelijkheden zijn om de woningbouwopgave te laten landen (kernopgave 9). Wel dient nieuwbouw aan te sluiten op de woningbehoefte en autonome bevolkingsgroei van de betreffende cluster (bouwen naar behoefte). Bij nieuwe ontwikkelingen worden eisen gesteld aan het aantal en de kwaliteit van de (buiten)ruimte (kernopgave 13) ook in relatie tot klimaatbestendigheid (kernopgave 1).Het bestaande voorzieningenniveau dient op z’n minst behouden te blijven. Zoals in § 1.3 is aangegeven, kan op basis van het geldend provinciaal inpassingsplan binnen het plangebied een 9 meter hoog kassencomplex met een omvang van 50.000 m2 gebouwd worden.

Een dergelijke ontwikkeling heeft een zeer negatieve impact op de omgeving en de beleving van het landschap. Met de beoogde woningbouwontwikkeling wordt juist een geleidelijke overgang van het dorp Kerkwijk naar het buitengebied gecreëerd, met aandacht voor landschap en klimaatadaptatie. De beoogde woningbouw aan de zijde van de Walderweg vindt daarbij grotendeels geclusterd op terpen plaats. Hierdoor ontstaan zichtlijnen naar het achterliggende gebied. Dit geldt ook voor de zijde van de Paradijsweg, alwaar grote woonkavels zijn voorzien. Met de beoogde woningbouwontwikkeling wordt tevens een bijdrage geleverd aan de vastgestelde woningbouwopgave (zie vervolg van deze paragraaf). Daarmee ontstaat ook een nieuwe basis voor het aanwezige voorzieningenniveau. De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders die volgen uit de gemeentelijke structuurvisie. Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 In de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 geven de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel gezamenlijk hun woonbeleid voor de genoemde jaren weer en vormt daarmee een richtinggevend kader voor het woonbeleid. De visie is op 8 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Centrale thema’s van de Woonvisie:  Snel voldoende woningen: De woningbouwopgave voor de komende 10 jaar bestaat voor Zaltbommel uit ca 1.450 woningen.

 Meer variatie: voor woningbouwontwikkelingen met meer dan 10 woningen wordt een differentiatie gehanteerd, waarmee alle doelgroepen passend bediend kunnen

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 23 ‐

worden. Woningen in verschillende typologieën, huur en koop, in verschillende prijsklassen. Er is aandacht voor de specifieke huisvestingsvragen van doelgroepen zoals arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners.  Duurzame woningvoorraad: verduurzaming van de bestaande voorraad, woningen en andere gebouwen aardgasvrij maken. En een klimaatadaptieve, circulaire en natuurinclusieve leefomgeving.  Wonen en zorg: de realisatie van een breed palet van woningen en woonvormen voor senioren wordt gestimuleerd. Woonvormen, waarbij een passende vorm van zorg geboden kan worden. Woonvormen waar ouderen zich comfortabel en veilig voelen in een vertrouwde omgeving.  Leefbaarheid: Burgers worden ondersteund om de kracht uit de samenleving te benutten om de kernen aantrekkelijk te houden en mensen zich er thuis te laten voelen en verbonden te laten zijn met elkaar. Met nieuwbouw wordt hier aan bijgedragen door een goede differentiatie van woningen te realiseren. De ambities en woonthema’s zijn in het uitvoeringsprogramma vertaald in uitvoeringsacties. Om een beter beeld te vormen van de woningbehoefte binnen de gemeente Zaltbommel is een onderverdeling gemaakt in de woonopgave voor verschillende kernen en clusters van kernen (zie onderstaande tabel).

