CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept jaarrekening 2025 Werkzaak Rivierenland (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 21 mei 2026, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen28.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Tabel 6. 5. 2 Verbonden partijen - Stichting Werkzaak Plus

Stichting Werkzaak Plus Omschrijving Vestigingsplaats Rechtspositie Doel en openbaar belang

Zeggenschap Bestuurlijk Belang Betrokkene Risico's Relatie met programma's Eigen Vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico's Veranderingen in het jaar

Ontwikkelingen

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

Geldermalsen Stichting • Het voorzien in de flexibiliteitsbehoefte van werkgevers door medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt en overige werkzoekenden onder begeleiding van mentoren in de gelegenheid te stellen werkzaamheden te verrichten voor werkgevers. • Het zijn van de formele werkgever voor een deel van het staf- en kaderpersoneel Deelnemende gemeenten van GR Werkzaak Rivierenland 100% eigenaar GR Werkzaak Rivierenland Geen Inkomensondersteuning Arbeidsparticipatie Begeleide participatie en Bestuur en Ondersteuning per 31-12-2024 € 0 per 31-12-2025 € 0 per 31-12-2024 € 0 per 31-12-2025 € 0 € 0 Vanwege de fiscale eenheid komen de risico's voor GR Werkzaak Rivierenland Binnen Stichting Flex en Zeker is het aantal medewerkers gedaald omdat eind 2025 de werkzaamheden bij een werkgever zijn geëindigd. Door herplaatsing en ontwikkeling van de CAO geldend voor Stichting Flex en Zeker zijn deze medewerkers bij de Stichting Werkzaak Plus in dienst gekomen Er zijn geen ontwikkelingen ,

,

,

61

Tabel 6. 5. 3 Verbonden partijen - Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U. A.

Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U. A. Omschrijving Vestigingsplaats Geldermalsen Rechtspositie Coöperatie Doel en openbaar belang De Coöperatie heeft ten doel te voorzien in de stoffelijke behoeften van haar leden door met hen deelnemersovereenkomsten te sluiten in het na te noemen bedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent of doet uitoefenen te weten: a. het voor en met haar leden opzetten en het exploiteren van een (circulair) textielsorteercentrum waarbij het ingezamelde textiel wordt gesorteerd bewerkt en verkocht al dan niet tezamen met samenwerkingspartners hoofdzakelijk in maar niet beperkt tot de regio Rivierenland. b. het bijdragen aan de maatschappelijke ondersteuning van onder meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en van hun netwerk in de samenleving ten behoeve van een zo zelfstandig mogelijke economische positie en hun participatie op de arbeidsmarkt; c. het bijdragen aan een sociaal economisch en ecologische maatschappij voor een duurzame toekomst op basis van een circulair inclusief en maatschappelijk verantwoord businessmodel. Zeggenschap Gezamenlijk bevoegd (met andere bestuurder(s) zie statuten) Bestuurlijk Belang Mede invloed aanwenden op circulaire en inclusieve arbeidsmarkt en samenleving.

Betrokkene GR Werkzaak Rivierenland Risico's In 2025 heeft Cirtex te maken gehad met een aanzienlijk exploitatietekort als gevolg van de wereldwijde textielcrisis waarvoor het Algemeen Bestuur van Werkzaak een tijdelijke garantstelling heeft verleend van maximaal €383.000- voor de jaren 2025 en 2026 Relatie met programma's Sociaal ondernemerschap circulaire economie Eigen Vermogen per 31-12-2024 € 82.331per 31-12-2025 € nnb Vreemd vermogen per 31-12-2024 € 637.477per 31-12-2025 € nnb Financieel resultaat Verlies over 2025: € nnb Risico's Veranderingen in het jaar Er hebben zich geen veranderingen voorgedaan. Ontwikkelingen In het najaar van 2025 is er een evaluatie uitgevoerd naar het toekomstig bestaansrecht van Cirtex. Het Algemeen Bestuur van Werkzaak en Avri heeft inmiddels het voorgenomen besluit genomen om Cirtex duurzaam te laten voortbestaan op basis van een brede maatschappelijke businesscase. Momenteel loopt er een zienswijzeprocedure voor de raden van de gemeenten over dit voorgenomen besluit. Op 9 juli 2026 wordt hierover een definitief besluit genomen. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

62

7Jaarrekening 2025 7. 1 Balans per 31 december Tabel 7. 1. 1 Balans - Activa

Activa Vaste activa Immateriële vaste Activa Materiele vaste activa Investeringen met economisch nut

Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Overige langlopende leningen

Totaal vaste activa Vlottende Activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzetingen in 's Rijks schatkist Overige vorderingen

Liquide middelen Banksaldi

31-12-2024

31-12-2025

7. 126. 200 7. 126. 200

6. 567. 500 6. 567. 500

-

-

820. 800 820. 800

636. 200 636. 200

7. 947. 000

7. 203. 700

233. 600 9. 328. 300 1. 452. 800 11. 014. 700

272. 600 12. 260. 400 1. 038. 600 13. 571. 600

530. 200 530. 200

770. 600 770. 600

250. 600

521. 100

5. 230. 000 5. 480. 600

3. 919. 300 4. 440. 400

17. 025. 500 24. 972. 500

18. 782. 600 25. 986. 300

Overlopende activa Van overige Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotten die ontstaan zijn door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van de volgende begrotingsjaren komen

Totaal vlottende activa Totaal generaal

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

63

Tabel 7. 1. 2 Balans - Passiva

Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat

Voorzieningen Verplichtingen verliezen en risico's ,

Vaste schulden Binnenlandse banken en overige fin. Instellingen

Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto vlottende schuld met een rentetypische looptijd < 1jaar Rekening-courant met niet-financiële instellingen 2. 546. 300 Overige schulden

Overlopende passiva Verplichtingen opgebouwd in begrotingsjaar en in volgend begrotingsjaar tot betaling gekomen Van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten in volgende begrotingsjaren

31-12-2024

31-12-2025

2. 500. 000 2. 242. 100 1. 488. 000 6. 230. 100

2. 500. 000 2. 815. 900 812. 100 6. 128. 000

569. 300 569. 300

552. 000 552. 000

3. 360. 000 3. 360. 000

3. 255. 000 3. 255. 000

10. 159. 400

9. 935. 000

1. 989. 200 510. 000 2. 499. 200

224. 800 2. 771. 100

12. 213. 300

13. 088. 000

82. 300 Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen.

Totaal vlottende passiva Totaal generaal

64

-

18. 300 12. 313. 900

192. 200 13. 280. 200

14. 813. 100 24. 972. 500

16. 051. 300 25. 986. 300

7. 2 Toelichting op de balans Vaste activa Materiële vaste activa Het verloop van de afzonderlijke posten. Tabel 7. 2. 1 Toelichting op de Balans - Vaste activa - Materiële vaste activa Verloop afzonderlijke posten (bedragen in € )

n ne er r e

pp i se a, t se l a a ihn tsn c i a n

1. 036. 200

4. 443. 700

1. 283. 100

n e ne

di

n ro

Boekwaarde per 1 januari 2025

n

tea

n e w uo be gs jif r de

Gt

lëe

ra

B

ir tea av m i e tca igr et

laa

ev s a

Me

to T

Ov

363. 200

7. 126. 200

25. 000

25. 000

Investeringen

-

-

Desinvesteringen

-

-

41. 100

-

41. 100

187. 500

172. 500

542. 600

Afschrijvingen

500

182. 100

Bijdragen van derden

-

-

-

0

Duurzame waardevermindering

-

-

-

0

Boekwaarde per 31 december 2025

1. 035. 700

4. 261. 600

1. 054. 500

215. 700

6. 567. 500

Financiële vaste activa In tabel 7. 2. 2 staat een overzicht van de financiële vaste activa. Tabel 7. 2. 2 Toelichting op de Balans - Vaste activa - Financiële vaste activa Verloop financiële vaste bedragen (bedragen in € )

)Z B (Bn

ne gi n me l nee

e

ig

dn at

la

flse

D

Z

tao T

820. 800

820. 800

Boekwaarde per 1 januari 2025

-

Investeringen / kredietverstrekking

-

76. 200

76. 200

Desinvesteringen / buiten invordering

-

-44. 600

-44. 600

Afschrijvingen en aflossingen

-

-211. 800

-211. 800

Bijdragen van derden

-

Duurzame waardevermindering / dubieus

-

-4. 400

-4. 400

Boekwaarde per 31 december 2025

-

636. 200

636. 200

0

De post Zelfstandigen (Bbz) bestaat uit verstrekte leningen. Het gaat om een bruto saldo van € 647. 600 aan verstrekte leningen aan zelfstandigen voor inkomensondersteuning. Het oninbare deel van de leningen is € 11. 400. Het netto-saldo is € 636. 200.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

