CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Feitenrelaas publ

Raadsvergadering 21 juli 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bespreking feitenrelaas /documentenonderzoek Weitjesweg/bedrijventerrein Langerak.16.356 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

MEMO AAN

DATUM ONS KENMERK KOPIE AAN

ONDERWERP

de raad van Zaltbommel t.a.v. de edelachtbare dame drs. Monique S.P. Muurling, griffier

VAN

mr. drs. H. Doornhof

TELEFOON

advocaat-partner +31 88 88 253 5223

E-MAIL

hdoornhof@akd.nl

13 juli 2022 1008418 --

Percelen Weitjesweg/bedrijventerrein Langerak; documentenonderzoek

Dit memo behelst een door uw raad gevraagde feitenrelaas. Voorafgaand aan de daadwerkelijke feitenweergave, geven we de uitgangspunten van ons onderzoek weer. We sluiten af met enkele aanbevelingen. I.

UITGANGSPUNTEN ONDERZOEK

Uw raad heeft laten weten behoefte te hebben aan een weergave van feiten ten aanzien de grondtransacties tussen de gemeente Zaltbommel en de heer persoon 1 met betrekking tot de percelen Weitjesweg en bedrijventerrein De Langerak. Schreuders is ook raadslid. In dat kader is de volgende opdracht geformuleerd: Een onafhankelijk extern bureau opdracht te geven een overzichtelijk feitenrelaas op te stellen met betrekking tot de hele historie van de deal vanaf de eerste gesprekken (2003), aangevuld met aanbevelingen voor een eventueel zorgvuldig vervolgproces. Na overleg met uw voorzitter en griffier is de opdracht aan ons kantoor verleend. In dat kader is gemarkeerd dat het feitenrelaas wordt gebaseerd op een documentenonderzoek met stukken die uw griffier ons heeft verstrekt en die zijn genoemd in de “Inventarislijst Wob-verzoek percelen Schreuders Langerak Brakel ((256364)”. Besproken is of niet ook een daadwerkelijke analyse van de gang van zaken rond de transacties zou moeten worden gemaakt, maar daar wordt in dit stadium niet voor gekozen. Ook wordt in beginsel afgezien van het houden van interviews. Uw voorzitter, de griffier, portefeuillehouder, gemeentesecretaris en de heer persoon 1 hebben vertrouwelijk het concept voorgelegd gekregen met een termijn daarop te reageren.

Een en ander heeft ertoe geleid dat het onderscheid tussen een concept-collegebesluit met het oog op een vergadering van 30 november 2021 en een “vastgesteld” besluit inzichtelijk is gemaakt en dat is opgemerkt dat uit de stukken blijkt dat de huidige portefeuillehouder in de richting van persoon 1 meer op afstand is gebleven. Ten slotte is een taalkundige correctie doorgevoerd. In een afzonderlijk memo is de verwerking van het commentaar nader toegelicht.

#22213687v1 AKD N.V. is statutair gevestigd te Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Derdenrekening: NL28INGB0678001677. Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de Algemene Voorwaarden van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 61/2014 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op www.akd.nl

13 juli 2022 1008418 2 van 33

DATUM ONS KENMERK PAGINA

II.

FEITENRELAAS

De periode is voor wat betreft het onderwerp van onderzoek in vier fasen onder te verdelen: 1. 2. 3. 4.

2003-2009: verkenning toekomst locatie Schreuders B.V. en handhavingsprocedure over verharding en het gebruik door persoon 1 van het perceel aangrenzend aan Weitjesweg 56 2007-2010: onderzoek naar mogelijkheden tot bedrijfsverplaatsing Schreuders B.V. alsook herontwikkeling Weitjesweg met woningbouw alsmede een besluit tot handhaving 2010-2019: onderzoek naar mogelijkheden tot bedrijfsverplaatsing Schreuders B.V. naar De Langerak alsook herontwikkeling Weitjesweg met woningbouw 2019-2021: onderhandelingen door een nieuw college over grondtransacties percelen Weitjesweg en De Langerak en sluiten overeenkomsten

In het hiernavolgende gaan we van deze vier fasen uit. FASE 1 (2003-2009): verkenning toekomst locatie Schreuders B.V. en handhavingsprocedure over verharding en het gebruik door persoon 1 van het perceel aangrenzend aan Weitjesweg 56 In de eerste fase – tussen 2003 en 2009 – wordt de locatieproblematiek van Schreuders B.V. verkend en staat een procedure met betrekking tot (een verzoek om) handhavend optreden jegens de heer persoon 1 centraal. 1.

November 2003 – april 2004: afwijzing verzoek persoon 1 perceel en bedrijfsuitbreiding

om toestemming verharding

Bij brief van 13 november 20031 diende persoon 1 namens Schreuders Handel en Transport B.V. (“Schreuders B.V.”) een verzoek in bij het college van Zaltbommel (“het college”) om toestemming te verlenen voor de verharding van het terrein kadastraal bekend gemeente Brakel sectie O, nr. 37 (“het perceel”). Dit terrein was in eigendom van Schreuders Holding B.V., evenals het aangrenzende perceel de Weitjesweg 56 (sectie O, nr. 375), alwaar Schreuders B.V. destijds gevestigd was. persoon 1 wenste de strook grond van het terrein nr. 37 met een oppervlakte van ruim 1800 m² in gebruik te nemen voor (bedrijf)opslag en als parkeerruimte voor aanhangwagens. Het college verleende geen medewerking aan dit verzoek, zo volgt uit zijn brief van 9 maart 2004.2 Volgens hem was medewerking uitsluitend mogelijk door wijziging van het destijds vigerende bestemmingsplan, dan wel door een vrijstellingsprocedure op grond van het oude artikel 19, eerste lid van de (oude) Wet Ruimtelijke Ordening (“WRO”); het college was niet bereid hiertoe over te gaan.

1 2

Brief van persoon 1 aan het college van 13 november 2003, nr. 163. Brief van het college aan Schreuders van 9 maart 2004, nr. 164.

13 juli 2022 1008418 3 van 33

DATUM ONS KENMERK PAGINA

2.

April 2004: voornemen tot handhavend optreden jegens Schreuders B.V.

Half april 2004 constateerde een ambtenaar van de gemeente dat er op het perceel werkzaamheden werden verricht. Op de perceelgrens werd een aarden wal aangebracht en daarbij was Schreuders B.V. gestart met de verharding van het hele terrein. Bij brief van 15 april 2004 maakte het college – onder verwijzing naar zijn besluit van 9 maart 2004 – Schreuders B.V. nogmaals kenbaar dat het verharden van het perceel in strijd is met het bestemmingsplan.3 In diezelfde brief maakte het college bekend dat het voornemens was om Schreuders B.V. met gebruikmaking van de dwangsombevoegdheid een preventieve last onder dwangsom op te leggen. 3.

Juni 2004 – april 2005: gesprekken tussen de gemeente, Schreuders B.V. en persoon 2 over bedrijfsuitbreiding

Bij brief van 30 juni 2004 verzocht persoon 1 het college zijn voornemen tot handhaving te heroverwegen. Nadat op 21 oktober datzelfde jaar een gesprek tussen beide partijen had plaatsgevonden, waarin het college verzocht om wijziging van het bestemmingsplan, diende persoon 1 op 26 oktober persoon 1 2004 tevens een aanvraag in tot legalisering van het gebruik middels de vrijstellingsprocedure van artikel 19, eerste lid, van de WRO.4 Bij besluit van 22 februari 2005 besloot het college het vrijstellingsverzoek voor te leggen aan de commissie Ruimtelijke Zaken van de gemeente, waarbij het college het standpunt innam om geen medewerking te verlenen; er zouden voor Schreuders B.V. voldoende mogelijkheden zijn om elders de bedrijfsactiviteiten te ontplooien. Daarbij wees het college op de bedrijfsmogelijkheden bij de “Poederoijense Bol” en op de mogelijkheden die het bedrijventerrein “Kraaijenhoef” te Brakel zou gaan bieden.5 Ook de commissie Ruimtelijke Zaken adviseerde op 2 maart 2005 om “in overleg met alle betrokkenen te treden met als beoogd doel om te komen tot een (financiële) haalbaarheid voor verplaatsing van het bedrijf”.6 Tijdens overleg tussen portefeuillehouder, de heer Hackert, en persoon 1 is tot de conclusie gekomen dat Schreuders B.V.