Bij deze verdeling is rekening gehouden met de specifieke woningbehoefte in de kernen en de trends en ontwikkelingen die worden verwacht voor deze kernen. Kern (cluster) Aalst, Brakel, Poederoijen, Zuilichem Bruchem, Delwijnen, Gameren, Kerkwijk, Nieuwaal Nederhemert Zaltbommel Totaal

Opgave 470 woningen 320 woningen 140 woningen 520 woningen 1.450 woningen

Tevens is in de woonvisie vastgelegd, dat bij nieuwbouwontwikkelingen de volgende programmaverdeling wordt nagestreefd: 30% sociale huur, 15 % betaalbare koop, 25% middelduur laag, 20% middelduur hoog en 10% duur. Doorwerking plangebied Uit bovenstaande tabel valt op te maken dat voor alle kernen binnen de gemeente Zaltbommel de komende jaren nog een woonopgave ligt. Om die reden is het van belang dat in het cluster waarvan de kern Kerkwijk deel uit maakt nieuwe locaties worden aangewend om in de woningbehoefte te voorzien. De beoogde ontwikkeling draagt hier dan ook aan bij. Het woningbouwprogramma binnen Walderhof bestaat uit 30 sociale huurwoningen (35%), 12 betaalbare koopwoningen (14%), 21 woningen in categorie middelduur laag (25%), 6 woningen in categorie middelduur hoog (7%) en 16 dure woningen (19%). Daarmee voldoet het programma grotendeels aan de gewenste programmaverdeling uit de Woonvisie, zeker ten aanzien van de categorieën sociale huur, betaalbaar en middelduur laag. De beoogde ontwikkeling past dan ook binnen de doelstellingen uit de Woonvisie en binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma en sluit aan op het recent uitgevoerde woningbehoefte-onderzoek.

‐ 24 ‐

Landschapsplan Bommelerwaard De gemeente Zaltbommel heeft in 2004 het Landschapsplan Bommelerwaard vastgesteld. Het doel van het landschapsplan is 'het vastleggen van een beleidskader voor het behouden en versterken van bestaande landschaps-, natuur-, cultuurhistorische en recreatieve waarden en voor een goede inpassing van ruimtelijke en functionele ontwikkelingen, alsmede het initiëren van nieuwe initiatieven en maatregelen gericht op het versterken van de cultuurhistorische identiteit en de landschappelijke, ecologische en recreatieve kwaliteit van de Bommelerwaard. Het Landschapsplan onderscheidt in de Bommelerwaard drie landschappelijke hoofdeenheden, namelijk de rivieren met de uiterwaarden, de oeverwallen en de komgronden. De hoofdeenheden zijn onder te verdelen in deelgebieden. Voor elk deelgebied beschrijft het Landschapsplan de kenmerkende landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. Verder brengt het plan in beeld welke ontwikkelingen zich in het buitengebied voordoen (glastuinbouw, fruitteelt, landbouw, infrastructuur, water etc.) en tot welke knelpunten en kansen deze ontwikkelingen voor het landschap leiden.

Op het schaalniveau van de Bommelerwaard is het algemeen streven om de kernkwaliteiten te behouden, de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit te verstreken, nieuwe functies in te passen in het landschap en nieuwe landschappelijke structuren te ontwikkelen. Vanuit de landschappelijke hoofdstructuur formuleert het Landschapsplan specifieke beleidsuitgangspunten voor de rivieren en uiterwaarden, de oeverwallen en de komgebieden met als doel de gewenste ontwikkelingsrichting voor het landschap te beschrijven. De stroomrug van Bruchem-Kerkwijk-Delwijnen ligt midden in de Bommelerwaard tussen twee grote komgebieden in. De stroomrug kenmerkt zich door een kleinschalig mozaïek van bebouwing, boomgaarden, kassen en weilanden.