65

Vlottende activa Uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar Onder de post vorderingen op openbare lichamen op de balans staan de openstaande vorderingen op overheidsorganisaties per balansdatum. Dit bedrag is € 272. 600. Ongeveer 66 % hiervan bestaat uit vorderingen op deelnemers van de gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast ook vorderingen op andere samenwerkingspartners in de regio en op andere sociale werkbedrijven. De overige vorderingen bestaan uit € 10 miljoen aan debiteuren. Dit zijn vooral debiteuren bij wie Werkzaak ,

medewerkers uit de verschillende doelgroepen heeft geplaatst. In 2013 geldt de verplichting tot schatkistbankieren zonder leenfaciliteit voor onder andere gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft bijgedragen aan een lagere staatsschuld. Werkzaak voert het betalingsverkeer uit via de eigen bank. Aan het einde van iedere werkdag wordt een negatief banksaldo automatisch aangezuiverd vanaf de rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Een positief saldo op deze bankrekening

wordt aan het einde van de dag juist afgeroomd in het voordeel van het rekening-courant. Werkzaak ontvangt van het ministerie van Financiën ieder kwartaal een rentevergoeding over het bedrag dat in de schatkist staat. De rentevergoeding is gelijk aan de EuroSTR-fixing. Bron: https://www. dsta. nl/schatkistbankieren/rentestanden-schatkistbankieren/rentestanden-decentrale-overheden

Gemeenten en gemeenschappelijke regelingen mogen tot 2 % van het begrotingstotaal aan eigen middelen buiten de schatkist houden. Alles daarboven wordt automatisch afgeroomd. In 2025 heeft Werkzaak deze grens niet overschreden. Tabel 7. 2. 3 laat dat zien. Het saldo op schatkistbankieren op 31 december 2025 is € 123 miljoen. ,

66

Tabel 7. 2. 3 Toelichting op de Balans - Vlottende activa - Drempelbedrag schatkistbankieren

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1. 000) Verslagjaar 2025 (1) Drempelbedrag 2. 299 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 (2) Kwartaalcijfer op dag basis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 638 731 809 (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 1. 661 1. 568 1. 489 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 114. 944 (4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 114. 944 (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat (1) = (4b)*002 + (4c)*0002 met een minimum van €1. 000. 000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen vermeerderd met 02% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. Drempelbedrag 2. 299 (2) Berekening kwartaalcijfer op dag basis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 57. 376 66. 483 74. 464 (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dag basis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 638 731 809

Kwartaal 4

816 1. 483 -

,

,

,

,

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

Kwartaal 4

75. 076 92

816

67

Liquide middelen Onder deze post zijn de banksaldi opgenomen van Werkzaak. Nog te ontvangen voorschotbedragen voor specifiek bestedingsdoel Tabel 7. 2. 4 Toelichting op de Balans - Vlottende activa - Nog te ontvangen voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel Nog te ontvangen voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel (bedragen in € ) ba l re Le FS E

FS E

Rekening 2024

209. 600

la

tao T

41. 000

250. 600

-

41. 000

41. 000

Besteed 2025

209. 600

101. 900

311. 500

Rekening 2025

419. 200

101. 900

521. 100

Ontvangen 2025

Onder de post nog te ontvangen voorschotten van overige Nederlandse overheidslichamen staan de bedragen die zijn ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Dit gaat over een nog te ontvangen subsidies ESF van € 521. 100. Overlopende activa Tabel 7. 2. 5 Toelichting op de Balans - Vlottende activa - Overlopende activa

Overlopende activa Boekwaarde 31-12-2024

Boekwaarde 31-12-2025

Inkomensdebiteuren Dubieuze debiteuren Totaal debiteuren uitkering admistratie

4. 596. 100 -2. 132. 400 2. 463. 700

3. 235. 600 -1. 379. 900 1. 855. 700

NTO bijdragen deelnemende gemeenten Te vorderen BCF Te vorderen BTW Te ontvangen premies Verrekende abonnementsgelden Fietsplan Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Overig Totaal

536. 900 1. 167. 300

0 1. 207. 100 -

20. 400 2. 900 18. 100 831. 100 170. 500 19. 100 5. 230. 000

-

15. 600 17. 300 19. 700 605. 900 170. 100 27. 900 3. 919. 300

Onder de overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste komen van de volgende begrotingsjaren komen is de grootste post de inkomensdebiteuren met een bedrag van € 3. 235. 600. Hierop is een voorziening oninbaarheid van € 1. 379. 900 in mindering gebracht. ,

,

Tegenover deze vordering staat niet invorderbare rekening-courant voor de schuld vanuit Werkzaak aan deelnemende gemeenten. De vordering wordt volgens de rijksregelgeving (BUIG Bbz) verrekend met de desbe,

treffende gemeente op het moment dat de inkomensdebiteur daadwerkelijk betaalt.

68

Onder de nog te ontvangen bijdragen van deelnemende gemeenten staan bedragen die Werkzaak nog van gemeenten krijgt zoals de afrekening van de bestuursrapportage het bedrijfsvoeringsresultaat Wsw en de rijksbijdragen volgens de septembercirculaire. ,

,

Onder de nog te ontvangen bedragen staan de nog te ontvangen creditrente schatkistbankieren facturatie omzet en overige bijdragen. ,

Onder de overlopende activa staat ook nog de te vorderen doorschuif-btw (BCF) ter waarde van € 1. 207. 100. Bij de vooruitbetaalde bedragen gaat het om kosten licenties en verzekeringen. Verder zijn het posten zoals abonnementen premies fietsplan en overig. Onder overig is de grootste post de voorschotten voor bijstandsuitkeringen. ,

,

,

Vaste Passiva Reserves De ontwikkeling en samenstelling van de reserves zijn als volgt gespecificeerd: Tabel 7. 2. 6 Toelichting op de Balans - Vaste passiva - Reserves Reserves (bedragen in € ) ev ers er e ne m e

gl A Boekwaarde per 1 januari 2025

2. 500. 000

s

dn o fie

e t vr av es o e nn

Ri

287. 800

le

e n os er pe vr es e

R 198. 700

la e do ig re e vr es e

R

-

gin le kki w fa 0

e

e 20 vr 2 es oz e o

RT

-

Toevoeging/onttrekking resultaatbestemming voorgaand boekjaar

-

-

Mutatie saldo voorgaand boekjaar

-

-

Toevoegingen 2025

-

-

Onttrekkingen 2025

-

-

39. 900

e vr e e

so

Rni

n

j kile gen kaz ire ts d

o

ev n

gn ik ke ne dr ts tee ll a v a

-

R 222. 200

.

dn

r ta se ip e a

c o . sr . w uu tn c be o u e tr - kki vr s w se ra tn e fn

833. 400

700. 000

1. 488. 000

Sr

tao T 6. 230. 100

-

-1. 488. 000

-1. 488. 000

-

0

626. 000

812. 100

1. 438. 100

-

-

52. 200

n ce j eor pe vr es e

Rk

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

tl

RIO

12. 300

e

a g v in o ne lda ke

la

Verminderingen ter dekking van afschrijvingen

-

Mutaties exploitatie en saldo 2025 Boekwaarde 31 december 2025

-

2. 500. 000

-

39. 900 247. 900

-

198. 700

-

-

-

-

-

-

-

-

222. 200

-

-

-

12. 300

626. 000

812. 100

1. 490. 300

821. 100

1. 326. 000

812. 100

6. 128. 000

De algemene reserve is bedoeld als buffer. Hiermee kun je tijdelijke negatieve exploitatieresultaten en onvoorziene ontwikkelingen opvangen. De ondergrens van de algemene reserve wordt bepaald door het minimaal benodigde weerstandsvermogen. Dit berekenen we elk jaar opnieuw met een risico-inventarisatie. Het benodigde weerstandsvermogen is in 2025 gelijk gebleven. Het Algemeen Bestuur heeft in 2017 de reserve Innovatiefonds gevormd. De reserve moet Werkzaak de ruimte geven om nieuwe initiatieven te ontwikkelen die passen bij de primaire opdracht. Het idee is dat deze reserve revolverend zou zijn: baten uit innovaties vloeien weer terug in de reserve zodat nieuwe innovaties ,

daarvan betaald kunnen worden. In de praktijk blijkt het lastig om deze baten direct aan deze reserve toe te wijzen. Daarom gaat elke beslissing om geld toe te voegen aan deze reserve via het Algemeen Bestuur. In 2025 is er € 39. 900 uit de reserve onttrokken voor innovatieprojecten DIWI en de Buddyapp.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

69

De reserve personeel is bij de resultaatbestemming 2018 gevormd om WW-verplichtingen op te vangen. In 2025 is niets onttrokken aan deze reserve. De reserves afwikkeling Tozo en Noodzakelijke investeringen zijn in 2020 gevormd. Beide reserves zijn vrijgevallen in het resultaat van de jaarrekening 2024.