financieel geen ruimte had voor een verplaatsing van het bedrijf.7 Ook de familie persoon 2 , die woonachtig was op het aangrenzende perceel Groenesteeg 15, werd bij de gespreksvoering betrokken, omdat zij bezwaar had tegen de gewenste uitbreiding van persoon 1 . Om er zeker van te zijn dat de bedrijfsactiviteiten niet te dicht bij hun woning zouden worden verricht, wenste persoon 2 een gedeelte van de grond die persoon 1 voor de uitbreiding van zijn bedrijfsactiviteit bedoeld had, te kopen. Er bleek echter een te groot verschil te bestaan tussen de prijs die Schreuders B.V. voor de grond vroeg en het bedrag dat persoon 2 bereid was te betalen.8

3

Brief van het college aan persoon 1 van 15 april 2004, nr. 164. Zo volgt uit de brief van het college aan de commissie Ruimtelijke Zaken van 2 maart 2005, nr. 158. 5 Besluit van het college van 22 februari 2005, nr. 158. 6 Adviesnota van de commissie Ruimtelijke Zaken van 2 maart 2005, nr. 158. 7 Adviesnota voor het college van 25 januari 2006, steller ambtenaar 1 nr. 171. 8 Idem. 4

13 juli 2022 1008418 4 van 33

DATUM ONS KENMERK PAGINA

4.

Juni 2005 – januari 2006: akoestisch onderzoek naar bedrijfsuitbreiding en verzoek om handhaving door persoon 2

Bij brief van 6 juni 2005 deelde Schreuders B.V. de heer ambtenaar 1 mede dat zij een akoestisch onderzoek zou laten verrichten. Uit het schrijven van het college van 9 juni 2005 aan persoon 2 blijkt dat dit onderzoek diende tot het verkrijgen van duidelijkheid over de vraag in hoeverre vanuit het oogpunt van geluid, op het perceel de beoogde bedrijfsmatige activiteiten zouden kunnen plaatsvinden. 9 In deze brief stelde het college tevens voor een vervolggesprek te beleggen zodra de uitkomsten van dat rapport bekend zouden zijn. Bij brief van 6 december 2005 heeft persoon 2 evenwel verzocht om jegens persoon 1 handhavend op te treden tegen het strijdig gebruik van de percelen kadastraal bekend sectie O, nummers 37 en 375.10 Uit het akoestisch onderzoek van 4 januari 2006 blijkt dat de beoogde bedrijfsuitbreiding ten aanzien van de woning op het perceel Groeneweg 15 een geluidstechnische verbetering zou opleveren in verhouding tot de situatie ten tijde van het onderzoek; de benodigde activiteiten op het buitenterrein, zouden namelijk op grotere afstand en strategischer ten opzichte van de woning gesitueerd worden. 11 5.

Februari 2006: verplaatsing Schreuders B.V. financieel onhaalbaar

Op 27 februari 2006 is Hackert (opnieuw) met persoon 1 opties zijn besproken: (i) (ii)

in overleg getreden, waarbij de volgende twee

het verplaatsen van het bedrijf en de vrijkomende grond (circa 6.000 m²) verkopen ten behoeve van woningbouw; na aankoop door persoon 1 van de aangrenzende percelen op de hoek Weitjesweg – Groenesteeg het bedrijf verplaatsen en de gehele locatie ontwikkelen voor woningbouw.

Op verzoek van Hackert heeft Schreuders B.V. de kosten onderzocht van eventuele verplaatsing van Schreuders B.V. naar industrieterrein Kraaijenhoef (optie 1), hetgeen blijkens de brief van persoon 1 van 28 februari 2006 financieel niet haalbaar zou zijn.12 In het kader van eventuele verwerving van de grond op de hoek van de Weitjesweg en de Groenesteeg deelde persoon 1 in diezelfde brief mede dat deze grond niet te koop was en bij prijsbedinging de winstmarge laag zou zijn. wees een verplaatsing van het bedrijf van de Weitjesweg naar de Kraaijenhoef op voorhand niet af, maar stelde dat dit op eigen kracht financieel gezien niet haalbaar was. 13 Zodoende werd door gesprekspartijen geconcludeerd dat verplaatsing van Schreuders B.V. van de Weitjesweg naar een bedrijventerrein voor persoon 1 – mede om financiële redenen – niet mogelijk zou zijn.14 persoon 1

9

Brief van het college aan persoon 2 van 9 juni 2005, nr. 170; zie ook adviesnota van de heer ambtenaar 1 van 28 maart 2006, nr. 191. 10 Brief van persoon 2 aan het college van 6 december 2005, nr. 184. 11 Akoestisch onderzoek door Jansen Raadgevend Ingenieursbureau van 4 januari 2006, nr. 171. 12 Brief van persoon 1 aan het college van 28 februari 2006, nr. 176. 13 Idem. 14 Adviesnota voor het college van 16 maart 2006, steller ambtenaar 1 nr. 191.

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 5 van 33

6.

April 2006: besluit tot instandlating besluit tot weigering planologische medewerking bedrijfsuitbreiding persoon 1

Bij adviesnota van 16 maart 2006 concludeerde ambtenaar 1 dat er ambtelijk, ondanks de uitkomsten van het akoestisch onderzoek en de financiële doorrekening van een bedrijfsverplaatsing, uit planologisch oogpunt geen reden bestond om (alsnog) medewerking te verlenen aan het vrijstellingsverzoek van persoon 1 Indien wel medewerking zou worden verleend, dan moest er rekening mee worden gehouden dat dan, ook in de toekomst, op de aangrenzende gronden geen woningbouw meer mogelijk zou zijn vanwege de vergroting van de ‘hindercirkel’ ter plaatse van het bedrijf.15 Het college nam op 4 april 2006 de beslissing om ‘door te gaan met de ingeslagen weg’ – en dus om niet alsnog medewerking te verlenen – en een quick scan te laten uitvoeren naar de mogelijke alternatieven. Daarbij werd tevens besloten geen procedure tegen Schreuders B.V. te starten. Portefeuillehouder Hackert bleek evenwel van mening dat, nu een bedrijfsverplaatsing financieel gezien niet mogelijk was, wél medewerking aan persoon 1 verzoek moest worden verleend. Wanneer dit niet zou gebeuren, zou dit volgens hem neerkomen op planologische bevriezing van het bedrijf.

Hackert stemde niet in met het collegebesluit van 4 april 2006.16 Bij brief van 1 mei 2006 informeerde het college persoon 2 dat zij, alvorens het een formele beslissing op het vrijstellingsverzoek van persoon 1 zouden nemen, “eerst antwoord wensen op de vraag of woningbouw op de locatie Groenesteeg – Weitjesweg daadwerkelijk mogelijk zou zijn en met name over de vraag of woningbouw mogelijk is als de aan de Weitjesweg gevestigde bedrijven, dus niet alleen Schreuders Handel en Transport maar ook de overige bedrijven, ter plaatse gehandhaafd blijven”. Daarbij werd aangegeven dat het college ernaar streefde dit onderzoek uiterlijk 1 september 2006 te hebben afgerond. Dan zou het college tevens een beslissing nemen op het vrijstellingsverzoek van persoon 1 en 17 op het verzoek om handhaving van persoon 2 zo volgt uit deze brief. Eveneens op 1 mei 2006 informeerde het college de heer Schreuders B.V. bij brief over de collegevergadering van 4 april 2006 en de daarin besproken vraag of woningbouw op de Weitjesweg 56 en het aangrenzende perceel (toch) mogelijk zou zijn.

In deze brief deelde het college mede dat het, voordat het een definitief besluit zou nemen over persoon 1 verzoek om voor de aangebrachte verharding een vrijstellingsprocedure te starten, nogmaals intern wilde onderzoeken of woningbouw mogelijk zou zijn, zelfs wanneer rekening gehouden zou moeten worden met de mogelijkheid dat Schreuders B.V. aan de Weitjesweg gevestigd zou blijven. Ook aan Schreuders B.V. werd medegedeeld dat het college ernaar streefde dit onderzoek uiterlijk 1 september 2006 te hebben afgerond en dat het tot dan geen beslissing zou nemen op zijn verzoek. Tot slot werd in deze brief vermeld dat het college persoon 2 heeft bericht dat het nog niet bereid is handhavend op te treden en dat persoon 2 hiertegen bezwaar kon indienen.18

15

Adviesnota voor het college van 16 maart 2006, steller ambtenaar 1 nr. 191. Besluit van het college van 4 april 2006, nr. 191. 17 Brief van het college aan persoon 2 van 1 mei 2006, nr. 192. 18 Brief van het college aan persoon 1 van 1 mei 2006, nr. 192. 16

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 6 van 33

7.