De landschappelijke waarden zijn:  de sterke ruimtelijke structuur en samenhang van de karakteristieke oeverwaldorpen Bruchem en Kerkwijk en in mindere mate Delwijnen en de ruimtelijk gedifferentieerde overgang naar de komgebieden zijn zeer waardevol;  op een aantal plaatsen zijn zeer karakteristieke bebouwingslinten aanwezig;  de dijkdorpen Nederhemert-Noord en Wellseind hebben een karakteristieke bebouwingscontour, met waardevolle open ruimten;  in Bruchem, Kerkwijk en Delwijnen zijn opgehoogde bewoningsplaatsen, dellen, vluchtheuvels en restanten van dorpskades aanwezig;  de nog resterende oude hoogstamboomgaarden worden gezien als zeer karakteristiek en waardevol. Doorwerking plangebied Het beoogde woningbouwplan sluit zoveel mogelijk aan op deze landschappelijke waarden, bijvoorbeeld door de woningbouw op terpen te realiseren, het realiseren van doorzichten en door het aanplanten van nieuwe boomgaarden. Daarbij wordt een afronding van de kern nagestreefd met een dorps beeld waarbij het dorpse karakter wordt gerespecteerd en een groene invulling van het plangebied aandacht verdient en krijgt. De toegevoegde bebouwing zal zich in de uitstraling voegen naar de omliggende bebouwing met diverse doorkijken naar het achterliggende gebied. Groenbeleidsplan De gemeente heeft begin 2017 het plan Groenbeleid Ruimtelijk Beheer 2016-2026; Groen dichter bij de Burger vastgesteld.

Dit plan heeft alleen betrekking op openbaar toegankelijk groen binnen de bebouwde kom. Een belangrijk uitgangspunt is per kern te streven naar de rijksnorm van 75 m² groen per woning, waarvan 30 m² als gebruiksgroen is ingericht. Andere

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 25 ‐

speerpunten zijn groenwaardes, groenfuncties, hoofd- en nevenstructuren, biodiversiteit en burgerparticipatie. Doorwerking plangebied In het plangebied is circa 10.991 m2 (openbaar) groen opgenomen, waarvan 2.066 m2 functioneel groen. Per woning betekent dit dat er circa 130 m2 (openbaar) groen is. Zoals hiervoor is aangegeven, is voor de beoogde ontwikkeling een beeldkwaliteitsplan opgesteld en aan dit bestemmingsplan gekoppeld. Hiermee wordt de woningbouwontwikkeling op een juiste wijze landschappelijk ingepast. Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat is voldaan aan het groenbeleidsplan.

‐ 26 ‐

3.

BESCHRIJVING VAN HET PLAN In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de beoogde ontwikkeling. Alvorens hierop in te gaan, wordt eerst een beschrijving gegeven van de huidige situatie in (de directe omgeving van) het plangebied.

3.1

Omgeving en huidig gebruik Kerkwijk Kerkwijk wordt voor eerst in het eerste kwart van de dertiende eeuw genoemd ('Kirkewihc'). Het dorp is gebouwd op een stroomrug die door het midden van de Bommelerwaard loopt en waarop ook Bruchem en Delwijnen zijn gelegen. Een stroomrug is een in het landschap zichtbare voormalige rivierloop met oeverwallen, gekenmerkt door de verhoogde ligging. Nog steeds is dit te herkennen aan de historische wegen en de bijbehorende lintbebouwing. Deze zijn gelegen op deze hogere delen. De historische dorpskern bestaat uit de bebouwing langs de doorgaande wegen Delwijnsestraat, Molenstraat, Aalderwijksestraat en Molenveldweg – Walderweg. Deze laatste doorgaande hoofdweg N832 snijdt door de dorpskern, waardoor er sprake is van een tweedeling van het dorpsgebied. De historische wegenstructuur van Kerkwijk is grotendeels bewaard gebleven, waarbij er sprake is van een aantal korte verbindende of doodlopende straten tussen de voornoemde hoofdwegen. Door de minimale uitbreiding van het dorp heeft Kerkwijk met de jaren een historische uitstraling kunnen behouden, met veel oude en bijzondere panden op grote groene percelen. Kenmerkend voor Kerkwijk is de verweving tussen de woonfunctie en de (van oorsprong veelal) agrarische bedrijvigheid en het hieruit voortvloeiende groene karakter.