Bij de resultaatbestemming 2021 is de reserve projecten gevormd. In 2025 is er geen onttrekking gedaan. De reserve is in 2022 gevormd om (een deel) van de kapitaallasten van het Leerlab en het nieuwe dak te dekken. In 2025 is € 12. 300 onttrokken voor het dak van het Leerlab. In de bestuursrapportage van 2024 is een reserve gevormd met middelen die het Rijk beschikbaar stelde voor de financiële uitdagingen rond de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Dit ging om €700. 000. In 2025 is er een aanvullend budget van € 626. 000 beschikbaar gesteld via het participatiebudget. Dit zijn de Rijksbijdrage sociaal ontwikkelbedrijf en het impulsbudget sociaal ontwikkelbedrijf. Deze reserve is bedoeld voor

het in stand houden en versterken van de infrastructuur van Werkzaak.

Voorzieningen De ontwikkeling en samenstelling van de voorzieningen zijn als volgt gespecificeerd: Tabel 7. 2. 7 Toelichting op de Balans - Vaste passiva - Voorzieningen Voorzieningen (bedragen in € )

gn l in iez ro o

Boekwaarde per 1 januari 2025

Vp

ee no sr e

95. 200

Toevoegingen 2025 Ten gunste van baten en lasten vrijgevallen bedragen Aanwendingen 2025

x

te iCr s il er e V

gn in i ez ro o

-

-

Vv

dn a gn dpu

ne ra ps fo l re

in o iez hr

la

orde n

tao T

o

Vo

237. 400

236. 700 569. 300 -

151. 200

151. 200

-

0

-

-

-

-95. 200

-

-4. 300

-69. 000 -168. 500

-

-

233. 100

318. 900 552. 000

Boekwaarde 31 december 2025

In 2025 zijn de personele verplichtingen opgenomen die bij het opstellen van de jaarrekening bekend zijn voor de komende jaren. Het bedrag dat was opgenomen voor 2025 is vrijgevallen. Het resterende bedrag in de voorziening Cirtex is in 2024 volledig gebruikt. De voorziening verlofsparen is gevormd om te voldoen aan de wettelijke verplichting. In 2025 is € 4. 300 aan

deze voorziening onttrokken. In 2025 is € 151. 200 toegevoegd aan de onderhoudsbegroting zoals opgenomen in de meerjaren-onderhoudsbegroting zijn gebouwen. De kosten voor planmatig onderhoud zijn direct van deze voorziening afgetrokken. In 2025 ging het om € 69. 000.

70

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer Per 1 september 2016 is een lening afgesloten van € 42 miljoen bij de BNG-bank. Deze lening heeft een rente van 14% per jaar en een looptijd van 40 jaar. Deze lening is bestemd voor de financiering van de renovatie en nieuwbouw van het pand Poppenbouwing. De betaalde rente in het jaar 2025 bedraagt € 46. 400 (2024: € 48. 510) en de aflossing € 105. 000. ,

,

Vlottende Passiva Vooruit ontvangen voorschotbedragen voor specifiek bestedingsdoel Tabel 7. 2. 8 Toelichting op de Balans - Vlottende passiva - Vooruit ontvangen voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel Vooruit ontvangen voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel (bedragen in € )

kre

-

itea tn ibw e P m te

w r o o

d kre

lpe gd m u

la

-

82. 300

192. 200

192. 200

-

82. 300

tS

Rekening 2024

Ib

82. 300

Ontvangen 2025

-

Besteed 2025

82. 300

Rekening 2025

-

ta To

192. 200 192. 200

Onder de van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen staan bedragen die vooraf zijn ontvangen met een specifiek bestedingsdoel. Deze bedragen zijn bedoeld om lasten in komende begrotingsjaren te dekken. Voor Sterk door Werk (IPS) is een bijdrage van € 82. 300 ontvangen. Dit zijn ambulantiseringsgelden die in 2025 volledig zijn besteed. Het saldo eind 2025 bedraagt € 0. In 2025 is een bedrag van € 213. 600 beschikbaar gesteld voor de implementatie van Participatiewet in Balans naar aanleiding van de wetswijziging. Omdat de wet pas eind 2025 definitief is geworden was het niet mogelijk om de benodigde werkzaamheden voor de start van 1 januari 2026 uit te voeren. Op basis van de uren die in 2025 zijn gemaakt zijn bijhorende kosten in 2025 opgenomen. Het resterende bedrag is opgenomen als vooruit ontvangen voorschotbedrag. Dit wordt in 2026 verwerkt. ,

,

,

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

71

Overlopende passiva Tabel 7. 2. 9 Toelichting op de Balans - Vlottende passiva - Overlopende passiva

Overlopende passiva Rekening-courant debiteuren inkomensvoorziening Verplichtingen Netto te betalen uitkeringen Af te dragen loonheffing uitkeringen Af te dragen BTW Nog te betalen lonen Nog af te dragen premies Nog af te dragen loonheffing Personele verplichtingen uit hoofde verlof/vakantietoeslag Nog te betalen loonkostensubsidies Verrekende voorschotten gemeenten Nog te betalen bedragen Kruisposten Vooruitontvangen bedragen (zie vooruitbetaald) Overige kosten Totaal

Boekwaarde 31-12-2024

Boekwaarde 31-12-2025

3. 284. 400 1. 808. 300 2. 819. 300 997. 900 342. 400 1. 600 125. 900 924. 800 163. 300 1. 228. 900

2. 491. 900 2. 756. 500 2. 974. 400 1. 413. 000 342. 300 48. 400 94. 300 037. 600 1. 284. 200 489. 600 -

-

516. 400 100 18. 300

1. 145. 600 0 0 10. 200 13. 088. 000

-

12. 231. 600

Onder de overlopende passiva staan de verplichtingen die in het begrotingsjaar 2025 zijn ontstaan maar pas in een volgend jaar worden betaald. Op de balans staat hiervoor een bedrag van € 13. 088. 000. Dit bedrag bestaat voor € 2. 491. 900 uit een niet-opeisbare rekening-courant voor de debiteuren inkomensvoorziening. ,

Onder de verplichtingen staan ook de bedragen die terugbetaald moeten worden aan gemeenten zoals de afrekening van de bestuursrapportage het bedrijfsvoeringsresultaat SW en de rijksbijdragen volgens de septembercirculaire. ,

,

De balanspost zoals netto te betalen uitkeringen af te dragen loonheffing uitkeringen af te dragen BTW nog te betalen lonen premies loonheffing personele verplichtingen uit hoofde van verlof/vakantietoeslag en nog te betalen loonkostensubsidies spreken voor zich. Onder de nog te betalen bedragen staan in 2026 nog te ontvangen facturen zoals de huur van de Stadhuiscampus in Tiel energie het centraal inkoopbureau en ,

,

,

,

,

,

,

,

overige leveranciers.

72

,

,

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Op basis van het BBV moet Werkzaak rapporteren over belangrijke financiële verplichtingen die niet zichtbaar zijn op de balans. Dit zijn verplichtingen waar Werkzaak in de komende jaren nog aan gebonden is. Deze verplichtingen zijn: Tabel 7. 2. 10 Toelichting op de Balans - Vlottende passiva - Niet uit de balans blijkende verplichtingen Contracten (bedragen per € ) Totale contractwaarde

Contractwaarde

Resterende looptijd

2025

Outsourcing van de ICT-omgeving en applicaties ICT-Applicaties Salarisverwerking Huisvesting Wagenpark

2. 420. 200 1. 576. 700 375. 600 4. 352. 500 587. 200 9. 312. 200

na 2025

(mnd)

2. 097. 500 516. 000 75. 100 399. 000 320. 700 3. 408. 300

52 24 12 12 39

Naast bovenstaande contracten voor de bedrijfsvoering heeft Werkzaak abonnementscontracten waar wordt afgerekend op basis van gebruik en contracten die jaarlijks opzegbaar zijn. Voor het wagenpark geldt dat de resterende looptijd het gemiddelde is van alle lopende contracten. ,

,

7. 3 Waarderingsgrondslagen De jaarrekening is opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet. Het bestuur heeft op 25 september 2025 de uitgangspunten vastgesteld voor het financiële beleid de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting ,

van

de financiële organisatie.