Mei 2006 – juli 2006: (opnieuw) verzoek om vrijstelling door persoon 1 bezwaarprocedure inzake handhavingsverzoek persoon 2

en

Op 12 mei 2006 verzocht Schreuders B.V. het college – in reactie op de brief van het college van 1 mei 2006 – om hem te berichten welke bevoegdheid aan orde was en welke gegevens het college nog noodzakelijk achtte om een verzoek om vrijstelling op grond van artikel 19, eerste of tweede lid, van de WRO ontvankelijk te kunnen verklaren en in behandeling te kunnen nemen. In diezelfde brief vroeg Schreuders B.V. zich af of niet met toepassing van artikel 19, derde lid, van de WRO tot vrijstelling van het bestemmingsplan gekomen kon worden, nu wellicht sprake kon zijn van gronden binnen de bebouwde kom. verzocht het college hierover zo spoedig mogelijk te berichten, zodat hij een “compleet verzoek persoon 1 om vrijstelling artikel 19 WRO” kon indien. Voor zover verzocht hij het college deze brief (ook) aan de gemeenteraad voor te leggen.19 maakte naar aanleiding van het schrijven van het college van 1 mei 2006 aan hem, op 7 juni 2006 bezwaar tegen het besluit om nog geen beslissing te nemen op zijn verzoek om handhaving.20 In zijn verweerschrift schreef het college dat het nog geen beslissing heeft genomen omdat het zich enerzijds de vraag stelde of legalisatie van het gebruik mogelijk zou zijn en anderzijds of woningbouw en/of verplaatsing van het gehele bedrijf mogelijk zou zijn.21 Namens Schreuders B.V.

is bij brief van 5 juli 2006 ook de brief van 12 mei 2006 van persoon 1 aan de commissie overgelegd en opgemerkt dat het terrein nog niet door persoon 1 in gebruik is genomen en de verzoekers om handhaving daarvan dus geen overlast zouden hebben ondervonden.22 persoon 2

Op 10 juli 2006 vond een hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie plaats,23 waarna de commissie adviseerde om het bezwaarschrift gegrond te verklaren en alsnog zo spoedig mogelijk een inhoudelijke beslissing te nemen op het verzoek om handhaving. Bij besluit van 11 oktober 2006 verklaarde het college het bezwaarschrift gegrond en herriep het zijn besluit van 1 mei 2006, waarbij het college opmerkte dat het voornemens was een nieuw besluit te nemen met betrekking tot het handhavingstraject, hetgeen naar alle waarschijnlijkheid voor 1 januari 2007 kon worden verwacht.24 Bij brief van 20 november 2006 informeerde de rechtbank het college dat namens persoon 2 een beroepschrift was ingediend tegen de beslissing op bezwaar van 11 oktober 2006, met het verzoek dat de rechtbank het college op zou leggen op zeer korte termijn een besluit op het verzoek om handhaving te nemen.25 In dat kader diende het college op 14 december 2006 zijn verweerschrift in, waarin werd aangegeven dat gespreksvoering met persoon 1 ertoe had geleid dat er geen activiteiten (meer) plaatsvonden op het naastgelegen perceel en dat dit ook was afgezet zodat het daadwerkelijk niet meer gebruikt kon worden.26 19

Brief van persoon 1 aan het college van 12 mei 2006, nr. 160. Bezwaarschrift persoon 2 tegen niet beslissen op verzoek om handhaving van 7 juni 2006, nr. 193. 21 Verweerschrift college van 3 juli 2006, nr. 193. 22 Brief van pers. 7 namens persoon 1 inzake hoorzitting in bezwaar, 5 juli 2006, nr. 193. 23 Advisering bezwaarschriftencommissie van 19 juli 2016 en correspondentie over het bezwaar, nr. 195. 24 Beslissing op bezwaar van 11 oktober 2006, nr. 187. 25 Brief van de rechtbank Arnhem aan het college van 20 november 2006 inzake het beroep van persoon 2 26 Verweerschrift van het college van 14 december 2006, nr. 188. 20

nr. 172.

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 7 van 33

8.

December 2006: verzoek woningbouw persoon 3 over bedrijfsverplaatsing persoon 1

en gespreksvoering tussen college en

Op 11 december 2006 ontving het college een verzoek van mevrouw persoon 3 om haar te informeren naar de mogelijkheid om op haar perceel op de hoek Groenesteeg-Weitjesweg te Brakel een woning te bouwen.27 Hierna heeft ambtenaar 1 op 29 januari 2007 met persoon 3 hierover telefonisch contact gehad en medegedeeld het verzoek graag in breder perspectief te zien, nu de locatie Weitjesweg – Groenesteeg ruimte bood voor een grootschaliger woningbouwontwikkeling.28 Wethouder de heer Bragt en de heren in overleg getreden, in welk kader persoon 3 ambtenaar 2 en ambtenaar 1 zijn op 30 maart 2007 met persoon 3 een tweetal voorstellen voor verkaveling van het perceel is gedaan.29 Uit een brief van Schreuders B.V. van 12 december 2006 volgt dat Bragt en ambtenaar 2 ook tweemaal met in gesprek zijn geweest, onder meer op 6 december 2006. Met dit schrijven wenste Schreuders persoon 1 B.V. de volgende zaken schriftelijk vast te leggen: • • •

•

•

•

het perceel naast het huidige bedrijfsterrein is niet in gebruik genomen en verharding van het terrein is aangebracht na verkregen toestemming van de gemeente; op (mondeling) verzoek van de heer Bragt zijn een aantal meters stenen verwijderd die op het naastgelegen terrein waren terechtgekomen; hoewel (mondeling) door de heer Bragt is verzocht een afzetting/omheining te plaatsen op het perceel vanaf de voorkant van de loods richting de Groensteeg, is de doorgang van het huidige terrein naar het nieuwe terrein geheel afgesloten; op mondeling verzoek van de heer Bragt is contact gelegd met de familie persoon 3 met wie gekeken moest worden of zij bereid zou zijn haar grond beschikbaar te stellen voor woningbouw en/f het perceel zou willen verkopen, hetzij aan de gemeente, hetzij aan Schreuders B.V. Namens persoon 3 is aangegeven dat zij het perceel niet wilde verkopen; de familie wilde graag in de toekomst zelf tot woningbouw overgaan en hiervoor de grond in geheel gebruiken.

persoon 3 wilde hierover overleg plegen; de gemeente zou het liefste zien dat de bedrijfsactiviteiten van persoon 1 aan de Weitjesweg zouden worden verplaatst naar een ander bedrijventerrein, bijvoorbeeld Kraaijenhoef of een nader door de gemeente aan te geven bedrijventerrein; de heer Bragt gaf aan dat nog geen andere locatie genoemd kan worden omdat hij nog in onderhandeling was met eigenaren over eventuele ruiling van grond.

Tevens verzocht Schreuders B.V. het college om bij het gesprek op 5 januari 2007 – waarbij ook ambtenaar 2 aanwezig zou zijn – duidelijkheid te geven over het wel of niet verplaatsen en de financiële gevolgen, de locatie en de termijn waarbinnen dit zou moeten plaatsvinden. Ook wenste hij duidelijkheid over de vraag hoe het verder zou gaan indien geen verplaatsing mogelijk zou zijn. 27

Brief van persoon 3 aan het college van 11 december 2006, nr. 111. Brief van het college aan persoon 3 van 9 maart 2007, nr. 111. 29 Brief van ambtenaar 2 naar persoon 3 van 12 april 2007, nr. 111. 28

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 8 van 33

FASE 2 (2007-2010): onderzoek naar mogelijkheden tot bedrijfsverplaatsing Schreuders B.V. alsook herontwikkeling Weitjesweg met woningbouw alsmede een besluit tot handhaving In de periode tussen 2007 en 2010 vond een beroepsprocedure plaats met betrekking tot het besluit tot afwijzing van het verzoek om handhaving van persoon 2 Daarnaast werden haalbaarheidsstudies verricht naar de mogelijkheden tot bedrijfsverplaatsing van Schreuders B.V. naar (i) Kraaijenhoef, of (ii) de Langerakseweg en daarbij de mogelijkheden tot herontwikkeling van de Weitjesweg met woningbouw. 9.