Dit groen bestaat uit een afwisseling van parkachtige tuinen, (wilgen)bosjes, boomgaarden en weiden. Open en gesloten plekken wisselen elkaar zodoende af. De bebouwing in Kerkwijk bestaat dan ook hoofdzakelijk uit vrijstaande kleinschalige woningen en traditionele boerderijcomplexen, waaronder een behoorlijk aantal karakteristieke T-boerderijen. Bij veel boerderijen bevinden zich in ieder geval het woongedeelte en soms nog enkele bijgebouwen op een kleine verhoging, de zogenaamde woerd. Pas vanaf de 90'er jaren kwam er planmatige woningbouwontwikkeling op gang die als verdichting in het oorspronkelijke dorpslint gerealiseerd zijn. Hierbij zijn korte bebouwingslintjes ontstaan, waarbij echter alle panden vrijstaand zijn gebleven. De oudere bebouwing is in enkele gevallen aangevuld met meer recente panden. Aan de oostzijde van het dorp zijn enkele zelfstandige buurtjes (Hopland, Schuurakker) gerealiseerd, net als op de locatie van het voormalige raadhuis. In Kerkwijk staan een aantal bijzondere gebouwen en objecten. Zo ligt er aan de Achterstraat het dorpshuis. In de bocht van de Aalderwijksestraat staat de Nederlands Hervormde kerk. Het kerkgebouw is voorzien van een laat-Romaanse toren die uit baksteen is opgetrokken. Het schip stamt uit de 11e eeuw en het koor uit de 15e eeuw. Het oude raadhuis van het dorp Kerkwijk ligt bij de rotonde aan de Walderweg.

Daarnaast is ook de vluchtheuvel op de hoek van de Hoogveldweg en de Aalderwijksestraat, die als veilige plek diende bij overstromingen, nog in tact gebleven is. Een ander opvallend element is de driehoekige griend bij de Molenstraat. Dit laag gelegen, drassige gebied staat tegenwoordig nog steeds vol met wilgen.

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 27 ‐

Afbeelding 4: Luchtfoto van Kerkwijk (bron: Google Earth).

Plangebied Het plangebied bevindt zich aan de zuidzijde van het dorp en ligt ingeklemd tussen de Walderweg (N832) aan de westzijde en de Paradijsweg aan de oostzijde. Momenteel worden de gronden hoofdzakelijk gebruikt voor agrarische doeleinden (akkerbouw, weidegrond). In het plangebied is dan ook geen bebouwing aanwezig.

Afbeelding 5: Zicht op plangebied (rood omkaderd; bron Zon Architecten).

Aan de noordzijde van het plangebied is hoofdzakelijk de woonfunctie aanwezig, terwijl aan de oost- en zuidzijde voornamelijk (agrarische) bedrijvigheid aanwezig is. Aan de westzijde van het plangebied staan de gronden ook ten dienste van agrarisch grondgebruik.

‐ 28 ‐

3.2

De beoogde ontwikkeling Gelegen tussen de Walderweg en de Paradijsweg ten zuiden van de kern van Kerkwijk is een nieuwe woonwijk voorzien: Walderhof. Walderhof staat voor kleinschalige woonerven in het groen. Het woningbouwplan bestaat in totaal uit 85 woningen, waarbij een combinatie wordt gezocht van sociale huurwoningen, goedkope- en middeldure woningen. Ook zijn enkele bouwkavels voorzien. Dit betekent, dat in het plangebied ook verschillende woningtypes aanwezig zijn: vrijstaand, tweekappers, rijwoningen, rug-aan-rug-woningen en appartementen. Door deze mix en stedenbouwkundige opzet ontstaat een informele, gemengde woonwijk, passend bij het karakter van Kerkwijk. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan1 opgesteld. Hieronder volgt een samenvatting hiervan. Voor een meer gedetaileerde beschrijving wordt verwezen naar het beeldkwaliteitsplan.