7. 3. 1 Algemene grondslagen

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Activa waardeer je op basis van verkrijging- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs met de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschafkosten van de gebruikte gronden hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Op de balans worden activa verdeeld in vaste activa en vlottende activa afhankelijk van of ze bedoeld zijn om de organisatie op langere termijn te dienen. ,

,

Duurzame waardeverminderingen van vaste activa neem je op zodra deze bekend zijn onafhankelijk van het ,

resultaat van het boekjaar. Voorraden en deelnemingen waardeer je op marktwaarde wanneer die lager is dan de verkrijging- of vervaardigingsprijs. Als een bedrijfsmiddel dat buiten gebruik wordt gesteld en de restwaarde lager is dan de boekwaarde dan wordt het actief direct afgewaardeerd. ,

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Je neemt baten en winsten

alleen op wanneer zij op de balansdatum daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden meegenomen zodra ze bekend zijn voor het opmaken van de jaarrekening.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

73

7. 3. 2 Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening is opgesteld volgens de kaders zoals besloten in de

financiële verordening en de kadernota rechtmatigheid. Dit betekent het volgende: • De rechtmatigheidsverantwoording gaat over de financiële rechtmatigheid van baten lasten balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet. • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: - Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 19 september 2024 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; - Alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten zijn onrechtmatig waarbij voor een aantal situaties in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet op tijd aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. - De M&O-nota van Werkzaak is leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Alleen bij misbruik is er sprake van een onrechtmatigheid. Gaat het om misbruik én ligt het totaal boven de verantwoordingsgrens dan wordt dit opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

• De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: - Een verantwoordingsgrens van 2% van het begrotingstotaal wordt gehanteerd. Voor 2025 is dit € 2. 252. 000. Fouten en onduidelijkheden boven deze grens moeten verplicht in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; - Een rapporteringstolerantie van € 100. 000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen. ,

,

,

,

,

,

,

,

7. 3. 3 Grondslagen activa en passiva

Hieronder is bij de diverse onderdelen van de activa en passiva een toelichting gegeven. Vaste activa Materiële vaste activa

Alle investeringen activeer je voor het totale investeringsbedrag verminderd met eventuele bijdragen van derden die direct met de investering te maken hebben. ,

Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Een uitzondering wordt gemaakt voor eventuele verbeteringen aan terreinen zoals hekwerk en bestrating. Voor het overige schrijf je af op basis van de historische ,

aanschafprijs en volgens een methode die aansluit bij de verwachte gebruiksduur. Daarbij houd je rekening met een mogelijke restwaarde. De afschrijvingstermijn begint op het moment dat het actief in gebruik wordt genomen.

De materiële vaste activa wordt lineair afgeschreven

basis van de economische levensduur. In de financiële verordening zijn de afschrijvingstermijnen voor deze verschillende soorten activa als volgt vastgesteld.

74

,

op

Tabel 7. 3. 1 Waarderingsgrondslagen - Afschrijvingstermijnen Gehanteerde afschrijvingstermijnen (in jaren) afschrijvingstermijn

Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines apparaten en installaties Hardware (ICT) Software (ICT) Overige materiële vaste activa

n. v. t.

40 40 5 10 5 5 5 (inventaris)

,

Financiële vaste activa In de balans neem je onder andere de financiële vaste activa van de volgende onderdelen apart op: • kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen; • leningen aan woningbouwcorporaties deelnemingen overige verbonden partijen en overige langlopende leningen; • overige uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Als een deel van een lening niet kan worden terugbetaald verreken je de voorziening voor oninbaarheid met de nominale waarde van de lening. ,

,

,

,

Vlottende activa Vorderingen Ook bij vorderingen verreken je eventuele voorzieningen voor oninbaarheid met de nominale waarde van de vorderingen. Het verschil tussen vorderingen en financiële vaste activa wordt bepaald door de looptijd: vorderingen hebben een rentetypische looptijd van korter dan één jaar. De liquide middelen neem je op tegen nominale waarde. Dit zijn saldi op bankrekeningen en in de kas.

Onder de overlopende activa staan de vooruitbetaalde bedragen voor goederen of diensten die je nog moet ontvangen. Vaste Passiva

Voorzieningen Je vormt voorzieningen op basis van de meest actuele berekeningen voor: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is maar redelijkerwijs te schatten; • Op de balansdatum bestaande risico’s van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. De voorzieningen waardeer je altijd tegen nominale waarde. ,

,

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

75

Vaste schulden De vaste schulden waardeer je tegen de nominale waarde (de hoofdsom) verminderd de aflossingen die al zijn gedaan. Vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. ,

Vlottende passiva Vlottende schulden De netto vlottende schulden bestaan uit: kasgeldleningen bank- en girosaldi en overige schulden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar. ,

Overlopende passiva Onder de overlopende passiva neem je verplichtingen op die in het begrotingsjaar zijn ontstaan maar pas in een volgend begrotingsjaar worden betaald. Hierbij horen niet de jaarlijks terugkerende arbeidskosten van vergelijkbare omvang. Tot de overlopende passiva horen ook de middelen van derden die een specifieke bestemming hebben. ,

Grondslagen voor resultaatbepaling en resultaatbestemming Voor de bepaling van het resultaat gebruik je het stelsel van baten en lasten. Verliezen worden verantwoord op het moment dat deze voorzienbaar zijn. Winsten worden verantwoord nadat deze zijn gerealiseerd. De afschrijvingen worden berekend volgens de regels die eerder zijn beschreven bij de vaste activa. Resultaatbestemming Bij de resultaatbestemming maak je onderscheid tussen mutaties die vooraf zijn bepaald in de begroting (toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves) en uiteindelijke jaarrekeningresultaat dat apart op de balans wordt opgenomen. De vooraf bepaalde mutaties verwerk je meteen in de reserves. Het saldo van de jaarrekening presenteer je ,

apart.

Gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die financiële gevolgen hebben voor de jaarrekening 2025.

76

7. 4 Overzicht van baten en lasten

Als vergelijkende cijfers zijn de Jaarrekening 2024 en de Begroting 2025 inclusief de begrotingswijzigingen opgenomen. Door afronding kunnen kleine verschillen ontstaan in de financiële tabellen. ,

,

Tabel 7. 4. 1 Overzicht van baten en lasten

Totaal Baten en lasten (bedragen in € ) Jaarrekening

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

2024

2025

wijziging 2025

wijziging

2025

121. 700 9. 500. 900 26. 042. 300 3. 676. 400 61. 246. 400 46. 500 -62. 000 11. 245. 500 44. 000 3. 020. 400 111. 923. 700

106. 100 10. 310. 700 25. 067. 300 3. 563. 900 62. 162. 000 48. 100 11. 374. 200

Lasten Bestuur en beleid 93. 400 120. 400 Participatie 9. 207. 400 9. 270. 000 Sociale werkvoorziening 25. 585. 000 25. 940. 200 Beschut werk 3. 084. 700 3. 562. 400 Inkomensvoorziening 57. 508. 800 64. 777. 100 Algemene dekkingsmiddelen 50. 900 46. 500 Overhead 10. 665. 000 11. 183. 500 Onvoorzien 44. 000 Totaal lasten 106. 195. 200 114. 944. 100 Baten Bestuur en beleid Participatie 7. 907. 700 7. 458. 000 Sociale werkvoorziening 27. 713. 500 26. 520. 800 Beschut werk 2. 690. 100 2. 520. 700 Inkomensvoorziening 53. 418. 500 57. 206. 500 Algemene dekkingsmiddelen 636. 200 166. 500 Overhead 15. 952. 800 20. 947. 100 Onvoorzien Totaal baten 108. 318. 800 114. 819. 600 Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten 2. 123. 600 -124. 500 Reservemutaties Toevoeging aan reserves 732. 700 Onttrekking aan reserves 97. 300 124. 500 Saldo reservemutaties -635. 400 124. 500 Resultaat 1. 488. 200