Januari-september 2007: beroepsprocedure inzake afwijzing verzoek om handhaving

Ter aanvulling op de beslissing in bezwaar van 11 oktober 2006, maakte het college bij brief van 7 februari 2007 aan persoon 2 kenbaar dat het besloten had het verzoek om handhaving af te wijzen. In dat kader verwees het college naar de gespreksvoering van 18 januari 2007, waarbij het college had uitgelegd dat het in gesprek is geweest met Schreuders B.V. over de mogelijkheden (voor het gebruik) van haar perceel en dat Schreuders B.V. het perceel niet meer in gebruik had. Gezien het feit dat er daarom geen sprake meer zou zijn van strijdig gebruik met het bestemmingsplan, bestond er naar mening van het college geen reden meer voor handhavend optreden en zag het zich daartoe ook niet langer bevoegd.30 Bij brief van 30 maart 2007 werden namens persoon 2 aanvullende gronden ingediend in het kader van het eerder ingestelde beroep tegen de beslissing op bezwaar van 11 oktober 2006; in dit aanvullend beroepschrift werd aangegeven dat het beroep moest worden geacht mede te zijn gericht tegen het nieuwe besluit van 7 februari 2007.31 Bij brief van 16 april 2007 maakte de rechtbank Arnhem aan het college kenbaar dit nieuwe besluit te zullen behandelen.

32 In reactie op de aanvullende gronden zette het college in zijn verweerschrift van 10 mei 2007 uiteen dat het besluit op bezwaar in overeenstemming was met het vigerende bestemmingsplan, dat dit volgde uit een controle van 8 januari 2007 en dat bij gespreksvoering van 18 januari 2007 met Schreuders B.V. is afgesproken dat zij het terrein niet zou gebruiken en zou afzetten, hetgeen gebeurd zou zijn. Tevens vermeldde het college in zijn verweer dat het aan persoon 2 had aangegeven dat zij vermeende onregelmatigheden kon melden, maar dat toezicht een taak van de gemeente bleef. Voor zover wilde ingaan op handhaving inzake de Wet Milieubeheer, diende volgens het college beroep persoon 2 bij de Raad van State te worden ingediend.33 De rechtbank verklaarde het beroep bij besluit van 17 september 2007 gegrond, nu niet gelijktijdig met het besluit van het college van 11 oktober 2006 een nieuw besluit op bezwaar was genomen en het besluit van 7 februari 2007 in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg het college op binnen twee maanden na de uitspraak – en met inachtneming daarvan – 30

Besluit van het college van 7 februari 2007, nr.174; zie ook adviesnota van steller J. Leenders van 10 januari 2007 met gelijke strekking, nr. 173. 31 Aanvullend beroepschrift persoon 2 tegen aanvullend besluit van 7 februari 2007, nr. 190. 32 Brief van de rechtbank Arnhem van 16 april 2007, nr. 190. 33 Verweerschrift college van 10 mei 2007, nr. 190.

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 9 van 33

een nieuw besluit te nemen.34 10. April 2006 – augustus 2007: haalbaarheidsonderzoek bedrijfsverplaatsing Schreuders B.V. naar nieuw te ontwikkelen bedrijfslocatie Kraaijenhoef Bij brief van 13 mei 2007 maakte persoon 3 – in reactie op de vraag van het college in zijn brief van 12 april 2007 – bekend niet onwillig te zijn om zijn perceel te verkopen, maar wel een prijsindicatie te willen krijgen. Daarbij gaf persoon 3 aan niet graag mee te gaan in het voorstel van het college om grond terug te kopen en graag op de hoogte gehouden te worden van de ontwikkelingen rond het in procedure brengen van een bestemmingsplan en andere belangrijke zaken.35 Op 8 mei 2007 besliste het college, conform de adviesnota met steller ambtenaar 3 van 16 april 2007, om in principe in te stemmen met de verplaatsing van Schreuders B.V. van de Weitjesweg naar een nieuw te ontwikkelen bedrijfslocatie hoek Burgemeester Posweg/Van Heemstraweg op het bedrijventerrein Kraaijenhoef, met daarbij het verstrekken van een bijdrage aan Schreuders Holding B.V. teneinde de verplaatsing mogelijk te maken.

Tevens stemde het college in met het tijdelijk gebruik van de grond aan de Weitjesweg ten behoeve van bedrijfsdoeleinden zodra er zekerheid zou bestaan over de voorgenomen verblijfsverplaatsing.36 Uit de notitie bij de adviesnota van 16 april 2007 volgt dat de optie om een nieuwe bedrijfslocatie te ontwikkelen aan de Van Heemstraweg op dat moment reeds was uitgewerkt in een eerste globale stedenbouwkundige schets en globaal was doorgerekend; met een overdracht om-niet van de kavel van kwam een quick scan uit op een positief resultaat van 800.000,- euro. In de genoemde persoon 1 adviesnota is overwogen dat (i) met deze verplaatsing een nadere invulling van de woningbehoefte in de kern van Brakel kon plaatsvinden; (ii) bedrijven zouden worden gehuisvest waar zij (volgens de provincie Gelderland) thuishoren (op bedrijventerrein Kraaijenhoef); bedrijfsverplaatsing uit financieel oogpunt anders niet haalbaar zou zijn, en (iii) een ontwikkeling van Schreuders B.V. op korte termijn beter verzekerd zou zijn.37 Uit een brief namens Schreuders B.V. van 16 mei 2007 volgt dat het college persoon 1 kenbaar had gemaakt dat het bedrijf moest worden verplaatst naar de nieuw beoogde locatie; Schreuders B.V. had aangegeven bereid te zijn daarover na te denken en bij een positief antwoord verdere stappen te willen bespreken. In diezelfde brief is voor Schreuders B.V.

de investeringsberekening weergegeven en is een redactionele noot: lijst met voorwaarden opgenomen.38

ambt. 4 is een lid van h managementteam

Op 15 augustus 2007 vond gespreksvoering plaats tussen wethouder Bragt, de heren ambt. 4 en ambtenaar 1 en en zijn juridisch adviseur Meindersma. Dit volgt uit een brief van Meindersma aan het college persoon 1 van 17 augustus 2007, waarin is opgenomen dat de gemeente het uitgangspunt had het perceel aan de 34

Uitspraak van de rechtbank Arnhem van 17 september 2007, nr. 190. Brief van persoon 3 aan het college van 13 mei 2007, nr. 114. 36 Beslissing van het college van 16 april 2007, nr. 102. 37 Adviesnota aan het college door ambtenaar 3l van 16 april 2007, nr. 102. 38 Brief namens persoon 1 van 16 mei 2007, nr. 103. 35

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 10 van 33

Weitjesweg te kopen alsook eventuele percelen die daarop aansluiten, waarbij onder meer rekening moest worden gehouden met de kosten gerelateerd aan de Van Heemstraweg. Bij dit schrijven overlegde Schreuders B.V. een berekening in dat kader.39 Bij brief van 12 september 2007 is het college namens Schreuders B.V. verzocht zo spoedig mogelijk de berekening van het college te verstrekken. Afgesproken was namelijk dat deze vóór 31 augustus 2007 zou zijn verstrekt.40 11. Oktober 2007: opnieuw gespreksvoering college en persoon 1 speler

met Van Hemert als nieuwe

Bij brief van 8 oktober 2007 deed persoon 1 verslag van gespreksvoering tussen hem met de heer over de gerechtelijke uitspraak van 17 september 2007. In dat gesprek werd besloten om niet ambt. 5 meer geld, tijd en energie in deze zaak te steken. Uit de brief volgt voorts dat zij “een en ander besloten hebben om de ontwikkelingen aan de Weitjesweg, hetzij een bedrijfsverplaatsing, hetzij een wijziging van het bestemmingsplan, ruimte te geven.” Bij raadsbesluit van 11 oktober 2007 stelde de gemeenteraad het beleidsdocument “Kwalitatief Woningbouwprogramma (KWP) 2005 – 2014 kleine kernen gemeente Zaltbommel” vast. Dit KWP was gericht op woningbouw om te kunnen voldoen aan de woningbehoefte in de dorpen van de gemeente Zaltbommel. Onder meer de locaties Molenkamp, De Weitjes en Burgemeester Posweg zijn in de KWP opgenomen; deze locaties zouden tot en met 2014 voldoende ruimte bieden om in de behoefte van circa 200 woningen in Brakel te voldoen. Op 18 oktober 2007 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen persoon 1 alsmede Bragt, ambt. 4 en ambtenaar 1 Daar was ook de heer persoon 4 van Van Hemert Groep (“Van Hemert”) bij aanwezig. Uit het verslag volgt onder meer dat tussen de berekeningen van Schreuders B.V. en de gemeente een gat bestond van circa 400.000,- euro.