Afbeelding 6: Overzicht woningtypen binnen plangebied (bron Zon Architecten).

Walderhof kan grofweg in twee delen worden opgesplitst. In de westelijke helft zijn vier erven (A t/m D) voorzien. Deze erven – blauw omkaderd in afbeelding 7 - bevinden zich op een terp en hebben het karakter van een boerenerf. Deze terp ligt maximaal 1 meter hoger dan het omliggende maaiveld. Hierbij worden per erf drie type bebouwing onderscheiden: een hoofdgebouw, een bijgebouw en een schuur. Deze typologieën wisselen zich af rondom de verschillende erven:  Erf A bestaat uit twee vrijstaande woningen en twee blokken van rijwoningen. Hierbij is het blok van rijwoningen vooraan de entree van het erf het hoofdgebouw en de naastgelegen vrijstaande woning met achtergelegen woningen de nevengebouwen.

1

Zon Architecten, Walderhof Kerkwijk; Beeldkwaliteitsplan, mei 2024.

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 29 ‐

Het hoofdgebouw van deelgebied B is de tweekapper bij de entree van het erf. De 8 rug-aan-rug woningen zijn de grote schuur van het 'boerenerf'. De achtergelegen rijwoningen en vrijstaande woningen zijn de bijbehorende nevengebouwen.  Erf C heeft dezelfde structuur als erf B, alleen bestaat deze terp uit twee boerenerven. De vrijstaande woning aan de entree van het gebied is het hoofdgebouw en de rug-aan-rug-woningen zijn de bijbehorende schuur. De achtergelegen woningen zijn nevengebouwen.  Op de laatste terp (erf D) zijn de woningen nauw geclusterd rondom de binnenplaats. De twee woningen aan de entree van de terp zijn hierbij de hoofdgebouwen en de achtergelegen woningen de nevengebouwen. De goot- en bouwhoogte van deze woningen bedraagt 5 respectievelijk 9 meter. Daardoor bestaan de woningen uit anderhalve bouwlaag met kap. De woningen op elke terp worden gepositioneerd rondom een centraal plein. Dit zijn ontmoetingsplekken waar bomen staan voor schaduw en verkoeling. Alle woningen in de erven hebben een ruime buitenruimte en kijken uit op het openbare groen. Omdat de woningen op een terp liggen kan het openbare groen als verlenging van de tuin gebruikt. Door de verhoogde terpen wordt op een natuurlijke wijze privacy gecreëerd.

B

A

D C

Afbeelding 7: Overzicht deelgebieden binnen plangebied (bron Zon Architecten).

In de oostelijke helft van Walderhof zijn aan de Paradijsweg verschillende vrije kavels beoogd (rood omkaderd in afbeelding 7). Voor de drie noordelijke kavels geldt, dat deze qua goot- en bouwhoogte aansluiten bij de woningen op de terpen. De drie zuidelijke kavels bieden met een goot- en bouwhoogte van 6 respectievelijk 10 meter de mogelijkheid om een grotere woning te realiseren (twee bouwlagen met kap). De drie zuidelijke kavels worden van elkaar gescheiden door een sloot. Elk kavel krijgt zijn eigen identiteit. De vrije kavels zijn ruim ingericht en kunnen hun eigen groene oase creëren.

‐ 30 ‐

Tussen de erven op terpen en de vrije kavels is een appartementencomplex met een bouwhoogte van 10 meter voorzien (geel omkaderd in afbeelding 7). Dit gebouw heeft dan ook een grotere massa en vormt een eigentijds gebouw binnen Walderhof. Dit bestemmingsplan biedt de mogelijkheid dat dit complex ook voor zorgwoningen gebruikt kan worden. De openbare ruimte nodigt uit tot beweging en ontmoeting. Zo is het mogelijk om een rondje door de erven te wandelen, aangezien de erven met elkaar worden verbonden met wandelpaden. Voor kinderen is er genoeg ruimte om in de groene omgeving veilig te spelen. De erven worden zodanig ingericht, dat de auto te gast is. Doordat er veel gras wordt aangelegd, bomen worden geplant en wadi's gecreëerd helpt de natuurlijke omgeving om hitte en wateroverlast tegen te gaan en draagt daarmee bij aan klimaatbestendigheid.