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

-1. 300 -230. 900 -102. 100 -114. 000 3. 530. 700

-

-1. 011. 900 -324. 400 -463. 800 3. 605. 400 -180. 000 803. 000

112. 632. 300

8. 469. 900 26. 845. 200 2. 984. 500 53. 601. 100 346. 500 20. 144. 100

8. 563. 300 27. 033. 200 3. 594. 300 54. 406. 500 349. 600 20. 071. 300

2. 428. 300 112. 391. 300

15. 600 -809. 800 975. 000 112. 500 -915. 600 -1. 600 -128. 700 44. 000 -708. 600

-

-

Voordeel / Nadeel

-

-

-

Verschil

V N V V N N N V N

-

93. 400 188. 000 609. 800 805. 400 3. 100 -72. 800 -

-

V V V V V N -

-

114. 018. 200

1. 626. 900

V

-592. 100

467. 600

1. 385. 900

918. 300

V

-808. 900 -216. 800 592. 100

808. 900 341. 300 -467. 600

626. 000 52. 200 -573. 800 812. 100

182. 900 -289. 100 -106. 200 812. 100

V N N V

-

-

77

7. 5 Toelichting op de baten en lasten Programma bestuur en beleid Tabel 7. 5. 1 Toelichting op de baten en lasten - Programma Bestuur en beleid

Bestuur en beleid (bedragen in € )

Lasten Clientenraad Accountantskosten Representatie en vergaderkosten Totaal lasten

Jaarrekening

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

2024

2025

wijziging 2025

wijziging

2025

6. 600 86. 800

16. 800 85. 800

200 900

17. 000 86. 700

7. 500 98. 500

93. 400

17. 800 120. 400

200 1. 300

18. 000 121. 700

Verschil

Voordeel / Nadeel

-

106. 000

9. 500 -11. 800

V N

18. 000 15. 700

V V

Baten Totaal baten Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo reservemutaties Resultaat

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-1. 300

-121. 700

-106. 000

-

-120. 400

-120. 400

-121. 700

-

-93. 400

-93. 400

-1. 300

-

-

15. 700

-106. 000

V

15. 700

V

Analyse verschillen We hebben op het programma Bestuur en Beleid een voordelig resultaat van € 15. 700. Dit wordt veroorzaakt door: • De kosten voor de cliëntenraad vallen lager uit • De accountantskosten vallen hoger uit • De representatie- en vergaderkosten zijn geboekt onder overhead

€ 9. 500 € 11. 800 € 18. 000

V N V

Totaal

€ 15. 700

V

78

Programma Participatie Tabel 7. 5. 2 Toelichting op de baten en lasten - Programma Participatie

Participatie (bedragen in € )

Lasten Participatiebudget Inleenvergoeding inkoopkosten omzet Projecten DVO KP4 Doelgroepprofessionals Bedrijfsvoering Totaal lasten Baten Participatiebudget rijksbijdrage Participatiebudget terugontv en ov baten Inleenvergoeding Omzet Projecten DVO KP4 Bedrijfsvoering Totaal baten Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo reservemutaties Resultaat

Jaarrekening

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

2024

2025

wijziging 2025

wijziging

2025

1. 165. 300 1. 808. 600 178. 900 866. 000 156. 400

1. 092. 300 2. 024. 600 193. 600 575. 000 167. 400

28. 300 107. 500 2. 100 77. 800 -1. 000

1. 120. 600 2. 132. 100 195. 700 652. 800 166. 400

1. 068. 000 1. 703. 600 199. 300 830. 700 161. 700

-

-

-

-

Verschil

Voordeel / Nadeel

52. 600 428. 500 -3. 600 -177. 900 4. 700 -

V V N N V -

-

5. 032. 200 9. 207. 400

5. 217. 100 9. 270. 000

16. 200 230. 900

5. 233. 300 9. 500. 900

6. 347. 300 10. 310. 600

-1. 114. 000 -809. 700

N N

5. 349. 800

5. 461. 400

746. 800

6. 208. 200

5. 953. 500

-254. 700

N

24. 300 85. 900 1. 263. 200 821. 500 156. 400 206. 600 7. 907. 700

7. 458. 000

1. 011. 900

-1. 299. 700

-1. 812. 000

-

126. 900 1. 227. 300 475. 000 167. 400

35. 100 35. 100 -1. 264. 600

-

-1. 812. 000

126. 900 1. 428. 800 539. 600 166. 400

-

-

-

8. 469. 900

-49. 400 -67. 600 248. 800 -4. 700 221. 000 93. 400

N N V N V V

781. 000

-1. 031. 000

-1. 747. 300

-716. 300

N

808. 900 216. 800 -592. 100 188. 900

808. 900 216. 800 -592. 100 -1. 623. 100

626. 000 39. 900 -586. 100 -2. 333. 400

182. 900 -176. 900 6. 000 -710. 300

V N V N

201. 500 64. 600 -1. 000

-

-

77. 500 1. 361. 200 788. 400 161. 700 221. 000 8. 563. 300

-

-

-

-

-

-

Analyse verschillen Participatiebudget Het Participatiebudget is verdeeld over twee programma's: Beschut Werk en Participatie. De verdeling van dit budget sluit aan bij onze strategische keuze om vooral te investeren in eigen medewerkers die werkzoekenden ondersteunen met re-integratie. Van het totale budget gaat 80% naar salariskosten van deze medewerkers. Door deze keuze houden we maximale regie over de kwaliteit van dienstverlening en over de manier waarop we inwoners begeleiden.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

79

De overige 20% van het budget zetten we in voor externe ondersteuning en trajecten. Zoals opleidingen

,

sociale activering en vergoedingen voor begeleiding op de werkvloer. Binnen het programma Participatie hebben we bij het onderdeel Participatie een nadelig resultaat van € 202. 100.

Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Lagere rijksbijdrage participatiebudget

€ 254. 700

N

Totaal

€ 254. 700

N

Lasten • Lagere inzet re-integratiemiddelen

€ 52. 600

V

Totaal

€ 52. 600

V

Totaal

€ 202. 100

N

Door een lager aantal medewerkers in de doelgroep Participatie is een lagere rijksvergoeding ontvangen. ,

Hierdoor konden we uiteindelijk ook minder re-integratiemiddelen inzetten. In de meicirculaire 2025 is de rijksbijdrage sociale infrastructuur en het impulsbudget sociale infrastructuur opgenomen. De rijksbijdrage is bedoeld voor werkplekken voor mensen uit de banenafspraak die tijdelijk nog niet zelfstandig bij een reguliere werkgever kunnen werken. Het impulsbudget sociale infrastructuur in de meicirculaire 2025 is bedoeld als steun voor de versterking van de sociale infrastructuur. In totaal gaat het om € 626. 000 voor de deelnemende gemeenten. Dit bedrag voegen we toe aan de reserve Ontwikkeling Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijf. Vanuit deze reserve maken we samen met de gemeenten Werkzaak Rivierenland toekomstbestendig en helpen we meer mensen aan de slag. ,

,

Inleenvergoedingen We hebben op het onderdeel Inleenvergoedingen in het programma Participatie een voordelig resultaat van € 379. 100.

Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Lagere bijdrage salarislasten WIW medewerkers • Lagere terugontvangst subsidiemiddelen

€ 15. 200 € 34. 200

N N

Totaal

€ 49. 400

N

€ 127. 700 € 300. 800

V V

Totaal

€ 428. 500

V

Totaal

€ 379. 100

V

Lasten • •

80

Compensatie salarislasten CAO aan de slag Lagere salarislasten doelgroepmedewerkers

Het programma Participatie laat een positief resultaat zien op het onderdeel inleenvergoedingen. Aan de batenkant zien we een nadelig resultaat. Dat komt door een lagere bijdrage van de salarislasten van de medewerkers die vanuit de Wet Inschakeling Werkzoekenden 1 (WIW) bij ons in dienst zijn door het lagere aantal uur wat deze medewerkers zijn gaan werken. Daarnaast is er in 2025 een lager bedrag aan subsidie,

middelen ontvangen. Aan de lastenkant zijn de salarislasten gedaald. Dit heeft twee oorzaken: 1 De compensatie voor de medewerkers in de CAO Aan de Slag als gevolg van veranderingen in ,

het belastingstelsel. 2 Een lager aantal medewerkers in 2025. Omzet In tabel 7. 5. 3 wordt de opbouw van de omzet weergegeven die is verwerkt binnen de programma’s Participatie Wet sociale werkvoorziening en Beschut werk. ,