Afgesproken werd dat niet de gemeente, maar persoon 4 contact zou opnemen met persoon 2 of persoon 3 Ook werd afgesproken dat als persoon 3 de gemeente zou bellen, de gemeente jegens hem zou uitdragen dat het ‘nu of nooit’ was.41 12. Oktober 2007: nieuwe feiten en omstandigheden betrokken bij beslissing op bezwaar Bij brief van het college aan Schreuders B.V. van 18 oktober 2007 is door het college bevestigd dat voornemens was het perceel naast het bedrijf, aan de Weitjesweg 56, te herinrichten. In dit persoon 1 schrijven is aangegeven dat de herinrichting voor zover deze betrekking heeft op de opslag van sport- en spelvoorzieningen in strijd was met het vigerende bestemmingsplan. Daarbij gaf het college aan gehouden te zijn een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift van persoon 2 te nemen, waarbij het nieuwe feiten en omstandigheden dient te betrekken. Zodoende raadde het college Schreuders B.V. aan de werkzaamheden ten behoeve van de herinrichting van het perceel (of althans: het strijdige gebruik met het bestemmingsplan en dus de opslag van diverse materialen en goederen, en de verharding) uiterlijk voor 5 39

Brief van Meindersma van 17 augustus 2007, nr. 103. Brief namens persoon 1 van 12 september 2007, nr. 103. 41 Gespreksverslag persoon 4 van 18 oktober 2007, nr. 104. 40

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 11 van 33

november 2007 te hebben afgerond. Schreuders B.V. reageerde op deze brief van het college bij brief van 22 oktober 2007. Daarin is vermeld dat de verharding op het voorste deel van het perceel reeds was vervangen door grond en dat op dat moment voorbereidingen getroffen werden om in het middengedeelte een paardenbak aan te leggen. Schreuders B.V. stelde dat het achterste gedeelte voorts zou worden veranderd in een gedeelte gerelateerd aan het gebruik van de paardenbak, met de nodige voorzieningen. Onder verwijzing naar het collegebesluit van 18 mei 2007 – waarmee waarschijnlijk werd gedoeld op het eerdergenoemde besluit van 8 mei 2007 – stelde Scheuders B.V. in geval van bedrijfsverplaatsing de strook grond tijdelijk te kunnen gebruiken voor bedrijfsdoeleinden. Daarbij gaf persoon 1 aan nooit de intentie te hebben gehad het omstreden terrein te gaan gebruiken als bedrijventerrein, zonder hiertoe eerst het bestemmingsplan te laten wijzigen en dit terrein en het terrein evenmin voor handelsdoeleinden te hebben gebruikt.42 13.

Februari – maart 2008: gespreksvoering over bekostiging bedrijfsverplaatsing Uit mailcorrespondentie tussen persoon 1 en Bragt van 7 februari 2008 volgt dat zowel persoon 2 als persoon 3 bereid waren om tot verkoop van hun percelen over te gaan.43 In dat kader deelde Bragt mede dat een ambtelijk voorstel, gebaseerd op de gespreksvoering van de periode hieraan voorafgaand, ambtenaar 1 tevens telefonisch hebben in het college besproken zou worden. Op diezelfde dag zou persoon 1 laten weten dat Van Hemert inmiddels optie-overeenkomsten gesloten had met de beide families.44 Bragt lijkt te hebben gedoeld op de adviesnota van ambtenaar 1 van 11 februari 2008, waarmee het college bij beslissing van 19 februari 2008 niet akkoord ging. In deze adviesnota was voorgesteld geen financiële bijdrage te leveren aan de verplaatsing van persoon 1 , gezien er andere woningbouwlocaties in Brakel aanwezig waren en daarmee een woningbouwontwikkeling op de locatie Weitjesweg/Groenesteeg strikt genomen niet direct noodzakelijk was om aan de woningbehoefte te voldoen.45 Uit de adviesnota volgt dat het college zich ook in de gesprekken met de heer persoon 1 op het standpunt had gesteld dat er voor de gemeente geen dringende noodzaak bestond om Schreuders B.V. te verplaatsen.

Daarnaast werd een zogenoemd ‘eindvoorstel’ voor bedrijfsverplaatsing naar de Van Heemstraweg weergegeven met daarbij een kostenoverzicht. Hierin is opgenomen dat bedrijfsverplaatsing voor persoon 1 de volgende pluspunten zou opleveren: (i) (ii) (iii)

(iv) 42

de bedrijfsoppervlakte zou verdubbelen ten opzichte van de huidige locatie; de nieuwe locatie was een zichtlocatie langs de transportader van de Bommelerwaard; met het oog op de verkeerskundige afwikkeling zou de nieuwe locatie gunstiger zijn zowel met het oog op verkeersveiligheid als met het oog op mogelijke klachten over geluid en trillingen, en; het bedrijf zou up to date zijn en het onderhoud de jaren erop nihil.

Brief van persoon 1 aan ambt. 5 van 22 oktober 2007, nr. 179. Mailcorrespondentie tussen persoon 1 en Bragt van 7 februari 2008, nr. 97. 44 Adviesnota van 11 februari 2008, steller ambtenaar 1 nr. 97. 45 Idem. 43

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 12 van 33

Duidelijk was dat Schreuders B.V. de bedrijfsverplaatsing niet zelf kon bekostigen en dat van de gemeente een bijdrage werd gevraagd in de vorm van een lage grondprijs; in de gesprekken is gesproken over een grondprijs gelijk aan de kostprijs voor het bouwrijp maken van het perceel. De bijdrage van de gemeente zou dan zijn 595.000,- euro. Ook werd ervan uitgegaan dat van de provincie een maximale bijdrage van 200.000,- euro zou kunnen worden verkregen.46 14. Maart – juli 2008: gespreksvoering en haalbaarheidsonderzoek woningbouwontwikkeling De Weitjes Omdat bedrijfsverplaatsing gekoppeld zou zijn aan woningbouw op gronden waarop de Van Hemert destijds een optie had, is ook persoon 4 in maart 2008 bij de gespreksvoering betrokken.47 In een brief van het college aan Van Hemert van 18 maart 2008 is gevraagd of zij kon instemmen met specifieke voorwaarden verbonden aan de bedrijfsverplaatsing van de Weitjesweg naar de Van Heemstraweg. De bedrijfsverplaatsing moest gecombineerd worden met de ontwikkeling van woningbouw op de locatie Groenesteeg/Weitjesweg, waarvan ook de gronden van persoon 2 en persoon 3 onderdeel uitmaakten. Uitbreiding van het bedrijventerrein van onder andere de beoogde locatie van Schreuders B.V.

aan de Van Heemstraweg betrof een initiatief van aannemingsbedrijf Van der Ven.48 In maart 2008 deed Van Hemert een verkavelingsvoorstel.49 Voorts werd in april 2008 intern bij de gemeente geïnventariseerd welke bedrijven in verband met hun milieuzonering van invloed konden zijn op locatie van de beoogde woningbouwontwikkeling De Weitjes.50 In een intern advies van 28 september 2008 werd in dat kader opgemerkt dat er geen mogelijkheden waren om afstanden tussen de betreffende bedrijven en woningen te verkleinen.51 In september 2008 zijn tevens modellen opgesteld ter invulling van ditzelfde bedrijventerrein, hier genoemd bedrijventerrein “De Langerak”.52 Op 16 juli 2008 sloot het college een samenwerkingsovereenkomst met Van der Ven betreffende een bedrijventerrein aan de Van Heemstraweg. In november 2008 is verkennend veldonderzoek uitgevoerd door een archeologisch bureau, waaruit bleek dat ten minste voor een gedeelte van het gebied de hoge verwachtingswaarde voor het vinden van belangrijke vondsten uit het verleden gold, als gevolg waarvan er in de toekomst nog een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven zou moeten worden uitgevoerd.53