Afbeelding 8: Beoogde wandelroutes (bron Zon Architecten).

De ontsluiting van de erven en het appartementencomplex vindt plaats met een nieuw aan te leggen weg. Deze weg wordt voorzien van een trottoir en van brede bermen met bomen en boomgaarden. Naar elk erf is een aftakking voorzien; deze wordt uitgevoerd als oprijlaan. De oprijlanen en de erven worden bestraat met gebakken klinkers met markeringen. De nieuw aan te leggen ontsluitingsweg zal worden aangesloten op de Walderweg. Aan de zijde van de Paradijsweg zal de nieuwe ontsluitingsweg als calamiteitenontsluiting worden aangelegd. Daarmee is het voor voetgangers en fietsers mogelijk om het plangebied ook via de Paradijsweg te verlaten, echter wordt dit voor autoverkeer onmogelijk gemaakt. Ter hoogte van deze calamiteitenontsluiting wordt een knip voor gemotoriseerd verkeer in de Paradijsweg aangebracht. Daarmee ontstaat een veilige route voor voetgangers en fietsverkeer vanaf het plangebied naar het centrum van Kerkwijk. De vrije kavels aan de zijde van de Paradijsweg worden rechtstreeks op de Paradijsweg ontsloten. Ter hoogte van de twee

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 31 ‐

zuidelijkste vrije kavels wordt een insteekhaven gerealiseerd, zodat gemotoriseerd verkeer de mogelijkheid heeft om op de Paradijsweg te kunnen keren. Met deze insteekhaven wordt aan vrachtverkeer met de bestemming Paradijsweg 3 de mogelijkheid gegeven om op een veilige wijze achteruit het perceel op te draaien. Parkeren vindt zo veel mogelijk plaats op eigen terrein, al wordt een deel van de parkeerbehoefte in de toekomstig openbare ruimte opgelost. Deze parkeerplaatsen maken onderdeel uit van het centrale plein op het erf.

Afbeelding 9: Beoogde parkeerplaatsen binnen plangebied (bron Zon Architecten).

Het nieuwbouwplan Walderhof wordt landschappelijk ingepast. Zo wordt aan de noord- en oostzijde een struweelhaag aangeplant, bestaande uit struik- en boomvormers. Erfafscheidingen dienen zoveel als mogelijk door beplanting uitgevoerd te worden, waarbij de beukenhaag een belangrijke rol kan spelen. Om de groene uitstraling te waarborgen is In het beeldkwaliteitsplan een erfafscheidingenkaart opgenomen. Ook worden door het hele plangebied diverse solitaire bomen geplant, waarbij ook rekening wordt gehouden met het behouden van zichtlijnen.

‐ 32 ‐

4.

TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening, en daarmee dus ook voor dit bestemmingsplan, van belang zijn. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de milieuaspecten, aangezien de beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe zijn gegroeid. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren.

4.1

Water De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rivierenland. Beleidskader Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat deze voldoen aan het waterbeleid. Dit is vastgelegd in diverse beleidsdocumenten van Europees (Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) tot gemeentelijk niveau (Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026). Ook het waterschap heeft zijn eigen beleid; dit is vastgelegd in Watervisie 2050. In dit beleidsdocument beschrijft het waterschap haar de lange termijn visie en hoe om te gaan met onzekere trends en ontwikkelingen, zoals klimaatverandering en extreem weer, verlies aan biodiversiteit, circulaire economie, energietransitie, transitie van de landbouw, groei van de bevolking en de veranderende rol van de overheid. De visie wordt opgehangen aan zeven principes: 1) De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt. 2) Water is bepalend voor de inrichting van het gebied. 3) We zijn zuinig op water en grondstoffen.

4) Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus. 5) We pakken uitdagingen op binnen de huidige generatie en wentelen niet af. 6) Door maatschappelijk verantwoorde keuzes komen we tot waterbeheer van de toekomst. 7) We doen het met elkaar, dus samen met andere overheden, bedrijven en inwoners. Waar de watervisie de lange termijn schetst, maakt het waterbeheerprogramma 2022-2027 de vertaling naar de praktijk. In dit programma is de visie uitgewerkt met oplossingen, maatregelen en ideeën voor de korte termijn (de komende 6 jaar). Met dit programma wordt de lijn van het vorige waterbeheerplan doorgezet en blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Het waterschap speelt bij het waterbeheer in op veranderingen in de omgeving, zoals klimaatverandering. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels.

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 33 ‐

Ten behoeve van de ontwikkeling is een watertoets2 opgesteld. Deze heeft als input gediend voor onderstaande beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie. Oppervlaktewater en waterberging Huidige situatie Het plangebied ligt in de polder Bommelerwaard (peilgebied BOM557). Het zomerpeil is NAP+1,50 m, het winterpeil wat lager met NAP+1,40 m. Voor het peilbeheer wordt een marge van 25 cm zowel naar boven als beneden aangehouden om te kunnen inspelen op weersveranderingen. De afvoer uit dit peilgebied is voornamelijk naar het westen, naar peilgebied BOM210 en deels naar het zuiden naar peilgebied BOM500. In droge perioden kan water worden ingelaten. In en om het plangebied liggen diverse watergangen. Zo wordt de zuidelijke plangrens gevormd door de daar aanwezige A-watergang. Rondom dergelijke watergangen geldt een obstakelvrije beschermingszone van 4 meter. Aan de zijde van de Paradijsweg ligt een Bwatergang. De hierbij behorende obstakelvrije beschermingszone bedraagt 1 meter. Het plangebied wordt in de zuidoosthoek doorsneden door een C-watergang; deze kennen geen obstakelvrije zone.

Afbeelding 10: Uitsnede legger ‘Wateren’ van Waterschap Rivierenland (plangebied rood omkaderd).

Toekomstige situatie Door de beoogde ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen, aangezien het plangebied momenteel geheel onbebouwd is. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het huidig- en toekomstig verhard oppervlak. Bij de berekening is uitgegaan van de uitgangspunten die zowel door waterschap als door de gemeente worden gehanteerd:  vrijstaand 70% verhard oppervlak (tenzij anders bepaald in de planregels);  tweekappers 80% verhard oppervlak; 2

‐ 34 ‐

Waterparagraaf Walderhof te Kerkwijk, november 2023.

 

rijwoningen 90% verhard oppervlak; uitgeefbaar gebied rondom appartementen en rug-aan-rug-woningen 100% verhard oppervlak.

Woningen vrijstaand Woningen 2 onder 1 kap Woningen rij Appartementen / rug-aan-rug Verharding (wegen, parkeren, troittoirs) Particuliere tuinen & openbaar groen Onverhard Water Totaal