Tabel 7. 5. 3 Toelichting op de baten en lasten - Programma Participatie - Omzet

Omzet (bedragen in € )

Participatie Beschut WSW Bruto-omzet Kosten omzet Netto-omzet Inleenvergoeding Participatie Beschut Totaal inleenvergoeding Netto-netto-omzet

Begrotings

Berap

Jaarrekening

Verschil

Voordeel

2025

2025

2025

1. 202. 700 1. 503. 300 6. 091. 400 8. 797. 400 924. 800 7. 872. 600

1. 428. 800 1. 299. 000 6. 364. 600 9. 092. 400 1. 071. 500 8. 020. 900

1. 218. 200 1. 365. 800 6. 922. 400 9. 506. 400 1. 073. 300 8. 433. 100

-210. 600 66. 800 557. 800 414. 000 -1. 800 412. 200

N V V V N V

1. 940. 200 1. 926. 000 3. 866. 200 4. 006. 400

2. 005. 200 2. 008. 300 4. 013. 500 4. 007. 400

1. 626. 100 1. 803. 000 3. 429. 100 5. 004. 000

379. 100 205. 300 584. 400 996. 600

V V V V

/ Nadeel

We hebben op het onderdeel omzet in het programma Participatie een voordelig resultaat van € 996. 600 ten opzichte van de bestuursrapportage 2025.

1 Dit is een gesubsidieerde

arbeidsplaats voor langdurig werkelozen en jongeren , bedoeld om werkervaring op te doen. Deze regeling is in 2024 vervallen , maar er zijn nog een aantal medewerkers bij ons in dienst.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

81

Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Hogere bruto omzet

€ 414. 000

V

Totaal

€ 414. 000

V

Lasten • Hogere inkoopkosten • Lagere inleenvergoedingen

€ 1. 800 € 584. 400

N V

Totaal

€ 582. 600

V

Totaal

€ 996. 600

V

€ 164. 900 € 559. 600 € 272. 100

V V V

€ 996. 600

V

Per programma

Participatie • Wet sociale werkvoorziening • Beschut werk •

Totaal

Bruto omzet In 2024 is het prijsbeleid geactualiseerd. Daarmee vragen we nu zowel voor detacheringen als voor werk-

zaamheden in de hallen een reële prijs voor het werk van onze doelgroepmedewerkers. Ondanks het wegvallen van enkele werkgevers heeft dit toch geleid tot een hogere bruto omzet. Bij de groepsdetacheringen zijn de betrokkende medewerkers herplaatst bij meerdere (nieuwe) werkgevers. Vaak is hierbij een hoger tarief afgesproken gebaseerd op de reële prijs die hoort bij het vernieuwde prijsbeleid. ,

Voor werk in de hallen is kritisch gekeken naar beter betaalde opdrachten. Verder was de markt op zonnepanelen aangetrokken Dit zorgde voor extra productie voor Sunbeam wat een positieve bijdrage leverde aan de omzet. Per saldo leidde dit tot een hogere totale omzet die de daling van de detacheringsomzet volledig ,

,

heeft opgevangen. Inkoopkosten De inkoopkosten liggen in lijn met de begroting. Dit komt vooral doordat het grootste deel van de werkzaamheden in de hallen geen extra materialen aangekocht zijn. Inleenvergoedingen De inleenvergoedingen vallen lager uit dan in de bestuursrapportage. Dit heeft verschillende oorzaken. Op de eerste plaats door een compensatie van de salarislasten voor de CAO aan de Slag die in de decembercirculaire 2025 beschikbaar is gesteld. Daarnaast is de gemiddelde salarislast voor de medewerkers Beschut Werk lager dan begroot. In de bestuursrapportage is op basis van de eerste maanden een te hoge inleenvergoeding per medewerker berekend. Ook is het uiteindelijke aantal medewerkers binnen Beschut werk en Participatie lager dan in de bestuursrapportage aangenomen.

82

Projecten en reserves Op de lasten is een nadeel van € 177.900 terwijl op de baten een voordeel is ontstaan van € 248. 800. Per saldo is dit een voordeel van € 70.900 die als volgt te verklaren is. ,

,

•

Omzet DIWI

•

Vergoeding inzet Werkcentrum

Totaal

€ 18. 500 € 52. 400

V V

€ 70. 900

V

Dienstverleningsovereenkomst West Maas en Waal Klantprofiel 4 De lasten waren € 4. 700 lager dan begroot. Omdat we deze kosten een op een doorbelasten aan de gemeente West Maas en Waal volgens de met elkaar overeengekomen DVO zijn de baten ook lager. ,

Bedrijfsvoering We hebben op het onderdeel Bedrijfsvoering in het Programma Participatie een nadelig resultaat van € 893. 000.

Dit wordt veroorzaakt door: Baten € 221. 000

V

Totaal

€ 221. 000

V

Lasten • Hogere salarislasten ambtelijk personeel

€ 1. 114. 000

N

Totaal

€ 1. 114. 000

N

Totaal

€ 893. 000

N

•

Vergoeding detachering ambtenaren

Binnen het programma zien we een stijging in de salarislasten. Dit komt door een verschuiving van de begeleidingsvraag van medewerkers binnen de verschillende doelgroepen. Hierdoor drukken de salarislasten van het ambtelijk personeel zwaarder op deze doelgroep. Dit nadeel wordt deels gecompenseerd door het voordeel binnen de programma’s Wet sociale werkvoorziening en Beschut Werk.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

83

Programma Wet sociale werkvoorziening Tabel 7. 5. 4 Toelichting op de baten en lasten - Programma Sociale werkvoorziening

Sociale Werkvoorziening (bedragen in € ) Jaarrekening

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

2024

2025

wijziging 2025

wijziging

2025

Lasten Kosten WSW Omzet Bedrijfsvoering Totaal lasten

20. 427. 400 633. 100 4. 524. 500 25. 585. 000

20. 296. 000 773. 700 4. 870. 500 25. 940. 200

-280. 500 128. 100 254. 500 102. 100

20. 015. 500 901. 800 5. 125. 000 26. 042. 300

19. 606. 500 1. 081. 800 4. 379. 000 25. 067. 300

409. 000 -180. 000 746. 000 975. 000

V N V V

Baten Bijdragen gemeenten Omzet Totaal baten

21. 127. 400 6. 586. 100 27. 713. 500

20. 296. 000 6. 224. 800 26. 520. 800

158. 600 165. 800 324. 400

20. 454. 600 6. 390. 600 26. 845. 200

19. 901. 100 7. 132. 100 27. 033. 200

-553. 500 741. 500 188. 000

N V V

2. 128. 500

580. 600

222. 300

802. 900

1. 965. 900

1. 163. 000

V

700. 000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-700. 000 1. 428. 500

580. 600

Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo reservemutaties Resultaat

-

-

222. 300

-

802. 900

Verschil

/ Nadeel

-

1. 965. 900

Voordeel

-

-

1. 163. 000

V

Analyse verschillen Kosten Wsw en Bijdragen Gemeenten We hebben op het onderdeel Kosten Wsw in het programma Wet sociale werkvoorziening een voordelig resultaat van €409. 000. Dit wordt veroorzaakt door: Lasten • Lagere salarislasten • Hogere lasten loonkostensubsidies

€ 419. 600 € 10. 600

V N

Totaal

€ 409. 000

V

De lagere salarislasten komt vooral door de compensatie van € 324. 000 voor medewerkers uit de cao SW vallen. Deze compensatie is in december 2025 via de decembercirculaire 2025 beschikbaar gesteld. Daarnaast

zijn er gemiddeld minder medewerkers (1624 fte) in dienst geweest. Zij hadden wel een hoger gemiddeld salaris (€ 2. 429). In totaal levert het verschil in aantal medewerker en het hogere gemiddelde salaris nog een besparing op van € 105. 600. ,

De hogere lasten voor loonkostensubsidies worden veroorzaakt door een lager aantal medewerkers (396 fte). Daar staat een hogere vergoeding voor loonkostensubsidie (€ 786) per fte tegenover. ,

84

Bedrijfsvoering We hebben op het onderdeel bedrijfsvoering in het programma Wet sociale werkvoorziening een voordelig resultaat van € 746. 000. Dit wordt veroorzaakt door: Lasten • Lagere ambtelijke salarislasten • Lagere overige kosten SW