46

Idem. Correspondentie tussen het college en de heer persoon 4 van 18 maart en 29 april 2008, nrs. 89 en 99. 48 Brief van het college aan persoon 4 van 18 maart 2008, nr. 98. 49 Verkavelingsvoorstel Van Hemert Onroerend Goed B.V. van 28 maart 2008, nr., 99, 50 Interne mededeling “Milieu advies Woningbouwlocaties De Weitjes te Brakel” van 21 april 2008, nr., 106. 51 “Advies Woningbouwlocatie De Weitjes, Brakel” van 24 september 2008, nr. 109. 52 E-mailbericht van persoon 5 (Van Kessel Architectuur en Projectmanagement B.V.) van 17 september 2008, nr. 106. 53 Brief van het college aan persoon 5 (Van Kessel Architectuur en Projectmanagement B.V.) van 19 juni 2009, nr. 109. 47

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 13 van 33

15. December 2008 - januari 2009: bezwaar alsnog (gedeeltelijk) gegrond verklaard en last onder dwangsom opgelegd aan persoon 1 In lijn met een adviesnota van steller ambt. 5 2009 als volgt:54 • • • •

van 15 december 2008, besliste het college op 6 januari

middels een nieuwe beslissing op bezwaar wordt het bezwaarschrift van persoon 2 alsnog (gedeeltelijk) gegrond verklaard; de aangebrachte verharding en drainage wordt gedoogd totdat een beslissing op het verzoek om vrijstelling genomen is; (preventief) handhavend wordt opgetreden tegen het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, en; alsnog wordt een beslissing op het verzoek om vrijstelling genomen.

Kort en goed zou alleen tegen het feitelijke gebruik worden opgetreden, totdat op het verzoek om vrijstelling was beslist. In zoverre werd de aangebrachte verharding en drainage, hetgeen feitelijk in strijd was met het bestemmingsplan, gedoogd. In het kader van het vrijstellingsverzoek van Schreuder B.V. werd in de adviesnota vermeld dat “uit het feitenrelaas blijkt dat ambtelijk meerdere malen negatief is geadviseerd op het verzoek, maar nimmer een concreet besluit is genomen.” In juli 2009 zou naar verwachting van destijds duidelijk worden of ter plaatse van het perceel woningbouw gerealiseerd kon worden; bedrijfsverplaatsing was naar verwachting pas eind 2011 een feit.55 Bij besluit van 14 januari 2009 besloot het college het bezwaarschrift van persoon 2 gegrond te verklaren en Schreuders B.V. met oplegging van een last onder dwangsom te gelasten om de opgeslagen materialen op het perceel naast de Weitjesweg 56 binnen zes weken te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden, behoudens materialen die noodzakelijk zijn voor het op de bestemming gerichte gebruik van die grond. Bij ditzelfde besluit werd van handhaving tegen de aangebrachte verharding en drainage afgezien; vanwege de verwachte uitkomsten van het onderzoek naar woningbouw ter plaatse en de daarmee samenhangende bedrijfsverplaatsing, beschouwde het college handhaving in dat kader niet als opportuun.56 16.

Februari – maart 2009: persoon 1 strijdig gebruik van het perceel

verzoekt college opnieuw om toestemming tijdelijk

Bij brief van 24 februari 2009 uitte persoon 1 zijn ongenoegen over de gang van zaken bij het college en verzocht nogmaals om het door hem bijgekochte terrein naast Weitjesweg 56 te bestemmen voor bedrijfsmatig gebruik, of een situatie te creëren waardoor bedrijfsmatig gebruik van datzelfde terrein tot 54

Collegebesluit van 8 januari 2009, nr. 181. Adviesnota voor het college, steller S. ambt. 5 van 15 december 2008, nr. 181. 56 Besluit van het college van 14 januari 2009, nr. 182. 55

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 14 van 33

bedrijfsverplaatsing mogelijk zou worden gemaakt. Daarbij vroeg persoon 1 om duidelijkheid omtrent de beoogde bedrijfsverplaatsing naar de Van Heemstraweg en zei daarover het volgende:57 “We hebben u al een aantal keren gevraagd hoever het staat met het terrein aan de van Heemstraweg, waar wij naar toe zouden kunnen verhuizen en wat ook een bijzonder belangrijk gegeven is in onze uiteindelijke beslissing. Hierop wordt steeds een onduidelijk of ontwijkend antwoord gegeven. Toch is het verschaffen van informatie hierover erg belangrijk. Niet alleen wij, maar ook andere betrokkenen vragen zich al geruime tijd af hoe alles daar nu eigenlijk verloopt.” Concluderend verzocht Schreuders B.V. het college zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen en besluiten te nemen op korte termijn, zodat zij zou weten waar zij aan toe was. In reactie op dit schrijven liet ambtenaar 1 bij e-mail van 11 maart 2009 weten dat intern overleg aanstaande was over de voortgang van de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Daarnaast werd medegedeeld dat onderzoek gestart was naar de wenselijkheid van een geurverordening met het oog op de eventuele woningbouwontwikkeling aan de Weitjesweg/Groenesteeg; door milieubureau De Roever werd onderzoek uitgevoerd naar de locatie waar een dergelijke verordening van toepassing zou kunnen zijn en hoe die hindercirkels teruggebracht zouden kunnen worden.

Bij brief van 13 maart 2009 diende persoon 1 bij het college het verzoek in om toestemming voor het tijdelijke gebruik van het terrein naast het bedrijf aan de Weitjesweg 56, ten behoeve van materialendistributie voor een tweetal evenementen. Bij besluit van 14 april 2009 besliste het college geen medewerking te verlenen aan dit verzoek, tenzij persoon 2 met dit verzoek zou instemmen.58 heeft uiteindelijk op eigen kosten een alternatieve oplossing gevonden, zo volgt uit zijn epersoon 1 mailbericht van 20 april 2009 aan het college.59 17. December 2009 – maart 2010: college blijft positief tegenover bedrijfsverplaatsing Uit een adviesnota van 1 december 2009 volgt dat Van Hemert de gemeente had verzocht de grondpositie en de woningbouwontwikkeling aan de Weitjesweg over te nemen; Van Hemert zou de woningbouwontwikkeling niet (meer) hebben zien zitten. Opgemerkt werd voorts dat bedrijfsverplaatsing van persoon 1 gekoppeld was aan de woningbouwontwikkeling aan de Weitjesweg. Vervolgd werd met de opmerking dat als de woningbouwontwikkeling niet door zou gaan, bedrijfsverplaatsing onder de voorwaarden als genoemd bij brief van 18 maart 2008 niet meer van toepassing zou zijn en Schreuders B.V. dan de keuze zou moeten maken wat haar vervolgstappen zouden zijn.

Het college besliste op 15 december 2009 als volgt: het woningbouwproject kon tegen voorgestelde condities worden overgenomen van Van Hemert en met persoon 1 zou in gesprek worden gegaan over de vervolgstappen.60 Ambtelijk was voorgesteld het project niet over te nemen. Op 23 februari 2010 besloot het college – conform advies – persoon 1 57

een brief te sturen waarin de

Brief van persoon 1 aan het college van 26 februari 2009, nr. 169. Adviesnota, steller S. ambt. 5 van 1 april 2009 en beslissing van het college van 14 april 2009, nr. 169. 59 E-mailbericht van persoon 1 aan het college van 20 april 2009, nr. 169. 60 Beslissing van het college van 15 december 2009, nr. 93. 58

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 15 van 33

gemeente haar bijdrage in de voorgenomen bedrijfsverplaatsing zou bevestigen en Van Hemert een brief te sturen waarin zou worden aangegeven dat de gemeente het project aan de Weitjesweg niet wilde overnemen omdat grondexploitatie een fors negatief resultaat zou geven.61 Bij deze brief aan Van Hemert, van 8 maart 2010, maakte het college tevens kenbaar dat het positief bleef staan tegenover een woningbouwontwikkeling aan de Weitjesweg alsook tegenover ontwikkeling van een gedeelte van het plangebied. Het college stelde Van Hemert daarbij tot 1 mei 2010 in de gelegenheid om te bezien of woningbouwontwikkeling mogelijk zou zijn.62 In zijn brief, eveneens van 8 maart 2010, aan persoon 1 benadrukte het college dat iedere ondernemer primair zelf verantwoordelijk is voor de huisvesting van zijn bedrijf. Daarbij merkte het op dat met de komst van bedrijventerrein Kraaijenhoef een prima alternatief was ontstaan, maar dat Schreuders B.V. om ‘moverende redenen’ besloten had die optie niet te gebruiken. Het college meende Schreuders B.V. voorts ruimschoots te hebben gefaciliteerd door middel van het verlenen van alle medewerking aan het herontwikkelen van de huidige bedrijfslocatie tot woningbouw en het bespreekbaar maken van de locatie aan de Langerakseweg.