Huidige m2 0 0 0 0 0 0 80.733 126 80.859

Toekomstige m2 13.900 3.272 4.014 7.250 6.850 39.680 1.791 4.102 80.859

De toename van oppervlak aan open water bedraagt 4.102 m², maar daarvan is 126 m² ter compensatie van demping van delen van de watergang langs de Paradijsweg. Resteert 3.976 m² extra, die met een bergende schijf van 30 cm als waterberging aan het plangebied wordt toegekend ter compensatie van de toegenomen verharding. De in het plangebied voorziene wadi’s hebben een totaaloppervlak van 1.791 m², met een bergende schijf van 30 cm. Voor het volume is rekening gehouden met het oppervlak bij een vulling van 30 cm en met de taluds. Daarmee voldoet het plangebied aan de wateropgave bij de beoogde verhardingstoename in het plan. Ook wordt voldoende water in wadi’s geborgen om aan de 20 mm-regel van de gemeente te voldoen. Om het hemelwater uit het plangebied zo goed mogelijk vast te houden wordt de afvoer zoveel mogelijk getrapt uitgevoerd. In het plangebied zijn diverse wadi’s voorzien. Deze worden uitgevoerd met een noodoverlaat (slokop) op circa 10 cm onder maaiveldniveau, met afvoer naar oppervlaktewater of terug naar het HWA-stelsel. Leegloop vindt plaats door drainage met geknepen afvoer. Daarvoor vindt ook grondverbetering onder wadi’s plaats. Hiervoor geldt een afvoer van 1,5 l/s/ha en een maximale ledigingstijd van 96 uur, waarbij de ledigingstijd leidend is. Tussen de noordelijk gelegen wadi’s en de zuidelijk gelegen wadi’s wordt een verbinding aangelegd.

Vanuit de zuidelijke wadi komt een geknepen afvoer richting het B-water (L-vormige waterpartij met flauwe oevers rondom appartementengebouw). Tussen dit B-water en de A-watergang komt een knijpconstructie in de vorm van een drempel of V-stuw. Op deze manier blijft de afvoer van het grote peilgebied via de A-wateren zoveel mogelijk ongemoeid. En door de toename van het wateroppervlak van de A-wateren en de nieuw te graven watergangen in de zuidoosthoek van het plangebied kan ook het grotere peilgebied gebruik maken van de extra beschikbare waterberging (afhankelijk van de neerslagsituatie). Een en ander wordt in aanloop naar de aanvraag watervergunning/omgevingsvergunning in overleg met gemeente en waterschap nader uitgewerkt in een riolerings- en waterhuishoudingsplan. Waterkwaliteit, ecologie & onderhoud Huidige situatie De waterkwaliteit in en direct om het plangebied is niet bekend. Het betreft geen KRWoppervlaktewaterlichamen. Bovenstrooms bevindt zich nabij het kassencomplex aan de Viaductweg te Bruchem een monitoringslocatie (BOMW0046) bij. Hier blijkt, dat de

Bestemmingsplan “Kerkwijk, Walderhof” – Toelichting

‐ 35 ‐

waterkwaliteit goed scoort op het basispakket van nutriënten, zuurstof, pH, doorzicht etc. Alleen het aandeel sulfaat was matig. De taluds van de huidige sloten in het plangebied zijn steil en hebben weinig ecologische waarde. Nu worden de A-wateren in het plangebied eenzijdig onderhouden. Toekomstige situatie De bestaande oppervlaktewateren worden verbreed om aan de waterbergingsopgave te kunnen voldoen. Ook worden een paar nieuwe watergangen gegraven. Bij de verruimingen is rekening gehouden met de reikwijdtes voor onderhoud. De verbreding van alle A-wateren in het plan blijft beperkt tot een breedte op insteekhoogte van maximaal 8 meter, ook om derde-aangelanden niet met onderhoud te bezwaren. Onderhoud wordt uitgevoerd vanaf de kant, niet varend. De aanwezige B-watergang wordt verbreed en krijgt een tak naar het noorden, waardoor een brede L-vorm ontstaat. Deze waterpartij wordt breed en krijgt een zeer brede en flauwe natuurvriendelijke oeverzone. Met het waterschap wordt overlegd of de verbinding met de Bwatergang langs de Paradijsweg beter kan worden opgeheven (om invloed op het peil bovenstrooms te voorkomen) of dat dat niet nodig is. In de zuidoosthoek van het plangebied worden 2 nieuwe west-oost georiënteerde waterlopen gegraven. Dit worden B-wateren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15890258/2