€ 601. 500 € 144. 500

V V

Totaal

€ 746. 000

V

Binnen het programma zien we een daling in de salarislasten. Dit komt door een verschuiving van de begeleidingsvraag van medewerkers binnen de verschillende doelgroepen. Hierdoor drukken de salarislasten van het ambtelijk personeel minder zwaar op de doelgroep SW. Dit helpt om een nadeel binnen het programma Participatie te compenseren. De lagere overige kosten worden mede veroorzaakt door het lagere aantal medewerkers SW. Daarnaast zijn

de vervoerskosten lager uitgevallen dan begroot. Omzet Wet sociale werkvoorziening De omzet is toegelicht in het programma participatie. Programma resultaat De ontwikkeling van het subsidieresultaat in 2025 is als volgt: Tabel 7. 5. 5 Toelichting op de baten en lasten - Programma Sociale werkvoorziening - Subsidieresultaat

Subsidieresultaat (bedragen in € )

Subsidieresultaat Wsw

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

Jaarrekening

Begroting

Begroting na

Jaarrekening

2024

2025

wijziging

2025

1. 993. 400

1. 614. 400

1. 929. 800

2. 469. 900

Verschil

Voordeel / Nadeel

540. 100

V

85

Programma Beschut Werk Tabel 7. 5. 6 Toelichting op de baten en lasten - Programma Beschut

Beschut (bedragen in € )

Lasten Participatiebudget Inleenvergoeding Bedrijfsvoering Totaal lasten Baten Participatiebudget Participatiebudget terugontv baten en ov baten Inleenvergoeding

Jaarrekening

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

2024

2025

wijziging 2025

wijziging

2025

147. 300 1. 636. 300 1. 301. 100 3. 084. 700

235. 100 1. 926. 000 1. 401. 300 3. 562. 400

102. 000 82. 300 -70. 300 114. 000

337. 100 2. 008. 300 1. 331. 000 3. 676. 400

417. 400 1. 898. 000 1. 248. 500 3. 563. 900

-80. 300 110. 300 82. 500 112. 500

N V V V

1. 418. 200

1. 175. 400

510. 100

1. 685. 500

2. 087. 100

401. 600

V

46. 400 95. 000 66. 800 609. 800

V V V V

722. 300

V

Omzet Totaal baten

33. 900 75. 000 1. 163. 000 2. 690. 100

1. 345. 300 2. 520. 700

-46. 300 463. 800

1. 299. 000 2. 984. 500

46. 400 95. 000 1. 365. 800 3. 594. 300

Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten

-394. 600

-1. 041. 700

349. 800

-691. 900

30. 400

Reservemutaties Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo reservemutaties Resultaat

-394. 600

-

-

-

Verschil

Voordeel / Nadeel

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-1. 041. 700

349. 800

-691. 900

30. 400

722. 300

V

Analyse verschillen Participatiebudget Zoals eerder toegelicht in het programma Participatie wordt 80% van het budget gebruikt voor de salariskosten van medewerkers die de werkzoekenden ondersteunen met re-integratie. De overige 20% wordt ingezet voor externe ondersteuning en trajecten zoals opleidingen sociale activering en vergoedingen voor begeleiding op de werkvloer. Het participatiebudget is verdeeld over twee programma’s: Beschut Werk en Participatie. Ook binnen deze programma’s geldt dat 80% wordt gebruikt voor salarissen en 20% voor overige kosten. ,

,

We hebben op het onderdeel Participatiebudget in het programma Beschut werk een voordelig resultaat van € 321. 300.

86

Dit wordt veroorzaakt door: Baten • Hogere rijksbijdrage Beschut Werk

€ 401. 600

V

Totaal

€ 401. 600

V

Lasten • Hogere inzet re-integratiemiddelen

€ 80. 300

N

Totaal

€ 80. 300

N

Totaal

€ 321. 300

V

De hogere rijksbijdrage Beschut Werk komt door extra middelen die in de septembercirculaire 2025 beschikbaar zijn gesteld. Deze middelen zijn bedoeld om de werking van loonkostensubsidie bij Beschut Werk te

verbeteren. Dit hangt samen met de overgang naar een forfaitaire loonkostensubsidie voor medewerkers met een indicatie Beschut Werk die naar verwachting in 2028 wordt ingevoerd. ,

Door deze extra middelen kunnen we ook meer re-integratiemiddelen inzetten voor de medewerkers binnen

de doelgroep Beschut Werk. Inleenvergoedingen We hebben op het onderdeel inleenvergoedingen in het programma Beschut Werk een voordelig resultaat van € 205. 300.

Dit wordt veroorzaakt door: Baten € 95. 000

V

Totaal

€ 95. 000

V

Lasten • Lagere aantallen en lagere gemiddelde prijs per persoon

€ 110. 300

V

Totaal

€ 110. 300

V

Totaal

€ 205. 300

V

•

Verhaal en bijdragen derden

Bij de inleenvergoedingen zien we twee ontwikkelingen: een lagere instroom dan begroot (8 personen) en gemiddeld een hogere prijs per persoon. Dit hogere gemiddelde komt door verschillende factoren namelijk lagere verstrekte loonkostensubsidies indexering de methodiek van berekenen van een gemiddelde prijs en soms doordat medewerkers verschuiven in de loonschaal. ,

,

,

Bedrijfsvoering We hebben op het onderdeel bedrijfsvoering in het programma Beschut Werk een voordelig resultaat van € 82. 500.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

87

Dit wordt veroorzaakt door: Lasten • Lagere ambtelijke salarislasten

€ 82. 500

V

Totaal

€ 82. 500

V

Binnen het programma zien we een daling van de salarislasten. Dit komt door een verschuiving in de begeleidingsvraag van medewerkers binnen de verschillende doelgroepen. Daardoor drukken de salarislasten van het ambtelijk personeel minder zwaar op de doelgroep Beschut Werk. Hiermee wordt een deel van het nadeel binnen het programma Participatie deels gecompenseerd. Omzet De omzet is toegelicht in het programma participatie.

Die eerste stap zetten vond ik lastig… maar toch besloot ik te blijven proberen

88

Programma Inkomensvoorziening De taken die Werkzaak uitvoert voor het ondersteunen in de inkomensvoorziening zijn opgenomen in het programma Inkomensvoorziening. Binnen de BUIG-gelden zijn de loonkostensubsidies verwerkt. De directe

kosten voor ondersteuning staan binnen het programma geboekt. Tabel 7. 5. 7 Toelichting op de baten en lasten - Programma Inkomensvoorziening

Inkomensvoorziening (bedragen in € ) Jaarrekening

Begroting

Begrotings-

Begroting na

Jaarrekening

2024

2025

wijziging 2025

wijziging

2025

52. 297. 400 3. 792. 700 336. 800 60. 000

467. 400 -3. 792. 700 -286. 800 50. 000

52. 764. 800

53. 483. 500

Lasten Participatie BUIG 49. 675. 300 Buig stelpost BBZ 55. 000 Bijzondere bijstand 105. 300 Alleenverdienersproblematiek TOZO 2. 600 Doelgroepprofessionals 16. 700 DVO bijz. bijstand schuldhulpverlening 648. 500 Directe kosten inkomen 530. 300 Bedrijfsvoering 6. 475. 200 Totaal lasten 57. 508. 900

-

Verschil

/ Nadeel

-718. 700

-

50. 000 110. 000 -

-

Voordeel

N -

35. 000 128. 700 71. 700

-

15. 000 -18. 700 -71. 700 -

-

V N N -

-

23. 000

900

23. 900

14. 300

9. 600

V

719. 600 571. 200 6. 976. 400 64. 777. 100

-43. 300 -27. 400 101. 200 -3. 530. 700

676. 300 543. 800 7. 077. 600 61. 246. 400

687. 500 601. 500 7. 139. 900 62. 162. 100

-11. 200 -57. 700 -62. 300 -915. 700

N N N N

56. 326. 900

-4. 293. 900 731. 800 -50. 000 50. 000

52. 033. 000 731. 800 50. 000 110. 000

52. 663. 800 819. 800 35. 000 128. 700 71. 700

630. 800 88. 000 -15. 000 18. 700 71. 700

V V N V V

,

Baten Bijdrage BUIG 51. 922. 800 Verhaal van bijstand 684. 300 BBZ 55. 000 Bijzondere bijstand 105. 300 Alleenverdienersproblematiek TOZO 2. 600 DVO bijz. bijstand schuldhulpverlening 648. 500 Directe kosten inkomen Bedrijfsvoering Totaal baten 53. 418. 500