In dat kader merkte het college het volgende op: “Het feit dat ontwikkelaars in de huidige marktsituatie terughoudend zijn, dan wel afhaken, is teleurstellend en vervelend, maar staat buiten onze directe invloed. Het kan niet zo zijn dat de gemeente vervolgens als risicodragende ontwikkelaar moet gaan opereren. De voor uw bedrijfsverplaatsing benodigde financiële middelen kunnen wij niet op een andere wijze genereren. Met het ontwikkelen van een nieuwe bedrijvenlocatie aan de Langerakseweg zal nog geruime tijd gemoeid zijn. Beide genoemde zaken zijn voor ons aanleiding opnieuw naar alternatieven te kijken.” Onder verwijzing naar het onderzoek van de provincie Gelderland naar de behoefte van watergebonden bedrijven in de regio – waar de laad- en loskade van persoon 1 aan de Afgedamde ambt. 4 in Poederoijen onderdeel van uitmaakte – stelde het college bedrijventerrein aan de Schouwendijk te Poederoijen voor als nieuwe potentiële locatie. Uit de brief volgt dat Bragt hierover reeds met Schreuder had gesproken en dat de opzet was dat alle bedrijfsactiviteiten zowel in Brakel als Poederoijen, alsook de door Schreuder B.V. gewenste grondbank, op die nieuwe locatie een goede plek zouden krijgen.

Het college zei zich er bij de provincie hard voor te willen maken om al persoon 1 bedrijfsactiviteiten naar deze locatie te verplaatsen.63 FASE 3 (2010-2019): onderzoek naar mogelijkheden tot bedrijfsverplaatsing Schreuders B.V. naar De Langerak alsook herontwikkeling Weitjesweg met woningbouw In de periode tussen 2007 en 2010 kwam de Langerakseweg meer expliciet in beeld als potentiële nieuwe bedrijfslocatie voor Schreuders B.V.; ook voor persoon 1 bleek dit de meest passende optie. In dat kader hebben partijen het haalbaarheidsonderzoek en de gespreksvoering voortgezet, waarover het volgende.

61

Beslissing van het college van 23 februari 2010, nr. 94. Brief van het college aan Van Hemert van 8 maart 2010, nr. 94. 63 Brief van het college aan persoon 1 van 8 maart 2010, nr. 95. 62

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 16 van 33

18. Februari – maart 2010: eerste onderhandelingen bedrijfsverplaatsing Schreuders B.V. naar bedrijfslocatie De Langerak In de brief van 8 maart 2010 is ook opgenomen dat persoon 1 bij gesprek van 24 februari 2010 met Bragt en ambtenaar 2 in eerste aanleg positief stond tegenover de nieuwe potentiële locatie, maar sterke twijfels had geuit over de financiële haalbaarheid, gebaseerd op eerder onderzoek naar deze bedrijfslocatie. Het college is tijdens dit gesprek duidelijk geworden dat persoon 1 slechts opteerde voor de locatie Langerakseweg, waarbij hij ervan uitging 10.000 m² bedrijfsterrein te kunnen kopen tegen een prijs van 350.000,- euro, waarbij de gemeente een oplossing zou vinden voor het nog resterende investeringstekort van circa 300.000,- euro. Bragt had persoon 1 toegezegd met deze informatie terug te zullen gaan naar het college, zo volgt tevens en tot slot uit de brief van 8 maart 2010. In reactie op dit schrijven, deelde persoon 1 bij brief van 22 maart 2010 het college mede dat de optie Schouwendijk te Poederoijen alleen bespreekbaar was als eventuele nieuwe toekomstige locatie voor zijn loswal; een bedrijfswoning was op deze locatie niet mogelijk gebleken, hetgeen voor persoon 1 een vereiste was.64 Daarbij gaf persoon 1 aan dat de tweede optie, de Langerakseweg te Brakel (hoek van Heemstraweg), voor hem de meest passende optie was.

In dit schrijven bevestigde persoon 1 akkoord te zullen gaan met 10.000 m² grond op genoemde locatie tegen een prijs van 35,- euro per m² inclusief btw, “zoals meerdere malen besproken en vermeld in uw brieven van 18 maart 2008 en 8 maart 2010.” Ook gaf aan dat de gemeente een oplossing zou proberen te vinden voor het investeringstekort van persoon 1 300.000,- euro. In zijn brief heeft persoon 1 voorts de volgende zaken opgenomen: •

•

• •

•

•

64

gekoppeld aan de transactie zou woningbouw kunnen plaatsvinden op de locatie aan de Weitjesweg te Brakel. Uit de ontwikkeling van dit terrein zou voor persoon 1 een bedrag van 800.000,- euro vrij dienen te komen; de langdurige problemen met Van der Ven en de daarbij komende verslechterde economie hadden ervoor gezorgd dat dit bedrag op losse schroeven is komen te staat. Twee jaar ervoor was de transactie woningbouw Weitjesweg af te ronden geweest; Van Hemert had te kennen gegeven dat zij – gezien de lange tijdsdruk en de ingetreden crisis – een afwachtende houding zou gaan aannemen. door de behoorlijke vertragingen was persoon 1 in de problemen geraakt met de bedrijfsvoering, de uitbreiding en de voortgang van het bedrijf; persoon 1 stelt redelijkerwijs gezien dat jaar daadwerkelijk aan het bouwen te moeten zijn geweest; nam aan dat contact met Van der Ven had plaatsgevonden en dat de persoon 1 beoogde weg tot verplaatsing van het bedrijf was ingeslagen. persoon 1 verzocht het college daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen, zoals afgesproken zou zijn; omdat zijn bedrijf ‘op slot’ zou hebben gezeten, had persoon 1 van zijn jurist het advies gekregen te bekijken of de economische schade waar hij mee te kampen had, op de gemeente te verhalen is; persoon 1 stelde alles wat mogelijk was in het werk te hebben gesteld om een bedrijfsverplaatsing mogelijk te maken.

Brief van Schreuders aan het college van 22 maart 2010, nr. 96.

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 17 van 33

sloot zijn schrijven af met de opmerking dat als niet binnen tien dagen een inhoudelijke reactie op deze brief zou zijn ontvangen, de inhoud van zijn brief bindend zou zijn. In reactie hierop deelde het college Schreuders B.V. bij brief van 30 maart 2010 mede dat het middels zijn brief van 8 maart 2010 geen aanbod had gedaan, maar slechts het standpunt van persoon 1 had weergegeven en dat besluitvorming op de brief van 22 maart 2010 zou plaatsvinden door het nieuwe college. Tot slot wilde het college Schreuders B.V. erop wijzen dat bij eventuele grondverkoop een raadsbesluit noodzakelijk zou zijn aangezien het een verkoop zou betreffen buiten een door de raad vastgestelde exploitatie. 65 persoon 1

19. Juni 2010: negatieve adviesnota inzake bedrijfsverplaatsing naar De Langerak Bij adviesnota van 3 juni 2010 adviseerden de stellers ambtenaar 2 en ambt. 6 de onderhandelingen inzake verplaatsing van Schreuders B.V. naar De Langerak te staken.66 Redenen voor dit advies waren vooropgesteld het verschil in financiële standpunten van partijen, onzekerheden en veranderende omstandigheden, zo volgt uit deze adviesnota. Het financiële verschil in standpunten zou circa 1.000.000,euro bedragen; stellers zagen geen reële mogelijkheid om tot een overeenstemming te komen. Tevens werd geadviseerd akkoord te gaan met het opstarten van een, voor rekening van Schreuders B.V., bestemmingsplanwijziging om het gebruik van de tot ‘landelijk groen’ bestemde gronden van het perceel Weitjesweg 56 te Brakel te herbestemmen ten behoeve van bedrijfsdoeleinden. In het kader van dit advies werden meerde zaken opgemerkt, die hierna achtereenvolgens kort uiteengezet worden: • Strijdigheid met samenwerkingsovereenkomst met Van der Ven Aanbieding van bedrijventerrein De Langerak aan de heer persoon 1 zou volgens de stellers feitelijk strijdig zijn met de samenwerkingsovereenkomst die het college in april 2008 met Van der Ven gesloten had over de ontwikkeling van dit bedrijventerrein.