-

100. 000 60. 000 -

-

-

-

-

-

-

-

-

,

Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo reservemutaties Resultaat

-4. 090. 400

719. 600

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

676. 300

687. 500

11. 200

-

V -

-

-

-

-

57. 206. 500

-3. 605. 400

53. 601. 100

54. 406. 500

805. 400

V

-7. 570. 600

-74. 700

-7. 645. 300

-7. 755. 600

-110. 300

N

-

14. 900 14. 900 -4. 075. 500

-43. 300

-

-

-

-

-

-

-

-7. 570. 600

-

-74. 700

-7. 645. 300

-7. 755. 600

-110. 300

-

-

-

-

-

-

N

89

Analyse verschillen Participatie BUIG Lasten • Hogere uitkeringslasten • Lagere kosten loonkostensubsidie

€ 1. 434. 600 € 715. 900

N V

Totaal

€ 718. 700

N

Totaal

€ 718. 700

N

Hogere Uitkeringslasten De uitkeringslasten zijn hoger dan begroot. In totaal is dit een nadeel van € 14 miljoen. Dit komt door: • Een hogere gemiddelde uitkering: In de begroting rekenden we met een lagere gemiddelde uitkering. De uitkering valt hoger uit omdat het wettelijk minimumloon sterker is gestegen dan verwacht. Ook zijn de werkgeverslasten hoger. Daarnaast is er een verschuiving van het aantal alleenstaanden naar meer gehuwden met een uitkering. Een uitke,

ring voor gehuwden is hoger waardoor de gemiddelde uitkering stijgt. • Een hoger aantal uitkeringsgerechtigden: In de eerste maanden van 2025 steeg het aantal uitkeringen. In de periode juli tot en met september is een lichte daling zichtbaar zoals we die in eerdere jaren ook zagen in het laatste kwartaal. In 2025 heeft deze daling uiteindelijk niet doorgezet. Het aantal uitkeringsgerechtigden bleef stabiel. Hierdoor vallen de totale uitkeringskosten hoger uit dan in de begroting is opgenomen. ,

,

Lagere kosten loonkostensubsidies De kosten voor loonkostensubsidies zijn lager dan begroot. Dit levert een positief resultaat op van € 715. 900. De daling komt doordat oude bedragen voor nog uit te betalen loonkostensubsidies zijn afgeboekt. Werkgevers hebben vijf jaar de tijd om een loonkostensubsidie aan te vragen. In deze gevallen hebben zij dat niet

gedaan. Daardoor is de eerder opgenomen voorziening vrijgevallen. Bijdrage BUIG Baten • Hogere rijksbijdrage BUIG • Lagere rijksbijdrage loonkostensubsidie • Lagere bijdrage gemeente loonkostensubsidie • Hogere bijdrage gemeente BUIG

€ 112. 000 € 30. 500 € 685. 400 € 1. 234. 600

V N N V

Totaal

€ 630. 800

V

De rijksbijdrage voor de bijstandsuitkering is licht gestegen. Dit komt doordat de werkelijke loon- en prijsont-

wikkeling hoger is uitgevallen dan in de begroting was verwacht. De rijksbijdrage voor de loonkostensubsidies is licht gedaald. Dit komt doordat de definitieve aantallen per 31 december 2024 lager waren dan in de raming opgenomen.

90

Verhaal van bijstand Baten • Hogere baten uit verhaal

€ 88. 000

V

Totaal

€ 88. 000

V

De baten uit verhaal van bijstand zijn hoger dan begroot. Dit komt doordat we meer geld hebben teruggekregen van mensen die volgens de wet moeten bijdragen aan de bijstand zoals ex-partners of ouders. Daarnaast is er meer teruggevorderd dan begroot. ,

Bbz Kredieten Baten € 15. 000

N

€ 15. 000

N

€ 15. 000

V

Totaal

€ 15. 000

V

Totaal

€ 0

•

Doorbelasting naar gemeenten

Totaal Lasten •

Minder verstrekte kredieten

Er zijn minder kredieten verstrekt dan begroot. Dit levert een voordeel van € 15. 000 op. De aflossingen zijn vrijwel gelijk aan wat in de begroting stond. Deze betaalde en ontvangen bedragen worden rechtstreeks doorbelast naar de gemeenten. Zie ook de bijlage 11. 4.

Bijzondere bijstand Baten • Lagere terugvordering • Doorbelasting gemeente

€ 5. 600 € 24. 300

N V

Lasten • Hogere lasten bijzondere bijstand

€ 18. 700

N

Totaal

€ 18. 700

N

Totaal

€ 0

Er is € 128. 700 verstrekt en € 33. 400 teruggevorderd. Het resultaat is daarmee € 95. 300. Het verschil met de bestuursrapportage is € 24. 300 nadelig. Het gemiddelde toegekende bedrag is per persoon is gestegen. Dit

zit vooral in het feit dat het aantal jongeren is gestegen dat geen beroep kan doen op ouders voor financiële ondersteuning. Hierdoor vallen zij onder de regeling voor aanvullende bijstand. De bijdrage van de gemeenten is hierdoor hoger.

Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2025

91

Alleenverdienersproblematiek Baten € 71. 700

V

€ 71. 700

V

€ 71. 700

N

Totaal

€ 71. 700

N

Totaal

€ 0

•

Doorbelasting uitvoering alleenverdienersproblematiek

Totaal Lasten •

Uitvoering alleenverdienersproblematiek

Deze landelijke regeling geldt voor de jaren 2025 2026 en 2027 en is bedoeld om alleenverdieners te helpen die door de regels voor toeslagen minder inkomen overhouden. De regeling is onderdeel van de bijzondere bijstand. Voor 2025 is deze vastgesteld op € 1. 000 per huishouden. Gemeenten ontvangen hiervoor budget via een decentralisatie uitkering opgenomen in de Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds. De gemeenten Tiel en Culemborg hebben ons in de loop van 2025 gevraagd om de uitbetaling van deze regeling voor ,

,

hen uit te voeren. Doelgroepprofessionals Lasten •

Daling salarislasten

Totaal

€ 9. 600

V

€ 9. 600

V

De inzet van de doelgroepprofessionals is gedaald dit levert een lagere salarislast op dan begroot. ,

DVO West Maas en Waal Baten • Hogere doorbelasting DVO bijzondere bijstand

€ 11. 200

N

Totaal

€ 11. 200

N

Lasten • Lagere salarislasten en overhead • Hogere uitbetaalde bijzondere bijstand

€ 2. 000 € 13. 200

V N

Totaal

€ 11. 200

V

Totaal

€ 0

De salarislasten en overheadslasten zijn € 2. 000 voordeliger dan begroot. De uitbetaalde bijzondere bijstand was € 13. 200 hoger dan begroot. Hierdoor stijgt de gemeentelijke bijdrage met € 11. 200. Per saldo neutraal.

92

Directe kosten Inkomen Lasten • Hogere • Hogere • Hogere • Hogere

kosten sociale recherche kosten externe adviseurs BBZ kosten adviseurs uitkeringen kosten invordering

Totaal

€ 14. 000 € 18. 700 € 24. 500 € 500

N N N N

€ 57. 700

N

De hogere kosten voor adviseurs uitkeringen komt door een hogere rekening van SV-land dan begroot. ,

SV-land onderzoekt voor Werkzaak of uitkeringsgerechtigden recht hebben op voorliggende voorzieningen. Als de adviseur van SV-land verwacht dat uitkeringsgerechtigde in aanmerking kan komen voor zo’n voorziening bespreekt hij dit met de inwoner en helpt bij de aanvraag. Dit zorgt ervoor dat Werkzaak minder uitkeringskosten heeft en dat de inwoner een passende oplossing krijgt. SV-land werkt op basis van no-cure no-pay: de vergoeding bedraag 10% van de bespaarde uitkeringslasten. Tegenover de hogere uitgave aan advieskosten van SV-land staat dus een hoger bedrag aan teruggevorderde bijstand. ,

,

Bedrijfsvoering Lasten • Hogere salarislasten

€ 62. 300

N

Totaal

€ 62. 300

N

We hebben op het onderdeel Bedrijfsvoering in het programma Inkomensvoorziening een nadelig resultaat van € 62. 300. Dit wordt veroorzaakt door een verschuiving van de inzet van ambtelijk personeel op de verschillende programma’s. Programma resultaat De ontwikkeling van het subsidieresultaat in 2025 is als volgt: Tabel 7. 5. 8 Toelichting op de baten en lasten - Programma Inkomensvoorziening - Subsidieresultaat

Subsidieresultaat (bedragen in € )

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16857890/1