De uitvoering van deze overeenkomst zou moeizaam verlopen en daarbij zou het lastig zijn een tijdstip aan te geven wanneer er bouwrijpe grond geleverd zou kunnen worden aan persoon 1 . •

Bedrijfsverplaatsing was alleen mogelijk bij woningbouwontwikkeling Weitjesweg

Ook merkten stellers op dat de gemeente, onder meer volgens de Nota Grondbeleid, verplicht zou zijn gronden te verkopen tegen een marktconforme waarde. Op het moment dat de locatie aan de Weitjesweg ontwikkeld zou worden ten behoeve van woningbouw, achtten zij het enigszins verklaarbaar dat de gemeente de betreffende gronden zou verkopen onder de marktwaarde. Voorts verwezen zij naar de mededeling van persoon 1 bij brief van 22 maart 2010, dat de betrokken ontwikkelaar een afwachtende houding aannam en daardoor de woningbouwontwikkeling niet waarschijnlijk zou zijn. Op het moment dat er geen woningbouwontwikkeling zou komen aan de Weitjesweg, zou het verkopen van grond ver onder de marktwaarde niet te onderbouwen zijn en tot staatssteun leiden, aldus stellers. 65 66

Brief van het college aan persoon 1 van 30 maart 2010, nr. 96. Adviesnota van 3 juni 2010, stellers ambtenaar 2 en ambt. 6 nr. 90.

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 18 van 33

Ter informatie werd nog meegegeven dat verkoop van grond aan bestuursleden van een gemeente, deze verkoop ter goedkeuring aan de provincie moet worden voorgelegd, waarbij onder meer een onafhankelijk taxatierapport moet worden overgelegd. •

Schreuders B.V. moest duidelijkheid worden gegeven omtrent haar verzoek om bestemmingsplanwijziging

De stellers merkten op dat door de gemeente nog niet eerder concreet antwoord was gegeven op het verzoek van Schreuders B.V. uit 2004 om de bestemming van het perceel aan de Weitjesweg te wijzigen. Stellers verwezen naar de brief van persoon 1 van 6 januari 2010, waarin aangegeven werd dat indien het college niet vóór 18 januari 2010 een sluitend plan voor bedrijfsverplaatsing zou zijn gekomen, Schreuders B.V. medewerking zou verzoeken voor het verlenen van bestemmingsplanwijziging. Verwezen werd naar een eerste quick scan, waaruit bleek dat medewerking aan dat verzoek niet zonder meer mogelijk zou zijn vanwege de richtafstand van 100 meter tussen een groothandel voor grind en zand en een gevoelig object, terwijl de dichtstbijzijnde woning gelegen was op circa 15 meter. Ook werd verwezen naar het akoestisch onderzoek uit 1005, in welk kader bleek dat de gewenste bedrijfsverplaatsing mogelijk zou zijn. De stellers meenden dat, alvorens definitief tot een bestemmingsplanwijziging kon worden overgegaan, eerst heroverweging gemaakt zou moeten worden door het team Ruimte; er zou moeten worden bekeken of het akoestisch onderzoek nog actueel was. Tot slot adviseerden de stellers dat met een exploitatieovereenkomst gesloten moest worden, waarbij het kostenverhaal geregeld zou persoon 1 worden.

Op 6 juli 2010 hield het college besluitvorming aan, in afwachting van een gesprek met persoon 1 en de burgemeester. Op 20 juli 2010 lijkt het college als volgt te hebben beslist: “conform advies” en “kosten planologische procedure niet doorberekenen, onderzoekskosten voor rekening persoon 1 .” Echter, ten aanzien van de collegevergadering van 31 augustus 2010 is opgemerkt: “aanhouden (overleg met portefeuillehouder)”.67 Een tot de beschikbare documenten behorende brief waarin Schreuders B.V. wordt meegedeeld dat geen reële mogelijkheden worden gezien om tot overeenstemming te komen, is niet verstuurd. 20. Januari 2012: op basis van advies van PHNX besluit tot nieuw onderzoek Op 15 december 2011 heeft PHNX advies uitgebracht over de bedrijfsverplaatsing van Schreuders B.V. naar de locatie Langerakseweg. Daarin wordt ook geadviseerd over hoe moet worden omgegaan met de samenwerkingsovereenkomst die met Van der Ven Beleggingsmaatschappij B.V. is gesloten. Dit advies bevat samengevat de volgende aanbevelingen: •

67

dat het college de bereidheid van Schreuders B.V. tot verplaatsing nader zou moeten onderzoeken

Beslissingen bij adviesnota van stellers ambtenaar 2 en ambt. 6 van 3 juni 2010, nr. 90.

DATUM ONS KENMERK PAGINA

13 juli 2022 1008418 19 van 33

en het bedrijf zou moeten uitnodigen voor een bestuurlijke bespreking, waarbij uitgegaan zou worden van de getaxeerde waarde (m² prijs) van het perceel aan de Van Heemstraweg/Langerakseweg en dat het perceel Weitjesweg 57 door voor risico van Schreuders B.V. zou worden herontwikkeld (7 bouwkavels); •

dat het college op korte termijn overleg met de provincie zou moeten initiëren over de planologische mogelijkheden inzake a. de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst (met Van der Ven B.V.) en; b. de verplaatsing van Schreuders B.V.;

•

dat het college, afhankelijk van de uitkomst van het overleg met Schreuders B.V. over de verplaatsing en het overleg met de provincie, de besprekingen met Van der Ven zou moeten voortzetten gericht op nakoming van de samenwerkingsovereenkomst, waarbij aanpassing op onderdelen van de SOK ten behoeve van de verplaatsing van Schreuders B.V. niet zou moeten zijn uitgesloten.

Bij adviesnota heeft steller ambtenaar 2 geadviseerd het advies van PHNX als beleidslijn over te nemen en als eerste stap in samenspraak met de provincie de consequenties van de strijdigheid van de voorgestane bedrijfsmatige ontwikkeling met het beleid voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie (met inbegrip van alternatieven) te bespreken en Schreuders B.V. per brief te informeren over de stand van zaken en vervolgstappen.68 Dit advies heeft het college in januari 2012 overgenomen.69 Voorts lijkt op basis van interne e-mailcorrespondentie tussen mevrouw ambt. 6 (Vastgoed & Projecten) en de heer ambtenaar 7 (Ruimte) in mei 2014 nog een gesprek te hebben plaatsgevonden met persoon 1 , waar ook ambtenaar 1 bij aanwezig zou zijn geweest. Dit gesprek lijkt te zijn gevoerd naar aanleiding van het voorstel van Bragt aan het college om een structuurvisie voor het gebied Brakel-West vast te stellen; hiermee was men evenwel nog niet begonnen, zo volgt uit de correspondentie. Uit de documentatie wordt niet duidelijk wat er tijdens dit gesprek met persoon 1 besproken is.70 21. December 2016: haalbaarheidsonderzoek met drie scenario’s voor lange-termijnoplossing De oplossingsrichting voor een bedrijfsverplaatsing van Schreuders B.V. kwam blijkens de documentatie terug in 2016. Op 29 april 2016 is een taxatierapport uitgebracht door De Lorijn met daarin een globale raming.

In deze rapportage zijn drie scenario’s onderzocht: (i) planschade bij herbestemming van de locatie Weitjesweg naar een lagere bedrijfscategorie; (ii) planschade bij herbestemming van diezelfde locatie naar ‘wonen’, en (iii) schadeloosstelling bij onteigening/restschade in geval van volledige bedrijfsverplaatsing.71 Op 30 juni 2016 is daarnaast (intern) een verkenning uitgevoerd naar drie scenario’s die een lange-

68

Adviesnota, steller ambtenaar 2 van 26 januari 2012, nr. 83. Beslissing van het college van 7 januari 2012, nr. 83. 70 E-mailcorrespondentie intern van 14 mei 2014, nr. 199. 71 Globale Raming door De Lorijn van 29 april 2016, nr. 115. 69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11706470/1